CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[23.06973] - Bomenbeleidsplan 2023-2033 Concept

Raadsvergadering 23 mei 2023, gemeente EerselBij agendapunt: Vaststellen bomenbeleidsplan 2023 - 203316.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.1.3. Beheer en onderhoud Om een goed beeld te krijgen van de beheer- en onderhoudsmaatregelen die nodig zijn om de monumentale bomen zo lang mogelijk te behouden, is inzicht nodig in de toestand waarin de bomen verkeren. Idealiter 18

wordt van elke boom eerst vastgesteld welke incidentele verbeteringen in groeiplaats en/ of boom zelf gewenst zijn. Vervolgens moet vastgesteld worden welke structurele, onderhouds- en beheersmaatregelen nodig zijn om de monumentale bomen in zo goed mogelijke conditie te houden. De volgende punten zijn daarbij van belang: 

 

Onderzoek naar de staat van de monumentale bomen. Hierbij moet duidelijk worden: o welke incidentele beheermaatregelen nodig zijn om de groeiomstandigheden en de gezondheidstoestand te optimaliseren (inhaalslag); o welke structurele beheermaatregelen gewenst zijn, inclusief richtlijnen voor beheerders; o welke kosten verbonden zijn aan de incidentele maatregelen en een schatting van de eventuele extra kosten voor het structurele beheer en onderhoud. Alle beheer- en onderhoudsmaatregelen van de monumentale bomen duidelijk vastleggen in het beheersysteem; De monumentale bomen regelmatig schouwen. Er is een wettelijke zorgplicht om bomen periodiek te schouwen.

In het bovenstaande onderzoek worden zowel de monumentale bomen op openbaar als op particulier terrein meegenomen. De kosten voor de incidentele en structurele beheermaatregelen voor monumentale bomen op particulier terrein komen voor rekening van de boomeigenaar. Op het moment dat de monumentale boom in het landelijk register is opgenomen bestaat de mogelijkheid om via de bomenstichting eens per 10 jaar een bijdrage te ontvangen voor het onderhoud aan de boom. De gemeente voorziet verder niet in een financiële bijdrage.

5.2. Hoofd- en nevenstructuur Alle bomen die onderdeel uitmaken van een structuur, zoals die is vastgelegd in Groen Loont, of de ruimtelijke ontwikkelingsplannen zijn belangrijk voor de gemeente Eersel. Deze bomen spelen een cruciale rol in de begeleiding en versterking van infrastructuur, oriëntatie en beeldkwaliteit. De samenhang tussen groen en bebouwing (stedenbouw) is hierbij vaak een belangrijk uitgangspunt.

5.2.1. Bescherming Een goede boomstructuur opbouwen en behouden kost lange tot zeer lange tijd. Het is een essentieel onderdeel van een waardevolle, duurzame groenstructuur. De bomen in een structuur zijn dan ook belangrijk voor de gemeente en zullen daarom zoveel mogelijk behouden moeten worden. Bij noodzaak (veiligheid) en het hierbij behorende herinrichting van de straat, kan de gemeente echter besluiten om deze bomen te kappen. Op het moment dat een straat met bomen in hoofd- en/of nevenstructuur opnieuw wordt ingericht wordt altijd gekeken of de bomen bespaard kunnen blijven. De hoofd- en nevenstructuren zijn belangrijke structuren. Bomen in deze structuren worden extra beschermd doordat deze een hogere waarde krijgen in de beoordeling van overlast. Tevens vallen hoofd- en nevenstructuren in beleidsstatus II, waarbij de financiële waarde van de boom hoog is.

5.3. Overige bomen De gemeente streeft naar een groene woonomgeving en naar minder, maar wel duidelijke en goed handhaafbare regels. Bomen zijn belangrijke dragers van het groen. De belangrijkste boombeplantingen worden beschermd doordat ze op de structuurkaart zijn opgenomen of de status monumentale hebben gekregen. Dit heeft als gevolg dat de meeste bomen, zowel in het openbaar groen, als op particulier terrein, geen formele bescherming hebben. Dit zou tot kaalslag in de wijken kunnen leiden. De ervaring leert echter dat het belang van bomen breed wordt gedragen. Inwoners zijn in het algemeen blij met de bomen in hun tuin en zijn er trots op.

5.3.1. Bescherming De gemeente beschouwt de bomen, ook de onbeschermde, als belangrijke en volwaardige onderdelen van de openbare ruimte. Daarom zullen ook bomen zonder bepaalde indeling in een structuur met grote terughoudendheid behandeld worden. Bomen die onder ‘overige bomen’ vallen worden beschermd door een standaard waarde in de beoordeling van de waarde van een boom. De financiële waarde van de overige bomen wordt geschaald onder beleidsstatus III.

19

6. Regelgeving en handhaving In de gemeente Eersel wordt in de APV onderscheid gemaakt tussen bomen binnen de bebouwde kom en bomen buiten de bebouwde kom. Voor het kappen van bomen binnen de bebouwde kom is enkel de APV van toepassing. Bomen mogen worden gekapt, zolang dit geen monumentale bomen zijn. De gemeente probeert haar bomen zoveel mogelijk te behouden, hiervoor wordt bij de herinrichting van een straat bekeken of de gemeentelijke bomen kunnen blijven staan. Eventueel wordt bij een herinrichting ook bekeken of hier nog meerdere bomen terug te plaatsen zijn. Op het moment dat bomen toch verwijderd moeten worden zal de gemeente dit toetsen aan een bestand zoals in Bijlage 11 Puntentabel overlast en waarde van de boom waarin overlast en waarde van de boom duidelijk worden. Binnen de bebouwde kom is de Wet natuurbescherming wel van toepassing op bijvoorbeeld de Flora en Fauna in en rondom een boom, Buiten de bebouwde kom geldt de Wet natuurbescherming en de APV.Bomen met een omtrek groter dan 95 cm op een hoogte van 1,30 meter en monumentale bomen zijn hierbij extra beschermd. De grenzen tussen binnen en buiten de kom volgens de Wet natuurbescherming en de Wegenwet zijn in Eersel gelijk.

6.1. Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wet natuurbescherming vervangt het wettelijke stelsel voor de bescherming van de natuur zoals was opgenomen in onder meer de Boswet. De Boswet is nu geïntegreerd in de Wet natuurbescherming. Het uitgangspunt van de Wet natuurbescherming is om de totale oppervlakte aan bos in ons land op peil te houden. Voor het onderdeel houtopstanden is geen vergunningstelsel meer aanwezig, maar geldt een meldingsplicht van de voorgenomen velling bij de provincie Noord-Brabant. Het vellen van een houtopstand, welke onder de werking van Wnb valt, zonder melding is strafbaar. In de Wnb zitten de volgende onderdelen:    

Meldingsplicht; Herplantplicht; Kapverbod; Bijzondere verzoeken, zoals compensatie, uitstel, vrijstelling en ontheffing.

Alle houtopstanden buiten de bebouwde kom, met een minimale oppervlakte van 10 are of meer dan 20 bomen op een rij, vallen onder de werking van de Wnb m.u.v. enkele uitzonderingen zoals genoemd in artikel 4.1 Wnb. Deze uitzonderingen zijn:      

 

Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; Houtopstanden op erven of in tuinen; Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; Kweekgoed; Uit populieren of wilgen bestaande: o Wegbeplantingen; o Beplantingen langs waterwegen, en o Eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; Het dunnen van een houtopstand; Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o Ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o Bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantings-eenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en o zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Dunnen Dunnen is een beheersmaatregel welke tot doel heeft de overblijvende bomen te bevoordelen. Bos dunnen leidt tot een verbetering van de overblijvende houtopstand. Na dunning zal het kronendak binnen enkele jaren weer in sluiting kunnen komen. Voor dunnen hoeft geen kapmelding ingediend te worden. 20

6.1.1. Herplantplicht De Wnb verplicht binnen een periode van drie jaar na velling, de oppervlakte bos weer geheel te herplanten. De herplant dient op een bosbouwkundige verantwoorde wijze plaats te vinden. Bosbouwkundig verantwoord wil zeggen dat gebruik wordt gemaakt van boomsoorten welke binnen de Nederlandse bosbouw algemeen gebruikelijk zijn en dat deze met de juiste plantafstanden geplant worden. Aan de herplantplicht kan ook voldaan worden door gebruik te maken van natuurlijke verjonging. Deze natuurlijke verjonging dient binnen drie jaar gerealiseerd te zijn, lukt dit niet dan dient een aanvullende beplanting uitgevoerd te voeren, of uitstel van de herplantplicht aangevraagd te worden.

6.1.2. Bescherming Fauna Wanneer activiteiten of werkzaamheden schadelijk effect hebben op beschermde soorten die daar aanwezig zijn, is een ontheffing nodig om die activiteiten of werkzaamheden uit te voeren. Het is niet toegestaan om beschermde diersoorten te verstoren, verwonden of om hun verblijfplaatsen te vernielen. Voor beschermde planten is het verboden om de plek waar ze groeien te vernielen. Op het moment dat op locatie van de activiteit geen beschermde soorten aanwezig zijn of er geen schadelijke effecten op deze soorten kunnen optreden, is er geen ontheffing nodig. Als er beschermde soorten op de locatie van de activiteit aanwezig zijn, bepaalt een deskundige of deze beschermde soorten nadelige effecten zullen ondervinden van de werkzaamheden. Een ontheffing moet aangevraagd worden op het moment dat er geen passende oplossing gevonden kan worden. Hiervoor moet voorafgaand aan de omgevingsvergunning een losse ontheffing op basis van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. In het broedseizoen, grofweg van half maart tot half juli, mogen sowieso geen bomen geveld worden om zo verstoring van broedende vogels te voorkomen. Verder is op bepaalde plaatsen meer attentie geboden.

Dit geldt met name bij werkzaamheden in de bijzondere groengebieden, EHS-gebieden, Natura 2000-gebieden, in de omgeving waar via quick scans natuurwaarden zijn geconstateerd (opgenomen in de gemeentelijke natuurwaardenkaart), monumentale bomen en andere bomen met holtes waar mogelijk vleermuizen of vogels in verblijven. Zo zijn vaste rust- en verblijfsplaatsen van spechten, uilen en roofvogels jaarrond beschermd en is bij een mogelijke velling een ontheffing vereist. Het kappen/ vellen van een deel of een hele bomenlaan, zowel in als buiten de bebouwde kom, kan van invloed zijn op trekroutes van vleermuizen. In dat geval is eveneens een ontheffing nodig. Bij twijfelgevallen is het nodig het advies van een deskundig ecoloog in te winnen. Bij de aanvraag van een ontheffing is dit noodzakelijk. Voor de handelwijze bij de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna kan het overzicht in bijlage 9 geraadpleegd worden.

6.2. Omgevingswet De omgevingswet gaat 1 januari 2024 in werking. Met de omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. De Wet natuurbescherming is hierin verwerkt. Extra toevoegingen komen op het gebied van natuur.

6.3. APV In de APV worden verschillende toetsingscriteria voor verlening en weigering van een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand vermeld. Deze criteria en de toepassing daarvan behoren helder en transparant te zijn. Bovendien dient de procedure voldoende bij burgers bekend te zijn. Op basis van de criteria wordt het belang voor het behoud van de boom afgewogen tegen het belang de boom te vellen. Met behulp van het toetsingskader kan de verlening dan wel weigering van een omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand op een consequente en op basis van te voren vastgestelde motieven onderbouwd worden. In de APV worden de volgende weigeringsgronden genoemd:  natuurwaarden. Hiervan is in ieder geval sprake als: o de houtopstand een schuil- of broedplaats biedt aan fauna; o de houtopstand foerageergelegenheid (voedsel) biedt aan fauna; o de houtopstand een belangrijke zaadbron is voor een autochtoon ras (genetische waarde); o de houtopstand huisvesting biedt aan beschermde flora; 21

de houtopstand op zichzelf natuurwaarde heeft (onderdeel van een bos of gemeentelijke en/of landelijke verbindingszone) en aan die natuurwaarde afbreuk wordt gedaan wanneer de houtopstand wordt geveld. landschappelijke waarden. Hiervan is in ieder geval sprake als: o de houtopstand typerend is voor de lokale omstandigheden, bepaald door; bodemgesteldheid, waterhuishouding, cultuurhistorie e.d. (lanen, restant bosje, houtwal, solitaire boom) of o de houtopstand onderdeel is van een belangrijke verbinding (verkeersgroen). waarden van dorpsschoon. Hiervan is in ieder geval sprake als: o de houtopstand een onderdeel is van een beschermd dorpsgezicht; o de houtopstand een onderdeel is van een rijksmonument of een gemeentelijk monument; o de houtopstand bijzonder en/of zeldzaam is (hoogte, dikte, vorm, leeftijd, soort); o de houtopstand karakteristiek is voor een straat/wijk; o de houtopstand onderdeel is van het straat-/laanbeeld; o de houtopstand karakteristiek is voor de plek (ensemblewaarde); o de houtopstand een onderdeel is van een groenbeleidsplan, beeldkwaliteitsplan, groenbeheerplan, structuurplan of een andere planologische maatregel; o de houtopstand bijzonder en/of zeldzaam is (hoogte, dikte, vorm, leeftijd, soort). Beeldbepalende bomen. Hiervan is sprake als: o De houtopstand het woongenot op buurt- of straatniveau vergroot. cultuurhistorische waarden.

Hiervan is in ieder geval sprake als: o de houtopstand aangegeven is op de lijst van monumentale bomen; o de houtopstand een rol speelt in de geschiedenis van de omgeving; o de houtopstand een herdenkingsboom is (gepland ter gelegenheid van een belangrijke gebeurtenis (bijv. geboorte prins/prinses, huwelijk of jubileum). Waarden voor recreatie en leefbaarheid. Er wordt gekeken naar: o de conditie van houtopstand; o de stabiliteit / breukvastheid (wortelstelsel/stam/kroon) van de houtopstand; o de houtopstand een onlosmakelijk onderdeel van het geheel vormt (stabiliteit bijv. ineen gegroeide kronen); o de houtopstand een waarde heeft voor de recreatie. o

 

Voor de landelijke en gemeentelijke monumentale bomen en de beschermwaardige bomen wordt geen omgevingsvergunning verleend, tenzij instandhouding een zwaar maatschappelijk belang belemmert of om boomdeskundig gestaafde veiligheidsredenen niet langer verantwoord is. Indien er sprake is van zwaarwegende maatschappelijke belangen, waarbij alternatieven uitputtend onderzocht zijn, of wanneer instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade, kan door het college een vergunning verleend worden.

6.4. Herplantplicht Bij de herplantplicht is compensatie voor verlies van waarde en kwaliteit van de gekapte boom uitgangspunt. Ondanks dat een boom ook een ecologische en economische waarde heeft voor de omgeving, wordt de waarde van een boom vaak uitgedrukt in een geldbedrag. Om het verlies van waarde en kwaliteit te compenseren gaat gemeente Eersel af op het Handboek bomen, hierbij worden verschillende methoden gebruikt om in eerste instantie de kwaliteit van de gekapte boom terug te plaatsen.  

Handelswaarde: o Schade bij bijvoorbeeld transport, hierbij geld de geldende marktconforme verkoopwaarde Vervangingskosten: o Wanneer een boom als gevolg van schade verloren is gegaan of niet meer te herstellen is binnen 5 jaar, worden concreet de kosten in rekening gebracht voor vervanging van een gelijkwaardige “nieuwe” boom. Dit gaat over bijvoorbeeld de bestrating, het afvoeren van de oude boom, aanschaf van een nieuwe boom en nazorg met hergroeigarantie. Abstract rekenmodel: o Handel en vervanging zijn niet aan de orde, maar door de grootte van de boom die schade heeft geleden kan ervoor gekozen worden om de boom door een kleinere boom te vervangen en de benodigde kosten voor toekomstig beheer door te rekenen om de oude boomwaarde te bereiken. Boomwaarde-indextabel: o De boomwaarde-indextabel, bijlage 7, geeft op basis van het abstracte rekenmodel een indicatie van de actuele ‘boomwaarde’. De tabel kan gebruikt worden als basis voor een project of projectmatige financiële compensatie. 22

De waarde van een boom is afhankelijk van de standplaats, soort en kwaliteit. In een bepaalde structuur heeft een boom een hogere waarde, omdat het effect van het weghalen van deze boom groter is voor de omgeving. Traag groeiende bomen hebben meer tijd nodig om tot volwassenheid te komen en hebben daardoor een hogere waarde bij een bepaalde leeftijd. Naarmate een boom ouder wordt takelt een boom juist weer af, dit moment is verschillend per boom. Als een boom of houtopstand illegaal wordt gekapt of te rigoureus gesnoeid, ernstig beschadigd of ontsierd, wordt eveneens een herplantplicht opgelegd. Bovendien zal wanneer zich zoiets voordoet, de gemeente aangifte doen bij de politie en zo mogelijk de schade op de dader verhalen. Bij kleine bomen, is de waarde vaak duidelijk omdat de vervangingskosten berekend kunnen worden. Schade bij grote oude bomen is lastiger te bepalen, hiervoor een feitelijke waarde en/of schadeberekening benodigd (boomtaxatie). Bij het aanvragen van een kapverzoek wordt ook verlangt om de waarde en kwaliteit van de gekapte boom terug te plaatsen, boomeigenaren moeten zelf voor de groei en instandhouding van de bomen zorgen. Vanuit het plan Bos & Boom is vastgesteld om voor iedere gekapte boom, drie bomen terug te planten.

De compensatiebedragen voor herplantplichtige bomen mogen slechts worden gebruikt ten behoeve van de uitbreiding en handhaving van de in de gemeente bestaande houtopstanden.

6.5. Zorgplicht Het Burgerlijk Wetboek (artikel 6:162) beschrijft de zorgplicht voor eigenaren van bomen. De zorgplicht houdt in, dat de eigenaar regelmatig onderhoud moet plegen en de veiligheid van de bomen regelmatig moet controleren. De gemeente moet maatregelen nemen als er een veiligheidsrisico is. Maatregelen zijn bijvoorbeeld extra onderzoek, technische onderhoudsmaatregelen of verwijdering van de boom. De zorgplicht heeft alles te maken met vakmatig beheer en onderhoud, maar is tevens gebaseerd op morele, juridische en verzekeringstechnische principes die beogen burgers te beschermen. De zorgplicht heeft tot doel ongelukken te voorkomen en, in het geval er toch iets gebeurt, te kunnen bepalen wie aansprakelijk is. Iedere boomeigenaar is zorgplichtig. De gemeente heeft op grond van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek risicoaansprakelijkheid voor schade die een gemeentelijke boom toebrengt aan personen en goederen. Dit houdt in dat degene die schade lijdt, niet hoeft aan te tonen dat de beheerder nalatig is geweest. Wanneer de gemeente kan aantonen de boom goed te hebben onderhouden, voldoende en tijdig onderzoek te hebben gedaan naar de veiligheid en eventueel benodigde maatregelen om de veiligheid te garanderen heeft uitgevoerd, dan kan zij niet aansprakelijk gehouden worden voor de schade. Er is dan sprake van overmacht.

De wetgever eist van de boomeigenaar dat de zorgplicht wordt uitgevoerd via een reproduceerbare en controleerbare systematiek. Registratie van de verzamelde gegevens is van groot belang. De eis is niet dat iedere boom veilig is, maar dat het risico voor gevaarzetting onderzocht wordt en dat vervolgens maatregelen worden genomen als er gevaarzetting is. De standplaats van een boom, ouderdom of toestand van de boom zijn risicofactoren. Zo hebben bomen langs een drukke weg en oude bomen een intensievere controle nodig. Met ferme wind kunnen gezonde bomen in een bos ook omvallen, zo ook aan de rand. Het is praktisch niet werkbaar om alle bomen die mogelijk op de openbare weg kunnen vallen in kaart te brengen. Daarom wordt tijdens een inspectie wel naar het bosplantsoen gekeken en waar nodig gevaarlijke takken of bomen verwijderd. Bomen jonger dan 20 jaar hebben geen regelmatige controle nodig, de verwachting is dat zij vanwege hun leeftijd geen gevaar vormen. Monumentale bomen, of in het centrum van Eersel (markt) dienen jaarlijks gecontroleerd te worden. Bomen langs andere wegen in en buiten de bebouwde kom, in woongebieden en bedrijventerreinen moeten om de drie jaar gecontroleerd worden. Solitaire bomen in het landschap, singels en bomen in houtwallen hoeven niet gecontroleerd te worden.

In het geval deze bomen door ouderdom, blikseminslag, storm of andere oorzaken omvallen veroorzaken zij geen schade aan mensen en/of goederen. Soort/ locatie boom Monumentale Bomen Attentiebomen Bomen langs wegen in de bebouwde kom Bomen bij bedrijventerreinen Bomen aan bosplantsoenranden binnen de kom met mogelijk gevaar voor de openbare weg Solitaire bomen, singels, houtwallen buitengebied

Frequentie VTA Jaarlijks Jaarlijks Om de 3 jaar Om de 3 jaar Om de 3 jaar n.v.t.

Tabel 1 Frequentie VTA

23

Gemeente Eersel heeft de VTA inspectie opgedeeld in drie gebieden, een gebied komt zo eens in de drie jaar aan bod voor de controle. Bomen die een hoger controle frequentie verlangen worden elk jaar meegenomen. Om aan de zorgplicht te voldoen moet aan de volgende eisen voldaan worden:  regelmatig onderhoud;  het bijhouden van onderhoudsrapportages;  het regelmatig houden van boomveiligheidscontroles (VTA, Virtual Tree Assessment) met bovenstaande frequentie. Hierdoor wordt bereikt:  een acceptabel veiligheidsniveau rondom bomen in de bebouwde omgeving en langs drukke wegen;  dat de kans op letsel en schade vermindert.

6.6. Recht op wortelkap Voor een boomeigenaar of boombeheerder geldt aansprakelijkheid door wortelingroei. In veel situaties is de boomeigenaar of -beheerder echter niet zo snel aansprakelijk. Een wortel kan bijvoorbeeld alleen een riool ingroeien als er een gaatje in de rioolbuis zit. Er is dan sprake van nalatigheid van de rioolbeheerder. Het onderhoud van het riool was onvoldoende. De eigenaar van het riool kan dus de boomeigenaar of -beheerder niet aansprakelijk stellen. Voor de uitvoering van het recht van wortelkap is geen schriftelijke mededeling nodig. Het gebruik van het kaprecht mag het voortbestaan van de boom echter niet in gevaar brengen. Op het moment dat het voortbestaan van de boom in het geding komt door de wortelkap, is de veroorzaker van de wortelkap verantwoordelijk voor de schade. Van een eigenaar of -beheerder kan niet worden verwacht dat hij alle ondergrondse delen (wortels) van alle bomen controleert. Elk schadegeval zal op zichzelf getoetst worden.

24

7. Beheer en onderhoud Het boombeheer moet er voor zorgen dat het bomenbestand veilig, gezond en mooi is. Een veilig bomenbestand is een bomenbestand met stabiele bomen die geen risico vormen voor de openbare veiligheid. Een gezond bomenbestand heeft voldoende biodiversiteit en bevat geen ziektes die dodelijk zijn voor bomen of die hun stabiliteit aantasten. Een mooi bomenbestand is een bomenbestand dat regelmatig wordt gesnoeid zodat de bomen goede kronen kunnen ontwikkelen. Het zorgt ervoor dat de openbare ruimte meer sfeer krijgt.

7.1. Taken Het beheer houdt zich voornamelijk bezig met inspectie, snoei, groeiplaatsverbetering en het zo veel mogelijk voorkomen en verhelpen van overlastsituaties. Bij de gemeente is veel kennis van bomen aanwezig. De bewoners kunnen, betreft gemeentelijke bomen, van deze deskundigheid gebruik maken. In sommige gevallen gaat het om zulke specialistische kennis, zoals het verplanten van grote bomen, dat deze bij de gemeente onvoldoende aanwezig is. In dat geval wordt gebruik gemaakt van externe deskundigen. Ook bij zeer arbeidsintensieve werkzaamheden zoals de boominspecties wordt eveneens gebruik gemaakt van externen. De gemeente is verantwoordelijk voor haar bomen. Ze moet deze bomen zo verzorgen dat letsel en schade en verspreiding van ziektes en plagen zoals bloedingsziekte bij kastanjes en de eikenprocessierups zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het Burgerlijk Wetboek, de Plantgezondheidswet en relevante jurisprudentie geven aan dat de gemeente hiertoe verplicht is. In de praktijk komt dit neer op het regelmatig inspecteren van het gemeentelijk bomenbestand en het zorgvuldig uitvoeren van onderhoud. Het is van belang dat dit op papier wordt vastgelegd. Hierdoor wordt het mogelijk om achteraf, in het geval van schadezaken, de zorg aan te tonen. Bovendien komt een zorgvuldige administratie de werkplanning en daardoor de bomen ten goede.

Het hele bomenbestand moet regelmatig geïnspecteerd worden op uiterlijke gebreken. Zie ook paragraaf 8.4. Zorgplicht. De zogenaamde risico- en attentiebomen, waarvan een lijst wordt bijgehouden, worden eenmaal per jaar bekeken. Bij twijfel worden de bomen nader onderzocht met specialistische apparatuur. Soms zijn maatregelen, zoals het snoeien of het verwijderen van de boom, nodig om de veiligheid te kunnen blijven waarborgen. Deze maatregelen dienen binnen een vastgestelde termijn te worden uitgevoerd. Bij de uitvoer van werkzaamheden aan bomen dient rekening gehouden te worden met de Wet natuurbescherming. Voor handelwijze bij het eventueel voorkomen van beschermde soorten flora en fauna zie de geintegreerde leidraad Flora- en Faunawet vastgesteld door het college.

7.2. Beheersysteem en -planning De beheerplanning wordt in grote mate bepaald door de uitkomsten van de visuele inspecties. De gegevens van bomen, die in beheer bij de gemeente zijn en de VTA’s zijn opgenomen in het beheersysteem (SSC) en digitree (het digitale logboek met de gegevens van de VTA’s). Deze twee systemen zijn gemakkelijk naast elkaar te gebruiken. In deze systemen moeten naast de algemene boomkenmerken, de resultaten van de boominspecties, zoals de vitaliteit, de waarde van de boom voor de omgeving en de te nemen onderhoudsmaatregelen in het beheersysteem worden gedocumenteerd. Bij eventuele aansprakelijkheidstelling kan de gemeente als boombeheerder aantonen dat aan de zorgplicht is voldaan door de boominspecties en de onderhoudswerkzaamheden te overleggen. De beide digitale bestanden worden actueel gehouden door de regelmatige inspecties en het documenteren van uitgevoerde werkzaamheden. De werkzaamheden kunnen met een goede planning nog beter worden afgestemd op de juiste seizoenen. Bovendien wordt door een planmatig beheer achterstallig onderhoud voorkomen. De bomen worden hierdoor veiliger, mooier en goedkoper in het onderhoud en veroorzaken minder overlast.

7.3. Vervanging en aanvulling bomenbestand Uitgangspunt is bomen zo lang mogelijk te handhaven. Daarbij dient aangetekend te worden dat veel bomen niet hun maximale leeftijd bereiken. Voor deze tijd worden ze gekapt omdat ze een gevaar vormen of teveel overlast veroorzaken. Daarnaast worden bomen gerooid, omdat ze ziek zijn, niet vitaal zijn of hun functie niet langer vervullen, al dan niet ingegeven door het ontbreken van de juiste groeiomstandigheden. Vanzelfsprekend is dat ook bij vervanging van bomen de APV van toepassing is. Dit betekent dat een omgevingsvergunning vereist kan zijn. Als een hele bomenrij of bomenstructuur of een monumentale boom vervangen moet worden, wint de gemeente advies in bij een onafhankelijk boomdeskundige over de noodzaak van vervanging. 25

Bomen worden niet automatisch vervangen door een nieuwe boom. Dit wordt per geval bekeken. Daarbij wordt rekening gehouden met de resterende levensduur van de omringende bomen en de beschikbare ruimte. De boomsoort en de groeiplaats worden zo goed mogelijk op elkaar afgestemd. Meer randvoorwaarden voor het planten van bomen zijn in paragraaf 4.6 ‘Richtlijnen voor ontwerp en inrichting’ al aan de orde gekomen. Deze zijn ook hier van toepassing. In de APV wordt dunnen omschreven als periodiek noodzakelijke vellingen binnen een houtopstand, ter bevordering van de leefbaarheid van de overblijvende houtopstanden, waarbij het natuurlijk verloop van het desbetreffende milieu in stand blijft. Met andere woorden bij dunnen wordt gericht gekozen voor bomen die een goede kwaliteit en vitaliteit hebben. Deze bomen worden gespaard. De slechte bomen worden weggehaald om meer ruimte te creëren voor de goede bomen. Dunnen is een steeds terugkerende maatregel die er voor zorgt dat de houtopstand in stand gehouden wordt en zijn bestaande oppervlakte behoudt. Daarom worden er bij dunningen geen bomen herplant. Dunningen vinden alleen plaats op basis van een door het college vastgelegd en goedgekeurd beheerplan, zodat het duidelijk is dat verwijdering van bomen alleen bedoeld is om de houtopstand kwalitatief te verbeteren.

7.4. Bomenbeheerplan In het bomenbeleidsplan wordt de vraag beantwoord wat de gemeente wil met de bomen. In het bomenbeheerplan wordt invulling gegeven aan de doelstellingen betreffende het beheer in het beleidsplan, m.a.w. hoe doen we het beheer aan de bomen. Het beheerplan moet praktisch zijn ingestoken en rekening houden met de opbouw, toestand, gewenste onderhoudsniveau, financiële mogelijkheden en de geografie van de gemeente. Het beheerplan is gebaseerd op de aanwezige, goede inventarisatie van alle straat-, laan- en individuele parkbomen. Deze gegevens geven inzicht in de opbouw van het bestand en de onderhoudstoestand. Het beheerplan beschrijft de wijze waarop de bomen gedurende een periode van 5 jaar onderhouden worden. Omdat er een meerjarige maatregelenplanning in opgenomen is, kan ook de begroting hieraan gekoppeld worden. Na vaststelling van het bomenbeleidsplan wordt gestart met het opstellen van het bomenbeheerplan.

26

8. Richtlijn omgang met klachten Tegenover het algemeen belang van bomen staat de overlast die inwoners van bomen kunnen ondervinden. Vooral dicht bij huis worden bomen door velen als lastig ervaren en neemt de tolerantie snel af. Ernstige overlast kan voorkomen worden door goede keuzes te maken bij het ontwerpen en inrichten van de openbare ruimte. Richtlijnen hiervoor zijn in Hoofdstuk 3 ‘Bomen en ontwerp openbare ruimte’ al aan de orde gekomen. Enkel in het geval van disproportionele hinder van bomen op openbaar gebied zal de gemeente maatregelen nemen. Enige overlast door schaduw, blad- of vruchtval, wortelgroei of ongedierte zal altijd blijven bestaan. Conform jurisprudentie inzake overlast en hinder door bomen dient iedereen in zekere mate van naburig hinder te dulden en te dragen. In elk geval wordt er niet ingegrepen indien de overlast bestaat uit:        

normale bladval inclusief val van bloesems; normale vruchtval inclusief zaad- en pluisval; aanwezigheid van enkele vogelnesten of rustplaatsen van vogels; aanwezigheid van vleermuizen; schaduwhinder van korte duur; schaduwhinder in delen van tuinen, erven en op niet bewoonbare bouwwerken; normale, groene of algenaanslag op bestrating, muren, daken enz. normale, tijdelijke overlast door insecten in bomen inclusief honing- en roetdauw.

Bij andere, ernstige vormen van overlast en hinder zullen de eventuele ingrepen afhankelijk zijn van de ernst van de overlast, de mogelijke oplossingen en de aanwezigheid of de mogelijkheid van compenserend groen. Uiteraard spelen kosten (budgetten en prioriteiten) een rol. Uitgangspunten hierbij zijn:    

snoei van bomen geniet de voorkeur boven bomen verwijderen; “snoei" in de vorm van toppen of halveren is nooit een optie; kandelaberen en het snoeien van een vrij uitgroeiende boom tot vormboom in principe niet; het streven is altijd gericht op minimaal behoud van de "kroonvolume boom". Dit kan ook leiden tot een oplossing waarbij een aantal kleinere bomen, slecht groeiend of overlast gevend, worden vervangen door één of enkele exemplaren van een grotere boomsoort op een gunstigere plek. De impact (beeld, milieu, waardering) van een grote boom is vaak groter dan die van een aantal kleinere bomen samen.

Om de disproportionele overlast van een boom of bomen te beoordelen is een puntensysteem opgezet, zodat bomen gemakkelijker en eenduidig worden beoordeeld. In bijlage 11 staat dit puntensysteem met het aantal punten uitgewerkt. Monumentale bomen worden niet meegenomen in dit schema, deze bomen worden alleen gekapt bij direct gevaar. Aan de hand van een aantal criteria worden punten toegekend aan verschillende aspecten van de overlast en aan de waarde van de boom of bomenrij. Uiteindelijk volgen hier twee verschillende scores uit. Wanneer de ‘beoordeling van de overlast’ groter is dan de ‘beoordeling waarde van de boom’ kan besloten worden om de boom te kappen. Bomen die een beoordeling hebben gekregen worden eenmaal per jaar behandeld, waarbij de gemeenteraad een uitkomst kan beslissen. De beslisboom in Figuur 4 Beslisboom werkwijze beoordeling overlast van een boomFiguur 4 geeft inzicht in de werkwijze en beoordeling van de overlast van een boom.

27

Figuur 4 Beslisboom werkwijze beoordeling overlast van een boom

8.1. Buitengesloten van beoordeling Een aantal situaties worden niet meegenomen in de beoordeling van overlast van bomen, deze staan hieronder beschreven met een toelichting welk standpunt de gemeente inneemt.

8.1.1. Zonnepanelen De laatste jaren is het gebruik van zonnepanelen op daken van particuliere woningen enorm toegenomen. Voordat men overgaat tot aanschaf van de panelen wordt niet altijd goed bekeken of objecten in de openbare ruimte (zoals bomen) de situatie misschien minder geschikt maken voor zonnepanelen. De standplaats en voordelen van een boom heeft een directe invloed op zijn omgeving, een boom kan deze voordelen alleen plaatselijk bieden. Het opwekken van energie kan op meerdere plekken plaatsvinden, doordat energie gemakkelijker is te vervoeren. Omdat de gemeente Eersel vindt dat inwoners zelf verantwoordelijk zijn voor de afweging of het dak geschikt is voor zonnepanelen wordt dit niet meegenomen in de overlastweging. Bij een reconstructie van een bomenlaan, wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met potentiële zonnepanelen. Dit is ook afhankelijk van de beeldkwaliteit die voorzien wordt in de betreffende straat. De gemeente neemt geen maatregelen om te zorgen dat bomen geen overlast vormen voor zonnepanelen. Inwoners kunnen zich voor aanschaf van zonnepanelen informeren over de mogelijkheden en onmogelijkheden van zonnepanelen.

8.1.2. Allergie Allergiemeldingen spelen vaak op aan het begin van het voorjaar, wanneer met name elzen, berken en (boom)hazelaars in bloei komen. Ook grassen en andere beplanting kunnen “hooikoorts” veroorzaken. De pollen en stuifmeel kunnen zich over lange afstanden verspreiden. Bomen hebben een luchtzuiverend- en stof opvangend vermogen waar allergie patiënten bij gebaat zijn. Omdat het kappen van bomen vanwege allergiemeldingen in de meeste gevallen weinig zinvol is wordt dit aspect niet meegenomen in de weging van overlast. In sommige gevallen kan de gemeente wel wat betekenen om de overlast op allergie te verminderen, dit wordt apart opgepakt. Bewoners kunnen voor hun ramen anti-pollen raamhorren plaatsen. Door de ramen en deuren gesloten te houden kunnen de betreffende bewoners de allergie verminderen. Er zijn medicijnen tegen de hooikoorts die er voor zorgen dat mensen minder last hebben van de allergie.

8.1.3. Eikenprocessierups De gemeente Eersel bestrijdt de Eikenprocessierups actief, bij een terugkerend probleem volgt maatwerk. Eikenprocessierups wordt daarom ook niet meegenomen in het puntentabel. 28

8.2. Beoordeling overlast De overlastvormen in dit hoofdstuk worden veroorzaakt door de boom zelf. Situaties waarbij een boom in de weg staat bij een ruimtelijke ontwikkeling worden in deze richtlijn niet meegenomen. In dit hoofdstuk worden de meest voorkomende vormen van overlast beschreven. Per vorm van overlast worden onder ander het standpunt van de gemeente en de mogelijke te nemen maatregelen besproken. De meeste vormen van overlast zijn voor de gemeente geen reden om een boom te verwijderen. Te denken aan bladval of overhangende takken. Echter een combinatie van vormen van overlast kan wel leiden tot het verwijderen van een boom.

8.2.1. Schaduwwerking en belemmering uitzicht Bomen zorgen voor schaduw. De één vindt dit prettig vanwege de verkoeling, een ander ervaart het als overlast. De overlast is onder andere afhankelijk van de indeling en grootte van het perceel en de standplaats van de boom ten opzichte van de zon. Overlast door schaduw is voor de gemeente in beginsel geen reden om maatregelen te treffen. Schaduw van bomen zorgt in de zomer voor verkoeling. Wanneer sprake is van zware hinder in de woning zal de gemeente overgaan tot het nemen van maatregelen, de bewoner zal zelf moeten aantonen dat het gaat om zware hinder.

8.2.2. Natuurverschijnselen van tijdelijke aard Een aantal natuurverschijnselen zijn van tijdelijke aard, dit betreft bijvoorbeeld:    

vruchtval; druipende bomen; blad- en bloesemafval; ziekten en plagen.

Vruchten van bomen zijn belangrijke voedselbronnen voor veel diersoorten en de periode van val is van korte duur. Vruchtval van bomen kan tijdelijk tot vervelende situaties leiden. Zachte vruchten (van bijvoorbeeld appelbomen) kunnen op de bestrating vallen waardoor deze mogelijk glad kan worden en ongedierte aan kan trekken. De rijpe vruchten van de Ginkgo veroorzaken stank. Harde vruchten (bijvoorbeeld kastanjes of eikels) veroorzaken zelden grote schade. Alleen vruchtval zal geen reden zijn om maatregelen te treffen. Ook vruchtval in de dakgoot is geen reden om maatregelen te treffen. In combinatie met andere vormen van overlast kan het zijn dat er maatregelen worden getroffen. In de lente en de zomer komen op veel planten en bomen luizen voor. Het gaat meestal om bladluis. Ook dopluis, wolluis en schildluis komen voor. Luizen zijn niet schadelijk voor de boom of de volksgezondheid. Wel kunnen luizen zorgen voor overlast. Luizen in bomen zorgen voor “honingdauw”, plak. Hoe warmer hoe meer plak. Dit valt op alles wat onder de boom staat, zoals een auto of het meubilair van een restaurant. Deze plak is na een regenbui merendeel weggespoeld. Echter op honingdauw kan zich een schimmel “roetdauw” ontwikkelen. Deze zorgt voor plak wat minder makkelijk te verwijderen is. In Eersel worden plagen nauwelijks bestreden. Uitzondering hierop is de bestrijding van de eikenprocessierups.

Dit vindt plaats vanuit het oogpunt van volksgezondheid. De overige plagen worden niet bestreden omdat de kosten van bestrijding niet opwegen tegen de schade en de geringe overlast. Met het vallen van het blad en de bloesem wordt de overgang van de seizoenen gemarkeerd. Het blad op de grond beschermt de beplanting in de winter tegen de vorst. Daarbij zorgt de humus die van de bladeren af komt voor extra voeding. Bladval heeft ook minder wenselijke effecten als een rommelig beeld, verstopping van dakgoten, straatkolken en gladheid. Alle bomen hebben blad en bloesem. Omdat blad- en bloesemval bij de boom hoort is dit geen reden om een boom te verwijderen of het nemen van andere maatregelen aan de boom. Blad- en bloesemval en andere natuurverschijnselen kunnen als overlast ervaren worden en wordt daarom wel in de weging meegenomen. Hierbij gaat het om buitensporig overlast van het verstoppen van dakgoten of gladheid, in een bepaalde tijdsduur waarin bomen voor overlast zorgen. Om verstopping van kolken en gladheid op straat te voorkomen ruimt de gemeente in de maanden oktober, november, december en januari de bladeren op in de straten. Dit wordt regelmatig gedaan, afhankelijk per locatie en afhankelijk van het aantal bomen. Bewoners kunnen een rooster in de dakgoot plaatsen.

Hierdoor kunnen de bladeren geen verstopping veroorzaken en goten hoeven niet meer schoongemaakt te worden. De roosters zullen wel regelmatig gecontroleerd moeten worden op het verstopt raken door bladeren of het losraken van de rooster, waardoor hij zijn werking verliest. 29

Bewoners kunnen het blad bij elkaar vegen op een centrale plek, waarna de gemeente het ophaalt. Een andere mogelijkheid is dat de bewoners het blad wegbrengen naar de compostering of zelf gebruiken als compostering. Bewoners kunnen de vruchten opruimen of auto en meubilair wassen bij plak. Wanneer het gaat om vruchtval of plak op auto’s kan de bewoner de auto tijdelijk ergens anders parkeren of de auto afdekken. Ziektes worden zo veel mogelijk passief bestreden. Wanneer geconstateerd wordt dat bomen met een ziekte zijn aangetast wordt eerst nagegaan hoe groot de aantasting is. Sommige ziekten hebben slechts een geringe invloed op de conditie van de bomen. In dat geval worden dan ook geen maatregelen getroffen. Andere ziekten kunnen zeer besmettelijk zijn en vereisen dat er snel actie wordt ondernomen. In sommige gevallen kan dan een rigoureuze snoeibeurt de boom nog redden. Als dit niet meer mogelijk is zal de boom verwijderd en vernietigd worden.

8.2.3. Boomwortels Bomen hebben wortels nodig om te leven en te groeien. Wortels zorgen voor stabiliteit, voedsel- en vochtopname. Voor een goede verankering heeft een boom genoeg ruimte nodig om zijn wortels te kunnen spreiden. Wanneer er te weinig ruimte is zal er worteldruk ontstaan. Wortels zoeken de weg van de minste weerstand naar ruimtes waar vocht en voeding aanwezig is. Overlast veroorzaakt door boomwortels is een veel voorkomend probleem in de stedelijke omgeving. Dit omdat er vaak onvoldoende ondergrondse ruimte is voor de groei van bomen. In de volgende gevallen kan er sprake zijn van overlast:      

verhardingsopdruk; schade aan kabels en leidingen; schade aan funderingen en gevels; schade aan erfafscheiding; wortels van bomen in particuliere tuinen; wortels in riolering.

Bij wortelopdruk op eigen terrein is het belangrijk dat burger een eigen verantwoording nemen door het toepassen van het recht op wortelkap. Dit is in het verleden vaak niet gedaan waardoor wortelopdruk voor overlast kan gaan zorgen. De overlast van wortelopdruk kan in verschillende vormen en in verschillende gradaties voorkomen. De opdruk van de verharding door boomwortels op gemeentelijk eigendom is ook een belangrijk knelpunt, dat gevaarlijke situaties kan opleveren voor de weggebruikers. De medewerkers van de buitendienst zijn jaarlijks veel tijd kwijt aan het herstellen van deze bestrating. Hiermee wordt dit probleem alleen voor de korte termijn opgelost. Bovendien worden de bomen bij deze werkzaamheden nogal eens beschadigd. Dit kan op termijn ernstige gevolgen hebben voor de stabiliteit van de bomen. Nu hebben bomen van nature niet de neiging om met hun wortels dicht onder de oppervlakte te groeien. Als ze dit doen, zijn er problemen bij hun ondergrondse groeiplaats. Het kan zijn dat deze te nat is of dat de grond zo verdicht is dat de boom er niet doorheen kan groeien met zijn wortels. Mogelijke duurzame oplossingen zijn:     

omvormen van het voet- of fietspad tot plantstrook door het verplaatsen of opheffen van het voet- of fietspad. Soms is het ook mogelijk om het wegprofiel te versmallen; gebruikmaken van wortelwering en wortelgeleiding schermen; gebruikmaken van een combinatie van geogrid, losgeweven geotextiel en een (grof) puincunet; het overbruggen van de wortelzone met een dragende constructie; het vellen van de bomen, alleen als er echt geen andere oplossing is.

Soms blijft de gebruikelijke methode van ‘pappen en nat houden’ de enige mogelijkheid. De gemeente houdt zich op de hoogte van de ontwikkelingen binnen het vakgebied dat zich richt op standplaatsverbetering. De gemeente bekijkt eerst alle mogelijke oplossingen voordat het vellen van de bomen aan de orde zal komen. Hierbij zal ook een kosten/batenanalyse gemaakt moeten worden, zodat een goede afweging gemaakt kan worden tussen een duurzame oplossing of het vellen en het, al dan niet op dezelfde plek, vervangen van de boom.

30

8.2.4. Overhangende takken Takken van bomen van de gemeente kunnen soms over de perceelgrenzen van particulieren hangen. Hierdoor kan overlast ervaren worden zoals schaduw, beschadigingen, vervuiling van eigendommen, het vallen van blad of het druipen van de boom. Bij overlast als gevolg van overhangende takken zal de gemeente Eersel eerst afwegen of inkorten of geheel wegnemen (snoeien) van deze takken een duurzame en boom-technische verantwoorde oplossing is. Mocht dit niet het geval zijn dan moet overlast van overhangende takken worden afgewogen in het model. Wanneer het technisch verantwoord is om takken te snoeien zal de gemeente dit doen. Als takken tegen de gevel komen zal er een deel van de tak gesnoeid worden. Het snoeien van overhangende takken zal zoveel mogelijk meegenomen worden in het snoeiprogramma van de gemeente. Dit houdt in dat het mogelijk is dat - in overleg met de bewoner- de takken pas 1 à 2 jaar later gesnoeid worden.

8.2.5. Overige vormen van overlast De gemeente heeft de zorgplicht voor al haar bomen. Het gehele bomenbestand wordt regelmatig visueel gecontroleerd. Waar noodzakelijk, wordt nader onderzoek uitgevoerd. Bij gevaarlijke situaties worden bomen verwijderd. Het komt zelden voor dat een boom (zonder reden) onverwacht omvalt. Het omwaaien van bomen tijdens storm of valwinden kan niet voorkomen worden.

8.3. Waarde van een boom Om een goed vergelijk te maken tegenover de overlast die ervaren wordt, wordt de waarde van een boom op een aantal vlakken bekeken.

8.3.1. Beplantingsvormen & boomstructuur Monumentale bomen worden niet in deze beoordeling meegenomen, deze worden namelijk alleen gekapt bij een veiligheidsrisico. 31

Een boom heeft een bepaalde waarde voor de gemeente, in eerste instantie wordt deze weergegeven aan de hand van een aantal vastgestelde structuren. Een beschermwaardige boom krijgt hierbij het hoogst aantal punten, waarna de hoofd en nevenstructuren vanuit Groen Loont worden meegenomen. Wanneer de boom niet in een van deze categorieën valt krijgt deze ook een standaard aantal punten.

8.3.2. Levensverwachting Naarmate een boom ouder wordt, levert deze over het algemeen, een grotere bijdragen aan de maatschappij. Naarmate de boom nog een hogere levensverwachting heeft zal deze meer punten toegekend worden. Wanneer een boom nog maar een zeer korte levensverwachting heeft (korter dan drie jaar) en hier niets aan veranderd kan worden door het toepassen van maatregelen, krijgt deze boom negatieve punten.

8.3.3. Huidige leeftijd boom Iedere persoon ervaart overlast van een boom anders, bij verhuizing kan het dan ook zijn dat nieuwe bewoners meer overlast ervaren. Gemeente Eersel vindt het belangrijk dat een boom niet wordt geveld op het moment dat overlast wordt ervaren terwijl dat de boom al langer aanwezig was dan de belanghebbende in de buurt woonachtig zijn. Is de boom later aangeplant dan de belanghebbende aanwezig zijn, dan worden geen extra punten toegekend aan de boom.

8.3.4. Natuur- en milieu De houtopstand heeft natuur- en milieu waarde op het moment dat deze een schuil- of broedplaats, voedsel of zaadbron biedt aan fauna. Tevens wordt hier de natuurwaarde ingedeeld, is de houtopstand onderdeel van bos of gemeentelijke en/of landelijke verbindingszone. Overeenkomend met natuurwaarde en landschappelijke waarde van de houtopstand in de kapvergunning. Natuur en milieu wordt onderverdeeld in 3 waarden, dit is aan de beoordelaar om deze waarde te geven.

8.3.5. Beeldbepalend De houtopstand is beeldbepalend wanneer deze onderdeel is van beschermd dorpsgezicht, rijksmonument of gemeentelijke monument. De houtopstand kan zeldzaam zijn (hoogte, dikte, vorm, leeftijd, soort), maar ook karakteristiek voor straat/wijk, onderdeel straat/ laanbeeld zijn. Overeenkomend met beeldbepalende en cultuurhistorische waarde van de houtopstand en de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon in de kapvergunning. Beeldbepalend wordt onderverdeeld in 4 verschillende waarden, dit is aan de beoordelaar om deze waarde te geven.

8.3.6. Hittestress Door klimaatveranderingen en het vergrijzen van steden wordt de aarde steeds warmer. Naarmate bomen ouder en groter worden, geven deze meer schaduw. Bomen hebben hierdoor een verkoelend effect, wat wel tot 15°C gevoelstemperatuurverschil kan oplopen. Belangrijk voor de toekomst is dan ook dat bomen deze schaduwval op bestrating blijven geven. Gemeente Eersel wil bomen een extra waarde geven op het moment dat deze schaduw op wegen en voetpaden veroorzaakt of gaat veroorzaken.

32

9. Organisatie Bomen horen niet alleen bij de groenbeheerder op de agenda te staan, maar bij iedere bestuurder en ambtenaar die bezig is met de openbare ruimte. Door het opstellen van dit bomenbeleidsplan wordt hiervoor draagvlak gecreëerd. Het beleidsplan zet het beleid en een aantal afspraken, ten aanzien van de bomen helder neer. Door de richtlijnen voor ontwerp en inrichting te volgen vindt afstemming plaats met de andere disciplines binnen de gemeente. Om een duurzaam, veilig en mooi bomenbestand te krijgen en te behouden is veel boomkennis nodig. Deze kennis kan zowel intern als extern aanwezig zijn. Het is echter van belang dat de gemeente als regisseur voldoende kennis in huis heeft. Daarnaast is voor een efficiënt en effectief bomenbeheer en bomenbeleid een goede communicatie en afstemming binnen de gemeentelijke afdelingen van belang. Zonder deugdelijke afstemming gaan veel initiatieven en kostbare tijd verloren.

9.1. Intern Om een goed bomenbeheer te kunnen uitvoeren is het een vereiste dat de gemeente voldoende eigen boomexpertise in de organisatie heeft. De gemeente is het aanspreekpunt voor interne en externe vragen op het gebied van bomen. Om een bestek te kunnen beoordelen, een aanbesteding in goede banen te leiden en om werkzaamheden te kunnen beoordelen is boomkennis eveneens nodig. Het is daarnaast belangrijk om over een aantal goed opgeleide en uitgeruste medewerkers in de buitendienst te beschikken, die vele ad hoc werkzaamheden, die niet tot de reguliere onderhoudsmaatregelen behoren, aan bomen binnen de gemeente uitvoeren. Deskundigheid in het veld betekent ook dat bijvoorbeeld boomziekten snel gesignaleerd worden. Een adequaat optreden is beslissend voor behoud dan wel kap. De deskundigheid van het eigen personeel moet dan ook op peil gehouden worden. Er dient voldoende aandacht te zijn voor arbo-regels en veiligheidseisen bij velling, boomverzorging en werken in boomkronen. Regelmatig moet gecontroleerd worden of er onder de medewerkers behoefte is aan nascholing. Hierbij moet gedacht worden aan cursussen op het gebied van boomverzorging, ziekten en plaagbestrijding, communicatie en boombiologie. Extra aandacht moet geschonken worden aan de wettelijke zorgplicht.

Het is daarom belangrijk dat intern voldoende kennis aanwezig is om de conditie en vitaliteit van bomen te kunnen beoordelen. Dit is ook belangrijk om na te kunnen gaan of nader aanvullend onderzoek wel of niet nodig is.

9.2. Extern Veel boomwerkzaamheden in Eersel worden uitbesteed aan derden. De regie over deze werkzaamheden moet echter in handen blijven van de gemeente. Belangrijk is dat boomverzorging, ook de ogenschijnlijk eenvoudige klussen, worden uitgevoerd door deskundige boomverzorgers. Dit kunnen gecertificeerde European Tree Workers zijn, maar ook boomverzorgers die gecertificeerd zijn als gediplomeerd boomverzorger door een van de agrarische opleidingscentra. In Eersel worden professionele boomverzorgers en deskundigen ingehuurd om de VTA’s (Visual tree assessments) uit te voeren en de reguliere bomensnoei te verzorgen. Daarnaast worden zij ingehuurd omdat zij beschikken over specialistische kennis en apparatuur.

33

10. Communicatie en voorlichting Het bomenbeleidsplan is een breed plan, waarin vele aspecten en onderwerpen ten aanzien van bomen besproken worden. Om een zo groot mogelijk draagvlak voor dit beleidsstuk te creëren zijn alle relevante vakdisciplines zoals: ruimte, vergunningen, civiel- en cultuurtechniek, verkeer, stedenbouw enz. geraadpleegd. Na vaststelling van het bomenbeleidsplan blijft een goede communicatie tussen de vakdisciplines (intern) en de bewoners van Eersel (extern) nodig. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en plannen vereisen een goede en vroegtijdige afstemming tussen de verschillende gemeentelijke disciplines. Daarnaast zal regelmatige en betrouwbare informatie aan inwoners over het gemeentelijke bomenbeleid een positieve invloed hebben op de houding van bewoners ten opzichte van bomen en groen.

10.1. Interne communicatie In dit onderliggende bomenbeleidsplan zijn de kaders en randvoorwaarden verwoord voor een goede bomenstructuur en een gezond bomenbestand. Om dit beleid te effectueren is het nodig dat de gemeenteraad dit bomenbeleidsplan vaststelt. De aanpassingen gemaakt in 2022 zijn van belang om het bomenbeleidsplan te actualiseren naar de huidige status en problematieken. Groen en met name bomen kunnen niet los gezien worden van de stedenbouwkundige opzet en de civiele inrichting (verkeer, kabels en leidingen, openbare verlichting enz.) bij een nieuwbouwproject of een herinrichting. Een goede onderlinge communicatie en het vroegtijdig betrekken van alle relevante afdelingen in een ontwikkelproces is daarom van essentieel belang om tot breed gedragen en goed afgestemde projecten te komen. In hoofdstuk 3 (bomen en ontwerp openbare ruimte) en hoofdstuk 4 (werkzaamheden rondom bomen) staan handreikingen hoe om te gaan met bomen in de openbare ruimte: de randvoorwaarden, ontwerp- en inrichtingseisen, boombeschermingsmaatregelen bij uitvoer van werkzaamheden, kwaliteitseisen van plantmateriaal enz. Deze hoofdstukken kunnen aan derden, zoals ontwerpers, groenbeheerders, aannemers en projectontwikkelaars, worden gestuurd als voorwaarde bij de uitvoering van werkzaamheden of bij het ontwerp en inrichting van de openbare ruimte.

Binnen de gemeente moeten de monumentale bomen en hun bijzondere status onder de aandacht worden gebracht. Hiervoor worden de monumentale bomen in de toekomst aangegeven op Geoweb. Geoweb is het gemeentelijke digitale systeem waar alle relevante aspecten van de openbare ruimte op terug te vinden zijn.

10.2. Externe communicatie 10.2.1.

Monumentale bomen en bewoners

Een oude, mooie monumentale boom, vinden de meeste inwoners van Eersel prachtig en moet volgens hen ook behouden blijven. Echter uitsluitend regels en procedures bieden geen garantie dat monumentale bomen daadwerkelijk worden beschermd. Essentieel is de bewustwording dat monumentale bomen bijzondere elementen zijn in onze leefomgeving. Op het moment dat de lijst monumentale bomen is vastgesteld kan iedere inwoner van Eersel via een link op de gemeentelijke website de locatie, boomsoort, reden waarom de boom monumentaal is, bijzondere kenmerken enz. van de betreffende bomen vinden.

10.2.2.

Bomen en bewoners

Bewoners vinden in het algemeen groen en bomen in hun leefomgeving belangrijk en hebben dan ook waardering voor het groen- en boombeheer. Er zijn echter ook inwoners die minder waardering voor bomen en het bijbehorende boombeheer hebben. Dit heeft vooral te maken met de overlast, zoals wortelopdruk, schaduwwerking en honingdauw, die de bomen veroorzaken. Vooral in de nieuwbouwwijken van de jaren 70 en 80 is te weinig rekening gehouden met de ruimte die een boom nodig heeft en de mogelijke conflicten met andere beleidsterreinen in de ruimtelijke ordening. Het gemeentelijk bomenbeleid zal, mits voldoende gecommuniceerd, een positieve invloed hebben op de houding van bewoners. Het beleidsplan geeft aan dat over een aantal zaken is nagedacht, dat er een afweging heeft plaatsgevonden tussen verschillende belangen. Door natuureducatie en voorlichting door organisaties zoals het b-team, IVN en de Woudloper wordt het draagvlak voor bomen en groen vergroot. Door bomen als onderdeel van het leefgebied van vogels en andere dieren voor te stellen, zal het belang van bomen beter onderkend worden. Regelmatige voorlichting in de Hint en/of gemeentelijke website over snoeiwerkzaamheden aan bomen, eikenprocessierups en veiligheidscontroles (VTA’s) zorgt ervoor dat bewoners het gevoel krijgen serieus genomen te worden.

Dit wordt versterkt door het adequaat reageren op klachten en meldingen, die binnenkomen bij het meldpunt. Extra of seizoengebonden werkzaamheden, zoals de plaatsing van bladbakken in de herfst, kunnen zo ook goed aangekondigd worden.

34

Tot slot wordt in Tabel 2 aangegeven op welke wijze er naar bewoners toe gecommuniceerd wordt over omgevingsvergunningen en voorgenomen werkzaamheden van enige omvang.

Verstrekte en geweigerde omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand Klachten en meldingen

Herinrichting van de straat of wijk

Bestrijding eikenprocessierups Grootschalige snoeiwerkzaamheden in straat en wijk Boomcontroles Wegnemen wortelopdruk Groenrenovaties

Communicatie – publicatie - Verplicht eenmaal publiceren in de Hint - Omgevingsloket.nl

Periode / termijn Binnen 6 weken bezwaarschrift indienen

Afhankelijk van de klacht / melding - Telefonisch - Email - Huisbezoek - Bewonersbrief, meestal met mogelijkheid voor inspraak dorpsraad - Bewonersbijeenkomsten - Gemeentelijke website

Binnen 5 werkdagen

- Gemeentelijke website, publicatie in de Hint - Gemeentelijke website - Gemeentelijke website - Brief aanwonenden - Publicatie in de Hint - Gemeentelijke website - Inloopavonden - Brief aanwonenden

Afhankelijk van inspraakmogelijkheid Voor de start van de overlast 1 week van tevoren 1 week van tevoren 1 week van tevoren Afhankelijk van inspraakmogelijkheid

Tabel 2 Communicatie bewoners

35

Literatuurlijst Boeken en Rapporten: 

Groen Loont!, Integraal beleidsplan Landschap, Natuur & Groen Gemeente Eersel – 2017 - 2033

Wet Natuurbescherming, Provincie Noord-Brabant

Beleidskader Beeldkwaliteitsplan Eersel, Vastgesteld op 31 mei 2012-07-26

Handboek bomen 2018

Internet: 

Plan Bos en boom, https://www.eersel.nl/bosenboom

Landelijk register monumentale bomen, Bomenstichting, https://www.bomenstichting.nl/monumentale-bomen/landelijk-register-van-monumentale-bomen.html

Bomenposter, stadswerk, https://stadswerk.nl/Archief/327719.aspx?t=Boomposter%3A+Werken+rond+bomen

Bomenbeleidsplan Weert, 16 augustus 2012 https://www.weert.nl/Downloads/Bomenbeleidsplan/2012-08-16%20Bomenbeleidsplan%20Weert%20-%2001%20Nota.pdf

Richtlijn Hinder & Overlast bomen, Gemeente Oss https://www.oss.nl/web/file?uuid=858637f8-ed8b-4d4b-a1b5-fe3e98e8576e&owner=ed2040ad2962-4e83-b396-48eee775e322&contentid=56916#:~:text=Bij%20overlast%20als%20gevolg%20van,worden%20beoordeeld%20in%20het%20wegingsmodel.

36

Bijlage Bijlage 3 Bomenposter werken rondom bomen

37

Bijlage 5 Projectie bomen in structuurkaart

38

Bijlage 7 Boomwaarde Indextabel

39

Bijlage 9 Handelwijze bij aanwezigheid van beschermde Flora en Fauna

40

Bijlage 10 Kabels en leidingen tracé, dwarsprofiel

41

Bijlage 11 Puntentabel overlast en waarde van de boom Beoordeling van de overlast Situatie

Aantal punten

Schaduwwerking / zichtbelemmering in huis De boom zorgt voor minder dan 2 uur schaduwwerking binnenshuis per dag De boom zorgt voor 2 tot 5 uur schaduwwerking binnenshuis per dag De boom zorgt voor meer dan 5 uur schaduwwerking binnenshuis per dag

0 20 40

Is de overlast korter dan 1 maand Is de overlast 1 tot 2 maanden Is de overlast 3 maanden of meer

0 20 30

Ligt er meer dan 50% vogelpoep op de aanwezige parkeerplekken gedurende 2 maanden Ligt er meer dan 50% vogelpoep op de aanwezige parkeerplekken gedurende 2 tot 6 maanden Ligt er meer dan 50% vogelpoep op de aanwezige parkeerplekken gedurende 6 maanden of meer

0

Vruchtval / druipende bomen / blad- en bloesemafval / Ziekten en plagen

Vogelpoep

5 20

Boomwortels Boomwortels veroorzaken schade aan woning, leidingen, riool of huisaansluitingen van het riool. Boomwortels veroorzaken jaarlijks terugkerende opdruk van de verharding, waardoor niveauverschillen van meer dan 3 centimeter aanwezig zijn. Boomwortels veroorzaken schade schuurtjes en/of erfafscheiding Boomwortels veroorzaken twee- jaarlijks terugkerende worteluitlopers in particuliere tuinen en veroorzaken schade aan de beplanting Geen schade door boomwortels

50

De takken van de boom / bomen veroorzaken aantoonbare schade aan gebouwen of andere constructies of kunnen dit binnen afzienbare termijn gaan veroorzaken. Groeien de bomen meer dan 6 meter over het perceel van een ander?

40

De takken van de boom / bomen veroorzaken geen aantoonbare schade aan gebouwen of andere constructies maar vegen bij wind wel tegen ramen, daken of dakgoten of andere relatief kwetsbare onderdelen van gebouwen Groeien de bomen 3 tot 6 meter over het perceel van een ander? Overhangende takken veroorzaken geen schade

20

10 0

Groeien de bomen 1 tot 3 meter over het perceel van een ander?

0

20 20 10 0

Overhangende takken

30

Totaal punten

42

Beoordeling waarde van de boom Situatie

Aantal punten

Beplantingsvormen & Boomstructuur Het betreft een boom / bomen binnen de categorie “hoofdstructuur” Het betreft een boom / bomen binnen de categorie “nevenstructuur” Het betreft een boom / bomen zonder beleidsmatige status (overige)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=fb8bb5c3-da18-4aa4-9041-7ae701a6bd26