CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[23.06026] - Bijlage voorjaarsnota 2024-2027

Raadsvergadering 27 juni 2023, gemeente EerselBij agendapunt: Voorjaarsnota 2024 - 202726.807 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VOORJAARSNOTA 2024-2027

2

Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Inleiding ...................................................................................................................................... 4 Financieel vertrekpunt Voorjaarsnota 2024-2027 ...................................................................... 5 Structurele gevolgen jaarrekening 2022 ..................................................................................... 5 Eerste bestuursrapportage 2023 ................................................................................................ 5 Geactualiseerd financieel beeld 2024-2027 ............................................................................... 6 Nieuwe ontwikkelingen in 2024 en volgende jaren in de exploitatie ........................................ 10 Actueel beeld beschikbare reserves 2023 t/m 2027 ................................................................ 13 Nieuwe ontwikkelingen in 2024 en volgende jaren in de investeringen ................................... 14 Opties sluitende begroting ........................................................................................................ 15

BIJLAGE A Uitgangspunten voorjaarsnota/begroting 2024-2027 .................................................... 17 BIJLAGE B Integraal huisvestingsplan onderwijs 2024-2038 ........................................................... 21 BIJLAGE C Prioritering...................................................................................................................... 23 BIJLAGE D.1.Totaaloverzicht exploitatie lasten en baten ................................................................ 24 (inclusief prioritering) ......................................................................................................................... 24 BIJLAGE D.2. Formats exploitatie 2024-2027 (A, B en C prioritering) ............................................. 25 BIJLAGE E.1. Totaaloverzicht investeringen 2024-2027 (A, B en C prioritering) ............................. 37 BIJLAGE E.2. Formats investeringen 2024-2027 (A, B en C prioritering) ........................................ 42

3

1.

Inleiding

In de Financiële Verordening gemeente Eersel is voorgeschreven dat het college de raad jaarlijks een voorjaarsnota aanbiedt met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Tevens worden hierin de structurele afwijkingen uit de eerste bestuursrapportage van het lopend jaar opgenomen. De eerste bestuursrapportage wordt als zelfstandig raadsvoorstel aangeboden aan uw raad. Mocht hier iets wijzigen dan werkt dit uiteraard ook door in het financieel beeld van deze voorjaarsnota. Sluitende begroting De voorliggende nota geeft een actueel beeld van de financiële positie van de gemeente Eersel en geeft een voorzet om te komen tot een kaderstelling voor de begroting 2024 en meerjarenbegroting 2024-2027. Voor wat betreft de meerjarenbegroting is een van de vereisten dat de eerste jaarschijf financieel sluitend is. Deze kaderstelling is richtinggevend voor het college bij de samenstelling van de begroting 2024-2027. Op dit moment is de eerste jaarschijf niet financieel sluitend. Er komen een aantal ontwikkelingen op ons af, waar we financieel in eerdere begrotingen nog geen rekening mee hebben gehouden. Voorbeelden zijn het integraal Huisvestingsplan Onderwijs en de stijgende lonen en prijzen. Dit leidt er toe dat wij een voorjaarsnota aanbieden die financieel niet sluitend is.

De komende periode gaan wij aan de slag om te onderzoeken hoe we in het najaar een sluitende begroting 2024-2027 kunnen aanbieden. In hoofdstuk 9 lichten we toe welke mogelijkheden er zijn om de begroting sluitend te krijgen. Actualisatie bestaand beleid en nieuwe voorstellen Daarnaast bevat de voorjaarsnota jaarlijks een actualisatie van het bestaand beleid en voorstellen voor nieuw beleid. Ook deze voorjaarsnota 2024-2027 moet leiden tot een richtinggevende bestuurlijke discussie, waarbij uw raad keuzes kan maken. Voor de A-prioriteiten stelt het college voor om deze te vertalen in de begroting 2024-2027. Voor de B- en C-prioriteiten vraagt het college van uw raad richtinggevende uitspraken om hierna een vertaling in de begroting 2024-2027 te kunnen maken. Het is hierbij van belang dat keuzes voor bepaalde exploitatieposten/investeringen die nu worden gemaakt voor de jaarschijf 2024, structurele gevolgen hebben voor de begroting van de gemeente Eersel. Hoog ambitieniveau Al jaren heeft de gemeente Eersel hoge ambities en te weinig capaciteit. Mede daardoor is de lijst met openstaande projecten gegroeid. Dit is onder andere te verklaren door de coronacrisis, de oorlog in Oekraïne, de energiecrisis en de onderbezetting van personeel. Vanuit de accountant is het advies gekomen om het ambitieniveau van de gemeente goed af te stemmen met de gemeentelijke organisatie.

Wij stellen u voor aan de hand van deze voorjaarsnota keuzes te maken voor zowel de exploitatie, de investeringen, als ook het financieel sluitend krijgen van de eerste jaarschijf. Op basis van deze prioritering gaat het college vervolgens de begroting 2024-2027 opstellen.

4

2.

Financieel vertrekpunt Voorjaarsnota 2024-2027

De structurele saldi uit de meerjarenbegroting 2023-2026 bedroegen na de 2e bestuursrapportage 2022 voor de jaarschijf 2024 € 1.146.970,- positief en het negatieve saldi van de laatste jaarschijf 2026 bedroeg € 1.450.052,-. Na het vaststellen van de begroting 2023-2026 en de 2e bestuursrapportage zijn er in 2023 (tot en met april 2023) de volgende begrotingswijzigingen geweest met exploitatiegevolgen voor de jaren 2024-2027.

Saldi meerjarenbegroting ná 2e bestuursrapportage 2022 Extra krediet transformatie kerk hart van Steensel (raad 11-4-2023) Uitvoeringsstrategie voorziening A67 (raad 11-4-2023) Saldi exploitatie ná mutaties (vertrekpunt voorjaarsnota 2024-2027)

3.

2024

2025

2026

2027

1.146.970

1.228.888

-1.450.052

-1.450.052

-91.109

-90.344

-89.578

-88.813

-18.939

-18.803

-18.666

-18.530

1.036.922

1.119.741

-1.558.296

-1.557.395

Structurele gevolgen jaarrekening 2022

De jaarrekening 2022 sluit met een voorlopig batig saldo van € 7.464.365,- (exclusief bouwgrondexploitatie en onder voorbehoud van mogelijke wijzigingen uit de accountantscontrole1). In het conceptraadsvoorstel tot vaststelling van de jaarrekening 2022 wordt een voorstel gedaan voor resultaatbestemming, zijnde enerzijds € 2.951.473,- voor budgetoverheveling (zie ook de RIB in maart 2023) en anderzijds € 1.569.514,- aan voorstellen voor resultaatbestemmingen. Voor het resterende saldo na deze resultaatbestemmingen ad € 2.943.378,- wordt een toevoeging aan de algemene reserve voorgesteld. Dit is exclusief afroming van de algemene reserve bouwgrondexploitatie ten gunste van de algemene reserve ter hoogte van € 4.100.000,-.

4.

Eerste bestuursrapportage 2023

In de eerste bestuursrapportage 2023 zijn diverse budgetbijstellingen opgenomen. Diverse bijstellingen hebben een structureel karakter en werken dus door naar de jaren 2024 en volgende. Voor een gedetailleerde toelichting wordt op deze plaats verwezen naar het afzonderlijk raadsvoorstel ‘Eerste bestuursrapportage januari tot en met april 2023’ (raad 27 juni 2023). Het vervolg van deze nota houdt met de structurele effecten voor de jaren 2024-2027 rekening.

1 Structurele effecten vanuit de jaarrekening 2022 worden via de 1e bestuursrapportage 2023 mee-

genomen in het meerjarenperspectief. 5

5.

Geactualiseerd financieel beeld 2024-2027

5.1. CAO Woensdag 5 april 2023 hebben de leden en het bestuur van de VNG bijna unaniem ingestemd met het principeakkoord. Hiermee is de cao Gemeenten/SGO 2023 een feit geworden. Zoals beschreven in de uitgangspunten, gaan we ervan uit dat 90% gedekt wordt uit het Gemeentefonds. Dat betekent dat structureel € 115.000,- ten laste komt van het begrotingssaldo. 5.2. Integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP) Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2024 – 2038 vormt het strategische kader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de komende 15 jaar en wordt iedere 4 tot 5 jaar herijkt. We geven hiermee invulling aan de wettelijke taak van de gemeente om te voorzien in adequate onderwijshuisvesting. Omdat we nog midden in het proces zitten, kan alleen een globale schatting worden gemaakt van de kosten. Een eerste schatting komt uit op structureel € 900.000,- extra storten in de bestemmingsreserve. Hiervan wordt € 200.000,- veroorzaakt doordat we verwachten dat de rente stijgt. Een uitgebreide toelichting staat beschreven in bijlage B. 5.3. Gemeenschappelijke regelingen Vooruitlopend op de besluitvorming omtrent de begrotingen van onderstaande Gemeenschappelijke Regelingen zijn de structurele financiële exploitatiegevolgen meegenomen in deze voorjaarsnota 2024-2027.

In de tabel op pagina 9 worden de lasten van onderstaande Gemeenschappelijke regelingen meegenomen, die ten laste komen van het begrotingssaldo. In de tabel is dus al gerekend met de compensatie vanuit het Gemeentefonds voor indexering. GRSK De structurele lasten van de GRSK stijgen met € 633.431,- in 2024 en met € 644.526,- in 2027. Gelet op de hierin meegenomen indexering wordt ervan uitgegaan dat circa € 277.000,- wordt gedekt door extra middelen in de meicirculaire 2023. De geraamde structurele lasten stijgen hierdoor met € 357.000,- in 2024 en € 368.000,- in 2027. VRBZO Op basis van de ontwerpbegroting van de VRBZO is sprake van een hogere gemeentelijke bijdrage. Ten opzichte van de huidige begroting is de bijdrage aan de VRBZO in 2024 € 36.909,- hoger dan geraamd. Voor de jaren vanaf 2025 is de bijdrage € 48.369,- hoger. Deze verhoging is toe te schrijven aan indexering. Voor het bedrag van indexering wordt vooralsnog uitgegaan dat dit grotendeels via de meicirculaire 2023 wordt gecompenseerd. GGD Op basis van de ontwerpbegroting van de GGD is sprake van een hogere gemeentelijke bijdrage. Ten opzichte van de huidige begroting is de bijdrage aan de GGD in 2024 € 70.459,- hoger dan geraamd. Deze verhoging is toe te schrijven aan indexering. Voor het bedrag van indexering wordt vooralsnog uitgegaan dat dit grotendeels via de meicirculaire 2023 wordt gecompenseerd.

ODZOB Op basis van de ontwerpbegroting van de ODZOB is sprake van een hogere gemeentelijke bijdrage. Ten opzichte van de huidige begroting is de bijdrage aan de ODZOB in 2024 € 101.813,- hoger dan geraamd. Deze verhoging is voor € 61.000,- toe te schrijven aan indexering. Voor het bedrag van indexering wordt vooralsnog uitgegaan dat dit grotendeels via de meicirculaire 2023 wordt gecompenseerd. Het overige deel komt ten laste van het begrotingssaldo.

6

Kempenplus Op basis van de conceptontwerpbegroting van de Kempenplus is sprake van een hogere gemeentelijke bijdrage. Ten opzichte van de huidige begroting is de bijdrage aan de Kempenplus in 2024 € 944.000,- hoger dan geraamd. Deze verhoging is voor ongeveer € 425.000,- toe te schrijven aan indexering. Voor het bedrag van indexering wordt vooralsnog uitgegaan dat dit grotendeels via de meicirculaire 2023 wordt gecompenseerd. Het overige deel komt ten laste van het begrotingssaldo. 5.4. Meicirculaire 2023 Voorgesteld wordt om, in afwachting van de meicirculaire 2023, vooralsnog de gevolgen van de meicirculaire in de tabel op pagina 9 als ‘PM’ op te nemen. Na het verschijnen van de meicirculaire worden zoals gebruikelijk de financiële gevolgen van deze circulaire in beeld gebracht. Volledigheidshalve merken we op dat net als voorgaande jaren al wel rekening wordt gehouden met een compensatie vanuit de meicirculaire voor indexering. Voor de GR’en zoals genoemd in paragraaf 5.2. betreft dit € 925.000,- en voor de eigen salarislasten circa € 1.035.000,-, totaal € 1.960.000,-. De verwachting is dat dit via de Meicirculaire 2023 wordt gecompenseerd op basis van het Centraal Economisch Plan van het CPB van 9 maart 2023. Over de definitieve cijfers wordt u via een aparte raadsinformatiebrief geïnformeerd.

De bedragen kunnen afwijken van de schattingen waarmee in deze Voorjaarsnota is gerekend. De overige indexering worden gedekt uit de stelpost indexering (€ 500.000,-) die reeds in de begroting is opgenomen. Daarnaast gaan we uit van actuele inschattingen met betrekking tot het aantal inwoners en woonruimten (zie bijlage A). 5.5. Hogere storting rehabilitatie wegen door hogere omslagrente We verwachten in de komende jaren een nieuwe lening aan te moeten trekken. Door de stijgende rentes voor langlopende geldleningen, rekenen we in deze voorjaarnota met een rente van 1,25%. Dat betekent dat we de jaarlijkse storting in de reserve voor de vervangingsinvesteringen voor wegen moeten verhogen. 5.6. Stijging tarieven energie De gemeente Eersel bezit ± 5.500 lichtmasten, ± 60 rioolgemalen, ± 500 drukrioolgemalen, ± 60 gebouwen en enkele verkeersregelinstallaties. Deze voorzieningen gebruiken energie in de vorm van elektriciteit en gas. Eind 2023 loopt ons huidige energiecontract af. De aanbesteding van energie wordt namens 23 regiogemeenten uitgevoerd en is in voorbereiding. Gezien de ontwikkelingen op de energiemarkt in 2022 en 2023 verwachten we een verdubbeling van de energiekosten. Dat betekent voor elektriciteit een bedrag van ongeveer € 300.000,- en gas € 17.000,-. 5.7. Indexering OZB en overige belastingen o.b.v.

loon- en prijsindex Aan de hand van de gekozen ambities door uw raad wordt, in samenhang met de uitkomsten van de meicirculaire 2023, bekeken in hoeverre een extra OZB-verhoging benodigd is, bovenop de verhoging in onderstaand geactualiseerd financieel beeld. % OZB verhoging Begroting 2023-2026 VJN 2024-2027 Totale verhoging in geactualiseerd financieel beeld

2023 0,0% -

2024 1,5% 6,0%

2025 3,0% 6,0%

2026 3,0% 6,0%

2027 3,0% 6,0%

0,0%

7,5%

9,0%

9,0%

9,0%

In de Voorjaarnota 2022-2025 is voorgesteld om tot en met 2025 de OZB met 1,5% per jaar te laten stijgen, bovenop de indexatie. In 2023 is dit niet nodig gebleken en is bij de begroting 2023 dit eenmalig teruggedraaid. In deze Voorjaarsnota is conform uitgangspunten rekening gehouden met een stijging van 6%. Totaal betekent dit een stijging van de OZB van 7,5% in 2024 en vanaf 2025 een stijging van 9%.

7

Ook voor de overige belastingen (forensen-, precario- en de reclamebelasting), wordt voorgesteld deze met 6,0% te verhogen. 5.8. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een vast percentage van de omzet. We zien de afgelopen jaren dat we meer toeristenbelasting ophalen, dan dat we begroot hebben. Om die reden stellen we voor de begroting bij te stellen. Het percentage die we gebruiken voor de heffing van deze belasting blijft onveranderd. 5.9. Omgevingsleges Op basis van een actuele schatting hebben we de begrote inkomsten vanuit de omgevingsleges naar boven bijgesteld. Dit is gebaseerd op de woningbouwprognose 2025-2028. 5.10. Dividend BNG Bank Op basis van actuele prognoses verwachten we structureel € 80.000,- meer aan dividend te ontvangen van de BNG Bank. 5.11. Inzet algemene reserve ter dekking van kredieten (bruto-methode) Door de algemene reserve in te zetten ter dekking van de kapitaallasten van een aantal huidige kredieten vallen de lasten in de exploitatie lager uit. Totaal wordt voorgesteld om € 6.575.000,- algemene reserve in te zetten als dekkingsreserve. Deze inzet is ten behoeve van een viertal investeringen zijnde:  Transformatie kerkgebouw gemeenschapshuis Steensel  Nieuw zwembad  Fietspad Domineespad Duizel  Aanleg geluidswal Oeyenbosch (exclusief grond) Dit leidt tot een voordeel van structureel € 200.000,-.

In hoofdstuk 7 is een actueel beeld van de algemene reserve weergegeven.

8

5.12. Geactualiseerd financieel beeld 2024-2027 De hiervoor geschetste ontwikkelingen leiden tot het volgende actuele beeld: Negatieve bedragen zijn nadelig

Omschrijving

2024

2025

2026

2027

Geactualiseerd beeld, zoals geschetst in hoofdstuk 2 (vertrekpunt voorjaarsnota)

1.036.922

1.119.741 -1.558.296 -1.557.395

Structurele ontwikkelingen vanuit de 1e bestuursrapportage 2023 Effect inwoners en woonruimte (zie bijlage A) Consequenties CAO 2023* Integraal huisvestingsplan onderwijs Exploitatiegevolgen begroting 2023 GRSK* Exploitatiegevolgen begroting 2023 VRBZO* Exploitatiegevolgen begroting 2023 GGD* Exploitatiegevolgen begroting 2023 ODZOB* Exploitatiegevolgen begroting 2023 Kempenplus* Gevolgen meicirculaire 2023** Verhogen storting rehabilitatie wegen Nieuw contract gas & elektra Indexering OZB en overige belastingen Toeristenbelasting Omgevingsleges Dividend BNG Inzet algemene reserve ter dekking van kredieten (bruto-methode) Geactualiseerd financieel beeld

-412.520

-408.690

-350.447

-352.377

10.035 -115.000 -900.000 -357.127 -3.691 -7.046 -46.913 -447.066

25.314 -115.000 -900.000 -349.401 -4.837 -7.046 -46.913 -429.573

53.925 -115.000 -900.000 -369.022 -4.837 -7.046 -46.913 -437.179

81.045 -115.000 -900.000 -368.222 -4.837 -7.046 -46.913 -356.555

PM -32.000 -317.000 253.830 50.000 0 80.000 200.000

PM -32.000 -317.000 253.830 50.000 70.000 80.000 200.000

PM -32.000 -317.000 253.830 50.000 70.000 80.000 200.000

PM -32.000 -317.000 253.830 50.000 70.000 80.000 200.000

-1.007.576

-811.575 -3.429.985 -3.322.470

* Zoals in de uitgangspunten is omschreven, is er reeds rekening gehouden met een compensatie van 90% voor indexering vanuit de Meicirculaire 2023. Totaal hebben we rekening gehouden met een geschatte compensatie € 1,9 miljoen. De bedragen die in deze tabel zijn opgenomen betreffen de resterende 10% indexering en/of hebben een andere oorzaak dan indexering. ** In deze Voorjaarsnota is uitgegaan van schattingen. Via een aparte raadsinformatiebrief informeren we over de definitieve bedragen.

1: Het college stelt voor om in te stemmen met het geactualiseerd financieel beeld.

9

6.

Nieuwe ontwikkelingen in 2024 en volgende jaren in de exploitatie

6.1.1.

Noodzakelijke uitgaven (A-prioriteiten)

Naast de hiervoor geschetste ontwikkelingen geven wij in deze paragraaf een overzicht van de nieuwe ontwikkelingen vanaf 2023 in de exploitatiesfeer. Het betreft ontwikkelingen (A-prioriteiten), die ons college noodzakelijk vindt. Exploitatiegevolgen (A-prioriteiten): Geactualiseerd financieel beeld Exploitatieformats (zie bijlage D) Kapitaallasten (zie investeringen in bijlage E) Totaal geactualiseerd beeld (incl. Aprioriteiten)

2024 -1.007.576 -20.000 -75 -1.027.651

2025

2026

2027

-811.575 -3.429.985 -3.322.470 -20.000 -45.652

-200.000 11.533

-200.000 -48.366

-877.227 -3.618.452 -3.570.836

2: Het college stelt voor om in te stemmen met bovengenoemde exploitatieformats en investeringen van de A-prioriteiten, onder voorwaarde dat hiervoor dekking wordt gevonden.

6.1.2.

Investeringswensen met een hoge prioriteit (B-prioriteiten)

Naast de hiervoor geschetste ontwikkelingen geven wij in deze paragraaf een overzicht van de nieuwe ontwikkelingen vanaf 2023 in de exploitatiesfeer. Het betreft ontwikkelingen (B-prioriteiten), die ons college een hoge prioriteit geeft. Exploitatiegevolgen (B-prioriteiten): Geactualiseerd financieel beeld na A-prioriteiten Exploitatieformats (zie bijlage D) Kapitaallasten (zie investeringen in bijlage E) Totaal geactualiseerd beeld (incl. Bprioriteiten)

2024 -1.027.651 -128.173 -56.198

2025

2026

2027

-877.227 -3.618.452 -3.570.836 -140.673 -13.365

-128.173 -7.572

-140.673 -6.372

-1.212.022 -1.031.265 -3.754.197 -3.717.881

3: Het college verzoekt uw raad aan te geven welke van bovengenoemde exploitatieformats en/of investeringen van de prioriteit B u wilt opnemen in de begroting 2024-2027, onder voorwaarde dat hiervoor dekking wordt gevonden.

10

6.1.3.

Overige uitgaven en investeringswensen met daaruit vloeiende kapitaallasten (Cprioriteiten)

Naast de hiervoor geschetste ontwikkelingen geven wij in deze paragraaf een overzicht van de wensen vanaf 2024 in de exploitatiesfeer. Het betreft exploitatielasten inclusief kapitaallasten van de C-prioriteiten. Exploitatiegevolgen (C-prioriteiten): Geactualiseerd financieel beeld na B-prioriteiten Exploitatieformats (zie bijlage D) Kapitaallasten (zie investeringen in bijlage E) Totaal geactualiseerd beeld (incl. Cprioriteiten)

2024

2025

2026

2027

-1.212.022 -1.031.265 -3.754.197 -3.717.881 -187.500 -9.625

-187.500 -9.529

-187.500 -231.470

-187.500 -229.523

-1.409.147 -1.228.294 -4.173.167 -4.134.904

4: Het college verzoekt uw raad aan te geven welke van bovengenoemde exploitatieformats en/of investeringen van de prioriteit C u wilt opnemen in de begroting 2024-2027, onder voorwaarde dat hiervoor dekking wordt gevonden. 6.2

Specifieke onderwerpen

Huisvesting Urgente Doelgroepen Huisvesting Urgente doelgroepen betreft de huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen, asielzoekers en statushouders. Voor 2023 verwacht het kabinet een nieuwe toename van Oekraïense vluchtelingen op basis van een prognose van het instituut Clingendael. Opvang Oekraïense vluchtelingen is een taak van de Nederlandse gemeenten en daarmee ook van de gemeente Eersel. Een forse uitbreiding van het huidige aantal op-vangplekken conform het regionaal opvangplan Brabant Zuidoost wordt verwacht. In dit regionaal opvangplan is (vooruitlopend op de spreidingswet) ook een taakstelling aangaande huisvesting asielzoekers opgenomen. Om aan deze opgave te kunnen voldoen is in de sub-regio De Kempen een forse toename van het aantal opvangplekken noodzakelijk. Onduidelijk is nog om welke aantallen het gaat en of deze wet wordt aangenomen. Voor wat betreft de huisvesting statushouders werkt de gemeente intensief samen met de woningcorporatie. De komende jaren wil de gemeente, vooruitlopend op de geplande (sociale) woningbouw, o.a. de woningstichting ondersteunen bij het realiseren van een versnellingsprogramma. Dit door ruimte en ondersteuning te bieden aan de woningstichting bij het realiseren van verplaatsbare woningen. Deze verplaatsbare woningen zijn zowel geschikt voor starters (uit de gemeente Eersel) evenals andere urgent woningzoekenden en statushouders.

Schaalsprong De Brainportregio heeft een groeiende economie. Die bedrijvigheid zorgt voor meer banen, meer vraag naar (groeiende) toeleverende bedrijven en infrastructuur om dat alles met elkaar in verbinding te houden. Ook voor Eersel gaat dit gevolgen hebben. De vraag naar woningen in onze gemeente stijgt al een aantal jaren en bedrijventerreinen zijn vol. Om deze ontwikkeling hoofd te bieden werken we de komende jaren aan het bouwen van zo’n 1.200 nieuwe woningen in de gemeente en bekijken we wat er nodig is om nieuwe bedrijfspanden te kunnen faciliteren in onze gemeente/de Kempen. Om de mobiliteit die daarmee gepaard gaat op te vangen werken we aan het verbeteren van onder andere het fietsnetwerk en het openbaar vervoer in onze kernen. Daarnaast bereiden we ons samen met onze buurgemeenten voor op de mate waarin we in het komende decenni11

um de schaalsprong van de regio willen en kunnen faciliteren. We kijken daarbij naar locaties voor woningen en bedrijventerreinen, we zoeken we naar slimme manieren voor het afhandelen van verkeersbewegingen en wegen die fysieke ontwikkelingen af tegen de effecten op de brede welvaart in de Kempen. 6.3

Aanpassing normen en indicatoren

Huidige Indicator

Indicator per 01-01-2024

Huidige norm

P0 Percentage personen tussen % van de werkzame beroepsbe- > het gemiddelde de 15 en 75 jaar met een baan volking ten opzichte van de van gemeenten < (=netto participatiegraad) beroepsbevolking 25.000 inwoners P2 Absoluut verzuim (bij absoluut P2 Absoluut verzuim per 1.000 < het gemiddelde verzuim is een leerling niet inge- inwoners (bij absoluut verzuim van gemeenten < schreven op school) is een leerling niet ingeschreven 25.000 inwoners op school) P2 Relatief verzuim per 1.000 P2 Relatief verzuim (bij relatief < het gemiddelde verzuim is een leerling ongeoor- inwoners (bij relatief verzuim is van gemeenten < loofd afwezig) een leerling ongeoorloofd afwe- 25.000 inwoners zig) P4 Geen Hernieuwbare elektriciteit in % geen

Norm per 01-012024 > het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners < het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners < het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners

< het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners > het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners

> het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners < het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners > het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners

P8 Aantal banen per 1.000 inwo- Aantal banen per 1.000 inwoners > het gemiddelde ners in de leeftijd van 15 – 74 jaar in de leeftijd van 15 – 64 jaar van gemeenten < 25.000 inwoners

> het gemiddelde van gemeenten < 25.000 inwoners

P5 Het aantal verwijzingen naar Halt, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 12-17 jaar P8 Aantal bedrijfsvestigingen Per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15 - 74 jaar

Het aantal verwijzingen naar Halt, per 10.000 jongeren P3 Aantal bedrijfsvestigingen Per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 - 64 jaar

12

7.

Actueel beeld beschikbare reserves 2023 t/m 2027

In dit onderdeel geven wij u een actueel beeld van de geschatte stand van de reserves voor de periode 2023-2027. In dit overzicht is rekening gehouden met de voorgestelde toevoeging aan de algemene reserve vanuit de jaarrekening 2022 van € 7.393.378,-. In deze toevoeging is reeds rekening gehouden met resultaatbestemmingen en een afroming van de algemene reserve bouwgrondexploitatie van € 4,1 miljoen. Verder wordt voor de komende planperiode van vier jaren rekening gehouden met een totale inzet van de totaal (geactualiseerde) beschikbare algemene reserve. 7.1.

Algemene reserve

De stand van de algemene reserve per 1-1-2028 wordt geraamd op € 7.214.544,-. Hierin is rekening gehouden met het minimum van € 3.500.000,- voor het weerstandsvermogen en een buffer van € 300.000,- voor 2023. Daarnaast is voorgesteld om € 6.575.000,- te gebruiken ter dekking van verschillende kredieten. €

Omschrijving Stand algemene reserve 1-1-2028 Reservering weerstandsvermogen Voorgestelde buffer t.b.v. besluitvorming raadsvergadering na 31 mei 2022 Inzet algemene reserve t.b.v. bestaande kredieten als dekkingsreserve

12.014.544 -3.500.000 -300.000 -6.575.000

Beschikbaar voor mutaties bestaande investeringen (MIP 2024-2027) + nieuwe investeringswensen (inclusief buffer en reservering)

1.639.544

5: Het college stelt voor om in te stemmen met bovengenoemde uitgangspunten en doorkijk van de algemene reserve.

7.2.

Doorkijk algemene reserve

Als aanvullende informatie geven wij aan dat in hierboven genoemde doorkijk geen rekening is gehouden met toekomstige resultaten uit de lopende bouwgrondexploitaties. Deze worden geraamd op circa € 2,6 miljoen en exclusief een restant resultaat Kempisch Bedrijvenpark van circa € 2,0 miljoen, waarvan de winstuitkeringen op korte termijn worden verwacht. In deze voorjaarsnota wordt wel rekening gehouden met een winstuitkering over 2022 van € 1.875.000,-.

13

8.

Nieuwe ontwikkelingen in 2024 en volgende jaren in de investeringen

Er is een aantal investeringen die ons college noodzakelijk vindt en waarvan de dekking ten laste van de reserves plaatsvindt. Honorering van deze noodzakelijke investering heeft de volgende mutatie in de algemene reserve tot gevolg (overige A-prioriteiten worden gedekt door bestemmingsreserves, het begrotingssaldo of andere inkomsten): Omschrijving (€) Beschikbaar voor investeringswensen (A, B en C) Onttrekkingen noodzakelijke investeringen (zie bijlage E.1: onderdeel Aprioriteiten en de formats in bijlage E.2) Resteert voor overige prioriteiten (B en C)

1.639.544 - 980.000 659.544

Naast de naar onze mening noodzakelijke investeringen, zijn onderstaand de investeringen met Ben C-prioriteit weergegeven. Hiervoor verwijzen wij eveneens naar bijlage E.1 en E.2. Deze betreffen zowel nieuwe investeringen als bestaande investeringen 2024-2027 (op grond van het vastgestelde investeringsprogramma 2023-2026). De financiële doorwerking van bijlage E.1. naar de beschikbare reserves is als volgt becijferd. Omschrijving (€) Beschikbaar voor nieuwe investeringswensen (B en C) Onttrekkingen investeringen met hoge prioriteit (zie bijlage E.1: onderdeel B-prioriteiten en de formats in bijlage E.2) + format exploitatie vogelakkers Resteert voor C prioriteiten

659.544 - 60.000 599.544

Omschrijving (€) Beschikbaar voor nieuwe investeringswensen (C) Onttrekkingen overige investeringswensen (zie bijlage E.1: onderdeel Cprioriteiten en de formats in bijlage E.2) + format exploitatie storting bestemmingsreserve kunst Resteert

599.544 - 157.000

442.544

6: A. Het college stelt voor om in te stemmen met de investeringen 2024-2027 met prioriteit A, zoals opgenomen in bijlage E.1 en E.2 (inclusief de investeringen waaruit kapitaallasten voortvloeien). B. Het college verzoekt uw raad aan te geven welke van de investeringen 2024-2027 met prioriteit B en C zoals opgenomen in bijlage E.1 en E.2 (inclusief de investeringen waaruit kapitaallasten voortvloeien) u in de begroting wilt opnemen.

14

9.

Opties sluitende begroting

Deze Voorjaarsnota laat een negatief financieel beeld zien. Zoals gepresenteerd in paragraaf 5.12 verwachten we een tekort van ongeveer € 1 miljoen in 2024, oplopend naar € 3,6 miljoen in 2027. Na verwerking van de formats A, B en C loopt het tekort nog verder op (zie hoofdstuk 6). Na de verwerking van de A-formats, komen we uit op onderstaand financieel beeld: Exploitatiegevolgen (A-prioriteiten):

2024

Geactualiseerd financieel beeld

2025

-1.007.576

Exploitatieformats (zie bijlage D) Kapitaallasten (zie investeringen in bijlage E)

2027

-811.575 -3.429.985 -3.322.470

-20.000 -75

Totaal geactualiseerd beeld (incl. Aprioriteiten)

2026

-20.000 -45.652

-1.027.651

-200.000 11.533

-200.000 -48.366

-877.227 -3.618.452 -3.570.836

In de komende periode gaan wij verschillende onderwerpen onderzoeken om tot een sluitende begroting te komen. Deze voorstellen worden gepresenteerd in de begroting 2024-2027. Hieronder lichten we de te onderzoeken mogelijkheden toe. 9.1. OZB In deze Voorjaarsnota is reeds rekening gehouden met een stijging van de OZB van 6% bovenop de in de begroting 2023 geraamde 1,5% (2024) en 3% (vanaf 2025). We gaan in de komende periode onderzoeken, of er ruimte is om de OZB verder te laten stijgen. Vergeleken met de Kempengemeenten, zien we dat we relatief lage tarieven hanteren. Een positief percentage in onderstaande tabel in de kolom ‘Verschil’, betekent dat de gemeente Eersel een lager tarief hanteert dan de betreffende gemeente. 2023

Eersel

Bergeijk

OZB

Tarief

Tarief

Reusel de Mierden

Bladel Verschil Tarief

Gebruikersbelasting niet-woningen 0,1395% 0,1443% Eigenarenbelasting voor onroerende zaken 0,0680% 0,0731% die in hoofdzaak tot woning dienen Eigenarenbelasting voor onroerende zaken 0,1750% 0,1804% die niet in hoofdzaak tot woning dienen

Verschil Tarief

Oirschot

Verschil Tarief

Verschil

3,4% 0,1505%

7,9% 0,1442%

3,4% 0,2297%

64,7%

7,5% 0,0688%

1,2% 0,0846%

24,4% 0,1032%

51,8%

3,1% 0,1669%

-4,6% 0,2476%

41,5% 0,2858%

63,3%

Ten opzichte van de regio en Nederland is het tarief van de gemeente Eersel fors lager. Kanttekening is wel dat dit cijfers 2022 betreffen bij gebrek aan actuele data. Nederland

2022

Eersel

MRE

OZB

Tarief

Tarief

Gebruikersbelasting niet-woningen Eigenarenbelasting voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen

0,1426%

0,1914%

34,2%

0,2223%

55,9%

0,0071%

0,1060%

37,5%

0,1027%

33,2%

0,1789%

0,2540%

42,0%

0,3130%

75,0%

Eigenarenbelasting voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen

Verschil

Tarief

Verschil

Bron: waarstaatjegemeente.nl

15

In onderstaande tabel is als voorbeeld gepresenteerd wat 1% en 20% stijging per OZB aan extra inkomsten genereert. OZB (€) Gebruikersbelasting niet-woningen Eigenarenbelasting voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen Eigenarenbelasting voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen

Begroot na 6% indexering 1% stijging 643.420

6.434

128.684

2.800.520

28.005

560.104

925.380

9.254

185.076

20% stijging

9.2. Schrappen of anders uitvoeren van taken We gaan onderzoeken of er taken zijn die we op een andere manier kunnen uitvoeren. Te denken valt bijvoorbeeld aan een afgeslankte vorm. Daarnaast gaan we kritisch kijken of alles wat we doen, we ook moeten blijven doen. 9.3. Bezuinigen We gaan kritisch naar de budgetten kijken of deze naar beneden bijgesteld kunnen worden. Een voorbeeld is om op de uitgavenbudgetten met een lagere indexering te rekenen dan de huidige 6%. Een negatief gevolg hiervan kan zijn dat we minder realiseren dan dat we de afgelopen jaren gewend zijn. 9.4. Prioritering/fasering heroverwegen Op dit moment lopen er een groot aantal projecten. We gaan kritisch kijken naar een realistische planning. Door het doorschuiven van kredieten, ontstaat er ruimte in de begroting door het wegvallen van de kapitaallasten. Dit geldt voor zowel reeds gevoteerde kredieten, als nieuwe kredieten.

16

BIJLAGE A UITGANGSPUNTEN VOORJAARSNOTA/BEGROTING 2024-2027 1. Aantal inwoners/woonruimten Aantal inwoners In de begroting 2023 is rekening gehouden met 20.050 inwoners per 1 januari 2023. Het werkelijk aantal inwoners per 1 januari 2023 bedraagt 20.011 en is een stijging van 174 inwoners ten opzichte van het werkelijk aantal inwoners per 1 januari 2022. Voorgesteld wordt om het aantal inwoners per 1 januari 2024 te ramen op 20.150 (een stijging van 139 inwoners in 2023). Ten opzichte van de huidige begroting betekent dit financieel *1): 2024: € + 49.900,- (100 inwoners groei) 2025: € + 75.750,- (150 inwoners groei) 2026: € + 71.550,- (150 inwoners groei) 2027: € + 69.000,- (150 inwoners groei) Door de toename van het aantal inwoners, stijgt de te betalen bijdrage (per inwoner) aan de Gemeenschappelijke Regelingen. Op basis van een eerdere globale becijfering wordt verwacht dat ongeveer 50% van de hogere algemene uitkering leidt tot hogere bijdragen aan de Gemeenschappelijke Regelingen. Dit betekent dat de netto-effecten van het hoger aantal inwoners worden becijferd op: 2024: € + 2025: € + 2026: € + 2027: € +

24.950,37.875,35.775,34.500,-

Aantal woonruimten In de begroting 2023 is rekening gehouden met 9.110 woonruimtes per 1 januari 2023. Het (voorlopig) geactualiseerde werkelijke aantal per 1 januari 2023 bedraagt 9.077 en dit betreft een stijging van 46 woonruimtes ten opzichte van het werkelijke aantal woonruimtes per 1 januari 2022. Voorgesteld wordt om het aantal woonruimte per 1 januari 2024 te ramen op 9.173 (een stijging van 96 woningen in 2023). Ten opzichte van de huidige begroting betekent dit financieel *1): 2024: € 2025: € 2026: € + 2027: € +

14.915,- (95 woonruimten minder) 12.561,- (79 woonruimten minder) 18.150,- (121 woonruimten meer) 46.545,- (321 woonruimten meer)

*1) Met deze aantallen wordt aangegeven met welke aantallen we in deze begroting financieel rekening houden. Deze groei in aantallen worden bewust terughoudend geraamd aangezien ook de lasten die horen bij deze groei, niet of nauwelijks worden geraamd.

2. Prijzen/lonen Prijsontwikkeling In de begroting 2023 is rekening gehouden met een inflatie van 2%. De Macro Economische Verkenning 2023, welke wordt gepubliceerd door het CPB, raamt voor 2024 een stijging van 5,9%. In de 1e bestuurlijke rapportages worden enkele budgetten en kredieten bijgesteld als gevolg van de forse inflatie in 2022/2023.

17

Er wordt voorgesteld bij de prijsstijgingen voor het begrotingsjaar 2024 uit te gaan van een prijsstijging/inflatiecorrectie van 6,0% (afgerond) voor zowel de lasten als de baten. De totale prijsstijging inclusief inflatiecorrectie over 2023, wordt geraamd op € 500.000,-. De in de begroting 2023 opgenomen stelpost voor inflatie ad € 500.000,- wordt hiervoor ingezet. Indexering inkomsten De geraamde inkomsten worden voor zover de gemeente daar invloed op heeft (aanvullend) geïndexeerd met 6%. Hierbij moet onder andere gedacht worden aan onroerend zaak belasting en gemeentelijke leges. Loonontwikkeling De CAO voor gemeenteambtenaren liep af per 31 december jl. en inmiddels is er een principe akkoord over de CAO die loopt tot 31-12-2023. De loonkosten inclusief de nieuwe CAO over 2023 zijn 6,8% hoger dan is begroot. Voor de raming van de salarisontwikkeling in 2024 wordt aangesloten bij de systematiek van de vier gemeenschappelijke regelingen (MRE, VRBZO, GGD en ODZOB). Deze gemeenschappelijke regelingen hebben onderling een systematiek afgesproken, waarbij wordt uitgegaan van de ramingen uit de nieuwste Macro Economische Verkenningen. De ramingen die worden gehanteerd hebben betrekking op het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. De loonvoet sector overheid wordt hierbij voor 2024 geraamd op 3,3%.

Ook wordt zoals gebruikelijk rekening gehouden met 0,5% salarisstijging 2024 wegens periodieke verhogingen. Voorgesteld wordt om ten opzichte van de geraamde salarissen in de begroting 2023 voor het begrotingsjaar 2024 rekening te houden een totale van loonstijging van 10,8% (+6,8% + 3,5% + 0,5%), hetgeen overeenkomt met ongeveer € 1.150.000,-. Verder geldt dat eventueel op het moment van samenstelling van de definitieve begroting bekend zijnde gegevens die afwijken van de uitgangspunten, zoals bijvoorbeeld de premiepercentages, worden verwerkt in de begroting. Indien de gegevens eerst in een later stadium, doch vóór aanbieding van de begroting aan de raad, bekend worden, vindt de verwerking middels een stelpost plaats. De salariskosten voor de begroting 2024 worden berekend met de kennis van dat moment (april 2023) over de hoogte van werkgevers- en werknemerspremies voor 2023. 3. Rentepercentage De marktrente voor langlopende leningen bedraagt circa 3,5% (tarief BNG/peildatum eind maart 2023). Dit is 2,25% hoger dan vorig jaar. De prognose van de renteontwikkeling is lastig en onzeker. In de begroting 2023 wordt rekening gehouden met een financieringsoverschot per 1-1-2023 van circa € 2,7 miljoen. Op basis van een globale liquiditeitsbegroting over de periode 2023-2024 is de verwachting dat er geen vaste financieringsmiddelen worden aangetrokken.

In de begroting 2024 voorgesteld om zowel voor het financieringstekort als voor de rente over de nieuwe investeringen een percentage van 1,25% te hanteren (begroting 2023: 1,25%). Vanaf 2025 ontstaat er op basis van deze liquiditeitsbegroting wel een financieringsbehoefte waardoor er mogelijk een geldlening moet worden aangetrokken. In de begroting 2023 is - gelet op het verplicht schatkistbankieren - geen rekening gehouden met rentebaten over het financieringsoverschot. Gelet op de gestegen rente bij de Europese Centrale Bank (ECB) wordt er inmiddels wel een rente uitgekeerd. Derhalve wordt nu gerekend met een rentebaat.

18

In de begroting 2024 wordt voor het financieringstekort/nieuwe investeringen een rentepercentage van 1,25% gehanteerd. Rente financieringstekort Rente eigen financieringsmiddel Rekenrente nieuwe investeringen

1,25 % (was 1,25%) 1,00 % (was 0%) 1,25 % gebaseerd op rente financieringstekort(was 1,25%).

4. Meicirculaire 2023 Zoals u gewend bent, ontvangt u enkele weken na verschijning van de meicirculaire 2023 een raadsinformatiebrief waarin onder andere wordt aangegeven met welke algemene uitkering (grootste inkomstenbron) in de begroting 2024-2027 rekening mag worden gehouden. Tot op heden werd er in de voorjaarsnota vanuit gegaan dat de prijsstijgingen en loonkostenstijging (als gevolg van aangepast CAO en werkgeverspremies) door het rijk werden gecompenseerd door de uitkomsten van de meicirculaire. Deze een op een compensatie is echter geen automatisme of verplichting van het rijk. Het rijk gaat op basis van de Loon Prijs Ontwikkelingen (LPO) in de meicirculaire 2023 een uitkering bepalen. Aangezien de meicirculaire 2023 pas verschijnt nadat de voorjaarsnota aan uw raad is verstrekt, wordt er in de voorjaarsnota een inschatting gemaakt voor compensatie van deze indexering. De inschatting die nu (met een landelijk adviseur van gemeentefonds) is gemaakt, gaat uit van 2 scenario’s zijnde het scenario met en zonder nabetaling van structureel LPO accres over 2022. In geval het rijk beslist de nabetaling van LPO accres over 2022 uit te keren, dan wordt de compensatie geschat op 1,9 miljoen. Indien deze LPO over 2022 niet wordt uitgekeerd, dan wordt de compensatie geschat op 1,5 miljoen.

In de voorliggende voorjaarsnota 2024-2027 wordt ervan uitgegaan dat het rijk de gemeenten compenseert voor de hogere inflatie in 2022, waarmee gemeente Eersel anticipeert op een compensatie voor loon- en prijsindexering van € 1,9 miljoen in de meicirculaire 2023. In de raadsinformatiebrief die uw raad ontvangt na verschijning van de meicirculaire wordt uw raad geïnformeerd over de daadwerkelijke uitkering. Zoals bij onderdeel 2 is aangeven wordt de loonindexering geraamd op € 1.150.000,-. Voor de gemeenschappelijke regelingen tezamen worden de indexering geraamd op € 1.001.000,-. Tezamen derhalve geraamde hogere lasten voor indexering van lonen en prijzen € 2.151.000,-. Gelet op hierboven genoemde gekozen scenario van te verwachten compensatie, betekent dit dat in de voorjaarsnota 2024-2027 rekening wordt gehouden met een compensatie van afgerond 90%. De resterende 10%, zijnde € 190.000,- wordt als last in de voorjaarsnota 2024-2027 meegenomen. 5. Sluitende begroting Het budgetrecht ligt bij de gemeenteraad. Dit houdt in dat de gemeenteraad bepaalt welke taken en activiteiten ondernomen worden en dat zij ook de afweging en prioriteitenstelling vorm geeft. De raad moet ervoor zorgen dat de begroting in evenwicht is en indien dat in enig jaar niet het geval is, aannemelijk maken dat het evenwicht in de eerstvolgende jaren in evenwicht is.

Conform de toelichting op de Gemeentewet moet de begroting niet alleen formeel boekhoudkundig, doch ook materieel in evenwicht zijn. Van een materieel sluitende begroting is sprake als in de begroting de structurele uitgaven en de daar tegenoverstaande structurele inkomsten met elkaar in evenwicht zijn. Dit geldt ook voor de eenmalige uitgaven en de eenmalige inkomsten. Voorgesteld wordt om het uitgangspunt te hanteren dat de eerste jaarschijf 2024 sluitend is. Tot op heden werd er opgenomen dat maximaal gestreefd werd om ook te komen tot een sluitende laatste jaarschijf 2027. De ervaring leert dat het saldo van de laatste jaarschijf zeer onzeker is doordat met name de algemene uitkering voor de laatste jaarschijven zeer onvoorspelbaar is.

19

6. Inzet reserves Bij de berekening van het beschikbare bedrag wordt voor de algemene reserve vrij besteedbaar rekening gehouden met een minimale buffer , welke dient om onvoorziene risico’s, zoals vermeld in de risicoparagraaf, op te kunnen vangen. Dit betekent dat bij de becijfering van de beschikbare algemene reserve vrij besteedbaar in het kader van de voorjaarsnota, rekening wordt gehouden met de minimaal vastgestelde buffer van de algemene reserve (vrij besteedbaar) van € 3.500.000,-. Dit bedrag kan eventueel nog wijzigen na financiële actualisatie van de risico’s. Tevens wordt hierbij in de voorjaarsnota jaarlijks rekening gehouden met een reservering/buffer van € 300.000,- voor besluiten welke worden genomen na de voorjaarsnota (met incidentele financiële gevolgen).

20

BIJLAGE B Integraal huisvestingsplan onderwijs 2024-2038 Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2024 – 2038 vormt het strategische kader voor het onderwijshuisvestingsbeleid voor de komende 15 jaar en wordt iedere 4 tot 5 jaar herijkt. We geven hiermee invulling aan de wettelijke taak van de gemeente om te voorzien in adequate onderwijshuisvesting. De totstandkoming van het IHP is verdeeld over vier stappen; 1. Visievorming 2. Analyse 3. Scenario’s 4. Financiën. De verschillende stappen staan hieronder kort toegelicht. Tot op heden hebben we vooral gewerkt aan de gezamenlijke visievorming en de analyse met de diverse schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en betreffende beleidsvelden binnen de gemeente. 1. Visievorming: om te komen tot een gezamenlijke visie en beleidsuitgangspunten is in meerdere gezamenlijke en individuele bijeenkomsten met alle schoolbesturen en (afvaardiging van) kinderopvangorganisaties gesproken over de toekomst van onderwijshuisvesting. 2. Analyse: voor iedere school in de gemeente is een objectieve kwaliteitsanalyse (middels een QuickScan) en een capaciteitsanalyse uitgevoerd. De bijbehorende rapporten zijn in concept afgerond. Op basis van deze gegevens is het scholenbestand van de onderwijshuisvesting in kaart gebracht.

In de huidige en komende periode wordt uitvoering gegeven aan de volgende stappen om te komen tot een integraal en gedragen IHP. 3. Scenario’s: Met de inzichten uit de eerste twee fasen wordt met schoolbesturen en (afvaardiging van) kinderopvangorganisaties toegewerkt naar realistische gebouwenscenario’s en worden deze in de tijd uitgezet (prioriteren). 4. Financiën: Op basis van keuzes en scenario’s wordt een meerjaren investeringsplanning (uitvoeringsprogramma) opgesteld voor de komende 4 jaar, met een doorkijk voor de daarop opvolgende jaren t/m 2038. Omdat we de laatste twee stappen (en de daaropvolgende besluitvorming waarin mogelijk ook nog keuzes gemaakt gaan worden) nog niet doorlopen hebben, kunnen we op dit moment alleen een globale inschatting maken van de financiële consequenties van het IHP. Vooruitlopend op de verdere uitwerking van het IHP is namelijk wel duidelijk dat we, zoals al we al eerder aangegeven hebben, voor een grote uitdaging staan om de voorraad schoolgebouwen op orde te brengen en te houden. Een belangrijke onderlegger van het IHP zijn de leerlingenprognoses. De prognose gaat onder meer uit van het woningbouwprogramma (1.210 woningen). Op basis van die leerlingenprognoses kunnen we zien dat openbare basisschool ’t Busseltje per direct een ruimteprobleem ondervindt en basisschool Meester Gijbels over 2 jaar.

Deze twee scholen hebben daarmee recht op uitbreiding. Voor wat betreft de overige scholen is de capaciteit op dit moment voldoende. Voor het bepalen van de gebouwkwaliteit is gebruik gemaakt van een QuickScan methodiek. Middels deze QuickScan wordt een schoolgebouw niet alleen beoordeeld op de bouwkundige staat, maar ook op de onderwijskundige functionaliteit, exploitatie, veiligheid en uitstraling en het binnenmilieu. Hieruit volgt een advies welke aangeeft op welke termijn het schoolgebouw vernieuwd zou moeten worden en benoemt daarmee dan ook de urgentie. Deze QuickScan is nog niet afgerond en vastgesteld. Wel is duidelijk dat een ingrijpende vernieuwingsopgave aan komt. 21

Financiële consequenties We zijn van de volgende uitgangspunten uitgegaan: - Zoals gebruikelijk is bij het IHP, worden de gemiddelde kapitaallasten over de eerste 15 jaar van het IHP berekend. Dit bedrag wordt als storting in de bestemmingsreserve in de begroting opgenomen. Op die manier belasten we de begroting niet met grote pieken en dalen. - We hebben zo reëel mogelijk gekeken in welk jaar de voorbereiding en de bouw start per school verwacht wordt. - We gaan uit van het wettelijk minimum waaraan we moeten voldoen met betrekking tot onderwijshuisvesting. - We gaan uit van de voorlopige QuickScan. - We gaan uit van actuele leerlingenprognoses, inclusief woningbouwprogramma (1.210 woningen). - Voor het berekenen van de kosten gaan we uit van de VNG normvergoedingen. Op basis van bovenstaande uitgangspunten is berekend dat de jaarlijkse storting in de bestemmingsreserve voor het IHP met € 900.000,- verhoogd moet worden. Hiervan wordt € 200.000,- veroorzaakt doordat we verwachten dat de rente stijgt. Investeringen die in de eerste jaren op de planning staan, betreffen de basisscholen ‘t Busseltje en Meester Gijbels én het Rythovius College. In het vorige IHP is renovatie van het Rythovius College als ontwikkeling genoemd, echter financieel niet verwerkt.

Naast de gestegen arbeidskosten en grondstoffen en de hogere rente, is dit één van de oorzaken waarom er bij het op te stellen IHP fors meer gestort moet worden in de bestemmingsreserve. Onzekerheden en risico’s Er zijn een aantal onzekerheden en risico’s waar rekening mee gehouden moet worden: - Het betreft een globale schatting van de kosten. De daadwerkelijke storting kan afwijken van het genoemde bedrag. - Op dit moment is rekening gehouden met het wettelijk minimum. Alle extra aanpassingen, denk aan Frisse Scholen B en duurzaamheidsmaatregelen komen bovenop het eerder genoemde bedrag. - Nog niet alle kosten zijn inzichtelijk gemaakt, zoals sloopkosten, bouwrijp maken, grondkosten etc. Wanneer deze kosten wel worden meegenomen wordt het te storten bedrag hoger. - Op dit moment hebben we te maken met een hoge inflatie. De huidige prijzen waarmee gerekend is, is op basis van het huidige prijspeil. - De stappen 1 en 2 zijn nog niet vastgesteld en stappen 3 en 4 (Scenario’s en Financiën) moeten nog uitgewerkt worden. Uiteindelijk wordt het definitieve bedrag bepaald, wanneer het IHP eind 2023 vastgesteld wordt. De keuzes die dan gemaakt worden, hebben invloed op het bedrag.

22

BIJLAGE C Prioritering Uitgangspunten/criteria ten behoeve van de voorjaarsnota: A-prioriteit: - wettelijke en/of aangegane verplichtingen met aanzienlijke sanctie en/of financieel risico - reeds besloten door raad en/of college - noodzakelijk vanuit aantoonbare veiligheid - direct gekoppeld aan andere A investering - Wensen vanuit een gesloten exploitatie (grondbedrijf, GRP, afvalstoffenheffing enz.) B-prioriteit: - wettelijke en/of aangegane verplichtingen zonder aanzienlijke sanctie en/of financieel risico. - reeds eerder uitgesproken politieke keuze/wens van raad en/of college - noodzakelijk vanuit bedrijfsvoering - wensen met een (gedeeltelijke) dekking vanuit subsidie. C-prioriteit: - overige wenselijk vanuit bestaand beleid en/of bedrijfsvoering - nieuwe wensen - overige

23

BIJLAGE D.1.Totaaloverzicht exploitatie lasten en baten (inclusief prioritering) Prg.

Prio.

3 1 1

A B B

2 8 1

B B C

1

C

9

C

Omschrijving

2024

2025

2026

2027

Omgevingsplan 20.000 20.000 200.000 200.000 STORM (Strong Teens - Resilient Minds) 23.173 23.173 23.173 23.173 Openbaar toegankelijk mindervalidentoilet 10.000 10.000 10.000 10.000 centrum Eersel Volwasseneducatie 20.000 20.000 20.000 20.000 Innovatie: datagedreven werken 75.000 87.500 75.000 87.500 Uitbreiding van de dorpsondersteuner 52.500 52.500 52.500 52.500 Vessem Vervoer door vrijwilligers onder de noemer 30.000 30.000 30.000 30.000 van ANWB AutoMaatje Capaciteitsuitbreiding griffie 105.000 105.000 105.000 105.000 Totaal 335.673 348.173 515.673 528.173

24

BIJLAGE D.2. Formats exploitatie 2024-2027 (A, B en C prioritering)

25

Omgevingsplan Fcl nr: Programma: Prioriteit:

8034… 3 A

Wettelijke taak: Ja. Huidige situatie: Voor het grondgebied gelden meerdere bestemmingsplannen en de Algemene Plaatselijke Verordening. Ontwikkelingen: Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Alle bestemmingsplannen maken dan rechts wege onderdeel uit van het Omgevingsplan. Om een Omgevingsplan op basis van de omgevingswet te krijgen heeft de gemeente de tijd tot en met 2029. Om tot één Omgevingsplan te komen is een grote inspanning nodig. Hiervoor is budget noodzakelijk. In de jaren 2024 en 2025 worden kleinere aanpassingen/updates van het tijdelijk Omgevingsplan gedaan, hiervoor is extra budget benodigd bovenop het reguliere exploitatiebudget van € 50.000,-. In 2026 starten we met de eerste grote aanpassing van het Omgevingsplan. Doel: Het doel is om gemeentedekkend één Omgevingsplan te hebben, dat voldoet aan de Omgevingswet. Middelen: Exploitatielasten (excl. btw + excl. kapitaallasten) 2024 2025 € 20.000 € 20.000

2026 € 200.000

2027 € 200.000

26

STORM (Strong Teens - Resilient Minds) Fcl nr: Programma: Prioriteit:

8010 1 B

Wettelijke taak: Het versterken van mentale weerbaarheid bij jongeren is geen wettelijke taak. In het Welzijnsplan 2023-2026 van onze gemeente staat dat we insteken op 2 opgaven: 1) Het, waar nodig, versterken en verbinden van de sociale basis en 2) Focus op kwetsbare inwoners met vangnetvoorzieningen. Tot de sociale basis behoren ook preventieve activiteiten, om zo veel mogelijk te voorkomen dat mensen (in dit geval jongeren) een beroep moeten doen op professionele zorg. Huidige situatie: Het gaat niet goed met de mentale gezondheid van onze jongeren. Vanuit scholen, GGD en CJG+ komen hierover signalen bij ons binnen. Recente cijfers vanuit diverse regionale onderzoeken bevestigen dit. Ook in de media is hier volop aandacht voor. Er is sterke behoefte aan het aanpakken van de mentale weerbaarheid van jongeren. Ontwikkelingen: STORM (Strong Teens - Resilient Minds) is een netwerkaanpak van regionale partners in onderwijs en zorg (zoals voorgezet onderwijs, mbo, GGD, jeugdhulpverlening, GGZ en gemeenten), gestart in Oost-Brabant. Aanleiding daar was het zorgelijke aantal suïcides onder jongeren. STORM is een programma waarvan de effecten bewezen zijn. Het Regionaal Samenwerkingsverband voor Passend Voortgezet Onderwijs heeft vanwege de goede ervaringen met de STORM aanpak in Oost-Brabant voorgesteld om deze aanpak ook te gaan toepassen in de regio Eindhoven (13 gemeenten).

Alle middelbare scholen in deze regio hebben inmiddels hun commitment gegeven en ook de GGD heeft toegezegd prioriteit te gaan geven aan de STORM aanpak voor zover het onderdeel waarbij hun inzet noodzakelijk is. Doel: De STORM-aanpak is een brede aanpak op meerdere vlakken, zowel preventief als curatief. Het doel van de STORM aanpak is mentaal gezonde jongeren, waardoor er minder sprake is van depressies en suïcides of pogingen daartoe. Middelen: Er wordt, indien alle gemeenten meedoen, uitgegaan van een bedrag van € 1,15 per inwoner (met de kanttekening dat mogelijk 50% nog gedekt gaat worden door een subsidie.) Uitgaande van een inwoneraantal van 20.150 op 1 januari 2024 is dat voor onze gemeente € 23.173,- per jaar. De bijdrage van de scholen bestaat uit personele inzet door gedragswetenschappers en mentoren. Exploitatielasten (excl. btw + excl. kapitaallasten) 2024 € 23.173

2025 € 23.173

2026 € 23.173

2027 € 23.173

27

Openbaar toegankelijk mindervalidentoilet centrum Eersel Fcl nr: Programma: Prioriteit:

8014… 1 B

Wettelijke taak: VN-verdrag voor de rechten van de gehandicapte mens, welke in 2016 door Nederland is geratificeerd. Huidige situatie: Via een petitie hebben 140 bewoners en bezoekers van het centrum van Eersel de gemeenteraad gevraagd om een openbaar toegankelijk mindervalidentoilet in het centrum van Eersel te realiseren. Wij hebben uw schriftelijke vraag hierover beantwoord en een kostenraming gemaakt (Corsa 22.24033). Ook hebben we een goedkopere oplossing aangedragen. Op basis hiervan heeft uw raad besloten om een openbaar toilet te laten bouwen. Zoals in de beantwoording van de raadsvraag aangegeven, kiezen wij er dan voor om dit te doen in de schop achter het pand Markt 26, langs het fiets-/voetpad tussen de Markt en het Areven. Met dit format VJN 2024 vragen wij u nu om hiervoor in 2024 middelen beschikbaar te stellen. Ontwikkelingen: Na een gesprek met de voorzitter van de PMB bleek dat hun voorkeur uitgaat naar een zelfreinigend toilet, dit op basis van ervaringen elders. Dit is een sterk kostenverhogende factor. Een dergelijke voorziening kost ongeveer € 100.000 aanschaf. Deze plaatsen we met een hijskraan in de te restaureren schop. Doel: Een kwalitatief goede, voor iedereen toegankelijke en schone openbare toiletvoorziening in het centrum van Eersel. Middelen: De totale stichtingskosten ramen we op € 276.000.

De kosten voor schoonmaak en technische service bedragen € 10.000 per jaar. Exploitatielasten (excl. btw + excl. kapitaallasten) 2024 € 10.000

2025 € 10.000

2026 € 10.000

2027 € 10.000

28

Volwasseneducatie Fcl nr: Programma: Prioriteit:

80250300 2 B

Wettelijke taak: Artikel 1.2.1 lid 1 van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB): Educatie is gericht op bevordering van de zelfredzaamheid van volwassenen en sluit waar mogelijk aan op het ingangsniveau van het beroepsonderwijs. Educatie omvat activiteiten op het niveau van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Om deel te kunnen nemen aan de samenleving is een minimum aan basisvaardigheden vereist: geletterdheid, gecijferdheid en digitale vaardigheid. Bij een toenemend aantal mensen zijn deze competenties, die onderling met elkaar verweven zijn, echter ontoereikend. Ongeveer 12% van de Nederlanders is laaggeletterd. In de Kempengemeenten is dat aandeel gelukkig een stuk lager, maar er zijn hier nog altijd 9.000 mensen die onder de doelgroep vallen. Mensen die laaggeletterd zijn: - hebben meer kans op schulden - zijn minder betrokken bij de maatschappij - hebben meer kans op werkloosheid - hebben meer kans op een ongezonde leefstijl Deze groep is dus kwetsbaar, minder zelfredzaam en minder in staat tot participatie. Huidige situatie: Het DigiTaalhuis is een lokaal netwerk, waarin een aantal vaste kernpartners samenwerken om laaggeletterdheid te bestrijden. De kernpartners zijn: Gemeente Bergeijk, Gemeente Bladel, Gemeente Eersel, Gemeente Reusel-De Mierden, Cordaad Welzijn, Ster College, Bibliotheek De Kempen en Stichting Lezen en Schrijven.

Bibliotheek De Kempen faciliteert de werkgeversrol van de coördinator van het DigiTaalhuis. De subsidie voor het uitvoeren van de coördinatiefunctie binnen dit netwerk valt buiten de reguliere bibliotheekbegroting. In 2023 bedroegen de kosten voor het DigiTaalhuis € 18.800. Het DigiTaalhuis heeft een makelaarsfunctie. Het brengt de doelgroep en de aanbieders van onderwijs bij elkaar. De NT1 doelgroep (Nederlands als eerste taal) blijkt een lastig te bereiken groep te zijn. Inmiddels heeft het DigiTaalhuis al ongeveer 50 partners waarmee het voor dit doel samenwerkt, zoals KempenPlus, VDL, Lunetzorg en de Voedselbank. Ontwikkelingen: In 2017 is in Bergeijk een DigiTaalhuis opgericht, in 2020 volgden gemeenten Bladel en Reusel-De Mierden. In 2021 opende DigiTaalhuis Eersel de deuren. Het betrof een pilot voor de periode van twee jaar (2021/2022). De pilot is met 1 jaar verlengd (2023). Corona heeft zo’n impact gehad op het contact leggen met de doelgroep en het aanbieden van onderwijs, dat de resultaten niet goed te beoordelen waren. Gemeente Bergeijk, Bladel en Reusel-De Mierden hebben de financiering van het DigiTaalhuis inmiddels structureel in hun begroting opgenomen. Wij willen het DigiTaalhuis in lijn met de andere Kempengemeenten ook structureel in de begroting opnemen vanaf 2024.

Het DigiTaalhuis bereikt inmiddels steeds meer mensen uit de doelgroep en heeft een breed netwerk opgebouwd, waardoor zij ook in de toekomst de groep met Nederlands als moedertaal (NT1) kunnen bereiken met een aanbod op maat. Het DigiTaalhuis is inmiddels een vertrouwde partner geworden voor de gemeente om laaggeletterdheid structureel tegen te gaan.

29

Doel: We streven naar een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen. We willen de basisvaardigheden van onze inwoners versterken om hun zelfredzaamheid, maatschappelijke participatie en doorstroom naar werk of kans op behoud van werk te vergroten. Een gedegen en integrale regionale aanpak van laaggeletterdheid versterkt de sociale basis en draagt bij aan het tegengaan van een tweedeling in de maatschappij. Laaggeletterdheid is een probleem dat een consistente aanpak en een lange adem vergt. Middelen: Het subsidiebedrag voor 2023 was € 18.800,-. In lijn met de indexering die opgenomen wordt voor de subsidies uit het subsidieprogramma wordt voorgesteld rekening te houden met een indexering van 6% voor 2024. Exploitatielasten (excl. btw + excl. kapitaallasten) 2024 2025 € 20.000 € 20.000

2026 € 20.000

2027 € 20.000

30

Innovatie: datagedreven werken Fcl nr: Programma: Prioriteit:

8070 8 B

Wettelijke taak: Nee, er is geen directe wettelijke taak voor datagedreven werken, maar het draagt bij aan het efficient en effectief uitvoeren van wettelijke taken. De onderzoeken in het kader van de verordening voor periodiek onderzoek door het college naar doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het college gevoerde bestuur (213a) worden gekoppeld aan dit format. Huidige situatie: De gemeente Eersel heeft de afgelopen jaren samen met onze buurgemeenten ervaring opgedaan met datagedreven werken. Vanuit de basisgedachte dat het gebruik van informatie uit data de kwaliteit van beleid en uitvoering kan verbeteren en onze omgeving deze ontwikkeling van ons verwacht. De verschillende Kempengemeenten kiezen ieder hun eigen vorm om het datagedreven werken te verankeren in hun organisatie. De gemeenten Eersel en Reusel-De Mierden hebben uitgesproken dit graag gezamenlijk te doen. Steeds meer gemeenten in Nederland investeren in het datagedreven werken in hun organisatie. Een gemeente is grootste bronhouder en verzamelaar van data over en uit haar gemeente. In de tijd waarin steeds meer met data wordt gewerkt is het van belang dat een gemeente ook weet welke informatie daar uit te halen valt en hoe er met de data omgegaan moet worden. Daarnaast zorgt het juist inzetten van data voor een kwaliteitsverbetering in dienstverlening, beleidsvorming en werkprocessen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=de70a86c-64e7-420b-8ef3-666bdfaa552c