[22zi.00494] - Definitief vGRP 2023-2027, voor besluitvorming
Tekst van het document
Gemeentelijk Rioleringsplan Eersel GRP 2023 - 2027 12 september 2022
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Verantwoording Titel
Gemeentelijk Rioleringsplan Eersel GRP 2023 - 2027
Opdrachtgever
Gemeente Eersel
Projectleider
Leon Droppert
Auteur(s)
Gwendolijn Vugs
Tweede lezer
-
Projectnummer
1277495
Aantal pagina’s
46
Datum
12 september 2022
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Ekkersrijt 4008 Postbus 1680 5602 BR Eindhoven T +31 40 23 25 55 0 E info.eindhoven@tauw.com
2/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Inhoud 1
2
3
Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding en doelstelling .................................................................................................. 5
1.2
Geldigheidsduur ................................................................................................................. 6
1.3
Procedure ........................................................................................................................... 6
1.4
Leeswijzer .......................................................................................................................... 7
Evaluatie vGRP 2016-2021 ....................................................................................................... 8 2.1
Algemeen ........................................................................................................................... 8
2.2
Zorgplichten ....................................................................................................................... 9
2.3
Beheer .............................................................................................................................. 10
2.4
Samenwerking ................................................................................................................. 11
2.5
Financiën .......................................................................................................................... 11
Ambitie en doelstellingen......................................................................................................... 13 3.1
We geven invulling aan de gemeentelijke zorgplichten ................................................... 13
3.2
Afvalwater ........................................................................................................................ 16
3.3
Hemelwater ...................................................................................................................... 17
3.3.1
Hemelwateroverlast en anticiperen op klimaatverandering ...................................... 17
3.3.2
Duurzame omgang met hemelwater ......................................................................... 19
3.4
Grondwater ...................................................................................................................... 23
3.5
Doelmatig beheer ............................................................................................................. 25
3.5.1
Samenwerking in de afvalwaterketen ....................................................................... 25
3.5.2
Beheergegevens ....................................................................................................... 25
3.5.3
Beheer en onderhoud en vervangingsplanningen .................................................... 25
3.5.4
Goede toestand rioleringsobjecten ........................................................................... 26
3.5.5
Ongewenste lozingen................................................................................................ 26
3.5.6
Organisatie ................................................................................................................ 26
3.5.7
Klantgerichte benadering .......................................................................................... 27
3.6 4
Financiën .......................................................................................................................... 27
Strategie en maatregelen ........................................................................................................ 28 4.1
Toetsing huidige situatie .................................................................................................. 28
4.2
Speerpunten ..................................................................................................................... 31
3/46
Kenmerk
4.3
5
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Maatregelen ..................................................................................................................... 32
4.3.1
Onderzoek................................................................................................................. 32
4.3.2
Beheer rioleringsgegevens bij nieuwe aanleg .......................................................... 34
4.3.3
Objectgerichte maatregelen ...................................................................................... 34
4.3.4
Systeemgerichte maatregelen .................................................................................. 39
Middelen .................................................................................................................................. 41 5.1
Personele middelen ......................................................................................................... 41
5.2
Financiële middelen ......................................................................................................... 42
5.2.1
Vervangingsinvesteringen en verbetermaatregelen ................................................. 42
5.2.2
Totale lasten.............................................................................................................. 42
5.2.3
Rioolheffing en totale baten ...................................................................................... 44
5.2.4
Voorziening ............................................................................................................... 44
5.3
Kostendekking .................................................................................................................. 44
5.3.1
Uitgangspunten kostendekking ................................................................................. 44
5.3.2
Uitgangspunten Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) ................................... 45
5.3.3
Bepalen rioolheffing .................................................................................................. 45
Bijlage 1
Evaluatie maatregeltabel
Bijlage 2
Overzicht afgekoppeld oppervlak 2016 - 2022
Bijlage 3
Knelpuntlocaties en maatregelen BRP
Bijlage 4
Lozingspunten gemengde en hemelwaterriolering
Bijlage 5
Invulling rioolbeheer Eersel
Bijlage 6
Financiële tabellen
Bijlage 7
Resultaten heffingsberekening
Bijlage 8
Reactie waterschap De Dommel
4/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
1 Inleiding Binnen de gemeentelijke voorzieningen speelt de riolering een prominente rol. Niet alleen draagt het systeem bij aan de bescherming van de volksgezondheid, maar ook aan het voorkomen van wateroverlast, het verminderen van effecten van klimaatveranderingen en het aantrekkelijk maken van woon-, bedrijfs- en recreatieomgeving. Voldoende redenen om op dit punt goede afspraken vast te leggen en te zorgen voor een goede financiële dekking. In het voorliggend Gemeentelijk Rioleringsplan 2023 - 2027 is, voor een periode van vijf jaar, het beleid ten aanzien van riolering en stedelijk water van de gemeente Eersel vastgelegd.
1.1
Aanleiding en doelstelling
De wettelijke basis van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) is vooralsnog vastgelegd in drie wetten. • De taken en verplichtingen die de gemeente op het gebied van riolering heeft, zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm artikel 10.33). Een van de verplichtingen uit de Wet milieubeheer betreft het opstellen van een gemeentelijk rioleringsplan. In dit GRP moet inzichtelijk zijn gemaakt welke voorzieningen op het gebied van riolering in beheer zijn, welke effecten deze voorzieningen op het milieu hebben en welke kosten met het beheer en onderhoud hiervan gemoeid zijn, rekening houdend met toekomstige vervanging en/of verbetering. In de Wet milieubeheer is ook de zorgplicht voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater vastgelegd •
De Waterwet is sinds 2009 in werking getreden en beschrijft het brede pakket aan zorgtaken van de gemeente. Vanuit de Waterwet heeft de gemeente een zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater
•
De wettelijke kaders rond de rioolheffing zijn vastgelegd in de Gemeentewet. Uitgangspunt hierbij is dat de totale rioolheffing nooit meer mag bedragen dan het bedrag dat nodig is voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken ten aanzien van afvalwater, grondwater en hemelwater
Door verdere vereenvoudiging van het omgevingsrecht vervangt de Omgevingswet (naar verwachting per 1 juli 2022) voor wat betreft stedelijk water en riolering de Wet milieubeheer en de Waterwet. Deze wetwijziging heeft als direct gevolg dat de planverplichting voor het GRP komt te vervallen. Desondanks kan het GRP als document blijven bestaan, eventueel in gewijzigde vorm. Daarnaast worden drie nieuwe instrumenten geïntroduceerd, zie figuur 1.1.
5/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Huidig GRP Zorgplichten
Omgevingswet omgevingsvisie
Doelen Maatregelen
omgevingsprogramma
Middelen Instrumenten (verordeningen)
omgevingsplan
Figuur 1.1 Toelichting toekomstige vorm waterbeleid onder de Omgevingswet
Het huidige GRP heeft een looptijd tot en met 2021. In 2021 is dit GRP met 1 jaar verlengd. Het bestaande beleid en ambities uit het huidig GRP blijft op hoofdlijnen ongewijzigd, het betreft met name een verdieping op hoe de gemeente op doelmatige wijze invulling geeft aan de zorgplichten voor nu, maar ook voor de lange termijn en geeft aan hoe klimaatadaptatie hier binnen past. Belangrijke wijziging ten opzichte van voorgaande planperiodes is dat hemelwater hierin een steeds grotere uitdaging is geworden en daarmee ook een grotere kostencomponent binnen het GRP. Voorliggend GRP beschrijft de ambitie met daarbij behorende strategie voor de planperiode 2023 – 2027 en verder. Daarnaast is in het plan vastgelegd welke personele en financiële middelen nodig zijn om deze strategie te kunnen realiseren. Hiermee waarborgt de gemeente de continuïteit van de rioleringszorg, in lijn met de eisen uit de wetgeving. In het GRP is voorgesorteerd op de nieuwe Omgevingswet.
1.2
Geldigheidsduur
Voorliggende actualisatie van het GRP heeft een geldigheidsduur van vijf jaar, van 2023 tot en met 2027. Een GRP opstellen voor een langere termijn is niet wenselijk omdat belangrijke wijzigingen kunnen optreden, zoals: • Wijzigingen in (nieuwe) wetgeving of (Europees) beleid • Ervaringen op diverse vlakken, waaronder de samenwerking afvalwaterketen en •
1.3
ontwikkelingen in afvalwaterketen Afwijkingen bij inkomsten, uitgaven of het vermogensbeheer
Procedure
Tijdens het totstandkomingsproces is waterschap De Dommel betrokken. Ambtelijke reacties van het waterschap op conceptstukken zijn verwerkt in het plan, zodat bij hen draagvlak bestaat voor het plan.
6/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Het concept GRP is voor een formele reactie naar het waterschap verzonden, zie bijlage 8. Na de vaststelling van het GRP door de gemeenteraad wordt het definitieve GRP aan het waterschap verzonden. Daarnaast wordt conform artikel 4.23 lid 2 van de wet milieubeheer het GRP ook verzonden aan de gedeputeerde staten en de minister van Infrastructuur en Milieu. De vaststelling wordt bekend gemaakt via www.officielebekendmakingen.nl als via onze gemeentelijke website en via de Hint, die in de gemeente verspreid wordt. Waarbij wordt aangegeven op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het plan.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 ‘Evaluatie vGRP Eersel 2016 - 2021’ is de evaluatie van de afgelopen planperiode beschreven. In hoofdstuk 3 ‘Ambities en doelen’ is aangegeven op welke manier de gemeente Eersel invulling geeft aan de gemeentelijke zorgplichten. Dit vormt de basis voor de op te stellen strategie voor de komende planperiode. In hoofdstuk 4 ‘Strategie en maatregelen’ zijn, op basis van een toetsing van de huidige situatie, de ambities en doelen vertaald naar een concrete strategie voor de komende planperiode. Tot slot is in hoofdstuk 5 ‘Middelen’ aangegeven welke middelen, op zowel het personele als financiële vlak benodigd zijn om de strategie tot uitvoering te brengen.
7/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
2 Evaluatie vGRP 2016-2021 In dit hoofdstuk is teruggekeken op de periode 2016 - 2021. Daarbij is gekeken in hoeverre de ambities uit het vorige GRP zijn behaald, de strategie heeft gewerkt en welke invloed dit heeft gehad op de kostendekking. De evaluatie is uitgewerkt op hoofdlijnen. Een lijst met de uitgevoerde maatregelen is weergegeven in bijlage 1.
2.1
Algemeen
Het GRP was voldoende concreet en heeft als leidraad voor de afgelopen planperiode gefunctioneerd, zeker voor wat betreft de afvalwater- en grondwaterzorgplicht. Voor hemelwater is een nadere uitwerking wenselijk voor wat betreft de invulling van klimaatadaptatie. Dit is verwerkt in de ambitie en strategie van voorliggend GRP. In het GRP zijn speerpunten voor de planperiode benoemd, onderstaand is weergegeven hoe deze zijn opgepakt: • Het verkrijgen van een actueel inzicht in de aanwezige voorzieningen en de staat waarin deze verkeren (tevens het actueel houden hiervan): Het overgrote deel is in beeld en de kwaliteit is
•
bekend. De kwaliteit is in beeld gebracht door rioolinspecties en het gebruik van SAM1 bij het onderhoud van de gemalen Opstellen van strategische planningen op basis van kwaliteit: Een restlevensduur berekening voor de vrijvervalriolering is niet uitgevoerd, vooralsnog geen passende manier gevonden is dit voor Eersel te bepalen. Vervangingen en renovaties vinden plaats op basis van de resultaten uit de rioolinspecties, een risico afweging op basis van de diameter van de riolering en het gebruik van de bovengrond. Voor de hoofdgemalen is een inhaalslag gemaakt op basis van onderhoud en registratie in SAM. De drukriolering is oud en uit SAM blijkt dat de pompunits aan vervanging toe zijn. Deze vervangingen zijn voor de komende planperiode
•
gepland. Voor de langere termijn is uitgegaan van cyclische planningen Het verkrijgen van inzicht in het hydraulisch functioneren van de riolering: In 2021 is het basisrioleringsplan (BRP2) afgerond. De stresstest wateroverlast maakt hier onderdeel vanuit.
•
Hiermee heeft de gemeente inzicht in het hydraulisch functioneren en benodigde maatregelen Samenwerking: De gemeente neemt actief deel aan Klimaatportaal Zuidoost Brabant. Daarnaast is de samenwerking in 2021 uitgebreid met de klimaatopgaven naar aanleiding van het deltaprogramma ruimtelijke adaptatie (dpra)
1
SAM is een onafhankelijke beheerapplicatie voor het beheer van alle riooltechnische installaties en biedt de
mogelijkheid om de installaties effectief te beheren en meerjarenplanningen op te stellen. 2
Een BRP geeft inzicht in zowel het hydraulisch als het milieutechnisch functioneren van het rioolstelsel en bepaald
welke eventuele aanpassingen (maatregelen) nodig zijn.
8/46
Kenmerk
2.2
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Zorgplichten
Afvalwater • Niet aangesloten panden: 1 pand was nog niet aangesloten op de riolering, uit onderzoek • •
•
blijkt dat aansluiting niet doelmatig is Meten en monitoren: het meten en monitoren aan de overstorten is binnen de samenwerking opgepakt door het waterschap Milieutechnisch functioneren: het milieutechnisch functioneren is bepaald bij het opstellen van het nieuwe basisrioleringsplan (BRP), hiermee heeft de gemeente inzicht. De gemeente voldoet gemeente breed aan de voormalige basisinspanning. Daarnaast is een STOWA3 onderzoek uitgevoerd, hieruit zijn voor het waterkwaliteitsspoor geen aanvullende maatregelen naar voren gekomen Doelstellingen Kaderrichtlijn Water4 (KRW): Om de afvalwaterketen (riolering en rioolwaterzuivering) van de regio Eindhoven niet langer een belemmering te laten zijn voor het behalen van de doelen van de KRW is op basis van onderzoek een gezamenlijk maatregelenpakket afgesproken tussen waterschap De Dommel en de 10 gemeenten die aangesloten zijn op de RWZI-Eindhoven. Een eerste tranche maatregelen is inmiddels gerealiseerd: aanbrengen sturing in het hoofdtransportstelsel en realisatie effluent- en oppervlaktewaterbeluchting. De tweede tranche is momenteel in uitvoering: realisatie aanvullende stations voor oppervlaktewaterbeluchting, verbeteren stikstofverwijdering bij rwzi door aanbrengen middenringbeluchting en ophogen nabezinktanks. Afspraken over deze tranche zijn vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst.
Voor de zuiveringscluster Hapert is vastgesteld dat niet de afvalwaterketen maar andere factoren bepalend zijn voor het behalen van de KRW-doelstellingen. Daarom zijn voor deze
•
cluster geen maatregelen in de afvalwaterketen geprogrammeerd Waterkwaliteitspoor kern Steensel: uit onderzoek is gebleken dat er geen maatregelen noodzakelijk zijn in het kader van de volksgezondheid en/of waterkwaliteit
Hemelwater • Hydraulisch functioneren: het hydraulisch functioneren is inzichtelijk gemaakt bij het opstellen van het nieuwe BRP. Hierbij is zowel gekeken naar het functioneren van de riolering als van het totale systeem inclusief de bovengrond. Hieruit zijn circa 20 knelpunten, zowel bij de ontwerpneerslag als extreme neerslag, naar voren gekomen. In het BRP zijn maatregelen
•
bepaald voor het oplossen van deze maatregelen. Deze maatregelen maken onderdeel uit van de strategie van voorliggend GRP, zie verder hoofdstuk 4 Uitwerken afkoppelvisie en hemelwaterbeleid: dit is niet gedaan. De gemeente heeft zich gericht op het inzichtelijk maken van functioneren van het systeem en in het ervaring opdoen van het afkoppelen verhard oppervlak
3
STOWA is het kenniscentrum van de regionale waterbeheerders (veelal de waterschappen) in Nederland.
4
De Kaderrichtlijn Water is een Europese richtlijn over de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. Al het
water in Nederland moet in 2027 een goed leefgebied vormen voor de planten en dieren die er thuishoren.
9/46
Kenmerk
•
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Afkoppelen verhard oppervlak: in afwijking op het GRP is bij vervanging van de gemengde riolering deze vervangen door een gescheiden systeem voor afvalwater en hemelwater. Hierbij zijn tevens de voorzijde van de aanliggende woningen afgekoppeld. Onderstaand is aangegeven hoeveel verhard oppervlak de afgelopen periode is afgekoppeld, in bijlage 2 is een gedetailleerd overzicht opgenomen: Afgekoppeld oppervlak bij vervanging riolering: Verbetering van bestaand afgekoppeld oppervlak:
8,2 ha 6,1 ha
Voorbereiding op verder afkoppelen: 0,7 ha Het afkoppelen van verhard oppervlak heeft tot hogere kosten geleid, wat binnen de projectkredieten is opgelost. Dit heeft er echter wel toe geleid dat in totaal minder in uitvoering •
is gebracht De bijdrage voor het afkoppelen van verhard oppervlak bij overige werkzaamheden in de openbare ruimte is tijdens de financiële actualisatie van het GRP in 2018 verlaagd van EUR 150.000 naar EUR 50.000. Het budget is voornamelijk ingezet voor het afkoppelen van de voorzijde van woningen bij werkzaamheden in de straat en is geïntegreerd in de integrale projectbudgetten. Er zijn geen op zichzelf staande afkoppelprojecten uitgevoerd.
•
De gemeente heeft geen stimuleringsregeling particulier afkoppelen ingesteld (dit was ook niet voorzien). Waar mogelijk heeft de gemeente particulieren wel gestimuleerd en geholpen middels communicatie
•
Wateroverlast: de afgelopen planperiode hebben we alleen in juni 2021 te maken gehad met wateroverlast op de locaties: industrieterrein Haagdoorn en het Carquefouplein. Het betrof een bui van circa 40-45 mm in 1 uur. Deze locaties zijn bekend bij de gemeente, maatregelen zijn opgenomen in het meerjarig investeringsprogramma.
Grondwater •
• •
2.3 •
Grondwateroverlast: de gemeente is bekend met gebieden met hoge grondwaterstanden er wordt echter geen grondwateroverlast als dusdanig ervaren. De afgelopen periode is 1 melding ontvangen van water in de kelder. Dit bleek echter het gevolg van neerslag en niet van grondwater Grondwateronderlast: droogte heeft met name een effect op de vegetatie in het buitengebied. In het stedelijk gebied zijn geen meldingen ontvangen over grondwateronderlast Grondwatermeetnet: het grondwatermeetnet is opgepakt binnen de samenwerking samen met waterschap de Dommel en Brabant Water
Beheer Inspecties: jaarlijks is circa 12 km riolering geïnspecteerd door middel van rijdende camera inspectie. Dit komt overeen met circa 10 % per jaar. De inspecties tot en met 2019 zijn beoordeeld en de naar voren gekomen maatregelen zijn uitgevoerd. De inspecties van 2020 en 2021 zijn beoordeeld, uitvoering van de noodzakelijke maatregelen vindt plaats in 2022. De maatregelen die voortkomen uit de rioolinspectie worden afgestemd met de beheerplannen van wegen en groen
10/46
Kenmerk
•
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Beheer en onderhoud: het beheer en onderhoud is conform GRP uitgevoerd. De beheervisie is niet opgesteld. De risicoriolen zijn wel in beeld gebracht. In de praktijk is hier echter nog geen invulling aangegeven. Dit is wel meegenomen in het integrale beheerplan samen met het hydraulisch functioneren en het tegengaan van wateroverlast als gevolg van extreme neerslag Vervangingen en relinen vrijvervalriolering: daarbij is in de planperiode circa 95 % van de riolering vervangen en 5 % gerelined. Uitgangspunt hierbij was dat bij onvoldoende kwaliteit
•
van zowel de riolering als de weg is overgegaan tot vervanging. Bij onvoldoende kwaliteit van alleen de riolering is overgegaan tot instandhouding (relinen). Bij vervanging is tevens afgekoppeld door het aanleggen van een IT-riool5 •
Beheergegevens: Het gegevensbeheer is uitgevoerd door het Shared Service Centre SSC binnen de Kempengemeenten. SAM is verder uitgebreid met de gegevens van alle gemalen, pompunits en randvoorzieningen
2.4
Samenwerking
Binnen Klimaatportaal Zuidoost Brabant is deelgenomen aan de volgende gezamenlijke projecten: •
Opstellen gezamenlijk investeringsprogramma: omvangrijk gezamenlijk investeringsprogramma (circa EUR 40 miljoen) opgesteld en in uitvoering gebracht om de afvalwaterketen van de regio Eindhoven te verbeteren zodat de doelen van de Kaderrichtlijn Water (schoon water, gezonde ecologie) kunnen worden behaald. Meetnet riolering en grondwater: de oprichting van een gezamenlijk beheerd meetnet voor riolering en voor grondwater
• •
Klimaatstresstest light: een regionale “klimaatstresstest light” waarmee meer inzicht is verkregen in de kwetsbaarheden van de regio in situaties waarin het te nat, te heet of te droog is
•
Kennisdeling: periodieke kennisdeling via het kennisplatform
2.5
Financiën
In 2018 is een financiële actualisatie van het GRP doorgerekend. In deze actualisatie zijn niet alleen alle budgetten en investeringen geactualiseerd, maar is ook een aantal financiële uitgangspunten gewijzigd. Zoals een verlaging van het te hanteren rentepercentage voor investeringen en een verlaging van de dotatie vanuit Algemene middelen. Dit heeft ervoor gezorgd dat in 2017 de rioolheffing netto is verlaagd met 4% en dat vanaf 2018 de rioolheffing alleen jaarlijks is geïndexeerd. Daarmee is de rioolheffing bij een drinkwaterverbruik van 101 m³ t/m 350 m³ in 2022 EUR 291,60 (inclusief indexatie) in plaats van EUR 293,81 (exclusief indexatie) zoals was voorzien in het GRP. De stand van de voorziening riolering is hoger dan de beoogde stand in het GRP. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de aangepaste financiële uitgangspunten, anderzijds doordat niet alle verbeter en vervangingsmaatregelen conform planning zijn uitgevoerd.
5
IT-riool staat voor een infiltratie- en transportriool en kan gebruikt worden om het hemelwater lokaal in de bodem te
laten infiltreren.
11/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Hiermee hebben we meer geld gespaard voor het opvangen van risico’s in de toekomst en hebben we extra geld gereserveerd voor het opvangen van de vervangingspiek voor de cyclische vervanging van vrijvervalriolering in de toekomst. Voor de komende planperiode is het te hanteren rentepercentage verder verlaagd en vervalt de dotatie vanuit Algemene volledig, zie hiervoor verder hoofdstuk 5.
12/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
3 Ambitie en doelstellingen Dit hoofdstuk beschrijft de ambities en doelen die wij willen bereiken. Hierbij is eerst ingegaan op de algemeen geldende doelen en invulling van de zorgplichten, die vervolgens zijn geconcretiseerd per thema.
3.1
We geven invulling aan de gemeentelijke zorgplichten
De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn momenteel opgenomen in de Wet Milieubeheer en de Waterwet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a). Afvalwater Vanuit de Wet Milieubeheer (artikel 10.33) heeft de gemeente de verplichting een voorziening aan te bieden voor het inzamelen en transport van afvalwater. We houden hierbij vast aan de voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater zoals opgenomen in artikel 10.29a Wm. Voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater a. Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt b. Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt c. d. e. f. g.
Afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater Huishoudelijk afvalwater en daarmee vergelijkbaar afvalwater wordt ingezameld en naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) getransporteerd Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d. wordt hergebruikt (zo nodig na retentie of zuivering bij de bron) Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d (in de praktijk dus vooral hemelwater) wordt lokaal in het milieu teruggebracht (zo nodig na retentie of zuivering bij de bron) Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel d wordt als stedelijk afvalwater6 ingezameld en naar een RWZI getransporteerd
6
Stedelijk afvalwater is “huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend
hemelwater, grondwater of ander afvalwater.”
13/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
In het kader van het Besluit Lozingen Buiten Inrichtingen zijn lozingen op het watersysteem vanuit de gemeentelijke stelsels in principe toegestaan, mits alle lozingspunten zijn vastgelegd en worden onderhouden volgens het beheerplan zoals beschreven in dit GRP. Wij behouden hierbij de eigen verantwoordelijkheid voor het voorkomen van nadelige gevolgen van de lozingen. In geval van tussentijdse wijzigingen van riooloverstorten en/of nooduitlaten melden wij dit aan waterschap De Dommel en geven we aan welke gevolgen wij verwachten voor het oppervlaktewater en onderbouwen dit met een recente berekening. Hemelwater Vanuit de hemelwaterzorgplicht, conform artikel 3.5 van de Waterwet, hebben wij de verantwoordelijkheid voor een doelmatige inzameling van overtollig hemelwater uit de openbare ruimte. Wij hebben ook de zorgplicht voor de afvoer van hemelwater van particuliere percelen, voor zover dit niet redelijkerwijs van de perceeleigenaar kan worden verwacht. Belangrijk vertrekpunt in de wetgeving is dat de zorgplicht in eerste instantie bij de perceeleigenaar ligt. De perceeleigenaar draagt in eerste instantie zelf zorg voor het verwerken van hemelwater op het eigen perceel. Dit kan door hergebruik, infiltreren in de bodem of bergen in bijvoorbeeld een vijver.
Wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is (te hoge grondwaterstand en/of slechte infiltratiecapaciteit van de bodem), moeten wij de zorgplicht op een doelmatige manier overnemen. Onze visie op verantwoordelijkheden hemelwater
De perceeleigenaar is primair zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het afstromend hemelwater op eigen terrein. Als dit redelijkerwijs niet mogelijk is onderzoeken wij of wij hier op een doelmatige wijze in kunnen voorzien. Alle kosten hierbij zijn voor de initiatiefnemer.
Bij nieuwbouw is de initiatiefnemer (projectontwikkelaar, particulier of gemeente) verantwoordelijk voor het gescheiden verwerken van het hemelwater en het hydrologisch neutraal houden van de ruimtelijke ontwikkeling. Nieuwbouw is niet alleen bij een nieuw bestemmingsplan, maar ook herontwikkeling/verbouw/aanbouw binnen een bestaand bestemmingsplan.
In wijken met gescheiden riolering waar de perceeleigenaar het hemelwater redelijkerwijs niet zelf kan verwerken, moet de particulier het hemelwater gescheiden van het afvalwater aanbieden. Om foutieve aansluitingen te voorkomen maken we geen ondergrondse aansluitingen, maar voeren we het hemelwater bovengronds af naar de openbare ruimte. In gebieden met drukriolering moet de perceeleigenaar het hemelwater op eigen perceel zelf verwerken.
14/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Grondwater In artikel 3.6 van de Waterwet is opgenomen dat wij de zorgplicht hebben voor het in het openbaar gemeentelijk gebied (binnen stedelijk/bebouwd gebied) treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van waterschap of provincie behoort. Het gaat hierbij om situaties waarbij de gevolgen van de grondwaterstanden een terugkerend karakter hebben. De zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsverplichting. Dat wil zeggen dat wij niet verantwoordelijk zijn voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied, maar alleen een regierol vervullen. Gemeente, particulier, waterschap en provincie behouden dus ieder hun eigen verantwoordelijkheid. De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en kan dus niet leiden tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden. Onze visie op verantwoordelijkheden grondwater
Verantwoordelijkheden van de perceeleigenaar: •
De perceeleigenaar is primair zelf verantwoordelijk voor het tegen gaan van grondwaterlast op eigen terrein. Dit geldt ook voor funderingsproblemen.
•
De eigenaar moet zelf zorgen, volgende de bouwregelgeving, dat ondergrondse gebruiksruimtes van panden, zoals een kelder of een souterrain vocht- en waterdicht zijn aangelegd en onderhouden.
Verantwoordelijkheden provincie en waterschap: •
De provincie Noord-Brabant is bevoegd gezag voor vergunningverlening, het toezicht en handhaving van onderstaande grondwateronttrekkingen en -infiltraties: - Industriële onttrekkingen > 150.000 m3 - Grondwateronttrekkingen t.b.v. drinkwaterwinning - Bodemenergiesystemen
•
Waterschap De Dommel is voor de overige onttrekkingen verantwoordelijk en beheert daarnaast het oppervlaktewaterpeil, dit beïnvloedt lokaal de grondwaterstanden.
Verantwoordelijkheden gemeente: •
Wij vervullen de regierol en zijn in die hoedanigheid eerste aanspreekpunt
•
Treffen van maatregelen indien sprake is van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand en indien het treffen van maatregelen doelmatig is.
•
Als gemeente zijn wij niet verantwoordelijk voor het voorkomen en/of beperken van de gevolgen van droogte, waar mogelijk proberen we zoveel mogelijk hemelwater lokaal vast te houden
Overig Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het stedelijk gebied geven wij hier samen met het waterschap actief sturing aan, zeker voor wat betreft de omgang met afvalwater, hemelwater, klimaatverandering en grondwater in relatie tot het watersysteem.
15/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Wij streven naar doelmatigheid en het treffen van doelmatige maatregelen. Wij verstaan hier het volgende onder: Inspanningen en uitgaven dragen daadwerkelijk bij aan de realisatie van het beoogde doel en de kosten staan in verhouding tot de opbrengsten, zolang de lokale situatie dit toelaat (dit blijft maatwerk). Opbrengsten zijn meer dan alleen financieel (zoals vermeden schadekosten), maar ook de maatschappelijke opbrengsten die niet in geld zijn uit te drukken. Daarnaast maken we een afweging tussen kosten enerzijds en vermindering van de overlast (zowel de mate van overlast als het aantal personen en/of gebiedsgrootte met overlast) anderzijds.
3.2
Afvalwater
Inzameling en transport afvalwater Alle percelen met een woon-, werk- of verblijfsbestemming binnen ons grondgebied zijn voorzien van een rioolaansluiting tenzij lokale zuivering doelmatiger is. Buiten de bebouwde kom hanteren wij hiervoor een afstandsgrens van 40 m¹ tot de riolering in bestaande situaties. Voor nieuwbouw kiezen wij altijd voor aansluiten op riolering, mits dit niet doelmatig is dan is een IBA klasse III het uitgangspunt. De verantwoordelijk hiervoor ligt bij de perceeleigenaar, de kosten voor aanleg en beheer en onderhoud zijn volledig voor de perceeleigenaar / initiatiefnemer. Binnen de bebouwde kom verwerken wij in principe het afvalwater via vrijvervalriolering. Nieuwbouw en inbreidingen sluiten we onder vrij verval aan. Daar waar dit vanwege de afstand tot bestaande riolering en/of hoogteligging van het plangebied niet mogelijk lijkt, legt de ontwikkelaar een alternatief voor, ter beoordeling van de rioolbeheerder. Buiten de bebouwde kom leggen wij in principe drukriolering aan, rekening houdend met de afstandsgrens. De kosten zijn altijd voor rekening van de perceeleigenaar / initiatiefnemer.
Uitgangspunt is dat wij afvalwater afzonderlijk van hemel- en grondwater inzamelen en afvoeren naar de RWZI tenzij: • De bestaande gemengde riolering nog niet is of wordt vervangen • Het technisch niet mogelijk is qua ruimte, ondergrond en/of grondwaterstand • Het niet doelmatig is Schoon hemelwater houden wij hierbij zoveel mogelijk lokaal vast en brengen wij terug in bodem of oppervlaktewater, zie verder de afkoppeldoelstellingen onder hemelwater (paragraaf 3.3) Verwerking afvalwater bedrijven in het buitengebied (Agrarische) bedrijven dienen te voldoen aan het Activiteitenbesluit. De algemene systematiek van het Activiteitenbesluit luidt: • Lozen in de bodem, op oppervlaktewater en hemelwaterriool is verboden, tenzij expliciet •
7
toegestaan Lozingen7 op het vuilwaterriool zijn toegestaan onder voorwaarden van de (afvalwater)zorgplicht, tenzij verboden
In Eersel mogen melkveehouders jaarlijks 1.500 m³ melkspoelwater lozen op de vuilwaterriolering
16/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
We hanteren hierbij voor nieuwe aanvragen en bestaande lozingen (tenzij iets anders is opgenomen in de aansluitvergunning) de volgende voorwaarden: a. Elk bedrijf mag maximaal 0,5 m³ per uur afvalwater op de drukriolering lozen b. Elk bedrijf heeft maximaal één aansluiting op de drukriolering c. d.
Elk bedrijf heeft een zorgplicht op het voorkomen van afvalwater Bij een aanbod groter dan 0,5 m³ per uur dient het afvalwater op eigen terrein te worden gebufferd zodat het water op een later tijdstip kan worden afgevoerd
e.
Wanneer buffering niet mogelijk is, kan de capaciteit van de drukriolering worden vergroot, of wordt gezocht naar alternatieve oplossingen. De kosten hiervoor zijn voor rekening perceeleigenaar
Vuilemissie binnen acceptabele grenzen Vuilemissies uit het rioolstelsel mogen niet leiden tot onaanvaardbare gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie van het ontvangend oppervlaktewater. Hiervoor gaan we verder met het terugdringen van de vuilemissies uit de riolering via de overstorten door het afkoppelen van hemelwater van de gemengde riolering. Met het waterschap hebben wij afspraken over een gezamenlijk maatregelenpakket. Waarbij het waterschap aan de lat staat voor het behalen van de KRW-doelen en de gemeente een financiële bijdrage levert. Het verder afkoppelen van hemelwater heeft een positief effect op de KRW-doelstellingen. Periodiek onderzoeken wij het milieutechnisch functioneren van de riolering met een Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW)8.
3.3
Hemelwater
3.3.1 Hemelwateroverlast en anticiperen op klimaatverandering Wij zien de klimaatopgave als een gezamenlijke opgave samen met het waterschap, provincie, inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het is niet doelmatig om de capaciteit van de riolering onbeperkt te vergroten. Om toch te kunnen anticiperen op de optredende klimaatontwikkelingen en om overlast tijdens hevige neerslaggebeurtenissen te voorkomen, moet het water op een andere manier worden vastgehouden, geborgen of afgevoerd. Dit betekent een verbreding ten opzichte van de traditionele en sectorale aanpak: niet alleen het ondergrondse afvoersysteem beschouwen als oplossingsniveau voor het teveel aan water, maar ook de bovengrondse mogelijkheden meenemen (bij voorkeur gecombineerd met andere maatschappelijke doelen).
8
Het SSW is de opvolger van het basisrioleringsplan (BRP). Het SSW beschrijft alle deelsystemen van het stedelijk watersysteem,
het functioneren hiervan, de beoordeling van het functioneren en eventuele maatregelen. Het gaat om het systeem functioneren, ofwel de samenhangende riolerings-, oppervlaktewater- en grondwatersystemen en -voorzieningen in de bebouwde omgeving in beheer bij gemeente, bewoners, bedrijven en waterschap. Niet uitsluitend gebaseerd op modelsimulaties, maar ook op beschikbare metingen, meldingen, klachten, ervaringen en inspectie- en andere onderzoeksresultaten.
17/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Voor de invulling van klimaatadaptatie hebben wij een ambtelijke verkenning (dialoog) uitgevoerd. Deze moeten we nog nader uitwerken door het voeren van risicodialogen zowel bestuurlijk als met onze belanghebbenden zoals de bewoners. Vooralsnog hanteren we de volgende uitgangspunten: •
In 2050 is de openbare ruimte zo ingericht dat een bui van 70 mm in één uur (T=100) niet leidt tot niet acceptabele wateroverlast. Bij vitale en kwetsbare functies geldt dit voor een bui van 90 mm in één uur (T=1000)
•
Water op straat komt in verschillende gradaties voor. Wij hanteren hierbij de volgende begrippen, zie tabel 3.1. Dit een aanscherping op hetgeen opgenomen in het vorig GRP Maatregelen die bijdragen aan het verminderen van risico’s als gevolg van andere
•
klimaateffecten hebben de voorkeur Tabel 3.1 Gradaties water op straat Gebeurtenis
Omschrijving
Hinder
Kortdurende periode (<2 uur) en < 10 cm water op
Voorbeeld
straat, geen materiële schade en beperkingen voor verkeer in woonstraten/bedrijventerreinen zijn marginaal
Ernstige hinder
Forse hoeveelheden water op straat (> 10 cm; > 2 uur), opdrijvende putdeksels, geen materiële schade. Ernstige beperking voor verkeer en woonstraten/bedrijventerreinen. Beperking voor verkeer op hoofdverkeerroutes, winkelstraten, stadcentra en bij publieke diensten.
overlast
Water op straat (>20 cm) met als gevolg water in woningen of winkels, materiële schade en een ernstige beperking van het verkeer op hoofdverkeersroutes, winkelstraten, stadcentra en bij publieke diensten.
18/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Klimaatbestendig zijn wil niet zeggen dat er nooit ernstige hinder of overlast (schade) op kan treden, dit kunnen wij ook niet garanderen. Bovendien hebben bewoners en bedrijven hierin ook een eigen handelingsperspectief omdat zij circa 60% van het stedelijk gebied bezitten/beheren. Bij extreme neerslag hanteren wij het volgende afwegingskader, zie tabel 3.2 Tabel 3.2 afwegingskader extreme neerslag Woongebied/ Bedrijven T=5
Wegen < 20 cm
T=100
Panden = 0 cm
Winkelgebied
Hoofdinfra/ Vitale functies
Panden = 0 cm , wegen < 20 cm
Wegen < 20 cm
T=1000
Panden = 0 cm, wegen < 30 cm
Toelichting: het betreft cm water op straat en/of in de woning. Bij T=1000 (een bui die 1 × per 1000 jaar valt → jaarlijkse kans van voorkomen van 0,1%) accepteren we dus wel water in woningen en winkels, maar niet in gebouwen met een vitale functie en er mag niet meer dan 30 cm water op de hoofdinfra staan. Handelingsperspectief Op basis van gedetailleerde maaiveldanalyse en impactanalyse uit het BRP bepalen we de ernst en omvang van de wateroverlast en de eventueel benodigde maatregelen. De keuze voor het uitvoeren of uitstellen van maatregelen is afhankelijk van: 1. De ernst van de problematiek (hinder, ernstige hinder, of overlast) 2. De omvang van de problematiek (beperkt, redelijk of groot) 3. 4.
De mate waarin het probleem zich voordoet (kans op herhaling), en De doelmatigheid van de maatregelen (kosten-baten analyse)
In het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie signaleren gemeenten urgente probleemsituaties uit stresstesten en risicodialogen. Knelpunten als gevolg van klimaatverandering kunnen ook aanleiding geven tot het nemen van maatregelen. Indien wij een knelpunt als urgent bestempelen, nemen wij direct maatregelen. Wanneer bij een knelpunt niet direct maatregelen nodig zijn koppelen we de werkzaamheden mee aan de integrale planning. Naast de technische staat van de riolering en urgente knelpunten, kunnen sommige meldingen van bewoners ook aanleiding geven tot het nemen van maatregelen. Het bepalen van passende maatregelen voor het functioneren van de riolering maken we op basis van meldingen, de resultaten van het BRP 2020 en de wateroverlast stresstest en de nog te voeren risicodialogen. 3.3.2
Duurzame omgang met hemelwater
Conform het huidig beleid blijven we de voorkeursvolgorde voor waterkwantiteit (vasthouden – bergen – afvoeren) en waterkwaliteit (schoonhouden – scheiden – schoonmaken) hanteren. Dit geldt zowel voor onze openbare inrichting als voor particuliere percelen. In de volgende paragrafen is aangegeven hoe wij hier invulling aan geven, rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering.
19/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Inrichting openbare ruimte Voor de openbare ruimte geven we op de volgende manier invulling aan de voorkeursvolgorde: • Vasthouden: afvoer van hemelwater voorkomen, door bijvoorbeeld het niet verharden van de openbare ruimte toe te passen • • • •
Bergen: capaciteit bieden voor het tijdelijk vasthouden en bergen van hemelwater op maaiveld Afvoeren naar oppervlaktewater: als punt 1 en 2 redelijkerwijs niet toe te passen zijn dan hemelwater vertraagd afvoeren naar het oppervlaktewater Afvoeren naar hemelwaterriolering: Als afvoer naar het oppervlaktewater niet mogelijk of wenselijk is, dan volgt afvoer naar de hemelwaterriolering Afvoer naar gemengde riolering: als ook de afvoer naar hemelwaterriolering niet mogelijk is, is in het uiterste geval afvoer naar de gemengde riolering mogelijk
We nemen het afkoppelen van riolering mee bij iedere reconstructie en hanteren daarbij de volgende uitgangspunten: • Gelijktijdig met vervanging van gemengde riolering koppelen we het hemelwater af door de •
aanleg van een gescheiden stelsel. Waarbij geldt ‘afkoppelen tenzij…’ De voorkeur gaat hierbij uit naar bovengrondse maatregelen (wadi’s, berging in groenstroken vijvers e.d.). Wanneer onvoldoende ruimte voor bovengrondse maatregelen beschikbaar is
•
voeren we het hemelwaterstelsel in principe uit als IT-riool Alleen in complexe situaties (zoals in oude en/of smalle straatjes waar te weinig ruimte is voor de aanleg van een gescheiden systeem) overwegen we op basis van doelmatigheid het
• •
gemengde systeem te behouden We accepteren hierbij een geleidelijke ombouw naar gescheiden inzameling en transport. Gelijktijdig met werkzaamheden in de openbare ruimte koppelen we op kosten van de
•
gemeente de voorzijde van de woningen van aangrenzende percelen af. Daarnaast stimuleren wij hen om ook de achterzijde van woningen zelf af te koppelen We stimuleren perceeleigenaren om af te koppelen middels een subsidieregeling, maar ook
•
door in te zetten op actieve benadering (afkoppelcoach) Afkoppelen mag niet leiden tot het afvoeren van verontreinigd hemelwater naar oppervlaktewater. Ditzelfde geldt voor infiltratie van verontreinigd hemelwater in waterwingebieden. Als dit het geval is kijken we of bronmaatregelen mogelijk zijn, anders koppelen we niet af
Voor de inrichting van de openbare ruimte hanteren we de volgende uitgangspunten en afwegingskaders: • Bestaande riolering toetsen wij op een bui T=2 (19,8 mm in één uur). De toetsing van de •
afvoercapaciteit van de riolering vindt plaats op basis van berekeningen uit het BRP Nieuwe riolering ontwerpen wij op een bui T=2 van de toekomst. We hanteren hiervoor de composietbui9 C_2_2050_H van RIONED. Hiermee houden we rekening met dat het in de toekomst (2050) intensiever regent. We gaan daarbij uit van het hoge scenario, zie figuur 3.1
9
Een composietbui is een kunstmatige bui, gebaseerd op neerslagstatistieken over een lange periode
20/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Figuur 3.1 T=2 voor bestaand riolering (Bui 08 ) en T=2 voor nieuwe riolering (C_2_2050_H)
• •
Wij kiezen ervoor om hemelwater primair bovengronds te bergen en af te voeren Extreme neerslag zien wij als een gebiedsopgave waarbij de openbare ruimte met inbegrip van de riolering en particuliere percelen geen wateroverlast optreedt bij een bui van 70 mm in één uur. Voor vitale en kwetsbare functies in de gemeente geldt dat er geen wateroverlast optreedt bij een bui van 90 mm in één uur
• •
Wij kiezen ervoor maatregelen die niet urgent zijn uit te stellen ten behoeve van een integrale aanpak Bij voorkeur treffen we hierbij maatregelen die niet alleen wateroverlast tegengaan, maar ook
•
meerwaarde hebben voor het tegengaan van hitte- en droogteproblematiek, het vergroten van de leefbaarheid, biodiversiteit, bewustwording et cetera Voor het vasthouden en bergen van hemelwater in stedelijk gebied hebben groene
•
maatregelen de voorkeur. Dit draagt tevens bij aan het voorkomen van droogte en het tegengaan van hitte Onze vitale objecten en infrastructuur, zoals gemeentehuis, verzorgvoorzieningen, noodopvang, hoofdverbindingswegen en gemalen, zijn waterrobuust ingericht om uitval te voorkomen (uitval ten gevolg extreme neerslag)
Om bovenstaande integraal in onze planning op te nemen werken we met een integrale meerjarenplanning die in de regel een omvang hebben van een deel van een straat tot een hele buurt. Vaak is een slechte technische staat van riolering de aanleiding om een blok in de integrale planning op te nemen, maar dit kan ook bijvoorbeeld een verkeerskundige aanpassing of woningbouw zijn. Ook de urgente locaties die naar voren komen uit stresstesten en risicodialogen kunnen hier aanleiding toe zijn. Hierbij hanteren wij de volgende uitgangspunten (in volgorde van belangrijkheid) voor klimaatadaptatie: • Waar mogelijk hemelwater van de afvalwaterketen scheiden (afkoppelen) • In de bovengrondse ruimte op zoek gaan naar mogelijkheden om maatregelen te
•
implementeren die water vasthouden, bergen, droogte voorkomen, hitte voorkomen en een positieve bijdrage leveren aan bewustwording en biodiversiteit Een inspanningsbijdrage van de eigenaren van de aangrenzende percelen vragen
•
Waar nodig extra capaciteit in de riolering creëren
21/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Bestaande woningen We stimuleren inwoners actief in het bijdragen aan de voorkeursvolgorde vasthouden – bergen – afvoeren voor hemelwater. We stimuleren om een berging van 20 mm (de huidige T=2 bui) op eigen terrein te realiseren, waarbij bovengrondse maatregelen de voorkeur hebben. We communiceren hier niet alleen over het afkoppelen van hemelwater, maar ook over het ontstenen en vergroenen van de particuliere buitenruimte. Ook de positieve bijdragen van het toepassen van groene daken heeft hierbij de aandacht. Bij uitvoering van projecten in de openbare ruimte koppelen wij de voorzijde van de woningen af, via bovengrondse afvoer. Wij ontzorgen hierbij de bewoners volledig. Daarnaast betrekken wij bewoners actief om ook de achterzijde van de woning zelf af te koppelen. Vooralsnog zetten wij in op stimuleren. Op termijn (10 jaar) overwegen wij ook het afkoppelen van verhard oppervlak van bestaande gebouwen te verplichten. Dit regelen wij te zijner tijd middels het omgevingsplan. Stimuleringsregeling
Omdat wij op termijn het afkoppelen van particulier verhard oppervlak willen stellen. Richten wij ons de komende 10 jaar op het stimuleren hiervan. Het afkoppelen van de voorzijde nemen wij mee bij de uitvoering van de integrale meerjarenplanning. Voor het afkoppelen van de achterzijde van de woningen stellen wij in 2023 een stimuleringsregeling op, die in 2023 inwerking treedt. Voor een succesvolle afkoppelcampagne is de juiste communicatie hierover van belang. Om hier invulling aan te geven stellen we de eerste 5 jaar een afkoppelcoach aan die onze inwoners actief benaderd over de noodzaak van het afkoppelen en adviezen geeft over de wijze waarop.
Wij zoeken hier nadrukkelijk de samenwerking op met waterschap De Dommel en sluiten waar mogelijk aan op beschikbare regelingen van het waterschap.
Nieuwbouw woningen Met nieuwbouw bedoelen we zowel uitbreidings- als inbreidingslocaties, en aanbouw aan bestaande bouw. Voor nieuwbouw geldt een volledige gescheiden inzameling en verwerking van het afval- en hemelwater. De bergingseis volgt uit de watertoets en is maatwerk. Vanuit klimaatbestendigheid adviseren wij bij nieuwbouw een berging van 60 mm. We leggen dit vast in een hemelwater- en grondwaterverordening, bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat deze vanwege rechtswegen over in het omgevingsplan. Daarnaast houden we bij nieuwbouw een bouwpeilhoogte van 30 cm boven het hoogste straatniveau aan. Bij inbreidingslocaties zal dit niet altijd mogelijk zijn. In deze situaties kan hier gemotiveerd op worden afgeweken, dit blijft maatwerk.
22/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Buitengebied In gebieden waar een druk- of persriool aanwezig is (vooral buiten de bebouwde kom) bedoeld voor de inzameling van alleen stedelijk afvalwater, is het niet toegestaan om regenwater op de riolering aan te sluiten. De pompcapaciteiten en de afmetingen van de drukleidingen zijn niet berekend op de afvoer van regenwater. Perceeleigenaren moeten het hemelwater op eigen terrein verwerken of zorgen voor een aansluiting op het oppervlaktewater. Dit leggen we eveneens vast in de hemelwater- en grondwaterverordening.
3.4
Grondwater
Binnen de ‘Samenwerkingsregio Klimaatportaal Zuidoost Brabant’ is gezamenlijk grondwaterbeleid opgesteld en zijn de volgende definities vastgesteld: • Structureel: structurele grondwateroverlast, is overlast die in een periode van een jaar, minimaal drie maanden aanhoudt en terugkerend van aard is •
Nadelige gevolgen (overlast en onderlast binnen stedelijk/bebouwd gebied): De grondwaterstanden beperken de gebruiksfuncties van de buitenruimte (tuinen, openbaar groen) (Eersel specifiek) -
•
De grondwaterstanden hebben een nadelige invloed op bouwwerken (Eersel specifiek) In het verleden hebben de grondwaterstanden niet structureel of terugkerend het overlastniveau bereikt (Eersel specifiek)
Er moet sprake zijn van economische schade of gezondheidsaandoeningen Doelmatig: doelmatige maatregelen zijn maatregelen die qua kosten in overeenstemming zijn met de effecten. Hierbij wordt een afweging gemaakt tussen kosten enerzijds en vermindering van de overlast (zowel de mate van overlast als het aantal personen of gebiedsgrootte met overlast) anderzijds
Nieuwbouw Voor nieuwbouw geldt dat wij hydrologisch neutraal ontwikkelen. Tijdens de initiatieffase beoordelen wij de ontwateringssituatie om ‘natte voeten’ te voorkomen. Waar onvoldoende ontwatering beschikbaar is hanteren wij de volgende voorkeursvolgorde: • • •
Niet bouwen Ophogen Draineren
Daarnaast streven wij bij nieuwbouw naar voldoende ontwateringsdiepte. Wij adviseren hierbij de ontwateringsdiepten uit tabel 3.3 aan te houden. Deze ontwateringsdiepten gelden als een inspanningsverplichting, wij zijn als gemeente niet verantwoordelijk voor het handhaven van de genoemde waarden.
23/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Tabel 3.3 geadviseerde minimale ontwateringsdiepte nieuwbouw Functie
Minimale benodigde ontwatering (m¹ t.o.v. maatgevend hoogste grondwaterstand)
Woningen zonder kruipruimte*
0,5
Woningen met kruipruimte*
0,7
Tuinen / groenvoorzieningen
0,5
Hoofdwegen**
1,0
Secundaire wegen en woonstraten
0,7
*t.o.v. onderkant vloer; ** t.o.v. de kruin van de weg
Bronnering en drainage Bij een bronnering wordt tijdelijk grondwater aan de bodem onttrokken om de grondwaterstand te verlagen (voor het droog uit kunnen voeren van werkzaamheden, zoals de aanleg van bouwwerken en kabels en leidingen). Voor zowel het onttrekken van grondwater als het lozen van het opgepompte grondwater op oppervlaktewater geldt dat het waterschap hiervoor het bevoegd gezag is. Voor lozing van bronneringswater op de riolering en/of gemeentelijke watergangen geldt dat de gemeente hiervoor het bevoegd gezag is. Uitgangspunt is dat schoon bronneringswater niet op het vuilwaterriool wordt geloosd, maar wordt teruggebracht in de bodem of wordt afgevoerd naar oppervlaktewater. Bij grotere projecten is daarom een omgevingsvergunning verplicht met een waterparagraaf. Voor het lozen van bronneringswater op de riolering is, in het kader van het Activiteitenbesluit, het indienen van een verzoek tot een maatwerkvoorschrift bij de gemeente noodzakelijk. We hanteren de volgende voorkeursvolgorde voor het lozen van bronneringswater: • Voorkomen van bronneringswater • • •
Lozen op of in de bodem (retourbemaling) Lozen in oppervlaktewater Lozen op het hemelwaterriool
•
Lozen op het vuilwaterriool
Voor de afvoer van drainagewater hanteren wij de volgende voorkeursvolgorde: • • •
Afvoer naar bodem elders Afvoer van drainagewater op oppervlaktewater (in overleg met het waterschap) Als er geen oppervlaktewater in de buurt is, dan het drainagewater afvoeren via de
• •
hemelwaterriolering (in overleg met de waterschappen) Het is niet toegestaan drainagewater aan te sluiten op de gemengde riolering Waar mogelijk treffen wij voorzieningen om op een later tijdstip alsnog te kunnen aansluiten op oppervlaktewater/hemelwaterriolering
24/46
Kenmerk
3.5
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Doelmatig beheer
Het beheer van de riolering is gericht op een duurzame instandhouding van het totale rioleringsstelsel tegen de laagst mogelijke kosten en zo min mogelijk overlast voor de burger en gebruiker. Belangrijk hierin is een goed gegevensbeheer, preventief onderhoud en integrale afstemming bij vervangingswerkzaamheden met het wegenonderhoud en groenonderhoud. De focus ligt op inzicht in gegevens en functioneren van het systeem. Hiermee zet de gemeente in op strategische planningen op basis van kwaliteit in plaats van cyclisch vervangen op basis van leeftijd. Hierdoor kunnen middelen kostenefficiënt worden besteed en kan daar waar mogelijk, werk met werk worden gemaakt. Ook de afweging tussen vervangen of relinen maakt hier onderdeel van uit, dit blijft echter maatwerk. Daarnaast heeft de communicatie met de burger en gebruiker een hoge prioriteit. 3.5.1 Samenwerking in de afvalwaterketen Samenwerken is geen doel op zich, maar heeft wel duidelijke doelstellingen. Vanuit het Bestuursakkoord Water (BAW) wordt gestuurd op regionale samenwerkingsverbanden voor de waterketen. De partijen daarbij zijn naast gemeenten en het waterschap, vaak ook het drinkwaterbedrijf en de provincie. De samenwerking moet een doelmatigheidswinst behalen (minder meer kosten) en moet kennis vergroten en kwetsbaarheid van de afzonderlijke organisaties verkleinen.
Wij nemen actief deel in het samenwerkingsverband ‘Klimaatportaal Zuidoost Brabant’. Binnen de samenwerking kan planafstemming plaats vinden, in dat geval worden de beleidslijnen van de verschillende partijen vergeleken en mogelijk aangepast. Ook andere ontwikkelingen kunnen invloed hebben op het aanpassen van de gemeentelijke beleidslijnen. 3.5.2 Beheergegevens De Wet milieubeheer schrijft voor dat bij de gemeente bekend moet zijn welke rioleringsvoorzieningen aanwezig zijn en in welke staat zij verkeren. Ook de WIBON (Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken) schrijft voor dat de aanwezige rioleringsvoorzieningen in beeld moeten zijn. Hiervoor moeten de gegevens eenmaal per maand opgestuurd worden. Zonder deze gegevens is effectieve (be)sturing niet mogelijk en kan de doelmatigheid niet worden gewaarborgd. In lijn met de eisen uit de wetgeving worden de inspanningen voor het bijhouden en actualiseren van de beheergegevens voortgezet in de komende planperiode. We hebben de ambitie om ook de videobeelden van de rioolinspecties te koppelen aan het beheersysteem. 3.5.3 Beheer en onderhoud en vervangingsplanningen We streven naar een robuust systeem met niet te veel verschillende systemen. Op deze manier kunnen we ook de kosten voor beheer en onderhoud zo laag mogelijk houden. We voeren het beheer programma gestuurd cyclisch uit.
We gebruiken de beheergegevens voor het maken van cyclische vervangingsplanningen op basis van aanlegjaar en standaard technische levensduur.
25/46
Kenmerk
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
De daadwerkelijke vervangingen plannen wij op basis van een kwaliteitsbeoordeling op basis van de inspectiegegevens. Hierbij vindt een risicoafweging plaats. Om een juiste risicoafweging te maken hebben wij risicoriolen10 benoemd. In de risicoafweging nemen we daarnaast ook de resultaten van de stresstesten mee. 3.5.4 Goede toestand rioleringsobjecten De rioleringsobjecten moeten in een goede toestand verkeren zodat er geen wateroverlast of emissies naar bodem, grondwater of oppervlaktewater plaatsvinden. Hierbij kan aan de volgende aspecten worden gedacht: 1. Waterdichte vuilwaterriolering ter voorkoming van emissie van afvalwater naar bodem of grondwater 2. Korte verblijftijd van het afvalwater in het rioleringssysteem eveneens ter voorkoming van aanrotting van afvalwater 3. Afstroomcondities niet belemmeren, zodat afstroming gewaarborgd is We controleren de toestand van de rioleringsobjecten door middel van inspecties. Bij constatering van ingrijpmaatstaven vindt nader onderzoek plaats en bepalen we of en zo ja welke maatregelen noodzakelijk zijn. Zie verder hoofdstuk 4. 3.5.5 Ongewenste lozingen Voor een doelmatig beheer is het zaak om ongewenste lozingen te voorkomen. We controleren hierop en treden indien nodig handhavend op.
Dit betekent dat er geen illegale aansluitingen op de riolering mogen zijn en dat er geen regenwaterlozingen mogen plaatsvinden op de drukriolering. Ook het lozen van bedrijfsafvalwater/proceswater op het rioolsysteem heeft hierbij de aandacht. Hierover moeten we duidelijke afspraken maken met betrekking tot de aard en omvang van de lozing in relatie tot de capaciteit van het rioolsysteem. Daarnaast mogen geen overtredingen van de lozingsvoorschriften plaatsvinden, moeten de vergunningen worden nageleefd en mogen geen foutieve aansluitingen zijn zoals vuilwater aangesloten op hemelwaterriolering. 3.5.6 Organisatie Voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken moet binnen de gemeentelijke organisatie voldoende personele capaciteit beschikbaar zijn. Aandachtspunt hierbij zijn: •
Kwetsbaarheid; zorgen dat voldoende capaciteit beschikbaar is om alle taken uit te kunnen blijven voeren, waar mogelijk en noodzakelijk kan dit ook binnen de samenwerking worden opgepakt
•
Behouden van kennis; voorkomen dat door verloop van personeel kennis binnen de organisatie verloren gaat
10
Risicoriolen zijn riolen waarvan gebreken een groot effect hebben op de afvalwaterketen, omliggende leidingen of op de
bovengrondse voorzieningen. Dit zijn bijvoorbeeld stamriolen, riolen die kruisen met een hoge druk gasleiding of riolen onder belangrijke verkeersaders.
26/46
Kenmerk
3.5.7
R001-1277495GBV-V06-evm-NL
Klantgerichte benadering
De gemeente streeft een klantgerichte benadering na. De gemeente beschikt over een werkend meldingssysteem, de afhandeling gebeurt per gebeurtenis. Bij werkzaamheden in de openbare ruimte informeren wij belanghebbenden tijdig over mogelijke overlast. Daarnaast schrijft de zorgplicht voor dat de gemeente een (grond)waterloket instelt. Het waterloket is geïntegreerd in het klantcontactcentrum TIP (Telefonisch Informatie Punt) van de gemeente Eersel. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor burgers bij vragen. Veelal worden vragen doorgezet naar vakinhoudelijke ambtenaren. Het TIP is 24/7 benaderbaar. Buiten kantoortijden wordt er doorgeschakeld naar een calamiteitendienst.
3.6
Financiën
We streven naar een solide beleid ten aanzien van de financiering van de strategie uit het voorliggende GRP. Verder is het financieel beleid gericht op een goede instandhouding van bestaande voorzieningen. Uitgangspunt is om dit tegen een kostendekkend tarief aan te bieden.