[22.27383] - Rapport Onderzoek Rekenkamercommissie Omgevingswet
Tekst van het document
BMC YACHT GROUP
Gemeente Eersel
'■‘'sterwijlt
Oirschot
ReuselCte .Vierden
Biadel
Inhoudsopgave Leeswijzer
1
DEEL I
2
H1 | Inleiding
3
1.1 Omgevingswet
3
1.2 Wanneer is een gemeente "klaar" voor de Omgevingswet?
4
1.3 Doelstelling onderzoek
5
H2 | Conclusies en aanbevelingen
6
2.1 Conclusies
6
2.2 Aanbevelingen
7
DEEL II
10
H3 | Onderzoeksverantwoording
11
3.1 Hoofdvraag en deelvragen
11
3.2 Onderzoeksaanpak
12
H4 | Aanpak invoering Omgevingswet
14
4.1 Welke aanpak is er gepland en gevolgd t.a.v. de invoering van de Omgevingswet?
14
4.2 Is er voorzien in een realistisch (meerjaren)plan om te voldoen aan de eisen van de Omgevingswet?
16
H5 | Stand van zaken invoering Omgevingswet 5.1 Wat is de stand van zaken in de voorbereiding
18 opdeinvoering van de Omgevingswet?
18
5.2 Kan de gemeente op de invoeringsdatum voldoen aan de eisen van de Omgevingswet?
20
5.3 Kan de gemeente voldoen aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan de wijze waarop de gemeente in de dagelijkse praktijk invulling moet geven aan de wet?
23
H6 | Rol van de gemeenteraad
24
6.1 Wat is de rol en positie van de gemeenteraad in de voorbereiding?
24
6.2 Hoe is invulling gegeven aan de rol en de positie van de gemeenteraad?
26
6.3 Is voorzien in monitoring die de raad in staat stelt om het implementatieproces te volgen en zo nodig bij te sturen?
28
Bijlage 1 | Normenkader
32
Bijlage 2 | Bestudeerde documenten
34
Bijlage 3 | Geïnterviewde personen
35
Bijlage 4 | Online vragenlijst voor raadsleden
36
Colofon
41
Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC.
Leeswijzer Het onderzoek is opgebouwd uit twee delen. Deel I is te beschouwen als een zelfstandig leesbaar onderzoeksrapport. In dit deel zijn de hoofdlijnen van het onderzoek en de belangrijkste uitkomsten op hoofdlijnen beschreven. In dit deel leest u: ^ De aanleiding voor het onderzoek. « Uitleg over de Omgevingswet. ^ De doelstelling van het onderzoek. ^ De conclusies uit het onderzoek. ^ De aanbevelingen en de lessen voor verbetering. In Deel II is het integrale onderzoek opgenomen met daarin de beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen. Hierin wordt uiteengezet wat de Omgevingswet precies behelst, welke taken de gemeente straks toebedeeld krijgt (anders worden) en waar de gemeenteraad een rol in kan spelen.
| 1 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
DEEL I
Essentie van het onderzoek
| 2 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
H1 | Inleiding 1.1 Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is op 1 februari 2022 opnieuw uitgesteld naar 1 januari 2023. De invoering van de wet is al vaker uitgesteld en dat is een indicatie van de omvang en complexiteit van de veranderingen die de wet met zich meebrengt. Zowel op het bestuur van de gemeente als op de ambtelijke organisatie zal de wet het nodige effect hebben. Welke effecten dit zijn en van welke omvang, komt in de voorbereidingen die gemeenten treffen in aanloop naar de implementatiedatum steeds nadrukkelijker naar voren, evenals de samenhang tussen de verschillende sporen binnen de nieuwe wet. Vrijwel alle gemeenten zijn al een paar jaar bezig met het opstellen van een omgevingsvisie. Ook wordt al geruime tijd gewerkt aan het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) dat nodig is om alle betrokken overheden aan te sluiten op één systeem. Inmiddels zijn steeds meer gemeenten begonnen met het voorbereiden op een nieuw (sneller) proces voor vergunningverlening, het verbeteren van de informatievoorziening en het nadenken over de inrichting van het (tijdelijke) omgevingsplan. Het belang van een grondige voorbereiding op alle onderdelen, inclusief het ’oefenen' met nieuwe instrumenten en processen, is van wezenlijk belang voor het welslagen van de implementatie van de Omgevingswet.
Omdat de invoeringsdatum meerdere keren is uitgesteld, hebben gemeenten ruimschoots de tijd gehad om zich op de Omgevingswet voor te bereiden. Gemeenten zijn door het Rijk voorzien van een routeplanner, waarin uiteengezet is wanneer aan welke in de wet opgenomen eisen moet zijn voldaan. Toch blijkt keer op keer dat de lagere overheden (dus ook de provincie en waterschappen) er nog niet klaar voor zijn, deels door de hierboven beschreven leermomenten die tijdens de voorbereiding naar boven kwamen. Overigens geldt dit ook op landelijk niveau; vooral de invoering van het digitale stelsel blijkt een uiterst lastige opdracht. Daarbij zijn in 2020 en 2021 nog verschillende moties doorgevoerd, waaronder de motie Nooren, die van wezenlijk belang zijn voor het implementatieproces. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de invulling van participatie en de precieze invulling van het overgaan van taken van provincie naar gemeenten op het gebied van bodem. De voorbereiding moet dan ook gebeuren met de vinger aan de pols van de beleidswijzigingen vanuit de landelijke overheid. Dit neemt niet weg dat al een aantal jaren de vier verbeterdoelen van de wet ongewijzigd zijn. De Omgevingswet wil een betere balans realiseren tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. Om deze balans te verwezenlijken moeten overheden op vier punten een ingrijpende verbetering doorvoeren: 1.
Inzichtelijk en toegankelijk omgevingsrecht. 2. Integraal beleid (in plaats van sectoraal). 3. Snellere besluitvorming. 4. Ruimte voor lokaal maatwerk. De Omgevingswet schrijft een aantal zaken voor om deze doelen te realiseren. Zo wordt stevig ingezet op het belang van participatie, de rol en taakverdeling tussen raad en college en een versnelling van het proces van het verlenen van vergunningen naar acht weken.
| 3 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
1.2 Wanneer is een gemeente "klaar" voor de Omgevingswet? Minimale acties De implementatie van de Omgevingswet kent een duidelijk landelijk kader. Om te kunnen duiden of een gemeente "klaar" is voor de Omgevingswet, zijn voor dit onderzoek de minimale acties van de VNG als toetssteen gehanteerd. Wat zijn deze "minimale acties"? Bij de introductie van de Omgevingswet werd duidelijk dat deze wet het nodige vraagt van gemeenten. Er worden in de wet zelf een aantal eisen aan de gemeente gesteld, waaronder het kunnen verlenen van een vergunning binnen acht weken na de ingediende aanvraag. Ook moet de gemeente bij visievorming en het aanpassen van regelgeving (in het Omgevingsplan) aangeven wat aan participatie is gedaan, wat dit heeft opgeleverd en hoe dat is opgenomen in de visie en/of het omgevingsplan. Tot slot moeten gemeenten, provincies en waterschappen voor het aanvragen van een vergunning bereikbaar zijn via één digitaal loket waarvoor elke gemeente aangesloten moet zijn op het zogenoemde DSO. Het is voor gemeenten vrijwel ondoenlijk om zelf uit te vinden hoe deze wettelijke bepalingen in de praktijk moeten worden gebracht. De VNG heeft daarom een landelijke ondersteuning van de implementatie opgezet. Een belangrijk onderdeel daarvan zijn de minimale acties en de bijbehorende roadmap waarin de acties in tijd zijn uitgezet.
De minimale acties beschrijven wat een gemeente in elk geval moet hebben gedaan om op de datum van inwerkingtreding minimaal hetzelfde niveau van dienstverlening op het gebied van vergunningverlening te kunnen handhaven als onder het bestaande systeem. Er kan binnen deze 27 minimale acties een onderscheid worden gemaakt in drie categorieën: 1. Wettelijk/juridisch vereiste acties 2. Bedrijfsvoeringsacties 3. Geadviseerde acties In de praktijk zijn nummers 1 en 2 nauwelijks los van elkaar mogelijk. Om aan de juridische eisen te kunnen voldoen (acht weken) moeten wel veranderingen in de bedrijfsvoering (werkprocessen) worden doorgevoerd, zoals investeringen in ICT. "Klaar" voor de Omgevingswet betekent in dit rapport dan ook dat de gemeente voldoet aan de minimale acties die vallen onder 1 en 2. Daarbij geldt dat we de DSO-vereisten niet zelf hebben getoetst, maar het oordeel daarover baseren op de interviews met de verantwoordelijke medewerkers bij het SSC, leidinggevenden en de bestuurlijk verantwoordelijken. Om te voorkomen dat het een technisch "vinkjes"-onderzoek wordt, hebben we ook nadrukkelijk gekeken naar de mate waarin de gemeente zich bewust is van de bedoeling van de wet door te verifiëren in hoeverre de verbeterdoelen leidend zijn in de te maken keuzes en de planning en mate van bewustzijn van de samenhang tussen de verbeterdoelen en de minimale acties.
Eigen invulling door gemeenten Tegelijkertijd is er veel ruimte voor de gemeenten om op hun eigen manier aan de slag te gaan met de voorbereidingen. Zo hebben de Kempengemeenten een aantal jaar geleden een eerste versie (vaak aangeduid met de term '1.0') van de omgevingsvisie vastgesteld. Daarbij is aangegeven dat op basis van voortschrijdend inzicht de visie kan worden aangepast of geactualiseerd.
| 4 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
Dit biedt de Kempengemeenten de mogelijkheid om actuele beleidsnota's te toetsen aan de uitgezette lijnen in de visies op weg naar de invulling van de wettelijk voorgeschreven programma's. In ons onderzoek inventariseren we welke instrumenten al in ontwikkeling zijn. Dit betekent dat we ons onderzoek niet alleen richten op het toetsen aan de landelijk geformuleerde doelstellingen en uitgewerkte minimale acties van de VNG, maar ook aan de eigen vastgestelde ambitieniveaus en uitgangspunten van elke gemeente. Met het uitstel van de Omgevingswet krijgen de ambtelijke organisatie en de nieuwe gemeenteraden extra tijd om zich op de implementatie voor te bereiden. Op het moment van inwerkingtreding is de verandering niet meteen af. De leerpunten die naar voren komen uit het onderzoek zullen daarom zowel gericht zijn op de korte termijn (waar is mogelijk nog ’brand'), als op de transitieperiode waarin we met elkaar leren werken met de nieuwe wet en de nieuwe kaders.
1.3 Doelstelling onderzoek De doelstelling van de Rekenkamercommissie voor dit onderzoek is tweeledig: ^ Duidelijkheid verschaffen over de stand van zaken ten aanzien van de implementatie van de Omgevingswet in de Kempengemeenten. ^ Leerpunten formuleren, in het bijzonder voor de rol van de gemeenteraden ten aanzien van de Omgevingswet. De centrale onderzoeksvraag voor dit onderzoek is:
Zijn de Kempengemeenten klaar voor de Omgevingswet?
| 5 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
H2 | Conclusies en aanbevelingen Op basis van de bevindingen, zoals weergegeven in hoofdstuk 4, worden in dit hoofdstuk conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan.
2.1 Conclusies 1.
De gemeente Eersel is op weg om op tijd klaar te zijn voor de invoering van de Omgevingswet. Om de Omgevingswet te kunnen implementeren en te voorkomen dat het niveau van dienstverlening op het terrein van vergunningverlening minimaal gelijk blijft aan het bestaande niveau op het moment van inwerkingtreding van de wet, is binnen Eersel al een stevig fundament gelegd op de meest belangrijke thema's . Dit neem niet weg dat nog een eindsprint moet worden ingezet om op 1 januari 2023 echt klaar te zijn. Extra inzet is specifiek nodig op de volgende onderdelen: ^ Het vullen van het nieuwe digitale systeem (DSO) en het oefenen ermee. ^ Knopen doorhakken over de taak -en verantwoordelijkheidsverdeling in het vergunningverleningsproces en ook met dat proces oefenen (intake- en omgevingstafels). ^ Een actueel participatiebeleid en specifiek een helder besluit van de raad in het najaar over participatie in het vergunningverleningsproces. ^ Het op "vlieghoogte" krijgen van de nieuwe raad en (daarmee samenhangend) het informeren van initiatiefnemers over de nieuwe werkwijze. In oktober staan nog raadsbesluiten op de agenda waaronder adviesrecht en eventueel verplichte participatie bij bepaalde initiatieven, die gevolgen kunnen hebben voor de definitieve inrichting van het vergunningverleningsproces. 2.
De meeste raadsbesluiten in de voorbereiding moeten nog genomen worden, maar wanneer nadrukkelijk tijd wordt ingeruimd voor kennissessies, moet de raad goed in positie zijn gebracht om de besluiten te kunnen nemen. Over het delegatiebesluit, adviesrecht en verplichte participatie bij buitenplanse initiatieven moet in het najaar van 2022 nog een beslissing worden genomen. In september 2021 heeft de toenmalige raad hierover een memo ontvangen waarin deze besluiten kort maar helder worden toegelicht. Gecombineerd met een extra informatiebijeenkomst zou dit de nieuwe raad goed in positie moeten kunnen brengen voor besluitvorming. 3. De gemeente(raad) wil beleidsneutraal overgaan. De gemeenteraad van Eersel wil op een praktische manier invulling geven aan de implementatie van de Omgevingswet. De raad streeft niet naar grote veranderingen maar naar behapbare en toepasbare besluiten. De raad laat zich hierbij vooral adviseren door eigen ambtenaren en is minder proactief in het elders opdoen van kennis en/of informatie. 4.
De raad wil onder meer op basis van de beleidsneutrale overgang, grip houden op vergunningverlening wat onherroepelijk leidt tot meer werk. Uit het onderzoek blijkt dat de raad voornemens is om eerder meer dan minder regie te gaan voeren op vergunningen en bestemmingsplannen. De raad is hiermee terughoudender in het creëren van ruimte dan men verstaat onder 'beleidsneutraal' en wat de intentie is van de Omgevingswet. De raad heeft aangegeven dat ze het delegatieVmandaatbesluit zo veel mogelijk bij zichzelf willen houden ;
| 6 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
een beeld dat overigens landelijk is waar te nemen. Als de raad echter alle/zoveel mogelijk buitenplanse initiatieven van advies wil voorzien, dan betekent dat wel wat voor de raadsagenda, maar ook ambtelijk. Dat is in het licht van de huidige capaciteit een flinke uitdaging, waarvan de raad bewust is en ook heeft aangegeven extra capaciteit te willen inzetten als dat nodig is. De raad zou echter ook meer gebruik kunnen maken van de ruimte die de Omgevingswet biedt, door de uitvoering meer bij het college te laten en de beschikbare tijd te besteden aan de grote maatschappelijke vraagstukken. Hier wil de organisatie graag over in gesprek met de raad. 5.
De raad voelt zich nog niet in staat gesteld om goed te kunnen kaderstellen en controleren. Uit het onderzoek blijkt dat de raad zelf vindt dat hij door het college tot nu toe onvoldoende in stelling is gebracht om te kunnen kaderstellen en controleren. In de enquête onder raadsleden wordt de mogelijkheid tot het uitvoeren van de controlerende rol beoordeeld met een 5,8 en de kaderstellende rol met een 4,8. De informatievoorziening hiervoor sluit niet aan op de behoefte. De meeste raadsleden vinden het een lastig en complex verhaal dat voor een lekenbestuur moeilijk is te doorgronden. De samenhang tussen al deze instrumenten is nog niet voor alle raadsleden helder. Dit is ook het geval bij de voorliggende raadsbesluiten die genomen moeten worden voordat de wet in werking treedt. Uit het onderzoek blijkt kortom dat de raad op dit moment vooral nog (vrij reactief) aan het controleren is, maar zich ook nog niet volledig geëquipeerd voelt in die rol. Zo is er door de raad ook geen gebruikgemaakt van (bij)sturingsinstrumenten ten aanzien van de Omgevingswet. 6. Er is een kloof tussen de informatievoorziening en de behoefte van de raad. Uit de online vragenlijst en uit de gesprekken blijkt dat de informatievoorziening vanuit het college over de invoering van de Omgevingswet als net voldoende wordt beoordeeld door de raad (gemiddeld geven raadsleden een 5,7).
In de gemeente Eersel is veel informatie met de raad gedeeld via bijeenkomsten, maar de inhoud beklijft niet altijd. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren nauwelijks raadsinformatiebrieven verschenen over de stand van zaken. De voortgang van de implementatie is hiermee voor de raad niet te volgen. Er is op dit vlak duidelijk een mismatch of kloof tussen wat de raad van het college verwacht en wat de raad en college van de organisatie verwachten. 7. Er is op dit moment geen regionale samenwerking tussen de gemeenteraden. Samenwerking is een essentieel onderdeel van een succesvolle implementatie en daarop volgende uitvoering van de Omgevingswet. Dit bewustzijn is aanwezig binnen de ambtelijke organisatie en ook bij de raad. De raad kan de komende jaren in zijn besluitvorming het belang van samenwerking zowel op het gebied van het omgaan met maatschappelijke opgaven, als op het gebied van effectieve bedrijfsvoering mee blijven wegen naast lokale eigenheid en zelfstandigheid.
2.2 Aanbevelingen 1.
College en raad: Benoem in de nog te nemen raadsbesluiten de concrete consequenties voor niveau van dienstverlening en capaciteit. Nog niet alle besluiten die de raad moet nemen voor de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn inmiddels genomen of met de raad voorbesproken en in een advies uitgewerkt. Dit gaat bijvoorbeeld om besluiten over het adviesrecht en delegatie en eventueel verplichte participatie bij buitenplanse activiteiten. Door in de adviezen de samenhang te beschrijven met de dienstverlening aan initiatiefnemers en andere betrokkenen en dit te koppelen aan de benodigde capaciteit binnen de ambtelijke organisatie, kan de raad een afgewogen besluit nemen en de (financiële) consequenties overzien.
| 7 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
2.
College: Geef prioriteit aan besluiten ten aanzien van taken en verantwoordelijkheden in het vergunningverleningsproces. Vanuit het SSC is voor alle vier de Kempengemeenten de technische koppeling met het DSO geregeld. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het verstrekken van vergunningen. Het aanpassen van het vergunningverleningstraject ligt voor een groot deel bij VTH en de uitvoering ervan bij GR de Kempen. Met name bij de meer complexe vergunningaanvragen staat het behandelproces niet los van de gemeente zelf. De verdeling van de werkzaamheden en verantwoordelijkheden tussen RO bij de gemeente en VTH bij GR moet op korte termijn duidelijk worden zodat intake en omgevingstafels goed kunnen worden ingericht en het mandaat helder is. 3. College: Ga uit van "het hoeft niet af te zijn om klaar te zijn". Niet alles hoeft op papier tot in de puntjes uitgewerkt te zijn. Van belang is om de nieuwe softwaresystemen te vullen en er net als met de omgevings- en intaketafels, zo snel mogelijk mee te gaan oefenen om vanaf de datum van inwerkingtreding zo weinig mogelijk tegen kinderziektes aan te lopen. Oefenen met zowel de systemen als nieuwe overlegvormen (zie ook aanbeveling 2) levert sneller en duidelijker inzichten op en maakt de implementatie voor alle betrokkenen minder theoretisch en meer realiteit.
Alles wat daarvoor geoefend kan worden draagt bij aan de kwaliteit van dienstverlening na 1 januari 2023. 4. College en raad: Heb aandacht voor het capaciteitsprobleem De capaciteit voor het doorvoeren van de benodigde acties vraagt de aankomende maanden nog aandacht. Het gaat daarbij zowel om de benodigde uren als het eigen maken van kennis en vaardigheden binnen de eigen organisatie. Daarnaast is een aantal zaken met betrekking tot samenwerking in de regio (zoals precieze verantwoordelijkheidsverdeling en organisatorische afspraken) nog onduidelijk en zijn nog niet alle raadsbesluiten (met betrekking tot de minimale acties) genomen, terwijl dit wel van invloed kan zijn op de bezetting. 5.
College en raad: Zorg voor een meerjarenplanning met doelstellingen voor de komende drie tot vijf jaar. De bestaande plannen richten zich op het projectmatig implementeren van de wet om klaar te zijn op de datum van inwerkingtreding. Echter, vanaf die datum begint het anders werken onder de Omgevingswet pas. Het is van belang ook voor de eerste jaren (de transitieperiode) een plan van aanpak te hebben om goed te kunnen sturen. Bovendien geven doelstellingen voor de wat langere termijn richting aan de besluiten die op korte termijn nog genomen moeten worden. Overweeg of het daarbij mogelijk is om een transitieregisseur in te zetten voor de verdere lijnsturing. 6.
College en raad: Zorg voor een regionaal platform of meer samenwerking voor raadsleden. Het zou de grip voor de raad op strategisch niveau enorm versterken als er een platform of een andere vorm van samenwerking wordt georganiseerd op regionaal niveau. Via dit platform zouden raadsleden informatie kunnen uitwisselen, zienswijzen, moties en amendementen kunnen doornemen, maar ook technische vragen kunnen voorbereiden. Op dit vlak zou ook de griffie een rol kunnen spelen. 7.
College: Betrek de gemeenteraad actief bij het inrichten van de proces- en informatievoorziening en ontwikkel een informatieprotocol. Zorg dat raadsleden kunnen meebepalen hoe en wanneer ze worden ingelicht over zowel de inhoudelijke besluitvorming als de voortgang van de implementatie en het vervolg. Zorg dat de P&C-cyclus en de overige informatiestromen op inhoud aan elkaar gerelateerd zijn zodat er
| 8 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
samenhang en overzicht in de informatievoorziening ontstaat. Kijk of in samenspraak met het college een protocol opgesteld kan worden waarin vastgelegd wordt welke informatie de raad wil ontvangen en welke informatie het college dient te geven. De griffie zou een centrale rol kunnen spelen in dit proces. 8.
College en raad: Informeer de gemeenteraad beter over de Omgevingswet en de implicaties van de keuzes die de raad op het punt staat te maken. De Omgevingswet is een complex onderwerp. Om de kaderstellende en controlerende taak goed uit te kunnen voeren, is naast voldoende informatie ook voldoende begrip van de Omgevingswet nodig om deze informatie te duiden. De gemeenteraad kan zich, bijvoorbeeld in een expertsessie of in regionale bijeenkomsten (met ook onafhankelijke experts van buiten), beter laten informeren. Het gaat hier nadrukkelijk niet over de Omgevingswet an sich, maar vooral over de gevolgen van keuzes, bijvoorbeeld ten aanzien van het delegatiebesluit en de verplichte participatie.
| 9 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
DEEL II
Nota van bevindingen
| 10 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
H3 | Onderzoeksverantwoording Deel II van het rapport gaat gedetailleerder in op de bevindingen waarop de conclusies en aanbevelingen in Deel I zijn gebaseerd. Deel II kent de volgende hoofdstukindeling: ^ ^ ^ ^
Hoofdstuk 3: Onderzoeksverantwoording Hoofdstuk 4: Aanpak invoering Omgevingswet Hoofdstuk 5: Stand van zaken invoering Omgevingswet Hoofdstuk 6: Rol van de gemeenteraad
In de bijlagen is de informatie opgenomen waarnaar in de tekst wordt verwezen. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het onderzoek is uitgevoerd.
3.1
Hoofdvraag en deelvragen
De Rekenkamercommissie heeft voor het onderzoek de volgende centrale vraagstelling geformuleerd:
Zijn de Kempengemeenten klaar voor de Omgevingswet?
De Rekenkamercommissie heeft de centrale onderzoeksvraag verder geoperationaliseerd naar tien deelvragen. Aanpak invoering Omgevingswet 1. Welke aanpak is er in de afzonderlijke gemeenten gepland en gevolgd ten aanzien van de invoering van de Omgevingswet? 2. Welke verschillen en overeenkomsten zijn er in het invoeringstraject tussen de afzonderlijke gemeenten? (De beantwoording van deze vraag komt terug in koepelnotitie.) 3. Is er voorzien in een realistisch (meerjaren)plan om tijdig te (gaan) voldoen aan de eisen die de Omgevingswet in formele zin stelt? Stand van zaken invoering Omgevingswet 4. Wat is de huidige stand van zaken in de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet in de afzonderlijke gemeenten? 5. Is het de verwachting dat de afzonderlijke gemeenten op de invoeringsdatum van de Omgevingswet1 (kunnen) voldoen aan de eisen die de Omgevingswet in formele zin stelt? 6. Is het de verwachting dat de afzonderlijke gemeenten (kunnen) voldoen aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan de wijze waarop gemeenten in de dagelijkse praktijk invulling geven aan de wet? Met name gericht op houding en gedrag van bestuur en ambtelijke organisatie.
1 De invoeringsdatum waarop dit onderzoek is gebaseerd, is 1 juli 2022. Op 2 februari 2022 werd echter bekend dat deze invoeringsdatum wordt verschoven naar een nog onbekende datum.
| 11 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
Rol van de gemeenteraad 7. Wat is de rol en positie van de afzonderlijke gemeenteraden in de voorbereiding van de Omgevingswet? 8. Hoe is voorzien in en invulling gegeven aan de rol en de positie van de afzonderlijke gemeenteraden in de voorbereiding van de Omgevingswet? 9. Is voorzien in monitoring die de afzonderlijke gemeenteraden in staat stelt om het implementatieproces te volgen en zo nodig bij te sturen? 10. Wat zijn de eventuele aandachts- en leerpunten voor de gemeenteraden?
Scope van het onderzoek Dit onderzoek concentreert zich op de stand van zaken ten aanzien van de implementatie van de Omgevingswet. Hierdoor kenmerkt het onderzoek zich als een ex durante en ex ante onderzoek. Dit type onderzoek vindt plaats voorafgaand aan de invoering van beleid. We onderzoeken hoe ver de gemeente is met de vereiste aanpassingen om op de datum van inwerkingtreding de dienstverlening aan inwoners te kunnen verlenen conform de minimale eisen van de Omgevingswet. Behalve een toetsing aan de minimale eisen onderzoeken we ook in hoeverre de gemeente het eigen ambitieniveau ten aanzien van deze dienstverlening heeft doorgevoerd in beleid, regelgeving en organisatieaanpassingen. We hebben ook een aantal ontwikkelpunten voor de gemeente voor de korte termijn en de middellange termijn. De implementatie van de wet is niet af op de datum van inwerkingtreding en zal ook in de periode erna veel vragen van de politieke en ambtelijke organisatie. Buiten de scope van dit onderzoek valt de keuze voor softwareleveranciers en de mate waarin dit zorgt voor extra werkzaamheden bij ICT en informatievoorziening. Er is wel geverifieerd of de gemeente de benodigde koppelingen aan het landelijke systeem tijdig kan realiseren en of de voorbereidingen voor de overgang van het oude naar het nieuwe systeem op schema liggen.
Dit onderzoek wordt uitgevoerd voor de vier Kempengemeenten (Bladel, Reusel-De Mierden, Oirschot en Eersel). De aanpak is voor alle vier de gemeenten hetzelfde geweest. Naast een rapport per gemeente, is er ook een koepelnotitie geschreven met daarin de belangrijkste overeenkomsten en verschillen, maar ook best practices.
3.2 Onderzoeksaanpak Voor het verzamelen van de benodigde informatie en het beantwoorden van de onderzoeksvragen zijn verschillende onderzoeksmethoden gebruikt. Hierbij is onder andere gebruikgemaakt van een vragenlijst en een normenkader als onderzoekstool. Normenkader Om de verzamelde informatie te beoordelen en om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden, is gebruikgemaakt van een normenkader. Dit normenkader is te vinden in bijlage 1. Toetsingskader Naast een normenkader is voor dit onderzoek ook een toetsingskader gebruikt, namelijk de 27 minimale acties van de VNG. Behalve een toetsing aan de minimale eisen is ook onderzocht in hoeverre de gemeente het eigen ambitieniveau ten aanzien van deze dienstverlening heeft doorgevoerd in beleid, regelgeving en organisatieaanpassingen.
| 12 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
Documentenstudie Op basis van de documentenstudie zijn de topiclijsten opgesteld voor de interviews met betrokkenen. Een complete lijst van de bestudeerde documenten is opgenomen in bijlage 2. Vragenlijst raadsleden Om zoveel mogelijk raadsleden in staat te stellen een bijdrage aan het onderzoek te leveren is er naast een documentenstudie gebruikgemaakt van een vragenlijst voor de gemeenteraad (respons hierop was 35,37 in Eersel (zes van de zeventien raadsleden2)). Deze vragenlijst bevatte een beperkt aantal vragen om een grote tijdsbelasting te voorkomen. Onderwerpen die daarin aan de orde kwamen, zijn: ^ inrichting informatievoorziening; ^ juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie; ^ mogelijkheid tot goed uitoefenen van kaderstellende en controlerende taak; ^ in hoeverre doelstellingen concreet geformuleerd worden. De vragenlijst voor raadsleden gaf input voor het tweede deel van het onderzoek, waarin we met een vertegenwoordiging van de raad een groepsgesprek hebben gevoerd. De volledige vragenlijst is opgenomen in bijlage 4. Interviews met betrokkenen Voor verdieping en nadere duiding zijn interviews gehouden.
Per gemeente zijn er gesprekken gevoerd met onder andere: ^ Programmamanager/projectmanager Omgevingswet ^ Teamleider RO, Teamleider Vergunningen, Teamleider ICT/Informatievoorziening en Teamleider Dienstverlening ^ Afvaardiging van de betrokken colleges van B&W ^ Afvaardiging van de betrokken gemeenteraad Daarnaast zijn er ook een aantal samenwerkingspartners gesproken: ^ Provincie • Waterschap • Omgevingsdienst De complete lijst van geïnterviewde personen en instanties is te vinden in bijlage 3. Voor de interviews hebben we topiclijsten gehanteerd.
2 De respons in Eersel is een stuk lager dan in de andere Kempengemeenten, de oorzaak hiervoor is echter niet duidelijk.
| 13 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
H4 | Aanpak invoering Omgevingswet Dit hoofdstuk gaat in op de aanpak voor de invoering van de Omgevingswet en behandelt deelvragen 1 en 3 (deelvraag 2 komt terug in de koepelnotitie).
Aanpak 1. Welke aanpak is er in de afzonderlijke gemeenten gepland en gevolgd ten aanzien van de invoering van de Omgevingswet? 3.
Is er voorzien in een realistisch (meerjaren)plan om tijdig te (gaan) voldoen aan de eisen die de Omgevingswet in formele zin stelt?
4.1 Welke aanpak is er gepland en gevolgd t.a.v. de invoering van de Omgevingswet? Normen bij deelvraag 1: ^ Er is sprake van een heldere en vastgestelde aanpak met duidelijke (vooraf vastgestelde) mijlpalen en resultaten. ^ Er is sprake van een aanpak waarin niet alleen organisaties en colleges van B&W, maar ook de (rol van de) gemeenteraad(sleden) expliciet is meegenomen. ^ Er is sprake van een vastgestelde projectbegroting voor de voorbereiding op inwerkingtreding.
Eersel kent een gedegen projectplan uit 2019 Er is in 2019 een implementatieplan opgesteld waarin de voorbereiding op de implementatie wordt uitgewerkt op basis van de ingangsdatum 1 januari 2021. De data zijn later in de stukken niet aangepast en de opzet en uitgangspunten zijn ook niet gewijzigd. Uit de interviews kwam naar voren dat de extra voorbereidingstijd in de gemeente Eersel welkom was en de implementatiestappen overeenkomstig het plan worden uitgevoerd. Het implementatieplan bevat een projectstructuur en een tijdsplanning samen met een overzicht van de benodigde budgetten. In de begrotingen is de Omgevingswet opgenomen op verschillende onderdelen. Er is een concreet budget voor ICT vermeld. Voor het overige wordt de Omgevingswet genoemd als risicofactor vanwege alle onduidelijkheid ten aanzien van eventuele andere kosten. Het implementatieplan is een plan op hoofdlijnen waarin drie werkgroepen/thema's zijn opgenomen: 1. Omgevingsplan (hiervoor is een Plan van Aanpak uit 2021 beschikbaar) 2. Werkprocessen 3. Informatievoorziening In het stuk wordt geen relatie gelegd met de minimale acties van de VNG, maar de onderverdeling in werkgroepen en thema's komt overeen met de thema's in die minimale acties. In het plan wordt toegelicht dat een deel van de verantwoordelijkheid ligt bij de VTH De Kempen De status van de documenten is niet uit de stukken op te maken.
Het gaat naar alle waarschijnlijkheid om ambtelijke projectplannen die niet als zodanig aan de raad zijn voorgelegd.
| 14 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
Planning raadsbesluiten In april 2022 zijn drie besluiten voorgelegd aan de raad te weten: 1. Delegatie 2. Adviesrecht 3. Verplichte participatie bij buitenplanse initiatieven Deze besluiten zijn van de agenda gehaald en uitgesteld naar het najaar. Dit heeft te maken met het feit dat de raad na de verkiezingen een nieuwe samenstelling heeft en de nieuwe raadsleden zich onvoldoende in staat voelden om te kunnen besluiten. Uit de interviews komt naar voren dat wanneer een besluit aan de raad wordt voorgelegd, het tot dan toe vrij abstracte implementatietraject heel concreet wordt. De raad realiseert zich dan goed wat hij niet weet, en om in te kunnen inschatten wat de consequenties van de besluiten zijn, is meer tijd nodig. Daarom wordt hierover in september 2022 extra informatie verstrekt tijdens een bijeenkomst. Wanneer de besluiten genomen zijn, kunnen de consequenties waar nodig worden doorgevoerd in de werkprocessen en kunnen initiatiefnemers worden geïnformeerd. Betrokkenheid relevante samenwerkingspartners De gemeente Eersel maakt onderdeel uit van VTH de Kempen en onderhoudt hier goede relaties mee. In de regio neemt de Omgevingsdienst vaak het initiatief, zo komt uit de interviews naar voren, maar in de beleving van Eersel is dat niet altijd nodig.
Een omgevingstafel waarbij externe ketenpartners aanschuiven zal naar verwachting voor Eersel maar eens per jaar nodig zijn. Met de voorloper van de omgevingstafel wordt wel voorzichtig geoefend samen met de provincie tijdens de zogenoemde "regietafel". Hierbij zijn nog geen initiatiefnemers betrokken en het is ook nog niet gekoppeld aan vergunningverlening. Wel wordt de samenwerking tussen de verschillende ketenpartners hier verstevigd en is er goed zicht op welke plannen spelen in de regio Zuidoost-Brabant. Het implementatieplan en de uitwerkingen door de werkgroepen zijn vooral gericht op wat moet gebeuren in de ambtelijke organisatie en als zodanig niet aan de raad voorgelegd. Wel krijgt de raad via informatiebijeenkomsten de nodige input en worden de raadsadviezen tijdig aangeleverd. Eersel heeft een gedegen uitgewerkte aanpak voor het werken met het omgevingsplan. Het uitgangspunt is dat afwijkingen van het tijdelijke omgevingsplan zullen worden verwerkt via vergunningverlening. Voor de precieze invulling van het nieuwe proces zijn de raadsbesluiten adviesrecht en verplichte participatie bij buitenplanse initiatieven nodig. In algemene zin is de samenwerking tussen de Kempengemeenten zichtbaar in de structuur: er is een Shared Service Center voor ondersteunende diensten en een GR De Kempen voor de VTH-taken. Beide spelen een rol bij de implementatie van de Omgevingswet.
Zo is het SSC vanuit ICT uitvoerder van de minimale acties met betrekking tot het technische deel van het Digitaal Stelsel Omgevingswet en VTH De Kempen voor de vergunningverlening conform de eisen die de Omgevingswet aan dit proces stelt. Dit heeft ertoe geleid dat de aanbesteding en inkoop van de software centraal zijn geregeld en dat de technische koppeling van de gemeenten aan het landelijke DSO mogelijk is. Er is voor de GR VTH een draaiboek Omgevingswet van juli 2021 waarin voor minimale acties VTH een gedetailleerde uitwerking is opgenomen. Dit betekent voor Eersel dat de voorbereidingen op de implementatie ten aanzien van de VTH-taken goed inzichtelijk zijn en grotendeels op schema liggen. Daar waar het gaat om de invulling van de precieze taakverdeling onder de wet tussen VTH binnen de GR en RO binnen de gemeente zelf, is nog wel enige discussie en onduidelijkheid. Deels heeft dit te maken met de onduidelijke governance, deels met de wens van de deelnemende gemeenten een eigen invulling te geven aan het proces.
| 15 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
Naast de samenwerking binnen de Kempengemeenten, vraagt de Omgevingswet samenwerking met ketenpartners zoals de provincie, de uitvoerende diensten, de GGD en het waterschap. Al in 2017 is in de Kempenregio een opzet gemaakt voor een gezamenlijke (beleidsmatige) aanpak van de implementatie met een aantal heldere uitgangspunten in het Programmaplan Invoering Omgevingswet Kempengemeenten. Dit plan is destijds niet voorgelegd aan de raden van de Kempengemeenten en is ook niet als zodanig uitgevoerd. In februari 2020 zijn in Zuidoost-Brabant afspraken gemaakt over regionale samenwerking. Eersel neemt niet op individuele basis deel maar via de vertegenwoordiging vanuit de Kempengemeenten. In het overleg worden bijvoorbeeld afspraken gemaakt over de inrichting van regionale omgevingstafels en het oefenen met deze overlegvorm. Behalve het VTH-proces zijn er afspraken over opleidingen en de productVdienstencatalogus. Het is voor de ketenpartners niet haalbaar om met alle 21 gemeenten in de regio apart het nieuwe vergunningverleningsproces in te regelen. De projectbegroting is vastgesteld In de plannen van aanpak is een aantal bedragen opgenomen die nodig zijn voor de implementatie. Er is een begroting 2021 "Herziening ruimtelijke plannen" beschikbaar waarin de kosten voor de implementatie van 2020 tot 2030 zijn opgenomen.
In de programmabegroting voor 2021 komt de Omgevingswet bij verschillende terreinen naar voren: dienstverlening, beleid en de gemeentelijke ambities. Daarbij wordt de bedoeling van de wet aangekaart, inclusief de rol van de raad: "de rol van de raad wordt steeds minder toetsend en steeds meer faciliterend" (pagina 36 Totaal Doc Begroting) en "de cultuuromslag die gevraagd wordt van de Omgevingswet past in de algehele verandering van de rol van overheid van regelaar naar partner" (pagina 113 van hetzelfde document).
4.2 Is er voorzien in een realistisch (meerjaren)plan om te voldoen aan de eisen van de Omgevingswet? Normen bij deelvraag 3: ^ In de gemeente Eersel is er sprake van een realistisch (meerjaren)plan om tijdig te voldoen aan de eisen die de Omgevingswet in formele zin stelt. ^ Het meerjarenplan is bekend bij de betrokken actoren.
Er is geen meerjarenplanning Alle bestaande plannen richten zich op de implementatie en daarmee de datum van inwerkingtreding van de wet. Daarbij staat het voldoen aan de minimale eisen op de datum van inwerkingtreding centraal. Er zijn geen plannen voor de zogenoemde transitieperiode; de periode twee tot drie jaar na inwerkingtreding, waarin alle voorbereidingen dagelijkse praktijk moeten worden. Uit de gesprekken blijkt dat de gemeente zich ervan bewust is dat de transitieperiode een lastige tijd wordt vanwege alle vernieuwingen en het deels doorlopen van projecten onder het oude regime en de te verwachten kinderziektes bij het DSO. Dit neemt niet weg dat er geen projectplan voor is opgesteld en de blik gericht is op de datum van inwerkingtreding. Er wordt door medewerkers van de gemeente gewezen op het feit dat bepaalde zaken niet hoeven voor de datum van inwerkingtreding en dat activiteiten in dat kader worden verschoven tot later. Denk hierbij aan het "Omgevingswet proof" maken van zowel de omgevingsvisie (deadline 31 december 2024) als het omgevingsplan (deadline 31 december 2029). Dit is formeel juist, al is het wel van belang om deze activiteiten een plek te geven in een lange termijn planning én ze niet uit het oog te verliezen als richtinggevende doelstellingen voor de activiteiten op de korte termijn.
| 16 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
Daarnaast speelt het belang van strategische personeelsplanning in dit kader. Deels vanuit de noodzaak om de huidige tijdelijke formatie/inhuur die zich bezighoudt met de Omgevingswet om te zetten naar een structurele verankering van de kennis en kunde op dit gebied. Hier is wel een reden voor zorg: de kleine formatie van de gemeente moet na het vertrek van de huidige programmamanager en andere externe deskundigen, zelf het proces op gang houden. Mede daarom is een lange termijn planning wenselijk. Dat zou ook meer richting en duiding geven aan de besluiten die de raad moet nemen in deze periode. Het ontbreken van een meerjarenplanning is indicatief voor de projectmatige wijze waarop de Omgevingswet in Eersel wordt geïmplementeerd. In het ambtelijk wederhoor is aangegeven de tweewekelijkse overleggen van het kernteam zorgen voor borging van de voortgang. Dit is ten aanzien van de voorbereidingen op de ingangsdatum een effectieve werkwijze, maar het neemt niet weg dat een realistisch meerjarenplan om ook daarna te voldoen aan de eisen van de wet in deze fase wenselijk is. Uit de raadsadviezen, planningen en gesprekken blijkt dat een beleidsneutrale overgang met als aanvulling een evaluatie na ongeveer een jaar het uitgangspunt is voor de implementatie van de wet. Dat is een prima aanpak, zeker voor de kortere termijn.
De raad zou echter nog beter in positie gebracht kunnen worden door ook nu al een meerjarenplan op te stellen met daarin scenario's met verwachte consequenties van de te maken keuzes. Hiermee kan dan worden voldaan aan één van de adviezen vanuit de lijst minimale acties: "veranderopgave na datum indiensttreding bepaald", nog veel punten op de planning die nog uit te werken zijn.
| 17 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
H5 | Stand van zaken invoering Omgevingswet Dit hoofdstuk gaat in op de stand van zaken met betrekking tot de invoering van de Omgevingswet en beantwoordt deelvragen 4 tot en met 6.
Stand van zaken invoering Omgevingswet 4. Wat is de huidige stand van zaken in de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet in de afzonderlijke gemeenten? 5. Is het de verwachting dat de afzonderlijke gemeenten op de invoeringsdatum van de Omgevingswet3 (kunnen) voldoen aan de eisen die de Omgevingswet in formele zin stelt? 6. Is het de verwachting dat de afzonderlijke gemeenten (kunnen) voldoen aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan de wijze waarop gemeenten in de dagelijkse praktijk invulling geven aan de wet? Met name gericht op houding en gedrag van bestuur en ambtelijke organisatie.
5.1 Wat is de stand van zaken in de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet? Normen bij deelvraag 4: ^ De raadsbesluiten die voor de invoeringsdatum genomen moeten zijn, zijn minimaal met de raad voorbesproken en in een advies uitgewerkt (zie paragraaf 6.1 voor de beantwoording). ^ Er wordt geoefend met het DSO. ^ Er wordt geoefend met omgevingstafels, inclusief ketenpartners. ^ Er zijn nieuwe (financiële) afspraken gemaakt met ketenpartners. ^ Er is een opleidingsplan voor in elk geval de teams vergunningen en RO. ^ Er zijn werkafspraken geformuleerd (bijvoorbeeld in een handboek) over het verwerken van buitenplanse initiatieven op basis van het tijdelijke omgevingsplan.
Er wordt nog niet voldoende geoefend met het DSO Vanuit het SSC is voor alle vier de Kempengemeenten de technische koppeling met het DSO geregeld. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het kunnen verstrekken van vergunningen onder de Omgevingswet. Het vullen van het systeem is de verantwoordelijkheid van de gemeenten zelf. Het gaat dan om de bestemmingsplannen die worden samengevoegd tot het nieuwe omgevingsplan, de formats van diverse formulieren en brieven en de zogenoemde vragenbomen4 die horen bij het verstrekken van informatie over de regelgeving. Het aanpassen van het werkproces vergunningverlening ligt voor een groot deel bij de VTH De Kempen. Dit gebeurt uiteraard in afstemming met de gemeenten. De GR heeft een implementatieplan opgesteld en geactualiseerd in 2021. Door het uitstel zijn de deadlines verschoven. Mede hierdoor ligt, zo blijkt uit de interviews, de GR voor het deel van de implementatie waarvoor de GR verantwoordelijk is, op schema. Enige zorg is er over de beschikbare capaciteit.
3 De invoeringsdatum waarop dit onderzoek is gebaseerd, is 1 juli 2022. Op 2 februari 2022 werd echter bekend dat deze invoeringsdatum wordt verschoven naar een nog onbekende datum. 4 Vragenbomen leiden initiatiefnemers/inwoners op een eenvoudige manier door digitaal beschikbare informatie.
| 18 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
Daarnaast moet nog geoefend worden met het nieuwe systeem en moet in de samenwerking met onder meer team RO de precieze taakverdeling nog worden afgestemd. Er ligt voor dit deel in de gemeente Eersel (nog) geen duidelijk stappenplan dat aansluit bij de actualiteit. Er kan ook nog amper worden geoefend met de systemen omdat de VTH-applicatie opnieuw moest worden aanbesteed vanuit de Omgevingsdienst (ODZOB). Sinds 1 juli van dit jaar is de minimale variant voor de regio beschikbaar wat ook bij de individuele gemeenten voor vertraging heeft gezorgd. Omdat het "vullen" van het systeem bij de gemeente niet af is, is oefenen met het DSO lastig. Vanuit de ODZOB zal nog een brief aan bestuurders worden gestuurd om elke gemeente aan te sporen in het najaar intensief met de systemen te gaan oefenen. Er wordt voorzichtig geoefend met (regionale) omgevingstafels De beleidsneutrale overgang betekent voor VTH dat bij meer complexe aanvragen, die niet meer in aanmerking komen voor de verlengde procedure, een voortraject nodig is om de termijn van acht weken te kunnen realiseren. Hiervoor wordt inmiddels voorzichtig geoefend met (regionale) omgevingstafels, zoals bij de Metropoolregio Eindhoven. Zowel bij het inrichten als bij het oefenen met de omgevingstafel in het voortraject, komen nog praktische onzekerheden naar boven over wie precies wat doet en met welk mandaat.
Vanuit de provincie wordt aangegeven dat men juist met de Kempengemeenten en zeker ook met Eersel, goed op weg is met overlegstructuren en het ondersteuningsnetwerk. Zo wordt met alle individuele gemeenten eens per drie weken overlegd over ruimtelijke ontwikkelingen vanuit de wens om in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken te zijn bij deze ontwikkelingen. Soms neemt een initiatiefnemer deel aan de gesprekken en/of wordt een locatie gezamenlijk bezocht. In aanvulling op deze overleggen vindt eens per twee maanden met alle Kempengemeenten een thematisch overleg plaats. Een en ander draagt bij aan een goede onderlinge samenwerking en een sfeer van onderling vertrouwen. Daarmee passen de overleggen in "de geest van de Omgevingswet". Er is bij deze overleggen echter nog geen koppeling met vergunningaanvragen of concrete initiatieven. Het is een voorfase van het vooroverleg zoals bedoeld in de minimale acties met een omgevingstafel. Vanuit ODZOB wordt het initiatief genomen om regionale omgevingstafels in het leven te roepen om te voorkomen dat er subtafels ontstaan. Daarbij wordt volop gebruikgemaakt van de ervaring bij andere regio's, zoals IJsselland.
Er zijn verschillende samenwerkingsafspraken gemaakt met ketenpartners Uit de beschikbare stukken en de interviews komt een beeld naar voren dat het initiatief voor het gezamenlijke deel van de implementatie van de wet vooral bij de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant ligt waar het gaat om de concrete en praktische zaken. Er is sprake van samenwerkingsafspraken met alle 21 gemeenten over: 1. Verkennen en begeleiden initiatief 2. Vergunningverlening regulier en uitgebreid 3. Meldingen (proces) 4. Toezicht en handhaving Zowel de gemeenten als VTH De Kempen zijn aangesloten bij het inregelen van en oefenen met de processen. Ook heeft de ODZOB een handleiding opgesteld voor het beoordelen van de zogenoemde Bruidsschat (een set regelgeving die vanuit het Rijk wordt gedelegeerd aan gemeenten en bij een beleidsneutrale overgang als complete set onderdeel wordt van het gemeentelijke omgevingsplan) om ook hierin harmonisatie te faciliteren, al blijft de besluitvorming hierover aan de gemeente.
| 19 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
Ook de provincie hecht aan samenwerking om in een vroeg stadium zicht te hebben op ruimtelijke ontwikkelingen. Binnen de gemeente Eersel is het beeld dat al te veel samenwerking buiten de Kempenregio niet echt van toepassing is op de gemeente zelf, zo komt uit de interviews naar voren. De inschatting is dat die samenwerking vooral relevant is wanneer het om grote en complexe plannen gaat, en die staan voor Eersel niet in de planning. Men richt zich daarom bij voorkeur op de impact van de wet op de eigen organisatie en op de invulling van het werkproces in samenwerking met VTH De Kempen en SSC. Er is een besluit genomen over werken met het tijdelijk omgevingsplan en er zijn draaiboeken voor VTH Bij de gemeente Eersel is grondig werk gemaakt van de voorbereiding op het nieuwe (tijdelijke) omgevingsplan. Dit blijkt ook uit de structuur van het implementatieplan en de indeling van de werkgroepen. Er ligt dan ook een duidelijk besluit om de komende jaren afwijkingen op het plan via vergunningverlening te behandelen. Deze duidelijkheid draagt bij aan het gericht implementeren van de wet omdat men weet waar in deze gevallen de werkzaamheden zich vooral zullen voordoen. Ook kunnen initiatiefnemers al van deze gang van zaken op de hoogte worden gebracht. De raad is hierover in november 2021 via een raadsinformatiebrief op de hoogte gebracht.
Verder zijn er twee draaiboeken VTH (2020 en 2021) voor VTH De Kempen. Bij het opstellen van het draaiboek is uitgegaan van 1 juli 2022 als ingangsdatum. Het draaiboek 2021 is bijgewerkt tot midden juli 2021 en daarmee niet volledig actueel. Wel geeft het een goede indruk van: ^ de stand van zaken DSO bij VTH; ^ de stand van zaken bewustzijn "wat nog moet gebeuren"; ^ de uitgangspunten van de implementatie (beleidsneutraal, volgens richtlijnen VNG). Een aantal onderwerpen staat in juli 2021 nog in de wacht. Hiervoor worden twee oorzaken aangewezen: 1. Men wacht modellen/voorbeelden af vanuit de VNG (voor verordeningen, formulering toepasbare regels e.d.). 2. Een aantal zaken vraagt om besluitvorming per gemeente. Er zijn geen teamplannen voor RO en Dienstverlening in de gemeente.
5.2 Kan de gemeente op de invoeringsdatum voldoen aan de eisen van de Omgevingswet? Norm bij deelvraag 5: ^ De Kempengemeenten voldoen op invoeringsdatum 1 januari 20aa in formele zin aan de eisen die de Omgevingswet stelt. De gemeente Eersel voldoet naar verwachting waarschijnlijk in formele zin op tijd aan alle eisen die de Omgevingswet stelt, al vraagt het een eindsprint én besluitvorming door de raad in het najaar. In de volgende tabellen zijn de 27 minimale acties (negentien acties, acht adviezen) opgenomen waaraan gemeenten moeten voldoen en de adviezen die er vanuit de VNG zijn gegeven. In de tweede kolom is aangegeven wat de status is van het voldoen aan deze minimale acties. Groen betekent dat er aan voldaan is, geel dat er deels aan voldaan is en rood dat er niet aan voldaan is.
| 20 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
In de derde kolom wordt de status toegelicht. Het is niet van alle minimale acties duidelijk wat de actuele stand van zaken is (aangegeven met de kleur grijs). Dit heeft deels te maken met het al dan niet gezamenlijk met andere gemeenten oppakken van de actie en deels met nog te nemen raadsbesluiten. Een punt van aandacht is nog wel het thema participatie. De bestaande (en sterk verouderde) participatienota voldoet niet aan de eisen van de Omgevingswet omdat de nota is opgesteld in de periode waarin deze vereisten nog niet bekend waren. Op korte termijn volstaat het besluit Verplichte Participatie in het vergunningverleningstraject, maar ten aanzien van visievorming, het aanpassen van het omgevingsplan en dergelijke, zal ook helderheid moeten komen over hoe Eersel met participatie om wil gaan. Hoewel het in de minimale acties minder hard is vastgelegd, is participatie wel degelijk een pijler in de Omgevingswet en verplicht bij de genoemde visievorming en planaanpassingen. Tabel 1
Stand van zaken minimale acties Omgevingswet Eersel
Aanvragen, meldingen en vergunningen (bij VTH De Kempen)
Status
Toelichting
1.
Kunnen ontvangen aanvragen en meldingen
2.
Kunnen beoordelen vergunningaanvragen (proces)
3.
Kunnen beoordelen vergunningaanvragen (beoordelen)
4.
Kunnen aanleveren indieningsvereisten
5.
Gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit ingesteld
6.
Vergunningverlening aangepast op de Wkb
7.
Proces verkennen initiatief ingericht
Oefenen met ketenpartners
8.
Participatie bij initiatieven ingericht
Raadsbesluit oktober
-
Nagekomen info sept: raadsvoorstel gaat in procedure
Toezicht en handhaving (bij VTH De Kempen) 9.
Toezicht en handhaving ingericht
10. Toezicht en handhaving aangepast aan de Wkb Planvorming 11. Kunnen wijzigen omgevingsplan 12. Kunnen werken met tijdelijk omgevingsplan Programma's 13. Programma luchtkwaliteit vastgesteld
Niet van toepassing
Overig 14. Kunnen uitvoeren gedecentraliseerde bodemtaken 15. Kunnen toepassen procedures en regels voorkeursrecht en onteigenen 16. Kunnen toepassen procedures en regels kostenverhaal 17. Legesmodel, mandaatregelingen en verordening planschade aangepast 18. Financiële arrangementen met uitvoeringsdiensten herzien
| 21 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
19. Verstrekken informatie over de Omgevingswet Tabel 2
Stand van zaken adviezen Omgevingswet Eersel
Algemene strategie 1.
Na raadsbesluiten
Status
Toelichting
Ambities, strategie, aanpak en financiën bepaald
Aanvragen, meldingen en vergunningen 2.
Kunnen opstellen en aanleveren vragenbomen vergunningcheck
3.
Snelle dienstverlening voor topactiviteiten ingericht
4.
Plan(ning) gemaakt voor nieuw omgevingsplan
5.
Kennis vergaard over kerninstrument programma
Omgevingsvisie 6.
Omgevingsvisie in voorbereiding
Monitoring en evaluatie 7.
Monitoring en evaluatie ingericht
Overig 8.
Veranderopgave na 2022 bepaald
Van de achttien minimale acties die gelden voor de Kempengemeenten, voldoet de gemeente Eersel er momenteel aan tien. Van vier minimale acties is niet duidelijk of de gemeente eraan voldoet. Daarnaast voldoet de gemeente Eersel momenteel aan de helft van de adviezen vanuit de VNG. Op basis van deze tabellen en gesprekken met de gemeente, is de verwachting dat de gemeente Eersel goed op koers ligt voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023. Er is een eindsprint nodig om alles op tijd op orde te hebben. Wel lijkt de gemeente op de hoogte te zijn van wat er nog moet gebeuren en de nog te nemen raadsbesluiten zijn al uitgewerkt. De grotendeels nieuwe gemeenteraad heeft echter nog een inhaalslag nodig om de besluiten ook daadwerkelijk te kunnen nemen. Hiervoor worden in september bijeenkomsten georganiseerd. De betrokken geïnterviewden hebben er vertrouwen in dat met hard werken op de datum van inwerkingtreding de gemeente wel klaar zal zijn voor de wet. Hiermee wordt echter een belangrijk punt van zorg geraakt, namelijk de ambtelijke bezetting. De werkgroep die de implementatie begeleidt, bestaat voor 757 uit externen. De kennis en kunde en uitgewerkte documenten zijn nu op een goed niveau maar vanwege het hoge aandeel externen wel kwetsbaar.
Er is als onderdeel van het implementatieplan voorzichtig een aantal uitgangspunten geformuleerd voor de periode na de inwerkingtreding van de wet. Het opstellen van een gedegen plan van aanpak voor de transitieperiode kan dit als fundament gebruiken. Om concrete zorgen, zoals die ten aanzien van de kwetsbaarheid van de bezetting, goed te kunnen oplossen, is een dergelijk plan van aanpak nodig. Daarmee zou Eersel ook voldoen aan het laatste advies van de 27 minimale acties: "veranderopgave na datum inwerkingtreding bepaald". Ook is de opbrengst van de samenwerking in de regio geringer dan gehoopt. Tussen de Kempengemeenten en VTH De Kempen bestaat nog discussie over wie precies wat doet in het vergunningsproces bij met name de meer ingewikkelde initiatieven. Daarnaast wordt de GR geconfronteerd met de onderling verschillende ideeën van de deelnemende gemeenten, bijvoorbeeld
| 22 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
met betrekking tot het werken met het nieuwe omgevingsplan. Gaat dat vooral via vergunningverlening of via aanpassen van het omgevingsplan?
| 23 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
Van deze onderlinge afstemming tussen de gemeenten is nog niet duidelijk hoe dit er straks uit gaat zien. Dit roept vragen op en leidt ertoe dat iedere gemeente hierover eigen ideeën heeft. Uit de gesprekken komt naar voren dat het wel als een voordeel wordt ervaren dat VTH is gehuisvest in Eersel. Hierdoor zijn de lijnen toch wat korter. De gemeente Eersel heeft een Omgevingsvisie 2.0 die in november 2021 is vastgesteld. Deze versie geeft aan wat de stand van zaken is ten aanzien van het beleid. Benoemd wordt dat toegewerkt wordt naar de definitieve versie (3.0) door middel van onderzoek en interactie met inwoners.
5.3 Kan de gemeente voldoen aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan de wijze waarop de gemeente in de dagelijkse praktijk invulling moet geven aan de wet? Normen bij deelvraag 6: ^ De afzonderlijke gemeenten (kunnen) voldoen aan de eisen die de Omgevingswet stelt: met name gericht op houding en gedrag van bestuur en ambtelijke organisatie. ^ Het denken en handelen is in de geest van de Omgevingswet.
Het is waarschijnlijk dat de gemeente Eersel op tijd aan alle eisen over de praktische invulling van de wet kan voldoen Net als bij de andere Kempengemeente, speelt bij Eersel dat waar het gaat om complexe initiatieven, op dit moment nog onvoldoende duidelijk is wie welke verantwoordelijkheid heeft en van daaruit de implementatie verder in de praktijk brengt. Echter, de verwachting is dat de komende jaren niet veel complexe initiatieven aan de orde zullen zijn. De doelstellingen ten aanzien van de woningbouwopgave zijn gerealiseerd, zo komt uit de gesprekken naar voren. Wel is Eersel in de bredere regio betrokken bij de ontwikkelingen van de zogenoemde "schaalsprong" rondom de uitbreiding van het bedrijf ASML dat effect heeft op de gehele regio. De verwachting is echter dat dit geen problemen op gaat leveren. Daarmee is de gemeente Eersel voor een goede start op de datum van indiensttreding vooral afhankelijk van de mate waarin ze kan oefenen met het DSO. Hierop heeft ze zelf deels invloed, bijvoorbeeld door zorg te dragen voor het goed "vullen" van de systemen. Hier is nog wel een eindsprint nodig, zo wordt door de geïnterviewden aangegeven. Daarnaast moet de informatievoorziening aan de vernieuwde raad zorgen voor besluitvorming in het najaar op een aantal thema's, zodat de consequenties van de besluiten ook nog tijdig kunnen worden doorgevoerd.
Eersel werkt in de geest van de wet waar het gaat om de kwaliteit van dienstverlening en de daarmee samenhangende effectiviteit van het werkproces. Ten aanzien van samenwerken worden de voordelen in de praktijk niet altijd ervaren. De raad en het college maken nog geen gebruik van de ruimte die de wet biedt voor het doorvoeren van veranderingen in de onderlinge relatie en het aanpassen van regelgeving, dus daar kan "de geest" nog worden versterkt.
| 24 | Eindrapport Rekenkameronderzoek implementatie Omgevingswet Eersel
BMC YACHT GROUP
H6 | Rol van de gemeenteraad Dit hoofdstuk gaat in op de rol van de gemeenteraad in de voorbereiding van de Omgevingswet, de rol die de raad de afgelopen jaren heeft gespeeld en we gaan in op de monitoring en informatievoorziening voor de raad. In dit hoofdstuk worden deelvragen 7 tot en met 9 beantwoord.
Rol van de gemeenteraad 7. Wat is de rol en positie van de afzonderlijke gemeenteraden in de voorbereiding van de Omgevingswet? 8. Hoe is voorzien en invulling gegeven aan de rol en de positie van de afzonderlijke gemeenteraden in de voorbereiding van de Omgevingswet? 9.
Is voorzien in monitoring die de afzonderlijke gemeenteraden in staat stelt om het implementatieproces te volgen en zo nodig bij te sturen?
Voor het beantwoorden van bovenstaande vragen over de rol van de raad, is de raad ook zelf bevraagd, in de vorm van een online vragenlijst en een groepsgesprek. De online vragenlijst is door zes van de zeventien raadsleden ingevuld; de resultaten geven dus een indicatief beeld (35,37 respons5). In het groepsgesprek met de raad zijn de resultaten van de vragenlijst besproken en is hierop doorgevraagd.