CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[22.06113] - vjn2023 voorjaarsnota 2023-2026

Raadsvergadering 5 juli 2022, gemeente EerselBij agendapunt: Voorjaarsnota 2023-202626.891 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VOORJAARSNOTA 2023-2026

2

Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4. 5.

Inleiding ...................................................................................................................................... 5 Actueel financieel beeld 2023-2026 ........................................................................................... 6 Structurele gevolgen jaarrekening 2021 ..................................................................................... 6 Eerste bestuursrapportage 2022 ................................................................................................ 7 Geactualiseerd financieel beeld 2023-2026 ............................................................................... 7 5.1. De ‘meicirculaire 2022’ ....................................................................................................... 7 5.2. Bijzondere onderwerpen gemeentefonds .......................................................................... 7 5.3. Gemeenschappelijke regelingen ....................................................................................... 8 5.4. Verhoging storting bestemmingsreserve rehabilitatie wegen ............................................ 9 5.5. Kempenmuseum ................................................................................................................ 9 5.6.

Begrotingsbijstellingen ....................................................................................................... 9 5.7. Resumé paragrafen 3, 4 en 5 .......................................................................................... 10 5.8. OZB .................................................................................................................................. 10 6. Nieuwe ontwikkelingen in 2023 en volgende jaren in de exploitatie ........................................ 11 6.1.1. Noodzakelijke uitgaven (A-prioriteiten) ..................................................................... 11 6.1.2. Investeringswensen met een hoge prioriteit (B-prioriteiten) ...................................... 11 6.1.3. Overige uitgaven en investeringswensen met daaruit vloeiende kapitaallasten (Cprioriteiten) ................................................................................................................................ 11 6.2 Specifieke onderwerpen .................................................................................................. 12 7. Actueel beeld beschikbare reserves 2022 t/m 2026 ................................................................ 13 7.1. Algemene reserve ............................................................................................................ 13 8.

Nieuwe ontwikkelingen in 2023 en volgende jaren in de investeringen ................................... 14 BIJLAGE A ........................................................................................................................................ 15 1. Aantal inwoners/woonruimten .............................................................................................. 15 BIJLAGE B ........................................................................................................................................ 19 Prioritering bij investeringen .............................................................................................................. 19 BIJLAGE C.1. .................................................................................................................................... 20 Totaaloverzicht exploitatie lasten en baten (inclusief prioritering) .................................................... 20 BIJLAGE C.2. .................................................................................................................................... 22 Formats exploitatie 2023-2026 (A, B en C prioritering) ..................................................................... 22 BIJLAGE D.1. ....................................................................................................................................

54 Totaaloverzicht investeringen 2023-2026 (A, B en C prioritering) .................................................... 54 BIJLAGE D.2. .................................................................................................................................... 62 Formats investeringen 2023-2026 (A, B en C prioritering) ............................................................... 62

3

4

1.

Inleiding

In de Financiële Verordening gemeente Eersel is voorgeschreven dat het college de raad jaarlijks een voorjaarsnota aanbiedt met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. Tevens worden hierin de structurele afwijkingen uit de eerste bestuursrapportage van het lopend jaar opgenomen. De eerste bestuursrapportage wordt als zelfstandig raadsvoorstel aangeboden aan uw raad. Mocht hier iets wijzigen dan werkt dit uiteraard ook door in het financieel beeld van deze voorjaarsnota. De voorliggende nota geeft een actueel beeld van de financiële positie van de gemeente Eersel en geeft een voorzet om te komen tot een kaderstelling voor de begroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026. Voor wat betreft de meerjarenbegroting is een van de vereisten dat de eerste of de laatste (=vierde) jaarschijf financieel sluitend zijn. Deze kaderstelling is richtinggevend voor het college bij de samenstelling van de begroting 2023-2026. De voorjaarsnota bevat jaarlijks een actualisatie van het bestaand beleid en voorstellen voor nieuw beleid. Ook deze voorjaarsnota 2023-2026 zal moeten leiden tot een richtinggevende bestuurlijke discussie, waarbij uw raad keuzes kan maken. Voor de A-prioriteiten stelt het college voor om deze te vertalen in de begroting 2023-2026.

Voor de B- en C- prioriteiten vraagt het college van uw raad richtinggevende uitspraken om hierna een vertaling in de begroting 2023-2026 te kunnen maken. Het is hierbij van belang dat keuzes voor bepaalde exploitatieposten / investeringen die nu worden gemaakt voor de jaarschijf 2023 structurele gevolgen hebben voor de begroting van de gemeente Eersel. Wij stellen u voor aan de hand van deze voorjaarsnota keuzes te maken voor zowel de exploitatie als de investeringen. Op basis van deze prioritering zal het college vervolgens de begroting 20232026 opstellen.

5

2.

Actueel financieel beeld 2023-2026

De structurele saldi uit de meerjarenbegroting 2022-2025 bedroegen na de 2e bestuursrapportage 2021 € 709.204,-- positief (2023) en het negatieve saldi van de laatste jaarschijf (2025) bedroeg € 205.859,--. Na het vaststellen van de begroting 2022-2025 zijn er in 2022 (tot en met april 2022) de volgende begrotingswijzigingen geweest met exploitatiegevolgen voor de jaren 2023-2026. Ook hebben we weer een inschatting gemaakt voor de inwoners, woonruimten en is het rentepercentage bijgesteld / actualisatie financieel beleid (zie bijlage A). Zie onderstaande tabel: 2023 Saldi meerjarenbegroting ná 1e begrotingswijziging 2022 AED’s in het buitengebied van de gemeente Eersel (5e begrotingswijziging 2022) Uitvoeringsprogramma vrijetijdseconomie 2 (6e begrotingswijziging 2022) Samenwerking raden in het kader van Strategische Kempen Agenda (9e begrotingswijziging 2022) Plan van aanpak wildcrossen (10e begrotingswijziging 2022) Saldi exploitatie ná mutaties (vertrekpunt voorjaarsnota 2023-2026)

3.

2024

2025

2026

709.204

90.269

-205.859

-205.859

-1.965

-1.965

-1.965

-1.965

-43.028

-43.028

-43.028

-43.028

-15.000

-15.000

-15.000

-15.000

-100.000

-50.000

0

0

549.211

-19.724

-265.852

-265.852

Structurele gevolgen jaarrekening 2021

De jaarrekening 2021 sluit met een (voorlopig) batig saldo van € 2.990.358,-- (exclusief bouwgrondexploitatie en onder voorbehoud in verband met mogelijke wijzigingen vanuit het sociaal domein en de accountantscontrole1. In het concept-raadsvoorstel tot vaststelling van de jaarrekening 2021 wordt een voorstel gedaan voor resultaatbestemming. Voor het resterende saldo na resultaatbestemming van € 1.621.160,-- wordt een toevoeging aan de algemene reserve voorgesteld (inclusief o.a. afroming algemene reserve bouwgrondexploitatie). De totale toevoeging aan de algemene reserve bedraagt € 4.611.518,--.

1 Structurele effecten vanuit de jaarrekening 2021 worden via de 1 e bestuursrapportage 2022 mee-

genomen in het meerjarenperspectief. 6

4.

Eerste bestuursrapportage 2022

In de eerste bestuursrapportage 2022 zijn diverse budgetbijstellingen opgenomen. Diverse bijstellingen hebben een structureel karakter en werken dus door naar de jaren 2023 en volgende. Voor een gedetailleerde toelichting wordt op deze plaats verwezen naar het afzonderlijk raadsvoorstel “Eerste bestuursrapportage januari tot en met april 2022” (raad 5 juli 2022). Het vervolg van deze nota houdt met de structurele effecten voor de jaren 2023-2026 rekening.

5.

Geactualiseerd financieel beeld 2023-2026

5.1.

De ‘meicirculaire 2022’

Voorgesteld wordt om – in afwachting van de meicirculaire 2022 – vooralsnog de gevolgen van de meicirculaire in de tabel op pagina 10 als “PM” op te nemen. Na het verschijnen van de meicirculaire zullen - zoals gebruikelijk – de financiële gevolgen van deze circulaire in beeld worden gebracht. Volledigheidshalve merken we op dat net als voorgaande jaren al wel rekening wordt gehouden met een compensatie vanuit de meicirculaire voor indexering. Voor de GR’en zoals genoemd in paragraaf 5.3. betreft dit € 158.800,-- en voor de eigen salarislasten circa € 395.000,--, totaal € 554.000,--. 5.2.

Bijzondere onderwerpen gemeentefonds

De verwachting op basis van de Maartbrief 2022 is dat de meicirculaire 2022 een forse verhoging van het accres zal geven voor de gemeenten. We willen uw raad erop wijzen dat de ontwikkelingen in het gemeentefonds forse impact hebben op de meerjarenbegroting van de gemeente Eersel. In het jaar 2026 dalen de rijksinkomsten fors ten opzichte van voorgaande jaren. Er is een negatief verschil van ruim € 1.300.000,-- tussen het jaar 2025 en 2026. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de neerwaartse bijstelling van de jeugdgelden (€ 310.000,--), de opschalingskorting (€ 600.000,--) en de extra raming voor herijking gemeentefonds in 2026 (€ 300.000,--). De verwachting is dat dit verschil nog gaat oplopen als de accressen in de meicirculaire 2022 bekend worden. Er worden over de jaren 2023 tot en met 2025 fors hogere acressen verwacht, terwijl in 2026 een forse daling wordt voorspeld. Dit is een landelijk probleem waarover een discussie loopt tussen VNG en het Rijk. Herijking gemeentefonds Zoals u via berichtgeving vanuit de VNG al weet, komt er een herziening van het totale gemeentefonds waarvan de ingangsdatum inmiddels is verschoven naar 2023. Op dit moment is de meest actuele indicatie van het herverdeeleffect voor Eersel berekent op een nadeel van € 77,-- per inwoner, hetgeen totaal een nadeel is van ruim 1,5 miljoen per jaar.

Gegeven de ontvangen adviezen van de ROB en de VNG en de reacties van de gemeenten hebben de fondsbeheerders verder besloten het ingroeipad vooralsnog te beperken tot 3 jaar. Aan de hand van een evaluatie wordt besloten over het traject 2026 en verder. Wij stellen voor om voor de jaarschijf 2026 rekening te houden met een extra nadeel van € 15,-- per inwoner (€ 300.000,--).

7

Tijdelijk schrappen opschalingskorting Het kabinet heeft besloten deze kabinetsperiode tot en met 2025 voor gemeenten de oploop van de opschalingskorting te schappen. Voor de gemeente Eersel betekent dit een voordeel van afgerond € 360.000,-- oplopend naar € 600.000,-- voor de jaren 2023 t/m 2025. Raming jeugdgelden In de huidige begroting zijn de gelden geraamd op 75% van de compensatie op basis van het arbitragerapport. Ondertussen zijn deze bedragen in het landelijke coalitieakkoord bijgesteld. Voorgesteld wordt om deze bedragen voor de gemeente Eersel in onze begroting 2023-2026 op te nemen. Dit geeft voor de jaren 2023 en 2024 een voordeel van € 289.000,-- en € 192.000,-- en voor de jaren 2025 en 2026 een nadeel van € 147.000,-- en € 458.000,-5.3.

Gemeenschappelijke regelingen

Vooruitlopend op de besluitvorming omtrent de begrotingen van onderstaande Gemeenschappelijke Regelingen zijn de structurele financiële exploitatiegevolgen meegenomen in deze voorjaarsnota 2023-2026. Een bekende verhoging bij een nieuw op te stellen begroting is de component indexering. De loonindexering is hiervan verreweg de grootste. Bij veel gemeenten wordt in zijn algemeen het uitgangspunt genomen dat loonindexering gedekt dient te worden uit het accres bij de meicirculaire. Dit is echter geen automatisme, aangezien het accres wordt bepaald door gekoppelde rijksuitgaven en niet door de loonindexering (CAO-afspraken, premiestijgingen ed.). Derhalve kan het zo zijn dat het accres lager is dan de berekende loonindexering. In de tabel op pagina 10 worden de lasten van onderstaande Gemeenschappelijke regelingen exclusief loonindexering meegenomen. In de raadsinformatiebrief inzake de meicirculaire wordt uw raad voorafgaande aan de raadsvergadering inzake de voorjaarsnota 2023-2026 geïnformeerd in hoeverre deze loonkosten zijn gecompenseerd. GRSK Op basis van de ontwerpbegroting 2023-2026 van de GRSK dalen de incidentele kosten waardoor € 5.726,-- minder beschikt hoeft te worden over de algemene reserve. Daarnaast wordt voorgesteld om het exploitatietekort 2022 ad € 372.660,-- ten laste te laten komen van het begrotingssaldo 2022.

De lasten van de GRSK stijgen met € 621.321,-- in 2023 en € 582.877,-- in 2026. Hiervoor is binnen de begroting van de gemeente Eersel reeds dekking aanwezig in de vorm van de stelpost GRSK (€ 20.000,--), stelpost Jeugdzorg (€ 200.000,--), verschuiving programmakosten naar uitvoeringskosten voor BOA’s (€ 53.500,--) en er wordt vanuit gegaan dat € 100.000,-- aan loon- en prijsstijgingen wordt gecompenseerd in de meicirculaire 2022. De structurele lasten stijgen hierdoor naar verwachting onder aan de streep met € 248.624,-- in 2023 aflopend naar € 235.870,-- in 2026. VRBZO Op basis van de ontwerpbegroting van de VRBZO is sprake van een hogere gemeentelijke bijdrage. Ten opzichte van de huidige begroting is de bijdrage aan de VRBZO voor 2023 en 2024 € 56.439,-- hoger dan geraamd. Voor de jaren vanaf 2025 is de bijdrage € 38.279,-- hoger. In deze hogere bijdrage voor de jaren 2023-2026 zit een bedrag voor indexering ter hoogte van € 24.800,--. Voor het bedrag van indexering wordt vooralsnog uitgegaan dat dit via de meicirculaire 2022 wordt gecompenseerd. GGD Hogere structurele last € 59.248,--, waarvan € 14.000,-- in verband met indexering, en het restant in verband met hogere kosten door toename van het aantal 0-4 jarigen (q) en de toevoeging van prenataal huisbezoek. 8

Odzob De structurele lasten stijgen voor de gemeente Eersel met € 132.913,-- ten opzichte van de begroting 2022, waarvan € 20.000,-- in verband met indexering. Voor € 74.300,-- is dit inbegrepen in het format over ROK Milieutoezicht. Het restant groot € 38.613,-- wordt in de tabel op pagina 10 meegenomen. Kempenplus De begroting van Kempenplus wordt in de raadsvergadering van 12 juli 2022 behandeld. De structurele bijdragen stijgen met € 50.000,-- in 2023 aflopen naar € 13.500,-- in 2026. Deze stijging is lager dan de indexering die hierin is inbegrepen. Om die reden wordt er in tabel op pagina 10 vanuit gegaan dat de begroting 2023-2026 onder aan de streep niet tot extra lasten voor de gemeente Eersel leidt. 5.4.

Verhoging storting bestemmingsreserve rehabilitatie wegen

Het doel van deze reserve is om de vervangingskosten van de wegen in de komende decennia te kunnen financieren en daarom is het van belang de reserve tijdig aan te vullen. Conform bestaand beleid wordt de storting in de jaarschijf 2026 in de tabel op pagina 10 wederom met € 35.000,-- verhoogd. 5.5.

Kempenmuseum

Op 31 mei wordt het raadsvoorstel omtrent het Kempenmuseum in uw raad behandeld. Hierin worden ook de jaarlijkse subsidies vastgesteld. De mutaties ten opzichte van de huidige begroting hebben we, vooruitlopend op de besluitvorming, al in de tabel op pagina 10 meegenomen. 5.6.

Begrotingsbijstellingen

De gemeente Eersel is halverwege 2019 gestart om te experimenteren met het inzetten van een jeugdcoach en een preventiewerker. De pilot is in 2021 geëvalueerd. Op basis van deze evaluatie is de functie jeugdcoach vanaf 2022 structureel ingevuld, per abuis is de preventiewerker (via Novadic Kentron) vanaf 2022 niet geraamd. De lasten hiervan bedragen jaarlijks € 11.000,--. Op het moment van schrijven van deze voorjaarsnota zijn nog een tweetal andere begrotingsbijstellingen bekend. De structurele lasten van dierenbescherming APV stijgen met € 14.000,-- en het pand Markt 29 is naar verwachting eind 2022 verhuurd en zal vanaf 2022 per saldo € 27.000,-- meer opbrengsten genereren dan nu begroot. Ook is per abuis het budget voor Stila groot € 10.000,-- cf. plan Bos en Boom in het begrotingsproces dubbel geraamd, dit kan uiteraard vervallen.

9

5.7.

Resumé paragrafen 3, 4 en 5

De hiervoor geschetste ontwikkelingen leiden tot het volgende actuele beeld: Negatieve bedragen zijn nadelig

Omschrijving Geactualiseerd beeld, zoals geschetst in paragraaf 2 (vertrekpunt voorjaarsnota) Effect inwoners en woonruimte (zie bijlage A) (structurele) ontwikkelingen in 2022 (1e berap 2022) Gevolgen meicirculaire 2022 Stelpost herijking gemeentefonds* Tijdelijk schrappen opschalingskorting* Raming jeugdgelden* Exploitatiegevolgen begroting 2023 GRSK Exploitatiegevolgen begroting 2023 VRBZO Exploitatiegevolgen begroting 2023 GGD Exploitatiegevolgen begroting 2023 Odzob Exploitatiegevolgen begroting 2023 Kempenplus Verhoging storting bestemmingsreserve rehabilitatie wegen Subsidie Kempenmuseum (raad 31 mei 2022) Begrotingsbijstellingen

2023

2024

2025

2026

549.211

-19.724

-265.852

-265.852

74.000 -215.581

69.500 -229.702

66.000 -230.885

74.000 -232.708

PM 150.000 360.000 289.380 -248.624 -31.639 -45.248 -38.613 -50.000

PM 150.000 480.000 192.390 -243.501 -31.639 -45.248 -38.613 -13.000

PM 150.000 600.000 -147.075 -261.128 -13.479 -45.248 -38.613 -9.500

PM -150.000 0 -457.920 -235.870 -13.479 -45.248 -38.613 -9.500 -35.000

-12.500 12.000

12.000 12.000

34.500 12.000

38.000 12.000

Geactualiseerd financieel beeld 792.386 294.463 -149.280 -1.360.190 *Voor het begrotingsjaar 2026 is er nog grote onzekerheid over de cijfers van deze uitkeringen vanuit het Rijk. Dit is een landelijk probleem waar alle gemeenten mee kampen. De onderbouwing voor deze ramingen vindt u in de teksten boven deze tabel. 1: Het college stelt voor om in te stemmen met het geactualiseerd financieel beeld. 5.8.

OZB

Aan de hand van de gekozen ambities door uw raad zal, in samenhang met de uitkomsten van de meicirculaire 2022, worden bekeken in hoeverre een OZB-verhoging, bovenop de in de begroting 2022-2025 reeds opgenomen OZB-verhoging van 1,5% per jaar voor de jaren 2023 tot en met 2025 nog benodigd is.

10

6.

Nieuwe ontwikkelingen in 2023 en volgende jaren in de exploitatie

6.1.1. Noodzakelijke uitgaven (A-prioriteiten) Naast de hiervoor geschetste ontwikkelingen geven wij in deze paragraaf een overzicht van de nieuwe ontwikkelingen vanaf 2023 in de exploitatiesfeer. Het betreft ontwikkelingen (A-prioriteiten), die ons college noodzakelijk vindt. Pr. Omschrijving Nr Nadelige exploitatie-gevolgen (A-prioriteiten): A Exploitatieformats A (Minder) kapitaallasten A-prioriteiten (zie investeringen in bijlage D) Totaal geactualiseerd beeld (incl. Aprioriteiten)

2023

2024

2025

2026

-526.000

-502.000

-546.000

-542.000

34.134

31.869

30.562

-33.385

300.520

-175.668

-664.718 -1.935.575

2: Het college stelt voor om in te stemmen met het geactualiseerde beeld (inclusief de exploitatielasten (bijlage C) c.q. kapitaallasten (bijlage D) van de A-prioriteiten) 6.1.2. Investeringswensen met een hoge prioriteit (B-prioriteiten) Naast de hiervoor geschetste ontwikkelingen geven wij in deze paragraaf een overzicht van de nieuwe ontwikkelingen vanaf 2023 in de exploitatiesfeer. Het betreft ontwikkelingen (B-prioriteiten), die ons college een hoge prioriteit geeft. Pr. Omschrijving Nr Nadelige exploitatie-gevolgen (B-prioriteiten): B Exploitatieformats B (Extra) kapitaallasten B-prioriteiten (zie investeringen in bijlage D)

2023

2024

2025

2026

-189.000

-189.000

-189.000

-189.000

70.787

79.879

95.623

115.328

-268.879

-284.623

-304.328

-175.668

-664.718 -1.935.575

-444.547

-949.341 -2.239.903

Subtotaal B-prioriteiten (incl. extra kapitaal-259.787 lasten investeringen) Geactualiseerd financieel beeld (saldi onder300.520 deel 6.1.1.) Totaal geactualiseerd beeld (incl. A- en B40.733 prioriteiten)

3: Het college verzoekt u raad aan te geven welke van bovengenoemde exploitatieposten/investeringen u, indien mogelijk, wilt opnemen in de begroting 2023-2026. (inclusief de exploitatielasten (bijlage C) c.q. kapitaallasten (bijlage D) van de B-prioriteiten) 6.1.3.

Overige uitgaven en investeringswensen met daaruit vloeiende kapitaallasten (Cprioriteiten) Naast de hiervoor geschetste ontwikkelingen geven wij in deze paragraaf een overzicht van de wensen vanaf 2023 in de exploitatiesfeer. Het betreft exploitatielasten inclusief kapitaallasten van de C-prioriteiten. 11

Pr. Omschrijving Nr

2023

2024

2025

2026

C Exploitatieformats

-40.000

-40.000

-40.000

-40.000

C (Extra) kapitaallasten C-prioriteiten (zie investeringen in bijlage D)

-32.813

-28.679

-38.918

-39.396

Totaal geactualiseerd beeld (incl. A-, B-, en C prioriteiten)

-32.080

-513.226 -1.028.259 -2.319.299

Nadelige exploitatie-gevolgen (C-prioriteiten):

4: Het college verzoekt u raad aan te geven welke van bovengenoemde exploitatieposten/investeringen u, indien mogelijk, wilt opnemen in de begroting 2023-2026. (inclusief de exploitatielasten (bijlage C) c.q. kapitaallasten (bijlage D) van de C-prioriteiten) 6.2

Specifieke onderwerpen

Regionale hub De regio Zuidoost Brabant staat voor een ongekende economische groei in haar geschiedenis. We staan aan de vooravond van een grote schaalsprong. Gezien de snelheid waarmee de groei in de regio gaat plaatsvinden, moet een versnelling georganiseerd worden in de publieke ruimte (onder andere woningbouw en ontwikkeling van het mobiliteitssysteem) en op de ontwikkeling van talent. De versnellingsopgave waar wij als regio voor staan vraagt om grote gezamenlijke investeringen en daarover willen we (de regio) afspraken maken met het Rijk. Het mobiliteitssysteem is een belangrijk onderdeel van de Brainport Nationale Actieagenda (BNA). De hubs zijn drager van het mobiliteitssysteem, ze zijn nodig om de bereikbaarheid op orde te houden, al op korte termijn. Schone Lucht Akkoord Wie kan er tegen schone lucht zijn, niemand. Maar toch is deelname aan het Schone Lucht Akkoord meer dan ergens een handtekening onder zetten. Veel kleine gemeenten zijn terughoudend om deel te nemen aan het Schone Lucht Akkoord dit omdat de exacte gevolgen (inzet uren/budget) onduidelijk zijn. Vanuit het Milieu Overleg de Kempen is dit onderwerp geadresseerd bij de ODZOB/MRE/provincie. De insteek is om minimaal op regionale schaal samen te werken op dit dossier. Inmiddels zijn we ook in gesprek met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

De inzet is om als regio gezamenlijk alle 36 thema’s uit het Schone Lucht Akkoord uit te voeren maar de verdeling (wie doet wat) te baseren op de lokale, specifieke situatie. Hierbij willen we het Regionale meetnet lucht & geluid centraal stellen. Als voorbeeld de impact van de verduurzaming van de mobiliteit in het stedelijk gebied is vele malen groter dan in het landelijk gebied. Wat niet betekent dat in het landelijk gebied kansen tot verdere verduurzaming van mobiliteit onbenut moeten blijven. Het landelijk gebied zou het voortouw kunnen nemen in een verdere terugdringing van fijnstof bij veehouderij. Het ministerie staat niet afwijzend tegenover regionale samenwerking maar vindt (nog steeds) dat de individuele gemeenten op alle relevante thema’s inzet moeten plegen. Overigens wordt de groep van kleine gemeenten die meer maatwerk willen steeds groter. Het onderwerp Schone Lucht Akkoord is opgenomen in het uitvoeringsprogramma VTH 2022. Er wordt een keuze aan het college voorgelegd op basis van de ambitie van de gemeente.

12

7.

Actueel beeld beschikbare reserves 2022 t/m 2026

In dit onderdeel geven wij u een actueel beeld van de geschatte stand van de reserves voor de periode 2022-2026. In dit overzicht is rekening gehouden met de voorgestelde toevoeging aan de algemene reserve vanuit de jaarrekening 2021 (€ 4.611.518,--). Verder wordt voor de komende planperiode van vier jaren rekening gehouden met een totale inzet van de totaal (geactualiseerde) beschikbare algemene reserve. Als aanvullende informatie geven wij aan dat in hieronder genoemde doorkijk geen rekening is gehouden met toekomstige resultaten uit de bouwgrondexploitatie. Denk hierbij aan een resultaat uit Meerheide III van ruim € 6.000.000,-- en een resultaat KBP van € 4.000.000,--, waarvan de winstuitkeringen op korte termijn worden verwacht. 7.1.

Algemene reserve

De stand van de algemene reserve per 1-1-2027 wordt geraamd op € 14.950.000,--. Rekening houdende met het minimum van € 3.500.000,-- voor het weerstandsvermogen resteert derhalve voor de inzet van de algemene reserve voor de komende 4 jaren een bedrag van € 11.450.000,--. Voorgesteld wordt om hier € 1.000.000,-- aan toe te voegen als extra weerstandsvermogen om lopende kredieten in de komende periode te kunnen bijstellen als gevolg van de forse prijsstijgingen waar we op diverse vlakken mee te maken hebben. In de berekening van de beschikbare algemene reserve heeft het college geen rekening gehouden met een reservering voor de volgende raadsperiode op basis van de zogenoemde 4/8 variant. Voorgesteld wordt om met ingang van 2023 de 4/8 variant te laten vervallen. Voorgesteld wordt om – evenals vorige jaren - rekening te houden met een buffer van € 300.000,-waardoor het beschikbare bedrag € 10.150.000,-- bedraagt. Omschrijving Stand algemene reserve 1-1-2027 Reservering weerstandsvermogen (inclusief € 1.000.000,-- prijsstijgingen) Voorgestelde buffer t.b.v. besluitvorming raadsvergadering na 31 mei 2022

14.950.000 -4.500.000 -300.000

Beschikbaar voor mutaties bestaande investeringen (MIP 2023-2025) + nieuwe investeringswensen (inclusief buffer en reserering)

10.150.000

5: Het college stelt voor om in te stemmen met bovengenoemde uitgangspunten en doorkijk van de algemene reserve.

13

8.

Nieuwe ontwikkelingen in 2023 en volgende jaren in de investeringen

Er is een aantal investeringen die ons college noodzakelijk vindt en waarvan de dekking ten laste van de reserves plaatsvindt. Honorering van deze noodzakelijke investering heeft de volgende mutatie in de algemene reserve tot gevolg (overige A-prioriteiten worden gedekt door bestemmingsreserves of inkomsten): Omschrijving Beschikbaar voor investeringswensen (A, B en C) Onttrekkingen noodzakelijke investeringen (zie bijlage D.1: onderdeel Aprioriteiten en de formats in bijlage D.2) Resteert voor overige prioriteiten (B en C)

10.150.000 -2.719.000 7.431.000

Naast de naar onze mening noodzakelijke investeringen, zijn onderstaand de investeringen met Ben C-prioriteit weergegeven. Hiervoor verwijzen wij eveneens naar bijlage D.1 en D.2. Deze betreffen zowel nieuwe investeringen als bestaande investeringen 2023-2026 (op grond van het vastgestelde investeringsprogramma 2022-2025). De financiële doorwerking van bijlage D.1. naar de beschikbare reserves is als volgt becijferd. Omschrijving Beschikbaar voor nieuwe investeringswensen (B en C) Onttrekkingen investeringen met hoge prioriteit (zie bijlage D.1: onderdeel B-prioriteiten en de formats in bijlage D.2) + format exploitatie vogelakkers Resteert voor C prioriteiten

7.293.000 -7.221.000

210.000

Omschrijving Beschikbaar voor investeringswensen (A, B en C) Onttrekkingen overige investeringswensen (zie bijlage D.1: onderdeel C-prioriteiten en de formats in bijlage D.2) + format exploitatie storting bestemmingsreserve kunst Resteert voor overige prioriteiten (B en C)

210.000 -80.000

130.000

6: A.

Het college stelt voor om in te stemmen met de investeringen 2023-2026 met prioriteit A, zoals opgenomen in bijlage D.1 en D.2 (inclusief de investeringen waaruit kapitaallasten voortvloeien). B. Het college verzoekt uw raad aan te geven welke van de investeringen 2023-2026 met prioriteit B en C zoals opgenomen in bijlage D.1 en D.2 (inclusief de investeringen waaruit kapitaallasten voortvloeien) u in de begroting wilt opnemen.

14

BIJLAGE A

UITGANGSPUNTEN VOORJAARSNOTA/BEGROTING 2023-2026 1. Aantal inwoners/woonruimten Aantal inwoners In de begroting 2022 is rekening gehouden met 19.536 inwoners per 1 januari 2022. Het werkelijk aantal inwoners per 1 januari 2022 bedraagt 19.837. Dit betekent een stijging van 301 inwoners ten opzichte van de raming. Voorgesteld wordt om het aantal inwoners per 1 januari 2023 te ramen op 20.050 (een stijging van 213 inwoners in 2022). Ten opzichte van de huidige begroting betekent dit financieel: 2023: € + 152.000,-- (400 inwoners meer dan geraamd) 2024: € + 133.000,-- (350 inwoners meer dan geraamd) 2025: € + 114.000,-- (300 inwoners meer dan geraamd) 2026: € + 114.000,-- (300 inwoners meer dan geraamd) Hierbij dient echter wel rekening te worden gehouden met het feit dat als gevolg van de forse toename van het aantal inwoners ook met name de te betalen bijdrage (per inwoner) aan de Gemeenschappelijke Regelingen substantieel stijgen. Op basis van een eerdere globale becijfering wordt verwacht dat ongeveer 50% van de hogere algemene uitkering leidt tot hogere bijdragen aan de Gemeenschappelijke Regelingen. Dit betekent dat de netto-effecten van het hoger aantal inwoners worden becijferd op: 2022: € + 2023: € + 2024: € + 2025: € +

76.000,-66.500,-57.000,-57.000,--

Aantal woonruimten Conform de vorig jaar vastgestelde uitgangspunten voor 2022-2025 werden de woonruimten per 1 januari 2022 - bij de berekening van de algemene uitkering 2022 - begroot op 8.928. Bij de septembercirculaire 2020 is dit aantal aangepast naar 9.023. Het (voorlopig) geactualiseerde werkelijke aantal per 1 januari 2022 bedraagt 9.031 zodat dit 8 woonruimten naar boven afwijkt ten opzichte van de begroting 2022. Voorgesteld wordt om het aantal woonruimte per 1 januari 2023 te ramen op 9.124 (een stijging van 93 woningen in 2022). Ten opzichte van de huidige begroting betekent dit financieel: 2023: € - 2.000,-- (24 woonruimten minder dan was geraamd) 2024: € + 3.000,-- (42 woonruimten meer dan was geraamd) 2025: € + 9.000,-- (108 woonruimten meer dan was geraamd) 2026: € + 17.000,-- (208 woonruimten meer dan was geraamd in 2025) 2. Prijzen/lonen Prijsontwikkeling In de begroting 2022 is rekening gehouden met een inflatie van 1,5%. De Macro Economische Verkenning 2022, welke wordt gepubliceerd door het CPB, raamt voor 2023 een stijging van 1,6%. . Ondanks de diverse onzekerheden in de markt, waaronder de oorlog in de Oekraïne, wordt voorgesteld bij de prijsstijgingen voor het begrotingsjaar 2023 vooralsnog terughoudend uit te gaan van een prijsstijging/inflatiecorrectie van 2,0% (afgerond) voor zowel de lasten als de baten. De 15

hieruit voortvloeiende hogere exploitatielasten worden – zoals gebruikelijk – gecompenseerd door de uitkomsten van de meicirculaire 2022 (2% prijsstijging wordt geraamd op € 100.000,--). Loonontwikkeling De CAO voor gemeenteambtenaren is begin dit jaar afgesloten en loopt tot en met 31 december 2022. De geraamde loonkosten over 2022 zijn circa € 26.000 ,-- (=0,32%) lager dan deze afgesloten CAO waarbij eveneens rekening wordt gehouden met extra reiskosten woon-werk en de thuiswerkvergoeding. Voor de raming van de salarisontwikkeling in 2023 wordt aangesloten bij de systematiek van de vier gemeenschappelijke regelingen (MRE, VRBZO, GGD en ODZOB). Deze gemeenschappelijke regelingen hebben onderling een systematiek afgesproken, waarbij wordt uitgegaan van de ramingen uit de nieuwste Macro Economische Verkenningen. De ramingen die worden gehanteerd hebben betrekking op het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. De loonvoet sector overheid wordt hierbij voor 2023 geraamd op 2,3%. Ook voor 2023 wordt voorgesteld om rekening te houden met een stijgende pensioenpremie als gevolg van de lage rente. Uitgaande van een stijging met 2% betekent dit een werkgeverslast van 1,4%. Tot slot wordt zoals gebruikelijk rekening gehouden met 0,5% salarisstijging 2022 wegens periodieke verhogingen.

Voorgesteld wordt om ten opzichte van de geraamde salarissen in de begroting 2022 voor het begrotingsjaar 2023 rekening te houden een totale van loonstijging van 4,52% (+0,32% + 2,3% + 1,4% +0,5%), hetgeen overeenkomt met ongeveer € 365.000,--. Deze hogere lasten 2023 dienen – zoals gebruikelijk – te worden gecompenseerd door de uitkomsten van de meicirculaire 2022. Verder geldt tevens dat eventueel op het moment van samenstelling van de definitieve begroting bekend zijnde gegevens die afwijken van de uitgangspunten, premiepercentages/franchises etc. zoals die nu gelden, ook zullen worden verwerkt in de begroting. Indien de gegevens eerst in een later stadium, doch vóór aanbieding van de begroting aan de raad, bekend worden, zal verwerking middels een stelpost plaatsvinden. De salariskosten voor de begroting 2023 zullen dus berekend worden met de kennis van dat moment (april 2022) over de hoogte van werkgevers- en werknemerspremies voor 2022. 3. Rentepercentage De marktrente voor langlopende leningen bedraagt circa 1,25% (tarief BNG/peildatum medio maart 2022). Dit is circa 0,5% hoger dan vorig jaar. De verwachting is dat de rente voor langlopende leningen de komende jaren stabiliseert met een kans op een lichte stijging. Naar verwachting zullen er in de periode 2022-2023 geen vaste financieringsmiddelen worden aangetrokken.

In de begroting 2022 wordt rekening gehouden met een financieringsoverschot per 1-12022 van circa € 8,0 miljoen. In de begroting 2022 is - gelet op het verplicht schatkistbankieren geen rekening gehouden met rentebaten over het financieringsoverschot (gehanteerde rente: 0%). In de begroting 2022 wordt voor het financieringstekort/nieuwe investeringen een rentepercentage van 0,75% gehanteerd. Gelet op het hiervoor genoemde marktrentepercentage van 1,25%, wordt voor de begroting 2023 voorgesteld om zowel voor het financieringstekort als de rente over de nieuwe investeringen een percentage van 1,25% te hanteren (begroting 2022: 0,75%). Conform het raadsbesluit van 23 februari 2021. inzake financiële verordening wordt vanaf 2022 geen rente meer toegevoegd aan de eigen financieringsmiddelen. Rente financieringstekort Rente eigen financieringsmiddel Rekenrente nieuwe investeringen

1,25 % (was 0,75%) 0 % (was 0%) 1,25 % gebaseerd op rente financieringstekort(was 0,75%).

16

4. Herijking gemeentefonds Zoals u via berichtgeving vanuit de VNG al weet, komt er een herziening van het totale gemeentefonds waarvan de ingangsdatum inmiddels is verschoven naar 2023. Het financiële effect op basis van de laatste indicatie (juli 2021) is voor gemeente Eersel € 77,-- nadeel per inwoner. De gemeenten hebben op de VNG algemene ledenvergadering van 13 januari jl. met grote meerderheid gezamenlijk een advies vastgesteld. Vooropgesteld: het huidige verdeelmodel dient vervangen te worden door het nieuwe verdeelmodel. De huidige verdeling is achterhaald en verouderd en doet geen recht meer aan de kostenstructuur van gemeenten anno 2022. Echter, gemeenten adviseren de minister van binnenlandse zaken dat, voordat er sprake kan zijn van invoering van het model, om volledig recht te doen aan de aanbevelingen in het ROB-advies, inclusief het ingroeipad. De eerder door het ministerie gegeven reactie gaat daarin nog niet ver genoeg; op basis van het advies van de ROB kan immers worden vastgesteld dat het nieuwe model nog niet aan alle eisen uit het beoordelingskader voldoet. Met name op het punt van uitlegbaarheid en kostenoriëntatie in het sociaal domein (naar de toekomst toe) zijn grote twijfels die volgens ons voor invoering weggenomen zouden moeten worden.

In de huidige begroting wordt vanaf 2023 t/m 2025 rekening gehouden met een nadeel van € 15,-per inwoner per jaar. In 2025 dus totaal € 45,-- per inwoner (= € 900.000,--). Voor de begroting 2023-2026 wordt voorgesteld om ook voor het jaar 2026 € 15,-- nadeel te ramen, zijnde € 300.000,. Hierna hebben we in de begroting derhalve totaal € 60,-- nadeel per inwoner voorzien. 5 Sluitende begroting Het budgetrecht ligt bij de gemeenteraad. Dit houdt in dat de gemeenteraad bepaalt welke taken en activiteiten ondernomen worden en dat zij ook de afweging en prioriteitenstelling vorm geeft. De raad moet ervoor zorgen dat de begroting in evenwicht is en indien dat in enig jaar niet het geval is, aannemelijk maken dat het evenwicht in de eerstvolgende jaren in evenwicht is. Blijkens de memorie van toelichting van de Gemeentewet moet de begroting niet alleen formeel boekhoudkundig, doch ook materieel in evenwicht zijn. Van een materieel sluitende begroting is sprake als in de begroting de structurele uitgaven en de daar tegenoverstaande structurele inkomsten met elkaar in evenwicht zijn. Dit geldt ook voor de eenmalige uitgaven en de eenmalige inkomsten. Voorgesteld wordt om het uitgangspunt te hanteren dat de eerste jaarschijf 2023 sluitend is. Tot op heden werd er opgenomen dat maximaal gestreefd werd om ook te komen tot een sluitende laatste jaarschijf 2026.

De ervaring leert dat het saldo van de laatste jaarschijf zeer onzeker is doordat met name de algemene uitkering voor de laatste jaarschijven zeer onvoorspelbaar is. 6. Inzet reserves Bij de berekening van het beschikbare bedrag wordt voor de algemene reserve vrij besteedbaar rekening gehouden met een minimale buffer , welke dient om onvoorziene risico’s, zoals vermeld in de risicoparagraaf, op te kunnen vangen. Dit betekent dat bij de becijfering van de beschikbare algemene reserve vrij besteedbaar in het kader van de voorjaarsnota, rekening wordt gehouden met de minimaal vastgestelde buffer van de algemene reserve (vrij besteedbaar) van € 3.500.000,-. Dit bedrag kan eventueel nog wijzigen na financiële actualisatie van de risico’s. Tevens wordt hierbij in de voorjaarsnota jaarlijks rekening gehouden met een reservering/buffer van € 300.000,-- voor besluiten welke worden genomen na de voorjaarsnota (met incidentele financiële gevolgen). 7. 4/8 variant/reserveren € 3,5 miljoen voor periode 2023-2026 Conform besluitvorming bij de voorjaarsnota/begroting 2019 is de 4/8 variant toegepast door in 2019 tot en met 2022 een bedrag van € 3.500.000,-- niet in te zetten voor investeringen, maar te reserveren voor de periode 2023-2026 (zie blz.15-16 van de voorjaarsnota 2019). Bij de voorjaarsnota 2023-2026 vindt een actualisering van de stand van de algemene reserve plaats.

Door het college wordt voorgesteld om met ingang van 2023 de 4/8 variant te laten vervallen.

17

18

BIJLAGE B

Prioritering bij investeringen

Uitgangspunten/criteria ten behoeve van de voorjaarsnota:

A-prioriteit: - wettelijke en/of aangegane verplichtingen met aanzienlijke sanctie en/of financieel risico - reeds besloten door raad en/of college - noodzakelijk vanuit aantoonbare veiligheid - direct gekoppeld aan andere A investering - Wensen vanuit een gesloten exploitatie. (grondbedrijf, GRP, afvalstoffenheffing enz.) B-prioriteit: - wettelijke en/of aangegane verplichtingen zonder aanzienlijke sanctie en/of financieel risico. - reeds eerder uitgesproken politieke keuze/wens van raad en/of college - noodzakelijk vanuit bedrijfsvoering - wensen met een (gedeeltelijke) dekking vanuit subsidie. C-prioriteit: - overige wenselijk vanuit bestaand beleid en/of bedrijfsvoering - nieuwe wensen - Overige

19

BIJLAGE C.1.

Totaaloverzicht exploitatie lasten en baten (inclusief prioritering)

20

Totaaloverzicht formats t.l.v. exploitatie 2023 - 2026 Programma

Prioriteit

Omschrijving

1

A

2

A

Totale uitgaven x € 1.000 Beleidsplan spelen, bewegen en ontmoeten Digitaalhuis

2

A

Actualisatie IHP onderwijs

25

50

75

100

3

A

Omgevingsplan

20

20

20

0

4

A

Intensivering milieutoezicht / ROK

74

74

74

74

6

A

Maatregelen verkeersveiligheid

50

50

50

50

6

A

Gladheidsbestrijding

10

0

19

10

11 Totaal A

A

Capaciteitsuitbreiding

308 526

308 502

308 546

308 542

1

B

Dorpsondersteuner Steensel

27

27

27

27

B

Vogelakkers2

11

11

11

11

75

75

75

75

-

3

2023

2024

2025

2026

20

0

0

0

19

0

0

0

4

B

5

B

Uitvoeringsprogramma duurzaamheid Rampenbestrijding

30

30

30

30

7

B

Landart3

0

0

0

0

8

B

Vrijetijdseconomie

31

31

31

31

11 Totaal B

B

Ontwikkelbudget software

15 189

15 189

15 189

15 189

3

C

Verhogen niveau bosplantsoen

4

C

Zwerfafval4

7 Totaal C

C

Storting BR Kunst5

40 0 0

40 0 0

40 0 0

40 0 0

40

40

40

40

755

731

775

771

Totaal exploitatie lasten

2 Wanneer met dit format wordt ingestemd zal dit leiden tot een storting van € 375.000,-- vanuit de

algemene reserve in de bestemmingsreserve compensatie landbouwgronden. 3 Voor deze eenmalige uitgaven groot € 14.000,-- in 2023 vindt een beschikking over de bestemmingsrserve kunst plaats. 4 Tegenover deze hogere structurele lasten van € 20.000,-- zal een hogere afvalstoffenheffing voor burgers volgen. 5 In 2023 wordt eenmalig € 30.000,-- gestort in de bestemmingsreserve kunst ten laste van de algemene reserve. 21

BIJLAGE C.2.

Formats exploitatie 2023-2026 (A, B en C prioritering)

22

Formats VJN 2023-2026 Prioriteit A exploitatie

23

Format voorjaarsnota 2023-2026 Fcl nr: Omschrijving: Programma: Kredietbeheerder:

8029 Onderhoud en vervanging speelvoorzieningen, opstellen beleid spelen, bewegen en ontmoeten. 1 Jorg Prins

Wettelijke taak: Het zorg dragen voor locaties om te spelen, ontmoeten en bewegen in de openbare ruimte is geen wettelijke taak. Huidige situatie: In de periode 2006-2016 is na een inventarisatie van alle speelvoorzieningen, door de gemeente in samenwerking met focusgroepen, een speelplan opgesteld met gewenste speelmogelijkheden. Deze focusgroepen vertegenwoordigden professionals die met kinderen en jeugdigen te maken hebben en contactpersonen van onder andere buurtverenigingen en leefbaarheidsgroepen. Er zijn in die periode speelvoorzieningen komen te vervallen, gerenoveerd en nieuw toegevoegd. In het met twee jaar verlengde Welzijnskader 2017-2022 is opgenomen dat er voor de toekomst geen nieuw speelplan wordt opgesteld maar dat de huidige speelvoorzieningen onderhouden worden. Alleen in nieuwe wijken worden nog nieuwe speelvoorzieningen aangelegd. Ontwikkelingen: De maatschappij verandert de laatste jaren in snel tempo. Vergrijzing, decentralisaties en de veranderende rol die de gemeente inneemt bij haar zorg voor bewegen, ontmoeten en spelen vraagt om integraal beleid wat hierbij aansluit. Het huidige speelbeleid van de gemeente Eersel is aan een herijking toe. Dit werd de afgelopen jaren onder meer duidelijk toen diverse initiatieven ingediend werden voor het aanleggen van nieuwe plekken voor spelen, bewegen en ontmoeten.

Deze initiatieven sloten niet aan bij de uitgangspunten van het huidige beleid (welzijnskader en het accommodatiebeleid) en bleken daarmee niet haalbaar. Hierdoor zijn deze initiatieven niet verder opgepakt. Het huidige areaal speeltoestellen dateert uit de periode 2007-2016. Met een levensduur van gemiddeld 15 jaar voor speeltoestellen moet rekening worden gehouden met een vervanging van deze speeltoestellen in de periode 2022-2031. Het huidige exploitatiebudget à € 25.800,-. voorziet in de jaarlijkse keuring van de speeltoestellen, klein onderhoud aan de speeltoestellen en incidentele vervanging van losse speeltoestellen. Voor een structurele borging van onderhoud en vervanging van het areaal speeltoestellen moet rekening worden gehouden met een verhoging van het huidige exploitatiebudget. Doel: Opstellen van nieuw beleid ter stimulering van spelen, ontmoeten en bewegen in de openbare ruimte in brede zin. Middelen: De geraamde kosten voor het opstellen van een nieuw beleid spelen, bewegen en ontmoeten bedragen € 20.000,--. Aangezien investeringsbedrag beneden de € 25.000,-- ligt schrijven we dit ineens af ten laste van de exploitatie. Exploitatielasten 2023 € 20.000

2024

€

2025

€

2026

24

Format voorjaarsnota 2023-2026 Fcl nr: Omschrijving: Programma: Kredietbeheerder:

8025 DigiTaalhuis 2 Ester de Mol

Wettelijke taak: Artikel 1.2.1 lid 1 van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB): Educatie is gericht op bevordering van de zelfredzaamheid van volwassenen en sluit waar mogelijk aan op het ingangsniveau van het beroepsonderwijs. Educatie omvat activiteiten op het niveau van het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Om deel te kunnen nemen aan de samenleving is een minimum aan basisvaardigheden vereist: geletterdheid, gecijferdheid en digitale vaardigheid. Bij een toenemend aantal mensen zijn deze competenties, die onderling met elkaar verweven zijn, echter ontoereikend. 1 op de 6 Nederlanders is laaggeletterd. In de Kempengemeenten zijn ongeveer 5.700 mensen uit de actieve beroepsbevolking en 3.500 personen ouder dan 65 jaar laaggeletterd. Mensen die laaggeletterd zijn: - hebben meer kans op schulden, - zijn minder betrokken bij de maatschappij - hebben meer kans op werkloosheid en - hebben meer kans op een ongezonde leefstijl. Deze groep is dus kwetsbaar, minder zelfredzaam en minder in staat tot participatie. Huidige situatie: In 2017 is het Regionaal Educatief Plan 2018-2022 vastgesteld. Op basis daarvan is een Uitvoeringsplan Regionaal Educatief Plan 2018-2021 gemaakt en vastgesteld met daarin de inzet van het Ster College (Summa College). Het Ster College verzorgt formele opleidingstrajecten.

Het DigiTaalhuis is een lokaal taalnetwerk, waarin een aantal vaste kernpartners samenwerken om laaggeletterdheid te bestrijden. De kernpartners zijn: Gemeente Bergeijk, Gemeente Bladel, Gemeente Eersel, Gemeente Reusel-De Mierden, Cordaad Welzijn, Ster College, Bibliotheek De Kempen en Stichting Lezen en Schrijven. De DigiTaalhuis coördinator is in dienst bij Bibliotheek de Kempen, de vrijwilligerscoördinator bij Cordaat Welzijn. Ontwikkelingen: In Bergeijk is bij de ondertekening van het convenant een DigiTaalhuis geopend. Hierdoor is inmiddels inzichtelijk geworden wat er organisatorisch en financieel komt kijken bij de oprichting van een DigiTaalhuis. In 2021 is er in Eersel een DigiTaalhuis geopend. Het betreft een pilot voor de periode van twee jaar. Tijdens deze periode moet inzichtelijk worden hoeveel personen bereikt kunnen worden met het DigiTaalhuis. De geschatte kosten van een DigiTaalhuis bedragen jaarlijks € 18.000,-(op basis van de ervaringen in Bergeijk). In de gemeenten Bladel en Reusel-De Mierden werd in 2020 een DigiTaalhuis geopend. Bibliotheek De Kempen faciliteert de werkgeversrol van de coördinator van het DigiTaalhuis. De subsidie voor het uitvoeren van de coördinatiefunctie binnen dit netwerk valt buiten de reguliere bibliotheekbegroting. Het opstellen en vaststellen van verslagen en jaarplannen gebeurt door een project- en een stuurgroep.

25

De eerste resultaten van de pilot zijn verzameld. Er zijn diverse successen geboekt, ondanks ernstige belemmeringen vanwege corona. De verwachtingen voor 2022 en verdere jaren zijn dat er meer mensen bereikt en geholpen kunnen worden. In 2022 wordt de pilot geëvalueerd en kunnen we beargumenteerd een keuze maken om structureel te continueren of niet. Vooruitlopend daarop willen we de pilot met 1 jaar verlengen. Doel: Het is de ambitie van de ondertekenaars van het convenant om tot een gezamenlijke duurzame verbetering van de basisvaardigheden van de Kempische inwoners te komen. Synergie tussen de samenwerkingspartners, sub-regionaal (Kempen) en regionaal (WEB-regio Zuidoost Brabant met Eindhoven als centrumstad) biedt kansen om betere resultaten en een sluitende aanpak te realiseren, zodat alle mensen met een leervraag een passend educatief traject kan worden geboden. Middelen: Exploitatielasten 2023 € 18.800

2024

2025

2026

26

Format voorjaarsnota 2023-2026 Fcl nr: Omschrijving: Programma: Kredietbeheerder:

8020 Actualisatie Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2 Ester de Mol / Monique van den Heuvel

Wettelijke taak: Deels wettelijke en deels autonome taak. Huidige situatie: Het huidige Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs gemeente Eersel 2018-2032 is voor de eerste vier jaar bindend vastgesteld en is aan actualisatie toe. Dit proces wordt in 2022 opgestart en dan komen alle huisvestingsvraagstukken op het gebied van onderwijs aan bod. Ontwikkelingen: Zoals in het laatste IHP al was opgenomen is renovatie op dit moment nog geen voorziening waarvoor bekostiging kan aangevraagd worden. De gemeente is verantwoordelijk voor nieuwbouw, het schoolbestuur voor groot onderhoud en aanpassingen. Renovatie bevindt zich op het snijvlak tussen nieuwbouw en groot onderhoud en helaas laat de op handen zijnde wijziging van de wetgeving rondom het onderwerp renovatie op zich wachten. De verwachting is dat renovatie opgenomen gaat worden als voorziening en dat het daarmee een volwaardig alternatief voor nieuwbouw is. Vooruitlopend daarop heeft de gemeente aangegeven dat renovatie als een gezamenlijke verantwoordelijkheid wordt gezien. In het laatste IHP stond al dat renovatie voor het Rythovius College bekeken zou worden. Ook De Groote Aard vraagt hiervoor aandacht alsmede basisschool Sinte Lucij. Uiteraard dient bij dit soort vraagstukken een goede afweging gemaakt te worden tussen nieuwbouw, renovatie en groot onderhoud.

Een IHP is niet een korte termijn visie maar een strategische visie voor de langere termijn. Tevens spelen er een aantal andere huisvestingsvraagstukken zoals bijvoorbeeld de wens c.q. noodzaak om uitbreiding. Op basis van de nieuwe leerlingenprognoses (gemaakt ten behoeve van het te actualiseren IHP) zien we namelijk een stijging van het leerlingenaantal in het algemeen en bij een aantal scholen in het bijzonder. Deze stijging was niet voorzien bij het vorige IHP (en de daarvoor opgestelde leerlingenprognoses). Een verklaring is onder meer dat er meer woningen gebouwd zijn en worden dan er ten tijde van het opstellen van de vorige prognose op de woningbouwplanning stonden. Pas bij het maken van het nieuwe IHP wordt duidelijk wat er bij alle scholen speelt, welke van deze onderwerpen in aanmerking komen voor een vergoeding van de gemeente (op basis van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Eersel) en wat dat voor financiële consequenties heeft voor de gemeente. Op dit moment kunnen we geen realistische inschatting maken van de financiële consequenties maar we verwachten dat het huidige onderwijsbudget in de komende jaren niet toereikend zal zijn. Doel: Een geactualiseerd IHP met daarin opgenomen de investeringen voor de komende 15 jaren.

27

Middelen: Hoe is de huidige methodiek? Wanneer scholen op basis van de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Eersel 2015 van de gemeente een vergoeding voor een voorziening ontvangen, worden de kapitaallasten (afschrijving en rente) van deze investering gedekt uit het onderwijsbudget van € 555.000,-- wat in onze begroting is opgenomen. Op dit moment is het onderwijsbudget toereikend voor dekking van de huidige kapitaallasten. De onderschrijding van de kapitaallasten ten opzichte van het onderwijsbudget wordt jaarlijks bij de jaarrekening gestort in de bestemmingsreserve decentralisatie onderwijshuisvesting (2021: storting € 97.919,--) Verhoging storting Gelet op eerder genoemde reeds bekende investeringsvraagstukken is het de verwachting dat het onderwijsbudget op korte termijn niet meer toereikend zal zijn. Om die reden wordt nu (vooruitlopend op het nieuwe IHP) een trapsgewijze verhoging van het onderwijsbudget van € 100.000,-voorgesteld. Op deze manier stijgt het onderwijsbudget naar € 655.000,-- in 2026. Dit verhoogt de ruimte voor nieuwe investeringen van circa € 3.500.000,-- naar circa € 7.000.000,--. Exploitatielasten 2023 € 25.000,--

2024 € 50.000,--

2025 € 75.000,--

2026 € 100.000,--

28

Format voorjaarsnota 2023-2026 Fcl nr: Omschrijving: Programma: Kredietbeheerder:

8034 / 9034 Omgevingsplan 3 Bas Joosten

Wettelijke taak: Ja Huidige situatie: Nu gelden voor de gehele gemeente meerdere bestemmingsplannen. Ontwikkelingen: Op 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. Alle bestemmingsplannen zijn dan rechtswege onderdeel van het Omgevingsplan. Om een Omgevingsplan op basis van de Omgevingswet te krijgen heeft de gemeente de tijd tot en met 2029. Om tot één Omgevingsplan te komen is een grote inspanning nodig. Hiervoor is budget noodzakelijk. In de jaren 2023 tot en met 2025 kleinere aanpassingen/updates van het tijdelijk Omgevingsplan, hiervoor is extra budget benodigd bovenop het reguliere exploitatiebudget van € 50.000. In 2026 de eerste grote aanpassing van het Omgevingsplan. Doel: Een Omgevingsplan dat voldoet aan de Omgevingswet. Middelen: Kleinere aanpassingen komen ten laste van exploitatie. De investering in 2026 wordt geactiveerd en afgeschreven in 5 jaar. Investeringsbedrag 2023 €

€

Exploitatielasten 2023 € 20.000

2024 € 20.000

2024

€

2025

2025 € 20.000

2026 € 200.000

€

2026

29

Format voorjaarsnota 2023-2026 Fcl nr: Omschrijving: Programma: Kredietbeheerder:

8046 Intensivering milieutoezicht/ROK Milieutoezicht 4 Nikky Ansems

Wettelijke taak: Uitvoering milieutoezicht Huidige situatie: In april 2019 heeft ons college besloten om het Regionaal Operationeel Kader (ROK) Milieutoezicht 2018 vast te stellen en toe te passen als strategie voor de uitvoering van uniform Wabo milieutoezicht en -handhaving. Tevens is destijds besloten vanaf 1 januari 2020 milieutoezicht en -handhaving uit te laten voeren door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) overeenkomstig optie C en na 2 jaar optie C in heroverweging te nemen op basis van de evaluatie van het ROK en daarna de benodigde middelen structureel op te nemen. Tot en met 2022 zijn financiële middelen voorzien voor extra milieutoezicht om de wettelijke verplichte basistaken in regionaal verband uniform door ODZOB uit te kunnen laten voeren. In de huidige begroting is structureel € € 79.700,-- beschikbaar voor milieutoezicht. Tot en met 2022 was voor de uitvoering van het milieubudget nog een incidenteel budget beschikbaar van € 53.000,--. In afwachting van de evaluatie van het ROK Milieutoezicht is dit niet eerder een structureel budget geworden. Ontwikkelingen: Evaluatie De ODZOB heeft de evaluatie uitgevoerd. De evaluatie is bestuurlijk van aard en geeft antwoord op de vraag in welke mate de doelstellingen van het ROK Milieutoezicht zijn gehaald tijdens de uitvoering in 2020 en 2021.

Uit de analyse blijkt dat de doelen in het ROK milieutoezicht niet altijd helder en expliciet zijn omschreven en met een helder beoogd eindresultaat. Ook is er geen beginsituatie gecreëerd, waar de doelstellingen aan gespiegeld kunnen worden. Vanuit het evaluatiekader met gidsvragen/indicatoren kunnen de volgende antwoorden worden gegeven: 1. Level playing field is in “besluit-technische zin” nagenoeg gehaald; 2. Iedere gemeente heeft een eigen beleving over het ROK Milieutoezicht, omdat het ROK Milieutoezicht ruimte laat voor interpretatie van doelen en prioriteiten; 3. De uitvoering van het milieutoezicht door de ODZOB vindt volgens deze regionaal vastgelegde kaders op een eenduidige en uniforme werkwijze plaats; 4. In het ROK Milieutoezicht zijn 3 prioriteitenlijsten genoemd. Door onduidelijkheid in de samenhang tussen de lijsten, door de globale en brede omschrijvingen, zijn de lijsten in de uitvoering moeilijk hanteerbaar en toetsbaar. Er zijn aanbevelingen gedaan om bovenstaande conclusies te verbeteren. Het Algemeen Bestuur van de ODZOB heeft op 2 december 2021 besloten: - Kennis te nemen van de rapportage bestuurlijke evaluatie ROK Milieutoezicht. - In te stemmen met het uitwerken en opvolgen van de aanbevelingen in een vervolgopdracht. - In te stemmen met de vervolgaanpak door de verantwoordelijk portefeuillehouder.

30

Optie keuze In april 2019 is gekozen om alle bedrijven en activiteiten die zowel tot het basistakenpakket van de ODZOB als tot het verzoektakenpakket worden gerekend, bij de ODZOB onder te brengen (optie C). Zoals destijds besloten kan deze optie in heroverweging worden genomen. Buiten optie C kan er ook gekozen worden voor optie A of optie B. - Optie A Basis: Optie A is de minimale wettelijke verplichting voor alle gemeenten. In het Besluit omgevingsrecht is bepaald dat de VTH taken voor de bedrijven en activiteiten die onder de basistaken vallen moeten worden uitgevoerd door de omgevingsdiensten. Gemeenten die hiervoor kiezen moeten zelf een uitvoeringsbeleid en -programma opstellen en uitvoeringsorganisatie inrichten voor alle bedrijven en activiteiten die niet onder de basistaken vallen. Voor het opstellen van een uitvoeringsbeleid moet een probleem- en risicoanalyse worden uitgevoerd, aan de hand waarvan een controlefrequentie bepaald moet worden. - Optie B Basis plus: Optie B is een insteek met een pragmatisch karakter. Het betreft alle taken die tot het basistakenpakket worden gerekend (optie A), aangevuld met bedrijven en activiteiten die weliswaar onder het verzoektakenpakket vallen, maar wel onder één van de 9 vastgestelde ROK branches vallen. De verzoektaken die vallen onder deze branches worden aan het ODZOB werkprogramma toegevoegd.

Voor de verzoektaken die buiten de branches vallen moet de gemeente alsnog zelf een uitvoeringsbeleid en -programma opstellen en uitvoeringsorganisatie inrichten. Als besloten wordt minder financiële middelen beschikbaar te stellen dan moet gekozen worden voor optie A of optie B. Het benodigde budget voor optie A ligt € 63.000 lager ten opzichte van optie C. Bij optie B ligt het benodigde budget € 25.000 lager ten opzichte van optie C. Van dit “beschikbare” budget moet zelf een toezichthouder aangenomen/ingehuurd worden en moet zelf worden voorzien in het opstellen van uitvoeringsbeleid en -programma, afstemming met andere toezichts- en handhavingspartners (oa politie, Openbaar Ministerie, waterschap, NVWA). Met het kiezen voor optie A of B worden echter meerdere doelstellingen van het ROK teniet gedaan. Het realiseren van een gelijk niveau van toezicht en handhaving vraagt meer dan het aannemen/inhuren van één of meerdere toezichthouders. “Eigen” beleid kan op inhoud ook weer niet teveel afwijken van het regionale. Het is moeilijk uitlegbaar dat binnen de gemeente de ene toezichthoudende instantie (ODZOB) haar taken anders uitvoert dan de gemeente zelf. Bij optie A kan zich de situatie voordoen dat zowel de ODZOB (controle basistaken) als de gemeente op hetzelfde bedrijf controles uitvoert.

Ook het vervolgtraject (denk aan: aanschrijvingen, uitvoering hercontroles, juridische opvolging) moet georganiseerd worden. Eén van de doelstellingen van het ROK is dat er op een andere, efficiëntere manier, toezicht wordt gehouden. De ODZOB voert niet alleen ter plaatse controles uit, maar analyseert bijvoorbeeld ook de gezamenlijke data. Daarnaast bevordert een regionale aanpak de aanpak tegen ondermijning en een bovenregionale samenwerking met andere (strafrechtelijke)partners. Wanneer de gemeente zelf het toezicht gaat regelen bestaat het risico dat er teruggevallen wordt op de traditionele methode en de bedrijven om de 3, 5 of 10 jaar gecontroleerd gaan worden zonder daarbij te kijken naar risico’s en problemen. Het realiseren van een level playing field (voor alle bedrijven) is met het zelf organiseren van toezicht niet meer mogelijk. Doel: Voldoende structurele middelen beschikbaar hebben voor het structureel doorzetten en uitvoeren van het ROK Milieutoezicht conform optie C. Het nu al structureel opgenomen bedrag van € 79.700,-- moet structureel worden opgehoogd met € 74.300,-- naar € 154.000,--. Middelen: Exploitatielasten 2023 € 74.300

2024 € 74.300

2025 € 74.300

2026 € 74.300 31

Format voorjaarsnota 2023-2026 Fcl nr: Omschrijving: Programma: Kredietbeheerder:

8058 / 9058 Maatregelen verkeersveiligheid 6 Gerard Korsten

Wettelijke taak: Het terugdringen van het aantal ongevallen en het verbeteren van de verkeersveiligheid is landelijk beleid dat door vertaald is naar de gemeente Eersel. Huidige situatie: Met verschillende maatregelen willen de verschillende overheden het verkeer veiliger maken en het aantal verkeersdoden en ernstige verkeersgewonden terugdringen. Dit vraagt continu om aandacht. Hiervoor zijn we al diverse jaren bezig met maatregelen om bij te dragen aan het streven van de regering voor een daling van het aantal verkeersdoden en aantal ziekenhuisgewonden. Ontwikkelingen: De komende jaren gaan we hiermee verder. Dit willen we bereiken door diverse maatregelen welke hieronder staan weergegeven. We zien in dat sommige van deze maatregelen structureel van aard zijn en stellen nu derhalve voor deze kosten op te nemen in de exploitatiepost “Overige verkeersvoorzieningen”. De kosten van de incidentele maatregelen worden geactiveerd en afgeschreven. Incidenteel (> € 25.000,--) 1a. Aanpak van verkeersonveilige situaties Het aanbrengen van verkeersremmende maatregelen op de Berkvenseweg te Duizel. Deze weg wordt door fietsers en wandelaars als onveilig ervaren door het hard rijdend (sluip) verkeer. Ook is er een wens om het wandelpad door te trekken langs de weg. Geschatte kosten € 45.000,--. Structureel 1b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=664a7fb2-897b-48df-b66b-d9d6e7c096d4