[22.00121] - Rapportage energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67
Tekst van het document
In de bestuursopdracht staat de ambitie van de gemeente Eerstel benoemd ten aanzien van geluidsreductie. Het optimale resultaat is wanneer er cumulatieve afname van tenminste 3 dB voor een groot aantal woningen wordt behaald. Uit het voorkeursscenario blijkt dat het optimale resultaat kan worden behaald. Locatie
Type
Lengte
Hoogte
Wegzijde
Achterzijde
Duizel
Scherm
1400 m
2m
Zonnepanelen
Bestaande bosschages
Eersel
Scherm
1400 m
2m
-
Bestaande bosschages
De Hees
Scherm
1800 m
4m
-
Inpassing als koppelkans
Oeienbosch
Wal
850 m
3,5 m
Zonnepanelen
Bosschage
OVERIGE ASPECTEN
In de bestuursopdracht van de gemeente Eersel worden, naast energie-opwekking en geluidsreductie, nog een aantal aspecten opgesomd waar het voorkeursscenario aan moet voldoen. Hiermee wordt een zo optimaal mogelijk resultaat behaald ten aanzien van de doelen die voor het project gesteld zijn. Hier worden deze overige aspecten kort toegelicht. Koppelkansen
l
In het voorkeursscenario zijn diverse koppelkansen, zoals beschreven in scenario 4, meegenomen. Hiermee wordt extra draagvlak gecreëerd, zoals door het inpassen van het bewonersinitiatief Hapert en het aanplanten van extra bosschages in het kader van Plan Bos & Boom. Ook langs het geluidsscherm bij De Hees zijn koppelkansen mogelijk om deze beter in te passen en hier het draagvlak te
verhogen. Deze dienen nog verder uitgwerkt te worden, mogelijk in samenwerking met Kunstroute 't Groene Lint. Ook is het aanplanten van olifantsgras voor de afvang van stikstof als koppelkans meegenomen. Ook koppelkansen als lokale netwerken en de Mobiliteitshub kunnen gecombineerd worden, maar deze zijn nu nog niet ver genoeg uitgewerkt om mee te nemen.
Technische haalbaarheid
l
Meerwaarde en draagvlak
l
Ruimtelijke inpassing
Draagvlak is een van de factoren geweest waarop de beslissingen voor het voorkeursscenario zijn afgewogen. Door enkele koppelkansen mee te nemen is het potentiële draagvlak van de voorgestelde ingrepen verhoogd. Een aandachtspunt is het potentiële zonneveld, waarvoor weinig draagvlak is in de omgeving. Door deze ontwikkeling te koppelen aan Plan Bos & Boom en aan recreatieve ontwikkeling, kan hiervoor meer draagvlak gecreëerd worden.
l
De ingrepen zijn allemaal zorgvuldig afgewogen op het gebied van ruimtelijke inpassing. Door geluidswallen toe te passen bij Hapert en Oeienbosch is een goede inpassing mogelijk. Ook de lage schermen bij Eersel en Duizel zijn dankzij de bosschages goed inpasbaar. Wel is extra aandacht nodig voor de inpassing van het geluidscherm bij De Hees, wat een koppelkans is die samen met de Kunstroute 't Groene Lint opgepakt kan worden.
De gekozen oplossingen zijn allemaal vaker toegepast en technisch haalbaar, zoals gebleken is uit de bouwstenen. Kanttekening op het vlak van energie-opwekking is de congestie op het stroomnet, waar in de uitvoeringsstrategie nog verder op ingegaan zal worden.
57
BUSINESS CASE
58
Beekdal de Run, Eersel Foto: Waterschap de Dommel
In de bestuursopdracht voor dit onderzoek is
In de business case wordt primair de financiële
het beschrijven van een business case voor de
haalbaarheid van de zonne-initiatieven
voorgestelde ingrepen als belangrijk onderdeel
bekeken, als deze aan een marktpartij
opgenomen. De gemeente ziet voor zichzelf
uitbesteed zouden worden. Hieraan
geen rol weggelegd in de financiering van de
worden de kosten voor het aanbrengen
initiatieven, en wil daarvoor marktpartijen of
van de geluidwerende voorzieningen en
andere overheden benaderen. In dit hoofdstuk
andere ingrepen rondom de koppelkansen
wordt de business case uitgewerkt voor
(bosaanplant, aanleg recreatieve routes)
de ingrepen die worden voorgesteld in het
toegevoegd. Hiermee wordt een totaalbeeld
voorkeursscenario. Hierbij wordt onderscheid
van de benodigde investering geschetst, die
gemaakt tussen de installatie van de zonne-
wordt afgezet tegen de mogelijk opbrengsten
panelen, wat ook weer geld kan opleveren, en
van het zonnepark. Het doel van de business
de overige investeringen in geluidschermen of
case is het bepalen in hoeverre locaties
koppelkansen.
kansrijk zijn qua financiële haalbaarheid. 59
6.1
Business Case zonne-energie
In deze paragraaf wordt de business case voor de opwekking van zonne-energie beschreven, aan de hand van de initiatieven die zijn opgenomen in het voorkeursscenario. Hierbij wordt nog niet gekeken naar de overige kosten voor de geluidwerende maatregelen en koppelkansen. Die kosten worden in de volgende paragraaf aangehaald en afgezet tegen de resultaten van de business case voor de energie-opwekking. UITGANGSPUNTEN
Voor de business case is het uitgangspunt een situatie waarbij een private ontwikkelaar een grondgebonden systeem realiseert en de elektriciteit invoedt op het netwerk. Er kunnen ook andere oplossingen mogelijk zijn, zoals het aansluiten achter de meter van een eindverbruiker. Die vergen echter meer maatwerk dan passend is bij de fase waarin dit onderzoek zich bevind. Wel besteden we kort aandacht aan de mogelijkheden in een nieuwe regeling voor collectieve systemen. Als uitgangspunt is een situatie genomen waarin de ontwikkelaar de systemeen realiseert met SDE++ subsidie. Dit is een exploitatiesubsidie die ontworpen is om de onrendabele top te dekken gedurende een lange looptijd om zo producenten van hernieuwbare energie zekerheid te bieden. l Voor twee kleinere initiatieven is daarnaast bekeken of deze rendabel kunnen zijn met een SCE-subsidie. Deze Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking 60
verstrekt subsidie voor het kleinschalig (max 500 kWp), lokaal en gezamenlijk opwekken van hernieuwbare elektriciteit door energiecooperaties en VVE's. Deze subsidie dienst als vervanger van wat voorheen bekend stond als de 'Postcoderoos'. De situatie op het elektriciteitsnetwerk in de regio van Bladel en Eersel is momenteel 'rood'. Dat houdt in dat er structureel sprake is van congestie en nieuwe aanvragen voor transport niet worden gehonoreerd. Dit kan gevolgen hebben voor de aanleg van de systemen die in dit onderzoek worden voorgesteld. INPUT
Voor de business case is de volgende input gebruikt om een globale inschatting van kosten en baten te maken: •
Per locatie: opgesteld vermogen (kWp), aansluitvermogen (kVA) en productie (kWh/kWp p.j.). Voor de berekening van het vermogen zijn standaarden van elk type opstelling als maatstaf genomen;
•
Geschatte investeringskosten. De huidige markt is zeer ongunstig. Omdat de verwachting is dat de markt zal stabiliseren zijn de prijzen van januari 2021 aangehouden;
•
Netaansluiting. Kosten geschat op basis van aansluitvermogen, benodigde transformatoren en afstand tot
aansluiting aan het elektriciteitsnet. Dit is gedaan op basis van inschattingen, waarmee de kostenberekening vrij grof wordt; •
Exploitatiekosten op basis van kengetallen;
•
Opbrengsten op basis van SDE++ subsidie, of waar van toepassing SDE-subsidie, volgens de regeling in 2021 en gemiddelde elektriciteitsprijzen;
•
Er is uitgegaan van een gangbare structuur qua projectfinanciering, mits schaal van initiatieven groot genoeg is;
•
Er is geen rekening gehouden met projectontwikkelkosten, omdat die afhankelijk zijn van de uitvoeringsstrategie;
•
Leges, OZB en grondvergoeding zijn niet inbegrepen, omdat deze gemeente-specifiek zijn en afhangen van verdere keuzes m.b.t. ontwikkeling en exploitatie.
De uitkomsten zijn getoetst op minimaal 4% projectrendement (IRR) over de gehele levensduur van 25 jaar. In de hierna volgende beschrijvingen wordt van de verschillende initiatieven beschreven of ze rendabel zijn. Hierbij wordt de NCW genoemd, die aangeeft hoeveel winst een project maakt. Daarnaast wordt de LCOE benoemd, die de kostprijs van het project reflecteert. Deze wordt berekend door de contante waarde van de investeringskosten en de operationele kosten gedurende de gehele levensduur te delen door de totale productie (in kWh) in die periode.
BEVINDINGEN •
•
•
Bewonersinitiatief Hapert
l
Het grootste initiatief uit het voorkeursscenario haalt een rendement van 5% met een NCW van ca. € 210.000 met SDE++. Hoewel de vele wegkruisingen van kabels hier kostenverhogend zijn, kunnen de panelen dusdanig gunstig georiënteerd worden dat dit project ruimschoots rendabel wordt. De LCOE bedraagt door die gunstige oriëntatie en de grootte van het initiatief ongeveer 4 ct/kWh. Geluidswal Oeienbosch
Geluidscherm Duizel
l
•
Potentieel Zonneveld
l
l
Het bewonersinitiatief Hapert heeft een beperkte schaal, maar is met een opgesteld vermogen van 900 kWp wel te groot om mee te mogen dingen voor de SCE-subsidie. De locatie haalt nipt een rendement van 4% met SDE++, waarbij de NCW (Netto Contante Waarde, discontovoet 4%) rond de € 20.000 ligt. Door de schaal van het project en de gunstige opstelling van de panelen is de LCOE (de kostprijs per kWh) relatief laag met ca. 4,5 ct/kWh. Aansluiting 30 Eersel
•
l
Deze locatie heeft een gelijke opbouw als het bewonersinitiatief Hapert, maar een veel kleiner formaat. Hierdoor kent het project minder schaalvoordelen, waardoor de LCOE oploopt tot ca. 6 ct/kWh. Hiermee is het project niet rendabel met SDE++, maar het is qua schaal klein genoeg voor de SCE-regeling. Met SCE is het project rendabel met een NCW van ca. € 120.000.
Het kleinste initiatief kent een heel ongunstige oriëntatie van de panelen, omdat ze vrijwel verticaal op het geluidscherm geplaatst worden. Hierdoor gaat de productie van energie per paneel omlaag en wordt het project, ook met SCE-subsidie, niet rendabel. De negatieve NCW bedraagt ca. € 260.000 en de LCOE is ruim tweemaal zo hoog als in andere projecten, namelijk 13 ct/kWh. In het voorkeursscenario is ook een potentieel zonneakker meegenomen van ca 2000 MWh. Deze is rendabel met SDE++ met een NCW van ca. € 150.000. Bij een dergelijk zonneveld ligt de LCOE rond de 4 ct/kWh.
CONCLUSIES
De hoofdconclusie uit deze business case is dat drie initiatieven voor het opwekken van zonne-energie uit het voorkeursscenario rendabel zijn: het bewonersinitiatief, afrit 30 en de geluidswal bij Oeienbosch. Deze zijn dus op een haalbare wijze door een marktpartij of energiecoöperatie te realiseren. Dit geldt duidelijk niet voor het geluidscherm bij Duizel. Deze is zwaar verliesgevend en levert weinig energie op in vergelijking met de kosten. Als toevoeging aan de business case kan een extra zonneveld worden meegenomen, wat ook een rendabele business case heeft. In de uitvoeringsstrategie wordt bekeken hoe diverse initiatieven mogelijk gecombineerd kunnen worden. 61
6.2
Kostenraming overige voorzieningen
In de vorige paragraaf is de business case beschreven van de opwekking van zonne-energie. In deze paragraaf worden de kosten van de overige voorzieningen, zoals de geluidswerende maatregelen en overige kosten, berekend. Dit wordt afgezet tegen de NCW van elk individueel project die in de vorige paragraaf beschreven is. UITGANGSPUNTEN
•
De kosten voor de aanleg van de zonnepanelen zijn niet meegenomen, die zijn opgenomen in de business case;
•
Voor het aanbrengen van de grondwal is niet gerekend met het aanbrengen van grondwapening (taluds zijn 1:1 en 1:3 in natuurlijke aanvulling);
•
Grond voor de grondwal is geen hoogwaardig zand, er is gerekend met grond als reststroom bij andere werken;
•
Aangenomen is dat de geluidschermen op palen gefundeerd moet worden. Gerekend is met prefab betonnen palen met een lengte van 10 meter, h.o.h. 6 m;
•
De geluidschermen zijn modulair opgebouwd, met elke 6 meter een stalen stijl. Aangenomen is dat de schermen in de basis uit betonnen elementen opgebouwd worden, nadere uitwerking volgt in komende fasen;
•
Conform de eisen omtrent geluidswallen is per 400 meter een vluchtdeur aangebracht; 62
•
Achter de geluidschermen loopt een onderhoudspad van elementenverharding, deze fungeert ook als vluchtroute;
•
Voor het aanbrengen van de geluidschermen is een post voor verkeersmaatregelen opgenomen;
•
Bedragen voor grondverwerving zijn ingeschat, er is geen kennis over eigenaren en de bereidheid tot verkoop;
•
De bandbreedte van deze raming ligt tussen de 30% onder en 40% boven de bepaalde investeringskosten. Deze waardes zijn ingeschat naar de huidige fase van het project.
•
De totale bouwkosten hiervan bedragen tussen de € 1 mln en € 2 mln. Als daarbij ook nog grondverwervingskosten en overige kosten worden gerekend, bedragen de totale investeringskosten € 2,5-3,5 mln. •
Aansluiting 30 Eersel
l
•
Geluidswal Oeienbosch
l
•
Geluidscherm Duizel
l
De kosten voor grondverwerving danwel grondvergoeding zijn vooralsnog niet opgenomen in de businesscase, omdat dit sterk samenhangt met de verdere uitvoering van de individuele projecten. BEVINDINGEN
•
Bewonersinitiatief Hapert
l
Het bewonersinitiatief Hapert bestaat uit een grondwal die deels bekleed wordt met zonnepanelen, maar vooral ook een ecologische en recreatieve functie heeft. In de kostenraming zijn de volgende zaken meegenomen: l - Voorbereidende werkzaamheden, o.a. bomen rooien - Aanleg grondwal en watergang l - Aanbrengen beplanting (bosplatsoen en grasland) l - Aanleg recreatief pad
Bij afrit Eersel zijn weinig bijkomende voorzieningen naast het zonneveld. Hier spelen alleen egaliseren van de grond en inzaaien van kruidenrijk gras tussen de panelen. De investeringskosten daarvoor bedragen ca. € 20.000-30.000. Deze locatie heeft een gelijke opbouw als het bewonersinitiatief Hapert, dus zijn de volgende zaken meegenomen:: - Voorbereidende werkzaamheden, o.a. bomen rooien - Aanleg grondwal en watergang l - Aanbrengen beplanting (bosplatsoen) l l - Aanleg recreatief pad De totale bouwkosten hiervan bedragen tussen de € 700.000 en € 1 mln. ls daarbij ook nog grondverwervingskosten en overige kosten worden gerekend, bedragen de totale investeringskosten € 1,2-1,5 mln. Voor de geluidschermen aan beide zijden van de A67 tussen Eersel en Duizel zijn, naast de kosten voor het aanbrengen van de schermen, ook de kosten voor geleiderails, een vluchtpad en verkeersmaatregelen meegenomen. De totale investeringskosten voor de beide schermen bedragen tussen de € 4 mln en € 5 mln.
•
Potentieel Zonneveld
l
Het potentiële zonneveld wat in het voorkeursscenario benoemd wordt behoeft weinig bijkomende voorzieningen. Voor enkel het zonneveld is egaliseren en inzaaien benodigd, waarvoor de investeringskosten ca. € 20.000-30.000 bedragen. Daarbij is nog geen rekening gehouden met grondverwerving, wat ca. € 150.000 zal kosten. l Mocht bij dit zonneveld de combinatie met Plan Bos & Boom en met een recreatief pad gezocht worden, komen er grote kostenposten bij voor de aanplant van bos (gelijkwaardig aan het oppervlak zonnepark) en de aanleg van recreatieve paden. Dan bedragen de totale investeringskosten, voor het gehele zonnepark en bosaanplant incl. grondverwerving, € 2,5-3,5 mln.
•
Aansluiting 29 Hapert
l
•
Geluidscherm De Hees
l
In het voorkeursscenario wordt de aansluiting Hapert ingezaaid met olifantsgras. De totale investeringskosten hiervoor bedragen ca. € 15.000-25.000. Hierbij is geen rekening gehouden met de kosten voor beheer: vanwege de snelle groei van het gewas moet dit vaak gemaaid worden. Voor het geluidscherm bij De Hees en Steensel zijn, naast de kosten voor het aanbrengen van de schermen, ook de kosten voor geleiderails, een vluchtpad en verkeersmaatregelen meegenomen. De kosten voor aanvullende inpassing aan de achterzijde, bijvoorbeeld met klimplanten, is dus niet
meegenomen in de berekening De totale investeringskosten voor het scherm bedragen tussen de € 3,5 mln en € 4,5 mln. l Mocht het scherm niet op grond van RWS geplaatst worden maar op particuliere grond, moet nog grond verworven worden. Dan komen de investeringkosten uit tussen de € 4,5 mln en € 5,5 mln. CONCLUSIES
Als de investeringkosten van alle voorzieningen rondom de diverse locaties worden afgezet tegen de rendemeneten en de NCW uit de business case, valt op dat voor veel locaties de investeringskosten vele malen hoger liggen dan de winst die uit het bijbehorende zonne-initiatief behaald kan worden. De NCW kwam voor de projecten uit op enkele tonnen, terwijl de kosten voor de overige voorzieningen vaak meerdere miljoenen euro's bedragen. Hierdoor is het onhaalbaar om de geluidwerende maatregelen te bekostigen uit de winst die uit de zonnepanelen gehaald kan worden. De enige uitzondering hierop is aansluiting 30, waar weinig bijkomende voorzieningen gepland zijn. Daarbij zou eventueel het fictieve zonnepark zonder de aanvullende kansen voor Plan Bos & Boom bekostigd kunnen worden vanuit de NCW voor het initiatief.
63
UITVOERINGSSTRATEGIE
A67 vanaf viaduct Foto: Cyclomedia 64
In de voorgaande hoofdstukken is een
In dit laatste hoofdstuk wordt de
studie gepresenteerd die leidt tot een
uitvoeringsstrategie besproken. Hierin wordt
voorkeursscenario voor een geluidwerende en
aan de hand van aanbevelingen een doorkijk
energie-opwekkende voorziening langs de A67
gegeven naar de vervolgstappen. Hierbij
in de gemeenten Eersel en Bladel. Op basis
wordt ingegaan op kansen en uitdagingen,
van dit voorkeursscenario is ook een business
ontwikkelstrategie opwek zonne-energie,
case berekend om de financiële haalbaarheid
maatschappelijke en technische meerwaarde
van het scenario uit te werken.
en mogelijke bijdrage van stakeholders.
65
7.1 Huidige situatie en invloedrijke factoren BIJDRAGE ENERGIEOPWEKKINGSOPGAVE
In de bestuursopdracht heeft de gemeente Eersel de ambitie benoemd ten aanzien van energie-opwekking langs de A67: Het minimale resultaat van 2 ha (circa 1.900 MWh). Deze wordt met de kansrijke voorzieningen behaald. Het optimale resultaat is een zo groot mogelijke bijdrage leveren aan de totale energieopwekkingsopgave van gemeente, die 55.000 MWh bedraagt. Uit het voorkeursscenario en de business case voor zonne-energie blijkt dat voor de gemeente Eersel in totaal 3.200 MWh aan energie kan worden opgewekt met kansrijke voorzieningen langs de A67. Dit is exclusief het potentieel aan veldopstellingen, en het niet-kansrijke geluidscherm bij Duizel. In totaal betreft dit 6% van de totale energieopwekkingsopgave van gemeente. Voor de gemeente Bladel blijkt in totaal 800 MWh aan energie kan worden opgewekt met een kansrijke voorziening langs de A67. BIJDRAGE GELUIDSREDUCTIE
Uit het voorkeursscenario blijkt dat in de gemeente Eersel bij circa 700 woningen in het onderzoeksgebied de geluidbelasting van de A67 met tenminste 3 dB worden teruggebracht en bij circa 300 woningen is er sprake van een afname van cumulatieve geluidbelasting met 3 dB of meer. Hiermee wordt voldaan aan het optimale resultaat ten aanzien van geluidsreductie zoals deze staat benoemd. 66
BUSINESS CASE
Uit de business case zonne-energie blijkt dat het merendeel van de voorgestelde initiatieven in het voorkeursscenario voor het opwekken van zonne-energie financieel haalbaar zijn. Kansrijke initiatieven zijn de veldopstelling met grondgebonden opwek van zonne-energie bij aansluiting 30 (Eersel), de geluidswal bij Oeienbosch en het bewonersinitiatief van Hapert. Het geluidsscherm bij Duizel blijkt financieel niet haalbaar. Uit de kostenraming van de overige voorzieningen blijkt de investeringskosten vele malen hoger liggen dan de winst uit het bijbehorende zonne-initiatief. Het is financieel onhaalbaar om de geluidwerende maatregelen te bekostigen uit de winst van het opwekken van zonne-energie. De enige uitzondering hierop is het zonne-initiatief aansluiting 30. RELATIE BELEID GROOTSCHALIGE OPWEK ZONNE-ENERGIE
In het Beleid grootschalige Zonne-Energie 2020-2030 van de gemeente Eersel staat dat de gemeente bepaalt wanneer, waar en hoe er zonne-energie ontwikkeld mag worden. De gemeente Eersel heeft bepaald dat enkel het vastgestelde gebied ten noorden van Wintelre wordt opengesteld voor de grootschalige opwek van zonne-energie, en dat de opwekkingsopgave die daar wordt ingevuld afhankelijk is van de duurzame opwek van zonne-energie bij de toekomstige energieopwekkende en geluidwerende voorziening langs de A67. Er
is sprake van grootschalige opwek van zonne-energie wanneer een zonnepark wordt gerealiseerd met een minimale grootte van 2 hectare (20.000m²). De gemeente Bladel bepaalt in 'Kadernota Energie en Klimaat' dat in principe geen nieuwe grootschalige projecten worden toegestaan, maar wel mogelijkheden gecreëerd mogen worden langs wegen. LANDSCHAP EN NATUUR Er is erg veel beschermde natuur (Natuur Netwerk Brabant) direct langs het tracé te vinden. Op die plekken is het een uitdaging om geluidschermen/ wallen neer te zetten en onmogelijk om een veldopstelling met grondgebonden opwek van zonne-energie te realiseren.
NETCAPACITEIT
Het netcapaciteit in de gemeente Eersel en Bladel zit vol. Dit betekent dat er niet kan worden teruggeleverd aan het bestaande elektriciteitsnet tot 2030. Een grootgebruik aanvraag voor het 150KV station Hapert is zodoende niet mogelijk vanwege deze netcongestie. In het voedingsstation Eindhoven Zuid is beperkt capaciteit aanwezig. Hier zijn geen garanties te geven aangezien de netbeheerder wettelijk dient te werken volgens het principe ‘first come, first serve’. Desondanks zijn er toch een aantal mogelijkheden die benut kunnen worden. Nader onderzoek naar deze mogelijkheden vindt momenteel plaats in een separate studie. In paragraaf 7.2.3 onder technische meerwaarde’ wordt hier verder op ingegaan.
7.2 Aanpak om tot uitvoering te komen 7.2.1 ONTWIKKELSTRATEGIE OPWEK ZONNE-ENERGIE
Uit de bussiness case zonne-energie blijkt dat het merendeel van de voorgestelde initiatieven in het voorkeurs scenario voor het opwekken van zonne-energie financieel haalbaar is. Om het aanbrengen van zonnepanelen op alle voorgestelde geluidwerende voorzieningen financieel mogelijk te maken zal de business case zonne-energie verbeterd moeten worden om te compenseren voor het verliesgevende initiatief op het geluidsscherm bij Duizel. In de business case zonne-energie is al gekeken naar de SCE-subsidie. Dit is voor de geluidwal bij Oeienbosch een kansrijke oplossing, voor Duizel is dit echter nog niet toereikend geval. Andere opties moeten daarom worden verkend. Om de energie-opwekking op dit scherm te realiseren onderscheiden we hieronder een drietal mogelijkheden: 1. TOTAALPAKKET
Deze variant gaat uit van het combineren van verliesgevende initiatieven met winstgevende initiatieven en deze als totaalpakket ontwikkelen. Door de combinatie van energieopwekkende projecten kunnen deze gezamenlijk rendabeler worden dan elk afzonderlijk project. Voor deze energieopwekkende projecten is globaal de financiële haalbaarheid bepaald op basis van een positieve Netto Contante Waarde (NCW). Wanneer de positieve NCW, de veldopstelling met grondgebonden opwek van zonne-energie bij aansluiting 30 en de geluidswal bij Oeienbosch optellen, dan is dat net voldoende om de negatieve NCW van het opwekken van zonne-ener-
gie op geluidsscherm bij Duizel te compenseren. Indien er een veldopstelling met grondgebonden opwek van zonne-energie nabij de A67 wordt toegevoegd, dan versterkt dat het geheel. Deze variant heeft echter een belangrijke beperking. De verschillende locaties voor mogelijke initiatieven kennen verschillende en deels particuliere grondeigenaren. Het koppelen van initiatieven is daarmee complex en zeer afhankelijk van de bereidwilligheid van individuele grondeigenaren. Deze strategie brengt daarom een groot afbreukrisico met zich mee. 2. OMGEVINGSFONDS
Een andere variant is dat de winstgevende initiatieven bijdragen aan een omgevingsfonds. Vanuit het omgevingsfonds kunnen de niet winstgevende ontwikkeling in het gebied een financiële bijdrage krijgen. In casu betekent dit dat de zonnevelden financieel bijdragen aan de ontwikkeling van het zonnegeluidscherm. Borging is onder de Omgevingswet mogelijk via de privaatrechtelijk weg/ overeenkomst als ‘bijdrage ruimtelijke ontwikkeling’ ex art.13.22 Ow, mits wordt voldaan aan de voorwaarden daarvan1). Een belangrijk voorwaarde is dat het gaat om de ontwikkeling van een specifiek gebied. In het beleid grootschalige Zonne-Energie 2020-2030 is het omgevingsfonds gekoppeld aan het gebied A67. Op basis hiervan kan het omgevingsfonds voor de winstgevende ontwikkeling worden ingesteld.
De optie omgevingsfonds lijkt een logische ontwikkelstrategie aangezien er sprake is van een gebiedsontwikkeling met winstgevende en niet winstgevende onderdelen, en hier in het beleid al op is voorgesorteerd. Ook hier zijn enkele kanttekeningen te maken: •
•
•
•
Om het fonds te vullen zullen wel eerst de winstgevende onderdelen gerealiseerd moeten worden. Er moet bereidheid zijn om op korter termijn zonnevelden te faciliteren in de A67 zone; Ook hier is medewerking van grondeigenaren nodig. Dit is wel eenvoudiger t.o.v. variant 1, omdat de complexiteit lager is en de mogelijkheid tot fasering bestaat; De inrichting van het fonds en de brijdagen dienen goed te worden vastgelegd en geregeld. Het beleid laat hierbij nog veel invulling over aan de afzonderlijke initiatieven. De omgeving krijgt hierin een doorslaggevende rol en moet het fonds beheren. Hoe dit er in de praktijk uitziet is vooralsnog niet duidelijk 2). Naar verwachting is ook het omgevingsfonds niet toereikend voor alle benodigde investeringen en is een combinatie van de hierna beschreven variant 3 nodig.
1) Le Large, E. en Zwalve, J. (2021 augustus). (On)mogelijkheden onder Ow voor financiële participatie in duurzame energieprojecten. Grondzaken en gebiedsontwikkeling. Nummer 4 /SDU. 16-20. Royal HaskoningDHV Legal Consultants
2) Het projectvoorstel moet beschrijven hoe hoog de storting in het omgevingsfonds is (minimaal €1 per geproduceerde MWh), welke partijen in het ‘bestuur’ van het fonds zitting nemen en hoe de bestemming van het geld wordt bepaald. Deze bestemmingen moeten een fysiek en/of ruimtelijk karakter hebben. Het fonds wordt beheerd door de omgeving. De omgeving zal dus bepalen waar de gelden aan besteed worden
67
3. INVESTERING DOOR DE GEMEENTE
Een derde variant kan zijn dat de gemeente vanuit het algemeen belang de niet winstgevende onderdelen financiert. In het geval van een geluidswal of geluidsscherm met losse zonnepalen is hierbij de meest voor de hand liggende optie dat de gemeente (deels) de investeringskosten op zich neemt, waarna de exploitatie van de zonnepanelen op geluidschermen of een geluidswal nipt haalbaar is voor een marktpartij of coöperatie. 7.2.2. MAATSCHAPPELIJKE MEERWAARDE
We willen een goede balans tussen de lusten en lasten en de samenleving laten meeprofiteren van energieprojecten. De maatschappelijke meerwaarde bestaat uit financieel eigenaarschap en koppelkansen. LOKAAL EIGENDOM
Voor de realisatie van energieprojecten kiest de gemeente Eersel voor lokaal eigendom. Het recht om te investeren in het eigen vermogen van het project ligt in eerste instantie bij inwoners van de gemeente Eersel en lokale bedrijven. Hierbij zijn veel manieren denkbaar om het benodigde kapitaal op te halen. De voorkeur van de gemeente Eersel gaat er daarbij naar uit dat alle inwoners in staat worden gesteld om naar eigen draagkracht mee te investeren in projecten in hun omgeving. Een coöperatie kan hierin een belangrijke rol spelen.
68
KANTTEKENINGEN LOKAAL EIGENDOM
In het beleid grootschalige Zonne-Energie 2020-2030 lijkt de financiële participatie door middel van 50% lokaal eigendom vrij dwingend te worden voorgeschreven. Hierbij dienen twee belangrijke kanttekeningen te worden gemaakt: 1. Net als de Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de Omgevingswet géén basis voor het opleggen van resultaatsverplichtingen aan initiatiefnemers over financiële participatie die verder gaan dan het wettelijk stelsel toelaat, ook niet - gelet op het legaliteitsbeginsel - op lokaal niveau via beleid 3). De wens voor minimaal 50% lokaal eigendom is een streven uit het Klimaatakkoord en kent geen wettelijke basis. Het is niet mogelijk 50% als resultaatsverplichting op te leggen. Als overeenkomsten het wettelijk kader te buiten gaan dan wordt het risico gelopen dat een van de contractpartijen in de toekomst de nietigheid van bepaalde afspraken inroept. 2. Ook gelet op het voornoemde punt dient de 50% lokaal eigendom vooral als inspanningsverplichting te worden gezien. In de praktijk is ook niet altijd mogelijk om hieraan te voldoen, omdat de lokale bevolking niet altijd de mogelijkheid of bereidheid heeft om 50% financieel te participeren 4). Indien niet aan de 50% lokaal eigendom kan worden voldaan verdient het aanbeveling om in dat geval een aanvullende bijdrage aan het omgevingsfonds te vragen
als alternatieve vorm van financiële participatie. KOPPELKANSEN
In het voorkeursscenario is voorgesteld om de energieopwekkende voorzieningen te combineren met het toevoegen van natuur en recreatie, bijvoorbeeld het plan Bos en Boom of olifantsgras. Uit de ervaring van het Burgerinitiatief Hapert lijkt meer draagvlak te zijn vanuit de omgeving wanneer deze gecombineerd worden. Daarbij wordt op deze manier ook antwoord gegeven op de vraag van CO2-reductie, wordt de biodiversiteit versterkt en wordt het wandel/fietsgebied voor omwonenden uitgebreid. In het voorkeursscenario zijn de volgende initiatieven voorgesteld om de maatschappelijke meerwaarde te vergroten. Geluidschermen Eersel-Duizel l Aan beide zijden van de A67 is een geluidscherm van 2m hoog voorzien. Vanwege de dichte begroeiing op het zuidelijke talud kan alleen het scherm aan de noordzijde van de A67 effectief benut worden voor zonnepanelen. Voor het geluidsscherm met zonnepanelen bij Duizel kan ingezet worden op een combinatie van een ontwikkeling met veldopstelling met grondgebonden opwek van zonne-energie, aanplant van bos en het aanleggen van een recreatieve route. De combinatie van functies 3) Le Large, E. en Zwalve, J. (2021 augustus). (On)mogelijkheden onder Ow voor financiële participatie in duurzame energieprojecten. Grondzaken en gebiedsontwikkeling. Nummer 4 /SDU. 16-20. Royal HaskoningDHV Legal Consultants
4) Expert judgement op basis van praktijkervaringen Royal HaskonignDHV
creëert een aantrekkelijk park voor recreatieve ommetjes als dorpsentree voor Duizel. Geluidschermen De Hees-Steensel l Op een deel van het scherm, waar momenteel geen bosschages voor staan, kan het scherm aan de achterzijde geschikt gemaakt worden voor klimplanten om een groen uiterlijk te creëren. Aan de zijde van De Hees kan er een koppeling met de kunstroute wordt gemaakt door middel van een zonneveld dat door kunstenaars is ontworpen en aangelegd. Hierbij kan gespeeld worden met ruimtelijke patronen en kleureffecten op de zonnepanelen. Daarbij kan wellicht extra draagvlak vanuit het dorp Steensel gecreëerd worden door de het scherm naar het oosten te verlengen, zodat meer woningen in het dorp ervan profiteren. Geluidswal Oeienbosch: Voor het weren van geluid wordt een wal voorgesteld, qua inrichting gelijk is aan het bewonersinitiatief Hapert. De wal is voorzien van zonnepanelen aan de zijde van de snelweg. Op de andere zijde van de wal is beplanting noodzakelijk om de vereiste natuurwaarde van het Natuur Netwerk Brabant te halen. 7.2.3
TECHNISCHE MEERWAARDE
Het terug leveren van opgewekte energie op het netwerk is tot 2030 niet mogelijk. Om te onderzoeken of er op korte en middellange termijn hiervoor alternatieven zijn is dit jaar door 5 Kempengemeenten een onderzoek gestart,
genaamd Energielandschap de Kempen. Bij alternatieven kan je denken aan lokale energieopslag in accu's, het creëren van een lokaal netwerk, door middel van een achter de meter aansluiting op een grote afnemer, zoals een bedrijf of regionale mobiliteitshub. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Bilfinger Tebodin en bevindt zich momenteel in de eerste fase van onderzoek. Naar verwachting wordt het onderzoek in 2022 afgerond. Belangrijk bij het kiezen van grote afnemers is het inzichtelijk maken hoeveel energie wordt opgewekt en hoeveel energie kan worden afgenomen, incl. mogelijke accu opslag. Wordt namelijk meer energie opgewekt dan afgenomen blijft de netcapaciteit een probleem. De beoogde locaties voor het creëren van een lokaal netwerk staan geduid in het voorkeursscenario.
integrale en gebiedsgerichte benadering van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarbij wordt in de kerninstrumenten onderscheid gemaakt tussen integraal strategisch beleid (Omgevingsvisie), uitvoeringsgericht beleid (Omgevingsprogramma’s) en regelgeving (Omgevingsplan). Onder de Omgevingswet kan het duurzaamheidsbeleid worden ondergebracht onder het kerninstrument Omgevingsprogramma's. Het is ook mogelijk een gebiedsgericht programma op te stellen voor de A67.
Een vorm om het net te ontlasten is gebruik te maken van ‘cable pooling’ op de kabel van het windpark Bladel naar het hoofdstation in Hapert. Het is technisch mogelijk om de opbrengst van wind te combineren met dezelfde opbrengst in zon, met de gedachten; als het waait, schijnt de zon minder en wanneer de zon heftig schijnt, waait het minder. Dit is alleen mogelijk wanneer de windparkontwikkelaar toestemming geeft om te koppelen of zelf een zonnepark ontwikkeld. BORGEN IN BELEID
De uitkomsten van het onderzoek vormen een onderdeel van het duurzaamheidsbeleid van de gemeente. De Omgevingswet gaat uit van een samenhangende, 69
7.3
Wie doet er mee?
Als onderdeel van de uitvoeringsstrategie is een marktconsultatie uitgevoerd om duidelijkheid te krijgen in de standpunten en marktkansen van andere partijen. De marktconsultatie heeft enerzijds inzicht gegeven in wie wil aansluiten en op welke manier, en anderzijds inzicht in kansen die de partijen zien. Dit uit zich in tabel 1 in de mogelijke rol die partijen zullen spelen, de samenwerkingsvorm en de middelen die zij te bieden hebben. De geïnterviewde partijen zijn met oog op mogelijk rol en samenwerking in drie groepen opgedeeld: 1.
MOGELIJKE PARTNERS IN UITVOERING
Dit zijn de partijen die betrokken zijn tijdens de uitvoering vanwege initiatief, liquide middelen en/of technische redenen. • • • •
Georganiseerd BurgerOverleg Hapert (GBOH) KempenEnergie Renewable factory Rijkswaterstaat in het kader van het pilotprogramma Hernieuwbare energie op rijksgrond.
2.
AFNEMERS/ NETWERK ONTLASTEN
• • •
Renewable factory Metaalflex Kempisch Bedrijven Park (niet geïnterviewd)
Dit zijn partijen die energie kunnen afnemen zodat deze niet terug het net op hoeft. Dit kan in de vorm van afnemen of eventueel cable pooling.
70
3.
PARTNERS IN PROJECTMANAGEMENT
en vanwege financiële middelen die kunnen investeren. Vanwege de stijgende leden van KempenEnergie brengen zij ook maatschappelijke middelen.
• • •
Bilfinger Tebodin Enexis Rijkswaterstaat in de rol van wegbeheerder
Als afnemers hebben Metaalflex en het KBP technische middelen te bieden in de vorm van het afnemen van energie zodat deze niet terug geleverd hoeft te worden aan het net. Metaalflex is tevens ook actief in het ontwikkelen van zelfvoorzienende appartementen/woningen. Er zijn kansen dat Metaalflex ook financiële middelen beschikbaar heeft in de toekomst. Verder kan Renewable Factory ook een mogelijk rol spelen in energie afnemen d.m.v. cablepooling.
Dit zijn partijen die naar waarschijnlijkheid een ondersteunende rol hebben zoals adviseren en weinig toevoegen in de vorm van andere middelen.
Naast de mogelijke rol en samenwerking hebben partijen verschillende middelen te bieden in de ontwikkelingen van energie opwek rond de A67 de komende jaren, deze zijn opgedeeld in 3 soorten; (1) financiële middelen wijst op liquide middelen. Dit zijn organisaties die kunnen investeren. (2) Maatschappelijk middelen wijzen op de maatschappelijke invloed en meerwaarde die de organisatie/ bedrijf heeft. Denk aan contacten, positie tussen de bewoners. De ruimtelijke/ technische middelen (3) omvatten de middelen die bijdrage aan het inpassen en technisch haalbaar maken van de ontwikkelingen. De partners in uitvoering zijn in dit geval twee soorten partners. De GBOH is betrokken door de grote stappen die zij al hebben genomen in het bewoners initiatief Hapert. Het GBOH is dan ook voornamelijk betrokken met maatschappelijke middelen en daarbij het draagvlak om dit initiatief sociaal gedragen te houden. Daarbij is het bewonersinitiatief al getest op haalbaarheid. KempenEnergie en Renewable factory zijn betrokken vanwege de technische en ruimtelijke middelen; de ervaring en kennis,
De partners in projectmanagement zorgen voornamelijk voor technische en ruimtelijke middelen in de vorm van advies en onderzoeken naar haalbare kansen van energie opwek in de Kempen. Bilfinger Tebodin is onderzoek aan het doen naar de mogelijkheden om klimaatdoelstellingen te halen in de Kempen. Dit onderzoek kan ook nog input leveren voor de gemeente Eersel en Bladel. Rijkswaterstaat (RWS), Rijksvastgoedbedrijf en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland werken sinds eind 2018 in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat samen in het programma ‘Energie opwek op rijksgronden’ (OER) opgezet. RWS is trekker van het programma. Dit en het feit dat kernen wel geluidsoverlast ervaren (ook al worden de wettelijke normen niet overschreden) biedt kansen dat RWS mogelijk toch een rol zou willen spelen.
Tabel 1: Afweging middelen per stakeholder maatschap- Ruimtelijke en pelijke Samenwerking technische middelen middelen
Stakeholder
Mogelijke rol
Financiele middelen
Gemeente
Initiatiefnemer
+
+
+
Mogelijke partners in uitvoering GBOH
Initiatiefnemer De groene Ader
-
+
0
KempenEnergie
Energievereniging / investeerder
+
0
+
Renewable factory
Investeerder / afnemer
+
-
+
Investeerder
+
-
+
Afnemer
0
-
+
Afnemer
-
-
+
Onderzoeker
-
0
+
Netbeheerder
-
-
+
Wegbeheerder
0
-
+
RWS Mogelijke afnemers Metaalflex
KBP Mogelijke partners in projectmanagement Bilfinger Tebodin Enexis RWS
Samenwerking o.b.v. project
Samenwerking o.b.v. project
Samenwerking in de vorm van ondersteuning en advies
*(+) heeft een bijdrage, (0) neutraal en (-) geen bijdrage 71
72
Natuurgebied de Cartierheide in de Kempen Foto: Staatsbosbeheer
7.4
Vervolgstappen
Voordat tot uitvoering gekomen kan worden, dienen nog verschillende stappen doorlopen te worden. Deze uitvoeringsstrategie maakt dan ook inzichtelijk wat de vervolgstappen zijn. POSITIE EN ROL GEMEENTE BEPALEN
Om te beginnen is het van belang dat de gemeente haar eigen positie bepaald ten aanzien van de uitvoeringen van het voorkeurscenario. Voor de geluidswerende voorzieningen is geen positieve business case te maken door marktpartijen, maar mogelijk wel voor lokale energiecoörperaties op basis van de SCE regeling. Rijkswaterstaat zal het evenmin initiëren aangezien de wettelijke normen niet worden overschreden. De optie van een omgevingsfonds kan behulpzaam zijn in de financiering van de niet winstgevende onderdelen, maar zal naar verwachting ook niet alle investeringen dekken. De kernvraag is dus tweeledig: 1 Is de gemeente bereid om een andere rol op zich te nemen om de uitvoering van het voorkeursscenario mogelijk te maken? 2 Is de gemeente bereid een financiële bijdrage te leveren om de uitvoering van het voorkeursscenario mogelijk te maken? PARTNERS EN SAMENWERKING
De bevindingen van deze rapportage dienen teruggekoppeld te worden aan de in 7.3 genoemde partijen en aanvullende kansen moeten besproken worden. Deze
gesprekken zullen, samen met deze rapportage, invulling geven aan de daarna te besluiten aanpak. Voor nu lijkt een combinatie van ontwikkelstrategie 2 en 3 de beste aanpak rondom de A67, voornamelijk vanwege de niet haalbare projecten en de mogelijkheid voor fasering toe te passen. Zoals al eerder vermeld begint deze fasering met projecten met een opbrengst en zal een deel van deze opbrengst de investering voor de overige projecten vullen.
PROGRAMMA ENERGIE OPWEK OP RIJKSGRONDEN (OER)
Het verdient aanbeveling om (bij voorkeur in regionaal of RES verband) te onderzoeken of het mogelijk is om de A67 aan te melden als pilot in het kader van het programma OER bij de minister van EZK. Een eventuele deelname aan dit programma biedt kansen voor een actievere rol en betrokkenheid van RWS bij het geheel.
Met de partners in uitvoering moet bepaald worden wat eerst ontwikkeld wordt en door wie. Eerder is aangegeven dat veldopstellingen het meest aantrekkelijk zijn om mee te starten, dit betekent dat ook contact moet worden opgenomen met eigenaren van particuliere gronden. Na het vaststellen van de fasering wordt ook duidelijk wat de volledige kosten en opbrengsten zijn van de eerste fase. Nadat de energie opwek duidelijk is moet ook gekeken worden wie kan afnemen en hoe dit vorm gaat nemen. Met de partners in projectmanagement moet voornamelijk gesproken worden over de ruimtelijke en technische mogelijkheden die geïmplementeerd moeten worden in het project. Doordat de Energietransitie een dynamische transitie is, moet na de uitvoering van de eerste fase opnieuw gekeken worden naar de technische en ruimtelijke mogelijkheden. Zoals aangegeven is bijvoorbeeld ook Enexis bezig met het uitbreiden van het net, hierdoor kunnen over vijf jaar zich andere kansen voordoen dan momenteel bekent. Bilfinger Tebodin kan hier met hun onderzoek ook nog input voor leveren. 73
Larixplein 1 5616 VB Eindhoven +31 (0)88 348 42 50 info@rhdhv.com www.royalhaskoningdhv.com facebook.com/royalhaskoningdhv twitter.com/RHDHV linkedin.com/company/royal-haskoningdhv