CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[21.21405] - Visie Buitengebied 2.0

Raadsvergadering 2 november 2021, gemeente EerselBij agendapunt: Visie buitengebied 2.028.477 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Legenda landschapsstructuurkaart

10

Landschapstructuurkaart Bijlage uit “Groen Loont!” (2017) 6.5 6.2

6.1

6.3

6.4

5.2 5.1

5.4 5.3

EERSEL 1.1 Boksheidsedijk 1.2 Heibloem en Voort

4.1

1.3 Stokkelen 1.4 Hoogstraat, Schadewijk en Molenveld 1.5 Boksheide

4.4

4.2

1.6 De Pan 1.7 De Hees

4.3

DUIZEL 2.1 Hoef en den Hoek

3.1

2.2 Hapertseweg

3.2

2.3 Dalemsedijk

2.1

STEENSEL 3.1 Bussereind 3.2 Koppelen

3.3 2.2

1.7

3.3 Riethovenseweg

3.4

3.4 Stevert KNEGSEL

2.3

1.4

4.1 Wolfshoek en de Wetering 4.2 Pastoor Hoekdries 4.3 Sneidershoek

1.3

4.4 Oeyenbos VESSEM 5.1 Rietven 5.2 Donk en Meerven

1.6

1.1

1.2

5.3 Driehuizen, Veneind en Maaskant 5.4 Lantie en Vondereind WINTELRE 6.1 Bijsterveld 6.2 Mostheuvel 6.3 Kreiel 6.4 Groenstraat en Biemeren 6.5 Oirschotsedijk

1.5

11

3 Bouwmogelijkheden 3.1

Toetsing van een initiatief

Het bestemmingsplan Buitengebied 2017 geeft aan welk perceel welke bestemming kent. Bestemmingen zijn bijvoorbeeld wonen, agrarisch, bedrijf en bos. Elke bestemming kent haar eigen bestemmingsregels. Bij de bestemming wonen staat bijvoorbeeld beschreven hoe groot de woning en de bijgebouwen mogen zijn en welke (neven) functies daarin toegestaan zijn. Wanneer een initiatief de uitbreiding van een bestaand erf behelst, een functiewijziging of het bouwen op een onbebouwde kavel dan is vaak een wijziging van het bestemmingsplan nodig of moet een vergunning worden aangevraagd. Hiervoor dient een verzoek ingediend te worden bij de gemeente. Vervolgens zijn er 2 sporen: 1. Basistoetsing: dat kan bij een relatief kleinschalig initiatief, passend binnen de kaders zoals aangegeven op de visiekaart per bebouwingscluster. 2. Maatwerk: dat gebeurt wanneer een initiatief niet past binnen de standaardkaders en/ of in een vlak maatwerk valt. De vlakken ‘maatwerk’ zijn aangegeven op de visiekaart. Basistoetsing Het betreft een initiatief dat past binnen: • De functies zoals aangegeven in de Visie buitengebied. • Een bestaand bouwblok of met een kleinschalige wijziging van het bouwblok. Daarbij dient de functie te passen binnen de kaders van de visie buitengebied, anders betreft het maatwerk.

• Ten hoogste twee Ruimte voor Ruimte-woningen passend op een bestaand erf of op een passende locatie binnen het bebouwingscluster (zie visiekaart per cluster). Voorwaarde is dat daarvoor elders in de gemeente een veehouderij wordt gesaneerd, een probleemlocatie wordt opgelost of een Ruimte voor Ruimtetitel uit de gemeente Eersel gebruikt wordt voor de ontwikkeling. Zie daarvoor ook het hoofddocument Visie buitengebied. • Inpasbaar ten aanzien van milieutechnische aspecten zoals geluid en geur. Indien hieraan wordt voldaan kan het initiatief vrij eenvoudig een juridische procedure doorlopen. Wel dient het initiatief te passen bij de beeldkwaliteit en dient er een erfinrichtingsplan te worden overlegd. Zie daarvoor ook hoofdstuk 4. Maatwerk en meerwaardetoetsing Als een initiatief niet binnen de voorwaarden van de basistoetsing past, wil de gemeente toch graag meedenken. Een initiatief krijgt dan een integrale ambtelijke beoordeling. Alle disciplines van de gemeente die betrokken zijn bij vraagstukken omtrent de leefomgeving wegen in samenspraak het initiatief af op de mogelijkheden van brede meerwaarde voor een gebied. Voor bijvoorbeeld ten behoeve van de sociale samenhang van een buurtschap, de bijdrage aan de landschappelijke kwaliteit of voor de sociaal-economische toekomstbestendigheid van het buitengebied.

Vervolgens volgt een ambtelijk advies of er medewerking kan worden verleend, welke kansen er nog extra kunnen worden benut en onder welke voorwaarden het initiatief medewerking kan krijgen. De initiatiefnemer kan op basis hiervan zijn plan aanpassen en een principeverzoek indienen bij het college van burgemeester en wethouders.

12

Er zijn enkele voorwaarden waaraan bij maatwerkplannen te alle tijden moet worden voldaan: 1. Maatwerkvlakken Het initiatief valt ofwel binnen bestaande Vrijkomende Agrarische Bedrijfsbebouwing (VAB) of binnen bebouwingsvlakken van niet-agrarische bedrijfsbestemmingen of binnen de aangeduide maatwerkvlakken op de visiekaart. Binnen deze vlakken is er ontwikkeling mogelijk, mits er meerwaarde ontstaat voor de omgeving. Er zijn ook specifieke vlakken aangeduid voor ontwikkelingen met kleinschalige recreatieve meerwaarde. In deze vlakken is enkel kleinschalige bebouwing mogelijk in relatie tot de recreatieve meerwaarde dat wordt geleverd. Te denken valt aan een theetuin, kinderboerderij etc. in relatie tot kleinschalig inrichting en gebruik van het landschap. 2. Visie op meerwaarde De initiatiefnemer dient zelf met een onderbouwing of visie aan te geven op welke wijze hij meerwaarde biedt aan de omgeving. In hoofdstuk 4 zijn de verschillende aspecten van meerwaarde, die deels al benoemd zijn in hoofdstuk 3 van de visie buitengebied, verder uitgewerkt. 3. Omgevingsdialoog Voor plannen waarvoor maatwerk nodig is moet de initiatiefnemer tijdens de planvorming overleg voeren met de omgeving. Daarbij moet hij aantonen dat dit overleg gevoerd is (bijvoorbeeld door een verslag), wat de reactie van de omgeving was en wat daarmee is gedaan.

Dit betekent niet dat het plan door de omgeving gedragen moet zijn (bij voorkeur wel natuurlijk). De omgeving moet gehoord zijn en eventueel wordt het plan aangepast naar aanleiding van de omgevingsdialoog. 4. Toekomstbestendigheid Een duurzame en toekomstbestendige invulling van een locatie is een belangrijke voorwaarde. Toekomstbestendigheid als kwaliteit kan op meerdere manieren worden gezien, zo kan dit te maken hebben met de financiële haalbaarheid van een bedrijfsconcept. Wanneer bedrijvigheid (in de breedste zin van het woord, dus ook voor bijvoorbeeld recreatieve of zorginitiatieven) onderdeel uitmaakt van het planvoornemen dient een initiatiefnemer een toelichting te geven op het toekomstperspectief van het plan.

13

3.2

Mogelijke functies in aanvulling op Visie buitengebied

In het hoofddocument Visie buitengebied is een overzicht gegeven van functies die in het buitengebied mogelijk zijn. Daarbij is onderscheid gemaakt in gebieden, zoals de dorpsovergangszones of recreatieve schakelzones, zie op de zoneringkaart hiernaast. Zo zijn de mogelijkheden nabij een kern anders van aard dan die in de recreatieve schakelzone. In deze visie bebouwingsconcentraties beschouwen we tevens een verschil in de mogelijkheden die er zijn per concentratie. In een vitaal buurtschap zijn er bijvoorbeeld meer mogelijkheden dan in een bebouwingslint met een beperkt aantal erven op grote afstand van bewoond gebied. Aanvullend op de Visie buitengebied beschrijven we hieronder een aantal stedenbouwkundige spelregels op de mogelijkheden van Ruimte voor Ruimte en nieuwe wooninitiatieven. Ruimte voor Ruimte Ruimte voor Ruimte is alleen toegestaan wanneer dit direct verband houdt met de beëindiging van een intensieve veehouderij, bij het saneren van een niet intensieve veehouderij (waarbij een titel wordt gekocht bij de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte) of wanneer een probleemlocatie wordt beëindigd. In deze gevallen kan er binnen de begrenzing van de bebouwingsconcentraties of in de kernrandzones op kwalitatief geschikte locaties een Ruimte voor Ruimte-woning gerealiseerd worden.

De kwalitatief geschikte locaties zijn de locaties op de streefbeeldkaart waar geen ‘landschapsvenster’ is aangeduid. Om dit te realiseren zal er wellicht een coalitie moeten worden gevormd tussen een partij met een geschikte locatie en een stoppende veehouder. Bij het ontwikkelen van Ruimte voor Ruimte-kavels dient voorkomen te worden dat er langs wegen kleine rijtjes burgerwoningen ontstaan. Dat kan leiden tot een vorm van lintbebouwing met vaak een stedelijk, planmatig beeld dat niet past bij het landelijke karakter van bebouwingslinten of buurtschappen. Daarom worden er bij de basistoets maximaal twee Ruimte voor Ruimte- kavels naast elkaar langs een weg toegestaan. Betreft een initiatief meer dan twee kavels, dan er een integrale afweging gemaakt in relatie tot de specifieke locatie en er volgt een meerwaardetoets in relatie tot de specifieke locatie. Bij voorbaat dienen de woningen geclusterd te worden in één of meer erven. Deze erven dienen een sterke relatie met het landschap te krijgen door rondom het erf een passende perceelsrandbeplanting aan te leggen. Voor verdere toelichting hierop zie hoofdstuk 5. Nieuwe woonvormen De gemeente staat open voor nieuwe vormen van wonen die een maatschappelijke meerwaarde bieden. Daarbij kan worden gedacht aan ecologisch wonen, gezamelijke woonhoven voor ouderen, tiny houses en dergelijke.

Op basis van provinciaal beleid is het niet zonder meer mogelijk om nieuwe vormen van wonen in het buitengebied toe te staan. Er moet sprake zijn van een gebiedsgerichte meerwaardebenadering. De visie buitengebied geeft aan dat dergelijke ontwikkelingen enkel in gebieden kunnen die in de provinciale Interim Omgevingsverordening zijn aangeduid als ‘verstedelijking afweegbaar’. In deze visie bebouwingsconcentraties doen we daarop een aanvulling. Er zijn namelijk kansen voor deze woonvormen in de vitale buurtschappen of in de locaties nabij kernen. Dit betreft altijd maatwerk, waarbij een integrale afweging plaatsvindt. Locaties waarbij nieuwe woonvormen voorstelbaar zijn, zijn op de visiekaart aangeduid met een arcering maatwerk. 14

Visie Buitengebied Zoneringskaart 6.5 6.2

6.1

6.3

6.4

5.2 5.1

5.4 5.3

EERSEL 1.1 Boksheidsedijk 1.2 Heibloem en Voort

4.1

1.3 Stokkelen 1.4 Hoogstraat, Schadewijk en Molenveld 1.5 Boksheide

4.4

4.2

1.6 De Pan 1.7 De Hees

4.3

DUIZEL 2.1 Hoef en den Hoek

3.1

2.2 Hapertseweg

3.2

2.3 Dalemsedijk

2.1

STEENSEL 3.1 Bussereind 3.2 Koppelen

3.3 2.2

1.7

3.3 Riethovenseweg

3.4

3.4 Stevert KNEGSEL

2.3

1.4

4.1 Wolfshoek en de Wetering 4.2 Pastoor Hoekdries 4.3 Sneidershoek

1.3

4.4 Oeyenbos VESSEM 5.1 Rietven 5.2 Donk en Meerven

1.6

1.1

1.2

5.3 Driehuizen, Veneind en Maaskant 5.4 Lantie en Vondereind WINTELRE 6.1 Bijsterveld 6.2 Mostheuvel 6.3 Kreiel 6.4 Groenstraat en Biemeren 6.5 Oirschotsedijk

1.5

15

3.3

Als maatwerk niet voldoende is: een integraal gebiedsperspectief

Een integraal gebiedsperspectief Enkele bebouwingsconcentraties vallen in de dorpsovergangsgebieden van de kernen. We zien dit bijvoorbeeld voor de zuidzijde van zowel Wintelre (omgeving Groenstraat), en Eersel (omgeving Boksheidsedijk, Heibloem/Voort en Stokkelen) en de noorzijde van Vessem (omgeving Rietven) Er spelen daar meerdere gemeentelijke ambities, zoals de leefbaarheid van de kernen, de woningbouwopgave, klimaatadaptatie en toegankelijkheid en beleefbaarheid van het landschap. Er dienen zich bovendien veel initiatieven aan. Hierbij is maatwerk niet meer voldoende. Zodra er meerdere partijen en meerdere ambities spelen is het noodzaak om een ander traject te doorlopen. Om initiatieven dan in samenhang te beoordelen met de ambities dient er eerst een gedragen gebiedsperspectief ontwikkeld te worden. In samenspraak met de bewoners en ondernemers in het gebied. De Levende Beerze betreft een gebiedsontwikkeling in het buitengebied van Eersel waar een dergelijk integraal gebiedsperspectief al is opgesteld. Dit gebiedsperspectief is als uitgangspunt genomen bij bijvoorbeeld het bebouwingscluster Donk in Vessem. De gebiedsontwikkeling De Levende Run gaat dit jaar van start en zal een vergelijkbaar gebiedsperspectief opleveren.

16

BIJLAGE 2

Toekomstwensbeeld Kleine Beerze (2019) - Gebiedsontwikkeling Levende Beerze Kleine Beerze:

Spekdonken-Molenbroek- Hoogeind December 2019

TOEKOMSTWENSBEELD

17

4 Overzicht van relevant beleid en ambities 4.1

Provincie Noord-Brabant - Interim Omgevingsverordening

De provinciale Interim Omgevingsverordening is in het najaar 2019 in werking getreden en bestaat uit zogenaamde instructieregels. Aan elke instructieregel zijn beleidsregels gekoppeld waaraan bestemmingsplannen (en dus ontwikkelingen) worden getoetst. De instructieregels komen grotendeels overeen met de aanduidingen uit de Verordening Ruimte 2019 (VR 2019 ). Op dit moment werkt de Provincie aan de nieuwe Verordening. Stedelijk gebied De kern Stokkelen ligt in de aanduiding stedelijk gebied. Deze duiding geeft de grenzen aan van het stedelijk gebied van steden, dorpen en kernen in Noord-Brabant. Hierin is de samenhangende ruimtelijke structuur van een kern opgenomen. Stedelijke ontwikkeling is mogelijk binnen deze aanduiding. Verstedelijking afweegbaar Op verschillende plaatsen tegen de kernen aan ligt gebied met de aanduiding verstedelijking afweegbaar. Onder andere de bebouwingsconcentraties Heibloem en Hoek liggen geheel of gedeeltelijk in gebied met deze aanduiding. Hier is stedelijke ontwikkeling mogelijk in samenhang met landschapsontwikkeling. Daarbij moet ingespeeld worden op de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren van het gebied en de naaste omgeving. Ecologische en landschappelijke verbindingen worden betrokken bij de planontwikkeling. Natuurnetwerk Brabant Sommige bebouwingsconcentraties liggen tegen of vlak bij gebied met deze aanduiding.

Primaire doelstelling binnen de grenzen van het Natuurnetwerk Brabant is het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Het realiseren van woningen binnen deze structuur is uitgesloten. Ook voor ontwikkelingen buiten het Natuurnetwerk moet aannemelijk worden gemaakt dat deze niet van negatieve invloed zijn op de ecologische waarden en kenmerken. Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone De doelstelling van het Natuur Netwerk Brabant is het natuurnetwerk zo veel mogelijk op elkaar aan te laten sluiten door het verwezenlijken, behouden en beheren van ecologische verbindingszones. Hierbij worden er beperkingen gesteld aan stedelijke, agrarische en recreatieve ontwikkelingen en de bijbehorende bebouwing. Groenblauwe mantel De groenblauwe mantel ligt als een buffer tussen het Natuurnetwerk en omliggend agrarische en/of stedelijke gebied. Ook binnen de groenblauwe mantel is het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken de doelstelling. De groenblauwe mantel biedt daarbij ook ruimte voor een multifunctioneel gebruik. Met uitzondering van toepassing van de Ruimte-voorruimte regeling biedt de groenblauwe mantel geen ruimte voor stedelijke ontwikkeling.

18

Interim omgevingsverordening Noord Brabant (2019) NNB, EHS en groenblauwe mantel 6.5 6.2

6.1

6.3

6.4

5.2 5.1

5.4 5.3

EERSEL 1.1 Boksheidsedijk 1.2 Heibloem en Voort

4.1

1.3 Stokkelen 1.4 Hoogstraat, Schadewijk en Molenveld 1.5 Boksheide

4.4

4.2

1.6 De Pan 1.7 De Hees

4.3

DUIZEL 2.1 Hoef en den Hoek

3.1

2.2 Hapertseweg

3.2

2.3 Dalemsedijk

2.1

STEENSEL 3.1 Bussereind 3.2 Koppelen

3.3 2.2

1.7

3.3 Riethovenseweg

3.4

3.4 Stevert KNEGSEL

2.3

1.4

4.1 Wolfshoek en de Wetering 4.2 Pastoor Hoekdries 4.3 Sneidershoek

1.3

4.4 Oeyenbos VESSEM 5.1 Rietven 5.2 Donk en Meerven

1.6

1.1

1.2

5.3 Driehuizen, Veneind en Maaskant 5.4 Lantie en Vondereind WINTELRE 6.1 Bijsterveld 6.2 Mostheuvel 6.3 Kreiel 6.4 Groenstraat en Biemeren 6.5 Oirschotsedijk

1.5

19

4.2

Gemeente Eersel

De visie per bebouwingsconcentratie bouwt voor op het bestaande beleid van de gemeente Eersel. Daarom, naast de gebiedsvisie buitengebied waarvan dit document een bijlage is, hieronder een korte opsomming van de meegenomen beleidskaders. Omgevingsvisie (2019) De Omgevingsvisie (versie 1.0) is een integraal opgesteld document ter voorbereiding op de nieuwe Omgevingswet. Het heeft mede als doel voor de gemeente Eersel een nieuwe manier van werken en denken uit te zetten. In deze visie is bestaand beleid gebundeld en zijn de belangrijkste gemeentelijke ambities, van alle beleidsterreinen die te maken hebben met de fysieke leefomgeving, op hoofdlijnen samengevat. Groen Loont! (2017) Groen Loont! is een bundel van het beleidsplan en aanvullende bijlagen. In het beleidsplan worden drie thema’s uitgewerkt: landschap, natuur en groen. De bebouwingsconcentraties kunnen vooral bijdragen aan het thema “Landschap”. Binnen dit thema wordt aangegeven hoe de landschappelijke kwaliteiten kunnen worden behouden en versterkt en hoe ruimtelijk beleid en ontwikkelingen daaraan kunnen bijdragen. Daartoe zijn voor de verschillende landschapstypen streefbeelden opgesteld. Deze streefbeelden geven sturing aan het integraal ruimtelijk beleid van de gemeente Eersel. Het vormt een “onderlegger” voor integrale ruimtelijke plannen, zoals de structuurvisie en het bestemmingsplan.

En het geeft handen en voeten aan de landschappelijke inpassing van bestaande en nieuwe initiatieven in het landschap. De streefbeelden zijn in voorliggend document als basis genomen voor de ontwikkeling van het landschap waar de bebouwingsconcentraties in zijn gelegen. Beeldkwaliteitsplan (BKP) (2 raadsbesluiten 2012 en 2014) Doel uit het raadsbesluit mei 2012: ‘Met het (beeld)kwaliteitsplan wil de gemeente vanuit een integrale visie en werkwijze de gebouwde en onbebouwde omgeving van de gemeente Eersel voor nu en voor de toekomst behouden. Het geeft concrete handvatten om op toekomstige ontwikkelingen in te spelen en maatregelen uit te voeren. Het (beeld)kwaliteitsplan is een instrument om vragen en ontwikkelingen vanuit aanpalende beleidsterreinen zoals recreatie, toerisme, leefbaarheid, duurzaamheid aan te laten sluiten op het DNA van het dorp’. De (beeld)kwaliteit voor de bebouwde en niet bebouwde omgeving staat daarbij centraal, dus gebouw + erf + straat. Naast generieke principes zijn er visies voor een aantal buurtschappen uitgewerkt. Waar relevant zijn deze visies geintegreerd in de visie per bebouwingsconcentratie. Bestemmingsplan buitengebied (2017) In 2017 is het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Eersel vastgesteld. Hierin bepaalt zij welk gebruik en welke bebouwingsmogelijkheden van de gronden zijn toegelaten.

De realisatie van de aan de gronden gegeven bestemming kan er niet mee worden afgedwongen, maar realisatie van andere bestemmingen kan er wel mee worden voorkomen. In het bestemmingsplan is ook opgenomen welke bebouwingsmogelijkheden er toegelaten worden in de bebouwingsconcentraties, zij doet daarbij uitspraken over bouwvolume, hoogte en plaatsing van het bouwwerk op de kavel.

20

5. Beeldkwaliteit en erfinrichting De bebouwingslinten en clusters hebben altijd een sterke relatie met het landschap gehad en hebben vaak een sterk cultuurhistorische waarde en betekenis. Ze vertellen het verhaal van het ontstaan van het Eerselse landschap en zeker de oudere clusters ademen nog een sterke authenticiteit die bewoners en recreanten enorm waarderen. Deze kwaliteiten dienen te worden behouden dan wel versterkt. Dit betekent niet dat er geen ontwikkeling mogelijk is, integendeel. Echter, de gemeente wil dat nieuwe ontwikkelingen zich aansluiten bij het kleinschalige en authentieke karakteristiek van het lint, cluster of landschap. Dit hoofdstuk biedt daartoe zowel een aantal kaders als wel de inspiratie.

5.1

Karakteristiek van ‘het erf’ als uitgangspunt voor ontwikkeling

Van oorsprong zijn de bebouwingslinten en -clusters opgebouwd uit agrarische erven. De erven hebben specifieke kenmerken die de huidige uitstraling van de bebouwingsconcentraties karakteriseert. Indien er gebouwd wordt, zowel voor wonen of andere ontwikkelingen, is de opbouw van een Kempisch boerenerf dan ook het uitgangspunt en inspiratiekader. Dit betekent dat er bij ontwikkeling van meer dan twee bouwvolumes er gebouwd wordt in een samenhangend ensemble van bebouwing en erfbeplanting. Dit is een ander principe dan bijvoorbeeld drie of vier lintwoningen met een afgebakende privekavel op een rij met op de achterzijde een houtwal, waarbij er doorgaans een heel planmatig straaten landschapsbeeld wordt gecreëerd. Als we kijken naar het Brabantse erf onderscheiden we twee erfontwikkelingsstadia: Het oorspronkelijke Brabantse boerenerf Boerenerven zoals die in de vorige eeuw in Brabant bestonden hebben zo hun eigen typische kenmerken. De basis ligt in de langgevelboerderij, met zowel een woondeel en stalgedeelte. Voor de Brabantse erven gold: ‘het nut gaat voor de sier’. De knip- en scheerhagen waren bijvoorbeeld bedoeld om het erf af te scheiden en in compartimenten op te delen. Hakhoutbosjes leverden hout voor de bakoven of ‘geriefhout’, zoals bezemstelen. Er stonden verschillende fruitbomen, zodat een lange periode fruit voorhanden was.

Walnotenbomen en hazelaars stonden er voor de voedselrijke noten in de winter.” Verder waren er kleine weitjes voor de dieren. Deze weitjes werden ook gehooid, zodat er hooi gevoerd kon worden aan de dieren wanneer er geen vers gras was. Het agrarisch doorontwikkelde erf In de vorige eeuw ontwikkelden verschillende boerenerven zich door. Eén voor één werden er schuren en stallen achter de langgevelboerderij opgericht. Zij waren gegroepeerd rondom een functionele binnenplaats en ontsloten vanuit 1 inrit. Rondom de schuren ontwikkelde zich meer robuustere erfbeplanting, bijvoorbeeld een houtsingel of bomenrij die beschutting bood tegen wind en zon. Het uiteindelijke erf was daarmee vrijwel altijd het resultaat van een lang ontwikkelingsproces en organisch gebouwd. Rooillijnen zijn wisselend en de erven hebben een bepaalde minimale maat, vaak minimaal 2.500 m2. Op de pagina hiernaast een overzicht van de elementen van het Brabantse erf in een hedendaagse toepassing. Daarbij heeft een erf in buurschappen op de oude cultuurgronden een kleinschaligere uitstraling dan die aan een bebouwingslint op de heideontginning.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=32c2e8c5-17c5-4ed0-ad2c-8918249daca7