[21.15531] - begr2022 totaaldocument begroting 2022-2025
Tekst van het document
81
Algemene dekkingsmiddelen Per saldo is binnen deze productgroep sprake van nadelig effect van 2022 ten opzichte van 2021 van € 82.386,--. Dit wordt met name veroorzaakt door de volgende afwijkingen: -
-
-
Hogere opbrengst toeristenbelasting 2022 (€ 20.000,--) in verband met heffing toeristenbelasting bij arbeidsmigranten. De algemene uitkering vanaf 2022 is geraamd op basis van de meicirculaire 2021 waarover uw raad in juni middels een raadsinformatiebrief is geïnformeerd. Er is een hogere algemene uitkering 2022 (inclusief sociaal domein) ten opzichte van de geraamde algemene uitkering 2021 (afgerond € 441.000,--). Hierbij wordt opgemerkt dat de uitkering over 2021 nog is geraamd op basis van de septembercirculaire 2020 vermeerderd met extra toegekende coronamiddelen (€ 310.020) zoals gemeld in de 1e bestuursrapportage 2021. Doordat er geen rente meer wordt gerekend over de reserves, vervalt de rentebate over de algemene reserve minimum, hetgeen een lagere bate betekent van afgerond € 72.000,--. Het geraamde begrotingssaldo over 2021 inclusief bijstellingen tot en met juli 2021 bedraagt negatief € 171.781,--. Het positief geraamde begrotingssaldo over 2022 bedraagt € 415.195,--. Dit verschil van € 586.976,-- moet boekhoudkundig worden verwerkt als een last. Op de totale stelposten (inclusief “onvoorzien) is per saldo sprake van een positieve afwijking van afgerond € 119.000,-- ten opzichte van de begroting 2021 (zie ook het onderdeel stelposten bij het hoofdstuk “Algemene dekkingsmiddelen en stelposten”).
82
11. Overhead Om de raad meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie, schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voorschriften voor, dat in de begroting een apart overzicht moet worden opgenomen van de kosten van de overhead. Dit overzicht presenteren we in programma 11. In de programma’s 0 tot en met 10 staan alleen de kosten van de medewerkers van een bepaalde afdeling die direct verband houden met het betreffende taakveld (en daarom ook niet centraal moeten worden begroot). Deze kosten verdelen we op basis van productieve uren en rekenen we vervolgens toe aan de programma’s/taakvelden. Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces, en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead, introduceert het BBV een definitie van de overhead. Door deze definitie te gebruiken kan een eenduidig inzicht worden gegeven in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde taakvelden en welke kosten geen betrekking hebben op het primaire proces. Deze laatste kosten worden niet in de programma’s 0 tot en met 10 geraamd maar komen centraal als overheadkosten in programma 11. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan management, financiën, huisvesting en documentaire informatievoorziening en communicatie.
Door de kosten van overhead voortaan centraal te begroten en te verantwoorden, is het niet langer noodzakelijk dat deze informatie in de paragraaf bedrijfsvoering wordt opgenomen. Hierdoor neemt ook de vergelijkbaarheid toe van de kosten van overhead en de kosten van het primair proces.
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Beleidsterrein/subdoel Organisatie
Indicator / Norm
Realisatie
Wat gaan we daarvoor doen?
Formatie in fte per 1.000 inwoners
2020: 4,5 2019: 4,3 2017: 4,0 (Vensters voor bedrijfsvoering)
*Organisatievisie uitvoeren;
Norm: 4,8 – 6,1
Gemeenten ≤ 50.000 inwoners: 6,7 (2020) Bezetting in fte per 1.000 inwoners (verplicht) Norm: 4,5 – 4,8
2020: 4,8 2019: 4.3 2017: 4,1 (Vensters voor bedrijfsvoering) Gemeenten ≤ 50.000 inwoners: 6,5 (2020)
83
*Monitoren aan de hand van Vensters voor bedrijfsvoering.
Apparaatskosten per inwoner (verplicht) Norm: ≤ € 526
2020: € 520 2019: € 480 2017: € 428 (Vensters voor bedrijfsvoering) Gemeenten ≤ 50.000 inwoners: € 623 (2020)
Kosten inhuur externen als percentage van de totale loonsom + kosten inhuur externen
2020: 17,7% 2019: 17,2% 2018: 18,6% 2017: 17,6% (Vensters voor bedrijfsvoering)
(verplicht) Norm: ≤ 20%
Gemeenten ≤ 50.000 inwoners: 17,7% (2020) 2020: 8,80% 2019: 11,32% 2018: 10,66% 2017: 8,22%
Overheadkosten als percentage van de totale lasten (verplicht) Norm: ≤ 15% Communicatie
Waardering inwoners communicatie en voorlichting uitgedrukt in rapportcijfer (eigen indicator) Norm: ≥ 6.9
2020 Eersel: 6,9 Nederland: 6.7 2018 Eersel: 6.8 Nederland: 6.6 2016 Eersel: 6,6 Nederland: 6,7 (burgerpeiling waarstaatjegemeente)
84
*Inzet van een breed aanbod aan communicatiemiddelen om elke doelgroep te voorzien van de benodigde informatie; * Inwoners tijdig betrekken door de Factor C methode toe te passen in minimaal vijf projectplannen; * Jaarlijks onderzoek naar toegankelijkheid van de website en verantwoording afleggen in de toegankelijkheidsverklaring.
Toelichtingen op ontwikkelingen/speerpunten 2022 Communicatie Als een beleidsonderwerp geschikt is voor participatie, maken we gebruik van de zogenoemde Factor C-methode. De Factor C-methode bestaat uit drie stappen: krachtenveldanalyse, kernboodschap en communicatiekalender. Door deze methode te volgen, stellen we vast in welke fase, met wie, op welk niveau, waarover en wanneer communicatie gewenst is. In 2021 zijn we gestart met de pilot ‘focus op communicatie’. Door met zorg onderwerpen te kiezen die zowel bestuur, organisatie als inwoners aangaan, kunnen we meer focus aanbrengen op een aantal onderwerpen. Voordeel is dat de inwoners dan beter en voor lange tijd worden meegenomen in een verhaal dat hen interesseert. Trainingen als Helder schrijven maakt de organisatie sterker in hun communicatie. Nu de communicatie tussen gemeente en inwoner steeds meer digitaal verloopt, is het meer dan ooit van belang dat de website toegankelijk is voor iedereen. Dus ook voor mensen met een functiebeperking. Wij leggen in de toegankelijkheidsverklaring op de website verantwoording af over waar we staan (jaarlijks onderzoek) en welke stappen we ondernemen. Eind 2021 verwachten we de resultaten van het onderzoek naar communicatiebehoeften.
(Jaarlijks voert het college tenminste twee onderzoeken uit naar de doelmatigheid van organisatie-eenheden en de uitvoering van taken door de gemeente en/of de doeltreffendheid van programma’s en paragrafen. Dit onderzoek is daar één van.) Met een vragenlijst meten we het gebruik en de waardering van de huidige communicatiemiddelen en of deze nog voldoende aansluiten bij de informatiebehoefte van onze inwoners. Daarnaast onderzoeken we aan welke informatie de meeste behoefte is en via welke middelen we het beste kunnen inspelen op de wensen van onze inwoners. De resultaten gebruiken we voor onze communicatiestrategie in 2022. Vervanging materieel buitendienst (overig) In 2022 wordt de pick-up vervangen. Bij de vervanging staan kwaliteit en duurzaamheid samen voorop. Deze investering is qua vervanging reeds 4 jaar naar achter geschoven. Informatiebeveiliging/gebouwenbeheer De gemeente dient maatregelen te treffen om de gemeentelijke (informatie-) systemen zo goed mogelijk te beveiligen. Onder deze maatregelen, zoals verplicht in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), valt het beveiligen van de fysieke toegang tot het gemeentehuis. Het huidige systeem is verouderd en wordt vervangen door een nieuw systeem dat voldoet aan de maatregelen zoals gesteld in de BIO, waardoor onbevoegde toegang tot gemeentelijke informatie en (persoons)gegevens zo goed mogelijk geweerd wordt.
Wat mag het kosten? Exploitatie Programma: Overhead Productgroep
Rekening
Begroting
2020
2021
2022
Begroting 2022 - 2025 2023
2024
2025
22.874.364
16.721.243
16.885.290
16.722.025
16.670.031
16.562.434
22.874.364
16.721.243
16.885.290
16.722.025
16.670.031
16.562.434
LASTEN Overheadkosten
Totaal lasten (excl. kap.lst. & app.kst.)
85
BATEN Overheadkosten
1.117.798
433.544
330.888
245.888
245.888
245.888
Totaal baten (excl. besch.res. i.v.m. kap.lst)
1.117.798
433.544
330.888
245.888
245.888
245.888
Lasten minus baten
21.756.566
16.287.699
16.554.402
16.476.137
16.424.143
16.316.546
Overige lasten Kapitaallasten
-5.168.647
425.748
202.476
202.476
202.476
202.476
Apparaatskosten
-11.254.651
-11.439.999
-11.551.225
-11.551.225
-11.551.225
-11.551.225
-16.423.298 -11.014.251 -11.348.749 -11.348.749 -11.348.749 -11.348.749
Overige baten Beschikking res ivm kaplst
Saldo programma
193.126
83.000
193.126
83.000
0
0
0
0
5.140.142
5.190.448
5.205.653
5.127.388
5.075.394
4.967.797
In onderstaande tabel zijn de totale (netto-)overheadkosten nader gespecificeerd en geven we aan welke overhead we toerekenen aan de programma’s: Overheadkosten Totaal Toerekening Resteert ten laste aan van programma programma’s “Overhead” Overhead personeel: Lonen en salarissen incl. overige personeelskos7.235.723 4.864.113 2.371.610 ten Bijdragen (SK: MO/VTH én Kempenplus) 6.474.014 6.474.014 0 Subtotaal uitgaven personeel 13.709.737 11.338.127 2.371.610 Bijdragen en detacheringen -80.042 0 -80.042 Beschikking over reserves (GRSK/Kempenplus) -81.911 0 -81.911 Totaal overhead personeel 13.547.784 11.338.127 2.209.657 Overhead organisatiekosten Indirecte personeelskosten incl. P&O ICT (incl. SSC en excl. kapitaallasten) Huisvestingkosten (excl. kapitaallasten) Facilitaire zaken/inkoop/administratie/ verzekeringen Materieel/werf buitendienst (excl. kapitaallasten) Kapitaallasten ICT/werf/vervoermiddelen/ gemeentehuis Overige kapitaallasten (programma’s) Doorbelasting werf/vervoermiddelen Algemene kosten Toerekening overhead aan bouwgrondexploitatie (programma 3 verrekencategorie 7.5) Subtotaal uitgaven Bijdragen en huuropbrengsten Totaal netto-overhead organisatie Totaal overheadskosten 86
594.505 1.664.401
0 0
594.505 1.664.401
261.662 481.192
0 0
261.662 481.192
148.994 272.869
145.933
3.061 272.869
2.407.911
2.478.303 82.966 0 53.493
-70.392 -82.966 91.003 -53.493
2.760.695 0 2.760.695 14.098.822
3.161.842 -165.846 2.995.996 5.205.653
91.003
5.922.537 -165.846 5.756.691 19.304.475
Bij de netto-overhead, welke ten laste blijft van het programma ‘Overheadkosten’, is rekening gehouden met het feit dat volgens het BBV het is toegestaan om de kosten van overhead op een indirecte wijze toe te rekenen aan de bouwgrondexploitatie (programma 3). Dit geschiedt middels een separate verrekencategorie (7.5) welke als negatieve last is geraamd in het programma ‘Overheadkosten’ voor een bedrag van € 53.493,-- (1.340 productieve uren x € 39,92). Ook merken we op dat voor de tarieven van de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de leges geen toerekening van overhead heeft plaatsgevonden, maar deze conform het BBV extra-comptabel worden berekend. De totale overheadkosten zijn gedeeld door de totale productieve uren. Hierdoor is er sprake van een (extra-comptabel) uurtarief van € 39,92 welke vervolgens is vermenigvuldigd met de geraamde productieve uren voor de genoemde lokale heffingen. Deze becijferde overhead wordt dus niet toegerekend aan de programma’s, maar wordt wél meegenomen in de tariefberekeningen. Dit laatste blijkt ook uit het feit dat in de voorgeschreven tabellen in de paragraaf ‘Lokale heffingen’ de overheadkosten, welke niet zijn geraamd in het desbetreffende programma/ taakveld, afzonderlijk worden vermeld.
Verschillenanalyse apparaatskosten en kapitaallasten 2022/2021 Apparaatskosten Ten opzichte van de begroting 2021 is er een nadelig resultaat van totaal afgerond € 266.000,--. Dit nadeel wordt veroorzaakt door het volgende:
Per saldo hogere loonkosten (extra formatie voorvloeiend uit raadsbesluiten juli ’21 inzake bos en woningbouwopgave van totaal 1,44 fte. Daarnaast voornamelijk cao-ontwikkeling) € 253.000 Vensters voor bedrijfsvoering € 13.000 Lagere kosten wettelijke aansprakelijkheidsverzekering € -45.000 Lagere structurele lasten GRSK/Kempenplus € -15.000 Diversen (per saldo) € 28.000 Subtotaal € 234.000 Minder uren ten laste van o.a. voorziening wegen, maar rechtsreeks ten laste van exploitatie (zie ook programma 6) € 32.000 € 266.000 Kapitaallasten De netto kapitaallasten (rente en afschrijving), welke worden toegerekend aan de exploitatie worden voor 2022 geraamd op € 1.837.380,--. Deze kapitaallasten zijn in eerste instantie als last geraamd in het programma “Overhead” en worden vervolgens grotendeels als negatieve last geraamd/doorbelast aan de programma’s 0 tot en met 11. Ten opzichte van de begroting 2021 (inclusief begrotingswijzigingen tot en met juli 2021) is sprake van een daling van de (netto-) kapitaallasten met afgerond € 962.000,--. In hierna volgende tabel wordt dit voordeel toegelicht.
87
Geraamd voordeel als gevolg van geen rente toevoegen aan reserves en voorzieningen Hoger rentevoordeel beschikking over bruto methode renteaandeel Lagere rentelasten geldleningen
Lagere rentelasten onderwijs Lagere rentelasten rehabilitatie wegen Hogere storting voorziening riolering als gevolg van lagere kapitaallasten riolering Diverse, waaronder vrijvallende afschrijvingslasten
€ 350.000 € 26.000 € 29.000 € 130.000 € 49.000 € 252.000 € 54.000
€ 485.000
Geen rentelast over algemene reserve minimum
€ 72.000
Totaal voordeel kapitaallasten
€ 962.000
Nadere toelichting op de overheadskosten 2022 Lonen en salarissen De loonkosten inclusief overige personeelskosten (voornamelijk reis- en verblijfskosten) van alle medewerkers die in dienst zijn van de gemeente Eersel. Deze kosten zijn mede gestegen door caoontwikkelingen en premie stijging ABP. Bijdrage GRSK/Kempenplus/Beschikking over reserves voor GRSK/Kempenplus De lasten van de bijdrage aan de GRSK voor de afdeling Maatschappelijke begeleiding, Vergunningverlening en Handhaving en de bijdrage aan Kempenplus worden hier geraamd. De geraamde baten betreft een beschikking over de reserves voor de incidentele lasten uit de begroting van de GRSK en Kempenplus conform eerdere besluitvorming. Indirecte personeelskosten Onder de indirecte personeelskosten worden de kosten van salarisadministratie, opleidingen, arbo, ondernemingsraad en bedrijfshulpverlening verantwoord. Ook wordt hieronder de bijdrage aan P&O geraamd (€ 178.514,--). ICT Deze raming betreft hoofdzakelijk de bijdrage aan het SSC voor een geraamd bedrag van € 1.564.121,--. Het overige bedrag heeft betrekking op de kosten voor bijvoorbeeld software, welke niet zijn opgenomen in de begroting van het SSC. Huisvestingskosten Deze uitgaven hebben betrekking op het beheer en onderhoud van het gemeentehuis, zoals energiekosten, schoonmaak, storting onderhoudsvoorziening en inventaris.
Facilitaire zaken/inkoop/administratie/verzekering Het betreft hier de kosten van papier- en drukwerk, portokosten, catering, vakinformatie, inkoopbureau, accountantskosten en verzekeringen. Materieel werf buitendienst De directe exploitatielasten van de gemeentewerf en het materieel van de buitendienst inclusief het beheer en onderhoud van de personenauto’s. 88
Algemene kosten Onder algemene kosten worden de uitgaven geraamd voor communicatie, representatiekosten, landelijke ombudsman en planning & control (ondernemerspeiling en Vensters Voor Bedrijfsvoering). Inkomsten Het betreft hier voornamelijk geraamde inkomsten wegens verhuur gedeelte gemeentehuis.
89
90
OVERZICHT VAN ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN STELPOSTEN
1.
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
De volgende tabel biedt een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. Algemene dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000) Rekening 2020 Begroting 2021 Lokale heffingen: - onroerende zaakbelastingen - toeristenbelasting - forensenbelasting - precariobelasting - reclamebelasting
Begroting 2022
3.697 288 39 0 47
4.081 430 30 26 49
4.082 450 35 26 48
28.168
28.206
28.647
Dividend BNG
154
155
150
Rente eigen financieringsmiddelen (bespaarde rente ten gunste van de exploitatie)
190
72
0
Totaal algemene dekkingsmiddelen
32.583
33.049
33.438
Algemene uitkering gemeentefonds incl. Integratie-uitkering (IU) Sociaal domein
Lokale heffingen Op deze plaats wordt voor bovenstaande belastingen verwezen naar paragraaf 1 “Lokale heffingen”. Algemene uitkering gemeentefonds De raming van de algemene uitkering 2022 is gebaseerd op de meicirculaire 2021. Op grond van de meicirculaire 2021 wordt de algemene uitkering voor de meerjarenbegroting 2022-2025 geraamd op (bedragen x € 1.000): Algemene uitkering
2022 28.647
91
2023 28.215
2024 28.060
2025 28.079
2.
Stelposten
In de begroting 2022 is naast de stelposten voor onvoorziene uitgaven en lasten van het meerjarig investeringsprogramma, tevens een aantal overige stelposten opgenomen. De in de begroting 2022-2025 opgenomen stelposten zijn in het volgend overzicht opgenomen.
Stelposten 2022
2023
2024
2025
Onvoorzien
40.000
40.000
40.000
40.000
Stelpost kapitaallasten investeringsprogramma 2022-2025
128.319
336.203
518.350
671.239
Subtotaal
168.319
376.203
558.350
711.239
26.500
26.500 70.000 11.000
26.500 70.000 11.000
26.500 70.000 11.000
150.000 66.000 5.000 96.000
150.000 66.000
150.000 64.000
150.000 62.000
108.000
119.000
131.000
-218.000
-218.000
-218.000
-218.000
316.389
316.389
316.389
316.389
452.889
529.889
538.889
548.889
237.000 -300.000
237.000 -530.000
237.000 -530.000
0
-63.000
-293.000
-293.000
Totaal Overige stelposten
452.889
592.889
831.889
841.889
Totaal stelposten
621.208
969.092
1.390.239
1.553.128
Uitgaven overige stelposten: Stelpost armoedebestrijding Stelpost GRSK Stelpost Wet verplichte Geestelijke GezondheidsZorg Stelpost Jeugdzorg Stelpost Inburgering Stelpost Kansrijke Start Stelpost Wet Open Overheid Stelpost verschuiving lasten jeugd woonplaatsbeginsel 1-1-2022 Capaciteitsuitbreiding (netto last exploitatie) Subtotaal uitgaven overige stelposten
11.000
Inkomsten overige stelposten: Stelpost uitkomst onderzoek jeugdzorg Stelpost herijking gemeentefonds Subtotaal inkomsten overige stelposten
92
Toelichting op de overige stelposten: Stelpost armoedebestrijding In de decembercirculaire 2016 was voor 2017 een bedrag van € 100.000.000,-- opgenomen voor de armoedebestrijding van kinderen. In de begroting 2018-2021 werden deze middelen voor Eersel gereserveerd door het opnemen van een stelpost van € 52.000,-- per jaar. Van deze stelpost resteert nog € 26.500,--. Bij de tweede bestuursrapportage 2020 heeft uw raad middels een amendement besloten om geen mutatie te doen op deze stelpost. Stelpost Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten In de begroting van de GRSK zijn diverse kosten (formatie) incidenteel geraamd (tot en met 2022). In de 1e begrotingswijziging 2021 is de stelpost met € 30.000,-- afgeraamd ten behoeve van structurele formatie voor de GRSK. Voorgesteld wordt om vanaf 2023 de stelpost van (afgerond) € 70.000,-- (aandeel gemeente Eersel) te handhaven waardoor deze budgetten structureel worden vertaald. Hierbij wordt opgemerkt dat dit niet wegneemt dat er nog diverse overige posten niet structureel zijn vertaald. Stelpost Wet verplichte Geestelijke Gezondheids Zorg (Wvggz) Per 1 januari 2020 trad de Wet verplichte Geestelijke Gezondheids Zorg in werking.
In dat kader krijgen gemeenten de volgende verplichtingen: ◦ Inrichten van een meldingsfunctie voor inwoners; ◦ Inrichten van een onderzoeksfunctie; ◦ Inrichten hoorplicht burgemeester (onderdeel crisismaatregel); ◦ Organiseren van samenhang tussen ‘randvoorwaarden voor deelname maatschappij’; ◦ Organiseren van gegevensdeling en overlegstructuur Regionaal overleg Wvggz. De GRSK voert mede deze taak uit en heeft tot en met 2021 hiervoor middelen opgenomen. Afhankelijk van een evaluatie zal deze taak worden voortgezet. Van de ontvangen rijksmiddelen wordt vanaf 2022 een resterende stelpost aangehouden ter hoogte van € 11.000,--. Stelpost (uitgaven) Jeugdzorg / stelpost (inkomsten) Uitkomst onderzoek jeugdzorg Er wordt onderzoek door het ministerie verricht om te kunnen bepalen of, en zo ja in welke mate, gemeenten structureel extra middelen nodig hebben. De eerste voorlopige uitkomsten hierover zijn inmiddels bekend. Wij zullen uw raad hier op een later tijdstip nog gedetailleerder over informeren. Conform hetgeen bij besluitvorming over de begroting 2020 is aangeven raamt gemeente Eersel deze rijksbijdrage vanaf 2022 als inkomsten middels een stelpost “uitkomst onderzoek jeugdzorg”. Tegelijkertijd wordt als uitgave een stelpost Jeugdzorg voor € 150.000,-- geraamd. Vanaf 2021 wordt de flexibele schil van jeugd- en gezinswerkers afgebouwd naar € 0,-.
Dit houdt in dat het CJG+ zelf minder begeleiding kan bieden. Er zijn geen indicaties dat de vraag naar begeleiding in het kader van de Jeugdwet zal dalen. Dit maakt dat verwacht wordt dat de vraag naar jeugdhulp zal stijgen en met de stelpost de mogelijkheid wordt gecreëerd om de kosten (voor een gedeelte) te dekken. Stelpost Nieuwe wet inburgering Per 1 juli 2021 treedt de nieuwe wet inburgering in werking. In dat kader krijgen gemeenten de volgende taken: Afnemen van de brede intake Vaststellen van het PIP Aanbieden van een leerroute Bieden van maatschappelijke begeleiding (financieel) ontzorgen van de inburgeraar Starten van het Participatieverklaringstraject (PVT) Aanbieden van de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP, voorheen ONA: Oriëntatie Nederlandse arbeidsmarkt) Toezien (en eventueel handhaven) op naleving van inspanningsverplichtingen 93
Momenteel worden voorbereidingen getroffen om hierin Kempenbreed samen te werken en voorzieningen te treffen die nodig zijn om te voldoen aan de nieuwe wet inburgering. Vanuit het rijk zijn middels de meicirculaire 2020 en 2021 voor de inrichting ervan middelen beschikbaar gesteld. Voorgesteld wordt om deze middelen te reserveren in deze stelpost. Stelpost Kansrijke start In het kader van het actieprogramma Kansrijke Start zijn in deze circulaire rijksmiddelen opgenomen inzake de derde tranche. Het betreffen middelen voor een lokale coalitie rondom de eerste 1.000 dagen van kinderen. Gemeente Eersel ontvangt voor de jaren 2021 en 2022 € 5.000,-- per jaar. Op een later moment zullen wij met een voorstel komen om dit budget al dan niet in te zetten. Stelpost Wet open overheid Op 26 januari 2021 heeft de Tweede Kamer de Wet open overheid (Woo) aangenomen. Het betreft een initiatiefwet uit de Tweede Kamer die beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het rijk en decentrale overheden te verbeteren.
Nadat de eerste kamer heeft ingestemd met deze wet zal deze een halfjaar later in werking treden (hoogst waarschijnlijk in 2022 of op 1 januari 2023). Gemeente Eersel ontvangt voor de uitvoering van deze wet zowel incidentele als structurele middelen. Deze bedragen voor de jaren 2022 t/m 2025 respectievelijk € 96.000,-- , € 108.000,--, € 119.000,-- en € 131.000,--. Op dit moment is er nog teveel onduidelijk om concreet invulling te geven. Voorgesteld wordt deze middelen te “reserveren” in een stelpost Wet open overheid. Stelpost verschuiven lasten jeugd woonplaatsbeginsel 1-1-2022 Deze integratieuitkering wordt fors gekort voornamelijk als gevolg van een nieuwe toepassing van het woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022. Voor Eersel bedraagt deze korting vanaf 2022 € 218.000,--. De kosten worden vooralsnog met hetzelfde bedrag verlaagd ervan uitgaande dat deze kosten vanaf 2022 bij andere gemeente worden doorberekend. Het budgettair neutraal verwerken van de korting ad. € 218.000,-- op de decentralisatieuitkering Voogdij/18+ gaat uit van de aanname dat de berekening van het CBS de juiste is. Het risico is aanwezig op het gebied van het aantal zorgdagen (q) en de dagprijs van de zorg (p)(zie: https://vng.nl/sites/default/files/publicaties/2018/jeugdhulpbudgetvoogdijen18plus2018.pdf).
Het nieuwe woonplaatsbeginsel heeft betrekking op jeugdigen met een vorm van jeugdhulp met verblijf waarbij de verschillen in tarieven groot zijn. Een afwijking t.o.v. van het gemiddelde tarief leidt automatisch tot een afwijking van de berekende korting. Daarnaast fluctueert het aantal cliënten en zorgdagen reeds sinds 2015. Trajecten per jeugdige kunnen meer dan € 100.000,-- bedragen. Een afwijking t.o.v. het berekende aantal zorgdagen (bijvoorbeeld door nieuwe cliënten) leidt ook tot een afwijking van de berekende korting. De gerealiseerde afwijking kan hoger of lager zijn dan de korting ad. € 218.000,--. Capaciteitsuitbreiding (netto last exploitatie) Deze stelpost is opgenomen in de begroting 2022-2025 ten behoeve van formatie-uitbreiding op diverse beleidsterreinen zoals genoemd in het format ‘capaciteitsuitbreiding’ in de voorjaarsnota 2022-2025. Beschikking over de bestemmingsreserve bruto-methode Volledigheidshalve wordt vermeld dat in programma 10 tevens de totale beschikking over de bestemmingsreserve bruto-methode wordt geraamd. Deze inkomst betreft de dekking van de kapitaallasten van geactiveerde uitgaven die gedekt worden uit beschikkingen over reserves en/of bijdragen van derden. Middels de bruto-methode blijven deze geactiveerde uitgaven wel zichtbaar in de exploitatie en op de balans.
Het effect voor de exploitatie is nihil aangezien de kapitaallasten en de beschikking over de reserve bruto-methode budgettair neutraal verlopen. De beschikking over de egalisatiereserve bruto-methode wordt voor 2022 geraamd op € 713.459,--.
94
Paragrafen
95
96
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud Kapitaalgoederen Treasury Befrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid
97
98
1.
LOKALE HEFFINGEN
Wat zijn lokale heffingen? Lokale heffingen zijn inkomsten die de gemeente ontvangt op grond van publiekrechtelijke regels. In de meeste gevallen zijn dit belastingen, heffingen en retributies die de overheid heft op grond van wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten maken we een onderscheid tussen zuivere belastingen, heffingen en retributies: 1. Zuivere belastingen zijn algemene dekkingsmiddelen. Ze dienen ter uitvoering van: - Collectieve vormen van dienstverlening zoals plantsoenen, verlichting en wegen; - Individuele vormen van dienstverlening zonder duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. Denk hierbij aan onroerendezaakbelasting (OZB), toeristenbelasting, forensenbelasting en precariobelasting. 2. Heffingen dekken de kosten die gemaakt worden voor de uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Inwoners betalen dit ook als hij/zij de dienst niet wenst. Denk hierbij aan afvalstoffenheffing en rioolheffing. 3. Retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn de leges voor paspoort en rijbewijs. Beleid Voor de hoogte van de lokale lasten gelden de volgende uitgangspunten: 1. Voor de overige heffingen en retributies streven we ernaar een tarief vast te stellen dat de kosten zo veel mogelijk dekt. 2.
De legestarieven stijgen gelijk met de inflatiecorrectie voor de uitgaven. Op basis van de in de voorjaarsnota 2022-2025 vastgestelde uitgangspunten (raad 6 juli 2021) gaan we voor 2022 uit van een inflatie van 1,5%. Financieel overzicht In onderstaand overzicht staan de geraamde inkomsten (afgerond) van de lokale heffingen voor 2021 en 2022. Ook de gerealiseerde opbrengsten uit 2020 staan in het overzicht. ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Onroerende zaakbelasting Toeristenbelasting Forensenbelasting Precariobelasting Reclamebelasting * TOTAAL ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN NIET ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Afvalstoffenheffing Rioolheffing Leges Vermakelijkhedenretributie TOTAAL NIET ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
Werkelijk 2020 3.696.662 288.138 39.393 nihil 47.195 4.071.388
Begroting 2021 3.998.578 430.000 30.000 26.000 49.000 4.533.578
Begroting 2022 4.082.000 450.000 35.000 26.000 47.500 4.640.500
1.181.682 2.119.307 801.661 2.477
1.117.375 2.155.892 871.910 91.350
1.223.690 2.204.927 900.540 91.500
4.105.127
4.236.527
4.420.657
*Zoals uit de toelichting blijkt wordt deze opbrengst volledig uitgekeerd aan het SPE zodat deze belasting in feite geen algemeen dekkingsmiddel is.
99
Onroerende zaakbelasting OZB De totale geraamde OZB-opbrengst 2022 blijft gelijk aan (bijgestelde) opbrengst 2021. Toeristenbelasting De geraamde opbrengst voor 2022 bedraagt € 450.000,-- (raming 2021: € 430.000,--). Forensenbelasting De geraamde opbrengst voor 2022 bedraagt € 35.000,-- (raming 2021: € 30.000,--). Precariobelasting De geraamde opbrengst voor 2022 bedraagt € 26.000,-- (raming 2021: € 26.000,--). Reclamebelasting De geraamde opbrengst voor 2022 bedraagt € 47.500,-- (raming 2021: € 49.000,--).Jaarlijks wordt de bijdrage aan de SPE (Stichting Promotie Eersel) uitgekeerd. Afvalstoffenheffing Het tarief van de afvalstoffenheffing 2022 dient nog te worden vastgesteld. Bij het afzonderlijk raadsvoorstel behorende bij de vaststelling van de tarieven 2022 worden de begrotingscijfers afvalverwijdering 2022 – indien nodig - geactualiseerd. Overzicht verdeling kosten afval Doordat we de kosten van de overhead centraal begroten, kunnen we alle kosten voor deze tarieven niet langer uit de taakvelden (voorheen producten) in een keer uit de uitvoeringsinformatie afleiden. Daarom is het belangrijk dat we met de begroting laten zien hoe we de tarieven berekenen en welke keuzes we hierbij maken. In onderstaande tabel staat een uiteenzetting hierop. We hebben de gegevens verzameld in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording (BBV).
Het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval zijn de grootste kostenposten. Voor het taakveld overhead begroten we € 37.000,--. Deze kosten worden gemaakt door de sturing en ondersteuning. We ramen ze op het nieuwe verplichte hoofdstuk ‘Overhead’. We baseren de kosten op de totale niet doorbelaste overheadskosten gedeeld door de totale productieve uren. Deze kosten mogen we- evenals de BTW component – (extra-comptabel) meenemen in de berekening van de kostendekkende afvalstoffenheffing. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer voor de inzameling van het afval van huishoudens mogen we een afvalstoffenheffing invoeren. Deze mag maximaal kostendekkend zijn en daar is binnen onze gemeente ook sprake van. Dit komt mede doordat we poorttarieven van de Milieustraat en vergoedingen voor Plastic, Metaal en Drinkkartons ontvangen. De totale inkomsten hiervan zijn € 505.000,--. De compensabele BTW en de niet-doorbelaste overhead verdisconteren we in de tarieven. Kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing Kosten taakveld afval Kosten taakveld verkeer en vervoer Inkomsten taakveld afval (exclusief heffingen) Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten Overhead BTW Totale kosten taakveld afval Opbrengst heffingen Dekkingspercentage
100
Begroot 2022 -1.356.000 -76.000 505.000 -927.000 -37.000 -259.000 -1.223.000 1.223.000 100%