[21.02998] - Rek2020 Totaaldocument Jaarstukken 2020
Tekst van het document
Indicator
Norm
Wat gaan we daarvoor doen?
Waardering inwoners communicatie en voorlichting uitgedrukt in rapportcijfer
≥ 6.9 2020 Eersel: 6,9
*Inzet van een breed aanbod aan communicatiemiddelen om elke doelgroep te voorzien van de benodigde informatie;
2018 Eersel: 6,8
* Inwoners tijdig van informatie voorzien (Factor C methodiek);
(burgerpeiling waarstaatjegemeente)
*Opnemen Factor C methodiek in minimaal vijf projectplannen;
(eigen indicator)
* Nieuw gemeentewebsite (drupal).
Wat heeft het gekost? INVESTERINGEN
Jaar
Omschrijving kapitaalwerk
Beschikbaar
Uitgaven
Restant-
Over te
gesteld
tot en met
krediet
boeken
dienstjaar Bedrijfsvoering 2019
Inhuur personeel (projectleiding)
150.000
72.912
77.088
77.088
83 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021 Trainees
150.000
36.637
113.363
113.363
2019+2020
2019
Inhuur personeel WMO
100.000
32.004
67.996
67.996
2019
Inhuur cyclisch bouwen
200.000
184.890
15.110
15.110
2018
Bekabeling gemeentehuis
40.000
14.528
25.472
25.472
2019
Geluid- en brandwerende voorziening gemeentehuis
66.000
67.378
-1.378
0
2010
Overbr. en substitutie/digit. bouwvergunningen
235.000
228.200
6.800
6.800
2020
Materieel buitendienst (MIP 2020)
44.000
22.366
21.634
21.634
Totaal programma:
985.000
658.915
326.085
327.463
Toelichting Inhuur Personeel (projectleiding) In 2020 is projectleiding ingehuurd, conform het coalitieprogramma is er met name ingezet op de projecten Wind- en Zonne-energie en Gebiedsvisie. Ook in 2021 zullen projecten / projectvoorstellen verder voortgang hebben. Het restantkrediet dient overgeboekt worden naar 2021. Trainees In 2020 is in het eerste kwartaal gebruik gemaakt van een trainee inzake inclusief beleid. Nadien was inwerken van trainees niet mogelijk in verband met COVID-19. In 2021 zullen de afdelingen Dienstverlening en Ontwikkeling van het restantkrediet gebruik gaan maken en trainees inzetten. Deze dient overgeboekt te worden naar 2021. Inhuur personeel Wmo In 2020 is extra formatie aan de frontoffice Wmo toegevoegd. Dit omdat de werkdruk bij de Wmo voortdurend hoog is, waardoor continue de wachttijden onder druk staan. Dekking van de uitgaven van de medewerker frontoffice geschiedt uit het krediet “inhuur personeel Wmo” dat in 2019 en in de begroting 2020 beschikbaar is gesteld. Ook in 2021 verwachten we dat de inzet nodig is omdat blijkt dat de werkdruk hoog blijft. Er is sprake van een voortdurend hoog aantal hulpvragen en een toename van de complexiteit ervan, die meer tijd kosten om te komen tot een passende oplossing. Voorgesteld wordt om het restantkrediet over te boeken naar 2021, zodat deze middelen ook nog in 2021 hiervoor kunnen worden ingezet.
Inhuur cyclisch bouwen De gemeente Eersel wil invulling geven aan de woningbouwopgave voor haar kernen door voldoende divers woningaanbod te realiseren in een frequent afzettempo. Hierbij schenken we aandacht aan de demografische druk in de gemeente. Dit past binnen de geformuleerde doelstellingen in de nota grondbeleid, waarin staat aangegeven dat de gemeente Eersel bij locatieontwikkeling een regierol voert. Als gemeente willen we voldoende sturing en grip houden op wat er binnen de gemeentegrenzen wordt gebouwd. Dit voorstel moet leiden tot een agenda waarmee we de komende 10 jaar cyclisch kunnen bouwen en waarbij plannen in een logische volgorde in de tijd worden gezet met oog voor kwaliteit en kwantiteit, ook in 2020 hebben we hier invulling aangegeven. Het restantkrediet dient te worden overgeboekt. Bekabeling gemeentehuis Een aantal bestaande datapunten in ons gemeentehuis zijn aan vervanging toe. De categorie 5a bekabeling moet worden verwijderd en moet worden vervangen door categorie 6a. Ook de patchpunten op wandgoten moeten daarbij vervangen moeten worden. In 2020 zijn er reeds een aantal datapunten vervangen. Het restantkrediet dient overgeboekt te worden naar 2021 voor het vervolg van het vervangen van de overige bekabeling. Geluid- en brandwerende voorziening gemeentehuis Tussen de onderlinge kantoorruimtes in het gemeentehuis werd geluidhinder ervaren.
Met het aanbrengen van geluidsisolerende- en de noodzakelijke brandwerende voorzieningen zijn alle verbeteringen gerealiseerd op het gebied van geluidwering (ARBO, comfort), privacy (AVG) en brandveiligheid. In 2020 heeft de financiële afwikkeling plaatsgevonden. Het krediet kan worden afgesloten. Overbrengen en substitutie/digitalisering bouwvergunningen De bouw- en milieuvergunningen tot en met de invoering van de WABO (2010) zijn gedigitaliseerd. Om de overbrenging te realiseren moet het vervangingsproces worden vastgelegd en dienen de gedigitaliseerde bouw- en milieuvergunningen gecontroleerd te worden op kwaliteit en volledigheid, 84 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
aan de hand van visuele en technische controles ten opzichte van de analoge dossiers. In 2020 is een vervolg gegeven aan de controle van de gedigitaliseerde bouw- en milieuvergunningen. Door een defect aan één van de harde schijven zijn originele masterbestanden van een deel van de bouwvergunningen verloren gegaan. Deze bouwvergunningen moeten opnieuw gescand worden alvorens ze kunnen worden overgebracht naar de archiefbewaarplaats. Deze werkzaamheden zijn gestart in 2020 en worden begin 2021 afgerond. Om het project af te ronden wordt voorgesteld om het restantkrediet over te boeken naar 2021. Materieel buitendienst (MIP 2020) De pick-up is aangeschaft. De BPM moet echter nog worden voldaan en de auto moet nog worden voorzien van bestickering en een gereedschapskist.
EXPLOITATIE Programma: Overhead Productgroep
Begroting 2020
Werkelijk
Verschil
begr.
na wijz.
2020
2020
Overheadkosten
19.923.078
22.486.704
22.874.364
-387.660
Totaal lasten (excl.kap.lst. & app.kst.)
19.923.078
22.486.704
22.874.364
-387.660
Overheadkosten
810.359
1.009.422
1.117.798
108.376
Totaal baten (excl. besch.res. i.v.m. kap.lst.)
810.359
1.009.422
1.117.798
108.376
19.112.719
21.477.282
21.756.567
-279.285
LASTEN
BATEN
Begroting 2020
Werkelijk
Verschil
begr.
na wijz.
2020
2020
Totaal lasten (excl.kap.lst. & app.kst.)
19.923.078
22.486.704
22.874.364
-387.660
Kapitaallasten
-3.567.006
-5.575.129
-5.168.647
-406.482
Apparaatskosten
-10.882.128
-11.282.037
-11.254.651
-27.386
Totaal lasten
5.473.944
5.629.538
6.451.066
-821.528
Totaal baten (excl. besch.res. i.v.m. kap.lst.)
810.359
1.009.422
1.117.798
108.376
Beschikking over reserves i.v.m. kap.lasten
0
54.000
193.126
139.126
810.359
1.063.422
1.310.924
247.502
4.663.585
4.566.116
5.140.144
-574.028
LASTEN
BATEN
Totaal baten Saldo programma
Met betrekking tot de apparaatskosten, kapitaallasten en onttrekkingen aan de reserves in verband met kapitaallasten (afschrijvingen ineens ten laste van de reserves) wordt verwezen naar de paragraaf bedrijfsvoering. De onderstaande analyse gaat alleen over de externe kosten, dus zonder apparaatskosten, kapitaallasten en onttrekkingen aan de reserves (voor zover deze directe relatie hebben met kapitaallasten/afschrijvingen ineens).
85 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
Productgroep Overheadkosten Het verschil tussen het geraamde en werkelijke saldo van dit programma bedraagt € 574.000,-- nadelig en wordt voornamelijk veroorzaakt door: Lagere loonkosten € 478.000,- Hogere kosten inhuur personeel € -453.000,- Hogere overige personeelskosten € -303.000,- Lagere ICT kosten € 37.000,- Mutatie onderhoudsvoorzieningen gemeentehuis en gemeentewerf € -199.000,- Hogere kosten gemeentehuis € -97.000,- Hogere kosten voor facilitaire zaken € -12.000,- Hogere verzekeringskosten € -17.000,- Hogere inkomsten door werken voor derden € 41.000,- Hogere kapitaallasten € -10.000,- Hogere onttrekking uit de reserves € 139.000,- Lagere doorbelasting aan de taakvelden/programma’s. € -185.000,-€ -581.000,-In onderstaande tabel zijn de totale (netto-)overheadkosten verder gespecificeerd en geven we aan welke overhead we toerekenen aan de programma’s: Overheadkosten
Totaal
Overhead personeel: Lonen en salarissen Personeel van derden Overige personeelskosten Bijdragen (ISD/VTH/Jeugd/KempenPlus) Subtotaal uitgaven personeel Bijdragen en detacheringen Totaal overhead personeel Overhead organisatiekosten Indirecte personeelskosten ICT (incl. SSC) Huisvestingkosten Facilitaire zaken/inkoop/administratie/ verzekeringen Materieel/werf buitendienst Toerekening ICT/werf/vervoermiddelen/ gemeentehuis Algemene kosten Subtotaal uitgaven Bijdragen en huuropbrengsten Totaal netto-overhead organisatie Totaal overheadskosten
Toerekening aan programma’s
Resteert tlv programma “Overhead”
5.976.620 44.813 156.032 6.928.432
-4.014.329 0 -144.935 -6.928.432
1.962.291 44.813 11.097 0
13.105.897 -282.269 12.823.628
-11.087.696 75.494 -11.012.202
2.018.201 -206.775 1.811.426
1.375.402 1.478.803 802.024 576.518 297.778
0 0 0 0 0
1.375.402 1.478.803 802.024 576.518 297.778
0
-303.092
-303.092
127.003
0
127.003
4.657.528 -1.025.718
-303.092 0
4.354.436 -1.025.718
3.631.810
-303.092
3.328.718
16.455.438
-11.315.294
5.140.144
Bij de netto-overhead, welke ten laste blijft van het programma ‘Overheadkosten’, is rekening gehouden met het feit dat door het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is toegestaan de kosten van overhead op een indirecte wijze toe te rekenen aan de bouwgrondexploitatie (programma 3) en investeringen. Dit gebeurt met een aparte verrekencategorie (7.5) welke als negatieve last is verantwoord in het programma ‘Overheadkosten’ voor een bedrag van € 113.501,-- (2.769 productieve uren x € 40,99). Ook merken we op dat voor de tarieven van de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de leges geen toerekening heeft plaatsgevonden, maar deze conform het BBV extracomptabel worden berekend. Het (extracomptabel) geraamde uurtarief 2020 van € 40,99 is vermenigvuldigd met de werkelijke productieve 86 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
uren voor de genoemde lokale heffingen. Deze becijferde overhead wordt dus niet toegerekend aan de programma’s. In de nieuwe voorgeschreven tabellen in de paragraaf ‘Lokale heffingen’ worden de geraamde en de werkelijke overheadkosten in het desbetreffende programma/ taakveld afzonderlijk vermeld. Volledigheidshalve merken we op dat in het programma 11 ook de rente- en afschrijvingskosten worden verantwoord van in totaal € 5.750.873,--. Deze zijn in eerste instantie als last verantwoord in dit programma en volledig als negatieve last doorbelast aan de programma’s. Ten opzichte van de begroting 2020 is sprake van een daling van de (bruto-) kapitaallasten met € 252.130,--. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er in 2020 ook afschrijving zijn begroot, waarvoor in komend jaar uitgaven zullen plaatsvinden. Nadere toelichting op de overheadkosten Lonen en salarissen Dit betreft voornamelijk de directe loonkosten van het management, bestuurs- en managementondersteuning, team financiën, secretariaat en IBC. Overige personeelskosten Dit betreft voornamelijk reis- en verblijfskosten en het “rugzakje”. Bijdragen en detacheringen Dit betreft voornamelijk bijdragen van andere gemeenten vanwege detacheringen van medewerkers. Indirecte personeelskosten Dit betreft voornamelijk de kosten van salarisadministratie, opleidingen, Arbo, ondernemingsraad en bedrijfshulpverlening.
Ook wordt hieronder de bijdrage aan P&O geboekt. ICT Dit betreft voornamelijk de bijdrage aan het SSC. Het overige heeft betrekking op de telefoonvoorziening en de kosten voor bijvoorbeeld software, welke niet zijn opgenomen in de begroting van het SSC. Huisvestingskosten Deze uitgaven hebben betrekking op het beheer en onderhoud van het gemeentehuis, zoals energiekosten, schoonmaak, storting onderhoudsvoorziening en inventaris. Facilitaire zaken/ inkoop/ administratie/ verzekering Het betreft hier de kosten van detachering bode, papier- en drukwerk, portokosten, catering, vakinformatie, inkoopbureau, accountantskosten en verzekeringen. GRSK De werkelijke uitvoeringslasten van de afdeling maatschappelijke dienstverlening bedragen € 23.767,-lager dan geraamd doordat per abuis de bcf was geraamd bij deze afdeling. Kapitaallasten Dit betreft de volgende kapitaallasten: Personeel € 168.260,-ICT € 12.727,-Gemeentehuis € 243.805,-Gemeentewerf € 94.750,-Materieel € 63.884,-Communicatie € 12.354,-€ 595.780,-Algemene kosten Onder algemene kosten worden de uitgaven geraamd voor communicatie, representatiekosten, landelijke ombudsman en planning & control (Ondernemerspeiling, Vensters Voor Bedrijfsvoering en informatiebeveiliging volgens de voorjaarsnota 2018-2021). Inkomsten Het betreft hier de inkomsten vanwege verhuur gedeelte gemeentehuis en werkplekvergoedingen VTH en SSC.
87 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
88 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
OVERZICHT VAN ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN STELPOSTEN 1. Overzicht algemene dekkingsmiddelen In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de algemene dekkingsmiddelen. Algemene dekkingsmiddelen (bedragen * € 1.000) Begroting 2020
Rekening 2020
3.670 468 26 49 27.369 155 117
3.697 328 0 47 28.168 154 190
30.511
30.915
Lokale heffingen: - onroerendezaakbelastingen - toeristen- en forensenbelasting - precariobelasting - reclamebelasting Algemene uitkering gemeentefonds Dividend BNG Rente eigen financieringsmiddelen (bespaarde rente ten gunste van de exploitatie) Totaal algemene dekkingsmiddelen
Onroerendezaakbelastingen (OZB), Toeristen- en forensenbelasting, precariobelasting Voor deze lokale heffingen wordt op deze plaats verwezen naar de paragraaf “Lokale heffingen”. Algemene uitkering gemeentefonds (inclusief sociaal domein) De werkelijke in 2020 verantwoorde algemene uitkering bedraagt € 28.168.377,--. De geraamde rijksbijdrage bedraagt na diverse bijstellingen (t/m 2e berap 2020) € 27.369.504,--. Er is derhalve sprake van een voordelig effect van € 798.873,--. Dit wordt veroorzaakt door een drietal mutaties die ná uitbrengen van de 2e bestuurlijke rapportage bekend zijn geworden. Dit betreffen namelijk: 1. Septembercirculaire 2020 € 736.000,-2. Decembercirculaire 2020 € 48.000,-3. 4e compensatiepakket corona € 14.000,-€ 799.000,-Toelichting Algemene uitgaven en inkomsten In programma 10 wordt de totale beschikking over de bestemmingsreserve bruto-methode geraamd. Deze inkomst betreft de dekking van de kapitaallasten van geactiveerde uitgaven die gedekt worden uit beschikkingen over reserves en/of bijdragen van derden. Middels de bruto-methode blijven deze geactiveerde wel zichtbaar in de exploitatie en op de balans. Het effect voor de exploitatie is nihil aangezien de kapitaallasten en de beschikking over de reserve bruto-methode budgettair neutraal verlopen. De beschikking over de egalisatiereserve bruto-methode bedraagt voor 2020 € 603.051,--. 2.
Stelposten Het totaaloverzicht van de in de jaarrekening 2020 nog resterende ramingen op stelposten kan als volgt worden weergeven: Primitieve Restant begroting 2020 raming 2020 (x €) (x €) Stelpost onvoorziene uitgaven Onvoorzien Totaal onvoorziene uitgaven Stelposten Lasten investeringsprogramma Overige stelposten Stelpost onderuitputting rentelasten investeringen Stelpost loon- en prijsbijstelling overgehevelde posten sociaal domein Stelpost hogere programmakosten Wmo a.g.v. invoering abonnementstarieven Stelpost armoedebestrijding Stelpost Wet verplichte Geestelijke GezondheidsZorg
40.000 40.000
20.760 20.760
74.920
0
-12.210 68.500
0 0
50.000
0
30.500 23.000
30.500
89 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
Stelpost Jeugdzorg Stelpost Verhoging leeftijdsgrenzen gezinshuizen Stelpost Taalniveau statushouders Stelpost adm. Juridisch medewerker staf 32 uren Stelpost Medewerker monumenten/ erfgoed/archeologie 24 uren Stelpost medewerker kabinetszaken/evenementen/facilitaire zaken 24 uren Stelpost Medewerker energietransitie 16 uren Stelpost medewerker buitendienst 36 uren Stelpost besparing formatie gemeentebalie Stelpost 1,5 fte junior beleidsmedewerkers Stelpost invoering ambulantisering in de GGZ Stelpost compensatiepakket rijk coronacrisis
150.000 5.000 22.000 50.000 48.000
150.000 0 0 0 0
38.000
0
24.000 50.000 -25.000 97.500
0 0 0 0 8.000 336.000
Totaal overige stelposten 2020
619.290
524.500
Toelichting stelpost “Onvoorziene uitgaven” De restantraming van de stelposten voor onvoorziene uitgaven van € 20.760,-- valt vrij ten gunste van de exploitatie 2020. In de wettelijke voorschriften voor de jaarstukken is onder meer opgenomen dat de toelichting bij de jaarrekening een overzicht dient te bevatten waaruit de aanwending van de post ‘onvoorziene uitgaven’ blijkt (artikel 28 lid b van het Besluit Begroting en Verantwoording). Het overzicht voor 2020 betreft de volgende aanwending c.q. vastgestelde begrotingswijzigingen 2020: Post onvoorziene uitgaven 2020 (primitieve begroting)
€
40.000,--
Aanwending in 2020: - 1e begrotingswijziging 2020: dekking intrekking 4,5% OZB verhoging - 3e begrotingswijziging 2020: afvalstoffenheffing BCF effect - 4e begrotingswijziging 2020: vrijval bestemmingsreserve Fysiek domein MRE - 5e begrotingswijziging 2020: Beleid geliberaliseerde pacht vanaf 2020 - 14e begrotingswijziging 2020: Uitvoering maatregelen verkeersveiligheid Restantraming stelpost onvoorzien
-/+ + €
3.000,-910,-12.000,-26.500,-2.650,-20.760,--
Toelichting stelpost “Lasten investeringsprogramma” Bij de 2e begrotingswijziging 2020 zijn de kapitaallasten 2020 uit het meerjarig investeringsprogramma 2020-2023 voor de beschikbaar gestelde kredieten overgeheveld van deze stelpost naar het bijhorende taakveld. Hierdoor is het restantsaldo van deze stelpost nihil. Toelichting “Overige stelposten” Onderuitputting rentelasten investeringen Conform bestaande voorschriften wordt in de begroting geen onderuitputting meer geraamd van in de begroting opgenomen beschikbaar gestelde kredieten, welke kredieten bij de aanvang van het begrotingsjaar nog niet (volledig) zijn besteed. Hierdoor zullen de kapitaallasten lager uitvallen of rentevoordeel ontstaan doordat later beschikt wordt over reserves. Dit voordeel valt (verplicht) in het rekeningresultaat. Wel mag conform onze financiële verordening in de begroting rekening worden gehouden met onderuitputting van een half jaar geraamde rentelasten voortvloeiende uit nieuwe investeringen. Stelpost loon- en prijsstijging overgehevelde posten sociaal domein Via de 2e berap 2019/1e begrotingswijziging 2020 én 1e bestuursrapportage 2020 is deze stelpost geheel ingezet om de hogere programmakosten te kunnen dekken. Stelpost hogere programmakosten Wmo a.g.v.
invoering abonnementstarieven Conform de 2e berap 2019/1e begrotingswijziging 2020 is deze stelpost geheel ingezet voor de hogere programmakosten. Stelpost armoedebestrijding Deze stelpost is in 2020 niet aangewend. Bij de vaststelling van de 2e bestuursrapportage 2020 heeft uw raad besloten deze stelpost in stand te laten. 90 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
Stelpost Wet verplichte Geestelijke Gezondheidszorg In de 2e bestuursrapportage 2020 is besloten om deze stelpost te laten vervallen. Stelpost Jeugdzorg Conform 2e bestuursrapportage 2019 is er tegenover de extra rijksmiddelen voor jeugd een stelpost geraamd om eventuele extra lasten uit het sociaal domein te kunnen dekken. Stelpost verhoging leeftijdsgrens gezinshuizen. Conform het raadsbesluit op 28 mei 2019 is besloten deze stelpost in te zetten ter dekking van de extra lasten van de GRSK. In de 2e bestuursrapportage 2020 is besloten om deze stelpost te laten vervallen. Stelpost taalniveau statushouders In de 2e bestuursrapportage 2020 is besloten om deze stelpost te laten vervallen. Stelposten personeel In de eerste bestuursrapportage 2020 zijn deze stelposten afgeraamd en is de formatie geraamd. Stelpost invoering ambulantisering in de GGZ In de 2e bestuursrapportage 2020 is besloten om deze stelpost gedeeltelijk in te zetten voor laten voor De Boei. Het restant stelpost komt te vervallen. Stelpost compensatiepakket rijk coronacrisis Bij de 2e bestuursrapportage zijn deze middelen toegevoegd aan de stelpost. De middelen van het 2e pakket worden meegenomen in de 1e begrotingswijziging 2021.
91 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
92 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
PARAGRAFEN
93 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
94 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
1.
Lokale heffingen
1.1 Algemeen Bij lokale heffingen gaat het om inkomsten die verkregen worden op grond van publiekrechtelijke regels, voornamelijk belastingen, heffingen en retributies, die de overheid heft op grond van wettelijke bepalingen. Bij de lokale lasten wordt een onderscheid gemaakt tussen belastingen, heffingen en retributies: De belastingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen en dienen ter uitvoering van collectieve vormen van dienstverlening, maar ook individuele vormen van dienstverlening zonder een duidelijke relatie tussen dienstverlening en belasting. (OZB, toeristenbelasting, forensenbelasting en precariobelastingen) De heffingen dienen ter dekking van de kosten ten behoeve van de uitvoering van publiekrechtelijke dienstverlening. Dat houdt in dat de burger ook moet betalen als hij de dienst niet wenst. Voorbeelden van heffingen zijn afvalstoffenheffing en rioolheffing. De retributies zijn vergoedingen voor individuele dienstverlening van typische overheidsdiensten van publiekrechtelijke aard. Voorbeelden hiervan zijn de leges voor paspoort en rijbewijs. 1.2 Beleid Het beleid betreffende de lokale lasten is opgenomen in: - de diverse belastingverordeningen; - het raadsbesluit Afbakening belastinggebied op grond waarvan kwijtschelding voor afvalstoffenheffing en rioolheffing kan worden aangevraagd.
Voor de hoogte van de lokale lasten gelden de volgende uitgangspunten: 1. Ten aanzien van de overige heffingen en leges wordt een zo veel mogelijk kostendekkend tarief nagestreefd, voor de directe dienstverlening aan de burger. 2. De legestarieven zijn – conform de door de raad vastgestelde uitgangspunten – verhoogd met 1,5% inflatiecorrectie met uitzondering van de door het Rijk vastgestelde tarieven. 1.3 Belastingen en heffingen 1.3.1 Onroerende zaakbelasting (OZB) De OZB worden geheven op binnen de gemeente gelegen onroerende zaken. Het betreft een directe belasting die is uitgesplitst in: - een gebruikersbelasting van niet-woningen van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt. De opbrengst OZB gebruikers in 2020 bedraagt € 545.181,-(Raming 2020 € 556.803,--). - een eigenarenbelasting van niet-woningen van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De opbrengst OZB eigenaren niet-woningen in 2020 bedraagt € 793.232,-(Raming 2020: € 796.292,--). - een eigenarenbelasting van woningen van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
De opbrengst OZB eigenaren woningen in 2020 bedraagt € 2.358.249,-(Raming 2020: € 2.346.513,--). 1.3.2 Toeristenbelasting Onder de naam toeristenbelasting wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiel kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen een vergoeding in welke vorm dan ook voor personen die niet als ingezetene zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente. In 2020 wordt de opbrengst over belastingjaar 2019 ontvangen. Deze opbrengst bedraagt € 438.738,--, deze is € 38.738,-- hoger dan begroot (raming € 400.000,--). Een jaarlijkse stijgende lijn is waarneembaar in de opbrengst toeristenbelasting. 1.3.3 Forensenbelasting Onder de naam forensenbelasting wordt een directe belasting geheven van iemand die langdurig in een gemeente verblijft zonder daar zijn hoofdverblijf te hebben. Als langdurig verblijf wordt aangemerkt indien er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor betrokkene of zijn gezin een gemeubileerde woning
95 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
beschikbaar wordt gehouden. De werkelijke opbrengsten in 2020 (over belastingjaar 2019) bedragen € 39.303,-- (begroot € 30.000,--). 1.3.4 Precariobelasting Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Er zijn over 2020 geen opbrengsten precariobelasting. Het college heeft in het kader van de ‘coronamaatregelen’ besloten om geheel 2020 geen precariobelasting te heffen. 1.3.5 Reclamebelasting De werkelijke opbrengst in 2020 bedroeg € 47.195,-- (begroot € 49.000,--) en wordt uitgekeerd aan de Stichting promotie Eersel (SPE). 1.3.6 Rioolheffing Rioolheffing wordt geheven van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De werkelijke opbrengst rioolheffing 2020 bedraagt € 2.119.307,-- en er was een bedrag geraamd van € 2.006.936,--. Het exploitatiesaldo op de post riolering wordt jaarlijks verrekend met de voorziening riolering. Overzicht verdeling kosten riolering Onderstaande tabel geeft een uiteenzetting over de kosten van de riolering (in overeenstemming met het BBV). De overheadkosten worden gemaakt door de sturing en ondersteuning. Deze kosten worden verantwoord op het verplichte hoofdstuk ‘Overhead’.
We baseren de kosten op de totale niet doorbelaste overheadskosten gedeeld door de totale productieve uren. Deze kosten worden - evenals de BTW component – (extra-comptabel) meegenomen in de berekening van de kostendekkende rioolheffing. De methodiek voor de berekening van overhead aan de tarieven is vanaf 2017 opgenomen in de “Financiële verordening gemeente Eersel 2017”. Kostendekkendheid van de riolering Kosten taakveld riolering Inkomsten taakveld riolering (exclusief heffingen) Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten Overhead BTW Egalisatie taakveld riolering Totale kosten taakveld riolering Opbrengst heffingen Dekkingspercentage
Begroot 2020 -1.670.000 226.000 -1.444.000
Werkelijk 2020 -1.904.051 265.538 -1.638.513
-119.000 -259.000 -184.000 -2.007.000 2.007.000 100%
-119.342 -268.389 -93.063 -2.119.307 2.119.307 100%
1.3.7 Afvalstoffenheffing. Op basis van de werkelijke cijfers afvalverwijdering is ten opzichte van de begroting 2020 na 3e begrotingswijziging (raadsvoorstel afvalstoffenheffing) sprake van een netto-nadeel van € 108.663,-(inclusief BCF-effect en overhead) Dit nadeel wordt ten laste gebracht van de bestemmingsreserve afvalverwijdering. Overzicht verdeling kosten afval Onderstaande tabel geeft een uiteenzetting over de kosten van de afvalstoffenheffing (in overeenstemming met het BBV). De overheadkosten worden gemaakt door de sturing en ondersteuning. Deze kosten worden verantwoord op het verplichte hoofdstuk ‘Overhead’. We baseren de kosten op de totale niet doorbelaste overheadskosten gedeeld door de totale productieve uren. Deze kosten worden evenals de BTW component – (extra-comptabel) meegenomen in de berekening van de kostendekkende afvalstoffenheffing De methodiek voor de berekening van overhead aan de tarieven is opgenomen in de “Financiële verordening gemeente Eersel 2021”.
96 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
Kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing Kosten taakveld afval Kosten taakveld verkeer en vervoer Inkomsten taakveld afval (exclusief heffingen) Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten Overhead BTW Egalisatie taakveld afval Totale kosten taakveld afval Opbrengst heffingen Dekkingspercentage
Begroot 2020
Werkelijk 2020
-1.223.000 -67.000 451.000 -839.000
-1.612.229 -27.963 598.030 -1.042.162
-37.000 -234.000 0 -1.110.000 1.110.000 100%
-16.515 -231.668 0 -1.290.345 1.181.682 92%
1.3.8 Leges In de begroting 2020 wordt de totale opbrengst leges geraamd op € 693.000,--. De werkelijke opbrengst 2020 bedraagt € 801.661,--. De hogere opbrengst ad € 109.000,-- wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere opbrengsten voor omgevingsvergunningen (€ 78.000,--) en voor bestemmingsplannen algemeen (€ 44.000,--). We heffen de leges over een aantal verschillende rechten ter zake van het genot van, door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. De geraamde opbrengst bij de primitieve begroting 2020 bedraagt € 693.000,--. Om de kosten transparant te maken worden deze vanaf 2017 weergegeven op het niveau van taakvelden. De onderstaande tabel is ook betreffende de kostendekkendheid van de leges - op grond het nieuwe BBV - opgenomen in de jaarrekening. Kostendekkendheid van de leges Kosten taakveld burgerzaken (titel 1) Kosten taakveld parkeren (titel 1) Kosten taakveld wonen en bouwen (titel 2) Kosten taakveld openbare orde en veiligheid (titel 3) Netto kosten taakvelden Toe te rekenen kosten Overhead Totale kosten taakvelden Opbrengst leges (titel 1 t/m 3) Dekkingspercentage
Begroot 2020
Werkelijk 2020
-117.000 -4.000 -637.000 -106.000 -864.000
-375.811 -17.864 -688.180 -105.633 -1.187.488
-113.000 -977.000 693.000 71%
-120.593 -1.308.080 801.661 61%
In artikel 229 b eerste lid van de gemeentewet is bepaald dat de legestarieven zodanig vastgesteld moeten worden dat de geraamde baten van de rechten niet uitgaan boven de geraamde lasten. De legesverordening is verdeeld in 3 titels, te weten: Titel1 Algemene dienstverlening: denk hierbij met name aan paspoorten, rijbewijzen, burgerlijke stand, naturalisatie e.d.; Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning: denk hierbij met name aan de omgevingsvergunning; Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning. De naamgeving van deze titel is wellicht wat verwarrend, maar hieronder vallen de evenementenvergunning, vergunning in kader Drank- en Horecawet en gebruiksvergunningen. De legestarieven worden bepaald op basis van de begroting, zodat incidentele hogere of lagere opbrengsten geen invloed hebben op de vastgestelde tarieven.
97 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
In onderstaand overzicht wordt de mate van kostendekkendheid van de leges weergegeven: Kostendekking per Kostendekkendheid per titel (incl. overhead) Lasten 2020 Baten 2020 titel Titel 1 499.614 146.718 29% Titel 2 695.558 602.043 87% Titel 3 112.909 52.900 47% Kostendekkendheid totale tarieventabel 1.308.080 801.661 61% 1.3.9 Vermakelijkhedenretributie De werkelijke opbrengst in 2020 bedraagt € 2.477,--. De raming 2020 bedroeg € 90.000,-- In 2020 hebben vanwege corona geen evenementen kunnen plaatsvinden. 1.3.10 De geraamde en werkelijke inkomsten In onderstaand overzicht zijn alle inkomsten ten aanzien van lokale heffingen opgenomen voor 2020. ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Onroerende zaakbelasting Toeristenbelasting Forensenbelasting Precariobelasting Reclamebelasting TOTAAL ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN NIET ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Rioolheffing Afvalstoffenheffing (inclusief 3e begrotingswijziging 2020) Leges Vermakelijkhedenretributie TOTAAL NIET ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN
Begroting 2020 3.699.608 400.000 30.000 26.000 49.000 4.204.608
Rekening 2020 3.696.662 438.738 39.393 0 47.195 4.221.988
2.006.936 1.110.000 693.000 90.000 3.899.936
2.119.307 1.181.682 801.661 2.477 4.105.127
1.4 Kwijtscheldingsbeleid Wanneer men een inkomen heeft op of net boven het bijstandsniveau en niet beschikt over vermogen kan men in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke heffingen. Bij kwijtschelding komt de verplichting tot betaling geheel of gedeeltelijk te vervallen. Kwijtschelding kan alleen worden aangevraagd door particulieren en niet door rechtspersonen. In 2020 is voor een bedrag van € 50.832,-- kwijtschelding verleend en was er een bedrag geraamd van € 50.000,--.
98 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
2.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
2.1 Algemeen Het gemeentelijk weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin de gemeente in staat is financiële tegenvallers op te vangen. Wil de gemeente dat kunnen, dan moet zij beschikken over een zekere mate van vrije ruimte binnen de begroting en/of de vermogenspositie. Deze vrije ruimte ofwel buffer, wordt de weerstandscapaciteit genoemd. Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen: - De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te kunnen dekken; - Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Om risico’s goed te kunnen relateren aan de weerstandscapaciteit, dienen de risico’s in kwantitatieve grootheden benoemd te worden. Niet alle risico’s zijn relevant voor de weerstandscapaciteit. Niet relevant zijn: - Concrete of reguliere risico’s (afdekken middels voorziening of verzekering); - Risico’s lager dan € 25.000,-- (vallen onder reguliere bedrijfsvoering); - Zeer zeldzame en grote risico’s met extreme gevolgen, zoals natuurrampen. In de nota weerstandsvermogen en risicomanagement, welke op 18 december 2007 is vastgesteld, is bepaald dat per relevant risico de volgende zaken aangegeven dienen te worden: 1. Omschrijving van het risico; 2. Een inschatting van de kans dat een gebeurtenis optreedt.
Hierbij moet worden aangegeven hoe vaak een risico zich zal voordoen. Uitgaande van de planperiode van 4 jaar van de meerjarenbegroting, kan de kans variëren van: Vierjaarlijks risico (factor 1); Driejaarlijks risico (factor 1,33); Tweejaarlijks risico (factor 2); Jaarlijks risico (factor 4). 3. Een uitspraak over in hoeverre het financiële gevolg van een risico is in te schatten, in termen van goed, redelijk, slecht of niet; 4. Een inschatting van de mogelijke financiële gevolgen als het risico zich voordoet. Hierbij wordt een zestal categorieën onderscheiden, namelijk: Risico’s met een indicatie > € 25.000,-- < € 50.000,-- (€ 37.500,--); Risico’s met een indicatie > € 50.000,-- < € 250.000,-- (€ 150.000,--); Risico’s met een indicatie > € 250.000,-- < € 750.000,-- (€ 500.000,--); Risico’s met een indicatie > € 750.000,-- < € 1.250.000,-- (€ 1.000.000,--); Risico’s met een indicatie > € 1.250.000,-- (geschat indicatief risico); Risico’s waarvoor geen indicatie is aan te geven (PM) Tussen haakjes is aangegeven hoe het financiële gevolg wordt meegenomen in de berekening. Het aangegeven bedrag wordt vermenigvuldigd met de risicofactor (zie punt 2). 5.
Hoe met het risico omgegaan wordt in termen van vermijden, verminderen, overdragen of accepteren; Vermijden: beleid waardoor een risico ontstaat wordt beëindigd of op een andere manier vormgegeven; Verminderen: risico wordt afgedekt middels een verzekering, een voorziening of een ander budget in de programmabegroting; Overdragen: het beleid dat een risico met zich meebrengt, laten uitvoeren door een andere partij, die daarbij ook de financiële risico’s overneemt; Accepteren: wanneer het risico niet beïnvloedbaar is en niet op een andere wijze wordt afgedekt, dient eventuele financiële schade volledig middels de weerstandscapaciteit afgedekt te worden. 2.2 Beleid De volgende beleidsuitgangspunten gelden: - Om een buffer te hebben om risico’s en tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat hierdoor dekkingsmiddelen in de exploitatiesfeer wegvallen, is het voor een gezond financieel beleid noodzakelijk een minimale omvang voor de algemene reserve (vrij besteedbaar) te bepalen;
99 21.02998
Totaaldocument tbv Raad 6-7-2021
-
-
Om de algemene reserve (vrij besteedbaar) te verruimen, worden op te heffen reserves en voorzieningen in beginsel toegevoegd aan de algemene reserve (vrij besteedbaar); ook de berekende rente over de voorzieningen worden middels resultaatsbestemming toegevoegd aan de algemene reserve (vrij besteedbaar); Om een afzonderlijke buffer te hebben om onvoorziene risico’s met betrekking tot de bouwgrondexploitatie op te kunnen vangen, is het voor een gezond financieel beleid noodzakelijk een minimale omvang voor de algemene reserve bouwgrondexploitatie te bepalen.
Conform de vastgestelde beleidsnota Reserves en voorzieningen dient de gemeente om onvoorziene risico’s met betrekking tot de grondexploitatie op te vangen een afzonderlijke buffer te hebben. De hoogte van deze reserve wordt jaarlijks beoordeeld en eventueel aangepast bij de begroting en jaarrekening (paragraaf grondbeleid). In de grondnota welke uw raad in december 2017 heeft vastgesteld is vanaf 2017 een nieuwe methodiek besproken. Deze nieuwe methodiek sluit beter aan op de financiële risico’s waarvoor een voorziening wordt getroffen. De minimale omvang van de buffer wordt jaarlijks opnieuw berekend en is voor 2021 bepaald op de minimumbuffer van € 2.500.000,-- zoals deze in de grondnota is vastgesteld. Conform voorgaande jaren is er een splitsing gemaakt tussen algemene risico's en risico’s uit bouwgrondexploitaties. Algemene risico's worden daarbij gedekt uit de algemene reserve vrij besteedbaar (minimale buffer: € 2,5 mln.). En risico's uit bouwgrondexploitaties door de algemene reserve bouwgrondexploitaties. Op dit moment is de stand van zaken betreffende de buffer bouwgrondexploitaties als volgt. In paragraaf 7 grondbeleid staat een verdere toelichting / onderbouwing: Overzicht verloop stand algemene reserve grondexploitatie x € 1.000,-2019 2020 2021 2022 SALDO RESERVE PER 1 jan Bij: Rentetoevoeging (incl.
rente resultaat, vanaf 2022 geen rentetoevoeging meer) Bij: Bijdrage van Alg.res. Mutatie voorziening wegens verliezen Toevoeging conform resultaatbestemming (resultaten bouwgrondexploitaties t-1) Af: VPB verplichting t-1
2023
2024
2025
2026
2.716
2.506
3.389
2.620
3.209
4.486
4.486
4.486
64
69
61
0
0
0
0
0
42
774
470
940
1.470
589
1.277
0
0
306
-186
0
0
0
0
0
0
Af: bijdrage in Algemene reserve (cfm iflo-methode)
-600
-900
-2.300
0
0
0
0
SALDO RESERVE PER 31 dec
2.506
3.389
2.620
3.209
4.486
4.486
940
1.470
3.446
4.859
Minimale omvang buffer volgens grondnota
2.500
2.500
Tekort (-) dan wel overschot (+)
946
2.359
Voorstel tot afroming (afgerond)
900
2.300
Voorgestelde storting in t+1, zijnde resultaat bouwgrond exploitatie Saldo inclusief voorgestelde storting
4.486
4.792
2.3 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit kan betrekking hebben op de exploitatie en/of op het vermogen. In de exploitatiesfeer is dit het exploitatiesaldo en in de vermogenssfeer (de balans) is dit de omvang van de algemene reserve vrij besteedbaar. 100 21.02998