[20.13800] - Bijlage 9 Beleidsplan gemeentelijke bos- en natuurterreinen 2021-2030
Tekst van het document
Om een wildgroei aan aangeplante soorten te voorkomen, planten we de komende tien jaar alleen de soorten in de tabel hiernaast aan. Deze soorten kunnen zich handhaven in een veranderend klimaat. Vanwege de grotere droogtegevoeligheid planten we geen fijnspar en andere picea-soorten, zilverspar en lariks meer aan. Als de bodem het nodig heeft, kunnen we in productiebossen ook struikvormers en in mindere mate boomvormers met makkelijker verteerbaar strooisel planten (zie ‘Tegengaan gevolgen stikstofdepositie’). De productiekern in de bossen van de Buikheide behouden we. Daarnaast heeft een deel van de errfpachtbossen ook potentie om goed productiebos te worden. Daar werken we dan ook naartoe. Zoals in hoofdstuk 2 beschreven willen we namelijk kwaliteitshout produceren, maar een vergroting van het productieareaal is ook nodig om het beheer kostenneutraal te blijven uitvoeren. Inheems bos met productiewaarden (productie PNV, 250 ha) In dit bostype proberen we soortensamenstelling zoveel mogelijk overeen te laten komen met de natuurlijke samenstelling. Dit wordt ook wel de Potentieel Natuurlijke Vegetatie (PNV) genoemd. Het beheer is echter gericht op een combinatie van houtproductie, natuurwaarden en de belevingswaarde, de aantrekkelijkheid voor de recreant.
De potentieel natuurlijke vegetatie voor het grootste deel van dit areaal bestaat uit droog of vochtiger berken-eikenbos en uit een kleiner deel uit wintereiken-beukenbos. Het berken-eikenbos heeft in de boomlaag vooral eiken, berken en dennen, en is in feite in onze regio voor een groot deel een bostype van voormalige heidegronden. Heidegronden zijn in feite leeggeroofde bosgronden. De heidebodem was voedselarm en over het algemeen zuur, en biedt dus eigenlijk geen goede uitgangspositie van het bos. Men mag dus verwachten dat er oorspronkelijk, voordat de mens ervoor zorgde dat het bos degradeerde tot heide, er een veel rijkere bosgemeenschap op deze gronden stond. Bovendien verzuurt de bodem onder het berkeneikenbos nog verder door stikstofdepositie en het zure strooisel van dennen en eiken. Daarom gaan we in deze bossen ook rijkere soorten inbrengen (zie ook ‘tegengaan gevolgen stikstofdepositie’). De voornaamste houtproducerende soort zal grove den blijven. Hierbij zetten we zoveel mogelijk in op natuurlijke verjonging, maar als de dennen in de omgeving onvoldoende kwaliteit hebben, planten we betere rassen aan. Ook blijven we proberen het aandeel eik te verhogen, omdat de natuurlijke verjonging hiervan nog steeds achterblijft als gevolg van de hoge wilddruk.
Aan te planten soorten productie PNV Grove den Zomereik Linde Fladderiep (op vochtigere delen) Zoete Kers Zomer- en winterlinde Gewone esdoorn Veldesdoorn Beuk (in wintereiken-beukenbos) Wintereik (in wintereiken-beukenbos) Ratelpopulier Lijsterbes Amerikaans krentenboompje Rode kornoelje (op vochtigere delen) Vuilboom Boswilg Wilde kamperfoelie Vlier Hazelaar Hulst
27
28
29
30
Natuurbos (161 ha) Enkele delen van het bosareaal wijzen we aan als natuurbos. Eindbeeld is hier een natuurlijke vegetatie waar we als mens nauwelijks nog ingrijpen. Het gaat hierbij om een deel van de buikheide, een deel van de bossen rondom het Groot- en Kleinmeer, het Grootgoor langs de Run en Kleingoor langs de Gender, en het Duizels Bos. Het Grootgoor en Kleingoor zijn al goed ontwikkelde elzenbroekbossen, die alleen helaas last hebben van verdroging. Bovendien moet in het Kleingoor nog wat bestrijding van Amerikaanse Vogelkers plaatsvinden. Het deel van de Buikheide, de bossen bij het Groot- en Kleinmeer en het Duizels Bos zijn tot op heden nog grotendeels ingericht als productiebos, met deels uitheemse soorten. Deze bossen gaan we omvormen door een versnelde houtoogst en het bewust aanplanten van bij de groeiplaats passende natuurlijke soorten.
Werkblokken Om onze gebieden efficiënt te beheren, werken we met werkblokken. Ieder jaar is een ander werkblok ‘aan de beurt’. In dat deel van de bos en landschap oogsten we hout, en voeren we de benodigde beheermaatregelen uit. De werkzaamheden leggen we vooraf vast in een werkplan. In de natuurgebieden en ecologische verbindingszones is over het algemeen meer jaarlijks beheer nodig, maar ook dit beheer komt in het werkplan terug. De werkblokindeling is op kaart weergegeven op bladzijde 30.
Aan te planten soorten natuurbos Grove den Zomereik Linde Fladderiep (op vochtigere delen) Zoete Kers Zomer- en winterlinde Gewone esdoorn Veldesdoorn Lijsterbes Rode kornoelje Vuilboom Boswilg Wilde kamperfoelie Vlier Hazelaar Hulst Meidoorn (bosranden) Hondsroos (bosranden) Sleedoorn (bosranden)
Ruimte om te genieten Recreatieve zonering In onze bos- en natuurterreinen maken we gebruik van een zogenaamde recreatieve zonering. We geven dus aan welke intensiteit aan recreatie waar gewenst is. We delen onze terreinen in drie zones in:
Hoog voorzieningenniveau: dit zijn de drukbezochte plekken waar we de voornaamste recreatiedruk concentreren. Hier leggen we de meeste voorzieningen aan: parkeerplaatsen, gemarkeerde routes, informatieborden, hondenlosloopvoorzieningen en speelbossen. Het aantal gebieden met dit intensieve recreatieniveau is beperkt: rondom het Grootmeer, rondom de Bosschuur, en een deel van de Wolfhoekse Heide tussen Steensel en de A67. Deze gebieden zijn makkelijk toegankelijk en bedoeld voor een breed spectrum aan recreanten.
Laag voorzieningenniveau: deze gebieden zijn gericht op extensieve recreatie als wandelen, fietsen en paardrijden. Er is een beperkt aantal routes en de voorzieningen zoals bankjes zijn beperkt. Het gaat hier om het overgrote deel van de bos- en natuurterreinen. Deze gebieden zijn bedoeld voor de natuurliefhebber en de rustzoeker.
Rustgebied: in deze gebieden hebben de natuurwaarden voorrang en recreatie wordt slechts zeer beperkt toegestaan. De mens is aanschouwer vanaf de zijlijn. Dat betekent dat we hier ook paden opheffen als het netwerk te fijnmazig is.
De indeling in zones is terug te vinden in de kaartbijlage. Rondom het Grootmeer staat de gemeente voor de grootste uitdaging. Dit is een kwetsbaar natuurgebied, maar ook het drukstbezochte gebied. Hier liggen een rustgebied en een gebied met een hoog voorzieningenniveau pal naast elkaar. We gaan hier daarom veel aandacht besteden aan bewegwijzering, informatieborden, etc. Gelukkig zijn de aanwezige diersoorten gewend aan deze recreatiedruk. Het Grootmeer heeft echter een unieke vegetatie, en is daardoor ook Europees beschermd (Natura2000). Daarom zullen we met
31
balustrades of hekwerken fysieke barrières moeten aanleggen om te zorgen dat recreanten het kwetsbare gebied niet meer betreden. Verspreid over de bossen plaatsen we bankjes. Hier starten we in het kader van het project ‘Dorpen maken het verschil’ al in 2020 mee, en we betrekken dorpsraden bij de locatiekeuze. Wandel- en fietsroutes De bestaande wandel- en fietsroutes houden we in stand (zie kaartbijlage). Dat geldt ook voor de bestaande paden in de bos- en natuurterreinen. We gaan wel onderzoeken of het verbreden van fietspaden mogelijk is. Als er ongewenste ‘olifantspaadjes’ ontstaan dan blokkeren we die spontane routes. Uitzondering is het Duizels Bos. We hebben de ambitie om dit te ontwikkelen tot een natuurbos. Op dit moment liggen er vrijwel alleen rechte paden in het bos, en behoorlijk fijnmazig. Door deze paden grotendeels op te heffen en een kronkelpad aan te leggen wordt het pad interessanter voor wandelaars, maar kunnen we er ook voor zorgen dat de verstoring in het gebied afneemt. We doen dit in overleg met de inwoners van Duizel. Speelbossen Spelen in de natuur is goed voor kinderen. Het is gezond, maar maakt kinderen ook weerbaarder en creatiever. Bovendien begint liefde voor de natuur bij het ervaren van de natuur. Bij de Bosschuur ligt al sinds 2007 een speelbos. Dit speelbos wordt beheerd door Stichting De Woudloper.
We blijven de stichting hierin faciliteren en samen met hen kijken naar verbeteringen in het speelbos en de directe omgeving. Initiatief Natuur Steensel (INS) heeft de gemeente gevraagd of zij aan het Kerkdijkje een speelbos mag aanleggen voor de kinderen uit Steensel. Samen hebben we in 2019 en 2020 hier de eerste werkzaamheden verricht. De komende jaren gaan we dit speelbos verder ontwikkelen. Arboretumbos Rondom de Bosschuur is de afgelopen jaren een eerste aanzet gemaakt met de aanleg van een Arboretumbos. Dit is een route waarlangs diverse in Nederland voorkomende boomsoorten staan. Verder dan een eerste aanzet is dit echter nooit gekomen; de route is nauwelijks herkenbaar. We gaan jaarlijks samen met de Bosschuur een deel van deze route aanleggen. In 2030 willen het Arboretumbos gereed hebben.
Het ontwerp van het arboretumbos.
32
Cursus motorkettingzaag voor vrijwilligers
Evenementen Jaarlijks worden er diverse evenementen georganiseerd in de gemeentebossen. Meestal gaat het om wandel-, fiets-, of ruitertochten. Dit willen we blijven toestaan, omdat deze evenementen sociaal contact stimuleren en omdat het gezond is als mensen buiten kunnen bewegen. Het evenementenbeleid van de gemeente bepaald aan welke voorwaarden evenementen moeten voldoen. Daarnaast moet de gemeente als bos- en natuurbeheerder zorgen dat routes veilig zijn en dat (beschermde) dieren en planten niet benadeeld worden door het evenement. De evenementenroutes moeten daarom voor ieder evenement gecontroleerd worden. Jaarlijks leidt dit tot ongewenste kosten voor de gemeente in het bosbeheer. In de legesverordening van 2021 is opgenomen dat we deze kosten in rekening kunnen brengen bij de organisator. Vrijwilligers Een aantal inwoners helpen bij het onderhoud van bos- en natuurterreinen en landschapselementen van de gemeente. Zo helpen de vrijwilligers van Initiatief Natuur Steensel (INS) bij het onderhoud van het Hoaneven, het speelbos aan het Kerkdijkje en de ecologische verbindingszone langs de Gender. De Jagersvereniging uit Vessem onderhoudt ieder jaar een aantal landschapselementen rondom Vessem. We blijven deze groepen ondersteunen met allerlei praktische zaken en geven hen invloed in het beheer. Ook willen we de komende tien jaar het aantal vrijwilligers uit te breiden.
Dat doen we door bestaande groepen te helpen om natuurwerkdagen te organiseren, en we gaan kijken of er animo is voor het opstarten van nieuwe groepen. Ook proberen we zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij het Coördinatiepunt Landschapsbeheer van Brabants Landschap voor ondersteuning bij het werken met vrijwilligers. Vrijwilligers vallen onder de Arbowet. Dat betekent dat we ervoor moeten zorgen dat vrijwilligers op de veilige en gezonde wijze werken. We organiseren daarom iedere 3 jaar een cursus ‘Hulpverlening Geïsoleerde Arbeidsplaatsen’ en cursussen voor het veilig werken met kettingzagen en bosmaaiers. Deze cursussen hebben in 2019 voor het eerst plaatsgevonden, dus de eerstvolgende ronde volgt in 2022. Meer voorlichting en educatie We gaan bezoekers meer informatie geven over onze bos- en natuurterreinen. Dat doen we door meer en betere informatieborden aan te brengen. In eerste instantie doen we dat op drukbezochte plekken, of plekken met een bijzondere waarde. Denk bijvoorbeeld aan het Grootmeer, de Leemskuilen en het Rouwven. Hierbij betrekken we ook de dorpsraden. We gaan ook tijdelijke bordjes plaatsen op plekken waar ‘nieuw’
33
dood hout is, bijvoorbeeld na houtkap of bij stormschade. Daarmee hopen we het gevoel van ‘slecht onderhoud’ weg te nemen. Ook gaan we op de gemeentewebsite beter uitleggen wat we doen. We gaan ook beter uitleggen wat we doen als er beheer wordt uitgevoerd in onze terreinen, of als er houtoogst plaatsvindt. Daarnaast gaan we kijken of er inwoners zijn die zich als vrijwilliger willen inzetten voor educatie en voorlichting. Zij kunnen gastlessen geven op scholen of rondleidingen geven. Tegengaan ongewenste recreatie De komende beheerperiode gaan we werk maken van ongewenste recreatie. Wildcrossers en loslopende honden zijn grootste ergernis van bezoekers van onze gebieden. Dit leidt tot conflicten tussen bezoekers. Maar crossers vernielen ook paden, en wilde dieren hebben te leiden onder het lawaai van crossers en de aanwezigheid van loslopende honden. Een andere vorm van (grotendeels) ongewenste recreatie is de aanwezigheid van geocaches. Geocaches zijn veelal zonder toestemming aangebracht en leiden tot veel verstoring omdat ze vaak een stuk van de paden afliggen. Mensen lopen daardoor buiten de paden, wat slecht is voor de aanwezige planten en dieren. We gaan de volgende maatregelen nemen:
Vervangen openstellingsborden: we gaan de oude, groene openstellingsborden vervangen door een Kempenbreed ontwerp wat duidelijker zichtbaar is, voor uniformiteit zorgt, én op basis waarvan onze BOA’s beter kunnen handhaven.
Aanleg loslooproutes: bij het Grootmeer en de bossen van de Haagdoorn gaan we hondenloslooproutes aanleggen. Zo kunnen we voorzien in de behoefte om honden los te laten lopen, maar kunnen we de negatieve effecten beperken. Een zone rond deze routes wordt aangewezen als losloopgebied in het kader van de APV. Met paaltjes geven het verloop van de route aan, en er komen borden met de gedragsregels. Buiten deze routes gaan we meer handhaven op het los laten lopen van de hond. Op enkele websites staat foutieve informatie over loslopen in onze terreinen. We gaan contact opnemen met deze websites om deze informatie te corrigeren.
Doorbreken crossroutes: op initiatief van de gezamenlijke dorpsraden is een werkgroep opgericht die kijkt hoe crossroutes doorbroken kunnen worden. Deze werkgroep bestaat uit leden van de dorpsraden, medewerkers van de gemeente en VTH De Kempen, en een toezichthouder van SSIB (Samen Sterk in Brabant). Door op een cruciale plekken de crossroutes te blokkeren, kunnen we hele routes onaantrekkelijk maken. Ook gaan we paden herstellen zodat ze minder leuk worden om over te crossen. Verder gaan we kijken of we betere handhavingsacties kunnen opzetten. De werkgroep gaat ook kijken of we met communicatie meer de sfeer kunnen neerzetten dat wildcrossen ‘not done’ is.
Benaderen plaatsers geocaches / verwijderen geocaches: in het Duizels bos zijn met toestemming van de vorige beheerder (Staatsbosbeheer) geocaches geplaatst. Omdat we het Duizels bos willen gaan omvormen naar een natuurbos, zijn geocaches ongepast in dit gebied. We zullen de overeenkomst voor deze geocaches dan ook ontbinden. Op de Buikheide liggen ook op diverse plekken geocaches. Hier willen we een klein deel van toestaan. We gaan proberen te achterhalen wie de geocaches geplaatst heeft, en gaan daar het gesprek mee aan. Indien de plaatser niet te achterhalen is, zullen we na kennisgeving ter plaatse de geocaches verwijderen.
De huidige openstellingsbordjes zijn niet duidelijk herkenbaar.
34
CO2 vastleggen Revitaliseren holle dennenbossen Een deel van de gemeentelijke bossen zijn zogenaamde ‘holle dennenbossen’. In deze opstanden is lang doorgedund waardoor de staande houtvoorraad relatief laag is en het bos weinig productief. Ook is vaak maar weinig verjonging aanwezig. Door aanplant en het stimuleren van natuurlijke verjonging kan dit bos gerevitaliseerd worden. Dit houdt in dat er hoogproductieve boomsoorten geplant worden die veel koolstof opslaan in bovengrondse biomassa, maar ook strooiselverbeterende boomsoorten die zorgen voor een betere mineralenhuishouding en dus een weerbaarder en productiever bos. Door revitalisering kan de bijgroei in het bos flink toenemen, en daarmee dus de koolstofopslag in de biomassa. Deze opslag kan verdubbelen of zelfs verdrievoudigen. Een hol grove dennenbos waar licht gedund blijft worden, maar waar nauwelijks verjonging plaatsvindt, legt gemiddeld ongeveer 2.3 ton CO 2 per jaar vast in de biomassa. Bij groepsgewijze verjonging met soorten als grove den, lijsterbes en berk ligt de vastlegging op zo’n 3-5 ton CO2 per hectare per jaar. Bij een hoger aandeel Douglas en beuk kan de vastlegging van groepsgewijze verjonging oplopen naar zo’n 5-7 ton CO2 per jaar. Bij een meer complete bedekking van
De rode stippen zijn mogelijke locaties voor de aanplant van nieuw bos.
35
de verjonging is de vastlegging met lichtboomsoorten zo’n 5-7 ton CO2 per jaar, oplopend tot 9-11 ton CO2 bij het gebruik van schaduwsoorten als beuk en Douglas2. Per holle opstand gaan we kijken hoe we het beste kunnen revitaliseren. Dit leggen we vast in het jaarlijkse werkplan. Behoud bosklimaat Het bosecosysteem legt koolstof vast in de bomen zelf, maar ook als organische stof in de bodem. Als er grote verjongingsgaten gemaakt worden in het bos, komt er veel zonlicht op de bodem en mineraliseert deze organische stof. Daardoor komt de vastgelegde koolstof weer vrij als CO 2. Dat willen we voorkomen. We gaan daarom zoveel mogelijk verjongen ‘onder scherm’. Dat betekent dat we verjonging onder bestaande bomen gaan planten. Als dat niet mogelijk is, gaan we werken met verjongingsgaten die maximaal twee tot drie keer de boomlengte zijn. Hier wijken we alleen vanaf als voor natuur of houtproductie lichtboomsoorten willen verjongen. Deze hebben namelijk grotere verjongingsgaten nodig. Aanleg nieuw bos Als de gemeente in het uitvoeringsprogramma duurzaamheid de ambitie uitspreekt om bossen, gaan we verkennen waar aanplant van nieuw bos goed mogelijk is. In eerste instantie kiezen we locaties die bestaande bosgebieden met elkaar verbinden of vergroten, en/of waar de gemeente al grond in eigendom heeft.
Een eerste globale verkenning van mogelijke locaties hiervoor is weergegeven op naastgelegen kaart. In tweede instantie kunnen we ook verspreid door de gemeente houtsingels of kleinere landschapsbosjes bossen gaan aanplanten. Deze locaties moeten wel zorgvuldig gekozen worden. Een verkeerd geplaatst bosje kan ervoor zorgen dat landschap met een open karakter verdwijnt, terwijl deze landschappen vanuit het oogpunt van recreatie of bijvoorbeeld weidevogels belangrijk zijn. Per locatie zal nader uitgewerkt moeten worden hoeveel bosaanplant ter plaatse wenselijk is, en welk type bos we aanplanten. Bij ecologische en recreatieve verbindingen en bosranden kiezen we in eerste instantie voor natuurbos. Op voormalige landbouwgronden op overige locaties kiezen we voor productiebos.
Inzetten op kwaliteitshout voor een duurzame economie Voor de teelt van kwaliteitshout in onze productiebossen maken we gebruik van een beperkt aantal soorten naald- en loofboomsoorten (zie 3.1.). Actief verjongen is het uitgangspunt; we maken alleen gebruik van natuurlijke verjonging als dit tot een voldoende stamtal zal leiden. Zo zijn we verzekerd van een goede basisopstand, en hoeven we geen dure maatregelen als snoeien te verrichten. In productiebossen en het inheems bos met productiewaarden gaan we verder met het verbeteren van de leeftijdsopbouw. Dat betekent dat met name verjongd wordt in de bossen die zijn aangeplant tussen 1940 en 1960.
Anticiperen op klimaatverandering Soortkeuze Bij de aanplant van jonge bomen kiezen we voor soorten en herkomsten die beter tegen droogte kunnen. Dat betekent echter geen grote verschuivingen in de soortensamenstellingen. Uit voorlopige resultaten van onderzoek van de WUR blijkt dat inheemse soorten vaak beter tegen het nieuwe klimaat kunnen dan exotische soorten. Dat is ook niet gek aangezien we het klimaat van Midden-Frankrijk zullen krijgen, waar min of meer dezelfde boomsoorten voorkomen. De boomsoortenlijsten zoals opgenomen in 3.1. bevatten soorten waarvan we verwachten dat ze het in een veranderend klimaat goed zullen doen. Tegengaan verdroging De gemeente heeft drie natuurterreinen die aan het verdrogen zijn: het Rouwven, het Hoolven en de Leemskuilen.
Het Rouwven: dit ven heeft veel last van de ontwatering van omliggende landbouwpercelen. Als we het naastgelegen perceel Eersel O 24 kunnen verwerven van het Rijksvastgoedbedrijf, kan er op de oostgrens van het huidige Rouwven een waterkerende laag aangebracht worden. Deze herstelmaatregel zal als een apart project uitgevoerd worden. Op dit moment lopen gesprekken voor een grondruil met Rijksvastgoedbedrijf.
2 Bron: Lerink, B., Schelhaas, M.J., Boosten, M., Kremers, J., Den Ouden, J., Clerkx, S., Nabuurs, G.J. (2020). Gereedschapskist Klimaatslim Bos- en Natuurbeheer. Wageningen University & Research en Stichting Probos
36
Hoolven: Het Hoolven heeft gelukkig zijn oorspronkelijke vorm behouden. Dat biedt een goede basis voor hydrologisch herstel. De verdroging wordt vooral veroorzaakt door de omliggende bossen en door landbouwkundige ontwatering. We gaan het omliggende naaldbos omvormen naar loofbos. Aanvullend streven we naar het dempen van de diverse ontwateringssloten in de directe omgeving. We gaan onderzoeken welke sloten het beste gedempt kunnen worden.
Leemskuilen: het voormalige ven is hier in het veld niet herkenbaar. We gaan de omliggende naaldbossen omvormen tot loofbos, omdat het naaldbos in ieder geval zorgt voor verdroging van het bos. Daarnaast gaan we onderzoeken of de oorspronkelijke venbodem nog aanwezig is, zodat we weten of een project voor verder hydrologisch herstel zinvol is.
Bosbrandrisico De zomers van 2018, 2019 en 2020 waren zeer heet en zeer droog. Door diverse natuurbranden in Nederland is duidelijk geworden dat het risico op brand in bos- en natuurterreinen is toegenomen. Bosbranden kunnen bij de verkeerde weersomstandigheden vrijwel onbeheersbaar worden. We gaan daarom een aantal maatregelen treffen (zie ook de kaartbijlage):
Grendellijn A67: i.o.m. de veiligheidsregio gaan we in onze bossen langs de A67 een strook van minimaal 25 meter breed omvormen tot inheems loofbos. Dit doen we door een versnelde houtoogst, gevolgd door natuurlijke verjonging en aanplant.
Brandsingels bebouwing / recreatieve objecten: onze bossen grenzen op een aantal plekken aan bebouwing, bedrijventerreinen of recreatieve objecten als campings of huisjesparken. Deze plekken gaan we omzomen met een strook inheems loofbos van 25 meter breed. Dit doen we door een versnelde houtoogst, gevolgd door natuurlijke verjonging en aanplant.
Compartimentering: we gaan in de bosdoeltypen ‘productiebos’ en ‘inheems bos met productiewaarden’ een compartimentering aanbrengen, door het dooradering met 10 meter brede singels van inheems loofhout aan te leggen. Ook dit doen we door een versnelde houtoogst op deze locaties in combinatie met grondbewerking, waarna natuurlijke verjonging van m.n. berk zal optreden.
In kaart brengen bluswatervoorzieningen: we gaan samen met de veiligheidsregio de bluswatervoorzieningen in en rondom onze bos- en natuurterreinen in beeld brengen.
Een spontaan ontstane brandsingel van jonge berk.
37
Tegengaan gevolgen stikstofdepositie Zoals in hoofdstuk 2 beschreven, leidt de overmatige stikstofdepositie in onze bos- en natuurterreinen tot verzuring, degradatie van de bodem en verruiging. Met de volgende maatregelen proberen we deze effecten te verzachten: Monsternames: jaarlijks gaan we op een deel van de verjongingslocaties van dat jaar monsters nemen om te zien wat de zuurgraad en mineralenvoorraad in de bodem is. Dat geeft inzicht in of en welke maatregelen we op die locaties kunnen treffen.
Rijk-strooiselsoorten: de aanplant van soorten met makkelijk verteerbaar strooisel (rijk strooisel) kan ervoor zorgen dat mineralen uit de diepere bodemlagen weer beschikbaar komen in het ecosysteem. Het gaat dan om soorten als linde, esdoorn, hazelaar, fladderiep, ratelpopulier, zoete kers, Europese vogelkers en haagbeuk. Een deel van deze soorten zullen het echter niet redden omdat de huidige bodems te arm en te zuur zijn. Daarom planten we deze beheerperiode vooral winterlinde, gewone esdoorn en ratelpopulier, gecombineerd met lijsterbes en vuilboom als struikvormers 3. Op plekken waar we steenmeel aanbrengen (zie volgende punt) planten we ook veldesdoorn, haagbeuk, gewone hazelaar, zoete kers en boswilg aan.
Steenmeel: het uitstrooien van steenmeel in bos- en natuurterreinen is een manier om de mineralenbalans op een geleidelijke manier te herstellen. Op dit moment wordt veel onderzoek gedaan naar de effecten hiervan, maar de voorlopige resultaten zijn positief. Omdat de langjarige effecten van steenmeel nog niet bekend zijn, kiezen we deze beheerperiode niet voor grootschalige toepassing van steenmeel. Bovendien is het ook duur om steenmeel zonder zware bodembeschadiging aan te brengen. We gaan meeAanplant van rijkestrooiselsoorten, in dit geval doen met een project van Bosgroep Zuid en Bureau zoete kers, met wildbescherming. Van Nierop waarbij op een aantal locaties met een helikopter steenmeel wordt uitgestrooid. Verder zullen we op beperkte schaal steenmeel toepassen op verjongingslocaties waar uit de bodemonderzoeken blijkt dat dit gewenst is.
Natuurgebieden chopperen: om verruiging en dominantie van pijpenstrootje in natuurgebieden tegen te gaan, gaan we delen van deze gebieden chopperen. In tegenstelling tot plaggen blijft een deel van de mineralen zo behouden voor de gewenste heidevegetatie. Op chopperbanen strooien we steenmeel uit. Omdat dit dure maatregelen zijn, doen we dit alleen als we kunnen aansluiten op gesubsidieerde projecten.
Conform advies "Focus on the Future of the forests of Eersel - Delivering building blocks for the Bosnota 2021”, Bienfait, L., Calogiuri, T., Jacobs, S., Kleisterlee, F., Kotorou, P., De Raaff, J., 2019.
3
38
Werken aan biodiversiteit en natuurwaarden Dood hout / Netwerk Oude, Aftakelende en Dode bomen (NOAD) Dood hout is een belangrijke bron van biodiversiteit in het bos. Het is belangrijk voor insecten, schimmels, en vogels. Het gaat dan om de hoeveelheid dood hout en het soort dood hout. Op een staande dode boom komen andere soorten voor dan op een liggende dode tak. En op een dode boom in de schaduw weer andere soorten dan op een dode boom in de zon. We proberen daarom het aandeel dood hout te verhogen van de huidige 11 naar 18 m3 per hectare. Bij dunningen proberen we staand dood hout zoveel mogelijk te laten staan, en in opstanden met Amerikaanse eik zullen we enkele bomen per hectare ringen. Tak en tophout laten we na houtoogst altijd achter in het bos. Ook gaan we een Netwerk Oude, Aftakelende en Dode bomen (NOAD) aanleggen. Daarmee zorgen we ervoor dat soorten die afhankelijk zijn van oude of dode bomen zich goed kunnen verspreiden door het bos. De aanleg van dit netwerk maakt onderdeel uit van een gesubsidieerd project van Bosgroep Zuid en Bureau Van Nierop. Uit het recreatieonderzoek is gebleken dat bezoekers van onze bossen de aanwezigheid van dood hout zien als een teken van slecht onderhoud. Vermoedelijk heeft dit vooral betrekking op stormschade of het hout wat achterblijft na houtoogst.
De komende periode gaan we kijken of we met het plaatsen van tijdelijke informatiebordjes dit gevoel kunnen wegnemen. Lanen Om ook in de toekomst een netwerk van oude, aftakelende en Door dikke Amerikaanse eiken te ringen kan de dode bomen, gaan we lanenstructuren aanbrengen in het bos. hoeveelheid dood hout makkelijk verhoogd Bestaande lanen behouden we. Deze lanen zijn van grote worden. waarde voor de biodiversiteit, maar maken het bos ook aantrekkelijker voor recreanten en kunnen helpen bosbranden te stoppen. Op de kaarten in de kaartbijlage staan de gewenste lanen weergegeven. Deze beheerperiode leggen we in etappes een laanstructuur langs de Aardborst, de Leemskuilen en de Ministerlaan aan. Daarbij kiezen we voor een menging van inheemse loofboomsoorten, met een hoog aandeel beuk (vanwege de waarde van deze soort voor o.a. holenbroeders en vleermuizen) en enkele tamme kastanjes en notenbomen voor recreanten. Prunusbestrijding In onze bossen hebben we Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) altijd actief bestreden. Daardoor heeft deze invasieve exoot een zeer laag bedekkingspercentage van 0,4%. Daardoor krijgen inheemse struiksoorten veel ruimte in onze bossen, wat de natuurwaarde ten goede komt. Deze prunusbestrijding blijven we dan ook voortzetten. De voormalige erfpachtbossen bevatten aanzienlijk meer Amerikaanse vogelkers.
In een klein deel van die bospercelen willen we gebruik maken van schaduwboomsoorten. De Amerikaanse vogelkers wordt dan vanzelf weggeconcurreerd. In een groter deel zullen we een eenmalige opschoningsactie moeten houden. Natuurbossen De bossen met het bosdoeltype ‘natuurbos’ moeten nog omgevormd worden naar inheemse bossen. We blijven hier daarom doorgaan met houtoogst. Omdat huidige soortensamenstelling nog zeer beperkt is, en vaak ook uitheemse soorten bevat, planten we deels nog actief aan. In een aantal gevallen zullen we ook kiezen om een hoog percentage bomen uit de hoofdopstand te ringen en daartussen jonge bomen van de gewenste soorten te planten. Na aanplant grijpen we in beginsel niet meer in. Wel blijven we invasieve exoten als Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik bestrijden. In natuurbossen geven we er de voorkeur aan om onveilige bomen om te lieren in plaats van om te zagen. Daarmee bootsen we natuurlijke processen als stormschade na, en dat biedt kansen voor de biodiversiteit.
39
Natuurgebieden en ecologische verbindingszones In onze ecologische verbindingszones gaan we het beheer uitvoeren zoals beschreven in het beheerplan ecologische verbindingszones (zie bijlage 3). Op dit moment voeren we met eenmalige middelen ontwikkelingsbeheer uit. Naar verwachting zijn de terreinen in 2022 in een redelijk stabiele situatie terechtgekomen. Het benodigde jaarlijkse budget zal vanaf 2023 op de begroting opgenomen moeten worden. In de natuurterreinen Rouwven, Leemskuilen en Hoolven zetten we het beheer van de afgelopen jaren voort. Het gaat dan om de volgende activiteiten:
Rouwven: maaien t.b.v. heidekartelblad, verwijderen opslag houtige gewassen, chopperen en kleinschalig plaggen.
Leemskuilen: verwijderen opslag houtige gewassen, omringende bos omvormen naar inheems natuurbos, chopperen.
Hoolven: verwijderen opslag houtige gewassen, omringende bos omvormen naar inheems natuurbos.
Omdat het Groot- en Kleinmeer een Europees beschermd natuurgebied is (Natura2000), wordt hiervoor met subsidie van de provincie een apart beheerplan opgesteld. In 2020 is subsidie aangevraagd voor enkele recreatie- en herstelmaatregelen. Omvormen hoogspanningstracé In de voormalige erfpachtbossen ten noorden en oosten van Steensel ligt een hoogspanningstracé. Dit tracé bestaat nu uit een grotendeels met boom- en struikvormers overwoekerde heide. Ecologisch gezien is de waarde laag doordat het ‘boter noch vis’ is, maar ook doordat de soortensamenstelling van de boom- en struikvormers beperkt is. Bovendien zijn de beheerkosten hoog doordat de boomvormers iedere paar jaar verwijderd moeten worden in verband met de veiligheid van de hoogspanningsleidingen. De gemeente voert op dit moment gesprekken met Tennet en de provincie om het tracé om te vormen naar heide. Tennet zou dan een bijdrage in de omvormingskosten betalen. Struikelblok is mogelijk dat de gemeente geen ontheffing van de herplantplicht krijgt van de provincie. In ruil voor de oppervlakte omvorming naar heide zou dan elders bos moeten worden aangeplant. Omdat dit financieel niet haalbaar is, zal de gemeente er in dat geval voor kiezen het tracé dicht aan te planten met struikvormende bosrandsoorten, zodat de beheerkosten beperkt blijven. Faunabeheer De gemeente Eersel verpacht de jacht aan de lokale jagersverenigingen.
Deze jagersverenigingen zijn allemaal Heide met veel opslag onder het hoogspanningstracé. lid zijn van een WBE (Wild Beheer Eenheid) binnen de Fauna Beheer Eenheid van de provincie Noord-Brabant. De leden van deze verenigingen helpen direct ook mee in het faunabeheer en schadebestrijding van onze natuurterreinen en landschapselementen, en helpen met het toezicht in bos, natuur en landschap. Onze bos- en natuurterreinen zijn sterk verweven met het omringende agrarische landschap. Dat maakt dat jacht nodig is om te voorkomen dat omringende landbouwers of andere grondeigenaren schade lijden. Bovendien verloopt het omvormen van onze bossen naar inheems bos met een meer gevarieerde soortensamenstelling moeizaam door de hoge reeënstand, en wordt het verspreidingsgebied van wilde zwijnen steeds groter. In de Wet Natuurbescherming (2017) en het Faunabeheerplan van de provincie Noord-Brabant is geregeld op welke soorten gejaagd mag worden. Qua wetgeving is er sprake van drie separate wetsartikelen, namelijk jacht, beheer en schadebestrijding. Voor wat betreft jacht en faunabeheer sluiten we hiermee aan bij dit provinciale Faunabeheerplan.
40
Zowel bij gemeente als bij de Wildbeheereenheden is behoefte aan structureel overleg en een betere samenwerking. We gaan daarom een halfjaarlijks overleg organiseren met de jagers. In dit overleg kunnen we bijvoorbeeld afspraken maken hoe we het gezamenlijk het nulstandbeleid t.a.v. wilde zwijnen vormgeven. Ook kunnen we bespreken hoe we samen met de jagersverenigingen en de Stichting Afhandeling & Monitoring Fauna-aanrijdingen (SAMF) het aantal wildaanrijdingen in de gemeente kunnen verlagen.
Behoud en beheer van ons landschap Om onze landschapselementen te behouden en hun waarde voor landschap, recreatie, biodiversiteit en koolstofopslag te verhogen, gaan we ze beheren volgens het beheerplan landschappelijke elementen (zie bijlage 2). We hebben echter niet alle landschappelijke elementen in beeld. Op pachtpercelen van de gemeente staan in sommige gevallen ook landschappelijke elementen. Deze gaan we in kaart brengen, waarna we ook deze elementen goed kunnen beheren.
Zonder beheer takelen landschapselementen steeds verder af.
41
42
4. Financiën Kostenneutraal beheer grootschalige bos- en natuurgebieden Onze grootschalige bos- en natuurterrein, dus de gemeentelijke bossen en de natuurgebieden Rouwven, Leemskuilen en Hoolven, vallen onder de subsidieregeling natuurbeheer (SNL) van de provincie. De gemeente ontvangt hiervoor jaarlijks een bedrag voor beheer. Dit bedrag is niet voldoende om de beheerkosten te dekken. De gemeente heeft echter ook opbrengsten uit o.a. de houtoogst. Daardoor kan de gemeente deze terreinen kostenneutraal beheren. In de tabel hiernaast is de jaarlijkse begroting weergegeven. De exacte opbrengsten zijn afhankelijk van de hoeveelheid houtoogst en de houtprijs. Dit kan per jaar wisselen. De beheerkosten worden hier zoveel mogelijk op afgestemd. Een eventueel positief of negatief resultaat in de bosexploitatie wordt opgevangen door de bestemmingsreserve egalisatie bossen. De komende jaren oogsten we relatief veel hout, net als de afgelopen jaren. Dit komt doordat we leeftijdsopbouw willen verbeteren, brandsingels willen aanleggen en natuurbossen willen omvormen. We moeten er rekening mee houden dat deze doelstellingen aan het eind van de beleidsperiode 2021-2030 behaald zijn en er dan minder houtoogst is. De beheerkosten van onze bossen zullen moeten worden afgestemd op deze dalende inkomsten.
Uiteraard zoeken we ook dan naar mogelijkheden om extra gewenste werkzaamheden in de bossen via subsidieregelingen te financieren. Het beheer van ecologische verbindingszones en landschapselementen kan niet vanuit de bosexploitatie gefinancierd worden. De kosten van dit beheer zouden zo zwaar op de bosexploitatie drukken dat het beheer van de bossen en grootschalige natuurterreinen op een onwenselijk laag niveau zou komen. De doelen uit dit beleidsplan zijn dan niet meer haalbaar. Voor het beheer van de ecologische verbindingszones en de landschapselementen dient aanvullende financiering te komen (zie hieronder). Verhogen bestemmingsreserve egalisatie bossen De bestemmingsreserve egalisatie bossen is gemaximeerd op € 150.000,-. De verwachting is dat deze reserve eind 2020 voor ongeveer € 145.000,- gevuld is. Het doel van de bestemmingsreserve is tweeledig: eventuele positieve of negatieve saldo’s in de bosexploitatie opvangen, en het vormen van een calamiteitenreserve voor in het geval van een grootschalige bosbrand, stormschade of ziekte. Dit is nodig omdat dergelijke calamiteiten de gemeente niet ontslaan van de wettelijke herplantplicht in bossen (wet natuurbescherming). Door de gedeeltelijk ontbinding van de bossen die in erfpacht waren bij Staatsbosbeheer, is het gemeentelijk bosareaal met circa 30% toegenomen.
Om de risico’s van calamiteiten te kunnen blijven dekken, dient de bestemmingsreserve egalisatie bossen dan ook verhoogd te worden tot € 200.000,-. Subsidieregeling Biodiversiteit en leefgebieden Bosgroep Zuid en Bureau Van Nierop hebben gezamenlijk een aanvraag gedaan voor de provinciale subsidieregeling Biodiversiteit en leefgebieden. Zij starten daarmee een vierjarig project waarmee allerlei beheermaatregelen uitgevoerd worden in onze bossen en natuurterreinen die het doel hebben om de natuurwaarden en biodiversiteit te verhogen, en om de effecten van verzuring tegen te gaan. Daarmee sluit dit project aan op doelen die wij zelf ook willen bereiken.
43
Eénmalige investeringen in de bos- en natuurterreinen Om een aantal knelpunten in de gemeentelijke bos- en natuurterreinen op te lossen, zijn een aantal éénmalige investeringen nodig. Het gaat om de volgende projecten:
Vervangen openstellingsborden t.b.v. betere handhaving en Kempenbrede uniforme uitstraling: € 20.000,Blokkeren crossroutes en opknappen paden: € 15.000,Aanleg hondenloslooproutes: € 10.000,Plaatsing diverse informatieborden: € 5.000,-
Hiervoor dient een investeringskrediet beschikbaar gesteld te worden. Dekking vindt plaats middels een beschikking over de algemene reserve vrij besteedbaar. Ecologische verbindingszones De ecologische verbindingszones die de gemeente in beheer heeft, hebben jaarlijkse kosten in de vorm van maaiwerk, zaag- en snoeiwerk, poelen schonen etc. (zie het beheerplan in bijlage 2). Aangezien er nu nog sprake is van zogenaamd ontwikkelingsbeheer, is dit beheer projectmatig opgepakt voor de jaren 2020-2022 en worden de kosten gedekt door het investeringskrediet ‘Aanvullende uitvoering Groen Loont!’. Na 2022 kan een instandhoudingsbeheer gevoerd worden, waarvan de kosten € 16.000,- per jaar zijn. Deze kosten dienen vanaf 2023 structureel in de begroting opgenomen te worden. Landschappelijke elementen In het verleden zijn slecht enkele landschappelijke elementen incidenteel beheerd. Bij het overgrote deel heeft geen beheer plaatsgevonden. Dat betekent dat deze elementen langzamerhand aan het aftakelen zijn en landschap haar karakter dreigt te verliezen. Bovendien leidt dit tot overlast voor naastgelegen grondeigenaren, met soms het illegaal verwijderen van elementen tot gevolg. Om het aantrekkelijke groene karakter van de gemeente te behouden voor inwoners en toeristen, dienen de elementen jaarlijks beheerd te worden.
Echter, doordat de landschapselementen de afgelopen jaren onvoldoende zijn beheerd, dienen de elementen via een herstelproject in een goede uitgangspositie gebracht te worden zodat ze daarna tegen relatief lage kosten beheerd te worden. Dit herstelproject kost € 100.000,-. Hiervoor dient krediet beschikbaar gesteld te worden. Dekking vindt plaats middels een beschikking over de algemene reserve vrij besteedbaar Voor het jaarlijks onderhoud dient vanaf 2021 een bedrag van € 15.000,- structureel op de begroting opgenomen te worden.
44
5. Overzicht doelen en maatregelen Doel
Maatregel
doorlopend / éénmalig
Ruimte om te genieten
Recreatieve zonering
doorlopend
Recreatieve maatregelen Grootmeer
éénmalig
2021
gedekt via provinciale subsidie (wordt separaat voorgelegd aan de raad)
Plaatsing bankjes
éénmalig
2021
gedekt via project 'Dorpen maken het verschil'
Aanpassen wandelroutes Duizels Bos
doorlopend
2030
gedekt via bosexploitatie
Aanleg en onderhoud speelbossen
doorlopend
Aanleg arboretumbos
doorlopend
Onderhoud vaste route evenementen
doorlopend
gedekt via bosexploitatie
Vrijwilligers - ondersteuning en cursussen
doorlopend
gedekt via bosexploitatie
Voorlichting en educatie Werving educatievrijwilligers
Inzetten op kwaliteitshout
Anticiperen op klimaatverandering
Werken aan biodiversiteit en natuurwaarden
gedekt via bosexploitatie 2030
gedekt via bosexploitatie
éénmalig
2023
Vrij te maken incidentele middelen à € 5.000,-
Tegengaan ongewenste recreatie vervangen openstellingsborden
éénmalig
2021
Vrij te maken incidentele middelen à € 20.000,-
Tegengaan ongewenste recreatie blokkeren crossroutes en opknappen paden
éénmalig
2021
Vrij te maken incidentele middelen à € 15.000,-
Tegengaan ongewenste recreatie aanleg hondenloslooproutes
éénmalig
2021
Vrij te maken incidentele middelen à € 10.000,-
2022
Revitaliseren holle dennenbossen
doorlopend
gedekt via bosexploitatie
Behoud bosklimaat
doorlopend
gedekt via bosexploitatie
Actief verjongen
doorlopend
gedekt via bosexploitatie
Verbeteren leeftijdsopbouw
doorlopend
gedekt via bosexploitatie
Soortkeuze
doorlopend
gedekt via bosexploitatie en deels kostenloos via project Bosgroep Zuid / Bureau Van Nierop
Tegengaan verdroging - bosomvorming
doorlopend
gedekt via bosexploitatie
Tegengaan verdroging herstelmaatregelen
éénmalig
Afhankelijk van derden
kosten nog niet bekend
Bosbrandrisico - grendellijn A67
doorlopend
2030
gedekt via bosexploitatie
Bosbrandrisico brandsingels bebouwing
doorlopend
2030
gedekt via bosexploitatie
Bosbrandrisico - compartimentering
doorlopend
2030
gedekt via bosexploitatie
2021
Monsternames
doorlopend
gedekt via bosexploitatie
Rijk-strooiselsoorten
doorlopend
gedekt via bosexploitatie en deels kostenloos via project Bosgroep Zuid / Bureau Van Nierop
Toepassen steenmeel
éénmalig
2024
kostenloos via project Bosgroep Zuid / Bureau Van Nierop
Natuurgebieden chopperen
éénmalig
2024
kostenloos via project Bosgroep Zuid / Bureau Van Nierop
Meer dood hout
doorlopend
Aanleg Netwerk Oude, Aftakelende en Dode bomen (NOAD)
éénmalig
Aanleg lanen
doorlopend
gedekt via bosexploitatie
Prunusbestrijding
doorlopend
gedekt via bosexploitatie
Omvormen natuurbossen
doorlopend
gedekt via bosexploitatie
Beheer grootschalige natuurterreinen
doorlopend
gedekt via bosexploitatie
Beheer Grootmeer
doorlopend éénmalig
gedekt via bosexploitatie gedekt via provinciale subsidie (wordt separaat voorgelegd aan de raad)
Beheer ecologische verbindingszones
doorlopend
2020-2022 gedekt via incidenteel krediet 'Aanvullende uitvoering Groen Loont!'. Vanaf 2023 € 16.000,- structureel op te nemen in de begroting
Omvormen hoogspanningstracé
éénmalig
Overleg aanpassen faunabeheer Behoud en beheer van ons landschap
gedekt via bosexploitatie
2023
Bosbrandrisico - in kaart brengen bluswatervoorzieningen Tegengaan gevolgen stikstofdepositie
Financieel
Voorlichting en educatie plaatsing informatieborden
Tegengaan ongewenste recreatie Benaderen plaatsers geocaches Maximaliseren koolstofvastlegging
Gereed
Uitvoeren beheerplan landschapselementen In kaart brengen ontbrekende landschapselementen
gedekt via bosexploitatie 2024
2030
kostenloos via project Bosgroep Zuid / Bureau Van Nierop
gedekt via bosexploitatie
2022 Eénmalig € 100.000,- beschikbaar stellen voor een herstelproject. Vanaf 2021 € 15.000,- structureel op te nemen op de begroting voor jaarlijks beheer en onderhoud.
doorlopend 2021
45
Bijlage 1 – Kaartbijlage
46
47
48
49
50
51
52
53
54
Bijlage 2 – Beheerplan landschappelijke elementen
55
Bijlage 3 – Beheerplan ecologische verbindingszones
56