[20.13800] - Bijlage 9 Beleidsplan gemeentelijke bos- en natuurterreinen 2021-2030
Tekst van het document
Beleidsplan
Gemeentelijke bos- en natuurterreinen 2021-2030
1
Inhoud Inleiding.............................................................................................................................................................. 3 Doel beleidsplan ............................................................................................................................................. 3 Samenvatting ................................................................................................................................................. 3 1. Hoe gaat het met onze bos- en natuurterreinen? .......................................................................................... 4 Welke terreinen hebben we in beheer? ......................................................................................................... 4 Terugkijken naar de afgelopen beheerperiode (2011-2020). ...................................................................... 14 Bosinventarisatie .......................................................................................................................................... 17 Recreatie ...................................................................................................................................................... 20 2. Visie – wat willen we bereiken? ...................................................................................................................
22 Stip op de horizon ........................................................................................................................................ 22 Ruimte bieden om te genieten ..................................................................................................................... 23 CO2 vastleggen ............................................................................................................................................ 23 Inzetten op kwaliteitshout voor een duurzame economie ............................................................................ 23 Anticiperen op klimaatverandering ............................................................................................................... 24 Tegengaan gevolgen stikstofdepositie ......................................................................................................... 24 Werken aan biodiversiteit en natuurwaarden............................................................................................... 25 Behoud en beheer van ons landschap ........................................................................................................ 25 Versnippering tegengaan ............................................................................................................................. 25 3.
Beheer - Wat gaan we de komende tien jaar doen? ................................................................................... 27 Indeling bosdoeltypen .................................................................................................................................. 27 Werkblokken ................................................................................................................................................ 31 Ruimte om te genieten ................................................................................................................................. 31 CO2 vastleggen ............................................................................................................................................ 35 Inzetten op kwaliteitshout voor een duurzame economie ............................................................................ 36 Anticiperen op klimaatverandering ............................................................................................................... 36 Tegengaan gevolgen stikstofdepositie ......................................................................................................... 38 Werken aan biodiversiteit en natuurwaarden...............................................................................................
39 Behoud en beheer van ons landschap ........................................................................................................ 41 4. Financiën ..................................................................................................................................................... 43 Kostenneutraal beheer grootschalige bos- en natuurgebieden ............................................................... 43 Verhogen bestemmingsreserve egalisatie bossen .................................................................................. 43 Subsidieregeling Biodiversiteit en leefgebieden ....................................................................................... 43 Eénmalige investeringen in de bos- en natuurterreinen........................................................................... 44 Ecologische verbindingszones ................................................................................................................. 44 Landschappelijke elementen .................................................................................................................... 44 5. Overzicht doelen en maatregelen ................................................................................................................
45 Bijlage 1 – Kaartbijlage .................................................................................................................................... 46 Bijlage 2 – Beheerplan landschappelijke elementen ....................................................................................... 55 Bijlage 3 – Beheerplan ecologische verbindingszones ................................................................................... 56
2
Inleiding Doel beleidsplan De gemeente Eersel is eigenaar van ongeveer 1.200 hectare bos- en natuurterrein en landschapselementen. De gemeente heeft daarvan 922 hectare zelf in beheer. Het overige deel is in erfpacht uitgegeven aan Staatsbosbeheer. De De terreinen van de gemeente bestaan uit een aantal grotere, aaneengesloten bos- en natuurgebieden, uit een aantal ecologische verbindingszones en daarnaast uit een heleboel verschillende kleine landschapselementen Bij elkaar beslaan deze terreinen meer dan 10% van de oppervlakte van het grondgebied van onze gemeente. Dat maakt dat het van belang is om te bedenken hoe we met onze gebieden om willen gaan. Daarom geeft dit beleidsplan aan welke doelen we met deze terreinen willen bereiken, en geeft kaders voor het beheer voor de komende tien jaar. Dit doen we nu voor het eerst voor alle bos- en natuurterreinen, ecologische verbindingszones en landschapselementen samen. Zo kunnen we met één beleidsplan de komende tien jaar vooruit.
Samenvatting De gemeentelijke bos- en natuurterreinen liggen er in algemene zin goed bij. Dit is een gevolg van een jarenlang consistent beheer. Uitzondering zijn de grotere, nattere natuurgebieden Rouwven, Hoolven en Leemskuilen omdat deze sterk aan het verdrogen zijn. Ook de landschapselementen gaan in kwaliteit achteruit, door gebrek aan beheer. De doelstellingen uit de vorige bosnota zijn grotendeels gehaald. Alleen met name het tegengaan van ongewenste recreatie is niet gelukt. Dit is ook terug te zien in resultaten van het inwonerspanel: wildcrossen en loslopende honden zijn de grootste ergernissen van bezoekers in onze bossen. De komende tien jaar willen we 8 doelen bereiken:
Ruimte bieden om te genieten. CO2 vastleggen. Inzetten op kwaliteitshout voor een duurzame economie. Anticiperen op klimaatverandering. Tegengaan gevolgen stikstofdepositie. Werken aan biodiversiteit en natuurwaarden. Behoud en beheer van ons landschap. Versnippering tegengaan.
Om dit te bereiken hebben we een aantal beheermaatregelen en acties geformuleerd. Deze gaan we de komende tien jaar uitvoeren. Een groot deel van deze maatregelen kan kostenneutraal via het bosbeheer uitgevoerd worden. Voor een aantal acties zijn echter aanvullende investeringen nodig. Ook zal de gemeente structureel geld moeten vrijmaken voor het beheer van ecologische verbindingszones en landschappelijke elementen, om te zorgen dat ze hun functie behouden en het groene karakter van de gemeente behouden blijft.
3
1. Hoe gaat het met onze bos- en natuurterreinen? Welke terreinen hebben we in beheer? Grootschalige bos- en natuurterreinen Buikheide Tussen Vessem en Wintelre ligt de grootste boskern van de gemeente. Dit gebied bestaat hoofdzakelijk uit bossen, maar hierin zijn ook het natuurgebied Groot- en Kleinmeer gelegen en het heideterrein de Leemskuilen. Het Groot- en Kleinmeer is een recreatieve trekpleister in de regio. Het hele gebied wordt ook veel bezocht door inwoners van Vessem en Wintelre. Er lopen diverse gemarkeerde wandelroutes door het gebied. De bossen van de Buikheide zijn in de periode 1950-1965 aangeplant op de heidevelden tussen Vessem en Wintelre. Dit betekent dat de bossen vrij jong zijn en de oudere opstanden de eerste generatie bos vormen. Bij de heideontginningen zijn vooral naaldboomsoorten aangeplant. Bij recente verjongingen is afwisselend gekozen voor de aanplant van loofsoorten voor meer diversiteit en naaldsoorten voor houtproductie. In de periode 2011-2020 is er veel verjongd om een meer evenwichtige leeftijdsopbouw in het bos te krijgen. Groot- en Kleinmeer Het Groot- en Kleinmeer uit twee vennen met daaromheen heide en struwelen. Dit natuurgebied is vanwege het voorkomen van zijn grote en gezonde populatie oeverkruid opgenomen binnen het Natura2000 gebied Kempenland-West.
In 2017 is in het gebied circa 3 hectare met watercrassula afgegraven en opnieuw aangeplant met oeverkruid uit het Grootmeer. Op dit moment komt watercrassula nog op enkele plaatsen binnen het terrein voor maar de natuurlijke vegetatie lijkt de concurrentie ten opzichte van deze invasieve exoot te winnen. In het gebied komen ook veel libellen en juffers voor, waaronder de bruine korenbout, de vuurlibel, zadellibel en zuidelijke keizerlibel. Vanwege het peilbeheer ondervindt het ven weinig gevolgen van de huidige verdroging. Hierdoor heeft het gebied ook grote waarde voor water- en rietvogels. Daarnaast wordt het ven en de directe omgeving ook veelvuldig gebruikt door verschillende soorten vleermuizen. Hierbij zijn onder andere structurele waarnemingen bekend van meervleermuis.
Deelgebied Rouwven Leemskuilen Buikheide Groot- en Kleinmeer Hoolven De Haagdoorn Duizels Bos Knegselsche Heide Wolfhoekse Heide Bussereindse Heide De Tasbroeke Kleingoor Grootgoor Overige Bos- en Natuurterreinen
Oppervlakte (ha.) 19,3 21,3 188,4 33,6 49,7 17,3 45,3 33,6 51,8 58,4 13,8 4,7 17,6 299,5
EVZ Boterpad EVZ OstelbeersedijkRouwven EVZ Bruggenrijt EVZ de Gender EVZ de Run
2,5
Landschapselementen Totaal
48,2 922,5
5,3 0,8 2,9 8,4
Het peilbeheer bestaat uit het water inlaten vanuit het nabijgelegen pompstation van Brabant Water. Door de hoeveelheid van deze inlaat door het jaar heen te laten varieren afhankelijk van de weersomstandigheden wordt een normaal peilverloop gecreëerd. Hierbij loopt het water via het Kleinmeer over in het Grootmeer waarna het weer naar de ondergrond infiltreert. Er zijn geen afwateringskanalen vanuit het ven waardoor al het water dat wordt ingelaten, met uitzondering van het deel dat verdampt weer terugstroomt naar de grondwaterlaag vanwaar het wordt opgepompt. De noodzaak van een dergelijk peilbeheer komt deels vanuit de aanwezigheid van hetzelfde pompstation. Doordat hier water voor drinkwater wordt opgepompt daalt de grondwaterstand tot onder de venbodem. Andere oorzaken van de verlaagde grondwaterstand zijn de grootschalige herinrichtingen van het omliggende gebied, zowel uit de bosbouw als de agrarische sector. Wanneer het peilbeheer niet gecontinueerd wordt zal het ven binnen enkele maanden droogvallen en totaal afhankelijk worden van regenwater. Hierdoor verdwijnen de huidige natuurwaarden, uiteraard als gevolg van verdroging, maar ook als gevolg van verzuring doordat de vennen volledig afhankelijk worden van neerslag. De Leemskuilen De Leemskuilen is een heideterrein wat geïsoleerd in de bossen van de Buikheide ligt.
Ook hier zijn de gevolgen van verdroging, verzuring en vermesting duidelijk waarneembaar aan de hand van de dominantie van
4
Het zeldzame heidekartelblad groeit nog op het Rouwven.
pijpenstrootje. Jaarlijks bloeien er nog één tot enkele exemplaren klokjesgentiaan. Om de dominantie van pijpenstrootje tegen te gaan wordt de pijpenstrootjesvegetatie gechopperd. Naast een heideterrein is de Leemskuilen ook als archeologisch monument belangrijk. De archeologische waarde bestaat uit de restanten van steenovens uit de 14e en 15e eeuw, en dit is ook mogelijk de verklaring voor de naam van het gebied. Ten alle tijden dienen deze elementen beschermd te worden en niet door werkzaamheden aangetast te worden. De restanten liggen ook in de omringende bossen. Rouwven Het Rouwven is een heideterrein dat tegen de Oirschotse Heide aanligt, en is het enige restant van de relatief vochtige heidevelden ten noorden van Wintelre. Het overige deel is in de periode 1950-1955 ontgonnen. Dit terrein is 14 ha groot, en hier leven o.a. nog klokjesgentiaan, heidekartelblad, levendbarende hagedis, en moerassprinkhaan. De heikikker en het gentiaanblauwtje zijn door verdroging helaas uit het gebied verdwenen. Om de heidevegetatie te herstellen, vergrassing tegen te gaan en om te proberen het leefgebied van het toen nog aanwezige gentiaanblauwtje te vergoten, zijn de afgelopen tien jaar grotere en kleinere plagplekken aangelegd, zijn er stroken gechoppered, is heide gemaaid.
Ook is plaatselijk kalk en steenmeel toegepast op plag- en chopperplekken om de verzurende effecten van de stikstofdepositie tegen te gaan. Door deze maatregelen heeft dit relatief kleine terrein toch een hoge diversiteit kunnen behouden. Aangrenzend aan het Rouwven is de bosrand langs de Oirschotse Heide op moment van schrijven nog in eigendom van de gemeente. Er lopen nu gesprekken met het Rijksvastgoedbedrijf over een grondruil, waarmee de gemeente o.a. een perceel aangrenzend aan het Rouwven zal verwerven. Daarmee kan een eerste stap gezet worden naar hydrologisch, en dus ook ecologisch, herstel van dit gebied. Hoolven en omgeving Ten westen van Vessem ligt een enigszins versnipperd bosgebied, waarin een drooggevallen ven ligt, het Hoolven. Het ven is omgeven door met name dennenbossen. In de omgeving van het Hoolven liggen verspreid enkele kleinere boskernen. Alle boskernen, inclusief het Hoolven, maakten tot circa 1955 deel uit van de Landschotse Heide. In de periode 1955-1965 is het gebied ontgonnen en zijn de bossen aangeplant. In 2011 heeft er een herstelproject bij het Hoolven plaatsgevonden waarbij de oorspronkelijke venbodem weer
5
6
7
is vrijgegraven, zodat het biotoop van het ven hersteld kon worden. Helaas is het gebied dusdanig verdroogd dat het ven voor het grootste deel van het jaar droog staat. Desondanks biedt het gebied een groeiplaats aan een aantal typische soorten van vochtige tot natte heide, zoals kleine zonnedauw en moeraswolfsklauw. In het verleden kwam hier ook een populatie heikikkers voor, maar deze is door verdroging mogelijk uitgestorven. Deze verdroging heeft er wel voor gezorgd dat de populatie kleine zonnedauw en moeraswolfsklauw is gegroeid; het leefgebied van deze oeverplanten is immers vergroot. In het gebied wordt structureel houtachtige opslag verwijderd om het gebied open te houden. Knegselse Heide / Wolfshoekse Heide Ten westen van Knegsel beheert de gemeente de bossen rondom de Urnenweg. Dit is de voormalige Knegselse Heide. Tussen Knegsel en Steensel heeft de gemeente een deel van de bossen in beheer. Dit is de Wolfshoekse Heide. De overige bossen zijn daar eigendom van particulieren en de gemeente Veldhoven. Zowel de Knegselse als de Wolfshoekse Heide bestaan vooral uit droog productiebos, dat in de periode 1900-1050 is aangelegd op heide. Een klein gedeelte van de Knegselse Heide dat tegen de kern van Knegsel aanligt is waarschijnlijk vrijwel altijd bos geweest. Dit deel was in gebruik als boerengeriefbosje.
Dat geldt ook voor de bossen tegen de kern van Steensel aan, maar die bossen zijn vooral in eigendom van particulieren. De gemeente bezit vooral de heideontginningen. In de bossen ten noorden van Steensel, de Wolfshoekse Heide, liggen aan weerszijden tegen de snelweg aan. Deze bossen waren in erfpacht bij Staatsbosbeheer, maar deze overeenkomst is in 2018 ontbonden. Hierin bevindt zich ook het Haoneven. Dit zijn drie vennen die gevoed worden door kwelwater. Het ven is opgeknapt door de vrijwilligers van Initiatief Natuur Steensel en bevat een grote diversiteit aan planten van de vochtige heide. Enkele voorkomende soorten zijn wilde gagel, moerashertshooi, moeraswolfsklauw, kleine zonnedauw, koningsvaren en diverse biezensoorten. Op de drogere delen rond het ven komt o.a. ook stekelbrem en brede wespenorchis voor. Initiatief Natuur Steensel is ook bezig om in de bossen in de buurt van het Hoaneven een speelbos te maken. Kleingoor / Grootgoor Langs de Gender en de Run liggen twee moerasbossen, resp. het Kleingoor en het Grootgoor. Beide bosjes zijn tussen 1950 en 1960 ontstaan in moerassige laagtes langs de beken, die waarschijnlijk tot die tijd in gebruik waren als nat hooiland. Het Kleingoor is nu een elzenbroekbos, waarin naast zwarte els ook zachte berk en verspreid enkele eiken voorkomen. Deze is redelijk aan het verdrogen als gevolg van de waterhuishouding op de golfbaan.
In het gebied komt nog een enkele koningsvaren voor. Ook is het bos een leefgebied voor de kleine bonte specht. Het Grootgoor is een beter ontwikkelt broekbos, vooral als gevolg van de hogere waterstand, alhoewel ook dit gebied te lijden heeft van verdroging. In het gebied komen onder andere wilde gagel en geoorde wilg
Oude hakhoutstoven in het Grootgoor.
8
voor. De komende jaren zal de omgeving van het Grootgoor gaan veranderen, aangezien waterschap De Dommel een waterberging rondom de Run gaat aanleggen. Daarbij zullen waterlopen ook worden aangepast. Tevens wordt in de omgeving van het Grootgoor op diverse plekken nieuwe natuur aangelegd, onder andere op een nieuw landgoed wat tegen het bosgebied aan komt te liggen. Bussereindse Heide / de Tasbroeke Ten zuidoosten van Steensel ligt een boscomplex wat ten dele in eigendom is van de gemeente Eersel. Het overige deel is eigendom van particulieren of van gemeente Veldhoven. De bossen die in particuliere handen zijn, zijn veelal oude boerengeriefbosjes. De bossen van de gemeentes zijn de heideontginningen. De bossen zijn gelegen op de stuifzandrug tussen de beekdalen van de Run en de Gender. Dit maakt dat de bodem vrij droog en arm is. De bossen bestaan vooral uit grove den, Amerikaanse eik en douglasspar. De bossen waren sinds 1980 in erfpacht bij Staatsbosbeheer. In 2018 is de erfpacht voor deze bossen ontbonden. Haagdoorn Rondom industrieterrein De Haagdoorn liggen ook gemeentelijke bossen. Dit is een belangrijk uitloopgebied voor Eerselnaren. In het gebied ligt een voormalige Joodse begraafplaats. Aan de randen van dit gebied bevindt zich één van de laatste groeiplaatsen van de zeldzame grote bremraap in Nederland.
Duizels bos De Haagdoorn Tussen de A67 en De Donksbergen ligt het Duizels Bos. Dit is een vrij nat bosgebied waar de Kleine Beerze ontspringt. De bossen zijn rond 1930 aangelegd op rabatten. Dit bos wordt vrij druk bezocht, maar biedt door het vochtige karakter wel veel potentie voor het verhogen van de natuurwaarden. In het bos zijn ook franjestaarten waargenomen. Deze vleermuizen leven vooral in oudere, goed ontwikkelde bossen. Het is één van de weinige bossen van de gemeente waar bosbes in grote hoeveelheden voorkomt. Ook deze bossen waren in erfpacht bij Staatsbosbeheer en zijn in 2018 weer in beheer bij de gemeente gekomen. Ecologische Verbindingszones (EVZ’s) De gemeente beheert een aantal ecologische verbindingszones. De doelen van deze EVZ’s en het beheer is omgeschreven in het beheerplan Ecologische Verbindingszones (bijlage 1). EVZ De Gender Langs de Gender is in 2015 door de gemeente en diverse particuliere grondeigenaren met behulp van diverse subsidieregelingen een ecologische verbindingszone aangelegd. De soortenrijkdom van het Genderdal is hierdoor sterk toegenomen, en tegelijkertijd zijn er aantrekkelijke ommetjes vanuit het dorp Steensel mogelijk gemaakt. EVZ De Run In 2018 is de Ecologische Verbindingszone langs de Run tussen de weg Zandhoef (Bergeijk) en Eerdbrand (Eersel) aangelegd. Het gaat om een 25 meter breed strook aan één zijde van de Run.
Het waterschap heeft ervoor gekozen om de gekanaliseerde beekloop in stand te houden en dus niet te hermeanderen. Het gebied bestaat uit een afwisseling van droge en vochtige bloemrijke graslanden, struwelen en bosschages, poelen en plas-draszones. De gemeentes Bergeijk en Eersel zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het beheer van dit gebied. Beheermaatregelen wordt uitgevoerd door de Runboeren, en groep boeren uit de omgeving van de EVZ. Basis voor het beheer is de beheer- en onderhoudsrichtlijn van het waterschap (BOR). Het gebied heeft zijn korte bestaan al een heleboel soorten weten aan te trekken. Doelsoorten van het gebied zijn de heikikker, de bandheidelibel, de veldparelmoervlinder en weidevogels als de wulp. De wulp en veldparelmoervlinder hebben zich al in het gebied laten zien.
9
In het gebied zijn in 2019 informatieborden, en insectenhotel en een picknickbank geplaatst. Ook is het gebied opgenomen in het wandelknooppuntennetwerk. EVZ Rouwven Ten zuiden van het heideterrein Rouwven zijn twee landbouwpercelen in het kader van de herverkaveling Wintelre-Oerle in 2015/2016 ingericht als bos/struweel en kruiden- en faunarijk grasland. Samen vormen deze twee percelen een ecologische verbinding tussen de bossen van de Buikheide en het Rouwven / Oirschotse Heide. De kruiden- en faunarijke graslanden worden een deel van het jaar begraasd door ingeschaard vee. Mede dankzij de droogte van 2018, 2019 en 2020 beginnen de graslanden steeds kruidenrijker te worden, en vormen zo onder andere een belangrijke bron van nectar voor wilde bijen en hommels. De bossen en struweel vormen nu leefgebied voor onder andere de geelgors, maar dit zal langzaam veranderen naarmate het bos volwassener wordt. EVZ Boterpad Naast het Boterpad ligt een ecologische verbinding die bestaat uit graslanden, natuurakkertjes en kleine bosjes. Ook deze EVZ is in 2015/1016 aangelegd in het kader van de herverkaveling Wintelre-Oerle en legt een verbinding tussen de kampenstructuren rondom Wintelre en de Oirschotse Heide. In het gebiedje komt de veldkrekel voor, en het vormt ook een leefgebied voor diverse boerenlandvogels.
EVZ Bruggenrijt Op de grens met de gemeente Veldhoven is wederom in 2015/2016 door de herverkaveling Wintelre-Oerle een ecologische verbinding langs de Bruggenrijt aangelegd. De verbinding is deels eigendom van de gemeente Eersel, deels van het waterschap, en aan de oostzijde van de Biemeren van de gemeente Veldhoven. Doelsoorten van de EVZ zijn de kamsalamander, die in poelen in de omgeving voorkomt, en de knoflookpad, die in het verleden op het vliegveld is waargenomen. Het gebied op Eersels grondgebied bestaat uit rijke en schrale graslanden, twee poelen, en struwelen en ruigtes. De gemeente Eersel neemt in haar beheer ook een klein deel van het waterschapseigendom mee.
Het Icarusblauwtje in de ecologische verbindingszone langs De Gender.
10
Landschapselementen De gemeente Eersel heeft circa 48 hectare aan landschapselementen in eigendom. De landschappelijke elementen liggen binnen de gemeente in verschillende landschapstypen (beekdalen, oude cultuurgronden en jonge heideontginningen) en daarbij ook op verschillende groeiplaatsen. Het gaat om houtsingels, houtwallen, struweelhagen en kleine bosjes. Een deel van deze elementen was begin 20 e eeuw al aanwezig. Sommige delen, o.a. rondom Knegsel, zijn mogelijk al eeuwenoud. Aan weerszijden van de Hemelrijksestraat in Wintelre zijn in 2015 de originele kampenstructuren opnieuw aangeplant in het kader van de herverkaveling Wintelre-Oerle. Een omschrijving van de landschapselementen, de doelen en het beheer zijn beschreven in het Beheerplan Landschappelijke Elementen Gemeente Eersel (Bijlage 2). Algemeen beeld is wel dat de landschapselementen door gebrek aan beheer achteruitgaan. De soortensamenstelling verarmt, de leeftijdsopbouw is te uniform, er ontstaat overlast voor naastgelegen eigenaren, en er zijn meerdere gevallen waarbij landschapselementen illegaal zijn verwijderd.
11
12
13
Terugkijken naar de afgelopen beheerperiode (2011-2020). Algemeen De gemeente voert al enkele decennia een consistent beheer, gericht op de ontwikkeling van bos wat past bij de bodem en dus meer in de richting van de potentieel natuurlijke vegetatie (PNV). Daarnaast is er ook altijd de keuze gemaakt dat het bos kostenneutraal beheerd moet worden, waardoor het beheer ook altijd voor een deel gericht is geweest op houtkwaliteit en de beschikbaarheid van te oogsten bomen. De laatste tien jaar is er wel meer aandacht geweest voor het ontwikkelen van natuurwaarden, zowel in de bossen als in de natuurterreinen. Dit is terug te zien in de bossen; ze worden steeds gevarieerder. Bij de natuurterreinen valt ook te zien dat beheermaatregelen vruchten afwerpen. Zo kan bijvoorbeeld het heidekartelblad op het Rouwven kan zich door specifiek maaibeheer goed in stand houden. In de periode 2011-2020 zijn meerdere zeer droge jaren geweest. De invloed hiervan is terug te zien in de bos- en natuurterreinen. Meer bomen zijn doodgegaan. Vrijwel alle fijnsparren of andere picea-soorten zijn afgestorven door aantasting met letterzetter, een bastkever. Maar ook soorten als Douglasspar of lariks kenden een hoge sterfte. Naast sterfte heeft de droogte ook gezorgd voor een verlaagde bijgroei; uit de bosinventarisatie blijkt dat jaarringen erg dun zijn.
De droogte is ook merkbaar geweest in de natuurgebieden, en dan vooral de nattere. Dit had met name gevolgen voor het Rouwven. Dit gebied, waar de hydrologische situatie nog steeds erg slecht is, is vrijwel volledig drooggevallen. Gevolg hiervan is geweest dat de toch al kwetsbare populatie gentiaanblauwtjes daar volledig is uitgestorven. Ook zijn er nu geen heikikkers meer aanwezig. Gelukkig heeft de populatie moerassprinkhanen zich tot nog toe wel nog kunnen handhaven. Bij het Grootmeer heeft Brabant Water veel water moeten inlaten om te voorkomen dat het gebied droog zou vallen na het inplanten van oeverkruid ter bestrijding van de invasieve exoot watercrassula. Areaaluitbreiding In de periode 2011-2020 zijn een aantal ecologische verbindingszones (EVZ’s) aangelegd. In totaal gaat het om een oppervlakte van circa 20 hectare. Daarnaast zijn in de herverkaveling Wintelre-Oerle oude kampenstructuren hersteld. Dit zijn de struweelhagen die in het oude Kempische landschap om de akkerpercelen stonden. Deze structuren waren deels al eigendom van de gemeente. In totaal gaat het om circa 12 hectare. De grootste areaaluitbreiding heeft plaatsgevonden door de gedeeltelijke ontbinding van de erfpachtovereenkomst met Staatsbosbeheer. Deze erfpachtovereenkomst is in 1980 door de toenmalige gemeente Eersel voor haar bosbezit is afgesloten.
Door de gedeeltelijke ontbinding is het areaal bos in 2018 met 195 hectare vergroot. Doelstellingen bosnota 2011-2020 In de Bosnota 2011-2020 zijn een aantal doelstellingen geformuleerd. Hieronder wordt per doelstelling kort aangegeven of deze is gehaald of niet.
Houtteelt en houtoogstdoelstellingen Vrijstellen van kwalitatief goede en vitale bomen
In stand houden op lange termijn van het aandeel oogstbaar bos
Bij het uitzetten van dunningen is, waar mogelijk, gewerkt met toekomstbomen. Deze bomen zijn vrijgezet voor optimale groei. De afgelopen beheerperiode is werk gemaakt van het verbeteren van de leeftijdsopbouw van het bos, door bewust te oogsten in bepaalde leeftijdklassen en daar te verjongen. De leeftijdsopbouw is daardoor verbeterd.
Om de kwaliteit van verjongingen te garanderen zijn de meeste verjongingsvlakken actief ingeplant. Dit garandeert een betere verjonging dan natuurlijke verjonging. Bij dit aanplanten zijn aan te planten soorten en Bevorderen kwaliteit verjongingen herkomsten ook bewust geselecteerd. t.b.v. de houtteelt Het aandeel Japanse en Europese Lariks in de kroonlaag is gestegen van 8,1% in 2010 naar 9,3% in 2020. Het aandeel Douglasspar is gestegen Instandhouden aandeel uitheemse van 8,1% in 2010 naar 10,1% in 2020. Ook het aandeel Abies grandis is kwaliteit soorten vanwege goede hout- licht gestegen. Douglas maakt ook 33% uit van de recente verjongingen. productie Naast Douglasspar zijn ook Lariksen en Thuja’s aangeplant.
14
Natuurdoelstellingen Verdere toename van het aandeel gemengd bos
Bij verjongingen is in de meeste gevallen een menging van soorten aangeplant. Dit zijn deels inheemse soorten die nu nog niet in onze bossen voorkomen, en die zich in de toekomst kunnen verspreiden.
Toename van het aandeel inlandse loofboomsoorten in het natuurbos
De afgelopen beheerperiode is gekozen voor het actief verjongen en bevoordelen van zomereik, omdat deze soort door de hoge wilddruk moeilijk natuurlijk verjongt. Het aandeel zomereik in de kroonlaag is dan ook gestegen van 13,6% naar 14,2%. Door de actieve bestrijding van Amerikaanse vogelkers, een soort met grote concurrentiekracht, hebben inheemse struiksoorten zich goed kunnen handhaven of zelfs uitbreiden.
Toename van het aandeel dood hout, zowel staand als liggend
Het aandeel staand dood hout dikker dan 30 cm is nog steeds erg laag. 87% van het bos heeft 0-1 dode boom per hectare, terwijl de doelstelling 4 dikke dode bomen per hectare is. Met de totale hoeveelheid dood hout zit met ca. 11 m3/ha worden de minder veeleisende schimmels en dieren van dood hout leven bedient, maar voor een meer volledig biodiversiteit is 30 m3/ha noodzakelijk.
Verbeteren van de structuur, met name door verbeterde verticale structuur en verhoging van het aandeel open bos en bosranden.
Het aandeel open bos is gestegen van 20% naar 39%. Het aandeel zeer open bos is gestegen van 5% naar 36%. Het aandeel struikvormers in de bossen is daardoor ook gestegen. Er zijn ook op een aantal plekken actief bosranden gevormd.
Verbeteren overgangen open terreinen Op een aantal locaties zijn actief bosrandzones gevormd. Hier zijn in naar bos een aantal gevallen ook daarbij behorende soorten aangeplant. Zowel bij het Rouwven als bij de Leemskuilen en het Grootmeer zijn heidevegaties de afgelopen periode geplagd, gechoppered en afgegraven om de gebieden voedselarmer te maken. Verschralen open natuurterreinen Het Hoolven is in 2011 verdiept tot de oorspronkelijke venbodem. Door de grote drooglegging in de omgeving en een aantal droge jaren heeft dit nog niet tot herstel van het ven geleid. Bij het Rouwven zijn geen hydrologische maatregelen getroffen. De situVerbeteren hydrologische situatie open atie is daar nog steeds slecht, en heeft zelfs geleid tot het uitsterven van natuurterreinen de daar aanwezige populaties van de heikikker en het gentiaanblauwtje.
Recreatiedoelstellingen Verbeteren van geleiding, o.a. door het creëren van een nieuwe parkeerplaats Bij het Grootmeer is een parkeerplaats aangelegd en zijn wandelroutes en routegebonden recreatie bij het uitgezet. In andere boskernen is er echter geen geleiding. Grootmeer.
Voorlichting aan inwoners van de gemeente over het bosbeheer
In het begin van de beheerperiode zijn een aantal excursies gegeven rondom de houtoogst. Verder zijn er geregeld berichten gepubliceerd in de gemeentelijke nieuwskanalen. Recreanten hebben in onderzoek aangegeven dat meer informatieborden over beheer in het gebied wenselijk zijn.
15
Er is veel werk gemaakt van het plaatsen en herstellen van slagbomen en openstellingsborden. Er zijn echter veel klachten over wildcrossers en er zijn zeer veel loslopende honden. Ook zijn er op een aantal locaties ongewenste geocaches geplaatst. Bij het Grootmeer leidt de vele betreTegengaan ongewenste vormen van re- ding van de oevers tot aantasting van de oevervegetatie, en brengt dus de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura2000-gebied in gevaar. creatie
Beter inzichtelijk maken recreatief gebruik bosgebied
Aanbieden grote diversiteit van routes voor diverse doelgroepen
In 2019 hebben studenten van de WUR tellingen gedaan en interviews afgenomen bij bezoekers van het gebied. Ter voorbereiding van voorliggend beleidsplan is via het inwonerspanel inzicht gekregen in het recreatieve gebruik. Er zijn diverse kortere en langere wandelroutes in de gebieden. Ook lopen routes van het wandelknooppuntennetwerk door de gebieden van de gemeente. Er zijn ook enkele mountainbikeroutes aanwezig. Het recent aangelegde ruiter- en menroutenetwerk loopt ook ten dele door de gemeentelijke bos- en natuurterreinen. De aanleg van een rolstoelpad rond het Grootmeer is in voorbereiding.
16
Bosinventarisatie Resultaten bosinventarisatie bossen Gemeente Eersel Om de staat van de huidige bossen in kaart te brengen is een bosinventarisatie uitgevoerd. Er is een Systematische Bosbouwkundige Inventarisatie (SBI) uitgevoerd voor een deel van het gebied. Dit betreft de bo en er is een afdelingsgewijze inventarisatie voor de gehele bosoppervlakte uitgevoerd. Hieronder zijn de belangrijkste conclusies weergegeven.
Er is minder hout in de bossen, en er groeit minder hout bij. De gemiddelde houtvoorraad per hectare is afgenomen. Ook de bijgroei is gedaald (zie tabel 1). Dit is een direct gevolg van de maatregelen om de leeftijdsopbouw van het bos meer gelijk te krijgen; in afdelingen met een leeftijd die oververtegenwoordigd was is meer geoogst, en er is ruimte gemaakt voor verjonging. Op de Buikheide is ooit een productieboskern ingericht die voldoende hout zou moeten kunnen leveren om het bosbeheer binnen de gemeente te financieren. Met de huidige bijgroei kan in deze boskern jaarlijks niet meer dan 1.363 m3 geoogst worden, uitgaande van 100% oogst. Bij gelijkblijvende houtprijzen is dit onvoldoende om het bosbeheer te financieren. Een mogelijkheid is het inrichten van een tweede productieboskern in de voormalige erfpachtbossen. Er kan wel een vertekend beeld in de bijgroeicijfers zitten. De periode 2006-2020 heeft een aantal (zeer) droge jaren gekend. Daardoor zijn de jaarringen van bomen kleiner. Aangezien de bijgroei mede aan de hand van jaarringen berekend wordt, kan dit invloed hebben op het bijgroeigetal.
Voorraad (in m3/ha/jaar) Bijgroei (in m3/ha/jaar)
2001 133 6,4
2006 174 7,3
2020 141 4,5
De boomsoortensamenstelling is beperkt veranderd. De boomsoortensamenstelling is slechts licht gewijzigd ten aanzien van 2010. De boomsoorten Douglasspar en zomereik zijn licht toegenomen, en Amerikaanse eik, berk en grove den zijn licht afgenomen. Dit is in lijn met gewenste veranderingen. Om echt structurele gewenste veranderingen in de soortensamenstelling voor elkaar te krijgen, zal de komende decennia consequent vastgehouden moeten worden aan de soortensamenstelling per bostype.
BOOMSOORTENSAMENSTELLING BOSSEN GEMEENTE EERSEL beuk fijnspar 1,4% 1,5% corsicaanse en oostenrijkse den 7,2%
abies grandis 1,2%
weimouthden overig loof 0,6% 0,6% overig naald 0,5%
jap. en europese lariks 9,3%
grove den 30,8%
amer. eik 10,1% zomereik 14,2% douglas 10,1%
berk 12,6%
17
De leeftijdsopbouw van het bos wordt steeds gelijkmatiger. Een gelijkmatige leeftijdsopbouw van het bos is belangrijk om ook in de toekomst verzekerd te zijn van voldoende oogstbaar hout. Bij de bosnota 2011-2020 was het een belangrijke doelstelling om te werken aan de ongelijke leeftijdsopbouw. Er is meer geoogst in bossen van 60-80 jaar oud, de meest voorkomende leeftijdsklasse. Ook is 10% van het bos verjongd.
Leeftijdsopbouw Aandeel in bedekking bos
45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% 1900-1919
1920-1939
1940-1959
2001
2005
1960-1979
2010
1980-1999
2000-2020
2020
Het bos wordt steeds opener en de bosstructuur is verbeterd. Een bos bestaat uit een boomlaag, een struiklaag en een kruidlaag (de bosbodem). De sluitingsgraad van de boomlaag in de Eerselse bossen is gedaald. Zie tabel 2. Dat maakt het bos opener en gevarieerder. Er zijn dan ook meer struikvormers gekomen. Dit is positief, want een gevarieerde bosstructuur zorgt ervoor dat veel verschillende dier- en plantensoorten in een bos kunnen leven. Door actieve bestrijding van Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik heeft ervoor gezorgd dat de struiklaag grotendeels uit inheemse soorten bestaat. Deze twee soorten hebben namelijk een grote concurrentiekracht en gaan zonder bestrijding heel gauw domineren. Overigens is een open bosstructuur niet altijd positief. Als er meer zonlicht op de bosbodem komt, kan de organische stof die daarin is opgeslagen versneld gaan mineraliseren. Dat betekent dat hieruit CO2 vrijkomt.
Categorie
Sluitingsgraad
2001
2010
2020
Dicht en zeer dicht bos
>100%
43%
18%
5%
Gesloten bos
80-100%
32%
57%
19%
Open bos
50-80%
20%
20%
39%
Zeer open bos
<50%
5%
4%
36%
100%
100%
100%
Verjongingen Uit diverse inventarisaties en waarnemingen blijkt dat de verjongingen in onze terreinen er goed bij staan. Dit komt voor een groot deel doordat we vaak gekozen hebben voor actieve aanplant, waarbij ook aandacht is geweest voor een goede manier van aanplanten en de keuze van het plantmateriaal. Natuurlijke verjonging loopt soms achter in ontwikkeling, vaak als gevolg van vergrassing.
Bosinventarisatie voormalige erfpachtbossen In de voormalige erfpachtbossen zijn in 2017 door de toenmalige beheerder, Staatsbosbeheer, nog metingen uitgevoerd. Ook zijn deze bossen meegenomen in de afdelingsgewijze inventarisatie. De belangrijkste conclusie uit deze onderzoeken zijn:
De voormalige erfpachtbossen bestaan vooral uit productiesoorten. Douglasspar, grove den en Corsicaanse/oostenrijkse den vormen 76% van de staande houtvoorraad. De opstanden met dikkere diameters bestaan ook met name uit Douglas en grove den.
18
Soortenverhouding staande voorraad erfpachtbossen Naald overig (WD+FS+SS) 3%
Loof overig (BU+TK) 3%
CD+OD 6%
BE AG 2% 2%
TS 0%
EI 5% DG 44%
AE 8%
GD 27%
De bijgroei in de voormalige erfpachtbossen is hoger dan in de overige bossen van Eersel. De geschatte bijgroei van de voormalige erfpachtbossen zit tussen de 5 en 6 m 3 per hectare, maar is op basis van metingen voorzichtigheidshalve op 4,75 m 3 bepaald. Dit is hoger dan de 4,5 m3 die gemeten is in de overige bossen van de gemeente. Dit valt ook te verklaren; een deel van de bossen staat op vruchtbaardere holtpodzolgronden,
De struiklaag is minder goed ontwikkeld en minder gevarieerd Bij 68% van de meetplots heeft de struiklaag slechts een bedekking van 10% of minder. Dit komt zeer waarschijnlijk doordat in een groot deel van de grove dennenbossen Amerikaanse eiken in de kroonlaag of als tweede boomlaag voorkomen. Zij belemmeren de groei van andere boom- en struiksoorten. De Amerikaanse eik is, samen met Amerikaanse vogelkers, ook dominant in de soortsamenstelling. Ter vergelijking: Amerikaanse vogelkers maakt in de voormalige erfpachtbossen 26% uit van de struiklaag, terwijl dit in de overige bossen van de gemeente slechts 0,4% is. Amerikaanse vogelkers, en ook Amerikaanse eik, zijn door hun dominantie slecht voor de biodiversiteit. Ze concurreren inheemse soorten weg. Bovendien heeft Amerikaanse vogelkers een slechte invloed op het bodemleven.
Bosbodem In 2019 hebben studenten van Wageningen Universiteit en Researchcentrum onderzoek gedaan naar o.a. de bodemkwaliteit van de bossen van de Buikheide 1. Hieruit is gebleken dat deze bossen een sterk verzurende bodem hebben. De pH varieert tussen de 3,8 en de 4,5, met een gemiddelde van 4,16. Dit is behoorlijk lager dan het gemiddelde Nederlandse bos op zandgrond (pH 4,4). Een zure bodem zorgt ervoor dat bomen en andere planten voedingstoffen minder goed kunnen opnemen. Ook komt het voor planten giftige aluminium vrij als de pH lager is dan 4,2. Dit is dus ook het geval in een groot deel van onze bossen. Aluminium zorgt ervoor dat de wortels van bomen minder goed groeien. Ook tast het bodemschimmels aan waar bomen mee samenwerken om voeding op te nemen. De verzuring leidt op die manier tot minder gezonde bossen, met onder andere een groter risico op windworp. Maar de verzuring werkt ook door in het hele bosecosysteem en tast zo de natuurwaarde en de biodiversiteit aan (zie ook hoofdstuk 2). De verzuring van de bosbodems is cumulatief. Dat betekent dat zonder ingrijpen de verzuring alleen maar erger wordt, doordat de bodem in onze streken zichzelf niet herstelt, bijv. vanuit het grondwater of door overstromende rivieren. In het genoemde studentenonderzoek is ook gekeken naar de hoeveelheid organische stof in de bodem.
Gemiddeld bevatten onze bosbodems 55 gram koolstof per kilogram bodem. Dat is aan de onderkant van wat normaal is in Nederland. Hieruit kan de conclusie getrokken worden dat de bosbodems op dit moment nog geen goede opbouw hebben, en dat het bodemleven beperkt is. De oorzaak hiervan is deels dat de bossen hier relatief kortgeleden (ca. 60-80 jaar) op heide geplant zijn, maar de verzuring zorgt ook voor een slechter bodemleven. "Focus on the Future of the forests of Eersel - Delivering building blocks for the Bosnota 2021”, Bienfait, L., Calogiuri, T., Jacobs, S., Kleisterlee, F., Kotorou, P., De Raaff, J., 2019. 1
19
Dit geeft wel aan dat er potentie is om meer koolstof vast te leggen in de bosbodem, waarmee we een bijdrage kunnen leveren aan het tegengaan van klimaatverandering. Dit vraagt wel om beheermaatregelen, omdat dit proces niet vanzelf gaat (zie hoofdstuk 3.).
Recreatie Voor het opstellen van deze beleidsnota zijn twee verschillende onderzoeken gedaan naar de hoeveelheid en het type recreatie in onze bossen, en de beleving van recreanten. Eén onderzoek is uitgevoerd in het najaar van 2019 door studenten van Wageningen Universiteit (Bienfait et al., 2019), en in het voorjaar van 2020 is via het inwonerspanel een enquête gehouden onder de inwoners van de gemeente. Over het algemeen zijn recreanten positief over de bos- en natuurterreinen van de gemeente Eersel. Ze geven een rapportcijfer tussen de 7 en de 8. De meeste recreanten wandelen of fietsen in de bossen. Men waardeert de afwisseling, alhoewel bijv. meer afwisseling in boomsoorten gewaardeerd wordt. Hieronder staan in het kort de belangrijkste resultaten weergegeven. Opgemerkt moet worden een deel van de respondenten van het inwonerspanel geen onderscheid maakt tussen de gebieden die in beheer zijn bij de gemeente Eersel en de terreinen van andere beheerders. Met name de Cartierheide (in beheer bij Staatsbosbeheer) wordt als onderdeel gezien van de bos- en natuurterreinen van de gemeente, en in mindere mate geldt dit ook voor het dal van de Kleine Beerze. In de antwoorden speelt de beleving van deze terreinen dus ook een rol.
Welke gebieden worden het meest bezocht? Het Grootmeer is het meest bezochte natuurgebied van de gemeente, gevolgd door de bossen rondom Knegsel en Steensel. Het Hoolven en omgeving wordt het minst bezocht. Vermoedelijk geldt dit ook voor alle kleinere bosjes die verspreid door de gemeente liggen. Bij het Grootmeer komen ook meer mensen van verder weg; gemiddeld wonen bezoekers op een afstand van 7,3 km. Dit gebied trekt ook bezoekers uit bijvoorbeeld Eindhoven en Veldhoven, in tegenstelling tot de andere bos- en natuurterreinen van de gemeente. Deze worden vooral bezocht door inwoners.
20
Welke activiteiten doen bezoekers in onze bossen? Het overgrote deel (89%) van de bezoekers in onze bossen komt om te wandelen. Fietsen - hiermee wordt niet mountainbiken bedoeld - neemt een goede tweede plaats in (58%). Zie de grafiek hieronder.
Wat waarderen recreanten het meest in onze bossen en natuurgebieden? Bezoekers vinden onze gebieden met name mooi en natuurlijk. Uit open antwoorden van het inwonerspanel blijkt dat ook de rust en de ruimte wordt gewaardeerd. Ook vindt een deel van de respondenten dat er veel en goede recreatiemogelijkheden zijn. In de open vragen komt ook een diverse keren terug dat ze het fijn vinden dat er zoveel bos- en natuurgebieden dichtbij huis zijn. Wat waarderen recreanten het minst in onze bossen? Respondenten van het inwonerspanel storen zich het meest aan gemotoriseerd verkeer in onze gebieden. Uit de antwoorden op open vragen komt naar voren dat dit met name gaat over wildcrossers, maar in een aantal gevallen worden ook de vele vliegtuigen als storend ervaren. Naast crossers storen bezoekers zich ook aan loslopende honden. De roep om meer handhaving komt herhaaldelijk naar voren. Er zijn echter nog een aantal zaken die bezoekers niet zo waarderen: - Er zijn te weinig bankjes. - Fietspaden in natuurgebieden zijn te smal. - De bossen zijn te monotoon. - Er is te weinig onderhoud; (half) omgewaaide bomen blijven liggen en na houtoogst zijn paden slecht en ligt er overal tak- en tophout. Welke verbeterpunten, suggesties en tips noemen recreanten? Veel verbeterpunten hangen samen met de hierboven genoemde zaken die bezoekers niet zo waarderen.
Het gaat dan vooral over meer handhaving, en over een meer natuurlijke beplanting in de bossen of meer ongerepte natuur. Tips die meerdere keren genoemd worden is dat de gemeente meer zou kunnen doen op het vlak van voorlichting en educatie, zowel met infoborden als educatie op scholen. Daarbij kan de gemeente meer gebruik maken van vrijwilligers, voor beheer maar ook voor voorlichting. Ook wordt een aantal keer genoemd dat de toegankelijkheid voor kinderwagens en rolstoelen verbeterd kan worden, en dat het goed zou zijn als de gemeente losloopterreinen voor honden aanlegt. Een enkeling vindt dat de gemeente op een paar plekken crossen mogelijk moet maken. Meer dan zestig procent van de respondenten van het inwonerspanel vindt dat de grootste focus bij het beheer van onze gebieden moet liggen op het vlak van natuur en biodiversiteit, maar het merendeel is wel van mening in het grootste deel van het bosareaal de functies natuur, recreatie en houtoogst gecombineerd moeten worden.
21
2. Visie – wat willen we bereiken?
Goed beheerde landschapselementen zorgen voor een aantrekkelijke omgeving om te leven en te recreëren.
Het beheren van bos en natuur is geen doel op zich; met het beheer willen we een bijdrage leveren aan een betere toekomst. Dat moeten we weldoordacht doen, omdat de gevolgen van beslissingen die we nu nemen vaak pas over 100 jaar hun volle effect laten zien. Het spreekwoord “boompje groot, plantertje dood” houden we dus goed in het achterhoofd. Hieronder geven we daarom aan waar we de komende tien jaar aandacht aan gaan geven. Hoe we dit gaan doen, beschrijven we in hoofdstuk 3.
Stip op de horizon We gaan werken aan bossen, natuurterreinen en landschapselementen die: bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering en de gevolgen daarvan, zorgen dat de natuurwaarden en biodiversiteit in onze gemeente toenemen en tegen een stootje kunnen, en onze inwoners en bezoekers een mooie en gezonde groene omgeving bieden. Dat betekent dat we de komende tien jaar de volgende doelen in onze bos- en natuurgebieden nastreven:
Ruimte bieden om te genieten. CO2 vastleggen. Inzetten op kwaliteitshout voor een duurzame economie. Anticiperen op klimaatverandering. Tegengaan gevolgen stikstofdepositie. Werken aan biodiversiteit en natuurwaarden. Behoud en beheer van ons landschap. Versnippering tegengaan.
Hieronder beschrijven wat we daarmee bedoelen.
22
Ruimte bieden om te genieten Bezoekers en inwoners waarderen onze gebieden. En dat is goed, want recreëren in de natuur is gezond en een belangrijke uitlaatklep voor veel mensen. Dat bleek bijvoorbeeld tijdens de corona-crisis, toen ook onze terreinen drukbezocht werden. We willen de ruimte om te genieten behouden en verbeteren. In eerste instantie kijken we naar kleinschalige verbeteringen in onze eigen terreinen. Maar we houden de deur open om in onze bos- en natuurterreinen ruimte te maken voor initiatieven die de vrijetijdseconomie in brede zin ondersteunen. Te veel of verkeerde recreatie kan echter ook afbreuk doen aan dit genieten, maar ook aan de natuurwaarden en de biodiversiteit. Daarom zetten we in op een goede recreatieve zonering. Dit is uitgewerkt in hoofdstuk 3.9. Ook gaan we een aantal loslooproutes aanleggen, waar hondenbezitters hun viervoeter niet aan de riem hoeven te hebben. Ongewenste recreatie gaan we tegen, en dan met name loslopende honden waar dat niet is toegestaan, en wildcrossen. We treffen maatregelen om dit gedrag te ontmoedigen en de handhaving makkelijker te maken. Genieten van de natuur.
Soms willen mensen ook evenementen organiseren in onze bossen. Vaak zijn dit fiets-, ruiter of wandeltochten. In ons evenementenbeleid zijn hier een aantal kaders voor opgenomen. Echter, voor de gemeente als terreinbeheerder is dit vrij kostbaar. We moeten die routes immers controleren op veiligheid en kwetsbare natuurwaarden. In de legesverordening van 2021 is daarom opgenomen dat we deze kosten in rekening kunnen brengen bij de organisator.
CO2 vastleggen Bossen leggen in hun ontwikkeling veel koolstof vast. Uiteraard geldt dit voor bosreservaten met een minimale verstoring. Maar ook productiebossen kunnen veel CO2 afvangen doordat koolstof wordt vastgelegd in de houtproducten. En hoe beter de houtkwaliteit, hoe langer de levenscyclus van houtproducten. Zo blijft koolstof langer gevangen in het hout van bomen die geschikt zijn om draagbalken voor huizen van te maken, dan in pallethout wat nog een keer gedowncycled wordt tot spaanplaat en na enkele jaren in de verbrandingsoven verdwijnt. Uit onderzoek (Bienfait et al., 2019) blijkt dat de huidige voorraad koolstof in de bodem van onze bossen aan de lage kant is. Er is dus een grote potentie om meer koolstof vast te leggen. We gaan daarom een groot deel van onze bossen zo beheren dat we de koolstofvastlegging maximaliseren. De aanleg van nieuw bos is ook een goede manier van om koolstof vast te leggen. Deze ambitie maakt onderdeel uit van het nieuw op te stellen uitvoeringsprogramma duurzaamheid. Dit kan gecombineerd worden met de aanleg van ecologische verbindingen of het verbinden van recreatieve routes. De locatie bepaalt wat voor soort bos we aanplanten. Naast bossen leggen ook andere natuurterreinen koolstof vast. Denk aan heidevelden, graslanden en veengebieden.
Daarbij is het wel belangrijk dat het beheer zo min mogelijk verstoring met zich meebrengt, en van oorsprong natte gebieden niet verdrogen. Dit laatste is echter helaas in veel van onze gebieden het geval, en daar zullen we dus aandacht aan moeten besteden.
Inzetten op kwaliteitshout voor een duurzame economie Met bos kan niet alleen CO2 vastgelegd worden. Bos kan ook helpen uitstoot van CO 2 te voorkomen. Door kwalitatief goed hout te telen, kunnen we de bouwsector een alternatief bieden voor beton en staal. Bij de productie van beton en staal wordt veel CO2 uitgestoten. Daarom gaan we een deel van het bosareaal inzetten voor hoogwaardige houtteelt. Er vindt op dit moment veel onderzoek plaats naar technieken om ook hout van slechtere kwaliteit in te zetten voor toepassingen in de bouw, bijvoorbeeld door verlijming of verduurzaming. Deze ontwikkelingen houden we natuurlijk in de gaten.
23
Anticiperen op klimaatverandering Het klimaat verandert. De temperatuur zal op zijn minst 1,5 ºC stijgen. Hoewel de totale hoeveelheid neerslag gelijk zal blijven, of misschien wel toe zal nemen, zullen er waarschijnlijk wel langere periodes van droogte voorkomen. Maar zeker in de zomermaanden is de kans op piekbuien ook veel groter. Dat betekent dat er zeer veel neerslag in korte tijd kan vallen. Voor onze bos- en natuurterreinen betekent dit het volgende:
Een aantal boomsoorten zullen in Nederland niet meer goed kunnen groeien. Denk bijvoorbeeld aan fijnspar. Daar staat tegenover dat de meeste soorten die van nature in Nederland voorkomen ook met een veranderend klimaat hier goed kunnen overleven. Het risico op bosbranden neemt toe. Natte of vochtige natuurgebieden krijgen meer met extremen te maken. Waterstanden zullen meer fluctueren. Dit heeft gevolgen voor de dieren en planten in deze gebieden. Een plant als klokjesgentiaan groeit op vochtige heide, vaak rondom vennen. Als de groeiplaats van deze soort het ene moment te droog is, maar het andere moment weer veel te nat, zal de soort uitsterven in dat gebied. Vaak ligt de sleutel dan in hydrologisch herstel en vergroting van het leefgebied. Er is een groter risico op plagen en aantastingen. Denk aan eikenprocessierups of schorskevers. Vooral bossen kunnen in een warmer klimaat extra aantrekkelijk worden voor inwoners en recreanten. Dat geldt voor wandelaars, maar op hete dag is het ook fijner spelen in speelbossen dan een open speelplaats.
We gaan ons beheer zo inrichten dat we hierop in kunnen spelen. We verkleinen de risico’s en zorgen dat onze bossen een plek worden waar mensen de hitte kunnen ontvluchten.
Vergrassing op het Rouwven als gevolg van stikstofdepositie.
Tegengaan gevolgen stikstofdepositie Ook in onze bos- en natuurterreinen zijn de gevolgen te zien van een overmatige stikstofdepositie. In de bossen verzuurt de bodem. Op veel plekken is de pH lager dan 4,2. Dit is net zo zuur als yoghurt. Ter vergelijking: voor een gezond, goed groeiend bos is een pH van minimaal 4,5 wenselijk. De lage zuurgraad zorgt er niet alleen voor dat essentiële voedingsstoffen (kationen) zoals calcium uitspoelen. Er komt ook aluminium vrij in de bodem, wat giftig is voor veel bomen en planten. Wortels sterven af en de essentiële samenwerking tussen wortels en bodemschimmels (mycorrhiza) wordt minder. De lage pH zorgt voor een lagere houtproductie, maar ook voor een groter risico op stormschade. Voor de natuur en de biodiversiteit heeft de stikstofdepositie ook gevolgen. Door de verzuring circuleert er te weinig calcium in het ecosysteem. Dit leidt tot te dunnen eierschalen en broze botten bij vogels. De grote hoeveelheid stikstof verandert ook de samenstelling van bladeren. Dat heeft gevolgen voor met name insecten die deze bladeren eten. Een rups kan zich bijvoorbeeld niet meer goed ontwikkelen tot vlinder, omdat er te weinig benodigde eiwitten zijn.
24
In de open natuurgebieden zoals het Rouwven, maar ook in verjongingsvlakken in de bossen, leidt de stikstofdepositie tot vergrassing en verruiging. Hierdoor worden zeldzamere planten van voedselarme milieus weggeconcurreerd, maar kunnen bijvoorbeeld ook sprinkhanen zich niet voortplanten omdat er geen zon meer op de bodem komt om hun eitjes te verwarmen. De komende tien jaar gaan we de gevolgen van de stikstofdepositie proberen te verzachten.
Werken aan biodiversiteit en natuurwaarden De gemeente Eersel wil helpen om de achteruitgang van biodiversiteit te stoppen en de natuurwaarden in haar gemeente te versterken. In het beleidsplan Groen Loont! (2017) en het duurzaamheidsbeleid (2017) wordt deze ambitie benoemt. Uiteraard gaan we daar ook in onze bos- en natuurterreinen aan werken. In de open natuurterreinen (Groot- en Kleinmeer, Rouwven, Leemskuilen, Hoolven, Hoaneven) gaan we de aanwezige natuurwaarden versterken en uitbreiden. We zoeken kansen om te werken aan hydrologisch herstel, omdat dit in deze gebieden vaak een belemmerende factor is. De ecologische verbindingszones zijn ingericht voor bepaalde doelsoorten. Daar richten we ons beheer op in. Met de bossen proberen we meerdere doelen te bereiken. Natuur en biodiversiteit zijn daar één van. We gaan een paar bosdelen beheren als of omvormen naar bosreservaten waar we uiteindelijk de natuur zoveel mogelijk haar gang laten gaan. Het gaat dan om enkele delen van de Buikheide, de bossen aangrenzend aan het Groot- en Kleinmeer, de bossen aangrenzend aan het Hoolven, het Duizels Bos, en het Groot- en Klein Goor. Daarnaast gaan we beheermaatregelen treffen om in de overige bossen ook de natuurwaarde te verhogen (zie hoofdstuk 3).
Behoud en beheer van ons landschap De bijna 50 hectare aan landschapselementen van de gemeente liggen verspreid over de hele gemeente in het boerenland. Deze landschapselementen geven het Kempische landschap vorm en horen ook bij de Kempen. Vaak vormen ze een verbinding tussen het heden en het verre of minder verre verleden. Deze elementen zijn echter nooit structureel beheerd, mede door gebrek aan budget. Hierdoor zijn deze elementen veelal in kwaliteit achteruitgegaan. De beplanting gaat achteruit in aantal en soortensamenstelling, exotische soorten als Amerikaanse vogelkers gaan domineren, en ze veroorzaken overlast voor naastgelegen eigenaren doordat randbomen nooit zijn opgesnoeid. Sluipenderwijs zijn daardoor landschapselementen aan het verdwijnen. Hier geldt het credo: onderhoud is behoud. In beleidsplan Groen Loont! (2017) is daarom opgenomen dat de gemeente een beheerplan voor deze landschapselementen gaat opstellen en uitvoeren. Dit beheerplan is bijgevoegd in bijlage 2. De komende tien jaar gaan we dit plan uitvoeren.
Versnippering tegengaan De gemeente Eersel is de grootste eigenaar van bos- en natuurterreinen in de gemeente. Andere eigenaren zijn Staatsbosbeheer, Brabants Landschap, Natuurmonumenten, gemeente Veldhoven, gemeente Bladel en vele kleine particuliere eigenaren. Deze versnippering leidt niet alleen tot inefficiënt beheer of belemmert het tegengaan van ongewenste recreatie. Het is ook vaak voor inwoners of bezoekers lastig om te weten waar zij met ideeën of meldingen terecht moeten. Bovendien is het een onwenselijke situatie dat gemeentes eigendom hebben op elkaars grondgebied. We streven ernaar om de bossen van de gemeente Veldhoven op het grondgebied van de gemeente Eersel in eigendom te verwerven. In totaal gaat het om circa 200 hectare. Daar staat tegenover dat we gaan onderzoeken of we de bossen ten westen van Vessem, Hoolven en omgeving (circa 60 hectare), kunnen overdragen aan Brabants Landschap. Deze maken bossen onderdeel uit van de verbinding tussen de Spekdonken / het dal van de Kleine Beerze en de Landschotse Heide. Dit zijn terreinen van Brabants Landschap, en het is niet logisch dat de gemeente de tussenliggende gronden in beheer heeft. De gemeente Bladel heeft vooral ten westen van Vessem bosgebieden in eigendom.
Aangezien wij zijn onze bos- en natuurterreinen daar over willen dragen aan Brabants Landschap, hebben wij niet de ambitie deze gronden van de gemeente Bladel over te nemen. Voor inwoners en bezoekers van onze gemeente is de Cartierheide een belangrijk natuurgebied. Dit gebied is in beheer bij Staatsbosbeheer. Om als gemeente meer zeggenschap te kunnen hebben in dit voor de gemeente belangrijke gebied, zal de erfpachtovereenkomst met Staatsbosbeheer niet verlengd worden. Deze loopt in december 2029 af. Omdat ook in dit gebied versnippering van beheer niet wenselijk is, zullen we dan ook kijken wie deze bossen het beste in beheer kan hebben.
25
26
3. Beheer - Wat gaan we de komende tien jaar doen? Indeling bosdoeltypen De basis om de doelstellingen van de gemeente voor elkaar te krijgen is het indelen van de bossen in doeltypen. Daarbij zetten we de lijn van de vorige bosnota voort met een indeling in productiebossen, inheems bos met productiewaarden en natuurbossen. De indeling is weergegeven op de kaarten op bladzijde 28 en 29. Productiebossen (productie meereisende soorten, 375 ha) In deze bossen ligt het accent op de productie van voldoende en Aan te planten soorten productiebos: goed hout tegen zo laag mogelijke kosten. Beheermaatregelen Douglasspar zijn dan ook vooral hierop gericht, alhoewel er altijd oog zal zijn voor bijzondere natuurwaarden als dikke dode bomen, horsten of Grove Den mierenhopen, of beeldbepalende elementen als bijzondere mooie Corsicaanse/Oostenrijkse den bomen. Zomereik Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijke verjonging, maar bij de meeste verjongingen zal ook actief aangeplant Esdoorn worden. Dit doen we om te zorgen voor kwalitatief goede verjonLevensboom (Thuja) gingen, om een verscheidenheid van houtproducerende soorten te krijgen en om kwalitatief goede rassen in te brengen. We plan- Tamme kastanje ten alleen rassen die voorkomen op de rassenlijst bomen.