CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

2. [26zi.00525] Onderbouwing bij BOPA-aanvraag Kerkdijkje (20.11.2025)

Raadsvergadering 7 juli 2026, gemeente EerselBij agendapunt: Bindend advies buitenplanse omgevingsplanactiviteit Kerkdijkje te Steensel21.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Onderbouwing voor de fysieke leefomgeving bij de buitenplanse afwijking van het omgevingsplan (BOPA) inzake projectgebied Kerkdijkje Steensel

Zaaknummer: Z24000063 Next Schip B.V. Smaragdweg 60 5527 LB Hapert Nick Tops T: 0497-551634 W: www.schipvast.com

De Kempen leefbaar houden

Versie 1.2 Hapert, 20 november 2025

Inhoudsopgave Samenvatting

3

Hoofdstuk 1: Inleiding 1.1 Inleiding en aanduiding projectgebied

5

2.1 2.2 2.3

Hoofdstuk 2: Huidige situatie en nieuwe situatie Beschrijving huidige situatie Beschrijving nieuwe situatie Beschrijving strijdigheid

6 6 7 10

3.1 3.2 3.3

Hoofdstuk 3: Toetsing aan beleid Toetsing Rijksbeleid Toetsing provinciaal beleid Toetsing regionaal en gemeentelijk beleid

11 11 14 16

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.10.1 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18

Hoofdstuk 4: Aspecten fysieke leefomgeving en milieu Activiteiten en milieuzonering Omgevingsveiligheid Geur Kabels, leidingen, trillingen en niet gesprongen explosieven Gezondheid Luchtkwaliteit Parkeren, verkeer en mobiliteit Bodem Weging van het waterbelang Flora en fauna Stikstofdepositie Geluid Archeologie Cultuurhistorie Groen en klimaatadaptie Spuitvrije zone Asbest in bouwwerken Besluit M.E.R. Conclusie inzake de toetsing aan de aspecten uit de fysieke leefomgeving

19 19 21 22 24 25 27 27 31 32 37 38 39 42 43 43 45 46 46 47

5.1 5.2 5.3

Hoofdstuk 5: Participatie Participatie omgeving Bestuurlijk vooroverleg Welstand

48 48 48 49

6.1 6.2 6.3

Hoofdstuk 6: Financiële haalbaarheid Kostenverhaal Bibob Nadeelcompensatie

50 50 50 50

Hoofdstuk 7: Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties

51

Hoofdstuk 8: Voorstel voor het opnemen van het initiatief in het omgevingsplan

52

Lijst van bijlagen (opsomming van de aangehechte rapportages en adviezen)

53

Pagina 2 van 53

Samenvatting Voor u ligt de onderbouwing van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bij de buitenplanse afwijking van het omgevingsplan (BOPA) inzake het projectgebied aan het Kerkdijkje in Steensel (hierna: projectgebied), de plek waar Next Schip B.V. (hierna: SchipVast) een zestal grondgebonden, geschakelde huurwoningen beoogt te realiseren. In het omgevingsplan van de gemeente Eersel is voor dit projectgebied bestemmingsplan 'Kom Steensel opgenomen. Het project voldoet niet aan de regels uit voorgenoemd bestemmingsplan. Aan het initiatief kan medewerking worden verleend via een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA). Vandaar dat een onderbouwing van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bij de buitenplanse afwijking van het omgevingsplan vereist is.

De aanleiding van het project In de woningmarkt is er behoefte aan betaalbare huurwoningen. Daarnaast hebben de gemeente Eersel en Waterschap de Dommel behoefte aan het versterken van het groen, hetgeen bijvoorbeeld kan door extensivering van landbouwpercelen. In het projectgebied kan aan beiden behoeften tegemoet worden gekomen. Het projectgebied heeft nu immers een agrarische bestemming, grenzend aan het beekdal van De Gender, en wordt feitelijk gebruikt als akker. Het project voorziet in de realisatie van zes grondgebonden huurwoningen met aanhorigheden, in combinatie met het realiseren van groen, waardoor het projectgebied haar agrarische functie verliest en er meer ruimte is voor betaalbaar wonen en groen. Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt het project nader omschreven. In hoofdstuk 2 wordt de huidige en nieuwe situatie beschreven. Het beleid, op rijksniveau, provinciaal niveau, regionaal niveau en gemeentelijk niveau komt in hoofdstuk 3 aan de orde. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de aspecten van de fysieke leefomgeving, waarbij een samenvatting en conclusie van de onderzoeken is te vinden. Hoofdstuk 5 legt uit hoe het vooroverleg en het participatietraject is verlopen. In hoofdstuk 6 wordt de financiële haalbaarheid onderbouwd, alsook wordt ingegaan op de overeenkomst tussen SchipVast en gemeente rondom nadeelcompensatie.

In hoofdstuk 7 is het antwoord te lezen op de vraag of de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige functietoedeling. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 een voorstel gedaan tot het opnemen van het initiatief in het omgevingsplan. In de bijlagen zijn de onderzoekrapportages opgenomen die in hoofdstuk 4 zijn samengevat.

Pagina 3 van 53

Impressie van het project, gezien vanaf de aan te leggen uitrit die aansluit op het Kerkdijkje.

Impressie van het project, gezien vanaf de noordzijde, de zijde waar het projectgebied grenst aan het beekdal.

Pagina 4 van 53

Hoofdstuk 1: Inleiding Aan het Kerkdijkje te Steensel is een akker gelegen, kadastraal bekend als Eersel, sectie K, nummer 1081. Het perceel is 6230 m2 groot. Op de onderstaande kadastrale luchtfoto is het projectgebied wit omlijnd.

In de woningmarkt is er behoefte aan betaalbare huurwoningen. Daarnaast hebben de gemeente Eersel en Waterschap de Dommel behoefte aan het versterken van het groen, hetgeen bijvoorbeeld kan door extensivering van landbouwpercelen. In het projectgebied kan aan beiden behoeften tegemoet worden gekomen. Het projectgebied heeft nu immers een agrarische bestemming, grenzend aan het beekdal van de Gender, en wordt feitelijk gebruikt als akker. Het project voorziet in de realisatie van zes grondgebonden huurwoningen met aanhorigheden, in combinatie met het realiseren van groen, waardoor het projectgebied haar agrarische functie verliest en er meer ruimte is voor betaalbaar wonen en groen. In het omgevingsplan van de gemeente Eersel is voor dit projectgebied bestemmingsplan 'Kom Steensel opgenomen. Het project voldoet niet aan de regels uit voorgenoemd bestemmingsplan. Aan het initiatief kan medewerking worden verleend via een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA). Vandaar dat een onderbouwing van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bij de buitenplanse afwijking van het omgevingsplan vereist is.

Pagina 5 van 53

Hoofdstuk 2: Huidige situatie en nieuwe situatie In dit hoofdstuk wordt een omschrijving gegeven van de huidige ruimtelijke en functionele situatie van het projectgebied, ook in relatie tot de omgeving. Zowel de bestaande als nieuwe situatie van de omgeving wordt beschreven. Op basis van dit hoofdstuk wordt duidelijk dat een ruimtelijke ingreep wenselijk en noodzakelijk is met het oog op een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en waarbij een bijdrage kan worden geleverd aan het bereiken van maatschappelijke doelen. Ook wordt gemotiveerd waarom het beoogde plan passend is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies.

2.1

Beschrijving huidige situatie

De feitelijke situatie van het projectgebied wordt hierna beschreven. Op een perceel van 6230 m2 groot is momenteel een akker gelegen. Het perceel is volledig onverhard. De akker ligt aan het Kerkdijkje, een weg die verhard is tot aan het projectgebied en vanuit daar als zandweg richting het noorden loopt.

Het projectgebied.

De huidige planologische situatie is als volgt. In het omgevingsplan van de gemeente Eersel is voor dit projectgebied bestemmingsplan 'Kom Steensel' opgenomen. Het projectgebied heeft daar de bestemming 'Agrarisch-Landschapswaarden'. Er mag akkerbouw plaatsvinden. In de huidige planologische situatie is bouwen niet mogelijk. Om het project te realiseren is een ruimtelijke ingreep noodzakelijk, zowel fysiek (bouw- en woonrijp maken en inrichten van natuur) als planologisch (afwijken van het omgevingsplan). Hierop wordt ingegaan in de volgende paragraaf.

Pagina 6 van 53

2.2

Beschrijving nieuwe situatie

In de nieuwe situatie wordt de akker in het projectgebied heringericht, bestaande uit een kleinschalig woningbouwplan met zes grondgebonden, zelfstandige huurwoningen aan een erf, met buitenruimten, bijbehorende parkeerplaatsen en aanhorigheden. De woningen zijn geschakeld, bestaande uit een viertal, kleinere tussenwoningen en een tweetal, grotere kopwoningen. Het projectgebied wordt ontsloten via de bestaande openbare weg Kerkdijkje via een uitritconstructie en parkeerhof op eigen terrein. Dit parkeerhof beschikt over 14 parkeerplaatsen, groen omzoomd, alsook zijn er enkel buitenbergingen voorzien. Op onderstaande situatietekening c.q. inrichtingstekening wordt de nieuwe situatie weergegeven.

Pagina 7 van 53

RENVOOI gebakken klinker, type Vander Sanden, Cromo Antica o.g. halfsteensverband waalformaat 50}

gebakken klinker, type Van der Sanden. Verona Antica o.g keperverband (waalformaat 50}

bloemrijk beekdallandschap met boss ages

Verona Antica (waalformaat 50}

parkeerplaatsen in halfver harding d.mv. betonnen graskeien (afmeting lOcm hoog} Houtsingel met bestaande en nieuwe bomen Gebiedseigen soorten: Veldesdoorn, Vuilboom, Hazelaar Meidoorn met boomvormers van Zomereik en Berk

Verona Antica (waalformaat 50}

Lantaarnpaal. 4 meter bovengronds met LED verlichting 5850 urnen dubbele (spijlen}poort. kleur zwart elektrisch bediend (hand zen der en code paneel) B

staande postkast, kleur zwart parkeren in halfver harding d.m.v. betonnen gras keien

referentie dubbele spijlenpoort

referentie staande postkast

referentie lantaarnpaal

Dit bouwplan wordt landschappelijk ingepast, met respect voor de omgeving. Het resterende deel van de akker wordt ingericht met groen- en natuurelementen en vormt daarmee een natuurlijke overgang tussen het noordelijk gelegen beekdal van De Gender en de bebouwde kom van Steensel. Hiertoe is een beplantingsplan opgesteld, dat als bijlage is bijgevoegd. Pagina 8 van 53

Afmetingen en verschijningsvorm De woningen zijn zelfstandig, hebben een eigen adres met afzonderlijke huisnummers en individuele nutsaansluitingen. De woningen zijn circa 85 m2 tot 110 m2 groot. De kopwoningen hebben een beukmaat van 7 meter en de tussenwoningen hebben een beukmaat van 4.5 meter. Alle woningen zijn circa 10 meter diep. De woningen zijn circa 8 meter hoog. De goothoogte varieert van 2.7 meter tot circa 3.4 meter hoog. Op onderstaande doorsneden is dit verduidelijkt.

Het bijgebouw betreft een zone voor de bergingen die behoren bij de vier tussenwoningen. In de twee woningen op de kop zijn de berging in het hoofdvolume geïntegreerd. In deze berging kan de bewoner zijn kliko en fiets stallen. Er komt geen centrale afvalinzamelingsplek, gezien het beperkt aantal woningen in het projectgebied. Zowel het hoofdgebouw als het bijgebouw wordt uitgevoerd met een kapconstructie, zoals op onderstaande impressie verduidelijkt.

Pagina 9 van 53

2.3 Beschrijving strijdigheid In het omgevingsplan van de gemeente Eersel is voor dit projectgebied bestemmingsplan 'Kom Steensel' opgenomen. Het projectgebied heeft daar de bestemming 'Agrarisch-Landschapswaarden'. Er mag akkerbouw plaatsvinden. In de huidige planologische situatie is bouwen niet mogelijk. Ook het bouwen van zes woningen is daardoor niet mogelijk. Het voorliggende plan voorziet in de bouw van zes woningen met aanhorigheden en is daarmee strijdig met de regels van het omgevingsplan. Om het project te realiseren is een ruimtelijke ingreep noodzakelijk, zowel fysiek (bouw- en woonrijp maken en inrichten van natuur) als planologisch (afwijken van het omgevingsplan). Aan het initiatief kan medewerking worden verleend via een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA). Vandaar dat een onderbouwing van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bij de buitenplanse afwijking van het omgevingsplan vereist is. Dit wordt nader uiteengezet in de volgende hoofdstukken.

Impressie van het project

Pagina 10 van 53

Hoofdstuk 3: Toetsing aan beleid De voorgenomen ontwikkeling van het projectgebied aan het Kerkdijkje moet passen binnen het geldend beleid op zowel nationaal, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau. Voor de ontwikkeling en het projectgebied zijn verschillende beleidsstukken relevant. Hierna zijn de belangrijkste bevindingen uit het beleid beschreven en wordt aangegeven hoe de ontwikkeling van het projectgebied hierop inspeelt.

3.1 Toetsing Rijksbeleid Hieronder wordt het initiatief getoetst aan het Rijksbeleid. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het Rijk heeft de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld, vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op 11 september 2020. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: - Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; - Duurzaam economisch groeipotentieel; - Sterke en gezonde steden en regio's; - Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Welke zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven. De drie afwegingsprincipes zijn: - Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; - Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; - Afwentelen wordt voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke 'nationale belangen' genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. Conclusie De NOVI heeft, gezien de aard en de beperkte omvang van het project, geen specifieke betekenis voor de buitenplanse afwijking in het projectgebied. Het project speelt zich af op lokaal niveau en er zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen.

Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in omgevingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij Pagina 11 van 53

het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Ten aanzien van het onderhavige projectgebied zijn er geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (vaak kortweg aangeduid als Ladder) is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. Artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van het woningbouwplan in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf twaalf woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is.

Ook als de Ladder niet van toepassing is, moet wel de evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden gemotiveerd, hetgeen gebeurt middels de voorliggende onderbouwing. Hoewel de Laddertoets formeel niet verplicht is in het voorliggende plan, omdat het aantal woningen in het voorliggende project minder dan twaalf stuks bedraagt, wordt hierna volledigheidshalve beknopt onderbouwd dat het voorliggende plan de Laddertoets doorstaat. Op 28 juni 2017 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende jurisprudentielijnen rondom de Laddertoets nader uiteen worden gezet. Hierbij zijn volgens haar de volgende vragen te beantwoorden: a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten stede gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Indien een vraag negatief wordt beantwoord, dan is de volgende vraag in deze 'ladder' niet (verder) van toepassing, of kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan elf woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Hoewel het voorliggende initiatief bestaat uit tien woningen, kan op basis van de feitelijke ontwikkelingen die gaan plaatsvinden op locatie - sloop gevolgd door nieuwbouw met tien woningen - geconcludeerd worden dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het specifieke kader van de 'Laddertoets' is er op basis van de jurisprudentie formeel geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, maar volledigheidshalve wordt de behoefte aan de ontwikkeling in deze paragraaf onderbouwd. b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat van een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een Pagina 12 van 53

groter planologisch beslag op de ruimte. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, omdat de agrarische bestemming gesaneerd wordt en er woningen en natuur voor in de plaats komen, waarbij de inrichting van het projectgebied tevens wijzigt ten opzichte van het voorgaande planologische regime. In het specifieke kader van de 'Laddertoets' is er op basis van de jurisprudentie formeel geen sprake van een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling, maar volledigheidshalve wordt de behoefte aan de ontwikkeling in deze paragraaf onderbouwd. c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte. De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Voor de onderbouwing van de behoefte mag in het ruimtelijk besluit worden verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten.

Zoals in het woonbeleid voor de gemeente Eersel, onder andere verankerd in de Kempische visie op wonen 2024-2028, duidelijk wordt, is behoud van betaalbare woningen in de gemeente een beleidsspeerpunt. Ook vergroening is een belangrijk speerpunt van deze voornoemde visie. Het project voorziet in de realisatie van zes betaalbare huurwoningen (twee stuks in de sociale huursfeer, twee stuks in de middeldure huursfeer en twee stuks in de hogere huursfeer). In het projectgebied wordt een aanzienlijk deel vergroend, terwijl het gebied nu al tientallen jaren in gebruik en bestemd is als akker. Het project past daarmee binnen het voornoemde beleid, waarmee aangetoond is dat er behoefte is aan de voorziene ontwikkeling. d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? De ontwikkeling is grotendeels gelegen in het stedelijk gebied van Steensel, zoals opgenomen in de kaart 'stedelijke ontwikkeling en erfgoed' bij de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Het deelgebied van de projectlocatie waar de woningen gebouwd worden is volledig gelegen in het stedelijk gebied.

Uitsnede kaart stedelijke ontwikkeling en erfgoed bij de Omgevingsverordening Noord-Brabant

Pagina 13 van 53

Conclusie Toetsing aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking laat zien dat het projectgebied voor wat betreft de woningen is gelegen in stedelijk gebied. Het project voorziet in een aantoonbare woningbehoefte. Het deelgebied van het project dat niet in stedelijk gebied ligt wordt aangewend voor het extensivering van de landbouw en natuurversterking, hetgeen aansluit bij de aantoonbare behoefte aan vergroening in de gemeente.

3.2 Provinciaal beleid Hierna wordt ingegaan op het provinciaal beleid, waarbij het initiatief getoetst wordt aan het beleid van de provincie Noord-Brabant, gezien de ligging van het projectgebied in deze provincie. De Brabantse Omgevingsvisie De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is deze omgevingsvisie vastgesteld. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: -

de energietransitie; een klimaatproof Brabant; Brabant als slimme netwerkstad, en: een concurrerende duurzame economie.

Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Conclusie Het project voorziet in betaalbare huurwoningen in een woningmarkt waar schaarste heerst aan dit type woningen. De woningen blijven langdurig beschikbaar in de huursector. Het project gaat zuinig om met de ruimte, omdat het voldoet aan de Ladder van duurzame verstedelijking. Ook versterkt het project het groen in het projectgebied, wat bijdraagt aan een klimaatproof Brabant. Het project is niet strijdig met de overige ambities van de Brabantse Omgevingsvisie. Geconcludeerd kan worden dat de Brabantse Omgevingsvisie geen belemmering vormt voor het voorgenomen project. Omgevingsverordening Noord-Brabant (POVI) Vanuit de Omgevingswet moet de provincie naast een omgevingsvisie ook een provinciale omgevingsverordening (POVI) vaststellen voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken.

Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (omgevings)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening diverse provinciale verordeningen. De omgevingsverordening vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening water, Verordening wegen en ook de Verordening ruimte. De regels van de Omgevingsverordening zijn er, in lijn met het nationale beleid, op gericht om het leeuwendeel van de stedelijke ontwikkelingen plaats te laten vinden in de stedelijke regio's en in het stedelijk gebied. De begrenzingen van de stedelijke en landelijke regio's zijn vastgelegd in de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening. In de verordening zijn ook het stedelijk gebied, de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is en Natuur Netwerk Nederland (het netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden) begrensd. Uitgangspunt is dat eerst

Pagina 14 van 53

de mogelijkheden in stedelijk gebied worden benut. Zoals hiervoor reeds aangegeven, valt het projectgebied in casu in stedelijk gebied. Gebaseerd op de Brabantse omgevingsvisie wordt aandacht gevraagd voor de opgaven vanuit een veilige, gezonde leefomgeving, energietransitie, klimaatadaptatie en een concurrerende, duurzame economie. Daarom zijn deze aspecten specifiek benoemd zodat die van begin af aan bij de ontwikkeling van een plan betrokken worden. Bij stedelijke ontwikkelingen is ook een relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg worden gemaakt. Conclusie Het voorliggende project is in lijn met het beleid uit de Omgevingsverordening Noord Brabant. De woningen zijn gesitueerd in stedelijk gebied en voldoen daarmee aan het beleid dat stedelijke ontwikkeling als hoofdregel alleen mogelijk is binnen vastgesteld stedelijk gebied en zodoende zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen. De woningbouw in het project is opgenomen in het gemeentelijk woningbouwprogramma, zoals ook in de paragraaf over de gemeentelijke woonvisie in dit hoofdstuk wordt verduidelijkt. Brabantse Agenda Wonen De Brabantse Agenda Wonen van de provincie Noord-Brabant bestaat uit een koers voor verdere regionale samenwerking en vernieuwing van de woningbouwafspraken.

Belangrijke doelstellingen van deze agenda zijn: de verduurzaming en vernieuwing van de bestaande woningvoorraad, het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woningen en de versnelling van de woningbouwproductie. Vanuit deze doelstellingen en ambities is het van provinciaal belang dat woningmarkten op regionale schaal goed functioneren. Daarnaast is het van belang dat het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. De provincie heeft 4 regio's beschreven die samen moeten werken: West-Brabant, Midden- Brabant, Noordoost-Brabant en Zuidoost-Brabant. De voorgenomen planlocatie is gevestigd in de gemeente Eersel en dus in de regio Zuidoost-Brabant. De regionale woningbouwafspraken voor Zuidoost-Brabant zijn vastgelegd in het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO). In het RRO-gebied Zuidoost Brabant zijn er vier subregio's: Stedelijk Gebied, Peel, Kempen en de A2-gemeenten. Eersel behoort tot de subregio Kempen. Voor de woningbouwafspraken in de subregio Kempen is onder meer vastgelegd dat de woningbouwbehoefte en -afspraken per gemeente worden gebaseerd op de woningbouwprognose van de provincie Noord-Brabant. In 2020 heeft de provincie haar bevolkings- en woningbehoefteprognose geactualiseerd. Op basis van deze prognose dient de gemeente Eersel 765 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad tot 2030.

In 2023 werd de prognose opnieuw geactualiseerd, dit keer via de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant 2023. De economische activiteiten van Brainportregio, en in het bijzonder ASML, hebben immers grote invloed op de economische en fysieke groei van onze (sub)regio. In 2023 nam ASML bijna 10.000 werknemers aan. Er wordt verwacht dat een nieuwe locatie nog eens 20.000 medewerkers zal aantrekken. Met het project Beethoven ondersteunt de rijksoverheid deze ontwikkeling en stimuleert verdere groei. Deze economische groei biedt zowel kansen als uitdagingen. Voor de gemeente Eersel geldt volgens provinciale prognose en trendprognose een kwantitatieve woningbehoefte in de periode van 2023 t/m 2030 van +1030 woningen. Het voorliggende initiatief maakt de bouw van zes woningen mogelijk middels zuinig ruimtegebruik en herbestemming van een akker door extensivering van de landbouwactiviteiten in het gebied. De toevoeging van deze woningen past binnen de prognosecijfers van de provincie en haar doelstellingen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de hierboven genoemde beleidsdocumenten.

Pagina 15 van 53

3.3 Regionaal en gemeentelijk beleid Het projectgebied is gelegen in de gemeente Eersel, in de subregio de Kempen. In deze paragraaf wordt het initiatief getoetst aan het regionaal en gemeentelijk beleid. Omgevingsvisie 2.0 Op 21 december 2021 heeft de gemeenteraad van Eersel de 'Omgevingsvisie 2.0, Kempisch wonen in een wereldregio' vastgesteld. De Omgevingsvisie brengt al het verschillende beleid op hoofdlijnen samen en legt verbanden tussen de diverse beleidsterreinen. Zo kan de gemeente de juiste afwegingen maken en zuinig en zorgvuldig met de ruimte omgaan. De gemeente geeft aan zich ervan bewust te zijn dat elke beslissing een impact heeft op de toekomst van de leefomgeving. Daarom is het volgens haar noodzakelijk dat alle beslissingen overeenstemmen met dat wat zij in de Omgevingsvisie als belangrijk heeft aangemerkt. De verbanden tussen de diverse beleidsterreinen zorgen ervoor dat de opgaven waarvoor zij gesteld staat gemakkelijker samen opgepakt kunnen worden: inwoner, ondernemer en ontwikkelaar. Het belangrijkste uitgangspunt voor de Omgevingsvisie wordt gevormd door de Toekomstvisie 2030: 'Kempisch wonen in een wereldregio'. Diverse keuzes die (in 2013) zijn vastgesteld zijn nog steeds actueel. De Toekomstvisie is de afgelopen jaren de basis geweest voor de diverse sectorale beleidsdocumenten.

In de tussentijd zijn ook verschillende beleidsdocumenten toegevoegd en geüpdatet. Deze Omgevingsvisie geeft dan ook een actueel beeld van het beleid op basis van de huidige beleidsdocumenten. Daarmee vormen de bestaande sectorale visies de basis voor de Omgevingsvisie 2.0. In de Omgevingsvisie 2.0 staan drie kernambities centraal: Hoogwaardig Kempisch wonen Aangesloten op een wereldregio In een 21e-eeuwse cultuur De gemeente Eersel is opgebouwd uit een aantal kernen, waaronder Steensel, met daartussen een uniek en gevarieerd landschap. Eersel is de bruisende kern met alle dagelijkse voorzieningen, daarnaast zijn er rustieke dorpjes waar het vooral prettig wonen is, zoals Steensel. Aan deze hoogwaardige, groene leefomgeving ontleent de gemeente Eersel haar identiteit. Inwoners van de gemeente wonen midden in de natuur en toch is de stad dichtbij. Het doel van de gemeente is dan ook: “De gemeente Eersel staat in 2030 bekend als een van de aantrekkelijkste woongemeenten van de regio." De komende jaren staat de gemeente voor een flinke woningbouwopgave. Er is veel vraag naar woningen in de gemeente, de druk op alle segmenten is onverminderd groot. Er zullen de komende jaren extra woningen worden gebouwd om te kunnen blijven groeien als gemeente. Deze groei moet volgens de gemeente echter wel in verhouding staan tot de kwaliteit die de gemeente wil bieden.

De gemeente kiest namelijk voor de ambitie 'hoogwaardig Kempisch wonen'; er wordt waar mogelijk conform de wensen van de bewoners van de gemeente Eersel gebouwd. Om de genoemde ambitie waar te maken staan de groene, landschappelijke kwaliteiten die Eersel kenmerkt centraal. Conclusie Het project voorziet in een kleinschalig woningbouwplan in Steensel met hoogwaardige architectuur, alsook in het versterken van groen en landschappelijke kwaliteiten, op een plek waar nu een akker is gelegen die landbouwkundig gebruikt wordt. Het project sluit daarmee naadloos aan op de ambities van de Omgevingsvisie alsook op de doelstelling van deze visie.

Pagina 16 van 53

De Kempische Visie op Wonen 2024-2028 Op 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Eersel besloten om de 'Kempische visie op wonen 2024-2028' vast te stellen. In deze woonvisie ligt de focus op bouwen van woningen voor de autonome groei en het naar voren halen in de planning van meer woningen gelet op de grote regionale vraag en ter voorkoming van verdere verdringing. De speerpunten uit de visie zijn als volgt: -

-

-

-

-

In de periode tot en met 2030 willen de Kempengemeenten als ondergrens voor de autonome groei minimaal 3.220 woningen in de Kempen bouwen en halen zij extra plannen naar voren in de planning gelet op de regionale vraagdruk (2.000 extra woningen in de Kempen); Voor de jaren na 2030 gaan de Kempengemeenten op zoek naar locaties voor 2.350 tot 8.000 woningen. Met oog voor zowel de gezamenlijke doelstellingen als de individuele ambities van de gemeenten werken de Kempengemeenten dit in de 'Bestuursopdracht Ontwikkelstrategie' verder uit; De Kempische Visie op Wonen 2024-2028 zet in de nieuwbouwprojecten sterker in op betaalbaarheid: minimaal 30% van de nieuwe woningen betreft een sociale huurwoning en 37% een betaalbare koop (of middenhuur). De visie laat ruimte om dit per gemeente verder aan te scherpen; De Kempische Visie op Wonen 2024-2028 stuurt bij woningbouw aan op het aanbrengen van diversiteit en stimuleert het samenwerken tussen gemeenten en diens partners aan leefbaarheid en vitaliteit in delen van de gemeenten waar dit onder druk komt te staan; De Kempengemeenten kiezen ervoor om zoveel mogelijk gezamenlijk op te trekken om voldoende en kwalitatief goede huisvesting te regelen voor 'aandachtsgroepen' die zorg en ondersteuning nodig hebben (zoals ouderen, uitstromers uit zorginstellingen, statushouders en arbeidsmigranten).

In de Verordening doelgroepen sociale woningbouw gemeente Eersel 2022 en de Financieel programma impuls sociale woningbouw gemeente Eersel 2025 is het gemeentelijk woningbouwprogramma opgenomen. Op grond van deze verordening worden jaarlijks per 1 januari de prijzen van huur- en koopwoningen geïndexeerd op de volgens die verordening voorgeschreven wijze. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Regionale Begrippenlijst Wonen van de Woningmarktregio Metropoolregio Eindhoven. Resulterende in de volgende differentiatie bij nieuwbouw: -

Minimaal 30% sociale huurwoningen; Minimaal 37% middenhuur; 33% van de woningen vrij invulbaar.

Conclusie De Kempische Visie op Wonen 2024-2028 is met name een actualisatie van bestaand, gemeentelijk woonbeleid op grond van geactualiseerde bevolkingsgroeiprognoses naar aanleiding van recente marktontwikkelingen, maar draagt in de basis dezelfde kernwaarden als het bestaande, gemeentelijke woonbeleid. Het project voorziet in zes huurwoningen, waarvan twee in de sociale huursfeer, twee in de middenhuursector en twee in de vrije huursfeer. Dit sluit aan bij het voorgenoemde beleid. Kempische visie op wonen 2024-2028 - Volkshuisvestingsprogramma Het gemeentelijk woningbouwprogramma is vastgelegd in het raadsbesluit van 4 juli 2024 over de 'Kempische visie op wonen 2024-2028 - Volkshuisvestingsprogramma'. In dit besluit wordt stilgestaan bij het feit dat de wereld om ons heen verandert. Steeds sneller. De Brainportregio is één van de snelst groeiende regio's in Europa. De technologische vooruitgang en de bijbehorende banengroei gaan zo snel, dat we het maar nauwelijks bij kunnen benen. Toch blijft er veel ook hetzelfde. De gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden, partners in de visie, hebben veel overeenkomsten. Ze liggen in een omgeving met veel rust en natuur. Die zich kenmerkt door gezellige kernen van waaruit je snel in Eindhoven of Veldhoven bent. Een omgeving aantrekkelijk voor mensen opzoek naar groen, gemeenschapsgevoel en Brabantse gemoedelijkheid.

Maar er zijn ook verschillen tussen de gemeenten. Denk bijvoorbeeld aan het voorzieningenniveau of de sociale cohesie in verschillende kernen. Deze verschillen zijn deels ook de kracht. En dat willen deze gemeenten behouden. Ze hebben een lange traditie van innige samenwerking waarin ze elkaar ruimte geven om ook even los te laten. Zo staan ze samen sterker en geven ze ruimte aan hun diversiteit. Feit is dat de opgaven op het gebied van wonen om een gezamenlijke oplossing vragen. De groei Pagina 17 van 53

in de hele Brainportregio gaat in razend tempo en trekt steeds meer mensen naar de gemeenten. Dit gaat veel sneller dan zij een aantal jaren geleden verwachtten. Als gevolg van die groei staat de woningmarkt in deze gemeenten onder grote druk. Woningprijzen stijgen. Starters en jonge gezinnen komen er steeds moeilijker tussen en de roep om meer betaalbaar aanbod (zowel koop als huur) is groot. Dit vraagt aan de ene kant om snelle woningbouw en het voorkomen van verdringing. Maar ook om een transitie naar betaalbaarder bouwen. Zodat mensen met een lager inkomen ook een woning kunnen blijven vinden in de gemeenten. Om verdere verdringing tegen te gaan, ontkomen de gemeenten er niet aan om de komende jaren een bijdrage te leveren aan de groei van de Brainportregio. Er is alleen nog veel onduidelijk over hoe deze groei zich zal manifesteren. De effecten van de schaalsprong zien we nu al om ons heen. De gemeenten beseffen dat wanneer zij hier niet op inspelen, dat dit ten koste kan gaan van de kansen van hun inwoners. Om verdringing te voorkomen, streven de gemeenten daarom naar het versneld realiseren van meer woningen om de regionale vraag op te vangen. Het uitgangspunt daarbij is een realistisch en uitvoerbaar woningbouwprogramma.

Voor de gemeente Eersel geldt volgens provinciale prognose en trendprognose een kwantitatieve woningbehoefte in de periode van 2023 t/m 2030 van +1030 woningen. Conclusie Het voorliggende initiatief maakt de bouw van zes woningen mogelijk middels zuinig ruimtegebruik en herbestemming van een akker door extensivering van de landbouwactiviteiten in het gebied. De toevoeging van deze woningen past binnen de prognosecijfers van de provincie en haar doelstellingen.

Principebesluit college van B&W van de gemeente Eersel Voldaan wordt aan de voorwaarden, zoals deze gesteld zijn in het principebesluit van het college van B&W van de gemeente Eersel van 6 mei 2024 met kenmerk 24.13042, die ook in lijn zijn met het woonbeleid van de gemeente Eersel. Aanvullende voorwaarden in het principebesluit rondom milieuhygiënische aspecten komen aan de orde in hoofdstuk 4. In laatstgenoemde hoofdstuk wordt onderbouwd dat aan die voorwaarden wordt voldaan.

Waterschap De Dommel Waterschap De Dommel heeft positief geadviseerd bij brief van 22 april 2025. Er wordt voldoende afstand bewaard tot de beekdalgrens van de noordelijk gelegen beek 'De Gender'. Het waterschap adviseert wel om het bouwpeil goed op de omgeving af te stemmen. Er wordt met de bebouwing ruim voldoende afstand gehouden tot de riooltransportleiding die in de buurt van A-watergang 'De Gender' loopt. Ook adviseert het waterschap ten aanzien van de groene aankleding van het plan geen diepwortelende beplanting (bomen of struiken) worden geplant in de beschermingszone van deze riooltransportleiding (5 meter aan weerszijden van de hartlijn) en ook niet in de obstakelvrije zone langs de A-watergang (5 meter vanaf de insteek). Hiermee houdt het plan rekening. Het volledige advies, alsook het beplantingsplan, is bijgevoegd als bijlage. Resumé inzake toetsing van nationaal, regionaal, provinciaal en gemeentelijk beleid Gelet op het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het voorliggende project voldoet aan het beleid.

Pagina 18 van 53

Hoofdstuk 4: Aspecten fysieke leefomgeving en milieu In dit hoofdstuk wordt de gewenste ontwikkeling in het projectgebied aan het Kerkdijkje te Steensel getoetst aan de verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving. Indien noodzakelijk worden deze aspecten nader gemotiveerd met een onderzoek. De onderzoekrapportages zijn als bijlagen aangehecht aan deze onderbouwing en maken als zodanig onderdeel uit van deze onderbouwing.

4.1 Activiteiten en milieuzonering Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende milieubelastende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij werd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet gebruik gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies en gevoelige functies. De Omgevingswet zorgt voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. Ruimte en milieu worden verder geïntegreerd. Het gemeentelijke omgevingsplan is hét instrument waarin deze integratie op lokaal niveau plaatsvindt. Om gemeenten hierbij te helpen werkt de VNG aan de handreiking Activiteiten en milieuzonering. Dit wordt de opvolger van de uitgaven Bedrijven en milieuzonering 2009 en Milieuzonering nieuwe stijl uit 2019. Al in 2017 heeft de VNG aangegeven de bekende VNG uitgave Bedrijven en Milieuzonering 2009, het zogenaamde 'paarse boekje', niet meer geschikt te vinden voor toepassing onder de Omgevingswet. Kern van dit paarse boekje zijn de richtafstanden tussen bedrijfsactiviteiten met milieugevolgen enerzijds en gevoelige activiteiten zoals wonen anderzijds. De richtafstanden zijn in een Staat van bedrijfsactiviteiten aan de hand van de SBI-codes per activiteit uitgewerkt.

De richtafstanden zijn generiek voor elke opgenomen activiteit, maar de lokale praktijk vraagt juist om maatwerk en een lokale afweging. Met de Omgevingswet is er juist meer mogelijkheid om lokaal die afweging te maken, per locatie, per bedrijf en daarbij te toetsen aan concrete milieuwaarden in het omgevingsplan. Daarom heeft de VNG in 2019 de uitgave Milieuzonering nieuwe stijl gepubliceerd. Kern van deze publicatie is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een voor een locatie beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieuwaarden. Net als bij Bedrijven en milieuzonering 2009 wordt voor de ligging van de verschillende zones ten opzichte van de woonomgeving onderscheid gemaakt tussen rustig woongebied en gemengd gebied. Uit de rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van vloeit voort dat de handreiking nog steeds als hulpmiddel is erkend. In de Staalkaart Bedrijventerrein, nu opgenomen in de geïntegreerde staalkaart, is gebruik gemaakt van de systematiek van Milieuzonering nieuwe stijl uit 2019, maar dan omgezet voor toepassing onder de Omgevingswet. De staalkaart laat zien hoe activiteiten met gebruiksruimte en milieugevolgen inpasbaar kunnen worden gemaakt en welke regeling in het omgevingsplan hiervoor kan worden opgenomen.

Daarmee geeft de staalkaart een indruk van de hoofdlijn van de systematiek van de nieuwe uitgave Activiteiten en milieuzonering. Er wordt zoals gezegd voortaan gebruik gemaakt van milieuwaarden in het plan in plaats van vaste afstanden, waardoor doelmatiger met de beschikbare ruimte wordt omgegaan en maatwerkoplossingen vaker voor kunnen komen. Kortom: er wordt onder het regime van de Omgevingswet niet meer gewerkt met een vaste richtafstand voor iedere activiteit, ongeacht of die activiteit die afstand wel nodig heeft, maar er wordt gewerkt met een concrete waarde per activiteit met daarbij een zo reëel mogelijk ruimtebeslag. Toetsing In het omgevingsplan van de gemeente Eersel is voor dit projectgebied bestemmingsplan 'Kom Steensel opgenomen. In het kader van de ontwikkeling van een milieugevoelige functie (woningen) aan het Kerkdijkje te Steensel zijn de omliggende milieubelastende functies beschouwd om na te gaan of sprake is van voldoende ruimtelijke scheiding en of daarmee in basis een evenwichtige toelichting van functies aan locaties kan worden nagestreefd.

Pagina 19 van 53

Hoewel de bestemming 'Agrarisch met landschapswaarden' overheersend is in en rondom het projectgebied, ligt het projectgebied feitelijk in een straat c.q. een gebied waar de functie 'Wonen' dominerend is. Het gebied wordt vanuit het oogpunt van milieuzonering daarom beschouwd als woongebied (type 'rustige woonwijk'). Aan de Genderdreef 19 in Steensel geldt planologisch een bestemming dat bedrijven in de milieucategorie 1 en 2 toelaat. Feitelijk is er thans een fruithandelsbedrijf gevestigd. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) stelde onder de oude regels voor dit type bedrijf een richtafstand van 10 tot respectievelijk 30 meter tot aan gevoelige functies, zoals Wonen. Hierop kan aangehaakt worden in de nieuwe regelgeving bij de toetsing of dit een belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling aan het Kerkdijkje. Planologisch geldt een richtafstand van 10 tot respectievelijk 30 meter vanaf deze bedrijvenbestemming tot aan de gevel van de beoogde woningen in het projectgebied. Deze afstand bedraagt 30 meter en dit vormt derhalve geen belemmering. Op onderstaande afbeelding is met dikgedrukte zwarte lijn de grens tussen bebouwde kom en buitengebied aangegeven.

Met roze stippellijn is de hindercirkel vanuit de agrarische bedrijvigheid aangeduid, zijnde een straal van 200 meter vanaf het emissiepunt van de pluimveehouderij aan de Stokkelen 9 te Steensel naar haar omgeving. Het projectgebied ligt buiten die cirkel. Meer over agrarische bedrijvigheid vindt u in hoofdstuk 4.5. Met groene stippellijn is de richtafstand tot de bedrijvenbestemmingen in Steensel aangeduid, waaronder de bedrijvenbestemming aan de Genderdreef 19 te Steensel.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect Activiteiten en milieuzonering geen belemmeringen zijn voor het voorgenomen initiatief. Er wordt een functie 'Wonen' toegevoegd aan een fysieke leefomgeving waar overheersend woonfuncties aanwezig zijn.

Pagina 20 van 53

4.2 Omgevingsveiligheid In Nederland is de ruimte voor wonen en werken schaars. Mensen willen gezond en veilig leven, en het bedrijfsleven wil ruimte voor economische groei behouden. Deze blijvende zoektocht naar een optimaal gebruik van de beperkte ruimte is het onderwerp van omgevingsveiligheid. Het omgevingsveiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen, activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. Het omgevingsveiligheidsbeleid biedt de kaders waarmee een gebied zo ingericht kan worden dat mensen die er wonen of werken voldoende zijn beschermd bij ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het gaat om de berekende risico's, met soms grote onzekerheden, én om beleefde risico's. De gemeente stelt in het omgevingsplan regels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling houdt ook in dat ze voldoende rekening houdt met het belang van een veilige leefomgeving.

Het gaat daarbij om: de bescherming van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van een risicovolle activiteit, en het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving in bredere zin (schade aan gebouwen en het milieu) bij een ongeval bij een risicovolle activiteit. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan drie categorieën 'gebouwen en locaties' waarvoor de regels bescherming bieden: zeer kwetsbaar, kwetsbaar en beperkt kwetsbaar. De gemeente moet regels opnemen in het omgevingsplan om deze gebouwen en locaties te beschermen vanwege externe veiligheidsrisico's. Gebouwen en locaties zijn ingedeeld in drie categorieën: zeer kwetsbaar (alleen gebouwen). kwetsbaar (gebouwen en locaties). beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties). Bij het bepalen van de kwetsbaarheid van een gebouw of locatie is gekeken naar het volgende: het aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is. de aanwezigheidsduur van personen. in hoeverre personen zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident. Woonfuncties vallen volgens Bijlage VI van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder de categorie 'kwetsbaar'. Het voorliggende initiatief voorziet in de toevoeging van zes grondgebonden, zelfstandige woningen, beschikbaar voor reguliere doelgroepen. Het initiatief valt daarmee in de categorie 'kwetsbaar'.

De gemeente moet regels opnemen in het omgevingsplan om deze gebouwen en locaties te beschermen vanwege externe veiligheidsrisico's. In het omgevingsplan van de gemeente Eersel is voor dit projectgebied bestemmingsplan 'Kom Steensel' opgenomen. Hierin zijn geen specifieke normen opgenomen ten aanzien van omgevingsveiligheid. Wel wordt in de toelichting verwezen naar de risicokaart. Risicovolle bedrijven in de omgeving van het projectgebied In Steensel zijn geen verkooppunten voor motorbrandstoffen. In Steensel is tevens geen vuurwerkverkooppunt gevestigd. Derhalve zijn er geen belemmeringen te verwachten vanuit dit oogpunt. Luchthaven Het omgevingsplangebied niet gelegen binnen de invloedsfeer van een luchthaven. Derhalve zijn er geen belemmeringen te verwachten vanuit dit oogpunt. Vervoer gevaarlijke stoffen het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen'. De risicoatlassen weg, spoor en hoofdvaarwegen geven een algemeen beeld van het vervoer van gevaarlijke Pagina 21 van 53

stoffen in Nederland en de daarbij behorende risico's. De conclusies zijn samengevat in de 'Inventarisatie van externe veiligheidsrisico's bij het vervoer van gevaarlijke stoffen'. De nabij het projectgebied gelegen transportroute via de A67 komt niet voor in de lijsten met aandachtspunten of knelpunten voor het zogeheten plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Derhalve zijn er geen belemmeringen te verwachten vanuit dit oogpunt. Transportleidingen In het omgevingsplangebied liggen geen aardgastransportleidingen van de Gasunie. De meest dichtbij gelegen transportleiding ligt circa 1 kilometer ten oosten van het omgevingsplangebied. Dit betreft een buisleiding van de Defensie Pijpleiding Organisatie. Het invloedsgebied van deze transportleiding ligt niet over het omgevingsplangebied. Derhalve zijn er geen belemmeringen te verwachten vanuit dit oogpunt.

Situatietekening met daarop de transportleiding (buisleiding)

Conclusie In het omgevingsplan van de gemeente Eersel is voor het projectgebied bestemmingsplan 'Kom Steensel opgenomen. Nu het projectgebied is gelegen binnen het hiervoor genoemde bestemmingsplangebied en gebleken is dat er geen belemmeringen zijn in het bestemmingsplangebied (omgevingsplangebied) uit het oogpunt van externe veiligheid, kan geconcludeerd kan worden dat er vanuit het oogpunt van omgevingsveiligheid geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling verwacht worden. De genoemde risicobronnen zijn bovendien op ruimvoldoende afstand van het projectgebied gelegen. Een nader onderzoek naar en onderbouwing van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico zijn daarmee irrelevant. Omgekeerd gezien zorgt het project, gelet op het voorgaande, ook niet voor belemmeringen in de omgeving in het kader van omgevingsveiligheid.

4.3 Geur Volgens artikel 5.91 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is het beoogde woongebouw in het projectgebied te kenmerken als een geurgevoelig gebouw. In artikel 5.92 Bkl staat dat de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar moet zijn. De gemeente bepaalt zelf welke mate van geurhinder aanvaardbaar wordt geacht. Geurvoorschriften staan vooral in het omgevingsplan. In het omgevingsplan van de gemeente Eersel is voor dit projectgebied bestemmingsplan 'Kom Steensel' opgenomen. Hierin zijn geen specifieke normen opgenomen ten aanzien van geur. Voor rioolwaterzuiveringsinstallaties, het houden van landbouwhuisdieren en diverse agrarische activiteiten geeft het Rijk instructieregels in het Bkl. Voor veel andere activiteiten stelt het Rijk geen regels. De gemeente bepaalt zelf of en welke regels ze hiervoor

Pagina 22 van 53

opneemt in het omgevingsplan. Wel geldt dat de gemeente moet zorgen voor een aanvaardbaar geurhinderniveau. Op 21 december 2021 heeft de gemeenteraad van Eersel de 'Omgevingsvisie 2.0, Kempisch wonen in een wereldregio' vastgesteld. De Omgevingsvisie brengt al het verschillende beleid op hoofdlijnen samen en legt verbanden tussen de diverse beleidsterreinen. Deze visie verwijst naar 'Visie Buitengebied 2.0'. Met die visie zet de gemeente de lijnen uit voor het buitengebied. Voor een deel doen we dit op een traditionele manier door kaders aan te geven die de mogelijkheden voor een gebied aangeven. De visie vormt daarnaast het startpunt voor een nieuwe koers. Een koers waarbij kwaliteitsverbetering van het buitengebied voorop staat. Waarbij ruimte is voor maatwerk. Dit betekent dat we buiten de kaders durven denken als plannen bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Het projectgebied ligt voor wat betreft de gevoelige bestemming (toevoegen van Wonen) niet in het buitengebied en derhalve bevat de 'Visie Buitengebied 2.0' geen beleid dat relevant is voor onderhavig initiatief, dat (grotendeels) in stedelijk gebied gesitueerd is. In de regio Zuidoost-Brabant zijn veel intensieve veehouderijen gevestigd.

Bij de vergunningverlening wordt getoetst of de uitstoot van geur voldoet aan de norm zodat op individueel niveau de veehouderij geen geuroverlast veroorzaakt. Dit wordt de voorgrondbelasting genoemd. Alle uitstoot van geur van alle veehouderijen bij elkaar opgeteld heeft echter ook een opgeteld effect (cumulatie), dit wordt de achtergrondbelasting genoemd. Ook voor de achtergrondbelasting zijn normen opgesteld die gekoppeld zijn aan een beleving van de kwaliteit van de leefomgeving. De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) heeft veel data die iets zegt over de omgevingskwaliteit in onze regio. Door de ODZOB is in 2024 een kaart vervaardigd waarop de achtergrondbelasting vanwege geurhinder is weergegeven voor Noord Brabant. Op deze kaart is de achtergrondbelasting, veroorzaakt door de aanwezigheid van intensieve veehouderijen, opgenomen in odour units per kubieke meter (ouE^3). Op onderstaande uitsnede van deze kaart is te zien dat het projectgebied is gesitueerd binnen een leefomgeving met de kwalificatie 'zeer goed'. Leefklimaat (achtergrondbelating in ouEZm3) ļ Zeer goed (í 1 ,S]

ļ Goed (1,5-3,5) Redelelijk goed (3,5-6,5) Matig (6,5-10) Tamelijk slecht (10-14) Slecht(l4-19)

ļ Zeer slecht (19-25) ļ Extreem slecht (^25)

x: Projectgebied Uitsnede uit Achtergrondbelasting geur 2024.

Conclusie Gelet op het voorgaande kan geconcludeerd worden dat aspect Geur geen belemmering vormt voor het project. Het projectgebied is immers gesitueerd binnen een leefomgeving met de kwalificatie 'zeer goed' als het gaat over geurhinder. Omgekeerd geldt ook dat het project geen belemmering op het woon- en leefklimaat veroorzaakt in het kader van geur.

Pagina 23 van 53

4.4 Kabels, leidingen, trillingen en niet gesprongen explosieven In deze paragraaf wordt ingegaan op de aanwezigheid van kabels, leidingen, trillingen en niet gesprongen explosieven (NGE) en wordt aangegeven of er belemmeringen aanwezig zijn voor het voorgenomen project vanuit dit oogpunt. Kabels en leidingen Het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) van het Kadaster verzorgt informatie rondom kabels en leidingen. Binnen het projectgebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling binnen het projectgebied, blijkens de onderstaande afbeelding behorende bij de KLIC-melding van 17 oktober 2024. Hierop zijn standaardaansluitingen van nutsvoorzieningen te zien die verwijderd en/of omgezet kunnen worden in de nieuwe situatie. Binnen het projectgebied is verder geen sprake van straalpaden en invloeden van zendmasten. KLIC-nummer:

24G0673090 -1

Overzichtskaart riool nvf»r.’onfiefí!mk WS0539 water KL1001

0

11

linksonder: X: 152.434.0 rechtsboven: X: 152.530.0

22 meter

Kaart met ligging kabels en leidingen, KLIC-melding 07.10.2024.

Pagina 24 van 53

376 699.0 376.822.0

Vooroverleg met netbeheerders Op 11 december 2024 is het project via een vooraanmelding bekend gemaakt bij de netbeheerders via de portal van de website van Mijnaansluiting.nl. Een fysiek vooroverleg wordt ruim voorafgaand aan start bouw gevoerd met netbeheerders Enexis, Brabant Water, Circet Benelux (namens Ziggo) en Allinq (namens glasvezelleverancier) in een startwerkoverleg. Geconcludeerd werd dat er geen belemmeringen zijn om het project aan te sluiten op de bestaande netwerken van netbeheerders. Trillingen Hinder of zelfs schade door trillingen kan ontstaan door verkeer over de weg of het spoor (bijvoorbeeld van vrachtwagens, trein of tram) of door machines bij industrie (stansen, draaiende motoren en dergelijke). Deze trillingen bewegen zich door de bodem. Trillingen nemen af als de afstand tot de bron groter wordt. Het projectgebied ligt niet in de directe nabijheid van een spoor, een weg met zwaar verkeer, brug of industrie en daarom vormt het aspect trillingen geen belemmering voor het project. Niet gesprongen explosieven (NGE) Resten van oorlog en defensie krijgen weliswaar steeds meer aandacht, maar de verwachte ligging van dergelijke resten is vaak niet goed bekend bij degenen die verantwoordelijk zijn voor cultuurhistorische waarden in relatie tot ruimtelijke plannen.

De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed geeft voor Nederland een landelijk overzicht op een kleine schaal van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed. Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed is het projectgebied niet aangeduid als aandachtsgebied. Ook zijn er geen verwachtingen op militaire objecten, raketinslagen of aan de Wereldoorlogen gerelateerde verschijnselen. Niet gesprongen explosieven zijn derhalve niet te verwachten. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat uit het oogpunt van kabels, leidingen, zendmasten, trillingen en niet gesprongen explosieven (NGE) er geen belemmeringen zijn voor het project.

4.5 Gezondheid De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijnstof PM10 (fijnstof kleiner dan 10 ^m) in Nederland. Dit vrijkomende fijnstof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico's lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een belangrijk bestanddeel in de (fijn)stofemissie uit veehouderijen. Het projectgebied ligt binnen de bebouwde kom van Steensel. Op circa 200 meter afstand, ten zuidwesten van het projectgebied, aan de Stokkelen 9 te Steensel, is een pluimveehouderij gelegen (leghennen).

Luchtfoto ligging pluimveehouderij t.o.v. het projectgebied

Pagina 25 van 53

Doorgaans geldt een afstandseis van 100 tot 200 meter tussen het emissiepunt van een stal van een veehouderij en een projectgebied waar nieuwe woningen beoogd worden. De afstand tussen de pluimveehouderij c.q. de stal aan de Koppelen 9 te Steensel en het projectgebied is circa 200 meter. De afstand van het emissiepunt van deze stal ligt zelfs op meer dan 200 meter. De ligging van deze veehouderij vormt derhalve geen belemmering voor het project. Op onderstaande afbeelding is met dikgedrukte zwarte lijn de grens tussen bebouwde kom en buitengebied aangegeven. Met roze stippellijn is de hindercirkel vanuit de agrarische bedrijvigheid aangeduid, zijnde een straal van 200 meter vanaf het emissiepunt van de pluimveehouderij aan de Stokkelen 9 te Steensel naar haar omgeving. Het projectgebied ligt buiten die cirkel.

Bedrijvigheid in de omgeving van het projectgebied

Uit het onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO) van het RIVM in 2017 is gebleken dat zich in een straal tot tussen 1,5 en twee kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Het is nog onbekend waardoor dit precies komt. Van belang is wat nog toegestaan kan worden binnen de invloedssfeer van een geitenhouderij. Zolang nog niet duidelijk is waardoor het verhoogde risico bij geitenhouderijen ontstaat, heeft het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht een advies memo opgesteld. Daarin wordt aanhouding van besluitvorming geadviseerd over het toevoegen van gevoelige functies binnen twee kilometer van een geitenhouderij totdat meer duidelijk is over de oorzaak van de gezondheidsrisico's. Voorliggend project voorziet in een woonontwikkeling, dus de richtafstand ten opzichte van geitenhouderijen is van toepassing. Binnen twee kilometer van het projectgebied zijn er geen geitenhouderijen, zodat er vanwege deze bedrijvigheid geen risico is voor de volksgezondheid voor het projectgebied. De dichtstbijzijnde geitenhouderij ligt aan de Knegselsedijk 13 te (5525 KR) Duizel op een afstand van circa 2.7 kilometer van het projectgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=073289c5-dd4a-404a-9ce9-57c1975018e2