CConstaterende datEersel
Koppel je AI →
Document · PDF

[17.13266] - Bijlage 8 Beleidsplan Groen Loont 2017-2033

Raadsvergadering 20 april 2021, gemeente EerselBij agendapunt: Uitvoeringsprogramma duurzaamheidsbeleid 2021-2025 (inclusief plan van aanpak energiereductie & zon-op-dak)32.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De doelsoorten zijn hier bos- en struweelvogels. 8. EVZ Oostelbeersedijk tegen de gemeentegrens van Oirschot. De doelsoorten hier zijn heischrale flora, wilde bijen en vleermuizen. 9. Een verdere uitbreiding van ecologisch bermbeheer. De doelsoorten bij zonnige bermen zijn vlinders en wilde bijen, bij schaduwrijke bermen paddenstoelen en kleine zoogdieren. Landschap: 10. Driehuizen. Dit gebiedje behoort tot de oude cultuurgronden. Het is in gebruik als land­ bouwgebied en heeft diverse restanten van bosjes en singels. Doel is herstel van de land­ schapswaarde. Dit kan bereikt worden door herstel en aanvulling van bestaande singels met behoud van de aanwezige bolle akker. 11. De oude cultuurgronden rondom Knegsel. In dit landbouwgebied komen essen, de Poelen­ loop en restanten van singels voor. Het doel is om de oude nog aanwezige cultuurgronden te herstellen en een groene buffer te maken naar de nieuwbouw. De keuze voor de projecten voor natuur biodiversiteit zijn gebaseerd op de biodiversiteitkansenkaart (zie bijlage C). De meeste locaties van bovenstaande projecten staan aangegeven op de landschapsstructuurkaart (zie bijlage A).

55

7.2. Landschap In het verleden is door allerlei ruimtelijke ontwikkelingen schade in het landschap aangericht. Dit heeft zijn sporen nagelaten. Om deze sporen te verzachten, is een uitvoeringsplan opgesteld. Met dit uitvoe­ ringsplan wordt ook recht gedaan aan het duurzaamheidsbeleid van Eersel, kunnen de gevolgen van de klimaatverandering beter opgevangen worden, wordt het landschap aantrekkelijker voor haar inwoners en bezoekers en wordt de biodiversiteit verhoogd. De volgende acties en projecten worden voor de komende jaren uitgevoerd of opgestart: 1. Het opstellen van een voorlichtingscampagne met de ZLTO, de Stika-veldcoördinator, het Bteam en ANV Kempenland om agrariërs meer bewust te laten worden van de klimaatverande­ ring en extreme weersomstandigheden. Hierbij komen onder andere de volgende vragen aan bod: Hoe kan de agrariër hierop anticiperen, welke beperkingen zijn er en welke maatregelen zijn vervolgens nodig? 2. Inventarisatie van alle landschappelijke elementen en solitaire bomen. Onderzocht wordt de leeftijdsopbouw, de soortensamenstelling, in welke beheerconditie zij verkeren en welke beheermaatregelen nodig zijn om deze weer optimaal te laten zijn. Op basis van deze gegevens wordt een beheerplan landschappelijke elementen opgesteld.

In dit plan spelen derden zoals de ANV Kempenland, de jachtverenigingen, het B-team, IVN en/of vrijwilligers een rol bij het be­ heer. 3. Bij de bouw van een nieuw bedrijfsgebouw of uitbreiding van een bedrijf hanteert de gemeente het uitgangspunt van de aanleg van een (hak)houtsingel met een breedte van 10 meter. De gemeente organiseert een jaarlijkse erfplantdag en stelt plantmateriaal te beschikking. De be­ nodigde publiciteit wordt geregeld en deze dag wordt bij voorkeur in samenwerking met de ZLTO, B-team en/of ANV Kempenland georganiseerd. 4. Daar waar mogelijk de dorpsranden herstellen. Bij het illegaal gebruik van deze randen de ingebruiknemer hierop aanspreken en de mogelijkheid tot herstel geven. Indien de ingebruiknemer hiertoe niet bereid is, is handhaving een optie. Aanleg en/of herstel van een dorpsrand wordt ook georganiseerd worden via een jaarlijkse erfplantdag in het kader van burgerparticipa­ tie. Bij nieuwe uitbreidingsplannen wordt een afschermende beplanting aangebracht op kosten van de initiatiefnemer. 5. In het kader van dit beleidsplan is een analyse door een ecologisch adviesbureau uitgevoerd naar potentiële gebieden die bij de aanleg van nieuwe structurele landschapselementen de bio­ diversiteit bevorderen. Kansrijke gebieden zijn opgenomen in de biodiversiteitkansenkaart (bij­ lage C). De Stika-middelen worden met name in deze gebieden ingezet.

De Stikaveldcoördinator gaat in deze gebieden grondeigenaren enthousiasmeren voor de aanleg van de structurele landschapselementen. 6. Het opstellen van een monitoringsplan naar de ecologische ontwikkelingen in de bosranden, landschappelijke elementen, bermen en sloten, nieuwe natuurontwikkelingsprojecten en de Stika-projecten. 7. Het opzetten van een jaarlijkse controle van de landschapselementen. Indien het areaal ver­ kleint, wordt de veroorzaker hierop aangesproken. De veroorzaker krijgt de gelegenheid om de situatie te herstellen. Indien dit niet binnen een jaar is gebeurd, vindt handhaving plaats. 8. Het opstellen van een beheerplan landschappelijke elementen. 9. Onderzoeken of de particuliere boseigenaren bereid zijn mee te werken aan een algemeen bosbeheerplan voor de bospercelen in hun bezit. Door samenwerking is de kans aanwezig dat zij daarbij een financieel voordeel bij hebben. 7.3. Natuur De realisatie van diverse natuurgebieden wordt vanuit de vernieuwde regeling Rood met Groen (zie hoofdstuk 7.1 en 8.1) gefinancierd. Dit betreffen diverse EVZ’s, het beekdal Kleine Aa en het beekdal Poelenloop. Voor elk van deze gebieden is een gebiedseigen inrichtingsplan nodig. Elk gebied kent immers haar eigen specifieke omstandigheden met haar eigen doel(soort)en en haar eigen samenwer­ kingspartners met hun verschillende belangen.

Het natuurontwikkelingsproject Beekdalherstel De Run is in de tweede helft van 2016 van start gegaan in samenwerking met waterschap De Dommel, gemeente Bergeijk en de ZLTO. Dit betreft de realisatie van de eerste fase, namelijk de bovenloop van het beekdal.

56

De natuurontwikkeling van het Beekdal de Kleine Beerze is al meerdere jaren gaande. Diverse deeltrajecten van de beek zijn ingericht en opgeleverd. De realisatie van de laatste deeltrajecten zijn opgestart of in voorbereiding. In 2016 - 2017 stonden centraal; de oprichting en start van Landcoöperatie Dal van de Klein Beerze en de inrichting van landschapselementen in buurtschap De Donk. Gemeente Eersel werkt in dit stadium samen met provincie Noord-Brabant, gemeente Oirschot, waterschap De Dommel, het Brabants Landschap en de Landcoöperatie. Landscape Art-elementen die toegevoegd worden aan het landschap, dienen de biodiversiteit te bevor­ deren. ‘Het Groene Lint’ (Bult, 2017), een wandelroute die de markten tussen Eersel en Eindhoven ver­ bindt, bestaat uit gevlochten heggen van zwarte els met daarin soorten verwerkt zoals veldesdoorn, meidoorn en Gelderse roos. Een dergelijk element bevordert de biodiversiteit. Voor de bevordering van de biodiversiteit wordt de komende jaren ingezet op de volgende 10 acties: 7.3.1. Stimuleringskader Groen Blauwe Diensten (Stika) Met het Stika wil de provincie in samenwerking met de gemeente en het waterschap het Brabantse landschap en het waterbeheer verbeteren en de mogelijkheden versterken om van het landelijk gebied te genieten. De regeling is bedoeld voor grondeigenaren die willen bijdragen aan natuur- of landschapsbehoud.

Het stimuleringskader biedt de mogelijkheid om het recreatief medegebruik in het buitengebied te stimuleren, bijvoorbeeld door de realisatie van wandelpaden op bestaande zandwegen of over boerenland. De gemeente heeft vanaf 2010 jaarlijks een bedrag ingezet voor projecten in het kader van het Stika. Dit bedrag is door de provincie verdubbeld. Op deze wijze zijn de landschapselementen voor 500Zo bekostigd door de gemeente en 5007o door de provincie. Met deze bijdrage wordt de aanleg en het beheer voor zes jaren van een landschappelijke element vergoed. Bij poelen wordt ook een vergoeding voor de afwaardering van de grond gegeven, omdat deze gronden uiteindelijk de bestemming natuur krijgen. Er is met name door agrariërs veel ge­ bruik gemaakt van deze regeling. Het Stika is echter aan verbetering toe. In de huidige opzet is het risico reëel aanwezig dat na beëindiging van de beheerpakketten de grondeigenaar het land­ schapselement verwaarloost of zelfs opruimt. Het komt ook voor dat een grondeigenaar onvol­ doende kennis heeft om een landschapselement op de juiste wijze te beheren, hetgeen verwaarlo­ zing in de hand werkt. Dit is uiteraard niet duurzaam en onwenselijk. Een ander discussiepunt is het effect van een landschapselement op de biodiversiteit.

Uit diverse onderzoeken (landelijk en in­ ternationaal) blijkt dat diverse maatregelpakketten gericht op agrarisch natuurbeheer, zoals ook opgenomen in het Stika, niet het gewenste effect hebben op de natuur17. Beleidsplan Groen Loont zet daarom alleen in op maatregelpakketten die een duurzaam effect hebben, waarbij ook de meetbaarheid van de verwachte effecten in ogenschouw worden genomen. Maatregelpakketten vanuit het Stika worden in Eersel voortaan alleen afgesloten in of direct grenzend aan de kansrijke gebieden die zijn aangegeven op de biodiversiteitkansenkaart. In de nieuwe overeenkomst Stika met de provincie voor de periode 2018 - 2021 wordt bovendien ingezet op een nieuwe randvoor­ waarde bij het afsluiten van beheerpakketten. Deze randvoorwaarde betreft deelname aan start- en herhalingscursussen over duurzaam landschapsbeheer voor de deelnemende grondeigenaren. Deze vernieuwde, gebiedsgerichte aanpak moet leiden naar een duurzame instandhouding van landschapselementen die bovendien een bijdrage leveren aan biodiversiteit. 7.3.2. Beleef- en eetnatuur in de wijken In de bebouwde kom kan aandacht worden gegeven aan het dichterbij brengen van de natuur in de eigen woonomgeving. Hierbij wordt gedacht aan het realiseren van zogenaamde bloemenweiden, pluktuinen en (buurt)moestuinen.

Het idee hierbij is dat inwoners bloemen of fruit kunnen plukken in weiden, kleine boomgaardjes of plantsoenen met bes- en nootdragende struiken. Dergelijke plekken zijn eenvoudig te realiseren op locaties met nieuwbouw, herbestemming en/of groenrenovaties. Ook de combinatie met locaties voor waterberging kunnen in aanmerking komen. Deze bio­ diversiteit bevorderende actie richt zich vooral op beleving en het creëren van draagvlak voor de natuur, maar zal niettemin ook vrij algemene soorten helpen. Soorten die vrij algemeen zijn, kun­ nen soms een stimulans gebruiken, omdat ze al geruime tijd in aantal afnemen, zoals bijvoorbeeld de huismus. Voor de realisatie van beleef- en eetnatuur kan financieel worden meegelift met de

17 Bron: onder andere http://www.rli.nl/sites/default/files/u61/david kleijn - de effectiviteit van agrarisch natuurbeheer.pdf

57

nFP

Hİ| UB îsř*

^ŕÉÉÇ?|ļ*P

•ŷŵ Ķş! ť«- J-

Foto's 7, 8 en 9. Leerzaam en leuk. Kinderen van Meester Gijbelschool in Knegsel beleven plezier met hun grootouders door aanleg en onderhoud van de schoolmoestuin. Door dit initiatief van de basisschool en het iVn, plukken zij letterlijk de vruchten van hun groene arbeid,

ŗíwvJF

[Ŵti .

iéĩmŭ

I* ;m ■ř

lil

«c-. ^

-

Foto 10. Met hulp van leerlingen van De Groote Aard wordt het leefgebied van bestuivende insecten in Eersel verbeterd.

58

reguliere budgetten voor groenbeheer en met beschikbaar gestelde budgetten. Dit is een “werk met werk” aanpak. In het uitvoeringsprogramma bij het thema Groen is een pluktuin naast een reeds bestaande moestuin in De Velden voorzien. 7.3.3. Operatie Steenbreek Het doel van de actie Operatie Steenbreek is om burgers te enthousiasmeren om hun tuin te ver­ groenen. De negatieve gevolgen van verstening, zoals afbreuk van de biodiversiteit en klimaatver­ andering worden daarbij onder de aandacht gebracht. Minder groen in de tuin betekent minder vo­ gels, insecten en andere dieren. Burgers die hun tuin vergroenen leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van hun buurt. Zeker als men bedenkt dat plusminus 400Zo van het stedelijk oppervlak in bezit is van particulieren. Eén van de concrete acties waaraan wordt gedacht is dat inwoners een tegel uit hun tuin kunnen inleveren in ruil voor een struik in hun tuin. Ook het aanbie­ den van cursussen en het opzetten van nestkastacties behoort tot de mogelijkheden. Deze biodi­ versiteit bevorderende actie lift financieel mee met het budget voor de projecten biodiversiteit en klimaatadaptatie (hitte- en droogtestress en wateroverlast) van het Duurzaamheidsbeleid Eersel. 7.3.4.

Ondersteuning initiatieven samenleving In de reguliere budgetten voor Landschap, Natuur en Groen, maar ook vanuit Duurzaamheid wordt rekening gehouden met (kleinschalige) initiatieven vanuit de samenleving die de biodiversiteit be­ vorderen. Ook bij budgetten voor de (her)inrichting vanuit grondexploitatie kan hier rekening mee worden gehouden. Een mooi voorbeeld is de realisatie van de schoolmoestuin bij de realisatie van de multifunctionele accommodatie in Knegsel. Op initiatief van de basisschool en het IVN heeft de gemeente grond beschikbaar gesteld voor een schoolmoestuin die onderhouden wordt door de schoolkinderen en de grootouders die in de buurt wonen. De kinderen en grootouders plukken let­ terlijk de vruchten van dit initiatief. 7.3.5. Verbetering leefgebied doelsoort - Grote bremraap De in Eersel bekende populaties van deze zeldzame Rode Lijstsoort, staan langs alle bosranden en bermen die in eigendom en beheer van de gemeente zijn. De gemeente heeft een grote ver­ antwoordelijkheid voor een duurzame en gunstige staat van instandhouding van deze soort. De gemeente Eersel heeft zich begin 2017 aangesloten bij een regionaal samenwerkingsverband om tot een duurzaam netwerk van Grote bremraappopulaties in De Kempen te komen. De samenwer­ kingspartners zijn de gemeenten Veldhoven en Bergeijk, Stichting Floron en Bosgroep Zuid Neder­ land.

Laatstgenoemde is penvoerder en heeft namens de samenwerkingspartners een subsidie­ aanvraag ingediend bij de provincie Noord-Brabant voor een projectplan (De Kort et al, 2017). Een belangrijk punt in de bescherming en uitbreiding van de Grote bremraap is het duurzaam beheren van de locaties met grotere aantallen bremrapen. Deze permanente groeiplaatsen worden aange­ wezen als zogenaamde bremraapreservaten waarin natuurgericht beheer en bescherming plaats vindt. In gemeente Eersel betreft dat het bos dat ligt tussen de snelweg A67 en het industrieterrein Haagdoorn. Hier staan in Eersel de meeste bremrapen bij elkaar en is in de Bosnota al rekening gehouden met het beschermen van deze bijzondere plantensoort. Behalve bremraapreservaten worden andere potentiële en aanwezige groeiplaatsen geoptimaliseerd. Het project beslaat de pe­ riode 2018 - 2020. De kosten hiervoor worden over de jaren verdeeld over de budgetten voor bos­ beheer en bermbeheer. De uitvoeringsmaatregelen zijn goed te integreren in de beheerwerkzaamheden van bos- en bermbeheer. Hierdoor is sprake van een “werk met werk” aanpak waarbij de ex­ tra kosten nihil zijn. 7.3.6. Verbetering leefgebied doelsoorten - insecten Voor het verbeteren van de leefgebieden van insecten gaat in het beleidsplan de aandacht vooral uit naar de veldkrekel, bont dikkopje en bruine eikenpage (twee vlindersoorten).

Wilde bijen krijgen eveneens aandacht aangezien deze soortgroep een belangrijke rol speelt in de bestuiving van na­ tuur- en cultuurbeplantingen. Buiten de bestaande bos- en natuurgebieden is voor deze soorten winst te behalen in ecologisch bermbeheer, het realiseren van geleidelijke, open bosranden en het meer ecologisch inrichten en beheren van grotere vakken cultuurgroen in de bebouwde kom. Pro­ ject Bloeiende Kempen speelt hier in het buitengebied op in. Dit project is een samenwerkingsver­ band van de gemeenten Bergeijk, Bladel, Reusel - De Mierden, Hilvarenbeek, Oirschot en Eersel. In 2016 was stichting Food4Bees en onderwijsinstelling De Groote Aard een samenwerkingspart­ ner. In 2017 sluit Natuurmonumenten zich aan bij deze samenwerking. Doel van het project is: Verbetering van het leefgebied van de bijen en andere bestuivende insecten in De Kempen. Het 59

richt zich op bij-vriendelijke inrichtingsmaatregelen. Hierbij ligt het accent op het inrichten, beheren en monitoren van verbindingen tussen natuur- en bloemrijke gebieden die voor wilde bijen, vlinders en de bijbehorende flora van grote betekenis zijn. Jaarlijks wordt bekeken welke maatregelen wor­ den getroffen en welke partijen al dan niet meedoen. De maatregelen worden kostenneutraal uit­ gevoerd, omdat bijvoorbeeld de aanplant van bomen of het afroven van de toplaag van een berm op een bepaalde locatie al is bestemd. De meerwaarde zit hem dan ook in maatwerk. Door te let­ ten op de juiste soort bomen of struiken bij aanplant; de juiste specifieke beheermaatregelen en/of het schuiven van maatregelen in de planning, wordt getracht maximaal rendement te behalen voor de leefgebieden van wilde bijen. De veldkrekel en de vlinders bont dikkopje en bruine eikenpage kunnen hiervan profiteren. Een belangrijk onderdeel van het project is het inventariseren van flora en wilde bijen om tot de juiste maatregelen te komen. Vrijwilligers van het IVN verzorgen de florainventarisaties. 7.3.7. Verbetering leefgebied doelsoorten - reptielen en amfibieën Voor amfibieën is het in zijn algemeenheid belangrijk om in het landschap rekening te houden met voldoende schuil-, voedsel- en voortplantingsgelegenheid.

Dit kan in de vorm van het duurzaam in stand houden en waar mogelijk het uitbreiden van gemeentelijke landschapselementen als hout­ wallen/singels, kleine bosjes en visvrije poelen. Deze aanpak is in elk geval voor de doelsoort kamsalamander in Kreiel heel nuttig. De recent opgeleverde landherinrichting van Wintelre - Oerle biedt in potentie veel kansen aangezien in dit gebied veel houtsingels en bosjes liggen en zijn aan­ gelegd. Verder is dit gebied op particuliere terrein te verbeteren door het Stika aan te wenden. Voor de vinpootsalamander op Heieinden wordt onderzocht wat binnen de mogelijkheden van het bosbeheer mogelijk is. Eventueel kan voor deze soort het Stika ingezet worden om poelen aan te leggen op particuliere gronden die direct naast de bossen liggen waar vinpootsalamander voor­ komt. De levendbarende hagedis heeft behalve (vochtige) heide, baat bij (hei)schrale graslanden en open bosranden. Als zodanig kan met deze soort rekening worden gehouden in het reguliere be­ heer van de bossen, landschapselementen en bermen. Het realiseren van open bosranden en structuurrijke bosjes en het ecologisch beheren van bermen in voor de levendbarende hagedis kansrijke gebieden (zie biodiversiteit kansenkaart - bijlage C) draagt bij dat de soort duurzaam in stand wordt gehouden.

De verbetering van leefgebieden voor reptielen en amfibieën vergt een “werk met werk” aanpak waarbij financieel de reguliere beheerbudgetten en het Stika worden be­ nut. 7.3.8. Verbetering leefgebied doelsoorten - vogels Beleidsplan Groen Loont zet op basis van de biodiversiteit kansenkaart in op de vogelsoorten huismus, gierzwaluw, patrijs en steenuil. Huismus en gierzwaluw vallen onder de noemer stadsvo­ gels. Deze soorten zijn gebaat bij goede nestgelegenheden in of aan gebouwen. Dit beleidsplan wil via Operatie Steenbreek meeliften om een nestkastenactie op te zetten, waarbij ook deze stadsvo­ gels worden geholpen. Verder hebben deze stadsvogels baat bij gevarieerde en insectenrijke tui­ nen en gemeentelijke plantsoenen. Hier leveren de biodiversiteit bevorderende maatregelen Ope­ ratie Steenbreek en Beleef- en eetnatuur in de wijken een bijdrage aan. Patrijs en steenuil zijn te scharen onder boerenlandvogels. Het stimuleren van de aanleg van erfbeplanting, hoogstamfruitbomen en kleine bosjes in kansrijke gebieden levert een bijdrage aan het duurzaam in stand houden van deze soorten. Hiervoor wordt het Stika ingezet. De gemeentelijke bosjes en houtwallen/singels moeten zorgvuldig beheerd worden. Een goed ontwikkelde struik- en kruidlaag op de bodem met relatief weinig bomen is belangrijk.

Om het voedselaanbod voor patrijs en steenuil te verbeteren is de pilot Project Vogelakkers opgestart. Op zes locaties in de gemeente worden in de komende jaren op gemeentelijke pachtgronden verschillende graansoorten en bloe­ men ingezaaid. Het project is niet alleen bedoeld als fysiek en visueel voorbeeld hoe habitatverbetering van bepaalde doelsoorten kan plaats vinden, maar geeft ook een voorbeeld van hoe de getroffen maatregelen op hun effecten gemeten kunnen worden. In dit project werken Vogelwerkgroep De Kempen en B-team Eersel met de gemeente samen. De vrijwilligers verzorgen de vogelmonitoring en verrichten hand en spandiensten in de uitvoering.

60

7.3.9.Verbetering leefgebied doelsoorten - kleine marters Hoewel het landelijke verspreidingsbeeld en de exacte eisen van kleine marterachtigen niet com­ pleet is, spelen landschapselementen waarschijnlijk een belangrijke rol. Houtwallen, houtsingels, bosjes, erfbeplantingen, poelen en schrale bermen met een gevarieerde samenstelling aan strui­ ken en kruiden zijn aantrekkelijk voor vogels, knaagdieren, amfibieën en insecten. Deze soorten staan op het menu van wezel, hermelijn en bunzing. Bovendien bieden de landschapselementen beschutting voor de kleine marters zelf. Voor deze soorten is het belangrijk het gemeentelijk be­ heer van landschappelijke elementen zorgvuldig uit te voeren. Aanvullend kunnen maatregelen vanuit het Stika en de aan het landschap gerelateerde acties van dit beleidsplan een positieve im­ puls geven aan het leefgebied van de drie kleine martersoorten. 7.3.10. Monitoring doelsoorten De effecten van nieuwe natuurontwikkeling, nieuwe landschapselementen, ecologisch groenbeheer, het Stika en biodiversiteit bevorderende acties kan worden gemeten aan de hand van (steek­ proefsgewijze) monitoring. De resultaten van de monitoring kan leiden tot bijsturing van de in­ richting en het beheer van landschap, natuur en groen. In diverse natuur- en bosgebieden vindt al monitoring plaats door ecologen of natuurvrijwilligers.

Monitoring in kleine natuurgebieden en het cultuurlandschap, zowel in het buitengebied als binnen de bebouwde kom, ontbreekt vooralsnog. In het kader van de biodiversiteit bevorderende acties Project Bloeiende Kempen en Project Vogelakkers is hiermee een eerste start gemaakt, vaak in samenwerking met lokale natuurvrijwilligers. In beide projecten is een professionele ecologische analyse uitgevoerd. De natuurvrijwilligers hebben echter niet van alle soortgroepen kennis of be­ schikken, door andere activiteiten, niet over voldoende tijd om te monitoren. Vrijwilligers hebben bovendien (meestal) niet de kennis om een ecologische analyse uit te voeren. Een dergelijke ana­ lyse is belangrijk om het effect van een maatregel zeggingskracht te geven. Daarom wordt jaarlijks een bedrag begroot voor de uitvoering van monitoring (zie paragraaf 8.3). Aangezien ook bij het thema Landschap de behoefte aan monitoring aanwezig is, is voor dit thema eenmalig een bedrag begroot (zie paragraaf 8.2) voor het opstellen van een monitoringsplan. Dit plan richt zich met na­ me op het monitoren van de biodiversiteit in landschapselementen. 7.4. Groen In het uitvoeringsprogramma voor de vervanging van groen in bijlage F is voor gemeente Eersel per kern en voor het buitengebied aangegeven waar groen vervangen kan worden. Ook worden beknopt de te treffen maatregel(en) benoemd.

Hierbij vormen maatregelen rondom de beheergroep bomen het uitgangspunt, aangezien zij vaak bepalend zijn voor omgeving en uitvoering. De selectie van maatrege­ len is tot stand gekomen op basis van een steekproef naar de huidige, technische kwaliteit van het groen en op basis van de rekenmatrix (zie bijlage E), dat is gemaakt door een extern adviesbureau. Het adviesbureau heeft zich vooral gericht op het nemen van een steekproef van plantsoenen en gazons en de gemeente heeft de technische kwaliteit van de bomen getoetst. Beleidsplan Groen Loont bestrijkt een periode tot en met 2033. In het uitvoeringsprogramma van de vervanging van groen is een globale planning aangegeven door maatregelen in drie clusters te prioriteren: » Prioriteit I betreffen maatregelen die worden nagestreefd in de periode 2018-2021, de eerste vier jaar van het beleidsplan. » Maatregelen met prioriteit II worden nagestreefd in de periode 2018-2028, de eerste tien jaar van het beleidsplan. » Prioriteit III geeft tenslotte een doorkijkje naar de periode ná 2028. Deze prioritering is slechts een indicatie. Hoewel het een uitgebreide lijst is, houdt dit niet in dat deze compleet is. In prioritering kan worden ge­ schoven en onbenoemde maatregelen en locaties kunnen worden toegevoegd.

Dit geeft het uitvoe­ ringsprogramma flexibiliteit, want verschillende factoren kunnen het moment van uitvoering en het soort maatregel beïnvloeden. Denk hierbij aan: ziekten en calamiteiten waardoor beplanting plotseling ver­ sneld vervangen moet worden; “werk met werk” situaties waarbij de planning van andere vakdisciplines leidend kan zijn en de vervanging van het groen in deze planning meegaat; bestuurlijke en/of financiële veranderingen in de organisatie waardoor prioriteiten verschuiven; samenwerkingsverbanden en signa­ len uit de samenleving die vervanging van groen op locaties in een ander daglicht kunnen plaatsen. De lijst in het uitvoeringsprogramma geeft aan dat diverse locaties in beeld zijn die op termijn aangepakt worden. Verder is gelet op een enigszins gelijkmatige verdeling over de kernen, waarbij ook rekening is gehouden met wat in die kernen in de periode 2007-2017 aan groen vervangen is. 61

7.5. Organisatie Om de doelstellingen en het uitvoeringsplan, zoals verwoord in dit beleidsplan te realiseren en uit te voeren is integraal werken in de gemeenteorganisatie belangrijk. In werkprocessen wordt daarom de verantwoordelijkheid van de diverse inhoudelijke disciplines uitgewerkt. Deze werkprocessen worden in 2018 uitgewerkt. De groenbeleidsmedewerkers zijn hierin leidend. Naast deze werkprocessen geldt voor een aantal onderwerpen, waarbij het belang van groen in zijn breedste betekenis van toepassing is, het volgende: » De beleidsmedewerker groen geeft aan of bij een landschappelijke inpassing een groenstrook een landschappelijke waarde heeft. Bij een landschappelijke waarde is een groenstrook in prin­ cipe met een breedte van 10 m voldoende. » Bij iedere ontwikkeling zowel binnen als buiten de kom, wordt de beleidsmedewerker groen vanaf het begin betrokken bij de voorbereiding van het plan. » Bij ieder plan wordt behalve een inrichtingsplan, ook een beheerplan opgesteld. De beleidsme­ dewerker controleert of dit plan past binnen de beheermaatregelpakketten van de gemeente. Indien dat niet het geval is, wordt een nieuw maatregelpakket opgesteld. De financiële conse­ quenties daarvan worden in beeld gebracht. » De beleidsmedewerker groen neemt deel aan de Kempen brede verkenning naar mogelijkhe­ den voor de inzet van groene handhavers.

62

8. Financiën In de onderstaande paragrafen 8.1 tot en met 8.4 worden de kosten per onderdeel uit het uitvoeringsprogramma aangegeven. Paragraaf 8.5 geeft een samenvatting van de gevraagde extra lasten en in paragraaf 8.6 zijn de dekkingsmiddelen weergeven. 8.1. Rood met Groen In het verleden heeft de provincie in het streekplan vastgelegd dat ieder nieuw stedelijk ruimtebeslag, waarvoor de beleidsregel voor natuurcompensatie niet geldt, gepaard moet gaan met een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ergens in het buitengebied. Deze beleidsregel staat bekend als de “Rood met Groen” koppeling. Door de oprichting van een reserve “Rood met Groen” zijn middelen gegene­ reerd om projecten uit te voeren die deze verbetering tot stand kunnen brengen. Deze reserve werd gevuld met C 7,50 (prijspeil 2009) plus indexering per uitgeefbare m2 rode stedelijke functies. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de voorschriften voor de administratie van de grondex­ ploitatie per 1 januari 2016 gewijzigd. Dit betekent onder andere dat toevoegingen aan bestemmingsreserves alleen kunnen plaatsvinden via resultaatsbestemming. De bouwcrisis heeft vanaf 2009 geleid tot minder winsten en in sommige exploitaties zelfs tot verliezen.

De provincie blijft het echter belangrijk vinden dat ieder nieuw stedelijk ruimtebeslag in het buitengebied gepaard gaat met een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. De gemeente wil eveneens projecten uitvoeren die gericht zijn op kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Zij heeft hiervoor de volgende alternatieven: » De niet-locatie gebonden aanpak In de bestemmingsreserve Rood met Groenfonds is een restantbedrag van C 85.788,00 aanwe­ zig. Dit bedrag wordt ingezet in gebieden waar een potentie aanwezig is voor herstel en ontwik­ keling van landschap en natuur. Projecten die in aanmerking komen om uitgevoerd te worden met budgetten van de niet-locatie gebonden aanpak zijn: Nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

»

»

Omschrijving Natuur en biodiversiteit Rouwven - Oostelbeersedijk De Huufkes - Molenvelden De kleine Aa De bosranden van de Buikheide EVZ tussen de kleine Beerze en de Buikheide EVZ Landschotse Heide en de Kleine Beerze EVZ Hoolven EVZ Oostelbeersedijk tegen gemeentegrens Oirschot Uitbreiding ecologisch bermbeheer Landschap Driehuizen Oude cultuurgronden rondom Knegsel

Periode 2018-2025 2018-2025 2018-2033 2018-2033 2018-2033 2018-2033 2018-2033 2018-2033 2018-2033 2018-2033

Bedrag C 50.000,00 C 20.000,00 P.M. P.M. P.M. P.M. P.M. P.M. P.M.

2018-2025 2018-2025 Totaal

C 30.000,00 C 50.000,00 C 150.000,00

De locatie gebonden aanpak Bij deze aanpak wordt bij iedere planontwikkeling en bij de vaststelling van het bestemmings­ plan ruimte gereserveerd voor een goede landschappelijke inpassing. De kosten voor deze in­ passing is voor rekening van de ontwikkelaar. Voor een goede landschappelijke overgang van de nieuwbouw naar het buitengebied hanteert de gemeente stroken van minstens 10 m breed als uitgangspunt. Bij ieder project wordt de groenbeleidsmedewerker vanaf het begin van de projectbegeleiding bij de planvorming betrokken. Deze aanpak vervangt voor een deel de oude regeling Rood met Groen. Verloren gegane boomwaarden Het betreft hier de waarde van illegaal gekapte bomen, bomen die aangereden zijn of bescha­ digd door werkzaamheden en/of vandalisme. De waarde die hierbij verloren gaat, kan berekend worden volgens een taxatie conform NVTB-richtlijnen. De berekende schade wordt verhaald op de veroorzaker of op het schadefonds. De bedragen worden ingezet om de schade te herstellen 63

en/of de kwaliteit van het buitengebied te versterken respectievelijk te herstellen met het accent op bomen. Financiële aspecten Alternatieven Rood met Groen De niet-locatie gebonden aanpak De locatie gebonden aanpak Verloren gegane boomwaarden

Financiële dekking Dekking uit bestemmingsreserve Rood met Groen Dekking uit betreffende planontwikkeling/krediet Budgettair neutraal

8.2. Landschap De uit te voeren projecten en acties voor het thema Landschap worden niet allemaal tegelijk opgestart en uitgevoerd, omdat daarvoor de personeelscapaciteit en de financiële middelen niet voorhanden zijn. Project 1, de voorlichtingscampagne om agrariërs te informeren over klimaatverandering, kan aanslui­ ten bij de projecten biodiversiteit en klimaatadaptatie in het Duurzaamheidsbeleid Eersel. Verder wordt gestart met een aantal projecten die duidelijk zichtbaar effect hebben in het landschap. Voor het uitvoe­ ringsplan wordt de volgende planning en raming aangehouden: Nr. 1

Omschrijving Voorlichtingscampagne

2

Inventarisatie landschappelijke elementen

3 4 5 6

Het organiseren van een jaarlijkse erfplantdag Herstel van de dorpsranden Uitvoering Stimuleringskader Groen Blauw Diensten (Stika) Monitoringsplan

7

Jaarlijkse controle landschapselementen

8

Het opstellen van een beheerplan landschappelijke elementen Het opstellen van een bosbeheerplan particuliere bos­ eigenaren

9

Periode/Frequentie eenmalig (2019) eenmalig (2019) jaarlijks jaarlijks jaarlijks eenmalig (2020) jaarlijks (vanaf 2020) eenmalig (2019) eenmalig (2021)

Bedrag kostenneutraal18 C 5.000,00 C 5.000,00 C 5.000,00 zie paragraaf 8.3 C 3.000,00 C 1.500,00 C 3.000,00 C 3.000,00

Financiële aspecten Voor de dekking voor onderstaande aspecten: zie paragraaf 8.6 Jaartal Vanaf 2018 Vanaf 2020 2019 2020 2021

18

Bedrag C 10.000,00 C 1.500,00 C 8.000,00 C 3.000,00 C 3.000,00

Structureel/incidenteel Structureel Structureel Incidenteel Incidenteel Incidenteel

Dit landschapsproject haakt financieel aan op de projecten biodiversiteit en klimaatadaptatie van Duurzaamheidsbeleid Eersel.

64

8.3. Natuur De uit te voeren projecten en acties voor het thema Natuur kosten: Nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Omschrijving Stimuleringskader Groen Blauwe Diensten Beleef- en eetnatuur in de wijken Operatie Steenbreek Ondersteuning initiatieven samenleving Verbetering leefgebied doelsoort - Grote bremraap Verbetering leefgebied doelsoorten - insecten Verbetering leefgebied doelsoorten - reptielen en amfibieën Verbetering leefgebied doelsoorten - vogels Verbetering leefgebied doelsoorten - kleine marters Monitoring doelsoorten

Periode/frequentie jaarlijks jaarlijks 2018 - 2020 jaarlijks eenmalig jaarlijks jaarlijks

Bedrag C 25.000,00 kostenneutraal kostenneutraal19 kostenneutraal kostenneutraal kostenneutraal kostenneutraal

jaarlijks jaarlijks jaarlijks

C 6.000,00 kostenneutraal C 5.000,00

Financiële aspecten De jaarlijkse lasten voor het Stika zijn opgenomen in de Voorjaarsnota 2018-2021 en worden daarom nu niet als extra last meegenomen. Het in dit beleidsplan opgenomen bedrag voor biodiversiteit (dat wil zeggen “Verbetering leefgebied doelsoorten - vogels”) vervangt het in de Voorjaarsnota genoemde investeringsbedrag van C 18.000,00. Dit betekent dat de bestemmingsreserve biodiversiteit van C 12.000,00 kan vervallen ten gunste van de algemene reserve als vrij te besteden. Het betekent ook dat de onttrekking van C 6.000,00 aan de algemene reserve als vrij te besteden, achterwege kan blijven. De hogere lasten zijn voor het thema Natuur structureel C 11.000,00. 8.4. Groen Een extern adviesbureau heeft voor het beleidsplan Groen Loont uitgerekend wat het kost om op basis van het huidige groenareaal, het groen te vervangen op het moment dat de levensduur van dit groen voorbij is. Het adviesbureau heeft hierbij landelijke normen gehanteerd. Het adviesbureau heeft behalve de vervangingswaarde op basis van landelijke normen van het huidige groenareaal, ook kritisch gekeken naar wat dit in de praktijk betekent. Door bij vervanging van groen ook rekening te houden met een kostenbesparende aanpak, kan de vervangingswaarde aanzienlijk omlaag worden geschroefd.

Denk bijvoorbeeld aan grotere plantafstanden van bomen in bermen, bo­ men bij vervanging alleen in beplanting terug te plaatsen en bij vervanging van groen uit te gaan van “werk met werk”. Jaarlijks is in totaal C 179.500,00 (prijspeil 2017) nodig om de vervanging van het groen op peil te houden. Het huidige budget voor de vervanging van groen is C 88.500,00, waarvan C 23.500,00 bestemd is voor inboet. Om de vervanging van het groen op peil te brengen, is een structure­ le verhoging van C 91.000,00 nodig. Deze berekeningen zijn terug te vinden in de rekenmatrix van bijla­ ge E. Het totaal benodigde budget wordt vanaf 2018 jaarlijks gestort in een nieuwe bestemmingsreser­ ve Vervanging Groen en vervolgens worden vanaf 2018 de benodigde vervangingen opgenomen in het meerjarig investeringsprogramma (MIP) met als dekking de nieuwe bestemmingsreserve. Uitzondering hierop vormt het jaarlijkse budget voor inboeten, dit budget van C 23.500,00 blijft gehandhaafd als jaar­ lijks exploitatiebudget. De begroting voor het onderhoud van groen bedraagt in 2017: C 672.000,00. Het adviesbureau heeft voor dit beleidsplan ook de kosten uitgerekend om het onderhoud kwaliteitsniveau van de centra van de zes kernen te verhogen naar kwaliteitsbeeld A. Op de huidige begroting voor het onderhoud van groen betekent dit een structurele verhoging van C 10.000,00.

De resultaten van de berekeningen zijn opge­ nomen in een rekenmatrix (zie bijlage E).

19

Deze biodiversiteit bevorderende actie haakt financieel aan op de projecten biodiversiteit en klimaatadaptatie van Duurzaamheidsbeleid Eersel.

65

Financiële aspecten Jaartal Vervanging groen vanaf 2018 Onderhoud groen vanaf 2018

Bedrag C 91.000,00 C 10.000,00

Structureel/incidenteel Structureel Structureel

8.5. Samenvatting kosten paragrafen 8.1 tot en met 8.4 Paragraaf 8.1

Thema (onderwerp) Rood met Groen

Jaartal 2018

Structureel Nvt

8.2

Landschap

2018 2019 2020 2021 2018 2018 2018

C 10.000,00

8.3 8.4

Natuur Groen (vervanging) Groen (onderhoud)

Totaal

C 1.500,00 Nvt C 11.000,00 C 91.000,00 C 10.000,00 C 123.500,00

Incidenteel e 150.000,00 P.M), zie paragraaf 8.6 Nvt C 8.000,00 C 3.000,00 C 3.000,00 Nvt Nvt Nvt C 14.000,00

8.6. Dekkingsmiddelen Structureel De hogere exploitatielasten kunnen in de begroting 2018-2021 worden meegenomen. In 2018 zal in totaal C 122.000,00 als extra last worden opgenomen. Vanaf 2020 bedraagt de totale extra last C 123.500,00. Deze uitgaven komen ten laste van de exploitatie en hebben een neerwaarts effect op de positieve exploitatiesaldi 2018-2021. Incidenteel De incidentele extra lasten van C 14.000,00 zoals genoemd in paragraaf 8.2 en 8.5, kan worden gedekt via een beschikking over de “algemene reserve vrij besteedbaar”. Hierbij wordt opgemerkt dat sprake is van een positief effect op de “algemene reserve vrij besteedbaar” door het feit dat het in de Voorjaars­ nota 2018-2021 opgenomen investeringsbedrag van C 18.000,00 voor biodiversiteit niet hoeft worden opgenomen in de begroting van 2018. Voor de geraamde kosten in paragraaf 8.1 en 8.5 van C 150.000,00 (exclusief P.M.-kosten) is de bestemmingsreserve Rood met Groen van belang. In de bestemmingsreserve Rood met Groen is een restantbedrag van C 85.788,00 (saldo per 31-12-2016, conform Jaarrekening 2016) aanwezig. Dit be­ drag wordt ingezet in gebieden waar potentie aanwezig is voor het herstel en de ontwikkeling van land­ schap en natuur (zie paragraaf 8.1 voor de toelichting).

Gelet op de in paragraaf 8.1 geraamde uitgaven van C 150.000,00 en de stand van de bestemmingsre­ serve, kan vanuit de “algemene reserve vrij besteedbaar” aanvullend C 64.212,00 worden gestort. Als de bedragen van de op dit moment nog geraamde P.M.-kosten bekend zijn, wordt een voorstel gedaan om een aanvullende storting te doen op de bestemmingsreserve Rood met Groen op het benodigde niveau te brengen. Op termijn worden onder andere te verkrijgen subsidies en samenwerkingspartners meer inzichtelijk, zodat de totaal benodigde budgetten nauwkeuriger kunnen worden geraamd. Ter indi­ catie is op dit moment de inschatting van de totale P.M.-kosten ongeveer C 220.000,00.

66

9. Communicatie Ä evaluatie Voor het welslagen van beleidsplan Groen Loont is het nodig dat de doelen en richtlijnen van het beleid draagvlak hebben. Een zorgvuldige communicatie is daarbij onontbeerlijk. Hierbij is een onderverdeling te maken tussen interne en externe communicatie. Bovendien is het periodiek evalueren van het be­ leidsplan belangrijk om te kunnen bijsturen op bepaalde beleidsonderdelen als dat nodig blijkt te zijn. Het beleidsplan is geen statisch document, maar een handvat dat door ontwikkelingen en ervaringen in de tijd steeds bijgestuurd kan worden. 9.1. Interne communicatie Bij interne communicatie gaat het over de gemeentelijke organisatie, daarmee worden zowel de politie­ ke bestuurders als de ambtenaren bedoeld. De politiek is op diverse manieren bij de totstandkoming van het beleidsplan betrokken. Het projectplan voor het proces rondom dit beleidsplan is met instem­ ming van het college van B&W ter informatie naar de gemeenteraad verstuurd. Het college van B&W heeft besloten om de gemeenteraad aan de hand van een uitgebreide BOB-procedure actief te betrek­ ken in de politieke besluitvorming van het beleidsplan. Het BOB-model staat voor Beeldvorming, Oor­ deelsvorming en Besluitvorming.

In de uitgebreide procedure zijn vier gemeenteraadsvergaderingen belegd om de gemeenteraad mogelijkheden te geven weloverwogen richting te geven aan de nieuwe koers van Groen Loont. Deze vorm van interne communicatie besloeg de periode juni 2016 - septem­ ber 2017. Tijdens deze periode is de portefeuillehouder van dit beleidsplan ook regelmatig bilateraal geïnformeerd over het verloop van het proces. Na vaststelling van het beleidsplan is het voor de conti­ nuïteit belangrijk om Groen Loont bij de politiek onder de aandacht te houden, te meer omdat de sa­ menstelling van gemeenteraad en college van B&W na elke gemeenteraadsverkiezing wijzigt. Hier dient rekening mee te worden gehouden in de periodieke evaluaties van het beleidsplan. Ambtelijk is op diverse momenten formeel en informeel overleg geweest tussen de vakgroep groen en de andere vakdisciplines om de integraliteit van het beleidsplan te borgen. Vooral met de vakdisciplines ruimtelijke ontwikkeling, vastgoed, financiën en innovatie & dorpsparticipatie zijn diverse beleidsrichtlijnen besproken. Met de vakdisciplines stedenbouw, wegen, water, recreatie, vergunning en handhaving hebben eveneens gesprekken plaats gevonden. De leidinggevenden binnen het Managementteam zijn ook op diverse momenten geïnformeerd en betrokken.

De gemeente verankert het belang, de uitvoering en de toepassing van het beleidsplan door periodiek informatiebijeenkomsten te organiseren of door de verschillende vakdisciplines regelmatig op de hoogte te houden via teamvergaderingen. 9.2. Externe communicatie De externe communicatie van het beleidsplan richt zich op de inwoners en maatschappelijke organisa­ ties van gemeente Eersel. Na vaststelling van het beleidsplan door de gemeenteraad wordt bekendheid gegeven aan het beleidsplan via social media en de klassieke media. Het beleidsplan is digitaal be­ schikbaar via de gemeentelijke website www.eersel.nl. Via Facebook, LinkedIn en Twitter wordt even­ eens aandacht gegeven aan het beleidsplan. Uiteraard worden ook de meer traditionele media ingezet zoals de lokale weekkrant De Hint en door het versturen van persberichten. Om het beleidsplan onder de aandacht te houden, is het belangrijk om met enige regelmaat ontwikke­ lingen en actualiteiten via de diverse media te berichten. Een andere mogelijkheid is het periodiek of op aanvraag organiseren van informatiebijeenkomsten in kleine kring, denk bijvoorbeeld aan bepaalde belangengroepen zoals de dorpsraden of ondernemersverenigingen. In de voorbereiding op het beleidsplan is een projectplan geschreven, waarin voor de communicatie is gekozen voor de Methode K3.

K3 is een omgevingsanalyse bestaande uit een krachtenveldanalyse, kernboodschap en een communicatiekalender. Op basis hiervan is voor het beleidsplan Groen Loont gekozen om een klankbordgroep samen te stellen, waarin vertegenwoordigers van belangengroepen in de samenleving van Eersel zitting hebben genomen. Het is belangrijk om een klankbordgroep samen te stellen waarin inwoners van gemeente Eersel zitting nemen die hart hebben voor de thema’s land­ schap, natuur en groen, maar ook een evenredige afspiegeling vormen van de bevolking van Eersel. Inwoners met interesse voor groen kennen hun eigen omgeving. Bovendien kan een klankbordgroep ideeën of ervaringen hebben, waar de gemeente geen weet van heeft. Deze kennis is nodig om het nieuwe beleidsplan compleet te maken. De klankbordgroep bestond uit vertegenwoordigers van de Dorpsraden Knegsel, Steensel, Vessem, Wintelre, de Leefbaarheidsgroepen Duizel, Eersel, de IVN afdelingen Bergeijk - Eersel en Veldhoven - Eindhoven - Vessem, Biodiversiteitsteam Eersel, ZLTO 67

afdeling Eersel en de Heemkundevereniging Hooge Dorpen. De samenstelling van de klankbordgroep beoogt een zo breed mogelijk draagvlak voor het beleidsplan te creëren. De klankbordgroep is in de periode oktober 2016 - januari 2017 op drie avonden bij elkaar gekomen. Tijdens deze avonden heb­ ben de aanwezigen nagedacht en gedeeld wat zij verstaan onder de thema’s landschap, natuur en groen. Vervolgens zijn de kwaliteiten, kansen en knelpunten van deze drie thema’s in Eersel in beeld gebracht. De resultaten van deze avonden zijn in bijlage G terug te vinden. De klankbordgroep heeft haar bevindingen en adviezen op de Beeldvormende bijeenkomst aan de gemeenteraad gepresen­ teerd. De klankbordgroep heeft haar bevindingen ook in een kort adviesdocument aan de gemeente overhandigd (zie bijlage H). Vice versa wordt het vastgestelde beleidsplan onder de belangengroepen verspreid die zitting hadden in de klankbordgroep. 9.3. Evaluatie Het beleid is vastgesteld voor de periode van 2018 tot en met 2033. Tot die tijd wordt het beleidsplan om de vier jaar geëvalueerd en de evaluatie wordt aan de raad voorgelegd. Dit zal ook nodig zijn in verband met de Omgevingswet die naar verwachting in 2019 in werking zal treden. Daarnaast kunnen andere ontwikkelingen van invloed zijn op het beleidsplan.

Het met enig regelmaat evalueren, schept de mogelijkheid om op deze ontwikkelingen te anticiperen en het beleid eventueel bij te sturen.

Schoefelen in Knegselse succesvolle schooltuin

•'ťr'ñ

Hcnk Riptets (6í| kijkt tevreden ì hoe Dylan (9) groep 5 hun aalbessen i goedr vraagt nil hi| kdùschi vruchtjes in zi|n hand kijkt ene is nog nia rtjp*. antwoordt de geelgroene

A Er wordt gewerkt in de schoottuinties. r geen verstand' vol wergavţ Raul (6) i .Maar uil de toekent de struiken is vooral hed gczdlig", vult Henk aan..Ik woon Ũencgencver en kan af en roe ook water geven Bij de aardappelen gezet i onkruid groentetuin kruidenruin bloe­ aanleg heeft een 1VN-lid geholpen mentuin fruitbomen, bessentuin en nu krijgen we ook nog advies* wdkc taak aankan rust velden twee doolhoven en dit Hugo (8) uit groep 4 weer nier jaar moer er nog een bankje komen Elke dinsdag van ijjç uur tot Tussendoor I ipaarkleui4ļo uur komen leerlingen werken i plukken. Even late onkruid wieden harken schoffden i Willem i en natuur!i|k plukken wam 'opi tosje rond. Madanne' eren is her I euksť. zegt Sief ma een lach Ho fruit wordt gewassen en groepen kindereni i beunen koin de ld assen uitgedeeld ï helpen. Meestal is er geen leer­ Behalve Henk zijn ook Pìa Tburkracht bij. Henk en Pier letten goed op en als her re wild wordt, gnjpen

Bij de aanleg heeft een IVN-lid geholpen en nu krijgen we ook nog advies

Foto's 11 en 12. Successen vieren, we zijn het als gemeente niet zo gewoon. Gelukkig weten zowel de beeldende pers als de schrijvende pers bijzondere projecten in Eersel te vinden. Op de eerste foto schenkt Omroep Brabant aandacht aan ecologisch bermbeheer met een tv-opname in het programma Natuurrijk. Op de tweede foto verslaat het Eindhovens Dagblad de (buurt)schoolmoestuin in Knegsel. Deze vormen van communicatie brengen projecten van beleidsplan Groen Loont voor het voetlicht en vormen daarmee uitstekende reclame voor gemeente Eersel.

68

Literatuurlijst » » » » » » » » » » » » » »

Bade, T., G. Smid à F. Tonneijck, 2011. Groen Loont! - Over maatschappelijke en economische baten van stedelijk groen. De Groene Stad. Bult, A, 2017. Het Groene Lint, Leidraad voor een wandelroute van Eersel naar Eindhoven en vice versa. Caspers, Th., A. van der Leest à H. Stam, 2005. Grote Historische topografische Atlas NoordBrabant 1894-1914, 1: 25.000. Uitgeverij Nieuwland. Claassens, M., 2012. Kwaliteitsplan Groen Eersel. Gemeente Eersel. Claassens, M., 2013. Bomenbeleidsplan Gemeente Eersel. Gemeente Eersel. De Kort, N., L. van der Zee, R. van der Brug à E. Dijkhuis, 2017. Naar een duurzaam netwerk van Grote bremraappopulaties in de Kempen. Coöperatie Bosgroep Zuid nederland u.a.. Derijcke, E., 2017. Duurzaamheidsbeleid Eersel. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Hendriks, T., W. Bouw, P. Drijver à R. van Huis, 2012. Beeldkwaliteitsplan gemeente Eersel - het DNA in beeld gebracht. Gemeente Eersel. Nierop, L. van à M. Claassens, 2009. Nota Rood-met-Groen. Gemeente Eersel. Pruijsten, L., W. Aarts à L. van Nierop, 2011. Bosnota 2011 - 2020 Gemeente Eersel. Bureau van Nierop. Strien, A. van à R. Verweij, 2014. https://www.naturetoday.com/intl/nl/naturereportsZmessageZ?msg^9605 . CBS - Natuurstatistieken. Verdonk, H., 2016. Het vergeten landschap - Beekdalen in de Kempen. Voets, R. à W. van den Berg, 2009.

Biodiversiteit actieplan gemeente Oirschot - Geelgors, boeg­ beeld van de Oirschotse biodiversiteit. Gemeente Oirschot. Ziel, H. van à S. Wijdeven, 2014. Staatsbosbeheer Uitwerkingsplan Object Eersel. Staatsbosbe­ heer.

Bronnen » » » »

» »

Gemeente Eersel, 2013. Toekomstvisie 2030 - Kempisch wonen in een wereldregio. Gemeente Eersel, 2016. Projectplan Integraal beleidsplan Groen, Natuur à Landschap. Gemeente Eersel, 2016. Startnotitie Datagedreven Kempengemeenten. Internet: o http://degroenestad.nl/downloads/groen-loont.pdf o http://www.rli.nl/sites/default/files/u61/david kleijn de effectiviteit van agrarisch natuurbeheer.pdf o https://vng.nl/files/vng/20170310 investeringsagenda vor kabinetsformatie 2017 pamflet.pdf o www.pbl.nl Klimaatakkoord Parijs 2015 (zie onder andere: https://nl.wikipedia.org/wiki/Klimaatconferentie van Parijs 2015 ) Wikipedia: o https://nl.wikipedia.org/wiki/Natura 2000 o https://nl.wikipedia.org/wiki/Ecologische hoofdstructuur (Nederland) o https://nl.wikipedia.org/wiki/Ecologische verbindingszone o https://nl.wikipedia.org/wiki/Wildernis (natuur) o https://nl.wikipedia.org/wiki/Biodiversiteit o https://nl.wikipedia.org/wiki/Merel o https://nl.wikipedia.org/wiki/Landschap

Colofon Beleidsplan Groen Loont is tot stand gekomen mede dankzij: » De vertegenwoordigers van elf belangengroepen in Eersel, samen de klankbordgroep Groen Loont; En op basis van adviezen van: » De collega’s van de teams Communicatie, Financiën, Management, Ruimtelijke Ontwikkeling, Staf, Uitvoering à Beheer en Vastgoed.

69

Bijlagen A: Landschapsstructuurkaarten B: Natuurstructuurkaart C: Biodiversiteitkansenkaart D: Groenstructuurkaart E: Rekenmatrixen Groen F: Uitvoeringsprogramma Groen G: Resultaten klankbordgroep avonden H: Adviesdocument klankbordgroep

70

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Eersel&id=d6f16a0f-710e-42d6-8d56-13bbf2fd0da8