[16.05296] - VGRP 2016-2021
Tekst van het document
Dit is enerzijds een waardevolle aanvulling op het in beeld krijgen van de water op straat problematiek, in relatie tot de verwachte klimaatveranderingen. Anderzijds geven de analyses een beeld van zinvolle locaties om bovengrondse maatregelen te treffen
vGRP Eersel 2016-2021
Foutieve aansluitingen: De gemeente acht het niet doelmatig om foutieve aansluitingen gemeente breed in kaart te brengen. Foutieve aansluitingen worden alleen op basis van klachten onderzocht en gecontroleerd. Onderzoek hiernaar heeft derhalve een incidenteel karakter
In de onderstaande tabel zijn alle onderzoeksinspanningen weergegeven.
Tabel 4.2 overzicht onderzoeksmaatregelen
Onderzoek
Jaar
Kosten [EUR]
Actualiseren beheersystemen (verwerken revisies)
Continu / maandelijks
binnen organisatie
Gedetailleerde camera-inspecties vrijvervalriolering
10% per jaar
32.000
Inspectie van gemalen
Jaarlijks (2 × per jaar)
20.000
Meten en monitoren overstorten
Continu
4.000
Meten en monitoren grondwatermeetnet
Continu
6.000
Deelname onderzoeken Waterportaal Zuid-Oost Brabant
Jaarlijks
15.000
Onderzoek foutieve aansluitingen
obv klachten
binnen organisatie
Deelname benchmarkriolering
2016
binnen organisatie
Inzicht in hydraulische werking rioolstelsel
2016
15.000
Uitwerking afkoppelvisie
2016/2017
10.000
Opstellen hemelwaterbeleid
2016/2017
binnen organisatie
Onderzoek risicoriolen
2016
15.000
Opstellen beheervisie
2016/2017
20.000
Verder vullen van SAM (drukriolering, peilbuizen ed)
2016-2017
50.000
Actualiseren calamiteitenplan
2017/2018
binnen organisatie
Maaiveldanalyses (tbv klimaatbestendigheid)
2016
10.000
Onderzoek restlevensduur riolering
2017 (10 jaarlijks)
20.000
Inventarisatie duikers en watergangen tbv riolering
2018
5.000
Financiële actualisatie vGRP
2018 (6 jaarlijks)
7.500
Actualiseren verhard oppervlak
2019 (10 jaarlijks)
25.000
Inventarisatie drainage
2018
10.000
Actualiseren basisrioleringsplan (BRP)
2020 (10 jaarlijks)
20.000
Actualiseren vGRP
2021 (6 jaarlijks)
25.000
4.3.2 Beheer rioleringsgegevens bij nieuwe aanleg De revisiegegevens van nieuw aangelegde riolering zullen uiterlijk vier weken na de oplevering van een nieuwbouwproject worden verwerkt. Hiermee voldoet de gemeente aan de regels van WION.
vGRP Eersel 2016-2021
35\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
4.3.3
Objectgerichte maatregelen
Objectgerichte maatregelen zijn gericht op het in stand houden of verbeteren van de toestand (de kwaliteit) van de rioleringsobjecten. Objectgerichte maatregelen zijn zowel vervangingen van verouderde of verslechterde objecten als onderhoudsmaatregelen. Onderhoud In de afgelopen jaren is het dagelijks en korte termijn onderhoud aan vrijvervalriolering, persleidingen en gemalen structureel uitgevoerd op basis van inspecties en meldingen. Het onderhoud aan de drukriolering inclusief pompunits is alleen op basis van klachten en meldingen uitgevoerd. De inspectieresultaten geven op dit moment geen aanleiding tot het intensiveren van de huidige onderhoudsstrategie van de vrijvervalriolering en gemalen, bij het opstellen van de beheervisie wordt bekeken of de onderhoudsfrequentie naar benden kan worden bijgesteld.
Tabel 4.3 overzicht onderhoudsmaatregelen
Onderhoudstaak
Frequentie
Kosten [EUR]
Reiniging gecombineerd met camera-inspectie vrijvervalriolering
10% per jaar
47.000
Reiniging buiten inspectie om
Op aanvraag
2.500
Kolkenzuigen
2 × per jaar
30.000
Onderhoud drukriolering
1 × per jaar
120.000
Onderhoud drainage
1 × per jaar
20.000
Dagelijks onderhoud vrijvervalriolering
Continu
122.000
Groot onderhoud vrijvervalriolering (incl. onderhoud retenties)
Continu
50.000
Bijdrage straatonderhoud
Continu
30.000
Bijdrage sloten maaien
Continu
5.600
Vervanging en renovatie van vrijvervalriolen De inspectieresultaten van de camera-inspecties worden nader beoordeeld waarbij wordt bepaald welke maatregelen de komende jaren precies nodig zijn en wat de urgentie is. Daarbij zullen maatregelen zoveel mogelijk gecombineerd worden met andere beheer- en onderhoudsactiviteiten en herinrichtingsprojecten binnen de gemeente. Daarnaast wordt bij vervanging het functioneren van het hele rioolstelsel tegen het licht gehouden. Daarbij zal zo mogelijk optimalisatie en verbetering uitgevoerd worden of verhardoppervlak worden afgekoppeld.
36\48
vGRP Eersel 2016-2021
Voor de lange termijn is op basis van een gemiddelde restlevensduur van 80 jaar en een gemiddelde eenheidsprijs van EUR 600,00 per m¹ een vervangingsinvestering van EUR 1,0 mln. per jaar bepaald. Dit komt overeen met het geen de laatste jaren aan vervangingen vrijvervalriolering is geïnvesteerd. Hierbij is financieel geen rekening gehouden met het eventueel relinen van de riolering wat minder kosten met zich meebrengt. Dit is en blijft maatwerk en wordt per werk nader beschouwd. Op basis van de restlevensduurberekening zal de vervangingsplanning nader worden ingevuld. De vervangingsstrategie wordt hierop bijgesteld en verwerkt in de financiële actualisatie in 2018. Groot onderhoud en vervanging gemalen en drukriolering Op basis van de inspectie- en de onderhoudswerkzaamheden die jaarlijks uitgevoerd worden, worden werkzaamheden voor groot onderhoud en/of vervanging van de gemalen en drukriolering in de gemeente ingepland. De onderhoudsstaat van de gemalen en de drukriolering worden daarmee op het gewenste niveau gehouden. De gegevens moeten worden verwerkt in SAM. Objectgerichte maatregelen grondwatersystemen In de gemeente Eersel zijn op een aantal plaatsen grondwatersystemen aanwezig in de vorm van drainage. Op dit moment vindt er nog geen structureel onderhoud van deze systemen plaats.
Na het in kaart brengen van de totale omvang van de drainage en na vaststellen van de uitgangspunten opgenomen in de beheervisie vindt strategisch onderhoud aan de drainage plaats. De jaarlijkse kosten hiervoor bedragen EUR 20.000,00 zie ook Tabel 4.3. De gemeente heeft een grondwatermeetnet. Voor het jaarlijks uitlezen van de gegevens en preventief onderhoud aan de peilbuizen is een bedrag van EUR 6.000,00 opgenomen, daarnaast is rekening gehouden met EUR 2.000,00 voor vervangingen. 4.3.4 Systeemgerichte maatregelen Systeemgerichte maatregelen zijn gericht op het in stand houden of verbeteren van het functioneren van het rioolstelsel. Hydraulische maatregelen zijn daarbij gericht op de afstroming naar en in het rioolstelsel. Hieronder vallen ook maatregelen die worden genomen in het kader van berging op maaiveld. Milieutechnische maatregelen zijn veelal gericht op de berging van het rioolstelsel om overstortingen te beperken en verontreiniging van het oppervlaktewater zoveel mogelijk te voorkomen. Hydraulische maatregelen: Afkoppelen verhard oppervlak Op basis van de afkoppelvisie (en de uitwerking hiervan) en de resultaten van de maaiveldanalyse wordt het verhard oppervlak van de gemeente verder afgekoppeld. Afkoppelen is hierbij geen doel op zich maar wordt meegenomen tijdens overige werkzaamheden in de openbare ruimte.
Per jaar is EUR 150.000,00 gereserveerd voor het afkoppelen van verhard oppervlak.
vGRP Eersel 2016-2021
37\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
Hydraulische maatregel: afvoercapaciteit Schadewijkstraat Wanneer uit de hydraulische analyse in de Schadewijkstraat maatregelen noodzakelijk blijken, worden deze getroffen. Hiervoor zijn echter nog geen kosten opgenomen, mogelijk heeft het verder afkoppelen van verhard oppervlak een dusdanig positief effect dat geen aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Milieutechnische maatregelen: Kader Richtlijn Water: De KRW-maatregelen worden in de samenwerking Waterportaal Zuid-Oost Brabant opgepakt. In bijlage 2 is het maatregelenprogramma van deze samenwerking opgenomen. Met de volgende kosten ten behoeve van de KRW is in het kostendekkingsplan rekening gehouden:
Tabel 4.4 kosten KRW-maatregelen
Omschrijving
Jaar
Kosten [EUR]
No regret maatregelen Kallisto Eindhoven
Jaarlijks vanaf 2015
4.409
Lange termijn maatregelen Kallisto Eindhoven
Jaarlijks vanaf 2017
19.242
Investering No regret Kallisto Eindhoven
2015
46.813
2016
46.813
2017
10.403
2017
48.090
2018
48.090
2019
48.090
2020
48.090
Investering Lange termijn Kallisto Eindhoven
KRW-maatregelen Hapert
2021
48.090
2018
25.000
Milieutechnische maatregelen: waterkwaliteitsspoor De overstort van de kern Steensel bevindt zich nabij stapstenen in de Gender. Naar aanleiding van specifieke klachten (zichtbare vervuiling) lijkt dat er maatregelen in het kader van de volksgezondheid en/of waterkwaliteit noodzakelijk kunnen zijn. Het overstortwater uit de gemeentelijke riolering leidt tot de geconstateerde vervuiling. Het is dan ook een taak van de gemeente om deze vervuiling terug te dringen. Ook voor aanvang van de herinrichting van de Gender was deze vervuiling al aanwezig. Doordat het gebied nu anders en intensiever gebruikt wordt is dit zichtbaar geworden. Uit een STOWA onderzoek moet blijken of en welke maatregelen noodzakelijk zijn. In het kostendekkingsplan is rekening gehouden met een investering van EUR 150.000,00.
38\48
vGRP Eersel 2016-2021
5 Middelen Dit hoofdstuk beschrijft de middelen die nodig zijn om de rioleringszorg in Eersel vorm te geven. Deze bestaan uit personele middelen en financiële middelen. Daarnaast is ingegaan op de kostendekking, waarbij het verloop van de voorziening en de rioolheffing berekend is.
5.1
Personele middelen
Om een overzicht te krijgen van de benodigde personele middelen, zijn alle activiteiten vertaald naar takenpakketten (kernfuncties) die door personen moeten worden ingevuld. Conform module D2000: ‘Personele aspecten van gemeentelijke watertaken’ van de Leidraad Riolering wordt onderscheid gemaakt in vijf deeltaken: 1. Planvorming 2. Onderzoek 3. Onderhoud 4. Maatregelen (inclusief voorbereiding en toezicht) 5. Facilitair Voor een gemeente van circa 18.400 inwoners is in onderstaande tabel een overzicht opgenomen van de tijdsbesteding voor het adequaat kunnen uitvoeren van de vijf genoemde deeltaken. De kengetallen zijn gebaseerd op de Leidraad Riolering module D2000. De formatie van de gemeente Eersel wordt ingezet voor de uitvoering van wettelijke taken en vastgesteld beleid. Om de vaste kern heen zit een flexibele schil welke wordt ingezet voor tijdelijke werkzaamheden, voortkomend uit projecten of piekbelasting in de reguliere uitvoering.
Tabel 5.1 Tabel benodigde personele middelen (1 fte = 175 dagen/jaar)
Alles in eigen beheer*
Maximaal uitbesteden
dagen
fte
% gemeente
dagen
fte
Planvorming, onderzoek en facilitair
325
1,9
52%
170
1,0
onderhoud
741
4,2
33%
244
1,4
Maatregelen
181
1,0
40%
73
0,4
Totaal
1.247
7,1
487
2,8
*
invulling van de volgende taken; klachten, kolken reinigen, adviezen, directie en toezicht, verwerken revisies,
bijhouden beheersysteem, Schrijven bestekken.
vGRP Eersel 2016-2021
39\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
De gemeente Eersel besteedt haar rioleringswerkzaamheden maximaal uit. De gemeente heeft sinds 2012 2,2 fte beschikbaar. Volgens de berekening op basis van de Leidraad Riolering is bij maximale uitbesteding 2,8 fte benodigd. De gemeente heeft hiermee voor de rioleringszorg formeel een ondercapaciteit van circa 0,5 fte. Deze ondercapaciteit wordt ingevuld door apparaatskosten die buiten de formatie van de rioleringszorg besteedt worden aan rioleringsprojecten en de inhuur hiervoor van extern personeel toe te rekenen aan de rioleringszorg.
5.2
Financiële middelen
De gemeente streeft naar een solide beleid ten aanzien van de financiering van de strategie uit het voorliggende vGRP. Het financieel beleid is gericht op een goede instandhouding van de bestaande voorzieningen, met als uitgangspunt dit tegen een kostendekkend tarief aan te bieden. In deze paragraaf zijn de benodigde financiële middelen samengevat die gemoeid zijn met de activiteiten uit de strategie. De in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn op prijspeil 2015, exclusief BTW en moeten voor de toekomst met de optredende inflatie worden geïndexeerd. De in dit hoofdstuk genoemde investeringen, zowel vervangingsinvesteringen als investeringen in milieumaatregelen zijn inclusief kosten voor voorbereiding en directievoering. 5.2.1 Vervangingsinvesteringen en KRW-maatregelen De totale investeringen die met de aanleg (exclusief nieuwbouw) en het beheer van de riolering in de planperiode gemoeid zijn, bedragen circa EUR 8,3 miljoen, zie Tabel 5.2. Deze investeringen bestaan uit zowel vervangingsinvesteringen als verbetermaatregelen in de vorm van KRWmaatregelen.
Tabel 5.2 investeringen rioleringszorg planperiode 2016-2021 (exclusief inflatie en × EUR 1.000)
Plan-
Vrijvervalriolering
2017
2018
2019
2020
2021
periode
1.000,0
1.000,0
1.000,0
1.000,0
1.000,0
1.000,0
6.000,0
Gemalen (BK + ME)
-
21,0
3,2
118,3
-
115,9
258,4
Pompunits (BK + ME)
112,0
112,0
112,0
112,0
112,0
112,0
672,0
-
-
-
-
-
-
-
Drukriolering
-
-
-
-
-
-
-
Randvoorzieningen
-
-
-
-
-
-
-
Persleidingen
grondwatermeetnet
2,0
2,0
2,0
2,0
2,0
2,0
12,0
Afkoppelen
150,0
150,0
150,0
150,0
150,0
150,0
900,0
KRW-maatregelen
196,8
58,5
73,1
48,1
48,1
48,1
472,7
1.460,8
1.343,5
1.340,3
1.430,4
1.312,1
1.428,0
8.315,1
Totaal
40\48
2016
vGRP Eersel 2016-2021
5.2.2
Totale uitgaven huidige systematiek
Conform de uitgangspunten van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) (zie ook paragraaf 5.3.2), worden de vervangingsinvesteringen geactiveerd en als nieuwe kapitaallast (rente en afschrijving) opgenomen. Dit is een voortzetting van de huidige systematiek van de gemeente Eersel. De kapitaallasten van de hierboven genoemde nieuwe investeringen vormen samen met de kapitaallasten van investeringen uit het verleden, de exploitatielasten, BTW compensatie en de onderzoeken, de totale uitgaven, noodzakelijk voor een goede invulling van de gemeentelijke zorgplicht. De exploitatielasten worden conform BBV niet geactiveerd. In bijlage 5 is een overzicht opgenomen van alle financiële gegevens die als basis dienen voor het kostendekkingsplan. De totale uitgaven in de planperiode bedragen circa EUR 13,4 miljoen, zie Tabel 5.3. In Figuur 5.1 zijn de uitgaven voor de langere termijn weergegeven. De totale uitgaven over de beschouwde periode van 60 jaar (2015-2074) bedragen circa EUR 205,8 miljoen.
Tabel 5.3 Totale uitgaven rioleringszorg planperiode vGRP (exclusief inflatie en × EUR 1.000)
Plan2016
2017
2018
2019
2020
2021
periode
Nieuwe kapitaallasten
81,5
153,3
219,7
284,3
358,0
419,3
1.516,1
Exploitatie
813,1
832,4
832,4
832,4
832,4
832,4
4.974,9
Onderzoek
95,0
45,0
22,5
25,0
20,0
25,0
232,5
Kapitaallastenverleden
906,9
867,2
847,3
817,7
762,4
743,5
4.944,9
BTW compensatie Totaal
273,9
276,3
282,7
292,7
298,2
309,5
1.733,2
2.170,4
2.174,1
2.204,5
2.252,0
2.271,0
2.329,6
13.401,6
vGRP Eersel 2016-2021
41\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
Duizenden
Overzicht totale lasten over periode van 60 jaar 4.500
4.000
3.500
3.000
2.500
2.000
1.500
1.000
500
2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050 2051 2052 2053 2054 2055 2056 2057 2058 2059 2060 2061 2062 2063 2064 2065 2066 2067 2068 2069 2070 2071 2072 2073 2074
‐
Exploitatie
Onderzoek
BTW
Kapitaallasten verleden
Nieuwe kap.lasten
Figuur 5.1 Totale over periode van 60 jaar
5.2.3
Rioolheffing
Om alle uitgaven die met de rioleringszorg gepaard gaan te dekken heft de gemeente rioolheffing. Hiervoor hanteert de gemeente een gebruikers heffing, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen klein- en grootverbruikers. De gemeente hanteert een heffing op basis van de geloosde hoeveelheid afvalwater, waarbij de geloosde hoeveelheid afvalwater gesteld wordt op de toegevoerde of opgepompte hoeveelheid water, tenzij de werkelijk geloosde hoeveelheid kan worden aangetoond. Hierbij worden de volgende tarieven gehanteerd (2015): Voor 1 tot en met 100 m³ afvalwater EUR 15,39 per maand (EUR 184,68 per jaar) Voor 101 tot en met 350 m³ afvalwater EUR 23,38 per maand (EUR 280,56 per jaar) Vanaf 351 m³, voor elke volgende volle 350 m³ afvalwater EUR 13,01 per maand (EUR 156,12 per jaar) In het kostendekkingsplan is gerekend met een basistarief van EUR 280,56 per jaar. Op basis van de totale inkomsten (EUR 1.927.887,00) is een fictief aantal heffingseenheden van 6.872 bepaald. Hierbij is geen onderscheid meer gemaakt tussen klein- en groot verbruik. In het kostendekkingsplan is rekening gehouden met een stijging in de heffingseenheden van 50 heffingseenheden per jaar gedurende de planperiode, als gevolg van nieuwbouw. Na de planperiode is geen stijging meegenomen. In totaal stijgt het fictief aantal heffingseenheden hiermee tot 7.172 heffingseenheden in 2021.
42\48
vGRP Eersel 2016-2021
Er is geen rekening gehouden met inkomsten uit andere bronnen, anders dan een bijdrage uit de Algemene Reserve (zie paragraaf 5.3.1). 5.2.4
Voorziening Onderhoud Riolering
De uitgaven, gemoeid met de gemeentelijke rioleringszorg, worden volledig gedekt uit de inkomsten via de rioolheffing. Om schommelingen in de uitgaven op te kunnen vangen en daardoor ook de schommelingen in de rioolheffing te voorkomen, maakt de gemeente gebruik van een voorziening Onderhoud Riolering. De stand van de voorziening Onderhoud Riolering is per 1 januari 2015 EUR 10.133.963,00, per 1 januari 2016 wordt deze stand geraamd op EUR 10.378.319,00.
5.3
Kostendekking
Het doel van de kostendekkingsberekening is een onderbouwde prognose te maken van het verloop van de rioolheffing in de toekomst, gebaseerd op de uitgaven, zoals deze in de vorige paragraaf zijn benoemd. Hoewel een zo goed mogelijke benadering wordt nagestreefd van het toekomstige verloop van uitgaven en inkomsten, blijft dit vooral het bepalen van de trend naar de toekomst. Het verloop van de rioolheffing is afhankelijk van onder meer veranderende wetgeving, nieuw beleid of het gemeentelijke uitgavenpatroon, waardoor een regelmatige actualisatie van de kostendekking wenselijk is. In de strategie is daarom opgenomen dat er halverwege de planperiode in 2018 een actualisatie wordt uitgevoerd. 5.3.1 Uitgangspunten In de berekening van de rioolheffing is met de volgende gemeentelijke financiële uitgangspunten rekening gehouden: Bij de berekening van de rioolheffing is geen rekening gehouden met inflatie (toekomstige
inflatie is moeilijk voorspelbaar) Alle genoemde bedragen zijn prijspeil 2015 BTW over kapitaallasten en exploitatie Er wordt geen rente aan de voorziening toegevoegd, wel een jaarlijkse dotatie vanuit Algemene reserve ter hoogte van de rente over de voorziening (3 %) Afschrijving Rentepercentage bedraagt 3,0 % Lineaire afschrijving Start afschrijving in jaar na investering Geen rente in het jaar van investering
vGRP Eersel 2016-2021
43\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
Afschrijvingstermijnen en theoretische levensduur: Elektromechanische installatie gemalen
15 jaar
Elektromechanische installatie drukriolering
15 jaar
Bouwkundige onderdelen gemalen en drukriolering Pers- en drukleiding
45 jaar 45 jaar
Vrijvervalriolering Randvoorzieningen (bouwkundig)
60 jaar
60 jaar
5.3.2 Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De Gemeentewet en de Provinciewet schrijven voor dat elke gemeente en elke provincie jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moet opstellen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bevat de regelgeving daarvoor. In de BBV zijn ook regels en randvoorwaarden opgenomen voor gemeenten met betrekking tot het bepalen van de kostendekking van de rioolheffing en financiering van investeringen in de riolering. Onderstaand zijn de belangrijkste voorwaarden opgenomen: Investeringen ten behoeve van riolering worden gezien als investeringen met meerjarig economisch nut en dienen te worden geactiveerd (artikel 59, lid 1) Jaarlijkse exploitatiekosten worden niet geactiveerd (ontbreken voorwaarde meerjarig economisch nut) Alle vaste activa worden voor het bedrag van de investering geactiveerd (artikel 62, lid 1) Een specifieke bijdrage van derden die in directe relatie staat tot de investering mag in mindering worden gebracht (artikel 62, lid 2) Er wordt gebruik gemaakt van een voorziening (BBV artikel 44, lid 2) met als doel ongewenste schommelingen te egaliseren. De rioolheffing mag alleen worden uitgegeven aan het doel waarvoor het is ingesteld (zogenaamd gebonden besteding)
5.4
Spaarvoorzieningen vervanging
De commissie BBV hanteert de stellige uitspraak om de spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen die bijeen gespaard zijn in de voorziening in mindering te brengen op de boekwaarde van de vervangingsinvesteringen. Dit betekent dat de huidige voorziening Onderhoud Riolering dient te worden omgevormd tot een voorziening Vervanging conform artikel 44 lid 1d van het BBV. Om deze voorziening om te vormen is het noodzakelijk dat aangetoond wordt welk deel van de huidige voorziening Onderhoud Riolering in het verleden expliciet via de rioolheffing is gespaard voor toekomstige vervangingsinvesteringen. Deze onderbouwing kan op dit moment onvoldoende worden gemaakt, zodat er geen voorziening conform artikel 44 lid 1d van het BBV mag worden gevormd (investeringen direct in mindering brengen op de voorziening). Dit betekent dat er een voorziening op basis van artikel 44 lid 2 gebruikt moet worden en er dus geen gevolg kan worden gegeven aan de stellige uitspraak van de Commissie BBV uit de Notitie Riolering (november 2104). Het voorgaande is uitvoerig besproken met –en getoetst door- de accountant EY.
44\48
vGRP Eersel 2016-2021
5.5
Bepaling rioolheffing
Op basis van de totale uitgaven, inkomsten, stand van de voorziening onderhoud riolering en uitgangspunten zoals in de voorgaande paragrafen beschreven, is het effect op de rioolheffing bepaald voor de periode 2015-2074. Een negatieve voorziening is niet toegestaan, derhalve is een stijging van de rioolheffing noodzakelijk. De volgende drie scenario’s zijn hiervoor doorgerekend: Scenario 1A: stijging rioolheffing na planperiode van 1,82 % in de periode 2022 t/m 2061 Scenario 1B: stijging rioolheffing begin planperiode van 1,36 % in de periode 2016 t/m 2069 Scenario 1C: stijging rioolheffing halverwege planperiode (na de financiële actualisatie) van 1,55 % in de periode 2019 t/m 2067 In de onderstaande Tabel 5.4 is het effect van de totale uitgaven en inkomsten op het saldo van de voorziening Onderhoud Riolering, voor de verschillende scenario’s gedurende de planperiode, inzichtelijk gemaakt. In de figuren 5.2, 5.3 en 5.4 is dit verloop grafisch weergegeven (verloop voorziening langs linker-as, verloop inkomsten en uitgaven langs rechter-as). In bijlage 6 zijn de bijbehorende resultaten van de heffingsberekening van deze drie scenario’s toegevoegd. In de heffingsberekening is geen rekening gehouden met inflatie, derhalve zal de gemeente de tarieven jaarlijks met de inflatiecorrectie bijstellen.
Tabel 5.4 Saldo voorziening Onderhoud Riolering (exclusief inflatie en × EUR 1.000)
2016
2017
2018
2019
2020
2021
10.378,3
10.461,2
10.556,8
10.638,9
10.690,1
10.737,9
Scenario 1A Saldo voorziening 01-01 Totale uitgaven
2.170,4
2.174,1
2.204,5
2.252,0
2.271,0
2.329,6
Totale inkomsten
2.253,3
2.269,8
2.286,7
2.303,2
2.318,7
2.334,2
Saldo voorziening 31-12
10.461,2
10.556,8
10.638,9
10.690,1
10.737,9
10.742,5
Hoogte rioolheffing
280,56
280,56
280,56
280,56
280,56
280,56
Saldo voorziening 01-01
10.378,3
10.487,6
10.637,6
10.803,6
10.969,9
11.165,7
Totale uitgaven
2.170,4
2.174,1
2.204,5
2.252,0
2.271,0
2.329,6
Scenario 1B
Totale inkomsten
2.279,7
2.324,1
2.370,6
2.418,3
2.466,7
2.516,9
Saldo voorziening 31-12
10.487,6
10.637,6
10.803,6
10.969,9
11.165,7
11.353,0
Hoogte rioolheffing
284,38
288,24
292,16
296,14
300,16
304,25
Saldo voorziening 01-01
10.378,3
10.461,2
10.556,8
10.638,9
10.720,9
10.832,0
Totale uitgaven
2.170,4
2.174,1
2.204,5
2.252,0
2.271,0
2.329,6
Scenario 1C
Totale inkomsten
2.253,3
2.269,8
2.286,7
2.333,9
2.382,1
2.432,0
Saldo voorziening 31-12
10.461,2
10.556,8
10.638,9
10.720,9
10.832,0
10.934,4
Hoogte rioolheffing
280,56
280,56
280,56
284,91
289,32
293,81
vGRP Eersel 2016-2021
45\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
Verloop inkomsten, uitgaven en voorziening scenario 1A 12.000.000
4.500.000
4.000.000 10.000.000 3.500.000
8.000.000
3.000.000
2.500.000 6.000.000 2.000.000
4.000.000
1.500.000
1.000.000 2.000.000 500.000
Stand Voorziening
Totale Inkomsten
2073
2071
2069
2067
2065
2063
2061
2059
2057
2055
2053
2051
2049
2047
2045
2043
2041
2039
2037
2035
2033
2031
2029
2027
2025
2023
2021
2019
2017
0
2015
0
Totale Uitgaven
Figuur 5.2 Verloop inkomsten, uitgaven, voorziening en hoogte rioolheffing scenario 1A
Verloop inkomsten, uitgaven en voorziening scenario 1B 4.500.000
14.000.000
4.000.000 12.000.000 3.500.000 10.000.000 3.000.000
8.000.000
2.500.000
2.000.000
6.000.000
1.500.000 4.000.000 1.000.000 2.000.000 500.000
Stand Voorziening
Totale Inkomsten
Totale Uitgaven
Figuur 5.3 Verloop inkomsten, uitgaven, voorziening en hoogte rioolheffing scenario 1B
46\48
vGRP Eersel 2016-2021
2073
2071
2069
2067
2065
2063
2061
2059
2057
2055
2053
2051
2049
2047
2045
2043
2041
2039
2037
2035
2033
2031
2029
2027
2025
2023
2021
2019
2017
0
2015
0
Verloop inkomsten, uitgaven en voorziening scenario 1C 12.000.000
5.000.000
4.500.000 10.000.000 4.000.000
3.500.000 8.000.000 3.000.000
6.000.000
2.500.000
2.000.000 4.000.000 1.500.000
1.000.000 2.000.000 500.000
0
Stand Voorziening
Totale Inkomsten
2073
2071
2069
2067
2065
2063
2061
2059
2057
2055
2053
2051
2049
2047
2045
2043
2041
2039
2037
2035
2033
2031
2029
2027
2025
2023
2021
2019
2017
2015
0
Totale Uitgaven
Figuur 5.4 Verloop inkomsten, uitgaven, voorziening en hoogte rioolheffing scenario 1C
Uit deze grafieken valt het volgende af te lezen: Wanneer pas gestart wordt met stijgen na de planperiode (scenario 1A) moet jaarlijks met een hoger percentage (1,82 %) worden gestegen, maar is de heffing eerder op het eindtarief (2061) en kan het eindtarief ook het laagste blijven. Wanneer direct in 2016 gestart wordt met het stijgen van de rioolheffing (scenario 1B) kan jaarlijks met een lager percentage worden gestegen (1,36 %), maar moet de heffing het langst doorstijgen (2069) en wordt het eindtarief hoger. Scenario 1C valt hier tussenin Het verloop van de rioolheffing voor de verschillende scenario’s is grafisch weergegeven in Figuur 5.5.
vGRP Eersel 2016-2021
47\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
Verloop rioolheffing scenario 1A, 1B en 1C 650,00
600,00
550,00
500,00
450,00
400,00
350,00
300,00
250,00
scenario 1A
scenario 1B
Figuur 5.5 Verloop rioolheffing scenario 1A, 1B en 1C
48\48
vGRP Eersel 2016-2021
scenario 1C
2073
2071
2069
2067
2065
2063
2061
2059
2057
2055
2053
2051
2049
2047
2045
2043
2041
2039
2037
2035
2033
2031
2029
2027
2025
2023
2021
2019
2017
2015
200,00
Bijlage
1
Evaluatie vGRP 2010-2015
Planvorming, onderzoek en facilitair: Onderwerp
Jaar
Uitgevoerd
Omschrijving
Opstellen BRP voor 6 kernen
2010
Ja afgerond
Is uitgevoerd, erg globaal plan, voldoet niet naar maatstaven van de gemeente
eind 2013 Opstellen VGRP
2015
Ja
Conform planning
Opstellen beleidsnotitie afkoppelen voor 6 kernen
2010
nee
Afkoppelvisie is blijven liggen in afwachting van het BRP. Inmiddels opgestart
Implementatie gegevens gemalen binnen Aquaview
2010
ja
Alle gemalen zijn opgenomen, inmiddels overgegaan op Aquaview++ (2012/2013)
Gedetailleerde inspectie vrijvervalriolering (19%)
Jaarlijks
Nee
Planning is bijgesteld: • Tussen 2010-2012 is niet geïnspecteerd • vanaf 2012 planningsfrequentie 1 × per 10 jaar. • in 2013 is gestart met inspecteren (inspectieplan 2012) • Eind 2014 is in totaal 30% van het stelsel geïnspecteerd • In 2015 staat nog 10% op de planning. Dit betekend aan einde van de planperiode 40% geïnspecteerd ipv 100%
Inspectie overige voorzieningen: • Gemalen • Pompunits • Overstorten • randvoorzieningen
Halfjaarlijks
Ja
Gereinigd + geïnspecteerd + onderhoud
Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
Ja Ja Ja
2 × per jaar gereinigd, maar niet geïnspecteerd idem idem
Onderzoek knelpunten overstorten (waterschap)
2010-2015
Ja
Optimalisatie studie + monitoring overstorten door ws Uiteindelijk is hier Kallisto uit voortgekomen.
Actualisatie calamiteitenplan
2010-2015
Nee
Nog niet
Bijhouden meldingenregistratie TIP
Jaarlijks
Ja
Loopt
Actualiseren gegevensbeheer
Jaarlijks
Ja
Revisies en inspecties worden verwerkt
SSC
opnemen als maatregel in GRP
Maatregelen: Onderwerp
Jaar
Uitgevoerd
Omschrijving
Digitaliseren huisaansluitingen riolering
2010 2011
Ja
Alles wat in kast stond is gescand en digitaal te benaderen via Riobase. Huisaansluitingen met problemen worden op tekening verwerkt in AutoCad
Afkoppelen verhard oppervlak 4 ha (ook icm
2010-2015
Ja
vervangen dwa)
Eersel: Joh. De Kortstraat (2014), Bospoort (2014), Bisschop Rythoviusweg (2011 en 2014), Nieuwstraat (2015), Schoolstraat (2013), Geerhof (2013) en Berkakkers (2012) Steensel: Genderdreef (2013) en Jan Hagelaarsweg (2013) Duizel: Wolverstraat (2012) en De Beemd (2011) Vessem: Wilhelminalaan (2012), Heike (2012), Hemelrijk (2012), Putterstraat (2014), Hooge Akker (2014) en Flinkert (2012) Knegsel: Lindelaan (MFA, 2015) Vanaf 1-1-2014 is tgv bezuinigingen om de heffing niet te laten stijgen nog EUR 150.000,00 (ipv EUR 200.000,00) beschikbaar voor afkoppelen. Hiermee komt het totaal afkoppelbudget in de planperiode op EUR 1,1 mln. Hiervan is nog ca. € 350.000,- (stand 1-4-2015, wordt mogelijk nog uitgegeven in 2015) beschikbaar
Milieuvriendelijke onkruidbestrijding
2012-2015
Ja
Gebeurt. In 2016 wordt chemische bestrijding verboden.
Aanleg openretentie
2011-2013
Nee
Zijn niet uitgevoerd, zouden obv BRP nader moeten worden gedimensioneerd. Het huidige BRP is hiervoor echter te globaal. Daarnaast is er een relatie met de invulling van de Kader Richtlijn Water.
Onderhoud: Onderwerp
Jaar
Uitgevoerd
Omschrijving
Bestrijding aantasting beton riolen tegen H2S (lozingspunten drukriolering)
2010
Ja
Op 53 locaties is beluchting geplaatst. Uit nacontrole bleek dat hiermee het probleem verholpen was. Onduidelijk is hoe het systeem er nu voor staat het GRP.
opnemen als onderzoeksmaatregel in
Reiniging vrijvervalriool en kolken (incl. stortkosten slib)
Jaarlijks
Ja
Onderhoud technische installaties
Jaarlijks
Ja
Klein onderhoud riolering
Jaarlijks
Ja
Maaien open berging / wadi
Jaarlijks
Ja
Baggeren vijvers
>2015
Ja
Vervanging vrijvervalriolering (ook vervangen dwa icm afkoppelen)
2010 2011
Steensel: Eindhovenseweg Eersel: Duizelseweg, Bisschop Rythoviusweg Duizel: De Beemd,
2012
Vessem: Flinkert, Wilhelminalaan, Putterstraat, Eersel: De Vonder, Dalemsedijk, Berkakkers Duizel: Wolverstraat
2013 2014
Eersel: Schoolstraat, Geerhof, Draaiboom, gebr. Hoekstraat Duizel: Lange Akkers, Eersel: Joh. De Kortstraat, Bospoort, Bisschop Rythoviusweg,
2015
Kapelweg Duizel: van Tuijlhof Eersel: Nieuwstraat
Vervangen EM deel rioolgemalen
2010 2012 2014 2015
Het vrij verval riool wordt in principe alleen gereinigd tbv inspecties. Afwijking hierop zijn calamiteiten zoals bij verstoppingen of problemen met gemalen
In 2013 Gemaal ‘t Stuivertje
Bijlage
2
Kallisto en notitie ‘KRW maatregelen en kostenverdeling rivier De Dommel en zijbeken’
Kallisto Aanleiding Op 17 december 2012 is de samenwerkingsovereenkomst Waterportaal Zuidoost Brabant ondertekend. In deze overeenkomst is de samenwerking van 11 gemeenten (onderling en samen) met het waterschap De Dommel met betrekking tot de afvalwaterketen in de regio Eindhoven, geborgd. In het bij de overeenkomst behorende meerjarenplan is de basis gelegd van de werkzaamheden die gezamenlijk de komende jaren tot 2020 worden opgepakt en uitgevoerd. Hiermee wordt invulling gegeven aan de afspraken uit het bestuursakkoord Water omtrent Doelmatig Waterbeheer. Onderdeel van het meerjarenplan is de uitwerking van het onderzoeksproject Kallisto. Doel Met het onderzoeksproject Kallisto werken sinds 2009 waterschap en gemeenten samen om vanuit de afvalwaterketen (rioleringsstelsels, aanvoerstelsel en rioolwaterzuivering) te voldoen aan de eisen die we als gemeenschap aan de Dommel hebben gegeven (de doelen van de Kader Richtlijn Water). Als alle partijen dit ieder voor zich zouden doen volgens de traditionele methoden, gaat dat gepaard met enorme investeringen. Daarbij zijn sommige traditionele oplossingen niet eens uitvoerbaar door ruimtegebrek. Door de aanpak in Kallisto waarmee gemeenten en waterschappen vanuit één gemeenschappelijke doelstelling de afvalwatercluster beheren, kunnen we dezelfde resultaten voor het milieu halen, maar tegen veel lagere kosten.
Het resultaat van Kallisto is bestuurlijke besluitvorming over de nog te nemen investeringen en verdeling van de kosten om te voldoen aan de ecologische doelstellingen van de KRW. Maatregelen Het is niet mogelijk de individuele bijdrage van een beheerder aan een van de genoemde waterkwaliteitsproblemen te duiden. Het is zelfs niet mogelijk om afzonderlijk van elkaar de knelpunten weg te nemen zonder het knelpunt bij een ander groter te maken. We moeten de afvalwaterketen daarom, zoals in het Bestuursakkoord Water is afgesproken, als één systeem beschouwen om waterkwaliteitsknelpunten samen effectief aan te pakken. Het aanpakken van de oorzaken van de knelpunten (gemengde rioolstelsel en ontwerp van de RWZI) is op korte termijn niet mogelijk en is ook een hele dure oplossing. Bij de klassieke benadering worden knelpunten weggenomen door de bouw van extra buffervolume (boven- of ondergrondse bassins) of door afkoppelen van verhard oppervlak (wegen, daken, erfverhardingen) van de gemengde rioleringsstelsels. Deze benadering is echter in dit geval niet geschikt. Het bouwen van extra buffervolume is buitengewoon kostbaar en zo omvangrijk dat het fysiek zelfs onmogelijk is omdat de benodigde ruimte ontbreekt. Ook afkoppelen is, hoewel een duurzame en brongerichte maatregel, in deze situatie geen reële oplossing.
Meerdere decennia zijn nodig om tot een afkoppelgraad te komen die het beoogde effect sorteert. Afwijken van een ‘natuurlijk´ vervangingsmoment op basis van einde levensduur leidt tot forse frictiekosten. Uit onderzoek blijkt dat de maatregel ‘mechanische beluchting van oppervlaktewater’ een zeer kosteneffectieve maatregel is die bovendien binnen een kort tijdsbestek realiseerbaar is. Deze maatregel is een noviteit in het waterbeheer en kent een ontwikkeltijd van circa 2 jaar. Een proef start in november 2013. De beluchting van oppervlaktewater is onderdeel van een totaal pakket aan maatregelen. Qua uitvoering van de maatregelen maken we onderscheid in een korte termijn en lange termijn. Korte termijn maatregelen Op korte termijn (2015-2016) zijn de volgende maatregelen gepland: De inzet van real time control (maximaal uitnutten van bestaande infrastructuur door middel van sturing) Extra beluchten van het effluent van de RWZI
Extra beluchtingscapaciteit toevoegen en procesoptimalisatie op de RWZI Beluchten van het oppervlaktewater.
Langere termijn maatregelen Na evaluatie van het effect van de korte termijn maatregelen wordt bekeken of er extra maatregelen nodig zijn. Op langere termijn (2017-2021) nemen we, alleen als dit noodzakelijk blijkt, meer ingrijpende en beduidend duurdere maatregelen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een ingrijpende aanpassing van de voorbehandeling op de RWZI en de inzet van een zandfilter voor de nabehandeling van effluent. De kosten van de maatregelen op langere termijn kunnen daarbij gezien worden als bovengrens op basis van het huidige inzicht, waarbij hard wordt gewerkt om deze aanvullende maatregelen zo beperkt mogelijk te houden.
KRW maatregelen en kostenverdeling rivier De Dommel en zijbeken Inleiding Op dit moment voldoet de waterkwaliteit van de Dommel en de zijbeken niet aan de Europese Kader Richtlijn Water (KRW). Deze richtlijn is bedoeld om te zorgen dat de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in Europa uiterlijk 2027 op een goed niveau is en blijft. De waterbeheerders zijn hiervoor verantwoordelijk. Voor het stroomgebied van de Dommel en de zijbeken werken de betrokken partijen samen in het Waterportaal (info in bijlage 1). Het Waterportaal heeft de afgelopen jaren al veel gedaan om de waterkwaliteit te verbeteren. 1 Gemeenten en waterschap hebben gezamenlijk onderzoek gedaan naar de aanvullende maatregelen die nodig zijn om de waterkwaliteit op het vereiste niveau te brengen en te houden tegen de laagste maatschappelijke kosten.
1. Knelpunten De belangrijkste knelpunten zijn - vermesting(eutrofiering) van het oppervlakte water - toenemende toxiciteit door de zuurstoftekorten en ammoniakvergiftiging. Deze knelpunten hebben tot gevolg dat de afgesproken waterkwaliteit niet gehaald wordt, maar belangrijker, ze leiden tot een lage biodiversiteit, vissterfte, blauwalg en botulisme. Het staat het positieve beleven van het water in de weg. Kinderen en dieren kunnen niet meer veilig spelen, water kan gaan stinken en het wonen aan het water wordt minder populair.
2. Oorzaken De bepalende factoren voor een goede waterkwaliteit in het stroomgebied van de Dommel en zijbeken zijn: - De kwaliteit van het water dat vanuit België binnenstroomt - Afstroming en uitspoeling van landbouwgronden. - De lozingen op het oppervlaktewater door riooloverstorten en de rioolwaterzuivering Waterkwaliteit vanuit België en invloed landbouw. Doordat ook in België aan de KRW voldaan moet worden, zal de waterkwaliteit die vanuit België binnenstroomt verbeteren. De agrarische sector spant zich tevens in de vervuiling van oppervlaktewater terug te dringen. Rioolwaterzuivering. De hoeveelheid water die de rwzi loost op de Dommel (het effluent) is relatief groot ten opzichte van de hoeveelheid water in die Dommel. Zo draagt het effluent van de rwzi bij droog weer maar liefst voor 50% bij aan de basisafvoer van De Dommel, en kan oplopen tot 90% tijdens kleine buien waarbij niet wordt overgestort. Dit maakt dat de rwzi een zeer grote invloed heeft op de waterkwaliteit benedenstrooms van de rwzi, met als belangrijkste effecten: te hoge voedingsstofgehalten (stikstof +fosfaat) in de zomer; forse ammoniumpieken tijdens buien; afname zuurstofgehalte tijdens buien. Deze effecten bepalen in sterke mate de levenskansen van specifieke ecologische doelsoorten (dier- en plantensoorten). Het hoge voedingsstofgehalte is te herleiden tot het ontwerp van de rwzi.
Het optreden van ammoniumpieken en afname zuurstofgehalte schuilt in de aanleg van het gemengde rioolstelsel. Riooloverstorten. Bij zware buien kan het (gemengde) rioolsysteem in de gemeenten het regenwater niet afvoeren naar de rwzi. Overtollig water wordt vanuit het riool overgestort in de Dommel of een van de zijbeken. In totaal zijn er 200 riooloverstorten. Ook op de rwzi vindt op dat moment overstort plaats van rioolwater. Het rioolwater is erg smerig, waardoor de overstorten grote effecten hebben op de waterkwaliteit: forse zuurstofdips tijdens buien (vuil water vraag om zuurstof); ophoping van verontreiniging in de waterbodem van in De Dommel. sterke toename zuurstofverbruik van de waterbodem van De Dommel in de zomer; De negatieve effecten van riooloverstortingen op de zuurstofhuishouding worden daarbij doorgaans pas een eind verder benedenstrooms (en vaak buiten de gemeentegrenzen van de lozingsbron) zichtbaar. 1
Kallisto-onderzoek, 2012
3. Maatregelen Het is niet mogelijk de individuele bijdrage van een beheerder aan een van de genoemde waterkwaliteitsproblemen te duiden. Het is zelfs niet mogelijk om afzonderlijk van elkaar de knelpunten weg te nemen zonder het knelpunt bij een ander groter te maken. We moeten de afvalwaterketen daarom, precies zoals in het Bestuursakkoord Water is afgesproken, als één systeem beschouwen om waterkwaliteitsknelpunten samen effectief aan te pakken. Het aanpakken van de oorzaken van de knelpunten (gemengde rioolstelsel en ontwerp van de rwzi) is op korte termijn niet mogelijk en is ook een hele dure oplossing. Bij de klassieke benadering worden knelpunten weggenomen door de bouw van extra buffervolume (boven- of ondergrondse bassins) of door afkoppelen van verhard oppervlak (wegen, daken, erfverhardingen) van de gemengde rioleringsstelsels. Deze benadering is echter in dit geval niet geschikt. Het bouwen van extra buffervolume is buitengewoon kostbaar en zo omvangrijk dat het fysiek zelfs onmogelijk is omdat de benodigde ruimte ontbreekt. Ook afkoppelen is, hoewel een duurzame en brongerichte maatregel, in deze situatie geen reële oplossing. Meerdere decennia zijn nodig om tot een afkoppelgraad te komen die het beoogde effect sorteert. Afwijken van een ‘natuurlijk´ 1 vervangingsmoment op basis van einde levensduur leidt tot forse frictiekosten.
Uit onderzoek blijkt dat de maatregel “mechanische beluchting van oppervlaktewater” een zeer kosteneffectieve maatregel is die bovendien binnen een kort tijdsbestek realiseerbaar is. Deze maatregel is een noviteit in het waterbeheer en kent een ontwikkeltijd van circa 2 jaar. Een proef start in november 2013. De beluchting van oppervlaktewater is onderdeel van een totaal pakket aan maatregelen. Qua uitvoering van de maatregelen maken we onderscheid in een korte termijn en lange termijn. Korte termijn maatregelen Op korte termijn (2015-2016) zijn de volgende maatregelen gepland: - de inzet van real time control (maximaal uitnutten van bestaande infrastructuur dmv sturing) - extra beluchten van het effluent van de rwzi - extra beluchtingscapaciteit toevoegen en procesoptimalisatie op de rwzi - beluchten van het oppervlaktewater. Langere termijn maatregelen Na evaluatie van het effect van de korte termijn maatregelen wordt bekeken of er extra maatregelen nodig zijn. Op langere termijn (2017-2021) nemen we, alleen als dit noodzakelijk blijkt, meer ingrijpende en beduidend duurdere maatregelen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een ingrijpende aanpassing van de voorbehandeling op de rwzi en de inzet van een zandfilter voor de nabehandeling van effluent.
De kosten van de maatregelen op langere termijn kunnen daarbij gezien worden als bovengrens op basis van het huidige inzicht, waarbij hard wordt gewerkt om deze aanvullende maatregelen zo beperkt mogelijk te houden.
4. Kosten Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bijbehorende investeringen en totale jaarlijkse lasten (operationeel en kapitaal) uitgesplitst in korte en lange termijn maatregelen. investeringen
2014-2016 2017-2021 totaal
[miljoen €] 6,1 29,0 35,1
jaarlijkse lasten (kapitaal+operationeel) [ miljoen €] [€/persoon] 0,8 1,9 4,6 10,5 5,4 12,4
Overzicht investeringen en jaarlijkse lasten, alle bedragen excl.BTW. Jaarlijkse lasten omvatten zowel kapitaallasten als operationele lasten.
Kostenverdeling Zoals eerder geschetst is het onmogelijk de relatieve bijdrage van een beheerder aan de huidige waterkwaliteitsknelpunten exact te bepalen. We kunnen de maatregelen wel verdelen in: 1. maatregelen gerelateerd aan te hoge voedingsgehalten veroorzaakt door keuzes in het zuiveringsconcept van de RWZI 2. maatregelen veroorzaakt door gemengde rioolstelsel c.q. pieklozingen bij regenweer. 1 Kallisto-onderzoek, 2012
Waterschap De Dommel neemt kosten van de eerste categorie maatregelen op zich. De kosten van de tweede categorie maatregelen moeten verdeeld worden tussen waterschap en gemeenten en vervolgens nog tussen de gemeenten onderling. Criteria voor de kostenverdeelsleutels vindt u in bijlage 2. Toepassing van deze verdeelsleutel leidt tot een verdeling van de kosten van de piekmaatregelen van 50% voor het waterschap en 50% voor de gemeenten. Voor de verdere verdeling van de kosten over de gemeenten onderling wordt uitgegaan van het aantal inwoners. 2015-2016
2017-2021 *
vertaald vertaald jaarlijkse jaarlijkse aantal inwoners investeringen kosten investeringen kosten Bergeijk 18.100 4% € 117.000 € 16.000 € 271.000 € 44.000 Eersel 16.045 4% € 104.000 € 14.000 € 240.000 € 39.000 Eindhoven 217.200 50% € 1.408.000 € 190.000 € 3.255.000 € 528.000 Geldrop-Mierlo 38.700 9% € 251.000 € 34.000 € 580.000 € 94.000 Heeze-Leende 15.400 4% € 100.000 € 13.000 € 231.000 € 37.000 Nuenen c.a. 22.500 5% € 146.000 € 20.000 € 337.000 € 55.000 Son en Breugel 15.800 4% € 102.000 € 14.000 € 237.000 € 38.000 Valkenswaard 30.700 7% € 199.000 € 27.000 € 460.000 € 75.000 Veldhoven 43.900 10% € 285.000 € 38.000 € 658.000 € 107.000 Waalre 16.500 4% € 107.000 € 14.000 € 247.000 € 40.000 subtotaal gemeenten 434.845 € 2.819.000 € 380.000 € 6.517.000 € 1.057.000 waterschap € 3.281.000 € 427.000 € 22.509.000 € 3.524.000 a l l e bedra gen zi jn excl .BTW
* hi eri n zi jn de kos ten voor de peri ode 2015-2016 ni et meegenomen
investeringen per partij: nominaal en vertaald naar jaarlijks terugkerend kosten. De kosten van de investeringen op korte termijn (2015-2016) zijn zoals eerder aangegeven in ieder geval noodzakelijk. Het treffen van maatregelen op langere termijn is afhankelijk van de evaluatie van de korte termijn maatregelen. In de periode 2013-2016 wordt verdiepingsonderzoek uitgevoerd gericht op het nader concretiseren van het lange termijn maatregelenpakket met als doelstelling het bereiken van hetzelfde effect tegen nog lagere kosten. Op basis van de huidige kennis verwachten wij dat de in de tabel opgenomen kosten de maximaal benodigde bedragen zijn. De kosten voor de individuele partijen zullen worden geborgd via vGRP en meerjarenbeleidsbegroting van het waterschap. Momenteel ligt er een verzoek van het projecteam Kaderrichtlijn Water Maas om inzicht te krijgen in de maatregelen die gemeenten voor de periode 2016-2012, eventueel in afstemming / samenwerking met het waterschap, voornemens zijn uit te voeren om de de doelen van de KRW te behalen. In beslispunt 4 wordt een voorstel gedaan hoe hierop gezamenlijk te reageren.
5. Voorstel aan de stuurgroep Voorgesteld wordt onder voorbehoud van bestuurlijke accordering binnen de eigen organisatie, in te stemmen met: 5.1. het voorgestelde maatregelenpakket voor de korte termijn om gezamenlijk invulling te geven aan de doelen van de KRW. Het maatregelenpakket zoals in deze notitie omschreven (onder 3 en bijlage 3) is op hoofdlijnen en deels onderhevig aan nader onderzoek. Er wordt nu instemming gevraagd voor het maatregelenpakket voor de korte termijn (2015-2016). Vóór 2017 zal opnieuw een voorstel worden voorgelegd voor een maatregelenpakket voor de lange termijn (2017-2021). 5.2. de voorgestelde kostenverdeelsleutel. De verdeelsleutel is de onderlinge verhouding van de verdeling van kosten voor het maatregelenpakket. De verdeelsleutel is van toepassing op het totale maatregelenpakket (korte en lange termijn maatregelen). Wijzigingen in absolute kosten per maatregel hebben geen consequenties voor (doen geen afbreuk aan) deze verdeelsleutel.
5.3. het verstrekken van een bestuursopdracht die tot doel heeft een juridische samenwerkingsvorm uit te werken voor de uitvoering van het maatregelenpakket (borgen van beslispunten 5.1. en 5.2.) zodat in 2014 het gezamenlijke investeringsprogramma (inclusief kostenverdeling en samenwerkingsvorm) bestuurlijk door elke partij kan worden verankerd. 5.4. Voor het nieuwe Stroomgebiedbeheerplan (SGBP) Maas, geldend voor de periode 2016-2021, dragen partijen gezamenlijk de volgende maatregel aan: Maatregelnaam: Uitwerken gezamenlijk investeringsprogramma Beschrijving: Uitwerken en (deels) implementeren van gezamenlijk investeringsprogramma en afspraken over beheer afvalwaterketen gericht op het behalen van ecologische doelstellingen vanuit de KRW. Hierbij is de 4M-aanpak leidend: Monitoren Meten Modelleren Maatregelen. Toelichting: De “4M-en beslismethodiek”, bestaat uit een viertal stappen: 1. Monitoren: bepalen hoe het watersysteem er voor staat en wat belemmeringen zijn. 2. Meten: vaststellen meetbehoefte en uitvoeren meetprogramma in riolering, RWZI en watersysteem. 3. Modelleren: ontwikkelen rekeninstrument voor bepalen effectiviteit van maatregelen. 4. Maatregelen: bepalen van een kosteneffectief maatregelenpakket.
De methodiek wordt cyclisch doorlopen waarbij maatregelen worden geïmplementeerd en de cyclus weer wordt doorlopen om het effect ervan vast te stellen en zo nodig aanvullende maatregelen te nemen.
Bijlage 1: Uitleg over betrokken partijen en verzorgingsgebied
Onderstaande kaart geeft een overzicht van de omvang van het verzorgingsgebied van rwzi Eindhoven, dat loopt vanaf grens met België bij de bovenloop van de Dommel tot de gemeente Son en Breugel in het noorden van het gebied. De gemeenten die geheel of gedeeltelijk afvoeren naar rwzi Eindhoven zijn (van stroomopwaarts naar stroomafwaarts): Bergeijk, Valkenswaard, Eersel, Waalre, Veldhoven, Eindhoven, HeezeLeende, Geldrop-Mierlo, Nuenen en Son en Breugel. Deze gemeenten werken intensief samen met het waterschap De Dommel in het Waterportaal Zuid Oost Brabant.
Figuur 1: overzicht verzorgingsgebied
Bijlage 2: Verdeelsleutel kosten
Een kostenverdeelsleutel moet voldoen aan de volgende criteria: - eenvoud: is de sleutel eenvoudig uit te leggen aan anderen (geen vakgenoten); - beschikbaarheid: zijn de gegevens die nodig zijn om de sleutel te bepalen beschikbaar en makkelijk te verkrijgen; - reproduceerbaar:is de sleutel eenduidig te reproduceerbaar?; - robuustheid: hoe gevoelig is de sleutel voor veranderingen die optreden als op verschillende momenten in de tijd de sleutel wordt bepaald (ook van belang bij juridische toetsing); - onderscheidend: in welke mate worden verschillen in bestaande situatie ook duidelijk in de kostenverdeling - beleidswaarde: in welke mate komen de gevolgen van wijzigingen in aanpak en of het beleid van partijen tot uitdrukking? Waterschap De Dommel neemt de maatregelen voor haar rekening die problemen oplossen die veroorzaakt zijn door de keuze voor het zuiveringsconcept van de rwzi. Voor de piekmaatregelen is gekozen voor een verdeling van kosten tussen enerzijds de gemeenten en waterschap (1) en anderzijds de verdeling van de bijdrage van de gemeenten onderling (2). Voor de kosten van de piekmaatregelen is het voorstel om deze tussen gemeenten en waterschap te verdelen op basis van het aanbod op de zuivering.
Op jaarbasis bestaat dit aanbod uit 1/3 huishoudelijk - en bedrijfsafvalwater, 1/3 hemelwater en 1/3 rioolvreemdwater (water dat eigenlijk niet in de riolering thuis hoort, zoals grondwater) . Het deel afvalwater is traditioneel een taak van het Waterschap. Vanuit de gemeentelijke zorgplichten is het deel rioolvreemd water sterk te beïnvloeden. Het deel hemelwater wordt beschouwd als het resultaat van historisch, gezamenlijk gemaakte keuzen en daarom een gezamenlijke taak. Dit leidt tot een verdeling van de kosten voor de piekmaatregelen van 50% voor het waterschap en 50% voor de gemeenten. Voor de verdere verdeling van de kosten over de gemeenten onderling wordt voorgesteld uit te gaan van het aantal inwoners. Het voorstel voor de kosten verdeling is in onderstaand figuur weergegeven. Maatregelen Tijdsperiode en bedrag (excl. BTW) Waterschap De Dommel maatregelen die problemen oplossen 2015-2016: die veroorzaakt zijn door de keuze 0,5 miljoen + voor het zuiveringsconcept van de 2,8 miljoen rwzi (nutriënten) + piekmaatregelen (50 %) 2017-2021: 16,0 miljoen + 6,5 miljoen 10 gemeenten maatregelen die problemen oplossen 2015-2016: die veroorzaakt zijn door het 2,8 miljoen gemengde rioolstelsel (piekmaatregelen, 50%). 2017-2021: 6,5 miljoen (onderling te verdelen op basis van aantal inwoners)
Bijlage 3 : Tabel met maatregelen en vertaling naar jaarlijkse kosten. Het betreft hier het totale maatregelenpakket voor het wegnemen van waterkwaliteitsknelpunten in KRW-waterlichamen ten gevolge van emissies uit de afvalwaterketen. Hierbij is uitgegaan van 10 % onvoorzien mbt investering en 5% onvoorzien mbt operationele kosten)
no regret maatregelen Real Time Control in afvalwatertransport verbetering nitrificatie RWZI (extra beluchting) Effluent- en oppervlaktewaterbeluchting subtotaal (1) verbetering denitrificatie RWZI (aanpassen recirculatie) subtotaal (2) totaal nader te onderzoeken maatregelen voorbezinktanks en leegstaande tank als buffer en DAF als voorbehandeling subtotaal nabehandeling voor zwevende stof, stikstof en fosfaatverwijdering verhogen biologische capaciteit rwzi (ophogen nabezinktanks) subtotaal (2) totaal
piekmaatregelen piekmaatregelen piekmaatregelen nutrienten
piekmaatregelen nutrienten nutrienten
investering
operationele kosten
kapitaal lasten
1,1 2,7 1,8 5,6 0,5 0,5 6,1
123.000 4.000 112.000 239.000 4.000 4.000 243.000
99.000 250.000 172.000 521.000 43.000 43.000 564.000
47.000 807.000
13,0 13,0 13,6 2,4 16,0 29,0
1.043.000 1.043.000 1.154.000 9.000 1.163.000 2.206.000
1.072.000 1.072.000 1.118.000 185.000 1.303.000 2.375.000
2.115.000 2.115.000 2.272.000 194.000 2.466.000 4.581.000
totaal
222.000 254.000 284.000
760.000 47.000
Bijlage
3
Beleidskaders
Achtergrondinformatie vigerende beleidskaders Onderstaand zijn de volgende beleidskaders nader toegelicht: De gemeentelijke zorgplichten
Voorkeursvolgorde Wat regelt een verordening afvoer hemelwater en grondwater Relaties met andere plannen
Vierde Nota waterhuishouding Waterbeheer 21e eeuw (WB21) Wet milieubeheer (Wm)
Waterwet Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)
Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) Leidraad Riolering (RIONED) Europese Kader Richtlijn Water
De Gemeentelijke zorgplicht Op 1 januari 2008 is de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken in werking getreden, kortweg Wet verbrede watertaken (WVW). Het is geen zelfstandige wet maar een titel voor de wijziging van drie bestaande wetten. Zo is de gemeentelijke rioleringszorgplicht in de Wet milieubeheer (het oude artikel 10.33) vervangen door een zorgplicht voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater en zijn er zorgplichten en bevoegdheden bijgekomen voor hemelwater en grondwater. De wijzigingen zijn doorgevoerd in de Wet milieubeheer (Wm), de Gemeentewet en de Waterwet. De wet voorziet in de volgende plichten en instrumenten: 1. Zorgplicht voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater (artikel 10.33, Wm) 2. Zorgplicht voor de doelmatige inzameling en verwerking van het afvloeiende hemelwater voor zover dat niet redelijkerwijs van de perceeleigenaar kan worden verwacht (Artikel 3.5 Waterwet 3. Zorgplicht voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen ten einde structureel nadelige gevolgen voor de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of provincie behoort (Artikel 3.6, Waterwet) 4.
Heffingsbevoegdheid voor het verhalen van de kosten van de gemeentelijke zorgplichten (artikel 228a, Gemeentewet) 5. Verbreding gemeentelijk rioleringsplan waarin ook aandacht aan de zorgplichten voor hemelwater en grondwater moeten worden besteed (wijziging artikel 4.22, Wm) Gelet op het belang en de impact van deze herziene wetgeving is hieronder een korte toelicht opgenomen. Zorgplicht afvalwater De nieuwe zorgplicht voor de inzameling van afvalwater kent enkel paar kleine wijzigingen. Gemeenten blijven verplicht het afvalwater dat op de percelen op haar grondgebied vrijkomt in te zamelen en te transporteren door middel van een openbaar vuilwaterriool. Als het (financieel) niet haalbaar is overal riolering aan te leggen, kan hiervan afgeweken worden als met een alternatieve voorziening eenzelfde graad van milieubescherming wordt bereikt. De gemeente moet een visie hebben of ontwikkelen over de vraag in welke situaties ze kiest voor transport naar de AWZI via een openbaar vuilwaterriool en wanneer andere (individuele) systemen toepast worden. Bovendien zal de keuze tussen een smalle zorgplicht (alleen inzamelen) en een brede zorgplicht (inzamelen en zuiveren) duidelijk naar voren moeten komen.
Zorgplicht hemelwater Formeel bestaat nu een zorgplicht voor de inzameling van hemelwater voor zover de perceeleigenaar het hemelwater redelijkerwijs niet zelf kan verwerken. Gemeenten bepalen in welke situaties zij redelijkerwijs van perceeleigenaars mogen verwachten dat zij het hemelwater zelf verwerken. De gemeente heeft instrumenten in de vorm van maatwerkvoorschriften en/of een gemeentelijke verordening om eisen te stellen aan de kwantiteit en de kwaliteit van het in te zamelen hemelwater. In het vGRP moet duidelijk gemaakt worden wat in principe verwacht wordt van perceeleigenaren. De hemelwaterzorgplicht is een inspanningsverplichting. Gemeenten kunnen niet (direct) het hemelwater van alle extreme buien inzamelen. Hierin hebben gemeenten ook een keuze: hoe vaak vinden we water op straat of wateroverlast aanvaardbaar? Bovendien dient een vGRP aan te geven hoe de gemeente van plan is zelf dit hemelwater te gaan verwerken. In de definities is onderscheid gemaakt tussen stedelijk afvalwater en hemelwater. Hemelwater wordt zolang het niet in aanraking komt met ander afvalwater of verontreinigingen, niet (meer) beschouwd als afvalwater. Zorgplicht grondwater Ook de zorgplicht voor het grondwater heeft het karakter van een inspanningsverplichting. De gemeente is niet per definitie verantwoordelijk voor handhaving van het grondwaterpeil in het bebouwde gebied.
De zorgplicht beperkt zich tot ‘structurele’ problemen, en voor zover niet de verantwoordelijkheid voor waterschap of provincie. Bovendien is de particulier in eerste instantie zelf verantwoordelijk. Overtollig grondwater dat hij redelijkerwijs niet zelf kan afvoeren, moet hij kwijt kunnen bij de gemeente, mits dit doelmatig is. De gemeente is hierbij het eerste aanspreekpunt (loket) voor de burger. De zorgplicht is in algemene bewoordingen beschreven. Het is van belang om die ruime begrippen in het vGRP toegespitst op de lokale situatie duidelijk af te bakenen. Voorkeursvolgorde In de Wet milieubeheer (Wm, artikel 10.29a) is een voorkeursvolgorde opgenomen voor het omgaan met o.a. hemelwater. De voorkeursvolgorde luidt: 1. Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt 2. Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt 3. Afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet-gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer van afvalwater 4. Huishoudelijk afvalwater en, voor zover doelmatig en kostenefficiënt, afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt worden ingezameld en naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet getransporteerd 5. Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel 4 zo nodig na zuivering bij de bron, wordt hergebruikt 6.
Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel 4 (in de praktijk dus met name hemelwater) wordt lokaal in het milieu teruggebracht (zo nodig na zuivering bij de bron) 7. Ander afvalwater dan bedoeld in onderdeel 4 naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet wordt getransporteerd Wat regelt een verordening afvoer hemelwater en grondwater Met de inwerkingtreding van de Wet Gemeentelijke Watertaken per 1 januari 2008 is onder andere de Wet milieubeheer (Wm) gewijzigd. In deze wet (art. 10.32a) is opgenomen dat gemeenten een nieuwe bevoegdheid hebben en in het belang van de bescherming van het milieu bij verordening regels kunnen stellen aan het lozen van hemelwater en grondwater op de riolering en op of in de bodem. De modelverordening regelt dat een gemeente een gebied kan aanwijzen, waarbinnen het niet is toegestaan hemelwater of grondwater te lozen op het openbaar vuilwaterriool. Hierbij zal de gemeente een redelijke termijn moeten hanteren.
Het is mogelijk om in de zogenaamde gebiedsaanwijzing een onderscheid te maken in het afkoppelen van de aansluiting die zich bevindt aan de voorzijde van een gebouw en de achterkant. Relaties met externe plannen De riolering binnen een gemeente maakt deel uit van de openbare ruimte en staat daarmee in nauwe relatie met de dynamiek die daarin aanwezig is. Hiernaast is de riolering ook een belangrijk onderdeel van het watersysteem, welke zich uitstrekt buiten de gemeentelijke grenzen. Doordat riolering op verschillende schaalniveaus van invloed is, zijn er een groot aantal partijen, die richting geven aan het functioneren van de riolering binnen de gemeente. Volgens de Wet milieubeheer dient het vGRP te worden opgesteld rekening houdend met én in samenspraak met andere betrokkenen. Binnen dit hernieuwde vGRP is verder rekening gehouden met de volgende plannen en regelgeving: De Vierde Nota waterhuishouding, waarin als streefwaarde voor het niet aankoppelen van verhard
oppervlak 60 % wordt genoemd. Het gevolg hiervan is onder meer dat er zo weinig mogelijk schoon hemelwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt afgevoerd. Gemeenten kunnen hier binnen de hemelwaterzorgplicht invulling aangeven De strategie volgens Waterbeheer 21e eeuw (WB21) waarin wordt gestreefd naar het zolang en zoveel mogelijk vasthouden van gebiedseigen water (trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’) en om schoon water schoon te houden en te krijgen (trits ‘schoonhouden-scheiden-zuiveren’) Voor gemeenten is het van belang dat in het vGRP maatregelen zijn opgenomen om enerzijds in 2015 structurele wateroverlast problemen opgelost te hebben en anderzijds om dit zo te houden tot 2050 In de Wet milieubeheer (Wm) zijn voorschriften gesteld aan het lozen van afvalwater. Met het intreden