[16.05296] - VGRP 2016-2021
Tekst van het document
gemeente Eersel, vGRP 2016-2021
15 december 2015
gemeente Eersel, vGRP 2016-2021
Verantwoording Titel
gemeente Eersel, vGRP 2016-2021
Opdrachtgever
Gemeente Eersel Alwin Teeuwen Gwendolijn Vugs
Projectleider Auteur(s) Tweede lezer Projectnummer Aantal pagina's Datum Handtekening
Nils Kappenburg 1228816 48 (exclusief bijlagen) 15 december 2015 Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon Tauw bv BU Water & Ruimtelijke Kwaliteit Dr. Holtroplaan 5 Postbus 1680 5602 BR Eindhoven Telefoon +31 40 23 25 55 0 Fax +31 40 23 25 57 5
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem worden gebruikt voor het doel waarvoor het is vervaardigd met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Tauw. Kwaliteit en verbetering van product en proces hebben bij Tauw hoge prioriteit. Tauw hanteert daartoe een managementsysteem dat is gecertificeerd dan wel geaccrediteerd volgens: -
NEN-EN-ISO 9001
vGRP Eersel 2016-2021
5\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
6\48
vGRP Eersel 2016-2021
Inhoud Verantwoording en colofon .......................................................................................................... 5 1
Inleiding .......................................................................................................................... 9
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding ........................................................................................................................ 9 Doelstelling .................................................................................................................... 10 Geldigheidsduur ............................................................................................................ 10 Procedure ...................................................................................................................... 10 Leeswijzer ..................................................................................................................... 11
2 2.1 2.2
Evaluatie vGRP 2010-2015 .......................................................................................... 12 Ambities vGRP 2010-2015 ............................................................................................ 12 Evaluatie VGRP 2010-2015 .......................................................................................... 13
3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.3 3.3.1
Ambities en doelen...................................................................................................... 16 Beleidskaders ................................................................................................................ 16 Doelmatig beheer in de waterketen ............................................................................... 16 Milieu en KRW ............................................................................................................... 17 Duurzaamheid ............................................................................................................... 18 Doelen stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater ............................................... 18 Stedelijk afvalwater ....................................................................................................... 19 Inzameling stedelijk afvalwater ...................................................................................... 19
3.3.2 3.4
Transport stedelijk afvalwater ........................................................................................ 19 Hemelwater ................................................................................................................... 23
3.4.1 3.4.2 3.5 3.6 3.6.1 3.6.2 3.6.3 3.7
Inzameling hemelwater ................................................................................................. 23 Verwerking hemelwater ................................................................................................. 24 Grondwater .................................................................................................................... 25 Doelmatig beheer en goed gebruik van de riolering ...................................................... 26 Samenwerking in de afvalwaterketen ............................................................................ 27 Beheergegevens ........................................................................................................... 27 Vervangingsplanningen ................................................................................................. 27 Financiën ....................................................................................................................... 28
4
Strategie en maatregelen ............................................................................................ 29
4.1 4.2 4.3
Toetsing huidige situatie ................................................................................................ 29 Speerpunten .................................................................................................................. 32 Maatregelen .................................................................................................................. 33
vGRP Eersel 2016-2021
7\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
4.3.1 4.3.2 4.3.3
Onderzoek ..................................................................................................................... 33 Beheer rioleringsgegevens bij nieuwe aanleg ............................................................... 35 Objectgerichte maatregelen .......................................................................................... 36
4.3.4
Systeemgerichte maatregelen ....................................................................................... 37
5
Middelen ....................................................................................................................... 39
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.5
Personele middelen ....................................................................................................... 39 Financiële middelen ...................................................................................................... 40 Vervangingsinvesteringen en KRW-maatregelen ......................................................... 40 Totale uitgaven huidige systematiek ............................................................................. 41 Rioolheffing ................................................................................................................... 42 Voorziening Onderhoud Riolering ................................................................................. 43 Kostendekking ............................................................................................................... 43 Uitgangspunten ............................................................................................................. 43 Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) ................................................................. 44 Spaarvoorzieningen vervanging .................................................................................... 44 Bepaling rioolheffing ...................................................................................................... 45
Bijlage(n) 1 Evaluatie vGRP 2010-2015 2 Kallisto en notitie ‘KRW maatregelen en kostenverdeling rivier De Dommel en zijbeken’ 3 Beleidskaders 4 Overzicht overstorten en regenwateruitlaten 5 Financiële tabellen 6 Resultaten heffingsberekeningen 7 Reacties waterschap de Dommel en provincie Noord-Brabant 8 Begrippen- en afkortingenlijst rioleringszorg
8\48
vGRP Eersel 2016-2021
1 Inleiding Binnen de gemeentelijke voorzieningen speelt de riolering een prominente rol. Niet alleen draagt het systeem bij aan de bescherming van de volksgezondheid, maar ook aan het voorkomen van wateroverlast en het aantrekkelijk maken van woon-, bedrijfs- en recreatieomgeving. Voldoende redenen om op dit punt goede afspraken vast te leggen en te zorgen voor een goede financiële dekking. In het voorliggend verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2021 is, voor een periode van zes jaar, het rioleringsbeleid van de gemeente Eersel vastgelegd.
1.1
Aanleiding
De wettelijke basis van het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) is vastgelegd in een drietal wetten. De taken en verplichtingen die de gemeente op het gebied van riolering heeft, zijn van oudsher vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm artikel 10.33). Een van de verplichtingen uit de Wet milieubeheer betreft het opstellen van een gemeentelijk rioleringsplan (GRP). In het GRP moet inzichtelijk worden gemaakt welke voorzieningen op het gebied van riolering in beheer zijn, welke effecten deze voorzieningen op het milieu hebben en welke kosten met het beheer en onderhoud gemoeid zijn, rekening houdend met toekomstige vervanging/verbetering. In de Wet milieubeheer is ook de zorgplicht voor stedelijk afvalwater vastgelegd. Sinds de introductie van de Wet gemeentelijke watertaken op 1 januari 2008 dient de gemeente niet alleen zorg te dragen voor stedelijk afvalwater, maar ook voor hemelwater en grondwater. Hierdoor is het traditionele taakveld van de rioleringszorg binnen de gemeente veranderd in een ‘verbreed’ pakket van watertaken. De Wet gemeentelijke watertaken is met ingang van 22 december 2009 opgegaan in de Waterwet. De wettelijke kaders rond de rioolheffing zijn vastgelegd in de Gemeentewet.
Op basis hiervan kan een gemeente kiezen voor een gecombineerde of een gesplitste heffing voor verschillende heffingsgrondslagen, bijvoorbeeld naar rato van het drinkwaterverbruik of op basis van de WOZ-waarde. De totale rioolheffing mag echter nooit meer bedragen dan het bedrag dat nodig is voor de uitvoering van de gemeentelijke watertaken.
vGRP Eersel 2016-2021
9\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
1.2
Doelstelling
Het rioleringssysteem en de maatregelen die de gemeente hierin moet uitvoeren vertegenwoordigen samen met de overige infrastructuur in de openbare ruimte een aanzienlijk maatschappelijk en financieel kapitaal. De lokale overheid heeft de zorgplicht om deze voorzieningen doelmatig en tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten in goede conditie te houden. Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) is één van de instrumenten om hier op een transparante manier inzicht in te geven. Dit vGRP beschrijft, als wettelijk verplichte planvorm, op hoofdlijnen hoe richting wordt gegeven aan de rioleringszorg in de gemeente Eersel. Het betreft een strategie voor de lange termijn. Ook wordt in het plan vastgelegd welke personele en financiële middelen er nodig zijn om de strategie te kunnen realiseren. Hiermee wordt de continuïteit van de rioleringszorg gewaarborgd, in lijn met de eisen uit de wetgeving.
1.3
Geldigheidsduur
De gemeenteraad mag het vGRP vaststellen voor een zelf te kiezen planperiode. Het nieuwe vGRP heeft een geldigheidsduur van zes jaar, van 2016 tot en met 2021. Een vGRP opstellen voor een langere termijn is niet wenselijk omdat belangrijke wijzigingen kunnen optreden, zoals: Wijzigingen in nieuwe wetgeving of (Europees) beleid Ervaringen op diverse vlakken, waaronder de samenwerking afvalwaterketen en ontwikkelingen in afvalwaterketen Afwijkingen bij inkomsten, uitgaven of het vermogensbeheer Indien noodzakelijk wordt het plan tussentijds aangepast op basis van bovengenoemde punten. Het kostendekkingsplan wordt iedere drie jaar financieel geactualiseerd om de mate van kostendekkendheid te bepalen. Daarnaast stelt de gemeente elk jaar een jaarplan op en vindt achteraf controle plaats middels een jaarrapportage.
1.4
Procedure
Voor het opstellen van het vGRP is de gemeente Eersel bijgestaan door advies bureau Tauw. Er heeft afstemming plaatsgevonden met de waterkwaliteitsbeheerder waterschap de Dommel en de provincie Noord-Brabant is geïnformeerd. Stichting RIONED heeft in haar Leidraad Riolering een module voor de inhoud en opzet van een gemeentelijk rioleringsplan, deze is geraadpleegd. Het ontwerp vGRP is, na vaststelling door het college van Burgemeester en Wethouders, gepresenteerd in een B&W informatiebijeenkomst. Tevens is het toegezonden aan de Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant en het waterschap. Het vGRP is ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. De reactie van de externe partijen is als bijlage 7 aan het vGRP toegevoegd. Er is tevens een inspraakmogelijkheid geweest voor de inwoners, dorpsraden en leefbaarheidsgroepen en andere belanghebbenden. De vaststelling is gepubliceerd.
10\48
vGRP Eersel 2016-2021
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 ‘Evaluatie vGRP 2010-2015’ is de evaluatie van de afgelopen planperiode. In hoofdstuk 3 ‘Ambities en doelen’ is aangegeven op welke manier de gemeente Eersel invulling geeft aan de gemeentelijke zorgplichten. Dit vormt tevens het uitgangspunt voor de op te stellen strategie voor de komende planperiode. In hoofdstuk 4 ‘Strategie en maatregelen’ zijn, op basis van een toetsing van de huidige situatie, de ambities en doelen vertaald naar een concrete strategie voor de komende planperiode. Tot slot is in hoofdstuk 5 ‘Middelen’ aangegeven welke middelen, op zowel het personele als financiële vlak benodigd zijn om de strategie tot uitvoering te brengen.
vGRP Eersel 2016-2021
11\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
2 Evaluatie vGRP 2010-2015 In dit hoofdstuk wordt teruggekeken op de periode 2010-2014. Daarbij wordt de vraag beantwoord in hoeverre de ambities uit het vorige vGRP gehaald zijn, in hoeverre de strategie gewerkt heeft en welke invloed dit heeft gehad op de kostendekking. De evaluatie is uitgewerkt op hoofdlijnen.
2.1
Ambities vGRP 2010-2015
In het vGRP 2010-2015 zijn geen concrete doelen of speerpunten benoemd. Onderstaand is een korte weergave gegeven van de ambities zoals in het vGRP 2010-2015 opgenomen. Algemeen: Een kwaliteit die gericht is op het voortzetten van de huidige werkwijze bij het beheer, onderhoud en vervangingen van de riolering Hieronder vallen ook de kaders die door de gemeenteraad op 23 september 2008 zijn meegegeven ten aanzien van afkoppelen van verhard oppervlak, de aanleg van open retenties en het toepassen van niet chemische onkruidbestrijding op verharding vanaf 2012 Hierbij staat een integrale aanpak vanuit het watersysteem centraal met een strategie gericht op het in stand houden van het ‘huidige’ kwaliteitsniveau van de riolering en het efficiënt inzetten van middelen Zorgplicht afvalwater: Geen vuil water op straat vanuit riool Inzicht in het functioneren van het stelsel Voldoen aan het waterkwaliteitspoor Kaderrichtlijn Water (KRW) Efficiënt rioolbeheer onder andere door werkzaamheden op elkaar af te stemmen Zorgplicht hemelwater: Het bovengronds bergen en afvoeren van hemelwater is soms onvermijdelijk.
Leren leven met water(overlast) is het credo Opstellen van een afkoppelplan voor de gehele gemeente In de planperiode vier ha verhard oppervlak afkoppelen, particuliere initiatieven hierbij stimuleren Bij nieuwbouw particulieren verplichten waterstromen gescheiden aan te leveren In 2012 overgaan op milieuvriendelijke onkruid- en gladheidbestrijdingsmiddelen Zorgplicht grondwater: De gemeente gaat niet actief meldingen onderzoeken, maar bij herhaalde meldingen wordt wel onderzoek verricht De gemeente gebruikt het Telefonisch Informatiepunt (TIP) als waterloket
12\48
vGRP Eersel 2016-2021
2.2
Evaluatie VGRP 2010-2015
Onderstaand is een korte weergave met de belangrijkste resultaten uit de evaluatie opgenomen. In bijlage 1 is een overzicht op maatregelniveau opgenomen.
Algemeen:
Het voorgaande vGRP wordt als erg globaal ervaren. Met name het ontbreken van een operationele beheerstrategie wordt gemist. In het nieuwe vGRP moet richting worden gegeven aan de na te streven kwaliteit Het algemene beeld met betrekking tot de riolering is dat de kwaliteit goed is De technische levensduur van de vrijvervalriolering kan, mits goed onderbouwd, worden verhoogd. Hierbij moet wel onderscheid worden gemaakt tussen riolen van voor en na 1970. Maatregelen als relinen en deelreparaties worden hierbij als levensduur verlengend gezien Gegevensbeheer: De voor het areaal gebruikte beheersystemen zijn gevuld met de gegevens van de riolering. Aanpassingen en correcties naar aanleiding van onvolledige en foutieve gegevens zijn nog noodzakelijk Het beheer en onderhoud is (grotendeels) uitgevoerd conform planning. In de afgelopen planperiode is de inspectiefrequentie naar beneden bijgesteld. Hierdoor is in de afgelopen periode 40 % geïnspecteerd (in plaats van 100 %) Er is een goede wisselwerking tussen wegen en riolering, hierdoor wordt veel ‘werk met werk’ gemaakt. Dit is en blijft maatwerk, maar leidt wel tot kostenreductie In de afgelopen planperiode is de beleidsmedewerker met pensioen gegaan. Deze functie is opnieuw ingevuld, de personele bezetting wordt, net als bij de evaluatie van het vGRP 2004-2007 en 2008/2009, nog steeds als krap ervaren.
Daarnaast moet een achterstand weggewerkt worden Zorgplicht afvalwater: Er is een nieuw basisrioleringsplan (BRP) opgesteld. Voor het opstellen van de berekening waren veel gegevens onbekend. Uit de berekeningen zijn alleen de gevoelige locaties (met mogelijke maatregelen) in het systeem en de emissies per kern bekend. Met het vertrek van de vorige beleidsmedewerker is veel kennis over de systeemwerking en het functioneren hiervan verdwenen Ten behoeve van de 4M-aanpak (zie verder paragraaf 3.1.2) is een gezamenlijke (waterschap en gemeenten) optimalisatiestudie (Kallisto, zie bijlage 2) uitgevoerd. De benodigde KRW-maatregelen zijn vastgelegd binnen de samenwerking Waterportaal Zuid-Oost Brabant. Na het uitvoeren van deze maatregelen voldoet de gemeente voor het gebied dat afvoert naar RWZI Eindhoven aan de KRW-doelstellingen voor de Dommel en haar zijbeken, met uitzondering van de Gender De kern Steensel (de Gender) is niet betrokken bij de Kallisto-studie, omdat onvoldoende gegevens beschikbaar waren om de Gender door te kunnen rekenen. Op basis van eerste metingen voldoet de kern Steensel aan de KRW-doelstellingen.
vGRP Eersel 2016-2021
13\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
Met het waterschap is afgesproken een STOWA onderzoek uit te voeren, maar naar verwachting komen ook hier geen KRW-maatregelen voor de kern Steensel naar voren. Nadere invulling van het onderzoek wordt samen met het waterschap bepaald. Naar aanleiding van specifieke klachten (zichtbare vervuiling) lijkt dat er wel maatregelen in het kader van het waterkwaliteitsspoor noodzakelijk kunnen zijn
14\48
Voor de kern Vessem wordt momenteel een optimalisatiestudie uitgevoerd (Kallisto
Hapert). In 2015-2016 wordt, voor het gebied dat afvoert naar RWZI Hapert, inzichtelijk of en zo ja welke maatregelen noodzakelijk zijn om aan de KRW-doelstellingen te voldoen Zorgplicht hemelwater: Het opstellen van een afkoppelvisie is blijven liggen in afwachting van het BRP, begin 2015 is dit onderzoek alsnog opgestart In de afgelopen planperiode is conform planning vier ha verhard oppervlak tijdens vervanging van de gemengde riolering, afgekoppeld. Bij de aanleg van een hwa-stelsel is tevens de voorzijde van de woningen afgekoppeld. De burger wordt hierbij volledig ontzorgd (zowel financieel als qua uitvoering), de respons was hierbij circa 90-95 % Op nieuwbouw locaties zijn de burgers gestimuleerd het hemelwater op eigen terrein te verwerken Zorgplicht grondwater: In tegenstelling tot hetgeen in het vGRP is vastgelegd is, in samenwerking met vijf andere gemeenten uit het Waterportaal Zuid-Oost Brabant, een compleet grondwatermeetnet aangelegd. Deze gegevens worden gemonitord en worden door de gemeente gebruikt om de bewoners te kunnen informeren en mogelijke probleemgebieden in beeld te krijgen Financiën: De voorziening is EUR 1,6 mln. hoger dan waarmee in het vGRP rekening is gehouden. Dit is opgebouwd door het minder uitgeven op investeringen en op exploitatie In 2011 is een nieuwe staffel voor de rioolheffing ingevoerd.
Met deze invoering betalen huishoudens en/of bedrijven die meer verbruiken ook daadwerkelijk meer. Huishoudens en/of bedrijven die minder verbruiken zijn ook minder gaan betalen. In 2011 is geen stijging in de rioolheffing doorgevoerd. In 2014 is de rioolheffing per saldo met 2 % verlaagd (2 % stijging ten behoeve inflatiecorrectie en 4 % verlaging ten behoeve van bezuiniging). De rioolheffing is verder alleen, conform het vGRP, met de inflatiecorrectie verhoogd
vGRP Eersel 2016-2021
Samenwerkingen: In de afgelopen planperiode is, naast de maatregelen opgenomen in het vGRP, ook nog een aantal maatregelen gezamenlijk opgepakt in de samenwerkingen: Samenwerking Beheer Kempengemeente (SBK):
Gezamenlijk aanbesteden kolkenreiniging (uitgevoerd)
Gezamenlijk aanbesteden reiniging en inspectie (uitgevoerd) Onderzoek gezamenlijke hosting gemalen Waterportaal Zuidoost Brabant: Gezamenlijk opzetten grondwatermeetnet (uitgevoerd) Gezamenlijk opstellen optimalisatiestudie RWZI Eindhoven (Kallisto) (uitgevoerd) Gezamenlijk opstellen beleidskader vGRP’n (uitgevoerd) Onderzoek gezamenlijke aanpak klimaatadaptatie (jaarprogramma 2015) Kallisto RWZI Hapert (jaarprogramma 2015) Optimalisatie vervanging(splanning) (jaarprogramma 2015) Meten en monitoren (jaarprogramma 2015) Kennisplatform (jaarprogramma 2015) Monitoren Doelmatig Waterbeheer (jaarprogramma 2015) Databeheer (jaarprogramma 2015) Communicatie (jaarprogramma 2015)
vGRP Eersel 2016-2021
15\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
3 Ambities en doelen Dit hoofdstuk beschrijft de situatie die de gemeente Eersel in de komende planperiode wil bereiken. Het rioleringsbeleid is beschreven aan de hand van algemene doelstellingen, die vervolgens zijn geconcretiseerd per thema. In bijlage 3 is een overzicht van het wettelijk kader opgenomen.
3.1 3.1.1
Beleidskaders Doelmatig beheer in de waterketen
Op 23 mei 2011 is door het ministerie van Infrastructuur en Milieu, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Unie van Waterschappen (UvW) en de Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin) het Bestuursakkoord Water ondertekend. Dit akkoord maakt onderdeel uit van een breed bestuursakkoord dat zich primair richt op het vergroten van de doelmatigheid van het beheer van het watersysteem en de waterketen. Het Bestuursakkoord Water omvat drie doelen: 1. Realiseren van kostenbesparingen 2. Verbeteren kwaliteit en innovatievermogen 3. Verminderen (personele) kwetsbaarheid Om bovenstaande doelen te realiseren stelt het Bestuursakkoord Water voor om als middel de samenwerking in de afvalwaterketen tussen gemeentes onderling en het waterschap te intensiveren. Het is daarbij vooral van belang dat een samenwerking tussen waterschap en gemeentes plaatsvindt op basis van gelijkwaardigheid en vanuit het beginsel kosteneffectiviteit. Ten aanzien van de afvalwaterketen wordt een onderscheid gemaakt in: a. Investeringsprogrammering b. Operationele taken
16\48
vGRP Eersel 2016-2021
Ad a. Investeringsprogrammering Ten aanzien van de investeringsprogrammering blijft deze zo dicht mogelijk bij de gemeente als regisseur van de openbare ruimte bestaan. Er is geen sprake van het overhevelen van taken of verantwoordelijkheden naar andere overheden of organisaties, waardoor de onderkende synergievoordelen en de daarmee te bewerkstelligen kosteneffectiviteit bij het uitvoeren van vervangings- en verbeteringsmaatregelen bij gemeenten veilig worden gesteld. Ad b. Operationele taken Ten aanzien van de uit te voeren operationele taken binnen de afvalwaterketen kan professionalisering en het benutten van schaalvoordelen naar de gebiedsgrootte van een waterschap voordelen opleveren. Afhankelijk van de beheergrootte van de gemeente kunnen mogelijk door middel van een intensievere samenwerking met andere gemeenten en het waterschap gezamenlijk inspecties en onderhoud van voorzieningen, metingen, gegevensbeheer, sturing/gemalenbeheer en storingsdienst in uitvoering worden gebracht. Of met de voorgestelde samenwerking daadwerkelijk voordeel valt te behalen vraagt om regionaal maatwerk. Dit is namelijk sterk afhankelijk van de gebiedsgrootte en personele formatie binnen de eigen gemeentelijke organisatie. Leidt een opschaling vanuit doelmatigheidsoverwegingen niet tot een vergroting van de kosteneffectiviteit, dan wordt afgeraden hiervan gebruik te maken.
De gemeente maakt deel uit van het ‘Samenwerkingsregio Waterportaal Zuidoost Brabant. Tijdens de looptijd van dit vGRP zal de gemeente aansluiten bij ontwikkelingen vanuit dit samenwerkingsverband. Om zoveel mogelijk uitgangspunten en beleidsrichtingen te uniformeren is binnen het Waterportaal Zuidoost Brabant in 2014 een beleidskader voor de vGRP’n opgesteld. Dit beleidskader geeft de beleidsrichting op verschillende onderwerpen van de rioleringszorg aan. In onderstaande (sub) paragrafen is hier nadere invulling aan gegeven. 3.1.2 Milieu en KRW De KRW stelt eisen aan de milieukwaliteit van veel oppervlaktewateren. Het betreft een Europese richtlijn die doorwerking moet krijgen in het handelen van gemeenten en waterschappen. Binnen Waterportaal Zuid-Oost Brabant wordt hier invulling aangegeven conform de 4M-en beslismethodiek. Deze methodiek bestaat uit een viertal stappen: 1. Monitoren: bepalen hoe het watersysteem er voor staat en wat de belemmeringen zijn 2. Meten: vaststellen meetbehoefte en uitvoeren meetprogramma in riolering, RWZI en watersysteem 3. Modelleren: ontwikkelen gevalideerde dynamische modellen (rekeninstrument) voor bepalen effectiviteit van maatregelen 4.
Maatregelen: bepalen van een kosteneffectief maatregelenpakket De methodiek wordt cyclisch doorlopen waarbij maatregelen worden geïmplementeerd en de cyclus weer wordt doorlopen om het effect ervan vast te stellen en zo nodig aanvullende maatregelen te nemen.
vGRP Eersel 2016-2021
17\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
Het meetprogramma Kallisto is conform deze methodiek, binnen het Waterportaal Zuid-Oost Brabant, opgezet om inzicht te krijgen in het effect van de afvalwaterketen op de kwaliteit van het oppervlaktewater, hieruit zijn de KRW-maatregelen bepaald voor het voorzieningsgebeid van de RWZI Eindhoven. De KRW-afspraken zijn beschreven in de notitie ‘KRW-maatregelen en kostenverdeling rivier De Dommel en zijbeken’, vastgesteld in het Bestuurlijk Overleg van 29 januari 2014. Hierbij zijn afspraken gemaakt over de uit te voeren maatregelen en de kostenverdeling hiervan. In 2021 moet het afgesproken maatregelenpakket zijn uitgevoerd, zie verder hoofdstuk 0 en bijlage 2. Naast het voldoen aan de KRW-doelstelling, wordt op gevoelige locaties (zwemlocaties, dicht bij woonwijken) overwogen om verder te gaan dan de eisen die de KRW stelt. 3.1.3 Duurzaamheid Innovatieve mogelijkheden voor duurzame toepassingen in het rioolstelsel hebben de aandacht. Om te bepalen welke duurzaamheidsmaatregelen kansrijk zijn is een goede kosten-baten analyse belangrijk. Op dit moment zijn voor de riolering niet heel veel kansrijke technieken en toepassingen voorhanden. Grootschalige aanpassingen in het rioolstelsel zijn vanwege wet- en regelgeving, hoge kosten en beperkte kennis over betrouwbaarheid en functioneren lastig uit te voeren.
Momenteel zijn er alleen mogelijkheden wanneer dit op kleine schaal en binnen een zelfvoorzienend systeem gebeurt, zoals bij in- en uitbreidingen. Bij het treffen van maatregelen en werkzaamheden op kleine schaal kan meer aandacht besteed worden aan duurzaamheid. Zo wordt er verhard oppervlak afgekoppeld van de gemengde riolering, wordt riolering niet vervangen maar gerenoveerd, wordt op bedrijventerreinen met een verbeterd gescheiden stelsel niet al het regenwater naar de zuivering verpompt maar alleen de 'first flush' en worden slimme regelingen in gemalen gebruikt die energieverbruik en slijtage verminderen.
3.2
Doelen stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater
Algemeen uitgangspunt bij de doelstellingen voor de komende planperiode is dat de verbeteringen en optimalisaties die de afgelopen jaren in de rioleringszorg zijn ingezet, worden doorgezet in de komende planperiode. De gemeente Eersel wil daarbij op de meest doelmatige manier invulling geven aan het beheer en onderhoud. De algemene doelstellingen voor de komende planperiode zijn als volgt: 1. Zorgen voor inzameling stedelijk afvalwater1 2. Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater 3. Zorgen voor inzameling van hemelwater (voor zover niet verzorgd door particulieren) 4. Zorgen voor de verwerking van ingezameld hemelwater
1
Onder stedelijk afvalwater wordt afvalwater verstaan dat bestaat uit huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater
18\48
vGRP Eersel 2016-2021
5. Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert 6. Doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering In de volgende paragrafen zijn de doelen uitgewerkt in gemeentelijke beleidslijnen.
3.3
Stedelijk afvalwater
3.3.1 Inzameling stedelijk afvalwater Vanuit de Wet Milieubeheer heeft de gemeente de verplichting om een voorziening aan te bieden voor het inzamelen van afvalwater. Met uitzondering van één pand, zijn alle panden binnen de gemeente Eersel reeds aangesloten op de riolering of op een drukrioleringssysteem; hiermee wordt in de bestaande situatie reeds invulling gegeven aan deze zorgplicht. Ook bij nieuwbouwlocaties zal de gemeente zorgdragen voor de inzameling van het afvalwater. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen binnen of buiten de bebouwde kom gelegen percelen. Aansluiting op de riolering vindt plaats conform het bouwbesluit. 3.3.2 Transport stedelijk afvalwater De zorg voor het transport van het stedelijk afvalwater is nader onder te verdelen in meerdere aspecten. De aspecten zijn onderstaand nader toegelicht. Het transport van het stedelijk afvalwater binnen de gemeente Eersel vindt hoofdzakelijk plaats via een gemengd rioolstelsel. Afvoercapaciteit: Om wateroverlast te voorkomen dient de riolering over voldoende afvoercapaciteit te beschikken. De gemeente Eersel heeft reeds in de voorgaande planperiode ingezet op het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering boven het vergroten van de diameters. De gemeente continueert dit beleid voor de komende planperiode.
Dit betekent dat daar waar riolering vervangen moet worden, dan wel op basis van kwaliteit, alsook in het kader van herinrichting van de openbare ruimte bekeken wordt of afkoppelen van verhard oppervlak van de (gemengde riolering) mogelijk is. De wijze van afkoppelen wordt afgestemd op de boven- en ondergrondse mogelijkheden, dit is vastgelegd in de afkoppelvisie, zie verder hoofdstuk 0. Klimaatontwikkelingen: De capaciteit van de riolering2 is eindig; er bestaat altijd een hevige bui waarvoor de capaciteit van de riolering ontoereikend is. Om toch te kunnen anticiperen op de klimaatontwikkelingen en om overlast tijdens hevige neerslaggebeurtenissen te voorkomen, zal het water naar elders moeten worden afgevoerd of tijdelijk worden geborgen.
2
Dit geldt zowel voor gemengde riolering als hemelwaterriolering.
vGRP Eersel 2016-2021
19\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
Onderzoeken van het KNMI laten zien dat klimaatverandering effect heeft op water in de stad: hogere temperaturen, nattere winters, hevigere buien en drogere zomers. De kans op en de omvang van schade en overlast zullen toenemen. Stichting Rioned, de koepelorganisatie voor stedelijk water en riolering, onderschrijft dit effect. De toenemende intensiteit (met name van kortdurende regenbuien) zal steeds vaker tot hinder en overlast als gevolg van water op straat leiden. De tendens van de neerslaggebeurtenissen in Nederland is grafisch weergegeven in Figuur 3.1.
van
naar
Figuur 3.1 Tendens neerslagintensiteit
Hinder en overlast door situaties van water op straat manifesteren zich in belemmering van het (economische) verkeer, schade aan de inrichting van de openbare ruimte en schade aan vastgoed. De volgende gradaties3 worden gehanteerd:
3
20\48
Deze zijn overgenomen uit de ‘Beleidskader vGRP’n – Samenwerkingsregio Waterportaal Zuidoost Brabant
vGRP Eersel 2016-2021
Tabel 3.1 gradaties wateroverlast
Gebeurtenis
Omschrijving
Hinder
Kortdurende periode van water-op-straat van
Voorbeeld
geringe omvang, waarbij vervoer en transport nog mogelijk is (wegen blijven toegankelijk) en geen schade optreedt.
Overlast
Ernstige hinder (zoals verdund afvalwater op straat of stremming) en forse hoeveelheden water op straat.
Schade
Kort- of langdurend ‘water-op-straat’ van een dusdanige omvang dat:
Schade aan eigendommen optreedt en/of
Essentiële (gebruiks)functies uitvallen en/of
Hoofdinfrastructuur (hulpdiensten) en bedrijven niet bereikbaar zijn en/of
Water in huizen/bedrijven binnendringt door overbelasting van rioolsysteem met grote economische schade (groot aantal schadeclaims, schadeclaims met een hoog bedrag), gezondheidsschade (ziekten die direct te relateren zijn aan water-op-straat) tot gevolg.
Vervolgens is voor een aantal gebruiksfuncties bepaald met welke frequentie van het bovengenoemde, gebeurtenissen mogen voorkomen. Deze uitgangspunten zijn weergegeven in tabel 3.2.
vGRP Eersel 2016-2021
21\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
Tabel 3.2 Uitgangspunten acceptatie wateroverlast per gebruiksfunctie
Gebruiksfunctie
Streefwaarde Hinder
Overlast
Schade
Woongebied
Tweemaal per 1 jaar Eens per 5 jaar
Niet; minder dan eens per 100 jaar
Bedrijventerrein
Eens per 1 jaar
Eens per 5 jaar
Niet; minder dan eens per 100 jaar
Hoofdinfrastructuur Eens per 2 jaar
Eens per 10 jaar
Niet; minder dan eens per 100 jaar
Winkelgebied
Niet; minder dan eens per 100 jaar Niet; minder dan eens per 100 jaar
Eens per 5 jaar
Hoe harder het regent, des te belangrijker het wordt inzicht te hebben in de bovengrondse afstroming. Dit betekent een verbreding ten opzichte van de traditionele aanpak: niet alleen het ondergrondse afvoersysteem beschouwen, maar ook het bovengrondse. Het beperken van hinder en overlast wordt per situatie nader vormgegeven; hierbij geeft de gradatie van hinder of overlast, richting aan de maatregelen. Bovengenoemde uitgangspunten dienen hierbij als toetsingskader voor de vormgeving van de watersystemen in de gemeente. Hierbij wordt ook getoetst of de maatregelen maatschappelijk verantwoord zijn. Vooralsnog blijft de gemeente het rioolstelsel dimensioneren op minimaal bui 08 uit de Leidraad Riolering (T=2, circa 20 mm in 1 uur). Waar mogelijk en doelmatig wordt hemelwater van de riolering afgekoppeld. Maatregelen kunnen ook bestaan uit het anders inrichten van de bovengrond door het benutten van alternatieve routes en terreinen. Hiervoor zijn naast inzicht in het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel ook maaiveldanalyses noodzakelijk. De gemeente wil dit de komende planperiode nader onderzoeken. De gemeente accepteert dat er vaker water tijdelijk op straat geborgen wordt (water-op-straat tussen de trottoirbanden), hierdoor kan vaker hinder ervaren worden.
Deze hinder wordt gemonitord om te voorkomen dat op de lange termijn de hinder door verdergaande klimaatsveranderingen overgaat in overlast.
Figuur 3.2 Water op straat hoeft geen wateroverlast te zijn!
22\48
vGRP Eersel 2016-2021
In geval van wateroverlast wordt onderscheid gemaakt in overlast veroorzaakt door hevige neerslag in gebieden waar hinder bekend is en solitaire overlast. In de gebieden waar hinder bekend is, wordt wanneer de overlast overeenkomt met de neerslag en overlast op andere locaties bij dezelfde neerslag, onderzoek verricht indien dit gemiddeld vaker dan drie maal per jaar optreedt. Solitaire overlast (op locaties waar geen hinder bekend is) wordt altijd onderzocht. Goede toestand rioleringsobjecten: De rioleringsobjecten moeten in een goede toestand verkeren zodat er geen wateroverlast of emissies naar bodem, grondwater of oppervlaktewater plaatsvinden. Hierbij kan aan de volgende aspecten gedacht worden: Waterdichte riolering ter voorkoming van emissie van afvalwater naar bodem of grondwater Minimale verloren berging zodat het afvalwater niet kan aanrotten Korte verblijftijd van het afvalwater in het rioleringssysteem eveneens ter voorkoming van aanrotting van afvalwater Afstroomcondities niet belemmeren, zodat afstroming gewaarborgd is De gemeente controleert de toestand van de rioleringsobjecten door middel van inspecties. In de komende planperiode zal dit beleid worden voortgezet. Daar waar ingrijpmaatstaven worden geconstateerd wordt nader onderzocht of maatregelen noodzakelijk zijn, zie verder hoofdstuk 0.
Voorkomen rioolvreemd water: Het afvoeren van rioolvreemd water, dient zoveel mogelijk voorkomen te worden, daar dit ten koste gaat van de afvoercapaciteit van de riolering. Volksgezondheid: Bij meldingen over volksgezondheidsproblemen wordt altijd onderzoek verricht naar de oorzaak. Wanneer blijkt dat de problemen worden veroorzaakt door de riolering of water-op-straat, wordt naar een gepaste oplossing gezocht.
3.4
Hemelwater
3.4.1 Inzameling hemelwater Gemeenten zijn verplicht om de zorg voor het hemelwater als onderdeel op te nemen in het vGRP. De ambitie voor het inzamelen en verwerken van hemelwater sluit aan bij de zorgplicht hemelwater, volgens artikel 3.5. van de Waterwet. Belangrijk vertrekpunt in de wetgeving is dat de zorgplicht in eerste instantie bij de burger ligt. De burger draagt in eerste instantie zorg voor het verwerken van hemelwater op het eigen perceel. Dit kan door hergebruik, infiltreren in de bodem of bergen in bijvoorbeeld een vijver. Wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is, moet de gemeente de zorgplicht overnemen mits dit doelmatig is.
vGRP Eersel 2016-2021
23\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
3.4.2 Verwerking hemelwater Bij het afkoppelbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen bestaand gebied, nieuwbouw, inbreidingen en buitengebied. Onderstaand is hier invulling aangegeven, nadere uitwerking hiervan vindt plaats in een hemelwaterbeleidsplan, zie verder hoofdstuk 0. Uitgangspunt hierbij is de onderstaande voorkeursvolgorde: 1. Hergebruik 2. Vasthouden / infiltreren 3. Bergen en afvoeren 4. Afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect) 5. Afvoeren naar de riolering Met de inwerkingtreding van de ‘Algemene regels Keur Waterschap De Dommel 2015’ per 1 maart 2015, vervalt vanuit het waterschap de watertoets voor in- of uitbreiding kleiner dan 2.000 m². In het nog te ontwikkelen hemelwaterbeleid legt de gemeente nieuwe bergingseisen voor deze in- en uitbreidingen vast. Tot die tijd hanteert de gemeente de voorkeursvolgorde en een bergingseis van 15 mm bij een uitbreiding tot 2.000 m², 30 mm voor een uitbreiding tussen 2.000 m² en 10.000 m² en 60 mm bij een uitbreiding van meer dan 10.000 m². De haalbaarheid wordt getoetst in de watertoets door gemeente en waterschap. Bestaand gebied (bestaande bebouwing): In de gebieden met een gemengd stelsel is, met in acht name van de voorkeursvolgorde uit de Wet milieubeheer, het overtollige regenwater aangesloten op het gemengde stelsel.
Afkoppelen van verhard oppervlak, in bestaand bebouwd gebied, wordt alleen uitgevoerd als dit maatschappelijk verantwoord is. Hierbij wordt een afweging gemaakt tussen doelmatigheid, duurzaamheid, strategie en kosten. Ook wordt gezocht naar afstemming met andere projecten, zoals revitalisering, wegreconstructies en rioolvervanging. Hiermee houdt de gemeente vast aan de ambitie uit het voorgaand vGRP om steeds meer verhard oppervlak af te koppelen. Hierbij is afkoppelen echter geen doel op zich, maar moet bijdragen aan bijvoorbeeld het terugdringen van wateroverlast, in de afkoppelvisie is per gebied aangegeven of en op welke wijze afkoppelen mogelijk is. Wanneer het hemelwater wordt afgekoppeld door het vervangen van de gemengde riolering door een gescheiden systeem van vuilwater- en regenwaterriolen, krijgen de eigenaren van particuliere percelen de mogelijkheid om de voorzijde van de woning aan te sluiten op het regenwaterriool. De particulieren worden hierbij volledig ontzorgd. Voor het afkoppelen van overige particuliere terreinen in bestaand gebied, wil de gemeente de komende planperiode onderzoeken of ook dit te stimuleren is en dit vervolgens vast te leggen in het nog te ontwikkelen hemelwaterbeleid.
Tevens wordt onderzocht of in het hemelwaterbeleid een verplichting kan worden opgenomen voor het aansluiten van de voorzijde van woningen bij het afkoppelen van verhard oppervlak.
24\48
vGRP Eersel 2016-2021
Uitbreidingen: Bij uitbreidingssituaties (nieuwbouw) zet de gemeente Eersel in op het centraal verwerken van hemelwater. Bekostiging (eerste aanleg) hiervan vindt plaats vanuit de exploitatie van het bouwplan. De particulier is hierbij zelf verantwoordelijk voor de inzameling en afvoer van het hemelwater tot aan de perceelgrens. Bij het ontwerpen van infrastructuur in nieuwbouwplannen wordt rekening gehouden met de aanleg van deze regenwatervoorzieningen, in de vorm van een hemelwaterriool, een wadi of een watergang. Inbreidingen: Bij inbreidingen (nieuwbouw of grootschalige renovatie in bestaand gebied) met gemengde riolering wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de particulier afvalwater en regenwater gescheiden inzamelt en gescheiden aanbiedt ter hoogte van de perceelgrens. Dit met het oog op mogelijke toekomstige ombouw van gemengde riolering naar gescheiden riolering in het inbreidingsgebied. De bergingseis volgt uit de watertoets en is maatwerk. Buitengebied: In gebieden waar een druk- of persriool aanwezig is (vooral buiten de bebouwde kom) bedoeld voor de inzameling van alleen stedelijk afvalwater, is het niet toegestaan om regenwater op de riolering aan te sluiten. De pompcapaciteiten en de afmetingen van de persleidingen zijn niet berekend op de afvoer van regenwater.
Perceeleigenaren moeten het hemelwater op eigen terrein verwerken of zorgen voor een aansluiting op het oppervlaktewater.
3.5
Grondwater
In artikel 3.6 van de Waterwet is opgenomen dat de gemeente zorgplicht heeft, voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van waterschap of provincie behoort. De zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsverplichting. Dat wil zeggen dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied, maar alleen een regierol vervult. De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en kan dus niet leiden tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden. De tekst in artikel 3.6 heeft een aantal beleidsvariabelen in zich die nog niet nader gedefinieerd zijn. Dit geeft de gemeente ruimte voor een eigen invulling van het beleid, waarbij rekening gehouden kan worden met eigen ambities en lokale omstandigheden.
vGRP Eersel 2016-2021
25\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
In de gemeente Eersel is in enkele gebieden drainage aanwezig om voldoende ontwateringsdiepte te realiseren. Hierdoor is het hanteren van een beleid ten aanzien van grondwateroverlast noodzakelijk. Binnen de ‘Samenwerkingsregio Waterportaal Zuidoost Brabant’ is gezamenlijk grondwaterbeleid opgesteld en zijn de volgende definities vastgesteld: Structureel: structurele grondwateroverlast, is overlast die in een periode van een jaar, minimaal drie maanden aanhoudt en terugkerend van aard is Overlast (nadelige gevolgen): De grondwaterstanden beperken de gebruiksfuncties van de buitenruimte (tuinen, openbaar groen) (Eersel specifiek) De grondwaterstanden hebben een nadelige invloed op bouwwerken (Eersel specifiek) In het verleden hebben de grondwaterstanden niet structureel of terugkerend het overlastniveau bereikt (Eersel specifiek) Er moet sprake zijn van economische schade of gezondheidsaandoeningen Doelmatig: doelmatige maatregelen zijn maatregelen die qua kosten in overeenstemming zijn met de effecten. Hierbij wordt een afweging gemaakt tussen kosten enerzijds en vermindering van de overlast (zowel de mate van overlast als het aantal personen of gebiedsgrootte met overlast) anderzijds Nieuwbouw: Tijdens de watertoets wordt gekeken of een nieuw te ontwikkelen gebied geschikt is om te bebouwen.
Bij de locatie keuze van deze ontwikkelingen is de grondwaterstand een belangrijk aandachtspunt. Hierbij wordt bepaald of grondwater belemmerend kan zijn voor de bestemming van het gebied en zo ja, welke maatregelen in de inrichtings- en bestemmingsfase noodzakelijk zijn. Het is van belang deze maatregelen uit te voeren om grondwateroverlast in de toekomst te voorkomen. Ondergrondse bouwwerken dienen waterdicht te worden uitgevoerd en onderhouden. Daarnaast worden voortaan door de gemeente bouwpeilen af gegeven. Hiermee wordt gestuurd op de hoogteligging van een pand en wordt voorkomen dat een pand lager wordt aangelegd dan de omgeving. Hierdoor wordt de kans op grondwateroverlast (en hemelwateroverlast) verkleind.
3.6
Doelmatig beheer en goed gebruik van de riolering
Het beheer van de riolering is gericht op een duurzame instandhouding van het totale rioleringsstelsel tegen de laagst mogelijke kosten en zo min mogelijk overlast voor de burger en gebruiker. Belangrijk hierin is een goed gegevensbeheer, preventief onderhoud en integrale afstemming bij vervangingswerkzaamheden met het wegenonderhoud en groenonderhoud. De focus moet ligt op inzicht in gegevens en functioneren van het systeem. Hiermee zet de gemeente in op strategische planningen op basis van kwaliteit in plaats van cyclisch vervangen op basis van leeftijd. Hierdoor kunnen middelen kostenefficiënt worden besteed en kan daar waar mogelijk, werk met werk worden gemaakt.
26\48
vGRP Eersel 2016-2021
Ook de afweging tussen vervangen of relinen maakt hier onderdeel van uit, dit blijft echter maatwerk. Daarnaast heeft de communicatie met de burger en gebruiker een hoge prioriteit. 3.6.1
Samenwerking in de afvalwaterketen
Samenwerken is geen doel op zich, maar heeft wel duidelijke doelstellingen. Vanuit het Bestuursakkoord Water (BAW) wordt gestuurd op regionale samenwerkingsverbanden voor de waterketen. De partijen daarbij zijn naast gemeenten en het waterschap, vaak ook het drinkwaterbedrijf en de provincie. De samenwerking moet een doelmatigheidswinst behalen (minder meer kosten) en moet kennis vergroten en kwetsbaarheid van de afzonderlijke organisaties verkleinen. Gemeente Eersel neemt actief deel in het samenwerkingsverband ‘Waterportaal Zuidoost Brabant’. Binnen de samenwerking kan planafstemming plaats vinden, in dat geval worden de beleidslijnen van de verschillende partijen vergeleken en mogelijk aangepast. Ook andere ontwikkelingen kunnen invloed hebben op het aanpassen van de gemeentelijke beleidslijnen. Daarnaast maakt de gemeente onderdeel uit van ‘Samenwerking Beheer Kempengemeenten’. In deze samenwerking worden met name de beheertaken gezamenlijk opgepakt en/of uitbesteed. 3.6.2 Beheergegevens De Wet milieubeheer schrijft voor dat bij de gemeente bekend moet zijn welke rioleringsvoorzieningen aanwezig zijn en in welke staat zij verkeren. Ook de WION (Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten) schrijft voor dat de aanwezige rioleringsvoorzieningen in beeld moeten zijn. Hiervoor moeten de gegevens één maal per maand opgestuurd worden.
Zonder deze gegevens is effectieve (be)sturing niet mogelijk en kan de doelmatigheid niet worden gewaarborgd. In lijn met de eisen uit de wetgeving worden de inspanning voor het bijhouden en actualiseren van de beheergegevens voortgezet in de komende planperiode. Vanuit het ‘Samenwerking Beheer Kempengemeenten’ wordt het gegevensbeheer gezamenlijk uitgevoerd. 3.6.3 Vervangingsplanningen De beheergegevens worden momenteel gebruikt voor het maken van cyclische vervangingsplanningen op basis van aanlegjaar en standaard technische levensduur. De daadwerkelijke vervangingen worden ingepland op basis van een kwaliteitsbeoordeling op basis van de inspectiegegevens. De komende planperiode wil de gemeente gebruiken om de beschikbare data in te zetten voor het maken van strategische planningen op basis van kwaliteit. Daarnaast wil de gemeente onderzoeken of het benoemen van risicoriolen4 kan helpen de beheerkosten naar beneden te brengen door over te gaan op risicogestuurd rioolbeheer.
4 Risicoriolen zijn riolen waarvan gebreken een groot effect hebben op de afvalwaterketen, omliggende leidingen of op de bovengrondse voorzieningen. Dit zijn bijvoorbeeld stamriolen, riolen die kruisen met een hoge druk gasleiding of riolen onder belangrijke verkeersaders.
vGRP Eersel 2016-2021
27\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
3.7
Financiën
De gemeente streeft naar een solide beleid ten aanzien van de financiering van de strategie uit het voorliggende vGRP. Verder is het financieel beleid gericht op een goede instandhouding van bestaande voorzieningen. Uitgangspunt is om dit tegen een kostendekkend tarief aan te bieden.
28\48
vGRP Eersel 2016-2021
4 Strategie en maatregelen Dit hoofdstuk beschrijft de strategie en opgave voor de komende planperiode. Deze zijn bepaald door de huidige situatie te toetsen aan de geformuleerde beleidsuitgangspunten uit het vorige hoofdstuk. Vervolgens is bepaald wat gedaan moet worden om binnen de planperiode de gestelde doelstellingen te behalen.
4.1
Toetsing huidige situatie
De huidige stand van zaken van de rioleringszorg in de gemeente is vergeleken met de kwaliteit die de gemeente in de toekomst voor ogen heeft. Onderstaand is dit per onderwerp weergegeven (Toelichting symbolen = behaald, = niet behaald overzicht van het totale areaal opgenomen.
= bijna behaald). Tevens is een
KRW-doelstellingen: De Dommel: De vanuit het Kallisto onderzoek naar voren gekomen maatregelen zijn vastgelegd binnen de samenwerking Waterportaal Zuid-Oost Brabant. Met de uitvoering van deze maatregelen voldoet de gemeente Eersel voor de Dommel (met uitzondering van de Gender) De Gender: op basis van eerste metingen voldoet de kern Steensel aan de KRWdoelstellingen. Nader STOWA-onderzoek moet deze eerste metingen bevestigen. Mochten er toch maatregelen noodzakelijk zijn worden deze bij de financiële actualisatie van het vGRP in 2018 meegenomen Kern Vessem: na uitvoering van Kallisto Hapert (2015-2016) is inzichtelijk of en zo ja welke maatregelen noodzakelijk zijn om aan de KRW-doelstellingen te voldoen. Eventuele maatregelen worden in de financiële actualisatie in 2108 meegenomen Met uitzondering van één pand zijn alle panden aangesloten op de riolering of op een drukrioleringssysteem Alle nieuwbouwlocaties zijn aangesloten op de riolering In de afgelopen periode is weinig wateroverlast ervaren met uitzondering van de Schadewijkstraat. Op deze locatie zijn de putdeksel en putdeksels op komen drijven. Dit is een bekend probleem hiervoor zijn reeds maatregelen gepland, zie verder paragraaf 4.3.4. Daarnaast is regelmatig hinder op bedrijventerrein de Haagdoorn in Eersel en in de omgeving van de Putterstraat in Vessem opgetreden.
Met de rioolwerkzaamheden aan de Molenweg en de in 2013 uitgevoerde maatregelen in Vessem moeten deze problemen grotendeels opgelost zijn, de gemeente gaat dit monitoren Alle meldingen van wateroverlast verlopen via het klachtenregistratiesysteem (SIM) van de gemeente. Hierover vindt altijd terugkoppeling plaats ook wanneer sprake is van overmachtssituaties (bijvoorbeeld 30 mm in 15 minuten) Bij werkzaamheden in de openbare ruimte wordt conform het afkoppelplan bekeken of afkoppelen van het verhard oppervlak doelmatig is en welke methode het meest geschikt is
vGRP Eersel 2016-2021
29\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
Op alle nieuwbouwlocaties is het hemelwater binnen het bouwplan verwerkt, of als dit niet mogelijk bleek gescheiden afgevoerd De gemeente beschikt vanuit de samenwerking over een compleet grondwatermeetnet. Dit grondwatermeetnet wordt door het waterschap gemonitord en preventief onderhouden. De gemeente gebruikt de data van het grondwatermeetnet om de burgers te informeren. De gebieden met hoge grondwaterstanden zijn in beeld en leiden vooralsnog tot weinig klachten Gebieden met een hoge grondwaterstand zijn voorzien van drainage. Het drainagesysteem is niet opgenomen in het rioolbeheersysteem en er is ook geen zicht op de huidige kwaliteit van de drainage Bij vervangingswerkzaamheden vindt integrale afstemming plaats met wegbeheer en groenbeheer Beheergegevens: Voor circa 80 % van het rioolstelsel zijn inspectiegegevens bekend echter een analyse van de kwaliteit ontbreekt, waardoor er beperkt inzicht is in de huidige kwaliteit van het stelsel In de afgelopen planperiode is de inspectiefrequentie naar beneden bijgesteld. Hierdoor is in de afgelopen periode 40 % geïnspecteerd (in plaats van 100 %). Van de overige strengen zijn wel oudere inspectiegegevens bekend. De inspectiegegevens moeten inzicht in de kwaliteit gaan leveren door middel van een restlevensduurberekening In 2012 is een start gemaakt met het vullen van SAM.
Om hiermee een strategische planning voor onderhoud en vervanging op te kunnen stellen is een actualisatie benodigd. Onderhoud en vervanging van de drukrioleringspompen gebeurd nu op basis van klachten en meldingen. Onderhoud en vervanging van de gemalen vindt structureel plaatst, maar is niet gekoppeld aan SAM De gemeente verwerkt de revisiegegevens in het rioolbeheersysteem
30\48
vGRP Eersel 2016-2021
Tabel 4.1 huidig areaal gemeente Eersel
Object
Omvang
Eenheid
Vrijvervalriolering: Gemengde riolering
89,4 km
(Verbeterd) gescheiden vuilwater riolering
19,2 km
(Verbeterd) gescheiden regenwater riolering
18,2 km
Infiltratieriolering
6,9 km
Gemalen en persleidingen: Gemalen (waarvan 11 bij randvoorzieningen)
26 st.
Persleidingen
4,6 km
Drukriolering buitengebied: Pompunits
491 st.
Drukriolering
99,0 km
Overstorten en randvoorzieningen: gemengde riolering Overstorten 2(zonder randvoorziening)
4 st.
Bergbezinkbassins (incl. overstort)
2 st.
Bergbezinkleiding (incl. overstort)
6 st.
Vijvers en overig oppervlaktewater Kolken
2 st. ca. 8.250 st.
vGRP Eersel 2016-2021
31\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
35000
30000
25000
20000
15000
10000
5000
0 1941‐1950
1951‐1960
1961‐1970
1971‐1980
1981‐1990
1991‐2000
2001‐2010
2011‐2015
Figuur 4.1 overzicht leeftijdopbouw riolering (bron GBI-riolering 2015)
Vanuit het Besluit lozen buiten inrichtingen artikel 3.14, 3.15 en 3.16 zijn algemene regels, voor lozingen uit gemeentelijke voorzieningen voor inzameling en transport van afvalwater, beschreven. Hieruit vloeit onder andere voort dat riooloverstorten en (hemelwater)uitlaten moeten zijn opgenomen in het vGRP. In bijlage 4 is hiervan een overzicht opgenomen.
4.2
Speerpunten
Op basis van de toetsing in hoeverre de huidige situatie van de rioleringszorg in de gemeente Eersel afwijkt van de gewenste situatie en het gestelde ambitieniveau zijn speerpunten opgesteld voor de komende planperiode. Door zich te richten op deze speerpunten kan de gemeente de gestelde doelen die voor de planperiode 2016-2021 zijn gesteld behalen. De speerpunten voor de planperiode 2016-2021 zijn: Het verkrijgen van een actueel inzicht in de aanwezige voorzieningen en de staat waarin deze verkeren (tevens het actueel houden hiervan): een actueel inzicht is noodzakelijk voor het in beeld krijgen (en houden) van de kwaliteit van de aanwezige rioleringsvoorzieningen. Tevens dient in het kader van de WION te allen tijde een actueel overzicht van de aanwezige rioleringsvoorzieningen aanwezig te zijn
32\48
vGRP Eersel 2016-2021
Opstellen van strategische planningen op basis van kwaliteit: van een groot deel (circa 80 %) van de vrijvervalriolering binnen de gemeente Eersel zijn inspectiegegevens in het rioolbeheersysteem aanwezig. Deze inspectiegegevens zijn input voor het uitvoeren van restlevensduurberekeningen op basis waarvan strategische beheer- en maatregelenplanningen worden opgesteld. Een zelfde slag moet voor de gemalen, pompen
4.3
en drukriolering worden gemaakt in SAM Het verkrijgen van inzicht in het hydraulisch functioneren van de riolering: In 2012 is een basisrioleringsplan (BRP) opgesteld om knelpunten en noodzakelijke maatregelen in de riolering inzichtelijk te maken. Uit dit BRP is in onvoldoende mate de lay-out en werking van het rioolstelsel af te leiden. Dit inzicht is echter wel noodzakelijk in verband met toekomstige aanpassingen in het stelsel Samenwerking: de gemeente blijft actief deelnemen aan het samenwerkingsverband Waterportaal Zuid-Oost Brabant, waar wordt samengewerkt met het waterschap de Dommel, Brabant Water en de gemeenten Bergeijk, Cranendonck, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Nuenen, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre
Maatregelen
4.3.1 Onderzoek Onderzoek is nodig om goed inzicht te kunnen houden in het functioneren van het rioolstelsel en tijdig en adequaat te kunnen reageren. Voor de meeste onderzoeksinspanningen kan volstaan worden met een voortzetting van de huidige strategie. Daarnaast is uit de toetsing huidige situatie naar voren gekomen dat een aantal onderzoeken nodig is om het inzicht te vergroten. Onderstaand zijn deze onderzoeken kort benoemd:
Inzicht in hydraulische werking rioolstelsel: in kaart brengen van de werking van het stelsel hydraulisch en vuiltechnisch en de lay-out (afstromingsgebieden) van het stelsel inzichtelijk maken. Het hydraulisch functioneren van de Schadewijkstraat wordt hier specifiek in meegenomen Deelname benchmark riolering 2016: In de benchmark wordt de rioleringszorg van veel gemeenten in Nederland met elkaar vergeleken. De positie van Eersel ten opzichte van minima, gemiddelden en maxima is een maat voor de prestaties van Eersel voor de rioleringszorg Uitwerking afkoppelvisie: in de uitwerking van de afkoppelvisie wordt meer in detail beschreven hoe verhard oppervlak van de gemengde riolering kan worden afgekoppeld. Gaat de afkoppelvisie nog in op een globale beschrijving van afkoppelmethoden, de uitwerking gaat meer in detail in op de hiervoor benodigde voorzieningen en aandachtspunten Opstellen hemelwaterbeleid: in het nieuw op te stellen hemelwaterbeleid wordt beschreven hoe om te gaan met hemelwater op particuliere terreinen. Hierbij worden tevens bergingseisen vastgelegd voor de verwerking van het hemelwater.
vGRP Eersel 2016-2021
33\48
Kenmerk R001-1228816GBV-hgm-V08-NL
Daarnaast wordt onderzocht of en hoe afkoppelen van hemelwater in bestaand gebied (waar geen rioleringswerkzaamheden worden uitgevoerd) gestimuleerd kan worden
34\48
Onderzoek risicoriolen: onderzoeken en het benoemen van risicoriolen om de totale beheerkosten naar beneden te brengen. Het resultaat is een differentiatie in het beheer op basis van wel of geen risicoriool, de onderhoudsfrequenties en ingrijpmaatstaven worden hierop aangepast Opstellen beheervisie: door een beheervisie op te stellen voor alle rioleringsvoorzieningen wordt vastgelegd hoe we omgaan met het beheer en onderhoud hiervan. Input hiervoor is onder andere de inventarisatie van risicoriolen, maar tevens differentiatie op basis van stelseltype (gemengde, vuilwater- of hemelwaterriolering), ligging in de weg, materiaal et cetera. Het opstellen van een inspectiestrategie is een onderdeel van de beheervisie Verder vullen van SAM (drukriolering, peilbuizen en dergelijke): Het beheersysteem SAM is gedeeltelijk gevuld met de pompunits van de drukriolering. Deze gegevens moeten verder aangevuld en geactualiseerd worden. Daarnaast dienen ook andere objecten zoals drainagegemalen, peilbuizen et cetera hieraan toegevoegd te worden Onderzoek restlevensduur riolering: op basis van de inspectiegegevens wordt een restlevensduurberekening uitgevoerd. Hiermee ontstaat een totaalbeeld van de kwaliteit van de vrijvervalriolering die dient als input voor het opstellen van een meerjarige strategische vervangingsplanning.
Deze planning dient verder afgestemd te worden met weg- en groen beheer Inventarisatie duikers en watergangen ten behoeve van riolering: De duikers en watergangen die van belang zijn voor de afvoer van overtollig hemelwater worden inzichtelijk gemaakt. Onderhoud en beheer van deze watergangen komt deels ten laste van de rioleringszorg. Tevens kan zo geanticipeerd worden op ontwikkelingen in en nabij deze watergangen Actualiseren verhard oppervlak: het totale verhard oppervlak binnen de gemeente wordt opnieuw bepaald. De resultaten dienen als basis voor het nieuwe basisrioleringsplan Financiële actualisatie vGRP: halverwege de planperiode vindt een financiële actualisatie van het vGRP plaats. Alle uitgevoerde maatregelen worden hierbij in het kostendekkingsplan verwerkt daarnaast wordt de strategie waar nodig bijgesteld op basis van de resultaten en ervaringen van de eerste helft van de planperiode Inventarisatie drainage: alle drainage wordt inbeeld gebracht en opgenomen in het rioolbeheersysteem. Op basis van deze inventarisatie en de beheervisie wordt een strategische onderhoudsplanning opgesteld Klimaatbestendigheid: om de effecten van (zeer) extreme neerslag inzichtelijk te maken wordt een maaiveldanalyse uitgevoerd. Met deze analyse worden afwateringsrichtingen op maaiveldniveau inzichtelijk gemaakt tijdens deze neerslagsituaties door middel van stroombanen.