CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadsvergadering 27 maart 2023

Raadsessie & Raad 27 maart 2023, gemeente eemnesBij agendapunt: Opening12.735 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE EEMNES 27 maart 2023

1. Opening De voorzitter: Goed. Dames en heren. Het is acht uur, en het is gezellig op de tribune, maar we beginnen altijd eerst even met een ogenblikje stilte. Dank u wel, dan open ik bij deze de vergadering. We hebben een bericht van verhindering van de heer Seldenrijk, en de heer Raben heeft oproepdienst, is wel in ons midden, maar als hij wegrent dan is er iets aan de hand. 2. Vaststellen agenda De voorzitter: Ik kom bij het vaststellen van de agenda. Er zijn een drietal moties aangedragen. De motie ‘Gaan voor goud’ met daarbij de reactie van het college. Was op de vorige raadsvergadering ingediend. Er wordt voorgesteld om aan het eind van de vergadering als eerste te behandelen. Dan de motie van het CDA en anderen over buslijn 109, ook aan het eind van de vergadering. En de motie van de Partij van de Arbeid, een haalbaarheidsonderzoek naar een tweede buslijn, en die kan ook aan het eind worden behandeld. Iemand over de agendapunten? Niet? Dan is de agenda bij deze vastgesteld. 3.01 Afscheid raadslid De Boer-Leijsma De voorzitter: Wij hebben agendapunt 3.01, dat is het afscheid van het raadslid De Boer-Leijsma, en op haar eigen verzoek wil ze geen toespraken. Ze is natuurlijk een jaar geleden in de gemeenteraad gekomen en kort daarna doorgestroomd naar de staten toen iemand van de fractie wethouder te Soest werd.

En het statenlidmaatschap was dusdanig mooi dat ze dacht: ik ga nog maar een periode door. En je hebt een mooi aantal voorkeurstemmen gekregen hebben we gezien, dus je hebt in ieder geval een behoorlijke achterban te bedienen. En als we kijken naar de provincie dan: energie, klimaat, woningbouw landelijk gebied et cetera. En als je een driepersoonsfractie hebt dan is dat natuurlijk voldoende werk aan de winkel. Tenzij jullie gaan fuseren met GroenLinks, dan kun je wat meer werk verdelen. We gaan ervan uit dat het eerste werkbezoek van de staten naar het mooie Eemnes zal zijn, want we lezen natuurlijk overal dat het platteland er wat bekaaid afkomt in de aandacht van de politiek, dus wij kunnen wel en aandacht en geld en medewerkzaamheid gebruiken van de provincie. Dus dank voor je inzet het afgelopen jaar. Het ga je goed. Ik heb er alle vertrouwen in dat we je ongetwijfeld in de steunfractie, dan wel op andere momenten nog in Eemnes actief zullen zien. En als statenlid weten we je natuurlijk straks te vinden als het gaat om de belangen van het mooie Eemnes. Desalniettemin heeft jouw fractievoorzitter aangegeven dat hij toch wat wil zeggen, dus daar wil ik hem dan ook de … Natuurlijk, hier achter de katheder, dus daarom wil ik hem dan ook graag de gelegenheid toe geven. Het woord is aan de heer Van den Brink.

De heer Van den Brink: Ja, het feit dat Wilma geen prijs stelde op toespraken, was voor mij natuurlijk een uitgelezen kans om toch nog één keer mijn eigen zin te doen. Lieve Wilma, ik heb het net even nagekeken en dit is je derde afscheid, driemaal is scheepsrecht, zullen we maar denken, en ik zal het nu kort houden. Je bent ruim 12 jaar het gezicht van de PvdA in Eemnes geweest. Dat heb je altijd op je eigen doortastende wijze en met veel energie gedaan en daarmee ook veel bereikt. Het grootste deel van die periode als raadslid, maar ook een tijd als wethouder. In die laatste functie heb je laten zien dat je als bestuurder je nek uit moet steken en voorop moet lopen, dan bereik je wat. Zulke wethouders kunnen we in Eemnes goed gebruiken. Helaas heb je dat goeie werk niet kunnen voortzetten en moest je het laatste jaar weer genoegen nemen met een plekje

in de raad. Dat was ongemakkelijk. Om één van de onnavolgbare uitspraken van wethouder Hekking van Juinen te parafraseren: het is lastig op je handen zitten als je van de hoed in de rand weet. Gelukkig riepen de staten weer, en daar vind je ongetwijfeld nieuwe uitdagingen, veel zo lijkt het. Dat je inbreng daar zeer gewaardeerd wordt, blijkt wel uit je tweede plek op de kieslijst en je forse aantal voorkeurstemmen. Wilma, we wensen hier veel succes bij de provincie en we houden contact. Ik heb daar namelijk ook een bloemetje dus. De voorzitter: En dan achter de katheder dan maar onze Frieske inbreng. Mevrouw De Boer-Leijsma: Ja, het is mijn laatste kans, en daar moet je ook even gebruik van maken. Voorzitter, dank voor de warme woorden, en Marcus heel erg bedankt voor de toch heel mooie speech. Ik ben er toch wel heel blij mee, moet ik eerlijk zeggen. Vandaag geen bevlogen speech van mijn zijde. Dat heb ik tenslotte voor de jaren gedaan toen ik wegging als wethouder, en ook niet zo heel lang daarvoor toen ik wegging als raadslid. Ik wilde graag de provincie in en ik ben dan ook heel blij dat die kans met opnieuw geboden wordt. Inmiddels weet ik dat ik de portefeuille natuur en landbouw mag gaan doen. Daar is genoeg te doen en dat heeft mijn affiniteit. Ik heb er zin in.

Al met aal ben ik hier 13 jaar met een kleine onderbrekingen en in verschillende rollen bezig geweest me in te zetten voor de samenleving van Eemnes. Over het algemeen heb ik dat met veel plezier gedaan. Ik kijk er dan ook met genoegen op terug. De veelvuldige contacten met de inwoners, de bedrijven, de verenigingen en de maatschappelijke instanties hebben daar zeker aan bijgedragen. Graag wil ik de raads- en commissieleden, het college, de griffie en de ambtenaren bedanken voor de fijne samenwerking. De voorzitter: Ik stel voor dat we het afscheid nemen combineren met het verwelkomen van degene die geïnstalleerd gaan worden. Je kunt nog even blijven zitten. Ja, want eerst hebben wij de commissie van onderzoek geloofsbrieven. De griffier heeft gekeken wie er nog geen corvee hebben gedraaid, en dat zijn Defferding, Bunt en Pouw. En die zijn bij deze aangewezen als commissie onderzoek geloofsbrieven. Ik schors de vergadering. 3.02 Installatie Raadslid Overbeeke De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Het woord is aan de heer Pouw. De heer Pouw: Ja dank u wel, voorzitter. De commissie uit de raad van de gemeente Eemnes in wier handen werd gesteld de geloofsbrief en verder bij de kieswet gevorderde stukken, ingezonden door Overbeeke, M.C.

Martin, mannelijk, op 27 maart 2023 benoemd tot lid van de raad van de gemeente Eemnes gerapporteerd de raad van de gemeente Eemnes dat zij bovengenoemde bescheiden heeft onderzocht en in orde gevonden. Gebleken is dat de benoemde aan alle in de Gemeentewet gestelde eisen voldoet. De commissie adviseert tot zijn toelating als lid van de raad van de gemeente Eemnes. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of daar aanleiding is tot vragen of opmerkingen. U stemt allen unaniem in met toelating. Dan is bij deze de heer Overbeeke toegelaten. Wij hebben ook agendapunt benoeming burgerlid Van der Vegt. Die stond op de kieslijst, dus kan worden toegelaten als burgercommissielid. En mag ik beide heren vragen om naar voren te komen en de rest van de aanwezigen te gaan staan. Ik begin bij de heer Overbeeke. Die legt de verklaring en belofte af. Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden rechtstreeks nog middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks nog middellijk enige schenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen, en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. Wilt u mij nazeggen: dat verklaar en beloof ik.

De heer Overbeeke: Dat verklaar en beloof ik. 3.03 Benoemen burgerlid Van der Vegt De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer Van der Vegt. U legt ook de verklaring en belofte af als burgerlid. Ik verklaar dat ik, om tot burgerlid van de commissie aangewezen te worden, rechtstreeks nog middellijk onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks nog middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen, en dat ik mijn plichten als lid van de commissie naar eer en geweten zal vervullen. Wilt u mij nazeggen: dat verklaar en beloof ik. De heer Van der Vegt: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Dank u wel. Voor uw beiden heb ik een bloemetje. Maar we gaan zo feliciteren, dus ik zet het weer terug en dan heeft u alvast ervan kunnen genieten. Heel goed. Het is geen lullig bosje. Voor de heer Van der Vegt het opschrijfboekje. Overbeeke, kunt u al uw vragen voor de wethouders et cetera inschrijven. Je hebt er nog niet één? Hij is al vol. Martin weet hoe je het moet gebruiken. Ik schors voor de felicitaties. 4. Vaststellen besluitenlijst d.d. 20 februari 2023 De voorzitter: Goed, dan heropen ik de vergadering.

We komen bij het vaststellen van de besluitenlijsten. Er zijn geen wijzigingsvoorstellen ingediend, dus is het conform vastgesteld. 5.

Vragenhalfuur De voorzitter: Komen we bij het vragenhalfuur. De beantwoording van de vragen van het CDA over de Wakkerendijk. Het woord is aan de heer Van Schaik voor aanvullende vragen. Kan ook zijn dat u geen verdere vragen zal hebben. De heer Van Schaik: Ja zeker wel. De voorzitter: De heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Dank u wel, voorzitter. Ja, we hebben het uw beantwoording gelezen, u heeft geen registratie van toedoen van ongevallen en daarbij ook de schade aan de openbare verlichting op de Wakkerendijk kan u niet zo goed duiden, heb ik mogen vernemen uit uw beantwoording. Maar toch heeft u gemeend in een eerder overleg de schuld bij de agrariërs neer te leggen. Ja, en dat komt wellicht dan omdat de Wakkerendijk wat smaller geworden is. Ja, een excuus naar agrariërs welke ten onrechte zijn beschuldigd in deze, en ook nog door de krant daarin benoemd worden als de schuldige, is wellicht op zijn plaats. Er is immers een vermoeden, maar er is geen bewijs. We lezen ook dat u een nieuw beleidsplan openbare verlichting gaat maken. En ik zou u willen vragen het toedoen van de komende schades en daarbij het betroffen voertuig toch te gaan registreren, zodat als er een nieuw beleidsplan komt u ook de juiste keuzes kan maken met betrekking tot de verlichting en hoe en waar te plaatsen van deze openbare verlichting. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel.

Andere leden van de raad? Is niet het geval. Wethouder Reijn. De heer Reijn: Zijn eigenlijk twee vragen die u stelt. Als er schade is, wilt u dat dan registreren dat we ook weten hoe en wat? Dat zal niet in alle gevallen gaan, want soms melden mensen zich niet. U hebt ook gezien

aan de late beantwoording, als het echt om aantallen gaat, schades worden gemeld bij CityTec, die doet het onderhoud, en wij zien dat over het algemeen niet eens. Dus de vraag is even of we daar een apart systeem voor moeten gaan opstellen, of dat het waard is. Dat is een afweging die moet je doen. Maar wij hebben een bureau ingehuurd die alle schade voor ons afhandelt om te kijken of we ook de schade kunnen claimen ergens. Ja, dat gaat allemaal zijn eigen weg, maar als u echt zegt ik wil alle schades geregistreerd hebben, en weet ik wat allemaal, dan gaan we in dit systeem iets toepassen waar ik niet veel weet of het gaat werken. Ik ga dat natuurlijk ambtelijk na of dit werkbaar is, en als het zo is dan moeten dat in het nieuwe verlichtingsplan ook meenemen, maar dan zouden we ook eerder kunnen kijken. Tweede vraag is: hoe komt u erbij in een bericht te zetten dat agrariërs de schade hebben veroorzaakt? Als het gaat om excuus aanbieden, heb ik dat al gedaan naar de betreffende organisatie en de mensen die dat doen, want dit is er gewoon bij ons doorheen geslipt, dat hadden we niet zo moeten doen. We wisten het niet, en dan zeggen ‘nou, het zullen wel weer agrariërs zijn geweest’, dat was niet verstandig. Dus daarvoor onze excuses. Rechtstreeks heb ik dat gedaan, maar ik doe het graag ook in de openbaarheid. De voorzitter: Dank u wel.

Geeft dat aanleiding tot nadere vragen? Niet het geval. De heer Van Schaik: Even niet zozeer aanleiding tot nadere vragen. Ik wilde wel bedanken voor uw verontschuldigingen in deze. En ik snap dat u zegt ik ga geen nieuw systeem hiervoor aanleggen met betrekking tot de melding en de registratie van melding van toedoen van schades. Maar u geeft ook aan er is een bureau dat een afhandeling doet. Nou, wellicht dat die toch wel enigszins kan constateren wat voor schade het is geweest, zodat u toch ten aanzien van het nieuwe openbare verlichtingsplan kan komen met de juiste besluiten. De voorzitter: Het is niet echt een vraag, maar we zullen het als een aansporing zien voor de wethouder om het mee te nemen. En wethouder Ten Have knikt vriendelijk. Dat waren de vragen. 6.

Hamerstukken De voorzitter: Gaan wij naar de hamerstukken.

6.01 Vaststellen Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften Eemnes 2023 6.02 Zienswijze op concept Kaderbrief van de GGD regio Utrecht 2024 De voorzitter: Dat is de vaststelling van de verordening voor de behandeling van bezwaarschriften en de zienswijze op de concept Kaderbrief van de GGD regio Utrecht 2024. Dat blijven hamerstukken. Dan zijn ze bij deze vastgesteld. 7.

Bespreekstukken De voorzitter: Komen we bij de bespreekstukken.

7.01 Uitvoering Beleidsplan bermen polder Eemnes De voorzitter: Dat is de uitvoering van het Beleidsplan bermen polder Eemnes, waarbij er een amendement is voorbereid. En ik geef het woord aan de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel, voorzitter. Op 6 maart hebben we een raadsvoorstel uitvoerig besproken en ook een aantal insprekers en een deskundige ambtenaar gehoord. Bedankt voor het voorstel waarin 3 scenario's worden benoemd om te komen tot verschraling van de ecologische bermen. Zowel uit het voorstel

als uit de behandeling in de commissie trekt D66 de conclusie dat van de drie scenario's het derde het meest en het snelste effect sorteert. Ook schemerden bij enig doorvragen door dat sneller verschralen op den duur hoogstwaarschijnlijk eerder leidt tot minder moeten maaien, wat dus weer kostenbesparend zou moeten uitpakken. Gevolg was, zoals inmiddels bekend in een raadsbrede meerderheid, voor scenario 3, een scenario dat tegen overzichtelijke meerkosten uitvoerbaar werd geacht. De portefeuillehouder, gewapend met voorkeuren van de raad, zou in het college strijden voor een efficiënte, verdere afhandeling, waardoor het wellicht als een hamerstuk kon worden afgedaan. Gelukkig konden we op tijd uit de media vernemen dat het college toch liever een amendement tegemoet ziet. Hierdoor werden we als gemeenteraad allemaal in de gelegenheid gesteld om aan onze inwoners te laten zien dat we het beste met onze ecologische bermen voor hebben. Dank aan de burgemeester voor het meedenken in het vinden van de financiële ruimte, en we gaan ervan uit dat we met het amenderen van het raadsbesluit spoedig de maaimachines in de polder aan het werk zullen zien. We hebben daarvoor een amendement ingediend.

De tekst van het besluit: in te stemmen met scenario 2, verschralen ecologische bermen middellange termijn, te vervangen door: in te stemmen met zijn scenario 3: verschralen ecologische bermen kortere termijn, en daarbij een tweede besluit aan toe te voegen: de meerkosten van 7.000 euro te dekken uit de stelpost inflatiecorrectie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga tegen de klok in. Partij van de Arbeid. De heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, ik kan me helemaal aansluiten bij de woorden van de heer Defferding, met één kleine uitzondering, en dat is dat hij blij is dat we dit met een amendement hebben mogen doen, terwijl wij eigenlijk na de commissievergadering in de veronderstelling waren, omdat de commissie unaniem voor variant 3 was, dat het college met een aangepast besluit zou komen. Dus wat ons betreft was dat de nette weg geweest, dus we waren een beetje teleurgesteld dat het op deze manier moest. Maar goed, als het op deze manier kan, ook prima. De voorzitter: Dank u wel. De fractie van de VVD, mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Dank u wel voorzitter, ja. Gelukkig hebben de raadsleden meer tijd dan de collegeleden, dus hebben ze met z’n allen een amendement kunnen indienen.

Wat de VVD betreft hebben we de vorige keer al aangegeven optie 3 is voor ons het beste voorstel, maar wij willen wel met de stemverklaring aangeven dat dit wat ons betreft eigenlijk niet ver genoeg gaat, want je blijft op deze manier kans houden dat zaden overwaaien, het slootafval, dat is nog niet verwerkt, daar zijn nog geen afspraken over. Ja, en als je het echt gewoon goed wil doen dan moet je eigenlijk met meer tempo de bermen gaan verschralen, en een groter gebied meteen meenemen. Maar goed, voor dit moment is dit het beste voorstel, dus vandaar dat wij hiermee instemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Fractie van het CDA. De heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Dank u, voorzitter. Ja, wij kunnen ook wel instemmen met hetgeen wat voorligt en ons achter het amendement scharen. Echter zitten we wel met een vraag. Als je goed kijkt, dan vinden we het een rare oplossing om dit te vinden, de meerkosten, de dekking daarvan in de inflatiecorrectie. Het lijkt ons geen nette en structurele meerjaren oplossing. Kan het college aangeven waarom dit voorstel gedaan is? Is er in een eerder voorliggend, vorig jaar zelfs verhoogde IBO Budget dan geen ruimte? En hoe lossen we dit dan structureel op? We zijn erg benieuwd naar de meerjarenraming gedachten voor deze meerkosten ten opzichte van voorstel 2. De voorzitter: Dank u wel. Fractie van DorpsBelang, de heer Kouwenhoven.

De heer Kouwenhoven: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij kunnen ons eigenlijk alleen maar aansluiten bij de woorden van mijnheer Defferding. Zoals hij dat ook besproken hebt, dus dat de verschraling eerst zal

optreden en kostenbesparing zal opleveren, of in ieder geval die besparing ingezet kan worden om misschien meer gebieden aan te pakken, wil ik toch de wethouder de complimenten geven voor de voortvarende aanpak van dit dossier, wat natuurlijk al wat langer ligt. En met alle positieve reacties van alle stakeholders en de – hoe heet het - complimenten daarvoor. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan wethouder Ten Have. De heer Ten Have: Voorzitter, dank u wel. Eigenlijk ben ik hartstikke blij dat we op de inhoud elkaar gevonden hebben, want inderdaad wat de heer Defferding ook aangeeft, in de commissie van 6 maart was over de inhoud iedereen het eigenlijk hartstikke eens, inclusief de insprekers AKU en de natuur milieuorganisaties die dat al eerder hadden gedaan, en dat mij ook per mail en telefonisch hebben laten weten. En uiteindelijk gaat het daarom. Dus ik ben daar hartstikke tevreden over en tevreden over dat we dat gezamenlijk hebben kunnen doen. En als we met dit voorstel kunnen beginnen dat we dan ook zo snel als mogelijk in mei dat kunnen starten, en dat dan ook structureel kunnen vormgeven. Als het gaat over het slootafval. Daar is de komende week, volgens mij zelfs woensdagavond, is nog overleg daarover. Dan schuif ik ook aan bij AKU om daar nog nadere afspraken over te maken, en dat heb ik ook al eerder toegezegd in de commissie.

Dan voor wat betreft het amendement. Zoals in de commissie ook maar eens gezegd is de meest zuivere manier, en dat zeg ik met naar de meest zuiver manier om, als u zegt wij zien het niet in 2, maar we zien het liever in 3, gebeuren, scenario 3 bedoel ik, dan is de meest zuivere manier om daar een amendement voor in te dienen met bijbehorend dekkingsvoorstel. Dat heb ik u ook toen aangegeven, met daarbij de opmerking dat ik dat de dag erna in het college ook nog nader zou bespreken. En dat werd in het college mede geconcludeerd. Dus daarmee was volgens mij op die manier de meest zuivere manier gelopen. Ik wil de heer Defferding danken voor het uiteindelijk opstellen van het amendement. En het amendement zoals het er ligt, daar kunnen wij mee instemmen. Laten we het oordeel aan uw raad, met dien verstande. En ik denk dat dat dan ook het antwoord is richting het CDA, met dien verstande dat we het dekken uit de genoemde stelpost voor dit jaar daarin willen opnemen, en dat we voor de volgende jaren bij de begroting de nadere dekking daarvoor willen opnemen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, geeft dat aanleiding tot nadere beschouwingen? Niet. Dan stel ik vast dat het amendement unaniem is aangenomen. En dan hebben we het geamendeerde voorstel. En dan geef ik de fractie van de VVD gelegenheid tot een stemverklaring.

Ja, u heeft het al een beetje in uw bijdrage gedaan, maar formeel moet het dan even. De fractie van de VVD, stemverklaring. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Dank u wel, voorzitter. Wij willen graag aangeven dat we met huidige voorstel instemmen, maar dat wij het eigenlijk niet ver genoeg vinden gaan omdat de sloot uitbaggeren, opruimen nog niet geregeld is. Er kunnen wel gesprekken gepland zijn, maar er zijn nog geen afspraken gemaakt. En om een groot gebied onder controle te hebben zullen we toch iets breder moeten gaan maaien dan we nu met dit voorstel doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Kom ik naar afhandeling van het voorstel, en dan stel ik vast dat met stemverklaring van de VVD het voorstel unaniem is aanvaard. Het geamendeerde voorstel, moet ik dan zeggen. 7.02 Wijziging verordening sociaal domein gemeente Eemnes 2018 De voorzitter: Gaan we naar 7.02, het wijzigen van de verordening sociaal domein gemeente Eemnes. En dan begin ik weer bij de fractie van D66. De heer Defferding: Dank u wel, voorzitter. Ook dit voorstel is vrij uitvoerig in de commissie aan de orde geweest, en D66 heeft zich hier principieel in opgesteld. Deze opstelling is niet veranderd, hoewel we als D66 begrip hebben voor de beoogde doelstellingen, namelijk het betaalbaar houden van de Wmo voor die

inwoners die het echt nodig hebben. Het is een goed idee om een verordening te verhelderen en te vereenvoudigen als er aanleiding voor is. Het vernieuwen van de verordening sociaal domein kan op één punt na op onze goedkeuring rekenen. De inkomensafhankelijke toegang hulp in de huishouding is namelijk in strijd met de wet, en hierdoor hebben we als gemeenteraad, naar het inzicht van D66, ook niet de bevoegdheid om dit deel van de verordening aan te passen. Sterker, we geven als lokale overheid dit signaal dat het prima is om niet de wet te volgen, maar om de wet zo te interpreteren dat het ons goed uitkomt. Dat is niet integer. Ook het argument dat interbestuurlijk toezicht uitblijft wanneer een betrokkene een bezwaar of beroepsprocedure inzet, vinden wij als D66 nogal ongepast. Dus als ik weet dat de politie toch niet controleert op hardrijden, kan ik gewoon met 95 kilometer per uur over de Laarderweg scheuren. Daarbij is de staatssecretaris geen onderdeel van de rechterlijke macht, die bepaalt namelijk of de wet is gevolgd. Ook de afdeling juridische zaken geeft het advies om af te zien van het invoeren van een weigeringsgrond voor de hulp bij het huishouden en te wachten tot dit wettelijk goed geregeld is. Uiteraard is het jammer dat het nog even zal duren.

De commissie gehoord hebbende zal een amendement op dit gebied slechts één stem halen, maar mocht ik nu toch nog andere fracties of individuele raadsleden geïnspireerd hebben, dan dien ik met alle plezier alsnog een amendement in, en dat zal luiden om artikel 7.1.3 lid 4 te schrappen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga nu rechtsom. De fractie van DorpsBelang, de heer Raben. De heer Raben: Ja, we hebben begrip voor de heer Defferding en we snappen ook welke kant dat opgaat, maar we kiezen toch voor de oplossing om dat betaalbaarheid voor de betrokken doelgroepen zo goed mogelijk te organiseren. Want we kunnen nog wel langer wachten, maar de belofte van een minister dat dan over een jaar gered is, ja, dat is ook maar een belofte, moeten we ook maar afwachten. Dus wij staan toch achter het voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Fractie van het CDA, mevrouw Bunt. Mevrouw Bunt: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij kunnen er ook aardig kort over zijn. Zoals in de commissie aangegeven is de voorbereiding op nieuw beleid. En wij zijn voor de inkomenstoets. Dus geen reden om niet in te stemmen met de wijzigingen, en daarbij dus inkomenstoets. De voorzitter: Dank u wel. Fractie van de VVD, de heer Schade. De heer Schade: Dank u wel, voorzitter.

Het oneigenlijk gebruik wat gemaakt wordt van deze regeling waar het gaat om mensen die met gemak een huishoudelijke hulp betaalden, zwart of wit, die huishoudelijke hulp wegsturen, en nu een beroep doen op de sociale uitkeringen. De tweede reden is dat de meervraag die ontstaat door deze regeling een te groot beroep doet op de hulpverleners, waardoor de kans bestaat dat mensen die er, zowel qua inkomen als qua hulpbehoevendheid recht op hebben, achter het net gaan vissen. Tweede argument wat er zou zijn om niet in te stemmen met de afwijkende regeling van de gemeente Eemnes is goed verwoord door mijnheer Defferding. En natuurlijk zijn wij het volstrekt met hem eens dat wij niet moeten ingaan als gemeente tegen de wetten van de overheid, maar in dit geval, waar nu in Den Haag gewezen wordt op de negatieve en onbedoelde effecten van deze regeling, en het plan is om die regeling te gaan wijzigen, hebben wij er geen bezwaar tegen om daar wat op vooruitlopen. Dus wat ons betreft steunen wij het gehele voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de fractie van de Partij van de Arbeid. De heer Overbeeke, voor zijn maidenspeech dan eigenlijk. De heer Overbeeke: Ja dank u wel, voorzitter. Ja, wij kunnen ook instemmen met dit voorstel. We hebben wel enkele bedenkingen bij, en we hebben ook lang over nagedacht.

Want het is natuurlijk zo, en dat is al verwoord door de heer Defferding, dat dit onrechtmatig is wat er gebeurt, en dat zou u eigenlijk niet moeten

willen. Dus dat is één. En ten tweede is het zo, er wordt nu een regeling gewijzigd per 1 april - laat ik maar eens een datum noemen als we het hierover eens zijn – en dan per 1 januari 2025 moet het weer gewijzigd worden. Maar betekent ook dat er in feite straks drie verschillende groepen ontstaan, de mensen van voor deze regel, de mensen met deze regeling en de nieuwe mensen die vanaf 1 januari 2025 in de regeling komen. Nou, dat lijkt me enigszins complex worden om dat uit te leggen. Aan de andere kant, kijk, de prioriteit is toch om die Wmo-gelden eerlijk te verdelen en te besteden voor de mensen waarvoor het ook bedoeld is. Niet voor de huishoudelijke hulp te betalen van de villabewoners, heb ik wel eens gezegd. Er speelt nog een argument mee dat een aantal belangrijke technische aanpassingen gedaan zijn, en hoofdstuk 7 is eigenlijk herschreven en een stuk duidelijker beschreven. Dus dat geeft ons eigenlijk ook aanleiding om toch in te stemmen met dit voorstel. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Havinga heeft geen vragen gehoord, en ik eigenlijk ook niet. En ik heb niet gehoord dat iemand zich door uw betoog heeft laten overhalen. Dus ik kijk nog even of u toch een amendement wenst in te dienen of gewoon tegenstemt, met stemverklaring dan natuurlijk hè.

De heer Defferding: Bedankt voor het aanbod, maar als ik zo goed luister dan is dat zonde van de tijd. De voorzitter: Dus u stemt tegen met de stemverklaring vanwege het artikel wat u net noemde? Kunt u dat nog even herhalen voor de griffier? De heer Defferding: Nee, 7.1.3 lid 4. De voorzitter: 7.1.3, lid 4. En met het overige stemt u in? En daarmee stel ik vast dat u instemt met de verordening sociaal domein gemeente Eemnes. Motie: ‘We gaan voor goud’ De voorzitter: Komen wij aan de moties uit de vorige raad. Doorgeschoven de motie: we gaan voor goud. Daarbij is conform afspraak een beschouwend memo van het college over wat er wel en niet kan rondom eiwitgewassen toegevoegd, en dat is voor het CDA aanleiding een motie in deze gewijzigde vorm alsnog in te dienen. Het woord is aan de heer Van Schaik. Ik weet niet wat u met die microfoon doet, maar ... De heer Van Schaik: Zal dat helpen? Het is de mobiel die interfereert. Nog dichterbij. Ja, wederom ingebracht, mede door de beantwoording van het college waarin we voorwaardelijk een ja en een nee lezen. Daarom ook dan de aanpassing die ik heb aangebracht onder het constaterende dat gedeelte. De staten en landbouwcoach geven namelijk de gedachte anders van mening te zijn dan ons eigen college.

En het kan toch niet zo zijn dat de gemeente iets verbiedt of slechts onder vergunning toestaat, waardoor Brussel als zeer belangrijke pijler wordt gezien? We hebben AKU en Collectief Eemland geraadpleegd en die hebben ons laten weten zich niet te kunnen vinden in de verkregen memo, en die staan dan ook achter het indienen van deze motie. Ze kunnen helaas vanwege een ledenoverleg vanavond hier niet aanwezig zijn, maar ik neem graag hun mening over de aanvulling van de constatering, want lees ik het nu goed dat u een vergunningsaanvraag wil zien, of is dus een kort schrijven genoeg, zoals u in uw memo aangeeft? De voorzitter: Dank u wel. En u brengt de motie gewoon weer in stemming? De heer Van Schaik: De motie tot stemming met een kleine aanvulling in het constaterend dat gedeelte. Wilt u dat ik daar nog iets in voorlees of … De voorzitter: Ja, ik weet niet hoeveel mensen er thuis zijn, maar misschien voor de mensen thuis is het misschien wel handig als u in ieder geval het dictum even kort samenvat.

De heer Van Schaik: Ik doe het even erbij pakken. Het CDA verzoekt het college om het teelten van eiwitgewassen, zoals luzerne, erwten en veldbonen, tijdelijk toe te staan. Dit conform de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. In afwachting van de besluitvorming en implementatie van het regionale Handelingsperspectief buitengebied. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de fractie van de VVD, mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij hebben het memo met aandacht gelezen en eigenlijk werden er toch wel wat vraagtekens overal gesteld, dus de conclusie verrast onze eigenlijk een beetje dat het toch positief aangeraden werd om de motie uit te gaan voeren. Echter als wij naar de kaartjes kijken, en zegt u het mij als ik ze verkeerd geïnterpreteerd hebt, maar dan is er maar een heel klein stukje land wat overblijft waarop die eiwitrijke gewassen geteeld mogen gaan worden. En de melkveehouders met dertig hectare mogen één hectare bebouwen. Dus als alleen dat hele kleine strookje wat ik gezien heb overblijft, dan weet ik niet van wie die gronden zijn, maar dan kan ik me zo voorstellen dat misschien één boer geholpen is en de rest niet. Dus dat lijkt ons ook geen wenselijke ontwikkeling.

Dus ik wil even horen of het klopt wat we gezien hebben, dat er alleen een strookje grasland voor de Wakkerendijk het eventueel toegestaan is en voor de rest niet. En als dat inderdaad zo is dan kunnen wij hier niet mee instemmen omdat we dan juist verdeeldheid gaan creëren. Dan krijgt de ene boer wel iets en de andere niet, en dat lijkt ons geen wenselijke ontwikkeling. Dank u wel. De voorzitter: En dan even, wat vindt u van de motie in dat geval, want u gaat even in op de memo. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Sorry, dan zijn we ook tegen de motie, want die gaat dan juist verdeeldheid creëren in plaats van dat het de boeren in zijn algemeenheid gaat helpen. De voorzitter: Oké, dank u wel. De fractie van de Partij van de Arbeid, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Dank u wel. Ja, dit is een hele complexe materie en ook een heel interessant antwoord van het college. Een prima nota overigens, mijnheer de wethouder. En de conclusie is dat er feitelijk alleen buiten de grenzen van het Park Arkemheen - ik vind dat zo'n moeilijk woord - mogelijkheden zouden zijn voor het scheuren van grasland ten gunste van akkerbouw. Dat zou betekenen, door die grens te stellen, dat het alleen maar mag in het gebied van de Zuidpolen te Veen, dat is dus ten westen de Wakkerendijk en ten zuiden van hier. En dat zijn schrale gronden waar akkerbouw voor boeren helemaal niet interessant is.

Mevrouw Van der Linde had het er al over, het gaat juist om boeren in de polder en misschien ook wel specifiek over een speciale boer. De situatie zou anders liggen als je alleen het bestemmingsplan en de provinciale verordeningen zou aanhouden, en dus niet zou zeggen de grens van het nationale park is de beperkende factor. Nee. De grens is dan de bepaling in het bestemmingsplan buitengebied waar staat dat voor het scheuren van grasland een aanlegvergunning nodig is, en die wordt dan getoetst aan de doelstelling van de bestemming, en dat is dan in een groot deel van de polder toch wel de openheid en het weidevogelgebied, het weidevogelkerngebied, heeft daar ook weer mee te maken. En aan de andere kant is er - hoe heet dat ding ook alweer - dat kaartje van de provincie van gronden die je niet mag scheuren omdat er anders veen gaat oxideren. En als je die grenzen alleen zou aanhouden, dan zou er inderdaad - en misschien doelt mevrouw Van der Linde daarop - een klein stukje van de polder nog enige akkerbouw mogelijk zijn. Overigens is het wel interessant om te constateren dat er in de polder een aantal weilanden gescheurd zijn ten gunste van maïsbouw. Ik weet niet hoe lang dat al zo is, maar als ik Google Earth voorzichtig interpreteer en in de tijd terugkijk, zie ik ook dat die percelen wel wisselen.

En dat zou dan in strijd zijn met de bepalingen die hier aangevoerd worden om dit te verbieden. Dus eigenlijk is de conclusie die ik trek dat wat de gemeente nu aanbiedt niemand iets gaat helpen. Op zich denk ik dat het een goeie zaak is, en dan hebben we eerder een motie over aangenomen dat we proberen de boeren wat extra ruimte te bieden, maar als je de regels iets minder streng interpreteert dan het college nu doet, dan zou er voor een enkele boer nog enige mogelijkheid

kunnen zijn. Maar mevrouw Van der Linde heeft daar wel gelijk in. Je zou dan kunnen zeggen: ja dan helpen we een boer en de andere niet. Dus dat vind ik ook weer een hele lastige. Dank u wel. De voorzitter: En de motie? De heer Van den Brink: Die vind ik sympathiek, maar ja, eigenlijk is de gemeente toch wel enigszins aan handen en voeten gebonden als je alleen al kijkt naar de bepalingen van het bestemmingsplan, het weidevogelkerngebied en daar waar ik telkens de term even kwijt ben. Oh ja, het gebied waardoor de provincie is aangewezen voor het beperken van bodembewerking, want daar zit gewoon ook een provinciale bepaling op waardoor je het niet … Je kan als gemeente geen vergunning geven daar. Dus dat bij mekaar optellend vind ik de motie op zich wel sympathiek maar vrees ik dat de mogelijkheden ook, als de motie aangenomen zouden worden, maar heel beperkt zijn. Maar misschien is die ene woorden wel meegeholpen. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar de fractie van D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel, voorzitter. Nou, heel veel details van mijn buurman. Ja, maar ik probeer het ook allemaal te begrijpen. Ik vind de motie ook erg sympathiek, en wat ik begrijp uit de uit de bijgevoegde memo ook eigenlijk, het laatste stukje van de laatste pagina, dat onder die vier bullets aangegeven voorwaarden zou de motie uitgevoerd kunnen worden.

En dan worden dan via die kaartjes drie plekken aangewezen, of drie kaartjes met een aantal plekken aangewezen waar dat dan van toepassing zou kunnen zijn. Dus ik denk als we dit zouden willen, en dan ga ik even naar de motie van mijnheer Van Schaik, dan zou dat moeten onder de voorwaarden zoals in de memo staat beschreven, dus voor een korte termijn en dan wachten op nieuwe informatie waarop er een beter advies gegeven kan worden. En als dat het geval is, en die voorwaarden worden in de motie opgenomen, dan zouden wij wel kunnen instemmen met deze motie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u, wel. Ik ga naar de fractie van DorpsBelang, de heer Pouw. De heer Pouw: Ja dank u wel, voorzitter. Ja, ook wij kwamen tot de conclusie de drie kaartjes afpellen, dat wat er overblijft niet heel veel is. Wel wil ik aangeven dat deze drie kaartjes natuurlijk niet door de gemeente in Eemnes zelf zijn bedacht maar komen uit provinciale verordening, en dat ons bestemmingsplan dus niet dusdanig belemmerend is maar juist de regels van een andere overheid, waar eigenlijk toen de eerste keer de motie werd ingediend, precies tegenover werden gesteld dat namelijk ons bestemmingsplan belemmerend zou zijn en de provincie niet. Maar dat blijkt dus precies andersom te zijn. Of de argumenten die daarvoor aangedragen zijn, kan je van alles wat van vinden.

Ik denk dat het sowieso goed is dat, en ik ben met de heer Defferding eens, als je de motie dus beperkt of ons beperkt wel koppelt aan die vier bullets zoals het college die aangeeft, dan kunnen wij er ook wel mee instemmen. Echter is het natuurlijk wel zo, en dan geef ik ook de overkant nog gelijk in, dat dit uiteindelijk dan zal resulteren voor een aantal boeren, of wellicht helemaal niemand omdat misschien de grond wel niet goed genoeg is … En dan daarvoor denk ik dat het ook goed is geweest dat we de motie hebben aangehouden vorige keer, en dat er ook altijd gekomen is via een prima memo, hoewel die wel technisch is, maar op zich prima, waardoor we eigenlijk tot de conclusie komen: het was de vorige keer misschien te opportuun om meteen ja te zeggen. Dus goed dat we even hebben gewacht. U verwijst zelf ook dat zo meteen naar het Handelingsperspectief, dat daar nog wat uitkomt. Dus ik denk al met al kunnen we wel vinden in het de optie van de heer Defferding, maar eerlijk om een gelijk speelveld te krijgen moet je denk ik dit wel koppelen aan zo meteen wat er uitkomt vloeien uit de Handelingsperspectief. Dus dat is onze inbreng voor zover. De voorzitter: Dank u wel. Namens het college, wethouder Reijn. De heer Reijn: Hele complexe materie.

De voorzitter: Mijnheer Van den Brink heeft een ... De heer Van den Brink: Er schiet me iets te binnen. We hebben een nota gehad dat het college de taken wat anders verdeeld heeft. En ik ben even kwijt of landbouw nu een onderwerp is voor wethouder Ten Have of voor wethouder Reijn, of hebben we het hier over ruimtelijke ordening? De voorzitter: We zien het even als ruimtelijke ordening. De heer Van den Brink: We zien het even als ruimtelijke ordening. Dank u wel dan. Dan begrijp ik nu waarom wethouder Reijn het woord voert. De voorzitter: Wethouder Reijn. De heer Reijn: Zeer dank. De motie die is ingediend waar eigenlijk gezegd werd: hoe kan het nu dat bestemmingsplan buitengebied strenger is dan de provinciale veroordeling? Werd ook net even aangegeven. Ik heb bij de indiener nog een keer gevraagd: waar hebt u dat dan gelezen, want wij kunnen het niet vinden. Maar goed, of het nu wel of niet is, maakt niet zoveel uit. Het gaat er gewoon om, hier wordt wat gevraagd, kunnen we dat toestaan of niet? Nou, complex. U gaf het ook al aan. Wij hebben de kennis daar niet voor in huis, zo simpel is het. Er zijn een aantal ambtenaren mee bezig geweest. Die zijn op een geven moment allerlei deskundigen gaan raadplegen, ook deskundigen die betrokken zijn bij het hele Handelingsperspectief, dus echt mensen uit de praktijk.

De discussie tussen provincie en de agrariër zit er een beetje in: is het nu veenweidegebied is of het kleigebied bovenop veenweidegebied? En daar zit ongeveer het verschil zo’n beetje. Mag je grasland nu scheuren of niet? Wij hebben gewoon in de lijn ook van het verzoek van uw raad gekeken hoe kunnen we nu zo ruim mogelijk omgaan met de mogelijkheden voor agrariërs? Dat hebben we hier ook in verwoord. Laten we dat nu voorlopig even toestaan voor een jaar of twee. We zijn een discussie bezig en de boeren die daar gebruik van kunnen maken kunnen daar gebruik van maken. Er is ons nadrukkelijk geadviseerd: doet dat nu niet voor luzerne, want dat staat een jaar of vijf en dat wortelt diep. Dus doe het nu met eenjarige, dan kunnen we zo in de loop van de tijd altijd nog kijken hoe dat gaat of je dat kan veranderen. Heer Van den Brink gaf al aan dat er nu ook mais staat, want ons is ook duidelijk geworden, naar aanleiding van deze motie, dat er nog wat illegaal staat in de polder. Ook dat zien we dan maar weer, want er staat daar luzerne en er staan al allerlei dingen. En ja, ook onze handhavers kennen dat allemaal niet.

Wat wij met zijn allen in de gaten moeten houden, denk ik, dat er een groot belang is voor ons agrariërs, dus ook in het belang van Eemnes - want wie gaat anders spotter onderhouden, zeg ik altijd - maar er is ook een groot belang voor het weidevogelgebied, er is een groot belang voor de openheid. En zo zijn er nog een aantal, en dat moet allemaal in dat Handelingsperspectief, en daar gaat collega Ten Have mee aan de slag of is mee aan de slag, bij elkaar komen, dus we moeten ook oppassen dat we nu geen dingen gaan doen waar we zo meteen tegenaan lopen. Er zijn verschillende belangen en daar is het Handelingsperspectief voor. En ook van dezelfde adviseurs kan je ook verschillende adviezen krijgen. Want wij hebben ook de plattelandscoach betrokken bij het geheel. En ik heb vanmiddag nog de AKU aan de telefoon gehad, en ik heb tegen de voorzitter van de AKU gezegd: als de motie vanavond aangenomen wordt dan gaan wij over de aanplant van luzerne nog even met elkaar praten. Want hun zeggen dat het wel kan. Ons adviezen zeggen: doe het niet. Nou, daar gaan we nog met hen in overleg of we dat dan toch maar moeten toestaan. Maar het is een heel complex verhaal waar iedereen zo zijn eigen belang bij heb. Onze inzet naar aanleiding van emoties ook allemaal, zet je zo goed mogelijk in voor belang van de agrariërs, en dat dat doen we. Volgens mij heb ik verder geen vragen meer gezien.

Ja, een klein strookje, dat is waar. Het is een klein strookje, zo ziet het eruit. En dat betekent ook dat waarschijnlijk in het andere gebied heel goed moeten kijken wat zou dat dan van deze soorten wel kunnen, en hoe kan je dan wel helpen, want van hogerhand, zeg ik maar even, wordt ook gezegd: je moet vooral die eiwitrijke producten gaan telen. Maar je wil ook geen onenigheid met de boeren onderling, dus vandaar dat we het ook proberen af te stemmen met AKU. En even denken, dan moet ik even kijken, er was nog een vraag. Ja, veel vraagtekens bij, geeft u aan. Nou, dat klopt, dat hebben wij ook. Maar naar intentie van de raad, zoals ik net heb gezegd,

proberen we ook wel te handelen, en dat betekent dat je ook wel eens een moet gedogen waarvan je zegt is het nu heel verstandig of niet? De voorzitter: Even voor de duidelijkheid, de vraag over hoe uitgebreid moet de vergunning? De heer Reijn: O ja, dat was het. Blij dat er hier een voorzitter zit die dat ook allemaal weet. Dat was het. Wij proberen dat zo eenvoudig mogelijk te doen. De voorzitter: Goed. En even voor de duidelijkheid van de discussie, we zeggen ook figuur 1 niet. Figuur 2 en figuur 3 is hogere regelgeving, figuur 1 is nationaal landschap. Zegt u: in figuur 1 zou iets meer kunnen? De heer Reijn: Ja, ik wil het gewoon per gebied bekijken, voorzitter, want dit is zo complex, hier moet je echt naar maatwerk gaan kijken. Onze intentie is om de boeren zoveel mogelijk te helpen, en dan kijk je naar de regelgeving, dat is dus met al die kaartjes hier aangegeven, en dan kan er toch een situatie zijn dat je ze zegt hier is toch even iets anders. En ik hoorde vanmiddag al iets van die kleilagen 60 centimeter, terwijl een ander weer praat over die kleilaagjes 50 centimeter. Ja, bekijk het per gebied, maar kijk vooral hoe je gezamenlijk met de AKU tot een oplossing komen. Dit handvat bieden wij nu, naar aanleiding van uw motie, en laat dat aanleiding zijn om verdere stappen te zetten. De voorzitter: Dank u wel.

De heer Pouw: Mag ik dan gauw even een aanvullende vraag stellen? Trek ik dan de juiste conclusie dat die bullets die u dus in die memo heeft staan, dat dat één van die bullets, die laatste bullets waar u dus aangeeft buiten die gebieden kan het of binnen die gebieden niet, dat u nu aangeeft: mocht het er toch inliggen gaan we maatwerk leveren? Dus eigenlijk kunnen we die ene bullet met al die begrenzing gewoon helemaal aan de kant gooien? Mag ik dat zo interpreteren? De heer Reijn: Nou, dat is mij te kort door de bocht. De heer Pouw: Ja, maar wat zegt u dan, want … De heer Reijn: Dat is mij te kort door de bocht. Dit zijn gewoon de gebieden zoals die aangeven, is hogere wetgeving. Maar als deskundigen ons kunnen overtuigen dat het op een andere plek ook kan, dan moeten wij in gesprek met hogere wetgeving om te kijken of het daar wel kan. Ook om die verdeeldheid tussen agrarisch te voorkomen. De voorzitter: De heer Van den Brink en dan mevrouw Van der Linde. De heer Van den Brink: Ja, om mijnheer Pouw ook even te beantwoorden, die vierde bullet, daar zitten een aantal elementen in wat harde regelgeving is van de provincie ook. Maar daar staat ook dat de grens van het nationaal landschap Arkemheen wordt aangehouden, de rode stippellijn.

Terwijl ik niet de indruk heb dat op zich de benoeming van een gebied tot een nationaal landschap, dat dat het scheuren van grasland onmogelijk maakt. Dus die ene zou er tussenuit kunnen, en dan heb je al iets meer ruimte. En waar mijnheer Reijn dan op duidt dat is dan die bodembeschermingsgebieden, het beperken bodembewerking, waar misschien ook nog wel een beetje marge in zit, want hoe dik is die veenlaag, hoe dik is die kleilaag, et cetera? En dat zijn nu wat harde grenzen, en misschien dat daar nog wat marge zit. De heer Pouw: Dus de conclusie: het kan in alle drie de gebieden? De heer Van den Brink: Nee, want …

De heer Pouw: Wel. Dat zegt u, want als de een 60 centimeter in plaats van 50 centimeter, en hij ligt wel in dat ene beschermd gebied waar je niet dieper mag dan een bepaalt… De heer Van den Brink: Nee maar, het onderste niveau van bescherming is het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan staat dat je een aanlegvergunning kan krijgen voor het scheuren van grasland, mits dat in overeenstemming blijft met de doelstelling van de bestemming. En de doelstelling van de bestemming is zeker in het weidevogelgebied het open landschap en het behoud van weideland, dus daar kan je sowieso niet scheuren ook al ligt er een meter klei. De voorzitter: De heer Pouw. De heer Pouw: Ik heb vorige keer volgens mij aangegeven dat ik thuis alle gewassen nog heb zitten googelen tijdens avondeten en dat ik heb geconstateerd dat - ik weet niet of ik het goed zeg – luzerne, dat dat misschien meter hoog kan worden, maar die anderen zijn heel klein. Dus qua openheid en zo, daar kan je ook weer een discussie over voeren. Ik proef alleen bij de wethouder … Ik snap hoor wat je zegt. Ik proef alleen, en dat wou dus even bevestigd hebben of ontkend hebben, als er ergens binnen het hele plangebied een verzoek komt en het voldoet toch aan al de criteria, ga je in overleg met de provincie. Snap ik, want dat is de hogere overheid, en als het dan met maatwerk mogelijk is dan doen we dat.

Nou, ik constateer alleen maar dat dat dus voor het hele gebied geldt, of is het dan een rare constatering? Nee, denk ik. De voorzitter: Mijnheer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, ik denk dat de provincie zal zeggen dat in een weidevogelgebied dat het weides moeten blijven en dat je daar geen akkerbouw kan plegen. Dus voor een groot deel van het gebied zal het sowieso niet kunnen. De voorzitter: Die interpretatie is tot nu oe correct, wethouder Reijn? De heer Reijn: Waar ik dan maar even aan toevoeg, want ik leer ook elke dag dat luzerne inderdaad hoog wordt, maar dat ze het al afmaaien voor het gaat bloeien, omdat anders is er minder opbrengst. Dus ook daar moet je gewoon naar kijken. Die openheid van het landschap is belangrijk. Wat kan er wel op welke grond? En we hebben hier de kaders aangegeven uit de hogere wetgeving. Als we tegen dingen aanlopen waar we zeggen hier zou het eigenlijk wel kunnen, dan betekent dat dat je ook met die overheden in gesprek moet gaan om de boeren gewoon zoveel mogelijk te accommoderen. En dáár gaat het om. De voorzitter: Mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Dank u wel, voorzitter. Onze lokale loonbedrijven die hebben ervaring met de dikte van de kleilaag op welk gebied, en die zullen niet door die kleilaag heengaan tot in veenlaag, want dan zakken hun machines allemaal weg. Dus zij zullen er echt wel voor zorgen ...

Ik denk dat wij daar gewoon op moeten vertrouwen dat ze het juiste gewas op de juiste plek zullen zetten. Het is voor ons heel belangrijk om te horen dat we wel gewoon naar een veel groter gebied gaan kijken dan alleen maar die drie stukjes die eigenlijk aangegeven waren, want dan kunnen wij natuurlijk wel mee instemmen. Want het is voor ons heel belangrijk gewoon dat de boeren wel geholpen worden maar niet één enkele boer, maar dat we wel een beetje gelijke monniken, gelijke kappen kunnen houden. Ja, en het is natuurlijk zo het ene stukje, daar gelden andere regels dan voor het andere. Dat is helaas zo, omdat we wel proberen het zo gelijk mogelijk voor iedereen te houden, dus dan kunnen wij met de motie instemmen. De voorzitter: Even zoals de beantwoording vanuit het college is, volgens mij, dat de eerste drie gedachtestreepjes zijn sowieso randvoorwaardelijk, en bij het vierde gedachtestreepje zegt het college: als er

in dat gebied een aanvraag is gaan we kijken in overleg met de provincie of er toch iets mogelijk is. Maar op dit moment lijkt het niet mogelijk. De heer Reijn: Waarbij ik aangeef dat het eerste gedachtestreepje, staat het geloof ik onder, dat het alleen om eenjarige gaat. Wij met de AKU nog willen overleggen wat is nu tegen luzerne? En even aansluitend op het betoog van mevrouw Van der Linde, ik heb ook met collega Ten Have erover gaat dat we echt gaan kijken dat er een klankbordgroep van onze eigen loonbedrijf - en of je het nu een klankbordgroep noemt, het maakt me niet uit, geef het een naam - onze eigen agrariërs, onze eigen loonbedrijven betrekken bij het hele verhaal. En ook in dit soort zaken nemen we dat gewoon mee, want wij hebben de kennis niet in huis, dus we moeten het hebben van de mensen uit de praktijk, maar dan wel kijken ook dat het eerlijk verdeeld is en we geen verdeeldheid gaan zaaien. Zaaien, verdeeldheid gaan we niet zaaien. De voorzitter: En hopelijk geen ... Dan kijk ik even naar de indieners van de motie, want de motie is gaandeweg de vergadering behoorlijk wat geamendeerd vanuit het stuk. Dus de suggestie zou zijn om, met de woorden van de wethouder ten aanzien van de eerste bullet, dat luzerne dan ook nog gaan kijken als het eventueel mogelijk zou kunnen zijn.

Maar dat de eerste drie streepjes wel randvoorwaardelijk zijn, en het vierde streepje betekent dat we in overleg moeten met de provincie of het op die plek toch kan. Als u die vier streepjes met deze toelichting in uw motie fietst, dan denk ik dat iedereen voorstemt. De heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Ik zou zeggen: fietst u ze er even in, dan kan ik ze in elk geval zien, hoe de fietsen staan in het rekje. Kijk, ik ben aan één kant blij met de beantwoording dat het om een breder gebied gaat. Dat u niet in eerste instantie nee zegt ten aanzien van de te kweken gewassen daar, en dat het voornamelijk om de eenjarige gewassen gaat. En u heeft ook goed begrepen dat de luzerne niet tot een meter hoog gaat komen te staan, maar dat ,voordat ze in bloei raken en voordat ze bij wijze van spreken tot die meter komen al afgemaaid is, omdat dat ook voor de opbrengst ten gunste is. Tevens, wil ik even meegeven dat veel van het gebied wat nu in de kaartjes staat als veengebied, en als gebied waar niet gescheurd mag worden, er inderdaad een flinke kleilaag over het veen ligt, en dat komt omdat hier de Zuiderzee enorm heeft huisgehouden in het verleden, en de onderlaag veen is. Maar de laag waar nu gras groeit, en een andere keer ook nogal wat maïs of ander gewas, dat dat gewoon de bovenlaag is die niet tot in het veen dan omgeploegd wordt.

En dat is het vrijkomen van de stoffen die wij niet vrij willen laten komen vanuit het veen, en dan ook niet geraakt worden dan. Ja, ik zou het heel even opnieuw moeten opstellen, en samen wellicht met u of met het college, zodat we de juiste punten op de i hebben. De voorzitter: Zal ik een poging wagen? Dan blijft het dictum zoals het er staat, onder de volgende voorwaarde dat de eiwitrijke gewassen eenjarig zijn, komma, waarbij het college nog nader zal kijken naar luzerne. Twee, dat het omploegen van grasland alleen plaatsvindt binnen de kleilaag en dus niet het veen raakt. Dat de aanvrager onderbouwt dat er net nog geen negatieve effecten zijn te verwachten op het vrijkomen van broeikasgassen N20. En dat als het gaat om de figuren 1, 2 en 3, als daar een aanvraag is dat de gemeente in overleg treedt met de provincie om maatwerk mogelijk te maken om in die gebieden te kijken wat er toch mogelijk is. De heer Van Schaik: Dan wil ik u even corrigeren. Het is niet N20, maar N2O. De voorzitter: Oh, N2O. N20 is waarschijnlijk een snelweg of zo. Een provinciale weg ergens. En de griffier heeft meezitten tikken maar dit … Ik kijk even naar de wethouder of dat … Ja, die kan daar ook mee leven. Iedereen kan daarmee leven? Ik weet niet of dit goud, zilver of brons is, maar … De heer Van Schaik: Misschien is het doublé.

De voorzitter: Misschien … Ja, dat hoop ik niet, want doublé, dat brengt niet zoveel op. En dan stel ik vast dat we dan toch een beweging maken naar zoveel mogelijk toestaan. En dan hamer ik het nu af en dan zien we de aanvraag wel tegemoet. Motie: Besluit provincie inzake Buslijn 109 De voorzitter: Ga ik naar … En hebben we toch weer laten verleiden tot het amenderen van … Maar goed, we gaan naar een motie 109 buslijn. En volgens mij CDA? De CDA-fractie heeft het opgesteld. Het woord is aan de heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Ja, komt het wel. Ja, buslijn 109. We hebben gemeend dat deze motie naar voren te komen, en dat komt omdat de 109 nu nog op halve frequentie rijdt heden ten dage. En dat heeft waarschijnlijk van alles van doen met die HOV-lijn die hier over de snelweg scheurt, maar Eemnes vooral links of rechts laat liggen, ligt eraan welke kant het opgaat, en nog geen halte heeft. Het probleem is dus dat onze burgers nu zitten met een halve openbaar vervoersregeling ten opzichte van wat ze gewoon zijn, en daarom hebben wij deze motie opgesteld. Het wordt gelukkig door onze raad breed gedragen, en daar ben ik de raad, ook alle fracties, dankbaar voor.

Wij verzoeken het college om bij de provincie Noord-Holland en de provincie Utrecht aan te dringen om de halfuursdienst van lijn 109 zo spoedig mogelijk te hervatten tot ingebruikname van de HOV-halte te Eemnes, en onze zorg en bezwaren ook over te brengen aan de gedeputeerde staten en de provinciale staten van de provincies Noord-Holland en Utrecht. En aan de informateurs van beide provincies omdat we zojuist verkiezingen hebben gehad, en daar dus een wisseling van bestuur komt en daar nog wel enige tijd wellicht overheen zal gaan, en dit een belangrijk item is welke we eigenlijk niet tot morgen kunnen laten wachten voor onze burgers. Deze motie die wordt ook in onze buurgemeentes mede ingediend, en Baarn en Blaricum zijn zeker hiervan gaande, morgen, overmorgen zal het zijn. En Baarn heeft het ontvangen maar heeft gezegd: wij zien toch van indienen af - om even mede te delen - omdat wij weinig gebruik maken van deze halte. Laren en Blaricum en doen mee. En Baarn heeft nu, vandaag heb ik dat gelezen - en dat is even in tegenstelling tot een berichtgeving die u later zal zien - zich teruggetrokken. Dus dat waren de vier gemeentes, Baarn, Eemnes, Laren en Blaricum die gebruikmaakten van de buslijn 109, waarbij natuurlijk de beginhalte in Hilversum ligt. De voorzitter: Ja. Dank u wel. Ik ga naar de fractie van de VVD, de heer Schade.

De heer Schade: We hebben hier niets aan toe te voegen. Dank u wel. De voorzitter: Oké, de fractie van de Partij van de Arbeid, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Nee, wij stemmen graag in met deze motie. De voorzitter: Dank u wel. De fractie van D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Het geldt voor D66 ook. Dank u wel. De voorzitter: Fractie van DorpsBelang, de heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Dat geldt ook voor DorpsBelang. De voorzitter: Heel goed. Dan stel ik vast dat u unaniem het college een verzoek overbrengt, en dat zal het college ongetwijfeld overbrengen naar beide provinciehuizen. Bij deze is de motie aanvaard met algemene stemmen.

Motie PvdA: haalbaarheidsonderzoek buslijn tweede buslijn De voorzitter: En dan gaan wij naar de motie van de Partij van de Arbeid over buslijn X. Ja, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ik kreeg van het CDA vorige week de motie over de buslijn 109, en dat is een hele terechte motie, want totdat die HOV- bushaltes hier bij Eemnes gerealiseerd zijn is het openbaar vervoer heel erg verschraald van een halfuur- naar een uurdienst. En als ik me niet vergis is dat ook besloten bij de concessieverlening voor lijn 109 in de provincie Noord-Holland met het oog op die HOV en de verwachting dat die HOV-halte er al zou zijn. Dat zette mij aan het denken in de zin van: maar wat moeten we dan als die HOVhalte er dan is? Dan denk ik dat buslijn 109 zou kunnen vervallen, want dat is vooral voor de Eemnessers dan een verbinding naar Hilversum. En dan hebben we een veel betere verbinding naar Hilversum, want dat neemt die HOV in, en ben je er in tien minuten. Dus dat zou dan toch betekenen dat, als die 109 helemaal zou vervallen, dat we hier helemaal geen openbaar vervoer meer hebben in het dorp zelf, en dat we ook niet meer met de bus naar Laren of naar Crailo kunnen. Dus toen kwam bij mij de creatieve, hoop ik, gedachte op om te kijken of er andere mogelijkheden zouden zijn. Daar heb ik ook even met Laren overlegd.

Ik heb ook met belangstelling de discussies in Laren gevolgd over de problemen die ze daar hebben met parkeren en bezoeken van Singer, en weet ik veel wat allemaal. Toen dacht ik misschien is één en één wel twee bij mekaar en zouden we samen met Laren kunnen optrekken als Eemnes om eens te kijken welke mogelijkheden zouden er zijn voor een fijnmazig openbaar vervoer in de dorpen Laren en Eemnes als de HOV klaar is. En dat is eigenlijk wat ik met deze motie beoog. En de suggestie die erin staat voor een bepaalde route van de bus is een suggestie, en niet meer dan dat. Dank u wel. De voorzitter: Het Singer-lijntje. De heer Van den Brink: Dat is dan een onderdeel van die lijn, maar vergist u zich niet, want het gaat ook … Er zijn ook mensen die natuurlijk vanuit Eemnes naar bepaalde plekken in Amsterdam willen, en dan kan je wel met een HOV naar Hilversum en de trein pakken, maar als je bijvoorbeeld bij de Arena moet zijn, dan kan je veel beter en Crailo gaan en daar de snelle bus pakken. En dat is dus ook een overweging, ook voor mensen uit Eemnes zou het heel prettig zijn als ze met een lokaal openbaar vervoer naar Crailo kunnen, ook naar Laren kunnen, daar zijn natuurlijk ook de nodige voorzieningen. Misschien gaat er wel eens Eemnessers naar Singer, ik weet het niet.

En het maakt ook de HOV-halte vanuit het dorp Eemnes en vanuit het dorp later veel beter bereikbaar als je daar met een hoge frequentie met een busje langsrijdt. Dát is de gedachte erachter. De voorzitter: Heel goed. Dank u wel. Ik ga naar de fractie van D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel, voorzitter, en dank u wel collega voor de motie. Ja, wij vinden eigenlijk dat het openbaar vervoer is … Er wordt met de provincie overlegd over concessies en dergelijke, en ik kan me voorstellen dat daar ook het openbaar vervoer in Eemnes in ter sprake komt. En als we het hebben over een Singer-busje of een Singer-lijntje dan denk ik meteen weer aan het leerlingenvervoer van de clusterschool naar het Huis van Eemnes, misschien niet helemaal dezelfde vergelijking, maar ik vraag me af of we als gemeente een openbaar vervoer iets moeten gaan organiseren tussen ook weer twee gemeenten, twee provincies, of dat we dat gewoon in een concessie bij de provincie moeten laten en ons daar hard moeten voor inzetten dat er gewoon een buslijn in Hilversum blijft die ons daar brengt waar we zijn moeten? Dat is mijn eerste gedachte. Ik ben ook wel benieuwd wat het college ervan vindt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De fractie van DorpsBelang. De heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Ja, wij vonden het ook wel een beetje een complex iets, want u haalt er verschillende dingen bij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12603446/2