CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad 27.01.2025

Gemeenteraad 27 januari 2025, gemeente eemnesBij agendapunt: Opening12.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN EEMNES 27 januari 2025

1.

Opening De voorzitter: Dames en heren, het is acht uur en zoals gebruikelijk verzoek ik u voor aanvang van de vergadering een moment stilte in acht te nemen. Dank u wel. Hierbij open ik de raadsvergadering van maandag 27 januari. Ik heet u allen hartelijk welkom. We hebben bericht van verhindering van de heer Van Benthem, de burgemeester. Vanuit de Raad is iedereen, dus de Raad is compleet en vanuit het college mevrouw Havinga, de heer Reijn en de jarige heer Ten Have. Welkom.

2.

Vaststellen agenda De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de agenda. Er is een motie Laadplekken zijn geen parkeerplekken nog toegevoegd en die wou ik, hoewel die iets breder is, wel behandelen bij het raadsvoorstel van de Zuidpolder en er is een amendement door het CDA ingediend bij de beleidskader over de Deelneming grootschalige duurzame energieopwekking. Dus die komt uiteraard bij dat agendapunt, wordt die meegenomen. En ik wil de heer Seldenrijk het woord geven. De heer Seldenrijk: Dank u wel voorzitter. Wat betreft het agendapunt Beleidskader lokale deelneming grootschalige duurzame energieprojecten. Gezien de reikwijdte van dit voorstel zal ik geen onderdeel uitmaken van de beraadslagingen en de vergadering dan ook verlaten. Dit om de schijn van mogelijke belangenverstrengeling te voorkomen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de toelichting in dezen en voor de rest denk ik dat de agenda kan worden vastgesteld zoals die voorligt. Dat is het geval. Dan is bij deze agenda vastgesteld.

3.

Vaststellen besluitenlijst d.d. 16 december 2024 De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de besluitenlijst van de vorige raadsvergadering van 16 december. Er zijn geen op- of aanmerkingen bij de griffier ingediend. Ik kijk toch nog even rond of dat het geval is of blijft. Dat is aan die kant zo. Is ook aan die kant zo. Dan is bij dezen de besluitenlijst vastgesteld.

4.

Vragenhalfuur De voorzitter: Kom ik bij het vragenhalfuurtje. Er zijn geen vragen ingediend.

5.

Hamerstukken 5.01

Reconstructie deel Meentweg in Eemnes

5.02

Aanleg twee passeerlocaties langs Stachouwerweg in Eemnes

5.03

Zienswijze raad op voorgenomen besluit College om de Centrumregeling Uitvoering Sociaal Domein Regio

De voorzitter: Dan kom ik bij de hamerstukken. Dat betreft een drietal hamerstukken. Dat is de reconstructie deel Meentweg in Eemnes, de aanleg van twee passeerlocaties langs de Stachouwerweg en de zienswijze van de Raad op het voorgenomen besluit college om het voor de centrumregeling uitvoering sociaal domein. Die zijn bij dezen vastgesteld. 6.

Bespreekstukken 6.01

Raadsvoorstel Zuidpolder deelplan 4.1 25 november 2024

De voorzitter: Dan kom ik bij de bespreekstukken. Dat is … Als eerste wat we vanavond gaan bespreken is het raadsvoorstel voor de Zuidpolder deelplan 4.1. Aangezien er een motie bij is, wou ik als eerste het woord geven aan het CDA. Als die dan ook gelijk de motie wil toelichten, dan kan eenieder, als die dat wil, in de eerste termijn daarop reageren. De heer Seldenrijk: U wil snel thuis zijn, ik hoor het al. Vanavond hebben we het raadsvoorstel Zuidpolder deelplan 4.1 voor ons liggen. En ik mag zeggen wel een historisch moment natuurlijk. Ik had eigenlijk een beetje gebak verwacht vanavond, maar goed, dat is kennelijk niet aan de orde. Maar dat is natuurlijk wel de afsluiting, het laatste stukje van de Zuidpolder waar we natuurlijk heel lang mee bezig zijn geweest en uiteindelijk nu tot een sluitstuk komt vanavond met dit voorstel. Wat dat betreft wel een historisch moment, zo kan ik het wel benoemen. Voor de een had het natuurlijk wel wat eerder gemogen en de ander wat later misschien, maar ik denk dat we met zijn allen blij mogen zijn wat er tot nu toe staat. Ook met dit laatste stukje erbij kunnen we ook volledig mee instemmen zoals er nu qua tekeningen voorliggen. In de commissie hebben we het natuurlijk wel gehad over nog één puntje eigenlijk, wat bij ons toch wel open lag.

Dat waren natuurlijk de laadpalen versus de parkeerplekken en de normen, want uiteindelijk in dit stuk gaan toch de … De norm wordt toch iets naar beneden gehaald. Op zich, de logica daarachter om dan wat meer woningen kwijt te kunnen, die kunnen we natuurlijk volledig ondersteunen. Maar het is natuurlijk wel zo: we kiezen nu voor een parkeernorm en die parkeerplekken komen er ook, maar te zijner tijd - en dat staat ook eigenlijk in de memo van het college - zullen een aantal van die parkeerplekken verdwijnen voor plekken voor laadpalen. Op zich snappen we natuurlijk met zijn allen: die elektrische auto moet ook geladen worden, maar een laadpaal is geen parkeerplek. Of een laadplek is geen parkeerplek. Dat is ook wettelijk zo vastgelegd, want uiteindelijk op het moment dat die auto's volgeladen zijn, dan moet ze uiteindelijk van die plek verdwijnen naar een andere plek toe en dan moet de volgende auto er komen. Dus het is gewoon zo dat jij niet volledig die plek kan benutten puur voor parkeren. En ik snap best dat in de toekomst, op het moment laten we zeggen over een tien jaar, als meer dan de helft elektrisch rijdt, dat je daar anders over na gaat denken want dan heb je eigenlijk … Dan kan die laadplek prima een parkeerplek blijven, omdat je heel veel elektrische auto's hebt en ook meer laadplekken.

Maar nu merken we gewoon in het dorp dat het toch best wel een uitdaging is om alles goed te benutten, ondanks of dankzij de parkeernormen die we op de andere plek hebben en die hier nu omlaag gaan. Vandaar dat wij ook een motie hebben opgesteld. Ik zal hem voorlezen. Overwegende dat Eemnes en forenzenstad is, de HOV-lijn een succes is, een enorme verbetering op bereikbaar is maar ook zijn

ongemak kent, de HOV niet voor iedereen een passende oplossing is om tijdig op een gewenste locatie te komen, Eemnessers zijn veelal van eigen vervoer afhankelijk om tijdig op hun werk te komen of hun werkzaamheden uit te voeren. Verzoekt het college om laadplekken in woonwijken niet ten koste laten gaan van de beschikbare parkeerplekken, bij nieuw te bouwen woonwijken laadplekken niet binnen de parkeernorm op te nemen, in bestaande woonwijken laadplekken zo veel mogelijk te realiseren dat ze niet drukken op de aanwezige parkeernorm. Dat was het. En gaat over tot de orde van de dag. Dat was de motie. We hebben het hier natuurlijk vanavond over een deelplan. In onze motie hebben we het bewust ook over woonwijken. Dus we pakken, we bekijken het bewust groter. Want het kan best zijn dat in de ene straat de straat vol staat, maar het kan best zijn dat twee straten verderop er nog plek is qua normen. Dus je moet het wel in een breder geheel bekijken. Maar we zien wel dat dit toch wel een puntje is om toch wat aandacht voor te vragen. Vandaar deze motie. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de fractie van de VVD, mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde: Dank u wel voorzitter. Wij zijn blij met de motie. Dit is al een handreiking wat ons betreft voor het verlagen van de parkeernorm. Wat ons betreft gaat dit echter alleen nog niet ver genoeg.

Dus wij zullen vanavond daarom ook met het voorstel gaan instemmen, maar wel met de stemverklaring dat wij tegen het verlagen van de parkeernorm zijn, omdat wij van mening zijn dat een onderzoek heel goed is om te doen, maar het hangt ook heel erg af van de levenscyclus, de fase waarin de mensen zich bevinden in de wijk, hoeveel parkeerplekken nodig zijn en dat je dat niet statisch op één moment kunt meten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Fractie van de PvdA, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Dank u wel. Wij kunnen in principe instemmen met het voorstel. Maar we zien wel dat daar waar de nieuwe Zuidpolder in den beginne in de eerste fases een hele ruime opzet kende, dat nu toch wel iets anders wordt en door de veranderde omstandigheden en er compacter gebouwd wordt. En in dit deelplan zitten ook vrij veel appartement-achtige woningen en wat dat betreft, om dan door te gaan naar de parkeernorm, is denk ik ook de verwachting redelijk dat, anders dan bij wat royalere bouw, bij veel huishoudens misschien niet twee auto's zijn. Dus wat ons betreft is die parkeernorm zoals die nu in het plan zit, die landelijk gezien ook nog vrij royaal is, zeker acceptabel. Als ik dan kijk naar de motie van het CDA. Mijnheer Seldenrijk had het er zelf al over. Vanaf 2030, geloof ik, kunnen we alleen nog maar nieuwe elektrische auto’s kopen.

Dus op termijn, maar ook al eerder, komen dus veel meer elektrische auto's en is er ook behoefte aan laadplaatsen. Zo'n laadplaats is formeel geen parkeerplaats, maar er staat wel een auto. En als die auto niet daar staat, dan staat er wel een andere auto, of staat die ergens anders in de wijk. Dus wat dat betreft is de motie een beetje merkwaardig, want gesteld dat steeds meer mensen een elektrische auto kopen, dan zegt de motie eigenlijk, zeker bij nieuwbouw: binnen de parkeernorm, mogen ze niet meetellen. Dus als we nou in een wijk 100 woningen bouwen en we willen daar 30 elektrische laadplaatsen hebben, dan moeten we evengoed nog, weet ik veel, 70 gewone parkeerplaatsen maken, terwijl er maar 100 auto's zijn. Nee, ik zeg het verkeerd: terwijl er maar 70 auto’s zijn. Want mensen kopen een elektrische auto niet extra. Nee, die vervangt een gewone auto. Dus wat dat betreft vind ik de motie onverstandig, ook als ik kijk naar de bestaande woonwijken. Denkt u bijvoorbeeld eens aan de Patrijzenhof en de Fazanthof, waar weinig mensen op eigen terrein kunnen parkeren. Als de motie uitgevoerd wordt en dan worden er extra laadplaatsen gerealiseerd, dan vrees ik dat het parkje bij mevrouw Riemens eraan moet geloven om daar parkeergelegenheid aan te leggen. Lijkt ons niet een goed idee, dus wat dat betreft kunnen we niet met de motie instemmen. Dank u. De voorzitter: Goed.

Dank u wel en dan D66 de heer Defferding.

De heer Defferding: Dank u wel voorzitter. Mooi verwoord door mijn buurman zojuist. Wat D66 betreft, kunnen wij instemmen met het voorstel zoals dat gedaan is. Dat die parkeernorm omlaag gaat, dat is ook wel logisch als je kijkt naar wat eigenlijk de wens is in het land, maar ook voor Eemnes zou moeten gelden: dat we autogebruik ontmoedigen en mensen stimuleren om meer met openbaar vervoer met de fiets te gaan. Dan zou je ook uiteindelijk minder parkeerplaatsen nodig hebben als iedereen daar ook werk van maakt door daar van het openbaar vervoer gebruik te maken. Dan voor wat betreft die motie van het CDA. Mijnheer Van den Brink heeft dat net ook al goed verwoord, wat ons betreft. Ik kan me ook niet voorstellen dat het eenvoudig is om die motie uit te voeren, want die plekken moeten dan ergens anders komen. Daar is ook nu al gewoon geen ruimte voor. Vandaar dat die norm ook al is bijgesteld. Dus wat D66 betreft, kunnen wij niet instemmen met deze motie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Als laatste de fractie van Dorpsbelang, de heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Juist, sorry, duurde eventjes. Allereerst over het voorstel zelf 4.1. Heb ik de vorige keer ook al bij de commissie gezegd dat we daarmee instemmen.

Ik moet wel zeggen dat die nieuwe memo die het college heeft erbij heeft gezet over parkeren en laadplaatsen, et cetera … Enerzijds was het goed om te zien dat die laad-losplek door de vragen van het CDA dichter naar de entree van het appartementengebouw gegaan is, waardoor die wat functioneler wordt. Dus dat vinden we prima. Maar anderzijds moet ik zeggen, brengt dat ook wat zorgen met zich mee, die memo. Want eigenlijk laat die heel goed zien, dat als je die oude parkeernorm had aangehouden, had je waarschijnlijk geen sluitende businesscase gehad. Dus dat maakt me ook zorgen voor Zuidpolder Zuid straks. Want dan hebben we met steeds krappere normen te maken. We moeten twee derde betaalbaar hebben, dan kunnen we straks … Of we moeten ontzettend klein gaan bouwen. Maar kunnen we straks nog wel een sluitende businesscase krijgen? Dus wat dat betreft is het toch wel aardig om te zien dat hoe verder we met Zuidpolder zijn gegaan, dat zo'n laatste plan toch wel een beetje wringen is om dat allemaal financieel nog rond te krijgen. Dus dat is een zorgpunt. Maar voor de rest vinden we 4.1 een prima plan en met betrekking tot de motie willen we eigenlijk het standpunt van de wethouder even afwachten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is nu het woord aan de wethouder, de heer Reijn. De heer Reijn: Dank u wel voorzitter.

Mijnheer Defferding gaf het al een beetje aan: de motie is niet uit te voeren. Want als ik in bestaande wijken laadplaatsen aan moet leggen en niet ten koste moet gaan van de bestaande plekken, dat moet ik meer plekken neerzetten. Ik zou niet weten waar. En in bestaande woonwijken laadplekken zo veel mogelijk realiseren dat ze niet drukken op de aanwezige parkeernorm, daar kan ik ook niks mee. Bij nieuw te bouwen woonwijken. We hebben een visie op laadpalen behandeld in de commissie van februari ’22. Die visie zegt dat wij bij woningbouw ontwikkelen de richtlijn hebben van 1 laadpunt per 21 woningen en daar houden we ons dus keurig netjes aan. De visie zegt ook ... Laat ik het anders zeggen. Die visie is opgesteld omdat dat gewoon een verplichting is. Een verplichting vanuit het klimaatakkoord. Nationale agenda laadpaleninfrastructuur. Wij zouden in 2030, u gaf het al aan, 203 laadpalen moeten hebben. Nu 58 in 2025. Om een snelle slag te maken heb ik in 2023, 2022, medegedeeld dat we zo'n 30 laadpalen extra neer wilden gaan zetten om een slag te slaan. Nou, die zijn nooit geplaatst en dat heeft gewoon te maken met dat wij kopen ze in met de MRA, samen met de provincie Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. En die dingen zijn nauwelijks te verkrijgen. Het duurt allemaal heel lang, aanbesteding en weet ik wat allemaal. Wat wij nu doen in Eemnes is echt vraaggestuurd.

Als mensen het aanvragen, dan wordt die in behandeling genomen. Dan kijken we in de omgeving waar de mensen wonen, naar een geschikte plek. U kunt zich voorstellen dat de buren daar ook wat van vinden. Dus de hele procedure ben je vaak een jaar, anderhalf

jaar verder voordat we echt … En we krijgen ook regelmatig telefoontjes van mensen: ik heb een laadpaal aangevraagd en ik hoor maar niks. Waarom duurt het zo lang en weet ik wat allemaal. Het is een hele lastige zaak. Ik ontraad de motie, maar vooral omdat die onuitvoerbaar is. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan ga ik een tweede rondje en dan begin ik weer bij het CDA. De heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank u wel voorzitter. We bedanken eenieder voor zijn opmerking in ieder geval over de motie, mag ook gezegd worden natuurlijk. We hebben geluisterd naar de wethouder en op zich, hij had natuurlijk wel een punt hier en daar. De voorzitter: Ik hoor dat u een andere microfoon bent, omdat u niet helemaal goed verstaanbaar bent. De heer Seldenrijk: De microfoon dacht natuurlijk dat we al bij 6.02 waren. Goed. De motie. Waar zal ik beginnen? Op zich, dank ieder voor zijn opmerkingen, aanmerkingen op de motie. We hebben ook de wethouder gehoord en op zich had hij natuurlijk hier en daar wel een punt dat het heel lastig is om in bestaande woonwijken dat te realiseren. Maar we zien natuurlijk wel dat bij nieuw te bouwen woonwijken, Dorpsbelang begon er ook over, die laad-, of die parkeernormen die gaan steeds meer naar beneden toe. Dus wat dat betreft, daar hebben we best wel een punt. De oplossing is ook heel simpel.

We kunnen ook de laadplekken gewoon een parkeerplek van maken en dan staan er wel eens andere auto's op die plek, om het zo maar te zeggen. Of die elektrische auto kan blijven staan. Maar volgens mij is het op het moment niet mogelijk, dus daar moeten we eerst op wachten of dat voor elkaar is. Dus mijn, ons voorstel is, wat betreft de motie, om punt 1 en 3 te laten vervallen. Dus dan blijft over: verzoekt het college bij nieuw te bouwen woonwijken laadplekken niet binnen de parkeernorm op te nemen. Want volgens ons is dat prima uitvoerbaar. We hebben ook bij dit deelplan bijvoorbeeld aangegeven: wij zien nog twee kansrijke locaties voor een parkeerplek. Die heeft het college ook omarmd, om het zo maar te zeggen. Dus dan kom je alweer iets hoger uit, dus daar kun je voorlopig mee vooruit. Dus wat betreft de motie: die passen we dus aan. Dus bullit 1 en 3 vervallen en de tweede blijft over. Dank u wel. De voorzitter: Helder, dank u wel. Dan ga ik naar de VVD, mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde: Dan kunnen wij ons nog steeds vinden in de gewijzigde motie en wij blijven bij onze stemverklaring. De voorzitter: Helder. De heer Van den Brink van de PvdA. De heer Van den Brink: Nee, wij kunnen ons nog steeds niet vinden in de motie, ook niet in de gewijzigde variant.

Want dan kom je dus in de situatie dat als je een nieuwbouwwijk aanlegt en je moet daar volgens de parkeernorm 50 parkeerplekken aanleggen en de helft van de mensen heeft over een aantal jaren een elektrische auto, dan moet je nog eens een keer 50 parkeerplekken extra aanleggen voor de elektrische auto en dan staat de helft van de parkeerplaatsen leeg. Lijkt me niet zo handig. De voorzitter: Dank u wel. De heer Defferding, D66. De heer Defferding: Dank u wel. Daar sluit ik mij volledig bij aan. Wij zullen ook niet voor de motie stemmen. Dank u wel.

De voorzitter: En dan als laatste de heer De Zeeuw van Dorpsbelang. De heer De Zeeuw: Wij denken ook niet dat dat het echt oplost. Het blijft een complexe motie wat dat betreft en ik denk dat we ook maar gewoon bij de volgende plannen voor Zuidpolder Zuid maar eens moeten kijken hoe we met dat onderwerp omgaan. Ik vind niet dat we nu op het laatste plan van Zuidpolder nog moeten proberen dit soort regels erin te stoppen. We weten dat het complex is. En nogmaals, we hebben ook gezien dat die businesscase eigenlijk maar nauwelijks sluitend is. Als je die oude parkeernormen had aangehouden, had je het hele plan moeten omgooien en dan was je een zestal sociale woningen of twee dure woningen kwijt geweest. Dus we blijven sowieso vinden dat het erg wringt, dat parkeren versus wonen. We moeten niet proberen om dat probleem nog zwaarder te belasten door deze motie. Dus we willen er afstand van nemen. Dank u wel. De voorzitter: Ik heb geen echte vraag nog voor de wethouder gehoord, dus ik denk dat ik tot afronding kan komen. Ik kijk de heer Seldenrijk nog even rond. Of aan. De heer Seldenrijk: Gezien dat de motie geen meerderheid haalt, in ieder geval … We trekken hem niet in hoor. Daar hou ik nooit zo van. We laten hem lekker staan, dan is ons punt in ieder geval helder. Maar op dit punt hebben we dus een stemverklaring.

Eigenlijk hetzelfde als de VVD, dat wij toch ons zorgen maken om de laadplek versus parkeerplekken, zeker gezien dat die norm zo naar beneden is gegaan. De voorzitter: En dan bedoelt u een stemverklaring bij het Raadsvoorstel. De heer Seldenrijk: Klopt. De voorzitter: Dan kom ik tot afronding en dan doe ik eerst de motie. Daarbij concludeer ik dat de motie met stemmen voor CDA, VVD en stemmen tegen PvdA, D66 en Dorpsbelang is verworpen. Dan kom ik bij het Raadsvoorstel en met de stemverklaring van het CDA en de stemverklaring van VVD inachtneming kan ik, denk ik, concluderen dat u allen zal instemmen met het voorstel. Ja? Dan is bij dezen het voorstel vastgesteld. 6.02

Beleidskader lokale deelneming grootschalige duurzame energieprojecten

De voorzitter: Dan kom ik bij het volgende agendapunt. Moet ik even mijn brilletje goed doen, want het is van dichtbij. Dat is de beleidskader lokale deelneming grootschalige duurzame energieprojecten. Ook daar is door het CDA een amendement, althans, in dit geval een amendement toegevoegd. Dus ik geef ook hier als eerste het woord aan het CDA, als de heer Seldenrijk, zoals aangekondigd … Wie van het CDA mag ik het woord geven? De heer Van Schaik: Dank u voorzitter. In het beleidskader lokale deelneming voor grootschalige duurzame energieprojecten zien we het streven dat we bij de opwek naar een lokaal eigendom willen van een 50 procent of meer en daarmee dus ook zeggenschap en daarbij de behorende winstdeling als CDA. En we zien dat geschetst … Datgene wat ik net schets, niet volledig terug in de huidige beleidsvoorstel. Wel de deelneming, maar niet daarin de zeggenschap en de behorende winstdeling en daar gaat dus ook het amendement over. Allereerst bij voorwaarde 2 in het beleidsstuk hebben wij een voorstel tot aanpassen van de tekst waarin we dus die winstdeling en zeggenschap willen benadrukken en zo ook op voorwaarde 4, op bladzijde 8 is dat, staat er: als er sprake is van een omwonende of omgevingsfonds. Dat is wat ons betreft veel te zwak. Wij willen gewoon weten hoe de ontwikkelaar hiermee omgaat.

Niet ‘als’, maar hoe die dat gewoon gaat voorstellen naar ons toe als het gaat om deelnemers, winstdeling en zeggenschap. Vandaar dus dit

amendement en de twee onderwerpen heb ik net benoemd waar het over gaat. Wilt u dat ik de complete stukken voorlees met betrekking tot wat wijzigt? De voorzitter: Graag, want dan is het voor ieder ook thuis duidelijk waar het amendement over gaat. De heer Van Schaik: Hoofdstuk 2, het afwegingskader, daar stellen we voor om het streven van 50 procent lokaal eigendom te realiseren. Mocht dat aantoonbaar niet haalbaar zijn, dan is het streven om 50 procent lokale deelneming, enzovoort; te vervangen voor: het streven om 50 procent lokaal eigendom en zeggenschap te realiseren, als ook een winstdeling van 50 procent binnen het project. En mocht het niet aantoonbaar zijn, dan het streven om 50 procent lokale deelneming te realiseren, enzovoorts. En met betrekking tot het volgende puntje, de voorwaarden 4. Daar staat: ‘als hier sprake is van’. Dat zouden we graag willen vervangen voor: ‘we zien graag hoe een ontwikkelaar bijdraagt aan’. En dan willen we toevoegen aan deze tekst, na het woordje omgevingsfonds en de financiële deelnemers in het project mee laat delen in de winst. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik nu de andere kant op en dan ga ik naar Dorpsbelang, de heer Kouwenhoven. De heer Kouwenhoven: Dank u wel voorzitter. Het beleidskader. Ik denk dat wij … We begrijpen heel goed dat dit een beleidskader is wat relatief hoog over is.

Wat moet gelden natuurlijk voor allerlei grote energieprojecten, of het nou om wind, zon of wat dan ook gaat. Zoals wij de vorige keer al in de commissie hebben aangegeven, is dat het voor ons ook belangrijk is dat de Eemnesser samenleving ook mee kan delen met eventuele winsten, opbrengsten of wat dan ook. Daaruit is wel gekomen dat de ontwikkelaar zich moet vinden in twee fondsen of twee regelingen: een omwonendenregeling en een omgevingsfonds. Een omwonendenregeling is gebaseerd of is bedoeld voor de mensen die er echt last van hebben, die dichtbij zitten en een omgevingsfonds is dan bedoeld voor om een stukje bij te dragen aan de samenleving. Wat wij ons wel afvragen daarin, is dat daar eigenlijk niks concreets in bedoeld wordt. Er wordt wel aangegeven dat het bijvoorbeeld een bedrag per paneel is of een percentage ervan of wat dan ook. Alleen wij vragen ons wel af: in hoeverre kunnen wij de ontwikkelaar verplichten hoeveel zij daaraan bijdragen? Is dat 1 procent, 1 euro of wat dan ook? Of kunnen wij ze op een bepaalde manier, ik wil niet zeggen dwingen, maar ervoor sommeren dat ze in ieder geval zo veel mogelijk daaraan bijdragen. Dat is nu nog een beetje onduidelijk uit dit stuk, over wat zij in werkelijkheid gaan doen of hoever ze daarin kunnen gaan. Dus dat vragen wij ons eigenlijk af, hoe dat eventueel nog aangepast kan worden.

Voor de rest kunnen wij ons redelijk vinden in dit beleidskader. De voorzitter: Dank u wel. Dan D66 de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel voorzitter. Wij kunnen instemmen met het voorstel en ook met het amendement van het CDA. Als ik de commissie goed heb teruggeluisterd, dan komt het ook wel overeen met wat daar is besproken en zoals ook toelichting is gegeven op wat die deelneming dan betekent en wat de opbrengsten dan zouden kunnen worden en aan wie die dan worden toebedeeld als die verhouding daar is. Dus volgens mij doet dat daar ook recht aan. En wat goed is om te onthouden, is dat dit gaat over de lokale deelnemingen en niet over hoe groot het veld wordt, waar het komt, hoe hoog, enzovoort. Dat komt allemaal later nog. Dus wat D66 betreft, is dit een prima kader met het amendement van het CDA daarbij aangevuld. Dank u wel. De voorzitter: Helder. En dan de heer Overbeeke van de PvdA.

De heer Overbeeke: Wat de Partij van de Arbeid betreft, kunnen we ook prima leven met dit voorstel zoals het er ligt. In het klimaatakkoord is specifiek afgesproken dat er wordt gestreefd naar 50 procent lokale deelneming voor de productie van wind- en zonne-energie. Dat is ook de wens van de Raad geweest om dat op die manier te doen. En het is goed dat er op tijd, in ieder geval op tijd, ook een duidelijk kader ligt. Ik heb de motie van het CDA een paar keer gelezen. De voorzitter: Amendement. De heer Overbeeke: Of sorry, het amendement, neem me niet kwalijk voorzitter. Amendement een paar keer gelezen, maar ik zie eerlijk gezegd niet wat dat heel veel toevoegt aan de nota die er op dit moment ligt. Dus dat moet misschien nog maar een keer uitgelegd worden dan. Dus in die zin willen wij het amendement niet steunen in ieder geval, omdat het gewoon eigenlijk naar mijn idee weinig toevoegt aan het verhaal zoals het er ligt. Energieopwekking was ooit een publieke zaak. Ook in de commissie is daar even over gesproken. Zeg maar voor de tijd van Balkenende was het een publieke zaak. Tegenwoordig is energievoorziening in de handen van grote internationale marktpartijen. Maar met lokale deelnemingen kunnen we in ieder geval op lokaal niveau de energieopwekking ten gunste laten komen aan de gemeenschap.

Het beleidskader - en dat zei mijn buurman ook al - dat gaat vooral over financiële participatie. Maar dat was ook de vraag van de gemeenteraad. Dus in die zin voldoet het aan de vraag. Het gaat dus niet over landschappelijke inpassing en milieu- en ecologische aspecten. Die zijn nog niet aan de orde. En ik ben benieuwd: - dat is ook een vraag eigenlijk aan de wethouder - op welk moment en op welke manier wordt dat dan wel in zo'n kader meegenomen of misschien helemaal niet in een kader, dat het pas bij het plan tot uitdrukking komt? Wat de wethouder ook gezegd heeft: het is een tijd van pionieren in feite en dat is het in feite ook. Als je een beetje het land rondkijkt, dan zie je allerlei vormen van lokaal eigenschap of lokale deelnemingen ontstaan, ook allerlei vormen van financiering. Dus in die zin is het ook echt pionieren van hoe je dat voor Eemnes gaat indelen. Ik wil een aantal vragen - maar dat is meer ter bevestiging, zodat we het ook goed begrepen hebben. Dit kader is voor alle vormen van duurzame opwekking, zoals ook in de Klimaatwet of in het klimaatakkoord staat. De participatienota BEL, zoals we die recent hebben vastgesteld, is de leidraad ook voor de initiatiefnemers om participatie te doen.

Een vraag was ook en ik weet niet of we daar duidelijk antwoord op hebben gekregen: kan de gemeente ook als deelnemer participeren in zo'n project? Stel dat die 50 procent net niet gehaald wordt, kan de gemeente dan ook in feite als deelnemer participeren? En tenslotte onder de definities, staat op bladzijde 8 geloof ik, inwoners van de gemeente Eemnes verenigd in een collectief. Wordt daar ook de coöperatie Eemnes Energie in begrepen? Die wordt nergens genoemd in de nota. En dat zou toch wel handig zijn, denk ik. Samenvattend: goed dat er een kader is. Het is pionieren voor alle partijen. Voor het college, voor de Raad, voor energiecoöperaties, noem maar op. Wij hopen dat de initiatiefnemers nu snel met een plan komen en ook met een participatietraject, want dat is aan de initiatiefnemers natuurlijk, zodat we in Eemnes een reëel en ook robuust plan, dat ook bijdraagt aan de RES Amersfoort. Want dat is natuurlijk ook belangrijk dat het daarin past. Daarom zullen we ook verder geen amendementen indienen op dit beleidskader. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Als laatste de VVD, de heer Schade. De heer Schade: Dank u wel voorzitter. Wij lezen dit plan duidelijk met een totaal andere bril op dan sommige andere leden van deze Raad. Wij hebben goed begrepen van de wethouder in zijn toelichting in de commissie dat dit een hoofdstuk is.

Een hoofdstuk in een dik handboek wat wij nog volstrekt moeten gaan samenstellen en waarvan hoofdstuk 1 luidt: op die plek willen wij dat soort duurzame energie of duurzame opslag. En dat boek, dat dikke boek met hoofdstuk X zijnde de lokale deelneming, dat wordt in de markt gezet en dan krijgen

we projectontwikkelaars. En of dat grote multinationale energiebedrijven zijn, of banken of particuliere investeerders, dat zien we dan wel. Die zullen zich moeten gaan houden aan al die hoofdstukken die er zijn, inclusief het hoofdstuk lokale deelneming. Daarin zeggen wij: laten we zien dat we 50, minimaal 50 procent uit de Eemnesser markt halen. En als dat lukt, dan hebben wij ons doel, gezamenlijk uitgesproken in de commissie, bereikt. Namelijk: Eemnessers kunnen meedoen aan hun eigen opwek. Dan is het niet alleen aan de projectontwikkelaar, maar als dat lokaal eigendom is, dan is de toevoeging in het amendement van het CDA dat er gesproken moet worden over zeggenschap en winstdeling, totaal onzin. Want als jij 50 procent van de aandelen hebt, heb je ook 50 procent van de zeggenschap en 50 procent van de overwinst, als er al winst is. Datzelfde geldt voor die laatste toevoeging over die omwonenden. Ik kan zo gauw niet eens lezen wat hier nou precies staat. O ja. De ontwikkelaar bijdraagt aan de lokale fondsen. Het is hartstikke lief om dat te schrijven, maar natuurlijk doet hij dat al. Dat hoef je helemaal niet in een amendement op te nemen. Als de ontwikkelaars en de banken en de veel gevreesde multinationale energie-ondernemingen bezig zijn hun bod te schrijven, dan is dat het allereerste waar ze aan gaan denken.

Hoe krijg ik een zo zoetgevooisd bod op tafel dat de gemeenteraad van Eemnes daar ‘ja’ tegen gaat zeggen. Dus wat ons betreft, voorzitter, een prima beleidskader wat ooit door ons of onze opvolgers in deze Raad zal worden ingevuld en geen enkele behoefte aan het amendement van het CDA. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Dan is nu het woord aan de portefeuillehouder, de heer Ten Have. De heer Ten Have: Voorzitter, dank u wel. Het is mooi om u op deze plek te zien. Eigenlijk wat de laatste spreker, de heer Schade van de VVD, zei, is waar. Namelijk dat dit het begin van een hoofdstuk of van een boek is en dat dit een hoofdstuk daarin is. Daar heeft de heer Schade volledig gelijk in, heb ik ook bij de commissie gezegd. Namelijk je hebt … We hebben vorig jaar in deze zaal het besluit genomen om een aantal ontwikkelingen te gaan onderzoeken en mogelijk te maken en daar ook een beleidskader, een afwegingskader lokaal eigendom bij vast te stellen. Die ligt vanavond voor. Daar ben ik al heel blij mee, omdat dat een van de belangrijke schakels is in het geheel en inderdaad ook om ons RES-bod. Daar had de Partij van de Arbeid het over om dat verder mede vorm te geven. Dus dat even vooraf. Het amendement, met permissie, daar reageer ik zo dadelijk op. Dan ga ik gelijk verder naar Dorpsbelang.

De heer Kouwenhoven gaf aan dat dit met nadruk natuurlijk een afwegingskader is voor alle grootschalige energieprojecten. Dat is terecht. Het gaat hier niet zozeer over zon of andere projecten. Nee, het gaat over alle grootschalige energieprojecten voor nu en in de toekomst. Dus dat is misschien goed om hier nog even vermeld te hebben. Hij geeft ook terecht aan dat datgene wat er gebeurt en de ontwikkelingen, dat een deel daarvan natuurlijk ook ten goede aan de samenleving moet komen. Dat is wat we in de commissie hebben gezegd en die wil ik hier nogmaals onderstrepen. Dus de samenleving moet kunnen meedelen in de revenuen. Maar daar zitten wel twee kanten aan. Dus daar zitten twee kanten aan. Namelijk één: je hebt het deel waar je op kunt investeren. Dat is eigenlijk het lokale eigendom. Dat is dat je met geld het project op weg kan helpen en dus kunt investeren in het project. Dat is eigenlijk de ene pijler van het geheel. Dat betekent dat hoe meer je inlegt, hoe meer zeggenschap je hebt. En al dan niet als er winst wordt gemaakt, dat je ook meer winst krijgt uitgekeerd. Dat is nou eenmaal: je legt wat in en hoe meer dat deel is, des te meer je daar ook, als er al winst wordt gemaakt, nogmaals, op kunt meeprofiteren. Dan hebben we ook nog het deel waarvan je zegt: ik kan deelnemen.

Deelnemen is dan een breder verband en deelnemen is dan in dit geval dat je misschien een obligatie koopt, dat kan en dat je dus daarmee een soort vast percentage, zoals dat met obligaties werkt, dat je een vast percentage krijgt uitgekeerd. Of je doet het op een andere manier, dat een organisatie voor jou, en dat zou bijvoorbeeld een corporatie kunnen zijn, maar daar kom ik zo dadelijk op, daar in meedoet en dat je dus via die kant mee participeert. Daar zitten verschillende lagen in. Dus dat is eigenlijk het geheel van lokale deelneming, lokaal eigendom. En dan heb je nog - en dat sluit aan bij wat u net aangeeft, de samenleving

moet in den brede kunnen profiteren - dat is namelijk dat er een fonds is, een omgevingsfonds of hoe je het ook maar wilt noemen, waarvan wordt gezegd: er gaat ook een deel naar de Eemnesser samenleving. Dus daar gaat een percentage naartoe. En u vroeg heel nadrukkelijk om een percentage, zouden we dat kunnen vaststellen. Dan zeg ik heel nadrukkelijk: nee, dat is al vastgesteld, omdat er in de gedragscode, zoals die ook is bijgevoegd - ik kijk nog even naar de heer Van den Brink, die bij het presidium bij mijn weten daar nog een vraag over stelde - daarom zat dat gedrag, zat die gedragscode bijgevoegd. Daar staat namelijk gewoon een bedrag. Daar staat: bedragen waar de sector zich aan geconformeerd heeft. En dan doe ik even uit mijn hoofd, ik meen 40 cent per megawattuur. Dan doe ik dat dat echt even uit mijn hoofd, maar ongeveer zo’n percentage. Dus ongeveer 40 cent per megawattuur opwek wordt in zo'n fonds gestort. Dat betekent dus: hoe meer opwek er is, dus hoe beter het weer is geweest, om maar wat te noemen, des te meer dat in zo'n fonds gaat. Dus dat fluctueert, dat beweegt mee. Waarom is dat gedaan? Dat is om willekeur en allerlei arbitraire percentages die gemeenten zouden kunnen vaststellen, te voorkomen. Daar heeft de sector en alle grote ontwikkelaars zich aan geconformeerd.

Dus ik ben geen voorstander van om te zeggen we doen een percentage hier nog eens een keer bovenop of die stellen we hier vast, omdat ik denk dat dat wat al in de gedragscode staat, al een hele duidelijke en scherpe afdracht is. Dus daarmee wordt dat fonds gevuld. D66 vraagt … Geeft aan van: dit gaat inderdaad natuurlijk niet over locatie of hoe het eruitziet of hoe we het gaan inrichten. Zeer zeker niet. Ook dat wil ik hier nog eens benadrukken. Dit gaat echt over het financiële deelnemingsverhaal en het eigendomsverhaal. En alles wat hier … En dat is in het boek van de heer Schade wat hier nog achteraan komt, namelijk het inpassingsbesluit, de coördinaten, waar dan ook we op uitkomen, is echt voor de volgende hoofdstukken en die worden ook allemaal aan uw Raad voorgelegd, als vanzelfsprekend. Partij van de Arbeid zegt: wanneer wordt dan zo’n hoofdstuk, om maar even daarin te blijven, wanneer wordt zo'n hoofdstuk ons voorgelegd? Dat is bijvoorbeeld bij het omgevingsplan. Dus als het een wijziging van het omgevingsplan betreft, dan komt hij hier terecht. Op dat moment geeft u de coördinaten aan en geeft u aan: dat is op die plek voor ons het meest wenselijk. Daar zit natuurlijk alle omkleding en alle details zitten daar dan bij en daar komen … Dus dat is dan het inpassingsplan.

Maar ook de afspraken die we met een ontwikkelaar maken, ook alle aanvullende afspraken die we maken, dus over het aan het zicht onttrekken, het gaat over wat we uit de participatie hebben opgehaald. Dat zijn allemaal zaken die hier aan u worden voorgelegd. In ieder geval inzichtelijk worden gemaakt. U stelde de vraag: is dat de participatie zoals we die kennen, zoals we die hebben vastgesteld met elkaar? Het antwoord is: ja. Die is daar de leidraad voor. Vervolgens zegt u: kan de gemeente ook participeren? Daar hebben we het in de commissie ook over gehad. Op zich kan dat. Dus heel nadrukkelijk: op zich kan dat, alleen we hebben dit heel nadrukkelijk vastgesteld primair voor onze inwoners, ondernemers of lokale organisaties. Dan kom ik meteen bij uw volgende vraag. Want ook u stelt deze vraag: waarom niet de corporatie genoemd? Dat heb ik echt bewust gedaan. Lokale organisaties moeten zich vrij voelen om hierop mee te doen. En Eemnes Energie is zo'n lokale organisatie en die kan dus als lokale organisatie hierop intekenen, hierop meedoen en al dan niet mensen achter zich krijgen. Om meer massa, meer volume te krijgen. Dat is de reden. Zij hebben daar een kennisvoorsprong. Zij hebben daar kennis en kunde, dus als zij die goed uitnutten, kunnen zij hier heel ver in komen.

Maar als ik hier al de corporatie in zou hebben opgenomen, dan sluit ik wellicht andere organisaties uit en dat wil ik niet. Dat weten zij en dat heb ik ze ook duidelijk aangegeven. Dat is ook in volle transparantie gebeurd en dat konden ze ook heel goed begrijpen. Kortom: daar was ook helemaal geen onmin over. Dit was de lijn en zo is het ook voorgelegd. VVD heb ik al gezegd. We zijn bezig om dat boek te schrijven en dat is inderdaad soms ook pionieren. Dan kom ik bij het CDA. Die heeft een amendement ingediend. Daar ben ik niet positief over. Zo simpel is het. Ik zou hem eigenlijk willen ontraden, als u hem zo op deze manier in stemming brengt. Waarom? Er zit een aantal dingen in die niet kloppen. We hebben het hier niet over winstdeling. Dat is iets tussen een organisatie en haar werknemers. Ik denk dat ik wel begrijp wat u bedoelt, maar dat klopt hier niet. Winstdeling is een regeling voor werknemers. En in uw amendementstekst komt eigenlijk onvoldoende naar

voren dat het percentage aandeel in de winst gekoppeld is ook aan het percentage eigendom. Dat is wat ik net ook tegen de heer Kouwenhoven zei: heb je een groot stuk eigendom, heb je ook meer deel van winst, heb je ook meer zeggenschap. Zo is het altijd, dat is gerelateerd aan het eigendom. Omdat het vandaag een bijzondere dag is, althans voor mijzelf als verjaardagsdag, dacht ik: weet je? Ik kan hem ook op die manier misschien omkatten dus ik kan er wellicht een ander tekstvoorstel bij aangeven. Dus bij dezen, het zou kunnen wellicht, als u zou zeggen - dat is dan het alternatief - als u het eerste deel … Dan hebben we het over de eerste aanpassing, zoals je dat noemt. Er zitten drie aanpassingen in, maar als u de eerste aanpassing zou wijzigen in: het streven is om 50 procent lokaal eigendom te realiseren en daarmee eenzelfde aandeel in de zeggenschap en de winst. Mocht dit aantoonbaar niet haalbaar zijn, dan is het streven om 50 procent lokale deelneming te realiseren. Dat zou een werkbare tekst kunnen zijn. Ter suggestie. Daar zitten dan wel nog twee dingen bij, namelijk aanpassing twee zou u dan eigenlijk moeten schrappen, want die wordt er niet heel veel beter op. Omdat namelijk aanpassing twee, dat is eigenlijk een hele, zoals u hem voorstelt, een hele zachte, een hele softe benadering, die ik helemaal niet nodig heb in het toetsingskader.

Want in het toetsingskader wil je eigenlijk: als het dit niet is, wat dan wel? Dus: als dit, wat dan? Dat is wat mij betreft een goed toetsingskader en u laat hem te veel open. Dus de zachte kant en eigenlijk onvoldoende concreet. Dus ik zou hem eigenlijk op die manier willen schrappen, dus uw aanpassing twee te schrappen. De voorzitter: U bedoelt te vervangen door: ‘we zien graag hoe een ontwikkelaar bijdraagt aan’. Dat deel wilt u schrappen? De heer Ten Have: Even kijken, heb ik hem hier? Ik heb hem nou niet. Heb ik hem hier? O ja, ik had hem al in drieën ingedeeld, maar dat is eigenlijk dat tweede blokje? ‘Verder stellen wij voor om voorwaarde 4 op bladzijde 8’. Dat stuk, dat noem ik dan even aanpassing twee, om daar een schrap doorheen te zetten. En dan heeft u nog de derde aanpassing. Dat is dus eigenlijk, even kijken: toe te voegen ‘en de financiële deelnemers’. Ziet u het laatste stuk staan? Om die ook te schrappen. Waarom? Omdat het niet aan … Dat zou niet moeten worden aangepast, omdat deze tekst een toetsingskader strijdig maakt met het beleidskader. En er worden hier een paar dingen door elkaar gehaald. Namelijk als het tekstvoorstel door zou gaan, dan betekent dat, dat ook niet-financiële deelnemers meedelen in de winst. En dat is natuurlijk onzin. Als je wat inlegt, dan krijg je daar revenuen van en anders niet.

Dus dat is niet … Dat is strijdig, dat is onjuist met wat u hier stelt. Dus nietfinanciële deelnemers delen mee immers in de opbrengsten van het project via het genoemde omgevingsfonds, maar hebben geen recht op een deel van de winst zoals bedoeld. Dus als u het kunt vinden in het alternatief, dan zou ik dat willen voorstellen en dan de aanpassingen twee en drie te schrappen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan denk ik dat het misschien handig is dat we heel even schorsen, zodat ik de tekst … Misschien is het voor … Is het voor iedereen duidelijk wat de tekstaanpassing is? Nee, dat denk ik zelf ook. Dus ik denk dat het – ik kijk even naar de griffier - dat we heel even schorsen om het voor ieder helder is wat de tekstaanpassing is. Maar ik zie de heer … Ja? De heer Van Schaik: Ik wil even een korte reactie geven, voorzitter, om voordat we gaan schrappen, nog een stukje duiding te krijgen. Het eerste blok, zoals u voorstelt, daar kan ik zeker in meegaan. En het is zeker ook zoals wij het bedoeld hebben, zoals u het voorstelt. Want wij misten het een en ander en wij hebben het getracht op deze manier weer te geven. Maar ik denk dat u het scherper weergeeft. Dus deel één ga ik zeker in mee. Deel twee, daar zagen wij juist - en dat is bij voorwaarde 4 op bladzijde 8 – ‘als hier sprake is van’ als een hele zachte tekst.

Want wij willen er niet vanuit van ‘als er sprake is’, maar ‘dat er sprake is’. Wij gaan ervan uit dat zo’n onderneming, zo'n projectontwikkelaar gewoon hier iets mee gaat doen en niet dat hij de optie heeft om daar iets mee te doen. Dus vandaar het voorstel bij twee dat we graag zien hoe de

ontwikkelaar bijdraagt aan. Wij willen hem verplichten om met een voorstel te komen en niet de kans geven om daarmee weg te komen. Dat deel snap ik niet, want … De voorzitter: Ik zie een interruptie van … Nee? Oké, gaat u verder. De heer Van Schaik: Dus ik weet niet of wij hier elkaar misverstaan of dat ik de tekst zoals ik die lees als een heel zachte tekst, ‘als hier sprake is van’, de originele tekst is dat, anders moet interpreteren. Ik denk dat als we tekst één aanpassen, dat inderdaad tekst drie dan kan vervallen. Maar ik hoor graag van u hoe u dan tekst twee ziet, zoals die bedoeld is in de originele zin ‘als hier sprake is’. Want die vond ik erg zacht en vandaar mijn voorstel. De voorzitter: Dan maak toch even het tweede rondje helemaal af en dan kom ik ook zo meteen bij de heer Van den Brink en dan laat ik nog een keer de portefeuillehouder reageren en … Ja? De heer Van Schaik: Ik wil nog iets meegeven. Voorzitter. Ik heb het maar laten gaan, maar volgens mij heeft de ronde die u ging, het zowel over het amendement gehad als het originele voorstel. Ik dacht dat u mij het woord gaf als eerste, omdat ik een amendement indiende, zodat wij konden besluiten of het amendement wel of niet doorgang zou krijgen, en daarna zouden we het over de tekst hebben van het geamendeerde voorstel of het originele voorstel omdat het amendement verworpen is.

De voorzitter: Normaal gesproken is degene die het amendement indient, die krijgt als eerste het woord, zodat die ook het amendement kan indienen, maar uiteraard ook iets moet zeggen over het hoofdvoorstel. Dat u daar niks over hebt gezegd, dat is niet aan mij natuurlijk. Maar als u dat alsnog wil doen, dan geef ik u nu hier de ruimte daarvoor. De heer Van Schaik: Op het originele voorstel wil ik ruimte geven, maar naar mijn mening was de gewoonte om eerst het amendement goedgekeurd te krijgen en dan de geamendeerde tekst in het voorstel wellicht. De voorzitter: Nee. De heer Van Schaik: Goed. Als ik dan mijn eerste ronde zou mogen vervolgen. Niet op het amendement, maar op het voorstel zoals het voorligt. De voorzitter: Ja. Graag als het kan kort en krachtig, zoals we u kennen. De heer Van Schaik: Dan is ons opgevallen dat op bladzijde 3 van 9 in het beleidsstuk staat dat er vrijstelling is van een ontwikkeling tot 2 megawatt. Dat getal is me in de commissievergadering niet opgevallen, anders had ik het zeker toen al genoemd. Maar als ik dit doorreken, die 2 megawatt, dan betekent dat met de huidige systemen van een 500 watt zonnepaneel, dat we toch aan 4000 zonnepanelen zitten. Dat is toch een behoorlijke omvang.

Waarom worden dat soort omvangrijke - hoe zal ik het zeggen - deelgebieden zeg maar … Want als wij iets uitschrijven en dat zou op een deel van de eerste fase zijn, bij wijze van spreken, van een hele ontwikkeling. Waarom wordt tot 2 megawatt zeg maar gevrijwaard, in dit beleidskader wat we ons voorhebben? Dat is de eerste vraag die ik heb met betrekking tot dit geheel, die ik had gemist zeg maar om mee te geven. De voorzitter: Dan ga ik het tweede rondje afmaken. Dan kijk ik naar … De heer Schade: Kan misschien de wethouder even op deze concrete vraag uit ronde één reageren?

De voorzitter: Dat klopt, maar ik interpreteer deze nu eventjes ronde twee. Dan maak ik even netjes het rondje af en dan geef ik daarna de wethouder nog even het woord en dan komt die, neem ik aan, terug op de vraag nu van het CDA. Tenzij u behoefte heeft om hier weer op opnieuw te reageren. De heer Schade: Ik denk dat het goed is dat hier gewoon concreet op één punt uit ronde één gereageerd wordt. Want anders moet u ook nog een ronde drie. Ik denk ook aan de bitterballen. De voorzitter: Mij maakt het allemaal niet uit. Ja, nee, die zitten ... Het vet is al warm, wat ik begrepen heb. We kijken naar de portefeuillehouder. De heer Ten Have: Die natuurlijk voor dit hele technisch onderwerp even deze technische vraag een antwoord nog verwacht. Dus ik snap dat u het antwoord wil hebben. Ik snap ook dat dat wel ergens tot een grens moet komen. Maar goed, geef mij heel even de tijd of ik deze goed zo zodanig kan beantwoorden. Die heb ik nu nog niet direct gereed. Is dat ..? De voorzitter: Dan moet ik de heer Schade teleurstellen. Dan ga ik toch het tweede rondje afmaken, want anders … De heer Ten Have: Ik dacht hij komt nu snel, maar … De voorzitter: Dan gaan we gewoon het tweede rondje afmaken en dan hopen we dat de beantwoording op tijd binnen is en dan kunt u daarna beantwoorden. De heer Kouwenhoven, Dorpsbelang. De heer Kouwenhoven: Dank u wel.

De wethouder bedankt voor de uitleg zoals hij die gegeven heeft. Ik kan daar ook een heel eind in meegaan. Moet ik er wel bij zeggen dat op het moment dus dat in het beleidskader … Sorry, in de gedragscode, staat ook inderdaad een stukje over een … Hanteren zij een richtbedrag van 40 tot 50 cent per megawattuur. Staat er ook bij: er kan van dit richtbedrag afgeweken worden afhankelijk van andere afspraken met de omgeving en de productie. Waar ik eigenlijk op doel, is dat op het moment dat dit bedrag iets hoger zou zijn … Laat ik het anders zeggen. Op het moment dus dat het lokale eigendom uiteraard meedeelt in de winst van de onderneming, op het moment dus dat dit bedrag wat hoger zou zijn, zal die winst wat kleiner kunnen zijn en wat minder naar de … Want over het algemeen zullen de investeerders de grote jongens zijn, laat ik het maar zo zeggen, die een hele hoop te besteden hebben. Met meer winst ervandoor gaan, in plaats van dat het naar de waidet gaat. Dus op het moment dat je dit iets zou aanpassen of zou noemen in het beleidskader, denk ik dat dat misschien een wat evenwichtiger verdeling zou kunnen geven. Maar ik ben allang blij dat het in de gedragscode staat genoemd. De voorzitter: Dank u wel. D66. De heer Defferding: Dank u wel voorzitter. Ook fijn dat de portefeuillehouder jarig is vandaag, dat hij zelf cadeautjes uitdeelt in de vorm van tekstvoorstellen.

Ik denk dat dat zeker wel bijdraagt aan een beter amendement. Wat ik trouwens nog ook wel even wil meegeven over het hele kader en het streven naar 50 procent lokale deelneming: wij hebben niet de illusie dat de Eemnesser mensen inwoner nou stinkend rijk gaat worden van een zonneveld wat neergelegd gaat worden of welke vorm van duurzame opwekking dan ook. Dat zal altijd een bedrag in de marge blijven waar we denk ik niet heel veel beter van gaan worden als Eemnesser inwoner. Maar het punt is wel duidelijk dat er niet een of andere ondernemer met diepe zakken, of een partij met diepe zakken, hier even onze grond gaat gebruiken om veel winst te maken. Ik kijk uit zo

meteen naar hoe het amendement alsnog wel of niet wordt ingediend en dan gaan we daar waarschijnlijk wel in mee. Dank u wel. De voorzitter: Goed. De heer Van den Brink, PvdA. De heer Van den Brink: Dat was eigenlijk de heer Overbeeke die hier het woord over doet. Maar er is toch even een punt wat ik naar voren wil halen. De wethouder refereerde even aan de vraag die ik stelde in het presidium over die gedragscode. In het presidium heb ik gezegd: moeten we niet die gedragscode ook vaststellen of zo? Dan zeiden ze: nee, dat hoeft niet. Maar nu hoor ik de wethouder zelf, in antwoord op de vragen van de heer Kouwenhoven, daar wel aan refereren. En de heer Kouwenhoven zegt eigenlijk ook met zoveel woorden alsof we dit ook vaststellen, die bedragen die daar genoemd zijn. In die gedragscode staat natuurlijk nog veel meer. Hele nuttige dingen, denk ik, hele goede dingen, die eigenlijk een kader zouden zijn voor die ontwikkeling van zo’n project. De wethouder zegt eigenlijk: die hoofdstukken van mijnheer Schade dat zijn eigenlijk de stappen die je doet in het planologische proces. De participatie, projectaanvraag, omgevingsplan, BOPA, of hoe dat tegenwoordig ook heet. Maar dan zou ik toch zeggen: maar het is toch voor zo'n ontwikkelaar ook wel prettig als die van tevoren weet, ook op dat gebied, welke globale kaders we eigenlijk meegeven als gemeente Eemnes, als gemeenteraad.

Daar is die gedragscode een prima uitgangspunt voor. Want dat is een stuk van de ontwikkelaars zelf, maar ook van een aantal natuurorganisaties, die dat samen opgesteld hebben en die gezegd hebben: als we zonnevelden ontwikkelen, vinden we dat het zo en zo en zo moet. Zou het dan niet een idee zijn om het raadsvoorstel te amenderen met een tweede punt dat we als gemeenteraad uitspreken dat we vinden dat ontwikkelingen ook aan die gedragscode moeten voldoen? Dat is eigenlijk een vraag die ik collega's even voorleg. Want anders zou je dus ook in de situatie kunnen komen dat er een ontwikkelaar komt die zegt: ja, maar die gedragscode daar heb ik niks mee te maken, dat dat zal allemaal wel. Dank u. Dus ik heb straks graag even een reactie van de collega's. De voorzitter: Ik maak eerst even het rondje af en dan begin ik bij eerst de buurman van de PvdA, dan de VVD. Dan vraag ik of de wethouder even op uw voorstel voor amendement kan reageren en dan gaan we verder. De heer Overbeeke: Dank u wel voorzitter. Het is niet de gewoonte denk ik om het ben niet de moeilijkste gaat verder dan wel ja dat punt over die volgende hoofdstukken waar mijnheer Schade ook over sprak. Dat zat ik me ook even af te vragen.

Zijn dat dan stukken die van tevoren, net als nu het beleidskader over de financiële deelneming, van tevoren duidelijk gemaakt worden, of gaan we die in het proces wel een keer zien op het moment dat een plan ligt? Want ik zie zo'n beleidskader toch een beetje als, wat ik eerder gezegd heb, de mijlpalen zeg maar, de paaltjes waarbinnen een ontwikkelaar of een initiatiefnemer zijn plan kan ontwikkelen. Als ze dat niet zijn, dan moeten we afwachten tot het plan komt. Dus daar zou ik nog graag even wat meer duidelijkheid over moeten willen krijgen. Dan maar om Eemnes Energie genoemd. Kijk, ik zit hier niet als de vertegenwoordiger van Eemnes Energie, laat dat duidelijk zijn. Dat ben ik niet. Maar ik kijk ook wel goed wat er in de omgeving gebeurt. En daar zie ik zowel in Wijdemeren als in Gooise Meren als in Hilversum dat er een uitstekende samenwerking is tussen colleges en tussen energiecoöperaties. En dat is niet voor niks, omdat er natuurlijk, u zei zelf al, heel veel kennis en expertise is. En heel veel kennis en expertise heel snel aan te boren is via een lokale energie-organisatie, omdat die ingebed zijn ook in landelijke verbanden.

Dus dat was eigenlijk mijn vraag: zou het niet handig zijn om die gewoon in de notitie te noemen? En dan niet direct als degene die als deelnemer in zo'n project zit, maar wel voor het begeleiden van participatie, voor het beantwoorden van vragen en dergelijke. Dus vandaar. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dan als laatste nog de heer Schade.

De heer Schade: Dank u wel voorzitter. Ja, ben die hangt eigenlijk een soort achteruit in de touwen, murw gebeukt door het geweld wat over ons komt. Waar de wethouder nu bezig is om een amendement van het CDA te herschrijven, vraag ik me af, één, waarom gaan wij bij eigendomsverhoudingen in een amendement vastleggen dat het daarbij over zeggenschap en uitdeling van de winst gaat? Want dat staat gewoon in de wethouder. En het tweede deel van het verhaal, van die gedragscode ook maar hier gaan benoemen, dat is dan wel een vraag voor de wethouder. Is die gedragscode niet bindend voorgeschreven voor alle grootschalige energie-opwekprojecten? Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik naar de tweede beantwoording van de heer Ten Have. De heer Ten Have: Voorzitter, dank u wel. Op het gevaar af dat we het veel te ingewikkeld met elkaar maken, want we hebben het hier over een beleidskader lokaal eigendom. Dat zou dan ook meteen wel het antwoord naar de PvdA zijn: ik zou het niet in het besluit willen nemen, simpelweg … Die gedragscode is vastgesteld voor alle partijen die zich daaraan geconformeerd hebben. Dat zijn alle grote partijen en een aantal kleintjes, maar anderen hebben we hier ook nog niet gezien. Die hebben zich daaraan geconformeerd en ik zou dat ...

We nemen hier een besluit over lokaal eigendom en niet over andere voorwaarden, dus ik zou dat zuiver willen houden. Dus ik zou daar niet een wijziging voor willen voorstellen. De heer Kouwenhoven zegt: er wordt verwezen naar op dat punt die - wat was het? - die 40 cent per megawattuur, dat is de ondergrens. Kijk, ik kan u wel … Dus daar zal het bewegen of iets hoger, maar dat is wat je natuurlijk met elkaar uitonderhandelt. Daarover ga je met elkaar in gesprek. Ik kan u natuurlijk wel toezeggen dat een … Ik bedoel, daar is ook nog geen flinter van een gesprek gevoerd. Dat is ook logisch, want we beginnen ook nog maar net. Maar daar waar er een ontwikkelaar voorbijkomt voor welk project dan ook, dan zal dat de ondergrens zijn. En dan kunt u mij erop aanspreken dat we daar op een zo hoog mogelijk bedrag uitkomen. Dus het punt van de 40-50 cent ondergrens is wat mij betreft ook de ondergrens. Dat is voor mij nu de leidraad en ik zou er eigenlijk toch niet op willen aansturen om te zeggen: daar ga ik een ander bedrag aan hangen. Want dat zou ook zomaar kunnen zijn dat je daarmee een ontwikkelaar van je af jaagt, wegduwt en het daarmee misschien onrendabel voor een businesscase zou maken.

Dus als in het verslag staat, of in de handelingen staat, dat het voor mij ook een ondergrens is, maar dat we daar zoveel als mogelijk proberen uit te halen voor het fonds, wat voor de hele samenleving ten goede komt, dan mag u mij daar op aanspreken dan, als dat te zijner tijd aan de orde is. Dat is even voor dat punt. Dan ga ik even terug naar het CDA, want die stelde de vraag natuurlijk over die 2 megawattuur: waarom is die grens gesteld? Die grens is gesteld omdat de mensen die bezig zijn om dit soort projecten van de grond te tillen natuurlijk ook zien dat er een bepaalde omvang nodig is om rendabel te kunnen zijn. En lokaal eigendom, of je het nou wil of niet. Lokale deelneming, zo u wilt. Dat drukt nu eenmaal op de winstgevendheid van een project, dus men heeft een bepaalde omvang nodig. Daar zit dan een soort omslagpunt in, om het heel technisch te maken. En het zou wel eens kunnen zijn dat bij kleinere projecten, dus kleiner dan die 2 megawattuur, dat je dan niet tot een haalbare, winstgevende businesscase komt. Dat is eigenlijk gewoon ik denk het technische, maar ook het eerlijke verhaal. Dat u op uw technische vraag. Dan heeft u nog een laatste vraag gesteld en dat ging over waarom ik uw tweede aanpassing, zoals we hem nu even noemen in uw amendement, waarom ik dat een te softe benadering vind. U zegt om het te vervangen door: ‘we zien graag’.

Dat is wat u voorstelt en dat vind ik een beetje in de categorie als: ‘zou leuk zijn als’. Dus we gaan dit doen of het zou leuk zijn als, maar dat blijft toch een hele zachte, softe benadering. De originele tekst, dus ‘als hier sprake is van’ plus wat daar dan nog verder al in de tekst staat, die zou ik eigenlijk toch willen handhaven. Die is ook als zodanig afgewogen en scherp genoeg om in zo'n toetsingskader mee te nemen. Dat is een ‘als dit, wat dan?’. Dus: ‘als dit, dan dat’. Dat is waar je eigenlijk in het toetsingskader op uit wil komen. Dat laat ook verder geen ruimte. Dus aanpassing twee te schrappen, aanpassing drie te schrappen en dan bij het eerste deel mijn suggestie mee te nemen. Dan heb ik, even kijken, Partij van de Arbeid. Daar

heb ik over die gedragscode al iets gesteld. Dat heeft niet mijn voorkeur om die hier voor te nemen. Zien we die dan bij de volgende hoofdstukken terug? Ja, zeker. We hebben het hier over lokaal eigendom. Zo simpel is het. Daarom staan we hier vanavond te spreken. En lokaal eigendom gaat over financiën en verdere deelneming. Gaat niet over inpassing, gaat niet over ecologische invulling, gaat niet over zichtlijnen, gaat over andere zaken. Die komen allemaal ter sprake bij alles wat hier nog voor uw tafel komt als het gaat om omgevingsplannen. Of dat nou een BOPA of hoe dat heet, ik ben in die terminologie nog niet zo heel erg thuis, maar die zitten allemaal daarin verwerkt. Overal zal dan de verwijzing zijn: de gedragscode van de ontwikkelaar zegt dit en daar wordt op die manier vorm en inhoud aangegeven. Kortom, die kunt u ook ernaast houden en die zullen wij daarbij betrekken. De voorzitter: Misschien nog even goed om toe te voegen. Dat was ook een vraag van de heer Over… Allemaal is dat des Raads, dus dat komt allemaal nog naar de Raad terug. De heer Ten Have: Zeker. Goede toevoeging voorzitter, want dat is zoals ik ook in de commissie zei allemaal des Raads en allemaal nog bij de volgende stappen, bij de volgende hoofdstukken hier in uw Raad. De voorzitter: Ik zie toch een interruptie van de heer Overbeeke.

De heer Overbeeke: Dat begrijp ik allemaal wel, want zo ingewikkeld is dat natuurlijk niet, maar mijn vraag was meer naar de volgorde. Als er nou morgen een ontwikkelaar is die samen met een grondbezitter zegt: we hebben een plan. Wat zijn dan de kaders? Dan zeggen we: die zijn er nog niet, want die gaan we … Komen die dan met het plan? Gaan we dan met het plan de kaders maken? Of komen die kaders van tevoren? Dat was mijn vraag eigenlijk. Dan heb ik het over ecologische inpassing, landschappelijke inpassing, noem maar op. Milieuzaken. De heer Ten Have: Nogmaals. Allemaal terechte punten die u aandraagt, maar er zijn bij het besluit van vorig jaar 6 juli, heeft uw Raad een hele lading aan moties ingediend. Die gaan over inpassing, die gaan over zichtlijnen, die gaan over ruimte en die zal ik allemaal hierin meenemen en daaraan verbinden. Dan is vervolgens het geheel van: waar willen we met elkaar op uitkomen? Wat is er mogelijk? En daar zitten vast een aantal varianten in - dus dat zal vast niet één idee zijn, maar dat zullen er meerdere zijn - en die worden aan uw Raad voorgelegd. Dan is het ook aan u om daar een keuze in te maken. Dan heb ik ook het participatietraject gelopen, waarin omwonenden en andere belanghebbenden natuurlijk ook hebben kunnen aangeven hoe ze dat graag zien. Dat totaalpakketje komt hier bij u in de zaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15125441/2