CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript gemeenteraad 20 december 2021

Gemeenteraad 20 december 2021, gemeente eemnesBij agendapunt: Opening18.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De heer De Zeeuw: Kijk, dan kom ik … Ik begrijp uw toelichting op de waardebepaling en dat dat volgend jaar aan de orde zou komen, maar dat kijk nog ik even naar die haar areooluitbreiding Zuidpolder. Ja, dat is gewoon een misser geweest neem ik aan bij de begroting en moet je dan daarvoor vervolgens de anderen

gaan compenseren? Dat vind ik dan toch wel een beetje een rare situatie. Dan zeg je gewoon ja, we hebben een fout gemaakt bij de begroting, het areaal is nu uitgebreider in de Zuidpolder, dus we hebben meer inkomsten. Zou ik dan zeggen. Waarom moet je dan iedereen daarvan laten profiteren? Dat vind ik een beetje een verhaal. De voorzitter: Ja, en de systematiek die we tot nu toe gehanteerd hebben is dat als we dat aan de voorzijde willen begroten niet goed in kaart hebben, lekt het weg bij de tariefvaststelling. De heer De Zeeuw: Ja, nou ja … De voorzitter: En ik zie de heer Pouw. De heer Pouw: Even, dat hebben we een keer eerder gehad, op de gewone woningen en dat ging om 160.000 structureel en dat was net voor de verkiezingen, dus het lag allemaal politiek gevoelig, maar ik denk dat de heer De Zeeuw wel een punt heeft, want feitelijk dus zou moeten durven daarin, denk ik. De voorzitter: Binnen dit soort voorstellen wat voor ligt, als u het wilt wijzigen, dan kan het, maar dan hoor ik dat graag. Je mag ook even schorsen, natuurlijk, als u beraad … De heer De Zeeuw: Dat is in deze vergadering een beetje complex. De voorzitter: Ja. Ja, ja, dat snap ik. De boodschap vanuit het college is we gaan aan de slag met die nietwoning. We hebben dat zicht voor de begroting nu niet nodig.

Ja, er lekt door de areaaluitbreiding weer een stukje weg, dat kunnen we dan ook weer volgend jaar zeggen van ja, nou ja, dat is dan eenmaal het voordeel van in 2022 en we corrigeren dat dan weer in 2023. Dat zou kunnen. De heer De Zeeuw: Ja, ik heb net gehoord dat het CVD toch wat problemen had met de budget begrotingsimpact van de begraafplaats. Ik zou zeggen waarom, laten we het voordeel van de areooluitbreiding gewoon meepikken, dan hebben we wat extra inkomsten. Dus waarom zouden we dat niet doen? De voorzitter: Oké. Dus het voorstel vanuit Dorpsbelang is om het op de 0,4011 te houden? De heer De Zeeuw: Ja en als dat verschilt door het areooluitbreiding is, ja, als we dan op dat tarief uitkomen, heel graag, ja. De voorzitter: Oké. Ja, dan gaan we gewoon verder het rijtje af. De fractie van het CDA, de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank u wel, voorzitter. Graag zou ik het voorstel eerst even op papier willen zien voordat we er een fatsoenlijk besluit over kunt nemen. Voor de rest, ik had het natuurlijk in mijn eerste bijdrage natuurlijk over de woonlasten met name en er wordt natuurlijk heel vaak gesproken over de ozb niet hoger dan de inflatie, dat soort zaken. Ons pleidooi met name ook van kijk naar de woonlasten, omdat inderdaad riool en afvalstoffenheffing, dat gaat gewoon natuurlijk van wat het eerst had gekost en dat moet je bijdragen.

Dus er valt niet zoveel aan te sleutelen, maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om de rekening die je totaal betaalt. Juist zie je door dat je nu de ozb bewust eigenlijk een laag houdt, zie je juist dat de huurders verhoudingsgewijs er slechter vanaf komen in die bijdragen aan de gemeentes. Dus dat was mijn pleidooi in de eerste termijn. Dus dat was helemaal niet zo’n zware politiek, volgens mij, maar het was juist de constatering van wat je doet op het moment dat je de ozb laag houdt. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel. De fractie van de VVD, de heer Schade. De heer Schade: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor uw antwoorden die buitengewoon duidelijk zijn en ik kan even niet precies overzien wat de consequenties zijn van het voorstel zoals nu door mijnheer De Zeeuw verwoord. Dus ik hoor graag uw commentaar daarop. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Fractie van de Partij van de Arbeid, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, dank u, mijnheer de voorzitter. Even reagerend op de heer Seldenrijk, ja vorig jaar hebben wij het aangedurfd om het ozb-percentage toen niet te verlagen zoals in de begroting werd voorgesteld. Dat hebben we dit jaar niet aangedurfd, maar eigenlijk zou ik dat best willen. Wat betreft die ozb voor niet-woningen, de heer De Zeeuw heeft het, sorry dat ik hem corrigeer, over areooluitbreiding, ik neem aan dat hij areaaluitbreiding bedoelde. Dat is eigenlijk nog niet eens zozeer de kern van de discussie. De kern van de discussie moet volgens mij zijn waarom zou je in Eemnes een lager tarief hanteren voor niet-woningen als in omliggende gemeentes? Ik bedoel, is Eemnes een heel beroerd dorp of is er iets ernstig mis in Eemnes of zo? Ook bedrijven profiteren van wat de gemeente doet voor ze.

Denk aan het opknappen van de Bramenberg bijvoorbeeld, waar we als gemeente weer flink in investeren, dus een redelijke bijdrage mag ook van die groepen gevraagd worden, dus alleen al om die reden zou ik zeggen van nou, zoals het oorspronkelijk in de begroting werd voorgesteld, om dat percentage aan te houden en als Eemnes dan ietsje meer vlees op de botten heeft is dat denk ik mooi meegenomen. De waardering van die panden, zoals de voorzitter al aangaf, eigenlijk ga je daar als gemeente niet over, maar het moet natuurlijk wel fair zijn. Je besteedt het uit, maar het moet wel eerlijk zijn en wat betreft het amenderen van het voorstel wat nu voorligt, de heer Seldenrijk wil dat wel graag even op schrift hebben, maar het is toch heel simpel, want dat is gewoon dat percentage even aanpassen en ik denk dat de verantwoordelijk portefeuillehouder zo uit zijn hoofd zou kunnen zeggen hoeveel geld dat scheelt. Dank u. De voorzitter: Niet uit zijn hoofd. De fractie van D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, het lijkt natuurlijk al een heel prettig voorstel van Dorpsbelang. We kunnen eigenlijk op dit moment niet direct de gevolgen overzien als het echt zo eenvoudig is als mijnheer Van den Brink net zegt, dan lijkt het een simpele aanpassing van het voorstel en gaan we daarmee verder als we allemaal akkoord zijn.

Dus wellicht heeft u nog een nadere toelichting op welke effecten dat dan allemaal nog heeft en dan hoor ik dat graag zo terug. Dank u wel. De voorzitter: Die nadere toelichting ga ik dan even, mijn stukken liggen hier allemaal ter rechterzijde, dus die ga ik even zo doen. Dan ga ik de vergadering even een klein moment schorsen, dan kunt u allen even de benen strekken en dan schors ik de vergadering tot 21 uur 30. Akkoord? Dan zie ik u terug 21 uur 30. Ik denk dat iedereen langzamerhand weer aanwezig is. Dat is het geval. Dan heropen ik de vergadering en hebben we even gebeld met de financiële consulent die mee zit te luisteren en wat er feitelijk gebeurt is dat we eigenlijk de belastingverhoging voor 2023 wat naar voren halen en het voorstel voor 2023 was een tarief van 0,3647. Dat zou het voor 2023 zijn geweest. Dus als we naar 0,4011 gaan, dan gaan we daar ietsjes boven zitten en het zou een extra baten voor de gemeente opleveren van ten opzichte van wat we nu geraamd hebben van ongeveer een 130.000 euro. Dus dat is het gevolg van het niet aanpassen naar beneden van het tarief. En er zijn twee mogelijkheden, of u zegt nou, laat het op 0,3360 staan, dat is het voorstel.

De tweede optie is we hanteren het percentage zoals dat is opgenomen in de begroting, dat is 0,4011 en de derde optie zou zijn dat we zeggen nou, we hanteren het tarief wat we eigenlijk in 2023 zouden doen en dat is 0,3647 en dan is het ongeveer 16.000 euro wat we dan naar voren halen. Met daarbij de toezegging dat we sowieso komend jaar

nog een keer de discussie aangaan met de waardering van de niet-woningen om te zorgen dat degenen die heel erg laag zitten op een reëel niveau komen, zodat daar nog wat demping plaatsvindt. Daar gaan we gewoon een derde ronde doen. De heer De Zeeuw, Dorpsbelang. De heer De Zeeuw: Ja, ik heb het natuurlijk niet met de fractie kunnen afstemmen, maar ik heb de algemene indruk dat we toch wel voor zijn om dat tarief wat we hadden, om dat vast te houden. Dus die 130, 30.000, is toch wel heel prettige extra inkomsten, waarin we ook die onverwachte uitgaven voor de begraafplaats ook meteen goed gedekt hebben De voorzitter: Nu is dat een eenmalige uitgave, dit is structurele baten, maar goed. De heer De Zeeuw: Toch hebben we dat voor één jaar alweer geregeld. De voorzitter: Ja, dat … Ik ga naar de fractie van het CDA, de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Ja, voorzitter. De voorzitter: Het voorstel van Dorpsbelang is dus het tarief op 0,4011 procent dan te houden, zoals in de begroting stond en niet het lagere tarief van 0,3360 procent. Het CDA, de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Ja, ik had 0,3467 staan, geloof ik, maar maakt niet uit. Maar in ieder geval, wij zijn voor het aangepaste voorstel zoals het er nu eigenlijk ook feitelijk vermeld staat.

Want er wordt nu een beetje op het onderbuikgevoel van dat die bedrijven te weinig betalen of voor te laag worden aangeslagen, wordt dit eigenlijk nu voorgesteld in wat ons betreft, laten we gewoon de lijn volgen van eerst die WOZ op orde, oftewel kijken waar welke bedrijven dan voor te weinig worden aangeslagen en dat juist op papier te krijgen voordat je gaat praten over eventuele verhogingen, want nu is het natuurlijk zo op het moment dat je nu de verhoging gaat doorvoeren, dan is degenen die goed zijn aangeslagen of te hoog, die krijgen nu vol te betalen, terwijl die bedrijven waarvan we waarschijnlijk met z’n allen zeggen goh, die zijn wel erg laag aangeslagen, die leggen eigenlijk nog drie keer in de rondte. Dus je pakt eigenlijk de verkeerde en daar ben ik het niet mee eens of daar zijn wij het niet mee eens, dus we blijven voor het aangepaste voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De fractie van de VVD, de heer Schade. De heer Schade: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij blijven ook steunen het voorstel zoals door u gedaan en we zullen het voorstel zoals door Dorpsbelang gedaan niet steunen. Met dezelfde argumentatie als net door de heer Seldenrijk gegeven, het is wij wachten de nieuwe waardebepaling van de zaken af en vinden dat het tarief gehandhaafd moet blijven conform uw voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

De fractie van de Partij van de Arbeid, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, dank u. Nee, wij steunen het voorstel van harte, vooral ook met het argument dat je daarmee het ozb-percentage voor niet-woningen harmoniseert met de rest van Nederland en dan gewoon aan het bedrijfsleven een redelijke bijdrage vraagt voor de voorzieningen die ook voor hen door de gemeente betaald worden. Dank u wel. De voorzitter: En dan bedoelt u het voorstel van Dorpsbelang? De heer Van den Brink: Ja, sorry.

De voorzitter: Oké. De fractie van D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel, voorzitter. Wij gaan mee met de beredenatie van de VVD en het CDA, door te kijken naar de nieuwe waardebepaling en het oorspronkelijke voorstel dus te hanteren. Op die manier vindt er een eerlijkere verdeling plaats en kunnen we goed kijken naar hoe dat later met de nieuwe waardering wordt hersteld. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik aan een afhandeling van het voorstel en is het een 67-voorstel, met dien verstande dat de fractie van Dorpsbelang aangeeft dat zij er natuurlijk geen fractieoverleg over gehad kunnen hebben. Dus dan wil ik omdat dit best wel een belangwekkend besluit is voorstellen om dit gewoon even bij hoofdelijke stemming te doen. Doen we bijna nooit, maar … De heer Pouw heeft een punt van orde? De heer Pouw: Ja, dan wens ik toch wel heel even een kleine schorsing. De voorzitter: Dat kan. De heer Pouw: Van vijf minuten, als dat mogelijk is. De voorzitter: Een schorsing van vijf minuten, tot 20:42. Ik zie dat de … De heer De Zeeuw: Wij zijn weer helemaal klaar. De voorzitter: Heel goed. Ik zag de telefoons weer opgehangen worden. Het voorstel is … De heer De Zeeuw: Ik … De voorzitter: Ja? De heer De Zeeuw of de heer Pouw. De heer De Zeeuw: Ja … De voorzitter: De heer … De heer De Zeeuw: Aan mij is het woord. De voorzitter: De Zeeuw.

De heer De Zeeuw: Kijk, waar de afstemming intern heeft plaatsgevonden, het gaat ons primair om dat we een begroting hebben gehad en achteraf blijkt nu dat de areaaluitbreiding fout is ingeschat en dat we het daarvoor op basis daarvan compenseren en de vraag naar u is: wat is het financiële effect ervan? Is dat die 130.000 of niet? Als dat effect 130.000 is, dan zeggen wij ja, want die fout die we gemaakt hebben bij de begroting, die moeten we corrigeren nu … Of niet corrigeren, we moeten gewoon het betreffende tarief hanteren. Dus ik weet niet wie het is, als we dat doen de areaaluitbreiding hierin niet verwerken, wat is dan het tarief wat erbij hoort? Is dat dan de 04-et cetera die we eerder hebben genoemd of niet? Dat is de vraag. De voorzitter: Oké. Nee, de 0,4011 is een cumulatie van verschillende effecten. Dus dat is niet alleen areaal, dat is ook bij de begroting stonden er een aantal panden nog op nul omdat ze geblokkeerd waren. De taxaties waren nog niet afgerond, dus de 0,4011 is een eerste inschatting van halverwege juli. Vervolgens wordt op basis van de definitieve waarderingen eind november het percentage bepaald. Daar zit ook de areaalaangroei

in die in de zomer niet helemaal goed is ingeschat, maar dat is niet voor het hele bedrag. Als we nu voor de 0,4011 gaan zit daar een absolute overshoot in als het gaat om het corrigeren voor het areaal. Dan zal mijn advies zijn ga dan naar de 0,3647, zoals we dat in 2023 hadden willen doen, zodat we wel een stapje zetten, maar niet de hele stap omdat daar ook een stukje vervuiling in het bestand in zit. De heer De Zeeuw: Oké. Daar kunnen wij ons in vinden. Het gaat ons primair om die areaal, compenseren van de fouten die gemaakt is met de areaal. De voorzitter: Ja, dan zou mijn advies zijn ga dan naar 0,3647. Dan ga ik nog niet zeggen dat dat honderd procent goed is, want ik heb met een bepaalde afdeling te maken waar we het komende jaar nog even heel goed naar de bestanden ‘…’. Ja, ik gaat maar gewoon zeggen zoals het is ‘…’ omfloerst, maar dat is wel een handicap waar we soms mee te maken hebben. De heer De Zeeuw: Dit is voor ons een consistente lijn. We corrigeren die areaalkwestie. De voorzitter: Oké. Nou, feitelijk komt het erop neer dat we de verhoging van 2023 één jaartje naar voren trekken. En dat zou dan de nul komma … De heer Van den Brink: Mag ik daar een vraag over stellen? De voorzitter: Dat mag. De heer Van den Brink.

De heer Van den Brink: Als je op dat percentage gaat zitten, harmoniseer je het daar dan enigszins mee ten opzichte van een landelijk gemiddelde, om het zo te zeggen? De voorzitter: Nou ja, we gaan weer naar het landelijk gemiddelde, maar we komen nog niet op het landelijk gemiddelde, nee. Nee, daarom hadden we ook drie stappen voorgesteld. Drie keer 60.000, om naar dat landelijke gemiddelde te gaan en nu, wat we nu zeggen is alleen de eerste stap 2023 halen we dan nu één jaartje naar voren en dan is het aan de nieuwe coalitie om dan te zeggen of we stap twee en stap drie nog een keertje doen om naar dat regionale gemiddelde te komen, gegeven het feit dat we ook nog heel goed naar de waarderingen gaan kijken van met name die panden waarvan met gevoel hebben die zitten daar wat laag. Dus we kopen, we zetten een stapje, we gaan niet helemaal voor het onderste uit de kan en we gaan het komende jaar ook heel goed kijken naar de waarderingen. Dat is dan … De heer Van den Brink: Nou ja … Goed, van mij mag je grote stappen in één keer, maar voor deze keer is die 0,36 of wat het ook is, prima. De voorzitter: Dan is het 0,3647. Dat is dan het voorstel vanuit Dorpsbelang en Partij van de Arbeid, begrijp ik. De heer Van den Brink: Dat klopt. De voorzitter: En ik neem aan dat VVD, CDA en D66 bij de steun voor het voorstel van het college blijven? Ik kijk even naar … Ja.

De heer Seldenrijk: Dat is correct, voorzitter. De voorzitter: Ja, dat is correct. Dan ga ik voor de zorgvuldigheid toch gewoon even een hoofdelijke stemming doen, want het is best wel een op het laatste moment een belangrijk punt en dat is dan het amendement van

Partij van de Arbeid en Dorpsbelang om het tarief niet-woningen op 0,3647 procent te doen en dat levert dan ongeveer 60.000 euro op, structureel. Dan ga ik het lijstje af en dan beginnen we met een voorstemnummer. Dan ... Ja. Want dan heb ik het doosje, ik moet dat natuurlijk laten zien. Wel eerst open zien te krijgen. Ja. We gebruiken hem zo weinig, dus het voorstelnummer is, is nummer acht. Mevrouw De Graaf: Mirjam Havinga. De voorzitter: We beginnen met mevrouw Havinga. De drill is, ik zeg uw naam, u zet uw microfoontje aan en u zegt of u voor of tegen het amendement. Ik begin bij nummer acht, dat is mevrouw Havinga-de Jong. Mevrouw Havinga: Volgens mij ben ik dan tegen, maar ik snap het nu niet meer. Dus ik kijk even naar mijn fractievoorzitter wat we besproken hebben. Ik ben tegen. Ja, dank u wel. De voorzitter: Heel goed. De heer Schade. De heer Schade: Tegen. De voorzitter: Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp. Mevrouw Van der Linde: Tegen. De voorzitter: De heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Voor. De voorzitter: De heer Hoorneman. De heer Hoorneman: Voor. De voorzitter: De heer Defferding. De heer Defferding: Tegen. De voorzitter: De heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Voor. De voorzitter: Mevrouw Riemens. Mevrouw Riemens: Voor. De voorzitter: De heer Pouw. De heer Pouw: Voor. De voorzitter: De heer Van IJken. De heer Van IJken: Voor.

De voorzitter: Mevrouw Schouten-de Boer. Mevrouw Schouten: Voor. De voorzitter: De heren Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Tegen. De voorzitter: De heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Tegen. De voorzitter: Dan blijft het bij vijf tegen zeven en dat betekent dat het voorstel geamendeerd wordt met dien te verstandig dat het percentage niet-woningen van 0,3360 naar 0,3647 procent gaat. Het geamendeerde voorstel, wenst iemand daar stemming over? Dat is niet het geval. Dan stemt u allen in met het geamendeerde voorstel, met dien verstande dat u natuurlijk tegen het amendement heeft gestemd, maar ik neem aan dat het met de aantekening is van de voorstemmers dat ze geacht worden tegen het percentage niet-woningen te hebben gestemd. Ik kijk even naar … Ja, de heer Schade knikt, mijnheer Seldenrijk knikt en de heer Defferding knikt. Daarmee zijn de belastingverordeningen vastgesteld. Een toch iets langere bespreking dan verwacht. 6.03 Rapport RKC aanbestedingsbeleid De voorzitter: Dan gaan we naar 6.03, het rapport van de Rekenkamercommissie over het aanbestedingsbeleid, want daar heeft de fractie van het CDA een amendement voorbereid. Het woord is aan ik denk de heer Seldenrijk. Of de heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Ja, het mag de heer Seldenrijk ook zijn, maar als u mij het woord wil geven dat is het ook goed. De voorzitter: Nee, de heer Van Schaik.

De heer Van Schaik: Ja, we hebben een amendement gemaakt op hetgeen wat ons voorligt en dat komt omdat we lezen er is veel nog niet op orde en de focus is de afgelopen periode geweest om de spelregels aangaande de aanbesteding goed te leren kennen en te leren volgen. Het is dus een goed rapport gezien de weergave van hoe het gaat en wat er te verbeteren is. De aanbeveling richting het college om erop toe te zien wij dan als te zwak. Daarom het amendement ten aanzien van punt zeven, waar we in plaats van het college aan te bevelen om willen voorstellen dat de wijziging het college de opdracht geven om voorstellen aan uw raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga de fracties langs. De fractie van de VVD, de heer Schade of mevrouw … De heer Schade. De heer Schade: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij, VVD Eemnes, wij vinden de functie inkopen een erg belangrijke functie. Er gaan substantiële bedragen in om en de gevolgen van het niet goed invullen en het niet goed uitoefenen van die functie zijn groot.

Niet in de laatste plaats kun je twijfelen aan de rechtmatigheid en de doelmatigheid van het inkoopproces, maar daarnaast heb je dan ook dat de middelen van deze gemeente en de middelen die door de inwoners ter beschikking worden gesteld aan de gemeente om taken uit te voeren, niet op een juiste wijze worden ingezet en met als meest negatieve gevolgen van een slecht functionerende

inkoopfunctie dat je bevoordeling krijgt. Onterechte bevoordeling krijgt van bepaalde marktpartijen en het aller slechtste wat je kan gebeuren is dat er corruptie gaat ontstaan. Ik zeg niet dat dat allemaal gebeurt, maar dat zijn de risico’s die je loopt met een slecht functionerende inkoopfunctie en de organisatie. Daarom zijn we blij met het rapport van de Rekenkamercommissie en die besteden aan de juiste punten wat ons betreft aandacht. Wat ons met name opvalt in dat de rekenkamerrapport is allereerst dat er 0,6 fte beschikbaar is voor het uitvoeren van de inkoopfunctie. 0,6 fte om voor de drie gemeentes het inkoopproces te begeleiden, te controleren en te zorgen dat het inkoopproces op een juiste manier vorm krijgt. Als we dan nog denken aan het feit dat de BEL-organisatie van plan is een regieorganisatie te worden, waardoor de inkoopfunctie nog belangrijker gaat worden, vragen we ons bezorgd af of de 0,6 fte wel voldoende bezetting is. Wij hebben daar geen voorstellen voor, maar wij achten dat wel een punt waar u als college echt aandacht aan moet gaan besteden. Het tweede punt wat uit het rekenkamerrapport naar voren komt en wat ons zorgen baart is dat de inkoopkalender niet gehanteerd wordt of niet op de juiste manier gehanteerd wordt, niet door een ieder gehanteerd wordt.

Dat betekent dus dat er gebrekkig inzicht is in de organisatie in datgene wat op hen afkomt en wat uitgegeven moet gaan worden en dat zo’n inkoopkalender is van essentieel belang. Dus aan het college de opdracht om de discipline in de BEL-organisatie wat dat betreft beter te handhaven. Derde punt wat de Rekenkamercommissie naar voren brengt is dat er een niet juist functionerend contractbeheer is. Als ik weet dat zowel TenderNed als FlexNet gebruikt worden en dat Commerce Hub beschikbaar is voor de organisatie, dan vraag ik me af hoe het toch kan dat aanbestedingsdossiers niet op orde zouden zijn en dat inkoopdossiers niet volledig up to date zijn. De middelen zijn er. Als dat niet in orde is, is dat ook weer een gebrek aan discipline, net als bij het voorgaande punt en vraag ik het college ook daar de BEL-organisatie beter op aan te sturen waar dat in hun macht ligt, maar in ieder geval beter te controleren. Wij steunen, zoals u zult begrijpen, van harte de aanbevelingen die de Rekenkamercommissie doet en wij steunen ook het amendement van het CDA, want dat versterkt juist die aanbevelingen van de Rekenkamer en terzijde merk ik op dat wij de inkoopfunctie ook zullen opnemen in ons initiatiefvoorstel voor een auditcommissie. Wij denken dat het goed is dat de inkoper met enige regelmaat door deze raad gevraagd wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

Ik ga naar de fractie van de Partij van de Arbeid. De heer Van den Brink, denk ik. De heer Van den Brink: Ja, dank u, voorzitter. Ja, wij ondersteunen natuurlijk de conclusie van de Rekenkamer dat de kwaliteit van het inkoopbeleid omhoog moet, beter moet en we zijn er ook van overtuigd dat het college die aanbevelingen ter harte zal nemen. Onze twijfel is wel een beetje of je, wat het amendement eigenlijk doet van het CDA het college weer met meer huiswerk opzadelt, of dat een goede stap is en wij hebben ook niet heel veel vertrouwen erin dat als je nog meer bureaucratie eromheen optuigt, dat daarmee het inkoopproces op zich verbeterd wordt. Dus we twijfelen een beetje over het amendement en we wachten ook even de reactie van het college of voor we daar een definitieve uitspraak over doen. De voorzitter: Dank u wel. Fractie van D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, wij zijn ook heel erg blij met de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie en er staan flink wat punten in het voorstel en sommige zijn ook wel redelijk voor de hand liggend, doelstellingen SMART formuleren. Ik was eigenlijk in de veronderstelling dat dat al jaren gebeurde, maar kennelijk bij de BEL-combinatie nog niet.

Ja, dat we ook meer controle krijgen over hoe de BEL-combinatie dan met die inkopen omgaat, lijkt me ook voor de hand liggend, want het gaat echt om forse bedragen en ook wat de heer Schade net zei over de wijziging van de BEL-combinatie naar een meer regieorganisatie. Dat maakt dit des te belangrijker. Wij denken ook dat er met de punten in het voorstel op zich al voldoende opdrachten aan het college liggen om hier nauwkeuriger naar te kijken en het lijkt op dit moment

ook nog niet dat het amendement echt nodig is om het college ook op die manier te motiveren, maar ik ben ook nog wel eventjes benieuwd naar de beantwoording van het college op de manier waarop ze denken met het voorstel om te gaan, voordat we daar een standpunt over innemen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Fractie van Dorpsbelang. De heer De Zeeuw? De heer De Zeeuw: Ja, dank u wel. Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, over het amendement wachten we even de stappen van het college af. Ik ben het ermee eens dat, wij zijn het ermee eens dat het nodige nog moet gedaan worden, alhoewel het rapport ook aangeeft dat er het afgelopen jaar best wel wat verbeteringen zijn gedaan blijft er genoeg over om aan te pakken. Meneer Schade heeft net nog een aantal punten genoemd die zeker van belang zijn. Zeker omdat we gekozen hebben om meer naar de richting van een regieorganisatie te gaan. De rest zal, de beschikbare capaciteit, de inkoopkalender, maar ook het contractbeheer, zijn punten waar heel goed naar gekeken moet worden. Overigens is het zo dat er uiteindelijk gaat om de BEL-organisatie en die heeft een aflopend inkoop- en aanbestedingsbeleid. Wat er nu ligt is van 2017, van 2021 en wat dat betreft komt dit rapport heel mooi op tijd, want het geeft de BEL-combinatie alle mogelijkheid te kijken waar ze zaken moeten gaan aanscherpen.

Ik ben heel benieuwd naar het nieuwe inkoop- en aanbestedingsbeleid van de BEL-combinatie en daar zullen we heel goed naar moeten kijken of de aanbevelingen die we hier vandaag voorbij zien komen, of die daar ook goed zijn verwerkt. Dus we zijn blij met het rapport, maar met betrekking tot het amendement. Ja, ik vind het een beetje, het gaat om dezelfde onderwerpen. Het is iets meer aanscherping. Ik weet natuurlijk niet wat de reden is geweest van de Rekenkamercommissie om dat hier iets softer neer te zetten dat voor de andere punten, maar we wachten even de toelichting van het van het college op het amendement af. Dank u wel. De voorzitter: Ja, dank u wel. Inkoop en aanbesteding zijn belangrijke onderwerpen en het mooie is dat de Rekenkamercommissie ook constateert, hetgeen de accountant natuurlijk ook al een paar keer geconstateerd heeft, dat we op de goede weg zijn vergeleken met het verleden als het gaat om een rechtmatigheid. Tegelijkertijd zit onze kwetsbaarheid in de beperkte capaciteit die wij hebben om dat goed te begeleiden en goed aan te sturen. Die 0,6 fte wil niet zeggen dat die alles in zijn eentje moet doen, die meneer, gelukkig, maar hij moet het wel coördineren en aansturen. Het betekent dat we in huis te weinig kennis en kunde hebben. Bijvoorbeeld ik noem maar even de IBOR aanbesteden, dat konden we niet, want dat was een Europese aanbesteding.

Daar hebben we een gespecialiseerd bureau voor moeten inhuren om ons daarbij te begeleiden en ik ga u gelijk uit de droom helpen, we zijn een kleine organisatie, dus we moeten absoluut de inkoopfunctie versterken, maar dat soort grote Europese aanbestedingstrajecten zullen wij nog steeds extern moeten inkopen, omdat we dat maar eens in de zoveel tijd kunnen doen. De heer De Zeeuw heeft gelijk dat hij zegt van het nieuwe beleid moet scherper en adequater en daar moet ook een rol krijgen het SMARTer formuleren van doelstellingen. Tegelijkertijd, als ik kijk bijvoorbeeld, ik neem het IBOR, daar hebben wij wel doelstellingen aan, maar we sturen daar op het mooie gezegde beeldkwaliteit en ja, daar vind ik heel veel van, maar de wethouder kan er heel goed mee uit de voeten, maar het is natuurlijk wel minder SMART dan gewoon zeggen gij zult vier keer per jaar het grasmaaien. Nu lukt het ons soms ook niet eens om twee keer per jaar de bermen op tijd maaien, dus wat dat betreft hebben we het zo nu en dan wel SMART opgeschreven en doen we het gewoon niet of te laat. Dus daar is absoluut een slag te slaan, maar die 0,6 fte is ook nog eens een keer iemand die inmiddels al een boosterprik kan halen, dus dan weet u dat die ook binnen niet afzienbare tijd ons alweer zal verlaten.

Dus wij moeten heel goed nadenken over de inkoopfunctie, zeker in relatie tot onze regiefunctie en dat zal ook leiden tot één noodzakelijke formatie-uitbreiding, want we zijn nu gewoon veel te kwetsbaar. Dat wil niet altijd zeggen dat we het zelf moeten doen, want we hebben bij de inkoop ook steeds geprobeerd als kleinere gemeenten, dat was toen samen met Wijdemeren en Weesp, om te

zeggen van jongens, we moeten dat eigenlijk regionaal doen. We moeten dat in het verband van de Gooi en Vecht doen, daar zit al een kenniscentrum voor de inkoop en heel onaardig gezegd, al die gemeenten doen voor een belangrijk deel toch ook hetzelfde. We besteden grond-, weg-, en waterwerken gewoon aan en als we dat wat meer samen kunnen doen, kunnen we ons ook wat beter wapenen tegen de markt is misschien wat onaardig gezegd, maar hebben we wel meer capaciteit om dat goed in de gaten te houden. In het verleden hebben we daar pogingen voorgedaan. Dat is in het verleden altijd gestrand, maar we gaan zeker weer ook het gesprek aan met omliggende gemeentes, zoals Huizen en misschien Gooi en Vecht om te kijken van kunnen we daar niet wat meer met elkaar samendoen, want samen kunnen we deze specialistische kennis misschien een stukje makkelijker inkopen. Althans in onze eigen organisatie opnemen. Het contractbeheer is een kwestie van discipline en kwaliteitsborging en dat is, als je kijkt naar de archiefinspectierapporten dan zie je dat we daar absoluut meters hebben gemaakt de afgelopen jaren, alleen op onderdelen merken we gewoon dat de dossiers te versnipperd zijn en dat ga ik u gewoon ook vertellen hoe het zit.

We hebben natuurlijk ook te maken met de digitalisering, waarbij heel veel dingen tegenwoordig via e-mail worden gestuurd, slecht gearchiveerd, dus dan zijn we van medewerkers afhankelijk of ze snappen dat iets gearchiveerd moet worden en de één is daar heel secuur in en stuurt Jan en alleman een cc’tje en de ander laat het in zijn inbox zitten en zodra meneer vertrekt of mevrouw, is de inbox privé en mogen we er al niet meer bij en dat, daar moeten we echt nog een slag slaan als het gaat om het archiveren van alles wat tegenwoordig digitaal binnenkomt en daar hebben we nog wel een uitdaginkje. Hetzelfde geldt voor die inkoopkalender, want het belangrijke van die inkoopkalender is ook dat je transparant en open bent over alle aanbestedingen die je doet als overheid, dus het is niet alleen vanuit jezelf om dat goed te plannen, je werkzaamheden, maar het is ook belangrijk om de markt de kans te geven van o, er komt een aanbesteding aanvraag voor gemeenten x, y, z en daar kan ik me vast op voorbereiden en ik wil daaraan meedoen en dat kan ook weer kosteneffectief zijn en dat kan ook weer de local return die wij belangrijk vinden ten goede komen, dat onze lokale aannemers ook de kans krijgen om op tijd in te spelen op aanbestedingen die er aan zitten te komen. Dus, een goed rapport, waar terecht een aantal kritische noten zijn gekraakt.

We hebben ook gezegd van nou, we vragen aan de BEL van kom met een plan hoe we dat organisatorisch kunnen borgen en het tweede is een aantal zaken moeten in het nieuwe beleidsplan een plek krijgen en dat wordt in de loop van 2022 aan u voorgelegd om dat te doen. Bij het vorige onderwerp heeft u in meerderheid de financiële ruimte van de gemeente ineens ietsjes vergroot. Dus ik zou bijna zeggen dat ik de eerste nuttige aanbesteding van dat geld alvast zie bij de ruimte voor extra budget voor de inkoopfunctie. Dan het amendement van het CDA. Ja, vroeger had je moties en amendementen die zeiden wij dragen het college op en toen hebben we met elkaar gezegd van zo gaan we niet meer met elkaar om en langzaam is dat tot het verleden gaan behoren. Het zijn gewoon raadsuitspraken. Als de raad iets aanbeveelt, dan is dat bijna een opdracht en als u het nu formuleert draagt het college op, klinkt het bijna alsof u zegt van nou, we kunnen wel aanbevelingen doen, maar het college negeert hij. Nou, als u dat gevoel heeft moet u vooral het amendement steunen, als u zegt van nou, we hebben er vertrouwen in dat het college de aanbevelingen opvolgt en we willen daar graag rapportage over en een opvolging, dan kan ik me voorstellen dat u zegt het amendement is wel heel erg directief.

Dat u zegt van nou, het voorstel zoals het door de Rekenkamer is aangeleverd, is dus niet het collegevoorstel het is het Rekenkamervoorstel, is voor ons voldoende aansporing om erop te vertrouwen dat het college aan de slag gaat met de aanbevelingen. Dat denk ik een beetje buiten de orde, want eigenlijk wordt uzelf te discussiëren met elkaar over de aanbeveling van de rekenkamer en daarnaast was het college vragen om een keer met een voorstel te komen, maar gelet op het feit dat u allemaal vragen nu naar het college stuurt denk ik dat ik maar niet gehinderd door enige afstemming met de beide wethouders het antwoord even procedureel even heb gegeven. Ik ga verder met de tweede termijn. De fractie van het CDA, de heer Van Schaik.

De heer Van Schaik: Dank u wel, voorzitter. Ja, u noemt een hoeveelheid punten waarbij de term uitdagingen weer meegeeft aan ons, die er liggen voor de ambtenaar, dan wel het lezen, om op te verbeteren. Daarbij geeft u tevens aan dat het amendement overbodig zou zijn, omdat de term gebruikt werd, opdragen, een verouderde term is en hetgeen wat nu daar staat eigenlijk min of meer een de moderne vorm hetzelfde is, maar met andere woorden hoor ik u ook wel zeggen ik ben blij dat dit ons geschreven wordt, omdat het op knelpunten goed weergeeft en ook goed weergeeft waarbij op moeten gaan letten als college. Zeker omdat het steeds belangrijker gaat worden om de boel goed geregeld te krijgen. Ik ben blij dat u zegt het is overbodig. Ik ga erop letten. In die zin, zoals het bedoeld is in het amendement. Ik ga er bovenop zitten eigenlijk. Daar is het belang te groot voornamelijk om het niet te doen en de bewoording is daar mij om het even. Ik dank u daarvoor. De voorzitter: Dus dat trekt u het amendement in? Of … De voorzitter: Ja, u heeft eigenlijk gezegd het is overbodig. De voorzitter: Oké. Nou ja, we gaan … Oké, goed. De fractie van de VVD, de heer Schade. De heer Schade: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor uw beantwoording.

Ik ben blij te horen in uw antwoorden dat u een aantal van de zorgen die ik verwoord heb gedeeld en dat na uw semantische uitleg over het opdragen of verzoeken of aanbevelen, zeg ik alle vertrouwen erin, voorzitter, maar wij zullen u kritisch blijven volgen op dit gebied dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Fractie van D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Nee, daar sluiten wij ons bij aan. Volgens mij is het ook de taak van de raad om u te controleren, dus dat zullen we vol enthousiasme blijven doen, dus wij zijn ook tevreden met uw antwoord en zien geen meerwaarde in het amendement. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Fractie van Dorpsbelang, de heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Ja, wij zijn ook geen meerwaarde in het amendement. Het zijn heldere toelichtingen van u maar ook wel leuk hoe dat geleidelijk zodanig naar voren weet te brengen dat dit ontmantelt, dit amendement. Heel netjes, moet ik zeggen, maar ja, het onderwerp blijft een heel belangrijk onderwerp en met name ook moeten we naar de BEL-combinatie kijken hoe zij dat in beleid en u noemde dat ook in de planning, straks mee gaan nemen om de uitkomst van dit rapport uit te gaan voeren. Dus we zijn heel benieuwd hoe dat gaat gebeuren, maar we zullen het goed blijven volgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

Ik kom aan de afhandeling van het voorstel, dat niet geamendeerd wordt en ik stel vast dat u … De heer Van den Brink: Mijnheer de voorzitter, u heeft mij het wordt niet gegeven. De voorzitter: Ach, heb ik het beste paard van stal vergeten. De heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Dank u wel, dank u wel, dank u wel. Nou, ik heb niets toe te voegen aan het voorgaande, behalve dan dat de manier waarop de burgemeester de 60.000 euro die we net verdiend hebben al weer uitgegeven heeft en ‘…’ blij mee. Dank u wel.

De voorzitter: Goed. Dank voor de aansporingen om in ieder geval het aanbestedingsbeleid en het hele inkoopbeleid goed op de rit te gaan krijgen het komende jaar. Ik denk dat het nodig is om dat we daar winst mee kunnen behalen, maar ook omdat het uiteindelijk om belastinggeld gaat en je wil uiteindelijk ook waar voor je geld. Dat is natuurlijk ook een onderdeel van het inkoop- en aanbestedingsbeleid, dat je gewoon het zodanig SMART formuleert dat je het ook kunt controleren en daar lopen we wel een beetje aan, zoals ik al gezegd heb met het IBOR, waar het op beeldkwaliteit gaat en dan begint er toch wel een soort subjectiviteit in te sluipen dat je denkt van oké, ik geloof het maar, maar we gaan ermee aan de slag en we zullen u proberen daar ook proactief over te informeren, zodat u er niet alleen bovenop hoeft te zitten, maar dat u ook zo nu en dan kunt zeggen van oké, we zien ook wel enige vooruitgang als het gaat om het opvolgen van de aanbevelingen. Dus met die toezegging sluit ik de beraadslaging of stel ik vast dat u unaniem instemt met het rapport van de Rekenkamercommissie en de aanbevelingen aan het college en de BEL-combinatie. 7.

Sluiting De voorzitter: Daarmee kom ik aan het einde van de laatste raadsvergadering van 2021, die wederom in de sessie van een Teams-vergadering heeft moeten plaatsvinden. Ik ga er vanuit dat ongeacht het enthousiasme van sommige en de positieve grondhouding van sommige ministers, dat dit waarschijnlijk ook nog in januari het geval zou kunnen zijn. In ieder geval zullen we voor het presidium een voorstel doen we hier in ieder geval de vergaderingen van BSM en Ruimte en de klimaatavond zo digitaal mogelijk kunnen doen, zodat toch ook burgers kunnen participeren aan die vergaderingen, want dat lijkt ons wel belangrijk dat ze toch ook hun zegje kunnen doen en dan toch doorgaan met ja, het werk van het schip van staat, want we moeten natuurlijk ook wel voortgaan met de belangwekkende onderwerpen die we uiteindelijk voor onze burgers allemaal doen. Rest mij u vuurwerkvrije feestdagen toe te wensen. Ja, ik ben een optimist en u kent de regels, niet met teveel mensen houdt een nieuw vieren en kerst vieren, maar ik hoop dat u er desondanks toch de gelegenheid vindt om in alle tijden die u nu gekregen heeft, waar u niet naar musea, theaters en andere dingen kunt, niet naar de horeca, maar dat u dan een paar goede boeken leest, goed uitgerust aan het nieuwe jaar beginnen en ik wens u vooral toe dat u een hele relaxte tijd heeft met u en uw dierbaren.

Want uiteindelijk is dat toch het belangrijkste met alles wat er om ons heen gebeurt is dat we vooral oog voor elkaar moeten houden en daar is de komende tijd voldoende gelegenheid voor om gezellig met het gezin te wandelen of te zoomen of iets met ontspannen te doen en te lezen. Dat hoop ik u een goede gezondheid, waarschijnlijk via het scherm in het nieuwe jaar weer te zien en dan gaan we voor degenen die doorgaan natuurlijk een spannende tijd tegemoet, als het gaat om de verkiezingen die hun schaduw langzaam vooruit gaan werpen, maar we hebben nog heel veel onderwerpen in januari op de agenda staan, dus wij rekenen op uw niet af te laten enthousiasme, ook in het nieuwe jaar om weer het goede te doen voor de inwoners van Eemnes. Goede dagen, goede gezondheid. Let een beetje op elkaar en uw naasten en dan gaat het ongetwijfeld ook deze donkere periode ook weer heel snel voorbij. Het is morgen al de kortste dag, dus daarna breekt het zonlicht weer aan. Dus we gaan weer naar een positieve wind doet. Laten we die erin houden en dat wens ik u een iets kortere avond dat ik van tevoren gedacht had, maar niet te geven van uw avond en tot in het nieuwe jaar. De heer …: Dank u wel. Mevrouw …: Van hetzelfde. De heer …: Dank u wel. Mevrouw …: Dank u wel, alle goeds.

De heer Hoorneman: Beste wensen allemaal. Mevrouw …: En een hartstikke fijn kerstpakket. De heer …: Fijne dagen. De heer …: Mooie feestdagen. De heer Hoorneman: Hoi hoi.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10990172/2