Transcript Gemeenteraad 03.07.2023
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BSM VAN EEMNES 3 juli 2023
1.
Opening De voorzitter: Welkom bij de commissie BSM van 3 juli. Ik heet de commissieleden, collegeleden welkom. Iedereen op de tribune. Speciaal raadslid uit Laren, griffier uit Laren voor de presentatie. Heel mooi. Iedereen die thuis of op een andere manier deze uitzending, of deze vergadering meeluistert.
2.
Vaststellen agenda De voorzitter: Ik kom bij het vaststellen van de agenda. Daarbij wilde ik zeggen dat we eerst straks het jaarverslag van de commissie voor de bezwaarschriften en daar de presentatie van krijgen. Daar waren de raadsleden van Laren en Blaricum ook voor uitgenodigd. We hebben gelukkig een raadslid op de tribune zitten. De bedoeling is dat we naar de presentatie luisteren dat we daarna de commissieleden zoals gebruikelijk een rondje krijgen met verduidelijkende vragen over de presentatie. Daarna mogen raadsleden uit Blaricum of Laren eventueel een verduidelijkende vraag over de presentatie stellen bij deze microfoon die daar staat. Daarna gaan we het inhoudelijk behandelen in de commissie. Daarna zal ik de vergadering even schorsen zodat u vrij bent om weer naar huis te gaan. Verder heb ik geen wijzigingen voor de agenda.
3.
Vaststellen besluitenlijst De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de besluitenlijst van 5 juni jongstleden. Ik heb daar niets over gehoord. Ik kijk rond, ik hoor nog steeds niet. Dan is hij bij deze vastgesteld.
4.
Spreekrecht burgers De voorzitter: Het spreekrecht van de burgers. Ik heb geen aanmeldingen daartoe gekregen.
5.
Te bespreken onderwerpen De voorzitter: Dan komen we bij de bespreekonderwerpen. 05.01 Jaarverslag 2022 van de commissie voor de bezwaarschriften + Presentatie De voorzitter: Dan als allereerste gaan we een presentatie krijgen van de heer Van der Velde over het jaarverslag van 2022 van de commissie voor de bezwaarschriften. Mag ik u uitnodigen plaats te nemen, samen met mevrouw Kist als ik het goed heb. Oké gaat uw gang. De heer Van der Velde: Dank u wel mevrouw de voorzitter. Fijn dat we hier even mogen aanschuiven hier bij de commissie. Ik ben hier niet alleen, ook mevrouw Kist. Wij hebben vandaag op de agenda staan het jaarverslag, het klachten jaarverslag én het jaarverslag van de commissie voor bezwaarschriften. Dat zijn twee aparte onderdelen. Die heeft u ook allebei op de agenda staan. Mevrouw Kist zal even het onderdeel voor haar rekening nemen voor betreft het klachtenjaarverslag en daarna neem ik het stokje over voor het jaarverslag van de commissie voor de bezwaarschriften. Dat betekent ook als u het goed vindt mevrouw de voorzitter, dat er onderweg in de presentatie het is net hoe u het wil, dat we een knip hebben gemaakt. Dat
misschien mensen even voor de klachten jaarverslag misschien even een moment voor willen hebben om vragen te stellen. Maar dat is even aan u. De voorzitter: Oké ik heb niet begrepen dat deze twee agendapunten in één waren, maar prima dan doen we dat gewoon. De heer Van der Velde: En dat we onderweg ook de knip maken voor de vragen te beantwoorden is dat wat u … De voorzitter: Als u dat prettig vindt dan doen we dat. Geeft u het maar aan. De heer Van der Velde: Gaan we dat doen. Mevrouw Kist: Ik ben al even geïntroduceerd, ik ben Silke Kist. Ik ben Senior bij Juridische Zaken. De voorzitter: Graag dicht bij de microfoon anders is het thuis ook niet te volgen. Mevrouw Kist: Dat is natuurlijk heel belangrijk. Ik ben Silke Kist, ik ben Senior bij Juridische Zaken en ook Klachtencoördinator, samen met een aantal andere collega's. Daar kom ik zo nog even op terug. Jullie hebben allemaal het jaarverslag van ons ontvangen met daarbij een raadsinformatiebrief. In deze presentatie neem ik jullie nog even kort mee in dat jaarverslag over 2022. We zijn al wat verder in 2023, maar deze is dus van 2022. De heer Van der Velde: Ik denk dat je gewoon kunt klikken met je muis dat dat het handigste is (buiten de microfoon). Mevrouw Kist: Er is er één verdwenen in mijn beeld. Maar goed wat ik al aangaf ik ben Klachtencoördinator maar ik doe dat niet alleen.
Ik heb drie hele fijne collega's ook bij Juridische Zaken werken en wij doen met zijn vieren zijn wij eigenlijk allemaal ook Klachtencoördinatoren. Dus ik denk dat het ook wel goed is om te weten dat er achter het woord ook gewoon mensen van vlees en bloed zitten die heel toegankelijk en capabel zijn om mensen te woord te staan en verder te helpen als ze een klacht hebben. Mijn eerste sheet is verdwenen maar ik wilde even aangeven waar we het dan over hebben heel kort. Wat is dan een klacht? Eigenlijk is een klacht alle uitingen van ontevredenheid in het contact met de gemeente. Mensen die zich niet netjes behandeld voelen qua dienstverlening, qua bejegening. Dus alle uitingen van ontevredenheid. Dat is heel breed, maar natuurlijk vallen er ook wat dingen niet onder. Als je bijvoorbeeld tegen een besluit bezwaar kan maken, valt dat niet onder de klachtenregeling. Een MOR-melding valt ook niet onder de klachtenregeling. Wél als daar niet tijdig op wordt gereageerd, of niet op wordt gereageerd dan kan het wel weer een klacht worden. Beleidsmatig het niet eens zijn met een vastgestelde verordening valt eigenlijk allemaal niet onder de klachtenregeling. Er gebeuren natuurlijk allerlei dingen in de gemeente. Een verkeerssituatie die verandert. Op een gegeven moment neemt de gemeente daartoe een besluit en kunnen daar inwoners bij betrokken zijn geweest.
Maar het besluit an sich om dat te gaan veranderen dat is niet klachtwaardig. Het zit echt in het gedrag, een gedraging, het zich niet netjes behandeld voelen in het contact met de gemeente of met de BELcombinatie. Als we dan overgaan naar het jaarverslag. Qua cijfers kijken we altijd naar hoe verhoudt zich dat tot het aantal klantencontacten die er binnen de BEL-combinatie zijn? Als je dan kijkt naar het aantal telefoongesprekken is dat rond de 11.000, 10.000. Het aantal producten aan de balie iets verschillend maar ook enkele duizenden. Ook nog eens behoorlijk wat aantal meldingen openbare ruimte. Naast alle andere contacten die gewoon de teams zelf hebben met inwoners die daar nog eens bij komen die tellen we niet, maar die komen daar nog eens bij. Als we dan kijken, ik kom daar straks nog op, naar het aantal klachten die wij hebben ontvangen de afgelopen jaren. Specifiek verleden jaar zijn dat er best weinig. Zijn er vijftien afgelopen jaar. Het aantal klachten gelet op het aantal klantcontacten is echt wel laag. Maar goed, soms is het
beeld op straat ook wel anders. Ik kan me voorstellen dat jullie dat op straat, misschien ook wel anders horen dat er af en toe veel geklaagd wordt en dat kan. Een deel komt misschien bij een medewerker binnen als klacht en wordt gelijk opgelost, wordt niet bij ons als Klachtencoördinator geregistreerd. Een klein deel wordt wellicht ook niet herkend daar zijn we ook wel mee bezig. Dan wat ik al zijn MOR-meldingen dat zijn ook geen klachten. We hebben ook samenwerkingsverbanden, daar komen ook klachten binnen, zoals bij Sociale Zaken. Nieuw zijn de belastingsamenwerking die behandelen wij niet die klachten. Dus die zitten ook niet in het jaarverslag. Maar goed ook als iemand iets niet leuk vindt wat er gebeurt binnen de gemeente is dat niet altijd, voor hun wel een klacht, maar het valt niet onder de klachtenregeling zeg maar. Dus niet alles is feitelijk ook een klacht. De cijfers, als je dan kijkt naar de afgelopen jaren en nu. Is het eigenlijk afgelopen jaren stabiel rond de dertig geweest en verleden jaar echt wel behoorlijk gedaald. Voor de BEL-combinatie komen verreweg de meeste klachten binnen en dat komt we zijn een bedrijfsvoeringsorganisatie en de klachten hebben voornamelijk betrekking op dienstverlening en de dienstverlening zit binnen de BEL. Dus dan registreerden wij het op de BEL-organisatie.
Voor Eemnes zijn er nul klachten binnengekomen, voor de twee andere gemeenten beide één. Als je dan kijkt naar waar die klachten vandaan komen qua inwoners dan loopt dat niet helemaal gelijk op, maar redelijk verdeeld. Eemnes is wat minder, anders zijn dan inwoners buiten de BEL-gemeente. Bij welke afdelingen en wat Is het onderwerpen van de klachten als je daarnaar kijkt, hij is een beetje klein, maar valt op verleden jaar dat er bijvoorbeeld bij publiek geen klachten zijn binnengekomen. Dat is op zich heel mooi want dat is wel een team waar natuurlijk heel veel contacten zijn bij de balie bijvoorbeeld. De meeste klachten bij Ruimtelijke Ontwikkeling en Openbare Ruimte. Het gaat het meest over wat wij dan noemen dienstverlening. Dus het niet reageren op e-mails, op brieven, het niet tijdig reageren, het niet op tijd terugbellen, helemaal niet terugbellen. Dat valt bij ons allemaal onder dienstverlening. Bejegening is dan de manier waarop iemand te woord is gestaan meer. Dus dat zit meer in de zachte kant. We zien dus dat het voornamelijk ook op dienstverlening zit. Deze is wel heel klein, maar er kunnen ook klachten worden ingediend bij de Nationale Ombudsman als ze niet tevreden zijn op de manier waarop het bij ons intern is behandeld, staat de weg vrij om bij de Nationale Ombudsman de klacht voor te leggen. Dat is afgelopen jaren heel weinig gebeurd.
Het zit vaak bij de Nationale Ombudsman ook in dat mensen daarnaartoe bellen, of omdat ze niet precies weten wat ze moeten doen, waar ze met een klacht terecht moeten. Dan van de Nationale Ombudsman hebben gehoord en daarnaartoe bellen en dat de Nationale Ombudsman ze dan verwijst naar de gemeente of naar de BEL-combinatie. Omdat dat qua procedure je daar als eerste terecht moet. Dus het zit voornamelijk in het doorverwijzen. Eigenlijk hebben we geen onderzoek van de Nationale Ombudsman gehad, voor alle drie de gemeenten eigenlijk niet. Wat zijn dan de conclusies? Een behoorlijke daling ten opzichte van de jaren voor 2022, 2021 en daarvoor. De helft maar nog wel relatief veel klachten over dienstverlening, over het niet snel reageren, niet reageren of niet terugbellen. Daar hebben we wel ten opzichte van 2021 echt wel vooruitgang geboekt. Er is heel veel gedaan aan servicenormen en dat zie je ook terug in de cijfers. Hiermee gaan we ook door. Zelfs ook klachten opgenomen in de klachtenregeling, daar kom ik zo nog op terug. Wat we ook verder zien is dat we eigenlijk bijna alle klachten op een informele manier oplossen. Dus dat we eigenlijk nooit de formele procedure doorlopen met een echt rapport van bevindingen en een oordeel. Dat in sommige gevallen wel de behandeltermijnen wat korter kunnen.
Ik gaf het aan het begin wel even aan, we maken als alle drie de gemeenten en als BEL-combinatie ook gebruik van samenwerkingspartners. Ik noem even Sociale Zaken. Mensen die daar een klacht over hebben, kunnen bij Sociale Zaken in Huizen terecht. In dit jaarverslag is daar wel iets over opgenomen over het aantal klachten wat daar loopt. Dat is ook vrij weinig. Belastingsamenwerking gaan we volgend jaar monitoren. Dat is natuurlijk vanaf begin dit jaar gestart, dus afgelopen jaar in 2022 kwamen die klachten nog bij ons binnen. Het Jeugd- en Gezinsteam heeft een eigen klachtenregeling ook. Als mensen een klacht hebben over een aanbieding van zorg en hulp, gaat dat ook via een andere weg. Daar hebben we ook uitgebreide informatie over op de website. Maar we proberen in de jaarverslagen steeds meer ook daar een beeld van te geven. De aanbevelingen, blijvend aandacht houden voor de servicenormen en dat ook monitoren en het belang daarvan benadrukken. Zeker ook als het gaat om klachten is het snelle persoonlijk contact echt heel belangrijk omdat je daarmee iemand gehoord laat voelen en die vertrouwen geeft in de overheid. We hebben dat ook, kom ik straks nog even op terug, in de klachtenregelingen verwerkt dat een klachtbehandelaar binnen vijf werkdagen
na binnenkomst van de klacht contact opgenomen moet hebben met een klager. Doorgaan met het publiceren van artikelen in de huis-aan-huis kranten. Recentelijk heeft daar ook weer een artikel ingestaan, dus daar gaan we mee door dus om blijvend bekendheid daarover te geven. We hebben de websites ook aangepast weer, dus daar blijven we mee doorgaan. Een beetje, dat heeft ook met het eerste puntje te maken, blijvend aandacht besteden aan het eerste contact naar indiening van een klacht. Want daardoor voelt een klager zich gehoord en serieus genomen en ben je eigenlijk al een heel stuk verder. Recentelijk hebben we de klachtenprocedure ook vernieuwd. U heeft in april of mei, ik denk april de klachtenregelingen geactualiseerd. Die waren vrij oud dus we hebben ze procedureel vernieuwd en ook geprobeerd wat simpeler op te schrijven. In de klachtenregeling komt ook erg naar voren dat we heel erg ons richten op de informele behandeling en op de snelheid en op de oplossingsgerichtheid. Natuurlijk is het altijd als dat nodig is gaan we de formele weg in en komt er een oordeel. We proberen ook altijd ruimte te hebben voor maatwerkoplossingen. De klachtbehandelaar heeft in zo’n klachtenregeling en bij een klachtenprocedure een grote rol, dat zijn binnen de BEL-combinatie vaak de teamleiders.
Die zijn aan zet om dat eerste persoonlijk contact te leggen met een klager binnen die vijf werkdagen. In het bieden van perspectief staat hij dan ook centraal. Wat nog meer nieuw is, is dat we de servicenormen erin hebben geïntegreerd. Dus die vijfdagentermijn dat vloeit voort uit de servicenormen. Binnen vijf dagen wordt er contact opgenomen met een klager en daar gaan we ook op monitoren. Dan gaan we ook in het jaarverslag van volgend jaar u informatie over geven hoe dat is verlopen. Maar tussentijds gaan we daar ook op monitoren ook in het MT neerleggen periodiek. Verder aandacht voor klachtherkenning en bij elke klacht wat zijn de leerpunten? Daar gaan we ook in het jaarverslag meer over toelichten. Wat ook nieuw is dat we bij elke klacht een ontvangstbevestiging sturen waarin informatie staat over de klachtenprocedure en door wie ze worden gebeld binnen die vijf werkdagen en wat ze kunnen doen als toch niet naar tevredenheid is opgelost. Verder blijven we de drempels verlagen om een klacht in te dienen. Gaan we ook volgend jaar, of dit jaar eigenlijk kritisch kijken naar onze rol als Klachtencoördinatoren. Maar wat daarbij ook speelt, is dat we ook proberen inwoners met aanhoudend klaaggedrag ook dat we onze grenzen duidelijk blijven aangeven. Ik heb nog het idee dat er nog iets mist, maar volgens mij was dit mijn verhaal. De voorzitter: Dank u wel.
Ik denk dat u er net nog niet was. We gaan eerst even in de commissie de inhoudelijke vragen over de presentatie en daarna krijgt u als raadslid uit Barchem Laren de gelegenheid. Ja? Ik kijk even de commissie rond, de heer Schade. De heer Schade: Dank u wel voorzitter en dank u wel voor deze presentatie. Er zijn een paar punten die wat mij betreft opheldering behoeven. De eerste is de aantallen die u noemt. Ik praat alleen voor Eemnes ik bied bij deze mijn excuses aan het raadslid uit de andere gemeenten, maar ik beperk me even tot Eemnes. Dan hoor ik u zeggen dat er 10.000 contacten zijn geweest en dat er nul klachten daarover zijn. Ik raad het college aan om eens na te denken of dit niet een verdienmodel voor onze gemeente gaat worden voor callcentra. Want als je met 10.000 klantcontacten nul klachten binnenkrijgt, dan doe je het niet excellent, dan ben je een wereldprestatie aan het leveren. Dat is de eerste vraag die ik heb. Hoe verklaart u dit verschil tussen deze twee cijfers? Het tweede is, u pleit ervoor om de servicenormen te gaan vastleggen. In de raad van Eemnes is het onderwerp servicenormen nu een jaartje of X, daarbij laat ik in het midden of X drie of acht is aan de orde. Ik verbaas me erover dat de servicenormen nog steeds niet zijn vastgesteld. Wat is daar zo moeilijk aan? Dat is mijn tweede vraag aan u en dat was het voorzitter dank u wel.
De voorzitter: Ik stel voor dat u deze vraag even beantwoordt, want anders moet u alles opschrijven. Dat lijkt mij wat lastig. Graag dicht bij de microfoon. Mevrouw Kist: Wat betreft de servicenorm is voor wat betreft de klacht dat opgenomen nu in de nieuwe klachtenregelingen buiten het feit dat we ons ook moeten houden aan de wettelijke termijnen bij de klachtenprocedure die in de Algemene wet bestuursrecht staan. Hebben wij dus de servicenorm opgenomen van die vijf werkdagen waarin het eerste contact met een klager moet plaatsvinden. Dus wat dat betreft is het
vastgesteld. De eerste vraag gaat over het aantal klantencontacten ten opzichte van het aantal klachten. Ik denk dat het ook een hele mooie prestatie is ten eerste. Wij blijven aandacht geven via krantenartikelen, via websites aan de mogelijkheid voor het indienen van klachten. Dus dat is blijvend en dat doen wij nu twee, drie jaar echt wel wat actiever. Misschien komen daar volgend jaar weer wat meer klachten uit, geen idee, dit jaar zijn het in ieder geval minder geworden. Het kan zijn dat sommige klachten niet wordt herkend of dat ze heel snel bij een medewerker komen en worden opgelost. Dus dat die niet zeg maar geregistreerd worden door ons. Maar het kan ook gewoon zijn dat we het inderdaad gewoon heel goed doen. De voorzitter: Een vervolgvraag de heer Schade. De heer Schade: Dank u wel voor dit antwoord. Voor wat betreft uw tweede antwoord over het aantal klachten dat sommigen misschien geen klacht indienen, maar laat ik het positief houden dat jullie het heel goed doen. Over die servicenormen. Als u nu zegt dat ligt vast in de wet, dan hoeft u er ook niet heel lang over na te denken. Dus kan de slide waarin staat wij moeten servicenormen opstellen die is beantwoord. Dus of u gaat zeggen wij gaan aan een plan werken om aan de servicenorm te voldoen, maar de servicenormen blijken er dus te zijn. Dat beantwoordt beide vragen voldoende dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Ga ik naar de Partij van de Arbeid. Niet? D66 de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel voorzitter en bedankt voor de presentatie. Hele mooie cijfers als we dat zo zien en horen. Dus worden soms wat vraagtekens bij gesteld, maar dat zal. Wat ik mij afvroeg, u stelde in het begin nog drie collega's van u voor jullie zijn alle vier Klachtencoördinator, Klachtenbehandelaar. Hebben jullie het niet zo druk met vijftien klachten per jaar? Wat doen jullie nog meer? Mevrouw Kist: Dat is een hele goede vraag, dat had ik ook al een beetje verwacht. Wij zijn allemaal ook Juridisch Adviseur binnen de BEL-combinatie, dus het is iets waarvoor we ook zijn aangewezen. Maar wij doen nog allerlei andere dingen bij Juridische Zaken, dus we hebben gelukkig genoeg te doen. Maar het is wel goed dat we met zijn vieren zijn dan is er altijd iemand. De voorzitter: Het CDA nog een vraag de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank u wel voorzitter. We hoorden dat het inderdaad een bijbaantje is in ieder geval. Maar bedankt in ieder geval voor de presentatie. Ik had wel een beetje gevoel het wordt heel erg juridisch ingestoken. Het zijn vier juridische beleidsmedewerkers die dit onderdeel doen. U geeft ook aan de meeste klachten worden informeel opgelost eigenlijk via mediation los je het op.
Dus waarom moet het juist zo juridisch worden ingestoken? Zelf als ik dan een klacht heb, ik ga naar de gemeente toe, krijg gelijk een jurist tegenover je. Lekker denk je dan. De gemeente is z’n eigen aan het indekken, dat gevoel bekruipt je dan een beetje als je dan zoiets hoort. Maar misschien is daarvoor gekozen. Maar eigenlijk kies je voor de zachte kant en dat is toch iets anders dan juridisch denk ik. Mevrouw Kist: Wij lossen dus blijkbaar alles ook informeel op. Dus die zachte kans zit dan bij ons wel goed. Kijk het is natuurlijk een juridische procedure, vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Je ontkomt er niet aan dat er bijvoorbeeld in de klachtenregeling het een vrij juridisch verhaal wordt. Maar gaan mensen daadwerkelijk een klacht indienen, dan worden ze misschien wel in eerste instantie die juridisch adviseurs krijgen ze aan de telefoon. Maar wij zijn allemaal gewend en ook op getraind, om juist ook minder juridisch daarin te zijn. Een grote rol ligt ook bij de klachtbehandelaar en dat zijn anderen dan bij Juridische Zaken. Wij zijn Klachtencoördinatoren. Wij hebben ook juist in de informele kant hebben wij iets minder grote rol omdat dat bij de klachtbehandelaren ligt. Dat zijn vaak de teamleiders, verantwoordelijk voor een team die dus die eerste contacten met een klager hebben.
Komen ze er niet uit en staan mensen er toch op om een formele procedure te volgen, dan hebben wij een wel wat grotere rol. Juist ook die formele procedure is wel wat meer
juridisch. Maar als ik zo vrij mag zijn, ik denk dat ik ook voor mijn collega's kan zeggen we zijn allemaal juristen, maar we zijn ook niet zo juridisch als u denkt, laat ik het daarop houden. De heer Van der Velde: Misschien mevrouw de voorzitter dat ik iets mag toevoegen. De Klachtcoördinatoren die hebben de rol om te zorgen dat de procedures netjes worden doorlopen. Het zijn de Klachtencoördinatoren die mij als klachtbehandelaar, als teamleider op de sodemieter geeft als ik niet tijdig de klachten beantwoord, dan wel bij mensen die klachten laten beantwoorden. Wat we dan doen is, het is aan mij om te zorgen dat ik binnen vijf dagen zonder te veel juridisch geneuzel dat ik iemand bel. Vaak wat ik dan noem als het echt een klacht is die wat breder speelt, is dat ik juist ook een gesprek arrangeer met de klager en mijn medewerken om dus gewoon te leren wat gebeurt er nu? Wat is nu de aanleiding en wat had nu anders gekund om dat te doen? Dus de Klachtcoördinator zorgt ervoor dat we het niet vergeten en dat we procedure netjes volgen. Het is aan mij, ik krijg op m’n sodemieter als ik niet snel genoeg op een goede manier het gesprek aanga met de inwoner. Zo moet u het eigenlijk zien. De voorzitter: Dank u wel. De heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Ik snap dat wanneer het gaat om een formele procedure. Eigenlijk is het ook formeel ingestoken, alleen je begint juist informeel.
Mij persoonlijk zou zijn ook wel in je toekomstige rol, want u gaf het ook al aan dat daar weer over gesproken gaat worden, dat je juist kijkt naar het informele. Het zijn toch net wat ander soort mensen vaak. Wij gaan ook niet gelijk als wij iets willen van onze bevolking sturen we niet gelijk een jurist erop af, volgens de wet moet u hieraan voldoen, dus wij gaan het zo doen. Zo werkt het nu eenmaal niet, ook hier in Eemnes niet in ieder geval. Dus vandaar een wat andere insteek zou misschien beter zijn. Maar goed gezien de klachten valt allemaal mee natuurlijk. Aan de andere kant denk ik ook moeten we klachten gaan werven? Dat gaat me ook net iets te ver. Je wil de drempel laag houden, maar goed het lijkt erop dat er weinig klachten zijn dus wat dat betreft heel positief. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. DorpsBelang de heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Dank u wel voor uw presentatie. Ik moet zeggen ik kreeg in het begin een beetje het idee wat is nu eigenlijk een klacht? U pelde hem zo af, dit hoort er niet bij en dat hoort er niet bij en zus hoort er niet bij. Uiteindelijk blijven er dan weinig klachten over dat is op zich natuurlijk wel logisch. Dus even de vraag waarom zo afgepeld? En twee is, MOR wordt bij ons in Eemnes steeds populairder.
Dat is natuurlijk een vrij technische manier van contact en die wordt als dat goed verloopt is er ook geen reden om een klacht te hebben. Speelt dat ook eventueel een rol? Ziet u dat MOR steeds meer gebruikt wordt waardoor er minder persoonlijk contacten zijn. Heeft dat effect op deze cijfers? Dat zijn de twee vragen. Mevrouw Kist: De eerste over wat er nu onder een klacht valt, dat staat in de Algemene wet bestuursrecht. Dat is een definitie, dus een vrij juridische definitie. Maar het zit echt in de gedragingen kant. Dan zijn er een aantal dus in het contact met de gemeente. Iemand voelt zich niet netjes bejegend en daarin kan het wel weer heel erg verschillend zijn. Maar als iemand iets gewoon niet leuk vindt wat er in de gemeente plaatsvindt in de openbare ruimte, dat is niet gelijk een klacht. Er zijn ook een aantal uitzonderingen wat ik al aangaf die staan ook in de wet. Dat je ergens bezwaar tegen kan indienen. Beleidsmatig is het vaak niet klachtwaardig, is het meer inhoud. Kijk ben je het niet eens over de manier waarop iets is ingezet. Als er bijvoorbeeld een vorm van inwonersbetrokkenheid heeft plaatsgevonden bij een bepaald beleidsonderwerp en inwoners zijn het niet eens met de manier waarop dat heeft plaatsgevonden of voelen zich daarin niet gehoord, dan zou het dan wel weer een klacht kunnen zijn.
Het is niet echt heel erg zwart wit, er zit ook wel een stukje grijs gebied tussen. MOR-meldingen wat we de afgelopen jaren hebben gezien is dat qua MOR-meldingen dat dat prima verloopt. Dat kan via de website wordt dat ingediend en dat komt ergens terecht en daar wordt goed op geantwoord. Dat is de afgelopen jaar echt wel sterk verbeterd. De jaren daarvoor zagen we dat wel eens wat langer bleef
liggen en dat daar wel klachten over werden ingediend ik krijg niks te horen op mijn MOR-melding. Of niet een net antwoord. Dat hebben we de afgelopen jaren wel gezien, in 2022 is dat wel erg verbeterd. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even de zaal in. Of de raadsleden nog een vraag, dan mag u naar de microfoon komen. Knopje indrukken en even uw naam zeggen en de vraag. Mevrouw Hoogendijk: Natascha Hoogendijk Hart voor Blaricum. Ik wil het even hebben over de MORmeldingen. Geen klachten, dat zijn geen klachten. Kijk als ik voor een kapotte stoeptegel bel en dat meldt die je wordt wel gemaakt. Daar gaat het niet om. Maar ik hoor in mijn omgeving dat als er gebeld wordt over een huisje van de glasvezel, die glasvezel wordt aangelegd, dan maken ze van die kleine gebouwtjes zetten ze neer. Tegen huizen van de mensen onder het slaapkamerraam. Dan zeg ik MOR-melding. Dan melden ze een MOR, krijgen ze te horen niks aan te doen Overheid heb je niks over te zeggen, maar huisje wordt groen geverfd. Jaar geleden, huisje is nog steeds niet gewoon geverfd. Dus die mensen vragen weer. Ik geef nu voorbeelden uit de praktijk. Er is een vraag gesteld over de perkjes op de Huizerweg, die zijn kaal. Wordt aan de gemeente gevraagd wanneer gaan jullie een MOR? Wanneer gaan jullie daar wat aan doen? Wordt niets aan gedaan. Weet je dat zijn wel meldingen, maar zijn in wezen klachten.
En die zijn heel dicht bij de mensen en er wordt over geklaagd. Tegen mij onder andere. Mevrouw Kist: Een MOR-melding is ook een klacht, een klacht over iets wat niet goed is in de openbare ruimte. Dat is in eerste instantie geen klacht die wij binnen de klachtenregeling behandelen. Komt er geen antwoord op die MOR-melding, dan kan het wel een klacht worden. Zijn mensen vrij om ons te bellen, ons te mailen en aan te geven ik heb een MOR-melding ingediend. Ik heb er wel twee of drie keer op gereageerd, maar ik krijg niks te horen. Dus dat kunt u de mensen ook aangeven als u dat hoort op straat. Mevrouw Hoogendijk: Dat is het geval. Er wordt niet gereageerd of ze krijgen een flauwekulantwoord. Dan halen ze hun schouders op en denken ze barst. Van de zoveel duizend klachten die fantastisch zijn afgehandeld en waar de heer, u op inging, dan denk ik ook waar haalt u dat cijfer vandaan? Mevrouw Kist: Dat zijn de cijfers die wij als Klachtencoördinator als een klacht binnenkrijgen. Kijk als dat binnen een MOR-melding een klacht wordt gedaan, kan het zijn dat het niet als klacht wordt herkend dat kan. Mensen zijn ook vrij en wij proberen ook daar ruchtbaarheid aan te geven. Ik vraag u ook doet u dat ook? Als u dit hoort, stuur ze naar de website of ... Mevrouw Hoogendijk: Dat doe ik. Mevrouw Kist: Geef ze aan er zijn Klachtencoördinatoren binnen de BEL. Laat ze ons bellen.
Mevrouw Hoogendijk: Dat zeg ik. Mevrouw Kist: Misschien is het helemaal geen klacht, maar we kunnen ze in ieder geval ook verder helpen. Als het echt een klacht is, kunnen we dit ook bij de teamleider van Openbare Ruimte of van de buitendienst neerleggen. Zodat zij ook contact met ze opzoeken. Maar als het niet bij ons komt, dan staat het ook niet in het jaarverslag. Mevrouw Hoogendijk: Het komt bij u. Mevrouw Kist: Niet bij de Klachtencoördinatoren dan. De heer Van der Velde: Misschien dat ik daar even iets op mag aanvullen want ik kan me heel goed voorstellen wat u zegt, dat geldt ook wat u zelf aangeeft. Is het nu zo dat met 10.000 telefoontjes per gemeente, per jaar, dat iedereen super blij is met het antwoord wat hij dan aan de telefoon krijgt? Nee. En zit er ook af nog wel
wat ongenoegen bij? Ja. Maar als je het hebt over zijn er klachten in de zin van de klachtenregeling? Nee. Maar tegelijkertijd u geeft dat eigenlijk net ook aan, toch zitten daar toch wel dingetjes bij waar we ook wel onze dienstverlening zouden kunnen verbeteren. Met de MOR-melding zelfde laken en pak. Sommige zaken zijn dat we niet alles vandaag morgen kunnen aanpassen. Maar er zit ook wel een laagje ontevredenheid in. Dus het is ook aan ons wel om na te denken hoe kunnen we dat soort vorm van ontevredenheid ook een plek geven? Ik kan me voorstellen dat u denkt dank je de koekoek vijftien klachten, maar ik hoor in mijn omgeving meer. Ik kan me voorstellen dat er best wel wat dingen zijn die niet in die vijftien zitten. Dus vijftien klachten volgens de klachtenregeling dat klopt. Maar er zit af en toe ook nog wel wat ongenoegen hier en daar dat is ook waar. Mevrouw Hoogendijk: Dank u. Ik begrijp ook dat er een personeelstekort is. Maar ik heb liever dan dat er niets gezegd wordt dan een onzin antwoord, dat mensen een onzin antwoord krijgen. Dat komt ook voor. Daar wordt ook tijd ingestoken. De voorzitter: Misschien dat ik u toch even mag onderbreken. De bedoeling was een verduidelijkende vraag over de presentatie. Inhoudelijke vragen zoals u zegt, dat kunt u in uw eigen raad of via de griffier sturen. Mevrouw Hoogendijk: Zal ik doen. Maar ik vond dit een mooie gelegenheid.
De voorzitter: Prima. Daarom heb ik het ook door laten gaan, maar dat is de vervolgprocedure. Mevrouw Hoogendijk: Dank u wel. De voorzitter: Als u het knopje even uit wil doen, dank u wel. Had u nog een vraag? Nee? Duidelijk prima. 05.01.01 Jaarverslag Klachten coördinator De voorzitter: Dan hebben we de volgende presentatie. De heer Van der Velde: Goed, moet wel de bril erbij op. Het jaarverslag u heeft ook allen ook het jaarverslag ook mogen ontvangen. Wat ik graag wil is los van het hele papieren, wat er allemaal in staat, om u even mee te nemen naar de hoofdlijnen. Wat zien we daar nu? Wat valt ons nu op? Wat zijn ook dingen die we ook graag als BEL-combinatie graag ook de komende jaren verder willen verbeteren? De voorzitter: Misschien mag ik u heel even onderbreken, want ik ben vergeten te zeggen tegen de commissie dat de presentatie inmiddels bij de stukken staat. Dus dat alles zichtbaar is. Maar dan weten ze dat. De heer Van der Velde: Goed. Even in algemene zin, want we hebben net de discussie, of niet de discussie, maar even de uitleg gehad en wat is nu eigenlijk een klacht? Dan moet ik eigenlijk ook even mijn voorganger even ook even nadoen, wanneer hebben we nu te maken met bezwaren? Bezwaren daar hebben we mee te maken wanneer wij een besluit nemen en onze inwoners of bedrijven daar wat van vinden en daar een bezwaarschrift over indienen.
Dat is even het perspectief waar we het zo meteen over hebben. Echt een besluit waar mensen dus een bezwaar op indienen. Dat kan zijn een vergunning, dat kan zijn het toekennen van een subsidie, dat kan zijn een handhavingsbesluit. Tal van besluiten waar mensen waar volgens de Algemene wet bestuursrecht zegt een bezwaarprocedure voor open staat. Als we kijken voor de kleine gemeenten die we toch zijn, met mijn ervaring ook elders, is het aantal bezwaarschriften in deze drie gemeenten best fors te noemen. In vergelijking als je kijkt naar het aantal inwoners en het aantal vergunningen. Dat is en blijft redelijk hoog. Bezwaarschriften rondom de WOS is buiten dit beeld ook gehouden, omdat die ook elders worden verwerkt en worden afgehandeld. Dus die vindt u dan ook niet terug. Een algemene lijn waar ik heel gelukkig mee ben, is dat de kwaliteit van de besluiten goed is en daar kom ik zo
meteen nog op even op terug. Als je het hebt over die vergunningaanvraag met name in het omgevingsrecht waar heb je het dan over net als zojuist? Dan heb je het over zo'n 1450 vergunningaanvragen. Dat zijn niet de informatieaanvragen, maar echt de vergunningen waar we vanuit een omgevingsrecht een besluit op nemen en dat zijn ook wel de grote categorieën waar we ook de meeste bezwaren op binnenkrijgen. Belangrijk voor u ook is verbeterpunten, daar wordt ieder jaar hard aan gewerkt. We zijn er nog steeds niet en dat blijft een continue verbeterslag. Maar we maken dan mooi stappen maar we zijn er nog niet. Want wat gaat dan goed, dat zijn ook altijd, ik hoor u ook net zeggen de servicenormen. We zijn meer en meer bezig om in beeld te brengen wat doen we nu eigenlijk goed en wat zou eigenlijk beter kunnen? Dan komen elementen als servicenormen. Maar welke servicenormen moet je dan pakken? Wat zegt dan iets over wat je voor die inwoners betekent? Dat is niet supermakkelijk om daar echt goed antwoord op te geven. Dit is een beeld wat ik in elk geval even heb meegegeven. Want uiteindelijk daar doen we het voor. Wat vindt nu die inwoner eigenlijk van die dienstleiding van die overheid? In een kleur, ik ben blij dat alle drie de kleuren van de gemeenten vandaag aanwezig zijn. Ik heb dat beetje geprobeerd ook weer te geven bij waar staat je gemeente? Waarin we continu ook aan meedoen.
Dat ook de cijfers worden getoond over de waardering voor onze gemeenten. Als ik dan kijk in het perspectief van andere gemeenten en gemiddelden, dan doen we het echt niet slecht. Zijn we de beste jongetje van de klas, dat zijn we niet, maar we doen het niet slecht. Dat vind ik ook naar mijn mensen toe een groot compliment in de complexe wereld waarin we tegenwoordig leven. Perspectief een aantallen. Waar hebben we het dan eigenlijk over? U ziet de afgelopen jaren het is een beetje wisselend. Maar zo gemiddeld genomen de laatste twee jaar 150 bezwaarschriften komen binnen. Dat is voor het aantal vergunningen is dat best wel fors. Als je dat kijkt en is het gewoon best wel meer dan ik elders gewend was. Daarnaast ziet u ook een kolom die misschien nog wel veel belangrijker is. In hoeveel gevallen kunnen we zorgen dat op het moment dat zo’n bezwaarschrift binnenkom, dat is net wat mijn collega’s ook zei, proberen op de informele manier eigenlijk die bezwaarschriften van die bezwaarcommissietafel te houden. Want alles wat je met de inwoners zelf kunt regelen, kunt verhelpen daar is ons veel aan gelegen. We zien dan en daar kom ik straks nog even op terug, we hebben de afgelopen jaren daar een stijgende lijn in gezien. Maar ook wij hebben wel eens last van dat mensen ook bij ons vertrekken. We hadden net twee mensen die waren aangesteld en opgeleid als mediator.
Eentje is met zwangerschapsverlof, dat gunnen je haar van harte en een andere collega heeft toch elders een baan gevonden. Dan heb je toch even een gat ook in het aantal mediators die je kunt inzetten. Dan zie je meteen dat je minder capaciteit kunt inzetten op het mediation van bezwaren. Dat is wel een verbeterpunt waar we nu concreet volop mee bezig zijn. Maar dit even qua aantallen. Dit is een grafiekje van één van de drie gemeenten. U treft dat allemaal aan in het jaarverslag voor uw eigen gemeente. Grosso modo de blauwe en de rode taartpunt dat is eigenlijk het omgevingsrecht. De blauwe zijn de vergunningen en de rode zijn de handhavingsbesluiten die we doen. Dus in de basis zo’n driekwart hebben te maken met omgevingsrecht. Best wel een kentering wat we vorig jaar zagen en het jaar ervoor. U had geloof ik ook dat bij u ook gold is dat de regen rondom het Wmo wat waren aangepast. Daarmee hebben met name vorig jaar behoorlijk, niet vorig jaar het jaar daarvoor, hadden we behoorlijk wat bezwaren ten aanzien van besluiten voor het Wmo huishoudelijke hulp en dat soort zaken. Dat zien we zo meteen ook dat dat het afgelopen jaar weer heel erg is teruggevallen. Maar omgevingsrecht is gewoon de belangrijkste tak van sport waar de bezwaarschriften over gaan. Dan krijgt u dit soort van tabellen voor onze rekenkundige mensen.
Ik weet inmiddels dat er een aantal ook in deze zaal aanwezig zijn die zult u zeker aantreffen. Het gaat even om het beeld. Het beeld is dat we best wel veel bezwaarschriften binnenkrijgen, maar uiteindelijk gaat het er ons erom in hoeveel van die gevallen van die bezwaren is uiteindelijk het oordeel van de rechter of van een bezwaarcommissie dat het ook een gegrond bezwaar is? Dus dat die bezwaren terecht zijn. In Eemnes, dit is even een tabelletje van Eemnes, ziet u dat we in 2021 in drie gevallen dat er sprake was van een gegrond bezwaar. Dus dan kan zijn dat we op de rechtsgrond niet goed hebben toegepast, of dat we niet genoeg hebben gemotiveerd. In 2022 ziet u opeens dat we daar stijgen naar tien. Van die tien is van belang, staat ook in de tekst van het jaarverslag, dat betreft met name dat we negen bezwaarschriften op één en hetzelfde besluit hebben binnengekregen. Dus als je die verdisconteerd, dan heb je hetzelfde lage aantal als andere jaren. Op dit moment komen we ongeveer op zo'n zeven à acht procent van de besluiten die uiteindelijk waarvan de bezwaarcommissie vindt dat die gegrond zijn. Dus dat die terecht zijn
door de inwoner ingediend. Dat is niet goed genoeg, want als u het heeft over servicenomen, wij hebben ook een aantal doelen in het VTH-Uitvoeringsprogramma en het beleid. Wij willen toe dat maximaal vijf procent van onze besluiten die bij de rechtbank komen, bij de bezwaarcommissie komen, dat maximaal vijf procent gegrond wordt verklaard. Het is nu acht procent. Het is niet slecht, maar het kan beter en daar willen we ook hard naartoe. Maar ook dat geeft een beetje perspectief voor de bezwaren. Dit is een grappig plaatje die niet helemaal goed werkt blijkbaar. Dit is wel een belangrijk beeld ook. Waar zit het dan in als iets dan gegrond wordt verklaard? Wat we dan zien met name is dat het fijne is dat als je een slechte belangenafweging had gemaakt, dan moet je achter de oren krabben. Of als je de rechtsgrond niet juist hebt toegepast, dan moet je als overheid achter de oren krabben. Dat is gelukkig niet het geval. Wat wél gebeurt en daar moeten ook wat beter organiseren, is het motiveringsgebrek. Wat is dat dan? Je moet als overheid duidelijk motiveren waarom je kiest voor A of kiest voor B. Wat ik eerlijk is eerlijk voor mijn mensen nog wel eens zie, is dat mensen precies weten in hun hoofd waarom ze besluiten om A te doen, maar hun logica en hun volgorde en hun motivering misschien niet scherp genoeg vastleggen op papier.
Daarmee lijkt dat er dus geen motivering is geweest. Die is er wel, alleen mensen redeneren veel uit hun hoofd. Misschien net even iets dat dat wat scherper ook in een besluit zelf een plek mag krijgen. Wat we dan vaak zien is dat al in de zitting bij de bezwaarcommissie dat dit al vaak wordt verholpen. Of in het besluit of bezwaar dat dit wordt rechtgetrokken is niet het juiste woord, maar dat we daar de juiste aandacht aan geven. Dus daar hebben we gewoon een slag in te slaan. Dat zit hem dus met name in het omgevingsrecht. Ik ben blij dat alle drie de gemeenten aanwezig zijn. Als u kijkt dit geeft een beetje beeld, beetje kleurverschil tussen 21 en 22. Dan zie je met name in Blaricum dat er een forse toename is geweest. Causaal kan ik hem niet helemaal uitleggen. Het kan zijn dat er bepaalde projecten zijn geweest of vergunningen zijn geweest waar heel veel mensen op aan zijn geslagen. Dat zou kunnen voor een mooi project midden in een dorp waar heel veel mensen wat van vinden, zou kunnen. Maar dan zie je dat veel meer bezwaren zijn ingediend op het omgevingsrecht. Je ziet ook tegelijkertijd aan de Wmo-kant dat dat behoorlijk is afgenomen in Blaricum. Als we dan dat plaatje kijken voor Eemnes, dan zien we een vergelijkbare situatie.
Ook een forse toename van bezwaren op gebied van de omgevingsrecht, maar ook in deze dertig zitten ook de negen die gericht waren op één en hetzelfde besluit. Dus als je die eraf trekt kom je dan ongeveer op zo'n 20, 21 maar nog steeds een forse verhoging. Ook hier zie je bij u dat voor het Wmo dat het aantal bezwaren fors is afgenomen. Men heeft de eerste besluiten met de nieuwe regels rondom het Wmo hebben we het jaar 2021 gehad. Daar zijn de bezwaren binnengekomen. Nu is het allemaal heeft het zijn plek gekregen waarschijnlijk. Gemeente Laren wat we zien is, dat is wel opvallend, daar zien we voor het eerst sinds jaren een behoorlijke kentering in de afname van het aantal bezwaren. Dat was wel ook wel opvallend te noemen. Ook daar zie je een afname ook in de Wmo-bezwaren. Dat geeft even een beetje beeld. Maar wat kan dan beter? Want wat we doen en waarom ik ook graag hier bij u kom en ook met mijn collega's voor dit soort van presentatie. Is om ook het verhaal achter de stukken, om u daarin mee te nemen en ook te laten zien wat zijn we nu eigenlijk aan het doen. De commissie heeft een aantal aanbevelingen gedaan. Dat doen ze eigenlijk wel ieder jaar. Er zijn vijf, het zijn er iets meer, maar de vijf belangrijkste zitten in op om meer in te zetten op mediation. Daar zijn we ook groot voorstander van. Vorig jaar twee mensen met een zwaar programma opgeleid, zoals ik net zei.
Eentje is nu thuis met zwangerschap ik gun het haar van harte en één medewerker is erekruis door een andere gemeente en wordt gewoon weggekocht. Dat is gewoon de daagse gang van zaken waar we ook mee te dealen hebben. De volgende medewerkers staan alweer klaar om opgeleid te worden, maar dat duurt dus even voordat we dat weer op orde hebben. Aanlevering verweerschriften dat betekent als iemand bezwaar indient, dan heb je als overheid ook de plicht om ook daarop te reageren voordat het bij de commissie zelf ligt. Wat vindt u van het bezwaar van die inwoner? Dat was in het verleden niet goed georganiseerd laat ik daar eerlijk over zijn. Tegenwoordig hebben we dat goed op orde, maar het mag nog eerder. Als je iemand met een verweerschrift dat een week of twee dagen van tevoren toestuurt, dan heb je niet echt vaak meer de tijd om dat nog goed tot je te nemen. Dus dat hebben we beter te organiseren. Dus daarom dat we ook meer capaciteit hebben georganiseerd bij de medewerkers juristen bezwaar en beroep om dat ook verder te verbeteren. Punt drie verbetering motivering besluiten. Ik had het er net over. De commissie die zegt nog wel eens het besluit zou in stand kunnen blijven, maar het is wel een beetje dunnetjes qua motivering. Dus daar hebben we ook een aantal dingen te verbeteren. Wat we ook doen is dat alle besluiten op het gebied van
omgevingsrecht gaan altijd via het vierogenprincipe nu de deur uit. Dat betekent dat collega's van elkaar de besluiten zien en ook systemisch ook aantoonbaar dat ze dat ook hebben gezien. Dat ze ook daarmee ook gewoon zelf elkaar triggeren en helpen en ondersteunen om betere besluiten te krijgen. Dus daarom dat we dit ook concreet systemisch ook zo hebben ingericht. Ander punt gebruik duidelijke taal voor inwoners. Ook ik zie wel eens brieven onder ogen dat ik denk, ook een beetje wat u net zelf ook zegt, kan ik daar zelf nog een beetje chocola van maken van zo'n brief? Want sommige brieven die we schrijven zijn echt best wel een beetje juridisch. We maken een behoorlijke slag om dat ook gewoon beter vertaald te krijgen dat Jan en alleman het ook snappen. Want ik zie ook wel eens een brief dat ik denk, als ik het al niet snap dan geef ik hem dus ook terug, dan ga ik er ook vanuit dat een inwoner het ook niet begrijpt. Dus een inwoner moet gewoon de brieven eenvoudig kunnen begrijpen. Dat terwijl sommige stukken best wel juridisch ingewikkeld zijn, dus dat is altijd wel waar je een beetje op moet balanceren. We zijn er volop mee bezig alle medewerkers worden continu daarover getraind. We hebben ook onze commissie ook diezelfde training aangeboden ook voor de commissie. Die vonden dat ook dat ze zichzelf daar ook nog wel iets in konden scholen.
Tot slot terugbrengen van de doorlooptijd van het bezwaarproces. Dat duurde veel te lang. Als ik kijk naar de doorlooptijd, u heeft dat waarschijnlijk ook wel gezien, sommige dossiers zijn best ingewikkeld en dan heb je gewoon de procedures gewoon te verdagen. De wet biedt ook mogelijkheden dat als iets ingewikkeld is, dat je dat ook kunt verdagen, maar dat doen we dan weer niet altijd. Dan vergeten we dat weer en dan loop je er weer tegenaan dat formeel gezien de procedure veel te lang duurt en sommige hebben ook gewoon veel te lang gelegen. Dus daar hebben we ook al moeten acteren vorig jaar dat hebben ook gedaan. Wat we nu zien als ik nu kijk naar de cijfers van 2023, dan is die doorlooptijd fors verbeterd. Maar goed, daar heeft u nu niks aan. Dus de cijfers qua doorlooptijd zijn over 2022 niet goed genoeg en dat weten we zelf ook en daar zijn we volop mee bezig. Dat tot zover mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan begin ik nu aan de rechterkant voor eventueel verduidelijkende vragen. De heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Wat me nog triggerde in uw presentatie was, in ieder geval bedankt ook voor uw presentatie maar dat snapt u, dat stukje motivering. Eigenlijk zegt u de uitleg waarom voor een bepaald iets is gekozen, waaraan die burger dan een mogelijk probleem mee heeft of niet.
U spitst heel erg toe op de ambtenaar, maar feitelijk hoort het ook eigenlijk hier denk ik in de zaal thuis. Uiteindelijk wij maken hier het beleid en een ambtenaar hoort uit te voeren zo werkt dat en de burger die heeft daarmee te maken. Uiteindelijk is natuurlijk de motivatie, de uitleg waarom je voor iets kiest is wel breder dan alleen de ambtenaren denk ik ook binnen het geheel. Het is altijd gevaarlijk om dat alleen bij een ambtenaar neer te leggen voor mijn gevoel als je het zo benoemd. De heer Van der Velde: Dank u wel mevrouw de voorzitter, dank u wel. Ik zie dit als een soort van compliment aan mijn mensen en die neem ik ook graag aan. Maar u heeft gelijk in die zin dat soms zouden heldere nadere beleidsregels bijvoorbeeld door u vastgesteld, ons nog verder kunnen helpen in het motiveren van bepaalde besluiten. Zoals we dat bijvoorbeeld in de gemeente Laren hebben gezien met het opstellen van beleidsregel rondom kapvergunningen. Dat zien we dat best wel een beetje drukte in het begin, maar dat dat ook leidt tot duidelijke motivering, makkelijker motivering van waarom we een kapvergunning wel of niet verlenen. Dat heeft enorm geholpen. Blaricum wil daar ook zo meteen dankzij jullie inzet, daar ook graag gebruik van gaan maken. Dus dat helpt ook. Als ik het heb over de ambtenaar, dan heb ik het primair over mezelf en ik ben verantwoordelijk voor mijn afdeling.
Maar ik voel me wel verantwoordelijk dat ik ook heb te organiseren dat onze besluiten dat die goed gemotiveerd zijn. Dus als ik het heb over de ambtenaren dan heb ik het eigenlijk ook primair over mezelf. De heer Seldenrijk: Dank u wel voor het antwoord. Feitelijk geldt ook bij die aanbeveling die u aan het eind geeft, uiteindelijk is het ook een oproep om met een duidelijk beleid te komen richting inwoners. Dat is eigenlijk ook wat ik eigenlijk ook een beetje mis binnen de aanbevelingen in die punten. Dank u wel.
De voorzitter: DorpsBelang niet? Ik begon aan de rechterkant maar jullie reageerden niet. De heer Raben. De heer Raben: Dank voor de presentatie. Blijven bij mij toch wel twee dingen hangen. Omgevingsrecht is een aantal keren benoemd. U noemde ook één moment er zijn meerdere bezwaren over één zaak binnengekomen. Maar blijft niettemin dat er een behoorlijke toename is op omgevingsrecht. Misschien kunt u dat wat verduidelijken waar naar uw idee die stijging zit want die is ten opzichte van de anderen wel hoog. In zo'n aanbeveling wordt wel heel makkelijk meegenomen de afhandelingstermijn verlagen. Maar wat is uw beeld daarbij om dat ook voor elkaar te krijgen? De voorzitter: Dank u wel. Gaat uw gang. De heer Van der Velde: Dank u wel mevrouw de voorzitter. Omgevingsrecht is dat veel in de aantallen vergunningen is het nog steeds niet dat ik denk dat het heel erg veel is. Zijn dat wat zorgelijk is? Nee. Het gebeurde wel eens dat je een kapvergunning op plek A hebt, daar vindt iedereen alles best. En het gebeurt op plek B en dan heb je een ander type saamhorigheid misschien in zo'n buurt en dan heb je opeens de wereld aan bezwaren en bewonerscollectief en het feestje is helemaal van start. Dus dat gebeurt wel eens. Dus wat ik ook wel zie, is dat we ook nog wel een fors aantal vergunningen ook hebben gehad ook in Eemnes.
Dus vaak wat je ziet is meer vergunningen, over het algemeen zie je ook wel dat dat ook een causaal verband met meer bezwaren. Maar op dit moment heb ik nog niet het beeld dat me dat zorgen baart. Ieder bezwaar kun je zeggen dat is er eentje te veel, maar ik vind het ook een onderdeel van onze democratie dat als je er wat van vindt, dat je daar ook bezwaar tegen kunt aantekenen. Voor bestuursrechtelijke besluiten is dat ook vrij gemakkelijk, is het laagdrempelig. Het is ook zo goed als gratis, zo goed als gratis, dus dat vind ik een belangrijk punt. Dus maak ik me daarover zorgen? Nee. Daarna geeft u aan en hoe denkt u dat aan te passen die korte doorlooptijd. Dat probeerde ik net aan te geven. Ik noemde net even de aanbeveling en daarachter gekoppeld had ik meteen wat doen we nu precies, misschien had ik dat even nader moeten zeggen. Wij hebben dus de capaciteit dus ook verhoogd op het onderdeel voor de juristen bezwaren in beroep. Om te zorgen dat we voldoende handjes en voetjes hebben om ook tijdig ook die besluiten op bezwaren ook tijdig en snel genoeg te kunnen nemen. Dus daarmee doen we dat mijnheer. De voorzitter: De heer Raben. De heer Raben: Geen aanvullende vraag. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar D66 de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel voorzitter en dank ook voor deze presentatie. Aantal vragen zijn al gesteld.
Ik vroeg me ook af hoe dat zat met die negen bezwaren kennelijk op één besluit. Dat heeft u eventjes aangetipt. Ik ben het niet helemaal eens met de heer Seldenrijk die zegt wij moeten beleidsregels vaststellen. Dat is natuurlijk wel zo, maar die worden wel vanuit de ambtelijke organisatie aangereikt. Dus ik ga ervanuit dat jullie ook beleidsregels aanreiken die voor jullie ook handig zijn om te hanteren. Dan ook dat motiveringsbeginsel dat is wel heel erg belangrijk. Dat wordt ook steeds belangrijker ook in de rechtspraak volgens mij. U heeft er kennelijk goed zicht op wat er allemaal verbeterd moet worden en u gaat daarmee aan de slag. Dus dat betekent eigenlijk dat we volgend jaar, want u zet hem zelf een beetje voor, dat u niet met dezelfde antwoorden kunt komen. Heeft u er vertrouwen in dat dat gaat lukken? De voorzitter: De heer Van der Velde. De heer Van der Velde: Dank u wel mevrouw de voorzitter. Is dit een ambtelijk aanbod of een bestuurlijk, ik hou hem even ambtelijk. De ene vraag voor de andere. Veel bezwaarlijk, u stelde daar geen impliciete vragen over. Het betrof toevallig een kapvergunning en bomen zijn in bepaalde delen van dit land best wel belangrijk
en heilig. Dat raakt aan het gevoel van mensen, dus in dat geval ging het om een kapvergunning. Die hebben we niet zoveel in Eemnes, want jullie hebben een bepaald beleid dat je een waardevolle bomenlijst, staat hij daar niet op dan mag je kappen. Even kort door de bocht dan mag je kappen en staat hij er wél op dan is ook een restrictief beleid. Dus dat is 1. Nu snijd mezelf natuurlijk zelf in de vingers en ik vind het ook fijn dat u dacht maar dat is ook terecht dat zegt de commissie. Mijn portefeuillehouder zegt ook tegen mij is allemaal leuk en aardig maar volgend jaar als het niet goed is, dan moet je ook zorgen dat het beter is. Dan kan ik me proberen te verschuilen achter we hebben meer bezwaarschriften gekregen of de IT werkt niet mee, of hebben weer corona. Maar in de basis natuurlijk wij werken er wel ... volgend jaar zullen de cijfers beter moet zijn, want het was in 2022 niet goed genoeg. We hadden een hele mooie opgaande lijn tot en met 2021. Er is gewoon een beetje en ik ken de oorzaken, daar hebben op geacteerd was het niet goed genoeg in 2022 dus het zal ook absoluut ook beter moeten zijn. Maar ik wat ik wel probeer in alles wat we doen, is dat we transparant zijn in wat we doen. Ook wat niet goed genoeg is en waar we in willen verbeteren. Dat ga ik dus ook volgend jaar brengen.
Maar het zal wel een stuk beter moeten dan in aflopen jaar dus dat neem ik graag voor mijn rekening. De voorzitter: Dank u wel. Partij van de Arbeid de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ik werd ook getriggerd door grote toename van het aantal bezwaren op het gebied van het omgevingsrecht maar u heeft al iets over gezegd. Maar dan is de vraag eigenlijk een wijziging van het bestemmingsplan, daar kan je bezwaar tegen maken. Zitten die hier ook in nieuwe bestemmingsplannen? De voorzitter: De heer Van der Velde. De heer Van der Velde: Ik word even geholpen. Mevrouw Kist: Wel heel fijn dat er een jurist bij zit. In de meeste gevallen een wijziging van het beste bestemmingsplan gaat via een wat uitgebreidere procedure met zienswijze mogelijkheden. Waardoor je gelijk bij de rechter zit en het bezwaar overslaat dus die staan hier niet bij. De heer Van den Brink: Maar bouwvergunningen wel? Mevrouw Kist: Ja. De heer Van den Brink: Maar dan verklaart dat waarschijnlijk die grote fluctuatie in die aantal bezwaren. Als er in een jaar een ingrijpende bouwvergunning wordt afgegeven, dan loop je natuurlijk het risico dat je veel meer bezwaren krijgt. Blijkbaar hebben ze het afgelopen jaar in Laren bijna niks gedaan. Dus is het nu verklaard. De heer Van der Velde: Misschien maar het is ik denk mevrouw de voorzitter. Sorry? De voorzitter: U heeft het woord. O de burgemeester.
De heer Van Benthem: Er zijn acht bezwaren tegen de hondenopvang op de Wakkerendijk ingediend. Dus dat is wel even goed om dat even te benoemen. Van de dertig zijn er dus acht voor de hondenopvang en negen voor één kapvergunning. Dus het zijn zeventien bezwaren van de dertig. De heer Van der Velde: Daarnaast is het ook wel van belang als we bijvoorbeeld in het dorp de kerk gaan verbouwen of anderszins, zo gaat het ook vaak belangrijk de grootte. Huis van Eemnes dat soort van grote projecten dat heeft natuurlijk aandacht. Daar vinden mensen wat van. Het ene jaar heb je dat soort grote belangrijke projecten wel ander jaar misschien net aan wat minder. Dus het is niet helemaal, aantal is één, maar ook de aard van de zaak ook.
De voorzitter: Graag via de microfoon mijnheer Van den Brink. Dank u wel. Dan kom ik bij de VVD, de heer Schade. De heer Schade: Dank u wel voorzitter. Alle vragen zijn beantwoord dus mij rest niet dan u beide te danken voor echt een goed leesbaar en duidelijk jaarverslag. Voor wat betreft de klachtencoördinatiecommissie zeg ik goed dat er zo de nadruk ligt op mediation. Naar de heer Seldenrijk, die vindt dat juristen zich daar eigenlijk niet mee zouden moeten bemoeien, zeg ik sprekend uit eigen ervaring het zijn net mensen en u pakt het goed aan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog even in de zaal of er nog een vraag of opmerking is. Zo bent u niet te verstaan. U sluit zich aan bij de heer Schade prima. Mij viel op dat er één sheet bij zat die niet in de presentatie zat. Ik weet niet of wij de laatste versie gekregen hebben. De heer Van der Velde: Eerlijk is eerlijk ik laat me altijd graag enthousiasmeren om dingen nog mooier en beter te maken. Dat heb ik zojuist nog gedaan dus dat klopt dat er nog een detail hier en daar is aangepast. Dus als u er belang bij heeft dat ik alsnog de aller, aller, allerlaatste versie nog even laat toekomen, met liefde. De voorzitter: Het lijkt mij prima. Dan hebben we alles op orde. Nu zit ik eigenlijk zelf even een beetje met, moet ik nog een rondje doen of niet want het is geen raadsbesluit.
De heer …: ‘…’ (buiten de microfoon). De voorzitter: Dan gaan we nu een ogenblik schorsen zodat de raadsleden van Blaricum en Laren en de griffier naar huis mogen. Hartelijk dank dat u hier was. Hartelijk dank voor uw inbreng. De voorzitter: Misschien kan ik in deze tussenpauze nog even mededelen dat ik wat vergeten ben aan het begin van de vergadering. Ik ben namelijk vergeten te zeggen dat de heer Van der Vegt niet in de commissie zit, wel op de tribune. De heer Van den Brink hem vervangt. Dat mevrouw Van der Linde wordt vervangen door de heer Roorda. Dat had ik even over het hoofd gezien en dan heb ik dat toch nu echt … volgens mij andere mevrouw Van der Linde dat weet ik even niet. Er staat niet bij … maar goed u zit ook op de tribune welkom. We gaan nu inhoudelijk over deze twee onderwerpen en dan kunt uw vragen stellen aan de portefeuillehouder. Ik weet niet meer waar ik begin. Ik begin bij de PvdA de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ik heb over beide stukken geen vragen. De voorzitter: Dat is kort maar krachtig. Dan kom ik bij D66 de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel. We hebben het net wel besproken dus wat ons betreft is het voldoende zo. De voorzitter: Prima dank u wel. Het CDA de heer Seldenrijk.
De heer Seldenrijk: Ik begreep al dat de VVD het niet met me eens is en ik heb meningsverschillen met D66, maar goed dat zal ik na de vergadering denk ik doen. Wat ik wel van belang vind. Ik snapte de heer Schade hoor, maar ik vind het gewoon heel belangrijk dat je in het begin start met mediation en dan later inderdaad als het formeel wordt dat het juridisch wordt. Ik ben al blij dat er twee mensen voor mediation in ieder geval komen of terugkomen is maar net hoe je het bekijkt. Het puntje wat ik ook al net aanhaalde duidelijk beleid. Dat wil niet zeggen dat je alles dichtgetimmerd moet hebben dat is heel wat anders. Maar wel duidelijk zijn waar je voor staat. Ik heb richting het college als eens vaker gezegd heb je het APV daarin staat een heel artikel over putdeksels. Voor mij is het gewoon zo je moet met je poten van andermans eigendom afblijven dat snapt ook iedereen. Daar hoef je niet een heel stuk over te schrijven. Dat vind ik ook een beetje duidelijk beleid is meer dan alleen alles precies uit te schrijven. Dank u wel voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij DorpsBelang de heer Raben. De heer Raben: Geen aanvullende vragen voor de rest. De voorzitter: U ook niet nee. Dan VVD de heer Schade. De heer Schade: Dank u wel. Ook geen aanvullende vragen. Eén aanvullende opmerking. Voor goede mediation is het van essentieel belang dat je ins en outs van de zaak kent, dat je de grondslagen kent. Vandaar mijn pleidooi. Anders dan wat van de overkant van de zaak komt, dat het gewoon bij juridische zaken blijft deze klachtcoördinatie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar de portefeuillehouder ik heb volgens mij geen vragen gehoord. Alleen maar oproepen. Heel fijn. Dan dank ik u allebei voor de presentatie, de toelichting, de beantwoording van de vele vragen. Wens ik u wel thuis. 6.
05.02 Jaarrekening Eemnes voor onderdelen De voorzitter: Wij gaan gewoon door met de vergadering. Ik moet eventjes terug naar de agenda en even mijn bril opzetten. Eens even kijken. Wij zijn bij agendapunt 5.02. Dan komen bij de jaarrekening de definitieve versie. Vorige week in de commissie Ruimte is afgesproken dat ook Ruimte in deze commissie besproken wordt. Dan geef ik het woord als eerste aan mevrouw Wierbos. Ik zat te wachten tot de heer Defferding klaar was met het koekje. Mevrouw Wierbos. Mevrouw Wierbos: Als hij eenmaal de koekjes heeft dan … We hebben er naar gekeken en dank voor de jaarstukken van 2022. Het is wederom een lastig jaar geweest en we zijn ervan overtuigd dat de beschikbare ambtenaren zich in verregaande mate hebben ingezet voor de behaalde resultaten. Dan ook echt heel veel dank voor hun inzet. Dat er een positief resultaat behaald is, is voor nu prettig. Maar er komen dan wel donkere tijden aan waarin we met dezelfde zwaarbelaste ambtelijke capaciteit en beperkte middelen voor grote klussen staan. Helaas zal niet alles mogelijk zijn, maar we hopen wél dat er op sommige vlakken vooruitgang mogelijk zal zijn. Dan zullen we in de raad bij de behandeling van de kadernota nog wel wat dieper op ingaan. Voor nu kunnen wij instemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij het CDA mevrouw Bunt. Mevrouw Bunt: Dank u wel voorzitter.