Transcript Gemeente Eemnes Commissie BSM
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BSM VAN EEMNES 18 september 2023
1.
Opening De voorzitter: Goedenavond dames en heren, commissieleden, college, mensen aanwezig hier. Van harte welkom bij de commissie BSM. De heer De Zeeuw wordt vervangen door de heer De Pouw. De heer Raben is net weggeroepen, dus mijnheer Pouw die telt voor twee. De heer Schade wordt vervangen door mevrouw Van der Linde junior. Dan zijn we verder compleet.
2.
Vaststellen agenda De voorzitter: Dan kom ik op het vaststellen van de agenda. Ik heb een drietal, nee, tweetal wijzigingen. Voorstel om de jaarrapportage jeugdhulp 5.06 na 5.01 te doen, omdat daar een korte toelichting komt van mevrouw Boesveld. Aansluitend de informatiebrief huishoudelijke hulp, omdat daar ook iemand voor aanwezig is. Met uw goedkeuring. Ja? Dat is het geval.
3.
Vaststellen besluitenlijst d.d. 3 juli 2023 De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de besluitenlijst van drie juli. Ik heb niet gehoord dat er iets niet klopt. Ik kijk nog even rond of er nog wijzigingsvoorstellen zijn. Dat is niet het geval. Dan is die bij deze vastgesteld.
4.
Inventariseren spreekrecht De voorzitter: Inventarisatie spreekrecht. Ik heb geen insprekers aangemeld gekregen.
5.
Te bespreken onderwerpen Dan komen we bij de te bespreken onderwerpen 5.01 Bijpraat sessie Huizen Trends en ontwikkelingen binnen het sociaal domein De voorzitter: Als eerste beginnen we met een bijpraatsessie huizen trends en ontwikkelingen binnen het sociaal domein. Die presentatie zal gegeven worden door mevrouw Eva Meijer en mevrouw Marieke Haak. Dan mag ik u het woord geven. Mevrouw Meijer: Ja, dankjewel. De voorzitter: Als u eerst van alles vertelt, dan gaan we aan het eind, het duurt ongeveer een kleine drie kwartier. Mevrouw Meijer: We proberen het kort te houden. De voorzitter: Ja, prima. Mevrouw Meijer: Zodat we genoeg tijd over hebben voor vragen.
De voorzitter: Dan doen we daarna vragen? Mevrouw Meijer: Ja, graag. De voorzitter: Oké. Mevrouw Meijer: Mijn naam is Eva Meijer, ik ben beleidsadviseur WMO bij de gemeente Huizen. Mevrouw Haak: Mijn naam is Marieke Haak, ik ben beleidsadviseur sociaal domein en ik ga vandaag wat vertellen over minimabeleid en de uitkeringen. Ik wilde eerst nog even terugblikken op de jaarlijkse momenten, informatiemomenten die we hebben binnen het sociaal domein. Even ter herhaling, dat is omdat daar ook vragen over zijn geweest vanuit verschillende gemeenten. Vervolgens gaan we in op de belangrijkste punten uit de raadsinformatiebrief bij de jaarrekening 2022 en de prognoses Q2 2023 en zullen we even nagaan of dit nog steeds geldt, deze trends en ontwikkelingen die we toen zagen. Dan zal ik kort ingaan op huishoudelijke hulp en zal Marieke wat vertellen over minimabeleid. Dan hebben we dus nog tijd over voor vragen. Jaarlijkse informatiemomenten die we hebben binnen het sociaal domein bestaan allereerst uit een bijpraat moment in Q2. Dat is eenzelfde moment als we vandaag hebben. Eerder was het altijd de bedoeling dat er ingegaan werd op een specifiek thema, maar we hebben een tijdje geleden met de wethouders besproken dat we nu ingaan op trends en ontwikkelingen die we op dat moment zien.
Dat we daar ook de visuals uit het dashboard daarbij gebruiken, zodat jullie daar ook een beter beeld bij hebben. Het tweede moment waarop we u informeren, is de raadsinformatiebrief bij de jaarrekening. Vervolgens de prognose. Het vierde moment is het bijpraatmoment Q3, dan de begroting en dan prognose twee in Q4. Dus die kunt u over een paar maanden verwachten. Dan vervolgens de belangrijkste punten uit de mededeling bij de jaarrekening 2022. Toen zagen we dat de aantallen voor WMO-begeleiding afnamen. In de prognose Q2 2023 zagen we die aantallen wel weer wat stijgen, maar was er een voordeel voor WMO-begeleiding. Dat de aantallen WMObegeleiding afnemen, komt met name door de start van het lokale begeleidingsteam. Daarmee zijn we gestart in mei 2021. Dat team pakt best wel wat casussen op en dat is met name reguliere begeleiding. Vervolgens stabilisering aantallen huishoudelijke hulp. Wij zagen bij de jaarrekening 2022 dat de aantallen aan het stabiliseren waren. Maar bij de prognose hebben we uiteindelijk gezien dat die aantallen weer aan het stijgen zijn en ook dat de tarieven huishoudelijke hulp geïndexeerd zijn, dus dat we wat hogere kosten kunnen verwachten voor dit jaar. In 2022 zijn er duurdere individuele vervoersvoorzieningen en meer scootmobielen toegekend.
Daar kom ik later nog op terug, of dat nu op dit moment ook het geval is, dus dat u ook hogere kosten kunt verwachten voor deze voorziening. In 2023 hebben we ook een stijging trapliften gezien, dus er zijn meer inwoners met trapliften in Q2. Ook zagen we in 2022 een lichte daling in het aantal uitkeringen. In het begin van het jaar was namelijk 80 en aan het eind van het jaar 78. Ook was in 2022 sprake van een energietoeslag, welke is uitgekeerd aan 246 huishoudens. De kosten waren iets hoger dan het van het Rijk ontvangen bijdrage en het komt omdat er net iets meer huishoudens zijn bereikt dan door het Rijk was ingeschat. Mevrouw Meijer: Dan gaan we nu verder met of die trends en ontwikkelingen die we toen zagen nog steeds gelden. Geïndiceerde WMO-begeleiding, is er nog steeds sprake van een lichte stijging? Ja, het gaat inderdaad om een erg lichte stijging. Een van de doelstellingen van het lokale team is om die aantallen in ieder geval naar beneden te blijven houden. Dus dat eigenlijk de trendlijn een dalende trendlijn moet blijven. Daar gaat het lokale begeleidingsteam nog wel verder aan werken. Maar als we kijken naar een specificering van de visual, dan zien we wel dat het met name gaat om een stijging specialistische begeleiding. De casussen die door het lokale begeleidingsteam worden opgepakt, zijn meestal reguliere begeleiding. Het gaat echt om basisondersteuning.
Dit is een trend die we waarschijnlijk niet kunnen opvangen, in ieder geval die casussen,
met ons eigen team. Dit is ook een trend die we in Blaricum terugzien, in Huizen en Laren niet. We zijn wel aan het uitzoeken waardoor dit komt. U ziet, het gaat echt om een viertal inwoners dus het is geen enorme stijging. Het is voor ons wel iets om in de gaten te houden van: is dit nou iets waar we, kunnen we bijvoorbeeld zien dat dit in bepaalde wijken het geval is of is er een andere verklaring te vinden. Dus dat houden we in de gaten. Stijgen de aantallen huishoudelijke hulp nog steeds? Ja, zoals u kunt zien, is die trendlijn aan het stijgen. Dus eind 2022 177 inwoners met huishoudelijke hulp, op dit moment 187. Ik ga zo meteen wat meer vertellen over huishoudelijke hulp, dus daar kom ik later op terug. Dat is wel een landelijke trend en ook een trend die we dus ook bij Huizen, Blaricum en Laren terugzien, dat de aantallen stijgen. Ik gaf net aan dat er wat duurdere voorzieningen zijn toegekend vorig jaar voor individueel vervoer. Huidige kostenverdeling laat ook zien dat er ook dit jaar duurdere voorzieningen zijn toegekend. Ik weet niet of u het kunt lezen. Het gaat met name om twee dure verplaatsingsmiddelen. U ziet dat het ongeveer om een bedrag gaat van elf en een half duizend euro. Dat zijn twee verplaatsingsmiddelen en dat zijn dan hele specifieke voorzieningen voor inwoners, dus dat zorgt voor hoge kosten. Ook zijn er meer driewielfietsen en tandems toegekend.
Dat zorgt voor hogere kosten. De verwachting is wel dat dit voor een stijging in kosten gaat zorgen ten opzichte van vorig jaar. Trapliften zijn daarentegen gestabiliseerd, dus je ziet een piekje begin 2023 maar die aantallen lijken nu weer te dalen. Dus dat is mooi en we hopen dat die trend zich doorzet, maar nogmaals dat blijven we in de gaten houden. Enkele trapliften meer kunnen toch voor hogere kosten zorgen. Mevrouw Haak: De uitkeringen waren in 2022 licht gedaald. In januari 2023 waren het er 79 en dat is in juli gestegen tot een piek van 87. Dat lijkt in deze grafiek heel grillig, maar dat gaat om acht uitkeringen. Zo'n piek hebben we ook gezien in 2021, wat u ook op deze visual kan zien. Dat is die hoge piek in het midden. Wat we hierover weten, is dat er in Eemnes een relatief grote groep aan wat oudere inwoners is. Dat is de groep tussen 45 en 67. We hebben al eerder opgemerkt dat HABEL-breed, sorry, die groep wat minder snel uitstroomt dan de groep daarvoor. Dat is de groep tussen 27 en 45. We zijn op dit moment ook bezig om te kijken hoe kunnen we die groep van mensen tussen de 45 en de 67 actiever in beeld krijgen om zo meer stappen te zetten richting re-integratie. Want, wat we ook zien is dat dat juist de groep is die heel lang in de uitkering blijft zitten. De huidige stand van zaken van de energietoeslag. Ik heb net dus de energietoeslag 2022 besproken.
In 2023 komt er weer een energietoeslag. Helaas kunnen we als gemeentes hier pas mee aan de slag als de wet door de Eerste en de Tweede Kamer is. We mogen dit jaar namelijk niet op de wet vooruitlopen, zoals vorig jaar wel mocht. Dat is omdat, vanwege het Rijk aangeeft dat de nood minder hoog is. Wel staat bij maatschappelijke zaken alles echt klaar voor de start zodat wij, zodra die wet in werking treedt, zo snel mogelijk kunnen betalen. Wanneer dat is en wat de details precies zijn, is voor nu nog afhankelijk van de landelijke politiek. Wel hebben wij als HABEL-gemeente ervoor gekozen om uiteindelijk vanuit het budget van 2023 een aanvulling op de energietoeslag van 2022 uit te keren. Dus vijfhonderd euro, wat origineel voor het budget van 2023 was, is naar 2022 geschoven. Zodat inwoners toch nog een soort overbrugging hebben totdat de energietoeslag landelijk wordt ingevoerd. Mevrouw Meijer: Dan gaan we het hebben over ontwikkelingen binnen het sociaal domein, die wij op dit moment erg belangrijk vinden. Huishoudelijke hulp. Zoals ik net al aangaf, staat huishoudelijke hulp best wel onder druk landelijk maar ook lokaal. Het komt met name doordat de aantallen blijven stijgen. Er is veel vergrijzing landelijk, maar er zijn veel personeelstekort in de zorg. Dus niet alles kan worden opgevangen. Je merkt dat aanbieders daar wel echt moeite mee hebben.
Binnen de regio Gooi en Vechtstreek hebben we een systeem, dat er aangegeven wordt als er wachtlijsten zijn bij een zorgaanbieder. Dus onze consulenten zullen zoveel mogelijk proberen om inwoners te plaatsen bij aanbieders waar nog plek is. Dat wordt de komende periode steeds lastiger, om te voorkomen dat er wachtlijsten zijn. Mocht een inwoner op een wachtlijst worden geplaatst, dan hoeft diegene geen eigen bijdrage te betalen, zolang die geen zorg ontvangt. Naast dat
dit speelt, is er ook een juridisch geschil. Daar bent u volgens mij al over geïnformeerd. Er is veel aan de hand binnen de huishoudelijke hulp. Daarom gaan we ook zowel lokaal als regionaal onderzoek doen naar hoe we huishoudelijke hulp op een toekomstbestendige manier kunnen inrichten. Regionaal zal zo'n heroverweging plaatsvinden en lokaal doen we ook een onderzoek. Eigenlijk is dat meer een onderzoek naar wat andere gemeenten landelijk doen. Dus we proberen zoveel mogelijk te leren van andere gemeenten. Dat doen we door te kijken naar of zij bijvoorbeeld op een andere manier inkopen, of zij gebruik maken van robotstofzuigers of van ergotherapie. We onderzoeken dan of dat ook iets voor ons zou kunnen zijn en of we deze pilot mogelijk kunnen inzetten. Maar dat pakken we ook op met de regio. Mocht daar meer over bekend zijn, dan wordt u daarover geïnformeerd. Daarnaast zijn er wat maatregelen ingevoerd de afgelopen jaren. In 2021 hebben we natuurlijk het KPMG-normenkader ingevoerd. Dat had als doel om de intensiteit, dus dat is het aantal minuten per week dat een inwoner hulp ontvangt, om dat naar beneden te krijgen. Met daarbij wel inachtneming dat het huis gewoon schoon en leefbaar moet zijn. Die intensiteit is nog steeds aan het dalen. Er zit nog steeds een dalende lijn, dus dat gaat goed. Daar zien we nog steeds wel het effect van, van die maatregel.
Dat zorgt met name dus voor een besparing. Nou heeft Eemnes in mei dit jaar de inkomenstoets ingevoerd. Tot nu toe zien we daar nog niet veel effect van, maar het is natuurlijk nog vroeg. U ziet hier een visual van het aantal toewijzingen en u zou dan ook afwijzingen moeten zien, als die er zouden zijn geweest. Maar die zijn er tot nu toe niet. Het kan natuurlijk zijn dat het een afschrikeffect heeft, de inkomenstoets. Maar u heeft net ook de stijgende lijn gezien van het aantal inwoners met huishoudelijk hulp. Het is moeilijk om te zeggen of het effect heeft, maar tot nu toe zien we nog niet wat we eigenlijk terug zouden willen zien. We gaan wel een evaluatie doen in Q1 2024 van deze maatregel. Mevrouw Haak: De belangrijkste ontwikkelingen voor het minimabeleid is dat voor de gemeente Eemnes vanaf 1 januari 2024 een inkomensgrens gaat gelden van tot 130 procent van de bijstandsnorm. Dit zal gaan gelden voor alle minimaregelingen en in het kort is dat de bijzondere bijstand. Dat is een uitkering waarmee inwoners extra en bijzondere kosten kunnen betalen. Bijvoorbeeld kosten die zijn gemaakt in het verband van een ziekte, een verhuizing of een echtscheiding voor het kindarrangement. Dat is het arrangement via waar kinderen van ouders met een laag inkomen gebruik kunnen maken van verschillende regelingen.
Denk daarbij aan een fiets, sporten, muziekles of zwemkaartjes en de collectieve zorgverzekering. Dat is de collectieve zorgverzekering van de HABEL-gemeente via Univé. Via deze verzekering krijgt men extra vergoedingen en korting op de premie. Vooral voor inwoners die veel zorgkosten maken, kan deze verzekering goedkoper zijn. Voor de nieuwe energietoeslag, dus de energietoeslag in 2023, zal ook een inkomensgrens van 130 procent worden gehanteerd. Ook als deze al voor 1 januari in werking treedt. Op dit moment zijn wij als maatschappelijke zaken in samenwerking met de BEL-ambtenaren bezig om dit verder uit te werken op verschillende vlakken. Waaronder echt heel duidelijk ook communicatie richting inwoners hierover, zodat we ook de doelgroep tussen de 120 en de 130 die ineens recht krijgt, kunnen gaan bereiken. Mevrouw Meijer: Dan zijn wij eigenlijk wel doorheen, dus ik weet niet of u nog vragen heeft? De voorzitter: Hartelijk dank, dat is snel. Heel goed. Ik heb even een vraag vooraf: krijgen wij deze presentatie ook? Dat we daar nog … Mevrouw Meijer: Ja, de griffier heeft de presentatie al ontvangen. De voorzitter: Oké, prima. Dat is mooi. Dan begin ik aan mijn linkerhand bij de VVD. Zijn er nog vragen? Mevrouw Van der Linde?
Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: U had het zelf al geconstateerd, hier rondkijkend, dat de meesten van ons toch al iets ouder zijn dan die 45. Dus mijn vraag was eigenlijk: jullie willen daarnaar kijken, dat is allemaal heel goed. Is het dan ook niet handig, want het is best rekbaar tegenwoordig van 45 tot 67, om die groep iets meer in te delen? Of zijn jullie dat al aan doen? Mevrouw Haak: Ja, we zijn er wel naar aan het kijken. Onder andere ook omdat de arbeidsmarkt verandert. Zo las ik toevallig vandaag iets over dat mensen rond de zestig tegenwoordig juist heel erg in trek zijn. Dus dat kan heel interessant zijn. Er is ooit besloten om deze definities te hanteren, maar dat is ondertussen natuurlijk al een jaar of vijf geleden. Onder andere omdat wij dus constateren dat juist mensen in een bepaalde groep achterblijven, is het inderdaad interessant om te gaan kijken: kunnen we dat gaan splitsen? Dus daar zijn we ook zeker mee bezig in dat project. Wat ik dus benoemde, dat we echt kijken naar: deze groep blijft achter, maar waardoor komt dat dan? Is dat alleen de bovenkant of alleen de onderkant van die groep? De voorzitter: Dankuwel. Dan Partij van de Arbeid, de heer Van der Vegt. De heer Van der Vegt: In ieder geval dankjewel voor de presentatie. Het is voor mij even nieuw. Ik heb ook een vraagje, ik heb wel vragen naar aanleiding van dit stuk en dat wat ik heb gelezen.
Maar er zijn ook een stuk vragen, het kan nu ook, voor Mirjam en voor jullie … De voorzitter: We doen eerst de verduidelijkende vragen voor de presentatie. Ja? De heer Van der Vegt: Nee, dan is dat voor mij duidelijk. Nee, het stuk was heel duidelijk. Dank je wel. De voorzitter: D66, mevrouw Wierbos. Mevrouw Wierbos: Dankuwel voorzitter en jullie bedankt voor de duidelijke presentatie. Was echt fijn om te horen allemaal. Ik had een heleboel vragen voor die tijd en die hebben jullie allemaal beantwoord, dus dat is heel fijn. Ik was nog wel benieuwd: je hoort tegenwoordig heel veel over het IZA en het GALA en je hoort allemaal onderwerpen die hier nu daar ook aan raken. Zijn jullie daar ook mee bezig om dat te verbinden op een of andere manier? Mevrouw Haak: Er is regionaal is er een project IZA, GALA en SPUK. Er zitten wel, collega's van ons zitten daarbij, dus het is de bedoeling dat alles wat loopt dan ook echt aan IZA, GALA en SPUK wordt verbonden. Daar zijn wij persoonlijk niet bij betrokken, maar dat dat wordt dus wel gedaan. Mevrouw Wierbos: Ja. De voorzitter: Nog een vraag? Mevrouw Wierbos: Wordt het dan ergens verweven in dit plan, of komt dat in jullie GALA-plan terug? Mevrouw Haak: Durf ik niet zeggen, maar het is niet … Kijk waar wij over rapporteren, vanuit maatschappelijke zaken, is echt een maatwerkvoorzieningen.
Als dat impact heeft, de plannen van IZA, GALA en SPUK, op de maatwerkvoorzieningen dan zullen we dat ook verwerken in die raadsinformatiebrieven. In principe rapporteren we altijd alleen maar over de trends die we zien, dus aantallen inwoners, aantal voorzieningen en de kosten. Dus het is wat minder echt een beleidsstuk. In die zin dat we ook de IZA, GALA en SPUK meenemen. Maar in de praktijk, hoe wij werken, zal het zeker wel effect hebben. Ik denk ook, als daar wat meer bekend
over is, dat daar ook wel informatie naar jullie toe wordt verspreid daarover. Op dit moment is voor ons nog niet duidelijk of dat ook in de raadsinformatiebrief komt. Mevrouw Wierbos: In de trend zou het heel mooi … Het zou eigenlijk uiteindelijk zichtbaar moeten zijn, omdat ze in het voorveld eraan gaan werken. Mevrouw Haak: Eigenlijk wel ja. Mevrouw Wierbos: Dankjewel. De voorzitter: Dankuwel. Dan kom ik bij het CDA, de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dankuwel voorzitter. We hebben het natuurlijk al gehoord: we hebben behoren tot de oudjes hier vanavond. We hebben gelukkig twee jongeren onder ons, wat dat betreft is het ook mooi om te zien natuurlijk. Maar in ieder geval, als je oud bent kun je altijd nog de raad in, heb ik begrepen. Dus wat dat betreft: misschien is dat een oplossing. Goed, even serieus. De vraag vanuit de VVD, die hadden wij eigenlijk natuurlijk ook, van: waarom zit er zo'n groot leeftijdsverschil eigenlijk in? Want dat zegt niet zoveel, of je 45 ben of 67. Natuurlijk een heel verschil in je hele carrière, laat ik het zo formuleren. Maar goed, die is aardig beantwoord. Wel een beetje een procesvraag over verwachtingsmanagement, laat ik het zo benoemen. In begin gaf je natuurlijk een heel mooi overzicht van de bespreekmomenten die komen.
Vaker is zo dat, op het moment dat je praat over juni, juli, de jaarrekening, dan ligt het vast wel bij de wethouder op ze op de tafel, maar dan krijgen wij het niet. Uiteindelijk, we zitten nu ook in september, dat we het pas bespreken. Dat schept een beetje verwachting, dat jij denkt van: we gaan straks in juni, juli. In juli, dan het toch zeker wezen, dan praten wij over die jaarrekening. Dus dan gaan wij vragen stellen of dingen op de agenda vragen, wat eigenlijk niet nodig is. Dus ik zou graag ook op het moment dat je zo’n overzicht geeft, proberen aan te geven wanneer het daadwerkelijk door de raad behandeld kan worden. Dat klinkt wat prettiger, want nu in de stukken staat ook: na het zomerreces komt het naar ons toe. Het zomerreces is net geweest en wij zien niks. Dus dan ga je weer vragen stellen. Dus vandaar dat ik dat iets meer op de raad toegespitst wil hebben. Dat zou voor ons prettig zijn. Jullie hadden het over de scootmobiel en de traplift, of tenminste de individuele vervoersvoorzieningen. De traplift kun je er eigenlijk ook wel onder scharen. Je moet naar boven toe, wat dat betreft valt er ook wel onder. Het zijn natuurlijk kosten die elk jaar stijgen, afgezien van aanschafkosten. Ook steeds meer mensen hebben het nodig.
Ik was eigenlijk benieuwd van: wat gebeurt er op moment dat die vervoersmiddelen niet meer noodzakelijk zijn op dat adres? Worden die dan weer hergebruikt? We hebben natuurlijk bepaalde vervoersmiddelen die specifiek voor mensen gemaakt worden. Ik weet dus niet hoe je daarmee omgaat. Je ziet toch elk jaar die die kosten stijgen, dus wat gebeurt daarmee? Dat was eigenlijk mijn enige vraag richting jullie. Sorry. Mevrouw Haak: Ik wil eerst nog wel even reageren op het moment dat u de mededelingen krijgt. Wij gaan wel met de beleidsadviseurs van de BEL in gesprek om dat proces wat soepeler te laten verlopen, want principe is hij door ons al wel afgeleverd in juni. Want wij streven ernaar om alle gemeenteraden dan te informeren voor het zomerreces. Dus bij ons is hij dan al af en we willen eigenlijk dat het proces wat soepeler verloopt. Dus dat alle raden dan ook wat sneller ontvangen. Daar gaan we ook aan werken, dan weet u dat vast. Ik zal in ieder geval de planning, het verwachtingsmanagement zal ik verbeteren. Terugkomend op uw vraag over de vervoersvoorzieningen. Wij werkte eerst wel met een depot en een tijdje geleden is dat stopgezet, dat depot. Maar omdat we nu de kosten zien stijgen, ook in andere gemeenten, willen we wel weer gaan kijken of wat meer gebruik kunnen maken van tweedehands individuele voorzieningen.
Nu worden er echt veel nieuwe voorzieningen verstrekt en dat leidt inderdaad tot hogere kosten. Dus daar gaan we wel naar kijken.
De voorzitter: Dankuwel. De heer Seldenrijk: Dankuwel. De voorzitter: Ja. De heer Pouw, DorpsBelang. De heer Pouw: Goed, dankuwel. Dank voor de presentatie. Helder. Ik had een vraag, dat gaat over de huishoudelijke hulp. U zei: het effect is nog niet zichtbaar en we zien nog niet terug wat we eigenlijk terug zouden willen. Kunt u dat iets meer duiden, welk effect u dan had willen zien? Want het was eigenlijk … Dat is eigenlijk mijn vraag. Mevrouw Haak: Laren heeft natuurlijk de inkomenstoets al in 2021 ingevoerd. Toen zagen we heel duidelijk meteen daarna een daling in de aantallen. Dus eigenlijk hadden we verwacht dat we dat, die trend ook terug zouden zien bij Huizen, Blaricum en Eemnes op het moment dat zij de inkomenstoets hadden ingevoerd. Dat is niet het geval. Dus we hadden eigenlijk gehoopt een daling te zien in het aantal inwoners met huishoudelijke hulp. We zien een stijging op dit moment, dus dat … De heer Pouw: Dus u zegt dat de aanvragen, die zijn op gelijk niveau en die mensen hebben een dusdanig inkomen dat ze daardoor gewoon onder de oude regeling vallen? Zo moet ik het even kortweg zien. Mevrouw Haak: Nou. De heer Pouw: De bedoeling was … Mevrouw Haak: Ja, de bedoeling was … De heer Pouw: Dat als iemand heel veel centen op de bank had, dat hij gewoon zelf een heel groot gedeelte betaalde. Mevrouw Haak: Ja, precies.
Dus dat inwoners met een hoger inkomen dan dus zelf huishoudelijke hulp regelen, omdat ze dus geen recht meer hebben op huishoudelijke hulp via de gemeente. Op dit moment zien we dus eigenlijk niet terug dat dat het effect heeft wat we hadden verwacht. Kan natuurlijk nog komen, maar tot nu toe dus geen afschrikeffect of een dalende trendlijn zoals we bij Laren zagen. De heer Pouw: Mag ik daar toch een … Het gaat … Je hebt het afschrikeffect, en toch iemand die denkt: dat schrikt mij niet af, ik vraag het gewoon aan. Dan is het antwoord: sorry mevrouw of meneer, u verdient, of u heeft te veel centen op de bank, even in mijn woorden, dus u komt er niet voor in aanmerking. Zit dat er dan ook tussen? Mevrouw Haak: Nee, we zien dus geen afwijzingen. Dat is die visual die ik liet zien. Deze. De heer Pouw: Nee, dan snap ik ‘m. Mevrouw Haak: Ja, dus geen afwijzingen. De heer Pouw: Oké, dank u vriendelijk. De voorzitter: Ik geloof dat de wethouder even op u wil reageren.
Mevrouw Havinga-De Jong: Dankuwel. Ik wil even het verschil aangeven tussen de inkomenstoets en een vermogenstoets. Waar volgens mij op doelt is ook een vermogenstoets. Hoeveel heeft u op de bank staan? En dat natuurlijk is iets anders dan een inkomenstoets. We toetsen het inkomen en niet het vermogen. Dat hebben we ook niet zo vastgesteld. De heer Pouw: Dat bedoelde ik ook. Mevrouw Havinga-De Jong: Dus ook al hebben ze een miljoen op de bank, maar een heel laag inkomen met alleen een AOW, dan zullen ze wel in aanmerking komen voor de huishoudelijke hulp. Want dat hebben we zo nu niet in de verordening staan. De heer Pouw: Ik bedoelde ook als mensen gewoon … Hetzelfde wat u bedoelt. De voorzitter: Oké, dankuwel. Dan wilde ik even een rondje maken met nog vragen voor de wethouder over dit stuk, de stukken, of die er zijn. Ik begreep dat mijnheer Van der Vegt wat had. Partij van de Arbeid, de heer Van der Vegt. De heer Van der Vegt: Ja, goed. Sorry. Ik had wel wat dingetjes. Wij hadden wel wat dingetjes. Tendens is dat door het capaciteitstekort in de zorg en stijgende kosten er een verschuiving is van zwaardere zorg naar lichtere zorg en uiteindelijk mantelzorg. Een deel van de oplossing zou kunnen liggen in het vergroten, versterken van het sociaal netwerk van mensen.
Op die manier komt mantelzorg niet min of meer automatisch bij familie terecht, maar kan ook de buurman of de buurvrouw eens een ritje naar het ziekenhuis maken, voor een gezonde maaltijd zorgen of een wandelingetje maken. Wel is er in het verleden wel eens samenwerking geweest met Buurkracht, dat was in het kader van de energietransitie. In feite is dat een organisatie die zich inzet om de buurtparticipatie te vergroten. Onze vraag is of daar ooit eens iets concreets is uitgekomen en of het nu niet de tijd is om dit initiatief weer ter hand te nemen en buurtparticipatie weer serieus op te pakken? Dan hadden wij nog een dingetje over de inkomenstoets, voor huishoudelijke hulp. Wat wij hebben begrepen, is dat wettelijk eigenlijk niet toegestaan. Er zijn al een aantal gemeentes die zijn teruggefloten door rechter of minister. Is de wethouder niet bang dat dat ook voor Eemnes zal gebeuren? En is er nagedacht hoe eventuele financiële tegenvallers in dat geval worden opgevangen? Dan had ik toch nog wel een stukje, iets over het stuk wat we hebben toegestuurd gekregen. Dat het toch wel erg jammer is dat het vooral gaat over het KPMG-normenkader. Of dat niet een minuutje korter kan, de zorg, en of voorzieningen niet te duur zijn. Dat er eigenlijk weinig wordt gesproken over de geboden kwaliteit en of verstrekte voorzieningen niet gewoon beter zijn.
Dat eigenlijk alleen maar, je kan eigenlijk alleen maar van duurder of goedkoper praten als je ook naar de kwaliteit kijkt van een voorziening. Dus onze vraag is eigenlijk: zijn er ook cijfers bekend over de kwaliteit van de geboden zorg en over de ontwikkelingen van de kwaliteit over de jaren heen? Ik kan me voorstellen dat dat ook bij de zorgontvangers ook eens wordt gevraagd van: hoe tevreden is men? Dan stond ook in het stuk nog een stukje over schuldhulpverlening en over vroegsignalering. Dat er een stijgend aantal meldingen was als gevolg van de vroegsignalering. Dat dat niet leidt tot een stijging van het aantal schuldregelingen. In mijn ogen is dat logisch, want dat is ook het doel volgens mij van de vroegsignalering. Om mensen op te, dat klinkt ook niet, te signaleren voordat het gigantisch misgaat. Onze vraag is wat de verwachting is voor de toekomst en of die vroegsignalering nog verbeterd kan worden? Wat de plannen zijn met de vroegsignalering? Dat was het. De voorzitter: Oké, dankuwel. Ik kijk even rond of er andere partijen zijn die ook nog een vraag hebben. Dat is niet het geval. Dan geef ik mevrouw Havinga het woord.
Mevrouw Havinga-De Jong: Dankuwel. Voordat ik de vragen van de PvdA ga beantwoorden, wil ik nog heel even ingaan op de vraag van D66 rondom GALA en IZA. Er zit natuurlijk wel degelijk een verband tussen wat we hier in de data zien en wat we binnen het GALA en het IZA afspreken met elkaar. Als het goed is gaan we dat terugzien en dat is volgens mij ook precies wat we nu doe. Dat je je afvraagt van, bijvoorbeeld huishoudelijke hulp: je hebt een beleid aangenomen en zien we dat terug? Ik denk dat dat meteen brug is naar de vragen van de PvdA. Als het bijvoorbeeld gaat over die buurtparticipatie, dat is nou juist waar we mee bezig gaan in die hele transformatie. We moeten inderdaad het sociale netwerk, de sociale basis van iedereen en met name moeten we zeker weten dat mensen die een zorgvraag hebben of krijgen dat dat op orde is. Dus daar moet je inderdaad tijdig in investeren. We zijn inderdaad aan het evalueren: welke samenwerking hebben we al, wat hadden we al en is succesvol? We hebben ook een aantal dingen opnieuw opgestart en we zijn ook met Samen Oplopen, Buurtgezinnen. Dus we hebben best heel veel initiatieven ook recent opgestart en zien ook daar de vruchten al van. Dus mensen die niet een netwerk hebben, moeten we helpen met een netwerk om hen heen te creëren.
Ik deel de mening dat buurtparticipatie of nabuurschap of hoe je het wil noemen nodig is, om uiteindelijk op termijn de zorg beschikbaar te houden voor de mensen die het daarna ook nog nodig hebben. Inderdaad moet mantelzorg niet alleen maar op een naast familielid komen, maar moeten we dat ook breder zien. Dat zegt ook meteen iets over die kwantiteits-/kwaliteitsvraag. We hebben recent het visiestuk sociaal domein met elkaar besproken, op basis waarvan we het beleid gaan uitwerken. Daar hadden we juist aan toegevoegd, dat we ook de ervaringen meenemen in ons datastukje. Van: hoe tevreden zijn mensen nou eigenlijk over de zorg die ze krijgen en ondersteuning? Kunnen we dus op basis van die kwaliteitsvraagstukken ook nog ontwikkelen? Kwantiteit is vrij makkelijk. Dat is inderdaad plat en data. Maar het moet juist gaan over de kwaliteit van wat we doen. Dus het minuutje eraf gaat niet zozeer om het winnen van die euro, maar wel kijken van: hoe kunnen we adequaat goede zorg verlenen? Misschien is dan een bepaalde handeling helemaal niet nodig. Daarom is ook juist het onderzoek naar ergotherapie bijvoorbeeld zo interessant. Ook weer als het gaat over duurzaam, langer, zelfstandig, is natuurlijk interessant of we mensen nog iets aan kunnen leren. Als je je bedden altijd hebt verschoond door te schudden met die zware dekbedden, als je je wat ouder wordt gaat dat niet.
Als je van een ergotherapeut leert dat je hem ook rollend in een dekbedovertrek kunt krijgen, dan kun je het misschien nog een paar jaar langer volhouden. Al dat soort, soms hele simpele, vraagstukken gaan we gewoon onderzoeken of we dat op een andere manier kunnen doen. Dan de schuldhulp. We zijn nu aan een startstuk van een nieuw beleidsplan schuldhulp. Die komt in het nieuwe jaar, voor de eerste helft gepasseerd is, naar u toe in commissie en raad. Dus die gaan we als HABEL vaststellen. Dan is inderdaad het doel vroegsignaleren, zo min mogelijk schulden laten oplopen waar het kan en de juiste ondersteuning bieden. Volgens mij waren dat de vragen. De voorzitter: Dankuwel. Ik denk dat het zo goed beantwoord is. Ik kijk even naar de heer Van der Vegt. De heer Van der Vegt: Er was nog een vraag over de inkomenstoets. De voorzitter: Ja. Mevrouw Havinga-De Jong: Dat hebben we besproken toen we het beleid gingen voeren, en toen is die afweging door u allemaal gemaakt. Er is ook door de PvdA ingestemd dat we het ambtelijk advies, want er lag negatief ambtelijk advies, zouden negeren om dit wel in te voeren. Behalve D66, die heeft tegengestemd om deze reden die u noemt. Ik heb toen wel gezegd dat ik de risico's niet zo hoog inschat, omdat in Laren is er tot op heden niet gebruik gemaakt van een bezwaar wat verder is gelopen dan alleen de gemeente.
Leusden, waar op dat moment een bezwaar wel verder aangevochten is tot de rechter, ging over een herindicatie. Dat doen we niet. We doen het alleen bij nieuwe aanvragen. Ik schat in dat het risico niet zo groot is.
De heer Van der Vegt: Dus er is niet een potje voor, of wat dan ook? Ik had een vraagje nog over de schuldhulpverlening: of die vroegsignalering, of dat dan de bedoeling is dat de gemeente dat zelf aan gaat pakken of dat uitbesteed gaat worden aan de sociale kredietbank? Mevrouw Havinga-De Jong: Het is nu uitbesteedt en we zijn juist nu aan het onderzoeken of dat, die vraag is ook in Huizen gesteld weet ik, om het om het juist zelf te gaan doen. Maar dat betekent nogal wat, ook in de risico's. Dus dat zijn aan het onderzoeken, en dan komt uw kant op. De voorzitter: Oké, hartelijk dank. Dan dank ik u beiden voor de presentatie, de uitleg en de toelichting, beantwoording van de vragen. Dan doen we even wisseling van de wacht. Ik schors even voor een kort moment. Ondertussen heten we de heer Raben weer welkom. Voor zo lang als het duurt, denk ik dan maar. 5.06 Jaarrapportage Jeugdhulp Eemnes en Jaarrapportage BSA 2022 + korte toelichting De voorzitter: Wij gaan nu naar agendapunt 5.06, jaarrapportage jeugdhulp Eemnes en jaarrapportage BSA 2022. We krijgen een korte toelichting van mevrouw Boesveld. Hartelijk welkom mevrouw Boesveld. Mevrouw Boesveld: Dankjewel. De voorzitter: Dan geef ik u het woord. Mevrouw Boesveld: Ik moet hem gewoon ingedrukt houden. Ik had gehoord dat ik 10 minuten de tijd had voor een presentatie.
Jullie weten dat ik inhoudelijk deskundig ben, maar ik heb me dus gericht op de hoofdlijnen en ik wil ook graag de tijd besteden aan de discussie aan het eind. Wat we gaan bespreken is jaarrapportage jeugdhulp 2022, financiële ontwikkelingen en een vooruitblik naar de nieuwe verordening jeugdhulp. Wat zien we in de jaarrapportage? Ik hoop dat het goed te zien is. Jullie hebben allemaal de jaarrapportage natuurlijk hartstikke nauwkeurig gelezen. Dat de uitgave van BSA’s zijn gestegen ten opzichte 2021. Dat blijkt uiteindelijk toch een effect van woonplaatsbeginsel te zijn. In de halfjaarrapportage had ik aangegeven dat het tegen elkaar weggestreept kon worden, maar in principe krijg je gewoon aantallen overgedragen. Het blijkt dus uiteindelijk dat het twee behoorlijk complexe casussen zijn geweest, waardoor er uiteindelijk in het taakgericht budget uiteindelijk is opgeplust. Wat het lastig is, je ziet dus in principe in alle rapportages wat er afgaat, welke doelen je niet hebt behaald. Je ziet niet dat we anderhalf miljoen in zes jaar tijd gecompenseerd krijgen voor het woonplaatsbeginsel. We zijn ook, dat je ziet deze jaarrapportage, dat we in het nadeel zijn door de regionale vereveningsafspraken. Daar kom ik zo nog op terug. En dat het persoonsgebonden budget behoorlijk hard stijgt. Het mooie bericht is dat er veel minder escalatie is van complexe jeugdzorg.
Dat was toch wel de aanleiding voor dat hele transformatieplan. Wat je hier ziet is drie overzichtjes van BSA-verblijf, wat van twaalf naar vijf is gedaald. LTA, wat van veertien naar zeven is. Ook de kosten zijn echt aanzienlijk gedaald daarin. Dat ook de ondertoezichtstellingen ook ontzettend zijn gedaald. Wat je hier ook ziet is dat de cijfers eigenlijk altijd een overschatting zijn geweest. Dat is die lichtblauwe lijn. Ik heb daar ontzettend op zitten drukken in de regio, om het dashboard aan te passen. Want wat wij iedere keer in alle rapportages hebben gezien, is alle verwijzingen van huisartsen en die verwijzen best wel snel en niet alle ouders maken er gebruik van. Dat zie je dus in die donkerblauwe lijn die eronder zit. Dat is de daadwerkelijk gefactureerde jeugdhulp. Dus dan zie je dat het echt 20 procent kan uitmaken. Hier zie je een grafiek, zoals je het eigenlijk ziet als je het in de begroting en als je in de financiële rapportages ziet, hoe het met de uitgave ziet van de jeugdhulp van Eemnes. Daarin lijkt dus 2021/2022 redelijk stabiel te blijven. Dan laat ik een recent uitgebracht rapport zien van de Jeugdautoriteit waarin je ziet hoe de landelijke ontwikkelingen zijn in de jeugdhulp. Dan zie je ook 2021/2022 ongeveer zelfde grafiek. Nou is dit een
interessante grafiek, want hierin zie je de effecten van de vereveningsafspraken. Dat je, als je dus de effecten van de verevening meeneemt, dan zie je eigenlijk een heel ander soort beeld verschijnen. Je krijgt dus in die eerste drie jaren, hebben we behoorlijk wat gecompenseerd gekregen door de verevening. In 2022, omdat we uiteindelijk beter zijn gaan doen en in de regio de soort zorg zwaarder is geworden en we nog het effect hebben van de eerdere, zwaardere inzet van zorg, zie je dus die gele balk in 2022. Dat is dus het vereveningseffect. Die donkerblauwe balk, dat is het pgb. De pgb's zie je ook in die eerste drie jaren terug, maar is een heel dun lijntje. Even kijken hoor. Dit is de prognose naar 2023 en dan zie je, als je dus naar die rode balk kijkt, dat is eigenlijk de echte, daadwerkelijke ingezette jeugdhulp, dat het toch wel afneemt. We gaan in 2024 over naar taakgericht budget, van eigenlijk heel veel percelen worden samengevoegd en dat gaat MetMaya aanbieden. Ik heb het een beetje schematisch weergegeven. Het taakgericht budget wordt het grootste deel van de jeugdhulp. Dan heb je daarbij dus aparte elementen, zoals de begeleiding die het jeugden gezinsteam zelf geeft, dagactiviteiten dyslexie, Samen Veilig Midden-Nederland, Jeugdbescherming, LTA en pgb. In 2024 dan moeten we dus een nieuwe verordening gaan maken.
Daar zijn we nu heel erg druk mee bezig en die moet dan half december worden vastgesteld door de raad. In die verordening, daar zijn we in de regio erg mee aan het puzzelen nu, en dan gaat het over de beperkte reikwijdte van de jeugdhulp. We gaan kijken of we al kunnen vooruit kunnen gaan sorteren op de hervormingsagenda. Wat eigenlijk al sinds 2015 en ervoor ontzettend belangrijk is, om de jeugdhulp te beperken, dat is een hele sterke sociale basis. Dus hoe meer mensen van Versa je hebt, het jongerenwerk, sportbuurcoaches, informele steun. Eigenlijk de hele sociale basis. Huisartsen die niet onder druk staan, noem maar op. Hoe meer tijd er is in het voorliggende, hoe minder uiteindelijk je jeugdhulp krijgt. Wat ook de transformatie vraagt, en daar zijn we dus wel ontzettend mee bezig, dat MetMaya dat ook lokaal gaat bieden en ook de jeugd- en gezinsteams dat lokaler gaat bieden, is groepsgerichte behandeling en begeleiding. Dus in de verordening willen we ook kijken van: als het aanbod er groepsgericht is, dat je dat dan niet individueel beschikt krijgt. Dat is ook lering die we hebben opgedaan uit de coronatijd dat je … Al die kinderen krijgen individuele begeleiding en behandeling en soms is het gewoon ook veel effectiever om een groepje kinderen bij elkaar te zitten en ook het gesprek te voeren over de psychosociale problematiek.
Natuurlijk is de transformatieopgave van MetMaya om met lokaal, met lokale aanbieders afspraken te maken. Dat zij samen gaan werken, op worden genomen in het gebiedsteam, zodat gezinnen van Eemnes niet meer naar Amersfoort hoeven of naar Hilversum hoeven, maar gewoon op de fiets in het dorp de hulp kunnen krijgen. Nou speelt er een knelpunt met pgb en dat is in deze grafiek heel goed te zien. Wat is er gebeurd? In de regio was er, werden er behoorlijk veel bdvo’s ingezet. Miriam vroeg me vanmiddag nog: beperkte dienstverleningsovereenkomsten, vandaar dat we het afkorten. Daar zijn we dus mee gestopt. Dan zie je dus dat ouders soms buiten gecontracteerde aanbieders toch willen kiezen en die worden dan in een pgb ingezet. Dat is de grafiek van 2022. Als je dan naar een vooruitblikje gaat kijken naar de grafiek van 2023, hierin is al rekening mee gehouden dat het niet helemaal uitgenut gaat worden, maar toch lijkt het echt nog wel te stijgen. Het gaat dus niet goed met pgb. Pgb en het taakgerichte budget, dat zijn communicerende vaten. We spreken een vast budget af met de aanbieder. Als je daarnaast heel veel pgb's blijft inzetten, later ga je dan hebben van: is het wel voldoende dekkend? Je zit toch met, wat er in Eemnes speelt, is een perverse prikkel. Want wat het is, is dat je hier een afspraak hebt om 100 procent van het zorg in natura tarief te hanteren.
In de meeste gemeentes in de regio, behalve Bunschoten, hebben een andere afspraak. Dat is 90 procent voor formele jeugdhulpaanbieders, omdat zij minder overhead hebben omdat ze het via een pgb doen. 75 procent voor zzp’ers, omdat ze eenmansbedrijf zijn. Het zorg in natura tarief is gebaseerd op dat je huur hebt en overhead en administratie op kantoor. Daarmee zijn die tarieven best wel hoog. Het is dan ook gewoon. We willen eigenlijk dat mensen overgaan naar MetMaya of het gecontracteerde aanbod worden, maar er is nu eigenlijk gewoon geen financiële prikkel om dat te doen. Dat is gewoon heel erg lastig en Eemnes heeft echt een veel hoger inzet van pgb dan andere gemeentes in de regio. Dit is dus echt een vraag die hier op tafel ligt, want het is de bedoeling dat we gewoon die nieuwe verordening rond gaan
stellen Het is een politieke keus wat je gaat doen. Daarom heb ik hem nu in deze presentatie opgenomen om aan jullie te vragen: wat zullen we in de verordening gaan opnemen? De voorzitter: Nee, ik wist niet dat het einde was. Ik neem aan dat u niet meteen antwoord wil maar dat u wil dat we erover nadenken. Dat we er misschien nu even over discussiëren? Mevrouw Boesveld: Deze vraag heeft al eens eerder hier in de raad gelegen en toen is uiteindelijk een andere keuze gemaakt. Maar ja, ik wil hem toch een keertje nog een keertje op tafel leggen. De voorzitter: Prima. Dan gaan we eventjes een rondje maken of er nog vragen zijn, opmerkingen en wat er zoal bij u leeft. Ik begin bij de Partij van de Arbeid, de heer Van der Vegt. De heer Van der Vegt: Ik heb wel wat vragen zelf. Moet u maar een beetje aangeven of het voor u is of voor mevrouw Havinga. Net als bij het vorige onderwerp is denk ik bij jeugdzorg nog meer van belang de kwaliteit en hoe die geborgen is. Ik bedoel dat kan een verschil betekenen tussen een leven met een grote zorgvraag of een leven zonder of beperkte zorgvraag, als je het goed oppakt bij kinderen en jongeren.
Dus de vraag is eigenlijk: in hoeverre wordt de kwaliteit van het aanbod meegenomen bij de aanbesteding en hoe wordt die geboden, hoe wordt het geborgd in de geboden zorg? Zijn daar ook cijfers over bekend, over de kwaliteit? Nou las ik ook een stukje over de zorgvraag en corona en de Oekraïne-oorlog, dat daar oorzaak een beetje in werd gezocht voor de verhoging van de hulpvraag. Maar in het stuk over het sociaal domein, dat we hiervoor hebben besproken, werd juist aangegeven dat we rekening moeten houden met een structurele stijging van het aantal jongeren met psychische problemen als gevolg van toegenomen prestatiedruk, maatschappelijke zorgen. Onze vraag is dan: wordt hier voldoende rekening mee gehouden bij de beleidsbeslissingen voor de toekomst en kan de gemeente Eemnes nog iets extra's betekenen voor die jongeren? Dat waren eigenlijk mijn vragen, onze vragen. De voorzitter: Oké, dankuwel. Ik stel voor dat mevrouw Boesveld ze eerst beantwoord voordat ik doorga, want anders dan stapelt het zich zo op voor u, denk ik. Ja? Mevrouw Boesveld: Dankjewel. Voor de kwaliteit van de hulpverlening van MetMaya: ik heb in het inkoopteam gezeten. We hebben daar heel erg veel sessies aan besteed en er is een heel mooi, heel dik document gekomen waarin alle afspraken zijn terug te lezen. Daar zie je ook alle kwaliteitsafspraken, maar kwaliteit dat was echt het uitgangspunt.
Wat je nu ziet, met die versnippering van de aanbieders, dat de zorg onvoldoende, niet altijd vanuit een gezin, een plan misschien wordt vormgegeven. Dat je de kwaliteit niet kan waarborgen omdat je vierhonderd aanbieders hebt. Dan kan het accountteam eigenlijk de grootste aanbieders het goeie accountmanagement bij doen. Wat je ook ziet is dat het in het huidige afspraken dat eigenlijk productcodes stapelt. Dat is een beetje ingewikkeld, maar dan … Je ziet het juist bij die hele complexere zorgvragen dat het heel erg stapelen is van allerlei dingen, en daar willen vanaf. Er moet gewoon maatwerk worden geboden en mensen moeten de ruimte krijgen om te doen wat nodig is. En weer plezier in het werk krijgen, waarvoor je als hulpverlener op aarde bent. Daar gaat de nieuwe inkoop over en dat is iets heel anders wat de regio Gooi en Vechtstreek momenteel doet. De heer Van der Vegt: Er zijn natuurlijk nogal eens wat verontrustende berichten over de zorgmaffia, en zo. Ik denk dat het eerder beter geborgd kan worden bij een aanbieder. Dat je dan … Maar goed. Mevrouw Boesveld: Dat denk ik ook. Wij lopen vooruit op de hervormingsagenda in regio Amersfoort. Over de toegenomen prestatiedruk en maatschappelijke zorgen. Je moet ook heel erg goed samenwerken met het
onderwijs. Dat zit ook in de opdracht. We hebben brugfunctionarissen, die werken ook samen met het onderwijs vanuit jeugd- en gezinsteam. Wat je ziet is dat eigenlijk wel de jeugdhulp een beetje afneemt inmiddels. Je ziet ook dit jaar de aantallen iets zakken. Ik vind het ook heel erg moeilijk want het is soort koffiedik kijken van: welke kant gaat het op? Want ik wist ook niet dat die corona-effecten zo lang zouden duren. De voorzitter: Oké, danku. Dan kom ik bij D66, heeft u nog vragen? CDA? De heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Ik heb eigenlijk ook niet zoveel vragen, maar wel een paar opmerkingen. Ik was in ieder geval blij met het staatje … Dank voor de presentatie trouwens, sorry. Moet je mee beginnen natuurlijk. Ik was blij met een staatje van indicatie versus declaratie. Het rijmt ook mooi, maar ik was er op zich heel blij mee. Want we hebben natuurlijk vaker discussie natuurlijk van: zoveel geïndexeerd en hoe zit nou precies? Ik ben wel blij dat er nu dat onderscheid er ligt en ik hoop ook dat dat met die declaratie, om het eens zo te zeggen, dat we daarmee verder gaan. Want dat dat zegt eigenlijk veel meer natuurlijk. Goed als je natuurlijk kijkt naar een halfjaarreportage 2020. Of nee, sorry, de jaarrapportage 2022, dan zie je natuurlijk dat de jeugdhulp afneemt. We hebben natuurlijk een stuk verevening.
Eigenlijk is het gewoon een pluim richting jullie natuurlijk, dat het eigenlijk gewoon goed gedaan hebben. Dat is zegt iets over de toekomst, dat we toch wel op de goede weg zijn in Eemnes. Dus ik zie het als iets positiefs. Het is wrang is natuurlijk dat jij aan regio geld moet betalen, andere kant: we hebben de jaren voorheen daar ook van geplukt, om het maar zo te zeggen. Ik was wel even benieuwd: in de stukken staat dat de halfjaarreportage 2023 nog komt. Is dit van vanavond een vervanger van de halfjaarrapportage die we dan nog mogelijk gaan behandelen? Of hoe moet ik dat zien? Is dit even een opwarmertje? Ik weet niet aan wie ik dat moet neerleggen, maar ik weet het niet. In ieder geval, dat was even mijn vraag als ik dat zo … Want ik was heel blij met prestatie hoor wat dat betreft, maar dat dat lag even. Je triggert natuurlijk ons even met het punt van de pgb in de naturavergoeding. De financiële prikkel om het zo maar te zeggen. Wij neigen vaak … We hebben gekozen voor MetMaya en uiteindelijk wil je ook dat de mensen overgaan naar MetMaya toe. Of je dat nou met de financiële prikkel moet doen, dat is even mijn vraag. Je hebt natuurlijk nu wel cliënten die gekozen hebben voor bepaalde zorgaanbieder en je wil ook niet dat de kinderen zomaar naar een ander toe gaan.
Dus ik snap wel dat op dat moment dat jij bij iemand loopt, dat je niet overstapt naar een ander toe omdat toevallig de gemeente voor MetMaya heeft gekozen. Maar naar de toekomst toegezien, dan zullen we toch wel dat erin moeten brengen dat uiteindelijk … We hebben die weg ingeslagen, die route ingeslagen en dan moet je dat ook vervolgen. Niet over een twee … Dat mensen overal kunnen kiezen, of ze moeten er extra geld voor over hebben. In principe moet je natuurlijk wel proberen om die sturing toch ergens in te brengen. Alleen financiële prikkel vind ik een beetje pervers klinken, dus ik weet niet of er andere mogelijkheden zijn. Maar goed, dus wij neigen er wel voor om te sturen op MetMaya. Maar liefst wel iets anders dan een financiële prikkel. Al snap ik best wel wat daarmee bedoeld wordt, maar daar wil ik toch terughoudend in zijn. Ik snap best dat je met een zzp'er, die van alles nog wat aanbiedt, dat hij opeens een hoger bedrag vraagt dan bij MetMaya vandaan. Dus dat kan voorstellen. Maar goed ik vind hem lastig, wat dat betreft. Maar de gedachtegang kunnen we volgen. De voorzitter: Dat was eigenlijk voor dit moment. Er waren opmerkingen en een vraag heb ik begrepen. Mevrouw Boesveld.
Mevrouw Boesveld: Die halfjaarrapportage, die komt eraan. Maar het leuke nu is zeg maar, doordat ik dat dashboard heb, en dan zie je dus de verwijzingen en dan zie je dus eigenlijk al heel goed echt zo'n knik dat niet alle facturen binnen zijn. Alleen je kan pas echt een goede rapportage maken, dus een aantal maanden na de laatste maand en dan heb je, een halfjaarrapportage zit op 30 juni, dan wordt de hele maand juni meegeteld. Dan heb je 30 juli, 30 augustus, 30 september. Hij komt er … Weet je wel? We komen in de buurt. Anders krijg je een veel te rooskleurig beeld. Want je ziet nu gewoon heel goed: is die nu een beetje de lijn stabiel, zijn de meeste facturen betaald? Dan kun je zeg maar de rapportage pas maken. Over die zorgcontinuïteit, want dat is wat je eigenlijk benoemd: we hebben ook, met MetMaya zijn wij hierover in gesprek met die pgb's. MetMaya die wil ook in gesprek gaan met aanbieders die nu vanuit de pgb hulpverlenen en dan kunnen ze ondergecontracteerd worden bij MetMaya, zodat we de zorgcontinuïteit waarborgen. Ook in het jaar 2024, wordt echt een overgangsjaar, waarin de huidige zorg nog door kan lopen. Dat MetMaya dan pas als het echt afgerond wordt dat dan met MetMaya dat overneemt.
Dus wordt ook gekeken van: kan je dan ondergecontracteerd worden bij MetMaya, als de zorg moet doorlopen? Ze willen daar allemaal maatwerkoplossingen bij doen en heel vaak is ook: een traject duurt negen maanden effectief. De meeste trajecten zijn, stoppen natuurlijk. Dus dat is … Maar jouw vraag ging alleen maar over de pgb en ik maakte hem even iets breder naar het hele aspect van zorgcontinuïteit. De voorzitter: Oké, dankuwel. De heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Misschien toch even een reactie over het laatste. We lezen natuurlijk ook de krant en wij horen geluiden uit andere gemeentes vandaan dat bepaalde zorgaanbieders absoluut niet onder MetMaya willen gaan zitten, en dat soort dingen. Dus dat soort dingen hoor je natuurlijk ook. Waar precies de waarheid ligt, die ligt vaak het midden. Maar die weten wij dus niet, vandaar dat ik ook best wel benieuwd ben, hoe dat straks en nu aan het lopen is. Daar hebben we … zicht op. Dat heeft ook eigenlijk te maken met de halfjaarrapportage 2023. Ik benoemde net ook al bij het vorige punt, de WMO, dus Huizen om het zo maar te zeggen: een stukje verwachtingsmanagement. Wij zijn nu … We willen eigenlijk weten hoe met jeugdzorg zit en halfjaarrapportage zit erop. Dus we vragen het maar aan het begin en we hopen dat we wat horen van 2023.
Dus we willen gewoon, ik tenminste … Wat mij zou helpen, als wij vrij concreet we weten wanneer het naar ons toekomt, dat wij het op de agenda kunnen vragen. In plaats van na het zomerreces of … Dat er gewoon iets meer duidelijkheid komt. Het staat iets los van het ambtelijk, naar de wethouder toe, naar ons toe. Want dat zijn natuurlijk verschillende sporen zijn dat en vaak lees je juist in de stukken van: ambtelijk komt het in juni/juli beschikbaar, dus dan ligt het ergens bij het college maar nog niet bij ons en wij zien het nog niet. Vandaar dat ik dat ook even benoem, op die manier. De voorzitter: Dankuwel. Dan kom ik bij DorpsBelang, mijnheer Pouw. De heer Pouw: Eerst dank voor de presentatie, die was helder. Ik wou toch even iets meer weten van die pgb. Als ik u goed begrepen heb zei u, en dat noemde u met een afkorting, dan noem ik dat even in mijn eigen woorden: er zijn wat zorgaanbieders waar een paar jaar geleden gewoon een contract mee was en dat is op moment x stopgezet. Ik kan me zo voorstellen dat bepaalde kinderen daar al zitten. Dan worden die ouders worden geconfronteerd met de pgb. Dat is allemaal op basis van tarieven. Ik heb begrepen dat de tarieven allemaal vastliggen, dus dat dat ook niet veel afwijkt wat je zelf kwijt bent. Dus ik snap niet zo heel goed waar dan het probleem met een pgb zit.
Met MetMaya is het zo, als het allemaal op basis van dezelfde tarieven werkt: ik denk dat voor veel ouders juist heel fijn is dat ze van de hele pgb-gebeuren af zijn. Dat ze zeggen van: drie jaar geleden ging het nog, ik noem het maar even, met een semi-contract. Die de gemeente dan had, althans in dit geval Eemnes dan had, met iemand net buiten de regio. Dat is, twee jaar geleden kon het in een
keer niet meer. Toen moesten die ouders allemaal pgb doen. Nu komt MetMaya en ik denk dat dus … Heb ik dat zo goed … Ik snap het niet zo goed waarvoor de schuld bij de pgb bij ligt, als al die tarieven vastliggen. We gaan toch niet in een keer meer uitgeven daardoor? Het zijn allemaal vaste tarieven, dus als een ouder voor een zorgaanbieder kiest die een hoger tarief heeft dan kan dat dus niet. Wat dan zegt de gemeente hier: nee, dit is ons lijstje en dit zijn de tarieven die we hebben. Daar moet u zich aan … Daarvoor moet u het doen. Dan krijg je wel een euro per behandeling of per uur kan je dan nog wel een beetje … Maar niet twintig natuurlijk. Dus ik ben een beetje zoekende waar nou de schuld bij de pgb ligt. Ik vind het een beetje wrang, eigenlijk. De voorzitter: Mevrouw Boesveld Mevrouw Boesveld: Die bdvo’s, dat waren ook contracten buiten het gecontracteerde aanbod. Wat je nu dan hebt met taakgerichte bekostiging, dan ga je over naar een vast budget. Als je nu zeg maar … Die bdvo’s waren net zo'n groot knelpunt als dat de pgb's nu zijn. De heer Pouw: ... kortingen. Ik ben een beetje … Mevrouw Boesveld: P maal q waren gecontracteerd, dat zat binnen contracteerde aanbod. Maar, je had daarbuiten nog bdvo’s die zich niet met het regionale contract hadden geconformeerd. Dus dat waren misschien de aanbieders in Hilversum.
De heer Pouw: Mijn vraag is … Mevrouw Boesveld: Die bdvo’s die zijn gestopt en in de plaats daarvan zijn dan nu de pgb’s gekomen. De heer Pouw: Snap ik, dat is mij helder. Alleen ik ben zoekende: waarvoor het dan, daar zijn we toch niet meer geld kwijt? Mevrouw Havinga-De Jong: Zal ik een poging doen? Mevrouw Boesveld: Ja. De heer Pouw: Het is heel simpel. Als ik, ik noem maar wat: het uurtarief, heel simpel, honderd euro per uur. Vroeger ging het via een contract, zag een ouder niks van. Werd er honderd euro per uur overgemaakt aan diegenen met wie de gemeente een semi-contract had. Toen werd het gestopt. Nu krijgt die ouders krijgt dan via de gemeente die honderd euro per uur en die betalen dat aan de zorgverlening. Allebei honderd euro per uur. Dus ik zie totaal niet waar dan nu een keer pgb de grote boosdoener is. De voorzitter: Volgens mij wil mevrouw Havinga antwoorden. Mevrouw Havinga-De Jong: Een poging doen, dankuwel. Het is natuurlijk, wat we MetMaya doen is een taakgerichte aanpak. Dat is anders dan alleen maar verzilveren van iets wat beschikt is. Als je honderd euro per uur blijft wegdragen en de vraag is maar: hoeveel behandelingen zijn er gaandeweg een periode ook nodig? Met MetMaya is gewoon een afspraak dat we samenwerken met het JGT. We hebben een gebiedsteam straks. Dus de hele aanpak wordt anders.
Alleen het is nu wel zo dat alle aanbieders, ook buiten de huidige regio, uitgenodigd worden voor gesprek. Dus overal waar we nu pgb-afspraken mee hebben, die worden allemaal uitgenodigd om met MetMaya in gesprek te gaan. Dat zijn ook de gesprekken die nu lopen. Recent hebben mevrouw Boesveld en iemand van het JGT en ik met de directeur van MetMaya gezeten en degene die alle contacten en gesprekken voert. Juist om te horen: wat zijn nou de aanbieders waar jullie graag
en vaak mee samenwerken? Wie moeten wij nou, volgens jullie, in ieder geval gesproken hebben voordat we in januari overgaan? Gelukkig zat er al heel veel overlap in wat ze al hadden gesproken, maar daar komen die specifieke pgb's juist aan de orde. Die ze in Amersfoort wellicht niet kennen en niet mee samenwerken, waar wij wel mee samenwerken. Die krijgen nu allemaal de kans om binnen MetMaya gewoon een aanbod te doen. De heer Pouw: Dat is in ieder geval fijn, dat hoop ik ook. Ik zeg ook niet dat we niet daarnaartoe moeten. Alleen ik ben gewoon nog steeds zoekende, waarvoor de schuld nu bij de pgb ligt want. Het lijkt net of de pgb … Zo wordt het wel, want er wordt van ons nu een antwoord op een vraag verwacht. Mevrouw Boesveld: In principe is een persoonsgebonden budget is maatwerk voor een hulpverlener, als je bijvoorbeeld gehandicapt bent en die extra steun hebt in je dagelijks functioneren. Daar is een pgb van oudsher voor. Echt maatwerk binnen een gezinssituatie of … Wat je ziet is nu dat het heel veel formele hulpverleners zijn die buiten gecontracteerde zorg vallen en dat dan pgb’s is. Dat zou ook zorg in natura gecontracteerde zorg kunnen zijn. Wat je ziet in dit … Als je als je kijkt naar die eerdere jaren, dat is heel veel gewoon de informele steun die gecontracteerd is. Dan zie je: dat is eigenlijk allemaal de formele steun.
De heer Pouw: Het spijt me, of ik ben zelf niet duidelijk. Of je nou vroeger dat geld kwijt was aan iemand met wie je een contract had of nu via pgb: dat lijkt mij gewoon lood om oud ijzer. Ik zie hem gewoon niet, maar dat zal wel aan mij liggen. Het spijt me. Mevrouw Boesveld: Dat heeft me de taakgerichte bekostiging te maken. Dat dat een vast budget is. De heer Pouw: Maar als je … Nee, laat maar. De heer Van Benthem: Volgens mij is het punt van: we verzilveren door de pgb niet alles van het taakgerichte budget in potentie wat we MetMaya hebben afgesproken. Dus stel, de regio heeft duizend behandelingen afgesproken en wij hebben 5 procent daarvan. Dan zouden we vijftig behandelingen eigenlijk moeten binnenharken, om in ieder geval waar voor ons geld te krijgen. Op moment dat we er maar dertig doen en twintig via de pgb zijn we toch het taakgericht budget kwijt. We betalen eigenlijk dubbel voor het niet benutte deel, dat we via de pgb betalen. Dat is denk ik de crux. Zo probeer ik hem even heel simpel … De heer Pouw: Goed, maar dan ben ik niet bang dat heel veel ouders blij zijn dat ze gewoon als MetMaya toch weer een contract met diegene waar ze al jaren lopen. Want het is niet hun schuld dat de gemeente in een keer geen contract hebt. Dus ik ben daar niet zo heel erg bang voor, dus dan is het me nu helder. De voorzitter: Dankuwel.
Dan de VVD, excuus dat u zo lang moet wachten. Mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Ik had ook nog even een vraag over de vraag die u aan ons stelt. U gaat daar over op 90 procent en 75 procent. Zijn dat bedragen of percentages die in andere gemeentes worden gehanteerd? Mevrouw Boesveld: Dat is eigenlijk de standaard binnen de regio. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Oké, dan is dat duidelijk. De voorzitter: Verder geen vragen? Nee. Nou prima. Dan hartelijk dank voor de toelichting. Ik neem aan dat verder niemand er iets meer over wil zeggen? Nee? Prima. Ja? Mijnheer Seldenrijk, toch nog? Dan heb ik het te …
De heer Seldenrijk: Het is met name richting het college, natuurlijk. De discussie, die net hier speelde natuurlijk, die zou ik wel eens een keer naast elkaar willen hebben. Uiteindelijk wat wij ingekocht hebben, MetMaya en het pgb, hoe dat nou precies met elkaar verhoudt? We hebben hier natuurlijk een woordenwisseling en volgens mij heb ik het nu eindelijk begrepen, dankzij de heer Van Benthem. Maar ik zou er nog even graag iets meer feeling bij krijgen, bij het onderwerp. Mevrouw Havinga-De Jong: U bedoelt feeling, want we hebben natuurlijk geen keus. De heer Seldenrijk: Nee, nee, nee, nee, nee. Mevrouw Havinga-De Jong: We hebben een afspraak gemaakt. Dus we hebben het pakket gewoon met MetMaya afgesproken, dus we kunnen niet achteraf nog gaan zeggen: weet je, we gaan minder afnemen want we gaan heel erg de pgb’s stimuleren. De heer Seldenrijk: Dat is een vervolgvraag. Je begint altijd met: begrijpen we elkaar goed en hoe staat het naast elkaar? Vandaar dat ik ook die twee zaken naast elkaar wil hebben staan, om daar dadelijk wat gevoel, in eerste instantie, bij te krijgen. Want nu hebben we het alleen over pgb. Mevrouw Havinga-De Jong: Volgens mij wilt u straks horen dat we gewoon een mooi passend aanbod hebben op basis van alle zorg die we nodig hebben voor onze jeugdigen in Eemnes en dat we met MetMaya gewoon een dekkend aanbod doen.