Transcript commissie Ruimte 3 april 2023
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE RUIMTE VAN GEMEENTE EEMNES 3 april 2023
1.
Opening De voorzitter: Goed, dames en heren, het is acht uur. De heer Van Schaik komt nog binnen, dus ik wou beginnen met de vergadering. Hierbij open ik de commissievergadering van de vergadering Ruimte van 3 april. Ik heet u allen welkom. Een speciaal welkom aan het brandweerkorps Eemnes, in vol ornaat hier aanwezig. Uiteraard ook welkom de mensen die thuis eventueel meeluisteren en aan de commissieleden ook welkom. Vanuit het college moet ik even melden dat de heer Reijn afwezig is en dat die wordt vervangen door mevrouw Havinga. Daarmee zijn we compleet.
2.
Vaststellen agenda De voorzitter: Dan kom ik bij het tweede agendapunt en dat is het vaststellen van de agenda. Dan wou ik even een paar dingen met u doornemen, met uw welnemen. We beginnen sowieso met de twee presentaties en er is vanuit uw midden al een verzoek gekomen om de toewijzingscriteria voor Plukveld en de Hink Stap Sprong gezamenlijk te behandelen en zowel wat ook dan wordt voorgesteld om gezamenlijk te behandelen is de Woondeal en het Regionaal programma voor het wonen en werken in de regio Amersfoort. Dan wil ik met uw goedkeuring ook het actualisatie van de huisvestingsverordening – waarvoor ik denk dat de brandweer hier op de tribune zit – naar voren toe halen, anders moeten ze de hele avond hier wachten voordat het onderwerp eindelijk aan de orde komt. Want we hebben best wel een lange vergadering en die wou ik na de twee presentaties behandelen. Ik kijk even rond of het allemaal duidelijk is en of u daarmee kan instemmen. Dat is het geval, dan is bij deze de agenda vastgesteld.
3.
Vaststellen besluitenlijst d.d. 6 maart 2023 De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de besluitenlijst van de vergadering van 6 maart. Er zijn geen op- of aanmerkingen ingediend. Ik kijk nog even rond naar de commissie of dat nog steeds het geval is. Dat is het geval, dan is die besluitenlijst bij deze ook vastgesteld.
4.
Inventariseren spreekrecht De voorzitter: Dan kom ik bij het inventariseren van het spreekrecht. Er hebben zich tot nu toe nog niemand aangemeld naar het spreekrecht, maar zoals altijd kijk ik dan nog even naar de zaal rond of iemand zegt: nou, ik wil over een bepaald onderwerp toch nog echt wel inspreken. Dat is niet het geval. Oké, dan hebben we dat agendapunt ook behandeld.
5.
Te bespreken onderwerpen 05.01 Presentatie LEF project De voorzitter: Dan komen we bij de onderwerpen die we gaan bespreken en dan beginnen we bij de presentatie van het project LEF. Dat is de presentatie door ambtenaar de heer Radstake. U gaat al zitten, dat is mooi. Ik neem aan dat u gewoon eerst uw gehele presentatie doet en dat we daarna eventuele vragen of opmerkingen bij de commissie rondgaan en niet tussendoor denk ik, hè?
De heer Radstake: Als dat uw voorkeur heeft wel. Mij maakt het op zich niet uit. De voorzitter: Ik denk dat het misschien ordentelijk is dat u gewoon uw vragen even bewaart en dat we daarna gewoon een rondje doen voor de commissie. Dan wou ik u het woord geven, heer Radstake. De heer Radstake: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ik start even de presentatie op. Even kijken. Het is niet mijn eigen computer, vandaar dat het even duurt, excuses daarvoor. Ik moet even de presentatiemodus hebben. Nou, diavoorstelling. Prima, op deze manier. Het is altijd weer even een uitdaging als de laptop er toch even net iets anders uitziet, excuus voor de kleine vertraging. Ik ben gevraagd om een toelichting te geven op het project RENAISSANCE. Dat is een Europees subsidieproject wat de afgelopen drie jaren heeft gelopen in de gemeente Eemnes. Lokaal is dat project bekend als LEF en dat staat voor Lokale Energie Faciliteit. Ik heb hier op de tweede slide even aangegeven welke partijen er allemaal een bijdrage aan hebben geleverd, dat zijn er nogal aardig wat. Het traject heeft gelopen met een volledige Europese subsidie, die is aangevraagd door de gemeente Eemnes. De gemeente Eemnes was dus ook de hoofduitvoerder van het project in Nederland. Ik kom zo direct nog even op de andere partijen die er ook bij betrokken zijn geweest in Europa.
De partijen die hier aangegeven zijn, dat zijn de lokale en regionale partijen die uiteindelijk invulling hebben gegeven aan het project. Dat is even van belang om te weten, omdat het project ondanks het feit dat het formeel nu afgerond is wel doorgaat in de komende jaren. Een korte samenvatting wat LEF nou precies is. Het was een Europees subsidieproject, volledig gedekt door een honderd procent Europese subsidie en het is bedoeld voor flexibele, lokale en duurzame handel in energie. We zijn natuurlijk allemaal heel druk bezig met het opwekken van energie, alleen we weten ook dat zon in de zomer heel veel opgewekt wordt, maar niet altijd zelf gebruikt kan worden. Het initiatief hier was om de zon die opgewekt wordt door particulieren te kunnen delen rechtstreeks met andere particulieren die geen zonnepanelen hebben en dus rechtstreeks lokaal duurzame energie zouden kunnen afnemen. Eemnes was daarin een van de vier pilots in Europa. Het bijzondere van de pilot in Eemnes is overigens dat wij de enige pilot zijn die eigenlijk in de feitelijke marktomstandigheid heeft gedraaid. De voorzitter: Ik denk dat even een klein moment. Vals alarm? Nou, hebben we dat ook een keertje meegemaakt. Gaat uw verder, heer Radstake. De heer Radstake: Dank u wel. Ik voel me wel uitermate veilig hier nu.
Zoals ik al zei, het bijzondere van het project in Eemnes is dat het in een feitelijke marktsituatie heeft gedraaid, dus met individuele particulieren. We hebben ook echt individuele deelnemers moeten werven hier in Nederland. De andere drie projecten, en ze staan hier even aangegeven, dat waren Spanje, Griekenland en België, dat waren meer afgeschermde eenheden. Een universiteitscampus, aangestuurd door de universiteit, of een wintersportresort met één eigenaar. Daar konden beslissingen wakker genomen worden en daar waren de deelnemers min of meer verplicht om deel te nemen. Dat was in Eemnes wat anders, we hebben hier echt moeten werven voor individuele deelnemers en dat is uitermate goed gelukt, moet ik zeggen. We hebben in november 2019 hier in deze zaal een aftrap gehad. Daar was heel veel animo, fotootje er nog bij, ik denk dat hier zo'n tachtig mensen toen aanwezig waren. Wij waren toen op zoek naar de eerste vijftig deelnemers voor het project en die hebben we eigenlijk op een paar na ook weten te realiseren tijdens die avond of in de opvolging van die avond. Dat is denk ik zeker voor een gemeente als de omvang van Eemnes een fantastisch resultaat. Een project bestaat natuurlijk ook met een aantal doelen.
Ik heb hier de doelen aangegeven en ik heb meteen ook even in rood aangegeven en in groen – groen is niet zo goed zichtbaar, maar dat zijn de donkere teksten – welke we gehaald hebben – dat zijn dus de donkere teksten – en welke doelstellingen we uiteindelijk niet gehaald hebben en ik zal heel kort even toelichten waarom wel of waarom niet. De eerste was het technisch
mogelijk maken van lokale energiehandel. Nou gebeurde lokale energiehandel al wel op andere plekken in Nederland en ook in Europa, alleen niet op de wijze zoals dat hier nu uiteindelijk in Eemnes is vormgegeven. Dat heeft nog best wel wat technische obstakels opgeleverd, daar kom ik straks nog even op, maar uiteindelijk is het wel gelukt om een technisch werkend systeem neer te zetten waarbij er lokale energiehandel kon plaatsvinden. Tweede doelstelling was eigenlijk om aan te tonen dat lokale energiehandel financieel interessant is voor alle deelnemers. Dat is helaas niet gelukt. Ik kom straks ook nog even terug op de reden waarom, maar de belangrijkste reden is eigenlijk dat de huidige wet- en regelgeving in Nederland het economisch niet interessant maakt om lokaal energie te verkopen aan derden. Het is eigenlijk met name door de salderingsregeling vaak interessanter om de energie gewoon terug te leveren aan het net, daar krijg je toch vaak de beste prijs op dit moment. Mocht die salderingsregeling gaan vervallen, dan zijn daar kansen voor het LEF-project. Het was ook het aantrekkelijk maken van overproductie van duurzame energie. Nu zie je vaak dat mensen die zonnepanelen leggen dat leggen voor hun eigen consumptie. Overproductie is vaak niet zo interessant, omdat je het moet terugleveren aan het net.
Het idee was om de overproductie nou juist wel interessant te maken door het te kunnen leveren aan individuele particulieren in Eemnes. Ook daar geldt weer dat die overproductie niet interessant is juist vanwege dat tweede punt: er is geen financiële incentive om dat te doen op dit moment. We hebben uiteindelijk een systeem weten te creëren wat repliceerbaar is in Europa. Dat was een van de voorwaarden ook die de Europese Unie stelde aan de subsidieverstrekking, het moest een systeem zijn wat in principe overal toepasbaar zou zijn, in elke Europese lidstaat. Dat is gelukt. Een volgend punt was de vermindering van de belasting van het lokale energienet. Ook dat is gelukt, zij het wel in beperkte mate, want als je kijkt de hoeveelheid energie waarover we praten binnen het project zijn toch vrij beperkt gebleven. Maar technisch is het wel gerealiseerd. Nou hadden we als gemeente ook een doelstelling om überhaupt deel te nemen aan het project en dat was met name het maximaliseren van de energieproductie op daken. Dat ligt eigenlijk een beetje in het verlengde van het aantrekkelijk maken van overproductie op daken in Eemnes. Dat is eigenlijk om dezelfde reden dus niet gelukt als dat eerder aangegeven punt, het is economisch gewoon op dit moment niet interessant voor mensen om meer zonnepanelen te leggen en meer energie te gaan produceren dan voor eigen consumptie.
We hopen dat er op termijn wel verandering in komt, met name als de salderingsregeling gaat vervallen. Ik heb in een plaatje proberen aan te geven, maar plaatjes worden snel ingewikkeld, hoe het LEF-project eruitziet. Ik zal daar een toelichting op geven. Boven en onder zijn woningen aangegeven, dat zijn de individuele particuliere deelnemers. De bovenste zijn deelnemers met zonnepanelen, de onderste zijn deelnemers zonder zonnepanelen. Aan de pijlen die tussen de woningen en het LEF Trading Platform, het centrale systeem waarin de handel plaatsvindt, daaraan kunt u zien in welke richting de energie gaat. Bij de bovenste woningen gaat die zowel naar het trading platform toe: als u energie zou produceren kunt u dat leveren aan het platform, maar u kunt ook afnemen van het platform. De woningen aan de onderkant kunnen alleen afnemen, zij hebben geen zonnepanelen en kunnen dus geen energie leveren aan het platform. Het platform was ook gekoppeld gewoon aan het energienet en aan een lokale batterij. Het idee daarbij is dat op het moment dat er een overproductie is binnen het lokale platform wat ook niet lokaal afgezet kan worden, dan kun je twee dingen doen: je kan het opslaan in de batterij, of je kunt het terugleveren aan het net en dat doe je afhankelijk van de hoogste prijs die je voor een van beiden krijgt. Dat is in een notendop het systeem.
Nou moet natuurlijk al datgene wat daar aan handelingen plaatsvindt ook bijgehouden worden. Ik heb dat in die grijze balk daarnaast aangegeven, maar eigenlijk is dat een energieleverancier die maandelijks ook de factuur opmaakt van al die handelingen die daar verricht zijn. Heb ik energie geproduceerd en geleverd aan het platform, heb ik energie afgenomen of geleverd aan de batterij die op een later moment is afgenomen? Daar hebben wij een afzonderlijke energieleverancier voor in moeten schakelen, omdat de grote energiepartijen op dat moment die diensten nog niet leverden, begint nu langzaam wel te komen. De crux van dit hele verhaal met betrekking tot energiehandel is eigenlijk dat je op deze manier met het platform gebruik kunt maken van de energieprijzen per uur die op de energiemarkt te vinden zijn. Dat is eigenlijk het
rechter schema, de rode staafkolommen. Daar zie je een voorbeeld van het wisselen van energieprijzen over de dag. Het zijn uurprijzen en dat betekent dat je bijvoorbeeld 's ochtends weinig betaalt voor je energie en 's middags veel betaalt voor je energie en dat dus ook 's ochtends als je terug zou leveren je wat minder voor je energie zou krijgen en 's middags wat meer voor je energie zou krijgen. Dus je kunt zelf als afnemer en als leverancier bepalen: wat zijn de momenten waarop wij lokaal energie willen houden, of wat zijn de momenten waarop wij het in de batterij willen stoppen of juist willen terugleveren aan het net, wat is economisch het meest interessant? In een project zitten er altijd uitdagingen en een van de uitdagingen heb ik hier even weergegeven, dat zijn de batterijen die uiteindelijk zijn geïnstalleerd in het project. De bedoeling was om snel in het project die batterijen te realiseren, uiteindelijk heeft de realisatie anderhalf jaar gekost voordat die batterijen er waren. Dat had te maken met het feit dat het een half jaar heeft geduurd voordat de besluitvorming en de selectie van de lokale deelnemers uiteindelijk rond was, want die batterijen zijn bij vier van de deelnemers thuis geplaatst, maar wel specifiek gebruikt voor het project, dus niet voor de eigen energieopslag.
Vervolgens hadden we een half jaar wachttijd op levering en installatie en vervolgens hadden we nog een half jaar nodig voor het goed krijgen van de data en de aansturing met het platform. Daarin zie je dat de techniek er vaak al wel is, maar om die techniek werkend te krijgen binnen zo'n complexe situatie, dat kost toch wat meer tijd dan aanvankelijk was aangenomen. Uiteindelijk hebben we wel vier batterijen daar weten te realiseren die ook naar behoren werken. Er zaten ook flink wat uitdagingen in het project. Wat ik al zei, de techniek is vaak wel beschikbaar, maar werkt niet altijd zoals je van tevoren verwacht. Een van de dingen was dat de installatie van de apparatuur, die eigenlijk plug and play zou moeten zijn, niet altijd plug and play was. Daar moesten veel problemen worden opgelost in de data die heen en weer gezonden werd en die gelezen moest kunnen worden. We hebben corona gehad in het project, dat viel midden in het project en dat betekent dat dat uitstel was, want we zouden communicatieapparatuur gaan plaatsen bij de mensen die deelnemen. Dat is een kastje wat bij de hoofdmeter wordt geplaatst en die de informatie van de eigen meter stuurt naar het LEF-platform. Maar die konden we niet installeren, omdat wij niet bij de mensen langs mochten komen op dat moment en dat heeft wel voor wat vertraging gezorgd.
Dat begreep de EU ook helemaal en die hebben een verlenging gegeven ook van een half jaar in het project. Wat we ook hebben gemerkt is dat de Nederlandse energiemarkt en het realtime trading, dus het per uur, zelfs eigenlijk per kwartier of per minuut verhandelen van energie best wel ingewikkeld is. Het nadeel van het huidige systeem is dat er in de lokale energiehandel nog niet al te veel geautomatiseerd is en dat er nog wel relatief veel handelingen van mensen nodig zijn om energie te kopen, te verkopen, op het juiste moment te verbruiken of op te slaan. Een van de leermomenten zit daar ook in, daar kom ik zo direct nog even op. Het was ook moeilijk om een product te realiseren wat interessant was voor iedereen en dat heeft weer te maken met wet- en regelgeving. Toen wij begonnen zagen we al heel snel dat de mensen die energie alleen afnamen een veel groter economisch voordeel hadden dan de mensen die energie terugleverden. Sterker nog, het kwam zelfs voor dat mensen die energie terugleverden, dus met zonnepanelen, erop achteruit gingen. Nou, als je wil dat mensen geïnteresseerd blijven in een project en ook actief willen deelnemen, dan moet je dat juist niet hebben.
Dat is ook de reden waarom we uiteindelijk overgegaan zijn van in plaats van individuele verrekening van energie naar een energiepool waarbij iedereen die energie produceerde energie in die pool stopt en van daaruit wordt de energie dan weer terugverkocht aan alle lokale deelnemers. Het geld komt dan ook allemaal in de pool terecht en dat wordt gewoon evenredig verdeeld onder alle energieleveranciers en onder alle energieproducenten. Daarmee even je de gemiddelde prijs voor iedereen uit en is het ook interessant voor alle energieproducenten om deel te nemen. En in het project, en dat is wel een heel kritiekpunt gebleken, was een dynamisch energiecontract noodzakelijk. Een dynamisch energiecontract betekent dat u een energiecontract op uurbasis heeft, dus dagelijks kijk je vooruit naar de volgende dag wat de uurprijzen zullen zijn. Juist op het moment dat wij dat wouden gaan invoeren, ontstonden er politieke problemen in en om Oekraïne, de oorlog ging daar van start, de energieprijzen schoten omhoog, dus er waren een hoop mensen
aangesloten met een vast contract. Bij een dynamisch contract ben afhankelijk van de dagprijzen van energie, dus er was weinig animo om het vaste contract op te zeggen en over te stappen op op dat moment hele dure dynamische contracten. Dat is wel een ding gebleven. Wij zijn in Nederland ook niet echt bekend met dynamische contracten en dat heeft ook wel tot wat scepsis geleid ten aanzien van dit onderwerp. Ondertussen zijn we wat meer bekend daarmee, merk ik. Uiteindelijk hebben we denk ik een heel effectief en goed project gedraaid. Dit was de eindavond van alle deelnemers 13 oktober. Het bijzondere was daar dat wij een vraag hebben gesteld, ook bij afsluiting van het project, of er mensen zouden zijn die op dit moment deelnemen aan het project, maar zouden willen uitstappen. Daar gingen geen handen omhoog, dus iedereen die op dit moment in het project zit, is ook in het project gebleven, ook na de formele afronding in november van dit jaar. Dat is denk ik een hele mooie prestatie. Dan wil ik afsluiten met de lessen die we geleerd hebben vanuit het project. Ik zei het net al, een van de lessen is dat de energiemarkt en het nieuwe prijsmodel van zo'n lokale energiehandel vrij complex zijn en dat moet wel vereenvoudigd worden.
Eigenlijk moet de wet- en regelgeving omtrent de energie in Nederland vereenvoudigd worden en versimpeld worden, wil je met een lokale energiemarkt echt stappen kunnen maken. Wat we ook merken is dat er nu nog vrij veel persoonlijke handelingen nodig zijn. Als ik van de laagste energieprijs gebruik wil maken, moet ik handmatig op enig moment mijn wasmachine, mijn vaatwasser aan gaan zetten. Dat werkt natuurlijk niet, zeker voor mensen die gewoon niet thuis zijn. Dus we hebben slimme apparatuur nodig die gaat sturen op basis van de energieprijs van de dag, gekoppeld dus gewoon feitelijk aan de lokale energiemarkt. Dan stel je je energieapparaat in, bijvoorbeeld als die onder de tien cent komt en dan begint het apparaat automatisch te draaien. Dat hebben we in Nederland op dit moment eigenlijk nog te weinig. De salderingsregeling zit in de weg. Zolang die blijft bestaan, zien we ook niet echt een economische mogelijkheid voor het project. We hopen dus ook dat die in 2025 afgebouwd gaat worden. En er is nog geen vergoeding mogelijk vanuit de netbeheerders. We zijn bezig met het ontlasten van het net als je lokaal energie verbruikt, daar zou je normaal gesproken denken: dat betekent dat de netbeheerder hier geen extra koper hoeft aan te leggen en ook geen hoofdleiding hoeft aan te leggen. Zij mogen daar alleen nog geen vergoeding voor geven in de schaal waarop wij hier acteren.
Voor de vervolgstap, willen we het echt een goed gedragen project maken ook naar de toekomst toe, dan is het administratieve proces. Dat moet eenvoudiger dan het nu is, maar ook dat hangt weer samen met de wet- en regelgeving die wij nu kennen omtrent de energiehandel. Daar wou ik het op dit moment bij laten. Ik sta open voor vragen. De voorzitter: Goed, dank u wel voor uw presentatie, heer Radstake. Dan ga ik even de commissie langs of zij nog aanvullende vragen hebben. Ik zie de heer Defferding al knikken, dus aan u het woord, de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel, voorzitter, en bedankt voor de mooie presentatie. Tussendoor rezen bij mij een aantal vragen en dat is ook een beetje in volgorde van de presentatie. De vermindering van de belasting op het energienet. Als alle huishoudens in Eemnes nou zouden meedoen, zou dat dan wel voldoende zijn om echt een verlaging van die belasting op dat energienet te realiseren? De voorzitter: Ik stel voor dat we meteen na de vraagstelling ook de beantwoording doen, want anders moet de heer Radstake alles opschrijven en at een beetje te veel gevraagd. De heer Radstake: Dat lijkt me een goed idee. Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Ja, dat zou inderdaad werken. Op het moment dat je hier allemaal mee zou doen, betekent dat in ieder geval een vermindering van de belasting.
Je kunt ook een evenredige verspreiding over de dag maken van energieconsumptie, daar zit met name de winst in.
De heer Defferding: Die energieprijs per uur, dat zit ik me wel eens af te vragen, is dat nou echt zo interessant? Want juist op het moment dat we heel veel energie opwekken wordt die prijs het laagste, dus degene die dat dan levert, die krijgt daar dan ook vrijwel niks meer voor terug. En er zijn zelfs geluiden dat je dan moet bijbetalen, ik weet niet of dat hier echt ter sprake is, maar is dat dan straks echt wel winstgevend of voor de gebruikers interessant genoeg? De heer Radstake: Het winstgevend zit hem vooral in het feit dat je op dat soort momenten energie opslaat in je batterij en op momenten dat de energie inderdaad weer duurder is dit terug gaat leveren aan het net of aan andere gebruikers. Ja, daar zit inderdaad wel, en het is inderdaad zo dat het af en toe een negatief bedrag is. De heer Defferding: Dank u wel. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Goed. PvdA, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Dank u, mijnheer de voorzitter. Mijnheer Radstake, ik begrijp dat het project is uitgevoerd met een Europese subsidie. Wie was dan de verantwoordelijke voor het project, was dat de gemeente Eemnes? De heer Radstake: Ja, de eindverantwoordelijke was de gemeente Eemnes.
De heer Van den Brink: Krijgen we dan nog een keer te zien hoe die subsidie benut is, komt er nog een soort … De heer Radstake: Dat mag, ik heb net een verantwoording gemaakt richting de EU en daar is ook een accountantscontrole op geweest, dus dat is helemaal compleet. De heer Van den Brink: En naar aanleiding van de vraag van de heer Defferding waarbij u antwoordde: die batterijen zijn heel belangrijk. Als je dit project zou opschalen naar ongeveer de schaal van Eemnes en je zou met een buurtbatterij gaan werken of zo en de salderingsregeling zou eraf zijn, dan zou het dus, als ik u goed begrijp, financieel aantrekkelijk gemaakt kunnen worden voor mensen? De heer Radstake: Dan zijn er nog wel even wat randvoorwaarden die moeten wijzigen om het financieel aantrekkelijk te maken. Een van die dingen is dat de salderingsregeling zal moeten verdwijnen, anders blijft het gewoon interessanter om terug te leveren aan het net. Dat is eigenlijk wel de belangrijkste. Voor het overige, ja, het is ook wel een beetje afhankelijk van de omvang van de batterij, want opslag is relatief duur, zeker als je het kleinschalig maakt, dus hoe grootschaliger je het kan maken, hoe economisch interessanter het wordt. De heer Van den Brink: Man zou je ook liefst met één energieleverancier werken in Eemnes.
Dan zou een collectieve, een corporatie of zo het in ieder geval administratief wat eenvoudiger maken. De heer Radstake: Dat durf ik even niet te zeggen. Op dit moment was het bij één energieleverancier belegd, omdat die de enige was die de diensten konden leveren zoals wij die nodig hadden binnen het project. Maar je ziet daar nu wel een verandering bij de grote energieleveranciers. Ik zit sinds kort zelf ook bij een grotere partij die ook dynamische contracten levert. De voorzitter: Goed, dank u wel. VVD, de heer Schade.
De heer Schade: Dank u wel, voorzitter, en dank u wel, mijnheer Radstake, voor een heel helder verhaal. Ik heb twee vragen. De eerste luidt, ik spreek uit eigen ervaring als ik zeg dat bij een grote energieleverancier de trading room waar dan de energie wordt ingekocht en verkocht, daar zit een man of veertig, vijftig achter grote schermen de hele dag en nacht en weekenden de energieprijzen te volgen. Hoe doet LEF dat? Dat is mijn eerste vraag. En u wilt meteen de beantwoording … De voorzitter: Eerst beantwoorden, dat is makkelijker denk ik, ja. De heer Radstake: LEF is gebonden aan de energiemarkt en de Energy Exchange en daar worden day-ahead prices afgegeven, dus een dag van tevoren is duidelijk op welk uur van de dag welke prijs de energie zal zijn. p basis daarvan kan energie worden ingekocht, terugverkocht, binnen het LEF-systeem. De crux is dat uiteindelijk de producent van de energie, in dit geval de lokale particulier zelf bepaalt op welk moment van de dag die welke maatregel neemt, dus verkopen aan een ander, opslaan in de batterij, of verkoop aan het net. De heer Schade: Dank u wel, dat is heel duidelijk. Maar wie doet dat bij LEF? De heer Radstake: Daar zitten geen mensen binnen, dat is gewoon een geautomatiseerd systeem, omdat wij gebruikmaken van de prijzen zoals die zijn vastgesteld op de Exchange.
Dus het is niet zo dat wij zelf prijzen bepalen of meebepalen, er wordt gewoon gekocht op de spotmarkt voor energie en die prijzen zijn een dag van tevoren vastgesteld. De heer Schade: Oké, dank u wel. Dan de tweede vraag. U vertelde net en werd al eerder een vraag over gesteld, dit hele project draaide op EU-subsidie. De accountant heeft dat gecontroleerd, vertelt u, en waarschijnlijk in orde bevonden. Maar het ging natuurlijk meer om een nuttige besteding van het geld, het ging om de leerprocessen. Wat was de conclusie in Brussel over het LEF-project in Eemnes? De heer Radstake: Daar waren ze zeer enthousiast over, juist omdat Eemnes de enige locatie was waar we hebben gehandeld met individuele particulieren, dus in werkelijke marktomstandigheden. Ze zijn ook zeer geïnteresseerd geweest in de uitkomsten en we hadden ook het geluk dat Eemnes wat betreft dataverzameling en dataoverdracht richting de EU, de informatieoverdracht, dat dat eigenlijk ook min of meer vlekkeloos is verlopen, waar dat bij andere projecten helaas wat problemen heeft opgeleverd. Dus er was enthousiasme alom. De heer Schade: Dank u wel voor uw antwoord en complimenten dan, niet namens Brussel, want dat mag ik niet doen, maar namens deze fractie. Dank u wel. De heer Radstake: Dank u wel. De voorzitter: Goed, dank u wel. DorpsBelang, mevrouw Riemens. Mevrouw Riemens: Dank u wel, voorzitter.
Ook bedankt voor de duidelijke uitleg. Ik heb toch een paar kleine vraagjes. Ik wou weten hoeveel mensen er nu nog in dit project zitten op dit moment. De heer Radstake: Bij afsluiting van het project hadden we 135 deelnemers. Mevrouw Riemens: 135? De heer Radstake: 135 deelnemers, ja.
Mevrouw Riemens: Oké, mooi. Dan had u het over die batterijen, daar wou ik even … U zei vier batterijen, die staan bij vier mensen thuis en iedereen maakt van die batterijen gebruik. Heb ik dat goed begrepen? De heer Radstake: Dat klopt, ja. Mevrouw Riemens: Oké. Dan had ik nog een vraag over de regelgeving vanuit het Rijk, want eigenlijk ben je als particulier dus een energieleverancier. Ik weet, in het begin van het project is daarover gesproken dat dat wel eens een complicatie zou kunnen zijn. Gaat dat opgelost worden, of als het met Rutte moet duurt het misschien wat langer, maar... De heer Radstake: Binnen het project is het uiteindelijk geen complicatie geweest omdat we een ontheffing hebben gekregen daarvoor, om energie te mogen verhandelen. Alleen, dat is wel een van de wet- en regelgevingen die moeten worden aangepast, wil je dit breeduit kunnen toepassen. Mevrouw Riemens: Dank u wel. De voorzitter: Goed, dank u wel. Als laatste fractie CDA, de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Volgens mij splitsen we straks even. U heeft aangegeven dat de deelnemers graag verder willen. Ik zit ook een beetje, de heer Defferding begon er ook al over: hoe gaan we nu verder met dit project? We hebben natuurlijk gedraaid met een aantal particulieren, een aantal batterijen en ga zo maar verder.
Ik zit voor mezelf ook, blijven wij op dat niveau doorgaan met particulier Eemnes, of gaan we daadwerkelijk opschalen – en dat is misschien ook wel een vraag voor de wethouder hoe die daarmee verder gaat – maar gaan opschalen naar heel Eemnes toe? We hebben natuurlijk in het verleden al vaker geroepen over de buurtbatterij bij de Eikenlaan. Dan heb je één grote batterij voor Eemnes waar je wat mee kan doen natuurlijk. De energie die opgewekt wordt in Eemnes kan je opslaan en weer verhandelen, alleen iets professioneler waarschijnlijk dan wat er nu gebeurt, tenminste, dat is mijn gedachte erbij. Verder, ja, er komen wel een aantal zaken aan de orde die je op meerdere plekken ziet, hè. Die slimme apparaten, zelf heb ik ook een uurcontract om het zo maar te zeggen, dus je zit inderdaad te kijken: stroom is in de ochtend goedkoop, dus ik zet de wasmachine even aan. Dus dat soort dingen is niet alleen het project LEF, dat speelt natuurlijk breed in de maatschappij, dat we echt op zoek zijn naar dat soort ontwikkelingen om zo maar te zeggen. Dus ik ben met name benieuwd: hoe gaan we verder met dit project? Dat is me een beetje duister eigenlijk, want u gaf al aan dat de deelnemers verder willen, maar volgens mij stopt het project nu, als ik het heel goed heb.
De heer Radstake: Het formele project is gestopt, dus de EU-subsidie is ook afgerond, alleen de gebruikers en ook de partijen die de voorzieningen hebben getroffen, dus het lokale energieplatform en dergelijke, hebben aangegeven dat ze door willen. Dus alle leveranciers die wij in het project hebben gehad hebben aangegeven dat zij in ieder geval nog een jaar willen doorzetten op eigen kosten en eigen initiatief om het systeem in de lucht te houden. Dan gaan ze kijken of er de kans is dat de wet- en regelgeving ook werkelijk aangepast gaat worden en dat ze verwachten dat ze vanaf 2025 werkelijk een economisch haalbaar project hebben. Is dat het geval, dan gaan zij op zoek naar alternatieve financiering om het project definitief voort te zetten. Dus het gaat zeker op dit moment nog een jaar door. De heer Seldenrijk: Maar het staat nu wel los dan van de gemeente? De heer Radstake: Het staat nu wel los van de gemeente, dat heeft ermee te maken dat de gemeente eigenlijk de eindverantwoordelijke was voor de EU-subsidie en niet zozeer voor de inhoud van het project.
De voorzitter: Goed. Dan had ik begrepen dat heer Van Schaik ook nog iets wilde vragen. De heer Van Schaik: Dank u wel, voorzitter. Aan de ene kant wil ik u bedanken voor de uitleg met betrekking tot: is het nou gelukt, is het niet gelukt, kunnen we energie verhandelen op een lokale markt en onder welke voorwaarden dan wel, en wat moet er gebeuren? Technisch is het uiteindelijk mogelijk gebleken en dat is mooi om te vernemen. Echter denk ik dat we nu de uurenergieprijzen ook direct op de markt zien komen en dat daardoor ook de opzet van LEF wellicht een beetje naar de achtergrond door de tijd is geraakt. Want die uurcontracten waren eerder nog niet mogelijk, voor coronatijd had ik daar zelf nog niet van vernomen althans als particulier. Wellicht waren ze op een andere markt wel zakelijk gezien aanwezig, maar dat hoor ik graag van u. U geeft ook aan dat op dit moment er ook nog wat problemen zijn met regelgeving, wetten die wellicht aangepast moeten worden en salderen op dit moment dus ook voordeliger is dan binnen zo'n project energie opwekken en dan aan je buren verkopen. Dat zal een hoop mensen op dit moment nog denk ik doen besluiten om niet deel te nemen aan zo’n project, in welke opzet dan ook. Wat is uw inzicht daarin, wil ik graag vernemen. De voorzitter: Meteen maar beantwoorden, denk ik? De heer Van Schaik: Met die wetgeving ook, daar ook voornamelijk op.
De heer Radstake: Deelname aan het project, wij hebben ook heel duidelijk bij de tweede groep deelnemers aangegeven dat wij binnen het project op dit moment geen economisch voordeel verwachten, dat we vooral bezig zijn met het bewijzen van het concept en het gereedmaken voor de toekomst. Desondanks hebben op dat moment bijna honderd Eemnessers gezegd: we gaan toch deelnemen aan het project, in de verwachting dat we naar de toekomst toe wel een economisch haalbaar project hebben. De heer Van Schaik: Oké. Voor LEF is het dus fijn, of dat project samen energie produceren en gebruiken en bewaren eventueel voor in je batterij, dan zal de saldering afgebouwd moeten worden dan wel moeten stoppen. Maar voor alle anderen die niet in zo'n project zitten zou het dus juist omgekeerd heel fijn zijn als die saldering nog even door blijft lopen. Dan zou ik kunnen zeggen: voor Nederland fijn dat het salderen nog even door blijft lopen, maar voor LEF jammer, als het om honderd deelnemers gaat of honderd plus deelnemers. Is dat een terechte constatering? De heer Radstake: Voor individuele deelnemers kan het inderdaad interessant zijn om te blijven salderen. Daar zitten natuurlijk wel maatschappelijke kosten aan, die vallen nu even buiten het zichtveld, maar we gebruiken op dit moment eigenlijk ons net als batterij en dat kost ook heel veel geld.
Dat willen we eigenlijk ook wegnemen met de lokale energiehandel, dan is dat niet meer nodig. De heer Van Schaik: Ja, maar zo'n buurtbatterij die ook door anderen voorzien in zou kunnen worden, waarbij je het net voor een deeltje benut als transportmiddel, maar wellicht hier op het plein zou kunnen gerealiseerd worden, een container met een batterij erin op een aansluiting die dan gerealiseerd wordt. Dat zou dus zo'n zelfde situatie kunnen bewerkstelligen als via het LEF-project als je het lokaal opslaat, benut en opwekt. De heer Radstake: Ja, ware het niet dat je wel een systeem daarbij nodig hebt wat bijhoudt wie wanneer energie levert aan die batterij en ook energie vraagt van die batterij. De heer Van Schaik: Ja, maar ik bedoel …
De heer Radstake: Daarvoor is communicatie nodig en daar draait dat hele LEF-platform om. De heer Van Schaik: Maar ik bedoel met betrekking tot de belasting van het net. De heer Radstake: Ja, dat zou kunnen. De heer Van Schaik: De verrekening is dan een ander verhaal inderdaad. De heer Radstake: Ja. De heer Van Schaik: Dank u wel. De voorzitter: Goed, dan denk ik dat we dit onderwerp behandeld hebben. Dan dank ik de heer Radstake voor zijn mooie, uitgebreide en heldere presentatie. De heer …: Voorzitter, ik was even benieuwd hoe het college hiernaar kijkt. Tenminste, in ieder geval hoe die hiermee verder gaat. Ik heb het college nog niet gehoord en dit is even afsluiting van het LEF-project, dus even een klein woordje van de wethouder? De voorzitter: Ja, een klein woordje van de wethouder. De heer Ten Have. De heer Ten Have: Voorzitter, dank. Dat zal dan een heel klein woordje zijn, want ik denk dat alles ook wel gezegd is. De heer Radstake, dank daarvoor. Wij blijven dat volgen. Kijk, wat al gezegd werd, er moeten nogal wat dingen bij de lessons learned worden aangepast wil het een werkbaar of ook een overzichtelijk project zijn wat goed toegankelijk en ja, daar heb ik als gemeente weinig tot geen invloed op.
Ik weet dat datgene wat nu speelt en loopt, dat dat door coöperatie Eemnes Energie wordt gevolgd en daar hebben wij ook contact over en daar blijft het op dit moment bij. Ik ben blij dat het tot nu toe zo gegaan is, maar daar heeft de gemeente, althans ikzelf, dan wel op afstand gestaan. Uw tweede vraag als laatste met betrekking tot de batterij, daar heb ik vorige keer meen ik ook over gezegd dat als het gaat om de batterij bij het zonneveld, daar zijn wij nu pas mee in gesprek met de huidige eigenaar over de ontwikkelingen die daar mogelijk zijn. Tot zover. De heer …: Dus het concrete antwoord is dat het college hier verder geen vervolgactie naar ons toe komt? De heer Ten Have: Op het gebied van LEF, dat bedoelt u? De heer …: Nou ja, een vervolg op LEF, of hoe het er ook uitziet, hè, dat kan alle kanten op, dat heeft de heer Radstake ook eigenlijk aangegeven. Daarom ben ik even benieuwd, daarom gaf ik u het woord zojuist, of tenminste, de voorzitter gaf u het woord daarover: hoe gaan we hiermee verder? Het kan ook zijn dat er niks komt, dat kan ook, maar ik ben even zoekende. Want nu stopt het LEF-project formeel, hoe gaan wij hiermee verder? Dat wil niet dat ik dan gelijk een richting aanduid, maar ik verwacht toch vanuit college in ieder geval hier een antwoord op, of in ieder geval iets hierover, want anders is het wel heel erg stopt.
De heer Ten Have: Dat antwoord heeft u eigenlijk al gehad en dat is dat wij dit passief zullen volgen, maar dat betekent niet dat het daarmee ook ten einde is. Dus wij blijven daar wel over in gesprek en ik zei net met coöperatie Eemnes Energie, die daar ook bij betrokken zijn. Dus als daar wat uitkomt en wij zien daar kansen in voor Eemnes of vervolgkansen voor Eemnes, dan zal ik u dat laten weten. De voorzitter: Goed, dan wil ik dit onderwerp nu afsluiten.
05.02 Integrale aanpak Gooiergracht + Presentatie De voorzitter: Dan gaan we naar de tweede presentatie en dat is over de integrale aanpak van de Gooiergracht. Daarvoor hebben we ook een presentatie van de heer Van Buuren en die gaat al zitten. Goedenavond. Goed, gaat uw gang, heer Van Buuren. De heer Van Buuren: Goedenavond, mijn naam is Ronald van Buuren, werkzaam bij de BEL Combinatie uiteraard. Vanavond van mij een presentatie over integrale aanpak Gooiergracht. We hebben het dan over de watergang van de Gooiergracht en ja, in aanvulling op de raadsinformatiebrief die aan u is toegestuurd door het college. Ik neem u even mee, gewoon even wat beelden om even uw geheugen ook wat op te frissen wellicht. Een aantal plaatjes van de Gooiergracht. Volgens mij – ja, ik wou al zeggen, hij ging twee keer. Linker plaatje, daar zien we de watergang Gooiergracht en links van de watergang zien we de weg Goyergracht Noord. Ik laat straks ook nog een kaartje zien hoor waar de Gooiergracht precies op ligt. Dus we kijken hier naar het zuiden. Het andere plaatje rechts kijken we juist naar het noorden, dus daar ligt de weg Goyergracht Noord rechts van het van het water. Dat is een deel van de Gooiergracht zoals die van zuid naar noord loopt en hier nog drie plaatjes die nog weer een heel ander beeld van de Gooiergracht ook geven.
Linksonder, daar ziet u ook een beschoeiing langs de Gooiergracht lopen, dat is net na de A27, ten oosten van de A27. Daar loopt die dan nog verder, kruist die de Meentweg en dan loopt die door het polderlandschap naar het Eemmeer toe. Dus dat is een middelste plaatje boven. Aan het einde, rechtsboven in de hoek, ziet u het gemaal aan het einde van de watergang Gooiergracht, waar het water het Eemmeer in gebracht wordt. Dat is een heel mooi stil plekje van de polder waar het gemaal staat, het is ook een heel mooi plekje om te komen overigens, zeker met het weer van deze dagen, dus bij deze een tip aan u. Hier even een kaartje waar de Gooiergracht ligt. Daar heb ik even aangegeven, zoals gezegd, het gaat om de watergang Gooiergracht. Daar kom ik straks ook verderop in de presentatie ga ik daar nog verder op in. Maar linksonder in de oranje stippellijn heeft vroeger de Gooiergracht ook gelopen, maar ligt nu een buis. Daar komt ook het water van de rioolwaterzuiveringsinstallatie Hilversum door die buis. Dan het eerste stukje blauwe lijn is linksonder de vijver in Laren. We zitten daar op de grens van Eemnes en gemeente Laren en dus ook de beide provincies. Dan kruist die de Eemnesserweg met een drietal duikers en dan begint eigenlijk echt de watergang Gooiergracht zoals u hem buiten ziet.
Daar ligt rechts daarvan, dus ten oosten, de weg Goyergracht Noord, gaat de watergang in een rechte lijn omhoog op de provinciegrens totdat hij daar helemaal bovenin de kaart is. Daar heb ik even een uitsnede gemaakt om ook even te laten zien dat in de blauwe stippellijn, dat is hoe de Gooiergracht vroeger gelopen heeft. Hij is gegraven in 1354 – ik weet het even niet precies uit mijn hoofd, hij ligt er echt al een hele tijd – ook juist om de provinciegrens te markeren, dus die is toen ook daarop bepaald. Maar toen de A27 is aangelegd, toen is de watergang daar vergraven door Rijkswaterstaat. Dus daar loopt de Gooiergracht eventjes een stukje niet precies op de grens van de gemeente Eemnes en de provinciegrens, maar heeft hij daar zijn nieuwe loop gekregen, kruist hij de op- en afritten van de A27, gaat hij langs de Te Veenweg Noord en bij het theehuis en daar pakt hij de oude loop weer op. Als we dan weer het kaartje daarboven kijken, dan loopt hij daar in een rechte lijn door het poldergebied naar het Eemmeer toe. Rechts heb ik al even aangegeven, het is best een complex vraagstuk, de watergang Gooiergracht, omdat er vijf overheden een rol spelen. De watergang is toebedeeld aan het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, dus daar hebben we er gelukkig maar eentje van. Waterschap Vallei en Veluwe is hier in die zin niet nauw bij betrokken.
Maar uiteraard gemeente Blaricum aan de ene kant van de watergang, gemeente Laren ook en aan de andere kant gemeente Eemnes. En er is hier nog, en dat is best bijzonder, nog een vijfde partij, dat is de gemeenschappelijke regeling Gooiergracht en Vijzelgemaal Eemmeer. Dat paste niet op het kaartje, dus dat heb ik kortweg weergegeven als GR-GVE. Die is in de jaren zestig, in 1960 opgericht door de gemeente Blaricum en Laren. In die tijd was er nog helemaal geen waterschap actief in dit het Gooi, dus dat was in die
tijd heel logisch. Opgericht door Laren en Blaricum, dus niet door gemeente Eemnes. Daar ga ik straks ook wat over vertellen, want die gemeenschappelijke regeling is nu eigenlijk niet meer van deze tijd, dus die willen we ook op gaan heffen en dat zou ook helpen bij dit vraagstuk. Nu even wat meer de inhoud in. Welke doelen zijn er nou rondom die watergang Gooiergracht? Het doel die de partijen willen nastreven is het watersysteem klimaatbestendiger maken, want het is duidelijk dat bij extreme regenval, dan past het water daar niet allemaal in. Klimaatverandering gaat verder door, dus dat gaat in de toekomst alleen maar meer knellen, dus daar ligt een duidelijke opgave. De waterbodem is vervuild, dus er ligt ook een duidelijke opgave om die waterbodem te saneren. Die twee dingen maken dat daar, als je dat in gaat vullen, dat uit gaat voeren, dat je dus al echt een grote ingreep aan die watergang doet. Dan ontstaat ook gelijk het vraagstuk: laten we dat dan integraal oppakken en kijken en goed inpassen in de directe omgeving. Want als je die watergang gaat saneren en wellicht gaat herprofileren, dan kom je ook gelijk aan de oevers, dus laten we dat ook in het vraagstuk meenemen. Dus zodoende is ook naar Eemnes gevraagd: denk ook mee met dit vraagstuk. In 1960 is een gemeenschappelijke regeling opgericht.
In de loop der jaren is allerlei wetgeving veranderd, is ook de verdeling van verantwoordelijkheden wat gewijzigd, daardoor wat onduidelijk geworden, laten we dat nu ook in één keer goed duidelijk beleggen. Dus dat wordt ook in dit proces meegenomen. Een belangrijke stap daarin is het toekennen van de status van primaire watergang aan het water. Dat is inmiddels gebeurd door het waterschap, dus dat geeft al een heel stuk duidelijkheid. Dat is ook de belangrijkste basis dat we de gemeenschappelijke regeling van de gemeente Laren en Blaricum nu ook opgeheven kan gaan worden, zodat alles gewoon veel duidelijker wordt: wie is nou waarvoor verantwoordelijk? Daarvoor doorlopen we een gezamenlijk proces. Daar zijn we al een tijdje mee bezig. In 2021 is al een eerste verkenning uitgevoerd door een onafhankelijk adviesbureau, dat heeft ertoe geleid dat in januari 2022 er een intentieverklaring is ondertekend voor de integrale aanpak van de Gooiergracht door de vijf partijen die ik u eerder al noemde, de drie BEL-gemeenten en het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en die gemeenschappelijke regeling zelf. Daar is uw raad toen ook in januari vorig jaar ook over geïnformeerd met een raadsinformatiebrief, er heeft ook nog een stukje in de krant ook zelfs over gestaan.
Vorig jaar hebben we op basis van die intentieverklaring de opgaven die daar liggen ook verder verkend, om daarmee ook goed duidelijk te krijgen: hebben we allemaal hetzelfde beeld met waar we aan werken en begrijpen we elkaar goed? Die verkenning is ook weer door bureau Sweco uitgevoerd, die heeft ons daarbij geholpen en daar komt nadrukkelijk uit naar voren dat we die gemeenschappelijke regeling, dat we er heel goed aan doen om die op te gaan heffen. Dat is wat we nu dus ook in gang hebben gezet. Op basis van die verkenning van de opgaven kunnen we ook de participatie goed in gaan steken, want dat is een onderdeel uit die intentieverklaring die nog niet is gedaan, dus dat gaan we dit jaar ook doen. Als we dan dus ook de input vanuit de participatie hebben, dan gaan we ook werken aan een inrichtingsplan: wat zou je dan kunnen doen en wat zit daar dan ook aan kosten bij? Als we dat hebben, dat hopen we dus eind van dit jaar te hebben zodat we begin volgend jaar aan de bestuursorganen dat voor kunnen leggen ter besluitvorming. Dus ook aan u als raad van gemeente Eemnes, maar ook aan de raden van Laren en Blaricum, het bestuur van waterschap, en dan niet meer van de gemeenschappelijke regeling, want het streven is dat we die eind van dit jaar hebben kunnen opheffen.
Een belangrijk laatste punt is ook dat de sanering, want dat is een heel belangrijk onderdeel in dit project, uiterlijk in 2029 willen hebben afgerond. Dat heeft te maken met dat het waterschap nu nog gebruik kan maken van rijkssubsidie voor het saneren, het overgrote deel wordt dan door het Rijk betaald, maar die subsidiemogelijkheid vervalt als in 2030 de sanering nog steeds niet heeft plaatsgevonden. Dus dat is wel van belang in dit in dit proces. Ik had het net al even kort over de kosten. Het zijn natuurlijk twee soorten kosten. Eerst nu de kosten van het opstellen van plannen en het uitvoeren van de participatie, die kosten worden gedragen door het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de gemeenschappelijke regeling. Dat zijn ook de twee belangrijkste initiatiefnemers van dit hele project, want het saneren en het klimaatbestendig maken van die watergang, dat is echt de hoofdmoot van dit project en ook het vertrekpunt van dit project. Straks hebben we natuurlijk een inrichtingsplan en als we dat vaststellen
en uit gaan voeren, dan hangen daar natuurlijk ook kosten aan vast. Die kosten hebben we nu nog niet goed genoeg in beeld, dat is wat we dus nadrukkelijk nog moeten gaan verkennen dit jaar om dat verder uit te werken, en ook de verdeling van de kosten: wie betaalt dan wat? Daar hebben we natuurlijk wel beelden bij, want dat volgt de verantwoordelijkheden. Saneren is een opgave voor het waterschap, de kosten van het saneren zijn voor het waterschap, ook het klimaatbestendig maken van het watersysteem. Hoe zit Eemnes in deze samenwerking en die verdere kostenuitwerking? Dat is een aanpak van sober en beperkt. René Ten Have heeft me ook op het hart gedrukt dat ik dat ook hier goed bij jullie ook voor het voetlicht moet brengen, dus dat doe ik ook bij deze. Dat is gewoon een belangrijk punt. Dan kom ik bij mijn laatste sheet. Even naar de korte termijn, de komende weken en maanden. Volgende week staat er ondertekening van een overeenkomst gepland om daarin nog even goed naar elkaar vast te leggen: ja, dit gaan we echt doen. Dus dat geeft gewoon een basis voor het vertrouwen om verder te kunnen werken als vijf overheden. Op dit moment ligt aan de raden van Laren en Blaricum een besluit voor om over te gaan tot opheffing van die gemeenschappelijke regeling. In dat besluit wordt voorgesteld om die dus per 31 december einde van dit jaar op te heffen.
Dat ligt aan die raden voor, omdat zij eigenaar zijn van die gemeenschappelijke regeling en gemeente Eemnes niet, het waterschap Amstel, Gooi en Vecht zelf ook niet overigens. Op de korte termijn gaan we ook een gezamenlijk projectteam ambtelijk oprichten vanuit het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de BELgemeenten, uiteraard ook met een bestuurlijke stuurgroep daarbij vanuit de wethouders, de portefeuillehouders. We gaan dus die participatie, doen dus de stakeholders betrekken en toewerken naar dat integrale ontwerp met bijbehorende ramingen en afspraken voor de kostenverdeling. Dan hoop ik dat mijn verhaal te volgen was en ik ben benieuwd naar uw vragen. De voorzitter: Goed, dank u wel. Ik vond het in ieder geval duidelijk en helder, dus dank van mijn kant. Ik kijk even de commissie rond of er vragen zijn. Dan begin ik aan die kant bij het CDA, de heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Dank u voorzitter, en dank u ook voor de presentatie. Ik heb even zitten kijken en uw verhaal zitten luisteren en u gaf aan dat waterschap Vallei en Veluwe niet hierbij betrokken is, als ik goed begrepen heb. Als ik het traject een beetje doorloop, daar waar die bij Huizen bij de grenspaal rechtsaf slaat, de watergang, komen we langs de Theetuin en vanaf dat puntje zo'n beetje tot en met het gemaal is van het waterschap Vallei en Veluwe, naar ons weten, tot met de uitloop in het Gooimeer.
Wordt dat stuk wel of niet meegenomen in de hele sanering, en om welke reden is dan dat waterschap niet betrokken? De heer Van Buuren: Dat stuk wordt ook nadrukkelijk meegenomen en ook daar, dat stuk, dat ligt op de grens van de beide waterschappen, want wat ten noorden daarvan ligt, dat is de polder De Kampen in Blaricum, dat is waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de provincies Utrecht en Noord-Holland hebben besloten, bepaald dat de hele watergang Gooiergracht is toebedeeld aan het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, dus ook dat noordelijke deeltje waar die naar het Eemmeer toeloopt. De heer Van Schaik: En dat gemaal dus ook? De heer Van Buuren: En het gemaal ook inderdaad, ja. Het gemaal wordt ook beheerd door waterschap Amstel, Gooi en Vecht. En natuurlijk gaan we in het participatietraject ook nog wel kijken of het waterschap toch ook nog bepaalde wensen zou hebben. We hebben eerder ook wel contact met ze gehad, maar het is echt dus toebedeeld aan de verantwoordelijkheid van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De heer Van Schaik: Een ander ding wat vragen gaf. Het is een vrij langlopend project en u wilde het afgerond hebben voor 2030, omdat daar dan de subsidiegrens ook zit. Waarom duurt het geheel zo lang?
De heer Van Buuren: Ik werk nu drie jaar hier voor de BEL-gemeenten, dus ik ben er al drie jaar mee bezig en ik heb stukken gezien dat er al in 2003 over gesproken is om hiernaartoe te werken. En ja, waarom duurt dit lang? Een heel belangrijk element daarin is wel wat ik terugzie en ook terugkrijg van ambtelijke collega's en bestuurders hiervoor, is het bestaan van die gemeenschappelijke regeling die er nog tussen zit en die vanuit de huidige tijd bezien een wat gedateerde vorm van bestuur is die daar nog tussen zit en die daar door alle wijzigingen ook die in het verleden hebben opgetreden, zoals de aanleg van de A27 is de Gooiergracht weer een keer vergraven geweest. In de jaren tachtig is de rioolwaterzuiveringsinstallatie Blaricum al overgegaan naar eerst het zuiveringschap Amstel en Gooiland, dat is later weer waterschap Amstel, Gooi en Vecht geworden. In 2009 is waterschap Amstel, Gooi en Vecht watersysteemheffing gaan innen ook in het Gooi en dat maakte de situatie weer anders en eigenlijk is dat ook vooral het moment waardoor het nu heel logisch is om die gemeenschappelijke regeling ook daadwerkelijk op te gaan heffen. In analyse van het vraagstuk zag je ook dat formeel het eigendom bij de ene partij ligt, maar het beheer bij de andere partij en dat was gewoon een heel lastige, onduidelijke kluwen om daaruit te komen.
Dat hebben we nu met zijn allen goed helder op een rij gezet: hoe zit het nu? De heer Van Schaik: Die geschiedenis, die snap ik en volgende week zet u de handtekening eronder van wie doet wat, heb ik begrepen. De heer Van Buuren: Niet ik, dat mag mijnheer Ten Have doen. De heer Van Schaik: Het college, inmiddels wethouder Ten Have. Dan zou ik zeggen, dan kan overmorgen die schep erin, bij wijze van spreken. Of komt er dan nog een heel aanbestedingsproject of dat soort gedoe kijken voordat we die schep daadwerkelijk erin kunnen zetten? Dus daar doelde ik op met mijn vraag eigenlijk: waarom duurt het zo lang tot 2029? De heer Van Buuren: U keek vooruit, ik dacht even dat u … De heer Van Schaik: Ik keek vooruit, ja. De heer Van Buuren: U bedoelde: waarom duurt het zolang voordat dit voorstel hier überhaupt tot een voorstel komt? Nee, wat we dus nadrukkelijk willen doen is ook met stakeholders in gesprek gaan, dus aanliggende eigenaren en ook de direct omwonenden, om te kijken wat zij nog voor inbreng kunnen leveren. Een deel van de oever is bijvoorbeeld in beheer bij Natuurmonumenten en bij Staatsbosbeheer en bij de Agrarische Stichting Blaricum. Wellicht hebben zij ook nog wensen die we in dit project mee kunnen nemen en erin kunnen vervatten. Daarnaast, je gaat ook niet zomaar een watergang even saneren.
Ik bedoel, je moet dan heel goed denken: waar gaan we dan met die bagger naartoe, hoe doen we dat met al het vrachtverkeer dat daarbij nodig is? En dan inderdaad komt er ook nog een traject van aanbesteding. We moeten dus ook goed kijken als vijf overheden onderling: hoe zit dat eigenlijk met de kostenverdeling als we de puntjes op de i gaan zetten? Dus daar gaat nog wel weer wat tijd overheen voordat we daadwerkelijk de schop in de grond kunnen zetten. De heer Van Schaik: Goed, dank u. Voorzitter, gaan we dit stuk best bediscussiëren en opmerkingen en vragen heen en weer, of is dit het moment? De voorzitter: Nee, het is een ter kennisgeving aan het presidium aangeboden, die heeft het geagendeerd met het verzoek om een korte presentatie, zodat we weten waar we mee bezig zijn. Zoals de heer Van Buuren heeft aangeven komt op een later moment alle stukken met kosten, inrichtingsplannen, et cetera nog naar de
raad toe, dan kunt u zowel als commissie en uiterlijk als raad, maar ook de inwoners of welke partij dan ook nog hier komen om zijn zegje even plat gezegd te doen. Dus het lijkt mij dan het juiste moment, tenzij u een hele prangende vraag, maar dan wel kort, als dat kan. De heer Van Schaik: Ik heb geen vraag, maar ik wil iets meegeven dan. Er staat in het stuk bij bijlage 2 – of sorry, inclusief bijlagen heb ik hier nu staan, maar ik weet niet of ik dat dan goed heb gezet – dat het tracé 1A genoemd Gooiergracht begint bij het tuincentrum in Laren. Nou, dat is het tuincentrum in Eemnes en niet Laren, zover ik heb kunnen constateren. Dus dat is even een puntje wat u dan gelijk mee kan nemen, zodat we niet straks in de Historische Kringboeken zien dat dat stukje Laren was in plaats van Eemnes. De schatting van de kosten … De voorzitter: Maar misschien, als u dat soort dingen kunt u die anders even schriftelijk doorgeven, anders gaat u elk taalfoutje, even plat gezegd, … De heer Van Schaik: Dat was hem zo min of meer en ik zal de rest schriftelijk doorgeven. De voorzitter: Graag, dank u wel. De heer …: Ik had even een hele korte tussendoor. De collega heb ik niet in kunnen fluisteren, hij was eerste. Het inrichtingsplan, we hebben nu voornamelijk ging deze presentatie over het water, de waterloop en de watergang en alles wat erbij past.
We hebben natuurlijk kort geleden en in zo'n lange periode hebben we natuurlijk de gebiedsvisie Gooiergracht vastgesteld. Hoe breed gaan we dit project maken? Ik hoop dat we het alleen bij het water houden, moet ik eerlijk zeggen. Maar goed, je gaat een beetje … Er zijn ook mensen natuurlijk uit het gebied aanwezig en ik ben bang dat je beetje wenspolitiek gaat doen: kom maar met alles wat u nog wil en dan gaan we het hele gebied op zijn kop gooien. Dat wil ik toch een beetje inperken, laat ik maar zo zeggen, dus daar wou ik toch even een antwoord op hebben. De heer Van Buuren: Nee, de belangrijkste basis is dus die watergang Gooiergracht en de directe oevers daarvan. In dit project nemen we ook de weg Goyergracht Noord mee, omdat die zo dicht tegen de watergang aanligt en de oever daar heel smal is dat je als je daarnaar kijkt dat heel logisch integraal nu mee kunt nemen, ook met de verwachting dat een sanering ook tot vrachtverkeer over die Goyergrachten zal leiden en daar dan ook wellicht het wegdek toch wel enigszins wat mee doet, dus daar moeten we goed naar kijken hoe we dat allemaal oplossen. Dus die trekken we mee. De scope is om het ook tot daar in dit project te houden. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan ga ik naar de fractie van DorpsBelang, de heer Kouwenhoven. De heer Kouwenhoven: Dank u wel, voorzitter.
Ik heb een korte vraag over, u zegt: de oevers van de Gooiergracht vallen onder verantwoordelijkheid van Eemnes. Geldt dat alleen over het stukje vanaf dat tuincentrum tot aan Huizen, of gaat het dan ook nog richting het Eemmeer wat onder onze verantwoordelijkheid valt? De heer Van Buuren: Misschien is het handig om even het kaartje erbij te pakken. Het gaat om een klein beetje meer, maar u heeft het al redelijk goed verwoord. Het gaat inderdaad om die streep die van zuid naar noord loopt, hebben we aan de rechterkant, aan de oostkant de weg Goyergracht Noord liggen. Daar de oever dus aan die kant van de watergang Gooiergracht, die is in beheer en eigendom van gemeente Eemnes. Daar in die uitsnede die ik daar rechtsonder heb gemaakt, daar waar de Gooiergracht verlegd is geweest in de jaren zeventig, daar is de oever aan beide kanten van gemeente Eemnes. Dat komt weer als gevolg van een
ruilverkaveling die ooit in de jaren negentig plaats heeft gevonden en overdracht van zaken. Dat deel … En ook niet helemaal trouwens, want daar tussen de op- en afrit en de A27 zelf, dat is van Rijkswaterstaat. Dus het gaat dan om het deel bij de Te Veenweg Noord, daar is de gemeente Eemnes eigenaar van beide oevers. De heer Kouwenhoven: Tot aan de Theetuin, zeg maar. De heer Van Buuren: Tot aan het theehuis, ja. De heer Kouwenhoven: Duidelijk, dankjewel. De voorzitter: Dan de fractie van de VVD, mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Dank u wel, voorzitter. Ik had eigenlijk geen vraag, ik wilde alleen even een ander geluid laten horen dan de overkant, want wij denken dat de integrale aanpak juist heel erg goed is. We willen ons niet beperken tot een klein, dun project juist, we denken juist dat het goed is om nu gewoon het hele stuk te bekijken. De watergang, de oevers, de zijkanten, zoals u aangeeft, zitten in het project, de weg hoort erbij. Er zitten momenteel zulke diepe kuilen in, er zal toch echt wat met die weg moeten gebeuren. Dus wij denken juist dat het goed is om het hele stuk te zien. Ik had net even een zinnetje gezien in de presentatie die mij triggerde. Het streven van Eemnes is sober en beperkt.
Maar wij hopen toch wel dat we wel gaan doen wat nodig is, zodat we niet straks in meerdere etappes projecten moeten gaan uitvoeren omdat we niet alles gedaan hebben. Dat zou jammer zijn wat ons betreft. Dat was hem, dank u. De voorzitter: Ik denk dat die de laatste vraag misschien beter de wethouder kan beantwoord worden, omdat die opdracht ook meegegeven is aan de ambtenaar, dus die bewaar ik even tot we klaar zijn met het rondje voor de heer Ten Have. De heer Van den Brink, PvdA. De heer Van den Brink: Dank u. De woorden van mevrouw Van der Linde zijn me uit het hart gegrepen, omdat het inderdaad een integrale aanpak is, dus er wordt ook gekeken naar de weg erlangs en zo. Ik heb het rapport met heel veel belangstelling gelezen, niet omdat ik er zelf toevallig in de buurt woon, maar vooral omdat het een heel interessant gebied is uit een oogpunt van historische geografie en van ecologie ook. Dat biedt ook mogelijkheden, dus wat dat betreft zou ik ook een suggestie mee willen geven bij de opgave. Daar wordt niet genoemd verbetering van recreatie en biodiversiteit bijvoorbeeld. Dat zijn toch dingetjes waar iets meer aandacht aan besteed zou kunnen worden. En ook – mevrouw Van der Linde begon er al over – het verminderen van het autoverkeer.