Transcript commissie Ruimte 28 november 2022
Tekst van het document
Waarom wacht u zo lang? RES 2.0, daar zijn we naartoe op weg, maakt onderdeel uit van het totaal. Daar moeten eerst de verkenning worden, hoe we dat planologisch goed in kunnen regelen. Dat is niet alleen aan Eemnesser grondgebied verbonden, dat geldt ook voor de hele RES-regio en dat goed willen aflopen, procedureel, inclusief alle andere zaken die daarbij een rol spelen, dat duurt gewoon anderhalf a twee jaar en dan kunt u zeggen, ja, ik vind dat niet urgent, dat zijn ook de regels zoals we ze met elkaar hebben afgesproken. Wij hebben dit ingebracht als zijnde het robuuste bod. Dat wordt afgelopen langs de lijnen die daarvoor gelden en dat is een voorverkenning, een verkenning, plan MER, dat zijn eenmaal de regels die we daarvoor hebben. Zou ik dat ook het liefst vandaag, morgen? Ja, maar dit zijn wel de afspraken die we in het land met elkaar hebben gemaakt. Dus urgent, ja, dit is het snelst haalbaar en daarnaast moet er dan ook worden afgevraagd of alle materialen of het personeel of anderszins om het überhaupt ergens neer te kunnen zetten, wat dan ook, of dat ook voor handen is. Kortom, dat is, denk ik, het feitelijke antwoord. Dank u wel.
De voorzitter: Goed, dan denk ik dat dit onderwerp afdoende behandeld is en dat de wethouder het een en ander nog in zijn afweging meeneemt, maar uiteindelijk is het aan het college om de brief te sturen zoals zij hem denkt te moeten sturen. Dus wou ik dit onderwerp ook afsluiten. Oké. 5.4 Beleidslijn met afwegingskader voor aanvragen in het agrarische en landelijke gebied De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende onderwerp en dat is de beleidslijn met afwegingskader voor de aanvragen in het agrarisch en landelijk gebied. Daarvoor hebben we één inspreker, de heer Seldenrijk. Mag ik u naar voren roepen? Dat was een filmpje ter introductie, denk ik. De heer Seldenrijk, gaat uw gang. De heer Seldenrijk: Ja, beelden zeggen vaak meer dan duizend woorden, vandaar dat ik dacht, laat ik met een filmpje beginnen, weten mensen ook waar ik het over heb. Mijn naam is Pieter Seldenrijk en ik ben agrarische ondernemer. Mijn bedrijf, het Eemveld, is gevestigd aan de Wakkerendijk in Eemnes. Het concept, zoals u net
heeft gezien, uit Friesland, is het voorbeeld zoals ik de toekomst van mijn bedrijf zie. Inmiddels is deze beweging ook in gang gezet. Zo hebben de melkkoeien het bedrijf verlaten en we hebben inmiddels de eerste bijna zeventig Black Angus runderen hebben hun intocht gedaan hier in Eemnes. De visie die hier onder ligt, gaat ook niet alleen over een andere hoofdtak, ook over natuurverbetering, ‘…’, sloop, bovendien ook een forse stikstofreductie. Jazeker, ik wacht niet de landelijke, provinciale en gemeentelijk visies en uitvoering af. Maar daar zit ook gelijk de bottleneck en ik denk ook de achilleshiel van het voorliggende stuk. Wat te doen met bedrijven die het afwachtten, maar nu willen doorpakken? In mijn geval ben ik de transitie in gegaan, wat betekent dat er de komende jaren geïnvesteerd moet worden, maar er nog geen inkomsten tegenover staan. Nu kom ik hier niet om een zak met geld te vragen, maar mijn verzoek aan de gemeente was wel om tijdelijk meer toe te staan op het gebied van de opslag van goederen om deze transitie financieel rond te krijgen. De knellende factor hierbij is dat het huidige bestemmingsplan erg beperkt is. En de landbouwvisie te ver weg is, te ver weg ligt in de tijd. Maar ik zit nu in de transitie en niet over drie jaar of nog langer.
Deze omslag betekent in elk geval voor de komende jaren een forse achteruitgang in mijn inkomsten en daarmee droog brood als ons geen andere verdere mogelijkheden worden geboden. Om die reden zijn verdere inkomsten en verbreding broodnodig, in dit geval opslag van goederen in de vrijkomende bebouwing. Dus alles blijft binnen de huidige muren. Verbreding ‘…’ die dat wilden uit pure noodzaak. Dat geldt overigens niet alleen voor mij. Tientallen boeren binnen de provincie Utrecht lopen tegen dezelfde problematiek aan en ondertussen lijkt het en zien we ook dat de impasse waarin het stikstofdossier zich bevindt, steeds meer verlammender gaat werken. Ook de kamerbrief van afgelopen vrijdag geeft nog niet veel duidelijkheid. Nu zitten we hier in afwachting van heldere kaders, aantrekkelijke perspectieven en een vertaling van dit alles in gebiedsprocessen en aangepaste regelgeving en ondertussen worden alle vergunningsverzoeken in de wachtkamer gezet. Die tijd heb ik gewoon niet. Let wel, we zitten inmiddels al drieënhalf jaar verder dan de uitspraak van de Raad van State inzake de stikstof. Daarom vraag ik u, raad en college, zet niet alle ontwikkelingen voor de komende jaren in de vrieskist, want er liggen enorme opgaven in het landelijk gebied. Zoek de mogelijkheden met ondernemers die stappen willen en durven maken.
Heb als gemeente het vertrouwen dat ik zelf waardevolle stappen zet met de omvorming van mijn bedrijf naar een maatschappelijk gewenst en toekomstgericht bedrijf. Creëer ruimte door met tijdelijke vergunningen te werken in samenspraak met de provincie en eventueel de plattelandscoach van de provincie. Waarmee ik binnen geldende randvoorwaarden de toekomst van mijn bedrijf zeker kan stellen en als de gezamenlijke verantwoording te zien om de komende jaren naar een definitieve vergunning toe te werken. Pas het in uw nog op te stellen landbouwvisie en toekomstvisie voor onze mooie polder. Ik dank u voor uw aandacht en zie uit naar uw antwoord. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Goed, dank u wel, mijnheer Seldenrijk. Ik kijk even de commissie rond of er aanvullende vragen zijn. D66, dat is niet het geval. Nee. Partij van de Arbeid, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, mijnheer Seldenrijk, even wat nieuwsgierigheidsvragen. Hoeveel hectare heeft u? ‘…’ vergeten zijn bij de begroting een budget op te nemen voor nieuwe apparatuur, maar dat kunnen we alsnog, denk ik, doen. Hoeveel hectare heeft u? De heer Seldenrijk: 68 hectare op dit moment. De heer Van den Brink: En hoeveel stikstofreductie levert dat op, dat omzetten van melkvee naar vleesvee? De heer Seldenrijk: Nu, op dit moment, zit ik op een 70 procent stikstofreductie ten opzichte van vorig jaar.
Laat ik het maar even zo formuleren. In de toekomstvisie staat het ook uitgewerkt en dan praten we ongeveer over 50 procent stikstofreductie ten opzichte van afgelopen jaar, zeg maar, ‘…’.
De heer Van den Brink: Dank u wel. De voorzitter: VVD nog aanvullende vragen? DorpsBelang, mevrouw Riemens. Mevrouw Riemens: Ja, mijnheer Seldenrijk, u geeft aan dat de optie zou zijn een tijdelijke vergunning totdat er een landbouwvisie is. Hoe ziet u dat dan? Een tijdelijke vergunning krijgen voor wat u zou willen en vervolgens komt er in de landbouwvisie te staan dat er zoiets niet kan. Helpt dat u verder dan? De heer Seldenrijk: Nou, kijk, een transitie van een bedrijf, dat heeft natuurlijk een aantal jaren nodig om die omslag te maken van je gaat investeren totdat er uiteindelijk wat uitkomt en met name die eerste jaren, dan praat je over de eerste vier, vijf jaar na de transitie, zeg maar, dat zijn eigenlijk de jaren dat je eigenlijk, dan wordt er heel weinig verdiend of helemaal niets en dan helpt zo’n opslag dus wel om juist die periode door te komen. Daarom geef ik ook eigenlijk de hand richting de gemeente van jongens, laten we met een tijdelijke vergunning werken en dan kunnen we ook zien van wat voor invloed heeft nou die omschakeling van het bedrijf op de omgeving.
Dan praat ik natuurlijk met name over de opslag van goederen, want het einde, ik denk dat we er met ze allen mee geholpen zijn dat dit wel wat verder gaan en om nu te wachten op een landbouwvisie, misschien is het gewoon goed om ook van start te gaan en te kijken van, hé, hoe werkt zoiets nou uit voor de omgeving? Mevrouw Riemens: Oké, wat ik dus begrijp van u is, u zou tijdelijke opslag willen en als dan de landbouwvisie er is, dan gaat die opslag weg? De heer Seldenrijk: Nee, dat zeg ik niet. Uiteindelijk komt er straks een landbouwvisie te liggen die ook iets zegt over nevenactiviteiten, opslag van goederen of wat dan ook en daar kunnen we nu niks over zeggen. Ik kan wel zeggen: die landbouwvisie moet straks drie keer zoveel staan qua vierkante meters, ja, dat is aan de raad, volgens mij. Maar in de tussentijd kan je natuurlijk bepaalde dingen toestaan en inderdaad, op het moment dat je naar een permanente vergunning toegaat, dan zal je uiteindelijk weer op die landbouwvisie uitkomen. Mevrouw Riemens: Oké, dan heb ik nog één aanvullende vraag.
We hebben een motie aangenomen waarbij we het college vragen voor 1 juli komen met verruimingen, mogelijkheden, aanpassingen et cetera is dat voldoende voor u? De heer Seldenrijk: Die motie ging voornamelijk over de mogelijkheden en het is net hoe je die motie leest, dat is de soorten wat je mag doen, van klompenmakerij tot weet ik veel wat, wat nu in het bestemmingsplan ook staat. Ik denk niet dat het voldoende is, maar ik vind het ook wel een heel lastige vraag om die zo te beantwoorden, want uiteindelijk, het is een samenspel tussen provincie, gemeente van waar je naartoe mag en dat maakt het ook vrij ingewikkeld, vandaar dat er ook hier … Ik heb een plattelandscoach, die bemiddelt tussen gemeente en provincie en ik weet niet of die motie voldoende is, want het is net hoe het college het natuurlijk uitlegt. Uiteindelijk is het hier een discussie over vierkante meters en niet zozeer over wat we voor activiteiten ik daar mag houden. De voorzitter: Het CDA nog een aanvullende vraag in dit geval? D66 toch nog eentje te stiekem, zag ik. Mijnheer Defferding. De heer Defferding: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank u wel, mijnheer Seldenrijk. U heeft een voorbeeld gegeven van uw eigen bedrijf en hoe u daarnaar kijkt, welke veranderingen u ziet. U heeft ook goed inzicht, denk ik, in
uw collega’s in de polder. Hoeveel collega’s denkt u dat ook op zo’n verruiming van de vergunningsmogelijkheden zitten te wachten en daar ook al kleine houtskoolschetsen voor aan het maken zijn, mocht dat van toepassing zijn? De heer Seldenrijk: Ik denk, zoals in mijn geval, dat er niet heel veel zijn of misschien helemaal niet, dat weet ik niet precies. Er zijn in het verleden natuurlijk wel verscheidene aanvragen geweest, die zijn meestal afgewezen door de gemeente. Daar geef ik de gemeente geen schuld van, dat is ook de geest van de tijd, kan je ook wel zeggen. Plus je hebt een bestemmingsplan. Kijk, mijn situatie ligt natuurlijk wat anders, je hebt een iets groter bedrijf dan gemiddeld, of ik had een iets groter bedrijf dan gemiddeld, om het zo maar te zeggen. Dus ook een iets grotere bebouwingsgraad. Dus dat ligt allemaal even iets anders dan bij collega’s vaak en dat is moeilijk om aan te geven. Kijk, het is wel zo dat er nog wel een aantal collega’s, op het moment dat ze een goed bod krijgen, er gelijk mee stoppen. Die zijn er echt wel. Ik ga geen namen noemen en aantallen, maar die zijn er echt wel en die zitten eigenlijk allemaal te wachten op ja, wat mag er straks en nu wordt heel erg gekeken naar het landelijke en dan naar provincie en dan pas naar de gemeente. Natuurlijk zijn die er.
Want uiteindelijk, iedereen ziet wel wat er aan zit te komen, dat er iets gaat gebeuren, alleen niemand weet precies wat er gaat gebeuren. Dus ik ben dat eigenlijk meer die stap voor, laat ik het zo zeggen. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan wil ik overgaan naar behandeling op het commissieniveau. Dank, de heer Seldenrijk voor zijn inspraak en zoals beloofd de VVD. Mevrouw Van der Linden, gaat uw gang. Mevrouw Van der Linden: Dank u wel, voorzitter. Ik ben vorige week met een groep boeren mee geweest naar Den Haag waar we bij de LTO langs geweest en een bezoek aan de Tweede Kamer hebben gebracht. Niet op de trekker, gewoon met de touringcar. Het was, naast een heel gezellige dag ook een heel leerzame dag en daar heb ik inderdaad ook wel terug gehoord wat de heer Seldenrijk zegt, die urgentie dat er iets gebeurt, die is er nu. Men zit al onzekerheid, men krijgt al te lang geen te lang geen leningen bij de bank en men wil door. En als een bedrijf stilstaat, u kent allemaal het gezegde: stilstand is achteruitgang, daar zitten zij al ene tijdje in en zij kunnen het zich niet veroorloven om daar nog langer in te zitten. Dat was nou eigenlijk ook precies het idee van de motie die is aangenomen, laten wij breed kijken wat er mogelijk is. Laten wij niet vasthouden aan wat wij hebben, laten wij openstaan voor nieuwe ideeën en laten we maatwerk bieden.
En dan als ik zoiets hoor als tijdelijk iets doen om een transitie door te komen, dan denk ik, nou, dat vind ik in ieder een goed plan wat we kunnen beoordelen en eventjes verder op doorgaan. Dat is een oplossing waar je iemand mee verder helpt en eventueel kan je toch daarna nog zeggen: oké, maar in dat geval moet je nog zoveel bebouwing slopen, is de afspraak, en dat kan alleen tijdelijk op deze manier ingevuld worden. Ik bedoel, ik ga hier niet voor de heer Seldenrijk zitten pleiten, want dat ligt überhaupt al een beetje moeilijk, momenteel, aangezien die naast agrariër ook nog andere functies uitoefent, maar ik denk wel dat dat een … We moeten openstaan voor ideeën en dat was nu net wat de bedoeling was van de motie en als ik dan nu naar het stuk kijk, dan kom ik alleen maar teksten tegen als: we willen niets grootschaligs, we willen nu niet gaan veranderen, we wachten op de landbouwvisie, maar we hebben ook al gehoord, dat gaat nog wel drie jaar duren, die landbouwvisie. Of dat riskeert zo lang te duren. Dan is mijn vraag, gaat u uitvoering geven aan de motie? Waarom ligt dit stuk nu bij ons voor? Ik begrijp het eerlijk gezegd niet helemaal. De voorzitter: Misschien even als voorzitter, als technische toelichting, zonder ‘…’, dit stuk is geagendeerd voor het presidium.
Daaruit is die geagendeerd om vanavond hier te bespreken, dus dat stuk was er al eerder voordat de motie, die u heeft ingediend met andere partijen tijdens de behandeling van de begrotingsraad. Dus dat is wel even de correcte weg en die wil ik wel even benoemen.
Mevrouw Van der Linden: Goed, dan ga ik even de vraag iets anders stellen. Wilt u na het aannemen van de motie nog op deze wijze met het voorliggende stuk doorgaan, of ziet u daar een andere mogelijkheid nu voor en bent u voornemens om, wat we u gevraagd hebben, dat maatwerk en die openheid om voorstellen te bekijken met elkaar, te accepteren of mee verder te gaan? De voorzitter: Helder. PvdA, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, dezelfde vraag als mevrouw Van der Linden stelt van … Of eigenlijk een opmerking, wij nemen aan dat het college nog uitvoering gaat geven aan de motie. Dat neemt niet weg dat dit stuk wel een aardig inzicht geeft in hoe de regels nu zijn en hoe ze toegepast zullen worden en daar is, hoop ik, het stuk ook voor bedoeld. Waarbij we dan gelijk ook constateren dat we die regels dus wel graag aangepast zien. Dank u wel. De voorzitter: D66. Mevrouw …: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat mevrouw Van der Linden het uitstekend verwoord heeft en dat D66 eigenlijk dezelfde vraag hierover heeft. De voorzitter: Nou, kijk eens aan. Het CDA, de heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Dank u. Ja, de procedure die nu voorligt, lijkt degelijk en overwogen over te komen. Het is uiteraard voor de overheid noodzakelijk om overwogen tot besluiten te komen welke voor een ieder kunnen gelden.
Het beperkt echter wel degene welke op dit moment wellicht vooruitloopt op landelijk en provinciaal en daar volgens lokaal beleid nul actie willen ondernemen. Zoals de heer Seldenrijk ook zei, er is al enige tijd onrust en het is al enige tijd dat de agrariërs moeten nadenken over, wat gaat mij nu gebeuren en wat kan ik met mijn bedrijf. Het zet de boel dus op de korte termijn op slot en geeft geen handelingsruimte. In het collegeprogramma is er aandacht voor handelingsruimte, maar ook in de motie door de raad enkele weken terug meegegeven actief mee te denken en hiermee om te gaan, is er duidelijkheid naar u gegeven om hier, zeg maar, eens goed naar te kijken. Daarom de volgende vragen: is dit voorstel welke ons voorligt nou ook met agrariërs besproken? Heeft u contact gehad met de provincie? Welke reactie is er vanuit de gesprekken met de provincie gekomen en welke kansen geeft de uitkomst van dat overleg de agrariërs de komende tijd? Welke mogelijkheden zijn er voor maatwerk, eventueel tijdelijk? Is er nog een tijdelijke aanpak mogelijk met buurgemeenten? Weet u hoe de agrariërs er zelf over denken, dit voorstel, wat nu voorligt, en hoeveel zijn er bijvoorbeeld met de omslag van hun bedrijf bezig hier in de polder? Die vragen heb ik wel enige nieuwsgierigheid naar en de suggestie die de VVD doet, ik denk dat die wel kan ondersteunen. De voorzitter: Goed, dank u wel.
DorpsBelang, mevrouw Riemens. Mevrouw Riemens: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik nogmaals benadrukken dat DorpsBelang begaan is met de boeren in zijn algemeenheid en de manier waarop de landelijke politiek hiermee omgaat en natuurlijk in het bijzonder met de Eemnesser agrariërs. Daarom is er in juli een motie ingediend door CDA en DorpsBelang, steun onze boeren, die unaniem aangenomen is. Wat we daarin uitgesproken hebben was duidelijk, maar we blijven afhankelijk van wat het kabinet en provincies voor stappen zetten en zoals afgelopen vrijdag bleek, schiet het echt niet op en blijft er zoveel onduidelijk en onzeker. Begin deze maand heeft de raad unaniem een motie aangenomen voor de boeren waarbij er voor 1 juli 2023 een voorstel komt welke extra ruimte er geboden kan worden in de vrijstelling of wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan landelijk gebied. Gezien de huidige situatie is het begrijpelijk dat er diverse verzoeken bij de
gemeente binnenkomen. Wij vinden het dus heel belangrijk dat er een duidelijke lijn voor iedereen komt. De hier aangegeven beleidslijn maakt duidelijk wat er momenteel kan binnen de huidige regelgeving. Wij hebben het zo gelezen als dat deze beleidslijn de bestaande en de blijvende mogelijkheden zijn binnen de huidige regelgeving, zowel qua activiteiten als qua oppervlakte. Kleine nevenactiviteiten maximaal 150 vierkante meter, nevenactiviteiten op maximaal 300 vierkante meter. Verder is het wachten op input van provincie en rijk als basis voor een nieuwe landbouwvisie die samen met de omliggende Eemlandse gemeentes zal worden ontwikkeld. Natuurlijk willen wij dat alles veel sneller gaat dan tot nog toe, maar we zijn wel afhankelijk van provincie en rijk en als DorpsBelang zien we uit naar waar het college mee komt voor 1 juli als reactie op onze motie en wij verwachten dat daar dan de mogelijkheden dat daar de dingen, zoals de heer zelden rijk aangaf, meegenomen worden en eventueel een besluit over genomen worden maar het is wel heel belangrijk dat het fair en eerlijk gaat, zoals mevrouw Van der Linden aangaf. Wat betreft mijnheer Seldenrijk is dat best een, zeg maar een lastige situatie.
Je zou zeggen van nou, dat gunnen we hem, maar je moet iedereen gelijk behandelen, dat vinden we wel heel belangrijk en wij verwachten dat het college dat voor 1 juli en liever zo snel als mogelijk daar mee zal komen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Reijn. De heer Reijn: Ja, dank u, voorzitter. De heer Seldenrijk zegt, het lijkt alsof het college het in de vrieskist zet. Nou, dat is zeker niet de bedoeling. Ik hoor de heer Van Schaik zeggen, ik heb een heleboel vragen over dit voorstel. Dit is geen voorstel, dit is een beleidskader van het college. Het is geen voorstel wat u hier kunt amenderen of weet ik wat, dit is gewoon vastgesteld uitvoering college. Waarom hebben we dat nou gedaan? Om aan een ieder duidelijk te maken dat er veel meer kan, volgens de huidige bestemmingsplannen, dan iemand wel zal denken. En er zit natuurlijk wel een beperkte factor op als het gaat om het aantal vierkante meters. En als ik naar de motie kijk, die voor 1 juli beantwoord moet worden, hoeveel extra ruimte kunt u geven, willen? Bij de begrotingsraad, ik weet niet of ik het zo letterlijk uitgesproken heb, maar als ik volgens de provinciale verordening daar een antwoord op moet geven, dan wordt het waarschijnlijk één woordje en dat is geen.
Want we lopen nu langs de provinciale verordening, wat kan wel, wat kan niet, en daarmee verschuilen we niet achter de provincie, het is gewoon de realiteit, de wetgeving waar we mee te maken hebben. Maar iedereen voelt de urgentie en mijn collega zei net ook al: urgentie voelen we wel, maar soms duren processen even wat langer en de agrariërs die zijn al zo lang in onzekerheid. Wat er nu ligt aan beleidskader is gewoon aangeven, wat kan er allemaal? Er kan meer, bedrijfsvoeringveranderingen, dat kan, als dat een kwalitatieve verbetering betekent van de polder, van het gebied. Maar dan gaat het meestal om een heleboel sloopmeters wat je allemaal moet afbreken. Er is natuurlijk ook nog een hardheidsclausule waar we kijken naar specifieke mogelijkheden of we daar uit kunnen komen met elkaar. Daarvoor is er ook de plattelandscoach ingesteld bij de provincie en dat is ook het advies vanuit ons altijd geweest, neem contact op met de plattelandscoach, ga met elkaar kijken wat er wel kan en misschien betekent dat het bijsturen van je eigen ideeën en je eigen plannen voor de komende jaren om te zorgen dat je die transitie kan maken. Trek met elkaar op. Nou, dat gebeurt ook op dit moment en dat is denk ik een goede ontwikkeling en daar staan we open in, daar is de noodzaak ook toe.
Aan de andere kant wordt er gewerkt aan een landbouwvisie en ik hoor te vaak, de landbouwvisie is er pas over drie jaar. Het zou mooi zijn als we van dat gezegde iedere keer eens afkomen. We hebben voor drie jaar financiën opgenomen in de begroting. Als ik kijk naar het proces waar we op dit moment mee bezig zijn en iedereen voelt de urgentie, de agrariërs het meeste. Iedereen steunt de agrariërs, ik hoor het hier iedere keer weer, dat is ook de wijze waarop het college ernaar kijkt. Half oktober heeft u als raad een digitale bijeenkomst kunnen bijwonen van de regio over het handelsperspectief buitengebied. Twee weken geleden is dat bestuurlijk besproken. In het traject waar het nu zit, komt het volgende maand weer op de bestuurstafel en in januari moet het afgetikt worden door de colleges in de regio Amersfoort. Dan hebben we
het voordeel, we werken in de regio Amersfoort daar samen mee. Het is verdeeld in drie gebieden, de Eemvallei, de Gelderse vallei en de Utrechtse heuvelrug en de Eemvallei komt als eerste aan bod. Dat betekent dat in februari ook de raden weer uitgenodigd worden om te kijken naar het handels bij en het handelsperspectief, en ik zeg dat maar even voor alle duidelijkheid, daar zit van meet af aan de natuurorganisaties, de agrariërs, de gemeente, de provincie. Iedereen zit aan tafel, want ze hebben allemaal belangen, soms tegenstrijdig, maar een van de conclusies uit de eerste terugkoppeling was ook, er zijn ook een heleboel zaken die verbindend zijn en daar zoek je natuurlijk naar. Nieuwe vormen van agrarische nevenfunctie, heb ik langs zien komen. Waar we met zijn allen ook aan moeten denken, ook om het behoud van de polder ook naar de toekomst veilig te stellen. De bebouwing, et cetera, die je anders misschien zou moeten afbreken, die je dan toch kan behouden. Dus ja, er is urgentie en we lopen ook redelijk snel, het handelsperspectief buitengebied moet voor 1 juli afgetikt zijn, dus het antwoord op uw motie zal vooral zijn, waar staan we op dat moment en wat kunnen we meenemen in proeven die we moeten houden ergens in de regio of allerlei zaken die aan bod komen. Kijk vooral breed, is de opgave.
En op basis van die uitkomsten kan ook de landbouwvisie opgesteld worden en dan zitten we nog steeds, ik kijk even naar collega Ten Have die dat doet in de landbouwvisie 2024 in uw raad. Dat is niet over drie jaar, de gedachte is 2024 hebben we de discussie hier. Op basis van al die zaken die uit het handelsperspectief komt, want dan gaat het over het hele buitengebied waar iedereen zijn claim oplegt als het gaat om weidevogels, als het gaat om natuur, als het gaat om agrariërs, als het gaat over woningbouw, als het gaat om wegen. Dan kijk ik maar even verder ‘…’ polder. Zaken die we eigenlijk binnen een half jaar redelijk in beeld willen hebben. Dus nogmaals, niks vrieskist, gewoon keihard aan het werk en wel duidelijk maken, wat kan er nu al wel en als het onvoldoende is voor uw perspectief dan schakel de landbouwcoach in, kijk of we er met elkaar kunnen uitkomen en dan is er altijd voor het college nog een hardheidsclausule zodat we een weg kunnen vinden waar ook de toekomst van onze agrariërs er goed uit kan zien. Maar ik zeg er wel bij: niet alles kan, want die claims op het gebied in de hele regio, die liggen van diverse kanten en daar moeten we met elkaar een antwoord op vinden de komende maanden. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan ga ik over naar de tweede termijn, denk ik. Mevrouw Van der Linden van de VVD.
Mevrouw Van der Linden: Ja, er bekruipt me helaas toch een beetje het gevoel dat vanuit de gemeente we momenteel toch een houding hebben van, het is wat het is en het blijft wat het is. Dit is wat we kunnen doen, praat met de plattelandscoach. Maar ik hoop dat ik u daar niet goed begrepen heb. Bedoelt u als we met de plattelandscoach tegen bepaalde punten aan komen en dat ze daarna daarmee terug kunnen naar het college, of wordt er echt vanuit gegaan van de huidige richtlijnen die er nu liggen? Ik bedoel, dat niet alles kan, dat is logisch, maar het gaat erom dat we die openheid houden en met de mensen in gesprek blijven gaan. Dus daar zou ik wel graag uw bevestiging van willen horen dat u dat wel allemaal doet en dat niet door een ambtenaar al op basis van de voorliggende bestemmingsplannen, want er wordt in die notitie zo naar verwezen, het al afgekeurd wordt voordat er überhaupt een gesprek is geweest met het college. En de urgentie, want u geeft heel mooi aan van, het duurt geen drie jaar, maar wat u aangeeft, oké, twee jaar, maar dat is nog steeds vrij lang natuurlijk. De voorzitter: De heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, als ik de wethouder goed begrijp, is hij niet van plan om de motie uit te voeren, want hij zegt van ja, daar gaan we naar kijken en dan heeft hij het over het proces, over de provincie en over de visie.
Laten we dat in het vervolg gewoon de processie noemen en dan duurt het toch nog twee jaar voor
we ergens zijn. Maar tussen de regeltjes door, zei hij eigenlijk met zoveel woorden, nou, voor 1 juli hebben we dan in ieder geval er wel naar gekeken en dan nemen we dat mee in het proces, in de processie. Maar eigenlijk zegt hij dus, en dat is dan de vraag, ik ga die motie die vraagt om aanpassing van de regels van het bestemmingsplan buitengebied, die ga ik niet uitvoeren. De voorzitter: D66. Mevrouw …: Ik ga niet herhalen wat de vorige al gezegd hebben. De voorzitter: Prima. CDA. De heer Van Schaik: Dank, voorzitter, dank u. Inderdaad, wethouder, terecht. Ik heb iets abuis gezegd. Het is niet iets wat u ons voorlegt, u geeft terecht aan dat het een, zeg maar, een afwegingskader wat u hier kenbaar maakt. U schetst het een en ander gelukkig wel in uw respons en dat de komende jaren het een en ander op planning staat en ook ten aanzien van dit gebied en dat het geen drie jaar zal duren, maar mijn vraag is dan wel van, er zijn een hoop vragen die dit meegeeft op dit moment en wat kan u dan doen met die motie die aangenomen is, of wat gaat u doen dan met die motie, als ik dit handelingsperspectief zo zie? Voor de komende tijd. De voorzitter: DorpsBelang. Mevrouw Riemens: Ik heb verder geen vragen. De voorzitter: Goed, dan is het woord aan de heer Reijn. De heer Reijn: Nou, misschien voor alle duidelijkheid nog even.
Ik heb al ook in het antwoord naar de heer Seldenrijk gezegd, we hebben niks in de vrieskast gezet, dus we gaan gewoon aan de gang met dingen. Als ik het langs de lat van de provinciale verordening doe, dan, zo heb ik het genoemd net ook, mijnheer Van den Brink, dan zou het antwoord op de motie zijn, wat ziet u als extra ruimte, geen. Dat zou het simpele antwoord zijn. Maar, wij nemen wel stappen en we zijn bezig … De voorzitter: Interruptie van mevrouw Van der Linden. Mevrouw Van der Linden: U spreekt vaker met de provincie dan ik, maar ik was toen toch bij een bijeenkomst en daar kreeg ik toch echt de indruk dat ook de provincie wil openstaan voor ideeën. Die wil juist dat de boeren naar de provincie komen met ideeën in plaats van dat zij met dingen naar hun toe gaan, dus ik begrijp niet zo goed waarom, als we … Dat u steeds de provincie erbij haalt om te zeggen dat wij als gemeente zo weinig kunnen. De voorzitter: De heer Reijn. De heer Reijn: Nee, dan verstaat u mij niet goed of ik spreek Spaans ofzo, ik weet het niet. Maar ik heb de hele tijd gezegd, als ik het langs de lat van de provinciale verordening zet, zou het antwoord geen zijn. Wat doen we? We zijn in het regionale verband in gesprek met de provincie om te kijken: waar zit die extra ruimte? Ik heb u gezegd, wij adviseren iedereen om in gesprek te gaan met de plattelandscoach om juist die ruimte op te zoeken.
Dat moeten wij niet als gemeente gaan bedenken, dat moet juist vanuit de agrariërs komen. Dus dat gesprek met de plattelandscoach, waar de gemeente natuurlijk ook bij zit, zoekt juist naar die extra ruimte. Dus als ik het puur langs de verordening leg, dan zou het antwoord op die motie geen zijn. Maar omdat we
volop in gesprek zijn met de provincie, met de agrariërs over dat handelsperspectief, alle regelgeving of brieven die afgelopen week naar de Tweede Kamer zijn gestuurd, die worden deze week ambtelijk nog besproken, wat kunnen we er allemaal mee? Dus we zoeken allemaal die ruimte op. Dus er ligt niks in de vrieskist, we zijn volop bezig en zoeken die extra ruimte en als ik die gesprekken de komende tijd niet zou hebben, dan zou er een heel kort antwoord op die motie komen. Nee, daar gaan we precies vertellen, wat is de stand van zaken na het overleg wat we met alle partijen hebben gehad, waar de ruimte zit die we kunnen bieden aan de agrariërs, maar ook aan anderen in de komende tijd en dat loopt vooruit op de landbouwvisie, want die ruimte die hebben we ook nodig voor het opstellen van de landbouwvisie. Dus dat zijn stappen, we staan niet stil, het zijn stappen die we blijven zetten, iedere keer weer, wetende ook wat de urgentie is. En als de urgentie nog op een ander niveau zit, heb ik u ook gezegd, dan is er altijd nog een hardheidsclausule waar we ook in samenwerking met de plattelandscoach en de provincie aan tafel gaan om te kijken hoe we mensen nog sneller kunnen helpen. De voorzitter: Ik kijk nog een keer de commissie rond voor prangende echt aanvullende vraag. Geen herhaling meer.
De heer Van den Brink: Ik heb een heldere ja-nee vraag gesteld en ik krijg daar geen antwoord op. De heer Reijn: Ja toch? Ik heb toch gezegd dat ik de motie uit gaan voeren en dat ik gewoon precies ga kijken wat de mogelijkheden zijn en dat krijgt u zo meteen allemaal op papier. Natuurlijk voer ik die motie uit. Goed luisteren, mijnheer Van den Brink. De voorzitter: Goed, dan weinig ik dit onderwerp en dan komt de uitvoering van de motie te zijner tijd terug. Oké, dank u wel. 5.2 Ontwerp wijzigingsbesluit GR-AVU De voorzitter: Dan het volgende agendapunt … Ook mijn microfoon doet het weer niet? Oh, oké. Ik zei dat we naar het volgende agendapunt gaan en dat is dan de ontwerp wijzigingsbesluit van de gemeenschappelijke regeling van de AVU. Begin ik bij het CDA. Mevrouw …: Dank u wel. Kort en krachtig, we kunnen ermee instemmen dat er geen zienswijze wordt ingediend. De voorzitter: Goed, dank u wel. DorpsBelang, de heer Kouwenhoven. De heer Kouwenhoven: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij sluiten ons daarbij aan. Aangezien de aanpassingen vanwege de verandering in de wet en regelgeving en het uittreden van de gemeente Vijfheerenlanden nodig is, gaan wij ook akkoord met het niet indienen van een zienswijze. De voorzitter: Goed. D66, mijnheer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel, voorzitter. Ook wij kunnen kort zijn, het is prima om hiermee in te stemmen. Dank u wel.
De voorzitter: Fijn. PvdA. De heer …: Nee, ik wou hier eens heel diep op ingaan.
De voorzitter: Ik ben niet anders van u gewend. De heer …: Nee hoor, wij kunnen er prima. Het lijkt me ook een hamerstuk. Ik heb wel een vraagje, waarom treedt de gemeente Vijfheerenlanden uit? De voorzitter: VVD. De heer Schade: Daar zou ik het antwoord op kunnen geven, maar dat doe ik niet. Dat laat ik aan de wethouder. Wat mij betreft hamerstuk. De voorzitter: Goed. ‘…’. De heer Ten Have. Soort van million dollar. Volgens mij mee was het een ‘…’. De heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Even nieuwsgierig naar, want dat leidt tot een aanvullende vraag. Dat betekent dus dat je alleen maar van de afvalverwerking Utrecht lid kan zijn als je in de provincie Utrecht ligt. Of ben je dat dan ook verplicht, als je in de provincie Utrecht ligt? De heer …: Is het twee keer nee, mevrouw Van der Linden. Maar dan begrijp ik heb niet helemaal, want als je … Eén keer ja, een keer nee. De voorzitter: Nou, mijnheer Ten Have, het verlossende woord. De heer Ten Have: Ja en nee. Volgens mij is het antwoord toch gegeven. De heer …: Je kan alleen maar lid zijn en meedoen als je in de provincie Utrecht ligt, maar je bent het niet verplicht. De heer …: Sorry, mijnheer Van den Brink, is dit echt relevant voor de gemeente Eemnes allemaal? De heer Van den Brink: Zeker, want als het eerste antwoord op de eerste vraag nee was geweest, dan had dat tot een andere overweging kunnen leiden.
Mevrouw …: Dan hadden we ook naar de GAD kunnen gaan, bijvoorbeeld. Volgens mij hebben we het daar ook al een keer over gehad. Want het zou voor de BEL combinatie een stuk efficiënter zijn om te kijken dat we naar één afvalverwerker gaan met z’n drieën. En dan wel met nascheiding. De voorzitter: Nou, dat lijkt me een moment voor een andere discussie. Wat dat betreft is het zo wel voldoende afgehandeld en kan dit, denk ik, als hamerstuk door naar de raad. Ik kijk … Goed, hehe, gelukkig. 5.3 Ontwerp bestuursrapportage 2022 met 2e begrotingswijziging 2022 RUD Utrecht, 1e begrotingswijziging De voorzitter: Dan het volgende agendapunt, de ontwerp bestuursrapportage van de tweede begrotingswijzing van de RUD, de regionale uitvoeringsdienst Utrecht. Mag ik het eerst het woord geven aan DorpsBelang, de heer Kouwenhoven. De heer Kouwenhoven: Dank u wel, voorzitter. Ook hier kunnen we heel kort over zijn, ook hier gaan wij mee akkoord om geen zienswijze in te dienen.
De voorzitter: D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel. Daar sluiten wij ons geheel bij aan. Dank u. De voorzitter: De heer Van den Brink, PvdA. De heer Van den Brink: Wij ook. De voorzitter: Kijk eens, u kunt het wel. VVD. De heer Schade: Hamerstuk. De voorzitter: Goed zo. En als laatste het CDA. Mevrouw …: Wij kunnen ook instemmen. De voorzitter: Dan is het ook kort en krachtig, ook een hamerstuk. 6.
Mededelingen college De voorzitter: Dan kom ik bij het volgende agendapunt en dat is de mededelingen vanuit het college. Dan kijk ik even naar het college of er mededelingen zijn. De heer Reijn. De heer Reijn: Ja, een treurige, zeg ik dan altijd maar. We hebben 15 juni de aftrap gehad start HOV afrit A27. Toen hadden we even nog wat te doen met een vleermuizenroute, dat heeft nog wat vertraging opgeleverd. Toen hadden we nog even wat te doen met Rijkswaterstaat die toch nog een buffertje wilde tussen de HOV lijn en de afrit. Dat hebben we allemaal getackeld. Maar ja, toen kwam natuurlijk het stikstofverhaal op tafel. De stand van zaken is nu dat half november zou het RIVM komen met een nieuwe tabel om te berekenen hoe dat dan in elkaar zit. Daar zaten nog wat foutjes in, dus het RIVM moest zijn werk over doen. De laatste verwachting die ik nu heb gehoord is dat half januari de tabellen er zijn. Nou is het voordeel dat, soms zijn er ook nog voordelen, dat onze projectleider al heel vroeg in de smiezen had van nou, dat zou wel eens zo meteen zou kunnen uitvallen, die uitspraak van stikstof, die had al dus een onderzoeksbureau gezegd van, als het gebeurt, dan sta ik vooraan in de rij om geholpen te worden. Maar ja, we moeten wel uit gaan kijken hoe dat verder uit gaat pakken en dat weten we dan ergens februari maart en dat is eigenlijk het moment dat we hadden willen beginnen.
Dus we hebben de aanbesteding op dit moment even stilgezet, want daar moeten we toch eerst gegevens voor hebben over de stikstof. Dat betekent wel dat we dit jaar nog, en dit jaar is niet zo erg lang meer, proberen aan de ‘…’ vast aan de slag te gaan en misschien dat we nog wat werkzaamheden uit gaan voeren op het gebied zelf wat we al wel kunnen. Maar er zit toch, ondanks de feestelijke ingebruikneming regionaal van de HOV volgende week zaterdag, moeten we in Eemnes er nog even wat op wachten. Ik weet eigenlijk niet meer goed hoe ik dat aan de inwoners moet uitleggen, maar het is niet anders. We hebben er mee te dealen en het gaat dus gewoon nog langer duren. De voorzitter: Goed, dank u wel.
7.
Toezeggingenlijst De voorzitter: Dan kom ik bij het volgende agendapunt en dat is de toezeggingenlijst. Op de toezeggingenlijst die ik heb zijn de, Hasselaarlaan is conform gespeld en ik kijk … Even kijken, er zijn twee punten waar het een
en ander toegevoegd is in rood. Kijk even of het, kort hoor, dus niet inhoudelijk, of daar nog verder opmerkingen over zijn. De heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, er is een laatste versie vanmiddag nog gestuurd waar de Hasselaarlaan twee keer verkeerd gespeld is. Maar dat terzijde, ik ben blij dat de lantaarnpalen het weer doen. Ik ben blij ook met het antwoord over de herplantplicht bij het oude raadhuis, maar laten we wel zijn, ik werk niet bij de afdeling handhaving. Het kan niet zo zijn dat ik toevallig naar raadslid daar naar vraag en dat er dan naar gekeken wordt. Er had gewoon gehandhaafd moeten worden. Dank u wel. De voorzitter: Goed, oké. Nog anderen over de gehele toezeggingenlijst? Dat is niet het geval. Oké, dan is deze ook afgehandeld. 8.
Rondvraag De voorzitter: Dan kom ik bij het een na laatste agendapunt en dat is de rondvraag en dan begin ik bij D66, niet. PvdA, niet. VVD, niet. CDA niet, DorpsBelang ook niet het geval.
9.
Sluiting De voorzitter: Nou, dan kom ik toch echt bij het allerlaatste agendapunt en dat is de sluiting. Dan dank ik u hartelijk voor de vergadering en dan wens ik u wel thuis.