Transcript Commissie Ruimte 26.06.2023
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE RUIMTE VAN EEMNES 26 juni 2023
1.
Opening
De voorzitter: Goed, mijnheer de Zeeuw, wilt u plaatsnemen op de tribune? Het is acht uur, het is al iets over acht, dus ik open bij deze de vergadering van de commissie Ruimte van maandag 26 juni. Ten eerste, welkom voor de mensen op de publieke tribune, welkom voor de mensen die eventueel thuis meeluisteren, en u als commissieleden ook welkom, en het college, de heer Reijn en de heer ten Have, welkom. 2.
Vaststellen agenda
De voorzitter: Ik begin bij het vaststellen van de agenda. Ik heb een aantal voorstellen. Er zijn een aantal insprekers waar ik zo de inventarisatie van ga doen. En wij hebben insprekers op het onderwerp omgevingsvergunning van het perceel Eemweg, en de huisvestingsverordening Eemnes 2023. Dus die twee onderwerpen wou ik in die volgorde in ieder geval als 1 en 2 doen. Dan hebben we voor de kap en de herplant van de bomen, en voor het klimaatgelden ambtelijke ondersteuning, dus die wou ik daarna doen. En dan houden we als laatste twee stukken, de jaarrekening en de kadernota houden we dan over. Dus ik kijk even rond of u daarmee kan instemmen, of u andere opmerkingen over de agenda heeft. De heer Roorda. De heer Roorda: Ik heb daar een andere opmerking over. Ik wou graag voorstellen om het stuk jaarrekening volgende week te behandelen met de rest van de jaarrekening. Omdat we nu gaan praten over 20 pagina's van een stuk van 191 pagina's, wat nog niet definitief is, waar nog allerlei wijzigingen op komen. Dan hoop ik dat we volgende week meer weten over hoe het er nu definitief komt uit te zien. Het lijkt me nou niet zo handig om dan nu uitgebreid te gaan praten over 20 pagina's uit dat hele grote stuk.
En dat wou ik even voorleggen aan … De voorzitter: Goed, uw wilde voorstellen om de jaarrekening door te schuiven, waarbij u denk ik het doet, wel het voorstel doet, om dan in de commissie BSM dit te bespreken, en dan zowel de delen van Ruimte als BSM. Het is een voorstel, dus ik kijk even of … Het CDA kan ermee akkoord zijn. DorpsBelang. Mevrouw: …: ‘…’ (buiten de microfoon) De voorzitter: Nou ja, daar gaan we niet over. U bent nu commissielid en u moet aangeven of u met het voorstel van de heer Roorda, of u daar wat … Mevrouw …: Het is mij niet duidelijk dat er nog wijzigingen komen. Dus, er komen deze week nog wijzigingen? De voorzitter: Er komen nog wijzigingen. Het is allemaal concepten. Dus het voorstel is om … Mevrouw …: Oké. De voorzitter: Het zou denk ik niet in de commissie BSM helemaal definitief en helemaal compleet zijn. Mevrouw ...: Nee. De voorzitter: Maar misschien is het …
Mevrouw …: Het was bij de … De voorzitter: Dat weet ik niet. Dat zou kunnen, maar goed. Mevrouw ...: Het was bij de raad, denk ik. De voorzitter: Dat zou kunnen, maar goed. Mevrouw …: Oké, nou goed. De voorzitter: Kijk. D66? De heer Defferding: Wij hebben daar geen probleem mee, vinden wij een goed voorstel. De voorzitter: PvdA? De heer …: Ja, ik zit er een beetje tegenaan te hikken. Ik heb dat onderwerp voorbereid en ik zit niet in die andere commissie. En dan is het verder zo dat die behandeling, je zou hem wel een beetje op kunnen knippen. Kijk, er zit duidelijk bij de jaarrekening een heel financieel aspect, maar er zit met die stoplichtrapportage ook een politiek aspect. En dat gaat toch wel zeker ook over de wethouders die hier nu aanwezig zijn en die niet bij de commissie BSM zitten. Dus ik zou voor willen stellen om dan op die manier te knippen. Dus niet heel diep financieel erin gaan, dat voor volgende week bewaren, maar wel naar die bijlage B kijken en dan die onderwerpen er even uit te pikken, zodat deze wethouders volgende week misschien een avondje thuis kunnen zijn. De voorzitter: Ja, dus u doet een nieuw voorstel? Dat is wél om de jaarrekening te behandelen, alleen dan de delen die deze commissie raken. En dan op basis van hetgeen in de stoplichtrapportage staat en niet de diepe achterliggende financiële gelden er omheen.
Dan ga ik weer het rondje maken, want zo werkt het. De heer ...: Alles of niks. De heer ...: Ja, alles of niets inderdaad, dat lijkt me verstandiger. Of je behandelt alles in deze commissie, of niets. En onze instantie, onze voorkeur gaat uit wat de heer Roorda aangeeft: gewoon doorschuiven naar de volgende keer. De voorzitter: Goed, dat is helder. DorpsBelang? Mevrouw ...: Ja, ik kan me wel vinden in het feit dat de wethouders er dan niet bij zijn. Dus dan wordt het lastig. Dus ja … De voorzitter: Ja. Mevrouw …: Ik vind het een lastig voorstel, allebei. De voorzitter: Ja, dat snap ik. Maar ik als voorzitter mag niet het besluit nemen. Mevrouw …: Nee, dat begrijp ik.
De voorzitter: Er wordt een ordevoorstel gedaan en dan moet u toch echt dan zeggen: daar ben ik voor of tegen. Mevrouw …: Ja, dan ben ik er toch voor dat we hier het bespreken als de wethouders erbij zijn. De voorzitter: Goed. D66? De heer …: Ja, of de wethouder sluit volgende week ook aan, dat zou ook nog kunnen. Dan hebben we dat probleem niet. De voorzitter: Ik doe even één minuut schorsen, even met de griffier afstemmen. Nou, ik heb even kort overleg gehad met de wethouders. De heer Reijn kan volgende week aanwezig zijn, de heer ten Have heeft andere verplichtingen. Mijnheer Reijn heeft al aangegeven dat binnen het college iemand dan aanwezig zou zijn die de beantwoording kan doen op delen die de portefeuille treffen van de heer ten Have. Dus, dan stel ik bij deze voor dat we de gehele jaarrekening, met de gehele stoplichtrapportage en alle financiële cijfers die erachter zijn geplakt, volgende week in de commissie BSM wordt gehandeld. Dus dan gaat hij bij deze van de agenda af. Dus dat dan, bij deze is dan de agenda vastgesteld. De heer Van den Brink: U stelt dat voor? De voorzitter: Nou, ik stel dat niet voor, ik, ik … De heer Van den Brink: U constateert dat de meerderheid van de coalitie … De voorzitter: Ja. De heer Van den Brink: Het daarmee eens is. De voorzitter: Ja. De heer Van den Brink: Oké, dat mag.
De voorzitter: Ja, met name ook omdat de heer Reijn volgende week aanwezig is, dus de delen die de commissie Ruimte treffen kunnen dan beantwoord worden. En dat was met name de grootste zorg begreep ik van de fractie van DorpsBelang, en die is bij deze dan getackeld. Dus, en misschien dat de commissie BSM de jaarrekening als eerste kan agenderen, dan kan de woordvoerder op die punten als eerste en hoeft hij niet de rest van de vergadering bij BSM nog aanwezig te zijn. Dat geef ik u maar even mee, mijnheer van den Brink. 3.
Spreekrecht burgers
De voorzitter: Nou, ik ga nu verder, toch echt naar het volgende agendapunt, en dat is het spreekrecht van de burgers. Zoals ik heb aangegeven zijn er bij twee onderwerpen insprekers, dat is: bij de omgevingsvergunning van de Eemweg heb ik twee insprekers, dat is de heer Fransen en de heer Berkhof. Die zijn allebei op de tribune, ja. En dan heb ik bij de huisvestingsverordening onze nieuwe brandweercommandant, de heer Ploeg. Die heb ik ook gezien. En kijk ik toch even de zaal in of er nog andere mensen zijn die ook nog willen inspreken. Dat is niet het geval. Dan is bij deze het spreekrecht geïnventariseerd.
4.
Vaststellen besluitenlijst 8 mei 2023
De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de besluitenlijst van de vorige commissievergadering van 8 mei. Er zijn geen wijzigingen, op- of aanmerkingen ingediend bij de griffier. Dus ik ga ervan uit dat hij zo kan worden vastgesteld, zoals hij voorligt. Ik kijk even rond; dat is het geval. 5.
Aanvraag omgevingsvergunning wijziging gebruik percelen Eemweg 31a en 78a
De voorzitter: En dan kom ik nu bij de onderwerpen die we gaan bespreken. En zoals aangegeven, beginnen we dan bij het eerste onderwerp, dat is de aanvraag omgevingsvergunning wijziging gebruik percelen Eemweg. En dan wil ik als eerste de heer Fransen naar voren vragen. Kunt u op, daar plaatsnemen en één van de microfoons tot uw nemen? En ik had begrepen, mijnheer Fransen, u heeft ook iets aangeleverd bij de griffier? De heer Fransen: Goedenavond. Ja. De voorzitter: Ja. De heer Fransen: Dat heb ik gedaan. De voorzitter: Ja, voordat u, voordat ik u het woord geef, wil ik even opmerken dat de griffier dat stuk net heeft toegevoegd bij de stukken in de agenda. Aan u het woord. De heer Fransen: Dank u wel. De voorzitter: Het verzoek om net zoals ik, proberen duidelijk en dichtbij de microfoon, dan is het voor hier in de zaal, maar ook voor de geluidsopname duidelijk. Ga uw gang. De heer Fransen: Goed. Goedenavond. Geachte dames, heren, raad, college. Mijn naam is Paul Fransen, woonachtig aan de Eemweg 76 te Eemnes en eigenaar van jachthaven Fransen, waarin schepen liggen voor recreatievaart. Ik ben directe buurman van het bedrijf van de gebroeders van der Heiden. Laat ik beginnen met de melding dat ik de gebroeders van der Heiden de uitvoering van hun werkzaamheden zeker niet misgun. Maar in tegenovergestelde richting accepteer ik dat ook niet.
En dat is nú zeker wel het geval en zal met de beoogde plannen nog meer verergeren. Mijn ingediende zienswijze betreffende stofoverlast is gegrond verklaard en, sorry, gegrond verklaard. En daarmee is, om heel kort te gaan, eigenlijk alles gezegd. Elke beweging -lees: handeling- in welke vorm dan ook, geeft stofoverlast. Het in- en uitrijden van vrachtwagens en bestelbussen laat reeds verwaaid zand op het terrein en openbare weg verder verstuiven. Het los storten of laden van een inhoud tot 27 kuub -dit is ter illustratie ongeveer 330 kruiwagens- van de vrachtwagens geeft zeer veel geluid- en stofoverlast. Het lijkt met grote regelmaat de Sahara wel, met grote zand- en stofwolken. Het sproeien dat van der Heiden doet is en kan alleen maar oppervlakkig en zet dus geen zoden aan de dijk. Tevens wordt er op het perceel 78a, dus grenzend aan mijn jachthaven, helemaal niet gesproeid. Wanneer daar dan ook nog schepen gelost gaan worden met een mobiele kraan, zult u begrijpen dat de overlast, stof en geluid, voor mijn recreërende klanten zodanige vormen aanneemt, dat ik wellicht een derde partij aansprakelijk ga stellen voor gederfde inkomsten vanwege leegstand in mijn haven en schade ontstaan aan de jachten. Het water dat zij om begrijpelijke reden gebruiken om hun kostbare bezit te ontdoen van zand en stof, komt bij mij uit de portemonnee.
Vervolgens wordt er door de Adromi Groep een rapport van ruimtelijke onderbouwing opgesteld met een kenmerk, waarin allerlei omliggende bedrijven op afstand
worden benoemd. Maar wij als directe buur met jachthaven – lees: recreatieve sector - gemakshalve uit het rapport blijven. Het geeft te denken. Dat er vervolgens allerlei regels en voorwaarden worden opgesteld om de vergunning te kunnen verlenen is een mooi en loffelijk streven. Maar niet controleerbaar en een onmogelijke taak voor het RUD om te handhaven. Want constateren is één, maar vervolgens uitvoerende maatregelen nemen, een ander verhaal. En ondertussen zitten wij met de overlast. Gezien mijn reeds ingediende zienswijze over de diverse punten en dit, en in dit betoog dat ik hier heb mogen houden, ben ik van mening dat verlening van de vergunning tot oeverloze discussie gaat leiden met intrekking van de ontheffing, zie punt K van beschikking loswal Eemweg 78a, tot gevolg. Indien u toch akkoord gaat, zullen wij alle mogelijkheden tot bezwaar overwegen. Tot slot: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dank u wel. Als u nog even blijft zitten, ik maak namelijk even een rondje bij, langs de commissie of zij voor u nog aanvullende vragen hebben. Ik kijk naar D66, dat is niet, PvdA, de heer van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, ik lees hier in de stukken dat de RUD aanvullende maatwerkvoorschriften heeft gemaakt en opgelegd aan van der Heiden.
Heeft u daar, bent u daar blij mee? Leidt dat tot andere inzichten aan uw kant, of heeft u daar toch niet zoveel vertrouwen in? De heer Fransen: Ik ben blij met de maatregelen, alleen, ze worden niet uitgevoerd en dus heeft het geen effect. De hoogte van de zandberg en dergelijke zijn boven de keerwanden, dus het verstuiven is nog steeds aan de hand. En ja, als er niet gecontroleerd wordt, dan gebeurt er ook niks. De heer Van den Brink: Maar dat ligt dus aan de controle. Want wat u zegt, als ik dit lees, mag dat niet. De heer Fransen: Ja maar, als je maatregelen oplegt die eigenlijk niet te handhaven zijn, dan, dat is een beetje het paard achter de wagen. De voorzitter: Goed, ik kijk naar de VVD of die nog aanvullende vragen heeft. Ja, de heer Roorda wel. De heer Roorda: Ik ken een soortgelijke situatie, waarbij een overheid niet handhaaft en dus daardoor schadeplichtig wordt. En nou weet ik niet of ik naar u moet kijken, of naar het college moet kijken, maar … De voorzitter: Maar dat is denk ik een vraag die u zo meteen bij … De heer Roorda: Ja. De voorzitter: Behandeling mee kan nemen. Dat is echt een vraag, gericht aan het college. De heer Roorda: Ja. De voorzitter: Ja? Oké. DorpsBelang nog een vraag aan de heer Fransen? CDA? De heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Ik denk dat juist de vragen aan de overkant gesteld zijn. Dus, dank u. De voorzitter: Ja, prima.
Nou, mijnheer Fransen, dank u voor uw inspraak. De heer Fransen: Dank u wel voor de tijd.
De voorzitter: En dan de tweede inspreker, dat is de heer Berkhof. Aan u het verzoek, graag als het kan, dat ding een beetje dicht bij de micr… De heer Berkhof: Ik ga het … De voorzitter: Bij uw mond, dan … De heer Berkhof: Ja hoor, ik ga het proberen. De voorzitter: Ja, goed, ga uw gang. De heer Berkhof: Dank voor de uitnodiging en voor het moment om even in te spreken. Ik, wij wonen aan de overkant van het perceel Eemweg 78a, in de Gemeente Baarn. Dus dat maakt de dingen ook niet altijd even makkelijk om hier in Eemnes dingen te bespreken en bespreekbaar te maken. Wij, de Eem heeft daar een breedte van 39 meter, komma, of 49,1 meter. Mijn huis staat op één, heeft een voortuintje van drie meter, dus ons huis staat rond de 50 meter afstand van het perceel, waar veel gelost wordt. En ik sluit me aan bij de woorden van de heer Fransen: ook wij hebben heel veel last van stof. Schilderwerk moet één keer in de vier jaar gedaan worden, terwijl men zegt dat het één keer in de tien jaar kan. Veel last van stof, lawaai en geluid. En dat is eigenlijk mijn bezwaar. En ik zie dat met een extra vergunning alleen maar intensiveren, los van de zienswijze die ik bij de provincie heb ingeleverd over de loswal die men gaat inrichten. En, want dat is helemaal onnodig, want er zijn geen schepen meer die korter zijn dan 50 meter.
Dus daar wordt ook een vergunning afgegeven die eigenlijk niet bruikbaar is, maar ook moeilijk te handhaven is. De voorzitter: Goed, dank u wel ook. Nu ga ik het rondje even langs bij de commissie en begin ik dit keer bij het CDA, de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank uw wel, voorzitter. Ja, het lastige in deze casus is het toch wel een beetje: wat ligt bij de provincie en wat ligt bij de gemeente? Want de loswal, daar gaat in feite de provincie over, en het stukje nog altijd, dat is dan weer gemeentegrond. Dus ik was ook eigenlijk benieuwd met die maatwerkvoorschriften, wordt dat, valt dat onder de gemeente? En ook de controle ervan? Oh sorry, ja, nee. En dat mis ik een beetje in uw verhaal ook. De heer Berkhof: Mijn advocaat heeft verteld dat dat binnen de gemeente valt. Dus, de milieuwijziging op het terrein is voor de gemeente. De heer Seldenrijk: En de loswal, is dat weer, dat is weer de provincie. De heer Berkhof: En de loswal is voor de provincie. Dus dat dus zijn twee aparte dingen en worden ook zoals zodanig aangevlogen. De voorzitter: Goed, nog andere aanvullende vragen voor de …? Nee. DorpsBelang nog aanvullende vragen? Mevrouw …: Nee, dank u wel, het was duidelijk. De voorzitter: Goed. VVD niet. PvdA? Niet, ook niet. Dan was uw verhaal denk ik duidelijk. Dank u voor uw inspraak. En dan gaan we over tot de inhoudelijke behandeling in de commissie.
En dan begin ik bij de heer van den Brink. Ga uw gang.
De heer Van den Brink: Dank u. Ja, we hebben dit voorstel al, ik denk meer dan een half jaar geleden vrij uitvoerig behandeld. En ja, er zijn niet significante veranderingen, behalve dan die maatwerkverordeningen, of hoe dat ook heet. En ja, we hadden er toen geen bezwaar tegen, tegen dit plan. En nu ook niet. Dank u wel. De voorzitter: Goed. VVD, mevrouw van der Linde. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Dank u wel, voorzitter. Ja, zoals de heer van den Brink aangeeft, hebben we al een keer met dit voorstel ingestemd. Er zijn ondertussen natuurlijk zienswijzen ingediend. Daar is een vrij uitgebreide reactie op gekomen. Er is ook een maatwerkregeling op gekomen voor de keerwanden. Misschien kan de wethouder dat nog aangeven. Ik had eigenlijk zelf de indruk dat die maatregel ook nog niet van kracht was, omdat het hele proces nog niet is ingericht. Maar daar kan ik me in vergissen. Dus, maar wat ons betreft kunnen wij ook verder met dit voorstel instemmen. De voorzitter: Goed. DorpsBelang, mevrouw Riemens. Mevrouw Riemens: Ja, dank u wel, voorzitter. Dit voorstel is op 20 december 2021 in de raad geweest. En daar hebben we geen verklaring van geen bedenkingen afgegeven en een amendement ingediend, wat unaniem gesteund is in deze raad, dat er geen op- en overslag mogelijk gaat worden voor huisafval.
En in dat amendement staat ook dat het in de tekst aangepast moet worden op de plek waar et cetera staat. En dat is niet gebeurd. Dus daar heb ik een vraag over. En bij de bijgevoegde zienswijze is die stofoverlast, wat net ook aan de orde was, gegrond verklaard. En dan lezen we bij de beoordeling dat er een extra maatwerkvoorschrift komt 917. Ik heb 917 nergens kunnen vinden. Waar is dat voorschrift en zal dat de overlast van stof wegnemen? Dat waren onze opmerkingen. De voorzitter: Goed, dank u wel. Het CDA, de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank u wel, voorzitter. Nou, inderdaad, zoals vorige sprekers al hebben aangegeven: we hebben natuurlijk een verklaring van geen bezwaar, hebben we mee ingestemd, ook wij. En ook de zienswijze laat niet echt een andere invalshoek zien. Wel zijn wij benieuwd met dat maatwerkvoorschriften: hoe ga je dat controleren? Want inderdaad, het is een beetje discutabel hier en daar. Hoe precies kan je dat meten? We hebben in het land natuurlijk al vaker meegemaakt met andere bedrijven, dat je iets met elkaar afspreekt, maar het moet wel goed te handhaven zijn. Dus daar ben ik wel een beetje benieuwd naar. En ook wie er uiteindelijk controleert. Het is natuurlijk de RUD, die doet het namens, volgens mij namens de gemeente en de provincie in deze.
Maar toch is het wel goed om hier toch even goed naar te kijken: hoe kan dit op een goede manier ook gecontroleerd en gehandhaafd worden? Dank u wel. De voorzitter: Goed, dank u wel. En als laatste de heer Defferding van D66. De heer Defferding: Dank u wel, voorzitter. Nou, ook wij kunnen instemmen met het voorstel. Bedankt voor de insprekers die hun zorgen hebben geuit. En we begrijpen ook wel de zorgen die ze hebben. Maar er is ook aangegeven dat er maatregelen worden getroffen om ook aan die zorgen tegemoet te komen. En wat ook al bij andere leden van de commissie is aangegeven, dan valt of staat het wel met hoe dat wordt gehandhaafd. Dus we gaan er ook vanuit dat het college toeziet op een goede handhaving, of door de gemeente zelf, of door de RUD. En als er klachten blijven komen vanuit omwonenden, of de insprekers van andere omwonenden, dat daar ook wel serieus mee om wordt gegaan. Maar, daar gaan we eigenlijk vanuit. Dank u wel.
De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan ga ik over tot beantwoording vanuit het college. De heer Reijn, als portefeuillehouder. De heer Reijn: Dank u wel. Nou, de stofoverlast wat de insprekers ook aangeven, dat is ook een heel belangrijk onderwerp voor die hele aanpassing geweest. Ik ben er zelf ook wezen kijken en ik zag ook dat het zand allemaal veel te hoog lag en eroverheen waaide. Ook het bedrijf samen gebouwen heeft daar veel last van. Dus daar hebben extra naar gekeken. Daar zijn nog maatregelen met die keerwanden voorgesteld, of opgedragen. Als die nu nog niet neergezet zijn, dan zal het ongetwijfeld daarna gebeuren. Dus daar moeten we even opletten dat het ook inderdaad gebeurt. Maar dat geldt natuurlijk voor het hele handhaven. En aan de ene kant is de gemeente aan zet, aan de andere kant is de provincie aan zet. En gelukkig hebben wij allebei de RUD, die moet het gaan doen. En dus ook met de RUD moeten we daar goede afspraken over maken. Want in het verleden is daar ook al veel overlast geweest, dus daar moeten we echt een zaak van maken. Je zal het nooit helemaal kunnen voorkomen, zeker met het droge weer ook van de afgelopen dagen is het natuurlijk best wel lastig met laden, lossen met de schepen allemaal. Maar het is wel een punt wat ook bij de voorbereiding goed aan de orde is geweest. Mevrouw Riemens vraagt van het huisafval en de extra maatregel 9.7.
De ruimtelijke onderbouwing die erbij zit, die ik bij het stuk heb, die is in december nog eens aangepast. En die is niet naar u toegestuurd, die is vanmiddag nog wel even naar de griffier gestuurd. Ik weet niet of u het toevallig gezien hebt, maar die komt zo meteen dan bij de raad wel. En daar staat dat al in opgenomen. Ja, dus we hebben daar expres nog even naar gekeken: dat amendement is geweest. Dus waarom is het nou niet verwerkt? Nou, het blijkt dus dat de verkeerde versie gestuurd is. Excuus daarvoor, maar die krijgt u zo meteen gewoon mee. Ja, en verder, de bezwaren zijn allemaal behandeld, daar wordt ook in de stukken op teruggekomen. En ja, ook daar heeft het RUD een belangrijke rol gespeeld, en die beoordeelt dat en die moet ook zo meteen handhaven, dus daar zullen we ze aan houden. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga toch nog even een heel klein kort tweede rondje langs de commissie als er behoefte voor is. De heer van den Brink? Niet het geval. VVD? Niet het geval. DorpsBelang? Niet het geval. CDA? Niet het geval, ‘…’ Goed, dan gaat deze in ieder geval naar de raad toe. Dan moet ik altijd eventjes netjes vragen of dit een hamerstuk gaat worden of een bespreekstuk? Hamerstuk? Ik kijk even rond. Goed, dan gaat deze dus naar de raad als hamerstuk, en dan hebben we dit onderwerp afgehandeld. 6.
Huisvestingsverordening Eemnes 2023
De voorzitter: En gaan we over tot het volgende agendapunt. En dat is de huisvestingsverordening Eemnes 2023. En daar had ik zoals aangegeven een inspreker, en dat is de heer Ploeg. Ik zie hem al opstaan. De heer …: ‘…’ (buiten de microfoon). De voorzitter: En de microfoon aan, heel goed. Ook voor u, u heeft al een duidelijke stem van nature, maar ook voor u: duidelijk dichtbij de microfoon, dan is het allemaal goed te volgen. Dank u wel. De heer Ploeg: We gaan het proberen. Zoals u ziet, de huisvestingsverordening zoals die voorligt, en dan met name het punt voor de brandweer, leeft binnen ons korps. Ruim eenderde van het korps is hier vanavond weer aanwezig, heeft er tijd voor gemaakt, net als overigens de vorige keer dat we hier zaten. Ik werd getriggerd anderhalf, twee weken geleden door een telefoontje van de ambtenaar, belast met de urgentieverklaringen, met de mededeling dat, of ik wist waarom er al vier aanvragen lagen hiervoor. En mijn antwoord daarop was: nou, dat weet ik niet, maar blijkbaar leeft het binnen ons korps enorm. En als reactie daarop heb ik ook een brief opgesteld en aan u allen ingestuurd. De bepaling die de huisvestingsverordening
voor de brandweer beperkt tot één urgentieverklaring per jaar is in onze ogen … Sorry, de huisvestingsverordening is een hele constructieve regeling. Maar het opleggen van een al te grote beperking zou de effectiviteit van deze regeling drastisch verminderen. En dat zou in mijn ogen dan ook afbreuk doen aan dit anderzijds fantastische initiatief. En ik zou dan ook als commandant van de brandweer de hoop uitspreken dat u als commissie en als raad verruiming van de beperking van één vanavond in overweging zou willen nemen. En dat is dan ook eigenlijk het enige wat ik daarover kwijt kan. De voorzitter: Goed, dank u wel. Ook nu ga ik even de commissie langs of er aanvullende vragen zijn. DorpsBelang. Mevrouw …: Nee, uw brief was ook duidelijk. Dank u wel. De voorzitter: CDA? De heer Seldenrijk: Al gedaan. De voorzitter: Niet. De heer Defferding of mevrouw Wiering? Nee. PvdA niet. Nee, nou, ik denk dat het allemaal duidelijk was, dus dank voor uw inspraak. De heer Ploeg: Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we ook voor deze over naar de inhoudelijke behandeling. En dan begin ik bij de VVD, mevrouw van der Linde Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij hebben hier een voorstel voorliggen dat wij voor 1 juli besloten moeten hebben of eigenlijk geaccepteerd moeten hebben, om aan onze wettelijke eisen te voldoen.
Echter, er komt nog een wetsaanpassing, door het Rijk gemaakt, en eind december komt dit voorstel wéér voor te liggen en kunnen we dan nog eventueel wat wijzigingen voorstellen. Nou, wat de VVD betreft, willen wij om deze reden ook vraag de huisvestingsverordening mee instemmen op dit moment. Echter, wij willen wel meegeven voor de verordening die eind dit jaar weer voor komt te liggen, dat wij wel vinden dat er ondertussen erg veel urgentieverklaringen worden afgegeven. Of niet het aantal, maar met name de categorie, die wordt toch wel erg groot. En wat ons bezwaar hier eigenlijk in is, is dat de jongeren die niet, en ook de ouderen, die niet in een urgentiecategorie vallen, die zijn ondertussen bijna verplicht om ruzie met hun ouders te gaan maken en het huis uit te worden gezet, om voor een woning in aanmerking te komen. En dat lijkt me toch niet de bedoeling van al deze categorieën. Ik bedoel, dat zou ik echt heel erg vinden als die niet meer aan bod komen, omdat we zoveel urgentiecategorieën hebben. Dus ik wil het college echt verzoeken hiernaar te gaan kijken en ja, toch ook meenemen in de ogenschouw. En dan wil ik ook nog even aangeven: deze huisvestingsverordening is niet de enige knop waaraan gedraaid kan worden. Het is een mogelijkheid om woningen toe te kennen, maar een andere knop is natuurlijk het volume van het bouwen.
Hoeveel huizen bouwen wij? En dan wil ik u wel even meegeven dat de VVD voorstander is van meer bouwen, zodat er ook meer mensen een huis kunnen krijgen. Dat was even onze inbreng voor vandaag. Dank u. De voorzitter: Goed, dank u wel. DorpsBelang, mevrouw Riemens. Mevrouw Riemens: Dank u wel, voorzitter. Zoals net gezegd werd: deze verordening is in principe tijdelijk tot een nieuwe huisvestingsverordening uit Den Haag definitief is, de Huisvestingswet. Deze verordening gaat alleen over sociale huur. De dag van het wonen was heel boeiend en interessant en goed bezocht. Daarbij
kwamen toch ook een aantal gevallen naar voren, waarbij wij ons afvragen of deze verordening nou een oplossing biedt, of dat er toch weer mensen zijn die buiten de boot vallen, wat je eigenlijk niet wil. Ik doel dan bijvoorbeeld op de regel dat je de afgelopen tien jaar, zes jaar aaneengesloten in Eemnes gewoond moet hebben. Dus om het concreet te maken: een student die hier geboren is, bijvoorbeeld in het jaar 2000, met 18 jaar is gaan studeren, over de studie vijf jaar gedaan heeft en nu graag weer terug wil naar Eemnes. Die heeft dus de afgelopen tien jaar maar vijf jaar in Eemnes gewoond en mag dus niet terug naar Eemnes. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Afgelopen donderdag, op de dag van het wonen, werd ook duidelijk dat in verband met de vergrijzing en met het weinige personeel in de zorg, dat er voor ouderen in de toekomst zorg in de omgeving geregeld moet worden. En dan buren, kinderen et cetera. Dus dan is het van belang dat een jongere die terug naar Eemnes wil, waar zijn of haar ouders wonen, gestimuleerd zou moeten worden. Wat is de reden dat die studentenbepaling eruit gehaald is en is dat wel verstandig? Vervolgens hebben we een tribune vol met brandweer zitten. Heel mooi. We zijn blij dat de brandweer opgenomen is in deze verordening.
Maar zoals we in de brief van de brandweercommandant hebben kunnen lezen, is het ten eerste heel positief dat er maar liefst vier nieuwe brandweermensen - man, vrouw - zijn. Echter, deze vier gaan straks wel een gooi naar een huis doen op de Eemnesser markt. Nu is het zo, in tegenstelling tot de opmerking van mevrouw van der Linde, dat we in Eemnes heel veel doen om sociaal en betaalbaar te bouwen, zeker veel meer dan de omliggende gemeenten, helemaal dit, en zeker aankomend jaar. Van de bestaande sociale huurwoningen komen er minder vrij dan de voorgaande jaren. En de keuze om maar één urgentieverklaring voor de brandweer af te geven, is misschien daarop gebaseerd. Overigens hebben we er nu toevallig vier, maar andere jaren is dat helemaal niet voorgekomen. En hoe snel zal deze situatie zich weer voordoen? Wat zouden we nou in die huisvestingsverordening kunnen opschrijven, zodat in zeer uitzonderlijke gevallen er mogelijk wél meer dan één woning toegewezen kan worden aan een brandweerman of –vrouw? Het is toch in het belang van alle Eemnessers dat de brandweer op peil is? Graag uw reactie. En zoals mevrouw van der Linde ook aangaf: eind van het jaar moeten we weer een nieuwe huisvestingsverordening opstellen. Dus het is goed om deze dingen óf nu, of in de toekomst mee te nemen. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dank u wel. Het CDA, de heer van Schaik.
De heer Van Schaik: Dank u, voorzitter. Ja, er zijn met betrekking tot dit stuk een aantal vragen. Allereerst de brandweer die hier zit. Dat artikel, lid 2, met die beperking, kan wat ons betreft vervallen. Dit is ook niet zodanig besproken in de commissie, met betrekking tot de limitering en dat soort oorzaken. En je zou bijna kunnen zeggen: de brandweer wordt blij gemaakt met een dode mus op het moment dat er maar één plek is in een jaar. Andere vraag is: waar staat nu de starter op deze woningmarkt? Als jongere tot 27 jaar, zoals bedoeld wordt vanuit het ouderlijk huis een huurwoning willen betrekken, in deze gemeente wil verkrijgen. Voor mij is deze, in deze procedure de hekkensluiter van de voorgestelde ook. Maar ook in de huidige procedure zien we dat de doorstroming en de cyclus van zoveel mogelijk vrijkomende woningen, de laatste in deze de jongeren eerst te starten op de woningmarkt. En waar staat nu de Eemnesser, welke in afwachting van een eigen huurwoning, gezien leeftijd en het gebrek aan tijdige toewijzing, ervoor gekozen heeft om dan maar uit nood een woning of ruimte van een particuliere huurder of verhuurder te huren? Deze laat helemaal geen woning van de Alliantie achter en sluit daarbij ook op plek drie, vier of vijf aan. Terwijl die, ja, uit nood maar dan ergens is gaan wonen in een particuliere situatie.
De maatschappelijke binding regel, met betrekking tot zes jaar, zoals net ook al door mevrouw Riemens is gezegd, heeft toch wel inderdaad z’n beperkingen. Als je in de voorgaande tien jaar, zes jaar onafgebroken in Eemnes moet hebben gewoond en je hebt inderdaad gestudeerd en je bent vier, vijf jaar uit de studie, of vanwege een studie weggeweest, en je komt terug, dan zou je eigenlijk in je laatste studiejaar al hier een woning moeten zien te verkrijgen. Maar je bent uitgeschreven hier in Eemnes als woning inzittende, want je staat in Amsterdam bijvoorbeeld of in Utrecht
ingeschreven, omdat je op kamers zit. Die termijn, dat betekent dus dat je eerst nog zes jaar bij je ouders moet komen te wonen. Hoe wil je weer zes jaar onafgebroken in Eemnes wonen? Dus hier zit iets heel kroms. En we zouden voor, ten aanzien van studenten en Eemnesser ingeborene en opgetogene, die onder de 27 zijn, bij wijze van spreken, een andere regel moeten maken. Daarnaast wil ik u nog iets meegeven. Bij de huisvestingsverordening, artikel 18, loopt de nummering door zoals die bij 17 geëindigd is. En we beginnen dus met puntje 7, in plaats van 1. De was-wordt-tabel, het uit een begrippenlijst doorstromen, de tekst loopt daar niet erg lekker; dubbele woorden. En dat is op bladzijde 2 van het geheel. Tot zover. De voorzitter: Goed, dank u wel. D66, mevrouw Wiering. Mevrouw Wiering: Dank u wel, voorzitter. Hartelijk dank voor uw inspraken van de brandweercommandant. Wij hebben ook goed nota genomen van de brief die hij geschreven heeft. Maar zoals al eerder is aangehaald vanavond is deze huisvestingsverordening vooralsnog slechts voor een half jaar geldig. Dus als de nieuwe Huisvestingswet er is en er is aanleiding toe om hier weer over te discussiëren, dan zal D66 dat zeker doen. Voor dit moment kunnen we instemmen met wat er voorligt. De Voorzitter: Goed. En dan als laatste fractie, de fractie van PvdA, de heer Overbeeke.
De heer Overbeeke: Ja, dank u wel, voorzitter, inderdaad als laatste. Dat betekent eigenlijk dat het meeste al gezegd is. Wij kunnen ons in ieder geval vinden, ook in het pleidooi van mevrouw van der Linde, waar eigenlijk alle argumenten al naar woorden kwamen. Dus die ga ik niet herhalen. Wat betreft het aantal urgentiecategorieën, dat was ons ook opgevallen. Maar het is natuurlijk ook zo dat er door het Rijk nogal wat urgentiecategorieën min of meer opgelegd worden. De voorzitter: Zou u misschien … De heer Overbeeke: Ja? De voorzitter: Net zoals ik bij … De heer Overbeeke: Min of meer opgelegd worden, dan wel geadviseerd worden. Dus dat begrijpen we wel. Wij vinden dat de brandweer, dat is, ja, vinden we toch belangrijk dat de huisvesting daarvoor goed geregeld wordt. We zijn blij dat er een goede vrijwillige brandweer is en dat er zoveel jongeren zijn. Ik denk dat er veel gemeentes jaloers zijn op dit team. Dus ik kan me voorstellen dat daar misschien een aparte afspraak voor gemaakt wordt en dat we het niet houden bij die één per categorie. Maar ik begrijp dat ook het college, als het nodig is, aparte afspraken kan maken op individuele basis. Dus er moet maar eens goed naar gekeken worden. Ja, dat is het, dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik ze allemaal gehad en dan is weer het woord aan de heer Reijn. De heer Reijn: Dank.
Dank voor uw opmerkingen ook. Laat ik beginnen met te zeggen dat wij ook als college misschien moeten gaan kijken om - misschien moet u het lichtje even uitdoen, mijnheer- om een felicitatiekaartje sturen naar alle achttienjarigen: schrijf je meteen in bij WoningNet. Wij komen zó vaak tegen dat mensen zich niet ingeschreven hebben, en dan komen ze bij ons voor een urgentieverklaring. Dus, omdat ze er gewoon te laat achter zijn gekomen om zich meteen in te schrijven als ze 18 jaar zijn. Dat gebeurt zó vaak. En ik werd dan ook getriggerd toen ik twee weken geleden Kim een sleutel overhandigde aan een bovenwoning in Zuidpolder. Kim had de mazzel dat ze in aanmerking was gekomen voor een tiny house. Maar
constant elke dag op WoningNet kijken, elke dag weer kijken, reageren, en je komt aan een woning. Wij geven zoveel urgentieverklaringen af dat het haast geen zin meer heeft om een urgentieverklaring af te geven. Die dingen zijn een half jaar geldig, het heeft bijna geen zin meer. We hebben zoveel groepen die we specifiek gaan noemen in huis voor de vorm. Mevrouw van der Linde kwam erop, zegt: daar moeten we de volgende keer toch een beetje naar kijken. Mevrouw van der Linde, het wordt nog erger. Want we krijgen zo meteen vanuit het Rijk de aandachtsgroepen, ook mensen die uit de GGZ instromen, mensen vanuit de woonwagens en noem het allemaal maar op. We krijgen het allemaal naar ons toe en die moeten we allemaal in dat rijtje opnemen. En zo hebben we dus ook gekeken naar de brandweer. Hoeveel woningen zijn daar nou voor nodig? Hoeveel moet je voor die urgentie opnemen? Er is overleg geweest met de brandweercommandant en daar is die ene uitgekomen. En dat er nu anders over gedacht wordt, omdat er nu vier urgentieverklaringen liggen, of aanvragen zijn, ja, dan kunnen we niet alles wéér gaan veranderen. Maar dat betekent ook dat de jongeren, u geeft het al aan, nog verder achterin die rij staan. En gelukkig hebben we ook het afgelopen jaar een paar regelingen getroffen, juist voor jongeren, ook bij de toewijzing voor Het Plukveld. Juist om jongeren een huis te kunnen bieden.
En we hebben de mazzel dat dit jaar er 100, 110 sociale huurwoningen beschikbaar komen in Eemnes. Dus elke dag op WoningNet kijken, reageren, en dat gaat soms sneller dan een urgentieverklaring. Dus we kunnen er weer een groep bijzetten, we kunnen het aantal woningen voor de brandweer van één naar vier zetten. Mag allemaal. Maar ze komen allemaal op die hele stapel urgentieverklaringen die dan maar een woning moeten krijgen. De enige manier om aan een woning te komen is elke dag WoningNet kijken of er wat is en reageren, reageren, reageren. Ik kan het niet anders zeggen. Terecht, er komt vanuit landelijk een heleboel hiernaartoe, dus die huisvestingsverordening moesten we nu maken, voor 1 juli. Nou, het wordt iets later, dus we hebben dat geregeld dat het met terugwerkende kracht zo meteen gaat. Wij hebben niet, mevrouw Riemens, voor iedereen een oplossing. Er vallen altijd mensen uit de boot, wat voor regelingen je ook neerzet, er vallen altijd mensen uit de boot. De zes jaar, ook tien jaar, dat is gewijzigd ten opzichte van het vorige, omdat wij in strijd met de wet handelen. Dus we hebben het aangepast aan de wet. We hadden 20 jaar staan of zoiets, en dus, volgens mij had ik dat tussendoor ook weleens een keer geantwoord. Ook daar zullen we naar moeten kijken.
En we monitoren dat ook: wat valt er buiten de boot? Kunnen we dat aanpassen of niet? Maar ook daar is: elke knop die je aan draait, betekent dat anderen weer in een andere positie komen. Dus je moet echt goed afwegen wat je gaat doen. En dat geldt natuurlijk ook als zo meteen de zorg veel meer aan huis wordt gegeven. Dan moeten we naast een woning voor de brandweer, misschien ook woningen voor de zorgmensen. De leraren, de scholen zijn naar gevraagd natuurlijk, of we daar ook een uitzondering voor moeten maken. Dan blijft er dus steeds minder over voor de mensen die gewoon via WoningNet iedere keer gaan kijken of er een woning naar hun zin is en beschikbaar is. Dus we doen van alles, vergroten het naar betere regelingen, doorstroming, van alles en nog wat. Er zullen altijd mensen buiten de boot vallen, die net niet aan alles voldoen. Het is niet anders. Mooier kan ik het ook niet maken, u ook niet. En we hebben gemeend dat we hiermee, met deze huisvestingsverordening gewoon een goede regeling neerzetten, waar we de komende tijd mee uit de voeten kunnen. En wat er dan nog op ons afkomt, kunnen we altijd nog voorstellen: als we met een update, in goed Nederlands, komen naar de volgende huisvesting. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Goed, dank u wel voor de beantwoording. Ik denk dat er wel behoefte is aan een tweede rondje. En zo niet, dan geeft u dat maar aan.
Mevrouw van der Linde. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Ja, ik wil nu nog even reageren op de opmerking van mevrouw Riemens, die zei dat, in tegenstelling tot mij, zij vond dat er andere knoppen waren, waaraan we konden draaien. Maar we hebben alle twee gelijk. Het is zo dat het percentage sociale woningen wat in Eemnes, ligt hoger dan in Laren en Blaricum. Dus het percentage wat wij zeggen, dat is voor sociale huur, ligt hoger dan Laren en
Blaricum. Echter, het is toch ook écht zo dat als wij tien huizen bouwen, en ik noem maar wat, daar gaat 30 procent overheen, dan is dat heel anders dan dat wij die 30 procent over 100 huizen berekenen. Dus absoluut gezien helpt bouwen echt wel om meer huizen te krijgen. Dus dat wilde ik even meegeven. Mevrouw …: Mag ik even interrumperen? De wethouder heeft net gezegd: volgend jaar bouwen we 105 sociale huurwoningen. Nee? Heb je dat niet gezegd? De voorzitter: Jawel, dit en volgend jaar. Mevrouw …: En volgend jaar. De voorzitter: 110 woningen. Mevrouw …: 100, precies. De voorzitter: Heeft-ie net gezegd, ja. Mevrouw van der Linde-Eggenkamp: Dat doet nog steeds mijn argument, en dat niet anders veranderen. Mevrouw …: Dat zijn 30 procent, 30 procent is 110 wel. Mevrouw van der Linde-Eggenkamp: Ja, dat zijn over zoveel huizen. Maar dat houdt niet in dat als wij meer willen bouwen dan wij nu op het programma hebben, dat wij ook meer huizen beschikbaar hebben. En dat blijft gewoon zo. Dus als wij meer willen bouwen dan wij nu gepland hebben en niet zoveel jaar willen doen over de Zuidpolder volbouwen, maar daar wat in willen versnellen, dan zullen we ook eerder huizen beschikbaar hebben. En daar, en wat ik verder wilde opmerken was over die zes jaren termijn.
Is daar niet een mogelijkheid dat er bijvoorbeeld met de Alliantie of WoningNet, ik weet niet wie daar precies over gaat dan, misschien zijn er afspraken mogelijk dat als studenten het huis uitgaan en ze gaan vanwege een studie weg en ze komen weer terug -want de opmerking: dan hebben ze nog één jaar bekant als ze er vijf jaar over hebben gedaan om een woning te vinden- dat ze hun, hoe heet dat nou, hun woonpunten behouden. Misschien is daar iets in te vinden. Want op zich ben ik het met de wethouder eens, ja, we kunnen niet alles doen, maar misschien kunnen we ze wel op die manier een beetje ondersteunen. Dus dat waren mijn punten, dank u wel. De voorzitter: Goed, dank u wel. DorpsBelang, mevrouw Riemens. Mevrouw Riemens: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik begrijp het verhaal van de wethouder en ik begrijp ook dat het gewoon, ja, er zijn gewoon te veel mensen voor te weinig woningen. Maar, mocht het nou zo zijn dat we … We hebben natuurlijk in het verleden twee brandweermannen, vrouwen, weet ik niet, verloren, omdat die buiten Eemnes zijn gaan wonen. Kunnen we dat op de één of andere manier dan, kunnen we daar iets aan doen? Dat is eigenlijk mijn vraag. En verder hoop ik dat we in de loop naar de Huisvestingswet toch nog misschien een keer het hierover kunnen hebben, of er nog dingen zijn, knoppen zijn, waar wij aan zouden willen draaien. De voorzitter: Goed, dank u wel.
CDA, de heer van Schaik. De heer Van Schaik: Dank u, voorzitter, Ja, wethouder, u heeft een reactie gegeven, maar u heeft niet echt een inhoudelijke reactie gegeven. Want de vraag was: ja, hoe zit het nu met die starter op de woningmarkt als die uit huis wil? En ik heb daar volgens mij geen reactie gehoord, met betrekking tot waar die nou staat in deze
procedure, of hij inderdaad die hekkensluiter is, zoals wij constateren, of niet. En u geeft aan: ja, hij moet zich dan met 18 jaar maar, precies op die datum gaan inschrijven bij WoningNet. Nou, dat hebben wij ook twee maanden terug vermeld in De Rotonde, toen we daar een artikeltje in mochten schrijven, om inderdaad de jongeren ervan bewust te maken dat de duur van de inschrijving ook mee gaat tellen als hij straks, op enig moment, in de toekomst een huis zou willen hebben, of in aanmerking zou willen komen. Maar, naast dat moment van inschrijven en dus de jaren die gaan tellen, geeft de procedure ook aan: als je starter bent en je laat niks achter, en je laat zéker geen woning van de Alliantie achter, dan sta je wel ergens verderop in het rijtje en niet in het begin, met betrekking tot in aanmerking komen. Een tweede is: we hebben in deze coalitieperiode het geluk dat we 110 woningen komende tijd gaan opleveren, huurwoningen. En inderdaad, zoals mevrouw ‘…‘ zegt, dat is dan al 30 procent ten opzichte van het totaal, als u dat zou kunnen rekenen. Maar we zitten wel met een provincie, en dat is even een reactie naar de VVD, met betrekking tot de komende jaren, die tegenwerkt op nog méér kunnen bouwen. We hebben best wensen uitgesproken. Mevrouw …: Mag ik even interrumperen? De voorzitter: Dat mag.
Mevrouw …: De provincie die heeft, als wij in de Zuidpolder eerder willen gaan bouwen, dan hoeven wij daar geen toestemming voor van de provincie te vragen. Dat bouwvlak is zover ik weet bestemd en gedaan. De heer Van Schaik: We hebben nog maar beperkt terrein waar we mogen bouwen komende jaren. En willen we verder bouwen, hebben we de provincie daarvoor nodig. Mevrouw …: Als we daarbuiten willen bouwen, maar we hebben nog een stuk waar we kunnen bouwen. De heer Van Schaik: Ja. Mevrouw …: En daar kunnen we versneld bouwen. De heer Van Schaik: Daar gaan we bouwen zover we kunnen en wat we afgesproken hebben in de coalitie hier. De voorzitter: Ik denk dat de heer Reijn dat zo meteen … Mevrouw …: Precies, wat in de coalitie is afgesproken gaan we doen, maar het is wel mogelijk om sneller te bouwen daar. De heer Van Schaik: Dat lukt ook niet, sorry. De voorzitter: Misschien dat de heer Reijn daar zo meteen even op terug kan komen. De heer Van Schaik: Daar mag de wethouder wellicht nog even een opmerking over maken, want daar staan we duidelijk anders in. Ja.
De tweede vraag die ik had aan de wethouder is: waar staat iemand die uit nood dan maar particulier is gaan huren, omdat de Alliantie niks voorziet? Ondanks de vele dagelijkse inschrijvingen en controle op de beschikbare woningen en wellicht wel honderden brieven naar de Alliantie met betrekking tot inschrijving op woningen die beschikbaar komen. Maar ja, ook deze, die uit nood nu particulier huurt, omdat ze, laten we zeggen te oud is om bij papa en mama te wonen, of deze persoon te oud is om bij vader, moeder nog te wonen en dat ook niet meer wil, bij wijze van spreken, vanwege de leeftijd. Die komt ook
ergens op plek vijf of zes als je kijkt naar de rangorde die wij nu hebben vastgelegd. Dus, ook daar zou ik graag een reactie willen hebben, inhoudelijk. De voorzitter: Goed, dank u wel. D66 nog, mevrouw Wiering. Mevrouw Wiering: Wethouder Reijn, die zei: misschien moet ik alle achttienjarigen maar eens een kaartje gaan sturen om ze te feliciteren, en te vertellen dat het verstandig is om in te schrijven bij WoningNet. Wat D66 betreft, moeten ze dat maar gewoon doen. Alle info is welkom. En richting de mensen van de brandweer een heel klein dingetje: er staat nog een hardheidsclausule in deze huisvestingsverordening, dus wie weet biedt die ook nog zo af en toe weleens soelaas. De voorzitter: Ja, en als laatste de heer Overbeeke van de PvdA. De heer Overbeeke: Ja, dank u wel, voorzitter Ja, ook wat ons betreft een uitstekend idee om de achttienjarigen te wijzen op inschrijving bij WoningNet. Ik zou dat zeker doen, dus dat steun ik. En dat geldt denk ik ook voor de brandweermensen, maar die hebben dat al lang door, die hebben zich vast al ingeschreven. Er werd even een vergelijking gemaakt door de wethouder met leraren, met mensen in de zorg, en agenten is niet genoemd, maar die voeg ik toch maar even bij. Dat is toch een wat andere categorie. Kijk, brandweermensen moeten heel snel ter plekke zijn, die beroemde aanrijtijden.
Dus die moeten heel snel ter plekke zijn, dat betekent ook dat ze in de buurt moeten wonen. Dat een leraar in Hilversum woont en in Eemnes werkt, dat is niet zo'n groot probleem, denk ik. En verder, ja, wat heel duidelijk geworden is, maar we gaan geen discussie over de woonvisie houden, is dat bouwen, bouwen, bouwen, en wel snel, en voor de sociale categorie, en dan met name voor starters, omdat dat nou eenmaal urgent is. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Goed, dank u wel. En dan nog de heer Reijn voor het tweede deel van de beantwoording. De heer Reijn: Ja, voorzitter, voor de duidelijkheid maar even, want volgens mij is dat niet helemaal goed begrepen. Door het aantal sociale huurwoningen wat we dit jaar opleveren en begin volgend jaar, en als ik daarbij tel de normale aantal wat beschikbaar komt zo tussen de 40 en 50, dan tel ik dus bij elkaar ruim 100 sociale huurwoningen die dit jaar en begin jaar op de markt komen. En dan heb ik het over de Hink Stap Sprong, het Plukveld – ja, Plukveld is al opgeleverd-. En wij verwachten dat Hink Stap Sprong ook wel weer een aantal mensen zijn die nog een sociale huurwoning achterlaten. Dus vandaar dat ik het op 100, 110 hou zo’n beetje. Dus dat voor de duidelijkheid. Die zijn nu in aanbouw en die komen dit jaar beschikbaar.
En dat betekent dat ook mensen met een urgentie nu echt goed moeten kijken op WoningNet, want dan maken ze meer kans dan welk jaar dan ook. DorpsBelang zegt: één of twee voor de brandweer. Nou, we hebben er nu één, en we zitten halverwege het jaar, dus vanaf 1 januari hebben we er weer één. Dus, kijk daar nou even naar. Dat zit vrij snel achter elkaar, plus het totale aantal sociale huurwoningen wat beschikbaar komt. Maar ik vertel u er ook bij, heb ik in eerste termijn ook gedaan: het aantal urgentieverklaringen wat wij afgeven, betekent gewoon ook dat een heleboel mensen achterin de rij staan. En als mensen particulier huren en daarna sociaal, kunnen mensen, ze komen in aanmerking voor een urgentie, dan krijgen ze die urgentie. En ik ken voorvallen waar wij dus kijken of we daar kunnen versnellen, maar dat blijft iedere keer maatwerk. En dat moet ook wel passen in de afspraken die we met elkaar hebben gemaakt. En dat we niet zeggen: nou heb je particulier gehuurd en dan sta je in één keer op straat, en dan moeten wij even gauw zorgen voor een sociale huurwoning. Zo werkt het óók niet natuurlijk. Dus je moet wel goed kijken op welke manier je dat doet. Over de starters heb ik in eerste termijn iets gezegd, dat we een aantal regelingen doen, juist voor starters. Kijk naar die tiny houses, kijk naar het Plukveld.
Dat we juist voor de starters zakendoen en dat moet ook, maar ook dát kun je niet oplossen. We hebben in Eemnes, mind you, 690 volwassenen die bij hun ouders thuis wonen, 690.
Dus dat is nogal een aantal. En dat zijn allemaal zo meteen starters op de woningmarkt. Nou, dan moeten we nog twee Zuidpolders bijbouwen. Dus, het is wel een zaak van kijken hoe we het kunnen doen met de beschikbare middelen. En dat zijn in Zuidpolder nog twee fases die we gaan bouwen. De nieuwe Lindetuin is in aanbouw, het gedeelte Heijmans is inmiddels op de markt gebracht. Het deel van Van Wijnen komt net voor of na de zomer, en die beginnen volgend jaar. En dan hebben we nog één plukje daar achteraan, en is Zuidpolder vol. En de provincie moet toestemming geven om Zuidpolder Zuid te gaan bouwen. En dat zijn dan ook nog eens een keer viereneenhalf tot 500 woningen. En daar is de provincie nog niet zo snel in. Ik heb vorige maand niet van niks bij Provinciale Staten ingesproken om de Statenleden nog eens te zeggen: jongens, wij moeten aan de gang daar. Wij hebben daar eigen grond gekocht, dus we kunnen ook bepalen wat er komt. We weten ook nu in de voorlopige berekeningen die we maken, dat we vooral in de eerste fase behoorlijk wat sociale woningen gaan bouwen. Ook omdat we nu op 21 of 23 procent geloof ik zitten van ons bestand. En nou, idealiter volgens mijnheer Hugo moeten we op 30 procent zitten. Dus dat betekent dat we nogal wat sociaal bij moeten bouwen. En dat komt, de eerste jaren gaan we dat ook doen. Dus 2025-26 komen die allemaal op de markt.
En ook dán zullen we het niet voor iedereen op kunnen lossen, maar wel zoveel mogelijk. De hardheidsclausule. Ja, die kan je op al die urgentieverklaringen toe gaan passen. En er zijn schrijnende situaties, wat ik meemaak, waar je heel graag iemand meteen aan een huis wil helpen. Dan denk je: oeh, dit kan niet langer. Maar ook daar moeten we iedere keer weer keuzes maken. Dus. het is zoals het is en we doen ons best, zeg ik dan maar. De voorzitter: Goed, dank voor de beantwoording. De heer …: Voorzitter, mag ik een reactie geven op de beantwoording? De voorzitter: Ja, is goed. Maar we hebben wel in het presidium afgesproken dat we niet weer om 12 uur. En dan moet het toch wel een beetje dan kort en krachtig dan. Want ik wil eigenlijk voorstellen om dit niet als hamerstuk voor te stellen, maar om nog als bespreekstuk naar de raad toe te gaan. En dan kunt u daar in de raad eventueel nog uw op- of aanmerkingen of aanvullende vragen over dit onderwerp doen. Maar goed, als u, kort en krachtig graag. De heer …: Ja, wij stellen voor dat we, of, wij willen met een voorstel komen voor een amendement met betrekking tot dat artikel 18, lid 2, omtrent de brandweer een toewijzing. En dat wil ik even kenbaar maken. En ik heb volgens mij geen reactie gehad over die tien jaar termijn, waarin een jongere, of een persoon zes jaar in Eemnes moet wonen, wil die in aanmerking komen.
De voorzitter: Ja, daar heeft de heer Reijn volgens mij voor op geantwoord dat het, dat was 20, maar wettelijk moest het op deze manier worden opgenomen. De heer …: Dan heb ik dat even gemist, vandaar dat ik even navraag. Dank u wel. De voorzitter: Ja, nou goed. Maar goed, ook dat is een mooi punt. Kijk ik even breed rond om nog op raadsniveau op terug te komen. De heer …: Dank u wel. De voorzitter: Dus dan wou ik dit onderwerp nu afsluiten, met de opmerking dat dit dan een mooi bespreekstuk wordt voor in de raad. Ja? Is goed.
7.
Kap en herplant bomen als onderdeel van het normale jaarlijkse onderhoud
De voorzitter: Dan gaan we naar het volgende agendapunt en daar hebben we dan de ambtelijke ondersteuning voor van de heer, moet ik even kijken, de heer Hendriksen. En het agendapunt is de kap en de herplant van de bomen. Hoezo schorsen dan? Oké, ja. Ik kijk even naar de brandweer of die denken: nou, wij willen lekker naar huis, of we blijven hier nog. De heer …: ‘…’ (buiten de microfoon) De voorzitter: Weer aan het werk? Dan schors ik bij deze even de vergadering, dan kunt u uitrukken. Dus ik schors de vergadering voor vijf minuten. Mevrouw …: Mag ik nog één opmerking maken over een motie die wij willen indienen voor het raadsvoorstel dan? De voorzitter: Nou, dat, ik snap dat u misschien PR wil doen, maar daar bent u even te laat voor. Mevrouw …: Oh, nou ja. De voorzitter: Ja. Mevrouw …: Wij gaan nog een motie indienen over dit voorstel. De heer …: Dank je wel. De voorzitter: Goed, de vijf minuten zijn wat korter geworden dan, omdat het toch wel vrij snel uitrukken is, mijnheer van den Brink. Dus ik wou voorstellen dat we gewoon de vergadering weer hervatten. Precies, ik haal ook van de tijd. Zoals aangegeven, de heer Hendriksen voor de ambtelijke ondersteuning. En het onderwerp is de kap en de herplant van de bomen. En ik was gebleven om als eerste het woord te geven aan de fractie van DorpsBelang, maar die hebben hun mond vol. Nee, nog niet. De heer Kouwenhoven, ga uw gang.
De heer Kouwenhoven: Dank u wel, voorzitter. Wat betreft de kap en herplantplicht van de … Ik moet even het artikel erbij pakken. Er waren ons een aantal dingen opgevallen en dat zijn voornamelijk ook de kosten van de 72 bomen die opnieuw geplant moeten worden, die naar mijn mening significant te hoog zijn. De vraag daarover ook is: binnen het budget van die 72.000 euro, zit daar ook de DVO bij voor de vergunningverlening daarvan? Buiten dat om wordt er gevraagd om een structurele verhoging van het budget voor het kappen van 30 bomen per jaar. Naar onze mening is er in al die jaren budget opgenomen in het hele geheel, ook voor kap van bomen. Is dit dan een verhoging daarvan? Of zit dat eigenlijk al een beetje verkapt in de begroting ervan? Voor de rest heeft de wethouder over de participatie met de inwoners. Dat dient dan wel op tijd plaats te vinden en niet volgens het voorstel. Dat is naar onze mening vrij aan de late kant. Even kijken, had ik nog meer? Voor de rest is er ooit een keer gesproken ook over een bomenbank. Ik denk dat dit iets is waar misschien wel een keer weer over nagedacht zou moeten worden, aangezien dat misschien ook de kosten hiervan omlaag zou kunnen brengen. Om dat een keer toe te passen op een perceel wat al van de gemeente gereserveerd is. Dat zijn eigenlijk mijn vragen. Tot zover. De voorzitter: Goed, dank u wel. Fractie van het CDA. Ik zie dubbel.
Oké, de heer Van Schaik.
De heer Van Schaik: Dank u, voorzitter. Ja, 72.000 euro voor herplant. De collega naast mij die zei het ook al. De kap wordt gedekt vanuit IBOR. Kennelijk is er ruimte binnen het IBOR, dus gaat SIGHT de kap doen? Is even de eerste vraag die ik hier stel. En kosten daarvan 25 K heb ik ergens gelezen. De gevraagde 1000 euro per boom voor herplant lijkt zeer ruim ingerekend. Een boom zelf kost max 500 euro, schatten we in. En 25, of arbeid van planten enzovoort is dus riant begroot. Zijn we hier via een omweg ook SIGHT aan het sponsoren met betrekking tot de herplant weer? Waarom zou dit niet aan een andere lokale ondernemer wellicht niet toebedeeld kunnen worden, dan wel door onze eigen gemeente onderhoudsdienst gedaan kunnen worden? Ik mis daar een klein beetje de speelruimte in, in de keuze die gemaakt zou kunnen worden. En ik zit zelf nog aan te denken: wellicht kunnen we een Eemnesser Boomplantdag organiseren, want ik zie dat we ook vruchtbomen wil, in wil voeren hier. En niet alleen maar de, laten we zeggen een variant op de eik, om de eikenprocessierups niet al te blij te maken. En ja, vruchtbomen lijken mij wat kleiner van soort en het zou heel mooi zijn als scholen, leerlingen en buurtbewoners wellicht een plantsoentje mogen aanplanten met een vruchtenboomstukje, waardoor de buurt ook kan oogsten en onderhouden.
En ook binding gaat krijgen met een stuk groen in hun directe omgeving. Wellicht kan dat dus ook voor de scholen, met betrekking tot educatie, ook meehelpen in algehele ontwikkeling. Tot zover mijn opmerkingen en vragen rondom dit voorstel. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan D66, weer mevrouw Wiering, ga uw gang. Mevrouw Wiering: Dank u wel, voorzitter. Ik had min of meer dezelfde vraag als de heer van Schaik over het herplanten en het slopen, het eruit halen van de heleboel. Want in het raadsbesluit staat 1000 euro, maar dat is kennelijk alleen de herplant. En in de kadernota zag ik 1350 per boom. Maar die 350 is dan waarschijnlijk wat de heer van Schaik zei, wat in het IBOR zit, voor het eruit halen van de restjes. En een andere vraag is: hoe zit het met het monitoren van de herplantplicht voor particulieren en de handhaving daarvan? Dal u wel. De voorzitter: Goed. Die laatste vraag verstond de wethouder niet, maar als ik hem even mag herhalen, was het de vraag van hoe het zit met de herplantplicht voor particulieren in het algemeen, en de handhaving daarop. Particulieren; ik moet zelf ook even meeschrijven. En dan, dat was het, mevrouw Wiering? Ja? Goed. En dan de PvdA, de heer van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, dank u, mijnheer de voorzitter. Ja, die bedragen die genoemd werden van 1000 euro en 1350 euro, daar schrok ik in eerste instantie ook een beetje van.
Maar het gaat wel degelijk om het kappen van de boom, het uitfrezen van de stobbe en een fatsoenlijke boom terug planten. En een fatsoenlijke boom heb je niet voor 50 euro, dus ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Dat voor die 72 bomen, 1000 euro per stuk wordt gerekend en 1350 euro voor de toekomst, 30 per jaar in de toekomst, zal ook te maken hebben met het feit dat je die nu in één keer een heleboel doet en dat je dus wat schaalvoordeel hebt, om het zou te zeggen. Ik heb wel een vraag over die 72 bomen. Ik heb, we zouden volgens mij een keer een kaartje krijgen waar ze op stonden, maar dat heb ik nooit gezien. En mijn vraag is eigenlijk of in alle, of het ook gaat om het dunnen van bomen. Daar was bijvoorbeeld sprake van langs de Noordersingel, en dan zou je niet in alle gevallen hoeven te herplanten. En dan komt ook het bedrag in een ander licht te staan. Dus dat is even mijn vraag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan als laatste de fractie VVD, mevrouw van der Linde. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de kap en de herplant van bomen, ja, het kappen is gewoon vanuit veiligheidsoverwegingen nodig. Daar ontkomen we niet aan. Dus daarmee zullen wij ook instemmen met het voorstel. Waar we wel moeite mee hebben, is dat het SIGHT contract, dat dit ook
weer niet voldeed. We hebben in het verleden al vaker problemen gehad over wat wel of niet in de scope zou zitten. En ja, het gaat hier toch uiteindelijk om echt wel hoge kosten. Dus wij willen de wethouder eigenlijk vragen om een goede analyse te gaan maken wat nu voordeliger is, een SIGHT contract of bijvoorbeeld een Tomin contract, of het insourcen van de buitendienst weer, zodat we straks een goede keuze kunnen gaan maken waar we naartoe moeten gaan in de toekomst. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan kom ik over tot de beantwoording vanuit het college. De heer ten Have is nog een schrijven. Aan u het woord. De heer Ten Have: Voorzitter, dank u wel. Ik begin even met de vraag van de Partij van de Arbeid, want misschien is dat als overzicht, hij zei: ik ken het kaartje niet. Nou, het kaartje staat op de website, maar misschien heeft hij die niet gezien. Maar het is een interactief kaartje en daar kun je ook kijken of het in jouw voor- of achtertuin is, of in de buurt. Maar goed, dat kaartje is beschikbaar, maar wellicht kunnen wij dat nog eventjes, kunnen wij dat u doen toekomen. De heer Van den Brink: Kan ik dat via de website van de gemeente vinden, begrijp ik? Ja? Oké. De heer Ten Have: Ja. Maar wellicht kan de heer Hendriksen daar zo de website voor op gaan, maar dan kunt kijken.