Transcript Commissie Ruimte 15.01.2024
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE RUIMTE VAN EEMNES 15 januari 2024
Opening De voorzitter: Goed, dames en heren, het is acht uur. Hierbij open ik de commissievergadering van de Commissie Ruimte. Het is alweer de eerste, deze is de eerste van het nieuwe jaar. Van harte welkom. Welkom aan de mensen op de publieke tribune en enkele mensen die thuis meeluisteren. Dank ook aan de commissieleden. Ik heb een bericht van verhindering van de heer Seldenrijk. Dank ook aan het college, de heer Ten Have en de heer Reijn. Wat betreft de geluidsopname. De reguliere geluidsopname, die hapert, die doet het niks. Dus we hebben even iets in elkaar geflanst, via Teams. Dus mijn verzoek is, om duidelijk en goed zoals ik ook betracht, in de microfoon te praten, zodat het goed te volgen is en goed op de band staat. 1.
Vaststellen agenda
De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de agenda. Ik neem aan, dat de agenda kan worden vastgesteld, zoals die voorligt? Ik kijk even rond, dat is het geval. 2.
Vaststellen besluitenlijst d.d. 4 december 2023
De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de besluitenlijst van de vorige vergadering van vier december. Er zijn geen op- of aanmerkingen bij de griffier ingediend. Ik kijk nog even rond, of dat zo blijft? Aan die kant het geval en aan die kant het geval. Dan is hierbij de besluitenlijst vastgesteld. 3.
Inventariseren spreekrecht
De voorzitter: Kom ik bij het volgende onderwerp en dat is de inventarisatie van het spreekrecht. We hebben vanavond twee agendapunten, dat is de Woonvisie met zorgcomponent en het afwijken van het bestemmingsplan Eemweg 78 en 80. En ik heb een aantal insprekers, die zich hebben aangemeld. Dat is voor het onderwerp de Woonvisie, de heer Sanders van de BasBEL, die zie ik zitten. En ik heb mevrouw Van der Valk, die zie ik ook zitten. En ik heb mevrouw Van Oosteren, die zie ik ook zitten. Mevrouw De Ruiter, die zie ik zitten. En van de voetbalclub, de voorzitter, de heer Adema zie ik zitten. Dan heb ik ook nog van de Alliantie, mevrouw Van de Burg. Die zie ik nog niet. Als ze binnenkomt, dan kan ze als laatste nog erbij en anders niet, uiteraard. Dan kijk ik toch even de zaal rond, of dat iemand anders over de Woonvisie nog wil inspreken? Dat is niet het geval. Dan kom ik voor het tweede agendapunt, dat is het afwijken van het bestemmingsplan. Daar heb ik tot nu toe, de heer Prinsen. Dan kijk ik ook nog even de zaal rond, of iemand dan over dat onderwerp nog wil inspreken. Dat blijft ook zo. Dan is hiermee de inventarisatie afgetikt, zoals dat zo mooi heet. 4.
Te bespreken onderwerpen
De voorzitter: Dan wil ik nog zeggen, dat we bij de Woonvisie als eerste voordat we starten, een korte presentatie hebben ‘…’. Die wordt verzorgd door de heer Kamstra, die zit al op de plaats.
4.01 Woonvisie met zorgcomponent Eemnes 2024-2028 De voorzitter: Dus dan wou ik voorstellen, dat we beginnen met het eerste onderwerp, bespreken is natuurlijk de Woonvisie van de zorgcomponent. Aan u, de heer Kamstra, als eerste aan het woord. En bij u ook het verzoek, duidelijk en dichtbij de microfoon praten, zodat het allemaal goed te volgen is. Dank u vriendelijk. De heer Kamstra: Ja, dank u wel. Is het zo goed genoeg? Dank voor de gelegenheid om hem toe te mogen lichten. Ik wilde het kort houden. Wij hebben elkaar al eerder gesproken, in de voorbereidende fase. Velen van u zijn ook op de Dag van het Wonen geweest. Ik wilde de belangrijkste highlights even met u doornemen. Woonvisie met zorgcomponent, inderdaad. Is het een kwestie van … Ja. Ik dacht, dan doe ik het in nieuwe huisstijlkleuren, maar het is nog niet heel goed te lezen. Wat wij gedaan hebben om tot de nieuwe Woonvisie te komen, zijn eigenlijk drie soorten input. Sinds de vorige Woonvisie is er wet- en regelgeving veranderd. Dus we moeten aan andere dingen voldoen vanuit het Rijk. Dat hebben wij meegenomen. Daarnaast hebben wij woningmarktanalyse gepleegd. Er is nou ja, van alles aan de hand op de woningmarkt en er zijn veranderingen in vraagdruk, in prijsontwikkeling, dat soort zaken. Dus de cijfers, de analyse hebben wij meegenomen als basis. En als derde, de participatie.
Dus wij hebben met verschillende partijen gesproken in Eemnes om op te halen, wat zij de gemeente mee willen geven voor haar nieuwe woonbeleid. Ik loop die alle drie even langs. Wat betreft nieuwe wet- en regelgeving hebben we eigenlijk te maken met drie dingen. Demissionair minister Hugo de Jonge is anderhalf jaar geleden gekomen met een Nationale Bouw- en Woonagenda. Negenhonderdduizend woningen gaan we bouwen in Nederland, was zijn oproep. Dus het versnellen van de bouwopgave. Kwantitatief is dat vastgelegd in regionale woondeals, u heeft ook een regionale woondeal ondertekend. Daar ligt een grotere nadruk op betaalbaarheid. Twee derde van de toe te voegen woningen moet in de nieuwbouw betaalbaar zijn. Dat wil zeggen, of wel sociale huur of wel middenhuur of wel betaalbare koop. Het is voor het eerst, dat het Rijk op die manier zo straks stuurt op financieringscategorieën. En het derde is, een fair share, zoals dat in goed Nederlands wordt genoemd, van dertig procent sociale huur. Iedere gemeente pakt een aandeel in de nationale opgave voor het huisvesten van kwetsbare groepen. Eemnes zit onder de dertig procent, dus dat geeft ook een kader mee voor de Woonvisie. Daarnaast is recent de Huisvestingswet gewijzigd. Dat maakt onder andere een huisvestingsverordening verplicht, met daar ook in opgenomen de urgentieverordening.
Waar ook het Rijk weer kaders voor heeft gesteld, welke groepen in ieder geval onder die urgentieregeling moeten vallen. Dus u ziet ook, dat de landelijke richtlijnen wat dwingender worden en de lokale bewegingsruimte, wat minder groot. Wel biedt de nieuwe Huisvestingswet meer ruimte voor ‘…’ eigen ingezetenen. En het derde punt. Die wet is nog niet aangenomen, die is nog, die ligt nog voor. Er is recent wel advies ontvangen vanuit de staat, hij is ook niet controversieel verklaard. Dus men verwachtte wel, dat komende half jaar die wet ook in behandeling zal worden genomen. Met versterking regie. Je stuurt op een nou, wat het al zegt, het sterker voeren van regie door de overheid. Niet alleen de Rijksoverheid, maar ook de lokale overheid wordt geacht meer te sturen, op de volkshuisvesting. En het minder te laten gebeuren, zeg maar. Dat vraagt een aantal dingen van u, een scherpe Woonvisie. Want als ik meer moet sturen, moet ik weten waarheen. Bijvoorbeeld ook scherpere definities, wat bedoelen we nou als we het hebben over sociale huur? Nou, dat zijn wat kaders die meegegeven zijn vanuit de Rijksoverheid, bij het opstellen van de Woonvisie. Daarnaast hebben wij woningmarktanalyse gedaan. Ik ga u niet vermoeien met twintig grafieken, dat heb ik al eens eerder al gedaan. Ze zijn wel beschikbaar.
Belangrijkste conclusie van de woningmarktanalyse is, dat starters in Eemnes tussen wal en schip vallen. Dus de toenemende kloof tussen huur en koop, omdat de koopprijzen sterk zijn gestegen. Omdat het steeds moeilijker is, om daar als starter in te komen. Betekent, dat er meer behoefte is aan betaalbare woningen in Eemnes. Wat wij ook zien, is dat jongeren wegtrekken. In Eemnes niks kunnen vinden, elders hun heil zoeken. Dat er wel gezinnen voor terugkomen; er staat niks leeg bijna in Eemnes. Maar dat je dus wel een verhuisdynamiek ziet waarvan je zegt
van, nou ja, als je wil inzetten op meer omzien naar elkaar, meer mantelzorg hebben, is dat wellicht niet wenselijk. En om jongeren in de eigen gemeente houden, is er meer behoefte aan goedkopere woningen. Derde punt uit de analyse, is de vergrijzing. We zien een dubbele vergrijzing aankomen. Er komen meer ouderen en die oudere groep wordt gemiddeld, ook nog eens ouder. Dat wil zeggen, dat we in Eemnes een grotere behoefte zien aan gelijkvloerse woningen, dus woningen waar alle vertrekken op dezelfde verdieping zitten. Zodat mensen die wellicht afhankelijk worden van een rollator of die moeilijker ter been worden, toch zelfstandig kunnen blijven wonen. En we zien, dat Eemnes veel grote woningen heeft, terwijl er met name een toename wordt verwacht van kleine huishoudens, één- en tweepersoonshuishoudens. Dat betekent ook qua samenstelling van je woningvoorraad, dat er behoefte is aan meer kleinere woningen. Nou, dat zijn wat punten uit de woningmarktanalyse, die wij ook hebben meegenomen. Derde punt is de participatie. We hebben verschillende vormen van participatie, u heeft daar ook verschillende dingen van langs zien komen. Er zit op een verslag van de participatie bij de stukken. We hebben een enquête gehouden onder inwoners. Die is behoorlijk enthousiast ingevuld, bijna negenhonderd keer. U ziet daar rechts een grafiekje van. Is niet heel goed te lezen, denk ik.
Maar die rode balk, dat is de meest ingevulde categorie. Daar staat, betaalbare woningen toevoegen. Daar is door inwoners, veruit het meest genoemd. Die woordenwolk is trouwens ook uit de enquête. Dat is waarin we vragen van, nou, wat vind je nou prettig aan Eemnes? Wat is een typering van fijn wonen in Eemnes? Daarnaast hebben wij gesproken met professionele partijen, zoals de Alliantie, makelaar, ontwikkelaar, zorginstelling, welzijnswerk. Dat soort partijen, om hun visie op het wonen op te halen. We hebben een eerdere sessie gedaan in mei met deze Raad. We hebben ook een inloopavond gehouden voor inwoners, ook in deze ruimte. Waar mensen stickers konden plakken, vragen konden stellen. En we hebben de Dag van het Wonen georganiseerd op 22 juni, een aantal van u was daar ook bij. Waar we met elkaar uitvoerig het gesprek zijn aangegaan, over een aantal thema's. Dat heeft allemaal stof opgeleverd voor de Woonvisie. Daar moest natuurlijk dan ook vervolgens, keuzes in worden gemaakt. Uiteindelijk is dat geland in de Woonvisie. En een aantal thema's, vijf thema's. Dit plaatje, ja, vat de hele Woonvisie in één blik samen. Daarbij gaat natuurlijk wat nuance verloren, maar daarom is er natuurlijk ook nog twaalf pagina's tekst beschikbaar. U heeft de thema's gezien. Ja, dan zeggen we, Woonvisie met zorgcomponent.
Maar wat is dan die zorgcomponent? Het gaat dus niet alleen over stenen, het gaat ook over samenwonen in Eemnes. In het kader van bijvoorbeeld die verdubbelen, vergrijzing. En in het kader van het gegeven, dat de zorg onder druk staat omdat ze daar moeilijk aan personeel komen. Dus als we steeds minder zorgpersoneel hebben en steeds meer ouderen, hoe lossen we dat dan met elkaar op? Wonen kan er een bijdrage aan leveren. Kan niet alle zorgvragen opleveren, maar kan wel een bijdrage leveren door bijvoorbeeld te faciliteren, dat mensen langer zelfstandig kunnen wonen. Of dat mensen meer omzien naar elkaar of meer in een vorm wonen, waarbij ze elkaar kunnen ondersteunen bij het wonen. Dat vraagt wel voor een nou, een soort, specifiek soort woningen hè, dus bijvoorbeeld levensloopgeschikt, gelijkvloers, nabij voorzieningen, nabij zorg, nabij elkaar, in hofjes of dat soort zaken. En dat gaat ook over ja, hoe stimuleer je nou ontmoeting? Hoe stimuleer je dat mensen elkaar kennen? En hoe stimuleer je dat mensen samen leven, zeg maar? Het gaat niet alleen over ouderen, als je het hebt over woon en zorg. Het gaat ook over achtentwintig andere categorieën, die gedefinieerd zijn als mogelijke zorgbehoevend. Die nou, zijn allemaal meegenomen in die Woonvisie met zorgcomponent. En als we het wel over dat wonen deel hebben, dus over de woningen, dan gaat het ook niet alleen over nieuwbouw.
U ziet in dat grafiekje, groen is nieuwbouw. Grijs is dus de, het aantal woningen, dat we de komende tien jaar denken toe te voegen, nou, vierhonderd. Het grijze is het aantal woningen, dat er nu al staat. U ziet, dat in de nieuwbouw dus maar een deel toevoegt aan de bestaande woningen. U moet u voorstellen, dat als u in het groene deel bijvoorbeeld tien procent bijstuurt, dat dat op het totaal maar één procent verandering is. Dus dat vraagt, als je iets anders wil, wat we net uit de analyse kregen. Je hebt bijvoorbeeld meer behoefte aan kleinere woningen of meer behoefte aan gelijkvloerse woningen. Dat je dat dan niet heel voorzichtig moet willen bijsturen in dat groene stuk, want dan merk je het effect bijna niet hè. Dus het vraagt erom, om echt
keuzes te durven maken. Nou, de keuzes die deze Woonvisie maken is, twee derde betaalbaar en minimaal veertig procent levensloopbestendig. Omdat je als je nou ja, flinke beweging maakt, dan ga je op het totaal van de hele boel ook effect zien. Maar het laat ook zien, dat je misschien niet alleen moet kijken naar nieuwbouw, maar dat je ook moet kijken naar die bestaande woningvoorraad. Wat zijn daar voor mogelijkheden? Als we constateren, dat we vrij veel grote woningen hebben en vrij veel kleine huishoudens erbij krijgen, ja, kun je dan misschien woningen splitsen? Kun je stimuleren, dat mensen woningen delen? Kunnen we nog op plekken in, of rijden? Tijdens de Dag van het Wonen is het veel gegaan over dorps verdichten. Respect voor groen en dat soort zaken, er zitten natuurlijk toch nog wel wat mogelijkheden in. Ook voor mensen, die bijvoorbeeld dichter bij bestaande voorzieningen willen wonen en niet helemaal aan de zuidkant van Eemnes. Kunnen we doorstroming bevorderen? Zodat mensen sneller verhuizen naar een meer passende woning. Geclusterd wonen. Het zijn allemaal voorbeelden, waarbij je zegt van, je moet ook naar die bestaande woningvoorraad kijken. Want dat is meer dan driekwart van het totaal. Nou, tot slotte, hebben we een toetsingskader gemaakt, als het dan wel over die nieuwbouw gaat.
Op welke manier gaat de gemeente dan straks concrete plannen toetsen? Als zich hier een ontwikkelaar meldt op de stoep met een mooi pak papier onder de arm. Dan moet je iets hebben in je Woonvisie, waarbij je zegt van nou ja, het voldoet wel of het voldoet niet aan die Woonvisie. Die komen, die percentages terug, u heeft het kunnen lezen, ik zal het niet allemaal herhalen, op welke manier je tot minimaal twee derde betaalbaar komt. Op die manier, ja, kan de gemeente sturing geven en zorgen, dat de Woonvisie niet alleen een papieren stuk is, maar ook in de praktijk gehanteerd wordt, om de doelen dichterbij te brengen. Dat was wat ik van tevoren mee wilde geven. De voorzitter: Goed. Dank u vriendelijk, voor uw presentatie. Ga ik de commissie nog even rond, of zij nog aanvullende vragen hebben? Dat is het geval. Ik kijk eerst naar D66, nee? De heer Van den Brink wel, PvdA. De heer Van den Brink: Ja, dank u voor de presentatie. Ik was ook blij verrast met de cijfers, die met de demografische onderbouwing van de Woonvisie. Dat is heel verhelderend. Van de regering hebben we dus de opdracht gekregen, om dertig procent sociale huur en zestig procent betaalbaar te doen. Maar als het streven is, dat je de hele woningvoorraad naar die verdeling wil toe helpen.
Begrijp ik u dan goed, dat u eigenlijk zegt, ja, dan zou je dus eigenlijk bij de nieuwbouw honderd procent betaalbaar moeten doen en ik noem maar wat, zestig procent sociale huur. Als je naar de totale woningvoorraad kijkt. De heer Kamstra: Ja, goede vraag. Kijk, de politiek laat ik aan u over, maar cijfermatig wil ik er wel iets over zeggen. In eerste plaats heeft de minister wel gezegd, we streven naar een fair share van dertig procent, maar dan geen ‘…’. Dus je wordt geacht een wezenlijke beweging in de goede richting te maken. Niet alles is even SMART daarin en dat zou ook moeilijk zijn. Kijk, u kunt nog vierhonderd woningen bouwen. Bijvoorbeeld, de buren hebben nauwelijks bouwgrond. Hoe moeten die in godsnaam aan die dertig procent binnen een bepaald termijn komen? Het is wel zo, dat je als gemeente natuurlijk wel vrij bent om te zeggen van nou ja, ik zie zoveel problematieken, ik zie zoveel vraagdruk in mijn gemeente, ik ga er wat over zitten. Uiteindelijk zit dat toetsingskader ook wat hoger, dat zit op vijfendertig procent als je de verschillende categorieën bij elkaar optelt. Zeker waar je mogelijkheden hebt om te sturen. Dus daarom zegt de wetgever ook, minimaal dertig procent sociale duur, minimaal twee derde betaalbaar en dus doen we maximaal één derde ‘…’. Maar je kunt daar verder ingaan, als je wilt.
De heer Van den Brink: Maar niet minder ver? De heer Kamstra: Maar niet minder ver, nee. Dus het is minimaal twee derde betaalbaar. De voorzitter: Goed. Nog verder afrondende vragen, net als PvdA? VVD, mevrouw Van der Linde.
Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Kijk, ik had even een klein vraagje. Ik heb wel allerlei vragen. Maar ik neem aan, dat we die straks ook aan wethouder kunnen stellen? De voorzitter: Ja, u krijgt zo meteen na de insprekers alle mogelijkheid om het gebruikelijke rondje te doen. Maar het gaat nu even om aanvullende vragen over de presentatie. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Deel is altijd natuurlijk, waar stel je de vraag? Maar ik denk, dat de wethouder ook alles wel kan beantwoorden. De voorzitter: Daar ga ik vanuit. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Ja, dank u wel voor de presentatie. Even een praktische vraag, krijgen we deze presentatie ook nog toegestuurd? Via de griffie, dat zou fijn zijn. De voorzitter: Daar wordt voor gezorgd. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Dank u wel. De voorzitter: Ja. Nee, niet? Oké, dan was denk ik, uw presentatie helder. Dan dank ik u. Als u alleen even het knopje … Ja, dat is perfect. Dan gaan we nu over naar de insprekers op dit onderdeel, de Woonvisie uiteraard. Dan wil ik als eerste de heer Sanders vragen, namens de BasBEL. De heer Sanders: Gaat hij goed zo, voorzitter? De voorzitter: Ja, prima. Ga uw gang, mijnheer Sanders. De heer Sanders: Het is wel veel eer, zo aan de adviseurstafel. Voorzitter, namens BasBEL zou ik allereerst de wethouders Havinga en Reijn complimenten willen maken.
Nog niet eerder ben ik in een Woonvisie, zo goed de accenten gelegd. Op het gericht bouwen voor jongeren en ouderen, op nieuwe woonvormen, op het bestrijden van eenzaamheid en op de noodzaak van kleinere en levensloopbestendige woningen. Natuurlijk, om zowel Jan Schaefer als Mark Rutte te parafraseren, in visies kun je niet wonen. Maar de wethouders laten het niet bij woorden. Ik noem als voorbeeld Hink Stap Sprong, geweldig project met tientallen kleinere woningen op later afstand van het Huis van Eemnes en De Minnehof. En bovendien zeg ik ook als buurtgenoot, visueel een verrijking. Mooi vormgegeven, goed ingepast oriëntatiepunt in de omgeving. Omdat wij daarover zorgen hebben, vragen we ons wel af, is het voldoende? Ligt het tempo hoog genoeg om de wedstrijd te winnen? De Woonvisie wil groeien naar een woonvoorraad met dertig procent sociale woningen. Er is net ook al een en ander over gewisseld. Heel goed voor jongeren, maar ook voor veel ouderen, die naar een kleinere huurwoning willen. Het huidige aandeel sociaal in de woningvoorraad, u hoort het al, is tweeëntwintig procent. Wij begrijpen niet goed, dat in de ontwerp-Woonvisie het bouwtempo zonder uitleg, flink is teruggebracht. In de periode tot 2030 van vijfhonderdzeventig woningen in de vorige conceptversie van augustus, naar nu vierhonderd of vierhonderdvijftig.
Daarvan is dertig, of misschien vijfendertig procent sociaal. Bij dit tempo is in 2030 het aandeel sociaal, gegroeid naar tweeëntwintig en een half procent en in 2040 naar drieëntwintig en een half procent. De jongeren van nu zijn nog eerder lid van BasBEL, dan dat Eemnes een woningvoorraad heeft met dertig procent sociaal. Evenzo is veertig procent levensloopbestendig van vierhonderd, niet genoeg voor alle vijfenzeventigplussers, die er tot 2030 bijkomen. Onze vraag aan uw commissie is, kan Eemnes echt niet wat meer bouwen? Sociaal en betaalbaar vormen samen zesenzestig procent in de nieuwbouw. Maar waarom blijft Eemnes vierendertig procent, of drieëndertig procent grote en
dure eengezinswoningen bouwen? Het bestaande percentage eengezinswoningen is zo’n negenentachtig procent, terwijl het aandeel gezinnen onder de huishoudens, één op drie is. De olifant in de kamer zal wel de grondexploitatie zijn, maar moet dat nou ook echt? Levert bijvoorbeeld een rijtje met vijf van die dubbelwoningen, ouderen beneden, jongeren boven, levert dat de gemeente nu echt veel minder op, dan twee of drie grote eengezinswoningen op hetzelfde stukje grond, van evenveel vierkante meter? Het laatste, dat BasBEL wil is, de huisvesting van eigen kinderen en kleinkinderen in de weg zitten. Maar moet je dan nieuwe eengezinswoningen bouwen? Terwijl er daarvan al zoveel zijn. Zagen we net ook even kort in de presentatie, je bouwt nu vooral voor gezinnen van elders. Iedere deskundige in volkshuisvestingsland zegt ook, bouw nou seniorenwoningen. Dan creëer je doorstroming en dan heb je er twee voor de prijs van één. Ook uit een oogpunt van duurzaamheid is dat winst. Vooral als je kijkt naar het energiegebruik per inwoner en naar het materiaal en ruimtegebruik. Van de vijfenzeventigplussers woont tweeënnegentig procent zelfstandig thuis en van de vijfentachtigplussers leeft nog altijd meer dan de helft alleen en zelfstandig. Eenzaamheid is een groot probleem, het is goed dat de Woonvisie daaraan iets wil doen. Maar jammer genoeg alleen in het welzijns en niet in het woonoost.
Maar eenzaamheid bestrijding is ook een kwestie van steden. Eenzaamheid ontstaat vooral door de combinatie van verminderde mobiliteit en een geïsoleerde woonsituatie. Als je man is overleden en je loopt niet meer zo vlot, dat is de situatie van veel BasBEL-leden. Dan is het, hoe mooi het nieuwe wijkje ook is, toch niet ideaal wonen in Eemnes Zuid. Met technische oplossingen kun je niet koffie drinken bij de buurvrouw of zelfstandig naar de winkels of de schildercursus in het Huis van Eemnes. Van je wettelijke participatierecht komt dan weinig terecht. Daarom zijn wij als BasBEL blij, met het aangekondigde onderzoek naar de mogelijkheid van woningen, nabij het dorpscentrum. Als dat onderzoek goed wordt uitgevoerd en oog heeft voor alle belangen en alle aspecten, ook zorgkosten, provinciebeleid en stedenbouwkundige kansen, kan dat de opmaat zijn voor tientallen zeer gewenste koop- en huurwoningen en voor een visuele en functionele verlevendiging van het dorpscentrum. In de bewonersenquête wees alvast een overweldigende meerderheid het tennispark en de voetbalvelden aan, als de bouwlocatie voor wonen met voorzieningen. Wij blijven optimistisch. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan ga ik ook bij u ‘…’ woonvoorraad en de vragen, dan begin ik aan die kant. CDA, niet. DorpsBelang wel, mevrouw Riemens. Mevrouw Riemens: Ja, dank u wel, mijnheer Sanders.
Heb ik het goed gehoord, dat u heel enthousiast bent over de Hink Stap Sprong en dat u dat een juiste rollatorafstand vindt voor de Middenhof en het Huis van Eemnes? De heer Sanders: Ja, dat klopt. Die afstand is vijfhonderdvijftig meter. Wij hebben wel eens gezegd, dat je dat niet met een schaartje kunt knippen. Er is ook wel eens gesproken, ook door zorgdeskundigen, dat dat eigenlijk vierhonderd of vijfhonderd meter zou moeten zijn. Ik vind de Hink Stap Sprong, valt misschien net een beetje aan de buitenkant, maar dat is heel goed dichtbij het centrum. Mevrouw Riemens: Dan kunnen we dus een grotere cirkel rond de Middenhof trekken. U gaf ook aan, dat voor alle jongeren er veel te weinig sociale huurwoningen zijn. Nou weet ik niet, of u het met me eens bent. Dat tegenwoordig heel veel jongeren, die niet meer zo jong zijn, maar nog wel thuis wonen en veel te veel verdienen voor een sociale woning en dat we dus eigenlijk, behoefte hebben aan middenhuur woningen. De heer Sanders: Het is goed, als je ook middenhuur woningen bouwt. Wanneer dat aansluit bij de behoefte van jongeren, is dat goed. Ik denk, dat je met sociaal in ieder geval raak schiet. Maar dat er ook een groot aandeel jongeren is, zoals er trouwens ook een groot aandeel ouderen is, dat prima geholpen kan zijn met middenhuur.
De voorzitter: Goed. VVD nog niks? PvdA? D66 niet. Dan was uw verhaal denk ik, helder. Dank ik u voor uw inspraak. De heer Sanders: Dank u wel. De voorzitter: Dan vraag ik uw buurvrouw. Althans, op de tribune uw buurvrouw. Mevrouw Van Oosteren: Wij hebben samen aangemeld. Omdat wij dachten, als het vijf minuten is, is het wel een beetje kort. Dan maak ik het voor de rest af. Maar we hebben zo'n vriendelijke voorzitter, dus. De voorzitter: Deze voorzitter is qua inspreken niet streng, dat kan ik u bij dezen … Dan gaan we door met de volgende inspreker, dat is mevrouw Van Oosterum. Mevrouw Van Oosterum: Hallo, allen. De voorzitter: Goed. Als je wil, op het knopje. Duidelijk en goed, dichtbij de microfoon, dan is het voor iedereen goed te volgen. Ga uw gang, mevrouw. Mevrouw Van Oosterum: Hallo, allemaal. Mijn naam is Annerieke van Oosterum. Ik ben moeder van drie prachtige zonen, waarvan onze oudste eenentwintig is en verstandelijk beperkt. We zijn momenteel bezig met een groep enthousiaste ouders uit Eemnes en omstreken, om een ouderinitiatief voor onze kinderen op te zetten. En inmiddels hebben wij ook hele mooie, grote stappen gemaakt en zijn wij sinds 13 december officieel Stichting Woongroep Eemhuis. Hebben ook al wat gesprekken gevoerd met wethouder Reijn en wethouder Havinga en zijn als het goed is, ook een beetje bekend bij de gemeente.
In de Woonvisie wordt een aantal keren gesproken over aandachtsgroepen met zorg en ondersteuning en over ouderinitiatieven. En in het uitvoeringsprogramma daarvan staat, dat er gekeken wordt naar ruimte voor ouderinitiatieven met als uitvoering in 2026 en 2028. Graag zouden wij ons projectplan en onze programma van eisen en bewonersprofiel met jullie delen. En wat ons betreft, mag dat al eerder dan 2026. Ik wilde ons eigenlijk gewoon voorstellen en dat wij ontzettend geïnteresseerd zijn in jullie plannen en jullie hopelijk ook in ons. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan kijk ik ook bij u even de commissie rond, of er vragen zijn. Aan die kant niet het geval, aan die kant niet het geval. Dan denk ik, dat het duidelijk is en dat u zich prima heeft voorgesteld. Mevrouw Van Oosterum: Nou, dank u. De voorzitter: Dan wil ik de volgende inspreekster vragen, dat is mevrouw De Ruiter. Ga uw gang, mevrouw. Mevrouw De Ruiter: Ja, goedenavond. Ik ben sinds drie jaar inwoner van Eemnes. Ik vond het fantastisch van de Woonvisie, in het Huis van Eemnes, de opmaat daarnaar, vorm heeft gegeven. Ik ben extra geïnteresseerd, omdat ik voorzitter ben van het Oudere Vrouwennetwerk Nederland. U kunt zich voorstellen, dat zijn er nogal wat. En dus, ze zijn hier vanavond al. Wonen is veel meer dan stenen stapelen.
Met ongelooflijk veel interesse naar de visie gekeken en geluisterd naar de inspraak van mijnheer Sanders van BasBEL. Er vielen mij een paar dingen op. Namelijk, dat ergens in uw cijfermateriaal blijkt, over de komende jaren al behoorlijk wat dichtgetimmerd is, tussen afspraken met de woningbouwvereniging en met projectontwikkelaars. Dus dat de marge om andere dingen te doen, kennelijk kleiner is. Ik miste ook in feite de bepalingen voor sport en spel. Want je krijgt toch de indruk, dat Eemnes verplaatst wordt van hier naar de zuidkant. Het gaat heel goed in
Eemnes, met al die plekken voor kinderen. Maar je merkt, het is dus meer dan alleen wonen. Wonen is dus … En ik miste eigenlijk enige opmerkingen over de infrastructuur, de toegang, als je dingen zo aan het uitbreiden bent. Als het gaat om die van zorgcomponent, praat u niet over bijvoorbeeld een groep als Woonzorg, die daar veel ervaring mee heeft, zowel met het bouwen van woon-zorgcomplexen als wel het beheer ervan. En ja, ik geef mijnheer Sanders ook gelijk, je moet dus niet alleen wonen. Er wordt aan de gemeente ook gevraagd, of mensen mee kunnen doen. Dat ze in de autonomie mee kunnen doen, als het om ouderen gaat. Maar het gaat ook om, dat hier meerdere generaties zijn. En wat heel erg belangrijk is, dat u de jongeren hier blijft binden aan u en onze gemeenschap. Dat is wat ik u eigenlijk heel graag mee wil geven. Dus, wonen is meer dan stenen. Sport, spel, infrastructuur. Kijk inderdaad naar wat er op de Noordersingel allemaal nog mogelijk is, in relatie tot die kant van het dorp. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan ga ik ook bij u even nog rond, of er nog aanvullende vragen zijn. Die kant niet. Dat is niet het geval, dus uw inspraak is helder. Ik zal bij de beantwoording, als zo meteen het rondje hier wordt gedaan door de wethouder vragen, of hij een poging kan wagen om op uw vragen antwoord te geven.
Ik heb ze ieder geval genoteerd, dus ik zal het in de gaten houden. Dank u wel. Dan ga ik komen naar de volgende, dat is de heer Adema van Voetbalclub SV Eemnes. Ga uw gang. De heer Adema: Ja, dank u wel, voorzitter. Goedenavond. Ik wil graag even namens het bestuur van de SV Eemnes kort een reactie geven, over de mogelijke verplaatsing van sportveld. Zoals we nu ook in het voorwoord van de Woonvisie … Ik wil als eerste de voortvarendheid, waarmee de gemeente ideeën op het gebied van wonen en toekomst binnen Eemnes oppakt, prijzen. Iedereen begrijpt de noodzaak van bouwen. Maar ik sta hier zoals gezegd, namens de lokale voetbalvereniging en de belangen in deze. Wij als SV Eemnes prijzen ons rijk, aangezien ‘…’ nu ook de focus op voetbal. Een prachtig complex, binnen mooi sporten, samen met het Huis van Eemnes, tennis, sportschool, beachvolleybal, jeu de boules en nog een hoop. Waar de omliggende gemeenten en sportverenigingen altijd zeer van onder de indruk zijn. Ook de KNVB en FC Utrecht maken geregeld nu vaak dankbaar gebruik van onze goede faciliteiten en de professionele uitstraling, die het heeft en uiteraard onze gezellige sfeerwerking. We hebben afgelopen jaar met de huidige wethouder van sport daarom ook ingezet, op het verder optimaliseren van de huidige locatie. Van het hart moet mij wel, zijn een paar kleinigheden.
Maar het moet toch gezegd, dat wij toch verrast waren over wat er nu in de Woonvisie stond, al is het maar een kort zinnetje. Meestal heeft iedereen de mond vol over belanghebbenden erbij te betrekken, zoals inwoners. Maar in dit geval, gaat het om de meest belangrijke stakeholder, de voetbalclub. En de voetbalclub is niet vroegtijdig meegenomen, laat staan mee afgestemd in het voortraject. De wethouder Ruimtelijke Ordening, die kennen we vrij goed zo langzamerhand, komt vaak onverwachts uit de hoek. En in dit geval, nu in het voorwoord en ook in de media met een andere richting, dan wat wij hebben besproken met de wethouder Sport, die er uiteindelijk over gaat. Tevens werd als excuus teruggegrepen naar opmerkingen en meningen van vorige bestuursleden van SV Eemnes, van meer dan vier jaar geleden. Ja, dan kan ik ook nog wel even een paar op gaan noemen. Maar de wethouder moet ook beseffen, dat hij te maken heeft met de huidige bestuurders en met niemand anders. Dit gezegd hebbende, neemt niet weg, dat wij vanuit het bestuur van SV Eemnes altijd constructief willen meedenken en geïnteresseerd zijn in nieuwe mogelijkheden, verder te onderzoeken. Tevens zoeken wij ook vaak de samenwerking op met onze naaste buren. Vorig jaar heeft het nog een leuke dag opgeleverd op het plein. Toch zien we ons genoodzaakt, ons geluid op dit moment te laten horen.
Voordat er opeens ontwikkelingen zijn, die één richting opgaan. SV Eemnes heeft voor nu dan ook het verzoek aan jullie allen van de gemeente, twee scenario's verder uit te werken. Zoals we al eens hebben aangevraagd, op de huidige locatie met elkaar die unieke sportboulevard verder te optimaliseren. En daar zijn we als vereniging ook op korte termijn, het meeste mee geholpen. En als tweede, prima, een nieuw plan binnen de gemeente op een andere locatie. We zijn uiteraard benieuwd, hoe
de gemeente dit voor zich ziet. Ik moet toegeven, meestal heb je als club een idee en dan duurt het zeven jaar, voordat de gemeente eens wakker wordt. Nu is het andersom, de gemeente is wakker en wij moeten op onze hoede. Dat vind ik ook weer te prijzen, moet ik zeggen. Geruststellend is wel, dat de wethouder Ruimtelijke Ordening dit ook niet snel ziet gebeuren, conform ‘…’. Ieder geval, kijk goed naar de demografische ontwikkelingen en de financiële consequenties. De meeste mensen nemen bijna geen kinderen meer, dus over tien jaar is misschien gemeente Eemnes eruit. Ik ben heel benieuwd. Bovenal is de vraag, wil je in het centrum van Eemnes alleen een woonfunctie, of zet je in op een mix in het hart van Eemnes? Sport is toch ook een zeer belangrijke, gezonde, verbindende en sociale factor van betekenis, waar je zowel de gewenste jongere als oudere inwoner mee blijft aanspreken. Uiteraard zullen de leden van SV Eemnes ook hun mening over de ideeën moeten kunnen uitspreken. Op dit moment voor jullie informatie, telt de club SV Eemnes achthonderdvijftig leden. Laten we uitgaan van de gemiddelde gezinssamenstelling van drie, dan heb je het toch gauw over een kwart van de Eemnesser bevolking. Onze gedachten willen wij in ieder geval nu vanavond vanuit het bestuur van SV Eemnes aan jullie allen meegeven en zien uiteraard, naar een constructief, open vervolg. Dank u wel.
De voorzitter: Goed, dank u wel. Ja, er zijn aanvullende vragen. De heer Defferding, D66. De heer Defferding: Dank u wel, voorzitter. Dank voor de inspraak, overigens ook voor de andere insprekers. Heb ik u goed gehoord, als u zegt dat u er openstaat voor meerdere scenario's, maar dat u eigenlijk wat kritiek heeft op de manier van communiceren door het college? Heb ik dat zo goed gehoord? De heer Adema: Ja, dat is inderdaad wel een proces dingetje dus. Dat komt vaak voor, maar in dit geval wel ja, toch wel lastig in dit traject. Neemt niet weg, dat we openstaan voor ideeën. Maar ik denk, we hebben de leden nog niet geraadpleegd, maar als je het zo her en der beluistert, neigt het toch wel, dat de meeste mensen willen blijven. Ja. De heer Defferding: Oké, dank u wel. De voorzitter: PvdA, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, dat het in de Woonvisie staat, heeft denk ik te maken met het feit, dat de gemeenteraad aangeven van het fractie van het CDA, een motie of amendement, ik weet het niet precies heeft aangenomen, waarbij een onderzoek naar die locatieverplaatsing van de sportvelden wordt beoogd. De achtergrond daarvan was, dat de heer Van Schaik toen zei, dat de voetbalclub met een capaciteitsprobleem zitten.
Maar begrijp ik nu eigenlijk, dat dat ook niet bij u vandaan komt dan? En dat het misschien met het capaciteitsprobleem zeker op de langere termijn, wel meevalt? De heer Adema: Nou, op dit moment valt het capaciteitsprobleem niet mee. We kunnen het nog steeds voor elkaar krijgen. Maar we hebben wel met de wethouder Sport, daar hebben we een open dialoog over, hoe kunnen we de omgeving iets op een kleine manier aanpassen, waarmee we op korte termijn zijn geholpen. Er zijn heel veel meisjes, heel veel dames, die zijn gaan voetballen, dus daar zit de groei. Uiteraard ook de nieuwe woningen in de Zuidbuurt. Dus wij merken wel die effecten. Maar we zouden als we een klein veldje erbij zouden kunnen krijgen, wel drie kunnen vrijspelen, letterlijk. En hebben we weer meer mogelijkheden om grotere wedstrijden in te plannen, waardoor we niet heel laat de voetbalwedstrijd hoeven te organiseren. Maar neemt niet weg, we redden het nog steeds. Maar we hebben op korte termijn alleen maar een kleine aanpassing nodig om zeg maar, de wensen van de club in te willigen.
De voorzitter: Verder nog, mijnheer Van den Brink? De heer Van den Brink: Nee, dank u wel. En op langere termijn voorziet u, dat misschien het ledental door de demografische ontwikkelingen niet verder zal oplopen? De heer Adema: Nou, ik vraag met dat heel erg af, inderdaad. Van, dat is nog maar de vraag, hoe het er over tien jaar uitziet. Dan hebben we straks een heel nieuw complex in de Zuidbuurt of de Noordbuurt, dan zijn we misschien met zevenhonderd leden. En geen vrijwilligers meer, die dat wil doen. De heer Van den Brink: Dat laatste is altijd lastig, ja. De voorzitter: Mevrouw Van der Linde, VVD. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb eigenlijk een heleboel vragen, maar dan gaan we het hier vanavond hebben over de voetballocatie. Dus ik denk, dat ik daar eventjes van af moet zien. Wat mij opviel in uw bewoording is, u heeft nog niet met uw achterban voldoende kunnen bespreken. Ik bedoel, de stukken worden natuurlijk enige tijd van tevoren gepubliceerd. Maar als u daar niet op attent bent gemaakt, is dat natuurlijk ook lastig om dat helemaal met uw achterban te bespreken. Verder is dit denk ik, een stukje politieke besluitvorming ook. Dus ik zal u nu niet met allerlei vragen gaan lastig vallen, maar straks zullen wij in ons politieke antwoord daarop terugkomen. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u.
Dorpsbelang, nog aanvullende vragen? Mevrouw Riemens: Dank u wel voor uw inspraak. Ik had dezelfde vragen als de heer Van de Brink, dus die zijn beantwoord. Dank u wel. De voorzitter: CDA nog, de heer van Schaik. De heer Van Schaik: Ja, dank u, voorzitter. Ja, ik, klopt wat de heer Van den Brink net zei. Enige maanden terug heb ik geroepen hier in de raad van, goh en volgens mij zit de voetbal aan zijn maximale capaciteit van benutting van velden. Als ik dan kijk ook naar de hoeveelheid leden, die men heeft en wil men de wedstrijden kunnen spelen met alle leden. Dat staat los natuurlijk van het onderzoek wat gebeurd is, waar nu naar gerefereerd wordt. En waarbij gekeken wordt binnen een cirkel van hè, bij voorzieningen, wat hebben we ‘…’ dus. Ik hoor gelukkig ook van u, u zou het ook wel als scenario kunnen zien, om eens te kijken naar een andere locatie, toekomstgericht. Het zal niet morgen zijn hoor, wees daarvan gerustgesteld. Dus u zegt, op dit moment kunnen we het met een extra veldje redden. Dat is wellicht een korte termijn oplossing. Vraag me af, of het een definitieve oplossing voor u is. Dat hoor ik ook graag van u. En ja, hoe zou u het zelf zien zeg maar, de verplaatsing van de voetbal? Als dat op de agenda komt, heeft u zelf suggesties? Dat hoor ik dan, hoeft u nu niet op te antwoorden, maar tegen die tijd dan ook graag uw ideeën over.
En wellicht naar de toekomst, als we dan over vergrijsde bevolking, voetbal is onder ouderen erg populair. De voorzitter: Ik hoop, dat u alle vragen heeft onthouden, maar volgens mij komt dat wel goed. De heer Adema: ‘…’ Ja, ik kan ook niet, ik heb ook geen glazen bol. Maar we willen hier wel ook in, constructief instaan. Nogmaals, we waren liever even wat eerder meegenomen, door de wethouder. Maar we willen gewoon kijken, wat er nu de mogelijkheden zijn op korte termijn. Daar zijn we, wat ik al zeg, het meest mee geholpen. Wij hebben niet een echte visie, over wat dan wel het tweede scenario zal moeten zijn. Maar dat
horen we dan graag, wat de gemeente daarvoor in gedachten heeft. En wij denken uiteraard daaraan graag mee, maar het is niet een eerste gedachte. Zoals ik het inschat, ook bij de vereniging. De voorzitter: Goed, helder. Dank u wel voor uw inspraak. Mevrouw ‘…’: Sorry, mag ik nog één klein vraagje stellen? De voorzitter: Gelukkig dat ik niet streng ben, dus vooruit maar. Mevrouw ‘…’: Dank u wel. Als we bijvoorbeeld zouden denken aan een korte termijn oplossing en we zouden de brandweer verplaatsen, zou u dan genoeg ruimte hebben voor nu? De heer Adema: Ik heb een nieuwjaarsreceptie gehad, afgelopen januari, 6 januari. Ik had een foto in ons Nieuwjaarseditie en daar staat een prachtige foto op van een vrij vliegtuig aan de bovenkant van de voetbalclub. Je ziet precies, wat er weg moet. Maar nogmaals, ik wil niet gaan zeggen van, die moet weg, die moet blijven. Dat is helemaal niet aan mij of aan de voetbalclub. Ik wil daar heel positief en constructief in zitten. Ik zou het andersom ook heel vervelend vinden als ze zeggen, nou, dan gaat de voetbalclub maar weg. Zo zitten wij niet in de wedstrijd. Maar wij willen wel heel graag kijken … Kijk, als je het over de sportvoorwaarden hebt, is de brandweer inderdaad de enige vreemde eend in de bijt. Maar goed, ja, ik ga er niet over. De voorzitter: Dat klopt. Maar ze moeten af en toe wel ‘…’. Dank u vriendelijk.
En dan is, de mevrouw van de Alliantie is er ondertussen wel. Ja, mevrouw Van den Burg. U wou nog inspreken, had ik begrepen. Want u was, bij die inventarisatie was u niet aanwezig. Maar u wilde inspreken, hè? Ja, dan is aan u het laatste woord. Mevrouw Van den Burg: Dank u wel. Allereerst wil ik graag ook van de gelegenheid gebruik maken, om niet alleen te bedanken voor de mogelijkheid om ook als Alliantie een reactie te geven, maar ook om het college te bedanken, voor de wijze waarop wij betrokken zijn, bij de totstandkoming van de Woonvisie. Het is ook goed, dat ook andere partijen hierbij inbreng en reactie hebben kunnen geven. En dat u daarmee als college heeft ingezet, op een breed gedragen Woonvisie. Het is een compacte, duidelijke en prettig leesbare Woonvisie. Daarvoor onze complimenten. Als Alliantie erkennen wij de opgave, die in de Woonvisie op de verschillende thema's, staat benoemd. Het is een visie die houvast biedt, om de kwaliteiten van Eemnes verder te versterken. Met ruimte voor de zo gewenste en noodzakelijke uitbreiding van de woningvoorraad. Op zo’n manier, dat kracht en kwaliteit van het karakter van Eemnes behouden blijven. Als partner op het gebied van wonen en samenleven in de gemeente Eemnes en in de regio Amersfoort, kunt u op ons rekenen om samen met u verder te bouwen, aan fijn en duurzaam wonen in Eemnes.
We willen bijdragen aan de totstandkoming van voldoende passende en duurzame huurwoningen, voor de woningzoekenden, die tot de lagere en middeninkomensgroepen behoren. Met bijzondere aandacht voor jongeren, ouderen en woningzoekenden in een kwetsbare positie. Kijk ernaar uit om samen met u als college en wellicht gaat u daar natuurlijk ook als raadspolitiek over, nieuwe woonconcepten te ontwikkelen, die de keuzemogelijkheden om zowel bestaande als nieuwe woningen nog doelmatiger in te zetten. Die keuzemogelijkheden te vergroten. Dat wij elkaar daarin goed weten te vinden, ieder vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid, hebben we laten zien bij de afspraken om de doorstroming te bevorderen. Eén van de recente mooie voorbeelden van waar samenwerking geleid heeft, tot een concreet resultaat. Omdat de druk op de woningmarkt zo groot is, is het van belang, dat we met elkaar mogelijkheden creëren, om de realisatie van nieuwe woningen te versnellen. Afspraken daarover met het Rijk, de provincie Utrecht en de regio Amersfoort hebben we vorig jaar vastgelegd in de Regionale Woning. Een zeldzaamheid is, dat in deze regio de woningcorporaties, hier ook hun
handtekening onder hebben gezet. Dat heeft de Alliantie gedaan, omdat we ons verbonden voelen aan de opgave en dat commitment, hebben we met een ondertekening benadrukt. De nood is hoog en de ambities zijn dan ook fors. Ook wij willen alles aan doen wat in ons vermogen ligt, om datgene dat is afgesproken zo te concretiseren, dat het leidt tot versnelling van de woningbouw. En daarmee ook tot de realisatie van de voorliggende Woonvisie. Het is essentieel, om de kansen die er zijn voor de ontwikkeling van nieuwe woningen in de Zuidpolder, optimaal te benutten. We hebben in de afgelopen periode laten zien, wat dat betekent voor de Eemnesser woningmarkt. Daarnaast willen we nader onderzoeken, of er mogelijkheden zijn en het is al genoemd vanavond, om in de bestaande buurten te verdichten. Ook wij dragen daar graag aan bij, kansen te zoeken. Een mogelijkheid om snel tot uitbreiding van het aantal betaalbare woningen te komen, is het toevoegen van zogenoemde flexwoningen. Het succes aan de Barbeelstraat hier in Eemnes laat zien, dat we daarmee relatief snel het verschil kunnen maken voor de vele woningzoekenden. Dan gaat het bijvoorbeeld om de eerder genoemde jongeren, die graag in Eemnes willen blijven wonen en die ook toe zijn aan een eigen woonplek.
Als het gaat om de verduurzamingsopgave, waar ook de gemeente Eemnes zich voor geplaatst ziet, moet ik één kanttekening maken met betrekking, tot wat er in de Woonvisie staat. Zoals u wellicht bekend is, is er sprake van toenemende bouwkosten, rentekosten, tekorten aan grondstoffen, bouwmaterialen en personeel. Dat heeft een prijsopdrijvend effect. De gemeente stelt, dat nieuwbouw moet voldoen aan het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw. Als woningcorporatie zijn wij gehouden aan de nationale prestatieafspraken, die we met de minister hebben gemaakt, over duurzame nieuwbouw en het verduurzamen van de bestaande woningen. Uiteraard houden wij ons bij alles wat we doen, aan het Paal besluit. Het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw legt de lat nog hoger. En het zal bij nieuwbouw ontwikkelingen in de komende jaren, mogelijk niet in alle gevallen haalbaar blijken, om aan deze standaard te voldoen. Als dat dreigt te gebeuren, zullen we met elkaar moeten onderzoeken, welke financiële ruimte er dan gevonden kan worden bij fondsen, subsidies en andere geldpotjes, om dit toch na te kunnen streven. Wij zien onszelf als mede-uitvoerder van deze Woonvisie. En met de energie die op onze constructieve samenwerking zit, willen we ook de komende jaren samen met u en alle partners op het gebied van wonen, welzijn en zorg, de kansen voor betaalbaar wonen in Eemnes verder vergroten.
Ik zeg vaak, de Alliantie staat ervoor opgesteld, om te zorgen voor goede woningen. Maar het zijn de bewoners en alle samenwerkingspartners, die er met elkaar voor moeten zorgen, dat het er ook goed wonen is. Deze Woonvisie biedt daarvoor kaders, uitgangspunten en ambities en daar werken we graag aan mee. We kijken ernaar uit, om met elkaar in gesprek te gaan over de prestatieafspraken, waarin we vastleggen, hoe we dit samen kunnen gaan verwezenlijken. Dank u wel en ik wens u veel succes. De voorzitter: Goed. Dank u voor de inspraak. Kijk even nog naar de commissie, of er aanvullende vragen zijn. De heer Van Schaik van het CDA. De heer Van Schaik: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, mevrouw Van den Burg voor uw inspraak. U noemde verdichten in uw verhaal, van bestaande buurten. Waar denkt u aan, als u dat uitspreekt? Mevrouw Van den Burg: Nou, het is, sorry. Het is ook al even genoemd als het dorps verdichten, als een van de nou ja, onderwerpen in de Woonvisie. Wat we willen zien is, ik ga nu geen concrete locatie hier noemen. Maar wat we willen zien, dat is dat er bijvoorbeeld hier een bouwblok staat en daar een bouwblok. Dan zou je kunnen denken aan wat we ook wel eens doen, een oksel invulling. Dat zijn mogelijkheden om kansen ook in bestaande buurten goed te benutten, om toch nog een kleine aantal woningen op verschillende plekken te realiseren.
De heer Van Schaik: Oké. Enige tijd terug hebben we met de Alliantie ook gesproken, over het bevorderen van woningen die er is, bestaande voorraad van huurwoningen en dat het veel ook grote eengezinswoningen zijn. En daarin is de opziener voorgekomen, om die woningen te gaan splitsen. Zodat zij ook kleiner bewoond kunnen worden door alleenstaande mensen, jongeren of ouderen, zeg maar. Dat je een soort van benedenbovenwoning krijgt. Denkt u ook daaraan, bij uw uitspraak van verdichten? Want dan dicht je ook zeg maar, het aantal bewoners in een buurt. Mevrouw Van den Burg: Dat was niet direct, wat ik bedoelde. Maar als het gaat over het splitsen van woningen, waardoor je meer mensen in één woning, oorspronkelijk één woning kunt laten wonen. Dat zijn mogelijkheden, die wij in ander gebied, in andere regio Gooi en Vechtstreek aan het verkennen zijn, heel concreet. Dus dat is ook een mogelijkheid, om meer mensen een thuis te bieden. Maar dat was niet wat ik bedoel, met verdichten. De heer Van Schaik: Ziet u daar ook kansen voor in de komende periode van vier jaar, waar deze Woonvisie ook over gaat? Mevrouw Van den Burg: Wat ik zelf heb voorgesteld intern is, dat wij vooral nu ook kijken naar de plannen in de Gooi en Vechtstreek, die al in een concreter stadium van uitvoering zijn voorbereid.
En dat zeg ik, omdat in het verleden en dan heb ik het over de naoorlogse periode, zijn er ook in het, zijn er ook woningen gesplitst. En de woningen, die we nu nog in voorraad hebben, niet zozeer in Eemnes, maar wel andere delen van ons bezit, hebben bijvoorbeeld daarin ook wel gehorigheidsproblemen. Dat is wat ik, ik wil eigenlijk de lessen van het verleden en de lessen van vandaag en morgen, heel graag benutten, om dat verder ook te benutten bij het onderzoek naar, wat kan er in Eemnes. De heer Van Schaik: Dank u wel. De voorzitter: Goed. Mevrouw Riemens, DorpsBelang. Mevrouw Riemens: Ja, ik had eigenlijk een beetje dezelfde vragen, over het splitsen van die woningen. En waar ik bij dan na uw antwoord nog aan toe willen voegen, dat we dit eigenlijk al acht jaar als wens hebben, richting de Alliantie. Dus dat we toch hopen, dat ook in Eemnes een keer iets gesplitst kan worden en daar een proefproject mee zouden kunnen schrijven. De voorzitter: Dat is meer een opmerking, dan een vraag. VVD? Niet het geval. PvdA, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja. Dank u voor de inspraak. U had het over die flexwoningen, zoals dat genoemd wordt in de Woonvisie. Dat zou inderdaad denk ik voor de korte termijn, een hele snelle oplossing kunnen zijn.
Maar bent u het met mij eens, dat het wel een tijdelijke oplossing is? En ongeschikt is voor senioren? En dat als je iets structureler kijkt, naar de behoefte aan gelijkvloerse woningen en nee, niet gelijkvloers, hoe zeg je dat ook alweer, één etagewoningen en voordelige woningen, dat het de voorkeur zou hebben, om een mogelijkheid te zoeken om appartementen te gaan bouwen. Door de Alliantie dan. Mevrouw Van den Burg: Als het gaat over een locatie, die je kunt benutten voor woningbouw en je hebt de optie, om tegelijkertijd te kiezen tussen flexwoningen en nou ja, permanente woningen, dan heeft het de voorkeur, om daar in één keer de permanente woningen neer te zetten. Waarom praten we tegenwoordig steeds meer over flexwoningen in plaats van tijdelijke woningen? Dat is omdat we zien, dat de kwaliteit van de tijdelijke woningen inmiddels ook zo goed is, dat het eigenlijk ook bijna permanente woningen zijn. Alleen, zij
zijn verplaatsbaar en daarmee flexibel op verschillende locaties in te zetten. Vandaar het woord flexwoningen. Dus op het moment, dat er sprake is van een locatie waarin voorzien wordt, om daar permanente woningbouw te realiseren, maar om welke redenen dan ook, dat dat nog heel veel tijd in beslag zal nemen. Jaren in beslag zal nemen, voordat daar woningen staan, zou je dus kunnen zeggen, nou, laten we dan in ieder geval daar die verplaatsbare woningen zetten, met het perspectief op permanente woningbouw. Dat is natuurlijk ook een keuze, die dan voorligt bij de politiek. De voorzitter: U had een aanvullende vraag, zie ik? De heer Van den Brink: Ja, mijn vraag ging iets verder, iets specifieker. Want als je dan permanente woningbouw zou plegen en je zit met een grote behoefte aan één etage- of één vloer-woningen en goedkope woningen. Ligt het dan niet voor de hand, om dan te focussen op appartement woning? In plaats van losse woningen. Mevrouw Van den Burg: Ja, kijk, als het gaat over het volume, wat er te realiseren is op een bepaalde locatie, ja, dan zijn dat natuurlijk ook de afwegingen, die je met elkaar moet maken. Maar goed, dan krijg je ook zaken als, wat is het programma, dat eronder ligt? Wat is, wat kan er in de hoogte? Nou ja, dus. Ik denk wel, dat we altijd moeten proberen om een voorliggende locatie, zo optimaal mogelijk te benutten, zeker.
De heer Van den Brink: Dank u wel. De voorzitter: D66 nog, de heer Defferding. De heer Defferding: Ja, dank u wel, voorzitter. U ook bedankt voor uw inspraak. Mijn vraag gaat ook over de tijdelijke woningen. U noemde de Barbeelstraat, dat dat ook wat dat betreft, een succes is. Wat is volgens u de meest efficiënte termijn, dat die tijdelijke woningen daar geplaatst worden? Heeft u daar een idee over? Mevrouw Van den Burg: Ja, dat wil ik, zal ik geen persoonlijke opvatting laten zijn. Daar liggen natuurlijk ook rekensommen onder. Dat is ook een van de redenen geweest, dat er nu ook een Rijksregeling in het leven is geroepen. Omdat de rekensommen ook aangeven, dat je om daar toch een beetje quitte te spelen, om maar zo te zeggen, idealiter toch al aan minstens vijftien jaar moet denken. En met de stijgende kosten is dat, ken ik ook al rekensommetjes van twintig jaar. Maar juist daarom is het zo belangrijk, dat de woningen verplaatst kunnen worden. En dat ze ook van zo'n kwaliteit zijn, dat ze het ook aankunnen om verplaatst te worden. Zodat je ook kan zeggen van nou ja, goed, de locatie waar ze nu staan, die krijgen een andere bestemming of daar gaat iets anders mee gebeuren. Maar dat betekent dus niet, dat die woningen daarmee niet opnieuw gebruikt kunnen worden. De heer Defferding: Oké, dank u wel. Ik had nog een vraag.
U noemde ook, dat alle of de tijdelijke bewoning, dat dat moet voldoen aan het Bouwbesluit. Is het niet zo, dat het Bouwbesluit voor tijdelijke woningen andere normen hanteert, dan voor permanente bewoning? Bijvoorbeeld qua brandvertragendheid en dergelijke. Mevrouw Van den Burg: Ja, ik zei net niet, dat tijdelijke woningen ook voldoen aan het Bouwbesluit. Ik zei dat de kwaliteit van de tijdelijke woningen, de verplaatsbare woningen die gerealiseerd worden, zo goed is, dat daar waar we in het verleden nog wel eens zagen, nou, ze zijn in theorie verplaatsbaar, maar die woningen kunnen dat eigenlijk niet aan. Dat dat dan in een andere kwaliteit is. Het klopt, dat er voor flexwoningen een andere, andere eisen gelden dan voor woningen, die permanent ‘…’.
De heer Defferding: Oké, dank u wel. De voorzitter: Goed, dan dank ik u ook, voor uw inspraak. Dan gaan we over naar de inhoudelijke behandeling binnen de commissie. En dan begin ik bij, ja, bij u, mevrouw Van der Linde. Ga uw gang. U heeft een paar keer gerefereerd, dat u aardig wat in gaat brengen. Dan begin ik ook laat bij u. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Ja, ik moet … De voorzitter: Maar wel in de microfoon, graag. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Ja, ik moet zeggen, nadat ik het document gelezen had, ben ik eigenlijk even teruggegaan naar de exacte titel. En de titel van het stuk is de Woonvisie Eemnes met een zorgcomponent. Eerlijk gezegd, ik vind het geen recht doen aan de inhoud. En ik zou eigenlijk ook wel willen voorstellen, hiervan te maken, de Woonvisie, alles mag nu in Eemnes. Wij hebben echt met enthousiasme bijna, de hele Woonvisie gelezen. Er mogen nu mantelzorg- en meer generatiewoningen, hokjeswoningen, ontmoetingsplekken, boven-benedenwoningen, flexwoningen, tiny houses, levensloopgeschikte woningen, verruimd splitsingsbeleid, soepelere regels voor kamer- en hospitaverhuur, circulair bouwen, meer woonwagens en we gaan ook nog eens betaalbaar bouwen en lokaal toewijzen, waar mogelijk. Helemaal top, dat er naar zoveel verschillende punten gekeken wordt, om de woningnood tegemoet te komen. Nou, dit is natuurlijk onze positieve reactie.
We worden ook geacht, om hier wel kritisch naar te kijken, dus we hebben ook nog wel een aantal vragen voor de wethouder. Wat wordt er nu precies bedoeld met mantelzorgwoningen en hokjeswoningen in het buitengebied? En wat kunnen wij dan verstaan onder het buitengebied en kunt u daar een concreet voorbeeld van geven? Dan het splitsingsbeleid verruimen. Daar is in het verleden wel eens, zijn er wat dingen naar voren gekomen. Dat gaan we nu verruimen. Geldt dat dan ook voor de bakkerij aan de Meentweg, bijvoorbeeld? Er wordt gekeken naar mobiliteitsoplossingen voor ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking. Kunt u daar een voorbeeld van noemen, waar wij dan aan moeten denken? Hoe kunnen we dat oplossen? Beleid voor hokjeswoningen en andere nieuwe woonvormen op agrarische locaties en vrijkomende agrarische bebouwing. Wordt hier De Bolder bedoeld, of waar gaat dit precies over? Mag bijvoorbeeld de heer Seldenrijk dan zijn stallen verkopen en dit als bouwgrond gaan exploiteren, is dat een voorbeeld waar ik aan moet denken? Of zit ik er dan totaal naast? Ja, kan ik ook niet helpen. Faciliteren van pré-mantelzorg en meer-generatiewoningen.
Wordt hier bijvoorbeeld ook mee bedoeld, dat oma met een huurhuis aan haar kleinkind kan verhuren, of is dit alleen voor eigen woningen? En hoe zit dat dan met de bescherming van de huurder, verhuurder en de extra belastingen, als je iemand in huis neemt? En dan wel een punt, waar wij van schrokken. Acht komma drie procent van de Eemnessers en dat zou ongeveer zevenhonderdvijftig personen zijn, voelt zich ernstig tot zeer ernstig eenzaam. Dat vinden wij toch wel veel. Er zijn al veel initiatieven in Eemnes en de geclusterde woonvorm, hoeft hier dan ook niet de oplossing voor te zijn. Wij vroegen ons af, is het niet handiger om hier naar landelijke initiatieven voor te zoeken? Want op zich heeft Eemnes al een heel groot aanbod van vrijwilligersmogelijkheden, er is het Huis van Eemnes. Maar blijkbaar is het aanbod alleen niet voldoende, om mensen zich niet eenzaam te laten voelen. Wij vragen ons dan af, of de geclusterde woonvorm hier dan wel de oplossing voor is? Want ik horen ook regelmatig mensen zeggen, ja, maar ik ga niet bij die oudjes wonen. Dan denk ik toch wel eens van, ja, maar zo jong bent u zelf ook niet meer. Ja. Dan hebben we de geclusterde woonvormen, waar gemengde doelgroepen op geschikte plekken met senioren, oudersgroepen en jongeren gaan wonen.
Wat, hoe ziet u dat voor zich en hoe wilt u die mengen en wat is daar het doel van? Dan is er iets wat vanavond al eerder naar voren is gekomen, dertig procent sociale huurwoningen. Het is misschien meer de politieke vraag, wat doet het college hiermee? Is dit dertig procent van de totale woningvoorraad of van de totale huurvoorraad in
Eemnes? Of misschien ook nog wel van alleen de nieuw te bouwen sociale woningen. Dus daar willen we graag even, een verduidelijking over. Dan hebben we gezien, de bereidheid tot het bekijken van nieuwe locaties. Is het plan op het oude manegeterrein, ZVS-terrein ook weer bespreekbaar? Want hier kunnen aardig wat woningen gebouwd worden, die op zich qua locatie naar onze mening althans, prima geschikt zijn. Bij nieuwbouw initiatieven werken we met de norm van gemiddeld woonoppervlakte per project. Kunt u dan met een voorbeeld uitleggen? Want er staat nu, dat de norm op vijfenzestig vierkante meter is gesteld, voor het sociale en middensegment. Mag er dan niet groter gebouwd worden of, hoe wilt u daarmee omgaan? En wat is de achtergrond hier precies van? Dan hebben we het compensatiefonds. Passen we dit aan, zodat het aansluit op het nieuwe toetsingskader? Het is vast wel een keer ergens naar voren gekomen, maar ik kon me niet meer een toetsingskader herinneren, waar we dan nu ‘…’. Sorry? Ik denk dat compensatie, dat staat niet in het tweede stuk van vandaag, dus die hebben we dan nog niet gehad. Dus vandaar, dat het niet helemaal duidelijk meer is.
En wat wordt er bedoeld met een woonzorgzone aan de noordkant van Eemnes? En wat kunnen we ons daarbij voorstellen, wat hoort daarin thuis? Bepaalde voorzieningen, is het een wijk, is het een woon-zorgcomplex, zoals we vanavond het voorstel hadden? Naast een aantal vragen, hebben wij ook nog een paar opmerkingen, om mee te geven. Seniorenhuisvesting nabij voorzieningen. Dat er een gedeelte van de seniorenhuisvesting bij de voorzieningen is, dat vinden wij natuurlijk prima. Echter, we moeten ook denken aan de nieuwe groep ouderen. Dan moeten we niet vergeten, dat ook de pensioensomleeftijd omhooggaat momenteel. Dat houdt in, dat het hele concept van ouder worden, toch ook een beetje aan het wijzigen is. Op cao-tafels ligt nu bijvoorbeeld ook het vraagstuk, om de arbeidsproductiviteit opnieuw te gaan bespreken. De nieuwe groep van ouderen is veel meer opgegroeid met computers en weet zich online prima te redden. Om die benodigde boodschappen te bestellen, of wat ze dan ook maar nodig hebben, om het te kunnen bestellen. Ook om sociale contacten te leggen, wordt steeds meer gebruik gemaakt van internet, tenslotte. Die sociale adhesie is prima. Maar niet, dat had ik net ook al gezegd, niet iedereen wil tussen de ouderen wonen, want ze vinden zichzelf nog niet oud genoeg daarvoor. Daarnaast hebben we natuurlijk ook steeds meer mobiliteitsondersteuners, zoals scootmobiel dus.