CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie Ruimte 02.12.2024

Commissie WenR 2 december 2024, gemeente eemnesBij agendapunt: Opening19.277 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE RUIMTE VAN EEMNES 2 december 2024

1.

Opening De voorzitter: Oké, dames en heren. Iets later dan gepland, maar dat kwam omdat de geluidsopname nog niet was geactiveerd, maar die is nu geactiveerd. Dus hierbij open ik dan de vergadering voor de commissie Ruimte. Ik heet u van harte welkom allemaal.

2.

Vaststellen agenda De voorzitter: Dan kom ik als eerste bij het vaststellen van de agenda. Ik neem aan dat de agenda kan worden vastgesteld zoals die voorligt, waarbij ik nog specifiek wil aanduiden dat wij bij 5.01 Afval evaluatie beleid eerst beginnen met een presentatie. Maar de agenda kan zo worden vastgesteld? Ik kijk even naar die kant en naar die kant. Dat is het geval. Dan bij dezen de agenda vastgesteld.

3.

Vaststellen besluitenlijst d.d. 9 september 2024 De voorzitter: Dan kom ik bij het volgende agendapunt en dat is het vaststellen van de besluitenlijst van de voorgaande vergadering van 9 september jongstleden. Er zijn geen op- of aanmerkingen ingediend en ik wou even vragen of dat nog het geval is. Ik zie dat dit niet het geval is. Mevrouw Wiering. Mevrouw Wiering: Dank u wel voorzitter. Ik merk dat ik in gebreke ben gebleven, dat ik niks doorgegeven heb. Maar volgens mij is er in de tweede termijn gesproken over grijswatersysteem en dat vind ik niet in de besluitenlijst terug. De voorzitter: Dat weet ik een, twee, drie zo niet uit mijn hoofd. Mevrouw Wiering: Dat snap ik. De voorzitter: Dus ik stel voor dat de griffier dat nog eventjes, het bandje - daarvoor hebben we dus een bandje - naluistert. Mevrouw Wiering: Ik zal het zelf ook nog even wat preciezer doen en ik communiceer met de griffier over wat… De voorzitter: Ja. En als dat wordt toegevoegd, dan kunnen we dat gewoon alsnog… Dat hoeft het niet meer nog terug hiernaartoe, maar dan wordt het bij dezen nog toegevoegd. Doen we dat zo. Dan is bij deze de besluitenlijst vastgesteld.

4.

Inventariseren spreekrecht De voorzitter: Dan kom ik naar het inventarisatie van het spreekrecht. Er hebben zich niemand aangemeld. Ik kijk nog even de zaal in of dat zo blijft. Dat blijft zo.

5.

Te bespreken onderwerpen 5.01

Afval evaluatie Eemnes 2024

De voorzitter: En dan komen we naar de agendaonderwerpen die we vanavond gaan bespreken. Dan beginnen we als eerst met de Afval evaluatie Eemnes 2024. Zoals ik al zei, beginnen we eerst met een presentatie. Daarvoor hebben we twee heren zitten. Dat is de heer Van Ingen en de heer Föllings. Mag ik aan u het woord geven? De heer Van Ingen: Dank u wel voorzitter. Jaap Jan van Ingen is mijn naam, werkzaam voor Eemnes in de hoedanigheid van beleidsmedewerker afval. Daar ben ik dus in deze mooie gemeente medio dit jaar gestart met als belangrijkste opdracht: het beleid van Eemnes. Ook omdat we weten dat de klok tikt. De klok tikt, want, zoals u eerder in een raadsinformatiebrief heeft kunnen lezen, heeft het college besloten dat er een marktconsultatie is gehouden die door de AVU, door de Afvalverwijdering Utrecht, waar wij onze afvalstromen door laten vermarkten - net zoals alle gemeentes in de provincie Utrecht. Die conclusie van die marktconsultatie was dat de private markt voor afvalinzameling geen been meer zien in het inschrijven op aanbestedingen. Dus dat was eventjes een urgente aanleiding om dat te onderzoeken en dat pannetje staat op het vuur. Maar vanavond is het belangrijkste eerst de evaluatie van het afvalbeleid. Daar vanuit dat afvalbeleid, daar wilden we mee starten. Voor die evaluatie van het afvalbeleid is 2Ensure ingehuurd.

Frans Föllings heeft die evaluatie voor ons begeleid. De resultaten daarvan vormen vanavond het hoofdgerecht en daar wilde ik u even in meenemen aan de hand van een presentatie. Dat doen wij dus aan de hand van een paar zaken. Wij gaan niet zaken dubbel noemen. De heer Schade: Kunt u iets dichter bij de microfoon praten? Dank u wel. De heer Van Ingen: Eemnes trof ik aan als succesvolle afvalscheider bij de bron. Wij zijn een kleine gemeente, maar wel een die ontzettend goede resultaten scoort op het vlak van afvalscheiding. Laat ik daar verder niks van toelichten, want dat kan Frans Föllings veel beter. Dus ik wilde de onderdelen 2, 3, 4 vragen aan Frans om dat toe te lichten. De heer Föllings: Graag, Jaap Jan. Begin ik de eerste slide erop krijgen. Dit komt u ook in het rapport tegen wat is gedistribueerd, deze figuur. Dat laat zien hoe de hoeveelheid restafval, grof restafval – er wordt een onderscheid gemaakt grof / fijn - hoe die zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Wat daarin opvalt, is in 2017 een enorm sterke daling. Dat kent eigenlijk twee oorzaken. In 2017 is Eemnes ertoe overgegaan om twee extra containers per huishouden uit te zetten. Eentje voor papier en eentje voor PMD.

Daarnaast, omdat er een ruimere mogelijkheid voor het scheiden van afval was aangeboden, is de frequentie van het restafval verlaagd van een keer in de twee weken naar een keer in de vier weken. En dat heeft enorm effect gehad, zoals u kunt zien. De combinatie grof / fijn zat boven de 250 kilo en die ging zo naar 150 kilo, langzaam maar zeker. De jaren daarna bleef dat nog een klein beetje doorzakken tot in 2020 de coronapandemie de hoeveelheid afval per huishouden weer een beetje in de lift zette. Omdat mensen thuis aten, thuis aan het werk waren. Alles wat werd besteed in de bedrijfskantine, enzovoort, dat kwam nu in het huishouden. Dus je zag landelijk gewoon het beeld dat de hoeveelheid afval per inwoner toenam. Maar zo gauw pandemie uitdoofde in ‘22, dan begon hij weer netjes te zakken op het niveau van waar hij zat. En het beeld is nu een beetje: dit is het. Doen we niks, dan blijft het beeld zoals dat je ziet in ‘22, ’23 rond de 150 kilo per inwoner, wat voor een niet-diftargemeente echt heel goed is. Echt prima. Als je dan kijkt naar die andere stromen, dan zie je dat groente-, fruit- en tuinafval, die springt er echt uit. Die is, ook vergeleken met landelijke cijfers, best aan de hoge kant. Het verschil tussen jaren kan samenhangen met weer. Dat heeft bij groente-, fruit- en

tuinafval echt effect. Of je groeizaam weer hebt of niet groeizaam weer, dat zie je ook echt terug in de cijfers. Door de bank genomen wordt er heel erg goed gescheiden. Komen we straks nog even op terug. Wat ik hier graag bij op zou willen merken, is dat de hoeveelheid groenafval gft ongeveer dezelfde hoeveelheid is als die in de grijze container zit, gemiddeld in de gemeente. Er zijn dus echt twee hoofdstromen die vrijkomen. Dan oud papier. Daar zie je dat de hoeveelheid in de loop der jaren steeds verder afneemt. Dat is ook congruent met het landelijk beeld. Om u een idee te geven: in 2000 verzamelden we een bepaalde hoeveelheid oud papier en karton in in Nederland en we zitten nu op dit moment 2024 op de helft van wat we toen inzamelden. Die daling zie je hier bij Eemnes dus ook terug. Elk jaar gaat er weer een klein beetje van af en de oudpapierdaling kan de groei van het karton als gevolg van onze pakjeseconomie niet bijhouden. Dus papier dat zakt echt gewoon nog harder dan dat die karton stijgt. Twee belangrijke oorzaken denk ik dat is gewoon de digitalisering in de kantooromgeving, bij u thuis. Steeds meer wordt er digitaal informatie uitgewisseld. En het tweede is: op veel plekken wordt het reclamedrukwerk ontmoedigt en dat leidt ook tot forse dalingen. Dan het glas. Daar zie je een duidelijk stijgende lijn. Het gekke is: dit is niet congruent met het landelijk beeld.

Dus ik heb ook af zitten vragen: wat zou nou hier de oorzaak van kunnen zijn dat er zoveel glas wordt geproduceerd in Eemnes? Want landelijk is het beeld echt dat het tamelijk stabiel is per inwoner. Je ziet een hele kleine fluctuatie, maar deze springt er wel een beetje uit. Dan hebben we PMD. Daar zie je dat dat sinds 2009 een stijgende lijn laat zien en dan in 2021, dan gebeurt er iets. Dat is dat het vroeger Afvalfonds Verpakkingen, nu heet dat Verpact, is strenger gaan controleren, omdat de hoeveelheid PMD fors toenam, landelijk. Maar je zag ook door die toename dat de kwaliteit van de PMD steeds verder terugliep. Wat nu langzamerhand steeds duidelijker wordt, is dat als je per inwoner in de range komt van 25 tot 30 kilo, dan ga je in de gevarenzone komen dat mensen ook andere dingen bij die PMD gooien dan plastic en metalen en drankenkartons. Dan krijg je verontreiniging. Verpact heeft gezegd: nou is het mooi geweest. Wij moeten iedere keer die kosten dragen. Dus die is strenger gaan controleren en vandaar die stippellijn. Als je kijkt, die stippellijn, dat is gewoon stabiel beeld. Maar in werkelijkheid de hoeveelheid die dus voor vergoeding in aanmerking kwam, is gewoon de laatste twee jaar fors gedaald. De hoeveelheid textiel is heel stabiel. Dat komt in ieder geval uit de inzamelingscijfers.

Het is heel belangrijk natuurlijk om te weten: wat zit er eigenlijk nog in de restafval? Waar kun je nou nog wat winnen? Dit laat echt… Die figuur laat echt zien dat Eemnes het gewoon echt heel goed doet. Als je kijkt waar men vandaan komt, dan zag je dat bij die PMD in het begin, meer dan 50 procent van de PMD die bij de huishoudens vrijkwam, die zat uiteindelijk weer bij het restafval. Terwijl nu zit je op ongeveer een kwart. Driekwart van die PMD wordt dus keurig netjes gescheiden in de PMD-container. Glas idem dito. Dat komt van ongeveer een procent of 30 en zit nu nog maar op een procent of 10. Is echt heel goed. Deze is een wat minder positief. Dat is de textiel. In die zin dat, wat ik net vertelde: het beeld is redelijk stabiel. De hoeveelheid textiel die wordt ingezameld vertoont geen grote fluctuaties, maar als je nou in die restafvalcontainer gaat kijken, dan zie je dat er meer in die restafvalcontainer aan textiel zit dan dat er wordt ingezameld. Dat is natuurlijk echt heel jammer. Dat lijkt mij een aandachtspunt voor de gemeente om eens te kijken: hoe komt dat nou eigenlijk dat er nog zoveel textiel gewoon wordt weggegooid en in die verbrandingsoven terechtkomt als er niets mee gedaan wordt. Het totaalbeeld is eigenlijk dat het scheidingsrendement van de grondstof echt heel goed is.

Zo'n 20 procent komt in het restafval terecht en de rest die wordt allemaal keurig gescheiden. Hier is ook rekening gehouden, is heel belangrijk om op te merken, met het grof huishoudelijk afval wat naar de milieustraat wordt gebracht. In dit geval het recyclingstation in Baarn, waar toch een behoorlijke hoeveelheid afval terechtkomt. Ook daar vindt dus een forse scheiding plaats tussen restafval en wat is nog herbruikbaar. Voor het eerst in ’23 - ik weet niet hoe dat komt, maar dat moet ‘24 zijn volgens mij – zat Eemnes op 80 procent. Dat is echt heel goed. Vervolgens is er een vergelijking gemaakt met de rest van alle gemeentes in de provincie Utrecht. Hoe doet Eemnes het ten opzichte van andere gemeenten? Wat dan opvalt, is dat de diftargemeenten, dat zijn er zes. Vijf, sorry. Die doen het heel goed als je het hebt over scheiden van afval. Maar Eemnes zit heel aardig in de buurt vergeleken bij al die

gemeentes die daarboven liggen. Dus rond plek 10, als ik het goed heb, zit Eemnes nu en dat van alle 25 gemeentes in de provincie. Die tiende plek, die zat in 2021 op 11, maar gedurende de afgelopen jaren heeft de gemeente Bunschoten besloten: wij stappen af van diftar. Want die zaten helemaal aan de onderkant. Zijn van diftar afgestapt en die schoten vervolgens naar boven. Dat kun je hier zien. Ze zitten echt bij een van de gemeentes die fors boven de hoeveelheid zit van de diftargemeentes daarvoor. Dus die hebben echt wat dat betreft de ladder beklommen en daardoor zakte Eemnes een plek van 11 naar 10. Dan iets over de tarieven. Die zijn vergeleken ook met de rest van de gemeentes in Utrecht. Wat wel opvalt, is dat de gemeentes waar diftar wordt gehanteerd, de laagste afvalstoffenbelasting hebben. Dat zijn de bovenste 5. Eemnes zit dan als derde van onder. Wat wel interessant is, in 2021 is een vergelijkbare opzet gemaakt van: hoe verhoudt Eemnes zich nou tot de rest van de gemeenten? Toen zat Eemnes helemaal onderaan. Was echt de duurste gemeente van alle gemeenten in Utrecht. Maar inmiddels niet meer, dus er zitten een drietal gemeentes die nog duurder zijn dan Eemnes. De heer : Als ik hem… De voorzitter: Gaat uw gang. De heer : Bij die diftargemeenten daar is het vaste tarief dus laag. Maar moeten die mensen dan nog… Daar komt nog bovenop wat ze variabel betalen.

De heer Föllings: Ja, zeker. De heer : Hoe kom je dan uit, uiteindelijk, als je dat erbij optelt? Is daar iets van te zeggen? De heer Föllings: Dat hebben die gemeentes gedaan. Die hebben die exercitie gemaakt en op basis van jaren ervaring komen ze dan tot deze afvalstoffenheffing. Daar is dus rekening mee gehouden. Mevrouw : Wij vroegen ons af: wat betalen de inwoners dan? Komen ze dan net zo hoog uit of niet? De heer Föllings: De inwoners die betalen dat wat daar staat. Dat is dus de afvalstoffenheffing die dus de gemeente bij de inwoners in rekening brengt. En dan moet de gemeente kijken: hebben we goed ingeschat? Vaste kosten, variabele kosten. En die kijken elk jaar en dan maken ze een inschatting van: gemiddeld zetten ze zo vaak de container aan de straat, dus dan komen we op dit niveau. In het begin is dat altijd een beetje spannend als een gemeente begint met diftar, want dan heb je dat wel goed ingeschat, ja of nee? Maar na een paar jaar dan weet je wel ongeveer hoe de verhoudingen zijn in de betreffende gemeente. En dan krijg je dit soort afvalstoffenheffingen. De heer : Maar je mag dus concluderen dat per saldo de bewoners goedkoper uit zijn als ze diftar hebben? De heer Föllings: Zeker. De voorzitter: Mevrouw Riemens nog aanvullend. Mevrouw Riemens: Nou, anders dan moet ik dat straks weer zeggen.

Bij diftar is natuurlijk, vind ik, het grootste bezwaar dat je een jaar later betaalt voor wat je dit jaar aan de weg gezet hebt. En dat is niet… Voor mensen met een laag inkomen is dat echt heel nadelig. En ik weet niet of het in Utrecht ligt: ik ken andere gemeentes, daar is het echt veel en veel duurder, want dan betaal je gewoon dat bedrag wat daar staat aan vaste lasten en wat daar rechts staat per lediging dat betaal je per keer.

De heer Föllings: Ik kan dat niet beoordelen voor andere gemeentes maar dit is gewoon het beeld van Utrecht zoals ik het gewoon objectief bij de gemeentes heb nagevraagd. Wat betalen de mensen? Diftar is een heel controversieel iets. Dat geeft altijd discussie. Wel, niet. Dit zijn blote feiten, zal ik maar zeggen. En de voor- en nadelen daarvan zijn ook onderwerp van discussie. Wat je bij de diftar ziet, is dat de kwaliteit van de gescheiden stromen, die staat nog meer onder druk eigenlijk dan wat je bij niet-diftargemeenten ziet. Dus het heeft absoluut ook nadelen. Maar vanuit financieel perspectief is dit het plaatje. Althans, voor de gemeentes in Utrecht. De voorzitter: Ik zie de heer Defferding kijken. De heer Defferding: Ja, daar triggert u me wel een beetje met wat u daar zegt. Zegt u nou dat gemeenten met diftar, dat de kwaliteit van het ingezamelde afval slechter is? De heer Föllings: Dat is wel een beetje het beeld. Niet per definitie natuurlijk, maar dat is wel een beetje het beeld. De heer Defferding: Oké. Dank u wel. De voorzitter: Ja, maar ik wil wel opmerken dat het dan inhoudelijk moet zijn en niet meningsvorming nog. Mevrouw : Nee, inhoudelijk. Het tarief van Woudenberg is gewoon 239 euro per jaar zonder legingen. De heer Föllings: 239? Dan brengt u mij even in de verlegenheid. Ja dat zou kunnen.

De voorzitter: we gaan gewoon verder, want misschien dat de informatie die u nu opzoekt niet klopt of niet volledig is of dat het inclusief is. Dus gaat u verder. De heer Föllings: Dan komen we volgens mij bij de vraag van de contracten, hè? De heer Van Ingen: Dan was er een verzoek gekomen. Ik ben even kwijt van wie dat kwam. Maar het kwam naar mij toe om inzichtelijk te maken over welke contracten ons nu binden. Waar ik al mee begon, is: er komt een moment in de tijd dat wij zonder inzamelaar zitten en dat is wel iets… Wij wilden beginnen met die evaluatie van het afvalbeleid, maar deze vraag hangt natuurlijk wel boven de markt dat wij in… Op 1 januari 2027 moeten wij een andere inzamelaar hebben. Daarvoor is deze vraag, wie hem ook gesteld hebbe, uiterst relevant: welke contracten ons nog binden. Ik kan eventueel even de contracten heel kort doorlopen waar we het over hebben. Het allereerste contract dat is het inzamelcontract. Dat hebben wij onlangs moeten verlengen, omdat wij niet eind vorig jaar… Omdat wij het sowieso niet zien zitten om dit jaar alles in kannen en kruiken te hebben om in januari ‘25 te beginnen. Dat is te kort dag. Dus dat is gelijk een verlenging geworden van twee jaar en dat is dan een verlenging tot eind ‘26. Echter... De voorzitter: Mevrouw Van der Linden. Mevrouw Van der Linden: Ja dan weet iemand...

Volgens mij hadden we dat toch echt afgesproken met elkaar dat die evaluatie op tijd zou komen om op tijd… De voorzitter: Mevrouw Van der Linden, dat is iets politieks. Mevrouw Van der Linden: Oké, vraag ik het straks aan de wethouder.

De voorzitter: Dus als u dat wil bewaren voor zo meteen. Daar kunnen de heren aan de overkant niet zo heel veel aan doen. Gaat u verder. De heer Van Ingen: Deze inzamelcontracten worden dus met twee jaar verlengd, die zijn met twee jaar verlengd. Maar hierbij geldt, heel belangrijk, dat elk moment kunnen we ze, wat PreZero betreft, stoppen. Dus er is geen enkele reden voor PreZero om dit langer vol te houden. Zij willen ervan af. Dat is even een belangrijk iets om te beseffen en dat is ook de inhoudelijke motivatie waarom het college eerder besloot om niet mee te doen aan een eventuele aanbesteding. De markt zegt namelijk… Op de markt is… Eigenlijk de belangrijkste speler op deze markt voor inzameling van afval bij huishoudens is Renewi - en de andere grote is PreZero. Dat zijn de twee grote inzamelaars. Er zijn nog wat kleinere spelers, maar eigenlijk zeggen ze en masse: wij hebben geen trek meer in aanbestedingen als we niet ook aan allerlei voorwaarden ook onze zin krijgen, waaronder dat ze ook de grondstoffen willen krijgen die erachter zitten. Nou dat is hier geen optie. En we zien dat het aantal inschrijvers op deze inzamelbestekken, inzamelaanbestedingen, ontzettend terugloopt. Dat is een landelijk verschijnsel. Alleen al in de provincie Utrecht zitten er nu tien gemeentes met dit probleem dat ze gewoon even niet weten wie het over een aantal jaar moet gaan doen.

En hierin zijn wij een van de gemeentes die het meest vooruitloopt. Dat doen we uiteraard in nauw contact met de AVU. De AVU heeft ook deze aanbesteding voor ons verzorgd, maar de AVU heeft dus ook de marktconsultatie gehouden waarin zij hebben geconcludeerd: de markt heeft er geen zin meer in. Dat over dat uiterst belangrijke inzamelcontract. De andere contracten, grote contracten, restafval, dat is aanbesteed door de AVU. Looptijd, de basis looptijd van het contract is tot eind ‘26. Als wij eerder weg zouden willen, dan is het nog onzeker of we daar zonder kleerscheuren uit komen. Dat is namelijk wel een contract zonder hoeveelheidsverplichting, maar er zit wel exclusiviteit op dat afval. Met andere woorden: we kunnen niet zomaar zeggen als gemeente Eemnes, nu gaan we even bij ik-weet-niet-wie. We hebben exclusiviteit op dit contract. Dus dat is nog onderwerp van discussie en dat moet onderdeel uitmaken van het grotere plaatje van de scenarioschetsen die worden gemaakt, of we daar zonder kleerscheuren vanaf komen. Maar één ding is zeker: eind ’26 kunnen we daar zonder kleerscheuren vanaf. Dat is de basis looptijd en we kunnen hem ook nog een of twee keer verlengen met elk twee jaar. Grof restafval idem. En dit zijn twee uiterst dure contracten. Gft zit hier ook bij. Ik zie dat ik die verzuimd heb erbij te zetten, maar dat heeft exact dezelfde looptijden.

Papier en karton en glas idem. Ook eind ‘26 kunnen we daarvan af. Het recyclestation van Baarn, dat is een overeenkomst die jaarlijks wordt verlengd, maar die kunnen we met inachtname van een negen maanden opzegtermijn, ik heb het tussen haakjes erachter gezet, kan die opgezegd worden. Dus daar kunnen we sowieso zonder ontvlechtingskosten vanaf. Dan zijn er nog wat kleine verwerkingscontracten van recyclebare stromen. Maar daar zitten we voor de rest zit daar geen… Zitten daar wel contracten onder, maar die zullen nooit een kickback hebben op ons als gemeente. Waarom niet? Omdat wij gebruikmaken van het recyclestation van Baarn, maar wij kunnen daar gewoon met inachtname van die negen maanden vanaf zonder dat dat kosten met zich meebrengt. Dus dat is op zich een goede uitgangspositie. Dan hebben we bij nummer 8 ons kringloopcentrum, waar het tot mijn genoegen altijd druk is. Daar is een contract mee, dat moet ik ook vermelden, voor het inzamelen van recyclegoed. Dus daar wordt een heleboel duur, grof restafval voorkomen, omdat het gewoon nog een nieuw leven krijgt. Ik heb het nog even erbij genoemd, textiel, daar heb ik geen contract van kunnen vinden, maar het wordt wel ingezameld door Kleurrijk. Dat levert ook een belangrijke bijdrage aan het renderen van Kleurrijk.

De textielmarkt ligt nu, zoals u afgelopen zaterdag op de voorpagina van het FD heeft kunnen lezen, net zoals de plasticrecyclemarkt echt op zijn gat. Het zijn echt hele slechte tijden. Los daarvan, het wordt nu door Kleurrijk ingezameld. Dan zijn er nog wat kleine beheerscontracten. Ondergrondse containers, levering van minicontainers, waar we eigenlijk ook zonder kleerscheuren vanaf kunnen. Dat is even de toelichting op de contractsituatie.

De voorzitter: Mijnheer Van den Brink. De heer Van den Brink: Een klein vraagje: de PMD, waar gaat die heen? De heer Van Ingen: De PMD gaat naar de overslaglocatie. Fysiek gaat die naar… U bedoelt contractueel, neem ik aan? Die gaat naar Verpact, waar wij de deelnemersovereenkomst mee hebben. Dus dat is het driepartijenoverleg tussen Verpact, het verpakkende bedrijfsleven, de VNG en de gemeentes. Verpact is verantwoordelijk als verpakkend bedrijfsleven voor de kosten en voor het halen van die recycledoelstellingen. Dus daar gaat het heen. Daar kan ik nog wel wat over zeggen. Wij zijn natuurlijk een bronscheidende gemeente en wij zien door de jaren heen dat die vergoeding voor bronscheidende gemeenten elk jaar daalt. Dat heeft u ook kunnen lezen in de evaluatie, dat we, zie de gele lijn van PMD, daarin een beetje afkeur hadden, wat een dure grap was. Want wij kregen dus voor die afkeur én geen inzamelvergoeding van 200 zoveel euro, 245 euro per ton, én we kregen een kostenpost van 235 euro per ton. Dus dat is een aardige delta per ton, wat je dan qua afkeur hebt. Dat was 33, ergens in de 30.000 euro, heeft u kunnen lezen. De voorzitter: Ik zie de heer Van den Brink nog aanvullend. De heer Van den Brink: Als het van u mag, wil ik daar even iets dieper op ingaan, omdat het denk ik een interessante discussie is. Het heeft met bronscheiding en nascheiding te maken.

En ik begrijp nu dat we contractueel eigenlijk daar ook op twee verschillende sporen zitten. Want restafval gaat gewoon naar de AVU, is contract met de AVU en de rest is, PMD is Verpact. En dat zijn andere partijen. Als je nou zou willen, met een partij in zee zou willen gaan die aan nascheiding doet, waar kom je dan terecht? En kan dat zomaar? De heer Van Ingen: Ja, dat kan zomaar. En uw vraag komt nog aan de orde, want die vraag, welk beleid, dat is het hoofdpunt van vanavond. Die heeft alles te maken van de vraag: met wie? Dus dat is zeker heel belangrijk om daar verbanden tussen te onderscheiden. Dat is superbelangrijk. De voorzitter: Als u vervolgt. De heer Van Ingen: Frans heeft ons door het rapport heen geleid van Eemnes als succesvolle afvalscheider bij die bron. De evaluatie van de huidige situatie, een blik per afvalstroom, maar de verbeteropties: wat zit er nog in het vat? Die hebben we eigenlijk nog niet genoemd en die willen we toch nog even noemen. De heer Föllings: Ik heb straks al iets gezegd over, en dat is nog eens onderstreept door Jaap Jan, dat de kwaliteit van de PMD echt een aandachtspunt is. Daar zitten ook nu op dit moment, as we speak, zitten daar ook kosten tegenwoordig aan vast als de kwaliteit slecht is of matig.

Dus dat is wel echt een aandachtspuntje, denk ik, naar de toekomst toe, van: hoe kunnen we nou als gemeente zorgen dat mensen weten wat ze nou apart moeten houden in die PMD-container. Dat het echt om verpakkingsafval gaat, dat dat primair is en geen andere spullen erbij gooien. Want dat leidt tot schade. Dus de gemeente die heeft daar gewoon nadeel bij en daarmee dus de inwoners. Dat zou denk ik wel zeker een aanbeveling zijn om daar aandacht aan te besteden dat dat bij inwoners ook een beetje op het netvlies komt. Tweede is: we hebben… Een paar jaar geleden heeft de gemeente aanrechtbakjes ter beschikking gesteld voor groente, fruit en etensresten. En die bakjes, dat is wel interessant, want daar is een analyse gedaan van: wat zit er nou in dat restafval nog aan organisch materiaal? Die grafiek heeft Jaap Jan net laten zien. Die restfractie die erin zit is 10 procent. Dan denk je nou, 10 procent is ook niet veel. Maar op het moment dat die 10 procent van een hele grote stroom is - en dat is gft, dan praat je over meer dan 100 kilo per inwoner - dan praat je dus over meer dan 10 kilo wat gemiddeld toch nog bij dat restafval terechtkomt en niet in de groene container. Als je nou kijkt: wat is dat nou voor een

soort afval? Dan blijkt dat hoofdzakelijk keukenafval te zijn. En die keukenafval… Mensen vinden dat maar vies en dat is nat en waarom moeten we dat nou in die groene container gooien? Maar daar is echt wel wat voor te zeggen, want op het moment dat die verwerkers dat afval krijgen, dan springen ze gat in de lucht. Want bijna al die verwerkers tegenwoordig die hebben een installatie waarmee ze biogas produceren. Voor dat biogas is het gewoon een ideale grondstof. Daarnaast heb je dat er daarna nog vervolgens compost van wordt gemaakt. Dus dat is wel ook een interessant iets als inwoners zich dat realiseren. Dus die actie van die bakjes dat vond ik een hele goede actie en wellicht is die voor herhaling vatbaar. De voorzitter: De heer Schade over de bakjes? De heer Schade: Ja, voorzitter. Op het gevaar af dat u mij afkapt omdat het een vraag voor de wethouder is. Maar namens de 10-procent-gft-storters in het restafval vraag ik toch wel aandacht voor de mensen die op een appartement wonen, die wel een ondergrondse container hebben met een pasje van de gemeente om een grijze zak in te doen. Maar ik denk toch dat ik niet populair word als ik mijn afsnijdsels van de bloemkool over het balkon op de Braadkamp donder.

Dus ik denk dat die 10 procent voor een groot deel verklaard wordt door mensen die echt niet met hun groenafval - en niet alleen de bloemkool afsnijdsels, maar ook met de bloemen die uitgebloeid uit de vaas gehaald worden. De voorzitter: En de spaghettisaus. De heer Schade: Die zal ik nooit bij de gft doen, voorzitter. Maar dus ik zou niet weten waar ik met mijn groenafval heen moet. Dank u wel. De voorzitter: Ik denk dat de clou is: is er rekening gehouden dat er ook mensen zijn die niet een dergelijke bak hebben? De heer Föllings: In de analyse is gewoon echt naar de cijfers gekeken natuurlijk. Ik denk wat hier in hoogbouw is ongeveer 700 inwoners alles bij elkaar. Dus ik weet ook niet… Als je nou kijkt op de 10.000 is dat toch best behoorlijk, hè? Dus zeker praat je over een orde 6 procent van de inwoners. Een goede opmerking. Ja. Even kijken. Textielinzameling, daar hebben we net al over gehad. Dat is echt, denk ik, ook een punt voor een vervolg om te kijken: waar komt dat nou door? Een beetje proberen daar zicht op te krijgen. De heer Defferding: Voorzitter. De heer Föllings: Dan is er een puntje wat, zeker… De voorzitter: Ik zie de heer Defferding op dit punt nog. De heer Defferding: Over die textiel hè, want dat kwam net ook in dat contractenlijstje naar voren dat voor textiel onbekend is hoe dat geregeld is.

Zit daar een causaal verband in? Dat ons textiel slecht wordt opgehaald of dat die getallen zo laag zijn en dat we dat wellicht gewoon überhaupt niet geregeld hebben in ons dorp? De heer Föllings: Jawel, want Kleurrijk die haalt textiel, daar kun je de textiel… Die haalt het textiel op en je kunt het er brengen. Maar hoe iets functioneert, daar moet ik echt het antwoord op schuldig blijven. De heer Van Ingen: Het wordt ook op een manier ingezameld die eigenlijk volgens de laatste inzichten in de branche dé manier is om afval in te zamelen, namelijk met handloscontainers. U ziet er hiervoor een staan.

Dat is dé manier om afval in te zamelen, want de ledigingslag, het woord zegt het al, handloscontainers, ze worden met de hand gelost. Dat betekent dus dat de lediging, de eerste lediging, is gelijk al een, zoals we dat dan noemen, decontaminatieslag. Met andere woorden: de mensen die dat ledigen, voelen gelijk of dat een zak kleding is of afval. Daar zit eigenlijk dan ook al geen vervuiling meer in. Die staan op verschillende plaatsen in de gemeente. Dus we moeten er echt nog in verder in duiken hoe dat nou komt dat we daar zoveel textiel nog in ons restafval aantreffen. De heer Defferding: Ja, want dat zou dan ook mijn vervolgvraag zijn: wat is dan de verklaring daarvoor? Maar die hebben we nog niet. De heer Van Ingen: We tasten nog een beetje in het duister. De heer Föllings: Daarom staat die hier ook op de aanbevelingen als een vervolgactie voortvloeiend uit het onderzoek. Dat is waarom ik ook… De voorzitter: Ik zie nu eerst mevrouw Wiering nog. Mevrouw Wiering: Dank u wel voorzitter. Als ik naar mij persoonlijk kijk over textiel. Als je hoort over textielinzameling, wordt altijd de nadruk gelegd op hergebruik en dat het verkocht kan worden, of bij Kleurrijk of wat dan ook. Mij is persoonlijk nooit duidelijk dat ik daar ook maar even plat gezegd mijn oude zooi met gaten, vlekken en weet ik veel wat in de textielcontainer kan doen.

Want dan denk ik: daar zitten mensen die moeten dat gaan uitzoeken en nou: dat kan weg, dat kan weg, dat kan weg. Maar dat is dus kennelijk wel de bedoeling. De heer Föllings: Ja. Mevrouw Wiering: Maar ik zal niet enige zijn die er over denkt. De voorzitter: U slaat precies de spijker op zijn kop, mevrouw Wiering. De heer Föllings: Dat is een... Dat heeft ook met een stukje informatieoverdracht naar inwoners te maken. Op het moment dat er een gat in zit of u hebt… Want dat is ook iets wat in de loop der jaren is veranderd: gordijnen kunnen gewoon bij de textiel. U moet zich voorstellen dat als je nu tegenwoordig een nieuwe auto koopt, daar zit iets van 20 procent verwerkt textiel in die nieuwe auto. Die hoedenplank is van geflusht textiel gemaakt, de geluidsisolatie in die auto is van textiel gemaakt, dus daar wordt daar wordt van alles mee gedaan. Daar heb je wel een cascadering in. Je hebt dus kleding die echt herdraagbaar is. Maar een belangrijk deel van het textiel is niet herdraagbaar, maar er gebeurt wel iets mee. Iets lager op de ladder van wat eigenlijk zou willen, maar het is zeker niet zo dat dat allemaal wordt verbrand. Mevrouw Wiering: Dus moet er duidelijker gecommuniceerd worden dat je oude zooi aan textiel ook in die container mag doen.

De heer Van Ingen: Als ik daar nog iets aan toe mag voegen, heel kort, dat is dat hierin ook kringloopbedrijven in zijn algemeenheid en gemeentes en andere textielverwerkers verschillende belangen hebben. Kringloopbedrijven richten zich vooral op het herdraagbare goed. Die zitten niet per se te wachten op een iets met een gat erin. Zij willen de spullen die ze schoon gelijk in het rek kunnen hangen en dan gelijk het weer kunnen verkopen. Terwijl, gemeentes willen gewoon maximale circulaire doelstellingen. Juist ook voor die

gordijnen met gaten erin, want die zien we namelijk nog terug in een auto. Dus daar zitten ook verschillende belangen in. Niet elk kringloopbedrijf heeft het belang om die gordijnen ook, om dat te roepen. Mevrouw Wiering: Ik hoor wat u zegt en dat is heel duidelijk. Maar als ik hier naar de kledingcontainer ga, wat staat er op? Kleurrijk. Ja. Dat betekent voor mij één ding. Die willen het doorverkopen. Dus mijn oude zooi gaat er niet in. De voorzitter: Uw punt is helder. Ik zag mevrouw Van der Linde nog, of was dit overlapping? Mevrouw Van der Linde: Ik had exact dezelfde vraag. De voorzitter: Ja, snap ik. Mevrouw Van der Linde: Het enige wat ik er nog aan toe kan voegen: misschien hebben we dan nog iets van oude voddenbak ergens nodig. Want inderdaad, ik doe precies hetzelfde. De voorzitter: Ik ook hoor. Eén zak kringloop, één zak kliko. Maar goed, dat mag dus niet. Gaat u verder. De heer Föllings: Nou heb ik nog twee puntjes eventjes voor de aanbevelingen. Als je kijkt naar hoe de berekening plaatsvindt over het grof afval wat naar het milieubrengstation gaat in Baarn en je kijkt naar het afval wat ingezameld wordt door Kleurrijk, dan blijkt uit de analyse: dat is eigenlijk hetzelfde afval. Dus op een gegeven moment zit daar ergens een beetje overlap in.

Dat betekent dat de manier waarop wordt berekend door Baarn hoeveel grof afval wordt door de inwoners van Eemnes gebracht, dat dat eigenlijk een beetje aan de hoge kant is. Dan druk ik me nu voorzichtig uit. In werkelijkheid zou dat eigenlijk gecorrigeerd moeten worden met het grof afval dat door Kleurrijk wordt ingezameld. Dat is een uitwerkingsvraagstuk, net zoals bij textiel is ons advies van: probeer dat even in kaart te brengen en ga het gesprek aan met het recyclecentrum om te kijken: wat betekent dat nou voor de hoeveelheid en de rekening die we krijgen? En dan de laatste aanbeveling is, als je nou naar de kosten kijkt, we hebben het nog niet over echte kosten gehad, we hebben het over afvalstoffentarieven gehad. Overigens, mevrouw Riemens, u had helemaal gelijk. Ik heb het even nagekeken. Er is voor de diftar-gemeentes gewerkt met het vastrecht en niet met een aantal ledigingen. Dus in werkelijkheid had dat een beetje omhoog moeten worden gekrikt. Heel goed. Wat je nou kunt doen om te kijken naar: waar kunnen we nou op een gegeven moment de kosten naar beneden krijgen voor de inwoners? Dan is ons advies: ga het zoeken in de schaalvergroting. Kun je samenwerken met een partij die de inzameling gaat doen die op een wat grotere schaal die inzameling doet, inzamelmiddelen verzorgt, overhead heeft die zeg maar over meerdere gemeentes uitgesmeerd kan worden, enzovoort.

Dus schaalvoordelen proberen binnen te halen om daarmee de kosten voor de inwoners te drukken. Dat is de laatste aanbeveling in ieder geval van ons onderzoek. De voorzitter: Ja, mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde: Dus met schaalvergroting bedoelt u dan eigenlijk wat u aan het begin van de presentatie zei, dat die afvalbedrijven als PreZero willen ook de grondstoffen hebben? Bedoelt u in de keten die schaalvergroting of bedoelt u ga met meerdere gemeentes samenwerken? De heer Föllings: Dat laatste.

Mevrouw Van der Linde: Oké. Nog een ander vraagje: is het u ook bekend - en ik weet niet of we hier eigenlijk al eens over gehad hebben - dat de laatste twee jaar geloof ik, met PreZero, ik geloof doordat ze een andere auto hebben, dat al die deksels nu… Of niet deksels, maar die randen van die vuilnisbakken kapotgaan? De heer Föllings: Nee, dat zegt mij niks. Mevrouw Van der Linde: Ja. Ik zie het. De heer Van Ingen: Ja. Er is mij iets van ter ore gekomen dat er een periode is geweest dat wij matige kwaliteit minicontainers geleverd hebben gekregen. Dat ging vooral om restafvalcontainers, als ik het goed zeg. Daar zit ook het meeste… Restafval gft, daar zitten ook de meeste kilo’s in. Maar corrigeert u me als u andere waarnemingen hebt. Mevrouw Van der Linde: Ik heb het zelf. Ik heb mijn bakken al jaren, vanaf gewoon zolang we er wonen. Of tenminste dan PMD sinds we ze in Eemnes hebben gekregen. Nooit iets aan de hand gehad, ineens afgelopen jaar rand kapot. Daarvoor nooit problemen gehad. Dus echt de PMD-bak. Het is echt de soort auto geloof ik. Ik heb er al meer mensen over gehoord. De heer Van Ingen: Nee, dat is mij niet... Maar dat neem ik graag aan ter lering. Zal ik dan verder gaan met de algemene presentatie? Dit waren de vijf zaken die wij willen hebben. De verbeteropties hebben we gehad. Nummer 5 is best een hele spannende vraag. Nummer 5. Sorry.

Ik zal hem ook even noemen. Dat is de vraag: met wie? Want 01-01-‘27 moeten we wel wat hebben. Dat is niet meer het… Vanavond gaat het in de eerste plaats om het beleid. We beginnen met het beleid, dat is het hoofdpunt, maar we kunnen het beleid niet los zien van de vraag: met wie? Andersom ook we kunnen de vraag ‘met wie?’, die we op 01-01-‘27 beantwoord moeten hebben, niet los zien van het beleid wat we willen. Hé dat is gek. Ik heb een andere sheet voor mijn neus dan de beamer, dus dat is een beetje vreemd. De voorzitter: De beamer is denk ik blijven hangen. De heer Van Ingen: Dat is wel apart. Ik wilde deze laten zien. Ik snap nu ook de vraag van: wat is 5? Excuus voor de verwarring. Ik zag hele andere dingen voor mijn neus dan het scherm liet zien, het grote scherm liet zien. Nummer 5, de spannende vraag ‘met wie?’. Zoals ik net zei, die kunnen we niet los zien van het beleid wat we hebben en ook niet het beleid wat we ambiëren. Het is wel heel zuiver om die vanuit het beleid aan te vliegen, want dat beleid zorgt voor die resultaten. Wij kunnen echt een stempel drukken op die scheidingsresultaten met dat afvalbeleid. Een hele kleine aanvulling nog daarop wilde ik ook nog maken. Dat is dat we niet alleen dat restafval eens in de vier weken inzamelen, maar dat het ook nog gaat om 180 liter minicontainers, in heel veel gevallen.

Inmiddels heeft een derde van de laagbouw huishoudens een 180 liter minicontainer, in de volksmond een kliko, maar die heeft een afgeslankte versie van 180 liter en dan nog steeds eens in de vier weken ledigen. Met andere woorden: wij hebben echt een keurig scheidend Eemnes die daar goed mee kan leven. Dat is best wel speciaal. Dus de kern van dat succesvolle afvalbeleid: een hoge service voor die recyclebare grondstoffen en een wat mindere service, wat minder ruimte, wat minder comfort voor het restafval, wat duur is en wat in de toekomst alleen maar duurder gaat worden. Een aantal punten zal ik even heel kort noemen, anders ga ik zaken herhalen. Dus nummer 2 sla ik over. Restafval zit echt in de buurt van die kopgroep van gemeentes. Dat hebben we ook gezien. Er zit nog steeds potentieel, er is nog steeds verbeterpotentieel. Frans heeft dat net toegelicht. De kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen is prima, behalve dan bij PMD. Maar schrale troost is dat er nog steeds legio gemeenten zijn die het nog veel slechter hebben, die veel meer afkeur hebben. En dan bedoel ik bronscheidingsgemeentes. Een

scheidingsrendement van 78, het laatste jaar zelfs 80 procent is gewoon heel netjes. Zeker omdat wij, niet oneerbiedig bedoeld, omdat wij niet paardenmiddelen zoals diftar inzetten. Die zeker wel effectief zijn, maar waaraan onmiskenbaar ook wel echt nadelen zitten in de vervuiling van grondstoffenstromen, PMD, papier en gft. En zoals genoemd, de afvalstoffenheffing is aan de hoge kant, maar we zijn relatief gezien aan het dalen ten opzichte van de andere gemeenten in de provincie. Die kwaliteit van het PMD is belangrijk. Ik noemde net al iets over die vergoeding. Ik had net al kort toegelicht wat die afkeur ons kost. 21 procent afkeur in 2023, dan zit je zo op een kostenpost van 36.000 euro. Dat gaat dus over de situatie dat wij een bronscheidingsgemeente zijn, wij scheiden het afval bij de bron. En de discussie bron- of nascheiding, die spitst zich toe op PMD. Dus nascheiding dat resoneert soms als alles in één bak. Welnee, dat gaat echt over dat PMD. Dat is heel belangrijk om te beseffen. Dat gft daar valt nog steeds in te verbeteren, dat werd ons toegeworpen. Nog veel textiel en de kostenreductie moeten we onderzoeken en een goede kostenanalyse. De voorzitter: Aanvullend CDA, de heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Dank u wel voorzitter. Dat PMD is een probleem aan het worden, zeg ik maar heel even als ik de getallen zo zie.

We hebben het beter gedaan, dan wel het is minder streng gecontroleerd in het verleden. Nu leidt het tot afkeur. Wij zijn een bronscheider. Wat ik niet begrijp is dat PMD afgekeurd wordt als er ook zoveel sorteerstations van PMD zijn. En waarom het dan naar de afvalverbranding gestuurd wordt en niet naar een sorteerstation van PMD. Want dat zou dan voorkomen dat het afgekeurd wordt en alsnog op een juiste manier verwerkt kunnen worden. En dan zou je denk ik veel minder kwijt zijn aan boetes. De heer Van Ingen: Dat klopt. PMD wordt natuurlijk ingezameld met als doel zoveel mogelijk recycling. In de laatste aanbestedingen voor restafval, waarin nascheiding wordt geëist - dus in de aanbestedingen van nascheidingsgemeenten wordt ook vaak gevraagd aan inschrijvers, of geëist zelfs - of zij alsjeblieft niet ook dat afgekeurde PMD kunnen verwerken, zodat dat niet duur verbrand moet worden, maar dat dat alsnog weer een sorteerslag krijgt. Maar de kern is wel: het afgekeurde PMD voldoet niet aan de specs, aan de specificatie die het verpakkende bedrijfsleven heeft afgesproken. En dat moment wordt bepaald op de overslaglocatie. In ons geval is dat Amersfoort, ROVA, waar het inzamelvoertuig wordt geledigd en waar gewoon wordt geconstateerd dat er meer dan 15 procent vervuiling in zit van niet verpakkingsstromen. En dan wordt er gewoon een afkeur gemeld.

Dus dat is het moment en dan valt die beslissing dat het afval is. De heer Van Schaik: Wat ik dus zeg, is dat eigenlijk te simpel wordt geredeneerd op dat moment. Want oké, het is afgekeurd, we krijgen er geen vergoeding voor. Zou ook een situatie kunnen zijn. En dat het dan naar een nascheider gaat voor het verder uitsorteren van het PMD, zou een hele logische stap zijn. Wat dan toch nog leidt tot grondstoffen, misschien maar 80 procent van die 100 procent die we gestort hebben, omdat dan hard plastic eruit is of de PE’s eruit zijn gehaald of noem maar op. Dat is een keuze, denk ik, van de afvalverwerker om het dubbel te berekenen. Eén, geen vergoeding geven en twee, een boete erbovenop. Misschien zou het vriendelijker kunnen, zou ik willen zeggen. De heer Van Ingen: Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat er hier geen sprake is van een krachtenveld tussen het verpakkende bedrijfsleven, dat de afgelopen jaren zeker wel wat extra gekieteld moest worden om haar verantwoordelijkheid te nemen om de gescheiden inzameling en verwerking van PMD ter hand te nemen. Datzelfde verhaal hebben we ook gezien bij de uitrol van statiegeld. Daarin heeft het bedrijfsleven nu ook een enorme dwangsom aan de broek om dat nu grootschalig uit te rollen. Dat is een heel kostbaar middel, maar wel effectief. En nu gaat dat ook in de nabije toekomst waarschijnlijk heel grootschalig uitgerold worden.

Maar uw punt is mij ook duidelijk dat het onderdeel is van een krachtenveld en dat krachtenveld wil ik nog één dingetje over zeggen. Dat is dat die vergoeding jaar na jaar voor bronscheidende gemeenten aan het dalen is.

En de vergoeding voor gemeentes die nascheiden, die richt zich ook niet op de nagescheiden tonnen PMD die uit het restafval komen, maar die richt zich op de totale hoeveelheid restafval en vergoeding per ton en die is elk jaar stapje voor stapje aan het stijgen. Dus dat is voor een volgende sessie, maar dat is een heel belangrijk onderdeel. De vergoeding voor bronscheidende gemeenten voor het nagescheiden PMD is aan het dalen. We begonnen ooit in 2010 voor 700 zoveel euro per ton en we zitten nu op 245. Dat is de bronscheidingsvergoeding voor een ton PMD en een nascheidingsvergoeding die richt zich op de hoeveelheid restafval per ton die is aan het stijgen en die zit nu rond de 15 euro per ton restafval. Het lijkt wel alsof het bedrijfsleven wil zeggen met de vergoedingenstructuur: we vinden het niet erg als jullie gaan nascheiden. Maar dat is iets voor een vervolg. De voorzitter: Gaat u verder graag, want ik denk dat iedereen met smart zit te wachten op de toekomst, dus puntje 4 in mijn presentatie. De heer Van Ingen: De opties voor de toekomst. Wat Frans al had toegelicht: het verdere verbeteren. Er zijn gewoon nog handelingsperspectieven, we hebben nog handelingsperspectief om er meer uit te halen voor Eemnes. Nascheiden is ook een optie als we dat zouden willen. Er zijn in de provincie Utrecht gemeentes die dat doen, dat zijn wel de meest verstedelijkte gemeentes.

Nascheiden is… Eigenlijk wordt door Nederland dat in de eerste plaats gezien, maar zeker niet alleen, door zwaar verstedelijkte gebieden, waarbij het heel lastig is om in de fysieke ruimte PMD apart in te zamelen. Maar het zijn zeker niet meer alleen verstedelijkte gebieden die dat doen. Het zijn ook… Zojuist heeft… Enige tijd geleden heeft het Gooi, onze westelijke buurman - kom ik zo op - die heeft ook besloten dat er vanaf 01-07-’26 nagescheiden gaat worden. Dus dat is zeker niet de meest verstedelijkte regio van Nederland en er wordt wel gekozen voor nascheiding. Zo zijn er meer gemeentes in Nederland die ook voor een stuk comfort kiezen. En dat mag zeker ook een factor zijn in het inzamelen van afval. De voorzitter: Ik zie de heer De Zeeuw, aanvullende vraag. De heer De Zeeuw: Ik vind het raar. U brengt het als een keuzemogelijkheid, maar we hebben zo links en rechts gelezen dat het de enige mogelijkheid nog is, nascheiding. Voorscheiding mag niet meer, want we hebben geen… We kunnen niet meer vinden. Dus waarom is dat nog een optie als we die richting óf tegen diftar, óf tegen die… De heer Van Ingen: Ik zie het zelf nog steeds als keuze. Zeker omdat wij het zo goed als bronscheidingsgemeente doen, kunnen wij er, vanuit de inhoud zeg ik dan, open in staan of wij kiezen voor bronscheiding of nascheiding. Er zit heel veel... Het is een enorm krachtenveld.

Het heeft het afgelopen halfjaar ook niet veel gescheeld of gemeentes hadden massaal hun deelnemersovereenkomst opgezegd. Een heel aantal gemeentes hebben dat al gedaan. Die zagen die oplopende kosten aan de inzamelkant van PMD, die zagen de afkeur toenemen, die dachten van: we gaan daar helemaal mee stoppen. We gaan alleen maar nascheiden of we stoppen ermee, want die kosten zijn op het bordje van de gemeente. De afkeurkosten lopen op. Daar valt veel voor te zeggen, maar zoals de gemeente Eemnes nu presteert, is het voor ons zeker een keuze om te doen. En daarin spelen kosten een rol, maar ook een stukje comfort. Een vierde minicontainer in een mooie voortuin, daar kunnen we ook wat van vinden. Maar dat oordeel laat ik… Ik ben natuurlijk neutraal, maar voor een goed presterende gemeente als Eemnes valt er echt wat te kiezen. De heer De Zeeuw: Nogmaals, we horen dat het niet meer in de markt kan, de markt doet het niet meer.

De heer Föllings: Even. U heeft heel goed begrepen dat de markt die zamelt niet meer in, maar er zijn nog heel veel overheidsgedomineerde bedrijven die keurig inzamelen. En de één die kiest voor nascheiden en de ander die kiest juist voor diftar of omgekeerd inzamelen. Dus de partner die je kiest in overheidsland, die is nu - en dat is ook het punt wat Jaap Jan net probeerde te maken - je kunt nu langzamerhand niet meer loskoppelen van deze discussie. Dus de partner die je kiest, bepaalt of je gaat nascheiden of dat je diftar kunt toepassen of niet. Maar die keuze is er wel, want je hebt heel veel potentiële partijen in Nederland die overheidsgedomineerd zijn en een andere keuze hebben gemaakt in het verleden met hun techniek. De voorzitter: Uw batterij van uw microfoon denk ik niet meer helemaal optimaal is. Ik denk dat u als u het woord wilt, dat u even de microfoon met elkaar uit moet wisselen alstublieft. Want het was een beetje… Onder water klonk het, zeg maar. Excuses. De heer Van Ingen: Het nascheiden dat heb ik net proberen toe te lichten. Nascheiden: het PMD komt bij het restafval. Het associeert met ‘alles in één bak’, maar nogmaals, sorry voor de herhaling: het gaat om het rest… Het gaat om het PMD. Het derde punt is diftar. Een gevreesd woord, een gedifferentieerd tarief.

Volgens mij hoeft het woord zelf geen toelichting, maar de meest gebruikte is gewoon de frequentie volume frequentie. Met andere woorden: je besluit dat je de minicontainer aan de weg zet en je krijgt een tik en aan het eind van het jaar de afrekening. Dus je kan wel gedurende het hele jaar natuurlijk zien wat de afvalprestaties zijn, maar dan komt er wel een rekening van elke keer die container aan de weg. 7, 8, 9, soms 12 euro per lediging. En het is onmiskenbaar een succesvol systeem, maar er zitten ook onmiskenbaar serieuze problemen bij vervuiling van grondstoffenstromen, terwijl we daar nu nog eigenlijk redelijk goed mee scoren. PMD heeft afkeur, maar niet dramatisch slecht. Met andere woorden: wat is nou de sweet spot om in te zitten? Het is de vraag of dat diftar is. De vierde optie is bij meer dan 100 gemeentes van de 350 gemeentes al in implementatie of al geïmplementeerd. Dat is omgekeerd inzamelen. Ik weet niet of je daar bekend mee bent, maar dat is het restafval op afstand zetten en een hoge service voor de recyclebare stromen. En hoe ziet dat eruit? Het restafval gaat naar een ondergrondse container en daar moet je dan 10, 20, 50, 100 meter voor lopen met een zak. En voor de rest van de stromen zit er een minicontainer aan huis.

Dus dan heb je nog drie minicontainers aan huis bij de grondgebonden woningen en dan heb je dus een hele hoge servicegraad en dat leidt tot hele aardige scheidingsresultaten. Er zijn ook een heel aantal gemeentes die diftar combineren met omgekeerd inzamelen. En dan ga je nog weer beter scheiden. De voorzitter: De heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Ik zie het voor me aan de Meentweg en aan de Wakkerendijk, om de 100 meter een minicontainer in de grond. Nou, dat gaat denk ik niet lukken. En zeker ook heb ik gelezen dat oudere bewoners die 100 meter met een vuilniszak niet kunnen afleggen. En we gaan naar een steeds ouder wordende samenleving. Dus ik denk dat wij zowel diftar als het omgekeerd inzamelen kunnen vergeten. De voorzitter: Maar goed, ik ga zo meteen nog het woord, als wij voordat het rondje begint het woord aan de wethouder geven, die dan even goed nog een beetje aanstipt dat het vandaag om een evaluatie gaat. Het moment wanneer we dus keuzes gaan doen, die komt nog. Daar geef ik graag zo meteen het woord aan de wethouder voor. Dus als u wil verdergaan met uw presentatie. De heer Van Ingen: Inderdaad zijn dit wel de meest gebruikte bezwaren, de meest gehoorde bezwaren bij omgekeerd inzamelen, de loopafstand naar ondergrondse container. Maar zolang er nog geen diftar is, is er dus ook geen prikkel om die restafvalzakken heel zwaar te maken.

Met andere woorden, je kan zelf bepalen wanneer je die zak naar de ondergrondse containers brengt. Dus er zijn mensen die dat niet meer kunnen,

maar als je dat niet meer kan, dan kan er heel veel niet meer. Dat wil ik maar zeggen. Dus de problemen worden soms ook een beetje uitvergroot, maar ik besef wel dat het voor echt seniore mensen die hulpbehoevend zijn, een probleem kan worden. Maar het is onmiskenbaar een succesvol systeem dat mét of zonder diftar geïmplementeerd kan worden. Nogmaals de herhaling. De keuze voor het type afvalbeleid is onlosmakelijk verbonden met de vraag ‘met wie?’. Wij zijn gemeentes Eemnes en regionale partners doen ertoe. We kunnen natuurlijk een analyse maken van wat er in Nederland te krijgen is, maar het gaat er natuurlijk bij ons om: wie kan er iets voor Eemnes betekenen? En de marktconsultatie van AVU, waarover u eerder bent bericht, heeft een uitvraag gedaan aan de marktpartijen. Zouden jullie nog inschrijven op een aanbesteding? Nou dat zouden ze… De conclusie was dat dat niet meer ging. Maar ze hebben ook gekeken naar: welke publieke inzamelorganisaties zouden belangstelling hebben, slash zouden geschikt zijn om de afvalinzameling in de toekomst voor Eemnes te gaan verzorgen? Daaruit is eigenlijk een top twee, ik heb er zelf een top drie van gemaakt, want we kunnen het niet maken om iemand zomaar over te slaan.

Daar komt deze shortlist eigenlijk uit van: what’s in it for Eemnes? Wat is er te koop voor Eemnes? In de publieke markt van afval inzamelen, dus overheidsgedomineerde bedrijven. In de eerste plaats GAD. Dat is een degelijke nononsens inzamelaar actief ten westen van ons. De twee andere gemeentes van de BEL-combinatie zijn daar al bij aangesloten. Het besluit is ook gevallen daar om per 1 juli 2026 te gaan nascheiden. En het is belangrijk om te weten dat de besluiten bij GAD in principe centraal worden genomen. Dat is dus zo dat als we nu nog van alles op onze wensenlijst hebben, dat dat heel fijn is in de tijd van Sinterklaas, maar dat dat minder handig is als we van alles willen met afval. Want GAD is nu min of meer, dat is gewoon zeker dat die per 01-07-‘26 gaan nascheiden. Dus GAD is nascheiden, dat kunnen we wel zeggen. Tenzij wij er allemaal van overtuigd zijn dat wij de hele GAD-regio kunnen ompraten dat het toch bronscheiding moet worden, maar die kans schat ik niet groot in. Dat is ook een kracht. Het is een, je zou kunnen zeggen een… Negatief zou je het een keurslijf kunnen noemen, maar het is ook een kracht dat je natuurlijk in zo'n GAD gebied niet een hele lapjesdeken van verschillende soorten beleid hebt. En dat leidt tot een hele efficiënt werkende, no-nonsense organisatie die mooie prestaties levert, die efficiënt werkt.

Omdat de besluiten in het gebied worden genomen. Dat is over de GAD. De oostkant van ons, daar zit ROVA. ROVA is een hele grote publieke overheidsorganisatie. Het is een overheids-nv. Dus wat ik net vergat te vertellen van de GAD is dat het een gemeenschappelijke regeling is waar we lid van worden. En dat is iets wat alle deelnemers moeten… Die moeten daarmee instemmen. We zouden dan ook uit de AVU moeten. Al dit hele scenario wordt natuurlijk uitgezocht, maar we zouden ook lid moeten worden van de GAD. ROVA is daarentegen een overheids-nv en dat is met een aandelentransactie. Je koopt een bedrijf, je koopt een stukje bedrijf. Daardoor ga je werken met een dienstverleningsovereenkomst en daarin stem je af welke dienst je afneemt. ROVA fungeert nu al in Amersfoort als onze overslaglocatie. Zij hebben niet een - dat is een van de vele factoren die we natuurlijk mee moeten nemen in zo'n uitwerking van opties - zij hebben niet een milieustraat en recyclestation om de hoek. Dus ja, onze inwoners vragen om 25 kilometer te rijden naar Amersfoort voor een recyclestation, dat klinkt al niet handig. Maar ROVA is wel een ontzettend degelijke partij die tal van gemeentes bedient. En ik weet niet of u het plaatje van Frans nog voor u heeft van al die goed afvalscheidende gemeentes. Daar zaten heel veel ROVA-gemeentes bij die echt de hoogste scheidingspercentages hebben.

ROVA is gewoon een ster in dienstverlening en diftar uitrollen. Daarin zijn ze echt een hele degelijk à la carte-restaurant, want we kunnen zelf echt kiezen wat we willen. En een voorbeeld daarvan is ook Bunschoten die eerst koos voor diftar en die dat weer losliet en die later ook voor nascheiding koos. Ja, het kan allemaal bij de ROVA, zolang je maar betaalt. RMN is ten zuiden van ons actief. Zes gemeentes die hebben onmiskenbaar een ingewikkelde tijd achter de rug met de interne organisatie, maar het is niet zo dat we die helemaal over moeten slaan in een analyse om te kijken wie voor ons geschikt zou zijn, omdat het gewoon een hele heel belangrijk besluit is met verstrekkende gevolgen voor de lange termijn. De beleidsvrijheid en het kostenaspect, dat zijn zaken waarin we een optie-uitwerking maken. Dat was eigenlijk wat we aan u wilden vertellen als blik naar de toekomst.

De voorzitter: Nou, mijnheer Van den Brink, ik wou eigenlijk eerst… Of u moet echt over dit laatste punt nog een aanvullende vraag hebben. De heer Van den Brink: U had het over een shortlist van de AVU, dat waren er twee. Waren dat dan de twee Utrechtse en stond GAD niet op hun shortlist? De heer Van Ingen: Nee, de shortlist die uit de marktconsultatie van AVU kwam, die was GAD en ROVA. De heer Van den Brink: O, daar zat RMN niet bij. De heer Van Ingen: Klopt. De heer Van den Brink: En is er ook nog gekeken naar het noorden, naar Almere? Hoe doen die het? De heer Van Ingen: Zelf. De heer Van den Brink: Doet de gemeente het? De heer Van Ingen: En die hebben we niet specifiek… Er is wel één voorbeeld in de provincie Utrecht, waarin een gemeente voor de andere gemeente, ik dacht Woerden en Oudewater dat die nu iets samen gaan doen. Maar dat zien we hier niet als optie. De heer Van den Brink: Dat is ook ver weg. Oké bedankt. De voorzitter: Goed. Dan dank ik u in ieder geval tot zover voor de presentatie. En zoals gezegd zou ik nu even het woord willen geven aan de portefeuillehouder, zodat die even goed kan aanstippen wat vanavond nu voorligt en wat het verdere proces is en welke stappen daar nog in volgen. Dus aan u het woord, mijnheer Ten Have. De heer Ten Have: Dank u voorzitter. Sorry voor mijn stem. Komt wat griep doorheen, maar dat terzijde. Dank aan beide heren.

Ik zat vanmiddag nog even te kijken. Exact twee jaar geleden zaten wij ook in deze zaal met de vorige evaluatie. Daar was de heer Föllings ook bij betrokken. Toen heb ik u beloofd om aan te geven: én we doen opnieuw een evaluatie, maar we kijken ook hoe ons systeem en hoe onze afvalverwerkingsprocedure ervoor staat en we ook kijken of er veranderingen mogelijk zijn. Ook gericht op de toekomst. En ik heb erbij aangegeven dat dat appels met appels vergelijken moet zijn, dus dat we met dezelfde grootheden gaan vergelijken. Dus het gaat over dienstverlening, het gaat over financiën, alles wat daar maar bij samenkomt. En op dat punt daar staan we nu. Dus er is nu een doorkijk gegeven van hoe we er als Eemnes voor staan. Daar mogen we hartstikke trots op zijn. Dat is ook best een punt van: als je dan toch een nieuwe tijd in stapt, kunnen we dat behouden? Nou we kijken links van ons, we kijken rechts van ons. Er is al genoemd de GAD, er is zat om daar zomaar met elkaar over in gesprek te gaan. Maar ik heb ook steeds gezegd: er zijn andere partijen, een ROVA en een RMN, die ook goede resultaten boeken. Dus laten we dat voor de komende tijd goed met elkaar uitzoeken en laten we heel goed die grootheden met elkaar vergelijken. Vandaar dat we deze evaluatie hiermee afsluiten. Er vallen nog een aantal stappen te zetten. Dat is ook duidelijk aangegeven.

Dat zit hem ook nog wel in de communicatie, dus dat punt hebben we hier ook nog eens extra genoteerd. Weet je nou wel of niet of een chipszak in een PMD-container mag, of hoe kunnen we nou nog duidelijker iets zeggen over de textiel? Dat is allemaal genoteerd en gaan we ook extra nog ons best voor doen. Maar dat neemt niet weg dat we voor de komende tijd gaan kijken van: wat is de toekomst van Eemnes? Er is veel in beweging en

als je hier even in duikt dan is het echt een enorme beweging, die wel echt een goede analyse vraagt. En ook qua tarieven dat we daar heel goed met elkaar naar kijken. Dat gaan we de komende maanden doen en dan is het plan om medio april u met een voorstel tegemoet te treden en u een aantal smaken voor te leggen. D4aar komt dan ook uiteindelijk de keuze terecht van goh, wat betekent dat? Gaan we met een ROVA, met een RMN, met de GAD of welk systeem dan daaronder ligt, gaan we daarmee verder? Dus goed dat het vanavond is aangestipt, maar ik denk dat het even als opwarmer moet worden gezien en dat we dan daarna in een vervolgstadium heel nadrukkelijk nog eens met elkaar gaan uitnutten en gaan uitdiscussiëren. Daar horen ook nog wel wat werkbezoeken bij, dus die staan ook nog voor de komende maanden, zodat we ook met elkaar een goed gevoel krijgen van: waar hebben het dan over? Hoe ziet dat er dan uit? Dus daar hoort dan het hele pakket bij. Dan komen we ergens in april ‘25 met elkaar opnieuw daarover te spreken. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik het rondje doen langs de commissie, waarbij ik wil aangeven dat het vanavond dan de evaluatie is en dat u van mij alle vragen daarover mag stellen over het proces. Maar ik wil een beetje waken dat we nu al in discussie gaan wat we gaan doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14933172/2