CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie Ruimte 02.10.2023

Commissie WenR 2 oktober 2023, gemeente eemnesBij agendapunt: Opening24.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE RUIMTE VAN EEMNES 2 oktober 2023

1.

Opening De voorzitter: Dames en heren, het is acht uur dus dan open ik bij deze de vergadering van de Commissie Ruimte van maandag 2 oktober. Van harte welkom mensen op de publieke tribune. Afvaardiging van college en de commissieleden. We hebben geen bericht van verhindering en daarmee zijn we compleet. Dan kom ik bij het eerste agendapunt.

2.

Vaststellen agenda De voorzitter: Dat is het vaststellen van de agenda. Ik neem aan dat die kan worden vastgesteld zoals die voorligt. Ik kijk even rond. Dat is het geval.

3.

Vaststellen besluitenlijst d.d. 11 september 2023 De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de besluitenlijst van de vorige commissievergadering van 11 september. Er zijn geen op- of aanmerkingen bij de griffier aangemeld, maar ik kijk nog eventjes rond. Dat blijft zo, dus die bij deze vastgesteld.

4.

Inventariseren spreekrecht De voorzitter: Dan kom ik bij de inventarisatie van het spreekrecht. Er hebben zich tot nu toe geen mensen aangemeld voor het spreekrecht. Ik kijk nog even de zaal in of er iemand denkt nou, nee ook niet het geval.

5.

Te bespreken onderwerpen De voorzitter: Dan kom ik bij de agendapunten die we gaan bespreken. 5.1 Groeidocument: op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort De voorzitter: Het eerste agendapunt voor vanavond is het Groeidocument op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied van regio Amersfoort. Daarvoor krijgen we als eerste een presentatie. Daarvoor is aanwezig mevrouw Blank van BVR en de heer Van der Stelt van het regiobureau Amersfoort. Dus ik wou aan u beide het woord geven voor de presentatie. De heer Van der Stelt: Goedenavond, Hilde gaat zo meteen de presentatie geven die wij in zes van de zeven raden houden en voor Provinciale Staten. Het zijn de zes van de zeven. Iedere raad doet het op zijn eigen manier. Iedere raad heeft zijn eigen mores. Wij zijn in Woudenberg geweest, in Leusden, Baarn kent het fenomeen wensen en bedenkingen niet. Die hebben dat met een raadsinformatiebrief gedaan. Vanavond zijn we in Eemnes. Amersfoort hebben we gepresenteerd, daar hebben ze morgen de formele wensen en bedenkingen. Woensdag Provinciale Staten, donderdag zitten we in Soest. Volgende week woensdag nog in Bunschoten, dan hebben we alle raden gehad. Ik heb een flink aantal van u bij gebiedsateliers gezien voor het Handelingsperspectief. Gedurende de wedstrijd is het wat complexer geworden dan dat wij bij aanvang dachten.

Dat komt door het Nationaal Programma Landelijk Gebied, dat moet uitmonden in een Utrechts programma landelijk gebied. Dat is heel erg normerend, kaderstellend. We zijn in gesprek met de provincie over hoe dit Handelingsperspectief zich verhoudt tot het UPLG, het Utrechts Programma Landelijk Gebied. Dat

is nog wel een dingetje. Daarover zijn we bestuurlijk in gesprek met de provincie. Goed om te weten in ieder geval even die context, dat we gewoon harde normen opgelegd krijgen vanuit Brussel, vanuit het Rijk en dat wordt doorgelegd via de provincie. Dat klinkt nogal als top down, terwijl we in het Handelingsperspectief nadrukkelijk hebben geprobeerd dat bottom up op te bouwen. Met drie gebiedsateliers in het Eemland, op de Utrechtse Heuvelrug en in de Gelderse Vallei en het afsluitende regionale atelier hier in Eemnes op 5 juni jongstleden. Na 5 juni is de wereld wel veranderd want het kabinet is gevallen. Er is geen landbouwakkoord. Dus we zijn eigenlijk ook allemaal in gespannen afwachting wat gaat het brengen straks de verkiezingen. Daarmee is het UPLG nog niet volledig uit de startblokken vanuit de provincie. Mijn advies is laten wij zorgen dat we het Handelingsperspectief rond het einde van het jaar vaststellen, zodat we ook tegen de provincie kunnen zeggen dit is de gewenste richting van de regio. Dat even als inleiding. René als je wil mag je aanvullen en anders gaat Hilde presenteren. Mevrouw Blank: Goed ben ik wel goed te verstaan? Meestal dans ik altijd een beetje voor het scherm maar nu zullen we het een beetje op deze manier moeten doen. Hilde Blank BVR. Wij begeleiden eigenlijk het regiobureau met het maken van het Handelingsperspectief.

Het Groeidocument wat u gekregen heeft, is natuurlijk een resultaat van een proces wat we hebben gedaan. Daar hebben we aan alle deelnemers van de regioateliers gevraagd, u kon schriftelijk reageren dat kon tot 7 september. We hebben nog met een aantal groepen apart gesproken om ook daar veel meer diepgang op te hebben. Want niet iedereen, niet alle vertegenwoordigers van de verschillende gebruikers van het buitengebied zijn op die ateliers aanwezig geweest. Om zeg maar dat complete palet te krijgen hebben we nog aparte gesprekken gevoerd en zoals Willem net zegt zijn we nu langs de raden. Eigenlijk vragen we aan iedereen hetzelfde. Eigenlijk echt om te zeggen het Groeidocument wat spreekt daarin aan? Wat niet? Zijn er suggesties voor verbetering? Zijn er dingen waarvan u zegt maar dat ontbreekt gewoon neem het alstublieft mee. Dat kunnen we nu echt nog goed meenemen. Er zullen straks natuurlijk keuzes gemaakt moeten worden, dat ligt ook een beetje politiek daar moeten we natuurlijk even naar kijken. Wat we heel erg fijn vinden als we goede voorbeelden uit het gebied hebben. Want een goed voorbeeld doet goed volgen. Dus dat is heel erg fijn want er moet best wel wat gebeuren in dat gebied. Ik ga met u even de presentatie door. Die houden we voor iedereen op eenzelfde manier.

Zoals u wellicht weet, hebben wij en dat is natuurlijk ook vanzelfsprekend door de hele ondergrond, de hele regio Amersfoort in beeld gebracht. De hele regio is inclusief Nijkerk en Barneveld, maar omdat zij meedoen met Foodvalley doen ze dus niet mee in dit Handelingsperspectief. Maar we stemmen wel onderling af, dus die gesprekken zijn er wel. Dat Handelingsperspectief, het woord zegt het eigenlijk al, ik zeg heel erg het is een perspectief wil je het doen naar de toekomst. Het handelen, wat moet je doen? Wie dan ook in dit gebied? U als raadsvertegenwoordiger maar ook andere partijen om dit echt ook tot die goede toekomst te krijgen. Soms is natuurlijk als je het hebt over landschap, over watersystemen, over natuurgebieden, dat is natuurlijk niet aan een grens gebonden. Dus die zaken die ook grensoverschrijdend zijn, zullen wij ook in beeld brengen. We hebben gezegd het is één buitengebied, maar het zijn eigenlijk drie hele karakteristieke landschappen. Wat is nu een buitengebied? je zou eigenlijk kunnen zeggen daar waar buiten de bebouwde kom eigenlijk het land letterlijk elkaar raakt, dat is het buitengebied. Ik heb al gezegd ik praat over drie onderscheidende karakteristieke landschappen, maar hoewel ze onderscheidend zijn hebben we allemaal te maken met dezelfde opgaves die op dit gebied afkomen.

Willem noemde het al, dat zijn autonome opgaves, maar dat zijn ook opgaves die je opgelegd krijgt door doelstellingen die ook van buiten komen. Het staat ook niet op zichzelf, want de regio Amersfoort Centraal heeft natuurlijk ook een integraal ontwikkelbeeld gemaakt. Dat is alweer even geleden ook bij u langs geweest. Dit is eigenlijk, ik noem het zo wel eens even in mijn taal, eigenlijk een verdieping en versterking om dit buitengebied ook wat extra onder de aandacht krijgen. Vaak gaat veel aandacht uit naar verstedelijking, naar mobiliteit. Buitengebied is minstens zo belangrijk, dus dat krijgt echt nu ook de aandacht die het verdient. Om die urgentie te duiden heb ik gezegd hoe ziet het gebied nu in elkaar? Als we kijken naar die autonome ontwikkelingen maar ook transitieopgaven, wat komt er allemaal in het gebied af? Om u daar een gevoel bij te geven en ik zeg wel vaker ga niet de blokjes tellen, het is echt om een soort indicatie te geven van wat komt er allemaal op zo'n gebied af? Met ook een soort conclusie dat allemaal naast elkaar verwezenlijken dat kan niet. We kunnen wel heel veel andere dingen. Want je kan

dingen combineren, je kan keuzes maken, je kan dingen vergroten, verkleinen. Dus wat dat betreft kan je prima werken aan een heel vitaal goed, toekomstig bestendig buitengebied. Maar daar moet je wel wat voor doen, dat gaat niet vanzelf. Vaak waar mensen wel eens voelen als het echt niet vanzelf gaat, ligt verrommeling noem ik het maar even op de loer en dat wil je niet. Je wil dat iedereen die in het buitengebied een rol en een onderneming heeft, of er plezier van heeft, dat op een goede manier kan doen. Dat hebben we gedaan met beeldende gebiedsateliers. Ik zei het net al even tegen de journalist, ik heb even je artikel gebruikt. Want toen we hier die avond hadden 5 juni toen was het ook wel duidelijk. Er zijn gewoon botsende belangen, maar iedereen moet bewegen want anders gaat het gewoon niet goed. En het is complex dat werd net al gezegd. Het gebiedsatelier, sommigen van u zijn daar geweest. Daar hebben we gewoon op verschillende manieren met elkaar zijn we daar in gesprek gegaan. Dit was het regioatelier in uw huis, waar ik ieder geval zelf hele positieve herinnering aan heb. Want het was een heftige, vurige avond, maar alles werd wel gewoon gezegd en dat hoort in zo’n gebiedsproces. We hebben u ook op andere manieren proberen te betrekken en weet ik niet of u daar ook gebruik van heeft gemaakt.

Maar op verschillende momenten hebben we een webinar georganiseerd, juist om de raden ook de staten, maar ook het AB van het Waterschap, goed mee te nemen in het hele verhaal. Eigenlijk ook alle aspecten die we zo tegenkomen de revue te laten passeren. Mocht u zeggen dat heb ik gemist maar het is toch wel handig om dat nog eens goed na te kijken. Het is nog levend de webinars, dus dat kunt u gewoon nog naluisteren en bekijken. Het komt natuurlijk voort uit een startnotitie, want toen we ooit begonnen hebben gezegd laten we eerst een soort quick scan doen wat hier allemaal speelt. Een soort startnotitie maken waar dat Handelingsperspectief nu aan moet gaan voldoen. Toen werd ook heel erg gezegd het is ook een kader, een richting voor de uitvoering van ambitie. Willem zei net al de wereld is in die tijd niet stil blijven staan en we bewegen mee op de veranderingen. Komt ook doordat er natuurlijk ook inzichten vrijkomen van andere trajecten die spelen. Het gaat allemaal over hetzelfde gebied. Dus dat wil je goed op elkaar afstemmen en dat nemen wij mee richting het Handelingsperspectief.

We hebben heel bewust gezegd we noemen het een Groeidocument omdat we zoveel informatie ook kregen dat we zeiden we willen dat die bouwstenen voor het buitengebied en ook om daar een soort gedragen verhaal van te gaan maken, willen we ook heel goed inzicht geven in wat speelt en leeft en we willen feedback. Dus die consultatie is voor ons heel erg belangrijk om daar scherpte in het bredere verhaal te krijgen. Ook echt te kijken waar is iedereen het nu over eens? Wat schuurt? Schuurt noem ik altijd iets dat kan je oplossen. Dat moet je bekijken hoe doe je dat goed samen? Maar er zullen ook zaken zijn die botsen. Wat botst er dan? Welke keuzes liggen dan voor? Daar gebruiken we echt die consultatie voor om daar goed veel meer inzicht in te krijgen. Met die consultatieronde en het materiaal wat het oplevert, werken wij nu toe naar echt het Handelingsperspectief. Dat zal een veel korter bondiger document zijn en eigenlijk krijgt u drie producten. Het Groeidocument met daarin een oplegger van zaken die hier niet goed in staan en die mensen hebben aangereikt dat klopt gewoon feitelijk niet, dus dat gaan we natuurlijk gewoon zorgen met een erratum dat dat wel klopt. We geven goed inzicht in wat die consultatie heeft opgeleverd, dat mensen het ook van elkaar zien en kunnen lezen. We maken dus dat Handelingsperspectief, wat een perspectief is, maar ook de weg daarnaartoe.

Het is wel een ruimtelijk perspectief. Wij zijn een ruimtelijk ordeningsbureau zeg ik altijd. We doen dit samen met Ecorys die ook naar de financiële en de ontwikkelkant kijkt. Maar het gaat ook echt kunnen we alles wat in het gebied speelt en waar behoeftes en verlangens zitten, ook echt laten landen in het gebied? Hoe zit de hele ruimteverdeling? Daar zitten natuurlijk ook wel een aantal opgaves die heel erg bij deze tijd passen. We noemen dat vaak de transitieopgaves. Maar bijvoorbeeld iets wat ook vanuit Rijk komt, bodem- en water sturend is ook een duidelijke onderlegger van dit gebied. Ik neem aan dat u ook bekend bent dat er best wel wat opgaven zitten om hier ook een gezonde bodem te houden en misschien wat te versterken. Maar ook wat betreft de wateropgave daar best een forse opgave zit. We kijken natuurlijk ook wel naar een soort balans tussen alles wat hier speelt. We proberen te prioriteren noemen we dat. Wat is hier in dit gebied belangrijker dan in het andere gebied? Maar ook waar kan je kansrijke combinaties maken en hoe doe je dat? Zodat het ook een onderlegger is voor verschillende afspraken. Met zo'n document Handelingsperspectief in de arm kan je ook in al die andere dossiers die spelen, kan je zeggen wij van het gebied vinden dit belangrijk, willen dit agenderen, willen dit bespreekbaar maken.

Daarmee hopen we ook dat het Handelingsperspectief een vruchtbare rol gaat vervullen in ook onder andere het UPLG. Maar ook de

verstedelijkingsopgave, ook de energieopgave, alles wat hier speelt. We hebben wel eerder een presentatie hier ook gehouden. Bodem- en watersturend. Links ziet u een plaatje echt van vroeger en rechts ziet u door de oogharen enigszins hetzelfde, want de ondergrond is natuurlijk heel oud. Maar je ziet wel door gebruik, door ruilverkavelingen, door andere aanwas, zie je natuurlijk wel dat het gebied ook aan verandering onderhevig is. Maar het is ook wel het landschap waar heel veel mensen natuurlijk ook van houden en wat wel de drager is voor als je naar de toekomst gaat. Dan hebben we eigenlijk gezegd, we hebben drie gebieden die zich onderscheiden Eemland en Arkemheem. Dat is natuurlijk echt het open polderland, een waardevol veenweidegebied, de Eem stroomt daar natuurlijk doorheen. Waar ook wel zorgen over zijn of die schoon is en ook wel verlangen soms zijn om daar ook met zwemwater wellicht iets te doen. Daar zitten natuurlijk ook agrarische ondernemers die daar ook goed ondernemen en die ook zorgen voor de natuur en voor het hele weidevogelgebied. Het is ook een hele geliefde bestemming voor de stedeling voor een ommetje, voor erheen te fietsen en misschien zou dat nog wel meer kunnen. Maar eigenlijk is dit wel een heel mooi waardevol gebied wat door verschillende mensen wordt gebruikt. Wat je voor de toekomst ook mooi in balans zou willen houden.

We weten ook allemaal dat als de stad wat meer groeit, zal er wat meer druk vanuit de steden zijn. Als er vanuit Brussel weer gezegd wordt een hogere druk op het weidevogelgebied dat dat groter moet worden, zal dat ook … dus het zijn allemaal ruimtevragers die we hier in samenhang een plek willen geven. We hebben even voor deze presentatie, gewoon even een hele snelle, want in de rapportage zelf staat het veel uitgebreider. Wat gaat er dan eigenlijk veranderen? Telkens even een soort beeld van uw gebied waar u kunt zien hoe gaat het nu? Als je kijkt naar de grootste veranderingen zal het heel erg gaan om het natuurlijker maken van het gebied. U kunt denken aan een ecologisch slootbeheer. Ik heb het net al genoemd misschien wat meer recreatie in het gebied. We hebben natuurlijk ook een bosopgave. Je kan misschien wat meer verbindingen die ook het netwerk vergroten. Dat betekent toch wel dat je dan echt moet kijken hoe kunnen hier ook verdienmodellen maken waardoor het ook voor de agrariër niet behalve zijn eigen werk heel goed doen, ook als natuurbeheerder of als ook recreatieondernemer om daar ook de kans te krijgen om hier een goede toekomst te hebben. Er zijn ook allerlei doelen, zoals de bossenstrategie, daar is zijn ook subsidiepotjes voor uit Den Haag of uit Europa.

Gaat u kijken wat past hier? Wat zouden we hier kunnen gaan organiseren om dat hiernaartoe te halen? Een onderwerp wat vaak naar voren komt is de grondbank. Hij staat hier ook rechts. Dat je ook kijkt naar een soort nieuwe vorm van ruilverkaveling. Het heeft ook mee te maken dat grond vrij kan vallen, ook gewoon autonoom. Doordat door de jaren heen mensen ook stoppen met hun bedrijfsvoering. Wat ga je er dan mee doen? Dat wil je op zo’n goed mogelijke manier bestemmen en dat het de juiste bestemming krijgt op de juiste plek. Zo hebben we dat voor alle drie de gebieden gedaan. Dus niet alleen de Eemvallei maar ook de Utrechtse Heuvelrug. Natuurlijk ook een totaal ander landschap, waar ook best wel veel druk vanuit de recreatie is, vanuit het gebied zelf maar ook vanuit heel Nederland op zit. Maar de Utrechtse Heuvelrug heeft nog iets anders, dat is ook een heel waardevol waterwingebied en het heeft heel mooi zuiver diep grondwater. Belangrijk voor de drinkwatervoorziening, maar ook belangrijk voor het hele agrarisch ondernemen in het hele gebied. Dus daar moet je voor de toekomst ook goed zuinig op zijn. Ook hier, wij denken dat vooral en dat zeggen niet wij, dat zeggen ook de deskundigen en ook de mensen van het waterschap, dat de flanken van Utrechtse Heuvelrug die prachtig ook ingezet kunnen worden voor het water vast te houden.

Voor een wat functiemenging ook te kijken waar zijn de plekken waar best wel wat druk mag zijn? Maar waar zijn ook de plekken waar je het echt rustig wil houden. Dus niet overal alles kan, maar dat je het echt, we noemen dat zoneren, dat je echt een beetje bekijkt hoe kan je dat in zo'n gebied doen. Dat betekent ook dat je niet overal je recreatie naartoe wil, dat mensen wild gaan parkeren, dat je dat reguleert. Eigenlijk als het gaat over dat soort voorzieningen hebben we ook al gezegd dat zou je liever in en om de stad willen, dan dat je te diep het buitengebied intrekt. Dat betekent dat je daar zaken die nu eigenlijk al spelen ook wil versnellen. We hebben zelf ook gewerkt aan de blauwe agenda. Er zitten allerlei mooie uitspraken in en beleidsdoelstellingen die je wil gaan realiseren. Dat je dus wat ik net zei ook delen wat luwer wil maken en moeten misschien zeggen we gaan de recreatie op andere plekken organiseren. Gelderse Vallei, het is een herhaling van zetten, maar het is weer een heel ander gebied. Veel meer een besloten landschap, we noemen dat coulisselandschap. De beken zijn natuurlijk heel erg belangrijk die daardoorheen spelen en ook het type agrarisch ondernemer is hier ook weer anders. Delen zijn wat intensiever, delen zijn wel wat meer

kleinschaliger. Er zit ook veel vernieuwing in met collectieven. Je hebt er ook veel recreatief medegebruik. Dat is natuurlijk allemaal wat laag dynamisch zou je kunnen zeggen. Ik zeg wel eens gekscherend, de recreant die van de natuur houdt is volgens mij overal welkom, maar de recreant die met groepen met van die grote crossmotoren overal doorheen scheuren die wil men liever niet zien. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Goed Gelderse vallei. Daar zit ook wel die beken zijn daar wel echt wel belangrijk. Ook voor de zoetwater van de hele Eem en wat natuurlijk doorstroomt naar de randmeren. Moet je natuurlijk kijken aan de bron als het vervuilt, waar komt dat door en is er aan de bron dan ook echt wat te doen? In dit gebied zit ook wel de grootste verandering dat de landbouw echt zich zal moeten transformeren naar veel meer, zelf noemen ze het liever natuurlijk toekomstbestendige landbouw, maar wat je ook bedoelt natuurinclusief en echt gesteld ook voor de toekomst. Dat betekent natuurlijk ook hebben we ook vaak discussie over, dat als je natuurinclusief gaat beheren, al dan niet individueel of door collectieven, dat daar natuurlijk ook de financiële mogelijkheden tegenover moeten staan. Dus dat je ook daar mogelijkheden krijgt om nieuwe verdienmodellen te maken. Die kavelruil, herschikken van grond heb ik net al een beetje genoemd.

Het is best wel interessant om te kijken hoe kan je dit gebied met een slimme ruil toch weer iedereen een mooie plek geven? Dat is een beetje geven en nemen. Maar dat hoort een beetje bij het reshuffelen van de ruimte. Zo heb ik eigenlijk die drie gebieden in een notendop. Ik hoop dat u gelegenheid heeft gehad om het Groeidocument zelf tot u te nemen. Maar het geeft wel kleur aan het gebied. Behalve dat we toekomst naar het gebied willen kijken en hoe de ruimte kunnen ordenen, willen we ook vooral kijken wat is dan mogelijk? Daar zijn allemaal instrumenten. We noemen autonome instrumenten die mensen toch al hebben om hun gebied of hun bedrijf te vernieuwen, te verduurzamen. Alles wat eigenlijk al bezig in gang gezet is. Maar enige vorm van een grondbank wordt wel door veel mensen aangedragen. Een soort ruilverkaveling op een andere manier. Dat dat natuurbeheer, dat daar een veel gezonder verdienmodel achter moet zitten dan dat je tegen kostprijs verdient. Er is ook gesproken en ondertussen is daar ook al iets meer over bekend, dat het groen groeit mee voor de mensen die wat zeggen. Maar dat als je meer verstedelijkt dat het groen ook mee moet groeien. Dat dat niet betekent dat het alleen maar betekent dat je ook zoveel hectare nieuw moet aanleggen, maar dat je dat ook heel erg goed kan combineren met wat er nu ook in het buitengebied gebeurt.

Zo zijn de verschillende mogelijkheden om ook naar investeringen te kijken, naar verdienmodellen te kijken. Wet- en regelgeving vaak ook genoemd. Dat er misschien wat verruiming of soms juist wat inperking moet komen, zodat je een beetje kan sturen op de toekomst van je buitengebied. Dit wou ik meegeven. We hebben een planning, die staat nog van de tijd dat we hem uitgaven. Dat zou betekenen dat we nu echt binnen een week het Handelingsperspectief opleveren. Daar hebben volgens mij iets meer ruimte voor, omdat we willen dat deze consultatie ook echt goed benut wordt. Want het zou zonde zijn, we hebben een beetje echt alles op elkaar gezet. We hebben gezegd laten we er ietsjes ruimte voor nemen. Maar daarover komt volgende week ook een bestuurlijk overleg, dat zal daar ook aan de orde komen. Wil jij daar nog iets op aanvullen betreft de planning? De heer Van der Stelt: De verwachting is nu collegebesluiten in december en dan zeg maar januari, februari, maart richting raden. De voorzitter: Goed. Dan dank ik u beide voor de presentatie. Dan ga ik nog even een rondje voor aanvullende vragen. Twee opmerkingen daarbij. Ik denk dat het verstandig is dat eerst de vraag en dan de beantwoording, anders moeten ze alles opschrijven. Ten tweede de echt politieke vragen dat ligt natuurlijk niet bij hun, dus die kunt u bewaren voor een tweede rondje.

De heer Defferding u kijkt me al zo aan of ... dus aan u het woord als u vragen heeft. De heer Defferding: Dank u wel voorzitter en dank voor de heldere presentatie. Ik ben niet in de gelegenheid geweest om bij de eerdere bijeenkomsten te zijn. Dus wellicht stel ik een vraag die al eerder aan de orde is geweest. Het reshuffelen van ruimte hoorde ik u zeggen en dat kwam aan de orde bij de grondbank. Ik ben wel geïnteresseerd, is daar al ervaring mee en hoe werkt dat? Ik zou me ook kunnen voorstellen dat dat wellicht allerlei ingewikkelde complicaties met zich meebrengt. Ook over hoe dan. Ook zie ik …

De voorzitter: Misschien is het meteen goed dat we de beantwoording … De heer Defferding: Eén voor één. De voorzitter: Eén voor één, anders moet … of vindt u het fijn dat u alles opschrijft? Het lijkt me praktischer gewoon één voor één ook voor u. Mevrouw Blank: Met het risico dat ik natuurlijk niet altijd het juiste antwoord op de juiste vragen weet. Er zijn ervaringen met grondbanken. Dat gaan wij ook, als dat ook straks in het Handelingsperspectief één van de mogelijkheden wordt, ook goed benoemen wat daar de condities en voorwaardes voor zijn. Maar er zijn zeker in Nederland voorbeelden van grondbanken. Wat er eigenlijk gebeurt, is dat grond die vrijkomt waar het aangekocht vaak is dat een publieke grondbank. Publiek geld wat ingezet wordt en dit grond wordt daarna of verpacht of toebedeeld aan de functies waarvoor het het beste dient in het gebied. Maar het is een geëigend instrument. De heer Defferding: Helder. Dank u wel. Ook zag ik staan meer ruimte voor dezelfde capaciteit als het gaat om extensivering van de landbouw. Is dat wel de bedoeling als we kijken naar ook naar landelijk en Europees beleid. Willen we niet juist minder landbouw op dezelfde capaciteit? Of heb ik dat verkeerd geïnterpreteerd? Mevrouw Blank: Ik denk dat u nu terechtkomt in vragen die u mist of mee wil geven. Want ik heb deze vraag vaker gehoord.

Ik wil me even niet in de verleiding laten om dat allemaal te beantwoorden. Dit zijn precies de zaken die wij graag willen horen uit de consultatie. De één zegt extensivering en de ander zegt nee ik wil vooral gewoon minder op dezelfde hoeveelheid grond, is ook een oplossing. Dat zijn natuurlijk allemaal onderdelen van hoe je kan handelen. Dit stuk is ook grotendeels gebaseerd op wat we allemaal opgehaald hebben. Soms zien we daar ook commissies in en denken oh ja je kan ook de andere kant op redeneren. Dus allemaal dat soort dingen die u daar mee wil geven, daarvoor zijn eigenlijk die consultatierondes. Deze mag u zeker nog een keer meegeven, maar die hebben we inmiddels ook al gehoord. Maar ik vind het een goede opmerking. De heer Defferding: Dan komt hij in ieder geval nog een keer aan. Maar goed dat hij al eerder gesteld is. Dank u wel zover. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Goed dank u wel. PvdA. Ik denk de heer Van den Brink. Nee de heer Lutterman. De heer Lutterman: Ik heb wel een vraag. Er staat een kwestie waardering voor agrarisch natuurbeheer. Daar wordt gesuggereerd dat de agrarische ondernemers betere vergoeding krijgen voor natuurbeheer. Maar waarom zou je agrarische ondernemers vergoeden voor iets wat ze dan al goed doen? Want als zij hun weiland goed bijhouden, dan zorgen ze ook voor natuurbeheer. Dus dan komt dat vanzelf.

Als ze als ze het niet goed doen, ja dan. Maar dan gaan ze dan gaan we ze daarvoor een kostendekkende vergoeding geven. Dat dat snap ik niet. De heer Van der Stelt: Ze krijgen op dit moment geen kostendekkende vergoeding. Ze krijgen een schadeloosstelling en dat is wat anders. De heer Lutterman: Maar dat zou niet nodig moeten zijn als ze het goed doen. De heer Van der Stelt: Het is een schadeloosstelling … De heer Lutterman: Als ze rekening houden met de natuur, als boeren rekening houden met de natuur, dan hoeven we geen vergoeding te geven. Maar ze doen het niet en dus gaan we ze nu vergoedingen geven. Dat snap ik niet.

Mevrouw Blank: Weer hetzelfde voordat we natuurlijk in een bepaalde discussie terechtkomen. Wat het verhaal is, maar ik neem aan dat u daar gewoon opvattingen en een mening over heeft. Is dat je eigenlijk zegt het gebied wat je nu als productiegebied gebruikt, daarvoor lever je eigenlijk een deel in voor natuurontwikkeling, natuurbeheer. Dan zou je willen dat je daarmee eenzelfde soort verdienmogelijkheid hebt voor je grond. Dat is precies wat Willem zegt, dat is nu absoluut niet zo. Dus wat de agrariërs gaan wensen, is als zij grond inleveren om daarmee iets anders te doen wat beter is voor de natuur, dat ze voor dat deel dan ook een eerlijke vergoeding krijgen. Dat is eigenlijk het verhaal wat erachter zit. Of u het daar mee eens bent of niet, is natuurlijk een onderlinge discussie, maar het is wel iets wat wij vaak terug hebben gehoord. De heer Lutterman: Maar dan kopen we ze gewoon uit. Mevrouw Blank: Nee, want zij blijven … De heer Lutterman: ‘…’ hoe het in dit Groeidocument staat. De voorzitter: Ik ga toch heel even ingrijpen. Want mevrouw heeft denk ik duidelijk antwoord gegeven hoe het technisch allemaal werkt. Als u er een discussie van maakt dat is nog niet helemaal de bedoeling op dit punt. Dat kunt u bewaren voor een later moment. Heeft u verder nog aanvullende vragen mijnheer Lutterman? Nee goed. Ga ik naar mevrouw Van der Linde VVD.

Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp-Eggenkamp: Dank u wel voorzitter. Ik denk dat ik het u al heb horen zeggen, maar ik wil het gewoon even heel duidelijk stellen. U heeft het over keuzes maken en dat niet alles naast elkaar zal gaan lukken. Nu wilde ik eigenlijk even een voorbeeld aanhalen want toen had het wel echt over Eemland dat u meer bos wilt hebben, meer bomen aanplanten. Maar zoals hier is de polder echt een open poldergebied. Dus ik neem aan dat u bedoelt dat niet alle projecten voor alle gebieden gelden. Zo is er bijvoorbeeld ook het waterpeil verhogen, als je dat hier in de polder doet, er zijn gebieden waar het een meter hoger of lager is dan aan een andere kant dan zouden bepaalde delen onder water lopen. Dus ik neem aan dat dan geldt waar het niet kan daar doen we het niet, waar het wel kan is het een doelstelling. Mevrouw Blank: U beantwoordt eigenlijk al mijn antwoord zeg maar, want dat is precies zoals het bedoeld wordt. Daarom hebben we ook het gebiedsonderscheiden, het gebieden onderscheiden. Het ene gebied is het andere niet, de ene maatregel is echt alleen voor het ene gebied van toepassing, niet op het andere. Dat moet in zo'n Handelingsperspectief wel heel duidelijk zijn. Dus dat klopt wat u zegt. De voorzitter: Goed de heer Schade nog van de VVD. De heer Schade: Dank u wel voorzitter.

In één van die bijeenkomsten heb ik een vraag gesteld en daar zou ik nog een antwoord op krijgen, dat heb ik niet gekregen. Dus ik stel hem nu hier in deze commissie. Dat is dit hele document gaat over de regio Amersfoort, inclusief de Gelderse Vallei. Nu ken ik het dorp Barneveld alleen van de files waar ik zo nu dan in sta. Ik geloof niet dat ik ooit van mijn leven in Barneveld ben geweest. Ik ken wel het dorp Laren en het dorp Laren wat hiertegen ons Eemnes aan grenst, als ze daar van hun wateroverlast af willen, hebben wij natte voeten. Dus mijn vraag was toen en die herhaal ik. Vanwaar is niet voor de Eemlandland polder gekozen om ook het Gooi- en Vechtgebied mee te nemen? Dank u wel. De heer Van der Stelt: We gaan er samen iets over zeggen. De bestuurlijke entiteit is regio Amersfoort. Dat is de reden waarom wij zeggen we beperken ons tot de zeven Utrechtse gemeenten. Barneveld en Nijkerk doen hier dus niet in mee. Ook omdat provinciegrenzen heel erg dwingend zijn als je kijkt naar de landelijke vertaling vanuit het Nationaal Programma. Dus vandaar dat wij ons nu beperken tot de zeven Utrechtse gemeenten. Foodvalley ja we grenzen eraan en hetzelfde geldt voor de Gooi- en Vechtstreek, maar we

grenzen ook nog aan de U10. Dat is natuurlijk het hele ballet, dat klopt. Hadden we kunnen doen, maar hebben we niet gedaan. Mevrouw Blank: Ik wou even aanvullen als het echt om de inhoud gaat. Want ik probeerde ook net in mijn inleiding te zeggen met uitstek water, maar ook andere structuren die houden natuurlijk niet op bij een bestuurlijke grens. Dus daar waar het van invloed is, proberen we dat wel zoveel mogelijk die context mee te nemen. Alleen wij gaan niet over andermans grondgebied zeg maar. Maar dat je het systeem wel als een systeem benadert inhoudelijk, dat is natuurlijk wel wat we doen. De heer Schade: Dus dat bevestigt u nu dat er wel degelijk gekeken wordt ook buiten de grenzen van het gebied wat nu geschetst wordt. Want Gelderland is duidelijk een andere provincie dan Utrecht. Ik geef toe dat Noord-Holland dat ook is. Alleen wij hebben meer te maken met het stukje Noord-Holland wat aan ons grenst, dan met het stukje Gelderland, wat aan Woudenberg grenst. Mevrouw Blank: Ik kan het alleen maar bevestigen. Inhoudelijk kijken we natuurlijk verder. Alleen daar waar we over gaan, dat is tot regio Amersfoort het gebied beperkt, waar je echt uitspraak over doet. De voorzitter: Helder goed. Verder nog? Nee. DorpsBelang mevrouw Riemens. Mevrouw Riemens: Dank u wel. Ik heb een aantal vragen over wat er in het stuk staat.

Bijvoorbeeld op bladzijde 26 staat in het tabel kernrandzones en daar staan dan Bunschoten, Eemnes, Amersfoort en Nijkerk bij en er staat eventueel woningbouw. Wij waren natuurlijk wel benieuwd hoe u dat in dit gebied ziet. Daar staat ook in een zonneveld en windmolens in combinatie met zonnepanelen. Wij doen als Eemnes mee met OER, is dat waar die zonnepanelen naar wijzen? Windturbines is natuurlijk voor het vogelweidegebied wat ons betreft een no-go. Dat dan maar als eerste. De heer Van der Stelt: Vooralsnog geldt tot 2030 de RES, Regionale Energie Strategie heeft als horizon 2030. Het Handelingsperspectief heeft net zoals de verstedelijkingsstrategie een horizon op 2040. Er komt gegarandeerd nog een opgave bij na 2030, waarvan we nu echt nog niet weten hoe groot die zal zijn en wat de impact daarvan gaat zijn qua zon of wind of andere vormen van energie. Dit doet een voorschot daarop in de lange termijn namelijk tot 2040. De voorzitter: Dan nog de vraag over wat verstaan wordt onder die kernrandzones. Mevrouw Blank: Kernrandzones dat zijn eigenlijk, vroeger noemde je dat misschien wel de stadsranden. Eigenlijk de randen direct rondom het stedelijk gebied. Dat zijn de kernen, letterlijk de kernen, want we hebben natuurlijk steden en dorpen, kernrandzones.

Dat zijn ook de plekken waar je als het al gaat om functies die je zoekt die wat meer met de stedelijkheid te maken hebben, dat je daar een plek voor zou kunnen vinden in dat soort gebieden. Daarmee voorkom je dat er een aantal activiteiten echt in het buitengebied of dieper in het buitengebied komen. Dus er is in de gesprekken die wij gevoerd hebben, was er veel steun ook. Om juist die zones, of als het om recreatief gebruik of andere zaken die wat meer publiek een drukte aantrekken, om dat nu echt te concentreren rondom de kernen en niet echt letterlijk in het buitengebied te plaatsen. Vandaar dat wij het begrip kernrandzones zo hanteren. Als het gaat over woningbouw. Ik moet eerlijk zeggen, ik zal er eens even goed naar kijken. Ik weet, er staat ook wel eventueel. We hebben ons zoveel mogelijk wat we nu zien in de kernrandzones hebben we rekening gehouden met dat wat ook in plannen aangeduid wordt. Dat geldt natuurlijk niet overal. Dat is heel selectief in deze regio. Mevrouw Riemens: Ik denk dat ik die vraag stel omdat er in datzelfde rijtje staat verbrede landbouw. Dus dan denk ik hebben we het hier dan over de polder? Ik vind het zeg maar in zijn geheel, het is natuurlijk een perspectief, maar het is eigenlijk ik kan er nog drieduizend kanten mee op dus het is ook een beetje vaag.

Mevrouw Blank: Ik snap uw opmerking. Beter nu ook nu u dit zo noemt. U vraagt dus scherpte. Helder. Mevrouw Riemens: Dan heb ik nog een vraag over de waterberging speciaal hier in de polder gaan we daar nog iets mee doen? Omdat natuurlijk die Eem die is maar niet zo schoon want dat is natuurlijk ook gewoon vracht, hoe noem je dat? Vrachtbootverkeer. De voorzitter: Beroepsvaart en pleziervaart. Mevrouw Riemens: Dus die is maar niet zo schoon. Je ziet natuurlijk wel dat de boeren hier niet blij zijn met water uit de Eem halen als het hier te laag is. Dus is daar nog in voorzien? Mevrouw Blank: Ik zit een beetje om te antwoorden omdat mijn collega Bart natuurlijk helemaal in het landschap zit. De kwestie die u aansnijdt, die hebben we ook gesignaleerd. We hebben gezegd als je toekomstbestendig bent in dit gebied moet je aan dat probleem een oplossing bieden. Dat zijn keuzes die gemaakt moeten worden. Dus hier is het meer nog gewoon opgehaald en de keuzes daarin zijn hier nog niet in gedaan. De heer Van der Stelt: Eén aanvulling. Beroepsvaart inderdaad is onderwerp van discussie. Moet je die op termijn niet van die Eem afhalen? Dat is één ding. De andere is, de Eem wordt gevoed vanuit de Rijn. Ook dat is een punt. Dus je kunt de Eem wel schoon willen, maar het begint ergens al bovenstrooms met die Rijn. Dit is in ieder geval onderwerp van gesprek met het waterschap.

Mevrouw Riemens: U heeft net een plaatje laten zien van de financiën. Misschien waren onze verwachtingen wel hoger, het is eigenlijk wat ik net al zei nog heel vaag en onzeker. Ik kan mijn handen er niet achter plakken dit gaat er gebeuren en dat gaat het kosten die gaat het betalen. Mevrouw Blank: Ik denk dat wat u als laatste opmerkt ook heel erg belangrijk is om heel goed de verwachtingen te managen. Want dit is iets dat we vanuit de regio optuigen, dat is sowieso wat hoog over. U gaat natuurlijk als gemeenteraad zelf over uw eigen gemeente. Het Handelingsperspectief moet er wél handvatten verbieden om daarmee om te gaan. Maar we gaan niet op perceelgrensniveau zeggen wat, waar wel of niet zou moeten of beter is. Dat is echt een schaalniveau te concreet. Dus in die zin hoop ik wel dat het Handelingsperspectief zal wat meer handen en voeten geven dan u nu uit de stukken kunt halen. Maar zal niet zo gedetailleerd zijn dat je precies weet wat je waar kan doen en waar exact het geld vandaan komt. Wel welke mogelijkheden er zijn, welke potjes er zijn waar je aan zou kunnen denken, maar dat moet natuurlijk allemaal in de slag daarna concreet gemaakt gaan worden. Dus het is wel denk ik goed dat we de verwachtingen wat dan het abstractieniveau van het Handelingsperspectief, dat we dat wel goed met elkaar gaan afstemmen. Want anders krijgen we deze vraag natuurlijk continu.

Dat is natuurlijk iets wat echt lokaal moet gaan gebeuren. Mevrouw Riemens: Dan heb ik nog één vraag over waar u mee begon. Dat u langs allerlei gemeentes gaat en dan op een gegeven moment die gemeente zegt wij komen volgende week met de punten die we willen meegeven. Hoe zit dat? Wilt u nu vanavond precies van ons alle punten hebben of hoe moet ik dat in het proces zien? De heer Van der Stelt: Wij hebben de afspraak gemaakt met de griffier dat zij zorgen voor een verslaglegging vanuit de raad die naar ons toe wordt gestuurd. Wij bepalen met elkaar zeg maar van wat hoort echt thuis in het Handelingsperspectief of wat moeten wij bijvoorbeeld in een uitvoeringsagenda neerzetten. Ik heb nog geen reactie schriftelijk, dus ik kan ook nog niet zo goed beoordelen hoe die reacties eruit gaan zien.

Mevrouw Riemens: Maar het betekent in ieder geval dat we vanavond dingen moeten zeggen en niet morgenochtend als we wakker worden en we denken hé ... De voorzitter: Het is zelfs simpel. Er staat vanavond een opiniërend voorstel op waarin wordt verzocht of u suggesties heeft voor aanscherping. Of het proces voldoende is voor de input. Dat is wat er wordt gevraagd en dat is wel vanavond de bedoeling uiteraard en niet morgenochtend als u wakker wordt. Mevrouw Riemens: Begrijp ik, maar ik werd getriggerd door het feit dat er andere gemeenten zijn die het volgende week mogen aanleveren. De voorzitter: Op die manier. Goed, wij hebben in ieder geval afgesproken dat vanavond het moment is om dat aan te leveren. De griffier knikt daarmee. Dat waren de vragen vanuit DorpsBelang? CDA de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Ik heb verder geen aanvullende vragen. Ik ben wel blij met deze toelichting trouwens. Want het heeft wel een aantal antwoord op een aantal van mijn vragen gegeven. Dus wat dat betreft ik vond het wel een hele goede aanvullende toelichting op het stuk wat wij gekregen hebben. Dank u wel. De voorzitter: Goed dan heb ik het rondje gehad richting de presentatie zeg maar. Dan wou ik toch nog even een, uiteraard een tweede rondje doen. Want het is toch de bedoeling dat u als u dat wenst, nog iets wil meegeven.

Suggesties, aanscherpingen of niet of dat u zegt helemaal chapeau. Dus ik begin weer bij D66 de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel voorzitter. Het is mooi om te horen dat er ook al enigszins rekening is gehouden met, of tenminste ik weet niet of dat met opzet is, maar ik herken in ieder geval ook situaties die bij ons lokaal spelen. Ik ben benieuwd hoe dat verder wordt uitgewerkt. Ik zie de volgende stukken graag tegemoet. Dank u wel voor de heldere beantwoording. De voorzitter: Goed dank u wel. PvdA de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ik heb ook geen aanvullende suggesties. Het moet me wel van het hart dat ik en mevrouw zei dat zelf ook al, het is wel redelijk hoog over en gefocust op ruimtelijke ordening. Er zijn zoveel andere ontwikkelingen die hier en plannen ook, ook van de provincie en ook van de regio die hierdoorheen stekkeren. Dat ik wat moeite heb met het plaatsen van dit verhaal. Hoe concreet kan dit eigenlijk worden als je denkt aan landbouw, stikstofbeleid, woonvisie hoe heet het ook alweer woonakkoord in de regio. Dat zijn dingen die veel concreter zijn en die hier natuurlijk ook van grote invloed op zijn. Dank u. De voorzitter: Daar komt de wethouder denk ik zo nog even terug. VVD de heer Schade. De heer Schade: Dank u wel voorzitter. Eenzelfde geluid hier namens de VVD-fractie. Het is inderdaad hoog over en dat kan ook niet heel anders.

Ik heb het echt met belangstelling gelezen. Het is een goed stuk, het is een duidelijk stuk. Je slaat aan op dingen zoals grondbank, concrete zaken. De schone Eem waarbij mij dan onmiddellijk in herinnering schoot het feit dat ik in 1977 als Baarnaar secretaris was van de werkgroep De Schone Eem. Dus ik mag hopen dat er ondertussen … dat heeft niet veel geholpen. Wij hadden prachtige plannen en dat is meteen de zwakte van een document als dit. Het werd door de vorige spreker al aangehaald. Zaken als een RES, een woonakkoord voor de regio. Het staat hier allemaal in rechtstreeks verband mee, maar kan niet meegenomen worden. Nogmaals een goede aanzet. De concrete vragen die gesteld wordt kunnen wij instemmen met de uitgangspunten voor dit document? Ja. Hebben we suggesties voor aanscherping? Nee. Bevalt het proces ons? Ja. Er wordt op de goede manier met alle belangengroepen tenminste voor zover wij dat kunnen beoordelen, met alle belangengroepen overlegd. Dat is wat ons betreft het belangrijkste voor dit

hele proces. Dan eindigt het met een Handelingsperspectief. U hebt net gezegd dat moet veel concreter worden. Dat verwachten wij ook, want dit tussendocument, een goede tussenstand, maar je kunt er niet zo heel veel mee. Anders dan dat het vastlegt wat er tot nu toe gebeurd is. Wij zien met belangstelling en ik zou bijna zeggen met vertrouwen, maar dat moet nog blijken uit naar het finale document. Dank u wel. De voorzitter: Goed, dank u wel. DorpsBelang mevrouw Riemens. Mevrouw Riemens: Ik heb geen aanvullende vragen dan de opmerkingen die we gemaakt hebben. De voorzitter: Die waren helder dank u wel. Dan de heer Seldenrijk CDA. De heer Seldenrijk: Ik ben bang iets langer verhaal, maar goed we hebben nog even. Het is net droomvlucht uit de Efteling, we sluiten even de ogen voor de werkelijkheid en hop in het moment van onze gedachten voor de toekomst. De Droomvlucht in de Efteling duurt maar enkele minuten en daarna landen we weer in de werkelijkheid. De wachtrijen voor de volgende tractie wachten. Die kan ik echter wel zien op de Efteling app maar die zie ik hier nog niet. Het blijft onduidelijk hoe we het droombeeld gaan bereiken. Wat het betekent voor de mensen die nu op de genoemde grond wonen, leven, hun brood verdienen en eigenaren daarvan zijn. Hoeveel het allemaal gaat kosten en hoe we het allemaal gaan betalen.

Een droomattractie bedenken is stap één, de uitwerking de uiteindelijke realisatie zal veel hobbels kennen. Jarenkosten en veel investeringen. Vragen van mensen en samenleving. Ik zal ook even de diepte ingaan. Wij vinden nog steeds dat de contouren, het is al eerder gezegd, vrij vaag zijn. Waarbij opvalt dat juist voor de huidige gebruikers, er lokale doelen worden gesteld zonder de gewenste perspectieven. Deze gebruiksleesdocument niet zozeer als een Handelsperspectief, het toekomstperspectief, maar als gedoogd document. Waar wel allerlei voorwaarden worden benoemd, maar geen inkomensperspectief. Wat ook de reden was van de klap van het landbouwakkoord landelijk. Jammer dat dit goede document ook nog niet uit deze impasse komt, we hopen dat dit wel gaat gebeuren. We zullen een aantal voorbeelden benoemen uit het document. We laten de agrariërs met rust als de agrariërs maar aan natuurbeheer doen. Dat is dus geen perspectief bieden. Ik snap best dat jij de agrariërs door wilt laten gaan zoals ze het nu doen, maar noem het dan niet met rust laten. Dat is een hele rare terminologie, al snap ik best wat die hiermee bedoeld wordt. Inhoudelijk. Ecologisch slootkantbeheer wordt de standaard. Is een mooie geste, maar standaard betekent ook in de praktijk dat de eigenaren deze kosten zelf moeten betalen.

Ook een vraag aan het college, hoe kijkt het college hier tegenaan? Uiteindelijk we hebben hier in de raad ook over gesproken over ecologisch slootkantenbeheer. Kost ons ongeveer zeshonderd euro per kilometer. Goed als een gemiddelde agrariër hier in het gebied, wat zal het wezen tien kilometer slootkant heeft dan weet u wat hij voor kosten voor zijn broek krijgt met een standaard. Dus toch mij vraag daarover van hoe kijkt het college ernaar dit als standaard te benoemen? De tekst leest alsof agrarisch natuurbeheer de oplossing is voor het inkomensperspectief. Maar zoals eerder betoogd, uiteindelijk zijn deze regelingen gestoeld op kostendekkendheid en niet om eraan te verdienen. Overigens, toen de meeste boeren al aan agrarisch natuurbeheer. Dus wat gaat er nu precies veranderen door deze visie? Laten we eerlijk wezen, agrarisch natuurbeheer dat gaat dus extra. Want die vraag komt ook aan de overkant vandaan. Je hebt landelijke regelgeving, van de Brusselse wetgeving. Juist extra wat je doet dat wil je belonen en dat is agrarisch natuurbeheer. De meeste boeren doen er al aan, collectief zie ik ook al vertegenwoordigers hier. Ook wordt er gesproken van waterpeilen in de veenweidegebieden. Laten we hier heel duidelijk over zijn. De polder in Eemnes die staat als veenweidegebied te kaart, maar uiteindelijk is onze polder dat is kleiveen.

Hoe meer je naar het randmeer gaat wordt het klei en als je meer naar de snelweg toe gaat dan wordt het zand. Het hele gebied staat ingetekend als veenweidegebied. Als we dit stuk natuurlijk goed lezen, dan wordt er gesproken over een vast peil, een vast hoog peil. Eerlijk gezegd, wij zien daar de nut en de noodzaak niet van in om voor dit gebied met zoiets te komen. Uiteindelijk dit gaat de kosten van het inkomensperspectief van de agrariërs die er zitten en de milieuwinst is volgens ons nihil. Het probleem waar het hier om gaat is niet zozeer het inklinken van het veen doordat de waterpeilen te laag staan. Het is vaak dat je midden in de zomer, als er dan te weinig water in de sloot staat, dat je aan de kanten kans hebt op inklinking van veen en daarmee

ook de CO2 de lucht in gaat. Maar dat gaan we niet oplossen met een één eenmalig hoog peil. Volgens mij met een flexibel peil is dat op te lossen, maar niet op deze manier. Dat zie je trouwens ook aan de kaarten van de provincie, daaruit blijkt, de wethouder is daar volgens mij ook bij aanwezig geweest, dan zie je dat de hele polder aan het zakken is. Maar dat zijn ook de kleigronden en dat zijn ook de zandgronden. Dus wij zien hem liever niet zozeer als het dilemma wat hier een oplossing voor moet komen. Onze fractie zal bij de uiteindelijke versie die punten ook zien als een breekpunt om wel of niet in te stemmen. Een vast hoog peil is voor ons niet aan orde. In het stuk wordt ook gesproken op verdeelsleutel om de gronden zogenaamd te verdelen. Goed u zei in uw toelichting werd ook al gesproken natuurlijk over die combinatie van functies en dat soort dingen. Dat spreekt ons dus aan. Om daar nu weer een verdeelsleutel aan te hangen. Ik snap best dat er wat zwaardere natuur moet komen in de regio. Dat je daar dan mogelijk daar die verdeelsleutel voor nodig hebt, maar hoe je dat nu precies wil gaan doen is voor ons nog een beetje vaag wat dat betreft. De grondbank als instrument, op zich zijn we daar positief over. Alleen de grondbank zoals die de afgelopen jaren door de provincie werd gebruikt, was met name voor natuurrealisatie. Om natuur voor elkaar te krijgen.

Volgens ons moet die definitie dan ook echt wel breder worden dan nu de provincie handhaaft. Anders heeft die hele grondbank ook weinig zin denk ik om dit voor elkaar te krijgen zoals het in het stuk staat. Goed de kwaliteit van de Eem, dat is vanavond ook al een keer aan de orde geweest op het gebied van water, natuur en beleving om dit alles op een hoger peil te krijgen. Maar is vraag natuurlijk ook wel om een uiteindelijk duidelijk standpunt. Want uiteindelijk op het moment dat je zegt we laten het beroepsvaart verder varen en we gaan daarna zwemmen in de vaargeul. Dat past volgens mij niet echt bij elkaar. Dus wat dat betreft daar moet ook wel een duidelijk standpunt vanuit de provincie over komen. Uiteindelijk ligt daar natuurlijk wel de bevoegdheid om daar een keus in te maken. Maar op zich wij zijn wel voorstander natuurlijk om die Eem te veranderen in een hogere beleving. Kijk op dit moment ja de beroepsvaart gaat er erheen. We hebben te maken natuurlijk met die stalen damwanden. Het is net een golfslagbad de Eem als je daar met je kano vaart, dus daar valt best wat te halen. Uiteindelijk zal daar wel vragen om heldere keuzes op dat punt en het begint met de beroepsvaart. Anders kun je de andere punten heb je daar ook niet veel aan. Wat we missen, dat was ook een vraag.

We missen eigenlijk het puntje recreatie vanuit laten we zeggen vanuit Kasteel Groeneveld richting de Gooische Gracht. Ik weet niet of het helemaal in beeld is wat ik daarmee precies bedoel, maar dat stukje is vaak aan de orde geweest. Eigenlijk missen we daar een mooie verbinding, aan de overkant werd het ook al een beetje genoemd natuurlijk. Missen we toch wel een verbinding van het bos naar de Gooische Gracht toe naar de heide. Dus dat wat dat betreft dat zou nog een mooie aanvulling zijn om daar nog eens goed naar te kijken. Want het zit namelijk wel in het gebied, maar het is niet benoemd. Natuurlijk de financiën. Ik was een beetje verbaasd. Ik ben bij heel veel bijeenkomsten van het Handelsperspectief geweest en dat ging eigenlijk heel veel over financiën. Elke keer was het de vraag en hoe gaan we dat betalen? Dat mis ik toch wel een beetje in het stuk. Want uiteindelijk we kunnen met zijn allen hele mooie maatschappelijke wensen en denkbeelden hebben, maar het zal ook betaald moeten worden. Nu zie ik dus in stuk dat een aantal zaken lijkt het erop dat gewoon bij de grondgebruikers neer wordt gelegd. Ik wijs bijvoorbeeld ook even op het waterschap. De belasting voor onbemalen onbebouwd gebied gaat dit jaar harder omhoog dan bebouwd gebied. Dus het lijkt er wel een beetje op dat er voorgesorteerd wordt, omdat de grondgebruikers uiteindelijk weer moeten gaan betalen.

Uiteindelijk het is een maatschappelijke wens dit hele document. Dus dat zal ook en dat is ook een oproep denk ik, het zal ook uit de maatschappij vandaan moeten komen en niet zozeer bij de mensen die in het gebied wonen, werk en leven. Dat was het voorzitter. De voorzitter: Goed. Dan denk ik dat ik heel even kort eerst naar de wethouder ga. Waar hij eventueel aanvulling nodig heeft kunt naar de overkant doorschakelen. De heer Ten Have: Heel goed. Voorzitter dank u wel. In ieder geval ook dank aan BVR en het regiobureau, want ik weet we zijn inmiddels een klein jaar verder hoe hard ze eraan gewerkt hebben. Dus bij deze ook even van deze zijde dank. Er is al veel gezegd, blijkt maar weer hoe dit leeft. Ook zeker hier in Eemnes. Hilde zei het al toen wij voor de zomer hier in de hal die bijeenkomst hadden, liet ook heel veel Eemnessers zich niet onbetuigd dus dat leeft. Maar het is waar en ik hoor dat hier ook, ook bij mij geldt hetzelfde. Hoe kunnen we

dit zo concreet mogelijk maken? Het is natuurlijk uiteindelijk een perspectief. Een perspectief is uiteindelijk het helpt uiteindelijk om besluiten te nemen. Maar goed die besluiten daar komen wij dan op een later moment natuurlijk mee omdat het document nog ook definitief moet worden vastgesteld. Wat ik wel nog hier wil noemen dat is dat het college heeft natuurlijk ook in de afgelopen tijd, ook bij de bij de gebiedsateliers, dat is hier al genoemd, ook haar punten ingediend. Die zullen wij ook nog als hier het verslag van wordt gemaakt die zullen wij daar nog als een soort oplegger erboven opdoen. Die wilde ik toch even aan u voorhouden. Ik denk dat dat grotendeels overeenkomt met wat de inbreng van verschillende partijen is. Namelijk dat wij vinden dat dit document recht moet doen aan de eigenheid van ons gebied. Aan de eigenheid van het Eemland en het Arkenheemgebied. Dan hebben we het over de openheid van het landschap, agrarisch natuurbeheer en de ruimte voor onze weidevogels. Een belangrijk punt. Ik denk dat dat wel zo in het document te lezen valt. Twee is en ook daar is hier al het een en ander over gezegd. Dan maken we ook de koppeling met de vraag van het CDA dat wij steeds hebben gezegd er moet een inzet zijn op fatsoenlijke en reële vergoedingen voor natuurmaatregelen. Of dat nu ecologisch slootbeheer is of andere vormen daarvan agrarisch natuurbeheer.

Maar dat dat natuurmaatregelen en beheer voor agrarisch en andere landeigenaren dat dat een fatsoenlijk en reële vergoeding moet zijn. Opmerking naar de Lutterman nog even als punt. Natuur komt niet vanzelf, maar natuur onderhoudt zich ook niet vanzelf. Dus dat zul je moeten beheren. Als je beheert dan vind ik dat daar een goede en een reële vergoeding tegenover moet staan. Dat is nu op dit moment vaak nog niet het geval. Dan als derde punt en dat is hier ook al genoemd en dat is een hard punt. Omdat ik vind dat daar echt op heel veel gremiaplatforms iets over gezegd is en dat is het waterpeil. Het waterpeil en dan met name dan ook het maatwerk in waterbeheer. Het Waterschap is op dit moment bezig met een nieuw peilbesluit. Daar zijn we nog lang niet. Wat mij nog is opgevallen in het rapport, of in uw Groeidocument. Dat is dat u ergens in een staatje spreekt over de 0,2 meter onder maaiveld. Dat staat daar heel nadrukkelijk in genoemd. Daarvan zou ik willen vragen of we dat niet gewoon met elkaar eruit kunnen halen omdat volgens mij dat veel te prematuur is. Wij hebben ook gezegd en je hoort dat op verschillende vlakken ook wel terug, dat je toe zou moeten naar een variabel peilbesluit. Dan past het volgens mij niet om al over 0,2 meter onder maaiveld te spreken. Dus dat is het derde punt waar we steeds op hebben gehamerd.

Het vierde punt heb ik ook al op een aantal vlakken hier gehoord. Is namelijk de samenhang met de al eerdere afspraken met deze regio zowel de woonopgave als de energietransitie. Dus we willen heel veel in ons gebied, maar niet alles kan. Dat zei u zelf ook al. Maar dat betekent wel dat we ons ook wel moeten houden aan eerdere afspraken. Of dat dus woningbouw is of vormen van energietransitie. Stedin speelt daar natuurlijk ook een belangrijke rol in. Die is hier het volgende uur zijn zij aanwezig. Dus dat heeft een mooie overlap met elkaar. Nog twee punten. Eén dat is naar de heer Schade VVD die vroeg waarom wij ons met Laren en Blaricum hier niet hebben verhouden. Daar is wel een duidelijk antwoord op gekomen, maar ik zou ook nog bij u willen aangeven wij zijn natuurlijk bezig met het gezamenlijke water- en rioleringsplan het Wrp. Dat doen we gedrieën als BEL en juist daar zitten de antwoorden in die u net zocht. Hoe gaan we met de opvang en met de afvoer van water om? Dus dat is wel op het gebied van water als ook het gebied van riolering en alles daaromheen. Dus die, mag ik dat noemen zwaluwstaart is te maken en die wordt ook in januari aan u voorgelegd zogenaamde Wrp. Als laatste en die oproep wil ik hier nog doen. Dat is de oproep naar de provincie. Want we zijn dit traject gezamenlijk begonnen. De heeft Van der Stelt heeft daar al iets over gezegd.

Dan vind ik ook dat we hem gezamenlijk moeten uitlopen. Dat uitlopen moet zijn, je begint aan een parcours en dan ga je ook samen over de finish. Dan moet je niet vlak voor de finish de afslag anders nemen. Op dat punt wil ik nog eens tegen de provincie nog eens aanhouden, wij hebben hier een heel zorgvuldig parcours gelopen. Alle stakeholders, natuur, agrariërs, alle anderen, veelvuldig aan het woord geweest. De provincie heeft zich hier ook in geroerd, heeft ook meegedaan. Dan vind ik dat je ook nu moet zeggen dat wat we straks nog gaan lopen in 2024 en verder in het UPLG het uitvoeringsprogramma landelijk gebied. Dan vind ik dat je eigenlijk één op één het Handelingsperspectief daarin zou moeten opnemen. Als ik de heer Van Essen twee weken geleden heb gehoord, dan laat hij heel nadrukkelijk ruimte om als provincie daarvan af te wijken. Dat zou ik echt heel erg jammer vinden. Dus bij deze nogmaals de opmerking laat de provincie dit zoals we hadden afgesproken één op één in het UPLG opnemen. Tot zover voorzitter.

De voorzitter: Dank. Ik ga nog wel een tweede rondje. Ik was nog even benieuwd of er vanuit het bureau nog iets, met name over de vraag van het CDA, niet de politieke vraag. Misschien in het algemeen of was het allemaal duidelijk? Mevrouw Blank: Nee er is heel veel gezegd ook veel herkenbaar. Ik begrijp ook de behoefte aan concretisering. Er zijn een aantal zaken gezegd, ook over het peil en dergelijke. Dat nemen we gewoon echt ter harte dus dank daarvoor. De voorzitter: Ik ga toch nog even een wat kleiner tweede rondje doen. D66 niet. PvdA wel de heer Lutterman. De heer Lutterman: Heb ik nog één opmerking naar aanleiding ook van de het waterpeil gebeuren. Dan mis ik eigenlijk toch in het hele stuk de hittebestendigheid. Dat we het landschap moeten proberen om hittebestendig te maken. Dat mis ik dan wel in het stuk als we het hier hebben over het waterpeil en we gaan het waterpeil flexibel maken en niet op 0,2, dan mis ik de hittebestendigheid. De voorzitter: Ik zie dat het bureau het heeft opgeschreven. Dus op uw wenken bediend. VVD niet. DorpsBelang niet. CDA ik denk het wel, gok ik. De heer Seldenrijk: We hadden even een kleine discussie, wat is hittebestendig? Dat moet u me na de vergadering nog maar eens een keer uitleggen. Uiteindelijk we gaan de polder niet droog leggen.

Er blijft gewoon water in de sloten staan alleen op een iets ander niveau dan het vaste peil zoals het nu in het stuk staat. De voorzitter: Geef ik de heer Lutterman toch even de gelegenheid om toe te lichten wat hij met hittebestendig bedoelt. De heer Lutterman. De heer Lutterman: Hittebestendig is we weten dat we de komende jaren toegaan naar temperaturen van tussen de 35 en de 40 graden. Dat we moeten zorgen dat we met onze gewassen en onze bomen zorgen dat het landschap hittebestendig is. Dat betekent hittebestendigheid. Daarom hebben we dat waterpeil wel voor nodig. De heer Seldenrijk: Dan zijn we het met elkaar eens want dat was ook mijn opmerking over flexibel waterpeil. Dus op het moment dat het warm wordt, om het zo maar te zeggen of de verdamping heel groot is, dan heb je extra water nodig. Het liefst vanuit de Eem vandaan maar die is niet schoon genoeg wat mij betreft. Ik ben in ieder geval blij met dat wij volgens mij op dezelfde lijn zitten als het college. Ik vind het wel trouwens wel een beetje raar in het proces. Het college geeft dus eerder een standpunt dan de raden. Vond ik eigenlijk heel frappant, normaal gesproken is het andersom. Dus daar zou ik toch nog graag een toelichting op willen hebben. Het andere punt is ik schrok een beetje van uw laatste punt. De oproep naar de provincie toe.

Dat de provincie behoorlijk door het, want uiteindelijk is dat een openlijke waarschuwing, maar het is wel een mededeling dat de provincie kennelijk door het hele plan heen fietst. Of dat de heer Van Essen door het plan heen fietst. Uiteindelijk hebben we natuurlijk het Handelsperspectief in werking gezet om natuurlijk tot onze eigen visie te komen. Uiteindelijk zal je ook een keer op een punt moeten komen dat dat moet passen in het UPLG. Natuurlijk dat snappen we en dat is ook toen benoemd. Maar dat provincie op voorhand hier al aan het sturen is en mogelijk een eigen weg gaat dat vond ik wel een pijnlijk puntje. Dank u wel. De voorzitter: Kort nog de heer Ten Have. De heer Ten Have: Voorzitter dank. U maakt de opmerking bij dat u het vreemd vindt dat wij daar een standpunt in hebben genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13384879/2