Transcript Commissie BSM 24.06.2024
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BSM VAN EEMNES 24 juni 2024
1.
Opening De voorzitter: Goed, dames en heren. Het is 20:00 uur. Hierbij open ik de vergadering van de commissie BSM van maandag de 24e alweer. Van harte welkom allemaal. Ik heb een bericht van verhindering van mevrouw Bunt en daarvoor in de plaats is de heer Van Schaik. Ik heb bericht van verhindering vooralsnog van de heer Seldenrijk en bij de VVD is de heer Schade nog aan het genieten van de vakantie. Die wordt gevangen door de heer Roorda. Hetzelfde geldt bij de PvdA voor de heer Van der Vegt. Daarvoor is de man die nu de gordijnen dichtdoet, de heer Van den Brink. Dank u wel. Dan kom ik bij inventarisatie van het spreekrecht. Als ik de zaal in kijk, kan ik dat denk ik overslaan.
2.
Te bespreken onderwerpen De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de agenda. We beginnen met de presentatie van de brandweer. Daarvoor is de postcommandant, de heer Van der Ploeg aanwezig. Dan de … Het beleidsplan Bestaanszekerheid. Dan wilde ik met uw welbevinden vanwege ambtelijke ondersteuning de Tomin, de wijziging van de gemeenschappelijke regeling, daarachteraan doen. Dan volgen we de rest van de agenda, dus de actualiseerde gedragscodes en dan de kadernota, afwijking van de Financiële verordening, het griffieplan en de raadsinformatiebrief Huisvesting statushouders. In die volgorde wilde ik het doen. Ik neem aan dat het goed is. Dan is bij deze agenda vastgesteld.
2.1 Presentatie Brandweer jaarcijfers De voorzitter: Dan komen we meteen als eerste bij de presentatie van de brandweer. Dus postcommandant, aan u het woord. De heer Ploeg: Dank u wel, voorzitter. Ik hoop u niet te vervelen in ieder geval vanavond. De voorzitter: Verzoek. De microfoons zijn zo ingesteld, dat hij een beetje dicht bij je mond moet zijn. De heer Ploeg: Ik … De voorzitter: Dan ben je pas goed verstaanbaar. De heer Ploeg: Ik ga er wat dichter op zitten. De voorzitter: Super. Dank u wel. De heer Ploeg: Komt goed. Zoals u misschien allemaal weet volgens mij … Voor mij is dit het eerste jaar als postcommandant van de brandweer in Eemnes. Dus als ik maar meteen van start ga, dan dacht ik mijzelf eerst maar even kort voor te stellen, heel even snel door de organisatiestructuur van de veiligheidsregio Utrecht te lopen en dan met u de personeelsstaat van de brandweer te Eemnes door te nemen, mijn zorgen voor de toekomst te delen met u. Even een korte gelegenheid stellen voor wat vragen als het gaat over de meldingen van 2023. Ik heb ze eigenlijk alle 61 maar even achter elkaar geplakt. Ik heb wat dat betreft eigenlijk maar één melding die voor ons bijzonder was, laten we het zo stellen. Dan wilde ik het geheel even samenvatten en aan
het eind daarvan wil ik aan u de gelegenheid stellen om eventueel vragen te stellen over hetgeen u vanavond van mij hoort. Even voorstellen. Mijn naam Jetze Ploeg. Ik ben 46. Ik word 2 juli, dus in de nabije toekomst, 47. Ik ben getrouwd, ik heb twee kinderen. De jongste is 6. Die wordt een maandje later ook 7. Mijn oudste is net 9 geworden. Dus het is een drukke feestelijke set maanden zo, juni, juli bij ons. Wat is het primair wat ik doe? Ik ben huisvader. Daar ligt mijn … Daar ligt eigenlijk de hoofdmoot van mijn aandacht. Dat is eigenlijk op moment dat wij naar Eemnes verhuisden, zo’n, in 2016, dus zo'n acht jaar geleden, zo gegroeid. Ik heb daar eigenlijk nooit spijt van gehad. Ik vind het hartstikke leuk. Maar dan ga je op zoek en dan kijk je om je heen en dan denk je van, wat is leuk en interessant om te gaan doen? Zo kwam ik destijds bij de brandweer te Eemnes terecht. Dat is een soort rood virus waar je mee besmet raakt. Dan kom je er nooit meer van af. Dus dan groei je daar steeds verder in. Toen werd in december afgelopen jaar bekend dat mijn voorganger, mijnheer Willemsen, dat hij na zijn acht jaar de staf te hebben gedragen het wel welletjes vond. Toen is er een sollicitatietraject opgestart en daar waren twee kandidaten voor, één van buiten de post en uiteindelijk ik als kandidaat van binnen in de post.
Dat is dan wel bijzonder, want dan vindt de helft ongeveer dat een kandidaat van buiten de post beter is dan die van binnen de post en vice versa. Dus dat levert dan een heel dynamisch jaar op in de tijd daarna. Maar goed, genoeg over mij. Veiligheidsregio Utrecht, u allen wel bekend, want daar vallen wij als gemeente bij in het bakje. De veiligheidsregio doet veel meer dan slechts het organiseren van de brandweer. Dat zie je dan ook in de organisatiestructuur terug. Men heeft bijna de veiligheidsregio een cluster directie brandweerrepressie en die bestaat uit twee kolommen. De directie repressie en het bedrijf preparatie brandweer, wat eigenlijk alle ondersteunende diensten regelt voor de 71 brandweerposten die de veiligheidsregio Utrecht rijk is. In die repressieve kolom daar zitten eigenlijk de facto alle brandweerposten. Daar zit ook mijn lijn in termen van leidinggevenden. Als postcommandant rapporteer ik aan een clustercommandant en die rapporteert weer aan een sectorcommandant en dan kom je uiteindelijk bij de heer Donker uit en dat is de directeur van de veiligheidsregio. Dit zijn de algemene cijfers voor de gehele veiligheidsregio. Daar zal ik u niet al te lang mee vervelen, want we zitten hier voor dat ene kleine puntje daar bovenaan. Het wonderschone Eemnes.
Als ik kijk naar ons korps, dan heb ik even de situatie van nu genomen omdat dat gedurende heel 2023 fluctueerde. Ik kom er straks nog wel op terug. De situatie nu is dat onze toegestane formatie van 33 personen gevuld is tot 32 man. Daar mogen we best wel trots op zijn. Dat is vrij uitzonderlijk namelijk. In een tijd waar we toch wel een beetje zitten te springen om vrijwilligers in allerlei sectoren, valt het bij ons binnen de brandweer redelijk mee. Dat heeft eigenlijk ook alles te maken met wat er in 2023 gebeurde, namelijk toen stroomde er zes jonge mensen in. Dat geeft ook weer een hele interessante dynamiek, want er zijn dan zes jonge mensen, twintig procent van het korps bijna, van de dertig. Dan gaan mensen ineens weer heel anders kijken naar zo'n korps en wat zich daarin afspeelt en krijg je ook plotseling te maken met hele andere kijken op de wereld in termen van generatieverschil. Dat geeft eigenlijk dat de situatie op dit moment een derde jong is, een derde daar wat tussenin en een derde alweer wat ouder. Dat zijn onze brandweerlieden die al heel wat jaren meegaan. Roland had een tijdje geleden, anderhalve week, het genoegen om een aantal van hen te decoreren van 15 jaar, 20 jaar, 25 jaar en 40 jaar lang bij de brandweer. Dat zijn er best wel een aantal. Ik zei al, dat rode virus, daar kom je slecht van af. Dat blijft doorgaan.
De mensen binnen ons korps zijn superactief, zijn heel bevlogen, heel enthousiast. Ik probeer met name om verantwoordelijkheden voor verschillende onderwerpen, zeg vakbekwaamheid of het organiseren van dingen speciaal voor de chauffeurs of voor de oefenleiders die allemaal een bijdrage leveren aan een aspect van de organisatie binnen het korps, dat probeer ik vrij laag te beleggen. Onafhankelijk van rangen zoals die binnen de brandweerorganisatie wil bestaan. Maar binnen een vrijwillig korps is het best wel lastig. Je … Het … Je kan er weinig autoriteit aan ontlenen. Dat moet toch echt uit jezelf komen. Zo kan het zijn dat een manschap soms oefenleider is en zijn kennis probeert over te dragen aan 31 andere personen. Voor de beeldvorming, ik zei het al, zes nieuwe mensen erbij. Dat betekent ook dat we in 2023, en daar gaat deze presentatie natuurlijk ook over, dat we dus 25 mensen hadden binnen onze bezetting. Die hebben we nu nog steeds. Ware het niet dat
van die zes er inmiddels vier in opleiding zijn en twee volgend jaar pas helaas in opleiding kunnen. Maar die houden we zoveel mogelijk erbij en betrokken en doen we ons best voor om ook die jonge mensen die toch echt lang moeten wachten totdat ze aan de opleiding kunnen beginnen enthousiast te houden. Want daar komt het eigenlijk op neer. Het is, ik kom er later op terug, is een van mijn zorgen ook. Het is best lastig als mensen anderhalf jaar moeten wachten totdat ze … Van het moment dat ze bij de brandweer instromen en dan aan een opleiding kunnen beginnen. Die dan vervolgens, als je de avondvariant kiest, nog twee, tweeënhalf jaar duurt. Dus als je vrijwilliger wordt bij de brandweer, dan heb je wel een bepaalde horizon nodig in termen van hoe lang je denkt te blijven plakken. Van die 25 man opgeleid en wel zijn er 7 bevelvoerder, 10 chauffeurs, 14 zijn manschappen, 10 zijn er verkenner en 10 zijn ook oefenleider. Nou kunt u natuurlijk ook uitstekend tellen net als ik. Dan komt het tot de conclusie dat dat er veel meer zijn dan die 25 waar ik het over had. Dat komt omdat heel veel van onze mensen dubbel, driedubbel en soms vierdubbel zijn opgeleid om al die functies te vertegenwoordigen. Dat betekent dan ook dat ze dus vier keer de tijd erin moet stoppen.
Want voor bijvoorbeeld een oefenleider geldt dat die van tevoren een oefenleiding … Een oefening verzint, een locatie daarvoor zoekt en dat allemaal organiseert, zodat er uiteindelijk een kwalitatief hoogwaardig leerplaatje ontstaat waar men wat mee kan. Chauffeurs, bevelvoerders. Van de zeven bevelvoerders zijn er, ik meen, vijf ook chauffeur. Alle … Iedereen is uiteraard ook manschappen, want daar … Dat is het instapmodel. Verkenners, vraagt u misschien af, wat zijn dat? Dat is het specialisme wat wij binnen de post Eemnes hebben. Dat is, als er grote incidenten zijn, dan worden er brandweermensen op uitgestuurd om effectgebieden in kaart te brengen of monsters te nemen. Dat valt allemaal onder de verkenningseenheid. Dus een voorbeeld, de grote brand bij de houtopslag in Baarn, dat er allemaal houtdeeltjes en andere deeltjes in de weilanden hier belandden, dat zou typisch een klus zijn verkenners om te gaan kijken van waar dat gebied eigenlijk zich precies bevindt, zodat de opvolgende diensten daar ook weer wat mee kunnen in termen van schoonmaken, verzekeringswerk en dat soort dingen. Voordat ik het heb over de zorgen, wil ik wel even zeggen dat ik heel blij ben met dit korps en met name de mensen binnen dit korps. Want die zijn allemaal superenthousiast, met een heel hoog commitment en iedereen doet eigenlijk gewoon heel hard zijn best.
Ook als de omstandigheden die zich in de privélevens van de mensen bij tijd en wijle en het afgelopen jaar naar mijn smaak wel heel veel voordoen, dat eigenlijk niet toelaten. Dan moet ik mensen soms dwingen om te zeggen van, leg die brandweer verantwoordelijkheid maar even naast je neer. We kijken wel even of er iemand anders binnen de brandweer is die die verantwoordelijkheid van jou tijdelijk wil overpakken, zodat jij even tijd en aandacht aan je thuisfront kan besteden. Er gebeurt veel, er gebeurt echt veel. Dan denk je van … Allerhande ziektes, zorgsituaties aan het thuisfront. Het vraagt veel van de mensen. Het valt mij gewoon op. Dus in die zin wilde ik dat even zeggen. Als ik het moet hebben over zorgen voor ons brandweerkorps, dan is de toekomstige uitstroom er wel eentje. De gemiddelde leeftijd ligt op 40, 40,5. Dat is alweer lager dan vorig jaar, maar dat heeft natuurlijk ook met de instroom van die zes jonge mensen te maken. Relatief veel van onze functies liggen hoog in de leeftijdscategorieën belegd. Wat ook logisch is, want hoe langer je meeloopt, hoe meer tijd je hebt gehad om opleidingen te lopen en te wennen aan de diverse verantwoordelijkheden.
Dus betekent dat dat eigenlijk mijn zorg niet ligt bij het aantal manschappen wat we beschikbaar hebben, maar dat mijn zorg veel meer ligt bij het aantal bevelvoerders en het aantal brandweerchauffeurs wat we beschikbaar hebben. Mensen moeten dat namelijk ook willen. Mensen snappen ook heel goed dat dat een extra last met zich meebrengt, waar je toch wel de tijd voor moet willen opbrengen, wil je dat op een nette manier doen. Opleiding bevelvoerder duurt ook weer twee jaar. Opleiding chauffeur is wat overzichtelijker. Dat is, ik meen, vier maanden. Maar daar hoort ook het traject bij van je rijbewijs halen. Dus dat zijn vrij bewerkelijke opleidingen. De leadtimes naar die opleidingen toe, je merkt dat de veiligheidsregio Utrecht ook maar heel beperkte opleidingscapaciteit heeft en nu twee jaar later ook nog steeds de gevolgen van corona moet inhalen. Opleidingen hebben toen heel lang stilgelegen. Dat schuurt. Dat duurt voordat dat weggewerkt is, ook al wordt daar best hard aan gewerkt en probeert men zijn ding te doen. Mijn grootste knelpunt is dan eigenlijk
ook gewoon opleidingscapaciteit. Als ik zes nieuwe manschappen opleid en daar komen nog … Komt nog opleidingsvraag bij voor een twee-, drietal en nieuwe bevelvoerders of chauffeurs, wat minder belastend is, dan wordt er best wel een beslag gelegd op de capaciteit die we hebben. Het zit hem, ondanks het feit dat we zoveel menskracht hebben, is mensen bereid te vinden om andere mensen door hun opleiding heen te begeleiden best wel een … Het is een behoorlijke kluif. We proberen dat ook veel … Zoveel mogelijk te spreiden over verschillende mensen. Als ik nu de zes manschappen pak die … Waarvan er nu vier in opleiding zijn en twee in januari beginnen, dat is gespreid over acht mensen die zich met hun opleiding bemoeien. Dat is noodzakelijk, omdat het anders te veel wordt in combinatie met privéleven, werk en dat soort dingen. Is nieuwe instroom dan op dit moment ook een zorg voor mij? Minder. We hebben dus zes man erbij gekregen in 2023 en hebben nu in 2024 nog geen nieuwe aanmeldingen. Als ik daarnaar kijk, denk ik dan ook bij mezelf, als ik nu al wel nieuwe aanmeldingen had, dan had ik dus in 2025 nog weer twee nieuwe manschappen moeten opleiden en nog meer capaciteit moeten vragen van de huidige leden van het korps. Het is een vrij ingewikkeld plaatje, met name vanwege ook dat ik niet weet wanneer opleidingen beginnen.
Als ik kijk naar bijvoorbeeld de twee aspiranten die nu in januari zullen beginnen, de belofte was eerst september. Dan zitten ze dus al een jaar bij het korps. Dan moet je ze op een gegeven moment vertellen van, je kan eigenlijk pas in januari 2025 beginnen. Dan draaien mensen eigenlijk al anderhalf jaar mee en dan moet de opleiding nog van start. Dan weet ik toevallig uit eigen ervaring dat dat best wel iets doet met je motivatie en hoe je er tegenaan kijkt. Als die opleiding dan een keer uit de startblokken is, verandert dat weer heel snel. Maar die periode daarnaartoe, dat is te lang en daar hebben wij als lokale post weinig invloed op. Op het moment dat die opleidingsdata wel bekend zijn, dan is dat voor ons helder en duidelijk. Daar zetten we dan ook op in. Daar plannen we ook heel zorgvuldig op om te zorgen dat er voldoende capaciteit is. Gedurende 2023 is er veelvuldig gesproken met de veiligheidsregio over onze tweede tankautospuit. Dat is een tankautospuit die onder de taakuitvoeringsovereenkomst valt, zoals de gemeente Eemnes die heeft afgesloten met de veiligheidsregio Utrecht bij de oprichting al, als ik het goed heb. In augustus. Is de … Is het inzetprofiel van die tweede tankautospuit eigenlijk plotseling en ongevraagd, want niemand die ons daar ooit wat over gevraagd of gezegd heeft, beperkt tot de grenzen van de gemeente.
Persoonlijk was ik daar fraai ontstemd over. Daar zijn we tot op de dag van vandaag nog met de veiligheidsregio over in gesprek van wat daar eigenlijk heeft plaatsgevonden en wat eigenlijk de motivatie van de veiligheidsregio is om die maatregel af te kondigen eigenlijk. Want heel flauw, maar ergens in oktober belde ik met een aantal andere postcommandanten die ook gebruiker zijn van een tankautospuit en toen ontdekte ik per toeval dat dit het geval is, dus drie maanden later. Die beperkte capaciteit, dat … Dus dat is een punt van zorg. Voor mij staat het inperken van het inzetprofiel een beetje gelijk aan het vermaken van onze tweede tankautospuit tot een soort tweederangs auto, wat ik echt diep tekort vind doen aan de inzet van de 32 mensen die wij rijk zijn bij de brandweer Eemnes. Want laten we wel wezen, de auto is volledig bepakt, geoutilleerd en bemenst. Maar men zegt, buiten de grenzen van de gemeente Eemnes hebben wij hem niet meer nodig. Dat vind ik een vind bijzondere ontwikkeling. Over die beperkte capaciteit tot opleiden heb ik het eigenlijk net al met u over gehad. Dus ik denk dat ik die even skip. Maar die steeds hogere belasting van de vrijwilligers en de steeds verder oplopende professionalisering die de bovenliggende organisatie vraagt, dat is een andere zorg voor mij.
Ik merk dat … Het wordt steeds lastiger om mensen zover te krijgen om bijvoorbeeld zich op te geven voor opleiding tot bevelvoerder. Ik merk dat het steeds lastiger wordt om mensen te vragen zich te committeren aan opleidingen die soms lang duren en waarvan de beschikbaarheid een beetje een vraagteken is. Maar daar doen we heel hard ons best voor. De intrinsieke motivatie die bij de mensen zelf ligt, is extreem hoog. Ook als er vanuit het dorp gevraagd wordt om een ijsbaan op te spuiten, en dat is niet gebeurd in 2023 volgens mij, maar … Of mee te doen met spelletjes of een bijdrage te leveren aan een activiteit bij het Huis van Eemnes of bij de zeskamp of tijdens de feestweek, er zijn altijd mensen van de brandweer die bereid zijn om daaraan mee te doen. Ik moedig ze dat ook van harte aan. Want in mijn beleving is een brandweerkorps niet een … Dat hoort in een
dorp te staan, onderdeel te zijn van het dorp en zich ook niet alleen bij een melding, maar ook daarbuiten zoveel mogelijk in te zetten voor dat dorp. In ons geval uiteraard de stad, voordat ik nog te vaak dorp ga roepen. 61 meldingen afgelopen jaar. Dat vind ik relatief rustig. Alhoewel, als ik dan naar 2024 kijk, dan loopt het op dit moment ook nog niet heel hard. Dat is hartstikke goed nieuws voor de burger, voor de vrijwilliger wordt het zo nu en dan wel een beetje saai. Nee, zeker geen oproep voor allerlei burgerinitiatieven, maar de sfeer is nooit zo goed als dat er een stevige inzet is geweest. Dat is een beetje apart misschien, maar dat heeft een brandkorps ergens ook nodig. Helemaal onderaan, 18-10, 18 oktober, was voor ons een beetje een bijzondere dag . Want dat is eigenlijk een datum die een beetje na-echoot. Toen vond er een incident plaats op de A27 waar iemand uiteindelijk bleek van het viaduct gesprongen te zijn. Andere hulpdiensten waren daar eerder bij, maar onze mensen waren daar fraai vlot achteraan. Je merkt gewoon dat dat … Loop ik uit de tijd? De voorzitter: Ik zie de heer Roorda. De heer Roorda: Ik wil even reageren. Er staat een incident bij van 31-7, reanimatie. Dat was ik zelf. Dus ik wil bij deze toch nog een keer dank uitspreken voor het snelle handelen toen, want dankzij dat zit ik hier. Dank u wel. De heer Ploeg: Alstublieft. Graag gedaan.
Die … Dat incident, we hebben daar aan het eind daarvan flink opgeschaald in termen van hulp naar de collega's toe. Dat is vanuit de post georganiseerd en dat is vanuit de veiligheidsregio georganiseerd. Dus wij hopen dat dat niet te hard bij de mensen beklijft en dat men daar een plekje aan geeft. Uiteindelijk is dat hele traject in januari van dit jaar officieel voor ons … Hebben we dat afgesloten. Maar het blijft een punt van zorg, ook voor wat mijnheer Roorda aangeeft. Het aantal reanimaties neemt wel toe. Dat heeft natuurlijk deels ook met de demografie van Eemnes te maken. Gemiddelde leeftijd kruipt ook hier omhoog. Daar komen er steeds meer van. Dat heeft ook wel weer zijn impact, dat heeft … Vormt ook wel weer een stukje belasting voor de vrijwilliger. Wat ik probeer aan te geven, is dat zowel wijzelf als korps met onze eigen mensen die daar speciaal voor opgeleid zijn als de veiligheidsregio eigenlijk best wel goed aan de voorkant inzetten op het voorkomen van blijvende psychische schade bij mensen. Aantal reanimaties neemt toe. We blijven een kleine samenl… We blijven een kleine gemeenschap. Het komt soms best wel dichtbij. Dat merk je dan ook bij de inzet. Dat weten wij van tevoren niet. Maar ik heb bijvoorbeeld persoonlijk weleens gehad dat een collega tegen mij zei, wil jij naar binnen? Want ik stond bij de auto. Want dit is mijn buurman.
Een kleine gemeenschap komt gauw dichtbij. Mijnheer Roorda, ik zal de … Ik zal het overbrengen. Alstublieft. Aantal andere ontwikkelingen binnen ons corps. We hebben een volledig nieuwe tankautospuit, met dank aan de veiligheidsregio, die voor alle eerste tankautospuiten heeft besloten dat die vervangen worden. Die zijn vorig jaar december, dus eigenlijk december 2022, al bij ons binnengebracht? Daar zijn we toen wij mee aan de slag gegaan, zijn we mee gaan oefenen. Want ander materieel geeft toch wel weer even een andere manier van doen. Dat was … Gold in dit geval eigenlijk dubbel, want samen met de nieuwe tankautospuit kwam ook een nieuwe brandbestrijdingsdoctrine. Dat is echt fundamenteel een andere manier van kijken naar brandbestrijding. Eigenlijk in het eerste kwartaal van 2023 is daar vol op ingezet om dat succesvol in gebruik te nemen. Dat is heel succesvol geweest, dus dat is prima. Verder, in 2023 speelde het verhaal van de upgrade van de bepakking van onze tweede tankautospuit. Dat is diezelfde tankautospuit waarvan de veiligheidsregio heeft gezegd, die hoeft niet meer buiten de gemeentegrenzen te komen. Dat traject begon volgens mij in mei. Daar zijn we nog niet over uit.
Ondanks toezeggingen vanuit met name de repressieve kolom binnen de veiligheidsregio, schijnt de ondersteunende kolom daar in mijn beleving maar slecht aan mee te willen werken, iets wat ik persoonlijk heel bijzonder vind. Maar er wordt over gepraat. Ook in 2023 trad het zogenaamde IBBE in werking. Dat is het Inzet Bepaling Brandweereenheden. Vroeger ging dat op basis van vakjes en blokjes en toegewezen gebieden. De omslag is om dat nu op basis te doen van de
theoretisch snelste brandweereenheid die op een bepaalde locatie kan aanrijden, grof gezegd op basis van Google Maps. Dus Google Maps berekent, het heet anders, het heet Get-A-Drive, een systeem berekent vanaf een bepaalde incidentlocatie welke kazerne en dus welke daar gebaseerde tankautospuit er in theorie het snelste kan zijn. Dat heeft wel gevolgen voor ons als post, want dat betekent dat ons inzetgebied aan bijvoorbeeld de onderkant van de Wakkerendijk iets kleiner wordt, met name omdat het beroepskorps Hilversum een veel kortere opkomst tijd heeft, dus de tijd tussen alarmering en het uitrijden van de auto. Dus zij kunnen … Zij rijden eigenlijk al drie minuten als wij net de deur uitgaan. Die drie minuten rijtijd dat betekent een vrij grote afstand die zij kunnen afleggen en daarmee wordt hun … De inktvlek waarin zij opereren groter. Voor vrijwillige korpsen heeft dat een tegenovergesteld effect. Omdat een vrijwillig korps een veelal hogere opkomsttijd heeft, betekent dat dat men minder lang onderweg kan zijn om … Dat men minder lang onderweg kan zijn. Ik zeg ook theoretisch snelste hulp, omdat dat systeem Get-A-Drive, dat vertoont nog wat punten die wel aangeschaafd mogen worden.
Zo denkt bijvoorbeeld Get-A-Drive dat het korps Hilversum er ongeveer zes minuten over doet tot de onderkant van de Wakkerendijk, terwijl Google Maps, Apple Maps of TomTom denken dat het bijna negen minuten is. Gezien ik net uitgelegd heb van hoe eerder je op de weg bent, hoe meer rijtijd je hebt tot aan de incidentlocatie, is dat wel een dingetje. Er zijn diverse posten binnen de veiligheidsregio die dat aankaarten. Wij ondervinden er relatief weinig hinder van, als Eemnes zijnde, omdat wij fraai vrij uit de buurt van beroepsposten liggen. Maar het is wel een ding. Betekent ook dat we vrij meer regelmatig bij de buren in Laren gevraagd zullen worden en dat hebben we dit jaar één of twee keer gezien al, dus dat … Sorry? Dat weet ik niet, hoe dat geregeld wordt. Volgens mij zijn daar convenanten en afspraken en dergelijke voor. Maar hoe dat verder uitkristalliseert, dat dekkingsplan, dat nieuwe … Die nieuwe manier van het dekkingsplan genereren, dat moet de tijd een beetje leren. Het is nieuw, het is een hele andere manier, het is een hele andere insteek. Het principe is volgens mij gewoon juist. De burger heeft recht op de snelste hulp. Als dan de onderliggende systemen daar ook nog in meewerken, dan is dat wat mij betreft prima. Die …, daar heb ik het eigenlijk al over gehad. Ook … De bepakkingsupgrade ook.
Dus als ik het geheel voor u moet samenvatten, dan denk ik dat u als raad hier in gemeente Eemnes een uitstekend gezond korps heeft. De mensen zijn gemotiveerd, zeer betrokken en echt enthousiast. Het beeld qua inzetten is vrij divers. Geen grote branden tot nog toe. Vrij veel reanimaties. De traditionele koe in de sloot, als in, grote huisdieren, dat is minder volgens mij dan in voorgaande jaren. Ik vind het moeilijk om daarin een trend te ontdekken. Los van het feit dat het aantal reanimaties, dat neemt duidelijk toe .Worden we meer en meer voor gevraagd. In mijn beleving zien de ambulancediensten in die zin ook de meerwaarde van de inzet van de brandweer. Korps staat midden in de samenleving, zoals ik al zei. Men is eigenlijk nooit beroerd om ergens bij te springen als daar door de verschillende maatschappelijke organisaties om gevraagd wordt. Onze brandweerpost wordt ook vrij veel gebruikt door allerlei maatschappelijke organisaties om te vergaderen of bijeenkomsten te plannen. Dat is … Dat varieert van sociale zaken die af en toe gesprekken voeren met cliënten van hun tot het NIPV, het Nederlands Instituut voor de Publieke Veiligheid, tot ik geloof een keer een maand een vergadering van het feestcomité wat ook een plekje moet hebben.
Dus wij proberen onze kazerne zoveel mogelijk in gebruik te houden, maar ook ter beschikking te stellen van iedereen die dat maar nodig heeft, zonder daarin commerciële belangen van andere partijen te schaden. Anders gebeurt het namelijk bij iemand in de huiskamer, wat ook prima is, maar … Al met al denk ik dat er zeker grote uitdagingen zijn voor de toekomst. Met name op het gebied van met na… De retentie. Daarvan wilde ik nog wel zeggen, een van onze collega's is inmiddels door de door u aangenomen Huisvestingsverordening gehuisvest in Eemnes, terwijl die anders toch vrij zeker had moeten vertrekken. Ik merk aan de rest van de mensen, eigenlijk aan het hele korps, dat dat vertrouwen geeft, dat dat extra toewijding met zich meebrengt. Dat u als raad daar die moeite voor genomen heeft, is … Wordt zeer gewaardeerd. Gelukkig valt het mee in de aantallen nog steeds, dus het past nog. Met name de opleidingscapaciteit die binnen onze mensen aanwezig is, die is lastig. Maar al met al heb ik eigenlijk gewoon een ontzettend positieve kijk op de ontwikkelingen binnen het korps Eemnes. Maar ik realiseer mij
tegelijkertijd ook dat dat best volatiel kan zijn. De omstandigheden bij mensen veranderen en toekomstplannen van mensen veranderen. Ik vind dat na mijn eerste jaar in functie best lastig om dat goed te peilen. Maar al met al heel positief. Ik denk dat het een heel gezonde club is. Vragen voor mij? De voorzitter: Goed. Ik denk zeker dat die komen, dus ik ga een rondje maken. Eerst van mijn kant. Dank voor de uitvoerige presentatie. De heer Ploeg: Ik dacht eerder klaar te zijn, maar dat valt tegen. De voorzitter: Dat herken ik. Ik wilde beginnen bij het CDA, de heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Dank u, voorzitter. Bedankt voor de presentatie. Leuk om het een en ander terug te horen ook met betrekking tot besluiten die hier genomen zijn. Dan doel ik op de huisvesting en dat dat ook vertrouwen geeft binnen het korps. In het begin van het verhaal was er, of van de presentatie, was er een regel die zei van, twee deelnemers, daarvan is de opleiding zoveel vertraagd. Wat mij niet goed duidelijk geworden is, is waarom dat zoveel wachttijd heeft dan, wat de reden daarvan is. Ten tweede, wat mij opviel, was, je had het over een ideale bezetting met betrekking tot de functies die er zijn. Chauffeur, bevelvoerder. Er gaat wat straks uit dienst waarschijnlijk vanwege leeftijd en daardoor kom je tekort.
Maar hoeveel heb je nodig en hoeveel is het tekort dan op bepaalde functies binnen het korps, als je daar iets over kan zeggen. Als je dat in beeld hebt, zou het fijn zijn. De tweede tankspuit, tankautospuitsituatie, die heeft ons ook verbaasd hier in de raad toen we enkele weken terug de stukken van de veiligheidsregio zagen en daar stukjes tekst in vernamen die daarop duidden. Dus daarin ondersteun ik de verbazing. De voorzitter: Goed. Meteen maar beantwoording, lijkt mij, dat is denk ik praktischer. De heer Ploeg: Wat betreft de wachttijd met betrekking tot de opleidingen zoals die door de VRU worden aangeboden, is de verklaring die vanuit de VRU komt het inhalen van een achterstand die is opgelopen tijdens corona en dat ondanks dat men altijd zit te springen om vrijwilligers, er toch best wel veel vrijwilligers opgeleid moeten worden. Mijn conclusie is dan dat er een capaciteitsdingetje speelt binnen de VRU. Maar misschien is dat een vraag die ook gewoon rechtstreeks bij de VRU neergelegd moet worden. Het is in ieder geval iets waar ik als postcommandant niet al te veel invloed op heb, ben ik bang. Wat betreft de functiebehoefte. Aantal bevelvoerders had ik er het liefst acht, aantal chauffeurs had ik er het liefst twaalf of tien. Met name bij de bevelvoerders ligt die verantwoordelijkheid bij de wat ouderen binnen ons korps.
Daar zullen er een aantal mensen van vertrekken de komende jaren. Het is op dit moment lastig, want we hebben die vacature al een keer opengezet, om daar gemotiveerde mensen voor te vinden. Het is … De opleiding bevelvoerder duurt twee jaar. Ook daar durf ik niet te beloven dat als iemand zich nu aanmeldt dat hij voor 2025 al kan beginnen met een opleiding. Dus dat is dubbelop lastig, omdat mensen graag ook hun leven willen plannen. Als je dan niet weet wanneer je moet … Rekening moet houden met een dergelijke belasting qua studie, avonden weg, een weekend realistisch oefenen et cetera, dan is dat moeilijk te verkopen. En dank voor de gedeelde verbazing. De heer Schaik: Aanvullende vraag is, het is binnen het korps dan die vacaturestelling, en het is niet extern. Dus je kijkt onder de korpsleden wie er dan interesse heeft voor het vervullen van bijvoorbeeld een chauffeursrol of een bevelvoerdersrol over enige tijd? De heer Ploeg: Dat klopt. Maar als ik daar nog op in mag springen, toevallig hebben we in januari 2024 iemand over gekregen vanuit De Bilt en die was al bezig met zijn bevelvoerdersopleiding. Dus wij hopen dat hij hem
vlot afmaakt en dat hij dan deel uitgemaakt van ons bevelvoerderskorps. Dus zo nu en dan hebben we een mazzeltje. De voorzitter: Dan ga ik naar DorpsBelang, de heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Dank u wel. Allereerst bedankt voor een mooie, complete presentatie, zou ik zeggen. De heer Ploeg: Dank u wel. De heer De Zeeuw: De vragen die we hadden, zijn deels al behandeld, maar we hadden natuurlijk heel veel herrie hier rond, herrie, in ieder geval aandacht voor het onderwerp van woningen voor brandweerlieden. We hoorden niks meer, dus we vroegen ons af, is er wel iets gebeurd of is die vraag plotseling niet meer nodig of zo? Maar in ieder geval één geval is het nu geregeld. Zijn er nog … Is daar nog een wachtlijst op dit moment of … De heer Ploeg: Nee, op dit moment zijn geen andere brandweerlieden die daar, hoe zeg je dat, aanspraak op maken of … Maar … De heer De Zeeuw: Maar het hoeft ook niet. De heer Ploeg: Ik heb geen glazen bol in die zin. De heer De Zeeuw: Tegelijkertijd moet ik zeggen, we hebben heel veel huizen toegewezen de afgelopen tijd en ook veel aan Eemnessers. Dus het zou kunnen zijn dat ze daar automatisch al in zaten in dit geheel. Dan even het punt van die tweede wagen, dat wisten we, weten we.
Is er nog iets wat vanuit de politiek, en dan kijk ik een beetje naar de burgemeester, of dat we daar nog iets extra aandacht aan kunnen besteden of zo, ondersteuning? Want als korpscommandant heb je … Kun je dat natuurlijk vragen, maar … Het ging als ik het groep begreep ook over die upgrading van die tweede wagen, over een ton of zo heb ik ergens zien staan. Dus het is nog een redelijk fors bedrag. Dan is de vraag, wie betaalt dat? Moet dat de gemeente doen of … Misschien ook goed om daar ook nog even bij stil te staan. Dan een laatste vraag, hoe komt die zes? Waar komt het vandaan? Is dat een geweldige campagne geweest van de brandweer om allerhande werving te doen, of komen die plotseling dan in een keer aanwaaien, en daar mag je dan heel blij mee zijn? Dus dat zijn mijn vragen. De heer …: Een vriendengroep. De heer Ploeg: Om maar bij de laatste te beginnen en dan weer naar boven te werken, want de eerste heb ik … Is me even ontgaan nu. Die zes mensen, we zijn met een socialmediateam gestart. Ineens hebben we blijkbaar op die manier een nieuwe pot aangeboord weten te bereiken. Ik denk een gelukkige samenloop van omstandigheden en factoren. En zeer welkom in die zin. Er zitten een aantal twintigers tussen, er zit wat vijfendertigers tussen, maar eigenlijk niemand boven de veertig. Dus dat is … Dat doet het gemiddelde goed in … Naar beneden bijgestelde zin.
Wat betreft die bepakking, daar is inderdaad een bedrag voor begroot. Dat is niet noodzakelijk het bedrag wat ook uit de bus komt rollen. Maar daar heb ik van de veiligheidsregio ook geen uitsluitsel over gehad van wat het wel gaat worden. In die zin is dat voor mij ook een zaak tussen meer de gemeente en de veiligheidsregio dan voor mij als postcommandant.
De heer De Zeeuw: Maar mag ik even voor de duidelijkheid? Dat iedereen het begrijpt ook. In de presentatie gaf u aan dat de tweede TAS volledig was bepakt. De heer Ploeg: Daar zit bepakking op. Dat is bepakking die strookt met de brandbestrijdingsmethodes oude stijl. Dat wil niet zeggen dat het niet bruikbaar is, maar het komt niet overeen met de nieuwe brandbestrijdingsstructuren. De voorzitter: Goed. Dank u voor de toelichting. Ik denk dat dat … De heer De Zeeuw: Misschien één nog toelichtende vraag van, kunnen wij als raad of kan de politiek iets doen op die opleiding, om die opleiding te bespoedigen? Of is dat gewoon … Moeten we gewoon reëel zijn? Er is gewoon geen capaciteit op dit moment beschikbaar en dan moet je wachten. Dus wat kunnen we als politiek, als raad daar iets aan doen? De heer Ploeg: Dat vind ik voor mezelf als postcommandant van Eemnes, waar ik zelf ook al weinig invloed heb op wat de VRU daarin wel of niet doet, lastig om te zeggen. Daarvoor zou u als gemeente eigenlijk in gesprek moeten gaan met veiligheidsregio. De voorzitter: Goed. Dank u wel. Dat waren denk ik wel de vragen van DorpsBelang. De heer Ploeg: Volgens mij heb ik nog één vraag gemist van mijnheer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Zou best … Ze zijn zo gesteld, dus … Ik dacht dat we het meeste wel hadden gehad. dank u wel. Die zes heeft u toegelicht, dat gekomen is. De voorzitter: Ja.
En de huisvesting ook. VVD, de heer Roorda. De heer Roorda: Ik vond het een prima presentatie en ik heb dus geen vragen. De voorzitter: PvdA, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Het is heel goed om te horen dat het goed gaat met de brandweer in Eemnes. Daar mogen we heel blij mee zijn. Ik denk dat het in de dorpen om ons heen misschien wat minder rooskleurig is. Misschien kunt u daar iets over zeggen. Dat zeg ik omdat, u had het er ook al over, over die professionalisering van de brandweer. Dat betekent dat er van de vrijwilligers steeds meer geëist wordt en aan de andere kant, wat u zei over die gebiedsverdeling, is dat je als vrijwilligerskorps soms ook haast wel aan het concurreren lijkt te zijn met de beroepsbrandweer. Dat is een trend die eigenlijk al jaren gaande is. Dat betekent, gelukkig nog niet in Eemnes, maar in veel andere gemeenten dat het overeind houden van die vrijwillige brandweer steeds lastiger wordt. Als we nou wat verder de toekomst in kijken, heeft u dan een idee waar het heen gaat? De heer Ploeg: Wat betreft de situatie in de omliggende dorpen. Ik denk niet dat het kies is voor de commandant van Eemnes om te spreken over de situatie in Laren of in Bunschoten. Ik weet dat alle commandanten daar ook gewoon hun uiterste best doen om de broeken op te houden. Daar waar nodig kunnen wij als Eemnes bijspringen.
De heer Van den Brink: Hier in Eemnes mogen we ons gelukkig prijzen met een redelijke instroom van vrijwilligers. Als ik me niet vergis, is dat in andere dorpen wel anders.
De heer Ploeg: Dat is in andere dorpen zeker anders. Zoals gezegd, in dit jaar hebben we nog geen enkele aanmelding. Dus in afgelopen jaar dan toevallig in een keer zes. Dat was niet een vriendenclubje of zo, dat zijn echt zes vrij verschillende mensen die in vijf verschillende levensfases hebben besloten om vrijwilliger te worden bij de brandweer Eemnes. De voorzitter: Goed. Dank. Dan als laatste de heer Defferding van D66. De heer Defferding: Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor de mooie presentatie. Ik kan me herinneren dat we de vorige keer … Dat we wat pessimistische beelden voorgeschoteld kregen. Blij ook om te vernemen dat de besluitvorming hier in de raad leidt tot positieve geluiden bij de post Eemnes. Over die instroom had ik nog wel een vraag. Er zijn zes nieuwe mensen bijgekomen. Die moeten allemaal opgeleid worden. Dat is logisch. Net tipte u dat ook wel eventjes aan, komt het ook weleens voor dat zijinstromers of mensen die hiernaartoe verhuizen en die al een brandweerachtergrond hebben en dan besluiten om ook in Eemnes zich bij de post aan te sluiten? Was ik nog wel eventjes benieuwd naar. De heer Ploeg: Wat betreft het positieve beeld, ja, ik heb een vrij positief beeld. Maar daarbij hoort ook de kanttekening dat dat een snapshot is, een foto van 2023 slash nu.
Ik heb ook al geprobeerd om aan te geven, ik heb ook geen kristallen bol, dus het kan ook zomaar zijn dat er mensen moeten verhuizen of persoonlijke omstandigheden die in het spel komen, waardoor mensen zeggen van, ik kan deze commitment niet meer leveren. Daar moet ik dan ook respect voor hebben, hoe lastig dat dan ook wordt. Maar ik ben er wel van overtuigd dat met het enthousiasme en de inzet die in het grootste gedeelte van het korps gewoon aanwezig is, dat we dat ook alweer het hoofd bieden. In 2023 toen er 25 opgeleide mensen waren, was het in die zin ook niet slecht. Maar ik denk dat nieuwe instroom eigenlijk gewoon een permanente zorg is die je als postcommandant moet hebben. Anders dan zet je het een en ander op het spel. Wat betreft die zijinstroom, ik persoonlijk vind dat iedereen die opgeleid is en hier in Eemnes komen wonen, die is meer dan welkom binnen de brandweer Eemnes. Want dat zijn voor mij gegeven paarden en die kijk je niet in de bek. De voorzitter: Helder. Dank u wel. De heer Ploeg: Alstublieft. De voorzitter: Goed. Dan dank ik de heer Van der Ploeg nogmaals voor zijn mooie presentatie. Voor u, de politieke vragen die kunt u op een nader moment stellen. Want het getal voor de tweede TAS heb ik ergens zien staan in begrotingen of … Et cetera.
Misschien is dan ook het moment dat u een vraag aan de portefeuillehouder kunt stellen over wel of niet gemeentegrenzen. Dus politiek krijgt nog alle mogelijkheden om hier verder op in te duiken. Dank. De heer Ploeg: Zeker. Bedankt voor de mogelijkheid om het verhaal te vertellen. De voorzitter: U mag zeker de raadzaal verlaten. Allemaal getalletjes. De griffier zou ik vragen nog of deze presentatie nog naar ons toekomt. Je hebt hem? Je hebt hem. Kijk eens aan. Dan zal ik vragen of de griffier hem bij de agenda van vanavond kan toevoegen. Dan kan iedereen die dat wil nog iets nalezen. Niet goed, wel goed? 2.2 Beleidsplan Bestaanszekerheid 2024-2028
De voorzitter: Dan ga ik naar het volgende agendapunt. Dat is Beleidsplan Bestaanszekerheid. Daarvoor zit in de zaal twee dames, de heer … Mevrouw Aartsen en mevrouw Eizens, als ik het goed zeg. Dus … Dan begin ik eerst, even kijken, ik was net bij het CDA begonnen, dus dan begin ik nu bij DorpsBelang. Dat is de heer Raben. De heer Raben: Beleidsplan Bestaanszekerheid 2024-2028. We kunnen hier uitgebreid op ingaan met mooie volzinnen, met tijd volmaken met herhalingen hetgeen papier staat, maar vroegsignalering is essentieel om het verlies van bestaanszekerheid te beperken dan wel te voorkomen. De aanbevelingen van de adviesraad zijn goed onderbouwd en verdienen het om navolging te krijgen. De reactiebrief vinden we … Vind ik wat magertjes. De ambtelijke correctheid overschaduwt wat er nu echt aan aanbevelingen en suggesties wordt gedaan. Dat is jammer en doet afbreuk aan de goede en heldere koers. Voor de wethouder een vraag. Welk effect wordt verwacht op het beleidsplan met de nieuwe koers van het kabinet op het gebied van bestaanszekerheid? De voorzitter: Glazen bal. VVD, de heer Roorda. De heer Roorda: Dank u wel, voorzitter. Ik ben het eens gaan lezen. Toen vroeg ik mij af wat we eigenlijk aan het doen zijn. Begrijp me niet verkeerd. Schuldhulpverlening is essentieel om te voorkomen dat mensen op straat belanden en met alle nare gevolgen van dien.
Het is een beeld dat je in ons omringende landen veelvuldig kunt zien. Hier hoeft dat dus niet. Maar om terug te komen op de eerste vraag die ik mijzelf stelde, heb ik de Wet op de schuldhulpverlening er eens bij gepakt. Daarin staat te lezen dat de gemeenteraad een plan dient vast te stellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening van zijn gemeente. Dat is de basis. De wet werkt dat ook verder uit. Het plan mag voor ten hoogste vier jaren worden vastgesteld. Check. Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid aangaande integrale schuldhulpverlening en preventie. En in het plan moet in ieder geval staan welke resultaten de gemeente in de plan periode wenst te behalen, welke maatregelen de gemeenteraad neemt om de kwaliteit van de uitvoering te waarborgen, hoe de samenwerking met schuldeisers, waaronder verhuurders van woningen, zorgverzekeraars en nutsbedrijven, wordt vormgegeven, het maximumaantal weken dat de gemeente nastreeft tot de genoemde periode in artikel 4.1, en dat gaat over de responstijd als er een melding binnenkomt, en hoe de schuldhulpverlening aan gezinnen met minderjarige kinderen wordt vormgegeven. Dan ga ik het beleidsplan lezen en ga ik met deze regels in mijn achterhoofd eens kijken of dat erin staat. Dan kom je tot verrassende dingen, omdat je in eerste instantie denkt van, het ziet er best goed uit.
Maar dat is niet zo. Ik begin met de naam. De naam is Beleidsplan Bestaanszekerheid. Dat slaat eigenlijk helemaal nergens op, want de wet spreekt over gemeentelijke schuldhulpverlening en dus noem het dan ook zo. Dan weet iedereen waar we het over hebben. Schuldhulpverlening suggereer een actie, we gaan iets doen. Bestaanszekerheid is een ongedefinieerde modeterm uit een verkiezingsprogramma die juist geen actie in zich herbergt. Hou het dus gewoon bij beleidsplan gemeentelijke schuldhulpverlening. Dat is een wettelijke taak. Dan, wat moet erin staan? Welke resultaten? Dat mis ik dus. Er staan veel acties en plannen, maar een helder doel ontbreekt. Een doel zou kunnen zijn het succesvol afhandelen van een x procent van de gevallen die zich heeft aangemeld in de periode van drie jaar. Dat is meetbaar en je kunt er bijvoorbeeld een trend uithalen. Nu is het allemaal heel vrijblijvend en boterzacht. Je kunt in een organisatie niemand op zijn verantwoordelijkheden aanspreken. Dan, welke maatregel is er om kwaliteit te waarborgen? Op pagina 9 gaat het over een dashboard. Dat zou je kunnen zien als een middel om de kwaliteit te waarborgen. Ik zou dan wel de koppeling naar de wet leggen om aan te geven dat dit is wat je doet om de kwaliteit te borgen. Dan samenwerking met de schuldeisers.
Het gaat in het plan eigenlijk alleen over de samenwerking met de Kredietbank, maar daar staat geen letter in over instanties die de wet noemt. Dat zou ik wel ergens opnemen. Dan het aantal maxima… Het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft. Ik heb het niet gevonden.
Het is gewoon een wettelijke eis. Het sterkt mij in de indruk dat kennelijk niemand afgerekend wil worden op de voortgang in dit dossier. Neem gewoon op dat we binnen een week na de eerste melding contact opnemen. Dan de gezinnen met minderjarige kinderen. Die worden inderdaad genoemd als doelgroep. Maar de wet stelt dat het plan moet aangeven hoe dat wordt vormgegeven. Het plan komt niet verder dan, we zullen ons inspannen. Dat lijkt mij ruim onvoldoende. In het algemeen dus een plan wat behoorlijk rammelt, vol met nadere uitwerkingen van plannen. Positief element is het voornemen om te starten met allerhande voorlichting. Negatief is vooral het gebrek aan uitvoering en de overvloed aan opzetten, ontwikkelen, investeren en het gemis aan daadwerkelijke hulp… Schuldhulpverlening. Het lijkt me dat dit plan terug kan naar de stellers, met de eenvoudige opgave, maak een plan dat voldoet aan de wet. Wie let er eigenlijk in de organisatie op de kwaliteit van deze stukken? Dit had voorkomen kunnen worden. Ik zou zeggen, niet naar de raad. Dank u wel. De voorzitter: Goed. Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Overbeeke van de PvdA. De heer Overbeeke: Dank u wel, voorzitter. Ook wij hebben het plan gelezen. Het is een zeer uitvoerig plan waarbij ik ook een beetje de indruk had van, had dit ook niet in 4 A4’tjes gekund? Want het is wel heel erg breed opgeschreven allemaal.
Zoals mijn buurman ook al zei, en wat staat er eigenlijk in? Zekerheid is iets wat berust op vier pijlers. Inkomenszekerheid, werkzekerheid, menselijke maat en wonen en zorg. Wat we vinden, is in feite een beleidsplan schuldhulpverlening. Dus dat is maar een zeer beperkt plan. Maar daarom niet minder belangrijk. Nou zijn gelukkig het aantal mensen met schulden in Eemnes relatief laag. In Eemnes is dat 6,7 procent en dat is een stuk lager dan bijvoorbeeld in de grote steden. Maar 6,7 procent is nog altijd nog 280 gezinnen, als ik snel reken, waar onvoldoende geld is om in de eerste levensbehoeften te voldoen. Dus in die zin is het een uitstekend iets om daar echt aandacht aan te besteden. Gelukkig gebeurt dat ook door de vrijwilligers van Schuldhulpmaatjes, door Humanitas, door de Voedselbank, door het Kastje van Nanda. Er zijn talrijke initiatieven en mensen die goed werk doen om kwetsbare mensen te helpen. Wat we echter ook hoorden uit de praktijk, dat is, nogmaals, het is een mooi plan opgeschreven, maar dat het in de praktijk lang niet zo mooi werkt als dat het opgeschreven is en dat komt door de onbekendheid, door zeer ingewikkelde procedures, bureaucratie, door de …, door het niet gehoord door ambtenaren, enzovoort. Nogmaals, het zijn berichten die onmatig bij ons op het bureau belanden.
… in combinatie met formeel ambtelijk taalgebruik, als ik het zo mag noemen, dat … eigenlijk zonder hulp van die van willigers het lang niet altijd redden om gebruik te maken van voorzieningen. Dat zien we ook regelmatig terug, dat van de voorzieningen eigenlijk slecht gebruik gemaakt wordt. Wat wij graag als PvdA zien, dat is een meer cliëntgerichte aanpak van behandelaars en dat hoop ik ook in een plan terug te zien dan. Dus behandelaars die naar de cliënt kijken en ook dienstverlening op een laagdrempelige wijze aanbieden, breed en toegankelijk en bereikbaar, en snellere procedures. Dus niet eindeloze procedures. En goede samenwerking met, laat ik het maar noemen, stakeholders, Alliantie, Stedin, de Belastingdienst met …. dat er nog een uitwerking komt en … met data waarin dat gebeurt. Eind september, ik ga niet het hele rijtje oplezen, maar eind september komt er dan een sluitende meerjarenbegroting met een maatregelenpakket. Dus wij zijn benieuwd naar hoe dat eruitziet en mijn verzoek is dan ook van, zorg dan ook dat het concreet is en meetbaar is en realistisch is. Dank u wel. De voorzitter: Goed. Dank u wel. Dan wie bij D66? Mevrouw Wierbos. Mevrouw Wierbos: Dank u wel, voorzitter. Ook wij hebben het doorgenomen. Het is een flinke hoeveelheid geweest. Ook wij denken dat het wel ietsje korter had gekund.
Maar het geeft wel een heel duidelijk beeld en een heel compleet beeld. Er is best heel veel geschreven en ook heel veel uitgelegd en dat maakt het wel compleet. Ik kan een heel stuk overslaan wat mijn collega's ook al gezegd hebben. Wat we fijn vinden, is dat
het beraad er ook al nagekeken heeft en dat daar ook op geantwoord is. Wat wij ook zien, is dat dit stuk eigenlijk heel positief geschreven is. Het blijkt ook dat het … Dat we in Eemnes heel erg blij mogen zijn met hoe het allemaal gaat. Toch blijkt uit de verkiezingen dat mensen zich toch wel zorgen maken. Dus we maken … Vragen ons af hoe het college daar ook over denkt. Bijzonder interessant vonden wij ook om te lezen dat de groep bij de Kredietbank alleenstaande mensen van tussen de 51 en 65 zijn en daar 85 procent geen kinderen heeft en ook dat deze alleenstaanden zijn. Dat zijn mensen die niet vallen in die preventiegroep voor pensioenvoorlichting. Het zijn ook geen en statushouders, het zijn geen jeugdigen. Dus wat … Hoe wordt deze groep dan … Hoe wordt die daarin meegenomen uiteindelijk? Wat wij graag mee zouden willen geven, is dat wij ook in de uitvoering dus nog wat puntjes op de i zouden willen zien. Dus dat we toch wel graag net iets korter en concreter willen zien van, hoe ga je het eigenlijk precies aanpakken? Dus dank u wel. De voorzitter: Goed. Dank. En als laatste de heer Van Schaik van het CDA. De heer Van Schaik: Dank u wel, voorzitter. We waren in eerste instantie wel akkoord met hetgeen wat hier voorligt en de strekking lijkt ons zeer duidelijk, maar wellicht hebben wij het op een andere manier gelezen dan zoals de heer Roorda daarnaar gekeken heeft.
Want als je de details die genoemd worden hoort, zijn op… Zijn deze opmerkingen wellicht wel juist en terecht, en zijn er nog wat punten ter verbetering in dit plan, zodat het wat scherper wordt, het compleet maakt en ook naar alle kanten duidelijkheid geeft en ook grenzen stelt. Dus ik hoor graag de reactie van het college op de opmerkingen die gegeven zijn, of de ambtelijke ondersteuning, als die daar goed antwoord op kunnen geven. Met betrekking tot wat moet en wat kan, is het fijn dat we zien wat onze verplichting is versus de wet en wat wij aanvullend doen als gemeente, omdat vanuit onze gedachten zaken dus in sommige gevallen beter geleverd kunnen worden voor kwetsbare inwoners. Is goed om te zien. De voorzitter: Goed. Dank u wel. Dan gaan we over naar beantwoording vanuit het college. Mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Dank u wel. Ik ben heel blij met de ambtelijke ondersteuning aan de overkant van mij, want vooral de vragen van de Roorda die kan ik ook niet zomaar allemaal beantwoorden. Maar vooruitlopend op die specifieke beantwoording is juist de gedachte van dit Beleidsplan Bestaanszekerheid, waarbij bestaanszekerheid misschien een dubieuze term is in dit geval, dat we juist hebben gedacht, we gaan schuldhulp en armoedebeleid in elkaar laten grijpen.
Dan kom je op een term als bestaanszekerheid die misschien niet de lading schuldhulp volledig dekt, maar ook niet lading armoede. Maar we weten nou eenmaal dat de doelgroep die armoede kent ook vaak schulden heeft en de mensen die schulden hebben ook wel dikwijls in armoede leven. Dus dat dat ergens bij elkaar moet komen, vonden wij juist een hele, en dan kom ik ook een beetje op vragen die ik ook voorbij hoorde komen, een hele mensgerichte en … Of cliëntgerichte aanpak, dat je juist denkt, we gaan dat in elkaar laten grijpen en we zorgen dat de schuldhulp en het beleid wat we hebben om mensen in armoede goed te ondersteunen zo goed mogelijk in elkaar grijpt en het meest passend is. Maar goed, er zijn hele concrete vragen over, hoe passend is het bij de wet? Daar kijk ik toch even naar de overkant, want volgens mij hebben we daar best wel heel goed naar gekeken. Dus misschien zitten ze iets beter verstopt nog in de tekst of we moeten echt nog wat aanpassen. Hoe kijken we naar de uitkomst van de verkiezingen en wat het nieuwe kabinet voor plannen heeft en wat dat doet met dit soort beleid? Ik heb geen glazen bol. Ik weet ook niet in hoeverre dat al op korte termijn effect gaat hebben. Ik heb van veel plannen gehoord dat het in 2027 pas verandert.
Maar ik denk bijvoorbeeld het veranderen van de zorgverzekering en de eigen bijdrage die erin zit, dat zal de ene doelgroep helpen om misschien ook dit te voorkomen en de andere doelgroep helemaal niet. Dus dat … Ik geloof niet dat dat dit soort dingen in zijn totaliteit helemaal verandert. Dus er zal misschien weer een andere doelgroep in beeld kunnen komen. Maar
ik vind dat nog te spannend om daar heel erg reactie op te geven. Dat is volgens mij ook de vraag van D66, hoe kijkt het college daarnaar? Ik realiseer me dat dat weer spannende dingen met zich meebrengt en ik maak me vooral zorgen over preventie en hoeveel middelen we daar straks nog voor hebben en daar hoort ook dit bij als het gaat om preventie. Hoe zorgen we dat we bij de juiste doelgroep op het juiste moment in beeld zijn, aan kunnen haken, mensen te woord kunnen staan, dat mensen nog voldoende terechtkunnen op plekken? Daar maak ik me zorgen om inderdaad. Ik hoop met mij heel veel anderen, want dan kunnen we daar ook proberen in ieder geval iets tegen en ook iets mee te doen. Dat is misschien ook wel het antwoord op de heer Overbeeke die zegt, ik heb gewoon … We bereiken nog onvoldoende. Alhoewel met bijvoorbeeld het kindarrangement Meedoen bereiken wij best een heel grote groep van de doelgroep. Volgens mij vorig jaar zelfs 80 procent daarvan. Dus dat betekent dat we het best wel goed doen, vind ik. Dus dat zal niet voor alle maatregelen gelden, maar voor een aantal zeker wel. Naast dat kinderen bijvoorbeeld met Meedoen geholpen zijn als het gaat om schoolspullen of een fiets, hebben wij ook een toename in het aantal kinderen en ook volwassenen die gebruik maken van het sport- en cultuurfonds. Dus dat betekent dat het wel beter wordt gevonden.
We doen gewoon ons best om dat bereik nog veel groter te krijgen, zeker bijvoorbeeld op cultuur denk ik dat er echt nog voldoende is om mensen ook dat stukje ontspanning te geven, wat juist zo nodig is als je het even niet zo makkelijk hebt. Maar goed, dat is met name denk ik de gedachtegang en de insteek. Dan ga ik even naar de overkant vooral voor de vraag van de VVD, als dat mag. Mevrouw …: Ik wilde even beginnen. Ik heb even per persoon de vraag opgeschreven. Als het goed is, reageer ik even per vraagsteller. De heer Raben kwam met de adviesraad, adviezen van de adviesraad. Die, sorry, ik keek even naar … We hebben inderdaad wel alle adviezen ook overgenomen en die zitten ook in de tekst verdisconteerd. Dus we … Eigenlijk kwamen we wel tot de conclusie dat alles er ook in zit. Ik vind het belangrijk dat nog even ook te melden. De heer Roorda, het klopt wat u zegt dat welke verplichtingen erin Wgs staan waar we aan moeten voldoen. Veel van die verplichtingen, als het gaat bijvoorbeeld om smart doelstellingen, we konden nog niet alles heel smart vaststellen omdat we nog niet de beschikking hebben over voldoende cijfers. Dat heeft alles te maken met de systemen waarin wij wer… Waarmee wij tot op heden hebben gewerkt. Wij zijn nu bezig met de aanschaf van twee nieuwe systemen waarin wij dus veel beter kunnen monitoren.
Het is heel moeilijk, en daar hebben we ons eigenlijk heel bewust niet aan gewaagd, om te zeggen, wij gaan dit percentage halen, omdat wij geen nulmeting hebben. Dus wat wij nu hebben gedaan, wij starten op dit moment met die systemen. Ons streven was in juli. Ik heb in de presentatie die we laatst hebben gegeven ook aangegeven, als je met nieuwe systemen gaat werken en je streeft naar een datum, dan is dat vaak niet haalbaar. Zo realistisch moeten we denk ik zijn. Dus we hopen nu in september die goed te kunnen vullen. Wij zijn nu ook bezig om na te denken van, wat moet erin komen en waarom hebben we dat nodig? Dus wat is voor … Op de verschillende niveaus van belang om te weten? Dus voor de uitvoering voor het management, maar ook voor de raad. Daar hebben we de Wgs dus voor nodig. Dus wij gaan starten met die systemen, die gaan we vullen en dan komen wij in … In januari gaan wij de balans opmaken. Dan zijn we natuurlijk nog niet in januari bij jullie, want we moeten ook zo realistisch zijn dat als wij de balans opmaken dat we niet in die maand ook al bij de raad kunnen zijn. Dan komen wij dus ook met aantallen.
Dan kunnen wij dus ook aangeven van, dit is wat wij nu zien, de trend die wij nu zien, en dit zijn de maatregelen die wij gaan treffen en wat hopen we met … Of wat streven wij na om met die maatregelen te gaan bereiken? Dus het is een groeimodel voor de komende vier jaar. Ik heb dat bij de andere raden ook gezegd. Waar wij in januari mee komen, en bij jullie misschien is dat in maart, waar wij dan mee komen, dat is een beperkte omvang, beperkte omvang nog. Maar het jaar daarna is dat gegroeid en het jaar daarna is dat nog uitgebreider. Maar dat heeft echt alles te maken met systemen die we nu wel gaan hanteren. Dat is zowel op het gebied van schuldhulpverlening als op het gebied van vroegsignalering. Dus daarom konden we niet zo concreet zijn. Helaas. Sorry. Ik heb een leesbrilletje nodig voor het papier. Wat betreft de kwaliteit. We gaan dat terugzien in
het dashboard, maar ook in het werkproces. Dat is iets wat als het goed in de bijlagen zit, ook naar het college is geweest. Er is een heel nieuw werkproces beschreven dat voldoet aan de normen van de NVVK. Wij gaan … We zijn ook aan het kijken of wij kunnen voldoen aan die NVVK-eisen in zijn totaliteit, zodat we lid kunnen worden daarvan. Maar dat is best een heel nauwkeurig proces wat je daarvoor moet doorlopen. Dat is ook niet iets wat je in een keer voor elkaar krijgt. Dus wij zijn in gesprek met de NVVK om te kijken of we daar lid van kunnen worden. Maar dan moet je echt aan een aantal eisen voldoen. Daar zijn wij nu op dit moment mee bezig. Maar dat is ook iets waar wij wel … Wat langer de tijd voor nodig hebt. Dat is niet binnen een jaar geregeld, want die eisen zitten op diverse fronten. De heer …: Dat was ook niet de achtergrond. De achtergrond is even van, schrijf het op wat je doet. dan voldoe je namelijk aan die wet. Als je dit opschrijft in een plan, vind ik het prima. Maar daar zit hem de omissie. Je moet het echt … Als je dat koppelt aan die wet en je zegt, de wet stelt dit, dus doen we dat, dan krijg je dit soort dingen niet en dan krijg je ook een plan wat helder is wat gewoon haakt met die wet. Dan heb je een goede basis. Mevrouw …: Het zit … Ben ik met u eens, maar het zit in het werkproces. We verwijzen in het plan naar het werkproces.
Dus dat is even … Ik kan het alleen maar uitleggen hoe het tot stand is gekomen. Even kijken. De samenwerking met de schuldeisers. Even kijken, had ik opgeschreven, wij werken met de verplichte schuldeisers. Daar hebben we een systeem voor. Dus dat zijn schuldeisers op het gebied van wonen, gas, water, licht en zorgverzekering. Daar krijgen wij signalen van. Dat … Wij noemen dat onze signaalpartners. Dat is ook een wettelijke verplichting, dat is vastgelegd in de … In alle wetten die zij ook uitvoeren dat zij hun gegevens mogen delen met ons. Dat geldt niet voor onze andere samenwerkingspartners. Dus daarom … Die mogen hun gegevens niet delen met ons vanwege de AVG. En andersom niet. Wij mogen het ook niet met hen. Wij zijn wel aan het onderzoeken of er partners zijn, en nogmaals, dat zijn wij niet alleen, dat gebeurt overal in het land, of er partners zijn met wie we afspraken kunnen maken dat wij niet gegevens delen, want dat mag niet, maar waarin wij elkaar wel kunnen ondersteunen. Een van de partijen zijn wij zelf, namelijk bijvoorbeeld een afdeling Gemeentelijke belastingen. Op het moment dat een afdeling Gemeentelijke belastingen betalingsachterstanden constateert, mogen ze dat niet doorgeven aan ons, maar zij kunnen wel onze inwoners attenderen op de mogelijkheden die wij als gemeente nog meer hebben, namelijk bij het team van vroegsignalering en schuldhulpverlening.