CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Commissie BSM 20.01.2025

Commissie BSM 20 januari 2025, gemeente eemnesBij agendapunt: Opening13.178 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BSM VAN EEMNES 20 januari 2025

1.

Opening De voorzitter: Goedenavond, dames en heren, hier aanwezig in de zaal, commissieleden, college en eventuele luisteraars thuis. Van harte welkom bij de commissie BSM van 20 januari. Allereerst wordt mevrouw Van der Linde van de VVD vervangen door de Roorda, de heer Raben wordt vervangen door de heer Pouw, de heer Defferding is afwezig en mevrouw Wiering vervangt mevrouw Wierbos. En dan zijn we compleet.

2.

Vaststellen agenda De voorzitter: Vaststellen van de agenda. Ik denk niet dat het nodig is om enige aanpassing te doen. Dus dan laten we hem zo.

3.

Vaststellen besluitenlijst d.d. 9 december 2024 De voorzitter: Dan kom ik aan het vaststellen van de besluitenlijst van 9 december. Ik heb geen opmerkingen, aanmerkingen gehoord. Ik kijk even rond. Dat is niet het geval, dan is hij bij dezen vastgesteld.

4.

Inventariseren spreekrecht De voorzitter: Inventarisatie spreekrecht. Er zijn geen sprekers aangemeld.

5.

Te bespreken onderwerpen 5.01

Zienswijze raad op voorgenomen besluit College om de Centrumregeling Uitvoering Sociaal Domein Regio

De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 5. Dat gaat lekker zo. Bij de te bespreken onderwerpen als eerste zienswijze Raad op voorgenomen besluit college om de Centrumregeling van het Uitvoering Sociaal Domein Regio. En dan begin ik aan mijn linkerhand bij de VVD, de heer Schade. De heer Schade: Dank u wel voorzitter. Met een korte bijdrage van de zijde van de VVD-deelnemers. En dat is: we hebben het stuk bezien. We zien dat er geen indringende wijzigingen worden voorgesteld. Het loopt goed, hebben wij raadsbreed geconstateerd, meerdere malen. Dus geen opmerking wat ons betreft en het kan wat betreft de VVD als hamerstuk naar de Raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de Partij van de Arbeid, de heer Van der Vegt. De heer Van der Vegt: Dank u wel voorzitter. Wat ons betreft hetzelfde. Het is in principe niet meer dan, in grote lijnen niet meer dan het vastleggen van de huidige samenwerking in een wettelijk kader. De uitvoering kan af en toe nog wel iets beter misschien, maar we hebben alle vertrouwen in de samenwerking zoals die is en kunnen instemmen met de zienswijze. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij D66, mevrouw Wiering.

Mevrouw Wiering: Dank u wel voorzitter. Ik spreek mij … Namens D66 sluit ik me aan bij de vorige sprekers. De voorzitter: Dank u wel. Aan de overkant de heer Seldenrijk van het CDA. De heer Seldenrijk: Dank u wel voorzitter. Op zich, de voorgaande sprekers hebben natuurlijk al de meeste woorden wel gezegd eigenlijk. Het is goed om te zien dat hiermee de continuïteit gewaarborgd wordt. Wel hebben we toch een bepaalde gevoelens erbij en misschien kan de wethouder daar wat meer over zeggen. Uiteindelijk lijkt het wel steeds meer een regiotaak te worden dan een lokale aangelegenheid. Dat zien we ook een beetje terug bij het financiële gedeelte dat de gelden, zoals het nu lijkt in de tekst, gelden direct vanuit het Rijk komen voor de centrumtaken. Klopt dit, of loopt deze nog via de gemeente? Want uiteindelijk, als ze dan geld tekortkomen, komen we weer terug bij de gemeentes. Maar zijn de financiën die nu zo benoemd worden, zijn die ook leidend voor de ondersteuning? We hebben ook een beetje de gedachtes erbij, van op het moment dat we steeds meer door Amersfoort laten afhandelen, dus ook dat het verder bij Eemnes weg komt te staan, als centrum.

Hoe komt dan die prioriteit tot stand? Zijn er bijvoorbeeld dan ambtenaren voor ons aan het werk, of is het gewoon nummertjes trekken wie het eerst aan bod is? Dat is absoluut niet negatief bedoeld, maar het is natuurlijk wel zo, wij krijgen toch wel een beetje gevoel dat alles toch wat meer op afstand komt te staan van ons als gemeente zijnde. Dus we zouden graag daar toch iets meer over willen horen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, dan kom ik bij Dorpsbelang, de heer Pouw. De heer Pouw: Dank u wel voorzitter. Wij kunnen ons ook aansluiten bij wat aan de overkant gezegd is. Ik had nog wel twee losse vragen. De eerste betreft de vraag uit het memo, dat is het laatste memo die erbij zit, de memo toelichting centrumregeling. Daarin staat dat er voor een centrumregeling gekozen is, omdat uit onderzoek blijkt dat dat het beste is. Mijn vraag was: is dat hier ambtelijk c.q. door het college zelf even gecheckt of dat ook daadwerkelijk zo was? Want wij hebben die stukken niet en dat staat er zo, maar voor hetzelfde geld, ik noem maar wat, was een hele andere regeling wel leuk geweest. Dat kan ik nu niet beoordelen. Dus als u zegt: we hebben dat gecheckt en dat vonden wij ook de beste, dan ben ik al tevreden. Zo makkelijk ben ik nou eenmaal. En de tweede … Niet altijd, hoor.

De tweede vraag is: er wordt gekozen voor een duurtijdsperiode van zes jaar en er wordt gekozen voor een evaluatie na vier jaar. Nou, evaluatie wenselijk? Ja. Maar mijn vraag is: kan dat ook na twee of drie jaar? Want in verband met bijsturing, weet je, voordat de evaluatie klaar is dan zit je nog maar op vijf jaar, bij wijze van spreken. Dus mijn vraag is: die vier jaar, kan dat ook drie of twee, na drie of twee worden? Dat was het, dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de wethouder, mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Dank u wel voorzitter. Dank u voor, nou ja, de steun die er in ieder geval is. Om even te beginnen ook met de vraag van Dorpsbelang, waar inderdaad in een memo staat dat het onderzocht is. Daar is zowel ambtelijk als bestuurlijk ook aan meegewerkt aan dat onderzoek. Dus de onderzoekers die dit planvoorstel hebben gedaan, die zijn hier ook gewoon hier geweest om dat gesprek te voeren. Dus dat is uitgebreid gedaan en daar zijn inderdaad gewoon verschillende scenario's voorbijgekomen. Het heeft ook best wel veel tijd kost om het goed voor te bereiden, maar juist omdat het onderzoek gedaan is. Dan de vraag van het CDA als het gaat over: we organiseren het in dit geval misschien wel steeds verder van ons af. Het klopt inderdaad dat gelden voor centrumtaken rechtstreeks naar centrumgemeenten gaan.

Dat gebeurt ook in de regio Gooi en Vecht als het gaat over de centrumtaken die Hilversum bijvoorbeeld voor ons heeft. Dus ja, dat is zo geregeld en dat betekent inderdaad op het moment dat we bij moeten plussen, dan hebben wij daar niet direct de middelen voor. Dus dat betekent ook goede sturing. Dat was volgens mij ook uw vervolgvraag: hoe is

dan die prioritering? Kun je daar in meesturen of is het iets wat je helemaal weggeorganiseerd hebt? Dat is wel - ambtenaar zit hier ook in de in de zaal - waarom we ook wel zelf nog beleidscapaciteit ook hier binnen Eemnes hebben georganiseerd, om daar juist wel nog op te kunnen sturen. Dat is best wel eens een beetje vechten, in de goede zin van het woord, om de juiste informatie op de juiste plek te hebben. Amersfoort is een grote stad en bij Eemnes kan zorg voor een of twee jeugdigen een heel groot verschil maken, waarbij dat natuurlijk in Amersfoort een ander gevoelen met zich meeneemt. Daar moeten wij heel alert en heel zorgvuldig in zijn om dat voor Eemnes goed te doen, maar er is niet minder bereidheid om ons ook prioriteit te maken. Dus ik voel daar geen weerstand. Maar een stukje sense of urgency is soms goed en daarom ben ik heel blij dat we daar zelf capaciteit voor hebben. En dan is dit nog steeds wel de beste manier van samenwerken. Want ik denk ook niet dat het wenselijk zou zijn geweest om er nog een hele organisatie tussen op te tuigen om dat te organiseren. Amersfoort kan dat wel gewoon heel erg goed. Dan de evaluatie. Die staat nu op vier jaar, dat is ook zo, dat moeten we ook na vier jaar doen, dus daar hebben we ons ook aan gehouden. Na vier jaar moet je gewoon die evaluatie doen. Ik weet dat we dat gesprek ook bij de GGD hier in de zaal nog hebben gehad.

Die vraag van: kan dat niet sneller. Ja, dan moeten we het ook optuigen. Maar het kan altijd gevraagd worden. Dus als er aanleiding is om het na twee jaar te doen, kan dat. Daar moeten dan ook wel de middelen bij, inderdaad. Dus dat is ook een reden om het naar vier jaar te doen. We hebben ook op basis van het onderzoek ingeschat dat wat er wettelijk moet, dat dat ook voor deze samenwerking voldoende termijn is. Volgens mij was dat het. De voorzitter: Dank u wel. Aan de linkerkant waren geen vragen gesteld, dus ik neem aan dat er verder geen opmerkingen zijn. Zijn er hier nog aanvullende vragen, dan wel opmerkingen? De heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Nee, dank voor de beantwoording. Is prima. Wat op zich ook positief is, dat uiteindelijk ook nu zichtbaar wordt welk deel van de kosten gefinancierd worden vanuit de centrumtaken die beschikbaar gesteld zou worden door het Rijk. Dat we nu echt een tweesplitsing gaan zien: het is niet bovenwettelijk, maar in ieder geval wat het Rijk niet betaalt, dat wordt nu wel inzichtelijk gemaakt. Dus op zich vind ik dat toch wel … Dat het nu zo wordt vastgelegd, vind ik wel positief in ieder geval. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog even rond of het akkoord is dat dit een hamerstuk is. Dat is het geval. Dank u wel. 5.02

Concept programmaplan transformatie sociaal domein HBEL 2024-2026

De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 5.02. Dat is Concept programmaplan transformatie sociaal domein HBEL 2024-2026. De wethouder geeft even een introductie. Mevrouw Havinga: Dank u wel. Dat had ik gevraagd, inderdaad, vooraf. Op 10 en 17 oktober 2024, dus nog niet zo heel lang geleden, hebben we twee avonden gehad waarbij alle raadscommissieleden van Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren zijn uitgenodigd om hun input te leveren op dit transformatieplan. Ik ben er zelf één avond bij geweest en dat was toen met de heer De Zeeuw en de heer Overbeeke. De andere avond was ik niet, maar ik hoop dat alle fracties daar goed gebruik van hebben gemaakt om op dat moment ook hun input te leveren. Want dat is dan ook meegenomen weer in hoe we hier verder mee willen gaan. Dus ik dacht: het is goed om daar weer even aan te herinneren van ja, waar kwam dit ook alweer vandaan? Dat we dit ook nog in de commissie bespreken. Het is natuurlijk een uitvoeringsprogramma, dus het is in die zin niet … Het komt ook niet in de Raad, dus het is een soort extra moment die we in alle vier de gemeentes hebben georganiseerd op een commissievergadering om nog de input mee te kunnen geven die een fractie mee wil geven. Ondertussen hebben we ook vanuit de adviesraad nog een reactie gekregen, dus ook daar zijn we mee aan de slag gegaan.

Ik dacht: het is een beetje een vreemde eend in de bijt, omdat het niet leidt naar een raadsvoorstel. Dus ik dacht, om dat ongemak wat bij u weg te halen, wilde ik inderdaad even gebruikmaken van deze introductie. Die is dus vanavond vooral bedoeld om, op het moment dat u denkt: wat we mee hebben gegeven, is echt nog niet op de juiste manier geland, ik wil daar toch nog een keer aandacht voor vragen, dan kan dat in deze ronde. Op de tribune is Robin ook aanwezig vanuit HBEL op het moment dat er technische vragen zijn om daar antwoord op te geven. Dus als die er zijn, maak daar gebruik van. De voorzitter: Prima. Dank u wel. Dan gaan we een rondje doen en dan begin ik bij Partij van de Arbeid, de heer Overbeeke. De heer Overbeeke: Dank u wel voorzitter. De wethouder brengt me wel een klein beetje in verwarring, want heeft het dan wel zin om vragen te stellen nog? Ik neem aan van wel. Zo hebben we het ook gelezen. Het is een conceptprogrammaplan, dus het is nog geen definitief programmaplan en we hebben er best wel behoorlijk wat vragen over. Dus brand maar los, zou ik zeggen. De stand van zaken HBEL omgevings- en organisatiebeeld. Zo heet het. Het geeft wel inzicht in de vraag en aanbod en de trends in het sociaal domein.

Ik veronderstel eerlijk gezegd dat de meeste vragen vanuit Eemnes binnenkomen bij het infopunt Maatschappelijke Zaken en mogelijk ook bij het Leefstijlpunt, voor zover dat dan goed functioneert. Echter het inzicht in het aantal en de aard van de vragen ontbreekt. En dat zouden we toch wel graag nog willen zien en dat is kleine rapportage. Dus wat voor vragen, hoeveel vragen worden er nu gesteld en wat voor soort vragen worden nu gesteld? Zodat we een beetje een indruk krijgen ook: wat is dan precies de capaciteit die gevraagd wordt van de werkorganisatie in het sociaal domein? Nou dat stuk lezende werden we er ook door leden op gewezen, kan de indruk ontstaan dat het programma primair bedoeld is om dure geïndiceerde zorg te vermijden. Dat is het waarschijnlijk niet, maar die indruk kan ontstaan als je het goed leest. En ons advies is om in de inleiding ook duidelijk te maken dat het voor de gemeente een wettelijke plicht is van de uitvoering van de taken. In de Wmo, de Wlz, de Participatiewet. Al die wetten, het zijn er een stuk of tien geloof ik. Dat we duidelijk maken dat die wetten leidend zijn voor de uitvoering en dat dit plan gemaakt is om het zo goed mogelijk te doen en niet primair als bezuinigingsdoel. Want zo zou je het, als je het iets anders zou willen lezen, zou je het zo kunnen lezen.

Want het is bedoeld om dure geïndiceerde zorg weg te halen, zodat we goedkoper uit zijn. Nou, dat is ongetwijfeld niet de bedoeling. Verder staat erin en daar ben ik het hartgrondig mee eens, dat de vergrijzing toeneemt en dat vertaalt zich in een toename van de zorgvraag. Dat lijkt me ook logisch dat dat ook gebeurt. Preventie en versterken van de sociale basis en de passende ondersteuning in het sociaal domein, dat zijn de eerste drie stappen in die piramide, die zijn natuurlijk enorm belangrijk daarvoor. In die zin is denk ik ook de functie van Versa Welzijn bijvoorbeeld, om één stapje te noemen, is daar ook erg belangrijk in. En dat kunnen we niet helemaal stroken met voorgenomen bezuinigingen daarop. Dat betekent ook dat … Faciliteren van vrijwilligerswerk staat een klein beetje in, maar niet zo heel scherp. Het ondersteunen van mantelzorg en huisbezoek en opbouwwerk. Dat dat gewoon belangrijke dingen zijn om juist voor die groep oudere medeburgers goed te regelen. Bij actielijn 1 wordt de inzet van opbouwwerk genoemd. Heel belangrijk. Weten wat er speelt in de wijken vinden we in dit kader van preventie heel belangrijk. En dan kom ik toch weer bij Versa Welzijn terug, nog een keer, want dat zijn juist de mensen die dat ook doen, die de wijk in gaan en die de gesprekken voeren met de mensen.

Verder, het voorzien van cliëntondersteuning is een wettelijke plicht voor de gemeente. Staat ook letterlijk in de Wmo en in de Wlz en we zien die terugkomen in de vertaling in de basisdienstverlening. We kunnen ons echter niet onttrekken aan de indruk dat die plicht niet als zodanig bekend is bij de cliënten. De cliënten hebben daar toch een wat andere voorstelling van en ik denkt dat het belangrijk is dat we dat ook duidelijk maken, dat cliënten ook recht hebben op maatschappelijke zorg. Verder zien we in het schema dat bijvoorbeeld de stichting MEE of mee genoemd wordt. Het is een stichting die geloof ik MEE genoemd wordt. De vraag is al eerder gesteld door mijn collega. Wat is MEE?

Inmiddels is mij het wel bekend, maar ik denk het ook goed is om even bekend te maken wat MEE precies is en wat MEE kan betekenen voor mensen. U had het even over de Adviesraad Sociaal Domein, dat daar nog een advies van moet komen. Dat is er nog niet, hè? Zat dat bij de stukken? Ik heb het niet gezien. Maar dat komt nog. Oké. Nou nog verder, ik ben er bijna, hoor. Op bladzijde 12 staat bij de gewenste klantreis - ik vind dat overigens een vreselijk woord, maar goed - is die klantreis die wordt afgebeeld voor Huizen en voor BEL. Dat is wel mooi dat dat onderscheid gemaakt wordt. Maar ja, Eemnes is eigenlijk weer een beetje bijzonder geval, want wij doen niet alleen mee in BEL, maar we doen ook nog mee in de regio en we doen mee in Amersfoort. Ik weet niet hoe het met mijn collega’s is, maar het is mij niet precies bekend wie nou precies wat doet en waar. Dat zou misschien toch … Maar dat is misschien een aparte notitie voor Eemnes, of een korte notitie, dat we dat onderscheid toch eens even duidelijk neerzetten. Waar zit nou precies jeugdzorg en, nou ja, noem maar op. We hebben zoveel organisaties waar we mee samenwerken. MetMaya en Amersfoort, met de HBEL, met de BEL. Ik ben net bij de regio Gooi en Vechtstreek geweest. Dus we doen zoveel op verschillende vlakken. Tenslotte een klein puntje.

Bij de specifieke doelgroepen missen we eigenlijk de groep statushouders en mensen met problematische schulden. Met enige fantasie kan je dat zetten onder de groep met een hoog risico, van stapeling van problemen, maar het is misschien beter om daar toch even apart aandacht aan te besteden. Dat zijn eigenlijk mijn vragen en als dat op enige manier geïntegreerd kan worden in het definitieve programmaplan, dan zou dat heel mooi zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij D66, mevrouw Wiering. Mevrouw Wiering: Dank u wel voorzitter. Op pagina 6 staat dat de meeste mensen via het informatiepunt van de HBEL komen. Blijft dit informatiepunt op deze wijze dan ook bestaan? Verder hecht D66 er heel veel waarde aan dat de succesvolle projecten die nu lopen, dat er alles aan gedaan wordt, dat die ook in 2026 voortgang kunnen blijven houden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij het CDA, mevrouw Bunt. Mevrouw Bunt: Dank u wel voorzitter. Het plan focust zich op preventie, sociale basisversterking en passende ondersteuning variërend van de basisondersteuning tot specialistische zorg. Volgens mij zijn er al genoeg vragen gesteld en wij kunnen ons vinden in het conceptprogrammaplan transformatie sociaal domein HBEL zoals die nu er staat. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij Dorpsbelang, de heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Dank u wel.

Allereerst de complimenten naar mijnheer Overbeeke dat hij er zo diep in gedoken is. Want ik moet zeggen, ik vond die uitleg die we toen ter plekke hebben gehad ook al redelijk goed op dat punt. Op één ding ben ik het wel met hem oneens. Hij vindt dat als het stuk wordt gezien, dat er alleen maar gestuurd wordt naar basisondersteuning in plaats van de specialistische ondersteuning. Ik denk dat dat een hele goede is dat we dat juist doen, want als we het afkunnen met basisondersteuning en de cliënten zijn tevreden, besparen er ook een hele hoop geld mee. Dus ik begrijp niet helemaal zijn zorg dat hij bang is dat er te veel naar basisondersteuning wordt verwezen. Dus dat is één. Voor de rest is door het geel aan te merken duidelijk wat er nog als laatste wijziging bijgekomen is. Een aantal punten heb ik eruit gepikt. Nogmaals, de laagdrempelige toegang tot basisondersteuning. Info op één plek, dat hebben willen we echt goed benadrukken. Het opschalen van het aanbod van basisondersteuning, zowel op individueel als groepsgewijs iets. Goede zaak, denk ik. Echt een manier om ook te proberen tot goedkopere trajecten te komen in vergelijking met geïndiceerde ondersteuning. En dan ten laatste, dat is wel van belang dat er een goede coördinatie is tussen basisondersteuning en geïndiceerde ondersteuning. Dat dat redelijk goed in elkaar

overloopt als blijkt dat basisondersteuning onvoldoende is. Dus wij kunnen ons daarin wel vinden, moet ik eerlijk zeggen. Dat was het. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de VVD, de heer Roorda. De heer Roorda: Dank u wel. Dit is een opiniërend gesprek over een programmaplan dat voortvloeit uit de HBEL visie op het sociaal domein. Ik mag dus nu zeggen wat ik daarvan vind. Waarschijnlijk laat u, net als voorgaande keren, mijn bijdrage rustig voorbijgaan zonder er iets mee te doen. Maar ik wil het wel gezegd hebben, zodat niemand later tegen mij kan zeggen: waarom heb je het niet gezegd? Dan hadden we er iets mee kunnen doen. En ook niemand kan zeggen: ik wist het niet en daarom hebben we niks gedaan. In oktober 2023, nu een jaar en drie maanden geleden, is er al een hoop geschreven, compleet met actieplannen. Nu komt er een programmaplan. Wat gek, zou ik denken, dat er na het eerste plan al actie zou zijn. Dit stuk vertelt me nog steeds niet wat we nu werkelijk echt gaan doen in termen van: hoe voeren we nou onze taken uit? De basisprincipen worden wel genoemd, maar zo te zien nog steeds niet ter hand genomen. En dit stuk wekt bij mij de indruk dat het hele proces verzandt in een onoverzichtelijke, bureaucratische regelbrij, waarbij vooral niemand meer verantwoordelijk is en we geen idee hebben van de budgettaire gevolgen.

Wolken bewoordingen zoals doorontwikkelen, inzetten op en opschalen geven geen enkele indicatie voor daadwerkelijke actie, maar geven slechts ruimte voor nog meer ambtelijke uren en beleidsstukken ten koste van middelen die nodig zijn in het veld. Als we hier niks aan doen, houden we een sector in stand die in grote mate zelfvoorzienend is in het creëren van zijn eigen onmisbaarheid en werkgelegenheid. U raadt het al, mevrouw de wethouder: deze materie trek ik slecht. Dat neemt niet weg dat ik wel een constructieve bijdrage wil leveren, want daar hebben we het over. Wat staat ons nu eigenlijk te doen? Een groot aantal maatschappelijke problemen komt samen in dit sociaal domein. Vergrijzing nummer één, maar daar kunnen we weinig aan doen en we moeten dat als een volledig externe invloed beschouwen. Dan hebben we personeelstekorten in de zorg. Als gevolg van overbelasting haken steeds meer mensen af, omdat de werkdruk te hoog wordt. De betaling voor handen aan het bed is te laag en omdat de regeldruk alle plezier uit het werk knijpt, zien we ook steeds meer mensen vertrekken. Kunnen we daar wat aan doen? Misschien een beetje, door in elk geval te zorgen dat de gemeentelijke regeldruk weinig verdere verplichtingen oplegt. Dan hebben we nog te weinig woonruimte voor jongeren en ouderen.

Er ontstaan allerlei problemen in het sociaal domein als jongeren gedwongen te lang thuis moeten wonen en ouderen dito problemen ervaren. Als ik hier rondkijk, zou je toch een ruim … Zou een ruime meerderheid van de Raad zich moet afvragen: hoe is mijn zorgsituatie over pak ‘m beet vijftien jaar? Op Natasja Bunt zijn we volgens mij allemaal vijftig plus nu. Gefeliciteerd, Bas. Kunnen we daar wat aan doen? Ik denk het wel, want wij zijn als ouderen nu hier in de Raad aan de knoppen, dus nu kunnen we dat wel. Wat zouden we dan kunnen doen? Nou, je zou kunnen zeggen: we gaan alle regeldruk die beperkingen oplegt aan alternatieve woonvormen weghalen. Dat zou best wat schelen. En als er iemand wat aan verdient, PvdA, vinden wij dat niet zo erg, zolang het probleem maar wordt aangepakt. Dus weg met rare regels over bouwblokken, goothoogtes en parkeernormen. Geef gewoon ruim baan. Dan hebben we de jeugd die overprikkeld raakt door overmatig schermgebruik en vervolgens bij jeugdzorg belandt. Kunnen wij daar wat aan doen? Ja, maar dat ligt denk ik eerst bij de ouders. En by the way: Eemnes doet in dit stuk even niet mee op het jeugdgebied. Het laatste probleem zijn we zelf. We hebben een overgereguleerd apparaat met te veel beleidsmakers en te weinig doelgerichtheid. Bij een andere overheidsinstantie pakken ze dat heel anders aan, ondanks de bureaucratie die daar ook bestaat.

Heldere commandostructuren, heldere korte communicatielijnen, recht-voor-z'n-raap gesprekken heldere taken en verantwoordelijkheden. In deze zaal zouden wij de regering zijn van een soort NAVO en die heeft de HBEL in het leven geroepen als zijn equivalent. De commandostructuur bestaat uit een commandocentrum van vier wethouders die eenduidige orders geven. Deze generale staf stuurt een eenheid aan leunend op de acht

basisprincipes. Zeven zijn daarvan uitvoering en eentje behelst rapportage en verantwoording. De officier ofwel directeur die verantwoordelijkheid heeft, weet wat hij of zij moet doen, zonder geleuter of ge-ja-maar. Enerzijds de wetten uitvoeren, anderzijds de operationele orders van het commandocentrum uitvoeren. Deze officier heeft de middelen om zijn personeel te motiveren om taken uit te voeren. Niet functioneren heeft gevolgen met als ultieme sanctie oneervol ontslag. Eén term in het stuk begreep ik heel goed, dat is triage. Deze andere overheidsinstantie gebruikt dat namelijk ook. Je stelt vast hoe erg het is met de zorgvrager en je bepaalt of en welke zorg er wordt verleend. ‘Nee’ kan een antwoord zijn. De triage bepaalt ook of er zelf wordt opgepakt of doorverwezen. Het klopt vrij aardig met het landschapsplaatje wat mee werd gepresenteerd en waaruit overigens blijkt dat de gemeente niet eens zo'n hele grote speler is in dit veld. Zo zie ik een hele grote rol voor de POH’s, de praktijkondersteuners huisartsen, die voor een deel hetzelfde doen. Concluderend zou ik willen zeggen: hou nou eens op met programmaplan en weet ik nog wat erachteraan komt. Geef nou eens heldere werkorders gebaseerd op de basisprincipes en kom volgend jaar terug met een rapportage waar het volgende in staat. En daar sluit ik aan bij mijnheer Overbeeke.

Hoeveel vragen hebben we gekregen? Hoeveel hebben we er in behandeling genomen? Hoeveel is doorverwezen? En hoeveel is afgehandeld? En als laatste: wat heeft het gekost? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan … Nee. Ik ook niet. Mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Vragen heb ik niet echt gehoord. Ik heb vooral heel veel aanbevelingen gehoord. Ik heb een gloedvol betoog gehoord van de VVD, waarvoor dank. Ik denk dat u precies schetst waar denk ik op het moment dat wij een visiestuk hadden vastgesteld, zelf ook tegenaan liepen. Dat op het moment dat we dat in kaart gingen brengen, van wat betekent dat nou, dat ook direct - en ik zie Robin ook knikken - de complexiteit, en dat heeft u ook teruggezien in al die hokjes en vakjes die aan elkaar verbonden zijn en die ook nog eens voor de vier gemeentes verschillend zijn georganiseerd, aangaven van o, we moeten wel even heel goed bedenken wat we precies willen gaan doen en wie dan wat gaat doen en op welke termijn, omdat we anders helemaal niet van visie naar uitvoering komen. Dus dit is een extra exercitie die nodig was om dat met elkaar te doen. Maar ik snap ook uw verhaal en uw gedachten bij wat u net, of wat u allemaal gezien en gelezen en meegemaakt heeft. En misschien ook de veronderstelling dat we al veel verder waren. Dan kan ik u ook wel geruststellen. Het is niet zo dat we nu pas gaan beginnen.

Heel veel wat er hier in het transformatieplan staat gebeurt ook gewoon zoals het daar staat, dus het is niet alleen maar van plan. Dan ook bij het eind beginnen. Ik denk dat uw vragen heel goed zijn als het gaat om evaluatie. Ook daarvan zie ik geknik op en er is goed meegeschreven van: wat verwachten we dan van die evaluatie als het gaat inderdaad over wie, wat, hoe vaak, waar dan en ook niet onbelangrijk, wat heeft dat dan gekost? Want ik denk dat dat hele relevante vragen zijn die ook zeker op moment dat we de eerste evaluatie doen naar de raden toe komen. Dus die wil ik bij dezen ook toezeggen. Die is gepland voor 2026, dus volgend jaar maken we die evaluatie. Dus dan heeft u hem ook. Dan als ik ga naar de PvdA. Die heeft heel veel volgens mij vooral aanbevelingen nog meegegeven, van ‘neem dat mee’. De suggestie van de inleiding. Ik denk dat het goed is om daar nog even naar te kijken, want het moet zeker niet uitstralen dat we een bezuiniging met elkaar aan het realiseren zijn. Maar we hebben wel een bepaalde mate van urgentie bereikt als het gaat over: voor wie wil je welke zorg nog beschikbaar en bereikbaar houden? Want er is nou eenmaal krapte. Daarnaast willen we echt minder mensen in de geïndiceerde zorg, want dat is niet altijd nodig en daar is echt een transformatie op zijn plek. Dus ik ondersteun de woorden van de heer De Zeeuw.

Maar volgens mij was het niet zozeer contra op wat mijnheer Overbeeke bedoelde, maar die wilde vooral dat niet de suggestie wordt gewekt dat het een bezuiniging is, maar dat we gewoon iets doen wat nodig is. U noemt Versa. In de begroting heeft u ook als partij een amendement ingediend om de bezuiniging van tafel te krijgen. Die heeft het niet gehaald. Dus ik ken uw wens als het gaat over Versa. Nou is het ook niet zo dat we taken van Versa weg willen halen die nu heel goed

lopen. Dat was ook een vraag vanuit D66: alsjeblieft, dingen die nu heel goed gaan, wilt u die niet van tafel halen? We kijken wel hoe we het misschien anders kunnen organiseren, waarbij soms de middelen ook anders landen en wellicht tot een voordeel kunnen leiden. Dus ja, Versa kijken we goed naar. Maar ik ben vooral niet van plan om dingen die goed gaan weg te halen. Maar uw punt is meegenomen hierbij weer. Cliëntondersteuning. Dat is ook een terechte. We hebben dat uitgevraagd ook bij de inwoners van Huizen, Blaricum, Eemnes en Laren, van: wist u dat? Maakt u daar gebruik van? En daar kwam … Er waren veel meer vragen hoor, in die hele enquête. Maar onder andere over cliëntondersteuning en daar bleek ook dat mensen dat inderdaad eigenlijk onvoldoende wisten, geen idee hadden hoe ze daarbij konden komen. Dus we hebben ook vanaf dat moment afgesproken dat op het moment dat een inwoner met een consulent in contact is, dat altijd de cliëntenondersteuning ook onderdeel is van het gesprek. Dus daar worden mensen nu actief op gewezen en ook wat MEE dus voor ze kan doen. Dus dat is al een lesson learned vanuit de enquête. Dan heeft u nog extra meegegeven die kwetsbare doelgroepen waaronder statushouders en mensen met schulden. Ook dat signaal was al eerder binnengekomen en ook onder andere vanuit de adviesraad.

Dus daar hebben we al … Daar zijn we al mee bezig hoe we dat beter plek kunnen geven, want dat is een terecht punt dat die niet goed aan de orde komen in dit uitvoeringsplan en wel degelijk een aanpak vragen. Het informatiepunt, blijft dat behouden? Vooralsnog hebben we het gewoon zo georganiseerd en we willen vooral wel dat de toegang zo goed mogelijk op elkaar afgestemd is en het niet voor een inwoner van Blaricum anders is dan voor een inwoner van Huizen. In principe is er no wrong door. Dus of je nou hier binnenkomt of in het Leefstijlpunt, op elke plek moet je uiteindelijk naar de juiste zorg en dat moet ook warm gebeuren. Het moet nooit een kastjemuurconstruct zijn, dus we gaan geen dingen afbreken die goed functioneren. Volgens mij heb ik daarmee … De voorzitter: Ik dacht het ook. Ik kijk nog even rond of er nog een laatste opmerking gemaakt moet worden. De heer Roorda. De heer Roorda: Ik wou nog even daarop inhaken. Dank u wel voor de beantwoording. Kunt u mij kort meenemen in de manier waarop het commandocentrum functioneert? Mevrouw Havinga: En dan bedoelt u het commandocentrum van vier wethouders ten opzichte van beleid? Dat functioneert in een systeem waar ook volgens mij de PvdA het over had: hoe complex of hoe makkelijk heb je het georganiseerd? Dat functioneert in een systeem van een BEL-afstemming.

Dus dat betekent dat wij het portefeuillehoudersoverleg BEL hebben als het gaat over lokaal beleid van Blaricum, Eemnes, Laren. Dat functioneert in een systeem waarbij we overleggen in de HBEL, altijd ondersteund vanuit de ambtelijke capaciteit en daarmee dus de uitvoering vertegenwoordigd. Daarnaast hebben we dan ook nog de regio en dat is in tijdlijn op elkaar afgestemd dat het elkaar nooit mag bijten. De heer Roorda: En bent u het ook altijd eens in het commandocentrum? Komt daar een eenduidige order uit? Mevrouw Havinga: Nee. De order is wel eenduidig, maar er is best wel eens onenigheid. Nou ja, we zijn het niet altijd met elkaar eens, maar we willen wel uiteindelijk komen tot een eenduidige opdracht, omdat het anders wel heel ingewikkeld wordt. De heer Roorda: Dat wou ik even weten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar het volgende agendapunt. De heer Overbeeke: Ik heb ook nog wat.

De voorzitter: O, sorry. Ja ik had eerder al en ik heb maar één hand. De heer Overbeeke: Toen zei ik het ook al, maar goed. De voorzitter: Sorry, mijnheer Overbeeke. Gaat uw gang. De heer Overbeeke: Dank u wel voorzitter. Toch nog even terugkomen op die cijfers. Ik ben het met mijnheer Roorda eens. Ik heb ook zelf aangevoerd, dat die cijfers zijn toch wel erg belangrijk. Niet alleen om te weten hoe het functioneert, maar ook om te verbeteren. Wat ik hoop en wat ik verwacht, is dat een soort kwaliteitscirkel, een soort PDCA - ik weet niet, dat zegt wel wat, hè? - PDCA-cirkel komt dat je aan de cijfers kan zien wat kan er verbeterd worden, enzovoort. Verder begrijp ik heel goed dat de kosten ook betaalbaar, dat sociaal domein ook betaalbaar moet zijn. Het is al een groot stuk van onze hele begroting. Laten we wel zijn. Maar ik vind dat we mensen daar ook op mogen wijzen, dan even naar mijnheer De Zeeuw toe, mensen op mogen wijzen dat sociale hulp niet een soort vrijblijvendheid is of een soort gunst is van de gemeente, maar dat dat gewoon in de wet bepaald is, dat daar recht op is, dat je daar recht op hebt. Dat ook een beetje het uitgangspunt voor het hele sociaal domein is uiteindelijk de wet natuurlijk en de gemeente moet dat uitvoeren en die moet dat netjes doen en die heeft de plicht ook om dat uit te voeren. Dus daar mogen we best wat over zeggen. Dan Versa, de preventie.

Het gaat er mij niet zozeer om wie het uitvoert. Het gaat er mij wel om dat het juist zo belangrijk is dat ook in de wijken, zeker als we het hebben over ouderen, dat er ook in de wijken goede zorg is en dat er ook bij de mensen opgehaald wordt als zorg nodig is. Want juist daar zitten de zorgmijders, zeg maar. Omdat ze het niet weten, omdat ze er niet naartoe kunnen. Over dat naartoe kunnen, wil ik ook nog wel wat zeggen. Het is ook belangrijk dat zorg ook dichtbij is, dat het ook bereikbaar is. Nou loopt dat al gelukkig via de huisartsen goed op dit moment, begrijp ik. Maar ook via een leefstijlcoach. Ook nog maar eens even goed over dat woord nadenken, leefstijlcoach. Ga ik als oudere met een woningprobleem of mobiliteitsprobleem naar een leefstijlcoach? Dat denk ik niet. Maar dat er een duidelijk punt is waar mensen terechtkunnen en dat dat ook in de buurt is. Dat zijn mijn opmerkingen nog. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan begrijp ik de heer De Zeeuw van Dorpsbelang. De heer De Zeeuw: Een paar opmerkingen aan mijnheer Overbeeke. Ik heb niet gezegd dat mensen geen recht op zorg hebben of zo. Alleen dat het heel goed is dat we in de richting van basisondersteuning sturen, ook omdat dat proces veel sneller gaat. Dat proces van geïndiceerde zorg is een langlopend proces, waarin je af en toe mensen ook onderweg verliest.

Dus ik vind dat prima dat we dat we mensen makkelijk naar basisondersteuning brengen. Dus dat is één. Dus ik heb niet gezegd dat er geen behoefte aan zou zijn. En even een opmerking naar de heer Roorda. Ik moet u zeggen: u verloor me al na twee minuten en u vond me terug op het aller-allerlaatste deeltje waarin u vroeg om concrete gegevens. Om aantallen en budgetten en dergelijke. Maar het leek erop dat u de hele sociale problematiek van de hele maatschappij op uw dakje nam om te vertellen wat er allemaal moest gebeuren. Nou dit gaat echt niet zo wijd dan dat. Het gaat niet over alle sociale problematiek in Nederland. Het gaat er gewoon om dat er hier een visie ligt en dat die redelijk duidelijk heeft aangegeven wat ze wel of niet willen doen. De heer Roorda: Helemaal met u eens, mijnheer De Zeeuw. Maar het raakt er natuurlijk wel allemaal aan, dus het komt wel een beetje samen voor ons stukje. Dus even om het krachtenveld te schetsen, heb ik toch gemeend dat even mee te moeten nemen. Ik hoop ook dat u de inleiding nog net wel heeft meegekregen en die was ook cruciaal met name voor u.

De voorzitter: Dank u wel. Ik denk dat ik het nu kan afsluiten. Ik kijk nog even goed rond. Geen vingers meer. Dank u wel. 5.03

RIB provincie Utrecht en toezending provinciaal verslag en provinciaal plan PRT

De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 5.03. De volgende twee agendapunten komen vanuit het presidium en de eerste is de raadsinformatiebrief van de provincie Utrecht en toezending provinciaal verslag en provinciaal plan PRT. Dat is vanuit het presidium door D66 geagendeerd, dus ik wil D66 het woord geven en daarna eventueel als iemand anders er nog iets over wil zeggen, dan kan dat ook. Mevrouw Wiering: Dank u wel voorzitter. Dank voor de uitgebreide memo waarin het landelijk beleid wordt vertaald naar onze lokale opgave en inzet daarop. In deze Raad is het bekend dat de visie op deze opgave nogal uiteenloopt. Desalniettemin zien wij als D66 ook dat wij samen een forse bijdrage leveren aan de asielen vluchtelingenproblematiek en in mindere mate de statushoudersproblematiek. De inzet van het kabinet om de instroom te reguleren, vinden wij wishful thinking. Natuurlijk zou het prachtig zijn als globale ontwikkelingen de asielstroom kleiner maken. Maar heel realistisch is dat niet. Sterker, deskundigen zijn het erover eens dat we in de nabije toekomst rekening moeten houden met klimaatvluchtelingen. De bron: UNHCR1. Dat is iets dat nu nog niet aan de orde is, maar er vrijwel zeker aan zit te komen. Wat D66 betreft, is het fantastisch dat Eemnes de doelstelling voor Oekraïense vluchtelingen en asielzoekers in de vorm van amv'ers behaalt.

Een blijvend knelpunt blijft de plaatsing van statushouders, die naast de huidige inzet ook overeind blijft. Die doelstelling voor statushouders wordt zo goed als niet besproken in de memo. En gezien de brief van de provincie hierover lijkt het halen van onze doelstelling in 2025 onhaalbaar. Kan de wethouder aangeven welke realistische mogelijkheden er in 2025 zijn om ook aan deze doelstelling te voldoen? De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk eventjes rond. CDA. De heer Seldenrijk: Als je toch het woord krijgt, dan doe ik het ook. We hebben het stuk inderdaad ook gelezen. Met name het woord van de commissaris van de Koning vonden we heel erg positief, moet ik eerlijk zeggen. Zeker gezien eigenlijk de achterstand binnen de provincie Utrecht. Wat daarin natuurlijk opvalt, dat Eemnes het ontzettend goed doet. Op alles hebben we eigenlijk, alles binnengehaald, laat ik het maar zo formuleren. Dat vind ik eigenlijk, dat is gewoon een … Het is eigenlijk jammer dat we geen pluim van de provincie hebben gehad op dit punt. Op het moment dat wij het verkeerd doen, dan krijgen we een dikke brief en uiteindelijk nu doen we het een keer goed, of we doen het tijden al goed, en ons best, dan vind ik toch wel dat je eigenlijk daar niets voor terugziet. Al is het maar een stukje waardering. Dat zie je in het stuk niet terug. Dat zie je ook een beetje terug in het verdeelbesluit.

Want in de memo was … Trouwens, bedankt voor de memo, want het is inderdaad een hele heldere memo. Alle gemeentes die voldoen aan het verdeelbesluit, die worden nu niet meer bij het restant, zeg maar, meegenomen, voor de RES-opgave. Dus dat wil eigenlijk zeggen dat de gemeentes die het slechter hebben gedaan, die krijgen ook een lagere taakstelling, als ik het goed lees. Dat vind ik toch wel … Dat stuit me toch een beetje tegen het zere been, moet ik eerlijk zeggen. Op het moment dat je goed je best doet, dan krijg je geeneens een bedankje een gemeente die het slecht doet, die krijgt ook nog een bedankje terug, want ze hoeven minder mensen op te vangen. Klopt mijn redenering? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dorpsbelang, de heer Pouw. De heer Pouw: Jazeker. Dank u wel voorzitter. Laat ik beginnen met dat ik het wel vrij makkelijk vind van de commissaris van de Koning dat die dit naar ons toestuurt. Want wat betreft statushouders, daar krijgen we

elke keer een briefje of je het doet of niet goed doet. Dat is altijd heel streng en dan denk ik: ik vind dit toch wel heel erg makkelijk. Want het blijkt toch dat heel veel collega-gemeenten in Utrecht, waar ook allemaal D66 aan het roer zit, waar PvdA aan het roer zit, noem ze allemaal maar op, gewoon gigantisch achterlopen. Dus dan had ik wel een iets krachtiger iets van de commissaris van de Koning verwacht. Daarmee wil ik ook meteen zeggen dat elke volgende brief die zij sturen naar ons toe, wat betreft de statushouders, de stand van zaken, niet meer naar ons hoeft gestuurd te worden. Want ja, dat is allemaal … Daar kan ik niks meer mee. Ik deel dus ook absoluut niet de mening van mijn overbuurvrouw dat die zo somber is over de statushouders, want ik denk dat Eemnes het hartstikke goed doet. Het is allemaal niet makkelijk en toch doen we het redelijk goed. We doen ruimschoots aan de Oekraïners. Dat doet trouwens - hoewel het natuurlijk een andere regio is - Blaricum ook. En dat is nog een ander puntje die ik dan nog wil benoemen, is dat ik het toch wel stuitend vind dat er met heel veel dingen die hier dan passeren wat betreft heeft statushouders, asielzoekers, noem ze allemaal maar op, toch vaak wordt gekeken naar de BEL-combinatie vanwege de ambtelijke samenwerking. En ik heb het al eerder gezegd: Eemnes heeft netjes zijn steentje bijgedragen.

Ruimschoots doen we er ook wel aan. Hetzelfde geldt voor de gemeente Blaricum. En dan lees ik weer twee of drie weken geleden dat - hoe heet die burgemeester? - Mol zegt in Laren: nee, dat past daar niet. Dus ik vind het toch altijd wel … Dus ook vanaf nu nooit meer, maar ook nooit meer op dit vlak aankomen in welk stuk dan ook en dan verwijzen naar ambtelijke organisatie. Want het is heel simpel: aan de overkant ligt Laren en die zijn nu aan de beurt. Conclusie: Eemnes doet het goed. Ik vind persoonlijk dat Eemnes het al jaren goed doet. Wij vangen al jarenlang de statushouders netjes op in bestaande woningen. We doen niet bij elkaar vijftig. We doen het altijd netjes. Je probeert zo veel mogelijk te spreiden in Eemnes. Maar goed, niet overal heb je zeg maar de sociale woningen. Maar dat gaat altijd netjes. Je hoort er nooit iemand over. Ik heb nog nooit op een verjaardag dat iemand bij mij zegt van: Bas, die statushouders, wat een zooitje. Nee. En waarom komt dat? Omdat we dat gewoon netjes doet. En ja, je hoort dan wel eens, met name van de overkant en als we dan één of twee minder hebben en nu ook is de verwachting dan gaat het vingertje. Maar nee, dat vingertje krijgt u niet van ons. Wij doen dat goed. Maar nogmaals, ik vind het wel triest dat de commissaris van de Koning eigenlijk dit zelf zegt. Er is een spreidingswet en die wet is er. Er is gewoon een wethouder.

Heel veel gemeentes doen … Neem bijvoorbeeld De Bilt. Die moet er aardig wat opvangen. Die doet helemaal niks. Een paar amv’ers. Dus ik vind dat toch wel makkelijk dat dan de commissaris van de Koning dat zomaar als: ‘genoteerd, klaar’. Dat was hem. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de VVD, de heer Schade. De heer Schade: Dank u wel voorzitter. Wij gaan niet over De Bilt, wij zijn geen commissaris van de Koning in de provincie Utrecht, dus ik beperk me tot de situatie hier in Eemnes om te voorkomen dat van de overkant, van die overkant, opeens nog weer iets over de Biezem gezegd gaat worden om Laren en lesje te leren. Voorzitter, wij zijn blij met het memorandum. Was het nodig geweest? Nee, want we hadden het stuk gelezen en daar hadden wij eigenlijk dezelfde conclusie al uit getrokken. Maar met het memorandum erbij en zeker met de update die we gekregen hebben over de circulaire van 20 december, zeg ik uit mijn hoofd, is dat heel verhelderend. Ik sluit me aan bij in ieder geval één opmerking van mijnheer Pouw en dat is dat we het hier in Lar… Eh, hier in Eemnes. Ja, ik wist dat u meteen over tafel zou komen. Dat wij hier in Eemnes het keurig doen. Wij voldoen aan onze wettelijke verplichting. Dat is door deze Raad menigmaal uitgesproken als wens en aan die verplichting voldoen we en dus prima. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

Dan kom ik bij Partij van de Arbeid. De heer Overbeeke.

De heer Overbeeke: Dank u wel voorzitter. Eemnes doet het goed. Dat wisten we al. De provincie Utrecht een stuk minder en dat komt in die nota duidelijk naar voren natuurlijk. Aan de andere kant, er is een … Niet aan de andere kant, maar er is een Spreidingswet en die was ook bedoeld om het aantal statushouders en vluchtelingen met name, zo goed mogelijk te spreiden ook over Nederland. Nogmaals, daar zijn we in ieder geval lokaal goed in geslaagd. Als we wat verder kijken dan de Wakkerendijk, dan is het toch een beetje ingewikkelder. Het neemt niet weg dat het memorandum wat gemaakt is, uitermate duidelijk is, goed geschreven, ook aandacht geeft aan de wat bredere doelstelling dan alleen de doelstelling van Eemnes, maar uiteindelijk tot dezelfde conclusie komt. En ik mag wel zeggen: complimenteer ook de wethouder met het feit dat er zoveel moeite gedaan wordt om de mensen ook binnen de taakstelling die we hebben, ook onder te brengen. Die wordt ruim vervuld op dit moment. Zelfs statushouders. Dat is een plus zes als ik het goed begrepen heb en dat is denk ik heel erg goed en ook te waarderen. Dus dank daarvoor. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de wethouder, mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Dan moet ik de heer Overbeeke teleurstellen. Want plus zes betekent een achterstand. Plus 6, die komen nu weer op de taakstelling van 25 erbij.

Maar dat wil niet zeggen dat ik niet mijn best heb gedaan. Dus de rest van de complimenten: dank u wel. Dan kom ik ook eigenlijk meteen bij de vraag van D66. Dat ging over die huisvesting statushouders. Nee, we hebben inderdaad onze doelstelling niet gehaald in ‘24. Vind ik dat jammer? Ja, dat vind ik jammer, want ik heb, we hebben extra ons best gedaan in 2023 om … Want er is daar zo’n ladder, zo'n afspraken binnen de provincie en in 2023 eindigden we op 0. Wel met heel veel kunst en vliegwerk, maar we eindigden op 0. En dat wil je ook graag. Niet om zo graag een schouderklopje van de commissaris te krijgen, maar vooral omdat die mensen zitten te wachten om zo snel mogelijk hun leven op te bouwen in de gemeente waar ze aan gekoppeld zijn, in dit geval de gemeente Eemnes. Hebben we nu een achterstand? Ja, dat klopt. Hadden we dat anders kunnen doen? Nou, ik denk dat we echt ons best hebben gedaan om wat er beschikbaar kwam aan woningen, ook als het gaat over nieuwbouw, hebben we toch bij ieder project nu gekozen om ook bij de eerste toewijzing iedere keer ook een woning toe te wijzen aan statushouders. Dat deden we in het verleden niet, deden we dat bij nieuwbouw niet dus dat doen we nu wel. We hebben ook wel echt de pech dat een aantal nareis die echt verwacht was al in ‘24 gewoon niet gerealiseerd is.

En nu Syrië toch in een andere situatie zit, is het ook maar de vraag of dat in ‘25 wel gaat lukken. Dus dat blijft wel complex als er iedere keer een koppeling is van vaak alleen de man en je toch een woning toewijst voor vier of vijf personen en dan de nareis uitblijft. We kennen allemaal de achterstanden van het IND. We hebben ons best gedaan. Ik denk dat er echt niet heel veel meer in zat. Misschien een woning die nu in januari wordt opgeleverd. Ik had gehoopt dat dat in december was gelukt. Dat is gewoon niet meer gelukt en dan was de achterstand iets kleiner geweest en als die nareis gelukt was, waren we op nul geweest. Dus het zijn ook wel marges. Daarnaast hadden we ervoor kunnen kiezen om de mensen die nu in Tergooi verblijven daar weg te halen en in de Witte Bergen te laten verblijven. Dan hadden we op papier dus de taakstelling gehaald. Maar ik vind dat menselijk gezien niet wenselijk om dat te doen. Als die mensen nou in Groningen in een azc hadden gezeten, dan had het misschien een mooie oplossing geweest, maar in dit geval lijkt me dat niet goed. En dan kom ik ook wel op het puntje wat de heer Pouw zegt over: er wordt vaak gekeken naar de BEL. Ik had het heel fijn gevonden als in het kader van het huisvesten statushouders er ook gekeken werd hoe wij ze in de BEL alvast opvangen, alvast laten starten met de integratie hier, alvast kunnen starten met werk hier.

Maar ja, dat telt nou eenmaal niet. Dat is wat het is. Dus helaas, er komt wel weer een brief van de provincie. Ik ben ook al gevraagd of ik op gesprek wil komen. Dat is wat het is. Die brief komt weer, dus dan bent u vast voorbereid dat die ook weer bij de stukken zal zijn, dat we het niet gehaald hebben. Maar op het andere gebied doen we het inderdaad gewoon heel erg goed. Toen de pers hier kwam, heb ik ook gezegd: het braafste meisje van de klas. Maar ik ben er ook oprecht trots op dat Eemnes dit doet, dit kan. De

heer Pouw zei ook al: ik hoorde eigenlijk nooit een onvertogen woord. Nee, volgens mij vinden de inwoners van Eemnes dit ook goed te dragen en doen we dat met elkaar. Het CDA zegt: dat verdeelbesluit dat komt er nu op neer dat de andere gemeenten eigenlijk het makkelijker krijgen. Ja, dat is natuurlijk … De rest wordt verdeeld, dus in dat opzicht heeft u gelijk. Want gemeentes die al meer doen, die aantallen tellen dus niet meer mee in de verdeling over de rest heen. Aan de andere kant is daar geen onenigheid over tussen de gemeentes. In die zin: onderling hebben we daar een goed gesprek over, maar krijgen we wel een bonus, dus financieel wordt het wel gecompenseerd. Als je gewoon doet wat je moet doen, dan krijgen we daar ook gewoon een bonus over uitgekeerd. Dus dat gebeurt wel en dat betekent dus dat die andere gemeentes dat niet krijgen. Er wordt best wel, als ik de bestuurlijke overleggen en vrijdag hebben we die ook weer op het provinciehuis, wordt er echt wel streng en strak op aangesproken als het niet lukt. En natuurlijk krijgen we ook een compliment voor de gemeentes die wel vooraan staan of die het geregeld hebben. Dus ik voel me niet benadeeld als het daarover gaat. Volgens mij heb ik wat er voorbijkwam behandeld. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Eerst mevrouw Wiering. U hoeft niet, hoor. Mevrouw Wiering: Ik wil graag ...

De voorzitter: Prima, maar u deed zo aarzelend. Ik dacht: u wil niet. Mevrouw Wiering: De wethouder bedanken voor haar duidelijke verhaal. De voorzitter: Verder nog iemand? De heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank u wel voorzitter. Ik zie hier natuurlijk niet voor de financiële bonus op dit punt. Ik vind dat dat … Het is een bijzaak. Het is leuk natuurlijk dat het meekomt, maar dat is natuurlijk niet het punt. Het gaat er natuurlijk wel om met de verdeelbesluiten zodat iedereen zijn bijdrage moet leveren. Dat vind ik dus een beetje het pijnpunt in dezen natuurlijk, dat jij voldoet aan de vraag, laat ik het maar zo formuleren, andere gemeentes niet en die krijgen uiteindelijk dan een soort van bonus, want ze hoeven eigenlijk minder te doen. Dus dat was een beetje mijn opmerking. Tweede punt is natuurlijk wel, als je natuurlijk naar de provincie in zijn algemeenheid bekijkt, zit er natuurlijk nog verder onder. Het verslag van de commissaris van de Koning is heel positief. Het moet allemaal nog blijken natuurlijk of dat allemaal gerealiseerd gaat worden. Maar het kan dus niet zo zijn dat we achteraf nog een extra opgave krijgen? Dus hetzelfde als met de RES dat wij goed ons best doen en achteraf nog een windmolen erbij krijgen of zo, maar dat is in dezen niet zo. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Mijnheer Pouw niet? Het hoeft niet.

De heer Pouw: Nou, ik vind … Ik zat naar het lijstje te kijken. Ik denk nou dan krijgt als onze wethouder daar naartoe moet komen om tekst en uitleg te geven, dan krijgen ze het heel druk, als ik zo naar het lijstje kijk. Ik denk dat mevrouw Dijksma dan elke dag langs mag komen als ik het zo zie als ik naar Utrecht kijk. Maar goed, ik mag van de VVD, moet ik me aan Eemnes houden, zal ik netjes doen. Ik vind dat wij het netjes doen, heb ik eerder al gezegd en wat mij betreft hoeft u er niet naartoe. De voorzitter: VVD. Ja, ik, nee. PvdA. De heer Overbeeke: Ik heb al eerder gezegd …

De voorzitter: Ik doe gewoon netjes een rondje, maar het hoeft niet hoor. Ik heb het idee dat u dat niet helemaal begrijpt. De heer Overbeeke: Ik heb gewoon een heel klein informatief vraagje nog over die min zes. Er staat in die tabel voor provinciaal plan huisvesting statushouders, maar misschien interpreteer ik het verkeerd hoor: de verwachte achterstand voorsprong op de totaalopgave, een positief getal duidt op achterstand. Het is geen positief getal, daar staat min zes. Dus je zou zeggen, dat is allemaal voorstand. Er wordt verwacht dat we zes positief staan ten opzichte van de taakstelling. Ik vind het niet zo heel belangrijk, maar daar komt dus die min zes. De voorzitter: Ik ben blij dat u die vraag stelt, want die had ik ook en ik mag als voorzitter niet vragen. Mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: U doelt op de tabel, hè? Die is van oktober, dus toen hadden wij verwacht dat we het ook nog zouden halen. De heer : Die nareis is er niet gekomen en dat huis is … Mevrouw Havinga: Naar januari verplaatst. Dus we koersen ook gewoon op: we halen het. Alleen soms zijn de omstandigheden zo dat we het niet halen. Dus we eindigen in een min. Oude tabel, ja. Maar ik geef u nu de werkelijke stand en dat is dat we het niet gehaald hebben. De heer Pouw: Die is oud omdat die al drie presidia erop stond en toen door was geschoven en nu uiteindelijk … Dus het is niet oud door uw schuld.

De voorzitter: Dit wordt wel vervolgd in nieuwe brieven. 5.04

Memo inzake ingestuurde brieven zorgverleners

De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 5.04, een memo inzake ingestuurde brieven van zorgverleners. Naar aanleiding van het presidium is een memo opgesteld naar aanleiding van vragen van PvdA. Dus kom ik weer bij de PvdA bij de heer Van der Vegt. De heer Van der Vegt: Dank u wel voorzitter. Bedankt voor de uitgebreide beantwoording van de vragen. Levert nog wel een paar vervolgvragen op, wat mij betreft, wat ons betreft. Er wordt gesteld dat de wachtlijsten niet nieuw zijn, dat is logisch, maar de samenwerking met MetMaya zou naast kostenbesparing en meer duidelijkheid in geboden zorg toch ook positief moeten uitwerken voor de wachtlijsten, was onze verwachting. De samenwerking met MetMaya loopt nu een jaar en er kan nog steeds niet worden aangegeven hoeveel jeugdigen uit Eemnes er nu precies op de wachtlijst staan. Kan de wethouder wel aangeven of dit er meer of minder zijn sinds de start met MetMaya? En is er enigszins zicht op wanneer er wel inzicht is in de samenstelling van de wachtlijst? Om de druk op de jeugdzorg te verminderen en dus ook wat aan de instroom richting de wachtlijst te doen, wordt er ingezet op versterken van de sociale basis. Waar moet ik dan concreet aan denken? Speelt het Leefstijlpunt hier ook een rol in? Er wordt gedacht aan een collectief aanbod in samenwerking met het onderwijs.

Wordt het voortgezet onderwijs hier ook in betrokken? En ten slotte de essentie van de brieven van vorig jaar van de zorgverleners. Wat is nu precies de stand van zaken? Is er zicht op dat deze vrijgevestigde aanbieders een rol kunnen gaan spelen in het verlichten van de wachtlijsten? En wanneer gaan we, zouden wij daar dan wat van gaan merken? Dat waren de vragen.

De voorzitter: Dank u wel. Kom ik bij D66, is niet het geval. CDA, niet het geval. Dorpsbelang, de heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Toch nog een aantal opmerkingen. We hebben al enigszins toelichting gekregen over die achterstand bij jeugdzorg. Het zou, heb ik begrepen, over zeven wachtenden gaan. Dan hebben we het over mensen of jeugdigen die via het jeugd en gezin voor geïndiceerde zorg bij MetMaya wachten. Nee, maar goed, komen we dan dadelijk op terug, want dat heb ik zo begrepen. Ik heb wel ook begrepen van de wethouder dat de achterstand eerder een kwestie van weken dan van maanden is. Dat hierop, op die wachtlijsten waar we het net over hadden, dat daar het aanbod via huisartsen, medische specialisten en gecertificeerde instellingen, dat die daar niet bij zitten. Dat is nog steeds een apart getal. Want wij weten ook niet wat dat precies is, dat aantal. JGT houdt wel de regie voor de wachtenden die zij zelf doorwijst naar MetMaya. Dus daar wordt wel contact mee gehouden, heb ik begrepen. En er wordt daarnaast gewerkt aan een soort deeloplossing, zou je dat kunnen noemen. Het verbreden van de expertise van het jeugd en gezinsteam, waardoor ze ook minder hoeven door te verwijzen naar MetMaya. Daardoor zou de druk bij MetMaya wat minder moeten worden.

Daarnaast is het zo dat MetMaya zelf, als ze mensen eenmaal op de wachtlijst hebben staan, ook kijkt of zij met deeloplossingen, of in ieder geval tijdelijke oplossingen, al iets kunnen doen om die mensen in ieder geval het gevoel te geven dat er aan hen gedacht wordt en er iets voor hen gebeurt. Daarnaast heb ik ook begrepen dat we toch weer, want die acht… Zeg maar dat die verwijzing via huisartsen et cetera is natuurlijk voortgekomen omdat we geweldige achterstanden in het verleden hebben gehad en daardoor huisartsen niet meer naar het JGT wilden verwijzen. In ieder geval wordt er binnenkort weer geprobeerd om een praktijkondersteuner in te zetten om de huisartsen weer te proberen te overtuigen zoveel mogelijk via het JGT door te verwijzen. Dus dat hopen we dat dat gaat werken. Dus kortom: we hebben begrepen dat die achterstand nog redelijk beperkt is en dat er op dit moment alles aan wordt gedaan via van verbreding van eigen aanbod, et cetera en ook met die praktijkondersteuner om zo veel mogelijk de zaak te verlichten. Dus dat is … Dus we zien wel dat er actie ondernomen wordt, maar ja achterstand is natuurlijk nooit prettig. En we hebben natuurlijk een vervelende historie met achterstand, maar ik krijg de indruk dat het hier allemaal wat beperkter is en dat er aan alle kanten gewerkt wordt om dat weg te werken. Nou daar kun je misschien even nog wat commentaar op geven.

De voorzitter: Dank u wel. VVD, de heer Schade. De heer Schade: Dank u wel voorzitter. Naast alle vragen die al gesteld zijn, haak ik in op datgene wat mijnheer De Zeeuw net zei en dat is dat in het Jeugd- en Gezinsteam gewerkt gaat worden aan vermeerdering van de kennis om zelf hulp te kunnen verlenen. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de wethouder, mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Dank u wel voorzitter en dank ook voor de vragen. Het is goed gelezen, dus de memo is niet voor niets nog in de kerstvakantie geproduceerd. Ik kijk ook even naar de ambtenaar die daar heel druk mee is geweest, dus dat is fijn als het dan ook serieus genomen wordt, in ieder geval. En ook … Ik zal even beginnen met de verduidelijking op de vraag die de heer De Zeeuw stelde van die zeven wachtenden. Die zeven wachtenden, daar hebben wij het ook nog over in de mail over gehad, dat moet wel duidelijk zijn. Die zeven wachtenden zijn de wachtenden die wachten op hulp van het JGT. Of dat er inmiddels alweer vijf zijn of dat dat er misschien acht zijn, dat weet ik niet precies, want dat is natuurlijk ook echt een dagkoers. Maar dat zijn de jeugdigen die nu direct, of via de huisarts, of omdat ze via de school, of wat dan ook, hier bij het JGT aankloppen, aanbellen, mailtje sturen, maar in ieder geval hier binnenkomen.

Dat is ook de plek waar het best

iedereen binnen kan komen. Want ook dat hebben we in de memo geprobeerd uit te leggen. Dan is de regierol ook bij het JGT en betekent het … Ja? De heer Pouw: Vraag. Moet ik daar ook onder verstaan als ik vandaag iets heb aangemeld, dat ik dan ook onder die wachtenden ben? Dus er is bijvoorbeeld niet gezegd van nou, vanaf een maand. Dus die zeven kunnen ook van … Oké, nee, dan prima. Dank u wel. Mevrouw Havinga: Ja. En deze wachtenden worden altijd binnen een paar weken gesproken en dan is er de eerste triage. Dat woord is al eerder gevallen vandaag. Maar dan is de eerste vraag achter de vraag al gesteld van waar kunnen we in ieder geval op korte termijn al met u mee aan de slag? Soms zijn het hele lichte opvoedvragen, komt het überhaupt nooit bij MetMaya, maar soms weten we al vrij snel: dit is wel echt specialistische jeugdzorg. Wat kunnen we al zelf? Nogmaals, die regierol blijft dan bij het JGT. Dus ook als het kind in heel zware zorg terecht zou komen, blijft die regierol bij het JGT als verwijzer. Nou is dat niet de enige verwijzer, want er zijn ook huisartsen die verwijzen en er zijn ook verwijzers binnen het systeem. En dat is meteen ook de vraag: waarom heeft u daar nou geen zicht op? Kinderen die op die wachtlijst staan, dat zijn ook kinderen die nu bijvoorbeeld in verblijf zitten en die wachten op een andere vorm van begeleiding en jeugdzorg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15097300/2