Transcript Commissie BSM 17.06.2024
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BSM VAN EEMNES 17 juni 2024
1.
Opening De voorzitter: Dames en heren, het is acht uur. Ik open hierbij de commissie BSM van maandag 17 juni alweer. Ik heet eenieder van harte welkom. Ik heb bericht van verhindering van mevrouw Bunt en daarvoor is in de plaats de heer Schade bij het CDA en bij de PvdA, de heer Van der Vegt is afwezig en daarvoor is de heer Van den Brink. En verder is iedereen compleet. O, nee. De heer Roorda is volgens mij vaste… De heer Roorda heb ik vaker gezien bij deze commissie, maar welkom uiteraard.
2.
Vaststellen agenda De voorzitter: Dan kom ik bij het vaststellen van de agenda. Ik wou een paar dingetjes omgooien met uw welbevinden. Dat we beginnen met de kennismaking van de voorzitter van de regio Gooi en Vechtstreek en dat we erachteraan meteen de zienswijze ontwerpbegroting en resultatenbestemming van dezelfde regio Gooi en Vechtstreek doen en daar zal de heer Van den Brink als lid van de adviescommissie c.q. werkgroep ook nog het een en ander toelichten. En daarna wilde ik dan in verband met insprekers het raadsvoorstel verordening bedrijfsterrein Zuidbuurt doen. En daarna de BEL-combinatie, omdat er vanuit de ambtelijke organisatie ook mensen aanwezig zijn. En de rest volgen we dan de agenda zoals die eigenlijk stond. Dus ik kijk even of u daarmee akkoord bent. Aan die kant het geval, aan die kant het geval, dan is hiermee de agenda vastgesteld.
3.
Vaststellen besluitenlijst d.d. 13 mei 2024 De voorzitter: Kom ik bij de vaststellen van de besluitenlijst van de vorige vergadering van 13 mei. Er zijn geen op- of aanmerking bij de griffier ingediend. Ik kijk of dat nog steeds het geval is. Aan die kant het geval en aan die kant ook het geval. Dan is bij dezen de besluitenlijst vastgesteld.
4.
Inventariseren spreekrecht De voorzitter: Dan kom ik bij het inventarisatie van het spreekrecht. Ik heb van de griffier doorgekregen dat de heer Koot graag wil inspreken. Die is aanwezig. Dat klopt. En als ik zo rondkijk, dan blijft het daarbij. Of gaat de heer Van den Brink… U bent voor de antwoorden. Dan gaat de heer Van den Brink er gezellig naast zitten. Dan hebben we het inventarisatie ook gehad.
5.
Te bespreken onderwerpen 05.01 Kennismaking Voorzitter Regio Gooi en Vechtstreek dhr. Van den Top De voorzitter: Dan komen we nu bij het eerste onderwerp. Dat is de kennismaking van de voorzitter van de regio Gooi en Vechtstreek, de heer Van den Top en die wordt vergezeld door de heer Meeuwese. En ik zag ook… Ik heb ook een andere naam, mevrouw Mansveld. Die zit daar. Alle drie aanwezig. Ik zou zeggen, aan u het woord. De heer Van den Top: Goedenavond. Ik ben heel blij dat ik hier vanavond de eens even bij mag zijn. Ik ben voor de allereerste keer in dit prachtige pand. Ik vind een beetje ongemakkelijk dat ik met de rug naar mensen
toe zit, maar u moet maar even… Ik kan het... Hier heb ik geen ogen, maar ik heb u in beeld. Laten we het maar zo zeggen. Als u wat wil zeggen, dan bent u natuurlijk van harte welkom. Mijn naam is Gerhard van den Top. Ik ben de burgemeester van de gemeente Hilversum sinds 2022, begin 2022. Ik was daarvoor dijkgraaf van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht in Amsterdam. In mijn gemeente zit onder andere de rol beklonken van het voorzitterschap van de regio Gooi en Vechtstreek en tot mijn groot onuitsprekelijk geluk maakt ook Eemnes daarvan onderdeel uit. Dat zeg ik niet zomaar, want uw wethouder, die hier ook aanwezig is, een zeer gewaardeerd lid van mijn algemeen bestuur. En het is eigenlijk voor mij belangrijk om hier vooral bij u te zijn om eens te horen wat u eigenlijk zelf merkt van die regio. De regio voor mij, laat ik dat dan maar zeggen, is eigenlijk de kracht van de samenwerking vertaald in een vorm waarmee je een deel van de dingen die je doet samen beter doet dan je dat alleen doet en een deel ook samen doet om gewoon krachtiger te kunnen zijn op het gebied van beleid. We vertegenwoordigen ook in onze regio de belangen van dit gebied naar andere gremia toe, zoals bijvoorbeeld naar de Metropoolregio, naar de provincie en naar het Rijk. En als je dat allemaal met gemeente per gemeente moet doen, dan kom je minder ver dan wanneer we de krachten bundelen.
En voor mij is eigenlijk de bedoeling vanavond, als dat u ook bevalt tenminste, om met name ook eens te praten over hoe het voor u allemaal is. Eemnes is natuurlijk een beetje een bijzondere deelnemer in de regio, omdat het niet helemaal op de volle lengte of breedte, hoe je het maar noemen wil, deelneemt. Met name op het sociaal domein is natuurlijk de samenwerking gestoeld. Maar ik zeg er maar altijd bij: het kan altijd meer, als u dat leuk vindt. Ik ben wel, denk ik, hier ook een beetje om uit te leggen hoe het eigenlijk werkt. En wat ik eigenlijk niet wil doen is die hele presentatie met u doorlopen, want dan zit ik hier drie kwartier te presenteren, dan hebben we geen gesprek met elkaar. Dat lijkt me eigenlijk ook weer niet heel interessant dus als u wilt, zal ik daar zo dadelijk een paar dingen over zeggen. Maar ik wil toch eigenlijk, als u dat goed vindt, even horen van u, bij een beginnetje van deze drie kwartier of zo, een half uur, wat u eigenlijk vindt van de regio. Heeft u er een beetje plezier in? Werkt het goed? Kan het beter? Heeft u vragen die ik kan beantwoorden? Dat wil ik toch even inventariseren voordat ik zomaar van wal steek, als het goed vindt, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: Uiteraard. De heer Van den Top: En dan ga ik daarna, als er wat reacties zijn, een paar dingen laten zien. De voorzitter: Is goed.
Dan ga ik even het rondje maken en dan kijk ik naar D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel voorzitter. Leuk dat u er bent en dat u komt vertellen wat de regio allemaal voor ons kan betekenen. U gaf het al aan, Eemnes is een beetje een vreemde eend in de bijt wat dat betreft en er wordt ook wel eens gezegd dat Eemnes aan cherry picking doet als het aankomt op gefaciliteerd worden door de ene of de andere regio. Dus daar ben ik wel benieuwd naar hoe u daar naar kijkt. En wellicht dat ik straks nog wat andere vragen heb. De heer Van den Top: Het is mooi dat u de uitdrukking cherry picking gebruikt. Want de kersen zijn natuurlijk het zoetste in het Gooi. Dus wat dat betreft zou ik alleen maar u gunnen dat u meer kersen plukt in het Gooi. Maar het is wel zo dat dat inderdaad een aantal taken wel in de regio Gooi en Vechtstreek heeft belegd en een aantal niet. U zit in een andere veiligheidsregio, u heeft een andere GGD-organisatie dan wij hebben. U zult me permitteren dat ik dan toch het grapje ook maak dat we ook een andere IT-omgeving hebben binnen onze GGD dan we in de GGD in het Utrechtse hebben. Dat heb ik niet zo naar bedoeld hoor. Maar het is wel… Wat ik wil zeggen, is dat het mooie van de regio Gooi en Vechtstreek is dat die best wel klein is. Het zijn allemaal relatief overzichtelijke gemeentes. Beetje à la zoals u ook bent.
Hilversum is natuurlijk net ietsje groter, maar bij ons zeggen de Hilversummers ook gewoon over Hilversum dat het een dorp is, daar mag ik ook nooit
zeggen dat het een stad is. Dus in die zin hebben we een hele vergelijkbare cultuur en het is denk ik ook een regio die, doordat hij wat overzichtelijk in de schaal is, ook heel veel nabijheid heeft georganiseerd voor zijn raden. Dus we hebben een vrij intensieve werkwijze eigenlijk om met regiopodia en met startnotities heel erg, dat willen onze gemeenten ook allemaal heel graag, dus daar proberen we ook zo goed mogelijk aan te voldoen, dat u echt aan de voorkant aan ons kunt meegeven wat u belangrijk vindt. En misschien om daar dan toch nog een dingetje aan toe te voegen, mijnheer Defferding, als ik mag en dan hou ik op anders wordt het een te lang verhaal. Ik merk ook in de regio Gooi en Vechtstreek dat eigenlijk alle gemeenten ontzettend gehecht zijn aan hun eigen identiteit. En dat vind ik zelf ook ontzettend leuk. Daar hou ik wel een beetje van. Ik denk dat als je naar Laren kijkt of naar Blaricum kijkt of naar Hilversum kijkt: het zijn toch een soort eigen culturen, maar qua schaal net even te klein om alles op eigen kracht te blijven doen. En doordat we deze vorm hebben gevonden, ook van de BEL maar ook van die regio, kan je toch met behoud van die eigen identiteit dingen samen doen. En ik vind dat wij daar eigenlijk best wel, als ik zo onbescheiden mag zijn, best wel goed in zijn.
Ik hoop dat u dat zelf ook zo ervaart als het gaat om de regio Gooi en Vechtstreek, natuurlijk. De voorzitter: De heer Van den Brink van de PvdA. De heer Van den Brink: Zoals u al zei, doet Eemnes maar gedeeltelijk mee in de regio. Dat heeft ook te maken met de provinciegrens en wettelijke taken die dan in de regio Utrecht liggen. Maar dat neemt niet weg dat we ook vooral meedoen bij een aantal dossiers die wat minder zichtbaar zijn. Wij hebben geen vuilniswagen met GAD erop. Sinds kort hebben we dan wel het leerlingenvervoer, Wmo-vervoer als ik het goed zeg, dus dat maakt de regio al iets zichtbaarder. Maar dat is wel een beetje een dingetje, want het is voor ons ook wel een spagaat. Want als ik me niet vergis, de jeugdzorg, moeten we naar Amersfoort en als kinderen 18 worden, moeten ze naar het Gooi. Dus er zitten nog wel een paar weeffouten in die we nog wel een keer zouden willen herstellen. Verder zit er ook denk ik in Eemnes wel iets emotioneels bij. Dat is als je een Eemnesser vraagt: ben je een Gooier? De helft zegt misschien ja en de andere helft zegt nee. Dus dat is ook wel een beetje een dingetje nog. Maar wat mij betreft, ik heb toen ook van harte ingestemd met dat idee om dat leerlingenvervoer en het Wmo-vervoer weer in eigen hand te nemen. Wat dat betreft denk ik dat de regio een hele prima uitvoeringsorganisatie is en samenwerken is altijd goed, zou ik zeggen.
De heer Van den Top: Ik herken dat wel hoor, die observatie dat het natuurlijk een soort tussenland is hier. Maar toch, het gevoel wat ik een beetje heb… Ik ben natuurlijk ook hiervoor in het waterbeheer bezig geweest. Daar zag ik, die waterscheiding ligt ook zo'n beetje op die Heuvelrug. Dus als je naar beneden kijkt vanaf de heuvel dan horen eigenlijk die beide gebieden toch bij die heuvel op een of andere manier. Dat zijn toch eigenlijk gebieden die heel erg op allerlei manieren met elkaar ook cultureel samenhangen. En wat ik wat ik zelf waardevol vind, maar nogmaals, dat moet iedere gemeente altijd voor zichzelf bezien, is dat de kleinschaligheid van het Gooi, dat is wel echt een identiteitselement. Wij kennen van elkaar de verschillen in de kleine identiteit en die koesteren we ook. En ik denk dat dat wel de kracht is die we ook als regio proberen te laten zien, dat we de eigenheid van die culturen die je in die gemeente hebt, ook proberen op een of andere manier tot uitdrukking te laten komen in hoe we met elkaar ook samenwerken. Dus je zult bij ons, maar goed, ik weet niet of ik daar uw bestuurder een beetje voor de voeten loop, maar mijn beeld is dat wij zelf in elk geval heel erg proberen om echt aan boord te nemen wat er speelt voordat wij in dat AB of in die PHO's met elkaar besluiten nemen. Dat is wel echt een… Dat ligt heel gevoelig.
Niet alleen bij u, maar bij alle gemeenten. En dat vind ik wel mooi. Want ik denk dat ook in zo’n BEL, daar zul je dat ook hebben: je moet elkaar wel beluisteren om goed te kunnen samenwerken. Ik denk dat deze regio daar wel relatief goed in opgevoed is om de kleinschaligheid te kunnen omarmen en daar ook iets mee te doen.
De voorzitter: Dan ga ik naar de VVD, de heer Roorda denk ik. Ja. De heer Roorda: Dank u wel. In algemene zin een beetje. Ik denk dat het heel nuttig is dat wij zo’n regioorganisatie hebben, want we kunnen dat gewoon eenvoudig niet zelf. En als je kijkt naar hoe ligt Eemnes dan ten opzichte van de Gooi en Vechtstreek, dan is het heel logisch dat wij… Je gaat even naar Laren of naar Hilversum voor een boodschap. Je gaat niet zo gauw naar Amersfoort. Dus het is gewoon een stukje logica. En ik ben er prima tevreden mee hoe dat nu wordt ingevuld. Ik zou zeggen prima. En die provinciegrens, dat is een lijntje op de kaart. Dat is zo. Het heeft wel consequenties en er is vroeger geloof ik een bisschop geweest die dat zo heeft geregeld met de graven van Holland. Dat is nogal oud. Maar goed, dat is zo gedaan en dat kunnen we respecteren, maar het hoeft ons niet te belemmeren in de samenwerking verder. Ik werd toen ik hier kwam, en ik woon hier nog niet zo heel lang, meteen gecorrigeerd toen ik zei: ‘wat een leuk dorp’. Zegt nee, Eemnes is een stad. De voorzitter: Wij wel, ja. De heer Roorda: Dank u wel. De heer Van den Top: Het is wel grappig, die identiteitskwestie over die provincie zit eigenlijk ook in mijn gemeente, want Hilversum is natuurlijk, ligt echt op de oksel, zou je kunnen zeggen, van Amsterdam en Utrecht en eigenlijk ook van Almere.
Dus het is een beetje een soort drielandenpunt zou je kunnen zeggen. Ik heb toen… Wij bestaan dit jaar als gemeente 600 jaar en toen ik… We hadden op 4 maart de datum waarop wij in 1424 onze onafhankelijkheid kregen van ons moederdorp Laren. Toen heb ik een verhaaltje gehouden en dat ging eigenlijk ook over dat dat effecten heeft. Want omdat je niet helemaal van één iemand bent, moet je wel heel goed samenwerken met alles om je heen. Dus wij zijn heel erg een soort scharnierpunt geworden tussen provincies en steden en dat werkt eigenlijk prima. Het is ook niet nodig om te kiezen van ben ik van Utrecht of van Noord-Holland, want we hebben ze beiden heel hard nodig om te slagen in wat wij in onze regio voor elkaar willen krijgen. Wat ik daar nog wel bij wil zeggen dat is toch een, dat zie je ook een beetje in het nieuwe hoofdlijnenakkoord, is dat die regio's worden belangrijker. Dus die gemeentelijk overstijgende samenwerking, maar die misschien meer omvat dan alleen de provinciale taken, die echt gaat over het jeugddomein, dat nieuwe integraal zorgakkoord en alles over mobiliteit en over wat we ook met onze eigen energietransitie en zo hier willen doen. Daar zijn die regio's steeds belangrijker voor. Omdat je dan ook een maat hebt waarmee je ook het draagvlak in de regio een beetje kunt borgen.
En ik denk dat dat toch een signaal is wat ik wel wil afgeven, dat die regio's misschien wel belangrijker worden en dat dan ook de mate waarop je… Daarom vind ik het ook fijn om hier te zijn vanavond, om eens een keer met jullie dit gesprek ook te kunnen voeren. Want we zien het heel vaak in de raden als iets wat ver weg is, want je bent er niet helemaal van. Maar eigenlijk is het veel dichterbij dan je denkt, omdat heel veel dingen die wij met elkaar in die gemeenten doen, regelen we eigenlijk via die regio's met elkaar samen. Dus dat is het leuke van op die as zitten van die twee provincies dat we eigenlijk van de beide werelden het beste kunnen zien mee te nemen. De voorzitter: Dan ga ik naar Dorpsbelang, de heer Raben. De heer Raben: Welkom. Fijn dat u er bent. Samenwerken, volgens mij samenwerken: je moet het vooral doen, als je wil samenwerken en niet wachten totdat je móet samenwerken. Volgens mij is dat nooit een goede ondergrond. Ik ben eigenlijk ook wel benieuwd naar hoe de regio Gooi en Vecht zelf kijkt naar die samenwerking met zo’n buurgemeente als wij. Waar zou u juist zeggen van: daar zouden we vanuit onze positie als Gooi en Vecht juist de samenwerking meer moeten vinden. We weten allemaal, het ravijnjaar komt eraan. Een hoop mensen kijken er heel negatief tegenaan. Ik zie hem ook als een optie tot, een katalysator om
juist die samenwerking en die verbinding met elkaar te zoeken. Maar ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe de regio Gooi en Vecht daar zelf tegenaan kijkt. Waar als jullie nog kansen zouden zien, om daar met ons juist in mee te gaan. De heer Van den Top: Ik vind het wel een hele mooie vraag. En tegelijkertijd stemt die tot enige bescheidenheid, want ik geloof niet dat ik mezelf tot regio kan promoveren. Ik ben natuurlijk voorzitter, dus ik probeer maar een beetje te verwoorden wat ik dan denk en misschien, Igor, kan jij er ook nog wat over zeggen waar jij nog kansen ziet. Maar laat ik maar eens gewoon, dat probeer ik altijd te doen, een beetje uit mijn hart spreken. Want ik vind eigenlijk dat we best wel een stapje verder zouden kunnen maken dan we dat tot nu toe doen. Ik zou het mooi vinden als we verder zouden gaan met de samenwerking dan die nu is binnen de grenzen die we natuurlijk ook moeten respecteren over wat er kan. Daar zijn misschien ook nog wel grenzen in te verkennen over wat mogelijk is. Dus u noemde al het onderwerp jeugdzorg. Dat is natuurlijk een onderwerp wat heel dicht aanzit tegen wat we met de gezondheidszorg en met het thema veiligheid moeten doen, wordt ook steeds belangrijker. ik merk bijvoorbeeld in het veiligheidsdomein dat wij zijn eigenlijk voor de wereld om ons heen gewoon één gebied.
En wij komen elkaar ook wel eens af en toe tegen in dat veiligheidsdomein en om maar even heel praktisch te zijn: ik ben ook nog gevraagd om de regionale samenwerking op het gebied van veiligheid in de regio Utrecht, Midden-Nederland eigenlijk, te organiseren. En dan zie ik dat we hier in deze, in dit… Want het is eigenlijk… Jij hebt een district en ik zit in een district, maar in de praktijk zouden wij eigenlijk heel goed kunnen samenwerken als één district. Dat is eigenlijk zonde dat we dat niet doen. Want in de praktijk komen we heel veel dingen tegen die we beter zouden kunnen oppakken als we samen zouden werken en krachten zouden bundelen. Dus er liggen best wel een paar... Ik noem dan nog maar even de GAD, ik heb zelf jarenlang een afvalbedrijf geleid, voorzitter van de raad van commissarissen geweest bij een bedrijf in Ede. Wij gaan net opnieuw aanbesteden nu in de regio Gooi en Vecht. Ik zou niet weten waarom jullie niet met… Ik bedoel, dit is misschien een beetje vrij gesproken hoor, maar ik vraag me dan af: waarom doen we dat niet gewoon samen? Maar dat zijn van die gedachten die bij mij dan als nog een beetje fris en nieuw opkomen. Dus ik zie eigenlijk allerlei kansen die we nog niet benutten. Misschien om reden dat het niet kan hoor, dat zou kunnen dat ik daar nog te weinig van afweet.
Maar mijn gevoel zegt dat we niet het onderste uit de kan halen en dat meer in zit dan we op dit moment benutten. Dus ik vind het wel een mooie vraag omdat hij eigenlijk een antwoord aan mij ontlokt wat ik niet van plan was om te geven, maar wat ik wel voel. Maar Igor, misschien kan jij er nog wat aan toevoegen. De heer Meeuwese: Misschien een aanvulling. Kijk die gemeente, of de provinciegrens, is met name in het sociaal domein en in relatie tot de veiligheidsregels best ook wel een harde grens af en toe. Dus het is maar een lijntje, eens, maar er zit ook heel veel jurisprudentie omheen. Maar met name de GAD is natuurlijk een eenheid die niet gebonden is aan provinciegrenzen. Denk aan het leerlingenvervoer. Dus dat is een kans. Tweede, in reactie tot, wij zijn als regio redelijk succesvol geweest op de inkoop sociaal domein, maar de inkoop op het fysiek domein is in onze regio, ook inclusief de BEL, eigenlijk staat nog in de kinderschoenen. Als je ziet wat de gemeenten met elkaar daar op de markt brengen, dat gaat ook over tegen de 150 miljoen per jaar. Daar zouden best wel wat kansen moeten zijn. Dus er zijn volgens mij organisatorische kansen en op de inhoud van de inkoop zijn er kansen. In die zin zijn er nog mogelijkheden. De voorzitter: Ik zie dat de heer De Zeeuw van Dorpsbelang ook nog een vraag heeft. De heer De Zeeuw: Van Dorpsbelang.
U gaf aan het begin aan dat u die contacten wat intenser wil maken. Dat zien we ook wel. Wij zien regelmatig in onze ons planningssysteem allerhande vergaderingen van Gooi en Vechtstreek voorbijkomen. Maar de realiteit is gewoon dat die dingen dikwijls samenvallen met de activiteiten
die wij hier lokaal doen. Dus daar komt niet zoveel van. Dus ik moet u eerlijk zeggen, de afgelopen drie vier maanden, ik ben bij nog geen enkele vergadering geweest. Maar u gaf ook iets aan wat ook wel waar is: het is interessant om naar elkaar te kijken als je het gezamenlijk beter kan doen. En ik vind dat leerlingenvervoer een mooi voorbeeld. Dat was toentertijd, de man die vanavond niet aanwezig is, Theo Reijn, is een vroegere iemand uit Kortenhoef. Is daar ook wethouder geweest, is hier ook wethouder. En die zei toen: laten we het nou eens proberen, want ik heb goede ervaringen met die regio. Want over het algemeen houden we toch wel wat dingen af. Dus als je het gezamenlijk beter kan doen, is het prima. En ik denk leerlingenvervoer is daar een goed voorbeeld van. Maar anderzijds moet je ontzettend uitkijken als je te veel organiseert. Want ik heb ook begrepen dat voor mijn tijd er een tijd is geweest dat er vrij intensief tussen de gemeente en de regio overleg is geweest, maar dat men uiteindelijk tot de conclusie kwam dat al dat overleg toch weinig zin had. Want je moest dat toch weer terug naar huis nemen, naar je eigen gemeente en dan kreeg je daar weer discussies. Dus het is toch nog wel moeilijk om een goede manier te vinden om dat te overleggen en met elkaar af te stemmen. Dus we kunnen het wel willen maar, ja.
Ik moet zeggen, in de beleidstijd, als een beleid gemaakt wordt en beslissingen genomen worden: ja. Maar als je al het voortgangsoverleg ook allemaal weer met elkaar wil gaan doen, wordt het heel intensief, moet ik zeggen. Dus ik ben daar toch wel een beetje behoudend in, in dat soort dingen. De heer Van den Top: Daar heeft u natuurlijk helemaal gelijk in. Ik kan me dat ook ontzettend goed voorstellen dat het voor u als raadslid echt heel hard werken is om al die vormen die er zijn, verbanden die er zijn, om daar ook voldoende tijd aan te besteden om daar ook dan vervolgens iets van te kunnen vinden hier. Het is echt een grote klus. Ik vind dat dat ook wel eens ondergewaardeerd wordt hoeveel tijd jullie moeten besteden om het allemaal een beetje bij te houden. Dus dat herken ik helemaal. Ik denk wel met de plaats waar we nu staan in de samenwerking, je ziet ook dat de dingen die we gaan doen met elkaar dat die echt ook goed werken, dat het altijd goed is om… Je hoeft daar niet een heel circus voor op te tuigen om gewoon eens te verkennen van: wat zou er nou nog meer kunnen? En daar gaan we ook niet jaren over vergaderen maar eens even gewoon raken van: waar zitten nog kansen? Ik zou dat wel leuk vinden om dat toch… En dan hoeven… Dan kunnen we altijd nog zeggen na drie maanden: het kan niet, want het is of Utrecht, of het is wettelijk onmogelijk of het kost te veel gedoe.
Maar ja, het voelt, het smaakt naar meer, laat ik het dan maar zo zeggen. Het smaakt naar meer en ik zou het fijn vinden als we eens kunnen onderzoeken wat daar dan de mogelijkheden in zouden kunnen zijn. Tot wederzijds voordeel. De voorzitter: Ik zie dat de heer Raben ook nog een aanvullende vraag heeft. De heer Raben: Ja, nog één hele vraag in een andere orde van grootte. De gemeente Wijdemeren, het college gaat zijn raad advies geven om samen te gaan met Hilversum. Kunt u wat vertellen wat u voor effecten dan verwacht voor de regio Gooi en Vecht als Wijdemeren opgaat in Hilversum? De heer Van den Top: Dat is een hele actuele vraag, waar ik eigenlijk een beetje… Want bij mij is een wethouder verantwoordelijk voor dit dossier. Maar ik kan er vanuit mijn regionale rol al wat over zeggen. Want er is natuurlijk een flink aantal studies gedaan inmiddels, om te onderzoeken wat de effecten zouden kunnen zijn. De belangrijkste conclusie uit het deel wat gaat over bestuurskracht, want dat is dan borgen de bestuurskrachtanalyse, is dat het voor de regio Gooi en Vechtstreek goed is als er een centrumgemeente is die net even weer ietsje meer kracht ontwikkelt. Want voor Wijdemeren ligt daar het voordeel in dat ze met de… We hebben natuurlijk een best wel stevige ambtelijke organisatie. Ik heb vanuit mijn rol ook landelijk allerlei contacten, ook op ministerieel niveau.
Dus wij kunnen voor Wijdemeren en ik denk ook voor onze regio meer doen als we met wat meer massa de regio kunnen vertegenwoordigen. Eigenlijk zit daar voor mij de dubbel in.
Aan de ene kant ben ik voorzitter van de veiligheidsregio en kan ik dus vanuit mijn portefeuille landelijke portefeuille meldkamer en informatievoorziening en het nieuwe C2000-systeem kan ik heel snel op het landelijk niveau escaleren op de veiligheidsthema's. Ik zit daar ook met de landelijke politie, met Defensie, met de NCTV, met de cybersecurity autoriteit. En vanuit de regio Gooi en Vechtstreek kan ik natuurlijk via het integraal zorgakkoord, waar ook een aantal wethouders heel actief in zijn, kunnen wij vanuit onze regio echt effect hebben waar dat akkoord naartoe gaat. Ook omdat, en dat is dan wel weer interessant, we eigenlijk heel goed presteren als relatief kleine regio. Het is uiteindelijk toch zo met dit soort dingen dat, ook al ben je nog zo goed bezig, als niemand met je praat, dan komt het gewoon niet door. Maar omdat we die impact toch iets groter kunnen maken als net een iets stevigere gemeente, verwachten we, althans zeggen de rapporten, dat we in de combinatie met Wijdemeren net effe wat meer pk’s hebben, zeg maar, dan wanneer we ons als enige gemeente daarin verder trekken. Dus dat is de verwachting, dat het ons verder gaat brengen. Samen. De voorzitter: Mooi. En dan is het laatste het CDA, de heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Dank u voor het woord. We hebben het net al even over de provinciegrens gehad.
Ik heb vorig jaar iets gezien op televisie over het stukje historie van dit gebied. En daar gaf men eigenlijk aan dat het een foutje is geweest van het bisdom van Utrecht om rond de dertiende eeuw Graaf Floris te bedanken voor zijn verdiensten. Die graaf keerde zich namelijk later naar Noord-Holland zeg maar, qua goede diensten en gaf toen eigenlijk min of meer het gebied Gooi en Vechtstreek, met Muiden, aan Noord-Holland. In plaats dat hij dat als eigen gebied hield. Wellicht kan u toch iets slechter nu u hier zit als vertegenwoordiger van Gooi en Vechtstreek met betrekking tot de provinciegrens om te kijken of we deze enclave weer terug kunnen krijgen binnen het Utrechtse. Daarom even dit verhaaltje als opvolging van de drie of vier keer al genoemde provinciegrens die voorbijkwam. Maar wij zijn overigens zeer te spreken hoor, over de partiële deelname van Eemnes binnen dat Gooi en Vechtstreek. Er gebeuren veel goede dingen en we hebben het zeker gezien afgelopen jaar met het regiovervoer wat we hebben gerealiseerd met elkaar. Het Wmo-gebeuren wat we in een eigen BV hebben gezet met elkaar om voor een stukje continuering te zorgen. Dat heeft goed uitgepakt, zeker de afgelopen jaren. Waar regiovervoer de laatste tijd toch wel zeer slecht in het land in de krant staat, doet ons regiovervoer het heel goed.
En dat is een voorbeeld van hoe we dingen goed met elkaar kunnen oppakken. De heer Van den Top: Ik ben wel blij dat u dat zegt want het regiovervoer heeft een benauwde geboorte gehad, om het maar zo te zeggen. Er waren ook best wel gedachten over: moet je dat nou zelf gaan doen? En ik denk dat we nu gelukkig de tijd hebben gekregen om even te laten zien wat dat kan betekenen. Het is toch mooi dat je dan door de golven heen uiteindelijk ziet van: hé er staat toch uiteindelijk wel iets heel erg moois. Dus ik vind het zelf ook heel fijn om te zien dat dat aan het gebeuren is. Graaf Floris. Kijk, ik sta wel een beetje bekend als een pragmaticus, dus ik weet niet of ik zeven eeuwen geschiedenis even aan de kant kan schuiven. Maar ik vind wel dat we gewoon met elkaar moeten verkennen wat het beste is voor de regio. Dat is voor mij het vertrekpunt. En dan kijken we wel wat daar het beste voor is. Toch begint dat altijd bij het verlangen om hier in de regio samen te willen werken. Als we daarin kansen zien waar provinciale grenzen in de weg liggen, dan moeten we die provinciale grenzen aan de orde stellen. Maar voorlopig is de eerste vraag: willen we meer met elkaar dan we nu doen? En ik denk dat dat gewoon… Dat is de boodschap die ik wil afgeven ook vanavond. Wij vinden het heel fijn dat Eemnes bij ons hoort. We voelen ook dat Eemnes bij ons hoort.
En als we meer willen met elkaar, dan moeten we dat gewoon verkennen en kijken wat ervoor nodig is. De heer Van Schaik: Ik doelde ook meer op het feit dat het een politiek dingetje is geweest ooit in het verleden, maar dat het hier in de regio eigenlijk niet speelt. In de zin dat wij als we naar Eemnes kijken, al jaren
een samenwerking met Laren en Blaricum hebben. Niet alleen hier op bestuurlijk niveau, maar zeker ook als families onderling en het bedrijfsleven. Dat speelt al eeuwen, laat ik het zo maar even uitdrukken, hoe we hier met elkaar in deze regio optrekken, omdat we gewoon niet anders weten. De heer Van den Top: Dat vind ik ook zo mooi. Dat is eigenlijk het bewijs voor wat u net zegt. Het gebeurt gewoon. Omdat je familie bent, ga je met elkaar samenwerken. Ik denk dat dat ook een beetje de onderliggende boodschap was van mijn eerdere aspiratie eigenlijk. Je zou kunnen zeggen jullie zijn ‘slechts gedeeltelijk’ deelnemer, maar zo voelt het voor ons helemaal niet. Het is ook niet voor niks dat Mirjam gewoon onderdeel uitmaakt van ons AB en dat we ook heel veel gebruik maken van jouw observaties over hoe we de dingen willen doen en soms ook over zaken waar Eemnes misschien niet zelf direct al in deelneemt. Maar we zijn echt een team met elkaar en er is geen onderscheid tussen wat de één of de ander wel of niet doet. En daar zit dus denk ik meer muziek in dan we nu al horen. Dat is maar even de korte samenvatting. De voorzitter: U refereerde al even naar de wethoudster, dus ik denk dat mevrouw Havinga ook nog wel… Ja, ik zie een vingertje? Mevrouw Havinga: Zie jij een vinger opsteken? De voorzitter: Ik zie een vingertje naast me.
Mevrouw Havinga: Ik weet natuurlijk niet wat voor slides er nog klaarstaan, maar ik denk ik zal even ondersteunen het verhaal over dat die deelname juist denk ik heel goed is en ik niet het idee heb dat ik over bepaalde dingen niet mee mag denken of praten. Ik mag niet overal over meestemmen, maar het is inderdaad iets wat we echt met elkaar doen en ik denk dat dat alleen maar een voordeel is. We werken natuurlijk inderdaad aan twee kanten samen en de vraag werd net al gesteld: wat doet het met Hilversum op het moment dat Wijdemeren erbij komt? Dan wordt Hilversum een stukje groter. We zijn natuurlijk in de regio Amersfoort gewend. Om met een hele grote centrumgemeente te werken in een heel ander type samenwerking dan de GR zoals Gooi en Vecht. Dus ik zie dat ook heel echt heel dichtbij van twee kanten, die ervaring en ik denk dat voor alles wat te zeggen is, maar ik denk dat het ook goed is dat er een sterke gemeente, zowel bestuurlijk als ambtelijk, in zo'n samenwerkingsconstruct zit. Dus in die zin ondersteun ik de woorden over hoe dat er straks uitziet en het misschien alleen maar helpend kan zijn in hoe de regio zijn rol kan pakken. Dus dat alleen maar goed. Er werd een concrete vraag natuurlijk nog gesteld over: waar zit meer muziek in? Daar werd de GAD al even genoemd.
Dus ik denk misschien wel goed om hier te noemen: wij zijn bezig met die evaluatie en eventueel deelnemen aan de GAD is onderdeel van het onderzoek wat bij ons loopt. Dus dat betekent dat dat ook serieus inderdaad verkend wordt. Waar misschien meer muziek in zit, is het Goed. Alhoewel ik ook wel het voordeel zie juist van die plek als Eemnes waarin je in twee… Niet zozeer het shoppen, maar wel: soms ga je ook steeds meer op elkaar lijken en merk ik ook dat we juist een rol hebben in bepaalde trajecten. Denk ik inderdaad bijvoorbeeld aan de hervormingsagenda jeugd, waarbij ik wel aan tafel zit ook bij jeugd en onderwijs in de Gooi en Vecht. Dus het kan ook juist soms tot hele mooie ontwikkelingen leiden als je een beetje een linking pin op verschillende plekken hebt. Dus ik zie het ook niet in die zin als een belemmering. Het is bestuurlijke drukte, maar dat neem ik er dan maar voor lief bij. Dus ik ervaar juist die samenwerking als goed, plezierig en aanvullend. En inderdaad, alleen kunnen we het niet. Dus dat nog van mijn kant. De voorzitter: Hele positieve woorden. Ik kijk nog heel even rond of er iemand nog… Ja? Toch? Kijk. Nou. Het lokt altijd uit. Ik zag de heer Defferding als eerste en daarna de heer Overbeeke. Dus ik geef als eerste het woord aan de heer Defferding.
De heer Defferding: Dank u wel. Bedankt voor de zon, buurman. U noemde ook een paar keer door de onderwerpen heen het woord veiligheid. Daar heeft u natuurlijk ook een belangrijke rol in. Waarbij ik dan ook moet denken is aan de vluchtelingensituatie die we in heel Nederland hebben en waar we als Eemnes ook een behoorlijke bijdrage in leveren. Maar wij verwachten dat dat in de toekomst misschien nog wel nog omvangrijker gaat worden. Wat ziet u daar voor kansen of risico's in op het gebied van vluchtelingenopvang, of het nou gaat om Oekraïne of mensen van verder daarvandaan? De heer Van den Top: In de regio Gooi en Vechtstreek, dat vind ik dus ook alweer mooi, hebben we een samenwerk… Allereerst, ik ben natuurlijk lid van het Veiligheidsberaad en daar heb ik al vrij snel, toen de vluchtelingencrisis eigenlijk begon, heel stevig ingezet dat dat onderwerp niet bij de burgemeester hoort. En dat dat echt naar de wethouders, het politiek bestuur van de gemeentes terug moet. Dat heeft een hele tijd geduurd, maar het is uiteindelijk nu wel voor elkaar. We hebben weer gewoon, zoals het hoort, ordentelijke politieke processen over hoe wij structurele opvang voor vluchtelingen willen organiseren. Daar ligt natuurlijk ook alweer een nieuw laagje overheen met het nieuwe hoofdlijnenakkoord, maar zover we nu zijn, hebben we gewoon een Spreidingswet die we uit te voeren hebben.
En in de regio Gooi en Vechtstreek hebben we met elkaar gezamenlijk een soort structuur opgetuigd waarbij wethouders met elkaar overleggen hoe we die opgave in onze regio kunnen oppakken. Eigenlijk is het vertrekpunt in die regeling dat ieder doet wat hij kan. Zo goed mogelijk doet wat hij kan. Niemand kan achterover zitten en hopen dat de ander zijn klusje wel klaart. Maar tegelijkertijd is er ook wel wat uitruilmogelijkheid. Als je bijvoorbeeld kijkt naar sociale woningbouw. Dat ligt gewoon bij de ene gemeente anders. Statushouders zijn bij de een makkelijker op te vangen dan bij de ander, nog. We hebben ook bijvoorbeeld bij de Oekraïne-opvang een hele ongelijk verdeelde verdeling op dit moment. Dus het kan best wel zijn dat we daar wat moeten uitwisselen met elkaar. Tot nu toe, ik kan ook even dan misschien namens Hilversum spreken, hebben wij hier met onze inwoners gewoon een soort afspraak gemaakt waarbij we kaders hebben gekregen van de raad. Het moeten bij ons meerdere locaties zijn. Ze moeten dichtbij de bewoonde wereld zijn. We willen de mensen ook houden als statushouders. Dat zijn de kaders die we hebben meegekregen als raad. Maar er zijn in andere gemeenten weer andere kaders versteld. Doe ons maar wat meer statushouders, of wij willen liever wat op wat andere fronten doen.
Het voordeel van die regionale aanpak is dat er één iemand is, in dit geval Joke Lanphen vanuit Blaricum, die gewoon eigenlijk als onze chief op dit onderwerp ons voortdurend teruggeeft van: gaat het goed of gaat het niet goed, vinger aan de pols. En als Joke spreekt, dan hebben we met elkaar iets te regelen. Dus dat is een beetje hoe het is georganiseerd in de regio. En dat werkt, vind ik, wel goed. Ik denk ook daarin dat ook het leren van elkaar, hoe pak je dat nou aan ook met je inwoners, er zijn natuurlijk ook zorgen bij mensen. Wat doet dat met andere voorzieningen? Wat doet het met huisvesting? Dat je elkaar toch ook helpt om daar antwoorden in te vinden. Dus dat wordt bij ons echt wel regionaal aangevlogen. Ik weet eigenlijk niet hoe dat hier in Eemnes gaat, maar jullie zouden van harte welkom zijn daar met ons ook samen op te trekken hoor. Maar dat hebben we volgens mij, zover ik weet nog niet, misschien ook wel. Igor, hebben wij daar ook met Eemnes al…? De heer Meeuwese: Nee dat is over de provincie (…) De heer Van den Top: Dat is over de provinciegrenzen heen. Mevrouw Havinga: Kan ik wel heel kort wat over zeggen. Want in principe, het provinciaal regietafel, de PRT en de samenwerking daarbinnen doen wij in Utrecht ook en ook in het kader van een gezamenlijke opgave waarin uitruil mogelijk is. Dus dat is niet vreemd.
Het is wel zo dat ik bijvoorbeeld… Aan het eind hadden wij nog wat taakstelling als het gaat om statushouders en daar heb ik een afspraak en dat heb ik via de wethouder van Hilversum gedaan, om te kijken of wij die tijdelijk in Hilversum konden onderbrengen. En dat is dan ook
geen probleem. Dat stemmen we dan met elkaar af, dat ze voor korte tijd, totdat het huis hier gereed was, even in een hotel in Hilversum konden. En bijvoorbeeld de gekoppelde statushouders aan Eemnes die op huisvesting wachten, die wonen momenteel in Tergooi. Dus die zitten daar ook weer bij. Dus in die zin is die samenwerking er zeker. De heer : Mooi dat de chief ook heeft meegeluisterd. De voorzitter: De heer Overbeeke, ik zag… Ja. De heer Overbeeke: Dank u wel, voorzitter. Er zijn in een half uur tijd al heel veel onderwerpen voorbijgekomen. Daar kunnen we een avond mee vullen, misschien wel een dag mee vullen, denk ik, als je die goed wil uitdiscussiëren. Ik zie inderdaad ook een heleboel voordelen van nog betere samenwerking als dat hij is. De samenwerking is best wel goed, maar het kan beter, denk ik. Zeker op het gebied van arbeidsmarkt bijvoorbeeld en de zorg natuurlijk. Dat moet ook steeds integraler dus dat is sowieso… En onderwijs en inkoop. Dat triggerde mij wel even, met name over inkoop, dat kan mogelijk efficiënter als je dat samen doet natuurlijk, zeker met ingewikkelde aanbestedingsprocedures. Hoe zien jullie eigenlijk die samenwerking met die BEL-organisatie? Want de regio is eigenlijk ook een vorm van een werkorganisatie. De BEL-organisatie is dat in feite ook. Die doen dingen een beetje hetzelfde, denk ik wel eens.
Hoe is daarin te synchroniseren? De heer Van den Top: Eén korte opening doen en dan ga ik dat toch even aan jou ook vragen. Want Igor heeft daar natuurlijk vanuit zijn rol meer dagelijks mee te maken. Wat ik zie, is dat jullie door samen te werken, ambtelijk in elk geval, voor ons meer kracht, meer bestuurskracht te bieden hebben op heel veel terreinen, ook in het voorbereiden van gezamenlijke initiatieven die we nemen. Want uiteindelijk is ook in de regio: heel veel dingen die we samen doen, die doen we ook met onze eigen ambtelijke mensen. Het is niet allemaal dat die mensen allemaal in Bussum zitten. Voor een deel is het gewoon samenwerken op thema's met onze eigen ambtelijke organisaties. Dan helpt het gewoon als je niet met drie keer kleine clubjes werkt, maar met een stevige ambtelijke organisatie zoals die hier ook staat. Dus ik denk dat dat eigenlijk een hele goede ontwikkeling is. Het is natuurlijk altijd zo als je samenwerkt, dat geldt ook voor de regio, dat heb ik ook in mijn eigen raad, dan voelt het altijd een beetje als niet meer van jou. Dat is een psychologisch effect van samenwerken wat voor heel veel mensen altijd een beetje ingewikkeld voelt. Van goh, het was altijd van mij en nou is het van ons samen en wie gaat er dan over? Ik vergelijk het dan altijd een beetje met samenwonen, dat je dan niet meer zelf kan beslissen waar de televisie staat.
Dat moet je dan toch samen doen. En dat betekent ook in zo’n BEL, en dat betekent ook in de regio, dat je met elkaar in overleg moet. Ik merk zelf, vanuit bestuurlijk in elk geval, dat wij, omdat jullie een goede samenwerking hebben onder de BEL-gemeenten op ambtelijk terrein, dat dat ons ook helpt in de regio om makkelijker samen tot besluiten te komen. Tegelijkertijd denk ik ook dat er nog kansen liggen om het beter te doen. Dus ik zie, om maar even mijn eigen beleidsterrein van de ondermijning, de veiligheid te noemen: we hebben gewoon in onze hele streek te maken met grotere problemen dan tien, vijftien jaar geleden rond dingen als drugshandel. Ook de productie van drugs, wapenhandel, witwassen - problemen waar we eigenlijk met elkaar veel beter in worden als we daar de krachten in bundelen dan wanneer we dat ieder voor zichzelf aan het doen zijn. Dus inkoop is er één, samenwerken op sociaal domein is er één, het vervoer is al genoemd, is er één. Maar ik denk ook op dat thema veiligheid liggen echt nog wel kansen om een stap te zetten in de samenwerking. Maar misschien wil jij nog wat over de ambtelijke verbinding met de BEL zeggen. De heer Meeuwese: Op het sociaal domein en met name op de inkoop van Wmo en trajecten rondom arbeidsparticipatie draait Eemnes gewoon volledig mee. Of via de BEL of via de HBEL, dus daar doet u volledig mee.
Mijn voorbeeld was met name gericht op de kansen die er nog liggen, de samenwerking op de inkopen
op het fysiek domein, dat doen veel gemeenten nog zelf. We gaan nog weinig, als regio, kopen we zeg maar stoplichten in. Maar dat was meer een variant op de vraag van: waar zou je nog kunnen ontwikkelen? Maar op sociaal domein doet u volledig mee, nog los van de jeugdvoorzieningen. Daar halen we eigenlijk al het maximale uit de samenwerking. De voorzitter: Ik had begrepen dat u om kwart voor negen boven moet zijn bij de gemeente Blaricum en het is bijna kwart voor negen. Klopt dat, kwart voor negen? De heer Van den Top: Mijn droomscenario is uitgekomen. Want ik had echt gehoopt dat we geen presentatie hoefden aan te horen en dat we echt een gesprek zouden hebben met elkaar. Daar ben ik gewoon echt oprecht heel blij mee want dat is veel meer waard dan dat u van mij nog eens ziet wat er allemaal gebeurt. De enige kernboodschap die ik toch wil meegeven nog, die zit daar ergens in verwerkt, is dat er twee takken van sport zijn. De ene is echt het uitvoeren van allerlei beleidsarme taken waar we gewoon als regio heel effectief op samenwerken en de andere is een taak, dat noemen we dan voor de inwoners, doen we dingen. En de ander is een taak die heet met gemeenten. Dat is die regionale samenwerkingsagenda op zeven domeinen waarin we samenwerken.
En we proberen eigenlijk op die samenwerkingsagenda wat meer… Soms misschien een week te veel, mijnheer De Zeeuw, maar als u dan toch een keer erbij wil zijn, maak het mee want het zijn altijd hartstikke leuke bijeenkomsten, om juist ook op dat beleidsrijke terrein, waarin we samen echt keuzes willen maken, daar eens een keer in zo'n regiopode met elkaar de degens over te kruisen. Dat is de moeite waard. Dat zijn de leukere dagen in het jaar. Dus ik raad u van harte aan er een keer bij te zijn. Maar dank voor het gesprek. Dat was eigenlijk heel fijn om dat met u te kunnen voeren vanavond. De voorzitter: Er was nog een vraag, maar gezien de tijd denk ik dat we die… Laat maar zitten. Goed. Dan dank ik u ook. De presentatie wordt dan gedeeld, prima. Dan dank ik u voor de kennismaking. De griffier loopt even mee. 05.04 Zienswijze ontwerpbegroting 2025 - 2028 en voorstel resultaatbestemming 2023 regio G&V De voorzitter: Dan ga ik heel snel naar het volgende onderwerp, agendapunt. Dat is de zienswijze ontwerpbegroting 2025-2028 en het voorstel resultaatbestemming 2023 van de regio Gooi en Vechtstreek. Als lid van de adviescommissie c.q. werkgroep geef ik als eerste het woord aan de heer Van den Brink van de PvdA. De heer Van den Brink: Dat gaat dus niet over de begroting, dat gaat over de Wet gemeenschappelijke regelingen, die recent veranderd is.
Die staat het toe om een adviescommissie voor een gemeenschappelijke regeling in te stellen. Daar is een motie in alle Gooise gemeentes aan de orde geweest en de meningen waren verdeeld daarover. Toen is er gezegd: zet maar een werkgroepje in om eens te kijken wat verstandig is. En daar zit ik in. We zijn twee keer bij elkaar geweest onder leiding van Nanning Mol. En daar is nu een soort witte rook uitgekomen en dat komt erop neer dat er een soort klankbordgroep zal worden ingesteld - dat is in ieder geval de gedachte, uiteraard komt het nog langs de raad - zodat we een aantal keren per jaar met het bestuur van regio even kort kunnen sluiten van: waar zijn jullie mee bezig? En dan kan de vertegenwoordiger van elke gemeenteraad in zijn eigen gemeenteraad weer vertellen: daar zijn ze nou mee bezig. Dat heeft dus te maken met, waar mijnheer De Zeeuw het ook over heeft, van: hoe hou je feeling met die regio? Dat is niet altijd met die raadsambassadeurs even goed gegaan, hoewel de meningen daarover verdeeld zijn. Maar dit is dan een vorm die nu gekozen is en het ik vond het een goede gedachte.
De voorzitter: Dan dank ik u voor deze aanvulling en toelichting. Nogmaals dank voor uw aanwezigheid en voor het fijne informele gesprek in plaats van een... U ook verder succes. Dank u vriendelijk. De griffier is er weer, dan gaan we verder met het agendapunt over de Gooi en Vechtstreek. Ik had de heer Van den Brink als eerste het woord gegeven, dus ik neem aan dat u ook nog, of uw buurman, iets over de ontwerpbegroting en resultaatbestemming wilt gaan zeggen. De heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ja, daar wil ik wel iets over zeggen. De regio heeft over 2023 een positief resultaat behaald van ongeveer 3,5 miljoen. Dat resultaat is behaald verdeeld over alle programma's. Dus ook die programma's waar Eemnes wel aan meedoet en ook de programma's waar Eemnes niet aan meedoet. Voorgesteld wordt om met het resultaat enkele reserves aan te vullen. Een aantal verplichte reserves, dat begrijp ik en 2 nieuwe reserves: 1 voor de GAD en 1 voor het GGD. Dat zijn echter twee programma's waar Eemnes niet aan meedoet. Met andere woorden: een deel van het positieve resultaat komt niet bij Eemnes terug. Is dat wel redelijk? Zou het niet voor de hand liggen hiervoor een zienswijze in te dienen? En dan nog een losse opmerking eigenlijk. Nee, ook een vraag. Overigens lijkt het leuk, dat overschot, maar dat is schijn. De oorspronkelijke begroting van 2023 voor de regio was 92 miljoen.
Door tussentijdse wijziging is dat 107 miljoen geworden. Gaat dat in 2024 ook zo en in 2025? Wat staat ons de komende jaren te wachten? Het is natuurlijk… Voor 2025 staat er nu een begroting van, ik geloof, weer die 107 miljoen, die gelijk is aan het eindresultaat van 2023. Maar als je daar dan weer 15 procent overheen gaat, dan wordt het wel een heleboel meer. En is die begroting voor de komende jaren dan niet op voorhand te optimistisch? De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de VVD. De heer Roorda. De heer Roorda: Dank u wel voorzitter. Dat resultaat hebben we natuurlijk ook gezien en ik vond het eigenlijk wel handig om dat gewoon te reserveren voor slechtere tijden, want die komen eraan. Daarmee kun je een beetje die toekomstige schommelingen gaan opvangen, mochten die er zijn. En dat we daar niet 100 procent in meedelen als we niet 100 procent deelnemen, lijkt me dat ook best redelijk en het lijkt me niet doenlijk om dat tot op het laatste kwartje te gaan uitrekenen. Misschien is het wel een goed idee om ook eens te heroverwegen: waar staan we nou en waar gaan we aan meedoen? Want ik hoorde net mijnheer Van Schaik zeggen: misschien moeten we inderdaad de provinciegrenzen maar eens opschuiven tot aan de Eem. dan gaat het een heel ander krachtenveld worden. Dan denk ik dat ook ons werk een stuk eenvoudiger wordt, want dan hoef je maar van één kant alle stukken te lezen.
Dat scheelt een hoop. Verder heb ik de zienswijze gezien en er is eigenlijk dus geen zienswijze. We gaan gewoon akkoord met het voorstel en ik denk dat ik daar prima mee kan leven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ga ik naar Dorpsbelang, de heer Raben. De heer Raben: De bijdragen van de gemeente Eemnes stijgen zeer licht en zijn naar verhouding toch al laag. Eemnes neemt deel aan de onderdelen zorg en ondersteuning, vervoer, onderwijs en werk en participatie. Echter onder urgentiebureau staat dat Eemnes meedoet aan het meldpunt goed verhuurderschap. Hoe zit dat? Onder Zorg- en Veiligheidshuis staat Eemnes niet genoemd, terwijl we wel deel uitmaken van zorg en ondersteuning. We zijn wel akkoord met het voorstel van de resultaatbestemming. Het oogt als weloverwogen keuzes om reserves op te bouwen voor weinig beïnvloedbare risico's. We kunnen derhalve wel akkoord gaan met die ontwerpbegroting. Ik heb wel een aanvullende vraag. We zitten in… En die volgt een beetje in de lijn wat net ook al werd besproken. We zitten in veel gemeenschappelijke regelingen. Deze gemeenschappelijke regelingen kennen veel overlap met verschillende andere. Is er wel eens een kosten-batenanalyse op losgelaten om het aantal regelingen terug te dringen en of samen te voegen? En dat zeker in het kader van het ravijnjaar wat op ons afstevent.
Zouden we door slimmer om te gaan met gemeenschappelijke regelingen, om
tenminste het een keer te onderzoeken, ook wel wat kunnen doen aan onze ambtelijke belasting? De capaciteitsbelasting in dit geval. De voorzitter: Dank u wel. En dan de heer Schade, wou ik zeggen, maar daar trap ik niet in. De heer Van Schaik van het CDA. De heer Van Schaik: U zei het in de introductie al dat de heer Schade hier zat in plaats van mevrouw Bunt. De voorzitter: Klopt. De heer Van Schaik: Dus vandaar deze woordspeling net even van de heer Seldenrijk. Allereerst even een correctie op hetgeen wat de heer Roorda net zei. Ik doelde op een herstel vanuit het verleden, waarbij Muiden en Gooi en Vechtstreek juist weer bij de provincie Utrecht gaan vallen in plaats van Noord-Holland blijven. Niet de grens richting de Eem opschuiven, maar juist richting de Vecht opschuiven. Er is een flink bedrag over en de vraag komt dan boven: hoe komt dat? We lezen in de geleverde stukken: we hebben de zaken goed geregeld maar we hebben ook structurele problemen met betrekking tot de invulling van vacatures. Er is arbeidskrapte over het algemeen en men is ook wel van mening dat ze de juiste dienst hebben kunnen leveren. Gezien de slechtere tijden die voor ons liggen, de ravijnjaren, laat ik het zo maar even uitdrukken en de dingen die geregeld moeten worden, accepteren we het financieel voordeel met de boodschap toch wel de aandacht te houden op wat beter kan.
Maar hoe stuur je nou hierop? Lopen diensten wellicht wel een beetje uit de pas met de relatie tot de uitvoering en is een tussentijdse begrotingswijziging dan niet op zijn plek als we dit soort extreme financiële voordelen gaan krijgen? Dat is wel een vraag die wij hebben. Of een aantal vragen die wij hebben. De voorzitter: Als laatste mevrouw Wierbos van D66. Mevrouw Wierbos: Dank u wel voorzitter. Net als mijn buurman van PvdA hadden we dezelfde vragen die daar gesteld werden. Wij doen niet mee met de GGD en de GAD, maar we vinden ook wel dat deze verdeling eigenlijk ook wel het meest reëel is. Dus we kunnen heel veel zeggen, maar dit is het. De voorzitter: Mooi. En dan gaan we over naar de wethouder, mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Dank u wel. Ik ga de vragen gewoon maar even af, denk ik. De eerste vraag is mij niet vreemd, want die had ik zelf eigenlijk ook wel toen dit voorlag, ook in het portefeuillehoudersoverleg en ook in het algemeen bestuur. Eemnes doet inderdaad maar gedeeltelijk mee. Waar de reserves dan weer uitkomen, hebben we soms wel aan meebetaald of niet aan meebetaald en vervolgens gaan we investeren in iets waar we dan wel of niet weer aan deelnemen. Ik heb die vraag ook wel gesteld.
Als u daar natuurlijk kijkt, dan heb ik ook ingestemd met bepaalde afspraken, met iedere keer die verklaring erbij dat ik dat ingewikkeld vind, omdat dat ook niet tot op de stuiver uit te rekenen is. Aan de andere kant gebruiken we ook diensten waar we inderdaad bijvoorbeeld weer niet aan meebetalen. Als ik even kijk naar bijvoorbeeld de Gezondheidsmonitor. Ik heb ambtenaren Volksgezondheid vandaag erbij omdat de GGD-stukken ook op de agenda staan. Dan voert GGD Gooi en Vecht voor ons de jeugdmonitor onder andere uit. 98 procent van onze jongeren zit ook in de regio Gooi en Vecht en daar sturen ze geen rekening voor. Dus de andere kant is dat je in die zin ook… Het is ook wel een uitruil. Ik heb het ook wel eens aan de burgemeester gevraagd. Die heeft in mijn oog het meest verstand van geld en begrotingen en hoe dat werkt. En ook wel daar gezegd: moeten we daar inderdaad een enorm punt van maken als Eemnes? En ook wel eigenlijk geredeneerd zoals de heer Roorda al deed: het is dan eigenlijk maar heel klein bier, om het zo te zeggen, waar je op uitkomt, omdat we al niet zo heel groot zijn, er
niet heel veel inleggen. Hier vind je wat, hier laat je wat. En aan heel veel ook voordelen hebben we niet meebetaald en daar komen ook reserves van waar wij ook weer van profiteren. Dus het is heel ingewikkeld. Als je partieel deelneemt, is dat ook wel een deel van het risico. En bij de GGD Utrecht hebben we daar een hele discussie gehad over de stad Utrecht, die bijvoorbeeld niet deelneemt aan de jeugdzorg van de jeugdgezondheidszorg toen we daar de kosten hadden van het GGD. Maar dat is zo'n grote stad en de allergrootste van de hele regeling, dan gaat het echt over bedragen. In dit geval is het denk ik toch te klein om daar een hele boom over op te zetten. Maar ik heb wel dat voorbehoud met stemmen iedere keer meegegeven. Dus ik kan wel helemaal volgen deze beredenatie, maar ik heb er wel of niet een bevredigend antwoord op. Maar dit is in ieder geval hoe ik daarin als algemeen bestuurslid heb gehandeld en zoals ik ook denk dat het in wijsheid is. Hoeveel reserve wil je opbouwen? Genoeg om wel wat risico's aan te kunnen, denk ik. Gaat dat in het vervolg nog zo? Ik denk dat we nog wel voor wat uitdagingen staan richting 2026 met elkaar. Ook hoe de begrotingen van de GR’en eruitzien en ook hoe we straks omgaan met reserves. Dus ik denk dat het ook zaak is om daar ook als raad goed scherp op te zijn. Ook meteen ingaande op de vraag van het CDA.
We houden nu wat over en moet er niet begrotingswijziging of tussentijds daar misschien iets mee? Er komen ook tussentijds bestuursrapportages onze kant op. Ik denk dat het goed is om ook dan meteen te kijken: hoe staat het er nou eigenlijk voor halverwege het jaar en verwachten we overschotten of tekortkomingen? Die komt in het najaar naar u toe. Dus ik denk ook dat het goed is om dan alvast goed te kijken: hoe ziet het er nou uit in ’24? Ik denk dat dat misschien ook meteen een antwoord op uw vraag is. Van de VVD heb ik geen vragen volgens mij gehoord. Een antwoord dat ik ook al deels heb gegeven op de PvdA. Dorpsbelang vroeg dat urgentiebureau goed verhuurderschap. Daar was al een mooie regeling voor bij Gooi en Vechtstreek waar we bij aan konden sluiten. Het is een meldpuntplek en dat kunnen zij voor ons uitvoeren. Dus we hebben ook gewoon pragmatisch hier daarvoor gekozen, ook omdat het ambtelijk zo goed voorbereid was hier vanuit de afdeling Wonen en daar ook het advies lag om het op deze manier met de regio Gooi en Vecht samen te organiseren. Dus meteen misschien een antwoord op uw vraag van: moeten we niet eens goed kijken naar hoe je ook ambtelijk… Waar leg je misschien wel de druk heel erg hoog binnen je organisatie? Dat dit zo'n voorbeeld was: dat kunnen ze prima voor ons uitvoeren. Dus laten we dat gewoon daar organiseren en afnemen. Dus vandaar eigenlijk die.
Zorg- en Veiligheidshuis. Dat zijn natuurlijk ook weer soms wettelijke taken waarbij we al vooraf bepaald zijn waar we bij horen, als het gaat over veiligheid bijvoorbeeld. En wij hebben zorg en veiligheid gewoon in de provincie Utrecht georganiseerd. Dat wil niet zeggen dat er niet samengewerkt wordt. Dus dat is zeker wel een mogelijkheid, alhoewel natuurlijk, u heeft de voorzitter net gehoord die zei: dat zouden we nog veel beter kunnen doen. En dat onder onderschrijf ik ook wel. Dus ik denk ook dat we zeker in de uitvoering van dit soort zaken ons misschien wat minder aan die grenzen moeten houden, want dat doen inwoners ook niet. Ik hoorde net al bijvoorbeeld de handel in drugs, dat soort dingen, die houden zich echt niet aan een gemeentegrens of een A27 waar ze niet onderdoor of overheen willen. Dus dat kunnen we echt beter doen met elkaar. Dan een kosten-batenanalyse. Ik denk ook wel aansluitend op wat ik daarnet al zei, hier vind je wat hier laat je wat. Sommige dingen zijn wettelijk al bepaald waar je aan deelneemt. Dus tuurlijk kost aan meerdere regelingen die soms overlappend zijn misschien wel wat extra, maar als je uiteindelijk ervoor kiest om daarom uit een regeling uit te treden en uittredingskosten te nemen en vervolgens ergens weer toe te treden, weet ik niet of dat dan een voordeel is.
Dus niet echt zo'n analyse gemaakt dat ik weet en ik weet ook niet of ik dat heel erg zou ondersteunen om dat te doen. Ik denk dat we best heel goed afwegen, als we het niet al geregeld hebben, waar we bijvoorbeeld zo'n meldpunt voor goed verhuurderschap dan zo goed mogelijk kunnen inkopen. Aanvullende vraag? De heer Raben: Ik vind hem wat makkelijk, want dat betekent… Dat is bijna het antwoord van: we doen het altijd al zo, dus dan blijven we ermee doorgaan. Ik stel puur de vraag: is het niet zinvol om gewoon, zeker richting een ravijnjaar, gewoon eens met een helicopterview door al die gemeenschappelijke regelingen heen
te gaan van: kunnen we daar niet efficiënter en effectiever mee omgaan? Ik zeg niet dat de boel op de schop moet, maar we horen vanavond al simpel een paar dingen langskomen die we wellicht anders kunnen doen. En misschien zitten er wel meer zaken bij waarvan je zegt hé, dat doen we wel al jaren binnen een bepaalde regeling met een andere gemeente, maar dat zouden we prima samen kunnen voegen. Net noemt u ook al, rondom dat urgentiebureau, dat komt ook voorbij. Dat kunnen we anders doen. En daar ging het mij meer om: gewoon eens kritisch naar onze eigen gemeenschappelijke regelingen te kijken en niet meer maar zomaar doorgaan omdat we het altijd al zo doen. Mevrouw Havinga: Ik denk ook niet dat het zomaar… Het is niet makkelijk bedoeld van: we gaan zomaar zo door. Zoals dat goed verhuurderschap, dat is gewoon een nieuwe taak en daarbij hebben we denk ik gewoon een goede afweging gemaakt en met name het ambtelijk advies gevolgd. Van: hoe kunnen we dit dan ook het best voor ons als uitvoering organiseren? En ik denk dat we daar wel heel goed naar luisteren. Alle GR’en tegen het licht? Het vraagt ook weer nogal wat. En ik denk wel, het verkennende gesprek waar de heer Van den Top denk ik ook op aanstuurde, dat dat goed is om het goed te verkennen en misschien is dat wel een deel van zo’n kosten-batenanalyse.
Omdat je dan ook meteen kijkt: wat zou het ons opleveren? Alleen ik wel aan de voorkant wat bang ben als we ergens uit gaan treden, dat dat richting een spannend jaar zoals 2026 ook wel kosten met zich mee kan brengen, die we juist niet zouden willen. Maar goed, ik denk dat dat gesprek zeker de moeite waard is. En dan, CDA stelde de vraag over aandacht houden op wat beter kan. Er is inderdaad denk ik een aantal dingen niet geleverd omdat er gewoon personeelskrapte is. En dat gaat ook over de inzet vanuit onze eigen organisaties, dat het soms ook niet lukt om voldoende capaciteit te leveren aan de regio om bepaalde dingen met elkaar op te pakken. Dus dat blijft een uitdaging waar we ook als gemeentes echt wel voor aan de lat staan om het binnen de regio goed te organiseren. Dat is natuurlijk ook iedere keer een beetje een ingewikkeld vraagstuk: gaan we hier de ambtelijke capaciteit dan uitlenen om een eigen taak misschien dan juist niet te doen? Dus dat is ook iedere keer een ingewikkeld vraagstuk. Maar daardoor blijft er soms ook geld liggen. Dat is tuurlijk leuk om je reserves te houden, aan de andere kant had je jezelf ook iets beloofd en met elkaar afgesproken om te leveren en dat lukt dan niet altijd. Maar ik denk dat de dienstverlening an sich best goed op orde is en zeker de taken bijvoorbeeld met de GGD en jeugdgezondheidszorg die de regio natuurlijk doet.
Wel niet voor ons, maar gedeeltelijk wel. Maar ook het leerlingenvervoer. Dat noemde u zelf net al. Dat is gewoon juist bij ons zo ontzettend goed geregeld en ik denk dat heel veel mensen jaloers op zijn. Volgens mij waren dat de vragen. De voorzitter: Volgens mij had u alleen nog een vraag van het CDA over of het niet verstandiger was geweest met begrotingswijziging… Mevrouw Havinga: Daar zei ik van: ik denk dat daar juist nu de bestuursrapportage tussentijds een goed moment is om te kijken. Zien wij aanleiding om daar toch op aan te sturen bij de regio? Dan zouden we daar wellicht nog zienswijzen over in kunnen dienen. De voorzitter: Kijk even rond of er nog… Ja, dat is het geval. De heer Van den Brink, PvdA. De heer Van den Brink: Ik wil even reageren op wat de wethouder zei, als dat mag. De voorzitter: Dat mag zeker. De heer Van den Brink: Heel blij met het antwoord over die reserve en dat geen zienswijze indelen omdat u zich terdege bewust bent van de spagaat waar u een beetje in zit. En u vindt het ook goed uit naar de regio. Dus dan is het een beetje geven en nemen. En dan moet je inderdaad niet elk dubbeltje moeilijk over gaan