Transcript Commissie BSM 09.12.2024
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BSM VAN EEMNES 9 december 2024
1.
Opening De voorzitter: Goedenavond allemaal. Het is vandaag maandag 9 december, acht uur, de commissie BSM. En we zijn compleet, wel met een aantal wijzigingen van de deelnemers. Bij D66 wordt mijnheer Defferding vervangen door mevrouw Wiering, bij de VVD wordt mijnheer Schade vervangen door mijnheer Roorda en mevrouw Van der Linde wordt vervangen door mevrouw Van der Linde. Daarmee zijn volgens mij de wijzigingen compleet.
2.
Vaststellen agenda De voorzitter: We hebben een agenda gekregen. Er zijn wat voorstellen gedaan om de agenda te wijzigen en dat heeft te maken met de ambtelijke ondersteuning die aanwezig is voor de punten 5.07, de jaarrapportage jeugdhulp Eemnes en voor de raadsinformatiebrief prognose HBEL-taken. Nee sorry, de bestuursrapportage Zicht op werk. Het voorstel was om die stukken als eerste te behandelen. En zijn er vanuit de commissie nog wijzigingen op de agenda voor te stellen? Geen. Dan gaan we op die manier met de agenda verder en is die agenda vastgesteld.
3.
Vaststellen besluitenlijst d.d. 14 oktober 2024 De voorzitter: Er zijn geen voorstellen gekomen om de besluitenlijsten te wijzigen, dus ook die kunnen we vaststellen. Tenzij daar nu nog opmerkingen over zijn. Dat is niet het geval. Dan is ook de besluitenlijst van 14 oktober vastgesteld.
4.
Inventariseren spreekrecht De voorzitter: Er hebben zich geen insprekers gemeld, dus we kunnen ook zonder insprekers met de agenda verder.
5.
Te bespreken onderwerpen 5.07
Jaarrapportage Jeugdhulp Eemnes 2023 en Jaarrapportage BSA 2023
De voorzitter: Dan gaan we door naar de te bespreken onderwerpen en dan beginnen we bij punt 5.07, de Jaarrapportage Jeugdhulp Eemnes. Daar is mevrouw Duiven als ambtelijke ondersteuning. U mag vast plaatsnemen op de lege stoel daar en misschien de microfoon even testen of die het doet. Degene die het dichtste bij zit. Mevrouw Duiven: Hij doet het volgens mij. Oké. De voorzitter: U bent geïnstalleerd? Dan gaan we naar de Partij van de Arbeid, die heeft gevraagd om dit stuk te agenderen. Wie mag ik van de Partij van de Arbeid het woord geven? Mijnheer Van der Vegt. De heer Van der Vegt: Dank u wel voorzitter. We hadden een aantal vragen gesteld. Die staan ook bij de agenda. Die heb ik drie kwartier geleden de antwoorden van gekregen, als het goed is iedereen. Dus dat
verheldert al een heel stuk. Het heeft geen zin om dat nu voor te lezen, denk ik. Heeft iedereen netjes kunnen lezen. Ik had er nog wel wat vervolgvragen op, maar ik weet niet of er eerst een inleiding komt of kan ik die vragen nu stellen? De voorzitter: Nou, u mag een inleiding geven van uzelf en dan mag u ook wel vragen stellen en dan maken we even het rondje af en dan is het woord aan de wethouder en die mag dan zelf bepalen of de ambtenaar daar antwoorden op geven of zijzelf. De heer Van der Vegt: Ja. Een van de vragen was of de verwachting was dat de vraag naar de jeugdzorg in Eemnes achter zou blijven bij de landelijke vraag, dus laag zou blijven. Dat blijkt aan de cijfers van 2024 niet. Toch een flinke stijging, een verdubbeling eigenlijk. Dus dat zal dan nog wel wat gevolgen hebben ook voor de kosten. En mijn vraag is eigenlijk of dat ook gevolgen heeft voor de wachtlijst. Wat er stond een tijdje geleden, een week of zo geleden, ook een bericht in de Gooi en Eemlander over de wachtlijst van MetMaya in Baarn, dat die opliep. Ik vroeg me af of dat dan in Eemnes ook nog gevolgen had voor jeugdigen die op de wachtlijst staan. Die andere vragen waren beantwoord. Een aantal zaken wat door het jeugdgezinsteam wordt opgepakt. Dat waren er in 2023 40 en er stond ook bij in dat stuk dat dat er wel meer hadden kunnen zijn.
Uit antwoord begrijp ik dat dat ook te maken heeft met de opstart. We zitten nu op 211 actieve zaken en in juni 35 zaken die door het jeugdgezinsteam waren opgepakt. Dus in feite zitten we nog steeds op diezelfde percentage van aantal zaken wat door het jeugdgezinsteam wordt opgepakt. Het absolute aantal is wel hoger, maar percentueel gezien wordt er nog steeds evenveel opgepakt door het jeugdgezinsteam. Ik vroeg me af of dat in lijn was met wat verwacht is. Dan had ik nog wel een dingetje dat het op zich een groot succes is natuurlijk, het jeugdgezinsteam, dat het een hoop aantal zaken vroegtijdig opgepakt worden, wat een hoop doorverwijzingen naar specialistische, dure hulp voorkomt. Dat is misschien een mooi voorbeeld om dat ook op andere levensdomeinen, zoals bijvoorbeeld werk en inkomen, ook dezelfde aanpak te kiezen. Bijvoorbeeld de vroegsignalering bij schulden en zo. Het blijkt toch wel dat, zoals bij het jeugdgezinsteam, als problemen op tijd worden opgepakt, dat dat een hoop kosten kan schelen. Is dat nog iets wat wordt overwogen om dat ook bij andere levensdomeinen aan te pakken op die manier? Nog één vraag. Ik was er de veronderstelling dat vorig jaar bij dezelfde evaluatie naar voren was gekomen dat er ook een soort van tevredenheidsonderzoek zou zijn onder cliënten, de ouders, verzorgers met betrekking tot de geboden hulp.
Is dat geweest of komt dat nog? Net zoals je daar de ervaringen van mensen die van de 18-min hulp naar de 18-plushulp gaan en dus bij een andere hulpverlener terechtkomen, omdat dat natuurlijk weer bij de HBEL zit in plaats van bij MetMaya. Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we met de klok mee. Mevrouw Wierbos, D66. Mevrouw Wierbos: Dank u wel voorzitter. Wij hebben kennisgenomen van de informatie die daar staat en dat is mooi uitgeschreven. Ook dat stuk over de Jaarrapportage Jeugdhulp Eemnes 2023. Het is ook nog leuk dat er een positief resultaat behaald is. Verder hebben wij eigenlijk niet zo heel veel. Ik zag al die schalen die daarin staan en dan zie je dat sociaal functioneren en wonen een hele uiteenlopende score hebben. Ik was eigenlijk gewoon wel benieuwd wat jullie daar zelf van vinden of wat de wethouder daarover te zeggen heeft. Maar het ziet er mooi uit. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar de overkant, het CDA, mijnheer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank voorzitter. We hebben kennis genomen van de jaarrapportage 2023. Of jaarrapportages, hè? Het zijn er twee. We hebben verder geen vragen. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar Dorpsbelang, de heer Raben. De heer Raben: Voor ons is het erg belangrijk dat de jeugdhulp binnen de bijgestelde begroting op niveau kan blijven. En dat het essentieel is dat kwetsbare groepen tijdig geholpen kunnen worden om op termijn kostenstijgingen door uitval of extra begeleiding te voorkomen. Het is een goede ontwikkeling. Meer lichte behandeling en begeleiding, steeds minder specialistische begeleiding. We horen wel graag of de wethouder denkt dit voor de toekomst ook zo vol te kunnen houden met een groter wordende gemeente, waarbij natuurlijk het zorgpunt doorverwijzing door huisartsen wel hoog blijft. En wordt hieraan gewerkt? De voorzitter: Dank u wel. Dan de VVD, mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde: Dank u wel voorzitter. Ik heb eigenlijk een beetje met verbazing in december 2024 nog de stukken van 2023 doorgenomen, die dus eigenlijk nu pas besproken worden. Maar over het algemeen schetst het stuk een positief beeld, omdat er een daling is in hulpzoekenden en van de wachtlijst. Maar ik las net wel nog even snel voor deze vergadering dat helaas in 2024 er wel weer een stijging is van de dure specialistische zorg. Het JGT pakt dan ook wel veel verschillende taken op zich, waar wij nog een aantal vragen over hebben.
Zoals van de vele actieve zaken dat er dus, wat de PvdA net ook al aangaf, ondanks dat er nu wel meer wordt behandeld door het JGT zelf, eigenlijk qua percentage ongeveer hetzelfde is gebleven. Hebben zij dan nog een plan om meer zelf te gaan behandelen of is het juist nodig om dit aan anderen uit te besteden? Ik las voor de rest ook dat bijvoorbeeld 7 kinderen meedoen met dagactiviteiten. Wat valt er dan onder dit soort activiteiten? Hoe moet ik dat zien? En zou dit niet bijvoorbeeld gewoon geschaard kunnen worden onder andere buitenschoolse opvang? Tot slot, er ging bijna 50.000 euro naar ernstige dyslexie voor 24 jongeren. Waar wordt dat aan besteed? Moet ik dan denken aan het testen of komt er dan toch nog meer aandacht aan dit soort zaken? De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Dank u wel voorzitter. Ja. Hoe je over een rapportage van vorig jaar nog allemaal vragen kan stellen. Daar even mee beginnen. Het zijn inderdaad stukken die al heel oud zijn eigenlijk, ook al bij de jaarrekening aangeboden hadden moeten kunnen worden. Er zit alleen een ambtenaarwissel, want nu is Janine Duiven de beleidsambtenaar, daarvoor was Fleur Boesveldt dat. Fleur heeft dit stuk nog geschreven en eigenlijk met dat zij wegging was dit stuk ongeveer gereed.
Vervolgens ging er een zomer overheen en was het ook al een presidium eerder dat het bij jullie op de stukken stond en is het pas een presidium later weer op de agenda gevraagd. Dus al met al zorgt dat ook voor veel vertraging. Heel veel stukken, uitgebreide stukken. Ik kreeg van de fractie van D66 een vraag over een schema, denk ik, of zo, een tabel. Dus misschien kunt u voor mij even opzoeken waar dat staat. Dan kan ik ondertussen wat vragen gaan beantwoorden. Want ik weet niet of iedereen er al aan toegekomen is om de beantwoording van de vragen van de PvdA te lezen. Die waren inderdaad pas vandaag aan u verstuurd, dus ik kan me ook voorstellen dat dat nog gebeurt. Maar daar is inderdaad in meegenomen, omdat er ook een vraag is gesteld over: ‘wat weet u al over 2024?’, dat we een stijging zien. Dat is heel jammer, want vorig jaar zagen we dat dat eigenlijk niet het geval was en je ziet dat dat dit jaar weer keert. Een zachte troost is dat het in de trend van het land valt. Maar dat is natuurlijk wat we allemaal juist niet willen, we willen die kinderen helemaal niet in die zware zorg. Deels is het ook zorg waar we niet direct op kunnen sturen, omdat dat ook vanuit gecertificeerde instellingen gebeurt of via gerechtelijke uitspraken. Dus soms heb je weinig grip op of kinderen in hele dure zorg terechtkomen. Maar we zien vooral die complexiteit toenemen.
Daar heb ik vorig jaar ook al wel het een en ander over gezegd toen we zagen dat kinderen langer in behandeling waren, dat het met name met zware problemen te maken heeft, waardoor gewoon behandeltrajecten langer duurden, meer expertise vragen. Dat zien we nog niet echt afnemen, dus
dat is heel erg jammer. De zaken die het JGT oppakt, dat doen ze steeds meer en ze hebben best een flinke caseload. Er werd ook gevraagd naar wachtlijsten. Ja, ook wij hebben best wat jeugd op wachtlijsten staan bij MetMaya. Dus dat is niet alleen in Baarn of alleen in de regio Amersfoort. Ook Eemnes heeft kinderen die op wachtlijsten staan. En dat is iets wat we echt niet willen. En de rol van het JGT is dan daarin ook heel belangrijk, want zij zorgen voor het continu contact met het gezin om in contact te blijven. Hoe verloopt het nu? Neemt de zorgvraag toe? Wat kunnen wij alvast doen? Vooruitlopend op de behandeling waar het kind voor op de wachtlijst staat. Veelal is dat ggz-problematiek, want daar zijn de wachtlijsten helaas heel erg lang. Dus het JGT heeft ook op de wachtlijstvraagstukken een rol. Dan een vraag over andere domeinen. Nou ja, we hebben vandaag ook nog de Wmo HBEL-prognose ook op de agenda staan. Ook binnen HBEL werken we met een ambulant team en ook daar zien we dat het aantal behandelingen die ze zelf nu kunnen vormgeven zonder door te verwijzen naar de specialistische begeleiding voor de Wmo, ook daar zorgt voor minder kosten. Maar belangrijkste is dat ze dicht, snel bij de inwoners zijn en heel erg maatwerk kunnen leveren.
Dus je koopt niet een product, maar je levert het werk wat nodig is en kan waar nodig ook zo, of mogelijk, zo snel mogelijk afschalen. Het tevredenheidsonderzoek doen we altijd. Dus op het moment dat een traject afloopt, dan wordt er altijd een mogelijkheid geboden om aan te geven hoe dat verlopen is. Dat proberen we op allerlei manieren met makkelijke QR-codes. Alleen is de invulbereidheid nog wel eens laag. Dus daar is dit ook echt wel een uitdaging voor ons. Dan, Dorpsbelang vroeg iets over de verwijzing van de huisartsen. Dat zien wij gelukkig nu afnemen. We zien dat wij de grootste verwijzer zijn momenteel zelf. Dus dat is, nou ja, niet fijn dat je moet verwijzen, maar wel een goed teken dat we zelf daar in regie zijn, dus zelf die verwijzingen doen. En we willen in het nieuwe jaar een proef gaan draaien met POH, een praktijkondersteuner bij een van de praktijken, om te kijken of dat de verwijzingen van de huisarts nog meer kan doen afnemen. Want dat is op heel veel plekken een hele goedwerkende methode om middels POH te zorgen dat die verwijzingen echt via de jeugd- en gezinsteams lopen. Wat verstaat u onder dagactiviteiten? Ik hoop dat mevrouw Duiven daar zo een antwoord op kan geven. Dan ook nog dyslexie. Ik denk dat ik het antwoord weet, in die zin dat via de scholen en de samenwerkingsverbanden wordt bekeken of een kind in aanmerking komt voor een dyslexieonderzoek.
Dus inderdaad, daar valt het onderzoek onder. En op moment dat er dan ook dyslexie wordt geconstateerd en het valt onder de begeleide zorg, dan valt ook de begeleiding daar nog onder. En dat zijn er helaas best heel veel en een stijging zien we ook door het hele land heen op de dyslexieaanvragen. We dachten eerst dat het een coronading was, dus dat in coronatijd minder verwijzingen zijn geweest, maar dat lijkt ook niet helemaal het geval. Dus er wordt veel verwezen. Dus of het leesonderwijs moet een stukje beter worden. Daar vind ik ook wat van. Maar tot die tijd zullen we hier gewoon zorg moeten verlenen. De voorzitter: Mevrouw Duiven, voor u dan nog de vraag over de activiteiten. En misschien heeft mevrouw Wierbos ondertussen de tabel gevonden. Die staat op pagina van welk document? Even de microfoon aanzetten. Mevrouw Wierbos: Excuus. Het is de impactmeting Samen oplopen en dan is het pagina 2. Het is gewoon een uitloop in die tabel met wonen. De voorzitter: Daar wordt even naar gekeken. Dan kan mevrouw Duiven misschien antwoord geven op de vraag die nog openstaat. Mevrouw Duiven: Onder dagactiviteit wordt verstaan dat er jeugdigen zijn die even tijdelijk niet naar school gaan, dat die dan dagbesteding, dagactiviteiten krijgen. En omdat dat wel gespecialiseerd onder de gespecialiseerde jeugdhulp valt, zijn die hierin opgenomen. Dus dat zijn dagactiviteiten.
Is dat een helder antwoord wat ermee bedoeld wordt?
De voorzitter: Er wordt geknikt dus dat was helder. Dank u wel. Mevrouw Duiven: En nog even over… De voorzitter: Misschien kunt u iets dichter bij de microfoon praten. Mevrouw Duiven: O sorry hoor. En wat betreft die dyslexie nog even ook een antwoord. Dat is een heel programma. Als uiteindelijk wordt besloten dat er sprake is van ernstige dyslexie - want dat is wel het verschil met gewoon dyslexie, want dat hoort de school gewoon te bieden. We hebben een poortwachter daarop die dat screent en als er dan inderdaad sprake is van ernstige dyslexie, dan betekent dat, dat dat specialistische jeugdhulp wordt en meestal is dat een aantal zoiets van zestig contacturen. Dat is echt een programma die die jeugdige… En dat geldt alleen maar voor jeugdigen onder de twaalf jaar. Ik kan ook misschien nog wel even, als er behoefte is, waarom die stijging ook nog wat oploopt. Er was eerder onder de Jeugdwet werd alleen maar ernstige enkelvoudige dyslexie. Dus er mocht er geen sprake zijn dat het kind ook ADHD had of een andere. Dat moest eerst uitbehandeld zijn. Dat enkelvoudige is er een paar jaar geleden af gegaan. Dus dat betekent dat veel meer kinderen ook naast een andere indicatie vaak ook nog in aanmerking komen voor dyslexiezorg. De voorzitter: Helder, dank u wel. Mevrouw Havinga: Mooie aanvulling. Dank je wel. De voorzitter: Dan de laatste vraag nog over die tabel.
Mevrouw Havinga: Die heb ik nu inderdaad gevonden, van Samen Oplopen. Je ziet daar meer uitschieters, maar vooral wonen, inderdaad. En wat veel aan de hand is op moment dat mensen ondersteuning krijgen via Samen Oplopen is dat ze het ook echt niet meer overzien in huis. Dus het betekent ook dat de situatie thuis ook echt geholpen wordt met deze ondersteuning. Dus er komt iemand bij jou in huis om mee te kijken en even met jou een tijdje letterlijk samen op te lopen. Dat zie je vooral inderdaad op het sociale. Dus mensen hebben opeens ook iemand om bij terecht te kunnen en ze krijgen weer een beetje orde in de chaos. Dat is meestal aan de hand, dus daar zit veel verklaring in. De voorzitter: Goed, dank u wel. Maken we nog even snelle tweede ronde. Mijnheer Van der Vegt. De heer Van der Vegt: Ik zat eens te denken: die verdubbeling van het aantal gevallen, kan dat ook niet te maken hebben dat de toegang tot de jeugdhulp wat laagdrempeliger wordt? Want ik las ook dat er brugondersteuning is op scholen. Dat die natuurlijk sneller zaken oppakken die anders misschien een beetje blijven hangen. En de overgang van de 18-min naar 18-plus hulp, of daar enig zicht op is of dat goed verloopt of naar tevredenheid van de mensen, omdat ze meestal gedwongen naar een andere hulpverlener moeten. Dat was het.
De voorzitter: Die had misschien ook in de eerste termijn al aangevuld kunnen worden, die twee vragen. Mevrouw Wierbos D66. Mevrouw Wierbos: Ik heb geen vragen meer. De voorzitter: Oké dank u wel. Nee. CDA niet. Dorpsbelang, nee. VVD, nee. Nou, nog twee vraagjes, mevrouw Havinga.
Mevrouw Havinga: Ja, dank u wel. Ik denk inderdaad dat dat ook met de laagdrempeligheid te maken heeft. Inderdaad. U noemde zelf al de brugfunctie, dus ze zitten echt bij de scholen erbij, zijn makkelijk bereikbaar, komen ook echt voor lichte opvoedvragen langs. Dus op zich is het... Of het positief of negatief is, weet ik ook niet. Maar we willen wel zorgen dat het liefst natuurlijk nog voordat ze bij het JGT komen, dus het komende jaar willen we ook in investeren in meer ouderavonden, allemaal dat soort interventies, om te kijken of je het echt kan voorkomen. Maar aan de andere kant is het ook alleen maar goed dat het snel is, kan je ook weer snel afschalen. 18-min 18-plus. Daar hebben we sowieso een traject op. Op het moment dat een jeugdige 17 en 3 maanden is, wordt er al gekeken: welke hulp loopt er? En ga je toewerken naar dat moment dat ze 18 worden. Dat is natuurlijk... Kijk, wij hebben het in twee regio's georganiseerd en dat is niet per se het probleem voor de overgang van de zorg. Maar misschien is er nog een aanvulling op te geven. Maar volgens mij doen wij dat best heel zorgvuldig. Mevrouw Duiven: Ja en dat is ook misschien nog wel een antwoord op een eerdere vraag dat wij sowieso... O sorry hoor. Ik heb zo het idee dat ik hem opeet.
We zijn er sowieso heel erg druk mee bezig in HBEL-verband om sowieso de aansluiting met het hele sociale domein te krijgen, want niet elke vraag die binnenkomt bij het jeugd- en gezinsteam is een jeugdvraag. Dus dat is nu net begonnen en daar sluiten wij als Eemnes ook bij aan om te kijken hoe we veel meer domeinoverstijgend kunnen zeggen: waar hoort iets thuis? Dus dat het begeleidingsteam ook veel meer zulk soort vragen oppakt en dat dat niet allemaal in de gespecialiseerde jeugdzorg. Dat heeft ook echt te maken dat we met het richtinggevend kader van de toegang van het sociaal domein aan de gang zijn. Dus daar zijn we ook wel druk mee bezig om dat ook beter georganiseerd te krijgen. Want ik had dat ergens ook nog even opgevangen, hoe dat zat. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan hebben we hiermee alle vragen behandeld. Mevrouw Duiven, dank voor uw komst. Mevrouw Duiven: En dank dat ik eerder mocht komen. De voorzitter: Graag gedaan. Hier hangt verder geen besluit aan vast, dus met deze informerende ronde gaan we verder naar het volgende agendapunt. 5.09
Bestuursrapportage Zicht op Werk 2023
De voorzitter: En dat is op onze agenda 5.09, de Bestuursrapportage Zicht op Werk. Daarvoor is mevrouw Huibers aanwezig als ambtelijke ondersteuning. Goedenavond, fijn dat u er bent. Mevrouw Huibers: Goedenavond. Jessica Huiberts. Een aantal ken ik al, volgens mij. De voorzitter: Heel goed. Even kijken. Dit punt is ook door de Partij van de Arbeid op de agenda gevraagd. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Overbeeke. De heer Overbeeke: Dank u wel voorzitter. Ook hartelijk dank voor de informatienota en ook over de informatienota over de effectiviteit van Zicht op Werk. Het is een goede nota, want er worden al heel veel vragen beantwoord. Maar ik heb er toch nog een paar over en dat vraagt een klein beetje inleiding. Ik zal het proberen zo kort mogelijk te houden. Wij kunnen ons ook goed vinden in de kernwaarde zoals die genoemd wordt in de nota. Immers, werk is voor mensen niet alleen belangrijk als bron van inkomen, maar ook van welzijn, van eigenwaarde, van ontwikkeling van sociale relaties. Dus werk is gewoon ontzettend belangrijk. De maatschappelijke kosten voor mensen die zijn aangewezen op een uitkering zijn gewoon hoog. Daarom
moeten we, althans zo kijken we er wel naar, moeten we altijd een beetje kijken naar zowel de Wmo-kosten als de kosten van de Participatiewet. Het is in feite toch wel wat geïntegreerd. Nou hebben we recent een presentatie gehad van de hele groep Zicht op Werk en daar zagen we veel, heel veel, betrokken consulenten die ieder vanuit een eigen discipline een verhaal hadden hoe ze zich bezighielden met de cliënt. Ik weet niet hoe dat op anderen overgekomen is, maar het gaf mij niet bepaald een beeld van een efficiënte en effectieve organisatie. Echter uit de informatienota en de gesprekken die ik ook daar later nog over heb gehad, blijkt dat de werkwijze van het team vooral maatwerk is en dat deskundigen alleen ingezet worden naar basis van de behoefte en op uitnodiging van de trajectbegeleider. Dus het is niet zo dat al die deskundigen - want dat had ik een beetje de indruk - zich allemaal met een cliënt bezighouden, maar het zijn veelal parttime werkende professionals die zich, als het nodig is, bezig kunnen houden met een klein deel van de doelgroep. Ik vroeg me ook af: is Zicht op Werk in HBEL-verband nou het juiste organisatieforum? Of zou je het beter lokaal kunnen doen, zoals we nu ook het succes zien eigenlijk van jeugd op werk? Of anderzijds, zou je het niet veel beter regionaal kunnen doen, met het UWV bijvoorbeeld? Want er gebeurt in de regio heel erg veel.
En is Zicht op Werk toch niet een extra stapje ertussen nog? Nou ik heb daar even naar gekeken, maar de vraag op dat antwoord - en dat is misschien gelijk een geruststelling voor de wethouder – kunnen we het beste uitstellen tot ergens in 2026. Want er gebeurt gewoon heel erg veel en de overheid is ook druk bezig met de hele arbeidsmarktdienstverlening structureel anders in te richten. En dan komt dat vanzelf aan de orde. Dus als de wethouder kan toezeggen dat ze daar halverwege volgend jaar, zeg in Q3 nog een keer op terugkomt, dan zou dat heel erg prettig zijn. En tegelijkertijd heb ik daar nog een vraag over. Is de wethouder ook betrokken bij de opzet van het regionale regioberaad? Want dat gaat die arbeidsmarktstructuur invullen. De Participatiewet geldt voor een toenemend aantal doelgroepen. Dat maakt het ook steeds complexer, moet ik zeggen. Inburgeraars zijn zo'n doelgroep waarvan de competenties op de arbeidsmarkt meestal niet erkend worden. Is ook mijn persoonlijke ervaring. Bovendien zijn veel inburgeraars de Nederlandse taal niet machtig of onvoldoende machtig. En kennis van de Nederlandse taal is absoluut een voorwaarde voor het verkrijgen van werk. Als je niet goed Nederlands spreekt, is het bijna ondoenlijk om een baan te vinden. Echter we zien het taalonderwijs niet terug in de instrumenten van Zicht op Werk.
Dus misschien dat u daar straks een antwoord op kan geven waarom dat niet zo is. Ik vroeg me ook af: is er niet een andere manier - en dat is dan weer een vraag aan de wethouder - om te kijken of dat Nederlands taalonderwijs - want dat is inderdaad schaars en dat heeft ook met financiering te maken - of dat niet op een andere manier ingevuld zou kunnen worden. Dat zijn mijn vragen eigenlijk. Toch nog zoveel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Overbeeke. Nou maken we hetzelfde rondje nog een keer. Mevrouw Wierbos, D66. Mevrouw Wierbos: Dank u wel voorzitter. Wij hadden opgeschreven: we hebben hier dus voorlichting over gehad. Jullie hebben dit heel uitgebreid aan ons voorgelegd en uitgelegd, dus wij hebben kennis genomen van dit rapport en dank daarvoor. De voorzitter: Dank u wel. Het CDA, mijnheer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank voorzitter. Dank voor het stuk. We hadden nog wel een vraag. Recent heeft het college een ondernemersbijeenkomst gehad in het Huis van Eemnes. Toen is dit onderwerp eigenlijk ook aan de orde geweest, Zicht op Werk en toen bleek dat er best wel bereidheid was onder de lokale ondernemers om bijvoorbeeld een werkleertraject of dat soort zaken aan te bieden. Er waren ook een aantal ondernemers die dit wel eens in het verleden gedaan hadden.
Maar je merkte wel dat de ondernemers eigenlijk verder niet zoveel benaderd waren over dit onderwerp, terwijl zij wel bereid waren om hier een deel te nemen. Dus mijn
vraag een beetje aan het college is: kunnen we hier nog stappen op dit onderdeel verwachten richting de ondernemers, zeker gezien toch wel de positieve insteek die ze op die avond hadden? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar Dorpsbelang, mijnheer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Dank u wel. Overigens was het Dorpsbelang die het op de agenda heeft gezet. Maar dat maakt niet uit hoor. Dat wil alleen zeggen dat ik wel wat vragen heb op het onderwerp. De voorzitter: Excuus, dan is dat verkeerd genoteerd. De heer De Zeeuw: Ik ben naar dezelfde vergadering geweest waar de heer Overbeeke net ook aan refereerde. Dat was dat Zicht op Werk-presentatie in Huizen was dat zelf. Of was hier, was hier. Op zich waren er heel veel enthousiaste medewerkers die hun programma presenteerden, maar het waren wel heel veel verschillende programma's. En hoe die dingen op elkaar aansluiten was ook allemaal niet echt duidelijk. Dus het kwam op zijn minst niet echt efficiënt over. Dat is een kant en de andere kant is eigenlijk: op zich werd ik geïnformeerd over de laatste stand van zaken, maar een aantal jaren geleden was het niet zo dat alle mensen die in een uitkering zaten of begeleiding wilden hebben dat die allemaal begeleid werden. In het verleden was dat toch met name gericht op mensen die inderdaad zicht op werk hadden.
En nu is het: 100 procent van de mensen wordt benaderd en behandeld en begeleid. Waarbij... Het gaat niet alleen om werk, het gaat ook om een sociaal functioneren in de maatschappij. Dat is op zich natuurlijk allemaal heel mooi dat we dat doen, maar een vraag die we daar wel steeds meer bij krijgen, is: hoelang is dit nog vol te houden? Ook financieel gezien. Je bent met steeds meer mensen bezig, het worden trouwens steeds meer inburgeraars. Ik weet niet of dat in Eemnes van toepassing is, maar landelijk, meer dan de helft van de bijstandsuitkering heeft betrekking op mensen die statushouder zijn en dergelijke. Zijn die dan..? Nu ligt er een verplicht programma voor 3 jaar, maar zijn die na 3 jaar klaar? Waarschijnlijk niet. Want je hoort ook nog steeds dat na 10 jaar er nog heel veel geen werk hebben. Dus de vraag is een beetje: hoe gaan we daar in de toekomst mee om? Want het is toch iets wat steeds verder gaat groeien. Daaraan gekoppeld een paar concrete vragen. Er wordt gesproken in de eerste nota, niet in de tweede, over 1,5 miljoen kosten voor de programma's. Maar dan is de vraag: zijn dat programmakosten of zijn dat DVO-kosten, kosten van medewerkers? Dus die kosten, wat houdt dat in, 1,5 miljoen? Daar zou ik graag wel iets meer zicht op hebben. Is het arbeidskosten of zijn het ook programmakosten, et cetera? Dat is één ding.
Ander punt is: ik had toen genoteerd iets van 154 medewerkers, maar dat werd door mijnheer Overbeeke niet bevestigd. Dus hoeveel medewerkers hebben hun nu op Wmo zitten? Want er waren er toch wel hier een stuk of 20, 25 die allemaal een eigen programmaatje hadden. Dus dat is wel een vraag die ik heb. Dan is het zo, die Pwet-uitkering. Wat is dat exact? Want een definitie kan ik daar niet echt van terugvinden. De nugger, heb ik vandaag begrepen, is iemand die niet een uitkering heeft, maar die loopt wel mee. En dan wordt er gerefereerd aan de gemiddelde doorlooptijd van 10 maanden. Ik kan me haast niet voorstellen dat dat de gemiddelde doorlooptijd is voor iemand die zich aangemeld heeft, maar ik neem aan dat dat voor een van die deelprogrammaatjes, dat daar die 10 maanden betrekking op heeft. Maar in zijn algemeenheid: zorg dat ze, maar hoe gaan we dat in de toekomst allemaal bekostigen? En wat zit er allemaal in? En willen we op deze manier doorgaan? Dat is de vraag een beetje. De voorzitter: Dank u wel en dan mevrouw Van der Linde, de VVD. Mevrouw Van der Linde: Dank u wel voorzitter. We zijn blij met het programma Zicht op Werk, want we zijn van mening dat mensen zo veel mogelijk in staat moeten zijn om voor zichzelf te kunnen zorgen. En het is mooi dat zij hierin begeleid worden.
Maar als we naar de stukken kijken, lijkt het nog niet heel voortvarend te gaan, aangezien de meeste doelstellingen nog niet volledig worden gehaald. Dus zijn de doelstellingen
afgelopen jaar eigenlijk bijgesteld en daardoor nu wel gehaald? Ik begrijp wel als daar nog niet volledig antwoord op is. Maar gaat dit programma zich nog verder doorontwikkelen dat in de toekomst meer uitstroom van uitkeringen realiseert en meer mensen die werken? De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Dank u wel voorzitter. Dank voor het lezen van al die stukken weer. Er is weer een hoop naar u toe gekomen. Er was inderdaad een avond, eigenlijk als voorbereiding op het moment dat u deze stukken zou krijgen om ook vooral de vragen te kunnen stellen en daarna het ook nog in een rapportage te kunnen lezen van: waar ging dat ook alweer over? Wat was het ook alweer? En dan de vraag - ik ga ze gewoon per partij even aflopen - van de PvdA: is dit nou de juiste organisatievorm? Kan dat niet beter lokaal? Dat zou ik sowieso niet willen. Ik denk dat dit al heel lokaal is. Doordat we het hele sociaal domein met de HBEL georganiseerd hebben, zijn al onze inwoners daar bekend op het moment dat ze een uitkering ontvangen en kunnen ze ook als ze geen uitkering ontvangen, dus de niet-uitkeringsgerechtigden, terecht bij HBEL. Maar we hebben inderdaad ook regionaal iets te doen met elkaar. Wat we zien is dat de mensen die nu een uitkering hebben, een nog grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben dan dat dat jaren geleden is.
Dus die hebben soms veel meer problemen rondom bijvoorbeeld wonen, sociaal welbevinden, opvoeding van de kinderen, gezondheid. Dus er is vaak nog veel meer aan de hand dan alleen geen werk hebben. En dan is juist het organiseren zo veel mogelijk nabij, waarbij je ook kan schakelen binnen verschillende domeinen, heel belangrijk. Maar als regio zijn we inderdaad aan de slag met het regionaal werkcentrum. En ik denk dat als het gaat om hele kwetsbare inwoners, die meer complexe vraagstukken hebben in hun zoektocht naar werk, of in ieder geval naar een zinvolle dagbesteding, zo veel mogelijk nog bij HBEL zullen blijven. Maar mensen die goed bemiddelbaar zijn naar werk of echt al aardig job ready zijn, die zouden ook in aanmerking moeten komen voor een begeleidingstraject bij het regionaal werkcentrum. Die kunnen daar door gidsen verder geholpen worden. Of mensen die van werk naar werk willen. Over de algemeen hoeven dat niet per se hele kwetsbare mensen te zijn. Kan wel, maar hoeft niet. Ook die zouden prima hun weg moeten kunnen vinden binnen wat we straks binnen de regio als regionaal werkcentrum hebben. Uw vraag was ook: kan de wethouder toezeggen dat we daar goed over geïnformeerd worden? Ja, dat kan ik.
Want we hebben afgelopen vrijdag met alle portefeuillehouders besproken dat we in Q1 alle raden willen informeren over de weg richting regionaal werkcentrum en ook de start van het regionaal beraad. Zoals er nu uitziet, word ik de portefeuillehouder die ook namens de regio in het regionaal beraad zal plaatsnemen. Dus in die zin denk ik dat ik u goed kan blijven informeren. Dan taalonderwijs als instrument. Dat hebben we ook in de regio, hebben we daar afspraken over. Misschien kan mevrouw Huiberts daar zo nog wat op aanvullen. Maar het is een wel een route die gewoon ingezet kan worden. Voorheen waren de middelen die we daarvoor hadden vrij strak geregeld dat het alleen bij erkende taalaanbieders ingezet mocht worden. Gelukkig is dat vrijer gegeven, dus we kunnen nu ook andere aanbieders, zoals bijvoorbeeld de bibliotheek, vragen om hier iets in te doen. Dus dat geeft in ieder geval meer ruimte om mensen goed te begeleiden. Het CDA vroeg iets over een traject bij lokale ondernemers. Daar heb ik inderdaad een vraag over gesteld op een avond die we met ondernemers hadden en ik was blij verrast hoe positief men daar op reageerde. En ik heb met twee medewerkers, die u ook gezien heeft op de avond hier bij Zicht op Werk, binnenkort een afspraak.
Dat was Paola, die met name met jeugdwerkloosheid bezig was, en Mendel, die komt hier binnenkort bij mij langs om concreet afspraken te maken hoe we die ondernemers kunnen gaan benaderen. Ze hadden zelfs al wat mensen op hun netvlies die daar wellicht heel goed bij zouden passen. Dus dat wordt vervolgd. Steeds meer uitkeringen, stelde Dorpsbelang. Ja, dat klopt. We zien dat ook inderdaad stijgen, maar ook inderdaad het aandeel statushouders. We zijn best altijd heel goed op weg met mensen een woonplek bieden, maar dat betekent ook dat die mensen vervolgens natuurlijk in een traject komen. Dus als je op het een hard loopt, dan weet je ook dat je
daar een aantal mensen hebt die je intensief moet gaan begeleiden en dat kost tijd. Wat zijn de kosten? Dat zijn echt totaalkosten. Dus dat is zowel personeel als uitvoering. Het aantal medewerkers weet ik niet precies, maar misschien jij het ongeveer wel. Dan mag je daar zo iets op zeggen en anders dan komt dat nog later naar u toe. En die 10 maanden dat is wel echt gemiddeld, maar misschien dat mevrouw Huiberts daar ook nog iets over kan zeggen hoe we dat gemiddeld zien. En de VVD gaf aan: de doelstellingen zijn wat bijgesteld. Dat komt ook omdat we de situatie zien veranderen. De arbeidsmarkt is eigenlijk heel gunstig en waarom lukt het dan toch niet? Dat betekent dat je ook je doelstelling daarin moet bijstellen, hoe je mensen zo goed mogelijk moet begeleiden. Dat is denk ik ook meteen een antwoord op de vraag en daar is ook in die memo nog wel iets over gezegd, in die raadsinformatiebrief, dat we ook echt aan het kijken zijn, we zijn aan het heroverwegen: wat is nou nu passend bij de vraagstukken eigenlijk van deze tijd, als het gaat om Zicht op Werk en om mensen met een uitkering of geen uitkering en de arbeidsmarkt, de beste instrumenten om in te zetten en voor wie lopen we dan het hardst? Dus daar zijn we ook gewoon mee aan het werk. De voorzitter: Dank u wel. Ik had nog één vraag van Dorpsbelang staan.
Pwet-uitkering, wat is dat? Mevrouw Havinga: O de Participatiewetuitkering. Ja we noemen dat tegenwoordig... Er zitten alle doelgroepen in die Participatiewet, dus dat zijn ook de mensen die bijvoorbeeld bij Tomin werken. Dat valt allemaal onder de Participatiewet. De heer De Zeeuw: Is dat iets anders dan een normale bijstandsuitkering? Mevrouw Havinga: Die zit daarin, dus die doelgroep zit daar ook in. De voorzitter: Nou, die ook meteen behandeld. Mevrouw Huibers. Ik heb nog iets staan over taalonderwijs. Mevrouw Huibers: Ja. We hebben inderdaad taalonderwijs. Je hebt een stuk dat is de inburgering, die hebben regionaal ingekocht. Dat moet bij organisaties die het Blik op Werk-keurmerk hebben. Daar kan je dus niet omheen. Die zitten dus niet bij die kosten van Zicht op Werk, omdat dat Zicht op Werk, die kosten, die 1,5 miljoen, is uit het participatiebudget. Voor de inburgering krijgen we aparte middelen. Dus dat is apart. Daarnaast heb je de WEB. Dat is ook taalonderwijs en dat is als je niet meer inburgeringsplichtig is. Daar zijn ze wat ruimer in geworden. Dus meestal als ze een traject via de inburgering volgen, gaan ze extra onderwijs volgen via de WEB. Is een beetje een technisch verhaal. Maar bij de WEB kunnen we inderdaad ook de bibliotheek inschakelen, andere organisaties. We hebben bij Zicht op Werk...
We komen bij het aantal medewerkers, dat zijn er rond de vijftien. Die zijn niet allemaal fulltime in dienst, sommigen maar twee uur per week of drie uur, want die geven trainingen of inhuur. We hebben ook vrijwilligers, eentje en die wordt ondersteund door een cultuurcoach en die geven ook taalonderwijs. Maar dat is dan niet echt onderwijs, maar dat is echt het praktisch toepassen van de taal. Ze hebben ook een groepje dat is met taal nul en dat gaat echt met plaatjes. Dit is een bloem, dit is een plant, om maar extra uren te draaien voor de taal. Dan hebben we bij de Tomin ook nog wat nieuwe trajecten voor de statushouders om echt die boost te geven aan de taal, zodat het niet per se drie jaar duurt, het traject, maar dat we echt kunnen afschalen, dus echt dat het nog maar anderhalf jaar tot twee jaar duurt. We starten eigenlijk altijd meteen met participatie. Vaak maar een paar uren, omdat ze niet meer beschikbaar zijn. Daar zie je nu echt wel de vruchten dat ze echt wel... Sommigen gaan al parttime werken, er zijn er een enkele die nu al kunnen uitstromen naar werk, dus die niet meer afhankelijk zijn van een uitkering. Dus dat is de intensieve begeleiding. Ik hoorde u net ook praten over nuggers. Nuggers zijn inderdaad niet-uitkeringsgerechtigden van alle uitkeringen, dus ook de UWVuitkeringen. Maar daar hebben wij wel een opgave in.
Via de Participatiewet zijn we verplicht, als zij bij ons komen, dat we ook dienstverlening aanbieden. Maar die dienstverlening kan je zo groot of zo klein maken
zoals je zelf kiest. Dus we hebben daar wel echt wel een opgave in. Daar zien we ook een rol voor bij het RWC dadelijk. Was er nog een vraag? De voorzitter: Over de doorlooptijd. Mevrouw Havinga: Doorlooptijd. Ja. Tien maanden, dat is echt de tijd dat ze bij Zicht op Werk bezig zijn, dat ze het helemaal afgerond hebben. Er kan één interventie zijn, dat kunnen er ook meer zijn, dat kunnen drie trainingen zijn. Soms houdt het ook in, als je stopt bij Zicht op Werk, dat het hoogst haalbare is bereikt. Dus stel tien uur vrijwilligerswerk bij Doen, dat is op dat moment echt het hoogst haalbare, iemand wordt begeleid door de Participatiewetconsulent en als die merkt: er is weer ruimte in de omstandigheid, de privéomstandigheden, dan komt Zicht op Werk er weer bij en dan gaan we weer aan de slag en kijken: kan je meer uren, kan je toch richting de arbeidsmarkt? Maar op dit moment… U zei ook: moeten we ons niet richten op de mensen die dicht op de arbeidsmarkt zitten? Die zijn eigenlijk allemaal al aan het werk. Nu met deze arbeidsmarkt, als je echt wel dicht op de arbeidsmarkt zit, dan kan je ook werken. Dus het zijn echt nu wel de langere afstanden. De heer De Zeeuw: Maar daarom vind ik die tien maanden zo verrassend, moet ik eerlijk zeggen. Het verbaast me eigenlijk. Want dat is voor alle programma's gezamenlijk.
Het is… Mevrouw Havinga: Ja, maar dat is dus niet de uitstroom naar werk. Het is: klaar met jouw training bij Zicht op Werk. Dus voor de een houdt dat in: je bent zo bij de jobcoach dus je wordt bemiddeld naar werk en bij de ander is het: je hebt parttimewerk voor tien uur, maar dan heb je toch nog steeds een beetje een uitkering. En een ander die doet dan vijf, zes, zeven, acht, negen, tien uur vrijwilligerswerk. De heer De Zeeuw: Taalonderwijs zit daar ook bij. Mevrouw Havinga: Dat zit daar niet bij. Dat is omdat dat dus echt de inburgering is en dat dus echt wel even een andere tak van sport. En daardoor lijkt het ook veel medewerkers, want we hebben vijf integratieconsulenten en die zitten nu echt al boordevol. En de taakstelling huisvesting blijft heel hoog voor aankomend jaar, dus die groep wordt inderdaad alleen maar groter. De heer De Zeeuw: Goed, om over Eemnes te kijken, zie ik in de laatste memo… De voorzitter: Mijnheer De Zeeuw, zullen we gewoon nog een tweede ronde maken? Als er vragen over zijn dan… De heer De Zeeuw: Nou ja, ik heb geen antwoord op dat onderwerp, voldoende. De voorzitter: Volgens mij was dit ook het antwoord. We doen gewoon een tweede ronde en mocht er nog een vraag over zijn, kunt u die nog een keer stellen. Gaan we weer naar de Partij van de Arbeid, mijnheer Overbeeke. De heer Overbeeke: Dank u wel voorzitter.
Ik had net de discussie over lokaal of centraal. Misschien goed om toch even toe te lichten. Zoals op dit moment Zicht op Werk werkt, werkt het eigenlijk goed. Ook bij navraag hoor je dat er een goede samenwerking is met alle organisaties daaromheen. Dus je zou zeggen: dat is één optie, hou het zoals het is. Je kan het ook lokaal maken. Maar ik ben het onmiddellijk met de wethouder eens: ik denk dat dit onderwerp te complex is om het lokaal te maken. Het is niet alleen te complex, maar te breed
ook, denk ik, om het lokaal te maken, want die expertise zal je bijna nooit kunnen opbouwen. En centraal, dat is zeker een overweging, maar dat komt er dan wel uit met de discussies die in 2025 gevoerd gaan worden. En in 2026 dan moeten leiden tot werkcentra. Misschien een beetje naar Dorpsbelang toe. Op het moment dat dat ook goed werkt, dan kan ook een deel van de kosten vergoed worden. Er is best wel veel geld in de markt en best wel veel geld van de Rijksoverheid ook, om dit soort trajecten voor een deel te financieren. Dus ik maak me niet zo zorgen over de kosten. Het is veel belangrijker dat mensen echt aan het werk komen. Wat taal betreft: ik heb het niet zozeer over de inburgering maar meer wat mijn ervaring is dat mensen die dikwijls hele goede banen in het buitenland hebben gehad – ik zie ze, vanuit Syrië, vanuit Afrika, dikwijls op academisch niveau - best wel een beetje Nederlands spreken, toch niet aan het werk komen. Dat heeft echt te maken met de Nederlandse taal. Dan spreek je over niveau B2, C1, om het even in vaktermen te zeggen. Op dat niveau komt het ongeveer. Dus dat is ook wel mijn vraag aan de wethouder: is het nou niet mogelijk om daar toch eens goed naar te kijken of daar misschien andere mogelijkheden zijn? Misschien via de Wet educatie en beroepsonderwijs of wat dan ook. Dat kan je wel lokaal regelen namelijk. En verder over de ondernemers.
Want mijnheer Seldenrijk die triggerde me even daarover. Ik zie allemaal mooie berichtjes op intranet over geweldige samenwerking met ondernemers in Eemnes. Ik zie dat hele college netjes op de foto's staan. Fantastisch natuurlijk om zo sociaal betrokken te zijn, ook bij de ondernemers. Maar ik vraag me ook af - en daar is misschien al antwoord op te geven - zijn de ondernemers ook zo sociaal richting Eemnes? Met andere woorden: als je mensen wil plaatsen, dan moet je ook plaatsen hebben waar voldoende begeleiding is. Want dat kost waarschijnlijk wat extra als een normale werknemer, tussen aanhalingstekens. Maar het zou wel prettig zijn als ondernemers er ook een echt traject of een project van zouden maken om ook voor deze doelgroep te werken. Ik weet helemaal niet wat de houding is van ondernemers daarin, maar gezien de goede contacten is daar misschien best wat over te zeggen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar D66, mevrouw Wierbos. Mevrouw Wierbos: Nee, dank u voorzitter, ik denk dat er genoeg gevraagd is. De voorzitter: Oké. Dank u wel. Mijnheer Seldenrijk, het CDA. De heer Seldenrijk: Dank u wel voorzitter, dank college voor het antwoord. Ik ben blij dat u voortvarend ermee aan de slag gaat, want op zich, ik denk wel dat hier een kans ligt. Ik was een beetje verbaasd over de woorden van de heer Overbeeke over dit thema, moet ik eerlijk zeggen.
Ik denk juist in Eemnes, waar je toch heel veel kleine ondernemers hebt, dat het juist de kansen biedt om die een op een begeleiding te geven. Dat is natuurlijk wat het cruciale in dit geheel is. Die mensen, die jongeren, die hebben toch een behoorlijke begeleiding nodig. En juist op het moment dat je het een op een kunt doen, dus met die ondernemers samen, of in ieder geval dat heel kort bij, dan heb je kans van slagen. Juist in zo'n groot bedrijf waar heel veel mensen rondlopen, daar verzuipen dat soort mensen. Daarom is het juist voor Eemnes, met heel veel toch wel kleine bedrijven, moeten er echt wel kansen liggen, wat mij betreft. Daarom vond ik het ook zo mooi dat juist die ondernemers uit Eemnes zeiden van: goh, wij zien dat en we zien dat het de gemeenschap veel geld kost en ik denk dat wij daar een rol in kunnen spelen om dat voor elkaar te krijgen. Want wij zoeken ook mensen en op deze manier kunnen we die mensen weer aan het werk krijgen. Dus wat dat betreft: ik vond het een prachtig een-tweetje eigenlijk op die avond. Dus ik vond uw woorden een beetje, ja, ik weet niet. De heer Overbeeke: Ik denk dat we het helemaal eens zijn op dit punt. Als ondernemers die verantwoording kunnen nemen, met name in zo'n kleine gemeenschap, zeggen: nou, we nemen er ook een stukje verantwoording voor en we geven de begeleiding aan die mensen, is dat natuurlijk prachtig.
De heer Seldenrijk: Goed om te horen dat u hetzelfde denkt als ik dan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Seldenrijk. Mijnheer De Zeeuw, Dorpsbelang. De heer De Zeeuw: Nog even terug op dat punt van inburgeraars. Want we hebben een mooi memo gekregen waarin wordt uitgelegd hoeveel participatie we hebben in Eemnes in het geheel. Dan hebben we het over 100 uitkeringen met 121 inwoners en de helft daarvan, 48, zijn aantal inburgeraars, staan hier. Maar u zegt: dat zit hier niet in. Of alleen financieel zit het hier niet in? Maar ze worden wel begeleid. Oké. En dat is dan met name op taal of ook al..? Alles. Oké, maar dan verbaast me nog steeds die 10 maanden, maar goed. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer De Zeeuw. De wethouder. Mevrouw Havinga: Dank u wel. O sorry. De voorzitter: Excuus. Mijn vergissing. Mevrouw Van der Linde. Nee, oké, dank u wel. Mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Ging iets te snel. Dank u wel. De PvdA had het nog even over de WEB-middelen voor taal. Dat doen we al. En juist omdat er nu meer ruimte komt in de mogelijkheden van het wegzetten, proberen we ook daar juist andere partners bij te vinden en kunnen we meer maatwerk leveren als het gaat om de WEB. Want nu werden die middelen eigenlijk iedere keer niet uitgegeven, omdat we vrij strak zaten aan welke aanbieders dat mochten zijn.
Dan moest je eerst weer zoveel deelnemers hebben en dan tegen de tijd dat je dacht een klasje vol te hebben, dan was de helft alweer afgehaakt, kon het klasje weer niet beginnen of de aanbieder kon niet meer. Dus er was altijd een hoop gedoe. Juist nu we die middelen anders kunnen besteden, geloven we ook echt dat we het kunnen gaan besteden. Dus ik hoop vooral dat we het uit gaan geven dit jaar. Daar zullen we dan ook nog in moeten leren welke aanbieders daar dan nu voor in aanmerking komen. Want dat is nieuw dat we daar wat ruimer mee om mogen gaan. En die tien maanden, ik ga nog één poging doen, maar die tien maanden… Mensen worden altijd gezien vanuit de Participatiewetconsulent. Dus als iemand een uitkering heeft dan hebben we altijd contact met iemand die een uitkering heeft hoe het met iemand gaat. Soms denkt dus de participatieconsulent: nu zit er toch mogelijkheden voor iemand om weer richting werk te gaan ontwikkelen of bijvoorbeeld richting vrijwilligerswerk. Dan is Zicht op Werk onze uitvoering die dan bijgeschakeld wordt om met zo iemand aan de slag te gaan, bijvoorbeeld richting dat vrijwilligerswerk. Als in dat traject ook blijkt dat dat op dat moment het hoogst haalbare is, tien uur per week vrijwilligerswerk, dan is dat binnen tien maanden in ieder geval afgerond.
En als dat het dan ook is, dan is dat het en dan stoppen we daarna en dan gaat iemand dat een tijd doen. En die Participatiewetconsulent die blijft betrokken bij diegene, want iemand heeft nog steeds ook een uitkering. Als iemand verder ontwikkelt, dan kan het maar zo zijn dat Zicht op Werk weer aanhaakt voor het volgende stukje. Dat is niet altijd tien maanden. Soms is het één trajectje van twee maanden. Op die manier is een gemiddelde tijd tien maanden. Maar het is dus niet standaard dat iemand naar werk begeleid, of betaald werk begeleid wordt. Maar de Zicht op Werk is in stukjes betrokken en die Participatiewetconsulent is, zolang iemand een uitkering krijgt, altijd betrokken. Dan volgens mij de vraag van de PvdA rondom ondernemers is eigenlijk door het CDA zelf al beantwoord. De voorzitter: Dan zijn we helemaal rond met dit onderwerp. Mevrouw Huibers, dank voor uw komst en voor uw bijdrage.
5.01
Begrotingswijziging Regio Gooi & Vechtstreek
De voorzitter: Dan gaan we weer terug naar de originele agenda en dat is de begrotingswijziging Regio Gooi en Vechtstreek en dan gaan we naar het CDA, mevrouw Bunt. Mevrouw Bunt: Dank u wel voorzitter. De deadline van 6 december hebben we in ieder geval niet gehaald, zoals ik uit de stukken kan lezen. De uitkomsten van de begrotingswijzigingen valt voor Eemnes positief uit. Wij kunnen ons vinden in de zienswijze die er ligt. Dat was het. De voorzitter: Dank u wel. Dorpsbelang, mijnheer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Dank u wel voorzitter. In principe is er een relatief kleine verhoging van het budget voor de regio. Dat heeft met name… Dat noemen wij dan onontkoombare verhogingen. Dat heeft met cao-afspraken te maken, met indexatie te maken en ook een toename van Wmo-aanvragen. Daar kunnen we allemaal geen nee op zeggen, dus ja, daar zitten we aan vast, dus ze zijn onontkoombaar. De impact daarvan op Gooi en Vechtstreek valt eigenlijk wel mee: 36.000 euro. En dan hebben we iets wat zelden voorkomt: de kosten voor Eemnes gaan naar beneden toe met 27.000. Dat hangt samen met een paar ontwikkelingen: bescherming en opvang die wat financieel voordeel geeft. De kosten van Wmo-vervoer lopen wel weer op. Dat is bijna elk jaar zo. Maar uiteindelijk is het een zeldzame budgetverlaging. Die omarmen we heel graag en de portefeuillehouder ook, denk ik. Financiële portefeuillehouder.
De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de VVD, mijnheer Roorda. De heer Roorda: Dank u wel voorzitter. Inhoudelijk vind ik het fijn. We hebben een voordeeltje, daar heb ik niet zoveel moeite mee. Formeel heb ik er misschien wel even wat vragen over. Eerste, wat mevrouw Bunt ook al zei: die brief ligt op 13 september op de mat. We zijn niet in staat om binnen de termijn ons besluit kenbaar te maken en ik zou weleens willen weten: waarom is dat nou? Dan gaan we een akkoord met een zienswijze. Dat is het formele stuk. Er staat in het stuk: als er een geen kostenverhoging is, dan is een zienswijze helemaal niet nodig. Waarom doen we dat dan toch? Hebben we dan niks anders te doen? En in het algemeen: een zienswijze dien je in als je de mogelijkheid van bezwaar en beroep wilt openhouden. Vervolgens ga je akkoord en dan denk ik: wat is daar dan de hogere wiskunde achter? Dat geldt eigenlijk ook voor de volgende agendapunten. Dus ik zal die vraag maar in een keer stellen, anders moet ik hem drie keer stellen. Bij het RUD geven we ook een akkoord met zienswijze en met GGD doen we dat weer niet. Hoe moet ik dat nu zien? Dus eigenlijk: wat is dan mijn zienswijze? De voorzitter: Dank u wel. De PvdA, mijnheer Overbeeke. De heer Overbeeke: Dank u wel voorzitter. De argumenten zijn eigenlijk al genoemd, dus wij kunnen instemmen met het voorgenomen raadsbesluit.
De voorzitter: Dank u wel. Dan D66, mevrouw Wierbos. Mevrouw Wierbos: Dank u wel voorzitter. Ook wij zagen dat het een zienswijze was en die ook een beetje qua tijd anders zat. Natuurlijk kunnen wij hier wel mee instemmen als D66. Ik had alleen wel gewoon een nieuwsgierige vraag. Het is nu gedekt met bescherming en opvang en alle gelden die daaruit zijn gekomen. En daar ben ik wel benieuwd, want dit gaat natuurlijk nog volgend jaar ook hetzelfde verhaal weer geven. Hebben wij dan weer vanuit bescherming en opvang een voordeel? Denkt u dat als wethouder?
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Dank u wel voorzitter. Nee, termijn inderdaad niet gehaald. Dus onze vergaderfrequentie kunnen we ook enorm gaan ophogen. Maar daar gaat u zelf over. Dan kunnen we ook in kortere tijd stukken behandelen. In dit geval hadden we ook de pech dat de ambtenaar die dit altijd behandelde hier intern een wissel is geweest. Dat zei ik net ook al bij jeugd. Dat is soms gewoon zoals het is en dan moeten wij iets langer wachten op een stuk. Als er in november dan geen sociale commissie is waar die op geagendeerd kan worden, dan wordt het december. Dus het is soms ook een beetje de samenloop die zo is. Maar gelukkig is het AB pas volgende week dus kan ik gewoon nog in ieder geval de avond meenemen en ook de Raad van volgende week zit nog voor het AB. Dus in die zin is het nog wel op tijd. Ook al niet op tijd met wat hier staat, maar wel om het nog met het AB mee te nemen. Nu is het inderdaad gedekt uit bescherming en opvang. Vorig jaar hadden we daar ook wat over. We gaan wel het komende jaar aan de slag met een nieuw plan voor bescherming en opvang en ik hoop vooral dat we eigenlijk de middelen daar goed gaan besteden. Want we hebben nog steeds te veel mensen die niet een plekje hebben en dat maakt dat we het overhouden. Dus ik hoop het eigenlijk niet.
Ik weet niet of dat een antwoord is op uw vraag, maar dat is in ieder geval hoe ik daar zelf in sta. Want dat was volgens mij wat u vroeg, hoe ik daar ook zelf over denk. Ik hoop dat we het niet overhouden, want dan hebben we echt meer mensen geholpen. Mevrouw Wierbos: Dat vind ik een mooi antwoord. Mevrouw Havinga: Dan de zienswijze. Bij de GGD, geloof ik, hebben we voorgesteld helemaal geen zienswijze in te dienen en dat hadden we hier ook inderdaad kunnen doen. Maar volgens mij is het… O niet, o niet. Hadden we niet kunnen doen. De voorzitter: Mijnheer Van Benthem. De heer Van Benthem: In de WGR staat dat iedere gemeenteraad in staat wordt gesteld een zienswijze in te dienen. Het instemmen is ook een zienswijze. En als je niet reageert, dan staat er keurig op het lijstje: zienswijzen ontvangen, van welke gemeenten, Eemnes heeft geen zienswijze ingediend. Dus dan is voor de WGR-partij niet duidelijk wat wij als Raad hiervan vinden. Dus het instemmen is ook een zienswijze. De voorzitter: Dank u wel en daarmee... Nou die komt zo meteen misschien nog terug. Dank u wel, dank u wel voor de beantwoording. Nog een tweede termijn? Mevrouw Bunt? Nee. Mijnheer De Zeeuw, Dorpsbelang? Heel goed. Mijnheer Roorda, VVD. De heer Roorda: Over de zienswijze, want het instemmen is dus een zienswijze.
Maar de definitie van zienswijze is volgens mij, zoals ik dat geleerd, dan is er een mogelijkheid tot bezwaar en beroep. Waarom is dat dan? De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Overbeeke, Partij van de Arbeid? Nee. Mevrouw Wierbos, D66? Nou, nog één vraagje: waarom is dat dan? De heer Van Benthem: De zienswijze waar u op doelt, is een zienswijze als ik een bestemmingsplan doe. Maar dit is een zienswijze van de deelnemende gemeenten op een begroting dan wel een jaarrekening en dat is niet iets voor bezwaar en beroep. Dus dit is een andere procedure, maar je kunt wel een zienswijze indienen. Maar je kunt vervolgens als het AB de begroting heeft vastgesteld niet meer als gemeente in bezwaar gaan tegen de vastgestelde begroting.
De heer Roorda: Eigenlijk is het een beetje een woordendingetje waar we tegenaan lopen. We noemen het eigenlijk iets raars. Ja oké. De voorzitter: Zo is het… Zo is het geregeld. Dank u wel. Kunnen we hiermee ook dit vaststellen als een hamerstuk naar de Raad? Ja, ja, ja, oké. Dank u wel. 5.02
Ontwerp bestuursrapportage 2024 en de tweede begrotingswijziging 2024 RUD Utrecht
De voorzitter: Dan gaan we naar 5.02, de ontwerp bestuursrapportage 2024 en de tweede begrotingswijziging 2024 RUD Utrecht. Dorpsbelang, mijnheer Raben. De heer Raben: Het is een positief verhaal ondanks dat de invoering Omgevingswet wat veel onzekere factoren kende. Er lijkt sprake van een solide financiering. De RUD treft effectieve maatregelen om te zorgen dat doelen zoals achterstand in de productie van de DVO's en de impact van het ziekteverzuim actief worden aangepakt. Het traject van de samenvoeging met de ODRU verloopt vooralsnog volgens plan, al zouden we hier van de wethouder graag een tussentijdse stand van zaken op willen ontvangen. Aangezien er geen sprake is van een financiële impact voor de gemeente Eemnes kunnen we instemmen met de zienswijze. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar de VVD, mijnheer Roorda. De heer Roorda: Hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. De Partij van de Arbeid, mijnheer Overbeeke. De heer Overbeeke: Dat geldt ook… Het wordt een beetje saai. Dat geldt ook voor de Partij van de Arbeid. Hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Wierbos, D66. Mevrouw Wierbos: Ook D66 kan hiermee instemmen. De voorzitter: Oké, dank u wel. En mevrouw Bunt, CDA. Mevrouw Bunt: Het CDA kan daar ook mee instemmen. De voorzitter: Dank u wel. Had ik van mijnheer Raben nog een soort vraag, een stand van zaken over de samenvoeging.
Ik denk voor de burgemeester, mijnheer Van Benthem. De heer Van Benthem: Dank u wel. Het fusieproces loopt eigenlijk heel voorspoedig, dus wat dat betreft komen er zowel bij de ODRU als bij de RUD geen lijken uit de kast. Dus dat is heel mooi. En het ministerie - ik moet even goed denken – IenM, heten ze tegenwoordig, ondersteunt deze fusie ook omdat dit zien als een van de voorbeelden in het land waar wij komen tot een robuuste omgevingsdienst. En dat betekent dat ze hebben gezegd dat ze ook met ongeveer 1 miljoen willen bijdragen aan de kosten van het fusieproces. Omdat ze zeggen van: we vinden dit echt heel mooi dat dit van onderop komt in plaats van dat wij het moeten afdwingen. Dus tot nu toe gaat alles goed en alle besluiten worden in goede harmonie genomen. Dus daar zijn we heel tevreden mee tot nu toe.
De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Raben? Ja, oké. Iemand anders nog? Kunnen we dit ook als een hamerstuk naar de Raad? Ja, dank u wel. 5.03
Begrotingswijziging 2024-1 GGD regio Utrecht
De voorzitter: Dan gaan we naar 5.03, de begrotingswijziging 2024-1 GGD regio Utrecht. Mijnheer Roorda, de VVD. De heer Roorda: Het wordt een beetje saai, maar ik denk dat we deze ook moeten hameren. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Overbeeke, Partij van de Arbeid. De heer Overbeeke: Dank u wel voorzitter. Ook hier weer de reden is cao-indexering en verhoging van werknemerspremies, verzekeringspremies. Dus daar is een reden voor. Wat mij wel opvalt, is dat er twee bedragen voor de verhoging genoemd worden in de nota. Het ene is 11.799 euro en even verder is het 11.904 euro. Dat scheelt niet heel veel, maar het is wel een beetje slordig misschien als er twee bedragen genoemd worden voor hetzelfde. Voor de rest kunnen we instemmen met het voorgenomen besluit. De voorzitter: Dank u wel. D66, mevrouw Wierbos. Mevrouw Wierbos: Dank u wel. Ook wij als D66 kunnen instemmen. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Bunt, CDA. Mevrouw Bunt: Vanuit de discussie van net vroeg ik me juist af: waar is nu de zienswijze dan? Maar dat is hem wel. Voor de rest kunnen wij instemmen. De voorzitter: Dank u wel. En dan mijnheer Raben, Dorpsbelang. De heer Raben: Het is een reguliere begrotingswijziging en het valt… Conform afspraken kaderbrief, valt binnen de begroting. Dus wat mij betreft hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder, mevrouw Havinga over de bedragen.
Mevrouw Havinga: Ik denk dat ik toch even een brief laat maken nog die ik dan voor de Raad als toevoeg, waarbij we formeel geen zienswijze indienen. Ik denk dat dat recht doet aan waar we het net over hadden. De voorzitter: Ja en volgens mij ook verplicht volgens de burgemeester net. Mevrouw Havinga: Daarom. De voorzitter: Kunt u nog iets vertellen over die… Het verschil in die twee bedragen van de Partij van de Arbeid? Mevrouw Havinga: Nee. De voorzitter: Is dat een typefoutje?