Transcript 5 juni 2023 Gemeente Eemnes Commissie BSM
Tekst van het document
Want uiteindelijk voeren wij het voor een groot gedeelte hier uit. En alleen als we het lokaal niet kunnen, dan gaan we weer naar een specialistische afdeling die dat dan oppakt. Dank je wel. De voorzitter: VVD, de heer Schade. De heer Schade: Een dank voor de beantwoording. En ik heb verder geen vragen. De voorzitter: Dan de PvdA, de heer Overbeeke. De heer Overbeeke: Ook dank voor de beantwoording. En wat mij betreft verder ook geen vraag. Ik heb de indruk dat het in de praktijk beter werkt als dat je uit een stukken kan lezen. Maar goed, dan hoop ik maar dat het zo is. En dat ik zal wel kritisch blijven volgen natuurlijk. Ik had nog een vraag gesteld over die lifestylemedewerker. Hoe die precies in dit verhaal past? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we nog een keer naar de wethouder, mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga-de Jong: Als eerste, dat kan ik natuurlijk nu niet in dit stuk meenemen, maar dat is dan een toezegging voor wat ik meega nemen in de uitvoeringsprogramma’s. Ik had hem ook als actie voor mezelf opgeschreven van, die moet ik even met de portefeuillehouders delen van, laten we inderdaad ... Want straks gaan we het over de GGD hebben. Daarin zeggen we ook van, geef ons gewoon inzicht in keuzes en wat willen we zelf? Dat moet inderdaad duidelijk zijn, denk ik, dat er wat te kiezen is. Het is natuurlijk wel zo dat we niet als ...
Kijk, we hebben lokale afspraken met Huizen over de uitvoering, maar het is wel de bedoeling om het zo uitvoerbaar mogelijk te maken, dat we daar wel als gemeentes op een soort zelfde manier over de uitvoering denken. Het moet niet zo zijn dat Eemnes heel veel extra dingen zou willen of juist helemaal niet zou willen, omdat dat voor de uitvoering wel weer heel belemmerend kan werken. Het moet wel zoveel mogelijk op elkaar lijken, maar ik denk dat het goed is om aan te geven in ieder geval in de uitvoering wat moet er wettelijk en wat is nice to have, om maar zo te zeggen. En zo verhoudt het zich ook tot het collegeprogramma. U vraagt om een duiding. Dan moet ik dat nu uit mijn hoofd doen. Maar we hebben bijvoorbeeld een scholierenregeling in ons collegeprogramma geschreven. We hebben iets over
ervaringsdeskundigen inzetten bij het ontwikkelen van beleid. Dat is in de HBEL niet zo omschreven. Ik probeer dat nu wel vanuit de Eemnesser gedachte in te brengen. Zo zijn er een aantal thema's die niet hierin zo naar voren komen. Dan het leefstijlpunt. Ik had er eigenlijk een paar klaar willen liggen. De officiële flyer van het leefstijlpunt, die afgelopen donderdag in drie gemeentes tegelijk geopend is, en hoe verhoudt zich dat? Want er is ook een Informatiepunt. Want dat hoor ik u eigenlijk misschien wel erbij denken. We hebben een informatiepunt van de HBEL. Nou is het zo, ik heb er maar twee. Ik had er niet genoeg. Het leefstijlpunt is in feite ook iets wat toe kan leiden naar de maatschappelijke zaakuitvoering, maar het kan ook richting een Versa. Het kan ook richting een sportvereniging. Het kan ook zijn dat er een schuldhulpvraag ligt. Het is een nog breder loket eigenlijk, waar je terecht kan bij iemand die de lokale setting van de drie gemeentes heel goed kent. En het sluit eigenlijk aan in wat het JGT doet en wat HBEL doet. En het is een antwoord op de vraag die de huisartsen hebben hier in de regio. Namelijk, laat ons alsjeblieft verwijzen naar iets niet-medisch waar mensen ook dan vervolgens opgepakt worden. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk rond. En alle vragen zijn beantwoord. Dan ga ik ervan uit dat dit een bespreekstuk in de raad wordt.
5.7 (Ontwerp)begroting 2024 en jaarstukken 2022 GGDrU De voorzitter: Dan komen we bij 5.07, de ontwerpbegroting 2024 en de jaarstukken 2022 van de GGD-regio Utrecht. En ik was weggebleven bij het CDA om als eerste het woord te hebben. De heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank je wel, voorzitter. Goed, daar ligt een vrij kritische zienswijze. Dank voor het opstellen ervan. En daar kunnen we ook eigenlijk volledig mee instemmen. We zien natuurlijk dat er ontiegelijk veel bladzijden nodig is om een jaarrekening alleen uit te leggen. Ik zeg altijd, als je zoveel bladzijden nodig hebt om iets uit te leggen, dan klopt er iets niet. Wat meer duidelijkheid over de verdeling en in ieder geval dat er een korte balans zit en dat soort zaken. Dat je een overzicht ook hebt van, hoe staat het ervoor en ook wat betekent het voor Eemnes? Dat soort zaken mis je gewoon volkomen eigenlijk. En wat dat betreft, ik ben blij met deze zienswijze. Ik hoop ook dat ze deze ter harte nemen voor de komende jaren, want anders hebben we natuurlijk nog niks. Maar in ieder geval blij dat er nu eindelijk een kritische zienswijze ook hiervoor ligt. En dank daarvoor. De voorzitter: Dank u wel. DorpsBelang, de heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Ik sluit me aan met CDA met betrekking tot die kritische zienswijze.
Nou is, moet ik eerlijk zeggen, ook wel deze organisatie niet iets wat wij erg positief op ons netvlies hebben zitten. We hebben recent nog een keer een belangrijk project gehad wat afgeschreven moest worden, omdat ze het niet tot het einde hebben kunnen uitvoeren. Dat liep aardig in de nullen, om het zomaar te zeggen. En ik moet ook zeggen, als je dit leest, heb je niet de indruk dat je te maken hebt met een organisatie die echt goed functioneert. En schijnbaar ook met personeelsbeleid, of die marktconform werken en dergelijke en investering. Zoals in de zienswijze ook wordt gezegd, geen inzet op kostenbesparing en efficiency. Geen mogelijke samenwerking met andere regio's, gebrek aan focus en keuzes. Er is nogal wat aan de hand. Je krijgt niet een warm gevoel als je dingen hoort over deze organisatie. Dat is in het algemeen. Dat is goed afgedekt met die zienswijze. Wat ons wel opvalt, dat stuk heet begroting 2024 en jaarstukken 2022. Daar staat geen woord over het jaar 2002 in. In ieder geval niet over de centen. De financiële informatie ontbreekt daarvoor. En daardoor is het ook heel moeilijk het verband te leggentussen de begroting van 2022, het plaatje voor 2023 en dan de begroting die ze voor de komende jaren hebben neergelegd. En bij de begroting van het komende jaar gaat het alleen over de stijging. Maar ik heb geen idee wat we uiteindelijk uitgeven
daar. Mijn advies zou zijn om toch wel een plaatje toe te voegen waarin we in ieder geval het hele verband van tussen de regio in zijn geheel en dan 2023-‘24 en de komende jaren, wat het bezet is, wat de toename is, et cetera. Dat we gewoon een idee hebben waar het eigenlijk financieel over gaat. En ook Eemnes. Voor de totale regio en voor Eemnes naast elkaar. Als dat zou kunnen, zou heel fijn zijn, want nu is het eigenlijk, je weet waar het stijgt en dat het stijgt met 21 procent, schijnbaar. Als dat zou kunnen, heel graag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de VVD, de heer Roorda. De heer Roorda: Dank u wel. We hebben hier te maken met een GGD die echt een maatje groter is dan wij. Zij verbranden per jaar zijn 180 miljoen. Dan zou je toch verwachten dat je daar wat professioneler uit de hoek komt en dat je inderdaad een beleid maakt. Maar wat er nu gebeurt, ons functiehuis klopt niet. We krijgen inflatiecorrectie. Gooi je het maar over de muur. De gemeenten gaan dat betalen. En er is geen visie inderdaad, hoe gaan we dat dan op lange termijn oplossen? Want dat kun je niet blijven doen zo. Daarmee ben ik helemaal eens met de zienswijze. Het had van mij nog wel een tandje scherper gemogen. De wethouder zit in het bestuur van de VVD. Van de VVD? Van de GGD. Gelukkig niet in het bestuur van de VVD.
Kijk, als je bijvoorbeeld kijkt naar de jaarrekening van de BEL Combinatie, daar wordt keurig aangegeven van wat de formatie is en hoe we daarmee omgaan, wat dat kost. De GGD volstaat met te zeggen, we hebben 8.200 man in dienst, het kost zoveel en we hebben een ziekteverzuim van 7,5 procent. En that’s it. Dat denk van, kun je in het bestuur niet eens een keer vragen van, werkt dat eens even een beetje uit. Dat zou je toch wel mogen verwachten van een dergelijke grote organisatie, want volgens mij zit daar nog heel wat in. En dan zijn ze gewoon in staat om hun begroting op 0,35 procent in totaal uit te geven. En dan denk ik, hoe dan? Verder, als je kijkt in de zienswijze, de laatste zin, dat boeide en dat intrigeerde mij. Daarnaast blijft de gemeente Eemnes aansturen op een zo intensief mogelijke samenwerking met de regio Gooi en Vechtstreek, immers wij maken ook deel uit van de BEL Combinatie en Blaricum en Laren vallen daardoor onder de GGD Gooi en Vechtstreek. Is dit een schot van de boeg van, we gaan er vandoor en we gaan naar de GGD Gooi en Vechtstreek, als het niet beter wordt? Of hoe moet ik dat interpreteren? De voorzitter: Dank u wel. Dan de Partij van de Arbeid, de heer Overbeeke. De heer Overbeeke: Dank u wel, voorzitter. Er is al het een ander over gezegd. Wij zijn het zeer eens met de zienswijze.
Het is een vrij pittige zienswijze voor een kleine deelnemer en die grote GGD-organisatie. Maar dat mag ook wel, gezien de manier hoe de GGD omgaat hiermee. We zijn het eens met die zienswijze en ook met het voorgestelde besluit. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij D66, mevrouw Wierbos. Mevrouw Wierbos: Dank u wel, voorzitter. En ook van ons een compliment over die kritische zienswijze. Mooi geschreven. We hebben die stukken ook echt wel doorgenomen. En weet je, de GGD is juist de plek waar je op preventie nu gaat zitten. En ik zie heel veel staan over dat IZA en GALA en de WOZO en al die dingen die eraan gaan komen. En wat me opvalt, is dat er heel erg ingezet op wordt van, dat gaat er aankomen, dat gaat ons misschien wel helpen. En ik denk dat daar een kleine verwarring gaat ontstaan, want dat is niet alleen voor de GGD, het is ook voor de gemeente. En daar zitten gelden in die eigenlijk al bestonden en die gewoon nog opnieuw verder ingezet worden. Maar er zitten ook gelden in die nieuw zijn. En dat moet opnieuw verdeeld worden. Als de GGD denkt dat ze daar dan een groot gedeelte van kunnen krijgen, dan gaan ze misgrijpen, ook in Utrecht. Dan het stukje over die loonstijgingen en die indexeringen. Het was al eerder aangegeven vanavond, die zzp'ers die steeds meer in beeld gaan komen, dat gaat ook bij de GGD gebeuren. Ik
ben heel benieuwd hoe dat er in de toekomst uit gaat zien. Hoe dan ook, we staan zeker achter die zienswijze en we zijn dan ook heel erg benieuwd wat de reactie daaruit gaat zijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de wethouder, mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga-de Jong: Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor de steun voor de zienswijze. Hij is inderdaad wat kritischer van toon dan denk ik voorheen was. Dat komt ook denk ik door wat er het afgelopen jaar voorbij is gekomen hier, als het gaat om de GGD en de zorgen die er zijn. En ik deel het idee wel, als je zoveel bladzijdes nodig hebt, twee keer een slordige negentig bladzijdes om iets te vertellen over het afgelopen jaar en het komende jaar, dan is er wel echt iets aan de hand. Ik zal vragen om nog even een plaatje toe te voegen voor hoe de jaren zich verhouden ten opzichte van elkaar. Dat u dat nog schriftelijk ontvangt. Ik snap dat dat wel duiding geeft. Die laatste zin, waar de heer Roorda het over heeft, als het gaat over de GGD Gooi en Vecht of Utrecht. Dat is niet een voorsorteren op, maar dat is eigenlijk nog een keer een bekrachtiging van iets wat we in een eerdere zienswijze op de Kadernota hadden aangegeven om eens goed te kijken naar die samenwerking. En ik heb daar tot op heden nog niet zoveel van gemerkt.
Ik dacht, laten we hem nog een keer benoemen, omdat ik dat heel belangrijk vind, omdat juist bij ons die jeugd wordt gezien door Gooi en Vecht. De jongeren, de JGZ, dat wordt gezien door regio Utrecht en daar is echt wel een uitwisseling. Het is niet zo dat dat los van elkaar bestaat. Maar wat mij betreft, kunnen ze ook best wel leren van elkaar. Daarom nog een keer deze aanmoediging erin, maar geen voorsorteren. Dan het IZA en het GALA. Het is zo dat Eemnes in principe daar niet aan meedoet als het gaat om de GGD. Dan doen wij weer mee met Gooi en Vecht, omdat het inderdaad vasthangt aan je zorgregio. En dat is bij ons niet regio Utrecht, maar dat is bij ons regio Gooi en Vechtstreek. Het is wel zo dat in de regio of in die zin de provincie Utrecht door een grotere taak aan de GGD is geven dan hoe wij daar in de Gooi en Vecht mee omgaan. Zij doen wel veel in de voorbereiding nu. Hebben ze gewoon een ander soort rol. Maar goed, ik ben er maar minimaal op aangehaakt. Ik zou ook niet kunnen vertellen hoe en wat. Dat betekent dat er wel voor hen iets meer in de pap te brokkelen is dan hoe wij dat in ieder geval in de regio Gooi en Vechtstreek aanpakken met de GGD. En dan uw zorg rondom personeel. Die is bekend. En dat is ook wel een duiding die ze hebben gegeven eerder. Niet zozeer in dit stuk, maar wel aan het bestuur.
We hebben een heidag gehad met de GGD, waar ze eigenlijk al hun dilemma’s, die u ook hier wel kunt lezen, we hebben een dilemma op personeel, op ons functiehuis, we hebben een dilemma als het gaat om ICT en om toekomstbestendigheid. Al die onderwerpen hebben ze aan de bestuursleden wel goed voorgelegd en ook wel wat cijfers bij geduid die hier niet instaan. Ze hebben ze wel degelijk op orde, maar ze zijn hier inderdaad niet toegevoegd. Was wel netjes geweest. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk even voor een tweede rondje. CDA? De heer Seldenrijk: Nee, dank je wel. Wij kunnen instemmen met de zienswijze. Wat ons betreft akkoord. De voorzitter: Prima. DorpsBelang. De heer De Zeeuw: U triggert me toch een beetje, omdat u zegt dat Gooi en Vechtstreek dingen lichter heeft of minder uitgebreid heeft aangepast. Is dat dan wellicht een reden om die kant op te gaan, want zeker als we bij een logge, niet goed functionerende organisatie op dit moment zitten. De voorzitter: Mevrouw Havinga meteen maar even. Mevrouw Havinga-de Jong: Dat bedoelde ik niet. Het is alleen zo dat je in de voorbereiding op het IZA en het GALA ... Maar u wordt volgens mij donderdag helemaal bijgepraat over, hoe zit het met die brede SPUK? Daar
maak je natuurlijk een rolverdeling. En in de regio Gooi en Vecht doen we dat op een andere manier dan in de provincie Utrecht en de regio Amersfoort. De voorzitter: Dan ga ik door met de VVD, de heer Roorda. De heer Roorda: Ik proef wat kritische noten. Maar dat heeft het college al verwoord ook. Nu vraagt het besluit om in te stemmen met de zienswijze. En de jaarstukken en de Kadernota wordt ons ter kennisname aangeboden. Wil dat zeggen dat de raad daar niks meer over zegt? Zeggen wij alleen iets over de zienswijze? Want ik had zoiets van, misschien moeten we gewoon eens een keer tegen de jaarrekening stemmen of zo, of niet instemmen. Maar ik weet niet of dat aan de orde komt nog. Dat wilde ik even weten. De voorzitter: Partij van de Arbeid? D66? Nee. Mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga-de Jong: Hij is inderdaad niet voor u. U kunt tegen de begroting stemmen. Maar dan moet er een motie komen. De jaarstukken zijn vastgesteld. U kunt een motie indienen dat u het niet eens bent met de begroting. De voorzitter: Dan kijk ik even rond of we hier in de raad nog een woord aan wijden of dat het een hamerstuk is? Hamerstuk. Prima. Dank u wel. 5.8 Wijziging reglement van orde raad en commissies De voorzitter: Dan kom ik bij 5.08, wijziging reglement van orde van raad en commissies.
De heer Schade en eventueel aanvullend de heer Defferding zullen vragen hierover, opmerking hierover beantwoorden. En ik begin bij DorpsBelang, want daar was ik gebleven. De heer Pouw. De heer Pouw: Dank je wel, voorzitter. Dan meteen mijn complimenten aan de leden die in de commissie zaten voor de nieuwe verordening of het nieuwe stuk en ook de griffier heeft daar haar best voor gedaan. Ook dank daaraan. Ik had wel een paar punten. Ik was even benieuwd wat precies dan de overweging was om die punten die ik zo meteen te berde breng vanuit de commissie, laat ik het zo maar even zeggen. Ik begin eerst, niet dat het andere allemaal negatief is, maar met een compliment. Ik ben heel blij dat de commissie heeft opgenomen dat er bij een commissievergadering zoals vanavond, als we insprekers hebben, dan doen de mensen hun zegje, even oneerbiedig gezegd. Dan gaat de commissie erover het debat aan of krijgen ze hun ronde. En dan zie ik bij veel mensen, en dat heb ik zelf ook toen een keertje, voordat ik raadslid was, heb ingesproken, dat wil je nog graag iets zeggen of je zegt van, ze begrijpen het niet goed of ze hebben het net niet te pakken. En dan hebben ze geen mogelijkheid meer om later hun zegje nog te doen. En die is nu met die ene minuut opgenomen. Dat vind ik heel goed dat die opgenomen is. Dan had ik eigenlijk een vraag. Ik heb een aantal punten nog.
Zoals ik het nu lees, is de verandering dat een raadslid of een burgerlid niet kan inspreken, nou kan ik me voorstellen dat als ik hier samen met de heer De Zeeuw als DorpsBelang zit en een andere fractiegenoot vanuit DorpsBelang gaat hier zitten en die spreekt in, niet als privépersoon, maar als raadslid DorpsBelang, dan zou je zeggen, leuk, beste inspreker, maar er zitten al twee van uw partij, die zijn mondig genoeg om het woord te voeren. Maar ik kan me voorstellen dat een raadslid, ieder zoals u hier zit, maar ook een burgercommissielid, ook gewoon een privépersoon is. Ik was even benieuwd wat de overweging was om het spreekrecht van een privépersoon weg te nemen, in dit geval. Dat is de vraag die ik had. Dan de volgende vraag is ... Bij de vorige wijziging van het reglement van orde hebben we toegevoegd dat er een extra burgercommissielid kan komen. En we hebben zelfs toegevoegd, volgens mij was dat op het conto van DorpsBelang dat die niet op een verkiezingslijst hoeft te staan. Want dan zou je kunnen denken,
dan kan zo iemand mooi meedoen. De heer Roorda was volgens mij een mooi sprekend geval. Kan hij toch actief zijn. Hoeft hij niet drie, vier jaar te wachten. Perfect. Nu lees ik dat ... Maar toen hadden we wel zo dat de commissie in ieder geval bemand moest worden met een raadslid. En nu begrijp ik dat dat in een uitzonderlijk geval dan overboord gegooid kan worden. Dat er twee burgercommissieleden zitten. We hebben in het verleden dat juist niet opgenomen, omdat we weleens te maken ... Of althans, ik denk dat de heer Seldenrijk dat ook wel kan beamen. Dat er dan in de commissie iets werd gezegd en in de raad totaal iets anders. Of dat een raadslid in de raad eigenlijk een herhaling van zetten deed, omdat hij niet aanwezig was bij de commissiebehandeling. Ik snap dat je een uitzondering kan hebben voor als iemand ziek is of iets dergelijks, maar is het dan niet beter dat we, en ik snap dat dat niet één, twee, drie zo ... Dat het best wel lastig is Maar dat we iets concreet of voorbeelden aangeven wanneer dat dan een uitzondering zou zijn. Het moet niet zo zijn, en dan zeg ik het maar even heel raar van, mevrouw Van der Linde, ik heb vanavond geen zin. Ik bel even de heer Roorda op en klaar. Zo werkt dat niet. Even gewoon een voorbeeld. Ik was benieuwd van, kunnen we niet concreet van tevoren al tackelen wanneer het wel of niet kan? Dan had ik nog een andere vraag.
Dat gaat over het seniorenconvent. Acht jaar geleden had je een seniorenconvent. En daar kon je als raadslid bijzitten. En dan had je net zoals iedereen gewoon je geheimhoudingsplicht. Bij het vorige reglement van orde is dat puur des seniorenconventsleden. Die zouden formeel ook niks tegen hun fractiegenoten mogen zeggen. Ik durf wel in grote stelligheid te beweren dat dat voor heel veel lastig is, maar goed, dat even terzijde. Nou snap ik dat het in het seniorenconvent ... Vaak gaat het over personen. Nou snap ik dat allemaal wel. Maar ik heb zelf ook al eens in het seniorenconvent gezeten. En dat gaat ook weleens over politieke dingen. En ik vind eigenlijk dat als het op politieke dingen zit, dan moet dat niet te lang nog bij het seniorenconvent blijven. Ik zou eigenlijk oproepen dat als het een politieke zaak is, dat het eigenlijk op een redelijk korte termijn ook wordt gedeeld, uiteraard vertrouwelijk, met overige raadsleden. Dat is ook wel een punt die ik wil inbrengen. En dan kom ik volgens mij bij mijn laatste punt. Dat is de spreektijd bij de commissie. Ik had altijd begrepen dat het per onderwerp een half uur was. Nu staat er voor de hele avond is het een half uur. Nu gebeurt het niet vaak, maar ik heb dat weleens meegemaakt dat je maar drie gewichtige stukken hebt. Hele zaal vol. Mensen bereiden zich allemaal thuis voor om in te spreken.
En dan moet je als voorzitter zeggen van, ik moet even schorsen, want ik moet even uitrekenen hoeveel spreektijd u heeft, want ik heb namelijk drie onderwerpen en ik heb per onderwerp vijf insprekers. Sorry, u heeft een minuut en veertig seconden om in te spreken. En die mensen hebben thuis alles netjes voorbereid. Nou snap ik dat dit ook wel een leidraad is voor een voorzitter, maar ik zou eigenlijk niet zo heel zwart-wit die dertig minuten voor de hele avond. En dan liever of per onderwerp een bepaalde tijd of voor de hele avond een bepaalde tijd. En nogmaals, dan snap ik ook wel dat het presidium niet zes stukken gaat agenderen. Dat hebben we ook nooit. Maar ik heb weleens meegemaakt dat er ... De heer Hagen was een keertje voorzitter. En die ging toen inderdaad zitten rekenen. En die zei toen, u heeft anderhalve minuut spreektijd. Dat ga ik als voorzitter in ieder geval niet doen. En ik denk dat we hier met zijn allen het wel eens zijn, als we waarde hechten aan insprekers en het ook serieus willen nemen, dat we ieder geval niet dat moeten beperken door een rekentrucje of althans zitten uit te rekenen dat diegene maar één of twee minuten inspreektijd heeft, want dan neem je dat ook niet helemaal serieus. Ik wilde toch vragen of daar nog ruimte is. En eigenlijk wil onze partij die ruimte ook hebben op papier. Dat is mijn vraag dan.
En volgens mij heb ik dan alle punten gehad. Nogmaals complimenten aan de samenstellers. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de VVD, de heer Schade. De heer Schade: Ik heb geen vragen aan mezelf. Dank u wel.
De voorzitter: Ik moet het toch officieel doen. Ik kan u moeilijk overslaan. Dan kom ik bij de Partij van de Arbeid, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Dank u wel. Allereerst ook complimenten aan de raadscommissie en griffier die dit weer netjes in orde hebben gemaakt. We moeten denk ik vaststellen dat de hele manier waarop we in Eemnes met elkaar vergaderen over het algemeen heel ordelijk en netjes is en dat er ook geen aanleiding was om de boel helemaal op de schop te gooien. En met de aanpassingen die voorgesteld zijn, zijn wij in principe ook blij. We hadden daar wel dezelfde vraag over als de heer Pouw. En om man en paard maar even te noemen, is die toevoeging van dat artikel 62.1, dat een raads- of commissielid niet mag inspreken ... Heeft dat betrekking op de situatie van de heer Seldenrijk laatst? Zou die situatie zich dan niet meer voor kunnen doen? Want als je hem zo leest, lijkt het erop dat dat niet meer kan. En het heeft in de krant gestaan en eerst kritisch en toen heeft de journalist dat later door een bestuurskundige laten uitzoeken dat dat wettelijk ook gewoon moet kunnen, dat je als privépersoon je eigen belangen hier moet kunnen verdedigen. Wat dat betreft, als ik deze aanpassing zo moet interpreteren, ben ik het er niet mee eens. En dan ben ik benieuwd naar het antwoord.
Verder heb ik ook de gelegenheid even te baat genomen om de bestaande niet aangepaste secties van het reglement van orde even doorgenomen. En toen viel mijn oog op artikel 24 lid 3. Misschien weet u het niet allemaal uit uw hoofd. Ik moet hem zelf ook eventjes erbij zoeken. Even kijken hoor. Artikel 24 lid 3. Daar staat eigenlijk, in een termijn mag je niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. En het woord interruptie komt hier nergens voor eigenlijk. Dat is niet helemaal in overeenstemming met de praktijk, zoals die nu is. En als je dit naar de letter van de regels zou interpreteren als voorzitter van de commissie of de raad, dan zou dat de discussie wel helemaal doodslaan. De praktijk is gelukkig wat anders, maar de formulering lijkt me niet helemaal correct. En dan artikel 54. Dat gaat over de samenstelling van commissies. En wat ik daar mis, uiteraard de leden van de commissie, dat zijn de commissieleden waarbij wij ook blij zijn dat er een tweede burgercommissielid in bijzondere omstandigheden mag invallen. Maar wat ik daar mis, is dat de wethouder ook wel geacht wordt, of de portefeuillehouder geacht wordt aanwezig te zijn. En dat staat er niet bij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan D66 nog iets zeggen? Ik vind dit een beetje ... De heer Defferding: Ik was erbij.
Ik kan me voorstellen in het voorstel, maar ik luister natuurlijk ook naar de reactie die daarop komt. De voorzitter: Prima. Dan krijgen we straks ... Dan kom ik bij het CDA, de heer Van Schaik. De heer Van Schaik: Dank u, voorzitter. Artikel 62 lid 1, het spreekrecht inzake raads- en burgerleden. Dat stelden wij voor om te schrappen, want een raadslid is ook gewoon een burger uit de gemeente en zal door zijn benoeming nu het spreekrecht verliezen. Het is daarom zuiverder om wel in te kunnen spreken als raadslid of burgerlid, maar je daarna natuurlijk, als er een raadsbesluit genomen moet worden, onthouden van stemrecht. Wijziging artikel 54 zijn we ook tegen. We zijn tegen om alle raadsleden vanuit een fractie structureel te kunnen vervangen voor commissieleden, daar de zinsnede in uitzonderlijke omstandigheden enigszins wat discutabel is. In het verleden is het ook weleens fout gelopen. We hebben wat voorbeelden gehoord. Ik zal niet een naam of fractie noemen, maar er zijn weleens bijzondere situatie geweest dat in een commissie de leden tegen waren, maar in de raad in ene voor waren, omdat dat volledig andere personen waren die in de commissie zaten dan in de raad het besluit namen. Uitzondering daargelaten echter. Want er zijn natuurlijk ook eenmansfracties. En voor eenmansfracties zeggen wij van, dat is wel zo bijzonder dat er dan helemaal niemand vanuit de fractie is.
Dan mag hij wel vervangen worden voor een ander lid vanuit die fractie. En dat kan een steunfractielid zijn, burgerlid, als hij dan verhinderd is als raadslid zelf. Wij zien dan wel
graag, indien dat mogelijk is, dat dat vooraf ingebracht wordt, voortijdig. En misschien wel zelfs bij het presidium, wat vooraf is aan zo'n vergadering, zodat daar ook goede duiding is van reden waarom hij vervangen zal worden, die persoon. Artikel 62 lid inspraak burgers, ook al vanavond aan de orde gekomen. Dertig minuten per agendaonderdeel dan wel de limiet van dertig minuten als maximale inspraak op een avond. Eenieder heeft recht om in te kunnen spreken. En laten we zeggen voor een X-aantal minuten inderdaad. En dan zou het aan de voorzitter wellicht kunnen zijn om toch te beoordelen of dit niet allemaal protestsprekers zijn, die maar gebruik willen maken van het feit dat. En allemaal over hetzelfde item hun plasje willen leggen, puur om de raad bezig te houden, dan dat het inderdaad serieuze sprekers zijn die afzonderlijk gehoord kunnen worden. Waarbij ik dan wel de voorzitter het recht wil geven om een max te stellen van dertig minuten, indien het inderdaad van die plasjes sprekers zijn. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik als eerst het woord aan de heer Schade voor reactie, beantwoording, et cetera. De heer Schade: Dank u wel, voorzitter. En mijn bewondering voor wethouder en burgemeester die fris van de lever al dit soort vragen op zich afgestuurd krijgen en ze dan moeten beantwoorden. Is enorm gegroeid, kan ik u vertellen.
En ik hoop dat ik uit mijn gekriebel nog wijs kan worden. Ik ga het niet per fractie beantwoorden, omdat een aantal vragen dezelfde zijn. Aanleiding, dat was een vraag. De aanleiding voor de wijziging van het reglement van orde was niet zozeer dat wij ontevreden moeten zijn met het huidige reglement of ontevreden over de wijze waarop we vergaderen, maar de VNG heeft een nieuw standaardreglement opgesteld en wij als raad van Eemnes, of als commissie van de raad van Eemnes vonden dat dat een goed verhaal was. De wijzigingen zijn vrij beperkt. De voornaamste zijn hier duidelijk benoemd. En als eerste kom ik dan bij de vraag waarom ervoor gekozen is om een raadslid of burgercommissielid geen recht te geven op inspraak. Twee argumenten zijn daarvoor. Het eerste is, een raadslid heeft al zoveel podia om zijn standpunt naar voren te brengen. Dat begint als raadslid bij het presidium waar of de fractievoorzitter zit of waar je via de fractievoorzitter je standpunt als raadslid naar voren kunt brengen. In de commissie kun je dat doen. En last but not least, in de raad zelve kun je je uitgebreid uitspreken over je standpunt. Tweede argument is het spiegelbeeld daarvan.
Waarom hebben wij een inspreekmogelijkheid voor burgers ingesteld? Dat is om mensen die geen rechtstreekse stem hebben in de gremia die ik net noemde, burgers van Eemnes of andere belanghebbenden, want je hoeft helemaal niet een inwoner van Eemnes te zijn. Je kunt ook als Amersfoorter hier komen inspreken. Dat is hun enige mogelijkheid om hun standpunt aan ons te presenteren. Als we zeggen van, raadsleden kunnen het ook, dan zouden wij als raad met zijn dertienen ons aanmelden als inspreker voor een commissie en is er geen tijd meer voor de burger. Onze argumenten. Een raadslid of een burgercommissielid heeft of rechtstreeks of via zijn fractie een aantal malen de mogelijkheid om een standpunt naar voren te brengen. Een burger heeft maar één mogelijkheid, die moet niet in de wielen gereden worden door de raadsleden. Over het feit dat wij gezegd hebben, burgercommissieleden mogen in de commissie ook zonder aanwezigheid van een raadslid. Daarbij hebben we met name de eenmansfracties voor ogen gehad. Als we dit niet zouden toelaten, zou D66 bij vakantie of onverhoopte ziekte van mijnheer Defferding niet vertegenwoordigd zijn in ... Dat willen wij absoluut niet doen. En hebben we ook gezegd van, zo nu en dan zal er een onderwerp zijn, en ik kijk nu heel voorzichtig schuin naar links, waarbij een burgercommissielid een meer gezaghebbende inbreng kan hebben dan ik bijvoorbeeld.
En daarom ben ik altijd blij dat mijnheer Roorda meekomt voor de financiële onderwerpen als burgercommissielid. Maar stel dat ik er niet ben, dan zou het toch jammer zijn als mijnheer Roorda niet zou mogen spreken. Burgercommissieleden zouden in uitzonderingsgevallen ook zonder aanwezigheid van een raadslid, commissielid hier moeten kunnen zijn. Wat moet ik eigenlijk gaan vragen? Wat sla ik nog over? De spreektijd beperking is een goed punt. En het was mijnheer Pouw die zei van, als er drie hele zware
onderwerpen op de agenda zijn, waardoor de hele zaal vol zit met belanghebbenden die graag hun zegje willen doen, dan is dat één een soort planningsfoutje van het presidium geweest. Maar als het niet anders kan en dat die drie hele belangrijke onderwerpen tegelijk behandeld moeten worden, dan denk ik dat het goed is dat we in het reglement woorden als in principe of iets dergelijks opnemen. En dat dan de voorzitter kan bepalen dat de inspreektijd verlengd wordt. En dat die dertig minuten zeker niet in graniet gehakt staat. En dan is het geloof ik gebruikelijk dat je zegt, en hiermee meen ik alle vragen beantwoord te hebben. Daarna zal de hel losbarsten, neem ik aan. De voorzitter: Ik kijk nog even naar de heer Defferding of u nog een aanvulling heeft. Als het goed is, mijnheer Schade. De heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel, voorzitter. Ik had ook meegeschreven en nog wat dingetjes opgeschreven. Mijnheer Van den Brink vroeg nog of de portefeuillehouder ook aanwezig moest zijn bij de commissie of bij de vergaderingen. Volgens mij gaat dit reglement van orde niet over de samenstelling van de collegeleden die dan wel of niet aanwezig zijn, maar om de leden van de raad of van de commissie en maken zij daar geen onderdeel van uit.
En als ik dan zo vrij mag zijn, wil ik toch nog wel eventjes ingaan op dat puntje van twee commissieleden waar geen raadslid bij aanwezig hoeft te zijn. En wat erover gezegd werd, is dat als er dan in een commissie door twee commissieleden een bepaald standpunt wordt ingenomen, dat er dan in de raad opeens een ander standpunt wordt ingenomen door het raadslid. En alhoewel dat misschien wel wat verwarring kan geven, is dat vooral voor de fractie zelf die zichzelf daarmee op een beetje onhandige manier op de kaart zet en verwarring zaait naar de andere leden toe. Maar ik denk dat het vooral het probleem is van de fractie zelf, die daarmee zijn politieke overwegingen misschien niet helemaal goed op het toneel brengt. Dat waren nog de aanvullingen die ik hierop had. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan maak ik nog een rondje. De heer Pouw van DorpsBelang. De heer Pouw: Graag. Dank voor de beantwoording en toelichting. Wat betreft het seniorenconvent, daar bent u niet op ingegaan, maar het hoeft niet van mij aangepast te worden. Het enige wat ik mee wil geven, en met name ook dan aan de burgemeester maar, dat ... Precies. Dat we met privédingen en over personen, hoef ik allemaal niet te weten. Maar als er politieke punten zijn, dat dat niet pas na zes weken een keertje bij de rest van de raadsleden bekend wordt. Maar goed, dat is bekend. Mooi.
Dan wat betreft het inspreken van een raadslid of een burgercommissielid. De heer Schade, u brengt het net zo, als raadslid bent, maar er gebeurt iets bij je voor de deur of weet ik veel wat, en daar ben je niet mee eens, of met een wijkschouw of ... Dat je dan maar bij je eigen fractie of via je presidium en zo eigenlijk je punt door moet brengen. En dat vind ik juist not done. Het is juist zo ... Laat ik het zo zeggen. Als ik bij mij iets voor de deur heb, dan zou ik als raadslid het volgende standpunt innemen. Ik zeg tegen mijn fractie, het is in mijn achtertuin. Ik bemoei me er niet mee. U gaat helemaal uw eigen gang. Bas Pouw zit op de gang. Gaat met de besluitvorming in de zaal zitten. Punt. Zou ik het een beetje raar vinden als ik mijn punten door ga zitten drammen bij mijn fractie. Maar dit wil niet wegnemen dat ik dan wel eventueel de mogelijkheid wil hebben om hier als individueel burger gewoon eenieder hier ervan overtuigen wat ik als privépersoon daarvan vind. En die kans wordt nu ontnomen. En ik vind het toch jammer dat het zo eruit uitgehaald is. Ik denk dat ik in de in de raad daar nog wel op terugkom. Wat betreft de eenmansfractie. Ik snap heel goed dat het voor één persoon heel lastig is en voor twee personen al een stuk makkelijker. Alleen de argumenten die u gaf volg ik allemaal, op één argument na. En dat is als het om een bepaald onderwerp gaat.
Dat vind ik net een beetje ... Dan zou u elke keer een andere samenstelling kunnen hebben, waar dan raadsleden er niet bijzitten, omdat die toevallig dan ... Ik denk van, als u er niet was, dan zit mevrouw Van der Linde hier, kan de heer Roorda ook prima daarnaast
zitten. Maar dan is wel een raadslid in ieder geval aanwezig. Vandaar dat ik ook vroeg van, kunnen we de uitzonderingen niet een beetje concreet maken? En kijk als je ziek bent, dan ben je ziek. Dat weet je van tevoren niet. Dat snap ik ook wel. En als u zegt, ik ben met vakantie of ik moet voor mijn werk echt ... Heb ik 's avonds een congres. Ik kan er echt niet bij zijn. Dan vind ik allemaal niet erg. Maar dat moet wel legitiem zijn. En ik ga niet van tevoren iets al zeggen dat ik denk dat jullie dat zullen zijn, maar het moet niet zijn, ik heb vandaag even geen zin, ik bel maar even op van .... Dat geloof ik ook wel, maar dat zou nu wel kunnen. Ik wil uitzonderingen gewoon iets concreter hebben. En dan het punt voor de inspreek. Ben ik blij dat in ieder geval u wil toevoegen in principe dertig minuten. En dat het ook aan de voorzitter is om te proeven hoe vanavond loopt, zodat het niet te genieten is. Dat is mooi. En volgens mij heb ik dan alle punten gehad. De voorzitter: Interruptie van de heer Defferding. De heer Defferding: Nog even. Dank u wel, voorzitter. Over dat puntje van wanneer dat tweede burgercommissielid dan zou mogen aansluiten. Want we hebben daar best wel in de commissie ook een tijd over gesproken. En eigenlijk geeft u precies de goede voorbeelden aan waarin dan dat tweede burgercommissielid zou moeten aansluiten, uitzonderlijke gevallen.
Ziekte en een andere activiteit die echt niet anders kan. En niet van, ik heb geen zin, laten we even iemand anders naar voren schuiven. We hebben het er ook nog over gehad om die beslissing nog bij de voorzitter van de vergadering te laten, om dat wel of geen goed idee te vinden. Maar het gaat om die gevallen die u inderdaad noemt en niet ... En als we dat even moeten omschrijven ... Maar ik denk niet dat je een allesomvattende opsomming kan geven, want dan zul je net die omstandigheid hebben die dan niet omschreven staat. Maar we dachten met uitzonderlijke gevallen dat dat al voldoende de lading dekt om dat niet te vrijblijvend te maken. De heer Pouw: Ik ben hier nooit ... Als we met zijn allen gewoon weten wat de lading dekt, vind ik het prima. Hoeft het voor mij niet zwart-wit op papier, als we maar weten wat we hier op grote lijnen daarover hebben besproken en ook instemming dan hebben. Dan weten we gewoon, als u ziek bent, is er niks ... Dan zeg ik, perfect, prima. Maar als u zegt van, ik ga vanavond even vissen. Dan zeg ik nee, dat doet u maar als u klaar bent. De voorzitter: Dan de Partij van de Arbeid, de heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ik wilde een suggestie doen. Dat betreft dan dat artikel 62.1, waarbij een raads- of commissielid niet zou mogen inspreken.
Het gaat wat ver om naar het Europese Hof van de Rechten van de Mens te gaan, maar volgens mij beperk je iemand daarmee in zijn burgerrechten en mag je dat gewoon eigenlijk helemaal niet doen. Maar we zouden het wel om kunnen draaien. Je zou dan natuurlijk kunnen formuleren dat als een raads- of commissielid als burger wenst in te spreken, dat je in het reglement opneemt, dat hij dan niet mag deelnemen aan de beraadslagingen over dat onderwerp in de commissie of de raad. Dat is mijn suggestie, om dat op die manier op te nemen. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij het CDA, mijnheer Van Schaik. De heer Van Schaik: Dank u wel, voorzitter. Met betrekking tot de eenmansfractie en de spreektijd, denk ik dat we het met elkaar eens zijn, met betrekking tot hoe hierin te acteren. Met betrekking tot het raadslid of het burgerlid en het inspreken, vind ik de suggestie van de heer Van den Brink best wel zoals wij het ook bedoelen en graag willen zien. Want ook de heer Pouw heeft het volgens mij net zo uitgelegd. Dat je als burger- of raadslid gewoon zou kunnen inspreken, maar je dan moet onthouden van stemming daar je
stemrecht hebt als raadslid in de besluitende vergadering. Met die aanpassing of met die toevoeging denk ik dat het geen probleem is, want dan is het recht ook zoals het is. De voorzitter: Dan kom ik weer bij mijnheer Schade. De heer Schade: Dank u wel, voorzitter. Ik zit daar een beetje mee, want wat nu gezegd wordt van, als je als raadslid een onderwerp ziet passeren wat je na aan het hart ligt, wat je persoonlijke belangen raakt, dan ga je maar inspreken en onthoud je je van stemming in de raad. Nu herinner ik me van onze cursus, die ik vijf jaar geleden bij aantreden als raadslid kreeg, dat daar gemeld werd dat je je als raadslid juist niet mag onthouden van stemming. Dat je je wel kunt ... Dat het niet ethisch is om in de raad over dat onderwerp te praten, maar dat je je niet mag onthouden van stemming. Als die herinnering van mij juist is, dan komen we bij een heel merkwaardige constructie dat je als raadslid niet mag spreken over een onderwerp wat jou aangaat, maar dat je dan wel hier als inspreker dat mag gaan doen. Maar dan zie ik toch dat meer als een verbloeming van een werkelijkheid. Of er moet gezegd worden van, raadsleden bemoeien zich nooit met hun eigen belangen. En dan staat het al goed, want dan kun je ook niet komen inspreken. Of wij hebben, nogmaals wat ik me van die cursus ... En wat ik wel zeker of wel degelijk weet dat mijn herinnering daar juist van is.
Als raadslid kun je rustig stemmen over een zaak die jou persoonlijk aangaat, alleen je voert het woord niet in de raad, maar dan moet je ook niet het woord voeren als inspreker. Maar goed, als de meerderheid van de raad zegt, dat moeten we niet doen, dan is dat natuurlijk de meerderheid van de raad, maar ik blijf erbij dat het zuiver is als je als raadslid niet je vermomt als burger en gaat inspreken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of hier nog ... de heer Pouw. De heer Pouw: Ik hoor wat de heer Schade zegt. Alleen ik zit niet op dezelfde lijn, ook omdat ik heb dan misschien een andere cursus gehad, maar de ervaring die ik heb, zowel met mezelf als met andere raadsleden van welke partij dan ook, als het echt om hun eigen privéding gaat, dan gingen ze netjes daar in de zaal zitten, deden ze niet mee aan de beraadslaging en deden ze ook niet mee aan de stemming. En dat vind ik echt zuiver. Bij mij in de fractie hebben we die afspraak dat af en toe is het bij ons een beetje een lastig als de heer De Zeeuw aan een algemene ledenvergadering bij de tennis meedoet over de subsidie, dan hebben wij al gezegd van, dat is een beetje raar dat je dan wel daar je inbreng hebt en dan ook nog eens raadslid. En dan zeg ik, dan onthoudt hij zich van ... Dat hij meedoet aan de beraadslagen. Kan hij wel meestemmen.
Maar als het echt om privédingen gaat, dan is mijn ervaring dat de raadsleden gewoon netjes op de tribune gaan zitten en zowel met de discussie of met de beraadslaging en met de besluitvorming gewoon niet meedoen. En dat vind ik persoonlijk ook het meest zuiver. Ik kom hier dan nog wel in de raad op terug. En misschien dat ik tussentijds nog wel even een ander zinnetje daarvoor formuleer, die we dan ... Maar goed. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Brink. De heer Van den Brink: Ter ondersteuning van de heer Pouw heb ik de suggestie om dan de formulering zo te maken dat als een commissie- of raadslid inspreekt hij geacht wordt niet namens zijn fractie deel te nemen aan de beraadslagingen over dit onderwerp. En dan laten we dat wel of niet mogen stemmen, want dat is volgens mij ook iets wat je iemand niet kan verbieden, in het midden. En dan staat het er volgens mij vrij netjes. Dat we met zijn allen afspreken dat we het op die manier doen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Defferding.
De heer Defferding: Dank u wel. Het is toch wel een behoorlijk discussiepunt. Aan de ene kant is het denk ik gevoelsmatig ook wat we daarvan vinden. Maar ik denk dat er ook nog wel een juridische kanttekening aan zit. En toen dit een tijdje geleden speelde, zijn er in de krant ook verschillende artikelen over verschenen met verschillende juristen die daar iets van hebben gevonden. Misschien is het zinvol om ook nog eens even juridisch een keer uit te lopen, misschien dat de griffier daar het initiatief in wil nemen, om te kijken wat nu hier de kanttekeningen bij kunnen zijn als ze voor het een of het ander kiezen. In andere gemeenten hebben ze hier bijvoorbeeld ook een beslissing in genomen. Niet dat we dat per se moeten volgen, maar misschien dat dat nog van toegevoegde waarde kan zijn voordat we hier definitief een beslissing in nemen. De voorzitter: De heer Schade nog. De heer Schade: Ik heb net even overleg gehad met de griffier. En de commissie komt nog een keer bij elkaar om dit onderwerp te bespreken. De voorzitter: Duidelijk. Dan komt het vanzelf weer een keer via het presidium naar u toe. 5.9 Ontwerp-wijziging gemeenschappelijke regeling BEL Combinatie De voorzitter: Dan kom ik bij 5.09, de ontwerp-wijziging gemeenschappelijke regeling BEL Combinatie. En ik ben bij de VVD gebleven om als eerste het woord hierover te voeren. De heer Schade.
De heer Schade: Ik begin er helemaal aan te wennen dat die microfoon maar steeds op rood voor me. Mijn aantekening hierover. Dat valt mee. Het is een goed toegelicht ontwerp. De argumentatie voor het voorgestelde is helemaal duidelijk. En wij hebben er geen vragen over. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de Partij van de Arbeid. De heer Overbeeke. De heer Overbeeke: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben er ook geen vragen over. We zijn het eens met de zienswijze. De voorzitter: Dank u wel. Dan D66, mevrouw Wierbos. Mevrouw Wierbos: Dank u wel, voorzitter. Ook wij volgen onze voorgangers. En wij hebben ook geen opmerkingen. Dank u wel. De voorzitter: Dat gaat snel. CDA, de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Wij zullen het dan ook kort houden. Maar goed, als wij de ontwerp-wijziging gemeenschappelijke regeling BEL Combinatie lezen, wordt het voor ons gevoel wel iets formeler. Voor ons gevoel wordt de raad ook meer op afstand geplaatst, terwijl de winst de afgelopen jaren juist was om dichter bij de BEL Combinatie te staan. Niet zozeer vanuit de controlerende en financiële rol, maar ook juist vanuit de zachte kant. En door deze wijziging, misschien is dat wel gevoelsmatig, zien we een koerswijziging die wat ons betreft ongewenst is. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij DorpsBelang. De heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Dank u wel.
Ik moet zeggen, formeel wordt er gezegd dat doel van deze ontwerp-wijziging is de democratische legitimiteit van de gemeenschap redelijk te versterken. Er zou een vollere
gereedschapskist voor de gemeenteraad uit dit document moeten volgen. Ik moet u eerlijk zeggen, als ik het lees, dan wordt volgens mij die gereedschapskist alleen maar leger. Allereerst, je mag alleen nog maar een zienswijze indienen beperkt tot financiële onderwerpen, zoals begroting en jaarrekening. Daarnaast, misschien was dat van tevoren, ik weet dat niet precies, worden ook de inwoners volledig uitsloten. Ik krijg niet de indruk dat de gereedschapskist voller wordt, maar dat hij eerder leger wordt. En een vraag die wij daaraan gekoppeld hebben is, stel je voor dat er nu straks een begroting op de agenda staat, dan is de vraag, kunnen wij dan nog als raadsleden beleidsmatige vragen stellen over die begroting, of moeten we ons alleen maar beperken tot wat financiële opmerkingen? Al moet ik u zeggen dat volgens mij gaat dit voorstel van wijziging voorbij aan wat men beoogt, namelijk meer gereedschappen in de kist. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik de heer Van Benthem het woord. De heer Van Benthem: Dank u wel. Wat hier volgt, en de tekst doet misschien anders vermoeden, maar wij voeren gewoon de wijzigingen landelijk door die het Rijk doorvoert bij de bedrijfsvoerings-Wgr. Als u kijkt waar u tot nu toe bij de BEL een zienswijze of iets anders kan indienen, is dat ook de begroting en de jaarrekening.
U krijgt niet minder dan tot nu toe krijgt aan beïnvloedingsmomenten anders dat we informeel u steeds bijhouden, bijpraten, zoals bijvoorbeeld aanstaande donderdag. Dat verandert niet. Alleen als het gaat om de formele rol, dan hebben wij puur gekeken naar, wat zegt het Rijk? Wat is logisch voor een bedrijfsvoerings-Wgr? De BEL gaat alleen maar over personeel, ICT en dit gebouw en nog een ander gebouwtje. En meer doet de BEL niet. Al het beleid blijft in de gemeentelijke begrotingen zitten. U mag bij de zienswijze prima vragen stellen over het personeelsbeleid van de BEL, ICT-beleid van de BEL en de huisvesting. En het is ook zeker niet de bedoeling dat er ineens afstand wordt genomen. Als er grote ICTplannen komen, zou het wel heel raar zijn dat we die alleen maar in de begroting zeggen en u niet van tevoren meenemen. Wat we nu doen, is de formele regeling toepassen, zoals die door het Rijk is bedacht. En dat betekent dat het wat zakelijker lijkt. Het betekent niet dat we u proberen op veel meer afstand te zetten, want alles wat de BEL aangaat, heeft de warme belangstelling van de drie gemeenteraden. We blijven zeker u op gezette momenten bijpraten en informeren. Als het gaat om inwonersbetrokkenheid, als je kijkt naar dat de BEL alleen gaat over P&O, ICT en huisvesting, is inwonersbetrokkenheid eigenlijk heel onlogisch.
Inwonersbetrokkenheid gaat over al het beleid wat de gemeente uitvoert. En dat zie ik echt niet op ons personeelsbeleid of huisvesting of ICT. Het wordt wat formeler, in die zin, waar gaat u wel en niet over? Het is zeker niet de intentie om u op afstand te plaatsen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar het CDA en DorpsBelang of de vragen goed beantwoord zijn. Het CDA, de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Van mij zijn de vragen beantwoord. Het wordt inderdaad wel formeler, maar wordt niet meer op afstand geplaatst. En uiteindelijk zullen we nog informeel voldoende worden bijgepraat, zoals we het gewend zijn. Op dat moment is er ook geen ... Of tenminste, dan is er ook geen koerswijziging. Maar wij hechten, dat wil ik toch even benadrukken, wel enorm aan die informele zaken natuurlijk die ons toekomen. Dat we die ook goed kunnen bespreken. Want uiteindelijk inderdaad de BEL Combinatie zat dicht bij ons. En ondertussen voor ons gevoel was het veraf. En wat dat betreft, die kloof zien wij en die proberen we elke keer wel te dichten, maar hij is er wel. Dank u wel. De voorzitter: De heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Ik sluit me aan bij de woorden van het CDA. Eén vraag alleen. U heeft het over extra tools. Wat zijn dan de extra tools?
De voorzitter: De heer Van Benthem. De heer Van Benthem: Ik denk dat dat gewoon copy paste uit de BZK-circulaire is, die je ook niet zo één, twee, drie voor deze Wgr kan doen. Volgens mij is het bij een algemene Wgr. Ik kan me wel voorstellen dat u zegt van, ik stem in met deze wijziging, maar dat u bijvoorbeeld bij motie uitspreekt dat u wel hecht aan het op informele wijze betrokken worden bij belangrijke processen, zoals VIBE en ICT en allemaal dat soort zaken. Dan regelen we het niet formeel, maar dat geeft u wel het signaal, we willen graag als raden betrokken blijven, omdat het onze ambtelijke organisatie is. Ik kan me voorstellen dat u zoiets toch wel kenbaar maakt. Dan ligt het ook een beetje vast. Behalve dat ik het hier gezegd heb als suggestie. De voorzitter: Iedereen die thuis meeluistert, heeft dit gehoord. En ik ga ervan uit dat er hier dan in de raad iets over gezegd gaat worden. Dan kan het altijd nog een hamerstuk worden of zeg een hamerstuk en ... Wat doen we? Ik kijk naar rechts, omdat links al ... De heer De Zeeuw: We zullen er het woord aan wijden in de raad in ieder geval. Laten we het daarop houden. De voorzitter: Goed zo. De heer Zeeuw: En voor de rest dan wacht ik het even af. De voorzitter: Helemaal prima. Dank u wel.
5.10 Zienswijze op begroting 2024 en resultaatbestemming 2022 van de regio Gooi en Vechtstreek 5.10.1 RIB jaarstukken en jaarverslag Vervoer 2022 De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 5.10. En dan nemen we meteen 5.10.1 mee, omdat dat min of meer een geheel is. De zienswijze op de begroting 2024, resultaatbestemming 2022 en de RIB jaarstukken en jaarverslag Vervoer 2022. Ik was gebleven bij de PvdA, de heer Overbeeke. De heer Overbeeke: Dank u wel, voorzitter. Wat betreft 5.10 kunnen we instemmen met het voorstel van het college en ook met de zienswijze die daarbij hoort. Nou gaat die zienswijze inderdaad ook een stukje over het jaarverslag Vervoer natuurlijk. Wat ons betreft, ondanks dat het financieel misschien een klein beetje moeilijk is, is het wel een voorbeeld van een geslaagd project van een particuliere onderneming van de markt naar een publieke voorziening. En het werkt. Mooie cijfers. Een 8.1 klanttevredenheid. En ook werknemers zijn zeer tevreden erover. Een duurzaam wagenpark. Noem maar op. Wat dat aangaat, is het een heel goed voorstel. We begrijpen natuurlijk dat de kosten, maar dat zal ook bij particuliere ondernemingen zo zijn, toenemen. De brandstof, de verzekering, onderhoud, voertuigkosten en zo. Dat die kosten wat hoger worden, dat verbaast ons niet.
Nogmaals, we kunnen instemmen met het voorstel van het college en waardering voor het project, wat we een geslaagd project vinden. Dank u wel. Geen vragen verder. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook een beetje door de stukken zitten snuffelen. En wat mij opviel, is dat misschien degene die het een en ander heeft opgesteld tureluurs is geworden van meer dan tweehonderd pagina's aan stukken. Maar ik zie behoorlijk wat gekkigheid in het voorstel en ook in de zienswijzebrief. Ik begrijp daar eigenlijk helemaal niet zoveel van wat daar instaat. Wat er nu eigenlijk de zienswijze is. Er worden wat vragen gesteld, die dan niet zijn afgemaakt. En ik vind het een beetje een
rommeltje, eerlijk gezegd. En ik vraag me af hoe dat komt. En als ik dan kijk naar die stukken, dan is er ruim zes miljoen euro vanuit het programma Bescherming en Opvang. Dat wordt gedoteerd. En misschien is de oorzaak alle crises die we hebben gehad. Maar ik maak me eigenlijk wel een beetje zorgen. Er wordt een begroting gemaakt en er wordt enorm veel geld, bijvoorbeeld in Bescherming en Opvang, aan de regio overgemaakt. Op onderwerpen die enorm belangrijk zijn en de kwetsbaarste mensen in de samenleving aangaan. En dan is er zes miljoen over. Dan lijkt het erop dat er van al die mooie plannen niet zoveel terecht is gekomen. En misschien kunt u uitleggen of dat zo is. En krijgen we zo meteen weer een dubbel zo hoge rekening om weer nieuwe plannen wel uit te kunnen gaan voeren. Of is het misschien zo dat alle kwetsbare mensen in de samenleving er niet meer zijn. Maar dat betwijfel ik. Dan zouden we het volgende stukje ook meenemen, het Vervoer 2022. Daar ben ik wel iets blijer mee, want ondanks dat er wel een klein tekort is, of tenminste, een tekort, vinden we het heel leuk om te zien dat eigenlijk vrijwel het hele wagenpark elektrisch is. Dat is iets wat we als D66 natuurlijk een heel mooi iets vinden. Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij het CDA. De heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank je wel, voorzitter.
Goed, in principe kunnen we ook instemmen met de zienswijze die er ligt. Al snap ik wel een beetje de opmerking vanuit D66. Ik had zoveel woorden. De zienswijze is geschreven door een wethouder. Zo lees je dat. En uiteindelijk, het is een zienswijze van de raad. Zo lees ik hem een beetje. En ik denk dat ik daar een beetje de woorden van de heer Defferding ook mee aangeef. Er zit een bepaald stukje kennis in, voorkennis. En dat hebben wij niet helemaal paraat. En dat staat juist wel in die stukken. Zo zie ik hem tenminste. Goed, dat is wat betreft de zienswijze. Op zich kunnen we ermee instemmen. Vervoer is er natuurlijk aan toegevoegd via het presidium. En dat was ook met name om toch wat lovende woorden daarover te spreken uiteindelijk. We hebben natuurlijk wel een behoorlijk bedrag moeten aftikken. Maar goed, dat is achter de rug, zoals dat heet. Die hebben we helaas moeten verwerken. Maar goed, de mensen, de cliënten die ermee te maken hebben, die zijn gewoon lovend over het vervoer, zoals het nu loopt. En dat is ook natuurlijk heel wat waard. Uiteindelijk, die hele omslag van particulier naar de Vervoer BV, wat dan onder ons valt, dat heeft geld gekost. Aan de andere kant, de mensen zijn tevreden. En anders hadden wij waarschijnlijk ook weer een taxibedrijf gehad wat omgevallen was in de coronatijd.
Wat dat betreft, ik weet niet als we de andere weg hadden gekozen of we dan veel beter uit waren geweest. Ik denk het niet. Wat dat betreft toch iets van lovende woorden over het geheel. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij DorpsBelang. De heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Ik wil ook beginnen met RIB jaarstukken, jaarverslag van vervoer. En inderdaad het is een mooi positief verhaal geworden, moet ik zeggen. Kijk, er wordt een beetje verdoezeld dat de voorschotten iets anders is dan wat ze oorspronkelijk begroot hebben, maar in die moeilijke tijd, Covidperiode, altijd live zijn geweest. We weten dat er echt wel een aantal organisaties zijn geweest die dat niet hebben kunnen realiseren. Hoge waarderingen, elektriciteit, geëlektrificeerd wagenpark, financieel 2021 en 2022 quitte, in ieder geval. En ze garanderen ook weer die voortgangsrapportage. De vraag die ik heb, welk commercieel bedrijf of andere regio kan dit positieve nieuws leveren? Ik weet nog dat er toentertijd, toen we het stuk bespraken, nog eens een duidelijke vraag is geweest van onze collega's aan de liberale kant om te zeggen, zou dat niet beter door een commercieel bedrijf kunnen worden gedaan. Ik heb sterke twijfels daarover. Ik vind dit wel een heel mooi voorbeeld, waarin de regio Gooi en Vechtstreek dit goed heeft opgepakt. Een aparte BV hebben neergezet.
En ze willen er ook over blijven rapporteren. Allereerst, dat is een positief verhaal dat dat teruggebracht kan worden, dat ze dat goed hebben gedaan in een moeilijke tijd. En ook alle waardering van klanten en dergelijke hebben gekregen. Dat is de eerste. Met betrekking tot het andere stuk, de zienswijze op
de begroting 2024, resultaatbestemming van de regio Gooi en Vechtstreek 2022. Financieel is het weer verwarrend. En mijn vraag die ik de vorige keer heb gesteld met betrekking tot de periode 2022 tot de toekomst en dan allereerst voor Eemnes natuurlijk zelf. Om maar een voorbeeld te noemen, we hebben het wel over die anderhalf miljoen positief resultaat. Maar wat dat voor ons betekent is, is onbekend. Is gewoon een heel overzichtelijk staatje van 2022 tot 2027 voor het totaal. En dan gesplitst tussen vervoer en overige voor Eemnes en voor de totale regio zou prettig zijn, want dat weten we in ieder geval hoe het een beetje zit. En dat is op dit moment niet op te maken. Ik maak me ook wel zorgen over die zes miljoen die aangegeven wordt versus die anderhalf miljoen. Het is natuurlijk heel makkelijk om alles in reserveringen te stoppen, maar als daar feitelijk geen programma heeft plaatsgevonden of uitstelt, dan moet daar toch wel een hele goede verklaring voor komen. En ik zou zeggen om dat in ieder geval in de zienswijze mee te nemen en goed op te pakken, om aan te geven dat ze dat zou moeten doen. En ik dacht dat u dat ook grotendeels al had gedaan. Maar in ieder geval wel een zorgpunt dat er zo makkelijk voor zo grote bedragen eventjes wat reserveringen worden gecreëerd. Dat was het. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Microfoon uit graag. De VVD, de heer Roorda.
De heer Roorda: Dank u wel. Het was een aardig stukje leesvoer. De reservering, en dat is natuurlijk het verhaal waar ik ook tegenaan gelopen ben. Er wordt een aantal miljoenen in allerlei potten geduwd. En wat er dan overblijft, dat keren we uit aan de deelnemers. Mijn eerste zorg is natuurlijk van, wacht even. Er gaat bijvoorbeeld 1,1 miljoen naar de GAD. Daar doet Eemnes niet aan mee. Als je dat niet gedaan hebt, was de uitkering aan de gemeente 2,6 miljoen. Betalen wij indirect mee aan de reservering van de GAD? Dat was even mijn zorg. Maar ik zie de wethouder al schudden dat het waarschijnlijk niet zo is. Het andere verhaal, de Vervoer BV. Dat is een prachtig verhaal. We hebben dat voorschot ... Die voorschotten zijn op. Want we zien in de balans een keurig nul vermogen staat. De aandelenkapitaal en de reserves zijn nul. Precies nul. Dat is op zich hartstikke knap. Alleen dat betekent wel dat we in de komende jaren rechtstreeks opdraaien voor alle resultaten die er komen. En je ziet al aankomen het verhaal van 7 miljoen nog wat naar 8,5 in het komende jaar. Dat is een behoorlijke stijging. Hoe hou je dit in de hand? Dat is een beetje van, hoe zitten we daar bovenop? En daarna is het lijntje vlak. Daarna is het lijntje tot met 2027 gewoon 8,5 miljoen. Daar heb ik mijn twijfels bij.
Want met alle inflatie en allerlei andere zaken zal het waarschijnlijk een lijntje zijn wat een beetje omhoog gaat. En mijn zorg is niet zozeer dat het niet goed zou functioneren, maar de zorg is wel, hoe hou je het bedrijfseconomisch in de grip dat dit niet een lijntje wordt dat oncontroleerbaar stijgt? Wie kan er aan de knoppen draaien om dat wel een beetje binnen de perken te houden? Anders krijg je eenzelfde situatie als bij de GGD-regio Utrecht. Dat ze zeggen van, het is duurder geworden en we gooien het over de muur. Ik wil daar graag van de wethouder eens even horen van, wie voert daar als aandeelhouder ... Want wij zijn aandeelhouder. Er is een aandeelhoudersvergadering. Ik zou graag op de aandeelhoudersvergadering dan weleens van de aandeelhouders willen horen van, wat gaan ze aan het bestuur meegeven om dit in ieder geval in de grip te houden? De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de wethouder. Mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga-de Jong: Dank u wel, voorzitter. De zienswijze moeilijk volgbaar. Deels inderdaad misschien te veel informatie ingezet die een beetje bekend is, omdat ik de stukken al anders ken of hoe je kijkt naar bepaalde thema's. Ik snap wel wat de heer Seldenrijk zegt. Het is door de wethouder geschreven, of in ieder geval ambtelijk opgesteld met de wethouder erbij. En vervolgens is het onze zienswijze.