Printversie verslag
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BSM VAN GEMEENTE EEMNES d.d. 22 maart 2021
1.
Opening De voorzitter: Ik heb geen idee hoe. Goedenavond allemaal, welkom bij de commissie BSM van 22 maart. Ook iedereen thuis die meeluistert, meekijkt, van harte welkom. We hebben een aantal gasten in ons midden, de heer Willemze die geeft zo meteen een presentatie. Er zijn drie mensen voor de agendapunt 5.02. Mevrouw Filius, mevrouw Kanis en de heer Haverkamp, die komen straks. Als u die ziet dan weet u hoe dat komt. Afwezig vanavond is de heer Overbeeke. Hij wordt vervangen door de heer Van den Brink. Mevrouw HavingaDe Jong wordt vervangen door de heer Van Schaik. Dat waren de mededelingen.
2.
Vaststellen agenda De voorzitter: De agenda die kan neem ik aan blijven zoals die is.
3.
Inventariseren spreekrecht publiek De voorzitter: We hebben geen insprekers aangemeld. Oh, ja, af en toe ga ik hier echoën, ik weet niet hoe dat komt, dus sorry.
4.
Vaststellen besluitenlijst d.d. 18 januari 2021 De voorzitter: Dan komen we aan agendapunt 4, het vaststellen van de besluitenlijst van 18 januari. Heeft iemand daar een opmerking op? Ik heb niets van tevoren gehoord. Dan is die bij deze vastgesteld.
5.
Te bespreken onderwerpen De voorzitter: Dan komen we aan de te bespreken onderwerpen. 5.1 Brandweer presentatie jaarcijfers De voorzitter: Als allereerste gaat de brandweer de presentatie geven voor de jaarcijfers. Daartoe geef ik het woord graag aan de heer Willemze. De heer Willemze: Ja, goedenavond allemaal. Jammer dat ik op deze wijze bij u een avond, of een paar minuten aanschuif. Normaal gesproken kom ik in de raadzaal van Eemnes terecht. Vorig jaar kon het helaas niet doorging dus dan moet het maar op deze manier. Met uw welnemen, voorzitter, neem ik even de besturing een beetje over van de presentatie. Eens even kijken of dat allemaal … Ja, dat gaat goed volgens mij. Volgens mij ziet u nu een presentatie in uw beeldscherm, ja. Het zijn maar een vijftal sheets, waarvan dit de eerste is, we tikken aardig door. Ik besteed alleen even aandacht aan de meest opmerkelijke zaken. Voor de rest staan de meeste zaken in het jaarverslag. Ik heb even ‘…’ … Voor u ziet u zeg maar het aantal uitrukken van de afgelopen vijf jaar, doe ik elke keer, met een onderscheid in hulpverleningen en brand. U ziet: eigenlijk hetzelfde aantal meldingen als in 2020 ten opzichte van 2021. Alleen wat wel opvallend is, is het aantal brandmeldingen wat naar beneden is gegaan. We hebben geen specifiek beleid of zo, maar het valt gewoon op.
Misschien dat het te maken heeft met dat er veel meer mensen waakzaam thuis zijn in verband met corona, zou kunnen. We zien eigenlijk ook bij de buurgemeentes dezelfde trend een beetje, dus het zou
zomaar zijn dat dat een bijkomstig voordeel is, dat we met zijn allen thuis zitten. Je hebt natuurlijk brand en hulpverlening, ik kijk alleen nu eventjes naar brand. Voor brand hebben we een maat bedacht, is verankerd in de wet. Het gaat er eigenlijk: hoe snel zijn we bij iemand op de stoep? Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen industriepanden, kantoorpanden en woningen. Bij woningen is het vanaf het moment dat we iemand, dat er gealarmeerd wordt, of gebeld wordt eigenlijk naar de alarmcentrale van de brandweer, tot het moment dat we ter plaatse ons ter plaatse melden zit acht minuten. Als we dat dan van afgelopen jaar kijken dan hebben we drie van dit soort uitrukken gehad. Gelukkig stelde het allemaal niet zo heel veel voor, maar je ziet wel dat we op tijd zijn, dat ook met veel mensen zijn opgekomen, alleen de kanttekening erbij dat het wel op za… De meldingen op zaterdag en zondag hebben plaatsgevonden, dus het is natuurlijk de dag dat we natuurlijk overwegend veel thuis zijn. Daar kan ik weinig aan doen. We waren op tijd, en dit zijn de maatgevende branden in 2020 geweest. Op verzoek van de burgemeester heb ik even een overzichtje gemaakt van onze AED-inzetten vanaf medio 2016. Vanaf medio 2016 zijn we gaan uitrukken op verzoek van de ambulancedienst RAVU naar AED-inzetten. Daarbij heb ik even vier clubs gemaakt.
De ene is afgepiept, worden vaak gealarmeerd maar dan worden we afgepiept omdat het toch geen reanimatie betreft. De kleur rood is voor diegenen waarbij de persoon ook overleden is. Dat kan zijn omdat de persoon al overleden is voor dat we ter plaatse zijn. We meten eigenlijk, of we meten, klinkt een beetje vervelend, maar gaat iem… Gaat de patiënt zeg maar met een hartslag de ambulance in of niet? Omdat wij natuurlijk vanuit AVG geen informatie krijgen of iemand daadwerkelijk ook blijft leven, kunnen we alleen maar aangeven of iemand met of zonder hartslag de ambulance ingaat. Ik heb het uitgezocht voor de afgelopen paar jaar, alleen soms kom ik in die verslagen en in die incidentrapporten even niet tegen nog iemand met een hartslag de ambulance is ingegaan, dus vandaar dat we even een paar blauwe vakken bijzitten, maar je ziet wel dat we een aantal keren toch met succes iemand de ambulance met hartslag de ambulance in krijgen waarbij wij ook vaak eerder dan de ambulancedienst aanwezig zijn. Afgelopen jaar hadden we een drietal personen waarbij dat niet is gelukt. Één daarvan die was al waarschijnlijk een uur overleden, en een meneer, of een persoon eigenlijk, die had een niet-reanimatieverklaring om zijn nek waardoor hij de wens heeft kenbaar gemaakt niet gereanimeerd te worden, dus daar kunnen wij ook … Ja, dat respecteren wij dan en dan mogen wij niet reanimeren.
Tenminste, mogen is een groot woord, maar de wens is om dat niet te doen. Dus vandaar dat je deze cijfers zo ziet. De komende jaren wil ik het ook gaan bijhouden zodat u een goed verloop kunt zien van wat onze acties zijn ten aanzien van AED-inzetten. Dan eigenlijk het volgende, is het laatste sheet. Ik heb al eens een keer mijn zorgen geuit over het aantal personen wat de dienst verlaat, omdat wij een redelijk oud korps hebben in Eemnes. Dat zie je ook in de cijfers terug van 2018-2019-2020, waarbij de gemiddelde leeftijd wel ietsjes afloopt, maar niet schokkend veel. Er komt wel iets instroming, maar er gaat meer uitstroom uit. Moet ik wel bij aantekenen dat we nu vier mensen op het oog hebben die het testcircuit doorgaan zeg maar en ook vrij jong zijn, 19, 20, 23 en 30, dus er komt weer wat aanwas binnen, want dat varieert van studenten en mensen die al wat links en rechts wat werken, dus er komt wel wat binnen. Daarmee kunnen we weer op sterkte komen, dus richting de 28. Maar ik heb nog ook wat van 62, dus er is nog steeds ruimte voor jonge aanwas. Waarbij wel opvallend is dat we de laatste tijd dus jonge mensen weten aan te trekken. Als er een schaap over de dam is volgen er meerderen, in dit geval ook. Het heeft een tijdje geduurd voordat we mensen rond de twintig binnenkregen, en nu begint het een beetje te komen.
Misschien dat het een beetje zich rond vertelt binnen Eemnes. Daaronder de laatste overzichtje van 2018-2020, zie je de opkomsttijd. Wat ik daar heb gedaan is alle prio 1’s, of het nou hulpverlening of brand is, even bij elkaar opgeteld om te kijken hoe snel we nou in de dagsituatie zijn of in de avond-nacht-weekendsituatie, en hoeveel mensen er dan opkomen. Dan zie je eigenlijk dat het langer duurt voordat uitrukken, overdag van 8:33 minuten naar 9:33 minuten tot 10:05. Dat is op zich ook logisch want er komen steeds minder mensen op waardoor we steeds moet wachten op die zesde, zeg maar. Dat zie je in de avond-nacht zie je dat wat minder, maar omdat er veel meer mensen in hun nest zijn, zitten we nog steeds goed. Als je dat weer teruglegt naar die maatgevende scenario’s of maatgevende branden die we
net hadden waar wij aangaven dat we binnen die 8 minuten zaten, dat komt omdat we bij deze ook hulpverleningen zit of autobranden op de snelweg. Daar is eigenlijk meer een richttijd voor van vijftien minuten dan dat er een harde eis ligt om daar met acht minuten zijn. Dan zie je ook gelijk de … Omdat het gewoon wat verder weg is zie je de opkomsttijd ook wat oplopen. Onlangs heeft uw raad een gift gedaan aan het oprichten van een jeugdbrandweer bij Gooi- en Vechtstreek. Nou, hartelijk dank daarvoor. Inmiddels heeft zich ook al via de post Eemnes de eerste inwoner van Eemnes zich gemeld bij deze jeugdbrandweer om zich daarbij aan te sluiten, dus dat is dan wel weer mooi. In dit geval is het een zij, zij is 12, dus het duurt even voordat zij ooit eens een keertje instroomt bij de brandweer Eemnes, maar nou ja, laten we zeggen dat het zaadje geplant is. Meer heb ik eigenlijk niet, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even de commissie rond of er vragen aan u zijn of dat alles helemaal duidelijk is. Ik zie de heer Defferding, gaat uw gang. De heer Defferding: Ja, dank u wel voorzitter, en ook bedankt voor de mooie presentatie. Goed om te horen dat jullie inzetten en dat er ook wat nieuwe aanwas is, dat het korps weer wat completer kan worden. Ik had een vraag over de automatische meldingen. Het zijn prio 1 meldingen, zoals in het jaarverslag staat.
Van alle achttien meldingen, dat is toch best wel een substantieel deel van de meldingen die jullie rijden, waren er allemaal ongewenste of onechte meldingen. Dan vraag ik me af: is het ook mogelijk om het aantal van die ongewenste meldingen terug te dringen? Hebben jullie daar beleid voor of kunnen jullie daar iets op bedenken? De heer Willemze: Ja, goed dat u dat zegt. Even zien hoor. Volgens mij 1 februari is de eigenlijk als landelijke regeling daarop aangepast. Dat wil niet zeggen dat die meldingen dan wegblijven maar we gaan er wel anders op reageren, dus we gaan niet meer met een prio 1 erop af maar met een prio 2. Er wordt ook langer gewacht. Kijk, normaal gesproken is de procedure, er komt een melding binnen bij de alarmcentrale van de brandweer. Dan wordt er eerst, dat noemen we zo, contact opgenomen met het pand. Als dat binnen 1 minuut niet lukt dan worden wij gealarmeerd. Die ene minuut die wordt nu wat opgerekt. Als wij ter plaatse komen, komen wij niet meer ter plaatse met een prio 1, maar met een prio 2. Dus we komen wat langzamer op omdat gebleken is dat er eigenlijk in al die gevallen nooit brand is, tenzij hij wordt bevestigd met een handbrandmelder of telefonisch dat er wel brand is. Er wordt niet gevraagd ‘…’ dat de brandweer komt, maar er wordt de vraag gezegd: heeft u brandweer nodig? Ja of nee. Dan komen wij niet.
Daarnaast is er nog een ander traject, en dat is dat we wij een pand momenteel even onderzoek wordt gedaan of het nog wel nodig is dat we voor het gehele bouwwerk op de alarmcentrale nodig zijn voor de brandweer, of dat dat ook via een particuliere brand… Alarmcentrale afgedaan kan worden, waardoor er eerst een fysiek bezoek wordt afgelegd om te kijken of er brand is voordat wij worden gealarmeerd. De voorzitter: Duidelijk zo? De heer Defferding: Helder, dank u wel. De voorzitter: Oké. Dan zag ik de heer Van Schaik? De heer Van Schaik: Dank u wel voorzitter. Ik heb een vraag met betrekking tot de sterkte van het korps. Zijn we op sterkte, is de vraag? Want ik zie dat de leeftijd genoemd wordt. Ik hoor ook dat er jeugdaanwas is en dat we nu onlangs ook een paar jongeren bijgekomen is, zijn. Maar wat betekent dat voor de totaliteit van de sterkte van het korps? En tweede vraag is met betrekking tot rietbranden. We hebben daar in het verleden een aantal van gehad en ook afgelopen periode is er eentje geweest. Toen hebben we weer moeten
constateren dat iemand ver achter Utrecht vandaan moest komen of geraadpleegd moest worden terwijl de man uit Blaricum thuis op de bank zat en binnen 10 minuten hier ter plekke kon zijn. Is daar nu al concreet iets voor? De heer Willemze: Ja, ten aanzien van uw eerste vraag, de formatie van de brandweer in Eemnes staat op 28 personen, we hebben er nu 25 en er zijn er vier in aantocht. We hopen dat ze alle vier door de fysieke, psychologische test heenkomen en de Verklaring Omtrent Gedrag feilloos binnenhalen. Dan hebben we er, dan zitten we er een boven de formatie, dat mag, dat is op zich geen, niet vervelend. Deze mensen moeten eerst nog worden opgeleid. Dus dan zitten we weer op sterkte of net iets boven de sterkte, dus dat is een goeie zaak. We zitten dus nu op 25, formatief mogen we er 28 hebben, met vier erbij dan zitten we op 29. Ten aanzien van uw tweede vraag, ik zie dat de heer ‘…’ ook is aangesloten bij deze vergadering, dus ik doe het even … Ik beantwoord hem even tenzij hij vindt dat ik iets anders moet zeggen, dan hoor ik het vanzelf. Er is ergens in 2013 zijn er afspraken gemaakt over het optreden van het rieten kap team Laren Blaricum in Eemnes. Dat heeft altijd zo in de alarmsystemen gestaan, dat is ook altijd goed gegaan. Er is later een brand geweest in Baarn alleen die staat los van de rieten kapbrand in Eemnes.
Alleen door een wijziging in de alarmeringssysteem van een van beide meldkamers eind vorig jaar, is een mutatie niet doorgekomen bij de andere meldkamer. Daardoor is de brandweer Laren en Blaricum, het rieten kap team van Gooi- en Vechtstreek niet uitgerukt. In augustus vorig jaar is dat wel gebeurd bij een brand in Lage Vuursche, dus het is echt een omissie in het systeem geweest, dus daar … Ik was daar zelf officier van dienst in Lage Vuursche, daar is gewoon Laren en Blaricum geweest, alleen in het najaar is er om de reden die ik net aangaf ergens een mutatie in hun systeem heeft plaatsgevonden bij de ene meldkamer het niet heeft doorgegeven aan de andere meldkamer deze vergissing gemaakt. Het heeft overigens niet geleid tot een ander brandweer optreden, het heeft inderdaad wat langer geduurd voordat Kockengen hier was, of tenminste, ik weet niet of het Kockengen was of Werkhoven, een van de twee, maar door de inzet van de brandweer Eemnes, noemen wij een binnenaanval, is erger voorkomen. Daarna moeten de rieten kapjongens het dak op en gaan plukken, maar het is gelopen zoals het is gelopen, en dit is het antwoord wat ik u kan geven. Als het goed is, het is mij verzekerd dat nu in de meldkamer systematiek van beide alarmcentrales het nu weer goed staat. De voorzitter: Dank u wel.
De heer Van Schaik: We hebben Wakkerendijk nog een brand gehad onlangs, daar was volgens mij ook een rieten kap bij betrokken. De heer Willemze: Dat was diezelfde brand waar ik het net over had. De heer Van Schaik: Ah oké, ik dacht dat u Baarn riep toen. De heer Willemze: Nee, ik was in augustus in Baarn bij een rieten kap in Lage Vuursche, en daar heb ik gewoon het team uit Gooi en Vechtstreek gehad dus dat ‘…’ stond gewoon goed, alleen daarna heeft een mutatie plaatsgevonden. De heer Van Schaik: Ja, dank u wel. De heer Willemze: Het zou vreemd zijn geweest wanneer daar zeg maar ook een ander brandweer… Of rieten kap team zou zijn geweest. De heer Van Schaik: Dank u voor de uitleg.
De heer Willemze: Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik de heer De Zeeuw met een handje. Ik heb uw microfoon weer uitgezet, want er zat iemand te typen onderwijl en dat hoor je. De heer De Zeeuw: Nou, dat was ik in ieder geval niet. De voorzitter: Nou, ik weet niet wie wel. De heer De Zeeuw: Maar dat maakt niet uit. Mijnheer Willemze, bedankt voor een prettige en heldere presentatie. DorpsBelang heeft in het verleden in samenwerking met partijen in Blaricum dat idee van die jeugdbrandweer hier in de raad gebracht, ook na afstemming met u of één van uw collega’s. Ik wilde even weten: u had het al over succes met één persoon, maar wil dat zeggen dat die werving die gepland was op de scholen al heeft plaatsgevonden, of is dit alleen maar op basis van gerucht dat iemand zich al heeft aangemeld? De heer Willemze: Nou, ik weet niet of die scholen al zijn benaderd, dat weet ik niet, maar dit is een van de kinderen van een brandweervrijwilliger van Eemnes die zich via mij zeg maar even meldde van: bij wie moet ik zijn? Dus het is iets meer dan een gerucht. De heer De Zeeuw: Ja ja, nee, maar dan wil dat wel zeggen dat waarschijnlijk die werving op de scholen nog niet heeft plaatsgevonden, neem ik aan? De heer Willemze: Ik vermoed dat die nog niet heeft plaatsgevonden. De heer De Zeeuw: Nee, oké. Dat is een vraag.
Tweede vraag is: ik heb dat jarenprofiel nu gezien, ik zag daar allemaal trotse gezichten en mensen die allemaal lintjes kregen. Was dit een inhaaleffect of is dit elk jaar zo’n parade van allemaal lintjesontvangers? De heer Willemze: Nou, normaal gesproken hebben we elk jaar inderdaad een korpsavond waarbij mensen in het zonnetje worden gezet voor het behalen van diploma’s en hun langdurig dienstverband bij de brandweer. Afgelopen jaar is daar een lintjesregen over uitgestort. Normaal gesproken is het alleen, vindt het incidenteel plaats, alleen nu geen inhaalslag maar gewoon omdat ze 20 jaar bij de brandweer zaten. De heer De Zeeuw: Ja, of het is een teken van het lange dienstverband wat ze al hebben bij de brandweer. De heer Willemze: Ja. De heer De Zeeuw: Nu is het eigenlijk ook alleen maar goed dat mensen op deze manier beloond kunnen worden, dus wat dat betreft is het iets moois. Maar het viel me op dat het aantal nogal groot was, ik dacht van waarschijnlijk een inhaaleffect. Oké, dat was het van mijn kant, dank u wel. De heer Willemze: Graag gedaan. De voorzitter: Dank u wel. Dan zie ik verder geen handjes, dus het verhaal was duidelijk. Ik wil u hartelijk danken voor uw presentatie. Ik ga even mijn telefoon op stil zetten. De heer Rood: Misschien kunt u even stoppen met delen, ook.
De voorzitter: Het is wat, als voorzitter je telefoon niet uitzetten. Schandalig. Ik bied mijn excuses aan. Nogmaals mijnheer Willemze, hartelijk dank. We hopen volgende keer weer in levende lijven in de raadzaal te mogen begroeten want dit is inderdaad, we zijn het inmiddels allemaal wel gewend, maar dit is het niet. De heer Willemze: Ja, volgend jaar dan nodig ik u uit in de kazerne, zullen we het daarop houden? De voorzitter: Oké, dat vind ik helemaal leuk, dat was altijd heel gezellig dus daar gaan we voor. Dank u wel. De heer Willemze: Fijne avond nog, tot ziens. De voorzitter: Dank u. De heer Willemze: Dag. De voorzitter: Dan … De heer De Zeeuw: Kan de presentatie worden weggehaald? De heer Willemze: Ja natuurlijk. De voorzitter: Dank u. De heer Willemze: Daar bent u weer? De voorzitter: Ja, we zijn er allemaal weer. De heer Willemze: Jup, dag. De voorzitter: Dank u. 5.2 Besparingen sociaal domein: voortgang lokale maatregelen en zienswijze regionale maatregelen + presentatie De voorzitter: Dan kom ik bij 5.2, besparing sociaal domein: voortgang lokale maatregelen en zienswijze regionale maatregelen, en een presentatie. Mevrouw Filius die gaat een presentatie geven dus die wil ik graag het woord geven. Hartelijk welkom. Mevrouw Filius: Dank u wel.
Fijn dat ik digitaal bij u aan kan sluiten, het is zoals de vorige spreker zei een beetje behelpen, maar zo moet het ook lukken. Zoals gezegd, Petra Filius, ik werk bij de gemeente Huizen als afdelingshoofd maatschappelijk beleid. Zoals u weet voeren wij natuurlijk ook de maatwerkvoorziening en voeren wij voor de BEL-gemeente uit. Ik ben uitgenodigd om vanavond een toelichting te geven op de maatregelen die we in HBEL-verband al hebben afgesproken om tot besparing in het sociale domein te komen. Ik ga daarvoor ook even mijn scherm met u delen. Daarbij moet ik ook aangeven dat ook een collega van mij, Sylvia Hooft van Huysduynen is aangesloten die u straks een korte impressie zal geven van het dashboard sociaal domein wat wij aan het maken zijn, maar daarover later meer. Deze presentatie gaat dus zoals gezegd vooral over de maatregelen die we in HBEL-verband hebben afgesproken. Die zijn voor een groot deel al in uitvoering, daar zijn we begin dit jaar mee gestart. Bij dit agendapunt heeft u natuurlijk ook de regionale verkenningen gekregen. Daar ga ik in deze presentatie niet inhoudelijk op in, maar daar wordt natuurlijk in het
vervolg van het agendapunt wel over gesproken. Wat ik wel zal doen is om aan te geven wat de samenhang is tussen die regionale en de lokale maatregelen, en met lokale maatregelen bedoel ik de maatregelen die we in HBEL-verband hebben genomen, want dat is wel van belang voor de zienswijze en het bespreken ervan. Nou, als we het dan hebben over de maatregelen in HBEL-verband dan zijn er eigenlijk vier sporen op basis waarvan die maatregelen hebben vormgegeven. Overigens, de informatie die ik u vertel die vindt u ook terug in de bijlage bij deze stukken, die gaan over die lokale maatregelen, dat is bijlage één als ik mij niet vergis, waarin ook inhoudelijk wat meer informatie over de maatregelen is gegeven, maar ik ga daar nu in vogelvlucht doorheen. Vier sporen, zoals ik al zei. Transformatie, dus dat betekent een verandering, een wijziging van de dienstverlening. Versobering, waarin we dus zoals gezegd de dienstverlening versoberen. De toegang, waarin we kijken naar de wijze waarin de toegang, dus in onze uitvoeringsdiensten maatschappelijke zaken te besluiten worden genomen over de hoeveelheid zorg die inwoners krijgen. Tot slot het verhogen van de inkomsten.
Nou, als ik dan bij spoor één, de transformatie begin, en die transformatie die is er eigenlijk op gericht samengevat omdat volume van maatwerkvoorzieningen, dus die individuele voorzieningen waar we de laatste jaren zoveel kostenstijgingen in hebben gezien, omdat terug te brengen door het op een andere manier te organiseren, en vooral goedkoper te organiseren door het dichterbij huis te organiseren en vaak ook met een budgetplafond. Dat is samenvattend de teneur van deze maatregelen. Ik ga er nu even op de afzonderlijke maatregelen per sheet in. De eerste die gaat over de Wmo-begeleiding regulier heet dat hier, dat is de lichte begeleiding. Dat is een begeleiding die we tot nu toe via een indicatie via onze uitvoeringsdienst inzetten. U moet voorstellen, dat gaat over begeleiding aan mensen die hulp nodig hebben bij het vormgeven van hun dagelijkse leven. Het zijn bijvoorbeeld mensen met geheugenverlies of mensen met een GGZproblematiek op een licht verstandelijke beperking die op onderdelen van hun dagelijkse leven daarbij ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld het organiseren van een dag of het doen van boodschappen of hun administratie, daar moet u dan aan denken.
Dit is geïndiceerde zorg waarbij zeg maar de indicaties eigenlijk op een, in een soort van standaard volume worden toegekend, waarbij we eigenlijk zien dat er daarmee te weinig differentiatie kan worden aangebracht in de hoeveelheid zorg die mensen nodig hebben. Sommige mensen hebben veel minder zorg nodig, anderen weer misschien wat meer. Wij denken dat als wij de medewerkers die die begeleiding uitvoeren zelf de verantwoordelijkheid geven om daar ook de prioriteiten in te kunnen stellen en binnen hun werkzaamheden daar zelf ook vorm aan te geven, dat we daarmee kunnen bezuinigen. Dus wij willen die begeleiding niet meer bij zorgaanbieders laten uitvoeren, maar zelf een lokaal team maken met een vaste capaciteit aan medewerkers die die ondersteuning gaan leveren. Daarmee willen we dus de verantwoordelijkheid aan die medewerkers geven om ook binnen die caseload van inwoners die zij dan onder hun hoede hebben, prioriteiten kunnen stellen in hoeveel zorg ervoor die betreffende persoon geleverd wordt. Door het lokaal, dicht bij onze eigen uitvoeringsdienst maar ook bij de basisvoorzieningen zoals het welzijnswerk en het sociale wijkteam te organiseren denken we dat dat ook veel goedkoper kan, en dat ook eerder zorg kunnen afsla… Afschalen en minder omvangrijke trajecten kunnen inzetten.
Dit betekent eigenlijk een verandering, een transformatie in de zin dat we ook niet meer uitgaan van een open eindefinanciering. Door eigenlijk een maximum te stellen aan de omvang van dat lokale team, dus het aantal fte van medewerkers dat hiervoor mee aan de slag gaan, zeggen eigenlijk ook: nou, die zorg moet met die fte geleverd worden. Dat betekent dat het financieel beter beheersbaar is, je weet van tevoren hoeveel geld je daaraan kwijt bent, maar is natuurlijk wel een risico dat er ook wachtlijsten ontstaan als die vraag naar begeleiding toch toe gaat nemen meer dan de capaciteit … Meer dan we met capaciteit aankunnen, dan zullen we daar toch op een gegeven moment in bij moeten stellen, maar dat zijn meer stapsgewijze eventuele uitbreidingen dan nu met de open eindefinanciering die alsmaar groeit en groeit. Voor uw beeld, eind 2019 waren er 32 inwoners uit Eemnes die die Wmo-begeleiding ontvingen. Ik ga ondertussen gewoon door naar de volgende.
De heer De Zeeuw: Mogen wij tussendoor vragen stellen op wilt u dat liever op het einde van de presentatie? Mevrouw Filius: Nou, nee, vragen kunnen denk ik. Je hebt daarmee wel het risico dat de presentatie wat langer wordt, maar nou ja, ik hoop dat ik het kort kan beantwoorden. De heer De Zeeuw: Nou ja, bij dit onderwerp … De voorzitter: Ik denk, als ik even mag als voorzitter … De heer De Zeeuw: Ja. De voorzitter: Ik denk dat het voor deze digitale vergadering wel lastiger voor mij is om te zien wie er dan vragen willen stellen. Dus als het kan heb ik het liever aan het einde. De heer De Zeeuw: Oké, goed, dan wachten we. De voorzitter: Ja? Mevrouw Filius: Oké, dan ga ik verder, dank u wel. De lumpsum financiering dat gaat over de specialistische begeleiding. Dat is ook begeleiding, en het gaat ook vaak over mensen met geheugenverlies of mensen met een GGZ-achtergrond of met een licht verstandelijke beperking, maar daar gaat het over complexere problematiek waar je vaak een combinatie ziet tussen bijvoorbeeld fysieke en mentale beperkingen, of waarbij de problematiek dusdanig ernstig is dat mensen ook wat meer het risico lopen op verwaarlozing of een gevaar voor zichzelf of hun omgeving kunnen gaan vormen. Dat is inderdaad een vorm van specialistische begeleiding die we niet zelf kunnen organiseren.
Wat we nu wel zien is dat daar enorm veel organisaties deze begeleiding aanbieden, dat er daarmee ook een soort gefragmenteerd zorglandschap is ontstaan op dit onderdeel. Ook daarbij geldt dat er altijd standaard indicaties worden afgegeven die niet altijd voor alle inwoners van toepassing zijn, maar door de P x Q systematiek, of ja, simpel gezegd het uurtje factuurtje, merk je toch dat de kosten daar navenant stijgen. Dus wij, ook hier denken we van: eigenlijk willen we met een of enkele organisaties die deze vormen van ondersteuning aanbieden afspraken gaan maken om binnen een vast budget resultaten te leveren, en ook meer ruimte te geven aan die aanbieder om binnen dat budget ook zelf prioriteiten te stellen nogmaals weer in de wijze waarop de ondersteuning wordt ingezet. We denken vooral dat we daarmee besparen, ook door kortere en minder omvangrijke trajecten deels, maar ook met name door minder overheadkosten en administratieve lasten, omdat je het aanzienlijk … De verantwoording aanzienlijk vereenvoudigd en ook met veel minder zorgaanbieders te maken hebt. Eind 2019 waren er 27 inwoners uit Eemnes die gebruik maakten van deze ondersteuning. De arbeidsmatige dagbesteding, of de dagbesteding in een algemene voorziening organiseren.
We kennen in de HBEL gemeente al verschillende plekken voor dagbesteding, die worden bijvoorbeeld in de wijkcentra of een Huis van Eemnes bijvoorbeeld aangeboden, maar die kennen ook geïndiceerde vormen van dagbesteding. Wij zeggen eigenlijk van: we moeten die plekken voor dagbesteding veel meer gaan bundelen op de locaties waar ze worden gegeven, waardoor we goede combinaties kunnen maken. We moeten ook de begeleiding, want al die dagbesteding heeft ook weer begeleiding nodig, kunnen we daarmee ook veel efficiënter organiseren. We zouden het bijvoorbeeld in wijkcentra kunnen kijken naar als je te maken hebt meer met belevingsgerichte dagbesteding, dat is dagbesteding bijvoorbeeld voor mensen met geheugenverlies, kunnen combineren met plekken voor arbeidsmatige dagbesteding waarin mensen die arbeidsmatige dagbesteding hebben ook een rol kunnen vervullen bij die belevingsgerichte dagbesteding in begeleiding of als gastheer of gastvrouw. Dat soort combinaties moet u aan denken. Ga ik in verband met de tijd verder. Dan de maatregel: het aanpassen van
het normenkader voor de tijdsinzet huishoudelijke hulp. Daar zijn we begin dit jaar ook al mee begonnen. We hanteren een nieuw normenkader van KPMG, wat ook al in diverse gemeenten al eerder is … Waar andere gemeenten al eerder mee zijn begonnen en wat ook door rechters is getoetst en van toepassing wordt geacht. Dat model is gebaseerd op de laatste werkwijzen in de huishoudelijke hulp, de laatste technologie, en is ook gebaseerd op de professionele inzet in een gemiddelde situatie van zelfstandig wonende personen. Uiteraard is er altijd maatwerk mogelijk zeg ik er gelijk bij. Op basis van ervaringen bij andere gemeenten, en wij zien het nu zelf ook, die eerste maanden is er inderdaad minder, 30% ongeveer minder uren inzet bij de nieuwe instroming. Dat zijn nieuwe inwoners die een beroep doen op huishoudelijke hulp. Eemnes heeft er ook voor gekozen, in tegenstelling tot de andere gemeenten, om dit ook echt alleen te passen bij de nieuwe instroming, en overigens ook niet bij 90+ inwoners. Dat is een belangrijke maatregel waar we in ieder geval ook verwachten een grote, een relatief grote bezuiniging te kunnen halen. Dan de versobering, die bestaat uit twee maatregelen: besparing op bewindvoering en het beëindigen van de RTC. Ik ga nu even door naar de volgende sheet.
Besparing bewindvoering, we krijgen in het kader van de nieuwe wet schuldhulpverlening de mogelijkheid, of hebben we al om als gemeente te adviseren als een rechter bewindvoering oplegt. We mogen dan als gemeente adviseren over een mogelijk alternatief, bijvoorbeeld het inzetten van een schuldhulp maatje. Nou, hier zien we ook mogelijkheden om tot een kleine besparing te komen. De volgende maatregel is het beëindigen van de RTC als regeling. We kennen natuurlijk de RTC, de regeling tegemoetkoming chronisch zieken. Dat is geen wettelijke verplichting. We hebben lange tijd in het kader van deze RTC-regeling vergoeding van het eigen risico, of het eigen risico vergoed. Dat is ten opzichte van andere gemeenten tamelijk ruimhartige maatregel die we natuurlijk ook niet voor niets inzetten, maar het is wel een maatregel die de laatste jaren … Waar de kosten zijn gestegen. In ieder geval omdat het ook geen wettelijke verplichting is de ruimte biedt om daarop te gaan versoberen. Maar uiteraard moeten we mensen met een chronische aandoening, als zij kosten maken die ze zelf niet kunnen opbrengen, natuurlijk wel de mogelijkheid bieden om daar een beroep te doen op de gemeente. Dat willen we doen door die RTC onder te brengen bij de vergoedingen die in het kader van het RTC mogelijk zijn onder te brengen bij de bijzondere bijstand.
Zo kijken we toch maar mensen die dat wel nodig hebben, maar vergoeden we dat via een andere weg. Dan de toegang. Ja, ik ga er snel doorheen. De toegang, ja, we kijken natuurlijk in het kader van die besparing. Eigenlijk hebben we gekeken naar de ondersteuning die ingezet wordt en hoe we dat anders kunnen organiseren, dan kijken we ook kritisch naar aanbieders, maar we willen ook kritisch naar onszelf kijken. Want uiteraard zitten wij aan de voorkant van de inzet van die ondersteuning als uitvoeringsdienst door te besluiten over een toewijzing of een verlenging van zorg. We zijn bezig met een analyse om te kijken van, met name bij de zorgvormen waar de volumes sterk stijgen of waarbij er veel sprake is van stapeling van zorg, dat mensen verschillende soorten zorg naast elkaar krijgen of langere tijd achter elkaar, om te kijken van: hoe komt dat nou tot stand zo’n indicatie, en zijn daar nog zaken die we in het werkproces kunnen aanpassen? Dat doen we door het dossieronderzoek door de ‘klantenreis’ te analyseren, maar ook te kijken naar de kaders die we daarvoor hanteren, onder andere onze beleidsregels en verordeningen. Wellicht zit het ook in de kennis en de kunde en de cultuur van onze medewerkers. De uitkomsten daarvan willen ook voorleggen aan de VNGvisitatiecommissie.
Er staat hier nog zo mogelijk, maar we hebben inmiddels begrepen dat die VNGvisitatiecommissie inderdaad ook de HBEL gemeenten geselecteerd hebben om mee te kijken. Dat is heel prettig, daarmee kunnen we ook een goede vergelijking maken met andere gemeenten, en krijgen we ook een onafhankelijke commissie die meekijkt met hoe we dit vormgeven. Na die analyse kan dat leiden tot aanpassingen in onze werkwijze en ook de normenkaders. In dat kader willen we ook dat traject waardengericht werken waar we al eens eerder bij u langs geweest zijn, meen ik, ook om te kijken van: nou, we moeten ook met elkaar in gesprek op basis van welke normen en waarden we nu eigenlijk die uitvoering van het sociaal domein vormgeeft. Misschien moeten we ook met elkaar in gesprek over: welke zorg vinden wij goed genoeg? Tot waar reikt onze verantwoordelijkheid als gemeente en waar houdt die op? Het is goed
om daar ook weer even de klokken op gelijk te gaan zetten. Dan als laatste spoor het verhogen van de inkomsten. Nou, daar staat er eigenlijk maar één, en dat is het verhogen van de bijdrage van het collectieve vervoer. Daar staat een PM bij omdat we denken: nou, dat is de moeite waard om te onderzoeken, maar willen we dat daadwerkelijk vormgeven dan zullen we dat in regionaal verband moeten doen. Dan moeten we ook eerst onderzoeken wat daar de mogelijkheden zijn. U ziet deze maatregel, ook net als een aantal andere maatregelen ook weer terugkomen bij de regionale verkenningen. Er is een verhoging mogelijk, ook als je het vergelijkt, in ‘Nellande’ zouden we tot een verhoging kunnen komen, maar daar zitten ook weer meer risico’s aan. Het kan drempelverhogend zijn voor mensen met een kleine beurs. Nou ja, goed, dat is iets wat we dus nog nader moeten onderzoeken en wat we ook in regionaal verband willen doen. Goed, nou, dan de regionale maatregelen. Daar ga ik dus nu inhoudelijk niet op in. Wel van belang om te weten is inderdaad dat we in HBEL-verband dus al gestart zijn met de maatregelen, dat we voor lopen op wat er regionaal nu wordt besproken op die regionale verkenningen.
Een deel van wat er in die regionale verkenningen is opgenomen is hetzelfde als de maatregelen die we in HBEL-verband al zijn gestart, daar is natuurlijk ook overleg over geweest met de regio, en een deel van die regionale maatregelen is aanvullend, dus nieuw ten opzichte van de HBEL-maatregelen. Dat kunt u ook terugvinden in de stukken bij dit agendapunt waarbij ook een vergelijking, ik meen dat dat bijlage vier is, is gemaakt tussen de lokale, lees de HBEL-maatregelen, en de regionale maatregelen. Ik heb diezelfde tabel die daar ook in staat nog even in deze presentatie meegenomen zonder … Ik heb niet de bedoeling om dat hier allemaal door te gaan lopen, maar de manier waarop u het moet lezen is dat de … In de regionale kolom zijn een aantal zaken met een grijze letter aangegeven. Daarvan zeggen we: nou, deze maatregelen in de regionale verkenningen zijn hetzelfde als al gestart zijn in HBEL-verband. We zijn dus niet tegen die maatregelen maar we zien de meerwaarde niet om dat ook in regionaal verband op te gaan pakken, maar uiteraard: we willen dat vooral dus in HBEL-verband uitvoeren, maar willen uiteraard wel afstemmen en ervaringen uitwisselen met de regio. De zaken die nog zwart gedrukt zijn, dat zijn zaken waar een gedeeltelijke overlap is op waar de regionale maatregel aanvullend is op de lokale, of de HBELmaatregelen.
Ik denk omdat, in verband met de tijd en omdat dit ook allemaal uitgewerkt stond in die bijlage vier, laat ik het even bij deze toelichting die vergelijking. Misschien dat ik daar later nog meer op kan toelichten als daar nog vragen over zijn. Dan loop ik hier inderdaad even doorheen. Nou, van belang is natuurlijk, en ik heb net mijn collega Sylvia Hooft van Huysduynen ook al aangekondigd, dat wij niet alleen die besparingsmaatregelen gaan uitvoeren, maar dat we natuurlijk ook gaan volgen hoe dat, hoe die maatregelen verlopen, of hij inderdaad daarmee de bezuinigingen halen die we nu denken te gaan halen, en welke effecten dat heeft ook op inwoners. Hoe willen wij dat doen? We willen voorlopig één keer per kwartaal bij u terugkomen om een presentatie te geven van het dashboard sociaal domein, we hebben dat ook zo met de portefeuillehouder afgestemd, en de voortgang van deze maatregelen met u te bespreken. Dan een kwartaal twee en kwartaal vier willen we dat combineren met de jaarlijkse respectievelijk de jaarrapportage, bestuursrapportage die u gewend bent over het sociaal domein, en de tussentijdse rapportage over 2021.
We hopen dat we het in de jaren daarna weer wat af kunnen gaan schalen omdat, u moet zich voorstellen dat we dat met een aantal mensen moeten doen voor vier colleges en vier raden, dus het is een behoorlijke tijdsinvestering, maar die doen we ook graag dit eerste jaar en ook de jaren daarna, wellicht iets afgeschaald, omdat het natuurlijk belangrijke ontwikkelingen zijn waar we graag in mee willen nemen. Dit is mijn presentatie tot nu toe. Dank u wel. Dan denk ik dat het denk ik handig is, voorzitter, om nu eerst vragen te stellen over deze presentatie en dan wellicht daarna die impressie van het dashboard sociaal domein te geven, maar dat laat ik even aan u. De voorzitter: Dat is prima. Mag ik u vragen of de presentatie weg kan? Mevrouw Filius: Ja.
De voorzitter: Want dat was ook het probleem, ik zie niemand tijdens uw presentatie en dan is het heel lastig om vragen te stellen. Mevrouw Filius: Ja. De voorzitter: Dus, dan wil ik graag de heer De Zeeuw het woord geven. De heer De Zeeuw: Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb met betrekking tot die verschillende maatregelen die zeg maar de gepresenteerd zijn, een paar vragen. Bij transformatiemaatregel een is een beetje een algemene indruk. Als je kijkt naar de investeringen, die is bijna 90% van wat je denkt als opbrengst eruit te halen. Dan vraag ik me wel af: heeft het wel zin? Want dat is natuurlijk moeilijk in te schatten als je denkt dat je 90% investering nodig hebt om 100% opbrengsten te hebben, dan is het risico waarschijnlijk ook vrij groot dat uiteindelijk de opbrengst minder zal zijn of weet ik veel wat. Dus ik verbaas mij dat we een activiteit hebben waarin wij 90% investeren om 100% oplossingen te hebben. Dus dat is voor maatregelen één. Dan heb ik eigenlijk twee maatregelen die aan de orde komen die u gepresenteerd heeft met grote bezuinigingen. Met name die maatregel vier hè? Die aanpassing van het normenkader voor huishoudelijke hulp. Daar staat voor Eemnes 143.000.
U heeft daar wel een sterretje bijgezet dat wij schijnbaar een andere beoordeling daarop hebben op dat onderwerp, maar om aan te geven dat dat toch wel een behoorlijk fors verschil is … U prijst hierin 143.000. Op dit moment hebben we in onze ombuigingskadernota gaat het om 40.000, dus dat is nogal een groot verschil. Datzelfde hebben we ook met die versobering van RTC. U heeft het hier over 43.000 besparingen zeg maar voor Eemnes op dit gebied, terwijl bij ons in de ombuigingsactiviteiten maar over 4.000 wordt gesproken, dus ja. Misschien dat die laatste activiteiten het meer aan mevrouw Boer is om daar antwoord op te geven, maar dat zijn de eerste vragen die ik heb over in ieder geval de maatregelen die u net gepresenteerd heeft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik mevrouw Filius weer het woord. Mevrouw Filius: Ja, dank u wel. Uw eerste vraag ging over de investering ten opzichte van wat het dan uiteindelijk gaat opleveren. Ik ben het met u eens dat de uiteindelijke besparing natuurlijk relatief bescheiden is. Je ziet bij de gemeente Huizen is toch een grotere besparing omdat natuurlijk die volumes groter zijn, maar we denken ook dat we daarmee, dat we hiermee in de kwaliteit van de begeleiding en de mate waarin we dat op maat kunnen leveren ook een slag kunnen maken. Dus dat is ook echt een inhoudelijke meerwaarde.
Daarom noemen we het ook de transformatie, we willen hier ook een verbetering van onze dienstverlening mee bewerkstelligen. Als het gaat over het normenkader huishoudelijke hulp, dat klopt inderdaad dat die 143.000 dat dat een hoger bedrag is dan u uiteindelijk heeft opgevoerd. Ik probeer hem juist te beantwoorden, als dat niet zo is dan is het wellicht goed als de ambtenaren uit de BEL dat nog even aanvullen. Het komt omdat wij de HBEL-maatregelen zo hebben ingestoken dat wij in eerste instantie ook niet alleen de nieuwe instroom, dat we dit nieuwe normenkader willen toepassen, maar ook bij de herindicaties. Dus dat we alle inwoners die ook nu huishoudelijke hulp hebben uitnodigen voor een gesprek en dan een herindicatie gaan toepassen met dat nieuwe normenkader huishoudelijke hulp. Hiervan heeft Eemnes aangegeven dat dat niet gewenst is, en dat alleen voor de nieuwe instroom dat van toepassing is. Daarom is die besparing ook lager. Op termijn groeien die twee natuurlijk naar elkaar toe, want uiteindelijk ben je natuurlijk … Zijn die herindicaties uiteindelijk ook afgelopen. Die groep wordt steeds kleiner, en de groep waarbij je dat nieuwe normenkader hanteert wordt natuurlijk steeds groter, alleen Eemnes heeft daar dan een vertraging in, zo zou je het kunnen zien.
De heer De Zeeuw: Ja, ik vraag het ook, kijk, want die herind… Of die zeg maar ruimere kader is natuurlijk een paar jaar geleden ingesteld, wat geleid heeft tot aanzienlijke verhoging van de kosten. Dus je zou verwachten dat de mensen die na die verruiming erin zijn gestroomd dat dat juist de mensen zijn die het makkelijk zelf kunnen veroorloven om dat zelf te regelen en ook te betalen. Dus waarom zou je zeg maar soepel zijn voor mensen die eigenlijk iets hebben gekregen wat nu, waarvoor nu weer een krapper of versoberd normenkader is? Zou je verwachten om dat maar meteen recht te zetten, dus het verbaast me wel een beetje. De voorzitter: Ik hoor verder geen vraag dus ik denk dat het verder duidelijk is. Dan ga ik naar de heer Rood. Wilt u het handje weg doen en de microfoon uit? Dank u. De heer Rood: Ja, mijn vraag is … Ten eerste, dank voor de uitleg en de uitgebreide stukken, maar het gaat over een bezuiniging.
Is het ook echt een bezuiniging in de zin van dat we als u dit allemaal doorvoert, minder geld uitgeven in absolute termen in dit domein dan voorheen? Of is het een remmen van de groei? Want de laatste jaren hebben we natuurlijk wel gewoon heel veel groei gezien in de uitgaven, dat je daar iets aan wil doen, het lijkt mij onvermijdelijk, maar is het ook echt een bezuiniging? Mevrouw Filius: Ja, we kunnen natuurlijk nog … Oh, sorry voorzitter, kan ik antwoorden? De voorzitter: Jazeker, gaat uw gang hoor, prima. Mevrouw Filius: Nou, ik denk dat het … We kunnen natuurlijk niet helemaal voorspellen wat de groei zou zijn … We kunnen niet helemaal voorspellen wat de groei is. Wel hebben we rekening gehouden natuurlijk met demografische factoren, maar de doorgroei bijvoorbeeld op basis … Wat het effect nog verder is van het feit dat die eigen bijdrage, het abonnementstarief is geïntroduceerd, in welke mate die groei nog doorzet, dat kunnen we wat lastiger voorspellen. Dus het zal zeker groei dempen, en ik verwacht ook een bezuiniging opleveren, maar u hebt gelijk dat we deze maatregelen hebben uitgewerkt op basis van de huidige situatie. Dus er kan nog sprake zijn van verdere groei waardoor er die bezuinigingen ook gedempt worden. De heer Rood: Ik bedoel het meer, er is al heel veel gegroeid, dus als je nou kijkt naar … Mevrouw Filius: Ja, ja.
De heer Rood: Een aantal jaar geleden en nu, dan stuur je nu bij, maar is het dan over al die jaren lijkt het mij geen bezuiniging. Want als ik de bedragen in relatie zie met wat de groei was, dan zijn we volgens mij nog steeds best veel geld aan het uitgeven in het sociaal domein. Mevrouw Filius: Ja, zeker, nou, dat klopt, ja. De heer Rood: Maar dat komt voor beeldvorming wel belangrijk zijn. Het gaat altijd over bezuinigingen in het onderwijs. Ik kan u vertellen, die zijn er nog nooit geweest. Mevrouw Filius: Nou ja, als ik nog even mag reageren, het klopt inderdaad dat er deze bezuinigingen ten opzichte van de laatste komma het laatst bekende volume hebben berekend. Er is inderdaad al een enorme groei geweest, ja. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan zie ik mevrouw Van der Linde.
Mevrouw Van der Linde: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik had eigenlijk als vraag genoteerd bij misschien weer een presentatie konden krijgen omdat dat altijd zoveel verduidelijkt van de theorie naar de praktijk, dus we zijn al op onze wenken bediend kan ik zeggen. Ik had nog wel een, twee vragen, eigenlijk. Het normenkader, daar staat bij dat dat in de HBEL geïntroduceerd gaat worden. Ik heb gelezen dat we in Eemnes gestart zijn. Zijn we alleen in Eemnes gestart of is de hele HBEL hierin gestart? De hele HBEL, oké. Mevrouw Filius: Ja, de hele HBEL. Mevrouw Van der Linde: Oké. Dan had ik nog een vervolgvraag daarop. Eemnes heeft er dan voor gekozen om de mensen die al een indicatie hebben niet te herindiceren. Hoelang gaat het duren voordat deze groep, ja, een beetje een inschatting zeg maar, uitgefaseerd is? Of ja, hoe moet je dat prettig noemen? Mevrouw Filius: Dat vind ik heel lastig om te beantwoorden. Daar zouden we inderdaad een berekening op los moeten laten en te kijken naar de leeftijdssamenstelling, en ja, toch bepaalde uitgangspunten. Dan zouden we een inschatting kunnen maken, maar die vraag kan ik nu niet beantwoorden. Mevrouw Van der Linde: Oké, nee, dat begrijp ik. Dat wil ik daarna over zeggen, oh ja.
De groep die dan nu niet geherindiceerd wordt, zou dat eventueel over een jaar alsnog kunnen als er al ervaring is opgedaan met de nieuwe groep? En mocht het financieel gezien noodzakelijk zijn? Blijf daar nog wel een mogelijkheid toe bestaan of is door nu zo door te gaan … Kun je daar niet meer op terug komen? Mevrouw Filius: In mijn ogen is die mogelijkheid er altijd, maar het is natuurlijk een politieke beslissing of je dat wel of niet wilt. Mevrouw Van der Linde: Prima. Had ik nog een vraagje, en misschien is die meer voor de wethouder, dan knikt ze vast wel. De monitoring, ik heb gelezen dat er heel veel aan gaat gebeuren nu. Er wordt ook een data specia… Analist, pardon, voor in dienst genomen, dus men wil echt heel goed op de monitoring gaan sturen. Waarom denkt u dat het, nou, niet, dat klinkt zo negatief, wat zijn de factoren waardoor het deze keer wel gaat lukken? Mevrouw Filius: U bedoelt met deze keer wel gaat lukken … Mevrouw Van der Linde: Monitoring en de cijfers geven. Want wij vragen daar echt al meerdere jaren om, omdat het zo moeilijk is om beslissingen te nemen als je niet precies weet waarover het gaat. Mevrouw Filius: Nou ja, voorzitter, ik zei aan het begin van mijn presentatie al dat ik een collega van mij ook aansluit die iets over het dashboard sociaal domein zal laten zien.
Ik hoop dat we daarmee toch een indruk kunnen geven wat het nieuwe is ten opzichte van vorig jaar is dat we, dat is een ingewikkeld verhaal, maar we kunnen nu real time met een druk op de knop kijken op elk moment kijken hoe het ervoor staat qua volumes. Dus we zitten veel meer nu aan de voorkant, of we zitten er veel dichter op waardoor we ook eerder kunnen ingrijpen. Dus dat is echt wel een wezenlijke verandering ten opzichte van de jaren hiervoor. Mevrouw Van der Linde: Oké. Omdat u dan vaak nog op facturen zat te wachten uit bijvoorbeeld de jeugdzorg met name, geloof ik? Mevrouw Filius: Ja. Nou ja, kijk, dat probleem van die facturen, dat zal altijd gedeeltelijk wel blijven. Vooral de regio stuurt erop dat die aanbieders ook eerder hun zorg factureren, maar daar zal altijd een zekere vertraging
in blijven zitten, dat blijft. Waarbij wel heel goed zicht op hebben realtime, zoals dat dan heet, zijn volumes van zorg waar je natuurlijk ook al heel veel uit af kan leiden. Mevrouw Van der Linde: Ja, doordat het eigenlijk door de toegang die anders geregeld wordt en de lumpsum financieringen? Mevrouw Filius: Ja, maar ook door de data daarvoor beschikbaar zijn op een goede manier nu te kunnen ontsluiten. Mevrouw Van der Linde: Oké. Mevrouw Filius: Want dan loop ik al vooruit op het dashboard. Mevrouw Van der Linde: Oké. De voorzitter: Ja, dank u wel. Ik ga nu eerst naar mevrouw de Boer want die zit al heel lang met een handje, maar ik dacht ja, ik ga toch eerst eventjes alle commissieleden langs. Mevrouw de Boer. Mevrouw de Boer: Hartelijk dank, voorzitter. Nee, ik geef wel even aan dat ik nog iets wilde zeggen. De voorzitter: U staat stil. Uw beeld beweegt … Ja. Mevrouw de Boer: Hoor je me nu, of niet? De voorzitter: Ik hoor u wel, maar u beweegt niet. Mevrouw de Boer: Nou, dan moeten we dat maar even op de koop toenemen denk ik, want als u mij maar kan verstaan is dat nu het belangrijkste. De voorzitter: Prima. Mevrouw de Boer: Ik wilde nog even toevoegen: wij hebben er in Eemnes voor gekozen om de herindicatie in beetje anders te doen. Wij willen de 90-plussers buiten beschouwing laten, en we willen het pas doen na afloop van de huidige indicatie.
Daar hebben we voor gekozen omdat we uit ervaring weten dat er met een herindicatie ook vaak bezwaren gaan plaatsvinden, en dan levert het uiteindelijk toch niet zoveel op. Wat ik nu in de omgeving hoor is dat ook bij heel veel herindicaties juist mensen meer zorgen krijgen, dat kan natuurlijk ook nog gebeuren. Zij hebben daarvoor gekozen. We zijn niet van plan om dat na een jaar, dat was de vraag van mevrouw Van der Linde, alsnog te gaan doen. Wij denken ook dat dat niet veel op gaat leveren op die manier. Dan heb ik nog een ander dingetje, even kijken, er was nog een andere vraag. Oh ja, nee, mijnheer De Zeeuw had het ook over de mensen die het zelf kunnen betalen. Ja, dat is eigenlijk niet aan de orde bij die herindicatie, want dat is bij ons op dit moment geen item, geen issue. Dat doen ze in Laren wel als proefproces maar wij doen dat hier niet. Wij kijken nu alleen puur naar de herindicatie voor mensen die toevallig aan een nieuwe indicatie toe zijn, en de 90-plussers laten we buiten beschouwing. Wij zijn eerlijk gezegd wat laat gestart want wij vonden het ook heel belangrijk dat daarvoor huisbezoeken plaatsvinden, omdat dan veel beter te zien is wat er aan de hand is. Dat kon niet, maar nu hebben we net afgesproken dat de collega’s in Huizen aan de cliënten zelf overlaten of ze het wel of niet een huisbezoek willen. Dan kunnen die herindicaties alvast gestart worden.
Dat wilde ik toelichten.
De voorzitter: Oké, dank u wel. Ik zie nog een handje. Deze ronde is alleen de ronde met vragen over de presentatie. Inhoudelijk komt iedereen straks nog aan de beurt. Dus ik weet niet of mijnheer Van Schaik nog iets over de presentatie wil? Het handje gaat weg. De heer Van Schaik: Ja, u heeft het antwoord gegeven op mijn vraag, straks komt de ronde, ja. De voorzitter: Prima. Dan begrijp ik dat we nu een dashboard te zien krijgen, klopt dat? Mevrouw Hooft van Huysduynen: Ja, dat klopt. Ik ben een collega van Petra en ik ben de adviseur bij bedrijfsvoering. De voorzitter: Daar bent u. Mevrouw Hooft van Huysduynen: Ja. Ik heb even een korte presentatie voorbereid om een beetje een preview te geven van het dashboard wat aan het ontwikkelen zijn. Ik zal eerst heel even de presentatie met u delen. Ik wil eigenlijk … De presentatie is opgedeeld in drie onderdelen. Ik wil eerst heel klein stukje vertellen over, nou, hoe is nou zo’n dashboard, hoe komt dat tot stand? Wat zit daarachter? Daarna laat ik even het dashboard zien wat vooral de technische mogelijkheden zijn, en we hebben nog een aantal dingen op de planning staan voor het dashboard. Daarin wil ik u ook graag meenemen. Nou, de ontwikkeling van een dashboard. We werken binnen de gemeente Huizen met diverse systemen. Wij hebben systemen waarmee de consulenten werken.
Daarnaast werkt de regio weer met een ander systeem waar heel veel informatie in zit, en hebben we ook nog een los financieel systeem. Op dit moment hebben we in ieder geval twee systemen van de vier hebben we gekoppeld aan een data warehouse. Petra zei het net al even, dat betekent dat als real life zeg maar in dat data warehouse wordt gebracht. Eigenlijk is het een heel groot bestand met heel veel data. De andere twee systemen, het financiële systeem en het systeem van de regio, dat zouden we ook graag real time willen koppelen, maar op dit moment doen we eens in de zoveel tijd de data in het data warehouse zetten. Om dan die data zeg maar inzichtelijk te maken, dus al die tabellen met al die gegevens erin, hebben wij een dashboard ontwikkeld, en dat hebben we daarop aangesloten. Dat dashboard maakt het mogelijk om eigenlijk die data te visualiseren. We zijn eigenlijk ook tot de ontdekking gekomen op het moment dat je gaat visualiseren zie je heel veel en zie je dus ook wat de datakwaliteitsfoutjes. Dus we zijn op dit moment heel druk bezig om alle data aan het op te schonen, tot 2018 want we willen ook een aantal jaar terug, dus alle fouten zijn we er nu aan het uithalen. En daarnaast ook in ieder geval zorgen dat in de toekomst zo min mogelijk fouten worden gemaakt in de data.
Daarnaast hebben we heel erg gekeken naar van, wat willen we nou zichtbaar maken, in zo’n dashboard? Welke informatie kan je nou echt gebruiken om te sturen? We zijn aan de slag gaan met KPI’s. De bezuinigingsmaatregelen die zojuist gepresenteerd zijn, daaraan hebben we ook KPI’s gekoppeld en die KPI’s gaan we ook in het dashboard zetten, zodat we dat continu kunnen monitoren. Die staan op dit moment nog niet in, maar die komen er wel in. Dan ga ik heel even het scherm switchen naar het dashboard. Als het goed is kunnen jullie nu het dashboard zien. Het is misschien een beetje klein, maar het dashboard is zo opgebouwd dat we eigenlijk voor de drie wetgevingen hebben we een algemene pagina met gegevens. Nu moet ik er wel bij zeggen dat wij de jeugdhulp niet uitvoeren voor Eemnes, dus de gegevens in het dashboard voor jeugd gaan ook alleen over de andere drie gemeentes. Maar Wmo en Participatie is wel van toepassing op Eemnes. Dit is de algemene pagina. We hebben eigenlijk links bovenin, hebben we het aantal cliënten met een Wmo-voorziening. We kunnen rechts bovenin ook filteren op gemeente, dus als we bijvoorbeeld willen kijken, van nou, ik wil alleen de cijfers van Eemnes, dan klik ik op filteren en dan passen, zeg maar, alle kolommen zich aan. We hebben hier eigenlijk standscijfers bovenin gezet, voor huishoudelijke hulp, begeleiding en dagbesteding.
Dat kijken dus op een specifiek moment, hoeveel mensen hebben deze voorziening? In 2019 en 2020 hebben we dat gekeken op 31 december en 2021
is vandaag de laatste peildatum. Hieronder zie je het aantal verstrekkingen per jaar, dat is altijd iets lastiger aflezen, omdat verstrekkingen, dat tellen we eigenlijk over het hele jaar. Dus hoeveel rolstoelen hebben we uitgegeven? Dat is natuurlijk altijd in 2019 en 2020 hoger dan in 2021, want we zijn pas net, nou ja, eigenlijk gestart met het nieuwe jaar. Dat hebben we eigenlijk voor de taxi, de vervoersvoorziening en de woonvoorziening allemaal op dezelfde manier weergegeven, en we hebben nog een laatste tabelletje over beschermd wonen. Daarbij laten we zien hoeveel mensen op dit moment beschermd wonen en ook hoeveel mensen op de wachtlijst staan. Dan hebben we ervoor gekozen om dan een verdiepingspagina te ontwikkelen, om veel dieper op de producten in te gaan. We kunnen links bovenin filteren op eigenlijk alle producten die we hebben, dat is een hele waslijst, en als je bijvoorbeeld kijkt bij begeleiding regulier, dan laten al deze tabellen gegevens zien over begeleiding regulier. We zien daar links bovenin, zien we eigenlijk de ontwikkeling van het aantal cliënten door de tijd heen. Hier zie je ook de groei waar eerder al naar gerefereerd werd.
In de tabellen ernaast hebben we ook gekeken naar hoeveel verlengen we nou een indicatie? En hoe vaak komt de cliënt terug? Dus, stroomt hij eerst uit, en komt hij na drie maanden weer terug voor een voorziening? Onderin hebben we nog aanvullend opgenomen de leeftijdsverdeling, in- en uitstroomcijfers en de intensiteit. Hier hebben we dus gekeken eigenlijk naar zorgzwaarte, dus hoeveel minuten per week wordt er bij begeleiding regulier ingezet? Als ik erop ga staan kan ik dan ook zien, wat is de maximale inzet en wat is de minimale inzet? Dan ga ik even, we hebben ook, deze moeten we nog verder ontwikkelen, maar we hebben de mogelijkheid om ook dingen op elkaar weer te geven. We kunnen bijvoorbeeld, ik kan nog iets uitzoomen, want dit is nu even voor Huizen weergegeven. We kunnen bijvoorbeeld ook wijkcentrums op kaarten neerzetten en dan kijken van, heeft dat dan invloed op de hoeveelheid zorg in die wijk? Dus dit willen we nog verder ontwikkelen om ook te kijken van, goh, kunnen we daar wat mee of zien we in bepaalde wijken dat er veel meer zorg wordt ingezet dan in andere wijken? De sla ik de Jeugdwet in ieder geval even over. Voor de Participatiewet hebben we ook weer een overzichtspagina. Hier kan je het aantal lopende uitkeringen zien, we hebben ook bijzondere bijstand opgenomen en de standcijfers loonkostensubsidie.
Dit ziet er eigenlijk hetzelfde uit als bij de Wmo en ook hier hebben we ervoor gekozen om weer een verdiepingspagina toe te voegen op. Op deze verdiepingspagina kunnen we zien hoeveel er op dit moment is betaald aan uitkeringen. Nu zie ik dat hij net niet helemaal goed wil laden, soms heb je dat met zo’n dashboard, maar daarnaast hebben we ook het cliëntprofiel opgenomen, dus we kunnen kijken, hoe ziet nu die doelgroep eruit? Qua leeftijd, qua opleidingsniveau, leefsituatie en huisvesting. We hebben de duur van de uitkeringen opgenomen, dus hoelang zitten nu deze mensen in een uitkering? Zie je bijvoorbeeld dat 62% al langer dan drie jaar een uitkering heeft en wij hebben hier ook nog wat cijfers over loonkostensubsidie, waar deze mensen dan aan het werk zijn. Ook hier kunnen we dan weer filteren op de gemeente en dan passen alle tabellen zich aan. Hebben we hier ook nog een extra filter gedaan, dat als we bijvoorbeeld willen weten, hoe de alleenstaandengroep eruitziet, kunnen we ook hier op klikken en dan passen weer alle tabellen zich aan. Dus zo kun je eigenlijk ook een beetje spelen met het dashboard en steeds meer de verdieping opzoeken. Dan kan ik nog één overzicht laten zien en dat is voor de Participatiewet de in- en uitstroom.
Die hebben bij de instroom, hebben we dat aangegeven aan de hand van leeftijdscategorieën en de uitstroom hebben we ook de leeftijdscategorieën opgenomen, maar hebben we ook hier die taart toegevoegd en aangegeven wat de reden is dat mensen uitstromen. Dat zijn eigenlijk altijd, hè, we hebben: autonoom, werk, school en de handhaving, dat is een verplichte uitstroom vaak. Dit is eigenlijk ook wat we dan altijd in de rapportages die we eerder naar de raden sturen, ook in meenamen. Dan ga ik weer heel even wisselen van scherm. Dat was in ieder geval een korte preview van het dashboard. Er staan nog heel veel ontwikkelingen op de planning, want we zijn nog zeker niet klaar met onze ontwikkelingen. We hebben nu eigenlijk de regionale data ook ter beschikking en we zijn eigenlijk ook die data weer aan het checken met onze eigen data en willen dat ook inzichtelijk gaan maken in het dashboard, zodat we ook verplichtingen kunnen weergeven en ook declaraties kunnen weergeven. Dat hangt ook samen met financiële data, daar zijn we op dit moment ook druk mee bezig, dat we begrotingen
opnemen en dat kunnen aangeven van nou, tot nu toe is er zoveel uitbetaald. Is natuurlijk wel de kanttekening dat ook al laat je dat realtime zien, declaraties lopen altijd wat achter. Waar we het eigenlijk zojuist ook nog even over hadden. Misschien ook wel heel mooi om aan te geven: we zijn bezig met de Prognosetool voor Jeugd, dat is op dit moment nog voor Eemnes niet van toepassing, maar dat is een bureau, die heeft die tool al in veel meer gemeentes ontwikkeld en het blijkt heel erg goed te werken. Als we deze tool hebben ontwikkeld willen we deze ook uitrollen naar Wmo, zodat we ook veel betere prognoses kunnen maken voor Wmo en ook grip kunnen houden op de kosten. We willen ook een kwaliteitsmonitor gaan bouwen om de kwaliteit van de data continu te monitoren om ook te zorgen, dat wat we ook laten zien, dat het ook klopt. Als laatste staat op de planning om ook te kijken naar de kwaliteit van de ondersteuning die we inzetten. Het dashboard is nu heel erg gericht op kwantiteit, op de cijfers, maar we willen ook wat meer inzichtelijk maken van, wat is nou de effectiviteit? Dat willen we dus ook gaan doen met cijfers van doorstromen en hoeveel herindicaties, hoeveel mensen keren terug, maar we kunnen ook bijvoorbeeld denken aan een kwaliteitsmonitor cliënttevredenheid, dus dat zijn dingen die nog op de planning staan.