Printversie transcript
Tekst van het document
Verder wilde ik nog even zeggen, ik had al wel bij de bevraging aan het bureau gezegd van, we kunnen ook die structurele bezetting doen met tijdelijke contacten, zodat dat uiteindelijk toch nog flexibel blijkt en eventueel ook nog aangepast kan worden aan een veranderende vraag aan bepaalde expertises. Maar op zich, als twee derde van de casus bijvoorbeeld een autistisch element heeft, dan denk ik dat het gewoon loont om die expertise op te bouwen binnen het team. En wat het onderbrengen in de regio betreft denken wij dat het … We zijn misschien, als ik het laatste rapport bekeek van de Gooi en Vechtstreek, dan kreeg ik toch sterk de indruk dat wij al iets verder zijn in bepaalde ontwikkelingen dan dat de regio is. Ik weet niet of dat in Amersfoort ook zo is, maar dan zou ik zeggen: nou, hou dit eerste jaar in ieder geval nog bij het jeugd- en gezinsteam. Naar de regio gaan kan altijd nog. En ja, ik denk dat het dan nu toch iets dichterbij is, omdat nu zelf die ervaring op te bouwen lijkt me wel goed. Dan weet je anders als je het gaat uitzetten ook waar je specifiek op moet letten en waar je over wil onderhandelen. Dus dat waren nog even onze punten. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij DorpsBelang. De heer De Zeeuw. De heer De Zeeuw: Ja, dank u wel. Dank u wel voor de toelichting en door de wethouder zelf ook. Ik denk ook op een punt, op dat preventief.
Ik moet zeggen, het wordt langzamerhand ook trouwens wel duidelijk dat, we hebben altijd heel erg op preventief willen inzetten, maar als je de rapporten van dezelfde organisatie die het
onderzoek heeft gedaan gezien hebt, dan zie je langzamerhand dat het ook niet duidelijk is of preventief ook betekent, want dat hebben we altijd gezegd, dat dan op langere termijn de kosten lager zijn. Maar dat begint langzamerhand meer en meer tegengesproken te worden, omdat blijkt dat als je heel erg veel vroeg preventief bezig bent, dat dat ook een aanzuigende werking heeft die uiteindelijk waar de vraag is of dat op langere termijn tot kostenbezuiniging gaat leiden. Dus daar mogen we zelf als gemeente ook wel goed naar blijven kijken of dat het juiste effect heeft in het geheel. Voor de rest, ja, ik blijf een beetje zitten met dat punt van specialistische kennis opbouwen versus meer algemene of lichte advisering wat in het verleden altijd ter discussie stond. Dus ik vraag me nog steeds af of dat niet beter is om dat regionaal te regelen. Dus daar heeft de wethouder mij niet in overtuigd dat dat beter zou zijn, want dat rapport op pagina 21 is toch wel redelijk duidelijk dat onze schaal eigenlijk te klein is en dat waarschijnlijk schommelingen in bepaalde casussen tussen het ene en het andere jaar ertoe leidt dat je dan de volgende keer weer een ander soort specialisme zou moeten hebben. Dus dat dat niet echt tot een continue dienstverlening kan leiden. Dat is eigenlijk het belangrijkste punt wat we daarin zeggen. Dus op dat punt heeft de wethouder ons nog niet overtuigd.
Ja, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar D66. Mijnheer Defferding, heeft u nog aanvullende vragen of opmerkingen? De heer Defferding: Ja, dank u wel voorzitter. Nog een punt waar we verheugd van zijn dat de wethouder dan nog even noemt, is het toezien op diversiteit. Heel erg belangrijk, vinden wij. Natuurlijk wil je de meest competente FTE aanstellen om het JGT te versterken, maar iedereen moet ook ergens beginnen en ervaring opdoen en die gaan ze ook kunnen krijgen. Maar ik ga ervan uit dat er goed naar wordt gekeken om die balans in orde te houden. En wat ik net nog niet helemaal duidelijk heb genoemd wellicht, is dat we ook de prioriteit moeten geven aan het terugdringen en teruggedrongen houden van de wachtlijsten, zodat er aan de achterkant meer ruimte ontstaat om en die administratieve lasten omlaag te brengen en daar gewoon niet zorgen over hoeven te maken dat er weer allerlei jongeren in de wacht staan om de juiste hulp te kunnen krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer De Zeeuw, wilt u uw microfoon uitzetten? Dan geef ik het woord aan de heer Hoorneman. De heer Hoorneman: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik wou even nog terug grijpen op het feit met het oog op het verzuim. Dit is niet prettig gezien het feit ook naar de cliënten toe. Ik bedoel, maar het geeft niet alleen problemen in het team, maar ook de cliënten.
Ik bedoel maar, mensen die krijgen toch wel iemand te spreken. Diegene die stelt redelijk toch wel intieme vragen en dan is de volgende week is er iemand anders. Dat geeft niet een bepaald prettig gevoel voor veel cliënten. Zeker niet als ik dus nu inderdaad toch ook wel merkt dat er aardig wat autistische mensen in de picture zijn. Mijn ervaring is, helaas heb ik daar ook heel erg veel ervaring mee, dat die daar gewoonte en vertrouwen een verschrikkelijk belangrijk item zijn. Deze mensen die kunnen niet hebben dat er gewisseld wordt in contacten. Mevrouw …: Mag ik daarop reageren? De heer Hoorneman: Ja, natuurlijk. De voorzitter: Mevrouw Van der Linde.
Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Oh, sorry. Dank u wel, voorzitter. Ik begrijp helemaal dat u dat zegt en dat dat belangrijk is voor de cliënten, maar we moeten ook niet vergeten dat net zoals in elk ander team de uitval niet altijd bedoeld is. Of meestal niet. Ja, het is alleen bedoeld in het geval van een zwangerschap, laat ik het zo zeggen, als positieve gebeurtenis en die is ook planbaar in redelijke mate. Maar de rest van de uitval is natuurlijk nooit bedoeld en niet de bedoeling. En het team bestaat ook uit mensen, dus dat kun je gewoon niet altijd voorkomen. En dan als het een relatief vrij klein team is, dan gaat dat helaas niet anders. De heer Hoorneman: Wij hebben het nu ook over versterking van het team. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Ja, dat maakt het sterker. De heer Hoorneman: Dat hoop ik dus … Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: We kunnen niet door de regel heen. De heer Hoorneman: Dat wil ik dus ook bekrachtigen, dat dat heel belangrijk is dat de cliënten zo constant mogelijk geholpen worden. En ik hoop dus dat als wij ingaan op het voorstel van het college of van de wethouder, dat het bevorderend werkt voor dit vertrouwen en naar de cliënten toe. Ik denk dat ik nu wel alles zo gezegd heb. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik of de wethouder nog reageren wil. Dat is het geval. Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Leijsma: Ja, dank u wel voorzitter.
Ja, er zijn toch een paar dingen die ik toch nog even wil uitleggen. Voor de provincie hebben wij twee studenten op dit moment aangehaakt om dat te onderzoeken, dus wat precies bij ons dan het beste werkt en welke provincie ons het meest gaat helpen. Dat en het andere was wat ik nog wilde toelichten is, wij gaan ook bij buurgemeenten kijken die het beter doen dan wij. Er zijn ook heel veel buurgemeenten die het minder doen dan wij, maar er zijn ook buurgemeenten die het financieel gezien beter doen. Hoe die het doen om te kijken of we daar nog van kunnen leren. En de specialisten, die zoeken we ook in samenwerking met de regio Amersfoort met elkaar op, dus dat is ook al iets waarin we samenwerken. En ik zal even kijken wat we nog meer … Oh ja. Die vaste gezichten. Ja, dat is natuurlijk hartstikke fijn voor mensen om een vast, vertrouwd gezicht te hebben. Ja, dat lukt helaas niet altijd en daarmee is wel weer een pleidooi voor het in duo’s werken, want dan zijn daar in ieder geval, is er daar vaak wel weer een van de vaste gezichten, dus dat brengt dan toch weer een zekere continuïteit wat prettig is voor de cliënten. En dan denk ik dat ik dus de regionale samenwerking … Ja, die heb ik ook genoemd. Nou, volgens mij heb ik dan nu de meeste zaken beantwoord. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik even ons of dit naar de raad kan wat de commissie betreft.
Ik zie niemand die zegt nee, dan gaat het naar de raad. Dank u wel. 5.2 Ontwerpbegroting 2022 AVU De voorzitter: En dan kom ik bij het volgende agendapunt. Dat is de ontwerpbegroting 2022 van de AVU. En dan begin ik bij D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Nou, daar hebben we eigenlijk vrij weinig op aan te merken, dus akkoord. De voorzitter: Prima, dank u wel. Dan kom ik bij de PvdA. Wie mag ik daar het woord geven? Mijnheer Overbeeke.
De heer Overbeeke: Ja, nee, wij sluiten ons daarbij aan. We hebben weinig invloed op die hele begroting, dus eigenlijk ook niets op aan te merken op dit moment. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel en dan kom ik bij DorpsBelang. De heer Van IJken. De heer Van IJken: Ja, dank u wel. Nee, hebben we niet veel op aan te merken. We hebben gelezen dat we onze bijdrage voor volgend jaar 38 duizend hoger wordt, maar laten we zeggen, dat ga je op die of die manier verlagen. Dat lijkt me onmogelijk. Dus het is niet anders, maar het is een fors bedrag wat waarschijnlijk toch verwerpt zal worden in de afvalkosten. Dus het is niet anders. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij CDA, de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank u wel, voorzitter. Op zich, wij hebben ook geen problemen om het voorstel te voegen, maar anderzijds staan we het ook eigenlijk weer niet een beetje. Ik zie dat Marco Radstake ook aanwezig is, dus dan is het ook wel goed om het richting hem te zeggen. We hebben enige tijd terug natuurlijk vernomen dat we goed ons best doen, maar dat de hoeveelheid restafval steeds minder is en door betere scheiding … Er staat nog een microfoon open hier en daar, geloof ik. De voorzitter: Ja, nee, is mijn microfoon. Ik was even verbaasd dat mijnheer … De heer Seldenrijk: Oh, mijn excuus. Nee, sorry. Ik zie hem even vol in het scherm bij mij, vandaar.
De voorzitter: Ja, hij is voor het LEF-project. De heer Seldenrijk: Oh, voor het LEF. Nou, mijn excuus dan. Even kijken, waar waren we gebleven? Ja, dat we niet op het gewenste niveau zitten per huishouden. We zien echter ook dat de kostentonnage restafval steeds hoger wordt en de opbrengsten van papier en glas steeds minder. U had al aangegeven dat dat kwam omdat we minder afval produceren en meer herbruikbaar aanleveren op de markt. In een documentaire konden we laatst ook zien en dat is ook al eerder gemeld door ons, dat afval werkzaam Nederland ‘…’ buitenland aannemen om de capaciteit die die over heeft op te vullen. Daar krijgen ze voor betaald. Hoe kan het dat de prijs omhoog gaat als verwerkingscapaciteit aangevuld is en een deel van het verwerkte tonnage daarvoor al betaald is? Die vraag, die staat bij ons helemaal, want uiteindelijk inderdaad als je ziet natuurlijk dat het tonnage ingehouden wordt en die verwerkingskosten hoger, maar die worden gewoon aangevuld van het buitenland vandaan. In het rapport staat ook dat er een mogelijkheid voor een nascheiding is, maar ik kan niet goed ontdekken of dit automatisch meegenomen is of dit op aanvraag van extra kosten zal gebeuren. Uiteindelijk kijken we ook een beetje naar de toekomst toe.
Hoe gaat het hiermee verder? Welk tonnage afval van restproducten produceren we in Eemnes en hoe is het verloop van de afvalstroom? Dus eigenlijk ook een beetje naar de toekomst toe gezien. Hoe gaat dit verder? We zien de kosten natuurlijk elke keer oplopen, maar aan de andere kant niks afnemen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik bij de VVD. Mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, u kent denk ik allemaal ons standpunt wel wat betreft het afval, dat wij groot voorstander zijn voor het nascheiden en dat alle rapporten hun eigen visie op bepaalde zaken hebben en de een spreekt de ander lekker tegen. Maar goed, het gaat hier om de begroting en daar kunnen wij mee instemmen.
De voorzitter: Dank u wel. Ik zit even te denken. PvdA, heb ik … Ja, die heb ik ook al gehad. Ik heb iedereen gehad volgens mij. Ja. Als je een ander rondje doet, is het altijd weer anders. Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Leijsma: Dat houdt u scherp, voorzitter. Ik heb eigenlijk niet veel vragen gehoord, alleen nog een opmerking over hoe gaan we om met de toename van het restafval in Eemnes? Dat is overigens ook niet alleen in Eemnes ook, maar wij hebben er wel al een plan voor. Dat is namelijk een gft-campagne, want wij hebben vooral geconstateerd uit het onderzoek wat vorig jaar gedaan is dat er vooral heel veel groente-, tuin- en fruitafval nog achterblijft in de grijze container en ook kleding bijvoorbeeld, stoffen. Dus daar komt, we zijn bezig met een campagne die binnenkort van start gaat om mensen nog een keer weer er op te attenderen dat ze echt het gft-afval in de groene container moeten doen en we gaan daarna nog een keer informeren, wat hoort in welke container? En we willen dan ook met een bepaalde gimmick makkelijker maken. Dus dat komt binnenkort en dat is ook ongeveer het enige wat we hier nog aan kunnen doen, dus dat is mijn reactie op de inbreng van het CDA. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk naar het CDA of dat duidelijk was, voldoende was.
De heer Seldenrijk: Ja, het antwoord was wel duidelijk, maar dat was niet het antwoord op mijn vraag, maar die komen vanzelf wel weer terug, mevrouw de voorzitter. Maar inderdaad, voor deze begroting maakt het niet zoveel uit. Dat ben ik gelijk met u eens als voorzitter zijnde. De voorzitter: Nee, maar u heeft … De heer Seldenrijk: Dus ik wou het voor nu er even bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Is goed, dank u wel. Dan gaan we naar het volgende agendapunt. Dat is … Mevrouw Havinga-de Jong: Voorzitter? Voorzitter? De voorzitter: Ja? Mevrouw Havinga-de Jong: Ja, sorry dat ik u onderbreek, maar het ging mij wat snel vanaf het rapport jeugden gezinsteam naar het vorige agendapunt. Daar zat namelijk dat raadsvoorstel in mijn beleving niet tussen en daar had ik inhoudelijk nog niet op gereageerd. Ik heb alleen gereageerd op het rapport. De voorzitter: Ik heb bij de aankondiging van de bespreking gezegd dat we de presentatie over gingen slaan en dat we meteen naar het rapport gingen, omdat dat hetzelfde is. Mevrouw Havinga-de Jong: Ja, maar dat is nog niet het raadsvoorstel, dus ik heb ook vragen gesteld … De voorzitter: Prima, maar … Mevrouw Havinga-de Jong: Of ik kan schriftelijk aan de wethouder geven, maar ik had namelijk gezegd, ik had nog wel wat aanbevelingen ten opzichte van dat raadsvoorstel en die zou ik toch wel graag kenbaar willen maken aan de wethouder.
Dus dat mag ik ook schriftelijk doen? Want wat mij betreft is die nog niet klaar. De voorzitter: Oké nou, dat is prima, maar ik heb heel duidelijk aangegeven dat we het raadsvoorstel gingen behandelen en dat we de presentatie, omdat het presenteren van het rapport zat ook bij het raadsvoorstel. Dus dat kunnen we allemaal alleen doen …
Mevrouw Havinga-de Jong: Nou ja, dat was bij het vorige rapport, dacht ik al, het moet in één, maar omdat het er natuurlijk twee waren, heb ik het als twee agendapunten uitgeschreven. Dus ik ben nu wat in de war en nu weer opgehelderd, maar ik wil wel ergens mijn punten kwijt. Dus dat wil ik ook schriftelijk doen. De voorzitter: Ja, dat is een beetje lastig, want dat wil de rest misschien ook wel horen. Kunnen de vragen ook gedeeld worden met iedereen? Of we moeten ze nu stellen. Mevrouw Havinga-de Jong: Ja, dat kan allebei. Ik kan het ook al schriftelijke vragen indienen, dan ziet iedereen ze. De voorzitter: Nee, want ik heb ook niet gehoord dat u gezegd heeft dat het niet naar de raad kon. Mevrouw Havinga-de Jong: Nee, nee, daarom was ik ook wat in verwarring. Ja, dat rapport, dat hoeft niet naar de raad. Maar goed, u was het volgende agendapunt al gestart. Ik dacht, daar ga ik niet toch een kletsen. Ik denk, dan wacht ik braaf even tot een moment dat het wel kan. De voorzitter: Nou, dan … Mevrouw …: Kan toch anders ook misschien in de vorm van een amendement komen? Of niet? De voorzitter: Nou, volgens mij heeft mevrouw Havinga het over vragen en mijn voorstel is als ze dat naar de griffier stuurt, dan zorgt de griffier dat dat verspreid wordt en dat de antwoorden ook bij iedereen terechtkomen.
En dan kan het gewoon naar de raad en volgende week in de raad kan er ook nog iets over gezegd worden. Mevrouw Havinga-de Jong: Dat is prima, ja. De voorzitter: Wordt het een bespreekstuk. Is dat goed? Mevrouw Havinga-de Jong: Ik ga het naar de griffier sturen en het woord ook een bespreekstuk. Ja. De voorzitter: Sorry dat ik dan toch onduidelijk was. Mevrouw Havinga-de Jong: Nee, voor mij. Maar voor de rest blijkbaar niet, dus dat scheelt. De voorzitter: Oké. Nou, dank u wel. Heel goed. 5.3 Raadsnotitie diverse besluiten algemeen bestuur AVU waaronder lidmaatschap WSGO en het instemmen met De voorzitter: Dan gaan we nu naar het volgende agendapunt en dat is raadsnotitie diverse besluiten algemeen bestuur AVU waaronder lidmaatschap WSGO en het instemmen met. Dat is de titel die ik hier heb staan, want dat gaat natuurlijk ook over het uittreden van de gemeente Vijfheerenlanden. Ik begin deze keer bij … Nou, goh, waar zou ik beginnen? VVD, laat ik daar beginnen. Mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Ja, dank u wel voorzitter. De voorzitter: Volle agenda vanavond.
Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Nou, hè? Nou, we hebben met interesse gelezen hoe de constructie met Vijfheerenlanden aan elkaar zit en nou, ze hoeven maar vrij weinig uittredingskosten te betalen uiteindelijk, viel ons op. We lazen ook dat alle contracten begin dit jaar allemaal weer opnieuw afgesloten zijn, dus dat geeft ook aan dat wij voorlopig in het stramien mee zullen moeten, willen we niet met hele hoge kosten geconfronteerd worden. Maar ja, dat is in de laatste vergadering ook zo besloten, dus verder hebben wij hier eigenlijk geen op- of aanmerkingen van. Ja, het aansluiten bij, ik ben even de naam kwijt, voor die caoonderhandeling, dat lijkt ons een logische stap gezien de wettelijke ontwikkelingen, dus wij kunnen overal mee instemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar DorpsBelang. Beide heren hebben de microfoon steeds aanstaan. Ik wil toch vriendelijk verzoeken of u, als u niet aan het woord bent, de microfoon uitzet. Wie mag ik het woord geven? De heer Van IJken? De heer Van IJken: Mij. Ja, maar ik heb hier niks over te zeggen, dus ik heb het woord feitelijk niet nodig. De voorzitter: Prima. Dan mag de microfoon meteen weer uit. Dank u wel. Dan ga ik naar de PvdA. De heer Overbeeke? De heer Overbeeke: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, over het tweede deel van deze notitie, Vijfheerenlanden. Ja, hebben wij eigenlijk niet zo gek veel over te zeggen.
Ook de constatering dat men wel met een koopje terechtkomt daar. Maar goed, op zich kunnen we dat niet beïnvloeden. En dat geldt in feite ook voor de werkgeversorganisatie SO. Ik weet niet waar SO voor staat. Dat is eigenlijk een voortvloeisel van veranderende wetgeving. En de VNG heeft voorgesteld om daar een aparte werkgeversorganisatie, of een aparte cao te maken voor gemeenteambtenaren die niet echt in dienst zijn van de gemeente zelf, maar van samenwerkingsorganen. Aha, daar hebben we de SO. Samenwerkingsorganen. Dus ja, dat is een besluit van de VNG geweest en ook daar kunnen we weinig invloed op uitoefenen. Dus ik kan instemmen, wij kunnen instemmen met dit voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Ja, dank u wel voorzitter. Nou, ook D66 kan hier heel kort over zijn. Wij gunnen de AVU deelname aan de WSGO en wij gunnen ook Vijfheerenlanden een uittreding van de gemeenschappelijke regeling, dus wij stemmen hier ook mee in. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar het CDA, de heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Ja, dank u wel voorzitter. Nou ja, ik sluit me een beetje aan bij het pleidooi van voorgaande sprekers. Wij kunnen inderdaad ook instemmen met het voorstel. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.
Dan denk ik dat ik mag concluderen dat dit een hamerstuk kan zijn in de raad en dat heb ik over de vorige agendapunt, de ontwerpbegroting van de AVU, nog niet geconcludeerd. Kan dat ook een hamerstuk zijn? Dat is het geval. Dank u wel. 5.4 Presentatie voortgang project LEF De voorzitter: Dan zijn we aangekomen bij agendapunt 5.4, een presentatie van het project LEF. En daarvoor heeft heel geduldig zit te wachten, de heer Radstake. Mag ik u het woord geven.
De heer Radstake: Dank u wel, voorzitter. Ik heb met plezier meegeluisterd tot op heden. Ik zou graag mijn scherm even willen delen voor de presentatie, dus dat ga ik nu even doen. De voorzitter: En dan doen we ook weer vragen achteraf. De heer Radstake: Prima wat mij betreft. Even de controle, gaat nu mijn scherm? De voorzitter: Ik zie uw scherm. De heer Radstake: Prima, gaan we van start. Ik zal u vanavond even meenemen in het project Renaissance. Ik denk dat de meesten van u het project kennen, maar ik zal heel kort nog even een introductie geven van het traject en zal daarna even de status van de pilot van gemeente Eemnes met u doornemen. Allereerst het project Renaissance, zoals het officieel heet in Europa, staat lokaal bekend als LEF. Het project is op vier plaatsen in Europa van start gegaan. De gemeente Eemnes, een locatie in Griekenland, een locatie in Spanje en een locatie in België, Brussel. De bedoeling is om aan te tonen dat lokale energiehandel mogelijk is en ook interessant is voor deelnemers lokaal. Het bijzondere van de gemeente Eemnes binnen de vier pilots, dat Eemnes de enige plek in Europa is waar dat plaatsvindt met particuliere deelnemers. Op andere locaties zijn dan meestal enkele deelnemers, bijvoorbeeld de Universiteit van Brussel, waarbij dus ook één partij de besluitvorming heeft.
En Eemnes werven wij individuele deelnemers en dat maakt het eigenlijk heel bijzonder. En het mooie is ook om wel te zeggen dat binnen de vier projecten binnen Europa Eemnes eigenlijk het meest gevorderd is. Wat ik vanavond even wil doornemen, is in ieder geval de doelen van de pilot zoals die vooraf zijn gesteld. Heel kort even de betrokken partijen. Ik ga ze niet allemaal doornemen, maar ik ga ze in ieder geval even aan u kenbaar maken. De uitgangspunten die we hebben gekozen voor de pilot, het project. Natuurlijk hebben we de voortgang, dat is interessant. Maar ook een aantal uitdagingen waarvoor we nog staan en stappen die we vervolgens gaan nemen. Het project loopt door tot mei volgend jaar en we hebben nog een aantal stappen te maken voordat moment. Allereerst het doel van de pilot. Het is een Europees pilotproject en het doel van de pilot is eigenlijk een aantal doelen, zowel Europese doelen als een aantal lokale doelen van Eemnes. Een van de eerste doelen is het mogelijk maken van lokale, flexibele energiehandel en meer groene energie. Zoals u weet, produceren we in Eemnes de nodige groene energie.
Het lastige daarbij is dat die energie op dit moment als we een produceren en niet direct nodig hebben terug gaat naar grote energieleveranciers en een van de doelen van deze pilot is om dat tegen te gaan en de energie ook in Eemnes te houden en binnen Eemnes te gaan verhandelen. Het tweede belangrijke doel is het aantonen of die flexibele energie al wel financieel interessant is voor de deelnemers. Ook daar is het tot nu toe binnen de wetgeving van Nederland zodat het over produceren van groene energie, dus eigenlijk meer dan jezelf nodig hebt, financieel niet echt interessant is. En de bedoeling is met deze pilot om dat juist wel interessant te maken, zodat er ook meer energie geproduceerd gaat worden. En dat is ook meteen het volgende punt bij de doelen, het aantrekkelijk maken van de productie van duurzame energie, meer dan door eigen gebruik. We hebben een heleboel dak in Eemnes en dat willen we ook graag maximaal benutten, alleen je ziet dat door de huidige wet- en regelgeving het voor dakeigenaren eigenlijk zelden interessant is om meer te produceren dan voor het eigen gebruik en dat daarom ook maar een deel van het potentiële dak gebruikt wordt. Een volgend doel is het creëren van een energiehandelsmodel en dat is dus eigenlijk het Europees doel. En dat energiehandelsmodel, dat zou dan ook toepasselijk moeten zijn op andere locaties in Europa.
Dus eigenlijk is Eemnes echt een pilot om aan te tonen dat dit systeem kan werken en dat we het ook zouden kunnen implementeren binnen andere Europese markten. En een laatste doel is het verminderen van de belasting. En dan bedoel ik niet het geld uit de belasting, maar de spanning van het lokale energienet. Op dit moment transporteren wij alle energie die we opwekken via het energienet heen en weer. Dat betekent dat we veel
koper in de grond moeten gaan leggen. Zeker in de komende jaren. Om dat te beperken willen we graag lokaal energie verhandelen, waardoor het transport ook die dikke koperen leiding niet nodig is en ook de investering in die koperen leiding niet nodig is. Zoals ik al aangaf, even kort te betrokken partijen. We zetten schaal op staat de gemeente Eemnes. De gemeente Eemnes is degene die de subsidie heeft aangevraagd in Europa en ook heeft gekregen. Het pilot wordt ook volledig, dus 100% gesubsidieerd door Europa en dat brengt dan bepaalde verplichtingen met zich mee. We moeten regelmatig daarover rapporteren en zorgen dat onze administratie daar ook goed op orde is en dat is gelukkig op dit moment ook zo. We hebben daar een aantal partijen bij betrokken, bij het project, omdat er dingen geleverd moeten worden die we vanuit de gemeente Eemnes zelf niet kunnen leveren. Dat is onder andere natuurlijk de hard- en de software die voor het project nodig is, maar ook kennis over contacten met de Europese Unie in het kader van goede afhandeling van dat subsidietraject. Maar ook contacten met andere stakeholders. En dan denk ik met name bijvoorbeeld even aan de RVO en de belastingdienst in Nederland. Zij hebben beide eigenlijk een rol in dit project en daar kom ik zo direct ook nog even op terug. Voor de rest, Eemnes Energie is denk ik wel belangrijk om te noemen.
Ook dat is een partij die eigenlijk op dit moment goed werk in Eemnes verzorgt en ervoor zorgt dat deelnemers ook de juiste hardware geïnstalleerd krijgen, maar ook met eventuele vragen ergens terecht kunnen. We hebben uitgangspunten geformuleerd die we graag zouden willen bereiken met dit project. Ze liggen een beetje op een lijn natuurlijk met de punten die ik net heb genoemd. Belangrijk is dat we lokale energie ook zoveel mogelijk lokaal willen gebruiken, dus we willen af van het transport heen en weer over het net. Iedere gemeente is bezig om zoveel mogelijk te verduurzamen. Eemnes heeft een serieuze ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn en een van de dingen die daarbij kan helpen, is dat we zoveel mogelijk energie lokaal produceren, maar ook dan lokaal benutten. We willen ook gebruik maken van de overtollige energie die we gaan opwekken als we de daken maximaal gaan benutten voor flexibele handel in de open energiemarkt en dat doen we met name, omdat daar het financieel voordeel aan kan zitten voor de deelnemers. Ik kom dan zo direct bij de stappen die we moeten gaan nemen. Dan kom ik daar op terug.
Ik heb al gezegd, we willen de daken maximaal benutten voor energieontwikkeling in Eemnes en dat is eigenlijk alleen mogelijk als die onderling energiehandel gaat plaatsvinden, want dan staat er een kostendekkende prijs voor alle energie die opgewekt wordt en niet alleen een kostendekkende prijs voor energie die je zelf consumeert en dat is eigenlijk in de huidige wetgeving wel het geval. We willen ook overtollige energie gaan gebruiken voor opslag in lokale batterijen voor later gebruik ook weer lokaal. Zover zijn we overigens nog niet in dat traject en dat zal ik straks nog even verduidelijken. En dat heeft erg met name niet maken dat op dit moment lokale batterijen tegen een financieel probleem aanlopen, met name omdat de energie die daar in gestopt wordt en later weer terug gehaald wordt, belast is. En voor de gebruiker eigenlijk op dat moment twee keer belast, namelijk op het moment dat het er in gestopt wordt en op het moment dat het eruit gehaald wordt en dat is financieel nog niet aantrekkelijk. En als laatste uitgangspunt hebben we gekozen dat we een lokaal energiegemeenschap willen faciliteren. Dat zijn eigenlijk alle deelnemers, alle projecten samen. Die hebben ondersteuning nodig, die hebben een stuk uitleg nodig en daarvoor willen we die energiegemeenschap inhouden. Nou, wat is nu de voortgang van het project? We zijn gestart op 28 november 2019.
Ik denk dat een aantal van u ook misschien wel allemaal ook bij de kick-off is geweest. Dat was een goed bezochte meeting. Ruim 130 bezoekers en daaruit hebben we meteen ook vijftig deelnemers gerealiseerd en dat is een hele mooi ontvangst geweest op dat moment. Zeker als we denken dat het gaat om een pilotproject. Na die globale start hebben we tussen december 2019 en maart 2020 bij de eerste vijftig deelnemers de installatie verzorgd van de hardware, dus de communicatie van de hardware die ervoor zorgt dat alle energiegegevens, de opwek en het gebruik van de individuele deelnemer ook gecommuniceerd kan worden met het systeem wat daar achter zit voor de energiehandel. Dus die vijftig blikvangers, heten die apparaten, zijn geïnstalleerd en die zijn ook werkelijk gemaakt en dat heeft nog wel wat voeten in aarde gehad her en der. Vervolgens zijn we op 1 maart 2020, dus vorig jaar, gestart met het verzamelen van die data over energiegebruik en energieproductie van deelnemers
en is er ook een blik-app en dat is de app die door bij die vijftig blikvangers geïntroduceerd. En met die twee zaken is het volledige energieverbruik en de energieproductie van alle deelnemers inzichtelijk geworden en kunnen deelnemers ook zelf in de app hun dagelijkse energieproductie en -afname zien. April 2020 was een belangrijk moment. Toen hebben we het contract getekend met de energieleverancier die deelneemt aan het project. Energie Zero, die stond ook bij de deelnemers aangegeven. En dat was een belangrijk moment, omdat in Nederland nog niet veel energieleveranciers overweg kunnen met flexibele energiehandel. Daarvoor is namelijk nodig dat je een keer per kwartier energie afrekent en zoals u wellicht weet, de meeste partijen in Nederland doen dat maar één keer per dag en hebben dus niet een administratie die ingericht is om deel te kunnen nemen aan dit project. Dus wij hebben daar flink naar moeten zoeken, naar een vaste energieleverancier en die hebben we in april 2020 ook gevonden en dat was een belangrijke stap voor het proces. In december van vorig jaar hebben we het gebruikersdashboard geïntroduceerd en met dat gebruikersdashboard kregen de deelnemers inzicht hoe zij hun energieprijs kunnen beïnvloeden.
Er zijn een aantal parameters waarin je binnen het proces van LEF, waar je aan zou kunnen draaien, knoppen waar je zou kunnen draaien als deelnemer, waarmee je zelf invloed hebt op je eigen energieprijs. De belangrijkste parameter op dit moment is eigenlijk dat je zelf kunnen bepalen wanneer je eventueel een apparaat gaat aanzetten. Daarmee is overigens die energiestroom nu niet heel belangrijk, want energie community geeft vooraf aan dat de volgende dag bijvoorbeeld het interessant is om in de middag de wasmachine aan te zetten, omdat dan de energieprijs laag zal zijn. De energie community doet dus ook aan voorspellingen van de energieprijs. Zoals ik zei, het is een project, een pilotproject, dus er zitten zeker wat uitdagingen in. Nou, de belangrijkste uitdaging in eerste instantie was natuurlijk dat corona ertussendoor kwam en dat de planning daarvoor uitgelopen is met zes maanden. En dat betekent ook dat het hele proces van aantrekken van nieuwe deelnemers na die eerste vijftig mensen zes maanden is uitgesteld. We hebben hier ook contact gehad met de EU en we hebben ook toestemming gekregen om het project zes maanden tenminste door te laten lopen, dus het heeft geen effect gehad op de inhoud van het project gelukkig, maar wel op de doorlooptijd. Nou, er zijn wat communicatieproblemen geweest en met name de datacommunicatie door de grote verscheidenheid aan hardware.
En wat ik daarmee bedoel, we hebben ook al de blikkasten geïnstalleerd bij individuele deelnemers. Die blikkasten moeten communiceren tussen bijvoorbeeld de zonnepanelen of de warmtepomp die een deelnemer heeft en het systeem wat daar achter zit. Helaas is het in Nederland zo dat we een grote verscheidenheid aan leveranciers van zonnepanelen hebben. Grote verscheidenheid aan leveranciers van ‘…’ en die data communiceert niet allemaal even goed met de blikkast. Daar is vrij veel tijd in gaan zitten om dat allemaal wel voor elkaar te krijgen, maar dat is gelukkig allemaal opgelost. Een andere uitdaging is de complexiteit van de Nederlandse energiemarkt, maar ook van de real time training. En dat beperkt op dit moment eigenlijk de directe invloed van ‘…’ en energieprijs. Om echt goed invloed te kunnen hebben op je energieprijs, zou je als stand regelmatig per dag moet kijken of je aan de parameters moet bijstellen die je kunt beïnvloeden. Nou, eerlijk gezegd denk ik niet dat particuliere klanten meerdere keren per dag gaan kijken naar hun energieverbruik en de mogelijkheid om hun energieprijs te beïnvloeden. Zij zullen dat ook misschien een keer per dag doen. Dan ben ik misschien al optimistisch. Misschien maar één keer per week en dat betekent dat de directe invloed op de prijs beperkt zal zijn en dat is een uitdaging waar we tegenaan lopen.
Een volgende uitdaging is het realiseren van een product dat voor iedere deelnemer interessant is, want het lijkt erop dat er voor verschillende typen deelnemers verschillende prijsconsequenties zijn. Dus mensen die bijvoorbeeld wel of geen zonnepanelen hebben. En het lijkt erg bijvoorbeeld op dit moment op dat deelnemers met zonnepanelen meer voordeel zullen hebben dan deelnemers zonder zonnepanelen. Waar we in ieder geval namelijk kijk, is dat alle deelnemers uiteindelijk financieel voordeel hebben en niemand er financieel nadeel van ondervindt. Daar zijn we nog businesscases voor aan het opstellen. Een volgende uitdaging is dat wij prijsafspraken moeten maken met onder andere de belastingdienst en de RVO. En dat heeft ermee te maken dat op energielevering een aantal belastingen zitten: de opslag duurzame energie en
natuurlijk ook gewoon de btw. En bij het heen-en-weerschuiven van energie ook intern binnen de community moet er nu continu nog opslag duurzame energie en ook btw worden betaald. Wij zijn in overleg met de belastingdienst en het RVO om er binnen deze pilot voor te zorgen dat dat niet meer het geval is, want als dat niet meer het geval is, dan wordt het pas serieus interessant om lokaal opgewekte energie ook lokaal te gaan gebruiken. Dan zit de winst van de deelnemers met name ook in niet betaalde belastingen en ook niet betaalde opslag duurzame energie. Maar dat blijft lastig. We krijgen lastig contact met belastingdienst en ook met de RVO en we hebben tot op heden daar nog geen afspraken over kunnen maken. En de laatste uitdaging is de realisatie van de batterij. En dat heeft ermee te maken het realiseren van een batterij eigenlijk alleen interessant is op het moment dat wij afspraken hebben kunnen maken met de belastingdienst en de RVO. Zoals ik al eerder aangaf, zolang die afspraken er niet zijn, wordt het laden en ontladen van de batterij iedere keer belastend met ODE en btw en is het dus economisch niet interessant binnen een project. Nou, dat was de stand tot op heden. Er zijn ook nog een aantal volgende stappen te zetten en de eerste wordt volgende maand gezet en dat is dat de virtuele energiehandel en virtuele facturatie van de eerste deelnemers van start gaat.
Wat betekent dat? Op dit moment hebben eigenlijk alle deelnemers nog hun eigen energieleveranciers, zoals ze die ook bij toetreding van het project hadden we. Wij gaan in mei een virtuele factuur maken voor alle deelnemers die zij naast hun huidige factuur kunnen leggen. En in die virtuele factuur zien zij was een economisch voordeel zou zijn geweest op het moment dat zij op dit moment hadden deelgenomen aan de echte energiehandel. Dat is om de deelnemers inzicht te geven wat precies het systeem is en ook om ze vertrouwd te maken met de factuur zoals hij eruit ziet en de onderdelen die daarin zitten. Als dat helemaal goed gaat en daar gaan we vanuit, dan willen we daarna beginnen met de werkelijke energiehandel en werkelijke facturatie van energietraining. Daarbij is wel belangrijk dat de overstap natuurlijk vrijwilligers van de deelnemers. Op basis van de virtuele facturatie die zij allemaal van tevoren hebben gezien, kunnen zij besluiten om wel of niet over te stappen naar de real life energy training of dat zij daar voorlopig nog even mee willen wachten. De stap die daarna aangenomen moet worden en dat zal waarschijnlijk niet eerder zijn dan in september van dit jaar, is dat wij wellicht nieuwe deelnemers zouden werven en ik zeg daarbij wellicht.
Dat is een beetje afhankelijk van ook weer de prijsafspraak die wij kunnen maken met de belastingdienst en RVO, want uiteindelijk bepaalt dat of wij ook een hele interessante businesscase hebben die wij aan nieuwe deelnemers kunnen gaan aanbieden. Kunnen wij die afspraken nog niet maken, dan kan het zijn dat wij de werving van nieuwe deelnemers iets moeten uitstellen tot als wij een businesscase hebben die ook interessant genoeg is voor nieuwe deelnemers om deel te gaan nemen aan dit project. Dat was op dit moment hetgeen wat ik u wel vertellen over het project LEF Renaissance. Dank u voor uw aandacht en ik hoor graag of er op dit moment nog vragen zijn. De voorzitter: Dank u wel. Als u het scherm weer … De heer Radstake: Ik ga het scherm weer on-delen als ik dat technisch voor elkaar krijg. De voorzitter: Vast. De heer Radstake: Ja, dat gaat mij vast lukken. De voorzitter: En dan kijk ik even rond wie er vragen hebben voor de heer Radstake. De heer Seldenrijk. De heer Seldenrijk: Dank u wel, voorzitter. Het was een hele heldere presentatie, dus inhoudelijk eigenlijk helemaal niet zoveel vragen. Ik was wel benieuwd, die vijftig deelnemers die nu geworven zijn, die dus meedoen aan het project, een beetje wat voor soort deelnemers zijn dat? Zijn dat mensen die, waarvan driekwart al zonnepanelen hebben liggen? Of zijn het juist een klein aantal? Kunt u iets meer zeggen over die
vijftig deelnemers? Hoe zit dat in elkaar? En voor ons ook, het ligt een beetje ver bij ons vandaan als commissie, als raad zijnde. Ik ben best wel benieuwd, hoe ziet die virtuele energiehandel eruit op papier? Dus misschien op het moment dat u die grens gaat delen met de deelnemers, misschien ook zoiets naar ons toe kunt komen zodat ook wij een beetje inzicht krijgen hoe dat precies gaat werken en hoe dat werkt. Gewoon even het gevoel wat wij erbij moeten hebben als commissie, als raad zijnde. Ik vind dat wel heel prettig als dat kan. Dus een verzoek en een vraag. De voorzitter: Dank u wel. Ik zal eerst even een rondje maken en ik weet niet of het u lukt om de vraag mee te stellen. Mijnheer Radstake, is dat goed? De heer Radstake: Dat is akkoord. De voorzitter: Oké. Dan ga ik naar de PvdA, de heer Overbeeke. De heer Overbeeke: Ja, dank u wel voorzitter. Ook dank voor de presentatie. Een heel heldere presentatie. Ik hoor ook weer nieuwe dingen. Dat vind ik heel mooi. Het is wel ambitieus en innovatief, dit project. Vooral ook waardering, dat wil ik wel doorgeven, voor de drijvende personen achter dit project, want dat lijkt me knap ingewikkeld en knap complex, ook technisch gezien.
En wat het goede daarvan is, is dat het in ieder geval bij deelnemers de bewustwording voor de energietransitie absoluut vergroot, want je bent heel daadwerkelijk en heel dagelijks ben je met energie bezig door een enorme leerfase doorlopen, dat is ook prachtig. Heel verbazingwekkend dat, ik zou bijna zeggen, weer de belastingdienst is die roet in het eten gooit. Het is me toch ook wat in Nederland. En ik vind het heel mooi, ook de promotie voor, in feite voor batterij opslag, mits dat een goede businesscase wordt. Wat ik eigenlijk zou willen vragen, nu dat het project niet zo heel snel verloopt door allerlei omstandigheden, zit er niet in kans in dat het op een gegeven moment ingehaald wordt door netwerkbeheerders? Ik zie dat ENGIE, is een grote leverancier natuurlijk van energie, ook dit soort activiteiten ontplooid op dit moment. En ik vraag me af, worden we niet ingehaald door beheerders die hele diepe zakken hebben om dit soort projecten gaan uitvoeren? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Ja, dank u wel voorzitter. Ik realiseer me dat dit ook de portefeuilles van met name mijn collega, de heer Rood. Dus ik zal maar niet al te technische vragen gaan stellen. Bedankt voor de presentatie, mijnheer Radstake. Hartstikke mooi.
De enige vraag die ik heb, is wat is de verwachte opbrengst voor de deelnemer als die virtuele rekening zo meteen gepresenteerd wordt? Ik kan me voorstellen dat deelnemers ook voornamelijk naar hun portemonnee gaan kijken, van what’s in it for me? Daar was ik nieuwsgierig naar. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie verder geen handjes, verder geen vragen. Dan ga ik naar de heer Radstake. De heer Radstake: Dank u wel, voorzitter. Ja, even terugkomend op de eerste vragen. De verdeling van de vijftig deelnemers. De heer Seldenrijk vroeg daarnaar. Ja, daar is in de algemeenheid niet exact iets over te zeggen. Wel is het zo dat het een gemêleerd gezelschap is, dus er zijn zowel deelnemers die zowel energie produceren als deelnemers die alleen energie consumeren en dat is ook heel bewust gedaan, want de overproductie moet uiteindelijk ook ergens naartoe kunnen. Als we straks alleen een systeem zouden krijgen waar extra energie geproduceerd wordt, dan zouden we zonder meer moeten gaan handelen alleen aan de energiemarkt. Dat is eigenlijk niet de intentie. We willen eigenlijk vraag en aanbod aan lokaal aanbod koppelen. Dat is ook een onderdeel van het project. De voorbeeldfactuur. Ja, ik kan u natuurlijk niet een
factuur sturen van een bestaande klant. Wat ik wel kan doen, is een voorbeeld van sturen waarin in ieder geval alle elementen die ook echt in het energie training factuur voor zouden komen staan. Dus dat u in ieder geval een idee heeft hoe een klant in factuur krijg en wat er allemaal op staat, zodat u wellicht ook zelf daar een gevoel bij krijgt. Dan was er nog een vraag of er een kans is dat we ingehaald worden door netwerkbeheerders. Ja, die kans bestaat. Ik weet niet of we op korte termijn ingehaald gaan worden. Ons project loopt tot mei volgend jaar. Ik denk niet dat dan netwerkbeheerders al zover zullen zijn. Het opzetten van dit systeem is ook niet een doel op zich voor Eemnes. Wat Eemnes graag wil doen, is met dit systeem aantonen dat het kan werken. Als grote netwerkbeheerders hier ook mee starten en een soortgelijk traject aanbieden en dat misschien zelfs wel op efficiënter kunnen dan wij op dit moment in ons project, dan is dat alleen maar gunstig denk ik voor deelnemers in Eemnes, zolang het product uiteindelijk maar goed is, maakt het op zich wel uit wie daarvan de aanbieder is. En de verwachte opbrengst. Ja, dat is ook een vraag die terecht gesteld wordt tijdens de laatste evaluatie van de Europese Unie. Ook daarbij moet ik zeggen, dat kan ik op dit moment nog niet aangeven, anders moet ik daar naar gaan vissen.
We zijn nu bezig met het maken van de businesscases en daarbij is het zeer bepalend of we uiteindelijk van de belastingdienst, van het RVO, medewerking krijgen om die korting toe te gaan passen. Kunnen we die korting niet toe gaan passen, dan zou het zomaar eens kunnen zijn dat er niet voor alle deelnemers een positieve businesscase uit komt. En nou ja, dan bestaat er het risico dat we een groep van die deelnemers gaan verliezen en dat we ook onbalans krijgen in de type deelnemers. Zijn daarmee alle vragen voldoende beantwoord? De voorzitter: Ik kijk even rond of ik nog handjes zie. De heer Van IJken. De heer Van IJken: Ik heb nog een vraag. Ik weet niet hoe ik een handje kan opsteken. De voorzitter: Nou, dan geef ik u volgende keer een cursus. De heer Van IJken: Ja, dat is welkom. Ik had een vraag die feitelijk twee jaar terug had moeten stellen, van de ambtelijke werkzaamheden hiervoor, worden die ook vergoed door de Europese subsidie? Dat lijkt me toch behoorlijk wat ambtelijke inzet te vergen. De heer Radstake: Dat klopt. Nou ja, niet alleen ambtelijke inzet. Het hele project vraagt vrij veel inzet, maar voor zover die ambtelijke uren door mij gemaakt worden specifiek voor het project worden die inderdaad gefinancierd vanuit de Europese Unie.
De heer Van IJken: Dus die worden gewoon berekend aan Brussel? De heer Radstake: Die woorden inderdaad gewoon door gecalculeerd aan … Nou, niet aan Brussel, maar ten koste van het project. We hebben al een ‘…’ project en daar gaat het naartoe. De heer Van IJken: Oh nou, interessant. De voorzitter: De heer Schade. De heer Schade: Ja, dank u wel voorzitter. Ik dacht dat we een rondje maakten, dus vandaar dat ik nu maar een vraag komt die duidelijk in de eerste instantie gesteld had moeten worden. Ik hoorde u zeggen dat er per kwartier gefactureerd zou worden en dat het onderscheid was met de energieleveranciers die dat per dag gingen meten. Nou is mijn vraag, hoe ziet dan de afrekening daarvan uit? Hoe kan een klant controleren of
datgene wat in rekening wordt gebracht dat hij moet gaan betalen, of wat hij heeft geleverd en waar die recht op heeft, dat dat klopt? Dat was een puur technische vraag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Radstake: De heer Radstake: Ja, ik zou dat, wat dat betreft verschilt het natuurlijk niet zo heel veel met de energieleveranciers die de rekening bedacht hadden, maar daar krijgt u natuurlijk maar één keer per maand een factuur van. Tenminste als u een flexibel contract heeft, is dat toepasselijk. Als u een vaste prijs betaald, heeft die daar natuurlijk helemaal niets mee te maken. Maar het wordt allemaal technisch vastgelegd. De klant ziet op zich niet op zijn factuur dat het zegt dat die is afgerekend. Dat zit meer in het achterliggende systeem wat daarin zit. De klant zal gewoon een eindfactuur krijgen met daarop de totale kosten voor de geleverde energie. Maar dat is altijd in de databases terug te halen hoe die factuur is opgebouwd door al die kwartierprijzen die zijn vastgelegd. Dus dat wordt gewoon geregistreerd in dat systeem. De heer Schade: En die kwartierprijzen, die zijn gerelateerd aan de marktprijzen van energie? De heer Radstake: Ja. Ja, en binnen de markt is het zelfs zo dat daar volgens mij per seconde of per deel van een seconde de prijs wijzigt.
Maar bij de energieleverancier wordt een keer per kwartier de prijs vast gezet achter een, omdat per seconde eigenlijk praktisch niet te doen is. De heer Schade: Prima, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er verder nog vragen zijn. Dat is niet het geval. Nou, dan was het heel duidelijk. Dank u wel. Wat de heer Seldenrijk vroeg, die voorbeeldrekening, die komt t.z.t. wel via de griffier naar ons. De heer Radstake: Ga ik voor zorgen, ja. De voorzitter: Helemaal goed. Dank u wel. De heer Radstake: Graag gedaan. De voorzitter: Nou, dat is mooi. Ik pak even de agenda erbij. 7. Mededelingen College De voorzitter: Dan zijn we gekomen aan het volgende agendapunt, mededelingen van het college. Eén mededeling van wethouder De Boer. Mevrouw De Boer-Leijsma: Dank u wel, voorzitter. Ja, ook namens mij nog even bedankt mijnheer Radstake, want we moeten natuurlijk goed de raadsleden, maar ook onze inwoners, goed bij alles betrokken houden wat er gebeurt rondom het klimaat en de energietransitie. En in dat kader is ook deze mededeling. Misschien heb ik het al eerder verteld, maar er komt een klimaatspecial bij de rotonde en die gaat vooral in op de RES en op de transitievisie warmte. En die is ook heel erg bedoeld om onze inwoners goed te informeren en erbij te betrekken en ook de kans te geven er wat van te vinden.
Dus gelijk daarna volgt ook een enquête via ons burgerpanel en ook mensen die niet bij het burgerpanel zijn aangesloten, maar toch graag mee willen doen aan de enquête, kunnen die enquête invullen. Dat wordt daarbij ook goed uitgelegd. En dit gaat allemaal rond half mei plaatsvinden. Dat wilde ik graag even delen.
De voorzitter: Oké, dank u wel. Daar zijn geen vragen op. Dat is niet het geval. 8. Rondvraag De voorzitter: Dan kom ik bij de rondvraag en dan begin ik bij DorpsBelang, de heer De Zeeuw of mijnheer Van IJken. Iets voor de rondvraag? De heer De Zeeuw: Nee, dank u. De voorzitter: Dan CDA. De heer Seldenrijk: Nee, dank u wel voorzitter. De voorzitter: De VVD? De heer Schade: Niets voor de rondvraag. Dank u wel. De voorzitter: En dan D66. De heer Rood: Nee hoor, dank u wel voorzitter. De voorzitter: De PvdA. De heer … (PvdA): Nee hoor, dank u wel voorzitter. De voorzitter: Ook niet? Nou, dank u wel. 9. Sluiting De voorzitter: Ik ga het met niet redden voor de avondklok. Zo snel ben ik niet, maar we hebben het wel gered met de vergadering voor de avondklok, dus ik wens jullie allemaal een prettige avond en dank voor de inzet, meedenken, en iedereen thuis voor het luisteren. Welterusten voor straks. De heer …: Tot ziens.