Printversie transcript
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE COMMISSIE BSM VAN GEMEENTE EEMNES d.d. 19 april 2021
1.
Opening De voorzitter: Allemaal van harte welkom in de vergadering van de commissie BSM van 19 april. Ook alle thuisluisteraars, meekijkers, van harte welkom. Zojuist heb ik gehoord dat de heer Rood vanavond niet aanwezig is. En de burgemeester die schuift later aan. Dus dat zien we dan vanzelf.
2.
Vaststellen Agenda De voorzitter: En dan kom ik bij punt 2, het vaststellen van de agenda. Heeft iemand daar iets? De heer De Zeeuw? De heer De Zeeuw: Ja, ik zou daar een opmerking op willen maken. Ik moet zeggen ik ben eigenlijk verrast geweest doordat we, kijk, we wisten dat we vandaag een rapport gaan bespreken. En dat wordt gepresenteerd door de organisatie die dat heeft uitgevoerd. Maar, tot nu toe ging ik ervan uit dat -dat rapport is op basis van een motie van de raad- dus dat de raad vandaag feedback zou geven. En dat op basis van die feedback van de raad er uiteindelijk een voorstel uitgewerkt zou gaan worden. Wat voldoende draagvlak in de raad dan ook zou hebben. Plotseling, op het allerlaatste moment is daar een voorstel gekomen, waarin eigenlijk al conclusies worden getrokken door de wethouder. En ook al voorstellen worden gedaan met budgettaire implicaties. Waarvan ik zeg: procedureel klopt dat volgens mij niet. Het was veel beter geweest om eerst de input van de raad te hebben, om te weten wat er wel of niet speelt. Dus, ik vraag me af of we dat op de agenda moeten houden, of dat we beter via ‘…’ opnieuw op de agenda moeten krijgen. In mei, of zo. Dus dat is een vraag die ik heb. Ik weet niet hoe de andere fracties daarover denken. De voorzitter: Oké, dat is uw voorstel. Ik weet niet hoe ‘…’ reageren. De heer De Zeeuw: Ja.
Mevrouw Havinga: Ja, ik wil er wel graag op reageren. De voorzitter: Mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Ja, dank u wel. Ik heb het kort met de heer De Zeeuw heel even over gehad vandaag. En ik snap ook wel dat, procedureel ben ik het er ook wel mee eens dat het een beetje kort door de bocht is. Ik zou op zich wel graag even willen reageren waarom wat mij betreft dan ook het raadsvoorstel terug zou moeten naar de tekentafel. Dus ik denk niet dat het al klaar is om hem echt inhoudelijk te behandelen. Maar, een paar punten mee te geven op basis van het rapport. En wat de wethouder mee kan nemen, dat zou ik wel graag willen doen. Dus wat mij betreft kan die kort, met één ronde bijvoorbeeld, behandeld worden. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde: Ja, wat ons betreft kan het voorstel wel door. Er zit een rapport bij. Wij hebben om het rapport gevraagd als raad zijnde. En ik denk dat wij op zich ook gewoon met de, we hebben de vragen van
de PvdA gehad. Die zijn ook al beantwoord vanavond. Dus ik denk dat wij voldoende stof hebben om hier vanavond mee door te kunnen gaan. De voorzitter: Oké, dank u wel. Mijnheer Hoorneman. De heer Hoorneman: Dank u. Ik wilde me eigenlijk wel aansluiten toch wel bij DorpsBelang, bij Jan de Zeeuw. Omdat ik eigenlijk vind dat we dit even toch wel wat nog wat beter moeten bespreken. Ik zou liever een zekere verdieping willen, voordat die beslissing genomen wordt. Dank u wel. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik nog even naar D66. Heeft u er een mening over? De heer …: Nou, D66 is wel erg benieuwd naar de presentatie. En op basis daarvan komen er wellicht nog een aantal vragen. Dus wat D66 betreft, gaan we gewoon door met de presentatie. De voorzitter: Ja, de presentatie gaat door. Dat is sowieso. De vraag is nu of het raadsvoorstel vanavond op de agenda moet staan. Maar zo te horen heb ik al PvdA en Dorps Belang, en dat is een meerderheid, om het niet te behandelen. Ik zie een handje bij mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zou graag even willen toelichten waarom wij dat zo gedaan hebben. En ik mag trouwens ook aannemen dat dit in het presidium besproken is. Zo heb ik het ook teruggekoppeld gekregen. Dat u akkoord bent gegaan met het nazenden van het voorstel.
En vanwege het belang van de zaak en ook de spoed om op korte termijn in te grijpen op JGT, hebben we voor deze route gekozen. En uiteraard kunt u nu in deze commissie uw bevindingen meegeven. En als we proberen dat nog voor de raad daar vorm aan te geven. Ik zou het buitengewoon zonde vinden om dat niet nu te behandelen. Dat is echt wel met een reden gedaan. Dat er met spoed ingegrepen moet worden. En dat we echt graag verder willen op deze lijn. Voortkomend uit het resultaat van het onderzoek. De voorzitter: Oké, ik hoor uw pleidooi. En toch… De heer Hoorneman: Ik ben er beslist niet tegen … sorry. De voorzitter: Toch heb ik een meerderheid die zegt dat het vanavond niet behandeld wordt. Dus … De heer Hoorneman: Ik ben niet tegen het behandelen, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Ja, ik weet het niet. U ging mee met meneer De Zeeuw. Dus dan moet u even ‘…’ zijn. De heer Hoorneman: Dat wil niet zeggen dat het niet, we kunnen dus dit toch wel zo verre bespreken en dan de beslissing ná de discussie en de presentatie behandelen? De voorzitter: Oké, dan is dus het voorstel dat we eerst straks de presentatie krijgen. Daarna het raadsvoorstel en aan het eind van het raadsvoorstel vraag ik u of het naar de raad kan of niet. Mevrouw …: Dank u wel! De heer Hoorneman: Dat is het goede. Dank u. De voorzitter: Oké, dan gaan we dat zo doen.
3.
Vaststellen besluitenlijst d.d. 22 maart 2021 De voorzitter: Dan kom ik aan het vaststellen van de besluitenlijst van 22 maart. Ik heb geen opmerkingen, aanmerkingen gehoord. Dus is bij dezen vastgesteld.
4.
Inventariseren spreekrecht publiek De voorzitter: We hebben niemand, er heeft niemand zich aangemeld voor het spreekrecht publiek.
5.
Te bespreken onderwerpen
5.1 Aanbieding rapport “Het Jeugd- en Gezinsteam in Eemnes onder de loep” en voorstel Organisatie, werkwijze en kansen JGT Eemnes De voorzitter: Dus dan komen we bij het eerste onderwerp. En dat is de aanbieding van het rapport van het jeugd- en gezinsteam in Eemnes, Onder de loep. En de presentatie wordt gegeven door Carlijn van Helmond en Irene Niessen. En die mag ik als eerste het woord geven. En ik wil de commissie vragen om de vragen die u heeft, tijdens de presentatie, even te bewaren. Want bij een digitale presentatie is vragen tussendoor, wat mij als voorzitter betreft, te lastig. Dus, ik denk, ik neem ook aan voor degene die het presenteert. Ja? Spreken we dat zo af. Mevrouw Niessen, geef ik u het woord? Mevrouw Van Helmond: Ja, aan Irene en mij inderdaad. Dank u wel. De voorzitter: Oh, oké. Mevrouw Van Helmond. Mevrouw Van Helmond: Dank je wel, dank je wel! Ik deel even in presentatie. Zodat jullie ook wat ik zeg een beetje kunnen volgen. Even kijken, als het goed is zien jullie langzaam een presentatie in jullie beeld verschijnen. Klopt dat? De voorzitter: Dat klopt. Mevrouw Van Helmond: Mooi! Nou, de komende 10 minuten neem ik jullie graag mee in de uitkomsten van het onderzoek dat wij vanuit AEF gedaan hebben naar het JGT. De organisatie, de werkwijze en de kansen die wij zien voor het jeugd- en gezinsteam. Even voorstellen, mijn naam is Carlijn van Helmond.
Ik ben adviseur bij AEF en heb dit project geleid in de rol van projectleider. Ik ben hier samen met mijn collega Irene Niessen, partner bij AEF en ook betrokken in dit project. We hebben dit samen gedaan met Gillian Lustermans. Hij kon er helaas vanavond niet bij zijn. Maar hij zal zeker in gedachten meedenken. Even, misschien voor jullie beeld, waarom hebben wij dit onderzoek ook alweer gedaan? Het was jullie verzoek. Dat was zeker gebaseerd op een aantal redenen. Allereerst zagen/zien we in de regio Amersfoort dat er een beweging is ontstaan naar het laten uitvoeren van eigen begeleiding door de wijkteams. Daarnaast is het natuurlijk ook prettig als het JGT optimaal en efficiënt werkt. Dat die goed ingezet worden. Daarmee de kosten van de jeugdzorg duurzaam te beheersen zijn. Als laatste is het ook bekend dat er een wachttijd bij het JGT was. En daar zijn natuurlijk ook effecten door. Goed, in ons rapport is te lezen dat we een aantal deelvragen hebben beantwoord. Die gaan met name in op die werkprocessen. Maar ook op de formatie. Wat zien wij nou in deze huidige periode en de huidige opgave als geschikte formatie? We hebben ook een aantal aanbevelingen gedaan. En we hebben een businesscase gemaakt, toegesneden op het JGT in Eemnes.
Of het mogelijk is om die eigen begeleiding, die het JGT weliswaar al biedt, dus de specialistische zorg die het JGT soms ook al inzet naast het werk dat ze
normaliter doen, om dat te verbreden. En of dat leidde tot een kostenbesparing. Nou, vandaag neem ik jullie kort mee in de uitkomsten en aanbevelingen die in onze rapportage beschreven zijn. Eerst hebben wij gekeken naar de vier werkprocessen die het JGT heeft. De toegangsfunctie. Daarnaast ook casusregie. Het JGT doet bij complexe casussen, houden zij een vinger aan de pols. Zoals ik net al zei, doen ze wat eigen begeleiding. Ze houden ook wel eens bij bijvoorbeeld complexe echtscheidingen, dat ze zelf ook zorg inzetten, ondersteuning inzetten. En als vierde werkproces zagen wij dat ze ook netwerken. En wat houdt dat in? Het afstemmen met het voorliggend veld, met de sociale basisvoorzieningen en andere ketenpartners. Als we naar deze vier werkprocessen keken, zagen we dat er eigenlijk geen grote efficiëntie- of effectiviteitslagen mogelijk zijn binnen de werkprocessen. Er zijn zeker wat verbetermogelijkheden. Daar zal ik zo meteen kort op ingaan. Maar wat wij eigenlijk zagen, is dat het JGT best wel goed bezig was. En dat ze zich, en dat het goed geregeld was binnen die werkprocessen. Overal wil ik ook nog echt even meegeven dat het JGT naar ons is overgekomen als een heel toegankelijk, laagdrempelig team. Met medewerkers die echt hart hebben voor de zaak. En dat was voor ons heel prettig en leuk om te zien. En nogmaals, zij hebben het dus goed geregeld.
Ik zal zo meteen kort even ingaan op wat wij dan wel als verbetermogelijkheden hebben gezien. En op die businesscase voor die eigen begeleiding. Maar ik zal eerst even iets vertellen over die formatie die we onderzocht hebben. Als we kijken naar de opgave die het JGT heeft, en de constatering dat er in principe geen hele grote verbetermogelijkheden zijn die de inzet van het JGT -van de jeugdconsulenten- vermindert, zien wij dat er een formatie nodig is van 5,75 FTE op dit moment. Het is minimaal 5,17 tot 5,75. Maar er zijn een aantal factoren die meespelen. Zoals de wachttijden die er zijn. Zoals de werkdruk die er op dit moment wel is bij het JGT. Waardoor we echt aanraden om aan die bovenkant van de bandbreedte zeker te gaan zitten. Wij doen later in onze rapportage ook nog een aanbeveling om eens na te denken over: hoe zetten wij dat preventief werken nou goed in? Op dit moment wordt daar al heel erg op ingezet, op het preventief werken. Maar het zou kunnen dat daar ook grondiger nog ingezet gaat worden. Dat is een keuze die de gemeente moet maken. En die is hierin nog niet meegenomen. Dus stel jullie zeggen: goh, we willen hier ook grondiger inzetten op preventief werken, dan moet dat nog boven die 5,75 FTE. Daarnaast is het ook nog aan te raden om, als je op een sneller tempo die wachtlijsten wilt wegwerken, eventueel nog met een flexibele schil te werken om dat te doen.
Het is lastig om voor de komende jaren een formatie aan te bevelen. Er zijn heel veel dynamische factoren die invloed hebben op die formatie. Dus onze aanbeveling is om dit goed te monitoren. Om het allereerst goed in te richten, op dit moment. Maar om ook zeker een vinger aan de pols te houden in de komende jaren. Want voor ons was het heel lastig om dat te voorspellen. Als we toch even kijken naar die businesscase en naar de verbetermogelijkheden die er nog zijn. Ten eerste, als we kijken naar de eerste drie processen -toegang, casusregie en netwerken- zagen we dat de impact van de wachtlijsten best wel aanzienlijk was, binnen de werkprocessen toegang en casus. Dus onze aanbeveling is wel echt om die zo snel mogelijk weg te werken. Bijvoorbeeld omdat er nu wel een vinger aan de pols gehouden wordt. Het wordt warm gehouden op het moment dat een cliënt op de wachtlijst staat. Dus dat kost tijd. Maar ook hebben we het gevoel, of in ieder geval hebben we de constatering gedaan dat er soms een cliënt langer onder casusregie bleef vallen, omdat op het moment dat je een kind loslaat de kans dan groter is als het escaleert, je onderaan de wachtlijst gaat komen. En dat is eigenlijk een perverse prikkel. Wat betreft de toegang zagen we drie andere kleine verbetermogelijkheden. Namelijk een bepaalde stap in het toegangsproces samenvoegen.
Nadenken of er sneller afgeschakeld kan worden naar het voorliggend veld, bijvoorbeeld met een afwegingskader gebruikelijke hulp. En er waren een aantal administratieve verbeteringen in dit werkproces toegang. Met betrekking tot casusregie had ik net al gezegd: die wachtlijsten hebben een impact. Daarvan zeggen wij: denk er over na om die weg te werken. En wat betreft het netwerken is onze grootste meegever: denk eens na, wat is het doel van ons preventieve werken? Hoe willen wij dit op een goed mogelijke manier inzetten? Wat verwachten wij verder van ons JGT op dit gebied? En concretiseer dat. Dat helpt wel erg in de uitvoering. Dus dat zouden jullie eventueel nog kunnen overwegen. Wat betreft het laatste werkproces, eigen
begeleiding, hebben wij zoals ik net al zei een businesscase uitgevoerd. Wat we in die businesscase zagen, dus dat het zeker mogelijk is voor de gemeente Eemnes om die eigen begeleiding te versterken. Dus om die casussen die nu worden doorgestuurd naar een specialistische jeugdhulpaanbieder zelf bij het JGT te laten uitvoeren. Daar zijn een aantal randvoorwaarden. Er zijn ook een aantal disclaimers. Bijvoorbeeld dat er in het JGT natuurlijk niet heel veel casussen zijn in vergelijking met een aantal andere gemeenten. En dat de besparing die er daarom gemoeid is met het bieden van eigen begeleiding eventueel zou kunnen fluctueren. Wat wij in ieder geval wel zien, is dat er, als je zelf eigen begeleiding wilt versterken als gemeente, dat daar minstens in jullie geval 0,7 FTE voor nodig is. En daarbovenop kunnen eventueel nog andere casussen komen die het JGT zelf kan kiezen om wel of niet te gaan doen. Maar wij hebben dit gebaseerd op wat er nu mogelijk is binnen het JGT. En een randvoorwaarde is daarom ook: denk als JGT na of er de juiste expertise in huis is. Bijvoorbeeld op gebied van autisme. Vanwege de kleine schaal willen wij ook nog meegeven dat het eventueel interessant is om samen te werken met een andere gemeente hierin. Dat is wellicht iets interessants om te onderzoeken. Als laatste hadden wij een vijftal concrete aanbevelingen voor jullie als JGT en als gemeente.
Ten eerste: blijf die functie en positie van het JGT bespreken en bespreekbaar houden. Het is gewoon zo, dat de jeugdzorgketen heel erg dynamisch is. Er zijn heel veel factoren en invloeden op zo’n JGT. Die effecten hebben op de werkprocessen van het JGT. En daarom is het ook bij de gemeente belangrijk om na te denken over: wat zijn nou de taken die wij heel belangrijk vinden in het JGT en die prioriteit moeten hebben? Ik denk dan ook aan de invloed of de effecten van het netwerk en het daarop inzetten. Als tweede heb ik eigenlijk al genoeg gezegd, denk ik: onderschat die impact van de wachtlijsten niet. Als derde zagen we dat in de gemeente Eemnes, of eigenlijk binnen het JGT, een aantal zaken niet werden bijgehouden. Bijvoorbeeld of er casusregie of eigen begeleiding geboden werd. Nou, daarin zijn jullie zeker geen uitzondering. We zien bij heel veel gemeenten die wij tegenkomen dat dat lastig is, om die monitoring te doen. Je wil natuurlijk als JGT ook niet alles bij moeten houden en nog meer administratieve lasten moeten hebben. Maar ons advies is wel om ook na te denken over een iets betere monitoring. Zodat jullie net iets beter kunnen inspelen op die dynamische omgeving en de ontwikkelingen die er zijn. Dat sluit ook aan bij punt 4: blijf scherp monitoren of die formatie past bij de opgave. Want die 5,75 FTE is voor nu een minimale basis.
Maar goed, dat kan in de komende jaren ook gewoon veranderen. Als laatste is ons gevraagd om eens een uitspraak te doen over of Eemnes nou een uitzondering is. Of dat jullie goed bezig zijn. En ons antwoord is: wat we in jullie gemeente zien, in vraagstukken, in zaken waar jullie tegenaan lopen, dat zien wij ook in andere gemeenten. Jullie zijn zeker geen uitzondering. Het is alleen lastig om zomaar gemeenten te vergelijken. Omdat natuurlijk zo’n toegangsteam of zo’n JGT op heel veel verschillende manieren ook ingericht kan worden. Dus het is lastig om daar echt grondige uitspraken over te doen. Maar ik wil in ieder geval meegeven dat × geen hele opvallendheden zagen, waarvan we dachten: dat doen andere gemeenten heel anders, of beter. De laatste aanbeveling is wel: leer van en met buurgemeenten. Omdat iedereen is met dezelfde struggles of problematieken speelt. En dat jullie daar zeker van elkaar kunnen leren. Nou, volgens mij zijn we ongeveer 10 minuten verder. Dit was mijn, of onze presentatie. Wat ons betreft is er nu zeker ruimte voor vragen. De voorzitter: Nou, dank u wel voor de presentatie. Als, ja, precies, dan zie ik iedereen weer. En dan ga ik gewoon het rijtje even af. Ik begin bij de Partij van de Arbeid, die heeft een aantal vragen gesteld. En wie mag ik het woord geven? De heer Hoorneman. De heer Hoorneman:. Dank u wel, mevrouw de voorzitter.
Ten eerste wil ik danken voor het ruim en goed beantwoorden van onze vragen. De voorzitter: Maar, meneer Hoorneman, het is de bedoeling dat u nu alleen vragen stelt over de presentatie. Dan komen we zo toe aan de behandeling.
De heer Hoorneman: Yep. Over die laagdrempeligheid. Mijn vraag is: waar is dat getoetst? Hoe toetst u dus of een JGT laagdrempelig is? Dank u wel. Mevrouw Van Helmond: Wij hebben allereerst mensen van het JGT gesproken. Dus daaruit, zij hebben natuurlijk wel beelden gekregen. Maar we hebben ook aanbieders gesproken die contact hebben met het JGT. En de cliënten die er vandaan komen. En daar is dat beeld uit ontstaan. Dus zo vanuit de verschillende ketenpartners die we hebben gesproken, is dit beeld ontstaan dat het JGT heel laagdrempelig is. En daar hebben we dat op gebaseerd. De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan ga ik naar DorpsBelang. Heeft u vragen, meneer De Zeeuw? De heer De Zeeuw: Ja, dank u wel, mevrouw de voorzitter. Allereerst, het rapport hebben we doorgenomen. Staan een hoop interessante dingen in. Maar wat ik wel weer mis, is: het gaat veel over… Ik kan er weinig uithalen vanuit de effectiviteit. Wordt er juist geïndiceerd? Wordt er op tijd afgeschaald? Is er een goede afbakening ten opzichte van andere functies? Dat is een van de punten die AEF zelf altijd benadrukt: heb je nog een goede beschrijving van je eigen domein? Ten opzichte van onderwijs, vanuit de artsen zelf? Dus dat je precies weet waar je mee bezig bent. Er is gewezen op het gebrek aan monitoring. Maar uit dit rapport heb ik niet de indruk, u zegt dat u veel vertrouwen erin heeft.
Maar ik kan daar nergens uit opmaken dat de indicering goed is, dat afschalen goed verloopt. U kijkt eigenlijk alleen maar naar het inkoopproces. Op het einde, hoe er afgesloten wordt met dossiers, kijkt u helemaal niet naar. Dus ik mis daar toch wel het een en ander in. Daarnaast is het zo dat het me wel is opgevallen dat en verbaasd heeft, dat zowel lichte als zwaardere gevallen bijna allemaal in een casuïstiekoverleg met het gehele team besproken wordt. Dat lijkt me heel zwaar. En ook als je je dan realiseert dat dat met duo’s gebeurt. Ik kan me voorstellen dat je het eerste intakegesprek met duo’s doet, maar als je dat en met duo’s doet en in vijf stappen met het gehele team, lijkt me dat toch wel heel zwaar in het geheel. En ten slotte ten opzichte van die businesscase heb ik ook wel een vraag. U geeft zelf een aantal voorwaarden aan. Maar als ik uw pagina 21 goed lees, die gaat over die businesscase en over het wel of niet doen, dan haal ik daar eigenlijk een belangrijk onderwerp uit. Het is twijfelen aan schaalgrootte. Dus heeft het wel zin om op lokaal gebied dat soort kennis op te bouwen? Kijk, we zien wel in heel veel gemeentes, ook bij de HBEL, waar wij niet aan meedoen, maar ook bij de regio Gooi en Vechtstreek, zien we dat lichte begeleiding terug wordt gehaald zoveel mogelijk. Omdat dat goedkoper is.
Maar ik weet niet of dat de case die we nu bekeken hebben, met autisme, of we daar spreken van lichte begeleiding. In het verleden hebben we altijd gehoord dat het team bezig was met lichte begeleiding. En wat dat dan precies was, wisten wij ook niet. Maar of het nou verstandig is om dat autisme als specialiteit naar ons toe te halen, gezien de kleine aantallen die we hebben, en de schommelingen die je van het ene jaar in het andere jaar kan hebben, moet ik zeggen dat het rapport zeker niet overtuigend is in het geheel. Ten slotte heb ik nog wel een vraag, ook nog met betrekking tot hoog verzuim. Er is een verzuim van 1,75 FTE. Wordt helemaal niets over gezegd. Wordt ook niet gezegd of dat weer opnieuw instroomt. Want als dat inderdaad weer opnieuw instroomt, dan moet ik zeggen dat alle ideeën die er zijn om extra capaciteit in te gaan schakelen, die heb je dan niet meer nodig. Omdat die 1,75 FTE weer beschikbaar komt. Ook daarover verbaas ik me wel dat daar helemaal geen aandacht aan besteed is. Dus dat was het voor mij op dit moment. Dank je wel. De voorzitter: Ik hoop dat u het allemaal heeft kunnen volgen. Mevrouw Van Helmond: Een heel aantal vragen. Ik zal mijn best doen om er goed antwoord op te geven. Een van de vragen was volgens mij: het inzetten van dat duoschap en de terugkoppeling van een casus in een casuïstiekoverleg.
Daar hebben wij ook onze vraagtekens bij gezet. En daar hebben we zeker kritisch naar
gekeken of dat logisch is. Ten eerste wordt een casus niet altijd in een duo constant besproken. Het is echt de intake die samen wordt gedaan en er wordt afgestemd op het moment dat een casus dusdanig complex is dat het gewoon prettig is om daar met iemand over te sparren. Maar bij lichte cliëntencasussen wordt dat niet altijd gedaan. Dus wij hadden niet de indruk dat dat onnodig wordt ingezet. Omdat dat dus vooral extra is in geval van complexe problematiek. Maar niet standaard wordt doorgezet na de intake op een hele intensieve manier. Ten tweede, wat betreft de momenten dat een casus ingebracht wordt in een casuïstiekoverleg, hebben wij een aanbeveling gedaan om, volgens mij, het plan van aanpak en een ander moment waarop een casus wordt ingebracht, om dat samen te nemen. Om dat aantal momenten dat een casus wordt ingebracht te verkleinen. Dus wat dat betreft hebben we daar, volgens mij, wel een aanbeveling voor gedaan. Dus dat is volgens mij het antwoord op een van de eerste vragen. Daarnaast was volgens mij ook de vraag, die businesscase, wat betreft die eigen begeleiding. In hoeverre dat wel zin heeft om in te zetten. Zoals ik ook al in mijn presentatie zei, die schaalgrootte is inderdaad een vraag. 0,7 FTE is echter ook weer niet zó weinig dat het geen effect zal hebben.
En als je goed nadenkt over de expertise die je als JGT hebt, en de casussen die je eventueel bij je kunt trekken, dan denk ik wel dat de 0,7 FTE zeker van effect zal zijn. Ook in het bieden van eigen begeleiding. Dus, ja, wij zouden zeker aanraden om na te denken over in combinatie met een andere gemeente. Maar 0,7 FTE is wel van groot genoeg grootte om daar een effect te krijgen. Dat waren twee van de drie of vier vragen. De heer De Zeeuw: Ik stelde ook nog de vraag over het hoge verzuim waar u niet op terugkomt. Mevrouw Van Helmond: Ja. De heer De Zeeuw: En ik moet zeggen die opmerking over die verschillende stappen in het casuïstiekoverleg en het duo moet je natuurlijk wel afwegen ten opzichte van wachtlijsten. Het verbaast je eigenlijk dat je in tijden van wachtlijsten toch vasthoudt aan bepaalde principes. Terwijl je ook zou kunnen zeggen: we focussen nu echt op het wegwerken van die wachtlijsten. Mevrouw Van Helmond: Ja, weet ik niet. Ik denk ook wel dat het belangrijk is dat een JGT de casussen die ze nu hebben goed behandelen. Wat betreft dat duoschap is het dus inderdaad zo dat dat, als ze het niet nodig vinden, het ook níet doen. En ook in zo’n casuïstiekoverleg worden zaken samengenomen op het moment dat ze die mogelijkheid zien.
En het gaat ook wel over individuele casussen, waarvan het wel erg belangrijk is dat als een casus eenmaal in een JGT wordt behandeld, dat het ook kwalitatief goed gebeurt. Ik zou er eigenlijk niet voor willen pleiten om het allebei half-half te doen, even gechargeerd gezegd. Wat betreft het verzuim hebben we wel ook echt gekeken naar de structurele bezetting die er op dit moment nodig zou moeten zijn. En zetten we in de randvoorwaarden die we zeggen, de kanttekeningen noemen we het volgens mij in ons onderzoek ook wel, dat we ervan uitgaan dat die formatie zelden gelijk zal zijn aan de beschikbare bezetting. En dat daar wel rekening mee moet worden gehouden, omdat dat op één lijn ligt. Dus ja, er was 0,75 FTE verzuim. Maar wij hebben gewoon gekeken naar: wat is de bezetting die er nodig moet zijn? En dat is 5,75 FTE. De heer De Zeeuw: 0:28:09.3 Maar een realiteit was al 7,5. Mevrouw Van Helmond: Dat was inderdaad 7,5. De heer De Zeeuw: Ja, en die is het nu nog steeds. Maar goed, misschien is het handig om dat zo dadelijk met de wethouder zelf te bekijken. Dus dank u wel voor uw beantwoording van de vragen. Ik dacht dat ik geen extra vragen had op dit moment. Dank je wel.
Mevrouw Niessen: ‘…’ gemist. Wat betreft het verzuim. Het is natuurlijk ook een beetje lastig, het gaat over individuele personen. Daarover willen wij natuurlijk niet uitweiden in rapport, of in een publieke raadsvergadering. Want dat zal ook… Of ze terugkomen of niet, dat wordt een beetje ingewikkeld om daar iets over te zeggen. Juist omdat het herleidbaar is. Ik bedoel er zijn voordelen aan een kleine schaalgrootte, namelijk dat iedereen iedereen kent. Het betekent ook dat iedereen iedereen kent. Dus dat wordt dan ingewikkeld. Ik bedoel als je bij organisaties van 1000 mensen zit en er is een bepaald percentage ziekteverzuim, dan is dat eenvoudiger. Er is nog wel een punt over de effectiviteit van het JGT. En of er goed door wordt verwezen. Er zijn geen enorm negatieve signalen overgekomen. Het is wel iets wat in de jeugdhulp ongelooflijk ingewikkeld is. En waar iedereen mee worstelt. Ook omdat dan de grote vraag is: wat is nou de goede jeugdhulp en wat is effectieve jeugdhulp? En daar is gewoon, ook wetenschappelijk gezien zijn er heel veel vragen over. Dit hangt natuurlijk ook wel samen met zo’n casuïstiekoverleg waar je juist als team samen ook steeds kan reflecteren op: zijn we juiste dingen aan het doen? Maken we hier de juiste keuzes in? En ook terug kan kijken. Dus wat dat betreft vond ik die twee vragen eigenlijk heel mooi samenhangen.
Er ligt een heel veld open om te ontwikkelen in de jeugdhulp. Ook wetenschappelijk gezien. Het is beperkt wat je als jeugdteam, individueel jeugdteam, daar volledig in kan doen. Maar juist de checks en balances die dit team ingebouwd had, is wat dat betreft wel een heel mooi voorbeeld juist over hoe je daarmee om kan gaan. Om juist steeds verder met elkaar te leren en verder te reflecteren op hoe het beter kan. Dus die laatste vraag wilde ik graag nog even op terugkomen. Ook in het bredere plaatje van: wat is wijsheid in de jeugdhulp? De heer De Zeeuw: Dank je wel voor die extra toelichting. De voorzitter: Dank u wel voor de aanvulling. Dan ga ik naar het CDA. Wie mag ik daar het woord geven? Mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: Ja, dank u wel. Dank voor de presentatie. Ik had nog even als vraag opgeschreven waarom jullie toch een structureel advies geven voor structureel dat FTE-aantal. Waarom zou dat toch niet beter in die flexibele schil misschien groter kunnen zijn? Waarom is dat het advies niet? Omdat er ook aan ons gevraagd wordt van: monitor goed en kijk iedere keer wat er nodig is. En als we nu structureel weer wat uitbreiden. Die mensen kunnen we niet volgend jaar weer op straat zetten als ze zeggen: nee, we hadden toch andere expertise nodig of andere mensen. Waarom kiezen jullie dan toch voor dit advies? Mevrouw Van Helmond: Ja, goede vraag.
Kijk, er zijn natuurlijk een aantal ontwikkelingen die we zien. En ons idee is dat die 5,75 eigenlijk het minimum is waar nu op ingezet moet worden. En we verwachten ook niet met de ontwikkelingen die er nu spelen, dat dat heel veel minder gaat worden. Dus vandaar eigenlijk dat we zeggen die 5,75 is eigenlijk de structurele inzet die wij zouden adviseren. Daarbovenop kan er bijvoorbeeld nu een flexibele schil aangenomen worden om die wachtlijsten weg te werken. Maar, omdat er eigenlijk wel een stijgende lijn is in de ontwikkelingen die we zien in complexiteit van casussen die is meegegeven of wat de indruk is van het JGT, zien wij geen redenen om te verwachten dat die structurele inzet heel veel lager gaat worden dan 5,75. Mevrouw Niessen: Misschien nog goed om een concreet voorbeeld te noemen, hierbij. Een van de ontwikkelingen die de afgelopen jaren heeft gespeeld is dat een gecertificeerde instelling, SAVE, dat die eigenlijk afgesproken heeft met de gemeente dat zij minder doen en dat zij een soort van achtervang zijn voor als het lokale team het niet meer redt. In jullie geval dus het JGT. Dat betekent dus automatisch dat het JGT veel meer moest gaan doen aan die casusregie. Dat zijn hele zware gevallen. Daar zit relatief heel veel tijd in. En dat zijn gewoon de afspraken die gemaakt zijn met jullie gecertificeerde instelling.
Dus daar heeft de afgelopen jaren, is dat geschoven. Waardoor er dus veel meer werkzaamheden bij het JGT zit. En dat is een
landelijke trend ook om dat allemaal zo lokaal mogelijk te doen. En om te zorgen dat deze g.i. de boel niet overneemt, maar juist het lokale team ondersteunt. Het is ook binnen de regio Utrecht en binnen deze g.i. is het heel erg ‘…’ visie. Dus wij verwachten niet dat dat enorm anders wordt. En dat is gewoon een flinke brok werk die erbij is gekomen afgelopen jaren. En waarvan ook niet de verwachting is dat dat die weggaat. Dus op die manier zit er een aantal van die concrete zaken in waar de capaciteit een aantal jaar terug gewoon niet op berekend was. En dan is het ook logisch dat je op gegeven moment hoge werkdruk krijgt. En daar iets aan moet doen. Mevrouw Havinga: Oké, dank u wel. En dan aanvullend nog. Er staan een aantal adviezen in het rapport. Het raadsvoorstel komen we straks nog op terug. Maar er is niet een soort trapsysteem in die adviezen opgenomen. Van: we zouden eerst dat doen en dan dit doen. Ik vraag me namelijk af of dat niet meer passend is ook in wat je verwacht op termijn. Want nu, als je doet wat je deed, dan krijg je wat je had, is een soort uitspraak. Maar het is natuurlijk wel zo. Dus als we nu doorgaan met wat we al doen en dat een beetje bijschaven, en daar formatie aan toevoegen, dan heb je ook grote kans dat de workload toch niet minder wordt. Dat we toch weer wachtlijsten … Dus dat is toch een beetje wat je veel dan ook wel terug ziet.
Terwijl als je natuurlijk eerst werkt aan je eigen effectiviteit en wellicht dan, of kijken: hebben we dan die formatie nog nodig? Of is dan die flexibele schil, of misschien is er wel meer flexibele schil nodig. Is het niet passender om in een soort trap te adviseren? Jullie doen dat bij meer gemeenten, dus daar was ik even benieuwd naar. Mevrouw Van Helmond: Maar mijn eerste indruk is ook, je zegt: als je doet wat je deed, dan krijg je wat je had. Maar in principe wat het JGT voor de wachttijden deed, was volgens mij al best wel passend. Dus kwalitatief gezien denk ik dat het vooral zaak is om te zorgen dat de formatie van het JGT op dit moment dusdanig stabiel en sterk wordt om die wachtlijsten niet meer aan de orde te laten zijn. Dus ik denk zelf dat het zeker belangrijk is om die formatie op orde te brengen. En daarnaast kan de keuze zijn om eigen begeleiding te gaan bieden. Dus dat zijn volgens mij twee stappen die zeker ook tegelijkertijd ingezet kunnen worden. Ik kijk ook even Irene aan, hoor, of jij daar nog andere ideeën of meegeefpunten hebt. Mevrouw Niessen: We zien wel eens organisaties waar ontzettend veel te doen is. Waar echt van alles misgaat, de kwaliteit niet op orde is, et cetera. En op dat moment kunnen we inderdaad adviseren van het type: oké, ga eerst dit doen. Dat is meestal de brand blussen. Ga dan … en dan doe je het heel erg stapsgewijs.
Op het moment dat je een organisatie heb die heel veel dingen gewoon heel goed doet. Er zit hier een probleem met inderdaad capaciteit, maar goed, er is natuurlijk ook tijdelijk wel bijgeschakeld. Dus wat dat betreft was de ergste brand, wordt ook al geblust. Dat hoeven wij niet meer te adviseren. Dat hadden jullie zelf al gedaan. Althans, niet geadviseerd, maar opgelost. Aan de oplossing gewerkt. En op dat moment is het inderdaad een aantal adviezen. Kijk, of je die eigen begeleiding doet of niet, dat is gewoon een keuze. Daar kun je voor kiezen als raad. Of je kan kiezen om het niet te doen. Als het gaat om die extra formatie, dat is duidelijk ook wel wat de urgentie is. En tegelijkertijd is daar op dit moment sowieso een tijdelijke oplossing voor. Dus daar heb je ook qua volgordelijkheid, is dat ook iets anders. Als het gaat om de monitoring, is het ook heel goed kijken van: wat heb je daarvoor nodig? Deels is het ook inderdaad, dat is wel een kwestie van beter bijhouden. Hoef je niet een enórme registratie voor te doen. Maar het scherper nadenken met elkaar: hé, wat hebben we nou nodig aan registratie? Ook om als gemeente te kunnen sturen. En op zich geeft het rapport daar redelijk van aan, hebben we ook in de gesprekken daaromheen, is dat bij de beleidsambtenaren en bij de wethouder goed bekend. Dus dat is ook relatief eenvoudig.
En als het gaat om het leren van andere gemeenten, dat is niet iets wat je per se morgen mee hoeft te starten. Die urgentie staat ook niet direct in die aanbeveling. Maar dat is wel goed om ergens te ontwikkelen. Dus dat is ook wel de reden dat er niet heel erg
een stapsgewijze aanbeveling was. Het is niet zo dat je inderdaad een soort crisis hebt waar wat nodig is. Maar dit zijn wel dingen waarvan het nodig is om naar te kijken. Mevrouw Havinga: Goed zo, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de VVD. Wie mag ik daarvoor …? Mevrouw Van der Linde: Ja, dank u wel. Ik verbaasde me eigenlijk dat u het ziekteverzuim aangeeft in FTE. Normaal gesproken wordt dat in procenten gedaan. Waarom doet u dat? Want als ik eigenlijk zelf zo snel kijk, dan kom ik eigenlijk op een heel hoog percentage uit. En dan kan ik eigenlijk, gezien het aantal mensen, alleen concluderen dat er langdurige uitval is geweest. Nou ja, dat kan voor leuke dingen geweest zijn, of voor minder leuke dingen. Maar goed, dat heeft op zo’n klein team wel een hele grote impact. Dan, als we kijken naar de structurele formatie van 5,75. We kunnen ook zeggen van: nou, we willen zoveel mensen in dienst hebben. Maar dat kun je toch ook wel flexibel in een contract verwerken nog? Dat je zegt van: nou, prima, we hebben dat niveau nodig. Maar dat hoeft niet meteen met een vast contract gerealiseerd te worden natuurlijk. Terwijl je toch die hoogte voorlopig vasthoudt. Maar dan kun je nog wel kijken of je met de juiste samenstelling, de juiste expertise in een team zit. Dan houd je toch uiteindelijk iets meer flexibiliteit.
Hoe staan jullie daar tegenover? Mevrouw Niessen: Daarover twee dingen. We hebben geen uitspraken gedaan over hoe de formatie ingevuld moet worden. Of het op vaste of flexibele contracten zit. Een notitie die ik wel mee wil geven hierbij, is: er is een gigantisch arbeidsmarktprobleem in de jeugdzorg. Het is ook wel gewoon de vraag: hoe zorg je dat je een voldoende aantrekkelijke werkgever bent hierin? En daarin heb je het niet altijd voor het kiezen. Wellicht dat er inderdaad mensen enorm graag bij het team willen werken. Het is een leuke club. Maar dit is wel iets om in het achterhoofd te houden hierbij. Mevrouw Van der Linde: Mag ik daarover iets verder vragen? Want aan de andere kant lezen we momenteel dat er de laatste jaren zoveel jeugdzorgaanbieders bijgekomen zijn. Die allemaal graag naar de lichte zorg juist willen grijpen. En eigenlijk is nu een beetje een beweging gaande, met die lumpsum-financiering, om een beetje de wildgroei aan banden te leggen. Omdat we al die losse bedrijven niet allemaal kunnen controleren. Of het allemaal gaat zoals we hopen dat het gaat. Dus is daar aan de andere kant dan ook niet te verwachten dat daar misschien weer wat werkgelegenheid, dat die mensen toch weer graag naar wat anders op zoek gaan? Mevrouw Niessen: Ik moet heel even naar de griffie kijken. Want ik kan op basis van dit rapport de vraag niet beantwoorden.
Maar ik ben ook de auteur van, althans een van de auteurs van het rapport Stelsel in groei, wat het landelijk onderzoek naar het tekort in jeugdzorg was. Dus ik kan er wel eventueel iets over zeggen. Maar dat valt wel een beetje buiten de agenda. Dus ik moet even vragen of dat de bedoeling is. De voorzitter: U vraagt het aan de griffier. Maar ik neem aan dat u mij bedoelt, de voorzitter? Mevrouw Niessen: Sorry, excuus. Mevrouw Van der Linde: Ik dacht, zit er nu ook een griffier bij u in de kamer? Mevrouw Niessen: Nee, het spijt me.
De voorzitter: Ik weet niet of dat de bedoeling is van mevrouw Van der Linde. Of dat een verduidelijking ging geeft, of ‘…’. Mevrouw Van der Linde: Het mag gewoon heel kort zijn, hoor. Als u zegt van: nou ja, dat zou kunnen dat daar wel weer arbeidskrachten uit kunnen komen. Dan is dat probleem van tekort aan arbeidskrachten, valt dan misschien straks weer mee. Wat u nu schetst. Mevrouw Niessen: Ik ken de berichten, uiteraard, over heel veel nieuwe aanbieders en heel veel lichte zorg. Tegelijkertijd zie ik ook de cijfers. En de cijfers vertellen mij dat de instroom in jeugdzorg de afgelopen jaren niet zozeer toegenomen is. Maar vooral de uitstroom afgenomen is. En dat dat de voornaamste reden voor de groei is. Nadat het stelsel in groei is uitgekomen, hebben wij ook nog gekeken bij welke groepen zit dat nou, dat die uitstroom zo achterblijft? Dat is typisch bij de sociaaleconomisch zwakkere groepen. Dus het hele beeld van: er wordt heel veel opgegeten door heel veel aanbieders met heel veel lichte zorg. Er zijn er absoluut wat. En het is ook zeker een aandachtspunt. Maar er speelt wel echt meer dan dat. Dus het waait vanzelf over. Ik zou er niet echt op gokken, laat ik het zo zeggen. De voorzitter: Oké, ik ga ervan uit dat het zo beantwoord is voor mevrouw Van der Linde. En dan ga ik naar D66, de heer Defferding.
Heeft u nog vragen betreffende de presentatie? De heer Defferding: Ja, toch kijkt nog wel wat. Een aantal vragen zijn ook al gesteld en beantwoord inmiddels. Als je naar het rapport kijkt, dan wordt er gesteld 0,7 FTE is er minimaal nodig om de eigen begeleiding binnen het JGT op zich te nemen, ten opzichte van externe partijen. Maar daar hebben we het nog niet over de wachtlijsten. Is nu ook de verwachting dat met die 0,7 FTE minimaal de wachtlijsten ook afnemen en ook afgenomen blijven? Dat is nog een vraag die nog over is. En dan een vraag die we ook nog wel hebben. Wat levert nou die grondige inzet op preventie daadwerkelijk op? Dus meer aan de voorkant zitten. De presentator die gaf er in het begin iets over aan. Maar wat levert dat op lange termijn nou op? En is dan die uitbreiding van die 0,7 FTE, of meer, daarop voorzien? Of verandert dat dan in de toekomst? Dat waren de vragen van D66. De voorzitter: Dank u wel. Nou, vraag één was inderdaad: hebben we ook gekeken naar die flexibele schil en het wegwerken van de wachtlijsten? In de combinatie met eigen begeleiding. Nou, dat hebben we apart benoemd in het onderzoek en in de rapportage. We hebben allereerst gekeken naar de formatie zoals die is binnen de huidige taken van het JGT en wat er nodig is om die wachtlijsten weg te werken. We hebben gezegd 5,75 FTE dat raden we sowieso aan om vast te houden.
Dan zien we ook wel dat die wachtlijsten zich waarschijnlijk steeds meer zullen zich terugdringen. Op het moment dat je dat sneller wilt doen, grondiger wilt doen, dan raden we aan om eventueel een flexibele schil in te zetten om dat tijdelijk nog hoger te maken. Om die wachtlijsten zo snel mogelijk naar nul te krijgen. Dus nee, dat hebben we niet gezien in relatie tot die 0,7 FTE, omdat we in die 0,7 FTE puur en alleen gekeken hebben naar de trajecten die het jeugdteam zelf nu niet biedt, of doet. De eigen begeleiding-trajecten die het eigen JGT niet doet op dit moment, maar eventueel zou kunnen doen, op het moment dat ze meer capaciteit hebben. Dus dat is die 0,7 FTE. En zo verhoudt het zich ook tot die preventie en die preventieve activiteiten. Die 0,7 FTE is alleen gericht op het bieden van eigen begeleiding en extra inzet op gebied van preventie, contacten met voorliggend veld. Die versterking, dat komt er eventueel nog bovenop. Op basis van die 5,75 FTE. Wanneer ik daar aan terugdenk, of ik daarmee ook jouw tweede vraag goed beantwoord heb. Maar volgens mij was dat ook wel in lijn met de eerste vraag. De heer Defferding: Ik heb voldoende antwoord gekregen op deze wijze. Dank u wel. Mevrouw Van Helmond: Graag gedaan.
De voorzitter: Hartelijk dank. Dan wil ik u beiden bedanken voor de presentatie en de beantwoording van de vragen. En dan gaan we denk ik maar gewoon over naar het volgende agendapunt. Want daar staat het raadsvoorstel, dan kunnen we dat… U mag uitloggen, als u dat wil. En u mag erbij blijven. Mevrouw Niessen: ‘…’ dat is waar. Maar… De voorzitter: Maar in ieder geval hartelijk dank. 5.1.1 Raadsvoorstel Organisatie, werkwijze en kansen JGT Eemnes De voorzitter: Ik stel voor dat we nu gewoon naar het rapport gaan wat ook bij het raadsvoorstel zit. Dus agendapunt 5.1.1. Dat is dan in één keer behandeld. En dan ga ik gewoon hetzelfde rijtje even af. Of ik ga ergens anders beginnen. Ik ga ergens anders beginnen. Ik begin bij het CDA, mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga: ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb even twee laptops, dus ik ga niet in beeld kijken, maar even naar mijn andere laptop voor mijn reactie. Want anders vergeet ik misschien dingen . Dat is jammer. Maar fijn dat we een rapport hebben ontvangen. En mooi om ook zo een inkijkje te krijgen in wat voor ons als raadsleden toch altijd een beetje vaag en moeilijk te doorgronden is. We vragen niet voor niets al jaren om een nulmeting en meer sturing op basis van betrouwbare data. Op een aantal onderdelen geeft dit rapport een heldere uitleg. Ook blijven een aantal zaken vaag, of onbesproken. Zoals jullie hoge mate van verlof.
Deels door ziekte en is dit bijvoorbeeld dan gerelateerd aan die huidige werkwijze van het JGT? En gaan we dat dan oplossen met een vaste basisformatie? Of is er ook nog een werk cultuurvraagstuk? Want daar is nu verder niet op ingegaan. En dan: hoe is de verdeling man-vrouw? Want we hebben het ook volgens mij over zwangerschapsverlof gehad. Mannen worden doorgaans niet zwanger, dus gaan ook niet met verlof. Ze hebben misschien andere dingen waar we rekening mee moeten houden. Maar een goede verdeling binnen een team is misschien ook aantrekkelijk… Wat zegt u? De voorzitter: ‘…’ maar niet te lang, want ‘…’. Mevrouw Havinga: Ja, was iets anders ingericht. Maar goed, je kan er niet op selecteren. Maar je zou er wel natuurlijk een functie op kunnen creëren. En daar misschien op die manier wat invloed op hebben. De vraag was ook: komen medewerkers terug? Nou, er werd net al antwoord gegeven dat daar nu niet op ingegaan kan worden. Omdat de organisatie dan klein is en het herleidbaar is. Maar het is natuurlijk wel interessant of mensen inderdaad weer voor de oude ‘…’ of dat daar ook nog een vacature misschien uit voortkomt. En de vraag is welke expertise nemen zij dan weer mee? Is dat dat ook de expertise die nu gemist wordt, of wellicht expertise die nu juist gezocht wordt? Mijn beeld loopt iedere keer vast, maar ik ga er maar vanuit dat ik verstaanbaar bent.
De voorzitter: U bent verstaanbaar en het beeld stottert. Maar u bent verstaanbaar. Mevrouw Havinga: Oké, dat is het belangrijkste. Dank u wel. Dan nog een vraag. Er is een motie aangenomen toen de ‘…’ was gepresenteerd. En daar was die uitbreiding en de eventuele bezuiniging in gepresenteerd. En toen hebben we gezegd: laten we eerst dit onderzoek afwachten. Dus dit rapport. En het onderbuikgevoel is er natuurlijk niet voor niets. We hebben toen ook al vragen gesteld over twee mensen op een casussysteem. Nou, daar is vandaag ook over iets over geschreven. Dat dat helemaal niet zo ineffectief is als we misschien denken. En dat dat ook niet op alle casussen zo is. Maar misschien nog wel iets effectiever kan door dingen te bundelen. En verder hebben we het natuurlijk ook over er ontbreken ook wat cijfers. Er is wel in gesprek, om
dit rapport te maken, wat schattingen gedaan over bijvoorbeeld die werkuren. Maar dat is nou misschien juist heel interessant als het gaat om hoe effectief is het nou en kunnen we dat misschien nou toch nog aanpassen? Ik denk wel: ja, het is toch weer ontbrekende data. En dat is nou juist waar we wel al lang naar vragen. Dat komt ook in dit onderzoek wel weer naar voren. Ik vroeg net al naar die stapsgewijze aanpassing. Ik heb zelf toch wel het idee dat het misschien wel in stappen weer te geven is. En dat je laaghangend fruit, zoals dat ook wel heet, snel te realiseren aanpassingen in het werk misschien ook al. In ieder geval een ander werksysteem en misschien ook al wat invloed heeft op de wachtlijsten. Voordat we nu moeten gaan werven in een blijkbaar ook al hele krappe markt. Dus ik zou toch willen pleiten om, als je dan naar het raadsvoorstel straks gaat, om daar toch een soort van trapsysteem aan te brengen. Dat was voor nu even mijn reactie op het rapport. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de VVD, naar mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde: Dank u wel, voorzitter. Nou, wij hebben het een tijdje geleden al gezegd. Wij zijn heel erg blij dat de wethouder met de uitspraak kwam: we moeten niet gaan problematiseren, maar we moeten doen wat nodig is. Wij hebben in het kader van de laatste presentatie gevraagd om een onderzoek, als raad zijnde.
Omdat we onze twijfels hadden bij de structuur en de manier van werken van het jeugd- en gezinsteam. Of dat misschien wat efficiënter kon en of zij daarin gewoon wat hulp kunnen gebruiken. Want dat is natuurlijk heel fijn, dat wij zo’n jong en enthousiast team hebben. Jong, ik denk dat dat op zich goed aansluit bij de casussen die zij behandelen, jeugd- en gezinsteam. Ze zullen gemakkelijker contact kunnen leggen met jongeren, omdat ze zelf ook nog niet oud en bejaard zijn. De moeilijkheid voor hun daarin is dat zij natuurlijk op minder ervaring kunnen bogen. Dus wat ons betreft is het belangrijk dat de 0,7 FTE die we gaan zoeken, gezocht wordt in een senior medewerker. Want het is altijd fijn om even met iemand te kunnen sparren, die al vaker bepaalde situaties heeft meegemaakt. En ik merk in mijn eigen werk ook dat door het thuiswerken er toch wel collega’s zijn die het even kunnen sparren met hun collega’s missen. En dat sparren echt niet altijd lang hoeft te duren. Maar het wordt wel als heel belangrijk ervaren. En dat wordt ook als belangrijk ervaren om niet in werkdruk omver gelopen te worden. Dus ik denk dat we dat punt niet moeten onderschatten. De werkdruk is met name iets wat je ervaart. Wat een gevoelsmatig iets is. En niet wat aan de hand van cijfertjes gemeten kan worden. Ik heb zelf ook Lean-trajecten doorlopen.
En daar wordt alles gemeten en wordt alles afgemeten en nagemeten. En: hoe kunnen stukjes sneller? En ik denk dat dat in heel veel processen heel goed werkt, maar in het sociale domein zal dat toch wat gevoeliger liggen. Daar kunnen we dat niet zomaar één op één gaan toepassen. En vergeet niet hoe zeer wij zelf ook misschien van onze eigen werkwijze projecten bekijken. Wij lopen zelf niet bij het jeugd- en gezinsteam. Wij zien en horen niet waar zij dagelijks tegenaan lopen. En ik denk dat wij daarom ook het onderzoek wat wij nu gekregen hebben, en het advies van daaruit voortkomt, moeten opvolgen. Dit bureau heeft veel ervaring. Heeft veel andere gemeentes gezien. Gezien hoe er daar mee wordt omgegaan. En dan blijf ik erbij: wij lopen daar zelf niet rond. En zij lopen daar toch meer rond. Dus ik ga ervan uit dat zij weten waar ze het over hebben. Verder denk ik dat het voor het jeugd- en gezinsteam zelf goed is dat wij uitgaan van een motiverende ondersteuning voor het jeugd- en gezinsteam. Want wij moeten uiteindelijk het budget goedkeuren en hun formatie goedkeuren. En ik denk dat wij hen meer ondersteunen door met een positieve ondersteuning te komen, die op basis van wat onderzoek eigenlijk geleverd is, dan dat wij moeten blijven hameren op efficiency. Dat is gewoon iets wat in gesprekken met mensen niet altijd even makkelijk te behalen is.
Als je zelf nagaat, als je met iemand in gesprek bent die met een probleem zit, persoonlijk neem ik daar de tijd voor. En dan haal ik wat ik gemist heb zelf later wel weer in. Maar je kunt daar niet echt altijd een tijd aanhangen. Dus dat is hoe wij er in staan. Wij kunnen het eens zijn met wat er gevraagd wordt. En wij wensen het jeugd- en gezinsteam veel succes. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer De Zeeuw, van DorpsBelang.
De heer De Zeeuw: Ja, dank u wel. Het rapport is duidelijk. Ik moet zeggen: we hebben toch wel vanavond een redelijk positief beeld gekregen over het team zelf. Ik moet wel zeggen dat het resultaat van al dat rapport is altijd meteen dat er de formatie en dergelijke opgeschaald worden. Terwijl als we ook naar onze ombuigingsnota kijken, zijn er wel een stuk of tien voorstellen vanuit dezelfde organisatie die het rapport heeft geschreven. Die juist aangeven hoe je jeugdhulp kunt afschermen en kunt zorgen dat het gebruik daarvan zo min mogelijk zal zijn. Dat wordt op dit moment, ondanks al die voorstellen, of het nou over -ik zit eens te kijken op het lijstje dat ik hier heb staan, wat dat betreft- triage op niveau, afwegingskadergebruikelijke hulp. Is het wel de bedoeling dat het bij jeugdhulp hoort, of dat het juist bij andere organisaties hoort. Nou, de afscherming ten opzichte van ziektekostenverzekering. Al die dingen hebben wij allemaal ook in onze ombuiging staan. Maar al die zaken zouden in principe moeten leiden tot lagere formatie uiteindelijk. Maar dat wordt niet meegenomen in het geheel. Dus wat dat betreft is er voor ons, als er een reden is om op dit moment in termen van formatie te denken, is dat bij ons op de wachtlijsten. Dat vinden we dat die al veel te lang zijn. We hadden gehoopt dat die al veel eerder weggewerkt zouden worden.
Maar andere zaken met specialistische kennis naar Eemnes toebrengen, wat we dan nu een casus hebben voor autisme en dergelijke, denk ik toch dat wij dat liever niet zien. Hebben we liever dat er eigen begeleiding is. Dat klopt. Maar voor minder specifieke onderwerpen. Maar gewoon zoals dat in verleden ook is gebeurd. Dat ze een kwart van hun tijd, of soms een derde van hun tijd, gebruikten om een lichte begeleiding te geven. En ik denk dat daar de meeste deelnemers van het team toe in staat zijn. Maar op het moment dat je dat specifiek gaat maken, moeten ze weer naar allerhande speciale cursussen toe. En ik denk niet dat dat in ons belang is. Dus voor ons ligt de focus op wachtlijsten wegwerken. En dan ten tweede dat we nog eens heel goed kijken wat er uit dat hoge verlof waar we het dan inhoudelijk niet erg veel over kunnen hebben. Maar die er wel in staat geprijsd. En waar ook budget voor is. En we kijken of dat van daaruit op te vangen is. Misschien is er binnenkort weer instroom uit die groep medewerkers. En anders zou het misschien heel goed ingezet kunnen worden om die achterstanden weg te werken. Dus bij ons de focus op weghalen van achterstanden. Maar alle drie de voorstellen, zoals ze nu voorliggen, zijn we geen voorstander van. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan D66, de heer Defferding. De heer Defferding: Ja, dank u wel, voorzitter.
Nou, wij spreken onze waardering uit voor de inzet van de medewerkers van het jeugd -en gezinsteam, allereerst. En ook bedankt voor het rapport dat is opgemaakt. Vind het knap dat wij met de zo grootst mogelijke motivatie inzetten voor het welzijn van de Eemnesser jeugd en hun ouders en verzorgers. En ook wel, dat er naast de daadwerkelijke inzet op casuïstiek, veel tijd verloren gaat aan het bijhouden van administratie en het verantwoorden aan die dat dat vragen. En dat wordt ook in het rapport nog eens ondersteund. Dat juist die rapportage van belang is om goede vervolgbeslissingen te kunnen nemen. In het rapport wordt ook gesteld dat het aantal casussen in hoeveelheid en complexiteit toeneemt. En heeft Eemnes ook de ambitie om verder te groeien en aantrekkelijk te blijven voor jeugd en jonge gezinnen. Wat eigenlijk het aanbod van casuïstiek waarschijnlijk in de toekomst nog zal vergroten. Nou, past het dan om te gaan bezuinigen op jeugd- en gezinsteam? Of is het juist zaak om te investeren? Zodat we laagdrempelige hulp kunnen blijven bieden, dicht bij huis, met een vertrouwd team. En vervolgens duurdere trajecten te kunnen voorkomen. Nou, wat D66 betreft, kunnen wij dan ook de voorstellen die zijn gedaan ondersteunen. En de uitbreiding van het jeugd- en gezinsteam van harte aanbevelen team. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.
Dan geef ik het woord aan PvdA, de heer Hoorneman.
De heer Hoorneman: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ten eerste de rapportage van wat we vanavond gehoord hebben was, mag ik wel zeggen, erg lovend voor ons jeugd- en gezinsteam. Dat geeft toch wel een fijn gevoel, mag ik wel zeggen. Wat ik verder hoorde -en daar was ik het mee eens- wat de VVD zei, dat die FTE, wordt die ingevuld, dan zou het eigenlijk wel wenselijk zijn om daar iemand neer te zetten die, hoe moet ik het zeggen, met enige levenswijsheid. Waardoor er misschien in dit team, wat inderdaad uit toch wel vrij jonge mensen bestaat, misschien enige rust zou kunnen geven. Het wegwerken van de wachtlijsten lijkt ons zeker een belangrijk item en ja, dat is toch wel dat zo langs dit allemaal gehoord hebbende dat we het toch wel eens kunnen zijn met de, of het voorstel van de wethouder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de wethouder, mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Leijsma: Dank u wel, voorzitter. Als eerste wilde ik even iets algemeens zeggen, dat ik ook natuurlijk als wethouder blij ben dat met het onderzoek van AEF is aangetoond dat wij met ons jeugd- en gezinsteam op de goede weg zijn. Het JGT wordt gemakkelijk gevonden en is laagdrempelig toegankelijk. Dat willen wij ook in Eemnes en dat was ooit ook de bedoeling van de transitie toen de jeugdzorg in 2015 naar de gemeente kwam. Tot die tijd bleef er veel onzichtbaar.
Van 2015 tot 2019 zijn de kosten op landelijk niveau met 53% gestegen. Dat heeft daar alles mee te maken en deze kosten stijgen drie keer zo hard dan het aantal behandelde kinderen. Daar zou je dus uit kunnen opmaken dat de casussen ingewikkelder worden of complexer. Acht van de tien gemeenten in Nederland kampt met een begrotingstekort op de jeugdzorg. Daarin is een naast dus niet uniek. We doen het niet het beste, maar we doen het ook zeker niet het slechtste. Nu investeren gaat ons op termijn helpen en daarmee bieden we de best mogelijke jeugdzorg. Daar willen wij ook voor staan in Eemnes. Daarbij mogen we hopen dat het volgend kabinet inziet dat er geld bij moet in de jeugdzorg en dat het Rijk de gemeente dus tegemoet zal komen. Ik vind het cynisch om te zeggen dat er veel geld uitgegeven wordt aan kinderen die deze zorg keihard nodig hebben. Aan de andere kant is een belangrijke vraag die we ons moeten stellen: wat is het doel van de jeugdwet en voor welke problemen is deze bedoeld? Met andere woorden, voor welke problemen willen wij maatschappelijk betalen en welke problemen voor de mensen geacht zelf op te lossen? Dit is een discussie die landelijk en in de breedte gevoerd moet worden. Daarnaast is er momenteel ook onderzoek gaande naar waar in het systeem geld weg dekt, dat doet follow the money.
Met het voorstel van ons college menen wij dat het tegemoet komen aan zowel de wens van de raad om goed voor onze jeugd te zorgen, al daarnaast de financiën op termijn beter onder controle te krijgen. Een kanttekening die ik er graag bij zou willen maken is, het blijft balanceren op slap koord, want we hebben maar een beperkte invloed op de kosten. We proberen de curve wat af te zwakken, maar dat is het dan ook. Dan wil ik nu nog een paar zaken … Er zijn niet echt heel veel vragen gesteld. Een aantal dingen wil ik toch nog even toelichten. Bijvoorbeeld het ingaan op waarom mensen ziek zijn in een openbare vergadering. Dat kan niet. Als er bepaalde raadsleden meer van willen weten, dan deel ik daar in een één op één gesprek best iets meer over zeggen, maar dat gaat gewoon niet. Ik heb er zelf ook moeite mee als er gezegd wordt, er moeten meer mannen komen, omdat vrouwen zwanger raken en daardoor verzuim hebben. Ik vind dat zwangere vrouwen nog steeds gediscrimineerd worden. Daar verzet ik mij persoonlijk tegen. Wat wel zo is, is dat we gemêleerd een groep nodig hebben van wat meer ervaren mensen en wat minder ervaren mensen. En daar wordt in het personeelsbeleid op gestuurd. Sowieso op diversiteit. En dat betreft dan niet alleen man vrouw, maar ook inclusiviteit en afkomst en allerlei andere zaken. Daar wordt op gestuurd.
En op dit moment bestaat het team ook uit meer ervaren en wat minder ervaren mensen. Dus op leeftijd en ervaring is op zich goed. Even kijken, want ik heb mijn aantekeningen her en der opgeschreven. De registratie van werkenden en onderscheid van begeleiding en regie gaan we nu al invoeren. Daarom wil ik ook zo graag dat het voorstel vandaag nog behandeld wordt. En ik vind het dan ook heel fijn dat u mij allemaal wel een richting geeft in wat u goed vindt aan het voorstel en waar u vindt dat misschien nog puntjes op de i gezet kunnen
worden. Met de start van de wijkteams hebben we afgesproken dat we minimaal registreren en we proberen de zorg te ontregelen. We pakken nu al aanbevelingen op, zoals samenvoegen van besprekingen in de casuïstiek. En dan denk ik dat ik de belangrijkste zaken nu heb gehad. Nog even kijken. Ja. Dus wij focussen ook op de eigen begeleiding om daarmee, dat is ook een verzoek van de raad geweest in de kadernota ombuigingen, omdat we daarmee op termijn de kosten besparen voor het doorsturen en ook op de afscheiding. Daar wordt ook op gestuurd. Ik denk dat ik hiermee de meeste dingen behandeld heb. Zo niet, dan hoor ik het. De voorzitter: Ik stel voor dat we nog een rondje doen of er nog iets aanvullende vragen zijn of er iets niet behandeld is en dan begin ik met mevrouw Havinga. Mevrouw Havinga-de Jong: Ja, dank u wel voorzitter. En dank u wel wethouder voor de reactie. Eens dat we niet moeten discrimineren op zwangere vrouwen, maar wel inderdaad een goeie samenstelling moeten hebben van een team. Het zorgt dat je daar iets meer invloed op hebt als het goed is en zo ook iets minder kwetsbaar bent. U heeft het zelf over balanceren op een niet ‘…’ koord geloof ik, maar wij werken daar natuurlijk inderdaad aan mee. Hoe gevarieerder je een team inricht, hoe minder instabiel iets is. Ja, de wethouder zei: nu investeren gaat helpen voor de toekomst. Dat klopt natuurlijk. Dat is zeker zo.
En dan kom ik toch ook weer even op dat stukje preventief werken. Daar had ik het net niet over gehad. Daar werd net bij de presentatie gezegd van ja, daar is nu een vaste basisformatie ook eigenlijk nog niet voldoende om daar aan te werken. We hebben natuurlijk wel als raad gezegd, we gaan daar extra op investeren. Er gaan ook wat reserves aan op. Maar nu komen we daar eigenlijk niet voldoende aan toe. Ik ben het met de wethouder. Ik hoop heel hard mee dat we inderdaad straks vanuit de overheid daar misschien een extra toebedeling krijgen als het gaat om jeugdzorg, want daar moeten we ook niet op willen beknibbelen, maar ik maak me wel wat zorgen om dat preventief werken. Misschien dat u daar nog iets op kunt zeggen, hoe u daar zelf naar kijkt. De voorzitter: Dank u wel. Dat hoort u zo dan. Dan ga ik naar de VVD. Mevrouw Van der Linde. Mevrouw Van der Linde-Eggenkamp: Ja, ik was het daar straks vergeten ook te zeggen inderdaad. Die opmerking over de zwangerschap. Ik heb het zelf meegemaakt. Een promotie twee jaar uitgesteld omdat ik daarna eerst nog een keer mocht bewijzen dat ik het allemaal nog steeds kon. Ja, dat is toch niet wenselijk in deze tijd zou ik zeggen.