GRP Eemnes 2018 2022 v011117 DEF
Tekst van het document
Water en Eemnes Gemeentelijk Rioleringsplan Eemnes 2018 - 2022
Gemeentelijk Rioleringsplan Eemnes periode 2018 tot en met 2022
Titel Gemeentelijk Rioleringsplan Eemnes 2018-2022 Opdrachtgever BEL Combinatie Projectleider Ir. Koen Weytingh Auteurs ing. Jeroen van Leeuwe Ir. Michiel Brouwer Tekstredactie drs. Eric Burgers Layout Ir. Michiel Brouwer Ir. Rinske Wessels november 2017 Toekomststerk Meester H.F. de Boerlaan 151 7417 AH Deventer
Status Het GRP is conform de bestuursopdracht van 1 maart 2017 opgesteld door Toekomststerk, in nauwe samenwerking met de gemeente. Het plan is afgestemd, conform Wet milieubeheer artikel 4.23 met de waterkwaliteitsbeheerder: het Waterschap Vallei en Veluwe (WVE). De provincie Utrecht is geïnformeerd.
2
Leeswijzer In dit GRP wordt uitgegaan van de volgende systematiek:. A. Waar moet het rioolsysteem aan voldoen? B. Hoe staat het ervoor oftewel voldoet het systeem? C. Welke stappen moeten worden genomen om het systeem te laten voldoen, wat kost dat en hoe wordt dat betaald? A, B en C zijn in aparte achtereenvolgende hoofdstukken beschreven. Daarbij wordt in hoofdstuk 1 het bestaande watersysteem van Eemnes beschreven. In het tweede deel van dat hoofdstuk wordt beschreven aan welke eisen volgend uit wetgeving en vastgesteld beleid het rioolsysteem moet voldoen, gevolgd door aanvullende ambities voor de komende planperiode. In hoofdstuk 2 wordt per item getoetst of het bestaande rioolsysteem al dan niet voldoet, ook of aanvullende ambities de komende planperiode om extra inspanningen vragen. Voor veel lezers die snel willen weten wat er de komende planperiode moet gebeuren zal het laatste hoofdstuk het meest interessant zijn. In hoofdstuk 3 wordt het beleid voor de komende jaren uitgeschreven.
Inhoud Managementsamenvatting
4
1.
6
GRP Eemnes: context, ambities en taken
1.1. Inleiding: riolering, een zaak van de gemeente 1.2. Terugblik: een eeuw rioolbeheer 1.3. Doelmatig beheer en onderhoud 1.4. Wettelijke Taken en Bestaand Beleid 1.5. Ambities
6 7 13 14 22
2.
26
Huidige situatie
2.1. stedelijk afvalwater 2.2. hemelwater 2.3. grondwaterregime 2.4. Doelmatig beheer
26 27 29 30
3.
33
Beleid 2018 – 2022
3.1. Zorgen voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater 3.2. Zorgen voor inzameling, transport en verwerking van hemelwater 3.3. Zorgen voor een grondwaterregime 3.4. Doelmatig beheer van de infrastructuur 3.5. Samenwerking 3.6. RWZI-Blaricum 3.7. Maatregelen en onderzoeken 3.8. Risico’s 3.9. Middelen en kostendekking
Bijlagen: Bijlage 1: Basiskwaliteit vrijvervalriolering Bijlage 2: Afkortingenlijst Bijlage 3: Beleidsruimte Bijlage 4: Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden Bijlage 5: Onderzoeksactiviteiten Bijlage 6: Kostendekkings-berekening Bijlage 7: Overzicht lozingswerken Bijlage 8: Reactie Waterschap Vallei en Veluwe Bijlage 9: Reactie provincie Utrecht
44 45 46 48 52 54 56 58 59
33 34 36 36 38 39 39 39 40
3
Managementsamenvatting
Dit gemeentelijk rioleringsplan behandelt een meestal onzichtbaar, maar heel belangrijk onderdeel in de gemeente: het water en het riool. Het rapporteert de stand van zaken van het rioolstelsel en van de waterketen en zet het beleid uit voor de periode 2018 – 2022. Hieronder de belangrijkste:
Zorgplichten Afvalwater: Iedere gemeente in Nederland heeft de plicht om te zorgen dat het afvalwater van alle woningen wordt afgevoerd naar de zuivering. Dat gebeurt voor het allergrootste deel via het riool. Hemelwater: Ook zijn gemeenten verplicht te zorgen dat het regenwater in het openbaar gebied geen overlast veroorzaakt. Diezelfde plicht hebben de bewoners en eigenaren: ook zij moeten zorgen dat hun regenwater geen overlast geeft aan de buren. In Eemnes wordt in het grootste deel van de gemeente hemelwater apart afgevoerd naar open sloten en vaarten via een apart rioolstelsel: het hemelwaterriool. Grondwater: Als derde hebben de gemeenten de plicht zicht te houden op grondwater en te zorgen dat de grondwaterstanden de functies van de locatie niet belemmeren. Het oppervlaktewater is van invloed op al deze systemen. De zorgplicht daarvoor ligt bij Waterschap Vallei en Veluwe, Waterschap AGV en de provincie Utrecht.
Rioolheffing De gemeente zal al deze taken doelmatig uitvoeren: de inzet en het geld dat wordt besteed aan aanleg, onderhoud en beheer van het watersysteem en het riool komt uit de rioolheffing. Dat zullen we effectief en efficiënt gebruiken, zodat de heffing niet onnodig hoog wordt. [zie: 3.9. Middelen en kostendekking op pagina 40] 4
Ambities 2018-2022 Klimaatneutraal Gemeente Eemnes wil klimaatneutraal worden, onder andere door in te zetten op circulariteit en grootschalige productie van duurzame energie. Die ambitie geldt ook voor de waterketen. Eemnes wenst het vrijkomende slib uit de rioolwaterzuivering te gebruiken voor opwekking van biogas of groen gas. Zo kan waterzuivering energiedoelstellingen helpen realiseren. Eemnes overweegt in dit kader een derde waternet te introduceren, waarmee zwartwater zeer geconcentreerd kan worden getransporteerd om er zoveel mogelijk energie uit te winnen en het zuiveringsproces te ontzien. Het Waterschap Vallei en Veluwe wil graag meedoen aan dit onderzoek. [zie: 1.5.1. Opwekking duurzame energie op pagina 22] Daarom gaan we het volgende doen: • Onderzoek naar de mogelijkheden in het watersysteem om de energiedoelstelling te realiseren; • Onderzoek of zuiveringslib van de RWZI van Blaricum daar een bijdrage in kan leveren; • Onderzoek naar de mogelijkheid van een derde waternet, met name in de Zuidpolder • Onderzoek naar het verduurzamen van het watersysteem
Klimaatadaptief De klimaatverandering heeft ook effect op Eemnes: het rioolsysteem wordt door zwaardere buien (te) zwaar belast, en straten kunnen onder water komen te staan. Die situaties doen zich nu nog weinig voor, maar kunnen veel meer gaan optreden. Onderstaande tabel geeft aan wat de gemeente daarin toelaatbaar vindt en vanaf welk moment zij zal ingrijpen. De komende planperiode wil de gemeente meer inzicht krijgen in de risico’s van wateroverlast, hitte en droogte. Het
Waterschap Vallei en Veluwe wil graag betrokken zijn bij het klimaatbestendig maken van Eemnes. [zie: 1.5.2. Klimaatadaptatie op pagina 22] Voor de periode 2018-2022 betekent dit: • De gemeente stelt voor 2020 een Klimaatstresstest op, volgens landelijke richtlijnen, waarin de risico’s van de klimaatverandering voor Eemnes staan. • De gemeente neemt waar urgent en mogelijk maatregelen om de risico’s te verkleinen • De nu bekende locaties met overlast zullen worden aangepakt. o Aanpak wateroverlast Verlegde Laarderweg en rond de Laarderweg en Torenzicht o Onderzoek naar drainage-problemen in centrum van Eemnes • De gemeente stimuleert het afkoppelen van particulier terrein, daar waar een gemengd rioolstelsel ligt. Bewoners zijn niet verplicht af te koppelen.
Hemelwaterbeleid In dit GRP is voorlopig hemelwaterbeleid geformuleerd. Als de resultaten van de stresstest daartoe aanleiding geven wordt dat beleid aangepast. [Lees 1.4.2. Hemelwater op pagina 16]
Grondwaterbeleid
Voor de periode 2018-2022 betekent dit: • De gemeente onderzoekt de locaties waar op basis van bovenstaande mogelijk structurele grondwateroverlast is en neemt daarop zo nodig maatregelen; met name is er aandacht voor het drainagenetwerk in het centrum.
Onderhoud en beheer 2018-2022 Zoals in ieder GRP wordt beschreven welke delen van het huidige stelsel in de komende periode aan vervanging toe zijn. Dit wordt opgesteld op basis van meldingen, inspecties en de langjarige onderhoudsplanning. [zie hoofdstuk “2. Huidige situatie” vanaf pagina 26] Voor de periode 2018-2022 betekent dit: • Er wordt 21,2 km riool geïnspecteerd; • In de komende 15 jaar tijd komt mogelijk 20km riool voor vervanging in aanmerking; • Bij alle drukgemalen worden de komende planperiode de plassonkoppelingen tot op de balkeerklep vervangen; • Jaarlijks wordt een Uitvoeringprogramma GRP opgesteld, waarin wordt aangegeven welke riolering daadwerkelijk vervangen of gerenoveerd zal worden; • De gemeente Eemnes stelt de komende planperiode het Incidentenplan Riolering (IPR) op; • Bij oplevering van Zuidpolder zal een controle plaatsvinden op de aangelegde watersystemen; vanaf dan is de gemeente eigenaar en beheerder van dat rioolsysteem.
Eemnes stelt met deze GRP ook vast wat het beleid is aangaande het grondwater. De gemeente grijpt in bij structurele grondwateroverlast, niet bij incidentele gevallen. In paragraaf 3.3 van dit GRP staat nauwkeurig omschreven onder welke omstandigheden dat het geval is. [Lees “3.3.” op pagina 36] 5
1. GRP Eemnes: context, ambities en taken Door afvalwater in te zamelen en af te voeren via een ondergronds stelsel van buizen beperkt de gemeente overlast, stank en risico’s voor de volksgezondheid en zorgt ze voor een aantrekkelijke leefomgeving. Riolering is cruciale infrastructuur, waarvoor de gemeente zorg draagt conform de Wet milieubeheer.
1.1. Inleiding: riolering, een zaak van de gemeente Het riool wordt tegenwoordig gebruikt om behalve stedelijk afvalwater, onder bepaalde voorwaarden ook hemelwater en grondwater af te voeren. Met welke doeleinden en op welke wijze een gemeente het systeem van buizen, putten, pompen en bassins beheert, staat beschreven in een gemeentelijk rioleringsplan (GRP). In dit GRP Eemnes staat beschreven of en in hoeverre het rioolsysteem voldoet aan de wettelijke eisen (NEN 3398 en NEN-EN 752) en aan aanvullende beleidsdoelen en ambities van de gemeente (beleidsruimte). Vervolgens wordt aan de hand van de gemeentelijke visie op haar taken als rioolbeheerder en aan de hand van de analyse van de staat van het systeem beleid voor de periode 2018 t/m 2022 geformuleerd1. Parallel aan het GRP Eemnes zijn gemeentelijke rioleringsplannen voor Blaricum en Laren opgesteld.
1 Artikel 4.22 van de Wet milieubeheer geeft aan dat de gemeente zelf bevoegd is de geldigheidsduur van het GRP vast te stellen.
6
De riolering binnen een gemeente maakt deel uit van de openbare ruimte. Rioleringszorg zal dan ook altijd in samenhang met het beheer van de totale openbare ruimte worden uitgevoerd. Riolering heeft ook een belangrijke relatie met het oppervlaktewatersysteem dat zich uitstrekt buiten de gemeentelijke grenzen. Invulling van de rioleringszorg is hierdoor mede afhankelijk van andere partijen, zoals Waterschap Vallei en Veluwe, Waterschap AGV en de provincie Utrecht. Dit GRP is opgesteld rekening houdend met én in samenspraak met deze partijen. Bij de uitvoering van de wettelijk verplichte taken op het gebied van riolering (zie kader in paragraaf 1.3) hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten: • Het op een duurzame wijze beschermen van de volksgezondheid. • Het op peil houden van de kwaliteit van de leefomgeving. • Het beschermen van het grond- en oppervlaktewater en de bodem.
1.2.
Terugblik: een eeuw rioolbeheer
Het voorkomen van ziektes vormde ruim een eeuw geleden dé aanleiding om op grote schaal riolering aan te leggen. Het afvalwater van woningen en bedrijven die het water niet zelf konden verwerken werd verzameld en buiten het dorp geloosd op de Gooyergracht. Langzaam maar zeker is ieder huishouden aangesloten op het riool. Naast afvalwater werd het riool ook steeds meer gebruikt voor het afvoeren van regenwater en soms grondwater. Lange tijd was dat eigenlijk vanzelfsprekend. De gemeente was verantwoordelijk voor de aanleg en het beheer en onderhoud van het riool. Dit werd en wordt nog steeds betaald met inkomsten uit rioolheffing. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw ontstond meer aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. Om
vervuiling van oppervlaktewater door lozing van afvalwater te voorkomen, bouwden waterschappen afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi). In een afvalwaterzuiveringsinstallatie wordt rioolwater uit verschillende gemeenten verwerkt. Alleen als het heel hard regent en de installatie de hoeveelheid aangeleverd water niet aan kan, wordt via zogenaamde overstorten overtollig rioolwater op het oppervlaktewater geloosd. De volgende stap betrof het terugbrengen van het aantal overstorten. Er zijn twee mogelijkheden: meer ruimte maken voor de berging van water in het rioolsysteem (met grotere buizen en bergbezinkbassins bijvoorbeeld) of minder water in het riool terecht laten komen. Door toename van het aantal huizen, gebouwen en verharde tuinen belandt echter steeds meer regenwater in het riool, en blijkt de capaciteit soms ontoereikend. Begin 21ste eeuw werd bij wet vastgesteld dat inwoners en bedrijven individueel verantwoordelijk zijn voor de verwerking van hemelwater dat op het eigen perceel valt. Ze mogen het regenwater lozen - op de bodem, in de bodem, in open water, in een collectieve voorziening (zoals een hemelwaterriool) of in het afvalwaterriool. De gemeente mag in een verordening de lozing op het afvalwaterriool verbieden maar heeft de zorgplicht om bewoners en bedrijven een alternatief te bieden als die het regenwater niet zelf kunnen verwerken.
De gemeente moet voorkomen dat regenwater in de openbare ruimte leidt tot wateroverlast. Voor grondwater geldt een vergelijkbare verdeling van verantwoordelijkheden. De invulling van de zorgplicht voor hemel- en grondwater wordt door de gemeente vastgelegd in hemelwater- en grondwaterbeleid en eventueel vertaald naar een verordening. 7
Overzicht van het watersysteem Het watersysteem is opgebouwd uit verschillende onderdelen. Het afvalwatersysteem, het hemelwatersysteem, het oppervlaktewatersyseem en het grondwatersysteem. Elk systeem heeft zijn eigen karakteristieken en beheerders.
Grondwater- en oppervlaktewatersysteem Het waterschap Vallei & Veluwe is verantwoordelijk voor het peilbeheer van het oppervlaktewater van Eemnes. Het overtollige water van het watersysteem van Eemnes wordt via de Eemnesservaart en de Eem afgevoerd naar het Eemmeer. In het stedelijk gebied van Eemnes zijn twee gescheiden watersystemen aanwezig: Noordbuurt en Zuidbuurt, met elk verschillende peilgebieden. De afwatering verloopt van west naar oost.
zomerpeil. In de winter staat het water gemiddeld 20 centimer hoger dan in de zomer. De waterkwaliteit van het open water varieert. Uit een ecoscan blijkt dat de meeste wateren goed scoren op ‘beleving’. Maar omdat het grootste deel van de watergangen beschoeid is, scoren die voor de ecologie van de oever ‘slecht’. Bij ecologische kwaliteit van het water is voldoende tot goed. De Gooyergracht heeft als primaire functie het afvoeren van effluent van de RWZI Hilversum en Blaricum en overstort voor Laren en Blaricum. De kwaliteit van de Gooyergracht was dus jarenlang slecht. De laatste jaren is de kwaliteit naar verwachting verbeterd als gevolg van afspraken en bijbehorende maatregelen van Laren en Blaricum met Waterschap AGV over het verminderen van de milieu-belasting door overstorten. Volgende dezelfde afspraken zal Waterschap AVG de kwaliteit van de gracht gaan monitoren.
In 2012 is een nieuw peilbesluit voor polder Eemland vastgesteld. Dit blijft 10 jaar van kracht, dus tot het eind van de planperiode van dit GRP. Men hanteert een winterpeil en een
Figuur 1: peilvakken in gemeente Eemnes van waterschap Vallei en Veluwe
8
Hoe diep het water onder het maaiveld staat (de drooglegging) hangt af van het grondwaterpeil en de hoogte van het maaiveld. figuur 1 geeft het verschil tussen grondwaterstand en maaiveld aan. In het centrumgebied van Eemnes is een drainagesysteem aangelegd dat grondwater afvoert zodra dat te hoog komt te staan.
afvalwater en hemelwater Het afvalwater wordt voor het grootste deel van Eemnes getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in Blaricum. Die wordt beheerd door AGV, waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Het riool bestaat uit verschillende bemaalgebieden, te zien in Figuur 3.
RWZI
Figuur 2: Peilvakken Bebouwd gebied Eemnes, bron: Grontmij (2015) Optimalisatie Afvalwatersysteem
noordbuurt
Centrum
Zuidbuurt
Zuidpolder
Figuur 3: Bemalingsgebieden en persleidingen naar de RWZI in Blaricum
9
Vrijvervalriolering
Mechanische riolering
Drainage
Afvalwater (dwa) Regenwater (rwa) Gemengd riool
Persleiding Drukleiding
Drainage
22,3 km 23,5 km 8,1 km
rioolsysteem Eemnes. In blauw het gescheiden stelsel, in rood het gemengd riool
Figuur 4: overzicht van rioolsystemen in Eemnes
10
1,9 km 34,4 km
mechanisch rioolsysteem in Eemnes, druk- en persleidingen
10,5 km
drainagesysteem in centrum van Eemnes
Het grootste gedeelde van de riolering is aangelegd tussen 1970 en 2000. In deze periode werden de Zuidbuurt en de Noordbuurt aangelegd. Hier ligt een gescheiden stelsel, waarin afvalwater en hemelwater apart worden afgevoerd. Het centrumgebied heeft een gemengde riolering, die voor het grootste deel uit 1960-1969 stamt, een gedeelte is vervangen en gerenoveerdin de afgelopen 10 jaar. Het rioolsysteem bestaat uit een gedeelte onder vrij verval (vrijvervalriool, het rioolsysteem waarin het afvalwater vanzelf naar het laagste punt stroomt) en een persleiding, waar mechanisch door middel van pompen het afvalwater wordt getransporteerd. Het afvalwater wordt vanuit het zuiden van Eemnes naar het noorden getransporteerd. Van de Zuidpolder, Zuidbuurt, en het centrum wordt het door middel van een persleiding naar de Noordbuurt gebracht, waarna al dit water met dat van de Noordbuurt met een persleiding naar de AWZI van Blaricum getransporteerd wordt. Het afvalwater van het buitengebied van Eemnes wordt aangeleverd bij verschillende RWZI’s. Het hemelwaterriool komt uit op het oppervlaktewater, de zogenoemde uitlaten. In bijlage 7 is een overzicht opgenomen van locaties waar hemelwater in open water stroomt. Bij extreme neerslag kan het gemengd riool de hoeveelheid water niet bergen en stort vuil water over op het oppervlaktewater (overstort).
11
Wetgeving en beleidskaders Het opstellen van een gemeentelijk rioleringsplan vloeit voort uit de
(VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Unie van Waterschap-
wettelijke planverplichting (Wet Milieubeheer artikel 4.22). In het
pen (UvW) en de Vereniging van waterbedrijven in Nederland
plan wordt invulling gegeven aan de volgende zorgtaken:
(Vewin) afspreken op een doelmatige wijze samen te werken aan
1. De inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrij-
veiligheid tegen overstromingen, een goede kwaliteit water en
komt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen
voldoende zoet water. Het BAW is gericht op kostenbesparing in de
percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar
waterketen aan de hand van de drie k’s: kosten, kwaliteit en kwets-
een zuiveringtechnisch werk (Wet milieubeheer artikel 10.33,
baarheid. Door samenwerkingsverbanden aan te gaan en combina-
Omgevingswet artikel …).
ties te maken in bijvoorbeeld het onderhoud met andere gemeenten
2. Een doelmatige verwerking van het afvloeiend hemelwater,
kunnen kostenbesparingen gerealiseerd worden zonder kwaliteit
wanneer de perceeleigenaar dit redelijkerwijs niet op eigen
gaat verloren en of de kwetsbaarheid van een gebied toeneemt.
terrein kan verwerken. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begre-
Het Bestuurlijk Overleg Water AGV-gebied (BOWA), is een samen-
pen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het in
werkingsverband tussen Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en de in
de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld
zijn werkgebied gelegen gemeenten, waaronder Blaricum en Laren,
hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk
waarin afspraken uit het BAW nader worden ingevuld.
(Waterwet art.3.5).
3. Voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt eisen aan de kwaliteit
maatregelen ten einde structureel nadelige gevolgen van de
van het oppervlakte- en grondwater en verlangt dat dit in 2015 op
grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming
orde is met een uitloop tot uiterlijk 2027.
zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van
Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2021 in werking, waar-
het waterschap of de provincie behoort (Waterwet art. 3.6).
mee 26 wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving worden
4. Doelmatig beheer en gebruik van de riolering.
geïntegreerd. De verplichting tot het opstellen van een GRP vervalt dan. Omwille van kwaliteitsborging acht de BEL-combinatie een GRP
12
De belangrijkste beleidskaders zijn het Nationaal Bestuursakkoord
noodzakelijk en zal deze blijven opstellen. De vraag is wel of dit in
Water (NBW) en het meer recente (2011) Bestuursakkoord Water
de huidige vorm gebeurt, of dat naar een integrale, gebiedsgerichte
(BAW) – waarmee Rijk, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
aanpak wordt toegewerkt.
Ter plekke oplossen
hemelwater
Openbare Ruimte
Hemelwaterriool
Water op straat
Particuliere Ruimte
Afvalwaterriool
Overstort op oppervlaktewater
! !
Rioolwaterzuivering Bedrijventerreinen
grondwater afvalwater Traditioneel Rioolbeheer
Figuur 5 Het rioolsysteem, de dikte van de pijlen symboliseren de grootte van de waterstromen binnen het watersysteem.
1.3.
Doelmatig beheer en onderhoud
De gemeente heeft de plicht doelmatig te werken. De kosten van beheer en onderhoud van het rioolsysteem worden opgebracht door burgers en bedrijven middels de rioolheffing. Voor doelmatig beheer en onderhoud is het allereerst nodig dat de gemeente het rioolsysteem kent en weet in welke staat het zich bevindt. Dan kunnen noodzakelijke werkzaamheden en investeringen verantwoord worden verspreid over een bepaalde periode. Waar is direct onderhoud vereist, waar kan het wachten? Integraal werken is hierbij een belangrijk principe, zodat werkzaamheden aan het riool optimaal worden afgestemd met andere werkzaamheden in de openbare ruimte. Met andere woorden: werk met werk maken, of
‘Meekoppelen’. Figuur 5 is een schematische weergave van de werking van het rioolsysteem, van bron tot bestemming. Het rioolbeheer is traditioneel gericht op instandhouding van het systeem (in blauwe kader). In het kader van doelmatig beheer en onderhoud richt de gemeente zich in de komende tijd ook op de bronnen van hemel-, grond- en afvalwater. Een beperking van de instroom van water ontlast immers de riolering en vormt een doelmatig alternatief voor maatregelen ter vergroting van de bergingscapaciteit van het riool. In overleg met twee waterschappen worden eisen gesteld aan het maximale volume vuilwater dat overgestort mag worden. Eemnes ligt weliswaar in het werkgebied van Waterschap 13
Vallei en Veluwe, maar het rioolwater wordt geleverd aan de zuiveringsinstallatie van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV): de rwzi Blaricum. Doelmatig werken ligt aan de basis van het beleid in dit GRP. Hierin wordt een samenhangend beleid geformuleerd voor beheer van afvalwater, hemelwater en grondwater. Voor de invulling van de gemeentelijke zorgplicht voor de afvoer van hemelwater- en grondwater is al beleid opgesteld. In dit GRP wordt het grondwaterbeleid verder ingevuld. Het bestaande hemelwaterbeleid ligt al vast in de hemelwaterverordeningen. Een belangrijk deel van de werkzaamheden voor de komende planperiode zal vaststellen van die inspanningen zijn en op basis daarvan het hemelwaterbeleid aan te passen. Op zoek naar doelmatige invulling van dat beleid zal een intensivering van de samenwerking tussen gemeente en inwoners waarschijnlijk een belangrijke rol spelen. Doelmatig beheer en onderhoud van het riool betekent ook dat mogelijkerwijs een bijdrage wordt geleverd aan de totstandkoming van een circulaire lokale economie, aan de overgang naar productie en gebruik van duurzame energie (energietransitie) en aan de verbetering van de leefomgeving. Ook hiervoor zal in de komende planperiode aandacht zijn.
1.4.
Wettelijke Taken en Bestaand Beleid
In deze paragraaf wordt beschreven wat de wettelijk verplichte zorgtaken betekenen voor het rioolbeheer in gemeente Eemnes. Daarbij wordt het staande beleid van de Gemeente Eemnes beschreven. De taken zijn benoemd als volgt:
14
• Zorgen voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater. • Zorgen voor inzameling, transport en verwerking van hemelwater. • Zorgen voor een grondwaterregime, waarbij de bestemming van de bebouwde omgeving niet wordt belemmerd. • Doelmatig beheer van de infrastructuur, die voor de zorgtaken wordt ingezet.
Zorgen voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater De gemeente moet ervoor zorgen dat alle percelen binnen de gemeentegrenzen zijn voorzien van een rioolaansluiting, tenzij het betreffende perceel onderwerp is van een provinciale ontheffing. Het leeuwendeel van het riool in Eemnes is een gescheiden stelsel, waarmee afvalwater en hemelwater apart worden afgevoerd. De riolering in het centrum van Eemnes bestaat uit een gemengd stelsel en een drainagenet. Indien op grond van klachten of naar aanleiding van inspecties foutieve aansluitingen worden vermoed, moet nader onderzoek worden uitgevoerd. 1.4.1.
Bestaande bebouwing Alle bebouwing moet zijn aangesloten op het riool. Vanuit bestaande bebouwing in het buitengebied die is aangesloten op het persriool mag uitsluitend afvalwater op het afvalwaterriool worden geloosd. Vanuit overige bestaande bebouwing die nog is aangesloten op het gemengde rioolstelsel hoeven afval- en hemelwater niet te worden gescheiden. Bebouwing in gebieden waar een gescheiden rioolsysteem ligt moeten hun afvalwater en hemelwater gescheiden aanleveren. De gemeente wil met name in gebieden met bestaande
bebouwing werk met werk maken door de kwaliteit van de riolering te verhogen wanneer zich de gelegenheid voordoet deze te vervangen dan wel te vernieuwen. Nieuwbouw Voor nieuwbouwprojecten is gescheiden aanlevering van hemel- en afvalwater verplicht volgens Bouwbesluit 2012. Nieuwbouw in Eemnes wordt gecompenseerd door oppervlaktewater te creëren. Het hemelwater wordt via een apart hemelwaterstelsel afgevoerd naar oppervlaktewater. Indien noodzakelijk worden lamellenfilters toegepast om eventuele vervuiling door het afstromende regenwater te beperken. Bedrijventerreinen De gemeente is niet verplicht bedrijfsafvalwater af te nemen. De gemeente streeft ernaar het volume van bedrijfslozingen op de riolering zoveel mogelijk te beperken en afvalwaterstromen op eigen terrein te laten verwerken met het oog op de beperkte capaciteit van het rioolstelsel. De periodieke controle van bedrijfsmatige lozingen is afhankelijk van het
soort bedrijf en is een taak van de omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek. Openbare ruimte In het grootste deel van Eemnes wordt hemelwater in de openbare ruimte niet via het vuilwaterriool afgevoerd, maar via een apart hemelwaterriool. In eerste instantie stroomt straatvuil mee het riool in (first flush). Het waterschap streeft ernaar afstromend hemelwater schoon te houden en verontreinigingen te voorkomen. De gemeente is van mening dat het effect van de first flush op de waterkwaliteit is echter zo gering dat onder normale omstandigheden geen aanvullende maatregelen nodig zijn. De gemeente moet zorgen voor voldoende capaciteit in het riool om een regenbui die gemiddeld eens in de twee jaar voorkomt te kunnen afvoeren en wel zodanig dat er geen ongestructureerde lozing plaatsvindt. Afvalwater uit de gemengde riolering op straat is ongewenst en dient te worden voorkomen. Omdat er geen beleid is opgesteld over de mate waarin
Centrum Eemnes. bron: Architectenbureau Rijnboutt
15
afvalwater op straat terecht mag komen wordt uitgegaan van een algemene richtlijn die ook bij andere gemeenten van de BEL wordt gehanteerd. Volgens die richtlijn mag maximaal eenmaal per 5 jaar afvalwater op straat terecht komen. Over het overstorten in oppervlaktewater zijn afspraken gemaakt met het waterschap.
Zorgen voor inzameling, transport en verwerking van hemelwater Voor heel Eemnes, met uitzondering van het centrumgebied is een hemelwaterverordening van kracht. In het centrum van Eemnes mogen particulieren hun hemelwater lozen op het gemengde rioolsysteem. In de overige bebouwde omgeving van Eemnes ligt een gescheiden rioolsysteem. Bewoners moeten hun hemelwater en afvalwater gescheiden aanleveren aan de perceelgrens. Hemelwater mag daar niet worden geloosd op het afvalwaterriool. Particulieren in het buitengebied waar afvalwater via een persriool wordt getransporteerd mogen hemelwater niet op het riool lozen. 1.4.2.
Voor hemelwater is de gemeentelijke zorgplicht anders dan voor afvalwater. De perceeleigenaar is bij wet zelf verantwoordelijk voor de afvoer van hemelwater op eigen terrein: door directe lozing op oppervlaktewater, op de bodem of in de bodem. De voorkeursvolgorde voor het afvoeren van hemelwater is: • Bovengronds lozen • Ondergronds infiltreren • Lozen op oppervlaktewater • Lozen in hemelwaterriool of andere collectieve voorziening • Lozen op afvalwaterriool Indien naar het oordeel van de gemeente lozen op de bodem, infiltreren in de bodem of lozen op open water redelijkerwijs 16
niet van de perceeleigenaar kan worden verwacht, of wanneer dit niet doelmatig is, dan zorgt de gemeente voor afvoer en verwerking van het hemelwater. Dit gebeurt bijvoorbeeld via een gescheiden hemelwaterrioolstelsel of door lozing van hemelwater op het afvalwaterriool toe te staan. Wateroverlast Wateroverlast door hemelwater kan in de praktijk nooit helemaal worden voorkomen. Als het regenwater niet weg kan stromen omdat er geen afvoermogelijkheden zijn, blijft het water op straat staan en zoekt het een weg naar het laagste punt in de omgeving. Meestal ontstaan alleen maar plassen maar water op straat kan tot overlast of zelfs schade leiden. Wateroverlast wordt tegengegaan door, bijvoorbeeld, het afkoppelen van particuliere percelen van het riool. Om dit te stimuleren heeft de gemeente gedurende enige tijd in de voorgaande planperiode regentonnen verstrekt en de aanleg van groene daken aangemoedigd door het verlenen van subsidie. In het vorige GRP is het beleid ten aanzien van de zorg voor de inzameling het transport en behandeling van hemelwater verwoord: a. De gemeente heeft zorgplicht in de openbare ruimte bij bestaande bebouwing, opgeleverd voor 1.1.2008 b. Nieuwbouw (particulieren en bedrijven): de perceeleigenaar heeft zorgplicht voor het perceel en de staat van de bebouwing c.
Bestaande situatie vanaf 1.1.2009: de afvoercapaciteit van gemeentelijke riolering moet voldoende zijn om het aanbod van hemelwater bij hevige neerslag te verwerken d. Plan-/ontwerpfase: de afvoercapaciteit van gemeentelijke riolering moet voldoende zijn om het aanbod van hemel-
Categorie
Toelaatbaar tot
Omschrijving
Hinder
1 / 2 jaar
Kortdurend water op straat van geringe omvang.
Overlast
1 / 5 jaar
Ernstige hinder (zoals afvalwater op straat of stremming van een hoofdweg)
nooit
Kort- of langdurig water op straat van een dusdanige omvang dat schade aan eigendommen optreedt en/of essentiële (gebruiks-) functies wegvallen.
Schade
Figuur 6 voorlopige normen voor wateroverlast Eemnes
water bij hevige neerslag te verwerken e. De toestand van objecten moet voldoen aan kwaliteitseisen f. Geen ongewenste lozingen op de riolering g. De boven- en ondergrondse afstroming moet voldoen aan kwaliteitseisen h. De instroming in riolen via kolken moet ongehinderd plaatsvinden i. De vuiluitworp uit regenwaterriolering moet voldoen aan kwaliteitseisen Er is geen specifiek beleid opgesteld over de mate waarin overlast en schade in Eemnes mag optreden. Zeker gezien de verwachte klimaatverandering is dergelijk beleid wel van belang. Een klimaatstresstest is vooraf noodzakelijk om de effecten daarvan voor Eemnes in beeld te brengen. Vooruitlopend op de resultaten van die stresstest (zie 1.5.2) wordt in dit GRP uitgegaan van voorlopige normen ten aanzien van wateroverlast gebaseerd op het kader dat ook voor andere BEL-gemeenten is geformuleerd. Zie Figuur 6.
Bestaande bebouwing Het uitgangspunt van gemeente Eemnes is dat gebouwen die nog aangesloten zijn op het gemengd rioolstelsel hun hemelwater mogen blijven lozen op het riool. Afkoppelen is niet verplicht, maar wel wenselijk, zeker bij verbouwingen. In gebieden waar afval- en hemelwater apart worden ingezameld, is het niet toegestaan hemelwater op de afvalwaterriolering te lozen. Daar mag geloosd worden op het hemelwaterriool. Dit betekent dat de gemeente in het bebouwde gebied van Eemnes verantwoordelijk is voor de inzameling, het transport en de verwerking van hemelwater, ook het hemelwater dat afkomstig is van percelen. Volgens het hemelwaterbeleid voor het buitengebied van Eemnes moeten perceeleigenaren zelf hun hemelwater verwerken. Vaak kan dat door het te lozen op het oppervlaktewater. Nieuwbouw Uitgangspunt bij nieuwbouw is gescheiden inzameling en transport van hemelwater. Het hemelwater wordt in principe lokaal in de bodem of, direct dan wel indirect, op het oppervlaktewater geloosd. Bedrijventerreinen Bedrijven moeten zich houden aan de trits ‘vasthouden, scheiden en schoonmaken’. Dit betekent onder meer dat bedrijven de plicht hebben om te voorkomen dat hemelwater wordt geloosd als afvalwater (of hiermee wordt vermengd). Indien dit technisch niet haalbaar is, zal per situatie worden nagegaan welke maximale hoeveelheid hemelwater kan worden geloosd.
17
particulieren overlast ervaren maar de grondwaterstand niet de norm wordt overschreden, is het aan de perceeleigenaar om maatregelen te nemen. In het voorgaande GRP is een eerste aanzet gemaakt voor grondwaterbeleid. In dit GRP is dat het grondwaterbeleid nader ingevuld.
Figuur 6 Hoogtekaart Centrum Eemnes met kleinst gemeten drooglegging
Openbare ruimte Bij herinrichting van wegen wordt in principe het hemelwater van de openbare verharding afgekoppeld, tenzij dit technisch niet mogelijk is. De conclusie van beide scenario’s is dat zowel het toepassen van een diametervergroting als het afkoppelen van verhard oppervlak bijdragen aan de vermindering van de gevoeligheid voor ‘water op straat’ in het centrumgebied. Het afkoppelen van verhard oppervlak is daarbij het meest waarschijnlijke scenario, aangezien de gemeente al voornemens is om, waar de gelegenheid zich voordoet, verhard oppervlak af te koppelen van het gemengd stelsel.
Zorgen voor een grondwaterregime, waarbij de bestemming van de bebouwde omgeving niet wordt belemmerd De gemeente heeft de zorgplicht om ‘structureel nadelige gevolgen’ van de grondwaterstand zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken door in het openbaar gemeentelijk gebied maatregelen te treffen. Deze zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsverplichting, wat wil zeggen dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor het handhaven van het grondwaterpeil in bebouwd gebied. De gemeente neemt maatregelen tegen grondwateroverlast, voor zover dit niet de zorg van de provincie of het waterschap betreft. Wanneer 1.4.3.
18
grondwaterbeleid In het kader staan de overwegingen en interpretatie van de gemeente voor het grondwaterbeleid. Grondwaterbeleid gemeente Eemnes. Het treffen van maatregelen in de openbare ruimte door de gemeente worden doelmatig geacht wanneer er sprake is van structurele grondwateroverlast. Er is sprake van structurele grondwateroverlast wanneer: A: Er sprake is van een belemmering van de gebruiksfunctie van percelen, volgens het bestemmingsplan; B: De belemmering plaatsvindt over een gebied, groter dan 5 percelen, of 0,5 ha per locatie; C: De belemmering plaatsvindt over een periode langer dan 31 dagen; D: De belemmering voortkomt uit een grondwaterstand die minder is dan 0,70 meter beneden de kruin van de weg in de openbare ruimte (in het geval van een belemmering met betrekking tot een verblijfsruimte); E: Of dat de belemmering voortkomt uit een grondwaterstand die minder is dan 0,50 meter beneden de kruin van de weg in de openbare ruimte (in het geval van een belemmering met betrekking tot een tuin, plantsoen of sportveld. In de volgende situaties treft de gemeente geen maatregelen: A: wanneer er sprake is van grondwateroverlast als gevolg van een schijngrondwaterstand. Dit fenomeen komt voor als er sprake is van een water afsluitende klei- of leemlaag die boven de grondwaterstand zit. Hier kan het water langdurig
Kaders voor Grondwaterbeleid op blijven staan en overlast tot gevolg hebben. Het lokaal verbeteren van de bodemopbouw is een verantwoordelijkheid van de particulier. B: als er sprake is van besluiten of vergunningen die niet door de gemeente zijn genomen c.q. afgegeven maar wel van invloed kunnen zijn op de grondwaterstand zoals: • Peilbesluiten door het waterschap of Rijkswaterstaat voor het oppervlaktewater(peil). • Vergunningen die de provincie afgeeft voor grondwateronttrekkingen en koude- en warmte opslagsystemen (ook het stopzetten/verminderen van grondwateronttrekkingen vallen hier onder). • Vergunning die het waterschap afgeeft voor het onttrekken van grondwater en retourbemaling. In die gevallen zal de gemeente met de verantwoordelijke waterbeheerder in overleg treden om te komen tot een oplossing. Meetnet Op basis van gemeten waarden uit het grondwatermeetnet in Eemnes wordt opgemaakt dat het centrum van Eemnes, waar het maaiveld in het verleden niet is opgehoogd voordat er werd gebouwd, sprake is van hoge grondwaterstanden en is mogelijk sprake van grondwateroverlast.
In de Waterwet staat in artikel 3.6 waaraan grondwaterbeleid moet voldoen. Daarin spelen de volgende begrippen een belangrijke rol: • Zorgplicht: het gaat hier om een zorgplicht van de gemeente en niet om een resultaatsverplichting. • Openbaar gemeentelijk gebied: het is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van een woning om deze bouwkundig in goede staat te laten verkeren wat betreft vochtdichtheid van verblijfsruimten. De gemeente kan alleen maatregelen treffen in het openbare gebied. • Structureel nadelige gevolgen: het gaat alleen om het bestrijden van langdurig nadelige gevolgen. Kortstondige overlast is geen reden tot ingrijpen. • Aan de grond gegeven bestemming: de ene functie kan meer water verdragen dan een andere. Een groenzone bijvoorbeeld mag natter zijn dan de grond onder een woning.
• Zoveel mogelijk voorkomen of beperken: er zijn grenzen aan het effect van de maatregelen die een gemeente kan treffen. Gemeenten hebben een inspanningsverplichting, • Voor zover het doelmatig is: het is aan de gemeente om kosten en baten van maatregelen af te wegen en gemotiveerd keuzes te maken. De gemeente is autonoom in haar zorgtaak voor het hemelwater. • Voor zover het niet tot de zorg van waterschap of provincie behoort: met name het peilbeheer, uitgevoerd door het waterschap, heeft invloed op de grondwaterstanden. Dit speelt vooral in het buitengebied van Blaricum. • Verwerking van het ingezamelde grondwater: het is aan de gemeente om te beoordelen of een apart stelsel noodzakelijk en doelmatig is.
Procedure bij grondwaterproblemen De gemeente doet op basis van klachten onderzoek naar ernst, omvang en oorzaken van grondwateroverlast. Bij de aanpak voor het oplossen en voorkomen van grondwaterproblemen, wordt onderscheidt gemaakt in drie fasen: • De bestemmingsplanfase • De (her)inrichtingsfase • De beheerfase
19
Bronneringen
Doelmatig beheer van de infrastructuur, die voor de zorgtaken wordt ingezet Rioleringsbeheer is het verkrijgen van inzicht in bestaande en geplande voorzieningen op basis waarvan beleid wordt gevormd om middels onderhoud en vervanging te waarborgen dat het systeem presteert conform de norm (NEN-EN 752). Aan een doelmatige uitvoering van beheer worden voorwaarden gesteld in de vorm van functionele eisen en maatstaven. 1.4.4.
Een bronnering houdt in dat tijdelijk grondwater aan de bodem wordt onttrokken om de grondwaterstand te verlagen. Zo kunnen werkzaamheden, zoals de aanleg van bouwwerken en kabels en leidingen, droog worden uitgevoerd. Voor zowel het onttrekken van grondwater als het lozen van het opgepompte grondwater op oppervlaktewater geldt dat het Waterschap Vallei en Veluwe hiervoor het bevoegd gezag is. Voor lozing van bronneringswater op de riolering is de gemeente bevoegd gezag. Uitgangspunt is dat schoon bronneringswater niet op het vuilwaterriool wordt geloosd,
Rioolinspecties en rioolvervangingen Om inzicht in de kwaliteit van de riolering te behouden worden rioolinspecties uitgevoerd. De inspectiegegevens worden verwerkt in het rioolbeheersysteem. De inspectiegegevens worden getoetst aan de basiskwaliteit, zoals deze in bijlage 1 is vastgelegd. Ze vormen mede de basis voor eventuele maatregelen, indien de objectkwaliteit niet aanvaardbaar is. Gegevensbeheer Lokale kennis valt of staat met de beschikbaarheid van actuele gegevens van het bestaande areaal van voorzieningen. De Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) schrijft voor dat de aanwezige rioleringsvoorzieningen in beeld moeten zijn. Samenwerking Om besparingen te realiseren kiezen VNG en Unie van Waterschappen in het Bestuursakkoord Water voor een gezamenlijke aanpak van de afvalwaterketen. Hierin is vastgelegd dat gemeenten onderling en samen met de waterschappen kennis en capaciteit moeten bundelen. Eemnes ligt in het werkgebied van het Waterschap Vallei en Veluwe en neemt deel aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband Platform Water Vallei & Eem, dat een kwaliteitsverbetering van het waterbeheer nastreeft op basis van gedeelde belangen en investeringen. 20
maar bij voorkeur in de bodem, op oppervlaktewater of in het hemelwaterriool (indien aanwezig) wordt geloosd. Voor het lozen van bronneringswater op de (hemelwater-)riolering dient in het kader van het Activiteitenbesluit1 een verzoek tot een maatwerkvoorschrift (vergunning) te worden ingediend bij de gemeente.
1 Het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels voor inrichtingen) bevat algemene milieuregels voor bedrijven. Dit besluit is gebaseerd op de Wet milieubeheer (Wm) en is sinds 1 januari 2008 van kracht. De algemene regels werden voorheen met milieuvergunningen geregeld.
Het waterschap vereist dat het rioolsysteem van Eemnes voldoet aan een maximaal toegestane vuiluitworp en overstorten. Het Basisrioleringsplan (BRP) van 2014 spreekt van een gecombineerde vuiluitworp van 640kg. Volgens de Wet milieubeheer is de maximaal toelaatbare vuiluitworp 50kg CZV per hectare, totaal 795kg. Hiermee voldoet gemeente Eemnes aan de gestelde eisen van de vuiluitworp. De ledigingstijd van het vrijvervalriool is maximaal 14,4 uur in de Zuidbuurt (BRP Eemnes 2014). Met de andere BEL-gemeenten worden naast bestuurlijke afspraken (BAW zie kader wet en beleidskaders in begin van dit hoofdstuk) geregeld afspraken gemaakt over de optimalisatie van het afvalwatersysteem.
Gezuiverd water verlaat de RWZI van Blaricum naar de Gooyergracht foto: Waterschap AGV
21
1.5.
Ambities
Gemeente Eemnes streeft naar een duurzame invulling van de rioleringszorg in de planperiode 2018 t/m 2022. Aangezien de gemeente de nodige beleidsruimte heeft bij de invulling van de rioleringstaken, is het belangrijk vast te stellen welke ambities ze koestert. In deze paragraaf staan de generieke ambities beschreven. In hoofdstuk 3 Beleid wordt de vertaling gemaakt naar concreet beleid.
Opwekking duurzame energie Om klimaatneutraal te worden, wil gemeente Eemnes inzetten op circulariteit en grootschalige productie van duurzame energie. Die ambitie geldt ook beleid dat wordt opgesteld voor de waterketen. Eemnes wenst het vrijkomende slib te gebruiken voor opwekking van biogas of groen gas. In de gemeente kan het vervolgens worden ingezet als groene bron van elektriciteit en warmte. Zo kan waterzuivering energiedoelstellingen helpen realiseren (Figuur 7). Eemnes overweegt in dit kader een derde waternet te introduceren, waarmee zwart water zeer geconcentreerd kan worden getransporteerd om er zoveel mogelijk energie uit 1.5.1.
Figuur 7: In het zuiveringsproces kan energie in de vorm van elektriciteit en warmte worden gewonnen
22
te winnen en het zuiveringsproces te ontzien. Nader onderzocht moet worden wat de kansen en wat de manier van aanleg daarvoor zijn. Speciale aandacht vraagt de realisatie in de nieuwbouwwijk Zuidpolder, waar wellicht een dergelijk systeem geïntroduceerd kan worden. Op weg naar een klimaatneutrale gemeente richt de gemeente zich ook op het verduurzamen van haar eigen vastgoed. In de komende planperiode wordt in samenwerking met de collega’s van duurzaamheid onderzocht op welke wijze het rioolsysteem (ook vastgoed) verduurzaamd kan worden.
Klimaatverandering en klimaatadaptatie Wateroverlast moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Uit de klimaatscenario’s van het KNMI van 2014 blijkt dat hevige neerslag vaker zal gaan voorkomen en dat er water op straat blijft staan. De openbare ruimte treedt in dat geval op als waterberging. In diverse nationale beleidsplannen (Nationaal Waterplan, Nationaal Bestuursakkoord Water, Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie) is een klimaatbestendig waterbeheer en inrichting van de ruimte het uitgangspunt. Het Deltaplan Ruimelijke Adaptatie 2018 schrijft voor dat alle gemeenten voor 2020 een Gestandaardiseerde Stresstest uitvoeren. Hierin wordt onderzocht welke zwakke plekken er zijn in het bestaande watersysteem bij extreme regen, hitte en droogte. Of het huidige watersysteem van Eemnes de gevolgen van klimaatverandering aan kan, moet nader worden onderzocht aan de hand van deze stresstest. Deze wordt voor 2020 dan ook uitgevoerd. Welke maatregelen nodig zijn en wat de rol van de gemeente is moet dan nader worden bepaald. 1.5.2.
Aanpassingen van het systeem zijn te verwachten in zowel de openbare ruimte als op privaat terrein. De aanvoer van afstro-
23
mend hemelwater van percelen naar het gemeentelijk riool is groter wanneer tuinen volledig bestraat zijn en afvoeren naar de openbare weg. Door groen op eigen terrein wordt hemelwater vastgehouden (sponswerking van de ondergrond) en wordt het gemeentelijk riool minder belast.
Samenwerking Samenwerking tussen de verschillende gemeentelijke afdelingen die zich bezighouden met ruimtelijke ordening en de inrichting van de openbare ruimte – groen, water, verkeer, riolering – wordt steeds belangrijker. De primaire functie van een verkeersweg is ruimte bieden aan verkeer. Een verkeersweg kan echter ook zo worden ingericht dat hij water helpt bergen en waterstromen scheidt (door bijvoorbeeld strategische plaatsing van drempels). Een doordachte planning en inrichting vanuit een integraal perspectief kan verschillende doelen dienen. Dit geldt ook voor het ontwerp van infrastructuren. Om toekomstige opgaven het hoofd te kunnen bieden, is een integrale benadering vereist. Door de samenwerking aan te gaan met omliggende gemeenten en de waterschappen AGV en Vallei en Veluwe kunnen ervaringen worden uitgewisseld. Mede hierdoor en door gezamenlijk te besparen in de exploitatie van de afvalwaterketen kunnen kostenstijgingen beperkt worden conform de doelstelling van het Bestuursakkoord Water. 1.5.3.
Actieve participatie “betrekken van bewoners en bedrijven” Waar in het conventionele rioolbeheer bij samenwerking vooral gedacht wordt aan verschillende afdelingen binnen de gemeente en partijen als het waterschap en andere gemeenten, is het de ambitie van de gemeente Eemnes om ook de samenwerking met bewoners en bedrijven te intensiveren. Aanpassingen en beheertaken aan het riool kunnen worden beïnvloed door het gedrag van bewoners en bedrijven. Bij 24
bedrijven gaat het daarbij vooral om het beperken van het lozen van afvalwater en hemelwater, bij bewoners vooral om het lozen van hemelwater en het verminderen van verharding in bijvoorbeeld tuinen. Of en op welke wijze bewoners en bedrijven meer moeten worden betrokken hangt samen met de resultaten van nieuw hemelwaterbeleid.
Herontwikkeling en nieuwbouw Bij herontwikkeling en nieuwbouw moet de toename van verhard oppervlak worden gecompenseerd met de aanleg van open water. Het geniet de voorkeur om deze compensatie centraal bij te houden en te organiseren, bijvoorbeeld door middel van een waterbalans. Hiermee wordt overzicht behouden en kan worden ingezet op een robuuste waterhuishouding. De uitkomsten van de stresstest kunnen nog invloed hebben op deze balans. Om het afstromende hemelwater zo schoon mogelijk te houden wordt in de komende planperiode het gebruik van nietuitlogende materialen in de bouwverordening opgenomen. 1.5.4.
Waterkwaliteit Het stedelijk water moet schoon zijn, voor zover mogelijk in harmonie met de natuurlijke omstandigheden, en een gezonde leefomgeving bieden voor een gevarieerde planten- en dierenwereld. De waterkwaliteit en ecologie bepalen samen met de belevingswaarde de gebruikswaarde van het stedelijk water. De gemeenten en Waterschap Vallei en Veluwe bepalen samen de ambities voor het stedelijk watersysteem. De gemeente Eemnes wil bij het lozen van afvalwater door bedrijven extra aandacht voor het lozen van afvalstoffen die door de waterzuivering niet uit het afvalwater kunnen worden weggenomen en mogelijk via een omweg weer terugkomen in grondwater en/of drinkwater. 1.5.5.
het wordt
NATTER
het wordt
WARMER
Deltaprogramma 2018 het wordt
DROGER
de zeespiegel STIJGT
Doorwerken aan een duurzame en veilige delta
Figuur 8 De vier hoofdgevolgen van de klimaatverandering voor Nederland beeldbewerking van: Nationale Adaptatiestrategie, Ministerie van I en M, 2016 Figuur 9: voorblad Deltaprogramma 2018, Ministerie van I en M, 2017
25
2.
Huidige situatie
In het kader van het GRP Eemnes 2012-2017 zijn maatregelen uitgevoerd. Deze worden hieronder uitgebreid geëvalueerd om een beeld te krijgen van de actuele stand van zaken. Hiervoor is gebruik gemaakt van de DoFeMaMe-systematiek (zie bijlage 4). De resultaten worden per zorgtaak hieronder toegelicht. Ook worden aandachtspunten voor de komende periode benoemd. Het resultaat van onderzoek dat in het voorgaande GRP is geformuleerd en is uitgevoerd, is verwerkt of geïntegreerd in het beheer en onderhoudswerk. Als aanvullend onderzoek noodzakelijk is, is dat opgenomen in dit GRP. Het onderzoek naar het effect van klimaatverandering is niet uitgevoerd en is doorgeschoven naar de komende plan periode.
26
2.1.
stedelijk afvalwater
Alle percelen binnen de bebouwde kom zijn aangesloten op de riolering. Hiermee is de staat van de riolering op orde. Reinigen en inspecteren verloopt volgens plan. Het bestaande onderhoudsprogramma voor pompen en gemalen en het storingsonderhoud worden in de komende planperiode voortgezet. Het onderhoud wordt door een specialistische aannemer uitgevoerd. In de afgelopen planperiode zijn storingen binnen 12 uur opgelost. Om zoveel mogelijk overlast tijdens werkzaamheden te beperken zijn werkzaamheden waar mogelijk afgestemd met bewoners, bedrijven, en andere overheden. Ook zijn waar mogelijk werkzaamheden gecombineerd, zodat wegen zo kort mogelijk opgebroken zijn. Omleidingen zijn waar mogelijk door woonwijken gepland.
Nieuwbouw: de Zuidpolder In de nieuwbouwwijk de Zuidpolder worden circa 500 woningen gerealiseerd. Een deel van deze woningen is inmiddels aangelegd. De rioolafvoer van de Zuidpolder wordt op het ogenblik tijdelijk middels een persleiding geïnjecteerd in de persleiding van de Zuidbuurt om het afvalwater te transporteren naar de rwzi. De persleiding van de Zuidbuurt heeft volgens berekeningen uitgevoerd in het BRP 2014, voldoende capaciteit om ook het afvalwater van de Zuidpolder af te voeren. Bedrijven(terreinen) Er is geen rapportage bekend waarmee de RUD laat zien dat aandacht wordt besteed aan het minimaliseren van de uitstoot van afvalwater door bedrijven. Noch is bekend of de RUD let op de uitstoot van stoffen die niet door de zuivering kunnen worden verwijderd.
2.2.
hemelwater
Om het functioneren van het rioolsysteem op het gebied van hemelwaterafvoer te toetsen worden maatgevende buien gehanteerd, zoals voorgeschreven door Stichting RIONED. Er wordt getoetst met bui 08 (ééns per 2 jaar) en 09 (ééns per 5 jaar). In het Basisrioleringsplan Eemnes (2014) wordt na theoretische berekeningen vaker dan twee keer per jaar water op straat geconstateerd. Hiermee voldoet Gemeente Eemnes niet aan de gestelde maatstaven, maar er is geen sprake van overlast. Er zijn in overleg met het waterschap geen aanvullende maatregelen getroffen.
Figuur 10 Tijdsduur water op straat bij bui08
Van vier locaties is bekend dat ze gevoelig zijn voor water op straat: • Laarderweg • Centrumgebied nabij de kerk • Rotonde Verlengde Laarderweg • Torenzicht
Bij hevige regenval stroomt het water vanuit de kant van Laren over de weg naar de rotonde in Eemnes. Hierdoor blijft er water op straat staan en ontstaat hinder. In de Laarderweg ligt een gemengd riool. De diameter aan het eind van de streng is vernauwd, waardoor bij hevige neerslag het water niet snel genoeg afgevoerd kan worden. Hierdoor komt vaker dan nodig is water op straat terecht. 27
Reinigen kolken Het reinigen van straatkolken is cruciaal voor het functioneren van het rioolsysteem. Wanneer kolken niet tijdig worden schoongemaakt, hoopt vuil zich op, ontstaan verstoppingen en kan minder hemelwater worden afgevoerd. Omdat het grootste deel van de openbare ruimte is afgekoppeld, is het heel belangrijk de kolken schoon te houden. De helft van de kosten wordt betaald vanuit de rioolheffing, de helft vanuit wegbeheer. Bedrijven(terreinen) Er is geen inspanning gedaan om bedrijven te stimuleren minder hemelwater te laten lozen op het rioolsysteem. Er is geen rapportage bekend waarmee de RUD laat zien dat aandacht wordt besteed aan het stimuleren van bedrijven om afvalwater en hemelwater te scheiden om vervolgens zoveel mogelijk hemelwater vast te houden en te bergen. Klimaatbestendigheid Aangezien Eemnes over de nodige openbare ruimte en grote waterpartijen beschikt, zal een groot deel van Eemnes extreme buien kunnen verwerken. De uitzondering betreft het centrumgebied, dat lager ligt dan de omliggende gebieden (zie de hoogtekaart pagina 18) en over relatief weinig oppervlaktewater beschikt. Het hemelwater kan hier niet vrij afstromen naar oppervlaktewater. Hier ligt bovendien een gemengd rioolstelsel, waardoor hemelwater niet apart wordt afgevoerd.
In de komende planperiode wordt aan de hand van een stresstest onderzoek gedaan naar een mogelijke aanpassing van de maatgevende bui. Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater In de voorgaande planperiode is een wijziging van de verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater door28
gevoerd. Deze verordening stelt de gemeente in staat om gebieden aan te wijzen waarin het verboden is hemelwater te lozen op de openbare riolering en gebieden aan te wijzen waarin vrijkomend grondwater (door drainage, oppompen of andere vormen van grondwateronttrekking) niet mag worden geloosd op de openbare riolering.
2.3.
grondwaterregime
Eemnes kent verschillende grondwaterstanden. In de lagere delen van de gemeente, met name in het centrum wordt lokaal een grondwaterstand van 65 cm onder maaiveld gemeten. In het hogergelegen zuiden en noorden van Eemnes ligt dat maximaal 80 cm onder maaiveld. Sinds 2014 wordt de grondwaterstand met een meetnet door Waterschap Vallei en Veluwe wekelijks gemonitord. In de jaren 2008 t/m 2012 zijn de peilbuizen maandelijks handmatig uitgelezen. Op basis van klachten is bekend dat in het centrum van Eemnes wateroverlast optreedt. Er ligt een drainagesysteem in het centrum, maar dit werkt blijkbaar onvoldoende. Onderzoek naar de oorzaak en onderhoud is noodzakelijk. Als aan het in dit GRP voorgestelde grondwaterbeleid wordt getoetst voldoet grondwaterpeil op sommige plekken niet aan dit beleid. Of er sprake is van een zorgplicht voor de gemeente moet nog worden vastgesteld. Uit eerste analyse wordt duidelijk dat in het centrum van Eemnes waarschijnlijk sprake is van grondwateroverlast. Het bestaande drainagesysteem zal nader op zijn functioneren moeten worden onderzocht. Integratie meetnet Het grondwatermeetnet is in het beheersysteem H2go opgenomen. Dit wordt beheerd door Waterschap Vallei en Veluwe.
Figuur 11 locaties met hoge grondwaterstanden. Blauw: max 0,7m onder maaiveld, Rood: max 0,5m onder maaiveld
Figuur 12 voorbeeld van gemeten waterstanden in één van de peilbuizen weergeven.
29
2.4.
Doelmatig beheer
Het riool is nagenoeg geïnspecteerd. De oudste inspectie dateert uit 2007, en hiermee wordt voldaan aan de gestelde eisen uit bijlage 4. In de planperiode 2012-2017 is 3,5 km geïnspecteerd. De huidige manier van inspecteren gebeurt aan de hand van onderstaande streeffrequenties. Informatiebeheer De staat van het rioolsysteem en het onderhoud worden sinds 2014 bijgehouden in het beheersysteem Kikker waarmee ook informatievoorziening over mechanische grondroering (graafmeldingen) conform de Wet Informatieuitwisseling Ondergrondse Netten (WION) wordt verzorgd. Naast dit beheersysteem wordt gebruik gemaakt van Hydronet en H2go. Hydronet geeft de mogelijkheid data in het beheer van de gemeente te combineren met data van andere waterbeheerders. In H2go kan het grondwatermeetnet gemonitord worden. In 2017 zijn ook de grondwatermeetnetten van Blaricum en Laren aan dit systeem toegevoegd. Gegevens bijna op orde Bij het overzetten van data naar Kikker in 2014 zijn niet alle bestanden goed overgezet, met ontbrekende gegevens als gevolg. Voor dit GRP is het beheerbestand in Kikker daarom uitgebreid bijgewerkt met revisies en inspecties uit voorgaande jaren. De drainagebuizen in het centrum moeten opnieuw ingetekend worden omdat onduidelijkheid bestaat over de werking van het drainagesysteem.
Het beheersysteem is daarmee in grote lijnen op orde, Er is alleen nog controle van inventarisatiegegevens nodig. Registratie meldingen Meldingen komen binnen via de website van gemeente Eemnes (www.eemnes.nl) en telefonisch. In de meetmetho30
Jaarlijkse streeffrequenties rioolreiniging en inspectie Type
Categorie
Reinigen
Inspecteren
Gemengd
hellend
1 / 10
1 / 20
vlak
1/5
1 / 10
horizontaal
1 / 10
1 / 10
verticaal
Jaarlijks
Jaarlijks
Vrijverval
buitengebied
1/5
1 / 10
Gescheiden stelsel
HWA
1 / 10
1 / 20
DWA
1/5
1 / 10
Infiltratieriool
den (bijlage 4) wordt een grens aangegeven van maximaal 100 klachten over riolering per jaar. De telefonische melding wordt niet altijd gearchiveerd, met het gevolg dat knelpunten moeilijker kunnen worden geïdentificeerd omdat het totaaloverzicht niet compleet is. Binnen de BEL-combinatie zijn voor de drie gemeenten gezamenlijk niet meer dan 100 klachten binnengekomen. Een overzicht van klachten worden door de rioolbeheerder bijgehouden. Aandachtspunten uit DoFeMaMe-analyse De evaluatie van het rioolsysteem levert de volgende aandachtspunten op voor de planperiode 2018-2022: • Het drainagesysteem van Eemnes dient te worden onderzocht op functionaliteit en op ligging van de betreffende buizen. Aan het systeem zal onderhoud worden gepleegd. • Meldingen dienen digitaal te worden vastgelegd, inclusief de locatie van de melding. Door meldingen op kaart weer te geven kan sneller inzicht worden verkregen in de werking van een systeem en in mogelijke knelpunten. • Het beheersysteem is op het moment van schrijven niet volledig bijgewerkt. In de komende planperiode worden gegevens bijgewerkt en bijgehouden.
31
Samenwerking Waterschap In 2015 is in samenwerking met de andere BEL-gemeenten en de waterschappen onderzoek gedaan naar het optimaliseren van het afvalwatersysteem (OAS)2. Daaruit zijn de volgende conclusies en aanbevelingen voortgekomen die betrekking hebben op Eemnes en nu nog relevant zijn. Voor Eemnes geldt dat het rioolsysteem theoretisch niet voldoet aan de norm voor ‘water op straat’. In de praktijk is er geen sprake van overlast. Daarom is afgesproken dat er vooralsnog geen maatregelen worden uitgewerkt. Ondertussen is een aanzienlijk aantal ha voldoende verhard oppervlakte in het centrum ten zuiden van de Raadhuislaan afgekoppeld. Daarnaast is afgesproken dat de gemeente en het waterschap AGV onderzoek zullen uitvoeren naar de werking van het gemaal Noordersingel (werking, pompregiem en capaciteit) en de aansluiting op de RWZI. Ambities Het afvalwater van Eemnes wordt verwerkt door de RWZI van Blaricum. Die RWZI reinigt ook het afvalwater uit Blaricum en Laren. Het vrijkomende rioolslib wordt met een persleiding naar een overslagpunt aan de A27 geleid en vandaar met een vrachtwagen vervoert naar de RWZI in Amsterdam West, waar het wordt vergist. De rwzi van Blaricum heeft geen capaciteitsproblemen en er is geen aanleiding om een nieuwe investering te doen. Het waterbeleid voor Zuidpolder is vastgesteld.