Evaluatierapportage EMS VTH 2025 (2 0)
Tekst van het document
Evaluatierapportage Vergunningen, Toezicht en Handhaving 2025
BEL Combinatie Maart 2026
1
Samenvatting
In 2025 zijn de VTH-taken grotendeels uitgevoerd en zijn de wettelijke kerntaken overwegend gerealiseerd. Tegelijkertijd was de uitvoering kwetsbaar. De werkdruk nam toe, de instroom fluctueerde en de eisen onder de Omgevingswet vroegen meer tijd en zorgvuldigheid (integrale afstemming, Digitaal Stelsel Omgevingswet en zwaardere motivering). Hierdoor moest gedurende het jaar continu worden geprioriteerd om de basisdienstverlening op orde te houden. De beschikbare capaciteit was in 2025 niet in alle clusters in balans met de opgave. Dit is zichtbaar in de inzet per cluster: Omgevingsvergunningen en Toezicht vroegen meer inzet, terwijl Handhaving en Bezwaar en beroep met minder bezetting moesten functioneren. Daardoor kwam verbetering van werkprocessen, meetbaar maken van resultaten en structurele ontwikkeling onder druk te staan. Met name bij Handhaving (uitgezonderd alle boa werkzaamheden) was de beschikbare inzet onvoldoende om meldingen en ambtshalve constateringen planmatig op te pakken. Omdat toezicht en handhaving onderling afhankelijk zijn, werkt onderbezetting in één onderdeel door in de hele keten. Steviger fundament onder VTH-uitvoering in 2025 Ondanks de aanhoudende krapte in capaciteit is 2025 gebruikt om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving structureel te verbeteren. Het bestuur heeft bewust gekozen voor de lijn “basis op orde”.
Die keuze heeft niet stilstand betekend, maar juist ruimte gecreëerd om gericht te werken aan een betere en beter stuurbare organisatie. Effectieve verbetermaatregelen in 2025 In 2025 zijn op drie terreinen concrete stappen gezet die de VTH-uitvoering aantoonbaar versterken. Betere monitoring Binnen toezicht en handhaving is in 2025 gestart met een systematische registratie van werkzaamheden en afgeronde inspectietrajecten. Daardoor is beter zichtbaar wat er gebeurt en kan concreter worden gestuurd op naleving en effectiviteit. Het beeld is nog niet overal volledig en uniform, maar de basis staat. Uniforme registratie Brieven vanuit de drie gemeenten zijn omgezet naar één huisstijl en worden digitaal verzonden vanuit het VTH-systeem. Dit lijkt een kleine stap, maar het effect is groot. Dossiers zijn consistenter, verantwoording is eenvoudiger en burgers en bedrijven krijgen eenduidige communicatie. Sterkere keten van vergunning-toezicht-handhaving De samenwerking tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving is inhoudelijk aangescherpt. Vergunningverlening werkt nu met een integraal toetsingsdocument dat wordt opgeslagen in het dossier. Afspraken over motivering en afstemming met interne partners zijn vastgelegd. Ook is de samenwerking met ketenpartners zoals omgevingsdiensten en veiligheidsregio's bij risicovolle activiteiten verder uitgebouwd.
2025 was daarmee geen jaar van stilstand op puur doordraaien. Het was een jaar van gericht professionaliseren. Betere monitoring, meer uniformiteit en een sterker samenspel in de keten. Die verbeteringen vormen de basis om in 2026 verder op te schalen naar structurele borging van de VTHuitvoering. Vanaf 2026 wordt de capaciteitsberekening jaarlijks geactualiseerd en geborgd via de P&Ccyclus: actualisatie in de bestuursrapportage, bestuurlijke keuzes en financiële dekking in de kadernota
2
en formele vaststelling in de begroting. Externe inhuur wordt gebruikt als tijdelijk vangnet; de koers is gericht op het opbouwen van een stabiele vaste formatie. In 2025 zijn de eerste stappen gezet richting werken volgens de Kwaliteitscriteria 3.0 voor de gemeentelijke thuistaken. De integrale toets wordt in Q1 2026 afgerond. Op basis daarvan volgt in 2026 een verbeterplan, waarmee wij onderbouwd aangeven welke stappen nodig zijn om aantoonbaar te voldoen. De kernboodschap is helder: 2025 laat zien dat de basisopgave uitvoerbaar is, maar dat blijvende kwaliteit en aantoonbaarheid alleen haalbaar zijn als capaciteit, prioriteiten en financiële middelen structureel in lijn worden gebracht met de feitelijke opgave en de doelen die we onszelf stellen.
3
Inhoud 1
Samenvatting ..................................................................................................................................... 2
2
Beleid en kwaliteit .............................................................................................................................. 5
3
2.1
Inleiding .................................................................................................................................... 5
2.2
Welke taken voeren we uit? ..................................................................................................... 6
2.3
Kwaliteit .................................................................................................................................... 6
2.4
Interbestuurlijk toezicht ........................................................................................................... 7
Wat hebben we gedaan? ................................................................................................................. 11 3.1
Formatie- en teamdoelen ....................................................................................................... 11
3.2
Omgevingsvergunningen ........................................................................................................ 16
3.3
APV/Bijzondere wetten .......................................................................................................... 21
3.4
Toezicht................................................................................................................................... 24
3.5
Handhaving ............................................................................................................................. 26
3.6
Bezwaar en beroep ................................................................................................................. 29
3.7
Woo......................................................................................................................................... 31
3.8
Brandweer .............................................................................................................................. 32
4
2
Beleid en kwaliteit
2.1 Inleiding Voor u ligt de evaluatierapportage VTH 2025. Jaarlijks wordt in een evaluatierapportage gerapporteerd over de mate waarin het uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving (hierna: uitvoeringsprogramma) is uitgevoerd, en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen. Op basis van de evaluatierapportage wordt de U&H-strategie aangepast als daartoe noodzaak bestaat. Dit betekent dat de voortgang continu moet worden gemonitord en dat de uitvoeringsorganisatie op een geschikte en doeltreffende wijze wordt ingericht, uitgerust en gestuurd. In het Omgevingsrecht staan regels waaraan overheden zich moeten houden bij het uitvoeren van VTH-taken. Deze regels zijn er om de veiligheid en gezondheid van mens en natuur binnen de fysieke leefomgeving te beschermen. De uitvoering van de VTH-taken moet voldoen aan de wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen. De provincie beoordeelt als interbestuurlijk toezichthouder (IBT) of gemeenten het uitvoeren van de VTH-taken zó hebben ingericht, dat deze adequaat uitgevoerd worden. In het Omgevingsrecht worden daarom eisen (procescriteria) gesteld aan de inrichting van een sluitende beleidscyclus (beleids- en uitvoeringsprocessen) binnen de gemeenten. De belangrijkste aandachtspunten daarbij zijn: -
Er is een VTH-beleidsplan waarin de bestuurlijke en beleidsmatige kaders en prioriteiten zijn vastgesteld; De prioriteiten zijn gebaseerd op een risicoanalyse; Er is een uitvoeringsstrategie waarin is beschreven hoe de processen voor vergunningverlening, toezicht, handhaving en de behandeling van klachten en gedogen zijn ingericht; Er wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld; De uitvoering wordt gemonitord en waar nodig bijgesteld; De benodigde personele en financiële middelen zijn kwantitatief en kwalitatief geborgd; Er wordt jaarlijks een verslag opgesteld en de uitvoering wordt jaarlijks geëvalueerd en waar nodig bijgesteld: de evaluatierapportage.
Het doel van een sluitende beleidscyclus is het continu verbeteren van de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. De procescriteria bevatten de eisen die gesteld worden aan de sluitende beleidscyclus, ook wel de ´BIG-8´- cyclus:
5
2.2 Welke taken voeren we uit? De uitvoering van de VTH-taken volgt uit de bevoegdheden en de wettelijke plichten van de gemeente. De Omgevingswet (Ow) verplicht de gemeente om te werken volgens een beleids- en uitvoeringscyclus (plannen, uitvoeren, monitoren en bijstellen). Daaruit volgen voor de gemeente de volgende verplichtingen en taken: • Strategisch en programmatisch sturen op VTH Op grond van de Invoeringswet Omgevingswet (paragraaf 18.3.2) en algemene maatregelen van bestuur zoals het Omgevingsbesluit (Ob) moet de gemeente regels en afspraken vaststellen over de strategische aansturing en programmatische uitvoering van de VTH (o.a. doelen, prioriteiten, werkwijze en inzet). • Vaststellen, uitvoeren en evalueren van het Uitvoeringsprogramma VTH De gemeente stelt jaarlijks een UVP vast. In december 2024 is het UVP 2025 vastgesteld met algemene en specifieke doelen. De gemeente voert dit programma uit en zorgt voor monitoring, rapportage en evaluatie, zodat de cyclus van plannen-doen-checken-bijstellen aantoonbaar wordt doorlopen. • Toepassen van de landelijke handhavingsstrategie bij overtredingen De gemeente werkt bij handhaving volgens de Landelijke Handhavingsstrategie (LHSO). Dit betekent dat de gemeente per overtreding een passende interventie kiest en waar nodig afstemt met strafrechtpartners.
• Borgen van uitvoering van milieutaken via omgevingsdiensten De gemeente moet zorgen dat de wettelijke taken milieu worden uitgevoerd. Dit gebeurt via de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (Eemnes) en de Omgevingsdienst Flevoland en Gooi & Vechtstreek (Blaricum en Laren). De gemeente maakt hierover afspraken, stuurt op uitvoering en legt hierover verantwoording af. • Borgen van brandveiligheidsadvisering en -toezicht De gemeente zorgt voor deskundige advisering en toezicht op brandveiligheid bij vergunningaanvragen, meldingen en evenementen. Dit is belegd bij de Veiligheidsregio Utrecht (Eemnes) en Brandweer Gooi & Vechtstreek (Blaricum en Laren), met gemeentelijke regie op afspraken en opvolging.
2.3 Kwaliteit Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn een cruciale schakel in de bescherming van onze leefomgeving. Een geborgde kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving is essentieel om rechtszekerheid te waarborgen, risico’s voor de leefomgeving te beheersen en het vertrouwen van burgers en bedrijven in het overheidsoptreden te behouden. Zonder structurele kwaliteitsborging komen effectiviteit en legitimiteit van het VTH-stelsel onder druk te staan. Een manier voor betrokken bestuursorganen om aan de zorgplicht voor een goede kwaliteit van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak te voldoen, is door zich te committeren aan de kwaliteitscriteria. Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht Het vaststellen van een verordening met kwaliteitscriteria biedt gemeenten belangrijke voordelen. Hoewel dit wettelijk niet verplicht is, creëert het wel duidelijkheid over de gewenste kwaliteit van uitvoering en handhaving van taken. Door deze normen vast te leggen, kunnen gemeenten gerichter sturen op kwaliteit en transparantie richting inwoners en partners vergroten.
In december 2023 hebben de gemeenteraden van Blaricum, Eemnes en Laren zich, door het vaststellen van de Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht, gecommitteerd aan de kwaliteitscriteria voor alle VTH-taken die niet verplicht door de omgevingsdiensten worden uitgevoerd.
6
Nieuwe kwaliteitscriteria 3.0 Om de borging en kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving te versterken, hebben het rijk, IPO en VNG gezamenlijke kwaliteitscriteria opgesteld. De meest recente versie, Kwaliteitscriteria 3.0, is vastgesteld in oktober 2024 en vormt een basis voor verdere professionalisering binnen het VTHdomein. Binnen deze evaluatie richten wij ons op de gemeentelijke thuistaken. De omgevingsdiensten toetsen separaat hun basistaken en plustaken en informeren de gemeenten over de uitkomsten. In 2025 zijn stappen gezet richting het werken volgens Kwaliteitscriteria 3.0. Zo is onder meer geïnvesteerd in deskundigheidsbevordering door via gerichte trainingen die zijn opgenomen in het opleidingsplan 2025 en 2026. Tegelijkertijd vraagt Kwaliteitscriteria 3.0 om een aantoonbare samenhang tussen kritieke massa (beschikbare capaciteit), competentieprofielen en procesborging. Op dit moment kunnen wij nog niet op alle onderdelen vaststellen in hoeverre wij volledig voldoen, omdat de integrale toets (zelfevaluatie) nog loopt. In Q1 2026 ronden wij de toets op de Kwaliteitscriteria 3.0 voor de thuistaken af.
Deze toets geeft inzicht in: - Waar wij voldoen en waar verbetering nodig is; - Welke oorzaken daaraan ten grondslag liggen (bijvoorbeeld capaciteit/kritieke massa, benodigde competenties en procesinrichting); - Welke maatregelen nodig zijn om aantoonbaar te voldoen. Aansluitend werken wij in 2026 toe naar een concrete verbetering. Daarmee maken wij inzichtelijk welke in 2026 gezet worden om te komen tot aantoonbare naleving van de Kwaliteitscriteria 3.0 en wanneer dat realistisch bereikt kan worden. Tot die tijd is het uitgangspunt: we zijn onderweg, maar we willen het eerst zorgvuldig meten voordat we harde conclusies trekken.
2.4 Interbestuurlijk toezicht De provincie houdt als interbestuurlijk toezichthouder toezicht op de uitvoering van wettelijke taken. In de Ow, het Ob en de Wet Kwaliteitsborging (Wkb) staan taken die de wetgever heeft opgedragen aan gemeenten. De procescriteria zijn wettelijk verplicht, en de provincie moet ingrijpen als deze criteria niet (juist) worden uitgevoerd. Beoordelingen van de provincies Ook voor de beleidsperiode 2024/2025 hebben de provincies de door ons ingediende informatie beoordeeld. De scores hiervan worden door de provincie Utrecht verbeeld met onderstaande IBTkaart.
Figuur: IBT kaart 2024/2025
7
Interbestuurlijk Toezicht Utrecht Eemnes Het IBT heeft de uitvoering van het Omgevingsrecht door de gemeente Eemnes beoordeeld. Het IBT oordeelt dat verbetering van de beleidscyclus Uitvoering en Handhaving nodig is (trede 2 van de interventieladder). Daarbij is essentieel om de uitkomst goed te duiden. De overgang naar de Omgevingswet in 2024 heeft in 2024/2025 merkbaar doorgewerkt in de inrichting en actualiteit van de beleidsstukken en de cyclus. Dit drukt de beoordeling van de U&H, zonder dat dit automatisch betekent dat de uitvoering als geheel tekort schiet. Positief is dat het onderdeel Erfgoed voldoet. Onderdeel Uitvoerings- en handhavingsstrategie Handhavingsstrategie Uitvoeringsprogramma Uitvoeringsorganisatie Totaalscore
Score Maximale score 34 82 28 32
40 58
29 123
34 214
Totaalscore
Totaal oordeel
80% of Voldoet hoger Van 55% tot 80%Verbetering nodig Lager dan Structureel 55% verbetering nodig 57%
Tabel IBT met score per onderdeel
Het IBT Utrecht heeft de gemeente Eemnes concrete acties meegegeven. De kern daarvan is niet “meer papier”, maar gericht verbeteren op aantoonbaarheid en kwaliteit binnen de bestaande doorontwikkeling van de U&H-stukken. Het IBT vraagt de gemeente om minimaal één verbeterpunt uit het beoordelingsformulier uit te werken om een lagere beoordeling te voorkomen en om deze verbeterpunten expliciet te verwerken in de (door te ontwikkelen) strategie. Tegelijkertijd is in 2025 al zichtbaar gewerkt aan herstel en verbetering. Eemnes is gestart met de doorontwikkeling van de beleidsstukken binnen de BIG-8 cyclus en kan deze beweging benutten om de door het IBT benoemde verbeterpunten scherp en herkenbaar te verwerken. De eerste terugkoppelingen daarop geven aanleiding om te verwachten dat de beoordeling bij een volgende bredere toets hoger zal uitvallen, mits we de ontbrekende onderdelen (met name de volledigheid) aantoonbaar op orde brengen. Interbestuurlijk Toezicht Noord-Holland Op het moment van schrijven van deze evaluatierapportage heeft het IBT Noord-Holland de definitieve beoordelingsbrieven voor de controle op de uitvoering van de U&H-taken nog niet verzonden. Op initiatief van de gemeentes Blaricum en Laren is er ambtelijk een gesprek met het IBT Noord-Holland gevoerd. In dit gesprek is een conceptbeoordeling voor het toezichtperiode 2024/2025 met ons gedeeld.
Laren De provincie toetst in het kader van het IBT over 2025 drie onderdelen: Uitvoerings- en handhavingsstrategie, de Handhavingsstrategie de volledigheidstoets. Op basis van deze (bewust
8
beperktere) set aan onderdelen kent het IBT de gemeente Laren een totaalscore van 20 van de 606 punten (33%) toe, met als totaaloordeel: “veel verbetering noodzakelijk”.
Onderdeel
Score
Uitvoerings- en handhavingsstrategie Handhavingsstrategie
10 10
Maximale score 40 10
Volledigheidstoets
0
10
Totaalscore
20
60
Totaalscore
Totaal oordeel
75% of hoger Goed Van 50% tot 75% Enige verbetering noodzakelijk Van 25% tot 50% Veel verbetering noodzakelijk 33% Lager dan 25% Onvoldoende
Tabel IBT met score per onderdeel
Belangrijk is de duiding achter dit cijfer. Dit jaar zijn het uitvoeringsprogramma en de uitvoeringsorganisatie niet beoordeeld. Daarmee konden er ook minder punten worden behaald. De lagere totaalscore zegt daardoor vooral iets over de omvang van de toets en niet automatisch iets over het volledige beeld van de uitvoering in de praktijk (anders dan de beoordeling van de gemeente Eemnes die wel volledig is getoetst). Dat zien we ook regionaal terug. Laren komt, net als andere gemeenten in de regio, lager uit wanneer de beoordeling kleiner is ingericht. Tegelijkertijd is in 2025 al zichtbaar gewerkt aan herstel en verbetering. De gemeente Laren is gestart met het actualiseren en versterken van de beleidsstukken binnen de BIG-8 cyclus (nieuwe U&Hstrategie en uitvoeringsprogramma), en heeft concepten gedeeld met het IBT. De eerste terugkoppelingen daarop geven aanleiding om te verwachten dat de beoordeling bij een volgende bredere toets hoger zal uitvallen, mits we de ontbrekende onderdelen (met name de volledigheid) aantoonbaar op orde brengen.
Blaricum De provincie toetst in het kader van het IBT over 2025 drie onderdelen: Uitvoerings- en handhavingsstrategie, de Handhavingsstrategie de volledigheidstoets. Op basis van deze (bewust beperktere) set aan onderdelen kent het IBT de gemeente Blaricum een totaalscore van 20 van de 606 punten (33%) toe, met als totaaloordeel: “veel verbetering noodzakelijk”.
Onderdeel
Score
Uitvoerings- en handhavingsstrategie Handhavingsstrategie
10 10
Maximale score 40 10
Volledigheidstoets
0
10
Totaalscore
20
60
Tabel IBT met score per onderdeel
9
Totaalscore
Totaal oordeel
75% of hoger Goed Van 50% tot 75% Enige verbetering noodzakelijk Van 25% tot 50% Veel verbetering noodzakelijk 33% Lager dan 25% Onvoldoende
Belangrijk is de duiding achter dit cijfer. Dit jaar zijn het uitvoeringsprogramma en de uitvoeringsorganisatie niet beoordeeld. Daarmee konden er ook minder punten worden behaald. De lagere totaalscore zegt daardoor vooral iets over de omvang van de toets en niet automatisch iets over het volledige beeld van de uitvoering in de praktijk (anders dan de beoordeling van de gemeente Eemnes die wel volledig is getoetst). Dat zien we ook regionaal terug. Blaricum komt, net als andere gemeenten in de regio, lager uit wanneer de beoordeling kleiner is ingericht. Tegelijkertijd is in 2025 al zichtbaar gewerkt aan herstel en verbetering. De gemeente Blaricum is gestart met het actualiseren en versterken van de beleidsstukken binnen de BIG-8 cyclus (nieuwe U&H-strategie en uitvoeringsprogramma), en heeft concepten gedeeld met het IBT. De eerste terugkoppelingen daarop geven aanleiding om te verwachten dat de beoordeling bij een volgende bredere toets hoger zal uitvallen, mits we de ontbrekende onderdelen (met name de volledigheid) aantoonbaar op orde brengen.
Conclusie De provincies Utrecht en Noord-Holland hebben in 2025 het IBT op de uitvoering van het omgevingsrecht door de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren in samenhang uitgevoerd en de stukken grotendeels uniform beoordeeld. Dat helpt: het maakt de lijn helder, voorkomt verschillende boodschappen per provincie en geeft ons één richting om op te sturen. Tegelijk is het belangrijk om de uitkomsten goed te duiden: in 2025 is de toetsing beperkter geweest voor Blaricum en Laren (niet alle onderdelen zijn beoordeeld), waardoor de scores niet automatisch het volledige beeld geven van de uitvoering in de praktijk. In 2025 hebben Blaricum, Eemnes en Laren aantoonbaar stappen gezet om beter te voldoen aan de wettelijke kwaliteits- en procescriteria. Door het IBT benoemde actiepunten zijn opgepakt en verwerkt in de doorontwikkeling van de BIG-8 cyclus, waaronder de actualisatie van de U&H-strategie en het Uitvoeringsprogramma. Concepten zijn gedeeld met het IBT en de eerste signalen laten zien dat de ingezette verbeterlijn effect heeft. In 2026 bouwen we hierop door. Niet met “nog een document erbij”, maar door de kwaliteit structureel te borgen: volledigheid op orde, keuzes beter onderbouwd en uitvoering en monitoring consistenter aantoonbaar maken.
Die combinatie is nodig om bij een volgende beoordeling hoger te scoren én, belangrijker nog, om als organisatie toekomstbestendig te blijven in het omgevingsrecht.
10
3
Wat hebben we gedaan?
3.1 Formatie- en teamdoelen Doelen Legenda: Afgerond
In uitvoering
Nog niet gestart/herprioritering
Doel Risicogestuurd werken Beoogd resultaat Planning (Monitorings-) indicator Resultaat Status Capaciteit wordt 2023-2026 De mogelijkheid tot uit- Dit is onderzocht. Voor APV ingezet daar waar onze breiding van de worden in 2026 extra taken kennis en kunde (het snelservice-formule ondergebracht bij de meest) nodig is. onder de Ow wordt snelservice. Voor onderzocht. omgevingsvergunningen is besloten niet uit te breiden. Extra inzet aan de voorkant – door de welstandcommissie en de toetsing door vergunningverleners – is een bewuste investering die de kwaliteit van besluiten verhoogt en daarmee bezwaaren beroepszaken aan de achterkant helpt beperken.
Doel Beoogd resultaat
Transparante communicatie Planning (Monitorings-) indicator
Jaarlijks wordt in het 2023-2026 Jaarlijks wordt een UVP een communicatieplan communicatieparagraaf opgesteld. opgenomen met activiteiten.
Resultaat
In 2025 is voor VTH geen communicatieparagraaf opgenomen in het UVP. Wij zijn er ons van bewust dat wij communicatie krachtiger kunnen en moeten inzetten. Er vindt tijdige, duidelijke 2023-2026 Jaarlijks vindt er een In 2025 zijn de gemeentelijke en transparante check plaats of de websites opnieuw communicatie over het informatie op gemoderniseerd en gevoerde beleid en de rol gemeentelijke websites geactualiseerd. Voortaan van de initiatiefnemer/ actueel is. wordt halfjaarlijks de content aanvrager. gecontroleerd. Waar mogelijk wordt Taalniveau van uitgaande In 2025 is geen steekproef gecommuniceerd op correspondentie uitgevoerd maar zijn in taalniveau B1 met als (besluiten) brieven wordt samenwerking met doel tijdige, duidelijke en steekproefsgewijs communicatie voor APV transparante gemeten. meerdere nieuwe communicatie over het briefsjablonen opgesteld en in gevoerde beleid. gebruik genomen, met aandacht voor begrijpelijke communicatie op taalniveau
11
Status
B1. Hiermee is een belangrijke stap gezet richting duidelijke en toegankelijke communicatie met inwoners. Borgen kwaliteit van de 2023-2026 Er wordt voldaan aan de In 2025 is een quickscan organisatie en wettelijke kwaliteitseisen gemaakt om te kijken of aan de medewerkers. voor de uitvoering van de wettelijke kwaliteitseisen U&H-taken. Jaarlijks vindt wordt voldaan. een quickscan plaats of wordt voldaan aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de U&H taken. Financiële gezondheid 2023-2026 De benodigde financiële In 2025 zijn de benodigde middelen worden jaarlijks financiële middelen voor de begroot in de begroting op uitvoering van de VTH-taken basis van de verwachte opgenomen in de begroting. werkzaamheden Uit de capaciteitsberekening voor het begrotingsjaar blijkt echter dat de huidige inzet onvoldoende is om structureel te voldoen aan de wettelijke proces- en kwaliteitscriteria. In 2026 wordt bezien of financiële verruiming mogelijk is. Als dit niet kan, leggen we prioriteringsafspraken vast over welke taken binnen de beschikbare capaciteit wél en niet worden uitgevoerd. Dienstverlening 2023-2026 Ingezet wordt op het In 2025 is 1 fte ingezet voor verder digitaliseren (waar functioneel beheer, om een mogelijk en functioneel) kwaliteitsslag te maken op het van onze dienstverlening. gebied van digitalisering.
Alle brieven zijn in 2025 naar één uniforme huisstijl voor de drie gemeenten omgezet. Daarnaast is er gewerkt aan het inrichten en uitrollen van de digitale verzending van brieven vanuit het VTHsysteem (Openwave). Er wordt in 2026 verder gewerkt aan meer digitale formulieren voor APV en Handhaving. Er wordt voldaan aan de In 2025 zijn de organisatiebreed organisatiebrede vastgestelde servicenormen behaald.
12
servicenormen. Eind 2023 is een Deze richten zich met name op klanttevredenheidsonderz het verbeteren van (tijdige) oek uitgevoerd en zijn communicatie tijdens het verbeterpunten omgezet proces en het bieden van naar actiepunten. duidelijkheid over indieningsvereisten. Op basis van de verbeterpunten wordt gewerkt aan een klantgerichtere en transparantere dienstverlening. Uren Formatie uren Totaal VTH Omgevingsvergunningen APV Toezicht Handhaving Bezwaar en beroep
Taak Strategisch beleidsadviseur VTH Beleidsadviseur vergunningen Beleidsadviseur APV Beleidsadviseur handhaving Teamassistent Functioneel beheerder
Capaciteit Vergunningen, Toezicht en Handhaving Geraamd Realisatie % 19.692 19.678 100% 7.480 10.647 142% 2.801 2.801 100% 2.720 3.168 116% 3.264 2.463 75% 3.291 1.210 37%
Uren 2025 beleidsuren Formatie (uren) 2025 1209 1360 1360 249 1197 1360
Inzet uren 2025 1209 1360 680 249 1197 1360
Conclusie benodigde en beschikbare financiële en personele middelen voor 2025 Voor de verschillende taken binnen VTH zijn de volgende conclusies te trekken: Omgevingsvergunningen •
Bij het cluster Omgevingsvergunningverlening is in 2025 een formatie van 5,5 fte begroot. In de praktijk was sprake van een hogere inzet, doordat aanvullend externe capaciteit is ingezet als gevolg van ziekteverzuim, begeleiding van nieuwe medewerkers, en de toegenomen complexiteit van de werkzaamheden. Deze inzet bestond uit tijdelijke medewerkers en uit de inhuur van een extern bureau die structurele gaten hebben opgevangen en hebben bijgedragen aan het borgen van de continuïteit van de vergunningverlening. Daarnaast is er capaciteit geïnvesteerd in opleiding en begeleiding van nieuwe medewerkers. Deze totale capaciteit bleek voldoende voor het uitvoeren van de reguliere wettelijke taken, maar alleen onder de voorwaarde dat er doorlopend prioriteiten werden gesteld in de werkvoorraad. De instroom van aanvragen was niet gelijkmatig verdeeld over het jaar. Er deden
13
zich duidelijke piekperiodes voor, waaronder een verhoogde instroom van complexe aanvragen, werkzaamheden rond het Omgevingsplan en aanvullende opdrachten zoals de actualisatie van de legesverordening en kwaliteitsaanpassingen in het VTH‑systeem. In deze perioden moest de volledige beschikbare capaciteit worden ingezet op de kerntaak, waardoor minder ruimte beschikbaar was voor ontwikkeling, beleidsbijdragen of systeemoptimalisatie. Daarnaast is gebleken dat werkzaamheden die voortvloeien uit de Omgevingswet structureel meer tijd vergen, onder andere door de integrale afstemming, de gewijzigde procedures, het nieuwe werken met het Digitaal Stelsel Omgevingswet, de samenwerkingsafspraken met de ketenpartners en de hogere eisen aan motivering en kwaliteit van de besluiten. De basisformatie van 5,5 fte blijkt niet toereikend. Want we hebben te maken met complexere aanvragen, structurele ontwikkelopgaven, beleidsbijdragen of complexe trajecten worden verwacht. De inzet van externe capaciteit bleek noodzakelijk om de wettelijke doorlooptijden te kunnen blijven halen. Gezien het aanhoudende capaciteitsbeslag, de fluctuaties in instroom en de structureel hogere werkdruk, is aan het einde van 2025 besloten om de formatie te versterken. In 2026 starten twee junior vergunningverleners die via een extern bureau worden opgeleid.
Dit externe bureau kan zelf flexibel worden ingezet om de piekbelasting op te vangen en de continuïteit van de kerntaak te borgen. Hiermee wordt een eerste stap gezet richting een duurzamer en veerkrachtigere formatie. APV • Bij APV is 1 fte begroot voor vergunningverlening. Er was echter sprake van effectieve inzet van 2.06 fte. Dat is te onderscheiden in één medewerker voor 1 fte, een medewerker voor 0.56 fte en 0.5 fte is besteed aan vergunningverlening binnen de functie Beleidsadviseur APV. Deze capaciteit is binnen het APV-cluster in principe voldoende voor het reguliere werk, maar er moeten, gezien de fluctuatie in werkvoorraad wel continu keuzes worden gemaakt. APV-aanvragen komen niet structureel verdeeld over het jaar binnen; er zijn bepaalde “pieken” in het jaar, zoals tijdelijke vergunningen die aflopen en het evenementenseizoen. Wanneer er een drukke periode (= veel aanvragen) is, dan kan de andere 0.5 fte van de beleidsadviseur niet altijd volledig worden ingezet aan het opstellen van beleidsstukken e.d. In die perioden ligt de prioriteit bij het uitvoeren van de reguliere/wettelijke taken (vergunningverlening). Dat uit zich in het uitstellen of uitbesteden van beleidsstukken om ervoor te zorgen dat de capaciteit voor vergunningverlening voldoende blijft.
Daarnaast is de 0.5 fte voor beleid structureel voldoende om aan beleid te besteden, mits het niet gaat om grote projecten die meer uren kosten. Dit is bijvoorbeeld het geval geweest bij het opstellen van de nieuwe marktverordening/reglementen en standplaatsenbeleid (zie ook paragraaf 3.3.2 Project- en beleidsmatige doelen). Er is voor gekozen om deze stukken bij VTH/APV als opsteller van het beleid neer te leggen, ondanks dat deze beleidsstukken toezien op BEL-brede beleidsterreinen, waar APV een van onderdeel van is. Voor beleidsstukken van deze omvang, is de te besteden 0.5 fte voor beleid onvoldoende. Daarom is er een externe beleidsmaker ingehuurd. Toezicht en Handhaving •
In 2025 is voor handhaving 2,4 fte geraamd voor uitvoering en beleid. In de praktijk is hiervan 75% benut, dit komt door ouderschapsverlof, wisselingen van interim‑collega’s en het uitblijven
14
•
• •
•
van vaste invulling. Per augustus 2025 is de functie van beleidsadviseur handhaving ingevuld. De beperkte inzet in het team heeft merkbare gevolgen voor de uitvoering. Meldingen en ambtshalve constateringen kunnen niet of nauwelijks worden opgepakt, terwijl dit type zaken wel vaak voorkomt. Handhavingsverzoeken krijgen de hoogste prioriteit, maar ook daarin moeten keuzes worden gemaakt. Overige taken zoals bijdragen aan projecten, procesverbetering en opleidingen zijn blijven liggen. De beschikbare capaciteit is onvoldoende om de handhavingstaken volledig en zorgvuldig uit te kunnen voeren. Voor toezicht is 2 fte geraamd, er is uiteindelijk 116% aan capaciteit ingezet. Niet alle toezichtstaken zijn uitgevoerd. Er zijn wisselingen in het team geweest, wat invloed heeft gehad op de stabiliteit en structuur in de werkzaamheden. Vastleggen en afhandelen van trajecten kost meer tijd dan gewenst. Wel zijn er in het jaar stappen gezet in registratie en verbetering van werkprocessen. De capaciteit van handhaving en toezicht in 2025 was ontoereikend om de reguliere taken op te pakken. Zaken worden voornamelijk ad hoc opgepakt. Handhaving heeft meer inzet nodig om handhavingsverzoeken en meldingen op te pakken. Ook moet er ruimte komen om medewerkers goed te begeleiden en in te werken, en om aan eigen ontwikkeling toe te komen.
Daarnaast is er aandacht nodig voor beleid, werkprocessen en meetbaar maken van resultaten. Voor toezicht is inzet nodig om meer te werken aan uniforme vastlegging van inspecties en het bijwerken van oude dossiers. Doordat handhaving en toezicht nauw samenwerken en afhankelijk zijn van elkaars werkzaamheden, is stabiliteit van beide clusters belangrijk. Onderbezetting van een van de twee leidt tot druk op beide clusters. Wanneer er geen controles worden uitgevoerd, kunnen handhavingszaken niet worden opgestart of voortgezet. Daardoor bestaat het risico dat overtredingen of gevaarlijke situaties onopgemerkt blijven. Omgekeerd geldt dat zonder juridisch medewerkers de constateringen van toezichthouders niet kunnen worden opgevolgd.
Bezwaar en beroep •
Bij bezwaar en beroep (-63%) is met minder bezetting gewerkt. In de afgelopen jaren is de effectiviteit bij bezwaar en beroep omhooggegaan. De capaciteitsbegroting voor bezwaar en beroep is in voorgaande jaren niet aangepast. Wel heeft het cluster te maken met langdurig verzuim. De wettelijke taken zijn volledig voldaan met de huidige bezetting.
Conclusie De inzet in 2025 was voldoende om de kerntaken in de basis door te laten lopen, maar niet robuust genoeg om de uitvoering structureel op orde te brengen zonder aanvullende middelen of scherpe bestuurlijke keuzes. Het vervolg in 2026 staat daarom in het teken van structurele borging van capaciteit en budget, stabiliteit in de keten toezicht en handhaving en betere sturing en verantwoording via meetbare doelen en monitoring. We hebben in 2025 de kentaken grotendeels uitgevoerd, maar wel met schuiven in de capaciteit en een kwetsbare uitvoering. De Ow vraagt aantoonbaar meer tijd en kwaliteit. Daarom is gekozen voor “basis op orde” en is de U&H-strategie en het UVP 2026 versneld vernieuwd op basis van de wettelijke grondslag, inclusief een vernieuwde capaciteitsberekening. Inhuur blijft tijdelijk, we bouwen aan een vaste formatie en actualiseren de capaciteitsberekening jaarlijks. In 2026 wordt binnen de bestaande begroting bezien of financiële verruiming mogelijk is. Als dit niet kan, leggen we prioriteringsafspraken vast over welke taken binnen de beschikbare capaciteit wél en niet worden uitgevoerd.
15
3.2
Omgevingsvergunningen
In 2025 zijn er in totaal 1661 aanvragen en meldingen bij de clusters Omgevingsvergunningen en APV binnengekomen (in 2024: 1531). Deze aanvragen en meldingen zijn onderverdeeld in 1387 aanvragen en meldingen Omgevingswet (hierna Ow) en 274 APV/BW-aanvragen. Doelen Legenda: Afgerond
In uitvoering
Doel Beoogd resultaat Aanvragen worden eenvoudig, consequent, transparant en adequaat getoetst
Nog niet gestart/herprioritering
Risicogestuurd werken Planning (Monitorings-)indicator Resultaat 2023-2026 100% van de aanvragen 100% van de aanvragen worden voor de activiteit consequent, transparant en bouwen worden adequaat aan het omgevingsplan getoetst volgens het getoetst. Hierbij wordt niet toetsprotocol. getoetst aan het toetsprotocol. Er wordt sinds begin 2025 getoetst aan de hand van een ingericht toetsingsdocument. Alle vergunningverleners passen dit toe. Dit toetsingsdocument wordt in de vergunningsaanvraag gearchiveerd.
Na vaststelling van de nieuwe U&H strategie zal het toetsprotocol worden aangepast op basis van prioritering van toetsingsindicatoren. Alle aanvragen worden Alle ingediende aanvragen zijn aan getoetst aan het het Omgevingsplan getoetst. Omgevingsplan (en de onderliggende bestemmingsplannen en verordeningen). Capaciteit wordt De seniormedewerker 2023-2026 Behandeling van en ingezet daar waar prioritering in Omgevingsvergunningen heeft bij onze kennis en kunde vergunningverlening de verdeling van de aanvragen en vindt plaats op basis van meldingen een inschatting gemaakt (het meest) nodig is. het toetsprotocol. aan de hand van de indicatoren vanuit de geldende U&H-strategie welke medewerker het werk uitvoert. Hierbij wordt nog geen gebruik van gemaakt van het toetsprotocol. De aanvragen zijn verdeeld onder de vergunningverleners op basis van de kennis en ervaring van de vergunningverlener en de complexiteit van de aanvraag/ melding. In 2025 zijn nieuwe, minder ervaren vergunningverleners begeleid door de meer ervaren vergunningverleners.
16
Status
Doel Ow- en Wkbproof werken Beoogd resultaat Planning (Monitorings-)indicator Initiatieven worden 2023-2026 beoordeeld vanuit mogelijkheden en oplossingen (ja, mits, i.p.v. “nee, tenzij”) Gelijksoortige 2023-2026 Bij 100% van de afwijkingsbesluiten is gevallen worden duidelijk op welke grond procesmatig gelijk deze is genomen. behandeld.
Participatiegegevens bij niet aangewezen gevallen worden alleen op uitgangspunten getoetst (aangeleverd en aannemelijk).
Het “as-built” dossier Wet Kwaliteitsborging (Wkb) wordt alleen op uitgangspunten getoetst (inhoud compleet).
2024 e.v. Bij initiatieven waarbij het niet verplicht is om aan participatie te doen, wordt vanuit de gemeente gestimuleerd dit wel te doen.
Resultaat Status Het cluster vergunningen werkt oplossingsgericht volgens de "ja, mits"-benadering van de Ow.
In navolging van het jaar 2024 is er in 2025 een sterke focus geweest op de motivering van afwijkingsbesluiten binnen het VTH-proces. Bij alle afwijkingsbesluiten is wederom een advies van ruimtelijke ontwikkeling in het dossier terug te vinden. In 2024 was dit nog niet meetbaar. In 2025 is de samenwerkingsfunctionaliteit in het systeem ontwikkeld waarbij de motivering door de medewerkers van ruimtelijke ordening in de zaak wordt gezet. Dit wordt consequent gedaan. In 2025 is de participatieverordening vastgesteld.
In alle omgevingsvergunningsaanvragen en conceptaanvragen moet een initiatiefnemer aangeven of er contact is geweest met belanghebbenden. Vanuit de gemeente wordt gestimuleerd om aan participatie te doen. Dit gebeurt via de bouwbalie en gemeentelijke websites. In 2025 is voor de drie 2024 e.v. Percentage Wkb‑gereedmeldingen BEL‑gemeenten gezamenlijk het waarbij het as‑built dossier Wkb‑beleid vastgesteld. Door de volledig is aangeleverd (op gefaseerde invoering blijft de basis van de verplichte gemeente voorlopig indieningsvereisten) verantwoordelijk voor een groot deel van de toezicht‑ en handhavingstaken, waaronder het risicogestuurd toezicht op bestaande bouw, hogere gevolgklassen en bouw- en sloopveiligheid. De Wkb‑gereedmeldingen worden — met uitzondering van enkele steekproeven — uitsluitend op hoofdpunten 17
getoetst. In 2026 wordt het VTH‑systeem verder ingericht op de behandeling van meldingen. Doel Beoogd resultaat Aanvragen worden zo snel mogelijk afgehandeld en in ieder geval binnen de beslistermijn.
Inzet op tijdige en volledige aanvragen Planning (Monitorings-)indicator Resultaat Status 202390% van de aanvragen Van de 409 aanvragen in 2025 zijn er 334 (82%) binnen de termijn 2026 wordt tijdig afgehandeld. afgehandeld. In 2025 zijn geen dwangsommen Er worden geen verbeurd. dwangsommen verbeurd voor het niet tijdig besluiten op aanvragen. < 7 dagen na ontvangst In 2025 is actief ingezet op het van een aanvraag wordt verkorten van de doorlooptijd van een eerste de ontvankelijkheidstoets. Hoewel ontvankelijkheidstoets slechts 12% van de aanvragen uitgevoerd. binnen 7 dagen werd getoetst, is dit signaal serieus opgepakt. De gemiddelde termijn van 21 dagen wordt teruggedrongen. In 2026 kijken we of de doelstelling realistisch is en zo ja, welke proceswijziging en mogelijk extra capaciteit of andere rolverdeling nodig is om deze doelstelling structureel te behalen. Er wordt altijd een aanvullingsbrief Initiatiefnemers opgesteld bij een incomplete krijgen in beginsel 1 aanvraag, waardoor de keer de mogelijkheid initiatiefnemer de mogelijkheid om een onvolledige heeft de aanvraag aan te vullen. aanvraag aan te vullen. Binnen het vergunningenproces ligt Activiteiten met de focus op risicogerichte toetsing. grote(re) risico’s Bij verhoogde risico’s worden de worden diepgaander Veiligheidsregio en getoetst dan Omgevingsdiensten structureel activiteiten met betrokken. minder risico.
In 2025 zijn er diverse overleggen geweest met Omgevingsdiensten en Veiligheidsregio's om de hogere prioriteringen v.w.b. activiteiten met hogere risico's op elkaar af te stemmen. Uren Voor de uitvoering van de vergunningentaken is de volgende formatie beschikbaar Taak Fte Vergunningverlener Omgevingsvergunningen 5,5
18
Formatie (in uren 2025) Inzet uren 2025 7.480 10.647
Cijfers Aangevraagde omgevingsvergunningen Aantal ontvangen aanvragen onderdeel Bouwactiviteit (omgevingsplan) Aantal ontvangen aanvragen onderdeel bouwactiviteit (technisch) Aantal ontvangen aanvragen onderdeel monument Aantal ontvangen aanvragen onderdeel inrit/uitweg Aantal ontvangen aanvragen onderdeel afwijken bestemmingplan/gebruik Aantal meldingen ontvangen onderdeel slopen Aantal ontvangen bouwmeldingen Aantal ontvangen aanvragen onderdeel sloopvergunning Overige activiteiten Totaal
Blaricum
Eemnes
Laren Ra* Re** 135 172
128
Totaal Realisatie in % 123%
113
45
77
171
145%
1
50
14
14
100
76%
6
10
167
9
9
100
127%
206
13
20
154
42
35
83
148%
84
145
13
11
85
67
85
127
119%
4
1
50
3
8
367
3
2
133
183%
5
5
100
3
6
167
4
3
75
114%
171 404
180 501
105 124
89 216
96 248
108
208 527
238 638
114
109% 120%
Ra* 94
Re** 125
% 133
Ra* Re** % 72 77 107
32
48
150
15
17
9
7
78
2
15
17
113
16
33
58
115
%
121
*Raming **Realisatie *** Bij de inwerkingtreding van de Ow zijn er een aantal nieuwe meldingen en omgevingsvergunningen ontstaan. Deze zijn niet te vergelijken of in percentages uit te drukken met voorgaande jaren. Vanaf het jaar 2025 komen deze cijfers in de evaluatierapportage terug.
2025 1661 1387
2024 1531 1147
2023 1466 1084
75 377
34 345
2 355
Aantal aanvragen 409*
Aantal keer op tijd 334
% op tijd
Gemiddeld
Aantal keer binnen 7 dagen
Aantal keer aanvullingen aangevraagd
Vergunning aanvragen Totaal aantal aanvragen (APV en Omgevingsvergunningen) Omgevingsvergunningsaanvragen/ vooroverleggen en meldingen (al dan niet gecombineerd) Te laat genomen besluiten Welstand afgegeven adviezen Vergunning aanvragen Doelstelling 90% van de aanvragen wordt tijdig afgehandeld.
19
82% % binnen
< 7 dagen na ontvangst van een aanvraag wordt een eerste ontvankelijkheidstoets uitgevoerd.
21
49
185
7 dagen 26,5%
*Aantal aanvragen Het aantal aanvragen in deze evaluatierapportage is lager ten opzichte van 2024. Dit komt doordat dit jaar de aanvragen die buiten behandeling zijn gesteld en de aanvragen die zijn ingetrokken door de aanvragers niet hebben meegenomen in het totaal aantal aanvragen. Dit zorgt voor meer transparantie in aantallen en doorlooptijden.
Conclusie Het jaar 2025 markeerde voor het cluster Omgevingsvergunningen het tweede jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Veel werkprocessen zijn verder doorontwikkeld en het
cluster heeft een significante bijdrage geleverd aan projecten rondom de implementatie van het Omgevingsplan, de actualisatie van de legesverordening, de begrotingscyclus en de professionalisering van het VTH‑systeem, in nauwe samenwerking met ketenpartners en interne adviseurs. Tegelijkertijd nam de druk op de kerntaak opnieuw toe: er zijn wederom meer vergunningen en meldingen behandeld, terwijl het inspelen op een steeds snellere en krappe arbeidsmarkt binnen het vakgebied een blijvende uitdaging vormt. Voor het cluster omgevingsvergunningen kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • In het tweede jaar van de Omgevingswet zijn werkprocessen verder geoptimaliseerd, mede dankzij samenwerking met andere afdelingen, deelname aan projecten zoals Regels op de Kaart en Toepasbare Regels, en gerichte trainingen. • Het cluster leverde een belangrijke bijdrage aan de eerste planwijziging voor het omgevingsplan, en beleidsstukken, zoals de Omgevingsvisie, de Participatienota en de Legesverordening. Daarnaast is er voor het eerst gewerkt met een integraal toetsingsdocument. • Door verbetering van de motivering van afwijkingsbesluiten en verdere ontwikkeling van het VTH‑systeem is de kwaliteit, transparantie en rechtsgelijkheid in het VTH‑proces versterkt.
• Er zijn in 2025 409 aanvragen behandeld waarvan 334 tijdig (82%) en door tijdelijke externe inzet en structurele formatieversterking is de dienstverlening op niveau gebleven. • In 2025 is binnen de afdeling Vergunningen een duidelijke stijging zichtbaar in het aantal overschrijdingen van de proceduretermijnen: 75 besluiten zijn te laat genomen. Dit hangt samen met een veranderde bewustwording binnen het team sinds het vervallen van de vergunning van rechtswege onder de Omgevingswet. Daarbij is niet altijd voldoende onderkend dat de wettelijke proceduretermijnen onverkort van kracht zijn en dat bij overschrijding daarvan de mogelijkheid van ingebrekestelling en dwangsom blijft bestaan. Te laat is nog steeds te laat. Alleen is het gevolg anders. Bij overschrijding kan een aanvrager alsnog een ingebrekestellingstelling indienen en ontstaat het risico op een dwangsom. Deze realiteit vraagt om hernieuwde scherpte. Juist nu er geen vergunningen van rechtswege meer ontstaat, moeten we de termijnen bewust blijven bewaken en waar nodig tijdig verdagen, prioriteren en escaleren om alsnog binnen de wettelijke kaders te besluiten. • In 2025 was er volgens het DVO 5,5 fte beschikbaar voor vergunningverlening; dit betrof volledig vaste formatie, goed voor 7.480 uur. In totaal zijn 10.647 uur ingezet.
Door ziekteverzuim en het vertrek van enkele collega’s is gedurende het jaar aanvullend 3 fte aan externe capaciteit ingezet, deels ter vervanging van vaste formatieplaatsen. De overschrijding van 3.167 uur is voornamelijk
20
toe te schrijven aan extra werkzaamheden voor de implementatie van het Omgevingsplan, opleidingen, het tijdelijk overnemen van taken bij uitval van collega’s en de actualisatie van de legesverordening. Daarnaast is er in 2024 door krapte op de arbeidsmarkt bewust de keuze gemaakt om nieuwe minder ervaren medewerkers aan te nemen en zelf op te leiden en binnen de formatieve uren opleidingen te laten volgen. Aan het einde van 2025 is gekozen voor een nieuwe structurele invulling van de formatie. • De belangrijkste aanbeveling voor 2026 is om actief te blijven sturen op het tijdig nemen van besluiten door structureel gebruik te maken van de mogelijkheid tot verlenging en door een strakke termijnbewaking in het VTH‑systeem. Ook moet het registreren van processtappen volledig en consequent plaatsvinden om inzicht, sturing en verantwoording te verbeteren. Daarnaast is het nodig om piekbelasting op te vangen via gerichte capaciteitsbuffering, onder andere door de inzet van de nieuwe junior vergunningverleners en het extern begeleid opleiden daarvan. Hiermee wordt toegewerkt naar een stabieler proces en een hogere tijdigheid richting de norm van 90%.
3.3 APV/Bijzondere wetten Doelen Legenda: Afgerond
In uitvoering
Nog niet gestart/herprioritering
Doel
Een onderbouwde toestemming of afwijzing voor de gevraagde activiteit met eventueel instructies voor de vereiste maatregelen. Status Beoogd resultaat Planning (Monitorings-)indicator Resultaat Eerlijke en 2023–2026 >90% van de aanvragen Meer dan 90% van de transparante wordt tijdig afgehandeld. aanvragen worden tijdig besluitvorming door afgehandeld. onderbouwde Bij 100% van de Afwijkingsbesluiten vinden toestemming of afwijkingsbesluiten is bij APV nauwelijks plaats. afwijzing, zodat de duidelijk op welke grond Echter altijd met een risico’s of overlast deze is genomen. belangeninventarisatie en voor de omgeving -afweging; met draagvlak als aanvaardbaar zijn. gevolg. Organisatoren van Actie vanuit APV vindt evenementen worden structureel goed plaats. jaarlijks aan het eind van het kalenderjaar actief gewezen op het tijdig en volledig doen van aanvragen voor het volgende jaar. Project- en beleidsmatige doelen Legenda: Afgerond
In uitvoering
Beoogd resultaat
Planning
Nog niet gestart/herprioritering
(Monitorings-)indicator
21
Resultaat
Status
Actualiseren van de 2025 horeca verordeningen voor de drie gemeenten
Nieuwe regels voor horeca en implementatie in de drie Apv’s worden vastgesteld door de gemeenteraden Nieuwe verordening wordt vastgesteld door de gemeenteraad
De Apv’s zijn vastgesteld in 2025
Actualiseren winkeltijdenverord ening Laren
2025
De winkeltijdenverordening is vastgesteld in 2025
Vaststellen nadere regels publicatieborden en spandoeken Blaricum Nieuwe marktverordeninge n/reglementen (Eemnes en Laren) en nieuw standplaatsbeleid voor de drie gemeenten
2025
Nadere regels worden vastgesteld door het college
Nadere regels zijn vastgesteld in 2025
2025/2026
De verordeningen worden door de gemeenteraden vastgesteld, reglementen en standplaatsenbeleid door de colleges
Alle stukken zijn in route gebracht naar gemeenteraden/colleges. Vaststelling verwacht in 2026
Uren Voor de uitvoering van de vergunningstaken is de volgende formatie beschikbaar: Taak Vergunningverlener (Apv/BW)
Fte Formatie (in uren 2025) Inzet uren 2025 2.801 2.06 2.801
22
Cijfers Aangevraagde vergunningen en ontheffingen APV - Bijzondere wetten Aantal ontvangen aanvragen onderdeel kap Evenementen (Tijdelijke) standplaatsvergunning Alcoholwet- en exploitatievergunningen (incl. Bibob) + wijzigingen/meldingen Overig Apv en bijzondere wetten Totaal
Blaricum
Eemnes
Realisatie in %
Laren
Raming Realisatie Raming Realisatie Raming Realisatie 59
50
9
2
64
60 85%
30 15
26 6
14 16
15 9
22 19
23 14
17
17
2
3
25
18
97% 58% 86%
16
9
16
8
23
12
137
108
57
39
153
127
79%
2024 347
2023 382
Aanvragen Aanvragen Apv/bijzondere wetgeving
2025 274
53%
Conclusie Voor het cluster APV kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • Het aantal aanvragen bij APV is gedaald maar niet significant. De grootste afwijking ten opzichte van 2024 zit in de aanvragen voor standplaatsvergunningen, in de praktijk is het aantal standplaatsvergunningen (en dus ingenomen standplaatsen) niet gedaald, maar veel aanvragen worden voor het einde van het jaar gedaan en staan dus niet als aanvragen in 2025 (maar in 2024) geregistreerd. • Een andere verklaring voor een daling in de cijfers is dat de kwaliteit van (het proces van) APVaanvragen registreren is verbeterd in 2025. Voorheen werden bijvoorbeeld aanvragen vaker als “aparte zaken” geregistreerd, terwijl het producten zijn die onder één zaak/aanvraag kunnen worden geschaard. • Goede belangeninventarisatie- en afweging vergen tijd; gesprekken met aanvragers, belanghebbenden en adviserende instanties. Zo zijn er vaak meerdere aanpassingen van een origineel plan (aanvraag) nodig om tot een besluit te komen waarin risico’s zoveel mogelijk zijn ondervangen en er zo min mogelijk onevenredige overlast ontstaat. Soms duurt deze fase wat langer dan een wettelijke termijn, maar een besluit wordt altijd binnen een redelijke termijn genomen en in 100% van de gevallen tijdig ten opzichte van de geplande activiteit.
• Bij APV/Bijzondere Wetten vinden nauwelijks afwijkingsbesluiten plaats; onmogelijkheden in een aanvraag worden al snel gedetecteerd en daarmee is ook vaak vroeg duidelijk op welke manier een activiteit wel zou kunnen plaatsvinden, met de nodige maatregelen om risico’s of onevenredige overlast te voorkomen. Tezamen met een belangenafweging maakt dit dat er draagvlak is voor genomen besluiten.
23
Tegen APV/Bijzondere Wetten besluiten zijn de afgelopen jaren dan ook geen bezwaren ingediend, met daarbij één uitzondering in 2025; een bezwaar tegen een weigering van een evenementenvergunning, omdat deze te laat was aangevraagd. Aan het einde van het jaar benaderen we organisatoren van jaarlijkse evenementen actief. We vragen hen een datum door te geven voor een plek op de kalender, wijzen op het belang van een tijdige, volledige aanvraag en informeren hen direct over eventuele wijzigingen in wet- en regelgeving.
3.4 Toezicht Doelen Legenda: Afgerond
In uitvoering
Nog niet gestart/herprioritering
Doel
Een goede naleving van wet- en regelgeving voor én tijdens de gebruiksfase. Het naleefgedrag is minimaal 90%, zodat de kans op schade en hinder minimaal is. Beoogd resultaat Planning (Monitorings- indicator Resultaat Status 2023-2026 Een goede Voor het toezicht In 2025 is een verbeterslag gemaakt naleving van wettijdens de gebruiksfase in registratie. Hierdoor zijn de en regelgeving monitoren we het werkzaamheden van handhaving voor én tijdens de aantal overtredingen inzichtelijker geworden. De cijfers zijn gebruiksfase. Het evenals de niet volledig in beeld, omdat naleefgedrag is binnenkomende meldingen en klachten en de minimaal 90%, klachten (oorzaken). afhandeling niet altijd kunnen zodat de kans op Dit gebruiken we als worden geregistreerd. We werken schade en hinder input voor analyse, verder aan monitoring van minimaal is. projectmatig toezicht naleefgedrag en effectiviteit van of andere strategieën. toezicht. Ook het toezichtseffect na vooraankondiging LOD wordt gemeten. Het aantal meldingen overlast of klachten wordt geregistreerd. Preventieve acties 2023-2026 Aantal preventieve Er is in 2025 voor de gemeentes op basis van acties uitgevoerd. Blaricum en Laren geen capaciteit thema’s zie ook vrijgemaakt voor projectmatige onder doelen. projectmatige doelen. Voor Eemnes is externe capaciteit vrijgemaakt voor het project Goyergracht.
Vaststellen van 2023-2026 In alle gevallen waar In alle gevallen waarin de veiligheid in acuut gevaar dreigt, het geding was, is volgens de handhavingswordt direct prioriteitenmatrix onmiddellijk prioriteiten. opgetreden. opgetreden. In geen geval mag Na evaluatie 2024 is gebleken dat het afgeweken zijn van het protocol dient te worden
24
toezichtprotocol
Informatie gestuurd handhaven
geactualiseerd. Er is in 2025 geen ruimte en capaciteit geweest om dit op te pakken. In 2026 wordt hier meer aandacht aan besteed. Nalevingspercentage Registratie van toezicht is verbeterd, aan het waardoor meer cijfers inzichtelijk zijn. bestemmingsplan Conclusie is dat we nog onvoldoende (omgevingsplan) van betrouwbare registraties hebben om vergunde activiteiten is een volledig beeld te vormen. 100%. 2024 Uniforme werkwijze Er wordt gewerkt aan uniformeren projectmatig werken van de werkwijze. wordt opgesteld. 2023 –2026 Bij voldoende Bij het opstellen van het UVP is klachten/meldingen rekening gehouden met de lage en midden ontvangen signalen en zijn voor een prioriteit activiteiten aantal projecten ook wordt een projectvoorstellen uitgewerkt. projectvoorstel Tegelijkertijd zijn hiervoor geen opgesteld. Hierin zal financiële middelen vrijgemaakt en is worden opgenomen geen ruimte en capaciteit wat het gewenste beschikbaar gesteld om de resultaat is en welke opgenomen projecten daadwerkelijk indicator hier bij hoort. uit te voeren.
Uren Taak Technisch medewerker bouw
Fte 2.00
Formatie (in uren 2025) 2720
Inzet uren 2025 2945
Cijfers Aantal inspecties 2025 Blaricum 145 4 nvt 1 82 191 42
Bouwen Hercontrole (Controle) Hercontrole (Hercontrole) Controle luchtfoto’s Overig Eindcontrole bouwwerk Administratief
Eemnes 24 10 1 12 24 28 43
Laren 89 nvt Nvt 2 7 49 61
Conclusie • In alle drie de gemeenten is een duidelijke toename zichtbaar in het aantal geregistreerde afgeronde inspectietrajecten. Dit sluit aan bij de doelstelling om de monitoring binnen het toezicht verder te verbeteren. • Het merendeel van de afgeronde inspectietrajecten betreft bouwactiviteiten, eindcontroles van bouwwerken en de categorie ‘overig’.
25
•
•
•
•
•
De vastlegging van gegevens is nog niet volledig uniform, maar er is ten opzichte van 2024 een duidelijke inhaalslag gemaakt in de registratie en de sturing op doelen, formatie en werkvoorraad. De prioriteitenmatrix wordt vaker betrokken bij de werkuitvoering. Door personele wisselingen en de nadruk op continuïteit kan de matrix nog niet volledig effectief worden ingezet binnen het risicogestuurd toezicht. Voor de aanpak in het kader van Wkb is afstemming met vergunningverlening geweest. In de uitvoering is dit nog beperkt opgepakt, mede doordat meldingen nog uitblijven. De verwachting is dat dit zal toenemen en dat Wkb een groter aandachtspunt wordt. Binnen toezicht is een hogere inzet gerealiseerd (116%), al zijn er wisselingen geweest in de bezetting. Er zijn stappen gezet in het verbeteren van de werkwijzen bij inspectietrajecten. In Q4 is veel capaciteit besteed aan controles en het intrekken van ‘slapende’ vergunningen (meer dan een jaar niet gebruikt). In Blaricum heeft er een inhaalslag plaatsgevonden op achterstallig werk. Door personele wisselingen konden niet alle doelen en werkzaamheden volledig worden opgepakt, ondanks de gerealiseerde inzet van 116% en inspanningen binnen het team.
3.5 Handhaving Doelen Legenda: Afgerond
In uitvoering
Nog niet gestart/herprioritering
Doel
We streven ernaar rechtsgelijkheid, rechtszekerheid te bieden aan onze inwoners. Dat betekent dat men moet weten en ervan uit kan worden gegaan datzelfde situaties op eenzelfde wijze worden behandeld. Beoogd resultaat Planning (Monitorings-)indicator Resultaat Status Er wordt 2023-2026 >75% van de Het meetbaar maken van acties en oplossingshandhavingsdossiers wordt resultaten binnen handhaving blijft gericht in opgelost zonder formele een uitdaging. Oplossingsgericht gesprek procedure (naleefgedrag na werken betekent ook maatwerk. Niet getreden met 1e aanschrijving/contact). alle acties worden eenduidig en inwoners bij meetbaar vastgelegd. In 2025 is overtredingen. hieraan gewerkt. Dit zet zich voort in 2026. 90% tijdig genomen Er zijn in 2025 geen dwangsommen besluiten. Er worden geen verbeurd wegens niet tijdig nemen dwangsommen verbeurd van besluiten. wegens niet tijdig nemen van besluiten. 10% of minder van de zaken Van de handhavingszaken is geen van in bezwaar en beroep de zaken in bezwaar gegrond worden gegrond verklaard. verklaard.
26
Projectmatige doelen Beoogd resultaat De Kampen
Planning
Themagerichte handhaving Blaricum (Monitorings-)indicator Resultaat
Status
2025/2026 Het gebied in Het project was opgenomen in de planning overeenstemming voor 2025/2026. Uitvoering van projecten is brengen met het met de huidige beschikbare capaciteit niet geldende mogelijk. In de kadernota 2025 zijn voor dit bestemmingsplan ten project geen financiële middelen behoeve van het vrijgemaakt waardoor het project geen behoud, herstel en doorgang heeft gevonden. Het project zal ontwikkelingen van de niet terugkeren in 2026. In de nieuwe in dit gebied natuur- en Uitvoerings- en Handhavingsstrategie is landschapswaarden. voor nieuwe doelen gekozen. Bermen2025 Het beperken van In 2025 is vanwege de slagkracht gekozen Overhangend onjuist gebruik van de om het project vanuit de afdeling Openbare groen bermen en het ruimte te starten. De afdeling VTH zal bij Blaricum Dorp tegengaan van excessen uit dit project optreden. In 2025 is en overhangend groen ter capaciteit vanuit VTH niet noodzakelijk villagebieden verbetering van de geweest. Blaricum verkeersdoorstroming en veiligheid.
Themagerichte handhaving Eemnes Planning (Monitorings-) indicator Resultaat Status 2023Vanuit college, raad en inwoners is Het project 2026 de wens uitgesproken (meer) Wakkerendijk/Meentweg prioriteit te geven aan het was opgenomen in de gebiedsgericht toezicht. In het planning voor 2025/2026. bijzonder dient aandacht worden Uitvoering van het project is gegeven aan het zonder daarvoor met de huidige beschikbare benodigd oprichten van capaciteit niet mogelijk. In bouwwerken en strijdig gebruik in de kadernota 2025 zijn voor het buitengebied dit project geen financiële middelen vrijgemaakt waardoor het project geen doorgang heeft gevonden. Het project zal niet terugkeren in 2026. In de nieuwe Uitvoerings- en Handhavingsstrategie is voor nieuwe doelen gekozen. 2025 Goyergracht De inzet van toezicht en Het doel om in 2025 het Eind 2024 zijn alle handhaving blijft geïntensiveerd. project af te ronden is niet percelen Projectmatig worden strijdigheden behaald. Er zijn nog 17 gecontroleerd en is met ruimtelijke kaders dossiers in behandeling. Het er een teruggedrongen. Handhaving blijft project wordt in 2026 geïntensiveerd. Projectmatig voortgezet om tot afronding handhavingstraject worden strijdigheden met te komen. opgepakt indien dit Beoogd resultaat Projectmatig aanpak Gebiedsgericht toezicht Eemnes
27
vereist is.