DWTM21033-TVW Eemnes 2021 DEF met p 53
Tekst van het document
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 33
Figuur 16. Afbakening van de voorgestelde '’verkenningsbuurt’ het Industrieterrein
versus warmtevraag). Vervolgens zullen aanbevelingen gedaan worden op welke wijze dit terrein aardgasvrij kan worden.
6.2 Inschatting van het tempo naar aardgasvrij Van elke buurt in onze gemeente weten we het aantal woningen en gebruikers van aardgas. Met het tijdspad zoals hierboven toegelicht kunnen we de snelheid van de warmtetransitie in Eemnes aangeven. Dit wordt weergegeven in Figuur 16. Te zien is dat de warmtetransitie in onze gemeente vooral pas ná 2030 zal gebeuren. Tegelijk willen we aanzienlijke stappen zetten vóór 2040. Dat geeft ons de ruimte om ons nog na 2040 te focussen op lastige gebouwen en gebieden. Als we dit tijdspad volgen, dan kunnen we als Eemnes in 2050 geheel aardgasvrij zijn.
Figuur . Inschatting van het aantal woningen in Eemnes dat per jaar van het aardgas gaat (gele balken). De groene lijn geefttempo aan hoe het aardgasverbruik overafdezonder tijd afneemt ten opzichte Figuur 17. Inschatting woningen van het aardgas aanvullend beleid. van 2020.
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 34
7 Uitvoeringsstrategie en Vervolgstappen De komende jaren zetten we de eerste stappen om uiteindelijk in 2050 een volledig aardgasvrije gemeente te zijn. De activiteiten die de gemeente al organiseert en nog wil opzetten worden in dit hoofdstuk uiteengezet.
7.1 Uitvoeringsstrategie Hoe we de komende jaren te werk gaan, beschrijven we in de uitvoeringsstrategie. Deze is opgesplitst in de volgende onderdelen: Programmaonderdeel
Periode
Toelichting
1. Aanpak verkenningsbuurten
2022
2. Aanpak overige buurten
2022
3. Aanpak bedrijventerrein en industrie
2022
4. Kansen grootschalige warmtebronnen en warmtenetten
2021-2024
5. Communicatie en informatievoorziening
Doorlopend
6. Doorontwikkeling Transitievisie Warmte
2026
In de verkenningsbuurten stellen we in samenwerking met inwoners en lokale partijen een wijkuitvoeringsplan op. Zie paragraaf 6.1.1 en 6.1.2. De gemeente ondersteunt bewoners die hun huis willen verduurzamen. Dit doen we samen met de energie coöperatie en burgerinitiatieven. Zo worden alvast de voorbereidingen getroffen op aardgasvrij. Zie paragraaf 6.1.3 In 2022 en verder stellen we een aanpak op om het bedrijventerrein aardgasvrij te maken. Zie paragraaf 6.1.4 Een keuze zal ook gemaakt moeten worden om de overige ondernemers in Eemnes te betrekken bij het aardgasvrij maken. Dit doen we tijdens het onderzoek naar het bedrijventerrein. In 2022 verkennen we de inzet van een geothermie warmtenet voor de buurt Noord-Oost (zie Figuur 15). De gemeente Eemnes zal actief betrokken zijn bij de eventuele ontwikkeling van een geothermie warmtenet door Larderel Energy, waarvan de centrale in Eemnes zou kunnen komen. De provincie heeft een procesmanager geothermie aangesteld waar intensief contact mee wordt gehouden. Via diverse kanalen houden we inwoners, bedrijven, en alle andere partijen op de hoogte van de stand van zaken rond de energietransitie en de overgang naar een aardgasvrij Eemnes. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen nemen we mee door de Transitievisie Warmte iedere 5 jaar te actualiseren.
Zo kunnen we inspelen op nieuwe technologieën en ontwikkelingen in de prijsstelling van de verschillende warmteoplossingen.
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 35
7.2 Aanpak verkenningsbuurten In de loop van de komende jaren zal de gemeente voor alle buurten een buurtuitvoeringsplan maken. Dat is maatwerk. Elke buurt heeft specifieke kenmerken wat betreft technische mogelijkheden, aard van de woningen, eigendomssituatie en/of samenstelling van de bevolking. De aanpak in buurten waar collectieve warmtenetten worden opgezet, zal er anders uitzien dan een aanpak in een buurt waar individuele of kleinschalig-collectieve oplossingen reëel lijken. Een buurtuitvoeringsplan komt altijd tot stand in nauwe samenwerking met bewoners en lokale partijen. Een ander vast onderdeel is een gedetailleerde studie van de kosten en technische haalbaarheid. Vanaf 2022 stellen we de uitvoeringsplannen op voor de verkenningsbuurten. Hieronder een schets van wat er in die buurten gaat gebeuren: 1. Samen starten. We brengen lokale partijen bij elkaar en vormen een werkgroep en een klankbordgroep waarin lokale belanghebbenden zijn vertegenwoordigd. Bewoners kunnen deelnemen in de klankbord om zo direct input te leveren aan de ontwikkeling van het buurtuitvoeringsplan. De gemeente zorgt voor een procesbegeleider die ook toeziet op het participatietraject met bewoners. Het verkennen van de belangen is een belangrijk onderdeel in deze fase. 2.
Buurtanalyse. Met de werkgroep brengen we in kaart wie in de buurt wonen, wat hun behoeften zijn en hoe we bewoners het beste kunnen bereiken en betrekken. Tegelijkertijd worden technische gegevens over de woningen, beschikbare duurzame warmtebronnen en de aanwezige energieinfrastructuur in kaart gebracht. Voor de meest kansrijke warmteopties brengen we in detail in kaart welke voordelen, nadelen, kosten en besparingen realistisch zijn.
3.
Kiezen optimale warmteoplossing. In samenspraak met lokale belanghebbenden brengen we kosten en baten van de aardgasvrije warmteoplossing in kaart. We vergelijken verschillende oplossingen en uitvoeringsvormen zodat er inzicht is in wat de meest optimale oplossing is. In deze fase betrekken we bewoners, bedrijven en alle andere lokale betrokkenen intensief.
4.
Onderbouwen van de haalbaarheid en financiën. Voor de gekozen mogelijkheid werken we in detail de kosten en baten uit voor referentiewoningen. De investeringskosten, eindgebruikerskosten en energiekosten worden in detail in kaart gebracht. Zo nodig worden eerst in praktijk concepten kleinschalig gerealiseerd om zeker te zijn van alle kosten en baten. Als vervolgens de haalbaarheid toch twijfel oproept, dan gaan we een stap terug naar de vorige fase ‘keuze warmteoplossing’.
5.
Besluitvorming (go / no go). Om tot besluitvorming te komen is het nodig om aan een aantal randvoorwaarden te voldoen. De gemeenteraad wordt pas gevraagd definitief in te stemmen als voldaan is aan onderstaande voorwaarden: a. de oplossing is duurzaam en technisch haalbaar b. de oplossing is voor alle belanghebbenden financierbaar c. er is draagvlak bij een ruime meerderheid van bewoners, bedrijven en andere belanghebbende organisaties die nodig zijn voor de realisatie d. juridisch wordt voldaan aan alle wettelijke voorwaarden.
Als de gemeenteraad en andere partijen akkoord zijn, worden daarna afspraken gemaakt over de realisatiefase. Bijvoorbeeld over de tijdplanning, rolverdeling, de benodigde aanpak van gebouwen en woningen en het contracteren van partijen die verantwoordelijk zijn voor de bouw en aanleg van nieuwe infrastructuur. Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 36
7.3 Aanpak overige buurten De gemeente Eemnes ondersteunt bewoners en bewonersgroepen die hun huis willen verduurzamen. Dit is belangrijk in de buurten waar gekozen is voor een natuurlijk tempo, maar ook in alle andere buurten. Immers, ook als een buurt pas later van het aardgas af gaat, kunnen bewoners al stappen zetten om energie te besparen, of om de woning voor te bereiden op een aardgasvrije toekomst. Dan daalt het energieverbruik, de energierekening wordt lager en de woning wordt comfortabeler. De gemeente organiseert of faciliteert daarom de volgende ondersteuning: o Energieloket voor advies en vragen. De gemeente Eemnes is aangesloten bij het Duurzaam Bouwloket. https://www.duurzaambouwloket.nl/gemeente/Eemnes. Dit is een algemeen loket waar bewoners terecht kunnen met vragen en advies over gunstige oplossingen voor hun woning en om meer te weten te komen over financiering-/subsidiemogelijkheden. o Eemnes Energie en burgerinitiatief de Vuurmeesters; https://eemnesenergie.nl/. Energie Coöperatie Eemnes, of eenvoudiger Eemnes Energie, wil samen met de inwoners en met bedrijven actief bijdragen aan de verduurzaming van Eemnes. Zij werken hier aan met de inbreng van vrijwilligers, o.a. van het burgerinitiatief Vuurmeesters, met de support van hun leden en met de steun van de gemeente en bedrijven.
7.4 Aanpak bedrijventerrein, utiliteit en maatschappelijk vastgoed Voor bedrijven en utiliteitbouw die in buurten staan met veel woningen, zal tijdens een buurtaanpak bekeken worden of de warmtevoorziening die bij de buurt past ook gunstig is voor de bedrijven en utiliteitsbouw. Indien nodig kunnen bedrijven en utiliteitsgebouwen ook individuele oplossingen kiezen die passen bij bijvoorbeeld grotere gebouwen en/of hun specifieke warmtevraag. Het aardgasvrij maken van bedrijventerreinen willen we zoveel mogelijk hand in hand laten gaan met ontwikkelingen op de bedrijventerreinen zelf. Daar waar er sprake is van herontwikkeling van bedrijventerreinen, of daar waar bedrijven willen verduurzamen, wil de gemeente graag om de tafel met de lokale partijen om tot een optimale gebiedsoplossing te komen. Zo kan het bijvoorbeeld slim zijn om op een bedrijventerrein een gebiedsgerichte aanpak te ontwikkelen zodat alle bedrijven de ondergrond effectief en eerlijk kunnen benutten. Immers, bedrijven die als eerste een WKO voorziening aanleggen, moeten niet de mogelijkheid ontnemen voor andere bedrijven om in de toekomst ook een WKO voorziening te treffen. Ook zou een collectief WKO systeem op een bedrijventerrein tot gunstigere kosten en een lagere belasting van de ondergrond kunnen leiden.
De gemeente zal bedrijven op bedrijventerreinen vragen om met elkaar in gesprek te gaan en een lokale warmtevisie te maken die bijvoorbeeld gebruikt kan worden bij de vergunningverlening voor WKO systemen. De gemeente wil op deze manier zoveel mogelijk inspelen op de ambities, ontwikkelingen en wensen van bedrijven. In de verkenning van het bedrijventerrein in Eemnes zal actief de verbinding met ondernemers worden gezocht. Voor het maatschappelijk vastgoed in de gemeente Eemnes wordt voortdurend gekeken naar verdere verduurzaming aan de hand van het duurzaam meerjaren onderhoudsplan (MJOP).
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 37
7.5 Kansen grootschalige warmtebronnen en warmtenetten Geothermie, beter bekend als aardwarmte, is lokale duurzame warmte uit de ondergrond voor de verwarming van huizen, kantoren, kassen en industrie. De temperatuur loopt op met de diepte: hoe dieper hoe warmer. Het van nature aanwezige warme water wordt uit de ondergrond opgepompt. De warmte wordt eruit gehaald. Een pomp zorgt ervoor dat het afgekoelde water terugstroomt in dezelfde aardlaag waarna het weer opwarmt. Het verschil tussen geothermie en ultradiepe geothermie (UDG) is meer dan de temperatuur die je oppompt. Bij UDG is het water ruim boven de honderd graden. Met de stoom die daardoor vrijkomt, kan een turbine worden aangedreven en kan er dus elektriciteit worden gemaakt. Dat kan bij ‘gewone’ geothermie niet. Ultradiepe geothermie is in Nederland nieuw. De verwachting is dat we over enkele jaren de eerste ultradiepe aardwarmte projecten kunnen realiseren. In Nederland werkt het Rijk aan een innovatief kennisprogramma om UDG te ontwikkelen. Het is een ontwikkeling die in beweging is, maar nog even duurt voordat we er echt van kunnen gebruikmaken. Eemnes is één van de locaties waar UDG kansrijk is9. In de verkenningsbuurt zal onderzocht worden of en op welke wijze geothermie ingezet kan worden.
7.6 Communicatie en informatievoorziening Een belangrijke rol van de gemeente is de communicatie met bewoners over wat er op hen afkomt, en het organiseren van de participatie. Belangrijke uitgangspunten voor de communicatie en participatie zijn: ● In de communicatie hanteren we waar mogelijk drie niveaus: (1) eenvoudige informatie, voor iedereen te begrijpen, (2) de mogelijkheid voor inwoners om zich verder te verdiepen, bijvoorbeeld via een projectwebsite. En (3) online beschikbaarheid van alle rapporten en onderzoeken voor de inwoners die alles willen weten. ● Elke buurt is anders. De diversiteit van buurten vraagt om maatwerk in de communicatie: in het soort informatie, keuze van de communicatiekanalen en de communicatie -en participatieaanpak. ● We zijn helder over de harde kaders, over wat er al vast staat en over wat we nog niet weten of kunnen beloven. We zijn ook helder over rollen, verantwoordelijkheden, proces, planning, dilemma’s, hinder, risico’s, mate van invloed van bewoners, en communiceren daar actief over. ● We maken gebruik van bestaande netwerken en communicatiekanalen. We hanteren het liefst een persoonlijke benadering: liever een gesprek dan een brief. Voor communicatie zal de gemeente gebruik maken van de pagina op de gemeentewebsite: www.eemnes.nl/duurzaam en De-Rotonde - het huis aan huisblad in de gemeente Eemnes.
9
Bron: Klimaatspecial mei 2021 Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 38
Financiering en Betaalbaarheid Betaalbaarheid is één van de belangrijkste eisen om draagvlak te vinden. We sturen aan op de laagste kosten voor bewoners, bedrijven en alle belanghebbenden. Een belangrijke eis bij het kiezen van de aardgasvrije techniek is daarom de techniek met de laagste totale kosten. Soms is dat echter niet genoeg om de overstap voor iedereen betaalbaar te maken, en is er extra financiering nodig. De warmtetransitie vraagt om investeringen in isolatie, installaties of de aanleg van nieuwe warmtebronnen. Doorgaans levert dit een besparing in de energielasten op, of meerwaarde voor de woning. Toch betekent dit niet automatisch dat elke maatregel betaalbaar en financierbaar is. Om ze betaalbaar te maken, en om ervoor te zorgen dat iedereen (met een grote of kleine portemonnee) mee kan gaan in de warmtetransitie, zijn er subsidies en financieringsregelingen (duurzaamheidsleningen) nodig. De Rijksoverheid speelt hier een belangrijke rol in. Het beschikbaar maken van subsidies en interessante financieringsvormen speelt een essentiële rol in de warmtetransitie. De gemeente zet daarom in op goede informatievoorziening op dit punt. Dat doen we niet alleen in verkenningsbuurten maar voor alle bedrijven en bewoners die hun woning aardgasvrij (ready) willen maken.
Subsidies Als de besparing op de energielasten niet voldoende is om een investering binnen een redelijke tijd terug te verdienen, spreken we van een ‘onrendabele top’. Subsidies zijn er met name om de onrendabele top af te dekken, en soms ter stimulering van een nieuwe techniek. Het Rijk biedt hier verschillende subsidies voor. Duurzaamheidsleningen Duurzaamheidsleningen maken het mogelijk om duurzame maatregelen te treffen, zonder dat iemand daarvoor veel eigen geld hoeft te gebruiken. Een maatregel kan namelijk een voordelige keus zijn, maar niet direct te financieren met eigen middelen (zoals spaargeld). Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar kent meestal een lage rente. Er zijn verschillende duurzaamheidsleningen, kijk hiervoor op www.eemnes.nl/duurzaam of op de pagina van het Duurzaam Bouwloket.
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 39
8 Colofon Dit rapport is opgesteld door De WarmteTransitieMakers in opdracht van de gemeente Eemnes.
● ●
Marco Radstake Raunieck Hendriks
● ● ●
Simon Schoonen Sibren Lochs Max Boesten
Werkgroepleden Speciale dank gaat uit aan de werkgroepleden voor het meedenken en aanleveren van input en inhoudelijke commentaar. ● ● ●
Jan-Willem Sijrier Theo Oostendorp Marjolein Verhoeven
- De Alliantie - Stedin - Bel Combinatie
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 40
9 Begrippenlijst Hieronder volgt een uitleg van vaktermen en begrippen die gebruikt zijn in dit rapport:
Aardgasvrij gebouw
Een gebouw dat verwarmd wordt zonder aardgas, dus ook zonder warmte die gewonnen is uit aardgas. Restwarmte wordt wel aangemerkt als duurzame warmtebron.
CO2-uitstoot
CO2-uitstoot is het vrijkomen van koolstofdioxide (CO2) in de lucht. De hoeveelheid CO2 in de lucht was tot 1870 relatief stabiel: mensen en dieren stoten CO2 uit, dat werd gecompenseerd door de opname van dezelfde hoeveelheid CO 2 door bomen en planten. Deze natuurlijke kringloop was gesloten. De afgelopen 150 jaar is de uitstoot van CO2 echter sterk gestegen. Dat komt omdat wij fossiele brandstoffen (zoals aardgas) zijn gaan verbranden voor industrie en vervoer. Daarnaast zijn we ook op grote schaal bossen gaan kappen. Er is dus meer uitstoot van CO2 en er zijn minder bossen om die uitstoot weer op te nemen.
Duurzaam gas
Omdat er soms spraakverwarring is over het woord ‘Groen Gas’ (zie hieronder), gebruiken we de term duurzaam gas in dit document om alle verbrandingsgassen aan te duiden die uit hernieuwbare bronnen zijn gewonnen. De belangrijkste zijn biogas, en waterstof of synthetisch gas dat geproduceerd wordt uit zonne- en windenergie.
Energieneutraal
Een energieneutraal huis - of Nul-op-de-Meter (NOM) woning verbruikt evenveel energie als het opwekt. Deze woningen hebben doorgaans naast een warmtepomp en zonnepanelen ook vergaande isolatie en andere maatregelen. Dit betekent overigens niet dat de huizen zelfvoorzienend zijn. Ze zijn wel aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. Dit komt omdat ze in de zomer veel stroom zelf opwekken, en in de winter de stroom van het netwerk halen.
Klimaatneutraal
Klimaatneutraal betekent dat er geen CO2 vrijkomt als je energie gebruikt en dat je dus niet bijdraagt aan klimaatverandering. Klimaatneutraal, of CO2-neutraal, is niet hetzelfde als energieneutraal. Energieneutraal geeft aan dat een gebouw of woning evenveel energie verbruikt als het opwekt.
Energietransitie
De overstap van een energievoorziening met fossiele brandstoffen naar een energievoorziening op basis van onuitputbare duurzame energiebronnen, zoals zon, wind en aardwarmte.
Groen gas
Groen gas is gas dat we op duurzame wijze produceren. De basis is biogas, synthetisch gas of waterstof. Omdat dit niet precies dezelfde samenstelling en kwaliteit heeft als aardgas, kun je het niet zomaar toevoegen aan het gasnet. Eerst moet het opgewaardeerd worden tot dezelfde kwaliteit als aardgas nu heeft. Na dat proces noemen we biogas groen gas. Wanneer je als consument kiest voor groen gas, Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 41
gaat het vaak over een ander soort product. Veelal kies je dan voor gas dat wordt gecompenseerd met klimaatvriendelijke projecten in het buitenland, zoals de aanplant van nieuwe bomen. Lees hier een artikel over het verschil tussen biogas, groen gas en gecompenseerd gas. Hogetemperatuurverwarming
Wanneer je je woning verwarmt met een temperatuur boven de 70 graden spreken we van hoge-temperatuurverwarming. Dit is meestal het
geval
bij
traditionele cv-ketels.
Veel warmtenetten (stadsverwarming)
worden
ook
op
hoge
temperatuur verwarmd. Middentemperatuurverwarming
Bij middentemperatuurverwarming verwarm je je woning met een temperatuur tussen de 55 en 70 graden.
Lagetemperatuurverwarming
Bij lage-temperatuurverwarming verwarm je je woning met een temperatuur van maximaal 55 graden. Verwarmen op lage temperatuur
komt
voor
bij
een warmtepomp en
sommige warmtenetten. Om je woning met een lagere temperatuur nog steeds comfortabel warm te krijgen, is het belangrijk om je woning zo goed mogelijk te isoleren, en te zorgen voor geschikte radiatoren of wand- / vloerverwarming. Maatschappelijke kosten
Dit zijn alle opgeofferde waarden (geld, maar ook: tijd, moeite, energie of milieuwaarden) die de maatschappij moet opbrengen.
Nationale kosten
Dit zijn alle geldelijke kosten die de maatschappij moet opbrengen (voor productie, inkoop en services). Hierin zijn niet meegenomen belastingen en subsidies. Belastingen en subsidies zijn immers geen daadwerkelijk kosten, maar instrumenten om de verdeling van kosten en baten te verdelen over verschillende partijen.
Startbuurt
Dit zijn buurten die voor 2030 als eerste compleet aardgasvrij worden. Buurten worden eerst aangemerkt als “Verkenningsbuurt” (zie hieronder). Pas als uit de voorstudies blijkt dat een overstap naar aardgasvrij echt haalbaar en betaalbaar is, zal op basis van draagvlak het traject gestart worden om de wijk echt aardgasvrij te maken.
TeraJoule (TJ)
Een eenheid voor energie, gelijk aan 1012 (1.000.000.000.000) Joule, weergegeven met symbool TJ. Een forse stofzuiger heeft soms een vermogen van 1 kW, ofwel 1000 Watt, en verbruikt dus per seconde 1000 Joule. Deze stofzuiger verbruikt elk uur dat hij aanstaat 1 kWh. Een standaard Nederlands huishouden verbruikt in één jaar circa 3500 kWh aan elektrische energie. Hetzelfde standaard Nederlands huishouden verbruikt ruwweg 1500 m3 aan aardgas per jaar. In 1 m3 aardgas zit grofweg 36.000.000 Joule energie, wat weer om te rekenen is naar 10 kWh. Het energieverbruik per jaar van dat huishouden voor
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 42
aardgas is dus 1500 x 10 kWh = 15.000 kWh. Wat gelijk is aan 54 GJ (oftewel 0,054 TeraJoule). Transitiegereed
Woningen die klaar zijn voor de overstap naar een duurzame warmtevoorziening. Bijvoorbeeld: woningen die goed/vergaand geïsoleerd zijn en met lagere temperatuur verwarming overweg kunnen.
Verkenningsbuurt
Buurten waar in de komende jaren studies lopen of gestart worden om te onderzoeken of een overstap naar aardgasvrij wonen en werken haalbaar en betaalbaar is.
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 43
Bijlage A. Meest gestelde vragen Tijdens bewonersavonden kwamen een aantal vragen vaak terug. Er is ook veel informatie te vinden op de website: https://www.eemnes.nl/inwoners/Bouwen/Duurzaam_Eemnes. Hieronder de antwoorden op verschillende vragen:
1. Waarom moeten we van het aardgas af? Aardgas is een fossiele brandstof. Dat betekent dat er CO₂ vrijkomt bij de verbranding. Sinds de industriële revolutie stoten wij zoveel CO₂ uit, dat de gemiddelde temperatuur op aarde op dit moment snel stijgt. Deze opwarming zorg voor veranderingen in het klimaat, met enorme gevolgen. Nederland heeft, net als 194 andere landen, het klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Daarin is afgesproken de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2 graden Celsius. Daarnaast hebben de landen in de Europese Unie afgesproken om in 2050 bijna geen CO₂ meer uit te stoten. Maar liefst 95 procent van de 7,7 miljoen huishoudens in Nederland gebruikt aardgas voor verwarming, warm water en om op te koken. Al die woningen bij elkaar zorgen voor een flinke CO₂-uitstoot: wel 11 procent van de totale Nederlandse uitstoot van broeikasgassen. Stoppen met het gebruik van aardgas zorgt dus voor een flinke afname van onze CO₂-uitstoot. En hoe minder CO₂ in de lucht, hoe beter dat is voor het klimaat. Daarnaast heeft Nederland er belang bij om snel aan de slag te gaan, vanwege het risico van zeespiegelstijging. 10
2.
Wie gaat dit betalen?
Betaalbaarheid is één van de belangrijkste uitgangspunten van de gemeente Eemnes voor de warmtetransitie. De landelijke overheid is bezig met het ontwikkelen van verschillende opties om de transitie naar aardgasvrij voor iedereen betaalbaar te maken. Zo wordt er gekeken naar de mogelijkheid om investeringen in de woning voor te financieren via het Nationaal Warmtefonds. Er zijn al diverse subsidies, bijvoorbeeld voor warmtepompen en isolatie, zie: https://regionaalenergieloket.nl/eemnes/subsidies. Daarnaast worden aardgasvrije technieken in de komende jaren waarschijnlijk steeds goedkoper doordat veel ontwikkeling plaatsvindt en producten steeds meer met massaproductie gemaakt kunnen worden. Ook bestaat er in de gemeente Eemnes al de duurzaamheidslening energiebesparende maatregelen kosten uiteraard geld. De gemeente Eemnes kan u hierbij helpen met de duurzaamheidslening. Een lening speciaal voor de verduurzaming van uw eigen huis, tegen een zeer lage rente. Voor de verstrekking van de lening werkt de gemeente Eemnes samen met de Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVn). Voor meer informatie: https://www.eemnes.nl/inwoners/Bouwen/Duurzaam_Eemnes/Duurzaamheidslening
3.
Krijg ik mijn huis wel warm?
Met alle nieuwe manieren van verwarmen wordt het in huis comfortabel warm. Als je het huis ook isoleert, wordt het vaak zelfs comfortabeler binnen. Voor een warmtepomp, of andere vormen van lagetemperatuurverwarming, is wel goede isolatie nodig, anders wordt het niet goed warm. Ook zijn er dan speciale radiatoren, vloerverwarming of wandverwarming nodig. Laat je hierover goed adviseren, door een energie-adviseur aan huis. Op deze website kun je checken of je huis voldoende is geïsoleerd voor een warmtepomp: https://www.milieucentraal.nl/energie-besparen/duurzaam-verwarmen-en-koelen/volledigewarmtepomp/.
10
De energietransitie uitgelegd door Sanne de Boer Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 44
Het verwarmen met lage temperatuur wordt soms wel als anders ervaren dan met aardgas. Het huis wordt geleidelijk verwarmd en door de goede isolatie blijft de temperatuur heel constant, ook ‘s nachts. Het is alleen niet meer mogelijk om de temperatuur binnen korte tijd een paar graden te laten stijgen of dalen. De voorbeelden in koude landen als Zweden, Noorwegen, Duitsland en Zwitserland laten zien dat een warmtepomp ook met hele lage temperaturen warmte in de woning kan brengen. Als het echt heel koud wordt zit er in dat soort warmtepompen ook een elektrisch element ingebouwd waardoor het huis altijd warm kan worden. Wel is het rendement bij lage temperatuur lager en levert het inschakelen van het elektrisch element een flinke piek in gebruik op. Als alle woningen gebruik maken van een warmtepomp moet meestal het elektriciteitsnetwerk worden opgewaardeerd. Iets dat trouwens ook al nodig is met de toename van de zonnepanelen in de wijk.
4.
Ben ik verplicht om van het gas af te gaan?
Nee, op dit moment is het meewerken aan een nieuwe warmtevoorziening nog geheel vrijwillig. Dit betekent dat jouw gemeente op dit moment het gas nog niet verplicht kan afsluiten. Dit gaat de komende jaren veranderen. Over een aantal jaren kan de gemeenteraad een besluit nemen om een wijk van het gas af te sluiten als er een goed alternatief is. Nu meepraten kan daarom aantrekkelijk zijn. Op dit moment kun je invloed hebben op de keuze en het tempo waarin het hele proces bij jou in de buurt verloopt. Als je huurder bent, werkt het iets anders. Wanneer je huurt bij een woningcorporatie is de woningcorporatie verantwoordelijk voor het aardgasvrij maken van jouw woning of appartement. Hier hebben ze wel toestemming voor nodig. Bijvoorbeeld: als de woningcorporatie woningen of appartementen aan een warmtenet wil aansluiten moet 70% van de huurders het hiermee eens zijn. Dit is niet nieuw, voor algemene verbouwingen hebben woningcorporaties ook 70% toestemming nodig.
5. Kan ik nog een eigen energieleverancier kiezen wanneer er een warmtenet in mijn buurt komt? Er wordt gewerkt aan een wetsvoorstel dat per gebied één warmtebedrijf aanwijst. Dit warmtebedrijf wordt gekozen en gecontroleerd door de gemeente en is verantwoordelijk voor de levering van duurzame warmte, aanleg van het warmtenet en voor beheer & onderhoud. De beschikbare ruimte in de ondergrond (onder het wegoppervlak) is vaak beperkt en de investeringen voor een warmtenet zijn erg hoog. Het is daarom niet mogelijk om meerdere warmtenetten in een gebied aan te leggen zodat woningeigenaren en/of huurders kunnen kiezen voor verschillende warmteleveranciers. De partij die wordt aangewezen en gecontroleerd door de gemeente bepaalt welke warmte er wordt geleverd vanuit welke warmtebron. Het is daarnaast waarschijnlijk dat er per warmtenet maar enkele duurzame warmtebronnen beschikbaar zijn die warmte aan het warmtenet leveren dus een vrije keuze hierin ligt niet voor de hand. Wel blijft het mogelijk om voor de eigen woning een individuele oplossing te regelen, ook als er een warmtenet wordt aangelegd in de buurt. Waarschijnlijk komen hier wel regels voor in de nieuwe wet, bijvoorbeeld dat de individuele oplossing minstens net zo duurzaam moet zijn als het warmtenet.
6.
Waarom wordt waterstof niet als optie gezien?
Over de inzet van waterstof is veel te doen. Het lijkt een eenvoudige oplossing, waarbij weinig aanpassingen in de woning en aan de infrastructuur nodig zijn. Helaas kleven er veel nadelen en beperkingen aan het gebruik ervan. Zo is er veel elektriciteit nodig om groene waterstof te produceren. Dit is grofweg vijf keer minder efficiënt dan het verwarmen met een warmtepomp. Met andere woorden: er zijn op termijn ongeveer 5x meer windmolens of zonnepanelen nodig om huizen met waterstof te verwarmen, dan bij verwarmen met een warmtepomp. De elektriciteit die nodig is voor de productie van waterstof wordt nu voornamelijk uit fossiele energiebronnen zoals kolen en aardgas gemaakt. Groene waterstof is nog duur en schaars, en de verwachting is dat dit voorlopig zo zal blijven. De verwachting is dat waterstof een belangrijke rol zal spelen in de energietransitie, maar in eerste instantie niet in woningen. Waterstof is namelijk erg geschikt om hoge temperatuur warmte te leveren. Het is dan ook het meest logisch om het in te zetten waar ook echt een hogere temperatuur nodig is. Voor sommige sectoren is hoge temperatuur essentieel, bijvoorbeeld voor de industrie en het
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 45
verduurzamen van de luchtvaartsector. Waterstof kan ook een belangrijke rol spelen in het balanceren van het elektriciteitsnet, wanneer er meer zon- en windenergie op aangesloten wordt. Woningen liggen minder voor de hand om met zulke schaarse hogetemperatuurwarmte te verwarmen, omdat dit ook op andere manieren kan. Mocht waterstof in de (verre) toekomst toch goedkoop en grootschalig beschikbaar komen, dan wordt hier zeker naar gekeken. Voor de komende tien jaar kiezen we oplossingen die nu slim zijn.
7.
Kan het elektriciteitsnet het wel aan? En is er genoeg groene stroom?
Wanneer er in een wijk veel zonnepanelen, oplaadpunten voor elektrische auto’s en/of warmtepompen bij komen, kan het zijn dat het huidige elektriciteitsnet de groeiende vraag niet meer aankan. Daarom is de netbeheerder (Stedin) nauw betrokken bij de plannen van de Transitievisie warmte en later ook bij de uitvoeringsplannen per buurt. De netbeheerder zal het elektriciteitsnet op tijd verzwaren wanneer dat nodig is. Op dit moment is een deel van de stroom in Nederland uit duurzame bronnen, maar ook een deel nog uit fossiele brandstoffen. De verwachting is dat het aandeel groene stroom hard gaat stijgen de komende jaren zodat in 2050 alle stroom uit duurzame bronnen zoals wind en zonne-energie komt.
8. Is het echt wel een duurzame oplossing? Hoe zit het met de CO2 uitstoot vermindering? Warmtenetten: In Nederland liggen een aantal warmtenetten die al tientallen jaren oud zijn, vooral in de grote steden. Deze hebben vaak een fossiele bron, zoals restwarmte van een op aardgas gestookte elektriciteitscentrale. Voor deze warmtenetten wordt gezocht naar nieuwe energiebronnen. Nieuwe warmtenetten worden veelal direct op een duurzame warmtebron aangesloten, zoals aardwarmte of aquathermie. De CO2-uitstoot is dan laag. Warmtepompen: Warmtepompen gebruiken elektriciteit en halen warmte uit de buitenlucht, de bodem of uit het water. Ze produceren daarmee warm water wat gebruikt kan worden voor het verwarmen van een woning en het warme water uit de kraan. Wanneer een warmtepomp alleen maar duurzame elektriciteit gebruikt (zoals van zon en wind) dan komt er totaal geen CO 2 vrij bij het verwarmen van je woning. Op dit moment wordt er in Nederland ook nog stroom geproduceerd uit fossiele brandstoffen, dus op dit moment is er nog CO 2-uitstoot door het gebruik van stroom. Maar, ten opzichte van een normale cv-ketel bespaar je met een warmtepomp nu al gemiddeld 30% en in 2030 al 85% CO 2. In 2030 is de besparing hoger omdat er dan veel meer groene stroom wordt geproduceerd in Nederland door bijvoorbeeld windmolens op zee en zonnepanelen op daken.
Wanneer je een warmtepomp combineert met eigen zonnepanelen op het dak kan je ook nu al een volledig CO2-neutrale woning maken!
9.
Waarom is mijn wijk/buurt wel of juist geen startwijk?
Voor de gemeente Eemnes is eerst een technische analyse uitgevoerd om goed in kaart te brengen wat voor woningen er staan en wat de meest logische toekomstige duurzame warmteoplossing is per gebied (warmtenet, groen gas/hybride of individuele warmtepompen). Daarna is er per gebied een analyse gedaan waarom je daar wel of juist niet zou kunnen beginnen met de warmtetransitie. Hiervoor zijn meerdere criteria overwogen zoals onder andere: aansluiten bij natuurlijke momenten, percentage woningcorporatie bezit, of er bewonersgroepen bezig zijn met duurzaamheid, hoe zeker de gekozen warmteoplossing is, energie- en CO2-besparing en betaalbaarheid. Natuurlijke momenten zijn bijvoorbeeld het aanleggen van een warmtenet tegelijk met gepland onderhoud aan het gasnet of de riolering (dan hoeft de straat maar 1 keer open) of het stimuleren van individuele bewoners tijdens een verbouwing of verhuizing om tegelijkertijd het huis te verduurzamen. In hoofdstuk 6 is dit voor de startbuurten in meer detail beschreven.
10.
Mijn cv-ketel is aan vervanging toe, wat moet ik nu doen?
Een cv-ketel gaat gemiddeld zo’n 15 jaar mee. Het kan dus zomaar zijn dat je cv-ketel binnenkort aan vervanging toe is. Nu we voor 2050 gaan stoppen met aardgas, is het niet altijd logisch een nieuwe ketel aan te schaffen. Het is daarom verstandig om in deze Transitievisie Warmte op te zoeken wanneer jouw buurt op de planning staat om aardgasvrij te worden (zie hoofdstuk 6).
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 46
Gaat jouw buurt binnen enkele jaren van het aardgas af, bijvoorbeeld door middel van een warmtenet in de buurt (zie hoofdstuk 6)? Dan is het verstandig om contact op te nemen met de gemeente over de laatste stand van zaken van de plannen in jouw buurt. Het huren of leasen van een cv-ketel kan in dit geval een mooie tussenoplossing zijn. Dit kan bij veel energie- en installatiebedrijven. Lease je een ketel, dan koop je deze over een bepaalde periode af. Huur je een ketel, dan bepaal je een vast bedrag per maand. Huren heeft het voordeel dat het per maand opzegbaar is (na de afkoopregeling) en dat er bij het onderhoud geen extra kosten zijn. Kijk op de website van de Consumentenbond voor meer informatie over de voor- en nadelen bij het kopen, leasen en huren van een cv-ketel.
Is jouw buurt pas later aan de beurt? Dan kun je er alsnog voor kiezen om zelf aan de slag te gaan met wonen zonder aardgas. Kijk bijvoorbeeld of jouw huis geschikt is voor een warmtepomp. Ben je dit van plan? Houd dan wel rekening met een flinke verbouwing en de investeringskosten voor de benodigde maatregelen. Wil je niet direct van het aardgas af, maar moet je de cv-ketel toch vervangen? Als je huis redelijk geïsoleerd is, kan een hybride warmtepomp aantrekkelijk zijn (qua duurzaamheid maar ook financieel!). Die werkt samen met de cv-ketel en zorgt voor een extra besparing. Een hybride warmtepomp werkt op elektriciteit, en zorgt een groot deel van het jaar voor de verwarming. Als het buiten echt koud is, springt de cv-ketel bij. Nog niet klaar voor een hybride warmtepomp? Kies dan voor een moderne HR-ketel die heel zuinig is.
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 47
Bijlage B. Toelichting bij verschillende elektrische oplossingen.
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 48
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 49
Bijlage C. Toelichting bij verschillende kleine & grootschalige warmtebronnen. Hieronder staat een overzicht van verschillende kleine & grootschalige warmtebronnen waarvan de potentie in Eemnes in kaart is gebracht.
Warmtebronnen voor individuele oplossingen De volgende warmtebronnen zijn per woning, per gebouw, of per rijtje huizen in te zetten. Luchtwarmtepompen Luchtwarmtepompen halen warmte uit de buitenlucht om de woning te verwarmen, en gebruiken hiervoor elektriciteit. Het is een individuele oplossing, die per woning of per appartementencomplex toegepast kan worden. De standaard luchtwarmtepomp geeft warmte op lage temperatuur. Een woning moet dan – net als voor andere lage temperatuur-oplossingen – goed geïsoleerd zijn en er is een passend warmte-afgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage temperatuur-radiatoren. Er zijn ook midden- en hoge temperatuur warmtepompen op de markt, waarvoor vaak minder aanpassingen in de woning nodig zijn. Deze hebben wel een hoger elektriciteitsverbruik. Luchtwarmtepompen zijn op grote schaal inzetbaar in de gehele gemeente. Warmte-koudeopslag (WKO) en bodemwarmtepompen Omdat de bodem een vrij constante temperatuur heeft, kan in de zomer koude en in de winter warmte gewonnen worden uit de bodem. Er bestaan individuele en collectieve vormen van bodemenergie, in zowel open als gesloten systemen. WKO-systemen kunnen warmte opslaan bij lage temperatuur, typisch tot maximaal 30°C. Daarvoor benutten ze bodemlagen tussen 20 en 300m diep. In de zomer wordt warmte ondergronds in de WKO opgeslagen, zodat die in de winter kan worden gebruikt.
In de winter kan de WKO koude opslaan, zodat de WKO ook koeling kan leveren in de zomer. Om de bodem in balans te houden, moet de vraag naar warmte en koude in balans zijn, of er moet warmte uit een andere warmtebron worden toegevoegd. Een WKO-systeem kan dus worden ingezet om seizoen variatie in de warmtevraag op te vangen. De inzet van warmteopslag in de bodem vindt in de gemeente Eemnes al op verschillende locaties plaats. WKO-systemen kunnen zowel bij warmtenetten of in collectieve buurtenergiesystemen worden ingezet voor zowel warmte en/of koudeopslag. Zonnewarmte (dak) De warmte wordt gewonnen met zonnecollectoren op het dak. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren, die worden PVT-panelen genoemd (photovoltaïsch-thermisch). Deze worden dan gecombineerd met een warmtepomp. De techniek is nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar heeft een groot potentieel. In principe is elke goed geïsoleerde woning met voldoende ruimte op het dak geschikt. Pelletkachels In een pelletkachel of pellet-cv worden korrels van houtachtig materiaal verstookt. Pelletkachels verstoken dus biomassa. Omdat hierbij fijnstof vrijkomt, is de techniek minder geschikt om op grote schaal toe te passen in woonwijken. In het buitengebied kan het echter op kleine schaal een optie zijn, als andere mogelijkheden ontbreken.
Infraroodpanelen Infraroodpanelen maken stralingswarmte. In tegenstelling tot wat we gewend zijn, wordt niet alle lucht in de ruimte verwarmd, maar alleen die plekken waar mensen zijn. Ze gebruiken aanzienlijk meer elektriciteit dan een warmtepomp, maar doordat de warmte heel gericht
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 50
wordt ingezet, kan het toch voordelig zijn. Infraroodpanelen zijn vooral geschikt voor ruimtes die maar af en toe gebruikt worden, zoals een zolder.
Warmtebronnen voor een buurtenergiesysteem Een buurtenergiesysteem is een warmtenet met een lokale warmtebron, waar zo’n 400-800 honderden woningen op zijn aangesloten. Het kan stap voor stap ontwikkeld worden, waarbij steeds meer straten of buurten worden aangesloten. Bijzonder aan een buurtenergiesysteem is dat het door een buurtcoöperatie ontwikkeld kan worden, en dan (mede)eigendom is van de buurtbewoners11. Thermische energie uit oppervlaktewater Uit oppervlaktewater is warmte te winnen met een warmtewisselaar. Deze warmte kan in de bodem worden opgeslagen en in de winter worden gebruikt. Met een (vaak lage temperatuur) warmtenet komt de warmte bij de gebruikers. Eemnes wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van voldoende oppervlaktewater zoals: rivieren, kanalen en sloten. Aan de rand van de woonkern van Eemnes is de Eemnesservaart & de Eem aanwezig. De Eemnesservaart is een langzaam stromend kanaal waaruit in potentie 50 TJ per jaar valt te onttrekken12. Aardwarmte (ondiep en diep) Aardwarmte of geothermie is het winnen van de warmte van de aarde, ondiep vanaf 500 m tot 1 km (winning warmte tot 50°C). Van 1 tot 4 km spreken we van diepe geothermie (winning warmte 50°C tot 100°C), ultradiepe geothermie vindt plaats dieper dan 4km met temperaturen boven 100 °C.
In de gemeente Eemnes lijkt er op dit moment met de huidige inzichten goede potentie voor Aardwarmte in de ondergrond. Er loopt een opsporingsvergunning in de gemeente naar de verkenning van de potentie naar aardwarmte, deze verkenning gebeurd door het bedrijf Larderel Energy. Voor een rendabel aardwarmteproject is echter een grote afzet nodig, met een geconcentreerde warmtevraag. De dorpskernen van Eemnes alleen is daarvoor niet voldoende en andere omliggende gemeenten worden dus ook meegenomen in de verkenning naar Aardwarmte. Zonnewarmte (veld) Warmte uit zonnecollectoren kan ook in een warmtenet worden ingezet. Zonnecollectoren of PVT-panelen (die warmte en elektriciteit opwekken) worden in veldopstelling of op een groot dak geplaatst en de warmte wordt via een warmtenet verspreid. Het maximaal potentieel voor zonnewarmte is ongeveer 10 TJ per hectare in een veldopstelling en ongeveer 2 GJ per vierkante meter in een dak opstelling.13 De techniek wordt in Nederland nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar gezien het grote potentieel interessant om te onderzoeken. Restwarmte bedrijven Bij industriële processen blijft soms warmte over die niet binnen het bedrijf gebruikt kan worden. Afhankelijk van het type bedrijf is dit lage, middelhoge of hoge temperatuur warmte, die door middel van een warmtenet ingezet kan worden voor verwarming.
Of hier daadwerkelijk potentie is die op een rendabele wijze benut kan worden, wordt nog onderzocht. Er zijn een aantal bedrijven aanwezig op het industrieterrein in Eemnes, het industrieterrein is ook aangemerkt als verkenningsbuurt in Eemnes. Op het eerste oog lijkt de hoeveelheid restwarmte uit bedrijfsprocessen echter laag in de gemeente Eemnes.
11
Meer informatie: https://www.buurtenergiesysteem.nl/
12
Bron: stowa aquatermie viewer: https://stowa.omgevingswarmte.nl/overzichtskaart
13
Bron: Berenschot positionpaper: Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 51
Restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en rioolgemalen In Eemnes bevinden zich wel enkele gemalen, maar geen grootschalige rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s). De potentie van deze restwarmtebron is daarmee zeer beperkt.
Duurzaam gas Tot slot kan er een duurzame vorm van gas worden gebruikt: Biogas Biogas wordt geproduceerd door organisch materiaal te vergisten, de samenstelling verschilt daarom van aardgas. Biogas is dus niet hetzelfde als aardgas en kan daarom niet zonder meer worden ingevoerd op het gasnet. In data geval moet biogas eerst worden ‘opgewerkt’ tot aardgaskwaliteit, in dat geval spreken we van ‘groen gas’. Verschillende vormen van biologische reststromen kunnen als grondstof dienen voor het produceren van biogas. Voorbeelden zijn vloeibare mest, GFT-afval en de bio restfractie van akkerbouw en grasland. De beschikbaarheid van deze reststromen in Eemnes is genoeg voor ongeveer 190 TJ per jaar.14 De potentie in Eemnes is daarmee relatief groot, hoewel het beschikbaar komt uit veel kleinschalige bronlocaties. Het verbinden van bronnen en afnemers van biogas kan daarom alsnog erg uitdagend zijn.
Collectieve biomassa voor Eemnes?
De gemeente Eemnes zet vooralsnog niet in op grootschalige stook van houtachtige biomassa. Biomassa is de verzamelnaam voor diverse soorten organische materiaal, zoals voedselresten, snoeihout, meststromen en productiebossen. De lokale productie van biomassa is beperkt. Momenteel wordt er nationaal daarom al biomassa uit het buitenland geïmporteerd. Dat is op den duur geen wenselijke situatie. In Eemnes beschouwen we het verwarmen met biomassa alleen op kleine schaal als potentieel interessant, bijvoorbeeld in pelletkachels. Die oplossing kan overwogen worden als andere mogelijkheden ontbreken.
In Nederland als geheel is niet voldoende biogas om in de totale warmtebehoefte te voorzien. Er is dus niet voldoende biogas om alle woningen op deze duurzame energiebron aan te sluiten. Dit geldt ook voor Eemnes. Het lokaal beschikbare biogas is allereerst interessant voor lastig te isoleren panden of industriële activiteiten met een hogere temperatuur warmtebehoefte. Waterstof Waterstofgas kan worden geproduceerd uit water of fossiele energie, het komt op zichzelf niet voor in de natuur. Het ‘ketenrendement’ bij inzet van waterstofketels is relatief laag, zeker in vergelijking met bijvoorbeeld elektrische warmtepompen. Interessant aan waterstofgas is dat er bij verbranding geen CO 2 vrijkomt. Keerzijde is wel dat diezelfde hoeveelheid CO2 wel elders in de (productie)keten kan ontstaan. Dat is afhankelijk van de productiemethode van waterstofgas.
14
Blauwe waterstof: In het geval van blauwe waterstof wordt fossiel aardgas gesplitst een deel H 2 en een deel CO2. Hierna kan de CO2 kan worden opgeslagen in lege gasvelden of zoutcavernes.
Bron: Warmteatlas Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 52
Groene waterstof: In het geval van groene waterstof wordt water (H2O) met elektriciteit gesplitst in een deel H2 en een deel zuurstof (O2). Hierbij is dus geen afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. Wel is er een aanzienlijke hoeveelheid elektriciteit nodig om groene waterstof te produceren. Om groene waterstof daadwerkelijk ‘duurzaam’ te laten zijn, dient deze elektriciteit ook duurzaam te worden opgewekt. Dit zou kunnen met windturbines en/of zonneweides.
Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars, en zal dat voorlopig waarschijnlijk blijven. Waterstof is bij uitstek geschikt om hoge temperaturen te maken. Het is dan ook het meest logisch om waterstof in eerste instantie in te zetten daar waar hoge temperaturen noodzakelijk zijn, zoals in de industrie, zwaar transport of het balanceren van het elektriciteitsnet. De bestaande gasinfrastructuur is met beperkte aanpassingen inzetbaar voor waterstof. Voorwaarde daarbij is wel dat er een keuze wordt gemaakt, de gasinfrastructuur kan niet én aardgas én waterstof transporteren. De waterstofladder van Natuur en Milieu laat duidelijk zien dat er geringe kansen zijn om onze woongebouwen op termijn met waterstof te verwarmen.
Relevant om te noemen zijn twee aandachtspunten: 1) Bij een overstap op waterstof is nodig is om alle cv-ketels hier correct op af te stellen. De branders moeten worden afgesteld, en in sommige gevallen zal de gehele ketel moeten worden vervangen. 2) Bij een overstap naar waterstof moet de gehele keten in een zo kort mogelijke periode worden omgezet. Dit is een grote uitdaging voor de logistiek, zodat de beschikbaarheid van warmte zo kort mogelijk wordt onderbroken én er geen onveilige situaties ontstaan.
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 53
Bijlage D. Gemeentelijke overzichtskaarten
Figuur 18. Overzichtskaart warmteprofielen in de gemeente Eemnes,
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 54
Figuur 19. Overzichtskaart huidige warmtevraagdichtheid in de gemeente Eemnes.
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 55
Figuur 20. Overzichtskaart voorspelde warmtevraagdichtheid in de gemeente Eemnes 2050.
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 56
Figuur 21. Overzichtskaart warmtevisie voor de gehele gemeente Eemnes.
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 57
Bijlage E. Toelichting bij impact op de energie infrastructuur Er zijn verschillende technische oplossingen om de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving te verduurzamen. Elke oplossing heeft in meer of mindere mate impact op onze energienetten. De aanpassing van onze energienetten is daarom een essentieel deel van de energietransitie.
Algemene impact voor netbeheerders De warmtetransitie vraagt om aanpassing van de energienetten. ● Het aanpassen van de energienetten kost geld. Het uitbreiden van energienetten kan bovendien jaren duren. Dat is afhankelijk van het type aanpassing en geldende procedures, zoals het verkrijgen van vergunningen. ● Het aanpassen van de energienetten kan ook gevolgen hebben voor de openbare ruimte, zowel boven als onder de grond. We zien dat het onder de grond steeds ‘drukker’ wordt. Er komen steeds meer leidingen en kabels bij. De ruimte daarvoor is echter niet onbeperkt. Boven de grond voorzien we dat er voor de verzwaring van het elektriciteitsnet in een wijk meer transformatorhuisjes nodig zijn. Deze nemen ruimte in beslag. ● Bij de aanleg van warmtenetten is het zaak om dit wijk voor wijk aan te pakken. Voor het warmtenet is het gunstig als zo veel mogelijk afnemers in een wijk worden aangesloten. Ook kan een warmtenet helpen voorkomen dat we het elektriciteitsnet moeten verzwaren. Dat vraag wel om helder plan. Het scheelt namelijk kosten en overlast als er én een warmtenet komt maar ook een netverzwaring nodig is.
Impact op het elektriciteitsnet Als we meer elektriciteit gaan gebruiken, dan kan het nodig zijn om het elektriciteitsnet te verzwaren. Dit kan ook noodzakelijk zijn als huishoudens overstappen op elektrisch koken, of elektrisch verwarmen met warmtepompen of infraroodpanelen. Ook de toename van elektrisch vervoer en zonnepanelen zorgt voor een grotere belasting van het elektriciteitsnet. Bij het verzwaren van het elektriciteitsnet kan aan het volgende worden gedacht: ● Mogelijk moeten we dikkere en meer kabels in de grond leggen. ● Mogelijk moeten we op sommige plaatsen transformatorhuisjes bijbouwen. ● Mogelijk moeten er nieuwe (midden- en hoogspanning) stations bijkomen. ● Mogelijk moeten we aansluitingen in de woningen aanpassen.
Impact op het gasnet Op plekken waar we niet meer verwarmen met een gas kan het gasnet overbodig worden. Het zou dan alleen maar geld kosten om het te onderhouden. In de praktijk kan het daarom logisch zijn om het gasnet te verwijderen. Het kan zelfs zo zijn dat het vanwege de veiligheid zelfs nodig is om het gasnet eerst te vernieuwen, voordat we andere werkzaamheden in dezelfde grond kunnen uitvoeren. We voorzien dat er altijd sprake zal zijn van een overgangsperiode als we overstappen op een andere manier van verwarmen. We kunnen namelijk niet iedereen dwingen om op hetzelfde moment over te stappen. Tegelijk moet het wel voor iedereen mogelijk blijven om te kunnen verwarmen. Het ‘uitrollen’ van een warmtenet kan een paar jaar duren. De netbeheerder (Stedin voor Eemnes) heeft inzicht in de onderhoudsplanning van de gasnetten en is daarom een belangrijke speler voor de warmtetransitie.
Transitievisie Warmte Eemnes – September 2021 58
Transitievisie Warmte Gemeente Eemnes 59
Bijlage F. Toelichting andere rekenmodellen In Hoofdstuk 5 hebben we de Visie Warmtevoorziening voor gemeente Eemnes gepresenteerd. Op deze kaart is te zien welk type warmtevoorziening kansrijk is als alternatief voor aardgas. Er zijn ook andere landelijke en lokale modellen die in beeld brengen welke warmtevoorziening kansrijk of het goedkoopst is. In deze bijlage geven we een overzicht van de modellen die iets zeggen over de mogelijke toekomstige warmtevoorziening in gemeente Eemnes. We vergelijken de uitkomsten van de modellen met onze eigen Visie Warmtevoorziening en lichten de overeenkomsten en verschillen toe. Het is belangrijk om bij elke methodiek de gemaakte aannames en interpretaties in acht te nemen en niet alleen op basis van de resultaten conclusies te trekken. Elk model is uiteindelijk een presentatie van een versimpelde weergave van de (toekomstige) werkelijkheid.
De Startanalyse van de Leidraad De Startanalyse van de Leidraad is een analyse die de kosten van verschillende strategieën voor de toekomstige warmtevoorziening in kaart brengt. Er zijn in totaal vijf strategieën: -
Strategie S1; Individuele warmtepompen Strategie S2; Warmtenet met midden- en hogere temperatuur bronnen Strategie S3; Warmtenet met lagere temperatuur bronnen Strategie S4; Groen gas Strategie S5; Waterstof
Per CBS-buurt wordt de strategie met de laagste nationale kosten weergegeven op de kaart in Figuur 22.15
Interpretatie van de Startanalyse resultaten De Startanalyse van de Leidraad verschilt in methodiek met de analyse in Hoofdstuk 5 waarin de Visie Warmtevoorziening gepresenteerd is. Hier bespreken we de belangrijkste aandachtspunten bij het interpreteren van de resultaten in Figuur 22. 1.
CBS-buurten in plaats van logische clusters
De kostenberekening van een techniek uit de Leidraad Startanalyse gaat per CBS-buurt. Omdat binnen een CBS-buurt verschillende type woningen kunnen staan, kan het resultaat een vertekend beeld geven dat niet representatief is voor de verschillende gebieden in de CBS-buurt. 2.
Beschikbare warmtebronnen in Strategieën S2 t/m S5
De nationale kosten in Strategieën S2 en S3 worden berekend op basis van de beschikbare warmtebronnen die bij het PBL bekend zijn. Doordat de Startanalyse rekent met de algemene openbare data, komen er ook warmtebronnen voor in de Startanalyse die in praktijk niet (meer) beschikbaar zijn. Andersom geldt dat er bepaalde relevante warmtebronnen niet meegenomen zijn.
15
Voor deze analyse is gebruikt gemaakt van de Vesta MAIS software, waarin het Planbureau voor de Leefomgeving
een model heeft gemaakt dat per CBS-buurt in Nederland de strategie met de laagste nationale kosten kan berekenen. Nationale kosten zijn inclusief de kosten en baten van energiebesparing en alle kosten en investeringen voor de opwek en distributie van stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het is een open-source model en alle aannames en gebruikte methodieken zijn online in te zien: https://github.com/RuudvandenWijngaart/VestaDV/wiki/F%29-Vesta-MAIS-in-de-Leidraad Meer informatie over De Startanalyse en hoe de resultaten geïnterpreteerd kunnen worden, is onder andere door De Warmtetransitiemakers uitgelegd in een webinar die online terug te zien is: https://vimeo.com/470550595
Transitievisie Warmte Gemeente Eemnes 60
Voor Strategie S3 geldt dat vaak niet de hele CBS-buurt aangesloten wordt op het warmtenet met lage temperatuurbron. Dit maakt het interpreteren van Strategie S3 lastig. Daarnaast zijn de kosten voor het aansluiten van de hele buurt niet inzichtelijk, wat een vergelijking met andere strategieën of andere buurten moeilijker maakt. Strategieën S4 en S5 geven de nationale kosten wanneer de energiedragers groengas of waterstof ingezet worden. Waterstof wordt in de Startanalyse nog niet toegewezen als goedkoopste alternatief, omdat er nog veel onzekerheid is over de beschikbaarheid van waterstof. Voor groengas wordt ook rekening gehouden met de beperkte beschikbaarheid en groengas wordt alleen als goedkoopste strategie weergegeven in de CBS-buurten waar de andere strategieën veel duurder zijn. 3.
De kaart van de Startanalyse laat geen verschillen met de alternatieven zien
Op de kaart in Figuur 22 is niet te zien hoe groot het verschil in nationale kosten is met het goedkoopste alternatief. Regelmatig zijn de verschillen in kosten tussen de verschillende strategieën klein en dan is het wel relevant is dit in acht te nemen.
Figuur 22. Overzichtskaart gemeente Eemnes met resultaten PBL Startanalyse – Voordeligste warmtevoorziening per buurt op basis van laagste nationale kosten)
Transitievisie Warmte Gemeente Eemnes 61
Verschillen tussen de Startanalyse en de Visie Warmtevoorziening Het eindbeeld van de Startanalyse is niet per buurt één op één te vergelijken met de Visie Warmtevoorziening, met name vanwege de genoemde verschillen in methodiek. Voor Eemnes geldt dat vrijwel géén van CBS-buurten in zijn geheel homogeen gebouwd is. Dat betekent dat er per buurt veel nuances te maken zijn, die niet terugkomen in de resultaten van de Startanalyse. Dit maakt de resultaten van de Startanalyse moeilijk te interpreteren. De Startanalyse van de Leidraad laat zien dat in Eemnes een aanzienlijk aantal buurten die op basis van de laagste nationale kosten strategie 1 (individuele warmtepompen) of strategie 4 (groen gas) toegewezen krijgt. De meeste buurten die een individuele warmtepomp krijgen toegewezen kunnen inderdaad uit met een individuele warmtepomp, of dit de goedkoopste of meest logische keuze is moet echter blijken uit studies naar andere beschikbare warmtebronnen (zoals: TEO & geothermie). De meeste buurten in het buitengebied krijgen in de startanalyse groen gas toegewezen op basis van laagste nationale kosten. In de visie warmtevoorziening voor Eemnes voorzien we groengas echter met name als een interessante oplossing voor (clusters van) slecht isoleerbare oudere panden.
Voor overige panden met een minder complexe uitdaging dient in de basis te worden gekeken naar de opties van een individueel elektrische warmtevoorziening.
Transitievisie Warmte Gemeente Eemnes 62