Bijlage 4 RO Toelichting 20231129
Tekst van het document
Bijlagen
Bijlage 1
Archeologisch onderzoek
Goyersgracht 3a te Eemnes Een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek (IVO-O)
L. Soetens
Rapport 18.157
Goyersgracht 3a te Eemnes Een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek (IVO-O)
L. Soetens
Rapport 18.157
Colofon Goyersgracht 3a te Eemnes Een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek (IVO-O) Een onderzoek in opdracht van EDOK-RO Salisbury Archeologisch Rapport 18.157 L. Soetens Beheer en plaats van documentatie Salisbury Archeologie b.v. Versie 1.1, 9 april 2018 (concept)
Autorisatie — drs. A.M. Bakker (senior KNA-prospector)
SalisburyArcheologie bv Vestiging Noord-Nederland Vaart z.z. 7a 9401 GE Assen 085-3031540 www.salisburybv.nl info@salisburybv.nl
ISSN 2468-4538
Inhoud
1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 3 3.1 3.2 4 4.1 4.2
Aanleiding van het onderzoek Onderzoeklocatie en beleidskader Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie Begrenzing onderzoeks- en plangebied Doel van het onderzoek Onderzoeksvragen Bureauonderzoek Geologie en geomorfologie Bodemkaart Gemeentelijk beleid Bekende archeologische waarden Historische kaarten Bodemverstoring en verstoringen door historische en huidige bebouwing. Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Resultaten verkennend booronderzoek Methode Resultaten Conclusie Beantwoording onderzoeksvragen Aanbevelingen
8 8 8 8 9 9 10 10 12 12 14 15 15 17 18 18 18 19 19 19
Locatie en administratieve gegevens Projectnaam Projectcode Type onderzoek OM-nummer Projectleider Contact Opdrachtgever
Contact Bevoegde overheid
Plaats Gemeente Provincie Kaartblad Centrumcoördinaten Oppervlakte NAP-hoogte maaiveld Uitvoering onderzoek Beheer en locatie documentatie
Goyergracht 3a 20172159 Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek (IVO-O) 458295100 Drs. L. Soetens T: 085-3031540 E: laura.soetens@salisburybv.nl EDOK-RO Dhr. E. Dokter Van Breugelplantsoen 81 3771 VN Barneveld E: info@edok-ro.nl Gemeente Eemnes, Postbus 71 3755 ZH Eemnes T: 14 035 Eemnes Eemnes Utrecht 32W X: 145059, Y: 473428 Circa 5000 m2 Circa 2,90 m + NAP Januari 2018 Salisbury Archeologie b.v. en e-depot
6
Samenvatting resultaten Vraagstelling
Bestaat er een gerede kans dat het plangebied waardevolle archeologische resten bevat uit de periode Laat Paleolithicum -Nieuwe Tijd?
Geologie/Geomorfologie
Het plangebied ligt op dekzandwelvingen
Bekende archeologische waarden Er zijn geen onderzoeksmeldingen of waarnemingen bekend binnen het plangebied. Historische waarden
Van 1815 tot 1931 is het plangebied afwisselend in gebruik als akker en als grasland. In 1931 is het plangebied bebost. Pas in 1962 is het plangebied voor het eerst bebouwd.
Verwachting
Op basis van de geomorfologische kaart en de bodemkaart kan aan het plangebied een hoge archeologische waarde toegekend worden voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Van het LaatPaleolithicum tot en met het Neolithicum kunnen vooral resten worden verwacht die samenhangen met een mobiele leefwijze, zoals kort bewoonde kampjes. Vanaf het Laat Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd worden vooral resten verwacht die te maken hebben met een sedentaire leefwijze, bijvoorbeeld nederzettingen, resten van agrarische activiteit, grafvelden en grafheuvels. De omvang van de mogelijk aanwezige archeologisch resten varieert sterk: kampementen hebben over het algemeen een geringe omvang. Nederzettingen bestaan vaak uit één of meerdere huizen.
Gehanteerde methode
Bureauonderzoek (BO) en verkennend booronderzoek (IVO-O)
Resultaten
Aangezien de bodem in het plangebied gedeeltelijk een intacte podzolbodem bevat afgedekt door een dikke bouwvoor, kunnen eventuele nederzettingsresten met fragmenten vuursteen en/of aardewerk, haardkuilen, paalgaten, greppels, afvalkuilen en begravingsresten in het plangebied verwacht worden. Indien aanwezig, dan zullen deze archeologische resten goed geconserveerd zijn. De geplande ingrepen in de bodem zullen eventueel aanwezige archeologische resten vernietigen.
Aanbeveling
Op basis van de resultaten van het zowel het bureau- als verkennend booronderzoek, wordt aanbevolen een vervolgonderzoek uit te voeren door middel van een karterend booronderzoek ter hoogte van de boringen 4 tot en met 7 ( de geplande paardenbak). Het doel van een karterend onderzoek is het vaststellen van de aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen. Indien tijdens het karterend booronderzoek geen archeologische indicatoren worden aangetroffen kan het plangebied vrijgegeven worden met betrekking tot de archeologie. Indien wel archeologische vondsten worden aangetroffen dan is vervolgonderzoek nodig in de vorm van proefsleuven. Met betrekking tot de aanbevelingen/bevindingen uit onderhavig onderzoek dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Eemnes.
7
1 Aanleiding van het onderzoek 1.1
Onderzoeklocatie en beleidskader
In opdracht van EDOK-RO heeft Salisbury Archeologie b.v. een bureau- en inventariserend veldonderzoek verkennende fase (IVO-O) uitgevoerd met betrekking tot het plangebied Goyersgracht 3a (afb. 1, bijlage 1). Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 0,5 hectare en staat kadastraal bekend onder gemeente Eemnes sectie C 8514..
Afb. 1.
1.2
Het plangebied Goyergracht te Eemnes (rood kader)
Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie
Op dit moment is het plangebied in gebruik als kinderboerderij en centrum voor natuur- en milieueducatie. Gedeeltelijk is het bebost. De Goyergracht is een smalle waterweg op de grens van de provincie Utrecht met de Provincie Noord-Holland. Het plangebied ligt aan de zuid-oostzijde van de gracht, in Utrecht. Aan de overzijde ligt het dorp Laren, in Noord-Holland. Men is voornemens in het plangebied een paardenbak aan te leggen (noordkant van het plangebied), een nieuw gebouw te realiseren ten oosten van de bestaande bebouwing en een open schuilschuur te bouwen. Op afbeelding 1 zijn de verschillende deellocaties aangegeven. De exacte omvang en diepte van de graafwerkzaamheden is op dit moment nog niet bekend.
1.3
Begrenzing onderzoeks- en plangebied
Belangrijk is onderscheid te maken tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Met het plangebied wordt het gebied bedoelt waarop de plannen van de opdrachtgever betrekking hebben. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord door de voorgenomen graafwerkzaamheden. 8
Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te verkrijgen van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het onderzoeksgebied is veelal groter dan het plangebied en verschilt al naar gelang het te onderzoeken aspect.
1.4
Doel van het onderzoek
Bureauonderzoek Doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en in de omgeving (onderzoeksgebied) van het plangebied. Op basis van de verkregen informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Hierin wordt beschreven of er archeologische resten aanwezig (kunnen) zijn in het plangebied, wat de potentiële aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden zijn en of deze een bedreiging vormen voor het bodemarchief. Indien dit het geval is, wordt geadviseerd op welke wijze hiermee in het vervolgtraject van de plannen rekening dient te worden gehouden.
Inventariserend veldonderzoek Het doel van het inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O) is om het verwachtingsmodel te toetsen en door middel van boringen vast te stellen in welke mate de bodemopbouw intact is.
1.5
Onderzoeksvragen
Voor het onderzoek golden de volgende onderzoeksvragen:
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen?
In welke mate stemmen de resultaten van het booronderzoek overeen met de verwachtingen uit het bureauonderzoek?
Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan?
Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten?
9
2 Bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Actueel hoogtebestand Nederland (AHN, www.ahn.nl), De bodemkaart van Nederland (https://zoeken.cultuureelerfgoed.nl), De geomorfologische kaart van Nederland (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl), De archeologische monumentenkaart (AMK: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl), Archeologische beleidskaart Gemeente Eemnes (http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/), Gemeentelijk beleid (http://decentrale.regelgeving.overheid.nl), Bonneblad 1900 (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl), Historisch kaartmateriaal (http://www.topotijdreis.nl), Google Earth (www.google.nl), Ondergrondgegevens (https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens), Verstoringen (www.bodemloket.nl)
2.1
Geologie en geomorfologie
De basis voor het voor het glooiende zandlandschap van het Gooi werd gelegd tijdens de voorlaatste ijstijd: het Saalien (ca. 200.000 tot ca. 130.000 jaar geleden). Gedurende een groot deel van deze ijstijd was meer dan de helft van Nederland bedekt met een dik pakket landijs. Aan de randen van dit landijs - zoals ter hoogte van het Gooi - werden oudere zandige afzettingen als gevolg van de voorwaartse druk en het gewicht van het ijs opgestuwd tot langgerekte stuwwallen. Meest prominent in het Gooi zijn de stuwwal van Hilversum-Hollandse Rading en die van Huizen-Laren. Beide zijn noord-zuid georiënteerd. Een fors deel van de gemeente ligt op de stuwwal van Hilversum-Hollandse Rading.1 Tijdens de laatste ijstijd, het Weichselien, heeft het landijs Nederland niet bereikt maar werden ondanks het ontbreken van de stuwende krachten van een ijskap aanzienlijke hoeveelheden sediment verplaatst. Als gevolg van de koude was er namelijk nauwelijks begroeiing en hadden wind en water vrij spel. Een van de meest voorkomende afzettingen uit die periode is dekzand. In grote delen van Pleistoceen Nederland ligt deze door de wind afgezette laag zand als een in dikte variërend pakket met plaatselijk duinen over de oudere afzettingen.
Op de lagere delen van het Gooi, zoals aan beide zijden van de stuwwal van Hilversum/Hollandse Rading, bestaat het dekzand uit een enkele meters dik pakket fijnkorrelig tot lemig zand. Het plangebied ligt volgens de geomorfologische kaart in een zone die aangegeven is als gordeldekzandwelvingen met of zonder oud bouwlanddek (code 3L6).
1
De beschrijving van geologie en geomorfologie is grotendeels ontleend aan de Structuurvisie Archeologie Gemeente Hilversum.
10
Afb. 2.
Afb. 3.
Het plangebied (rode kader) op de geomorfologische kaart https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).
Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland blauw is laag). 11
(bron:
(bron: www.ahn.nl, oranje is hoog en
2.2
Bodemkaart
De bovenste laag van het door landijs, water en wind afgezette sediment en het veen is in de loop der tijd sterk veranderd als gevolg van bodemvorming. Dit is een continu doorgaand proces waarin vele natuurlijke factoren en menselijk handelen op elkaar van invloed zijn. De belangrijkste factoren zijn het uitgangsmateriaal (bijvoorbeeld: korrelgrootte, dichtheid van het sediment en mineralenrijkdom), de stand van het grondwater, vegetatie (bijvoorbeeld bos of heide), dieren (niet alleen gravend en woelend gedierte maar ook bacteriën en schimmels) en tijd (de tijdsduur van de bodemvorming). Bij verandering van een of meer van de genoemde factoren of het menselijk handelen zal ook de bodemvorming veranderen. Het plangebied is op de bodemkaart van Nederland gekarteerd als Laarpodzolgronden (code: cHn21). In het algemeen zijn deze gronden ontstaan uit veldpodzolgronden die zijn opgehoogd met potstalmest, maar in mindere mate dan enkeerdgronden. Het betreft vaak oude ontginningen2. De laarpodzolgronden worden aangetroffen op relatief natte en daardoor op het oog minder gunstige vestigingslocaties. Kenmerkend voor laarpodzolgronden is een door de mens opgebrachte humeuze donkere bovengrond van 0,3 tot 0,5 m dikte.
Afb. 4.
2.3
Het plangebied (rood kader) op de bodemkaart (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).
Gemeentelijk beleid
De gemeenten Blaricum, Laren en Eemnes hebben gezamenlijk een archeologische beleidsnota opgesteld. Hierin is op basis van bekende archeologische, bodemkundige en geologische gegevens een beleid gegenereerd waarin de verwachtingenkaart is gekoppeld aan een archeologisch onderzoeksregime in de vorm van standaardregels/voorschriften. Het plangebied heeft op basis van de ligging op
Bodemkaart van Nederland, blad 26 west Harderwijk en blad 32 west Amersfoort. Stiboka Wageningen, geraadpleegd via http://maps.bodemdata.nl/bodemdatanl/index.jsp 2
12
gordeldekzandwelvingen en laarpodzolgronden een hoge archeologische verwachting en valt binnen beleidscategorie 3. In het citaat hieronder is weergegeven welk beleid voor het plangebied geldt. “Beleidscategorie 3 (Gebieden met een hoge archeologische verwachting): De meeste gebieden met deze verwachting hebben, op basis van geologische en bodemkundige opbouw en eventueel aangetroffen archeologische vondsten en sporen, een hoge potentie ten aanzien van het aantreffen van archeologische vondsten of sporen. Hiertoe behoren voor de gemeente Eemnes ook bufferzones met een straal van 250 m om archeologische terreinen en met een straal van 100 meter om archeologische waarnemingen en vondsten uit de archeologische database Archis2. Het grote verschil tussen deze gebieden en de gebieden uit de vorige categorie is dat de archeologische waarde van deze gebieden nog niet is vastgesteld, maar gebaseerd is op verwachtingen. Voor deze gebieden geldt een onderzoeksplicht bij een bodemverstoring met een oppervlakte van meer dan 200 m2 en een diepte van meer dan 30 cm onder maaiveld”3. De geplande bodemverstoring in het plangebied is groter en dieper dan de vrijgestelde oppervlakte.
Gemeente Eemnes, Nota Archeologiebeleid via http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Eemnes/107194/107194_1.html 3
13
2.4
Bekende archeologische waarden
Archeologische monumenten (AMK-terreinen) Bekende AMK-terreinen zijn geraadpleegd via Archis (zoeken.cultureelerfgoed.nl). In het plangebied bevinden zich geen AMK-terreinen. Ten westen van het plangebied ligt de historische kern van Laren. De begrenzing van deze historische kern is bepaald op grond van de historische kaart uit 1849-1859, schaal 1:25.000. De archeologische waarde van historische kernen bestaat uit de reeds aangetroffen of te verwachten aanwezigheid, boven of onder de grond, van bouwhistorische resten en archeologische sporen en voorwerpen. Samen bevatten zij een veelheid aan historische informatie over ouderdom en ruimtelijke ontwikkeling van de kern. Het booronderzoek met onderzoeksmeldingsnummer 30175 (valt binnen het monument) heeft behalve bouwpuin in verstoorde/opgebrachte grond geen informatie opgeleverd. Ten oosten van het plangebied bevindt zich de oude stadskern van Eemnes, een nederzetting met stedelijk karakter (Middeleeuwen-Nieuwe Tijd).
Onderzoekslocaties en waarnemingen Bekende archeologische waarnemingen en onderzoeksmeldingen zijn geraadpleegd via Archis (zoeken.cultureelerfgoed.nl). Uit de directe omgeving van het plangebied zijn enkele waarnemingen en onderzoeksmeldingen bekend (Afb. 9). Het plangebied bevindt zich in een groot onderzoeksgebied (5412), uitgevoerd door RAAP. Archeologische kartering, inventarisatie en waardering in herinrichtingsgebied Eemland om een archeologische waarden kaart op te kunnen stellen. Tijdens deze kartering, inventarisatie en waardering heeft RAAP veel waarnemingsmeldingen gedaan. Hierbij gaat het om grote aantallen vuursteen en keramiek daterend van het Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Het grootste deel van het aardewerk dateert uit de Middeleeuwen. Ten zuiden en zuidwesten van het plangebied zijn enkele onderzoeksmeldingen gedaan.Twee daarvan zijn booronderzoeken waarbij geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen4. Ten noordwesten van het plangebied zijn een paar onderzoeksmeldingen gedaan in het centrum van Laren. Onderzoeksmeldingsnummer 62808 betreft een booronderzoek. In alle boringen is een 30 tot 70 cm dikke, gehomogeniseerde, bouwvoor aangetroffen. In de bouwvoor en de geroerde laag zijn baksteen, glas, steenkool, plastic en industrieelwit aardewerk waargenomen.
Er werd geen verder archeologisch onderzoek aanbevolen.5 Onderzoeksmeldingsnummer 54713 is een bureauonderzoek. Ten zuidwesten van het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd met onderzoeksmeldingsnummer 59668. De ligging op de oostrand van een stuwwal maakt de verwachting op archeologische resten vanaf het Paleolithicum mogelijk. Of resten vanaf deze periode nog aanwezig kunnen zijn of dat de ondergrond is verstoord door bouwwerkzaamheden uit de 20e eeuw, is onderzocht met een booronderzoek. Dit onderzoek heeft uitgewezen dat de bodemopbouw in het plangebied nog vrijwel intact is en niet is verstoord door de aanleg van de bestaande bebouwing of door ploegen. In het plangebied is een laarpodzol ontstaan onder het plaggendek. Dit wijst op een onverstoorde bodem waarin het mogelijk is om archeologische resten intact aan te treffen.6
Van Lil, 2006. Ufkes, 2014. 6 Koekkelkoren, 2014. 4 5
14
Afb. 5. Het plangebied (rood kader) en omgeving met de archeologische waarnemingen, onderzoeksmeldingen en AMK-terreinen zoals deze geregistreerd staan in Archis (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/)
2.5
Historische kaarten
Eemnes is oorspronkelijk ontstaan op de plek van het tegenwoordige Eembrugge. Een nes is een stuk land dat in water uitsteekt. De vroegst bekendste vermelding is volgens Prisma's Nederlandse Plaatsnamen uit 1306: 'Emmenesse'. Vanuit deze nes werd na 1200 het noordwestelijk ervan gelegen veengebied ontgonnen. Het gebied werd onderverdeeld in Eemnes-Binnen en Eemnes-Buiten dat gescheiden was door een zeedijk genaamd Zuidwend. In 1320 liet de Hollandse graaf een rechte sloot door het gebied graven ter ontginning van het verder westelijk gelegen deel. Hierlangs werd de Wakkerendijk (van 'waken') gelegd die bij hoge waterstanden de zee en de rivier buiten de deur hield. In 1340 liet de graaf toe dat aan de westelijke kant van de dijk zich mensen vestigden die afkomstig waren uit de Nes. De plaatsnaam Eemnes verhuisde mee. Nadat Eemnes-Binnen in 1439 kreeg het stadsrechten.7 Van 1815 tot 1931 is het plangebied afwisselend in gebruik als akker en als grasland. Op de historische kaart van 1815 wordt duidelijk dat het plangebied op de grens van Eemnes binnen en Eemnes buiten lag. Waarschijnlijk is de weg die net ten noorden van hetp langebied loopt de scheiding tussen de twee delen van de stad. Van 1931 tot 1951 is het gehele plangebied bebost. In 1961wordt het plangebied voor het eerst bebouwd. Dit wordt over de jaren uitgebreid met bijgebouwen.
2.6
Bodemverstoring en verstoringen door historische en huidige bebouwing.
Binnen het plangebied zijn geen bodemverstoringen bekend (www.bodemloket.nl). Binnen het plangebied en in de omgeving van het plangebied zijn geologisch booronderzoeken uitgevoerd die informatie geven over de bodemgesteldheid van het plangebied (https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens). In een boring ten zuiden van het plangebied is een laag veen aangetroffen in het zand. In de rest van de boringen gaat het om matig fijn en fijn zand. 7
Bongers, 2013.
15
Afb. 6.
Historische kaart 1823
Afb. 9.
Historische kaart 1931
Afb. 7. Historische kaart 1850
Afb. 10. Historische kaart 1965
Afb. 8.
Afb. 11. Historische kaart 1984
Historische kaart 1899
16
2.7
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op basis van de ligging van het plangebied op gordeldekzanden en laarpodzolgronden heeft het een hoge archeologische verwachtingswaarde gekregen. Kenmerkend voor laarpodzolgronden is een door de mens opgebrachte humeuze donkere bovengrond van 0,3 tot 0,5 m dikte. Deze laag heeft een conserverende werking op eventueel aanwezige archeologische resten uit de top van het originele dekzand. Hier kunnen resten worden verwacht vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Van het LaatPaleolithicum tot en met het Neolithicum kunnen vooral resten worden verwacht die samenhangen met een mobiele leefwijze, zoals kort bewoonde kampjes. Vanaf het Laat Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd worden vooral resten verwacht die te maken hebben met een sedentaire leefwijze, bijvoorbeeld nederzettingen, resten van agrarische activiteit, grafvelden en grafheuvels. De omvang van de mogelijk aanwezige archeologisch resten varieert sterk: kampementen hebben over het algemeen een geringe omvang. Nederzettingen bestaan vaak uit één of meerdere huizen. Bij vondsten uit de omgeving gaat het voornamelijk om vuursteen daterend uit het Neolithicum en keramiek daterend uit de Middeleeuwen. De eventuele archeologische resten kunnen vanaf het maaiveld tot in de C-horizont van het dekzand worden aangetroffen.
In het (mogelijk aanwezige) plaggendek worden vooral resten uit de Middeleeuwen verwacht, zoals nederzettingsafval en resten van agrarische activiteit alsmede omhoog gewoelde resten uit onderliggende lagen. Onderin het plaggendek, in de mogelijk nog aanwezige (deels) intacte, E-, en/of Bhorizont en de (top van de) C-horizont kunnen (deels) intacte archeologische resten worden aangetroffen, zoals archeologische lagen en/of nederzettingssporen. Of in het plangebied ook daadwerkelijk archeologische resten aanwezig zijn, is mede afhankelijk van de mate van intactheid van het bodemprofiel. Alleen door een veldonderzoek, kan worden vastgesteld welk bodemtype in het plangebied aanwezig is en in hoeverre er nog sprake is van een intact bodemprofiel. Op basis van het bureauonderzoek wordt dan ook geadviseerd in eerste instantie een vervolgonderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (IVO-O) door middel van verkennende boringen. Het verkennend booronderzoek dient om de in het archeologisch bureauonderzoek opgestelde hoge verwachting te toetsen. Op basis van het verkennend booronderzoek kan dan bepaald worden of de verwachting blijft staan of dat deze naar beneden of naar boven kan worden bijgesteld.
Op basis van de resultaten van het zowel het bureau- als verkennend booronderzoek, kan vervolgens worden geconcludeerd of vervolgonderzoek nodig is of dat het plangebied kan worden vrijgegeven.
17
3 Resultaten verkennend booronderzoek 3.1
Methode
In het plangebied is een verkennend booronderzoek uitgevoerd met een minimale boordichtheid van 6 boringen per ha. Het plangebied heeft een oppervlakte van 0,5 hectare, de geplande verstoring vindt plaats op drie vershcillende locaties daarbinnen. Er zijn 7 boringen uitgeoverd, verspereid over de drie verschillende geplande ingrepen. Het veldwerk is uitgevoerd conform het Plan van Aanpak. Bij het verkennend booronderzoek is gebruik gemaakt van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn tot maximaal 1,2 m -mv gezet. De boringen zijn doorgezet tot in de C-horizont, tot onder het niveau waar nog potentiële archeologische niveaus aangetroffen kunnen worden. De boringen zijn uitgevoerd om de onderzoeksvragen te beantwoorden en tot een waardestelling te komen. De positie van de boringen is ingemeten met behulp van RTK-GPS. Het opgeboorde sediment is met de hand onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals houtskool, vuursteen en aardewerk. Het opgeboorde sediment is beschreven conform de NEN 5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; Bosch 2005). De locatie van de boorpunten en de resultaten van het booronderzoek zijn weergegeven in bijlagen 4 en 5.
3.2
Resultaten
Bodemopbouw De bodem in het plangebied bestaat uit zwak lemig matig fijn zand. Boringen 1 en 2 zijn uitgevoerd ter plaatse van de geplande nieuwbouw. Op dit moment is dit gedeelte van het plangebied in gebruik als bos. Bij deze boringen is de bodem verstoord tot een diepte van 0,8 m beneden maaiveld. Hieronder is meteen geel zand aangetroffen (C-horizont). Ook is in het bos boring 3 uitgevoerd ter plaatse van de geplande schuilstal. Hier is onder een opgebrachte laag van 0,6 m een intacte podzolbodem aangetroffen. De overige 4 boringen zijn uitgevoerd ter plaatse van de geplande paardenbak. Op dit moment is dit gebied in gebruik als wei. In deze boringen is onder een opgehoogde bouwvoor van 0,4 tot 0,55 m dik een intacte podzol aangetroffen met een duidelijke uitspoelings- en inspoelingslaag (respectievelijk E- en BHorizont). In boring 5 is onder de opgehoogde bouwvoor een oude akkerlaag gevonden. Deze is zeer humeus en heeft een donkergrijze tot zwarte kleur. Hieronder is de podzol ook nog in tact.
Archeologie Er zijn tijdens het booronderzoek geen archeologische vondsten aangetroffen. De aanwezigheid van een intacte podzolbodem wijst erop dat de bodem onverstoord is. Eventueel aanwezige archeologische resten zijn goed bewaard gebleven.
18
4 Conclusie 4.1
Beantwoording onderzoeksvragen
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? De bodem in het plangebied bestaat uit matig fijn leemarm zand. Er is in 5 van de 7 boringen onder een dikke bouwvoor een intacte podzolbodem aangetroffen. Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering op de archeologische resten kunnen hebben? Aangezien de bodem in het plangebied gedeeltelijk een intacte podzolbodem bevat afgedekt door een dikke bouwvoor, kunnen eventuele nederzettingsresten met fragmenten vuursteen en/of aardewerk, haardkuilen, paalgaten, greppels, afvalkuilen en begravingsresten in het plangebied verwacht worden. Indien aanwezig, dan zullen deze archeologische resten goed geconserveerd zijn. De geplande ingrepen in de bodem zullen eventueel aanwezige archeologische resten vernietigen. In welke mate stemmen de resultaten van het booronderzoek overeen met de verwachtingen uit het bureauonderzoek? De hoge archeologische waarde voor de periode Laat-Paleolithicum – Nieuwe tijd gebaseerd op basis van het bureauonderzoek en de gemeentelijke beleidsadvieskaart blijft op basis van het booronderzoek onveranderd. Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan? Zie voor aanbevelingen paragraaf 4.2.
4.2
Aanbevelingen
Op basis van de resultaten van het zowel het bureau- als verkennend booronderzoek, wordt aanbevolen een vervolgonderzoek uit te voeren door middel van een karterend booronderzoek ter hoogte van de boringen 4 tot en met 7 ( de geplande paardenbak). Tijdens een karterend booronderzoek worden aanvullende boringen verricht met behulp van een edelmandboor met een diameter van 15 cm. De opgeboorde grond wordt gezeefd over een zeef met een diameter van 4 mm. Het doel van een karterend onderzoek is het vaststellen van de aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen. Indien tijdens het karterend booronderzoek geen archeologische indicatoren worden aangetroffen kan het plangebied vrijgegeven worden met betrekking tot de archeologie. Indien wel archeologische vondsten worden aangetroffen dan is vervolgonderzoek nodig in de vorm van proefsleuven. Met betrekking tot de aanbevelingen/bevindingen uit onderhavig onderzoek dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Eemnes.
19
Literatuur Bongers, J.M.G., 2013: Eemnes, Wakkerendijk 214 (Gemeente Eemnes, Ut.) een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek, Steekproefrapport 2013-06/04Z Hagens, D.T.P, 2007: Archeologisch bureauonderzoek, Zuidbuurt en Zuidpolder te Eemnes, Synthegra B.V.. Koekkelkoren, A.M.H.C., 2014: Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, Smeekweg, Laren, Gemeente Laren, IDDS Archeologie rapport 1612. Ufkes, A., A.J. Wullink, 2014: Een archeologisch bureau-onderzoek en karterend booronderzoek aan de Lingenskamp in Laren (NH), ArcheoSupport publicaties. Van Lil, R., 2006: Eemnes, Eikenlaan, en Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen, ADC Rapport 605.
Geraadpleegde websites www.schotertuin.nl, www.bagviewer.nl www.ahn.nl https://zoeken.cultureelerfgoed.nl www.decentrale.regelgeving.overheid.nl www.pdok.nl www.topotijdreis.nl https://www.google.com/intl/nl/earth/ https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens www.bodemloket.nl
20
Lijst van afbeeldingen Afb. 1. Afb. 2. Afb. 3. Afb. 4. Afb. 5.
Afb. 6. Afb. 7. Afb. 8. Afb. 9. Afb. 10. Afb. 11.
Het plangebied Goyergracht te Eemnes (rood kader)...................................................................................................... 8 Het plangebied (rode kader) op de geomorfologische kaart (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). ....................................................................................................................................... 11 Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (bron: www.ahn.nl, oranje is hoog en blauw is laag). ................................................................................................................................................................................... 11 Het plangebied (rood kader) op de bodemkaart (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). ...................... 12 Het plangebied (rood kader) en omgeving met de archeologische waarnemingen, onderzoeksmeldingen en AMK-terreinen zoals deze geregistreerd staan in Archis (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/)....................................................................................................................................... 15 Historische kaart 1823 ..................................................................................................................................................................
16 Historische kaart 1850 .................................................................................................................................................................. 16 Historische kaart 1899 .................................................................................................................................................................. 16 Historische kaart 1931 .................................................................................................................................................................. 16 Historische kaart 1965 .................................................................................................................................................................. 16 Historische kaart 1984 .................................................................................................................................................................. 16
21
Bijlage: Boorbeschrijvingen
22
Bijlage: Boorpuntenkaart
23
Bijlage 2
Natuurtoets
QuickScan Goyergracht-Zuid 3a Eemnes
2
Inhoud 1.
Colofon
2.
Samenvatting en advies
3.
Inleiding
4.
5.
6.
Gebiedsbescherming 5.1.
Natura-2000
5.2.
Natuurnetwerk Nederland
Soortbescherming
3.1.
Aanleiding
6.1.
Flora
3.2.
Planlocatie
6.2.
Fauna
3.3.
Ontwikkelingen
6.3.
Houtopstanden
Kader en methode 4.1.
Wettelijk kader
4.2.
Uitvoering
QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
7.
Verantwoording
8.
Bijlage
3
1. Colofon Onderzoek
QuickScan natuurtoets
Document
50525
Datum
15 december 2021
Locatie
Goyergracht Zuid 3a; Eemnes
Opdrachtgever
Stichting Het spookbos
Opdrachtnemer
Bureau Natuurlijk
Ecoloog
P. Wiegel / P. Smits
Adres
Van Oordtstraat 3 8075 KV; Nunspeet
Telefoon
06-41737676
info@bureaunatuurlijk.nl
Internet
www.bureaunatuurlijk.nl
KvK-nummer
66411467
Btw-identificatienr.
NL001643256B68
Rekeningnummer
NL15 KNAB 0256 8908 46
QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
4
2. Samenvatting en advies Uit de QuickScan is gebleken dat bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden de Wet Natuurbescherming mogelijk wordt overtreden. Nadere onderzoeken worden geadviseerd. Gebiedsbescherming Natura 2000
Gezien de aard van de werkzaamheden en de ligging buiten N2000 gebieden is oppervlakteverlies niet aan de orde. Een voortoets N2000 wordt niet noodzakelijk geacht.
Soortbescherming Flora
Geen overtreding wet natuurbescherming. Vleermuizen
Mogelijk overtreding wet natuurbescherming. Nader onderzoek boom bewonende vleermuizen, vliegroutes en foerageergebied. Zoogdieren
Mogelijk overtreding wet natuurbescherming. Nader onderzoek marterachtigen
Ten aanzien van stikstof wordt er in de nieuwe gebruiksfase geen hogere depositie verwacht. Een Aeriusberekening is dan ook niet noodzakelijk.
Vogels
Natuur Netwerk Nederland
Geen overtreding wet Natuurbescherming
Volgens de routekaart NNN is vastgesteld dat een verdere toetsing niet aan de orde is.
Houtopstanden
QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
Mogelijk overtreding wet natuurbescherming. Broedvogelonderzoek geadviseerd Overige soorten’
Er worden geen bomen gekapt, zoals bedoeld in de wet Natuurbescherming die vallen onder het onderdeel houtopstanden
5
3. Inleiding 3.1
Aanleiding
Met de voorgenomen ontwikkelingen op de GoyergrachtZuid 3a te Eemnes, heeft EDOK-RO namens Stichting Het Spookbos, in 2021 Bureau Natuurlijk gevraagd een QuickScan uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Naarmate het verstrijken van de tijd is de eerder opgestelde rapportage, naar aanleiding van de uitgevoerd QuickScan, verouderd. Naar aanleiding van de reactie van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht is de QuickScan opnieuw uitgevoerd. 3.2
Planlocatie
De geplande ontwikkelingen betreffen het perceel aan de Goyergracht-Zuid te Eemnes. Dit adres is gelegen aan een doorlopende weg te midden van weilanden aan de rand van Eemnes. Op het perceel staat opstallen die in de huidige plannen gehandhaafd zullen blijven. Achter de bebouwing (stal) is een kleine bosperceel bestaande uit eik, Amerikaanse eik, beuk, berk, hulst en braam.
QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
Globale planlocatie / onderzoeksgebied Goyergracht-Zuid 3a Eemnes (Bron: Google maps)
6 naam Eemnes is een samentrekking van 'eem' (rivier) en het historische Nederlandse woord 'nes' (landtong). De naam wordt al in een oorkonde uit 1269 gebruikt (Bron: Wikipedia).
Aanwezige stallen / opstallen
Eemnes of Eemnes-Buiten is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Utrecht. De gemeente telt 9.323 inwoners (1 augustus 2020, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 33,67 km² (waarvan 2,64 km² water). Eemnes bestaat vanouds uit twee delen: Eemnes-Binnen, dat vooral bestaat uit een aantal boerderijen langs de Wakkerendijk, en het iets noordelijker gelegen EemnesBuiten (tegenwoordig vaak afgekort tot Eemnes) waar enkele forse nieuwbouwwijken zijn neergezet. In EemnesBuiten staat nog een aantal oude huisjes van de vroegere dorpskern, en een klein oud raadhuis aan de Wakkerendijk dat nu in gebruik is als restaurant Het Oude Raadhuis. De QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
7 3.3
Ontwikkelingen en effecten
De opdrachtgever is voornemens om de huidige opstallen te behouden voor de huidige doeleinden. Het is de bedoeling om achter de huidige opstallen een nieuwe opstal te realiseren t.b.v. een zorgafdeling inclusief nachtverblijf van ca. 480m 2. Om dit te realiseren is het noodzakelijk om een gedeelte van de aanwezige houtopstand te kappen. De verbeelding t.b.v. de ruimtelijke ordening is hieronder opgenomen. Het is de bedoeling om achter het huidige maatschappelijke perceel de nieuwe opstal te realiseren In de verbeeldiong aangegeven met M 30%. Ten opzichte van eerdere onderzoeken is de aanleg van een paardenrijbak met verlichting aan het plan toegevoegd. In de verbeelding aangegeven met A-3.
De ingrepen en effecten van de ingreep in relatie tot natuurwaarden: •
• • •
verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen (bomen en struiken),: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; realisatie nieuwbouw: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
T.b.v. de geplande ontwikkelingen is het noodzakelijk om de directe omgeving opnieuw in te richten. T.b.v. de compensatie van de bomenkap staat het planten bomen gepland aan de noordzijde van het perceel in het huidige weiland. Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn blijvend van karakter. De functie van het plangebied zal opnieuw ingevuld worden en in verband met de compensatie ecologisch gezien nauwelijks veranderen.
Situering nieuwe situatie
QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
8
4. Kader en methode 4.1
Wettelijk kader
Voor het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen is o.a. Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Floraen faunawet, boswet en natuurbeschermingswet welke van kracht waren voor 1 januari 2017. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. In de toekomst zal deze wet worden opgenomen in de omgevingswet. Dit onderzoek is gericht om een inschatting te maken of beschermde soorten voorkomen en gebruik maken van de projectlocatie. Dit onderzoek beperkt zich tot de gebiedsbescherming en de soortenbescherming. Ook het onderdeel houtopstanden is meegenomen in hit onderzoek.
QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
9 Tabel 1
Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming
Artikelen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura2000- gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn gebieden). Voor Natura2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en/ of niet-broedvogels. In artikel 2.7 verplicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of ingrepen / activiteiten in of in de nabijheid van Natura2000- gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt) aan de orde zijn.
Soortbescherming
Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • • • • •
Vogels met jaarrond beschermde nesten; Overige vogels; Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt.
QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus.
Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.
10 Vervolg tabel 1
Wet natuurbescherming Bescherming houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een beplanting van twintig bomen of meer in een rij, gerekend over het totaal aantal rijen. Buiten de bescherming houtopstanden (artikel 4.2) vallen de • • • • •
Houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden, Houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden, Naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed, Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en beplantingen langs landbouwgronden (enkele rij) Het dunnen van een houtopstand, Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die:
QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
o minimaal eens per tien jaar worden geoogst, o bestaan uit ten minste tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, o zijn aangelegd na 1 januari 2013. Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.
11
Tabel 2 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te Art 3.5 lid 2 storen, tenzij de storing niet van Het is verboden dieren opzettelijk te wezenlijke invloed is op de staat van verstoren instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Niet van toepassing
Niet van toepassing
QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
12 4.2
Onderzoeksmethode
De volgende methoden zijn bij het onderzoek gebruikt: 1. Door middel van bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op basis van het onderzoek in verspreidingsatlassen en overige beschikbare natuurinformatie is een inschatting gemaakt welke soorten er redelijkerwijs zijn te verwachten in het plangebied. 2. Op 15 december 2021 is het plangebied aan de Goyergracht te Eemnes door dhr. P. Smits en dhr. P. Wiegel bezocht. Daarbij werden de, in het plangebied aanwezige, natuurwaarden geïnventariseerd en beoordeeld. Tijdens dit veldbezoek was het licht bewolkt en ongeveer 5 graden Celsius. Er is gekeken naar mogelijke groeiplaatsen dan wel vaste rust- en verblijfplaatsen van de beschermde flora- en fauna. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk soortbescherming. 3. Er is een visuele inspectie uitgevoerd op aanwezigheid van kieren, holten en spleten (voor zover aanwezig). 4. De controle is te voet uitgevoerd en waar mogelijk zijn eventuele toegankelijke holtes en spleten verkennend geïnspecteerd (met zaklamp en/of endoscoop). 5. Bewijslast is verzameld met fotomateriaal. QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
6.
De ligging van het plangebied ten opzichte van nabijgelegen beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) werd opgezocht. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk gebiedsbescherming.
7.
In samenspraak met de opdrachtgever is de ingreep in kaart gebracht.
8.
Door middel van een nauwkeurige analyse van deze data en waarnemingen is: a. bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor een aanvullend onderzoek noodzakelijk is, b. een inschatting gemaakt van de redelijkerwijs te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies, c. bepaald of de bescherming van houtopstanden aan de orde is.
9.
Er is gebruik gemaakt van de volgende hulpmiddelen: a. Verrekijker b. Zaklamp c. UV-lamp d. Endoscoop e. Ladder f. Fotocamera
10. De opgestelde rapportage is beoordeeld door een tweede lezer.
gecontroleerd
en
13 4.3
Toepasbaarheid
Deze QuickScan is gericht op de mogelijke overtreding van de wet natuurbescherming, niet aan andere (natuur)wetgeving. De resultaten van het onderzoek zijn 3 jaar geldig. Dit onderzoek kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht. Deze rapportage kan dan ook ingediend worden aan belanghebbende partijen zoals gemeente en provincie. Op basis van in de deze rapportage opgenomen projectgegevens (zie hoofdstuk 3; november 2021) is dit onderzoek uitgevoerd en een inschatting gemaakt van de effecten hiervan op de beschermde soorten en gebieden. Latere wijzigingen van het project kunnen invloed hebben op deze effecten en zijn dus niet opgenomen in deze rapportage. Er zal dan een nieuwe beoordeling plaats moeten vinden.
QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
Deze verstrekte natuurinformatie is ten behoeve van de initiatief- en ontwerpfase van de planontwikkeling. Om in de uitvoerings- en beheerfase overtreding van de wet natuurbescherming te voorkomen, wordt – indien nodig- in deze rapportage aangegeven wanneer het noodzakelijk is om te werken volgens één van de volgende standaarden: • • • •
Algemeen zorgvuldig handelen Gedragscode ruimtelijke ontwikkeling Ecologisch werkprotocol Ontheffing/vrijstelling wet natuurbescherming
14
5. Gebiedsbescherming 5.1
Natura2000
Beschermde gebieden In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn in de Wet natuurbescherming strikt beschermd. Volgens de Wet natuurbescherming is het volgens artikel 2.7 lid 2 verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit geldt ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect kunnen hebben op het gebied (externe werking). De planlocatie is gelegen in Natura2000 gebied de Veluwe.
QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
Bron: Provincie Utrecht
Eemmeer en Gooimeer Het Eemmeer en Gooimeer ontstonden als verzoete overblijfselen van de voormalige Zuiderzee toen Zuidelijk Flevoland werd drooggelegd (1968). Het Eemmeer ontvangt vooral water uit de Gelderse Vallei, via de Eem, een kleiner deel wordt aangevoerd vanuit de Veluwerandmeren. Het water in het Gooimeer is een mengsel van water uit het Eemmeer en uit het IJmeer, waarmee het Gooimeer in open verbinding staat. Het Eemmeer heeft een gemiddelde diepte van -1.9 m NAP, het Gooimeer is met -3.6 m, mede door de aanwezigheid van diepe zandwinputten, gemiddeld relatief diep, maar het aangewezen deel heeft een maximum diepte van -1.2 m NAP en is grotendeels
15 minder dan een meter diep. Door de aanleg van het zandtalud ten behoeve van de Stichtse Brug is daarlangs in het Eemmeer in de jaren tachtig een brede rietstrook ontstaan. In het Eemmeer is tijdens de aanleg van de polderdijk van Zuidelijk Flevoland het eiland de Dode Hond opgespoten. In 1992 is verder ten oosten van de Stichtse Brug een kleine zandplaat aangelegd. De oevers bestaan voornamelijk uit moerasvegetaties met slikranden. Op het eiland De Dode Hond worden daarnaast ook wilgenbossen en struwelen aangetroffen. In vergelijking met de overige randmeren komen er in het Eemmeer weinig waterplanten voor. Alleen in de baai ten zuiden van de Dode Hond worden structureel waterplanten aangetroffen. Het Eemmeer is sterk geëutrofieerd. De nutriëntbelasting is sinds de jaren tachtig teruggedrongen. In beide meren is sprake van verbetering van de waterkwaliteit en toename van mosselen en waterplanten. Het Gooimeer Zuidoever omvat ondiep water met waterplanten, een brede strook verland oevergebied, dat geleidelijk overgaat in een brede zandstrook met een hoge wal, waarachter zich laag gelegen graslanden bevinden. Er heerst een zilt en brak milieu. Verder worden ondiepe wateren, oevers, rietlanden en enige vochtige graslanden aangetroffen. De kustlijn is destijds ontstaan door afslag van de stuwwal van het Gooi als gevolg van getijdenbeweging.
Door sedimentatie een min of meer terrasvormige afzetting even onder de wateroppervlakte gevormd en een zandige en lemige klif ontstaan.
QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
Gebiedsbescherming Gezien de aard van de geplande werkzaamheden op de projectlocatie en de (effect)afstanden en tot de Natura2000 gebieden wordt geen verstoring of negatieve effecten verwacht op het vlak van vernietiging, verstoring, verdroging, verzoeting of verzilting van aangewezen habitattypen.
16 5.2 Natuurnetwerk Nederland De provincie Utrecht beschermt het NNN via het ruimtelijk beleid om ervoor te zorgen dat de omvang en kwaliteit van deze gebieden niet afneemt. Dit is geregeld in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). 'Nee, tenzij'-toets Nieuwe gemeentelijke bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen moeten voldoen aan de regels die in de Provinciale Ruimtelijke Verordening zijn opgenomen. Dat gaat met behulp van de “nee, tenzij”-toets. Een nieuw project, dat de natuur significant aantast, mag niet worden toegestaan in het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning (“nee”), tenzij het een groot openbaar belang dient én er geen alternatieven zijn buiten de natuur. Als het toegestaan is, is natuurcompensatie verplicht (op een andere plek moet dan nieuwe natuur komen). Advies / conclusie De planlocatie is gelegen buiten het Utrechts Natuur Netwerk. Ook niet in de groene ontwikkelingszone hiervan. Een verder toetsing hierop is dan ook niet noodzakelijk.
QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
Bron: NNN Provincie Utrecht
17 Stikstofdepositie Door de uitspraak van de Raad van State inzake het Programma Aanpak Stikstof kan er geen beroep gedaan worden op de oude regeling PAS. Citaat uit de kamerbrief van 11 juni 2019: ‘Het is duidelijk dat
het PAS niet meer gebruikt kan worden als passende beoordeling voor toestemmingsverlening. Dat wil niet zeggen dat alle vergunningverlening daarmee helemaal stil komt te liggen. Met een individuele passende beoordeling die voldoet aan de randvoorwaarden die de Afdeling schetst is dit wel mogelijk. Als gevolg van de uitspraak geldt als voorwaarde bij toestemmingsverlening dat zodanige maatregelen moeten worden getroffen dat verzekerd is dat de stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden niet toeneemt. Dat kan door maatregelen verbonden aan de activiteit zelf (intern salderen), of – onder strikte voorwaarden – door saldering met de effecten van beëindiging of beperking van andere activiteiten (extern salderen). Individuele toestemmingsverlening is ook mogelijk op basis van een andere ecologische onderbouwing waaruit blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende Natura 2000-gebied niet worden aangetast, ondanks een toename van stikstofdepositie van het betreffende project. Het is aan het betreffende bevoegde gezag om hierover te oordelen. Hierbij is aandacht voor een eenduidige handelwijze tussen de bevoegde gezagen. QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
Wanneer uit een individuele passende beoordeling niet de vereiste zekerheid kan worden verkregen dat er geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied, zal alleen toestemming kunnen worden verleend aan de hand van de ADC-toets. Een toestemming op basis van de ADC-toets kan alleen worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: er zijn geen alternatieve oplossingen (A), het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang (met inbegrip van redenen van sociale of economische aard) (D), en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura-2000 bewaard blijft (C). Het resultaat van de compensatie moet in beginsel bereikt zijn op het moment waarop het betrokken gebied schade van het project ondervindt.’ (einde citaat)
AERIUS berekent de stikstofdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden. U kunt in AERIUS alle bronnen die stikstof uitstoten invoeren. De bekendste bronnen zijn verkeer, veehouderijen en industrie.
18 De afstand tot depositiegevoelige Natura 2000-gebieden (inclusief habitatsoorten) is 7,5 (kilo)meter. Gezien de ligging van de planlocatie en de afstand ten opzichte van het N2000 gebied, wat stikstof gevoelig is, vindt er naar verwachting geen depositie plaats. Naar aanleiding van de geplande ontwikkeling zal de verkeersintensiteit niet toenemen of veranderen.
QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
Advies / conclusie Veranderende negatieve effecten in het kader van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden worden niet verwacht, een Aeriusberekening wordt niet noodzakelijk geacht.
19
6. Soortbescherming De wet natuurbescherming kent twee vormen van soortbescherming voor ruimtelijke ontwikkeling gekoppeld aan de juridische status van de soorten: • •
Algemene zorgplicht Zorgvuldig handelen
Algemene zorgplicht Heb respect voor alle wilde flora en fauna en tracht het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen of, indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zo veel mogelijk te beperken. Zorgvuldig handelen Deze vorm van soortbescherming is gekoppeld aan soorten met een juridisch beschermde status (rode lijst). Er dient invulling te worden gegeven aan zorgvuldig handelen tijdens de uitvoering van werken die vallen onder ruimtelijke ontwikkeling. Zorgvuldig handelen betreft: 1.
Voorkomen dat schade optreedt aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld andere projectlocatie kiezen). 2. Beperken van schade aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld beschermingszone hanteren rondom een bewoond vogelnest of verplaatsen beschermde planten). QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
3. Ongedaan maken van schade aan beschermde planten en dieren: Preventief: alternatieve verblijfplaats (mitigerende maatregelen) realiseren voordat het werk uitgevoerd wordt (bijvoorbeeld aanleg van een poel voor de gewone pad). Achteraf: opgelegd door het bevoegd gezag indien onzorgvuldig is gehandeld. 6.1
Flora
Toetsing aan gebiedsbescherming vindt uitsluitend plaats indien beschermde gebieden in het geding zijn, terwijl toetsing aan de soortbescherming altijd vereist is, zowel binnen als buiten beschermde gebieden. Bevinding veldbezoek Het terrein is nauwkeurig onderzocht op inheemse en uitheemse beschermde vegetatie. Er zijn geen (groeiplaatsen van) beschermde soorten aangetroffen. Ook de geraadpleegde databanken geven geen aanwijzingen naar beschermde soorten op de projectlocatie. De planlocatie betreft een stukje bosgebied met wandelpad en speelgelegenheid. Tussen de opgaande bomen is onderbegroeiing zoals hulst en hedera. De paden zijn begrends met takkenrillen. Ook de naastgelegen weide maakt onderdeel uit van het
20 plangebied. De bomen hebben potentie voor boombewonende soorten vanwege holten, spleten, kieren en loshangend schors 6.2
Fauna
Vogels Van de vogels uit categorie 5 (zie tabel 3) kunnen in de omgeving worden verwacht: vink (Fringillidae), pimpelmees (Cyanistes caeruleus), koolmees (Parus major), ekster (Pica pica) kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus), en spreeuw (Sturnus vulgaris). Hiernaast kunnen binnen het plangebied zangvogels aanwezig zijn die in tuinen en landelijk gebied broeden zoals de merel (Turdus merula), heggenmus (Prunella modularis) en winterkoning (Troglodytes troglodytes) en overige vogels die broeden in gebouwen onder bijvoorbeeld dakpannen, zoals de kauw (Coloeus monedula) en de huismus (Passer domesticus). Het voorkomen van vogels zoals genoemd in de verdragen van Bonn en Bern kan niet worden uitgesloten. Deze soorten vallen zowel onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn als het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Voor deze soorten geldt dat ze niet opzettelijk mogen worden verstoord, ongeacht hun staat van instandhouding. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het QuickScan natuurtoets Goyergracht zuid 3a Eemnes
uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en eind juli worden aangehouden als broedseizoen. Advies / conclusie Ten aanzien van vogels is niet vast te stellen of met de uitgevoerde werkzaamheden bomen en of struiken een essentiele functie voor bepaalde soorten hebben vanwege de onderzoeksperiode (winter). Eer broedvogelonderzoek in het broedseizoen zou uitsluitsel moeten geven of er nesten verloren gaan of buiten het broedseizoen kappen van de bomen. Denk hierbij ook aan holten, nesten of horsten. Deze zijn nu niet waargenomen.
21 Jaarrond beschermde nesten In onderstaande tabel zijn op genomen welke nesten door de wetgever jaarrond beschermd zijn. Geen van deze nesten zijn waargenomen.
Nederlandse naam
Bescherming
Nederlandse naam
Bescherming
Nederlandse naam
Bescherming
steenuil gierzwaluw huismus roek grote gele kwikstaart kerkuil oehoe ooievaar slechtvalk boomvalk Buizerd Havik Ransuil Sperwer wespendief zwarte wouw
Categorie 1 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4
blauwe reiger boerenzwaluw bonte vliegenvanger Boomklever boomkruiper Bosuil Brilduiker Draaihals eidereend Ekster gekraagde roodstaart glanskop grauwe vliegenvanger groene specht ijsvogel kleine bonte specht
Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5