CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ontwerp Programmabegroting 2024-2027

Commissie BSM 5 juni 2023, gemeente eemnesBij agendapunt: Zienswijze op begroting 2024 en resultaatbestemming 2022 van de Regio Gooi en Vechtstreek.41.838 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

  

Handreiking samenwerken bij strafbare kindermishandeling Samenwerkingsafspraken gemeenten / beleid B&O Visiedocument samenwerken aan veiligheid

Ontwikkelingen Doordecentralisatie en invoering woonplaatsbeginsel beschermd wonen Op dit moment zijn centrumgemeenten verantwoordelijk voor de middelenstroom voor beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. Vanaf 2024 worden alle gemeenten door het Rijk gefaseerd verantwoordelijk gemaakt voor de financiën van beschermd wonen. Het wetsvoorstel hiertoe heeft het kabinet 16 januari 2023 ingediend bij de Tweede Kamer. De doordecentralisatie gaat gepaard met de invoering van het woonplaatsbeginsel beschermd wonen. Voor gemeenten in de Gooi en Vechtstreek heeft bovengenoemde doordecentralisatie weinig effect. Gemeenten hebben in het beleidsplan bescherming en Opvang 2022 – 2025 afgesproken om de huidige samenwerking te continueren, waarbij zij reeds samen invulling geven aan de financiële verantwoordelijkheid voor beschermd wonen. Veiligheid voorop Het openbaar ministerie heeft voor veelvoorkomende criminaliteit de ZSM-aanpak ontwikkeld: zorgvuldig, snel en op maat neemt het OM afdoeningsbeslissingen, gevoed door straf en -zorgpartners om tot een betekenisvolle afdoening te komen. Vanuit het Landelijk Netwerk Zorg Straf, waar Veilig Thuis onderdeel van is, is het commitment uitgesproken om Veilig Thuis als vaste partner te laten aansluiten op de ZSM-locaties, voor regio G&V is dat locatie Utrecht.

Veilig Thuis is in 2022 een pilot gestart om de nauwere samenwerking met ZSM middels telefonische afstemming vorm te geven, de gewenste fysieke aanwezigheid op de ZSM-locatie is zonder financiële compensatie vanuit Rijksoverheid of gemeenten niet haalbaar. Hiervoor geldt naast een financieel ook een juridisch voorbehoud, hetgeen opgelost moet worden met een wetswijziging in de WMO 2015, die in 2024 wordt verwacht. Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming en Veilig Thuis Het Toekomstscenario voor de herinrichting van de Kind- en Gezinsbescherming is door de Tweede Kamer aangenomen. Veilig Thuis loopt samen met ketenpartners op om te kijken hoe het anders georganiseerd kan worden. Veilig Thuis zal haar bijdrage leveren aan de ontwikkelingen in het licht van het Toekomstscenario die zich richten op het versterken van de lokale teams in de regio. Er lopen nu 11 pilots in verschillende regio’s in het land. De verwachting is dat in 2023-2024 ook een pilot in de Regio Gooi en Vechtstreek zal kunnen starten, naast de reeds lopende ontwikkelingen zoals de Onderzoekstafels die ook versnelling en verbetering in de keten beogen. Voor de ontwikkelingen rondom de oprichting van Regionale Veiligheidsteams, als onderdeel van het Toekomstscenario, waarin VT als beoogd partner wordt gezien, zal VeiligThuis de samenwerking en afstemming zoeken met de Raad voor de kinderbescherming en de GI’s.

Door de crisis in de jeugdbescherming wordt de invoering van het Toekomstscenario versneld: in 2024 moet het Transitieplan gereed zijn. Structurele inbedding MDA++ De Multidisciplinaire Aanpak (MDA++) voorziet in een bundeling van psychosociale, medische, forensische en justitiële specialisten in de aanpak van kindermishandeling, huiselijk en seksueel geweld. Een team van deskundigen dat gecoördineerd en gefaseerd onderzoek en opvang biedt na acuut, ernstig (seksueel) geweld of een gezamenlijke analyse en plan van aanpak maakt en uitvoert om structureel geweld duurzaam te stoppen. De cliënt en de gezinsleden beslissen mee. In 2023 nemen de gemeenten een besluit over de borging van MDA++ in Gooi en Vechtstreek. De verwachting is dat MDA++ aanpak vanaf 2023 wordt ondergebracht en geborgd binnen de RVE Maatschappelijke Dienstverlening, naast het takenpakker van Veilig Thuis.

Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een thuis Op 5 december 2022 is dit actieplan ondertekend door VNG, Aedes, Valente, GGZ Nederland, Leger des Heils en VWS namens het Rijk. Ieder mens heeft recht op een veilige en betaalbare plek om te wonen. Ons land telt een te groot aantal dakloze mensen, die deze basis van een eigen thuis niet hebben, terwijl juist voor dakloze mensen een eigen thuis het beste startpunt is voor het werken aan 51

herstel en het opbouwen van een toekomst. Het is tijd voor een nieuwe aanpak. Vanuit een fundamenteel andere kijk op wat nodig is. Een aanpak gericht op het voorkomen van dakloosheid en een thuis voor iedereen. Dat vraagt om een paradigmashift. Waar het beleid gericht op dakloosheid nu feitelijk vaak nog primair het beleid ‘maatschappelijke opvang’ betreft, vraagt het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis, om de focus te verleggen: van opvang, naar wonen met begeleiding. Dit plan geeft invulling aan de ambitie om dakloosheid eind 2030 te beëindigen, waaraan Nederland zich heeft gecommitteerd door het ondertekenen van de Lissabon Verklaring. Dit plan loopt van 2023 – 2030 en zal ook in 2024 van invloed zijn. In 2023 wordt een plan van aanpak verwacht voor de regio Gooi en Vechtstreek, waarbij gemeenten regionaal samenwerken in de aanpak dakloosheid en waarbij het plan van aanpak opgesteld wordt in betrokkenheid van inwoners met ervaringskennis, opvangorganisatie(s) en corporaties. Cliëntervaringsonderzoek De huidige wijze van uitvraag, via een mailtje met een link, geeft (te) beperkte respons, waardoor de opbrengst en inzichten beperkt en niet geheel representatief zijn. In 2016-2018 is het cliëntervaringsonderzoek voor Veilig Thuis op proef uitgevoerd door de medewerkers van de klachtenmonitor Sociaal Domein, met goede resultaten.

In 2023 wordt onderzocht hoe in 2024 opnieuw middels telefonische interviews cliëntervaringen kunnen worden uitgevraagd.

Wat willen we bereiken? Veilig Thuis streeft naar duurzaam herstel van acute en structurele onveiligheid bij geweld in afhankelijkheidsrelaties, in samenwerking met ketenpartners in de Regio Gooi en Vechtstreek. Dit doen we door uitvoering te geven aan onze wettelijke taken en daarnaast een aantal regionale maatwerktaken uit te voeren die passen bij ons streven en de uitvoeringspraktijk versterken. We willen kwalitatief hoogwaardige dienstverlening bieden bij de uitvoering van onze taken en de belangen van kwetsbaren altijd voorop stellen. Voor de komende beleidsperiode van het beleidsplan bescherming en opvang, hebben inwoners, gemeenten en partners samen focus aangebracht. Gemeenten, inwoners en maatschappelijke partners geven unaniem prioriteit aan de volgende doelen: Doel 1. Met preventie en perspectief maatschappelijke uitval voorkomen 2. Beschermd en veilig thuis wonen voor iedereen, die dat nodig heeft, mogelijk maken 3. Dienstverlening vanuit een integrale benadering vanuit wonen, welzijn, zorg en veiligheid 4. Herstel van acute en structurele onveiligheid (VT) 5. Duurzame veiligheid en herstel na huiselijk geweld en kindermishandeling door samenwerking in het netwerk (VT)

Wat gaan we daarvoor doen? Activiteiten VT 1. 24-7 beschikbaarheidsdienst uitvoeren (incl. uitruk) 2. Cliëntervaringsonderzoek 3. Voldoen aan wettelijke termijn ‘veiligheids-beoordeling binnen 5 werkdagen’ 4. Voldoen aan de wettelijke termijn ‘beëindiging actieve betrokkenheid binnen 10 weken’ 5. Advies en ondersteuning 6. Melding en veiligheidsbeoordeling 7. Veiligheidsvoorwaarden opstellen 8. Onderzoek doen 9. Overdracht naar ketenpartners 10. Monitoren duurzame veiligheid 11. Coördinatie en uitvoering huisverboden 12. Coördinatie AWARE alarmering 13. Verzoek tot bespreking Overleg Veilig Verder

Realisatie ‘22 100% * **

Kengetal ‘23 100% 7,5 80%

**

50%

1440 *** 1020 *** 330 *** 80 *** ** ** ** ** **

1.600 1.355 275 61 880 300 18 39 25

Kengetal ‘24

*= onvoldoende data om tot een gemiddeld cijfer te kunnen komen op dit moment. **= door de overgang naar een nieuw cliëntvolgsysteem is deze data momenteel niet beschikbaar. ***= data van eerste half jaar 2022 geëxtrapoleerd naar eind 2022

52

Begroting Prognose realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Overhead primair proces Overhead Regio Totaal lasten

3.726 2 9.234 228 648 13.838

788 0 14.412 0 83 15.282

4.012 0 14.227 239 680 19.157

4.133 0 14.895 248 765 20.041

4.133 0 14.901 248 765 20.047

4.133 0 14.654 248 753 19.789

4.133 5 14.651 248 753 19.790

Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumgemeentebijdrage Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten

-1.773 -17.789 0 -685 0 -20.247

0 -15.081 0 -202 0 -15.282

-1.920 -16.817 0 -421 0 -19.157

-2.110 -17.510 0 -202 -219 -20.041

-2.112 -17.514 0 -202 -219 -20.047

-2.104 -17.264 0 -202 -219 -19.789

-2.04 -17.264 0 -202 -219 -19.790

Lasten Baten Lasten minus baten

13.838 -20.247 -6.409

15.282 -15.282 0

19.157 -19.157 0

20.041 -20.041 0

20.047 -20.047 0

19.789 -19.789 0

19.790 -19.790 0

490 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

-5.919

0

0

0

0

0

0

Reserves Dotaties Onttrekkingen Saldo

Toelichting De centrumgemeentebijdragen beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang zijn gebaseerd op de decembercirculaire 2022. Decembercirculaire 2022

2024

2025

2026

2027

Beschermd Wonen

11.982.90

11.987.247

11.992.125

11.992.125

Maatschappelijke Opvang Vrouwenopvang 8 Dak- en Thuisloosheid Bescherming en Opvang

2.224.519 2.900.731 401.777 17.509.617

2.224.519 2.900.731 401.777 17.514.274

2.224.519 2.646.034 401.777 17.264.455

2.224.519 2.646.034 401.777 17.264.455

Bij het uittreden van de gemeente Weesp uit de gemeenschappelijke regeling is afgesproken dat de Rijksbijdragen voor vrouwenopvang (€ 219.173) onderdeel blijft van de Regiobegroting. Deze bijdrage wordt verantwoord onder de overige baten. Door een actualisatie van de werkbegroting heeft een budgetneutrale verschuiving plaatsgevonden tussen personeel en overhead primair proces. Dit komt voort uit de actualisatie van de formatiebegroting, waarbij opnieuw is gekeken of bepaalde functies bij het primaire overhead of bij de uitvoering (verantwoord onder personele lasten) horen. Investeringen in het beheer van de organisatie brengen een stijging van de toerekening aan overhead Regio met zich mee. Verder is er een stijging van de lasten meegenomen in 2024, welke voortkomt uit de indexaties van lonen en prijzen. Voor dit programma geldt dat uitsluitend voor de gemeentelijke bijdrage. Loon- en prijsindexaties in relatie tot de centrumbijdragen worden middels de Meicirculaire 2024 gecorrigeerd.

8 Het kabinet heeft in de meicirculaire 2022 structureel € 65 miljoen beschikbaar gesteld voor de aanpak dak- en thuisloosheid. Hiervan is € 401.777 bestemd voor de regio Gooi & Vechtstreek. De verdeling tussen de centrumgemeenten voor 2023 is nog niet bekend. Voorlopig opgenomen op basis van verdeling 2022. 53

Subsidies Subsidies

De Regio Gooi en Vechtstreek vraagt met de gemeenten provinciale, landelijke en Europese subsidies aan om de maatschappelijke en economische ontwikkeling in Gooi en Vechtstreek een impuls te geven. Vanuit het programma sturing (de regionale samenwerkingsagenda) beheren de gemeenten deze subsidies en werken wij aan de uitvoering op onderliggende projecten. Voor 2023 zijn de volgende subsidies toegekend en wordt de uitvoering vanuit de Regio gecoördineerd.     

Werkkamer (incl. human capital agenda) Energietransitie Werken aan Werk Dak- en thuisloosheid Verward gedrag

Begroting Prognose realisatie 2022

Begroting 2023

Begroting 2023 na wijziging

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Lasten Personele lasten Kapitaallasten Materiële lasten Overhead primair proces Overhead Regio Totaal lasten

798 0 2.350 0 38 3.187

259 0 340 0 34 634

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

Baten Gemeentelijke bijdrage Centrumgemeentebijdrage Rijksbijdrage Bijdragen derden Overige baten Totaal baten

-148 -484 0 -388 -174 -1.195

8 -238 0 -8 0 -238

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0

Lasten Baten Lasten minus baten

3.187 -1.195 1.992

634 -238 396

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

Reserves Dotaties Onttrekkingen

1.004 -3.212

0 -396

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

-216

0

0

0

0

0

0

Saldo

Toelichting De subsidies en projecten zijn vanaf 2024 opgenomen bij het betreffende programma.

54

PARAGRAFEN

55

Weerstandvermogen en risicobeheersing Weerst andsv ermogen en ris icobeheersi ng

Inleiding Onder het weerstandsvermogen wordt verstaan het ‘vermogen om incidentele en structurele financiële tegenvallers waarvan tijdstip en omvang onbekend zijn op te kunnen vangen zonder dat dit invloed heeft op de hoogte van de voorzieningenniveaus van de programma’s’. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit en risico’s waarvoor geen voorziening en/of verzekering aanwezig is. Artikel 11, lid 2 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten geeft aan dat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing tenminste bevat: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico's; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; d. een kengetal voor de: 1a netto schuldquote; 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; (niet van toepassing voor Regio) 4 structurele exploitatieruimte; en 5 belastingcapaciteit (niet van toepassing voor Regio). e. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie.

Weerstandscapaciteit Regio Gooi en Vechtstreek wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot een verhoogde gemeentelijke bijdrage voor gemeenten, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. Op basis hiervan wordt de benodigde weerstandscapaciteit bepaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Het beleid is erop gericht om de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (i.c. het 9 weerstandsvermogen) tenminste 1,0 te laten zijn. De weerstandscapaciteit is te onderscheiden in een incidentele en een structurele component. Onderdeel van de structurele weerstandscapaciteit zijn de posten onbenutte belastingcapaciteit, onvoorzien structureel en structurele begrotingsruimte. Dit zijn posten die voor de Regio niet van toepassing zijn, als gevolg waarvan de Regio rekent met de incidentele weerstandcapaciteit. Tot de incidentele weerstandscapaciteit wordt gerekend:  de algemene reserve;  de stille reserves;  het bedrag voor onvoorzien c.q. nieuwe beleidsruimte;  incidentele begrotingsruimte.

Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele 10 weerstandscapaciteit . Een bestemmingsreserve is een reserve waar het bestuur een bepaalde bestemming aan heeft gegeven (art. 43 BBV). Het is denkbaar dat onder de bestemmingsreserves zich middelen bevinden waarvan het specifieke bestedingsdoel van algemene aard is of dat de middelen al voor langere tijd beschikbaar zijn zonder dat er zicht is op daadwerkelijke uitvoering van de beoogde bestemming. In die gevallen is een heroverweging tot overheveling van deze middelen naar de algemene reserve te rechtvaardigen. De bestemmingsreserves van de Regio hebben een expliciet karakter. De door het algemeen bestuur gegeven bestemming kan in deze gevallen niet of nauwelijks worden gewijzigd, waardoor deze bestemmingsreserves dan ook niet voor tegenvallers kunnen worden ingezet. Voor de weerstandscapaciteit worden ze dan ook op nihil gesteld. 9

Spelregels In 2016 is door de zeven colleges van burgemeester en wethouders de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ vastgesteld. In deze nota is een spelregel opgenomen waarin is aangegeven dat de ratio van het weerstandsvermogen minimaal 1,0 dient te zijn. 10

Bron: het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK 2020 Gemeenten) is een gezamenlijk product van de 12 provinciale toezichthouders gemeentefinanciën (Gedeputeerde Staten). In het GTK is vastgelegd hoe, binnen het wettelijk kader, invulling wordt gegeven aan het financieel toezicht op gemeenten.

56

Algemene reserve De algemene reserve bestaat uit vrij besteedbaar eigen vermogen en heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers, risico’s die geheel niet te kwantificeren zijn en niet meer kunnen worden opgevangen. De stand en het verloop van de algemene reserve is opgenomen in de bijlage Reserves en Voorzieningen. Stille reserves Indien bezittingen meer waard zijn dan de boekwaarde, is sprake van een stille reserve die niet op de balans tot uitdrukking komt. De regio beschikt slechts over een beperkt aantal gebouwen, terreinen en installaties die zij in eigendom heeft. Het verschil tussen de (taxatie)waarde en balanswaarde wordt als nihil gesteld op basis van een schatting. Onvoorzien Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten, welke ook voor de Regio van toepassing is, dient er in de begroting een bedrag voor onvoorziene uitgaven te worden opgenomen, ter dekking van lasten die niet in de begroting zijn opgenomen. De in 2016 vastgestelde nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’ geeft aan dat voor de post onvoorzien geldt dat de lasten die eruit gedekt mogen worden als onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk gedefinieerd moeten zijn. In deze spelregels wordt geadviseerd als richtlijn voor de bepaling van de hoogte van het budget uit te gaan van 0,4% van de exploitatielasten.

Voor 2023 zou dat een post onvoorzien ter hoogte van ongeveer € 370.000 met zich meebrengen. De Regio heeft in overleg met de gemeenten vanaf begrotingsjaar 2017 een lager bedrag voor onvoorzien ter hoogte van € 5.000 in de begroting opgenomen. Incidentele begrotingsruimte Als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo, is er sprake van begrotingsruimte die kan worden ingezet voor het opvangen van structurele financiële tegenvallers. Daarmee is deze begrotingsruimte aan te merken als structurele weerstandscapaciteit. De toezichthouder accepteert enkel de positieve begrotingsruimte die zich minimaal in zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming voordoet als structurele weerstandscapaciteit. Eventuele overige ruimte wordt aangemerkt als incidentele begrotingsruimte en kan daarom tot de incidentele weerstandscapaciteit worden gerekend. Daar ook dit niet bij de Regio van toepassing is wordt deze incidentele begrotingsruimte op nihil gezet. Op basis hiervan is de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit in meerjarenperspectief: Bedragen x € 1.000

Weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien Stille reserves Incidentele begrotingsruimte Totaal

2024 1.159 5 1.164

2025 1.159 5 1.164

2026 1.159 5 1.164

2027 1.159 5 1.164

Risico’s Een risico bestaat altijd uit de drie volgende onderdelen: de oorzaak, de risicogebeurtenis en het gevolg. De oorzaak spreekt het meest voor zich: de reden waarom iets verkeerd dreigt te gaan. De risicogebeurtenis is het voorval, kortom wat er fout kan gaan op een bepaalde plaats binnen een bepaald tijdsinterval. Het gevolg is het (ongewenste) resultaat. Onder risico’s worden verstaan alle voorzienbare risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de Regio. Het financiële effect van een risico wordt berekend als de kans van optreden van een gebeurtenis maal de impact die de gebeurtenis heeft. Een grote kans hoeft dus nog geen groot risico te betekenen. Als de kans van een gebeurtenis tamelijk groot is, maar het nadelig effect ervan is heel klein, dan is het risico niet al te groot. Per risico wordt het geschat financieel risico, de kans van voordoen en het financieel effect weergegeven. 57

De Regio wil voorkomen dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen, zonder dat hiertoe een onnodig hoge, financiële buffer wordt aangehouden. Hiertoe wordt periodiek geïnventariseerd welke majeure financiële risico’s de Regio loopt, waarvoor geen beheersmaatregelen of voorzieningen zijn getroffen en geen verzekering is afgesloten. Het onderstaande overzicht toont de grootste risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit nadat een beheersmaatregel is getroffen. 1 ALG

Ontwikkeling loonkosten

Geschat risico € 407.000

Kans op voordoen 80%

Financieel effect € 325.600

De gemeentelijke werkgevers onderhandelen vanaf 15 september 2022 over de volgende Cao Gemeenten en Cao SGO. De VNG en de WSGO hebben hiervoor het tijdpad al vastgesteld, maar door eisen van de vakbond loopt de onderhandeling achter op de planning. Het College voor Arbeidszaken (CvA) en het bestuur van de WSGO hopen zo spoedig mogelijk op besluitvorming omtrent de cao voor 11 2023 . In de begroting wordt conform afspraak een loonontwikkeling meegenomen, zoals deze is opgenomen in de septembercirculaire van het gemeentefonds. In de Regiobegroting 2023-2026 is een percentage van 2,1% meegenomen. Daarnaast is in de Kaderbrief 2024 aangegeven dat in de Regiobegroting 2024-2027 rekening wordt gehouden met een loonstijging 3,9%. Mochten er in de nieuwe cao hogere indexatiepercentages worden afgesproken, zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de begroting. Het risico wordt ingeschat op 1,1% van de kosten, zijnde € 407.000, uitgaande van de salariskosten van personeel in dienst van de Regio. De VNG houdt vooralsnog vast aan het laatste bod van 8 procent in twee jaar: 5 procent per 1 februari 2023 en 3 procent per 1 april 2024. Bij effectueren brengt dit een extra stijging van 1,1% met zich meebrengt ten opzichte van de begroting 2023-2027.

Rekening wordt gehouden met een kans van 80%, gezien deze houding van de VNG, waarmee het financieel effect wordt berekend op € 325.000. Hierbij is de verwachte stijging voor 2024 nog niet meegenomen. Wanneer ook deze stijging geëffectueerd wordt, is het totale effect 3% hoger, wat een geschat risico van nog eens €1.110.000 met zich meebrengt. 2 ALG

Ontwikkeling pensioenkosten

Geschat risico € 200.000

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 50.000

De Tweede Kamer heeft op 22 december 2022 ingestemd met het wetsvoorstel Toekomst Pensioenen, inclusief de aangenomen wijzigingsvoorstellen vanuit de Kamer. Dit wetsvoorstel regelt de wettelijke kaders van het nieuwe pensioenstelsel. In 2023 gaat de Eerste Kamer het aangenomen wetsvoorstel behandelen. Volgens planning treedt de wet in werking op 1 juli 2023. Als de wet van kracht is krijgen vakbonden, werkgevers en pensioenuitvoerders drie en een half jaar de tijd om de pensioenregelingen aan te passen aan de nieuwe wetgeving, tot 1 januari 2027. De definitieve premie voor 2023 is bekend. De premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen stijgt van 25,9% naar 27,9%. Toch daalt de premie die de Regio als werkgever betaalt, omdat de VPL-premie (3,0% van het salaris) vervalt. Door de wijzigingen in het Pensioenstelsel wordt geadviseerd om een premiestijging van 2% aan te houden voor 2024. Mocht er in 2024 een hogere premie worden bepaald, zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename op te vangen binnen de begroting. 3 ALG

Arbeidsgerelateerde kosten

Geschat risico € 250.000

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 62.500

Arbeidsgerelateerde verplichtingen zijn alle vormen van aan de arbeidsrelatie verbonden rechten op uitkeringen tijdens of na het dienstverband. Te denken valt hierbij aan uitkeringen bij ontslag, afkoopsommen, afvloeiingsregelingen, toezeggingen etc. Bij conflicten wordt juridische begeleiding ingeschakeld. Er zijn verscheidene externe en interne omgevingsfactoren die van invloed zijn op de toekomst van de Regio-organisatie. De Regio moet haar organisatie de komende jaren klaarstomen voor de toekomst. Door de wendbaarheid van onze organisatie te vergroten, zijn we in staat om snel en adequaat te reageren op veranderingen in onze omgeving. Dit brengt mogelijk arbeidsgerelateerde kosten met zich mee. Het risico op arbeidsgerelateerde kosten kan in sommige gevallen gemitigeerd worden door een vergoeding voor frictiekosten (zoals bijvoorbeeld voor het vertrek van de gemeente Weesp), of werknaar-werk trajecten (wnw-traject). Niet in alle gevallen is een frictiekostenvergoeding of wnw-traject van toepassing, als gevolg waarvan dit risico wordt meegenomen.

11

Op 21 februari 2023 is een principeakkoord bereikt over de nieuwe cao’s voor de gemeentelijke sector. In het voorliggende principeakkoord zijn afspraken gemaakt over een salarisverhoging met terugwerkende kracht: vanaf 2 januari 2023 stijgen de lonen met € 240 en daarna 2%. De cao loopt van 2 januari 2023 tot en met 1 januari 2024. Het financiële effect van deze salarisstijging is nog niet verwerkt in deze begroting. Deze wordt middels een begrotingswijziging in 2023 voorgelegd.

58

4 ALG

Verlofsparen

Geschat risico € 357.500

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 89.375

In de nieuwe CAO is de mogelijkheid voor verlofsparen opgenomen voor medewerkers. Zij kunnen de bovenwettelijke vakantieuren sparen en vervolgens inzetten voor langdurig verlof. Op grond van financiële regelgeving dient hiervoor een voorziening te worden gevormd. Op basis van het saldo verlofuren van 1-1-2022 is een inschatting gemaakt van de mogelijke hoogte van de te vormen voorziening. Dit komt maximaal uit op ongeveer € 715.000. Bij de resultaatbestemming wordt een voorstel gedaan 50% van dit bedrag vanuit het resultaat te doteren aan de voorziening. Wij gaan er vanuit dat er nog verlof opgenomen wordt en niet al het bovenwettelijk verlof omgezet wordt in spaarverlof. Voor het restrisico wordt daarom een bedrag opgenomen in het benodigde weerstandsvermogen in deze risicoparagraaf. De kans dat medewerkers dit resterende verlof nog omzetten in spaarverlof wordt geschat op 25%. 5 ALG

Ontwikkeling materiële kosten

Geschat risico € 376.000

Kans op voordoen 75%

Financieel effect € 282.000

De inflatie heeft in 2022 naar verwachting haar piek bereikt. Prijzen van consumentengoederen- en diensten waren in 2022 gemiddeld 10,0% hoger dan in 2021. De inflatie van 2022 is de hoogste na 1975 (in dat jaar waren consumentenproducten gemiddeld 10,2% duurder dan een jaar eerder). In de Regiobegroting 2022-2025 is rekening gehouden met een prijsstijging van 1,5%. In de Regiobegroting 2024-2027 is ongeveer € 22 mln. aan materiële kosten geraamd (excl. beschermd wonen en doelgroepenvervoer). Voor ongeveer 85% van de uitgaven ligt hier een contract aan ten grondslag zoals huurovereenkomsten, onderhoudsovereenkomsten en verwerkingsovereenkomsten. Deze overeenkomsten worden veelal aangepast aan de prijsindex. Voor de prijsontwikkelingen op de materiele kosten is op basis van de septembercirculaire 2022 een indexatiepercentage van 2,4% meegenomen. Voor die materiele kosten waar geen contract aan ten grondslag ligt, is in deze begroting geen indexatie meegenomen (resterend in een risico van € 76.000 (2,4% van € 3,2 mln.)). Mocht de inflatie in 2024 hoger uitvallen dan de 2,4%, zal het niet mogelijk zijn om deze extra toename op te vangen binnen de begroting. Wanneer rekening wordt gehouden met een inflatie van 4% in 2023, brengt dat 1,6% extra aan lasten met zich mee, wat voor de contracten een geschat financieel risico van ongeveer € 300.000 met zich meebrengt.

De kans dat de inflatie hoger komt te liggen dan de begrote 2,4% wordt geschat op 75%. Daar waar de afgelopen jaren de professionalisering van de inkoopfunctie en de wijze waarop werd ingekocht binnen de Regio in veel gevallen financiële voordelen met zich meebrachten, laten de huidige aanbestedingen echter ook zien dat door de economische situatie (hoge inflatie en de energiecrisis) de contracten een sterk prijsverhogende effect hebben ten opzichte van de budgetten in de Regiobegroting. Bestaande contracten worden met de CPI geïndexeerd, waarvoor geen of te weinig dekking is opgenomen binnen de Regiobegroting. Maar ook bij het aangaan van nieuwe aanbestedingstrajecten is een prijsverhogend effect te verwachten. De Regio onderzoekt passende maatregelen. 6 ALG

Privacy en gegevensbescherming

Geschat risico € 250.000

Kans op voordoen 30%

Financieel effect € 75.000

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) legt in haar toezichtwerk tot en met 2023 extra nadruk op drie focus-gebieden: datahandel, digitale overheid en artificiële intelligentie en algoritmes. Met name de 12 focus op de digitale overheid is op de Regio van toepassing . Wat de focuspunten van de AP zullen zijn voor de periode vanaf 2024 is nog niet bekend. De AP kan een boete opleggen voor een datalek, maar ook voor andere overtredingen in lijn met art. 83 AVG (zoals het toegang geven van te veel mensen tot een systeem). Daarnaast kan de Regio aansprakelijk worden gesteld door de betrokkenen van wie persoonsgegevens zijn gelekt. Het is echter lastig de kans en impact daarvan te kwantificeren. Uit ervaring blijkt dat datalekken vaak ontstaan door menselijk handelen en in mindere mate het gevolg zijn van gebrekkige technische maatregelen. Daarom zal er ook in de periode vanaf 2024 continu aandacht blijven voor privacy verantwoordelijk handelen van de medewerkers door het aanbieden van training en e-learning.

https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/over-de-autoriteit-persoonsgegevens/focus-ap-2020-2023: “Centrale en lokale overheden, uitvoeringsorganisaties en politie en justitie beschikken over een grote hoeveelheid – vaak gevoelige en bijzondere – persoonsgegevens. De overheid werkt gericht aan het inzetten van persoonsgegevens. Het is van belang dat de overheid verantwoordelijk omgaat met persoonsgegevens, zodat mensen niet onnodig in de knel kunnen komen”. 12

59

Met de invoering van Microsoft365/Office365 nemen de mogelijkheden om informatieveiligheid goed in te regelen flink toe. Een risico hierbij is dat hiervan niet, of niet op tijd, serieus werk wordt gemaakt als gevolg van de grote focus op het operationeel krijgen van de nieuwe IT-infrastructuur. Doelstelling is om vanaf de start van de nieuwe manier van werken zaken aangaande goed informatiebeheer op orde te hebben (denk aan beschikbaarheid van enkel die MS365-applicaties waarmee ook daadwerkelijk een plan is, spelregels bij het gebruik van de Office-applicaties, standaard de minst vergaande rechten uitgeven). Achteraf repareren is veel minder efficiënt. Ook investeert de Regio in een privacy officer (PO), een adviseur op privacygebied, verantwoordelijk voor meerdere operationele zaken aangaande privacy. De PO biedt daarnaast ondersteuning aan de FG om zijn werk beter te kunnen uitvoeren. Bij de Regio worden meerdere soorten persoonsgegevens verwerkt in de verschillende RVE’s, waarbij zowel met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) als de Wet politiegegevens (Wpg) rekening moet worden gehouden. Dat maakt dat de organisatie bewust is, van haar verantwoordelijkheid op gebied van de bescherming van persoonsgegevens. 7 ALG

Uitval ICT voorzieningen als gevolg van technische oorzaken

Geschat risico € 500.000

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 125.000

De ICT-voorzieningen van de Regio kunnen door technische incidenten worden verstoord, waardoor een deel of alle kritische bedrijfsprocessen voor kortere of langere tijd stil komen te liggen. Voorbeelden hiervan zijn: uitval van servers in de on premise datacenters (tot en met juli 2023), storingen inzake generieke telefonie en internetverbindingen, specifieke dataverbindingen, uitval van SaaS- of Clouddiensten, et cetera. Naarmate de Regio meer verbonden raakt met inwoners, externe partijen en ketenpartners, neemt de kans op zowel het voordoen als de impact daarvan toe. Niettemin is de inschatting dat met de migratie naar de Cloud (van ‘on premise’ datacenters naar Azure) de kans verlaagd kan worden van 40% naar 25%. 8 ALG

Uitval ICT voorzieningen als gevolg van informatiebeveiligingsrisico’s

Geschat risico € 750.000

Kans op voordoen 25%

Financieel effect € 187.500

De ICT-voorzieningen van de Regio kunnen door incidenten (bijvoorbeeld hacking, malware, infrasysteeminbraak, DDoS aanvallen, etcetera) op het gebied van informatiebeveiliging worden verstoord, waardoor een deel of alle kritische bedrijfsprocessen voor kortere of langere duur stil komen te liggen. Naarmate de Regio meer verbonden raakt met inwoners, externe partijen en ketenpartners, neemt ook in dit geval de kans op zowel het voordoen als de impact daarvan toe. De exposure neemt toe als gevolg van meer oplossingen in de Cloud en de professionalisering van cybercriminaliteit, maar tegelijkertijd neemt de Regio beheersmaatregelen die de informatieveiligheid vergroten, als gevolg waarvan de kans op voordoen gelijk kan blijven. 9 ALG

Leegstand huisvesting

Geschat risico € 300.000

Kans op voordoen 10%

Financieel effect € 30.000

De Regio treedt, sinds de aankoop van het pand aan de Burgemeester de Bordesstraat, op als verhuurder. De Regio maakt zelf gebruik van 70% van de oppervlakte, de overige 30% wordt verhuurd. Wanneer huurders besluiten de huur op te zeggen, loopt de Regio een risico op gederfde inkomsten, wanneer niet tijdig een nieuwe huurovereenkomst wordt afgesloten. Ook in 2022 heeft een van de huurders de huurovereenkomst opgezegd. De Regio is in staat geweest om voor een periode van vijf jaar een nieuwe huurder aan te trekken, als gevolg waarvan voorlopig de kans op voordoen naar beneden kan worden bijgesteld. 10 ALG

Krapte op de arbeidsmarkt

Geschat risico € 600.000

Kans op voordoen 20%

Financieel effect € 120.000

De Regio is bij de uitvoering van haar takenpakket in een aantal gevallen afhankelijk van specialistische functies, waarbij de inwerktijd veelal een langere tijd bestrijkt. De krapte op de arbeidsmarkt bemoeilijkt niet alleen het aantrekken van zowel intern als extern personeel op deze functies, het is ook lastig om het personeel op deze functies vast te houden. Een deel van deze functies wordt nu nog ingevuld met externe inhuur, wat geen stabiele basis naar de toekomst toe met zich meebrengt. Immers, bij het beëindigen van de inhuur verdwijnt veel kennis en historie uit de organisatie. Tegelijkertijd liggen de kosten van externe inhuur veelal hoger dan een medewerker in dienst bij de Regio. Daarmee levert de externe inhuur zowel continuïteits- als financiële issues op (de krapte op de arbeidsmarkt stuwt ook de te betalen tarieven omhoog). Daarnaast brengt deze krapte op de arbeidsmarkt met zich mee dat bij de inkoop van noodzakelijk personeel de rechtmatigheid niet altijd gegarandeerd kan worden en het inkoopproces vertragingen met zich meebrengt, met mogelijke werkdruk-verhogende effecten bij andere medewerkers. Voor de berekening van het geschatte risico wordt rekening gehouden met een percentage inhuur van 10%. 60

Aangezien het tarief van inhuur minimaal 15% boven de gewone personeelskosten van de Regio ligt, wordt het risico geschat op € 600.000 (10% met een hoger kostenpercentage van 15% (4,07 miljoen x 15%). De kans op het zich voordoen van dit risico wordt, gezien de toenemende krapte op de arbeidsmarkt, geschat op 25%. 11 IC

Uitval van systemen (digitaal leefplein)

Geschat risico € 400.000

Kans op voordoen 10%

Financieel effect € 40.000

Via het Digitaal Leefplein (DLP) worden digitale opdrachten tot het leveren van (jeugd)zorg en ondersteuning naar aanbieders verzonden. Vervolgens wordt door aanbieders de geleverde ondersteuning via DLP gedeclareerd, worden de declaraties vrijwel geheel geautomatiseerd gecontroleerd en worden de betaalbestanden voor gemeenten gegenereerd. Indien er problemen zijn met het Digitaal Leefplein heeft dit een directe invloed op de levering van zorg aan de inwoners, de financiële afwikkeling met de aanbieders of de rechtmatigheid van betalingen door gemeenten. Het DLP is in eigendom. In geval van uitval van het systeem door bijvoorbeeld een faillissement van de softwareleverancier zal het onderbrengen bij een andere leverancier tijd en geld kosten. Daarnaast kan het DLP uitvallen wanneer het berichtenverkeer stil komt te liggen door een software fout; dit risico kan zich 1 keer per jaar voordoen na de landelijke update. 12 IC

Aanvullende maatregelen digitaal leefplein

Geschat risico € 60.000

Kans op voordoen 30%

Financieel effect € 18.000

Door toename van de complexiteit van de administratie en daarbij horende processen bestaat de mogelijkheid dat er vanuit de financiële verantwoording sociaal domein aanvullende eisen aan het systeem worden gesteld. Daarnaast kan vanuit de bevindingen binnen de audits voor de jaarlijkse ISAE3402 certificering een noodzaak tot aanvullende maatregelen blijken. 13 GAD

Vergoedingen afvalfonds

Geschat risico € 250.000

Kans op voordoen 40%

Financieel effect € 100.000

Voor een aantal (verpakking)grondstoffen is er met de Stichting Afvalfonds een Raamovereenkomst Verpakkingen 2020-2029 afgesloten. In de overeenkomst zijn vergoedingen vastgelegd voor ingezamelde verpakkingen gedurende de loop van de raamovereenkomst. De feitelijke vergoedingen worden jaarlijks in het eerste kwartaal van het betreffende jaar vastgesteld. Het risico bestaat dat de feitelijke vergoeding lager uitvalt, waardoor de exploitatie van de afvalverwerking niet past binnen de begroting. 14 GAD

Ontwikkeling verwerkingstarieven/ opbrengsten recyclings-componenten

Geschat risico €1.000.000

Kans op voordoen 33%

Financieel effect € 330.000

De afgelopen jaren stonden in het teken van Corona, wat ervoor heeft gezorgd dat de grondstoffenmarkt een volatiel beeld liet zien. Het risico van de wereldwijde marktwerking is in combinatie met de directe gevolgen van de coronacrisis echter niet af te dekken. Daarnaast kunnen na het opstellen van een begroting tot de aanloop van het begrotingsjaar, een periode van een jaar, nog ontwikkelingen plaatsvinden die onvoorzienbaar waren ten tijde van het opstellen van de begroting. Er is in casu sprake van een prijs- en een hoeveelheidsrisico. De opbrengsten van de recyclings-componenten bewegen erg op en neer. Voor de verschillende grondstoffen (OPK, metalen, glas) is de verwachting dat de prijsontwikkeling erg volatiel blijft. Ook kan een achterblijvend scheidings-percentage leiden tot dito lagere opbrengsten voor recyclings-componenten. De risico’s worden zoveel als mogelijk binnen de aanbesteding geminimaliseerd. De macro economische prijsontwikkeling zal zich naar verwachting ook op termijn vertalen in per saldo hogere verwerkingstarieven. 15 RBL

Verlies of vermindering van VSV-middelen

Geschat risico € 275.000

Kans op voordoen 20%

Financieel effect € 55.000

Elke vier jaar ontvangt het RBL Rijksmiddelen voor de uitvoering van VSV-projecten. Het bestuurlijk overleg bestaande uit de gemeenten, mbo, UWV en RBL maken een gezamenlijk plan voor de besteding van de middelen. De verdeling van deze middelen onder de ketenpartners kan eind 2024 wijzigen. Het risico bestaat dat het RBL minder financiële middelen ontvangt voor de uitvoering van VSV-projecten; verwachting is dat de kosten van de uitvoering dan ook afnemen. Daarbij is een risico dat het verlies van baten voor het verlies van de kosten uitgaat. Omdat de VSV-middelen semistructureel zijn, is de kans dat het RBL helemaal geen middelen meer ontvangt zo goed als nihil.

Risicoprofiel Het totale risicoprofiel wordt op basis van bovenstaand bepaald op € 1.889.975. 61

#

Status

Risico

Geschat financieel risico

Kans op voordoen

Financieel effect

1

G

ALG

Ontwikkeling loonkosten

407.000

80%

325.600

2

G

ALG

Ontwikkeling pensioenkosten

200.000

25%

50.000

3

G

ALG

Arbeidsgerelateerde kosten

250.000

25%

62.500

4

N

ALG

Verlofsparen

357.500

25%

89.375

5

G

ALG

Ontwikkeling materiële kosten

376.000

75%

282.000

6

G

ALG

Privacy en gegevensbescherming

250.000

30%

75.000

7

G

ALG

Uitval ICT voorzieningen a.g.v. technische oorzaken

500.000

25%

125.000

8

N

ALG

Uitval ICT voorzieningen a.g.v. informatiebeveiligingsrisico’s

750.000

25%

187.500

9

G

ALG

Leegstand huisvesting

300.000

10%

30.000

10

O

IC

Krapte op arbeidsmarkt

600.000

20%

120.000

11

O

IC

Uitval van systemen (digitaal leefplein)

400.000

10%

40.000

12

O

GGD

Aanvullende maatregelen digitaal leefplein

60.000

30%

18.000

13

O

GAD

Vergoedingen Afvalfonds

14

G

GAD

Ontwikkeling verwerkingstarieven recyclingscomponenten

15

N

RBL

Verlies of vermindering van VSV-middelen

250.000

40%

100.000

1.000.000

33%

330.000

275.000

20%

55.000

Totaal risicoprofiel

1.889.975

Weerstandsvermogen Nu het risicoprofiel bekend is kan een relatie worden gelegd tussen de gekwantificeerde risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit. Relatie risico’s weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Risicoprofiel

Beschikbare weerstandscapacit

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen kan gemeten worden als de verhouding tussen de weerstandscapaciteit die de Regio beschikbaar heeft en de verwachte financiële gevolgen van de risico’s. Hij kan weergegeven worden als een ratio: Beschikbare weerstandscapaciteit Risico's (risicoprofiel) Deze wordt voor de Regio als volgt berekend: Bedragen x € 1.000

Omschrijving A Weerstandscapaciteit B Risicoprofiel C Weerstandsvermogen (A-B) D Ratio (A/B)

2024 1.164 1.890 - 726 0,62

Voor de vereiste omvang van de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s blijken in de praktijk geen harde normen voorhanden. Toch is een normering gewenst. De uitkomst van de vergelijking tussen norm voor weerstandsvermogen en de benodigde weerstandscapaciteit voor risico’s geeft informatie over de minimale omvang van de reservepositie. Voor de normering van het weerstandsvermogen wordt onderstaande waarderingstabel gehanteerd.

62

Ratio Weerstandsvermogen A >2 B 1,4 < x < 2 C 1,0 < x < 1,4 D 0,8 < x < 1,0 E 0,6 < x < 0,8 F < 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

De Regio streeft ernaar dat het weerstandsvermogen tenminste ‘voldoende’ is, zijnde een ratio van minimaal 1,0. Deze ratio is immers ook opgenomen in de nota ‘Spelregels weerstandvermogen verbonden partijen’, zoals deze in 2016 is vastgesteld door de colleges B&W van de zeven gemeenten, als ook in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader. Met de hiervoor berekende ratio van het weerstandsvermogen van 0,62 wordt niet aan deze norm voldaan, het weerstandvermogen is op dit moment onvoldoende te noemen. In de vergadering van het algemeen bestuur van 8 juli 2021 is de ratio weerstandscapaciteit tijdelijk vastgesteld op 0,75%, waarbij de vastgestelde norm ‘ratio weerstandcapaciteit dient minimaal 1,0 te zijn’ niet wordt nageleefd. Ten opzichte van dat moment laat de ratio een verslechtering zien. Door het incidenteel toevoegen van middelen aan de algemene reserve kan de ratio van het weerstandvermogen vergroot worden. Dit betekent dat er minimaal € 725.000 toegevoegd zou moeten worden aan de algemene reserve, om de norm wel weer na te leven. Bij de resultaatbestemming Jaarstukken 2022 is hiertoe een voorstel opgenomen.

Kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Bij besluit van 15 mei 2015 zijn de BBV-voorschriften aangepast en is het verplicht voorgeschreven om in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de volgende kengetallen op te nemen: 1. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. De solvabiliteitsratio; 3. Structurele exploitatieruimte; 4. Grondexploitatie; 5. Belastingcapaciteit. De onder 4 en 5 genoemde kengetallen zijn niet van toepassing voor de Regio. Ad 1) Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuld betreft de totale schuldlast (aangegane leningen). De schuldlast verminderd met alle doorgeleende/verstrekte leningen leidt tot een gecorrigeerde netto schuld (de schuldlast ten opzichte van eigen middelen). De netto schuldquote wordt berekend inclusief en exclusief doorgeleende gelden. Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en dat die gelden vervolgens worden doorgeleend aan derden.

De netto schuldquote wordt berekend door de geldelijke bezittingen af te trekken van de schulden. Het bedrag dat resteert is de netto schuld. Door deze netto schuld te delen door de inkomsten wordt de netto schuldquote verkregen (in- en exclusief doorgeleende gelden), uitgedrukt in procenten. De netto schuldquote (= netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) van de Regio is:

A) Vaste schulden B) Netto-vlottende schulden C) Overlopende passiva D1) Saldo financiële activa t.b.v. netto schuldquote D2) Saldo financiële activa t.b.v. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen E) Saldo uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar F) Saldo liquide middelen G) Saldo van overlopende activa H) Gerealiseerde baten Kengetal netto schuldquote (+A+B+C-D1-E-F-G)/H Kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen (+A+B+C-D2-E-F-G)/H

prognose 2022

begroting 2023

begroting 2024

begroting 2025

begroting 2026

begroting 2027

33.176 5.658 11.760 5.352 52

36.676 5.658 11.760 4.459 0

40.077 5.658 11.760 3.609 0

41.216 5.658 11.760 2.759 0

41.092 5.658 11.760 2.009 0

38.238 5.658 11.760 9 0

31.826

26.836

26.398

25.926

27.275

29.551

657 4.240 113.325 7,52% 12,19%

657 0 92.348 23,98% 28,81%

657 0 96.957 27,67% 31,40%

657 0 93.927 31,19% 34,12%

657 0 94.118 30,35% 32,49%

657 0 94.334 26,97% 26,98% 63

Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de schuld hoog (oranje). Als de netto schuldquote boven de 130% uit komt, dan bevindt men zich in de gevarenzone (rood). De netto schuldquote van de Regio van 27,67% is goed te noemen. Ten opzichte van de programmabegroting 2022-2025 is het percentage iets gewijzigd als gevolg van hogere schulden gecombineerd met een iets lagere financiële activa en hogere gerealiseerde baten. Ad 2) De solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de Regio in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de instelling. Het eigen vermogen wordt opgevat als de financiële buffer voor het opvangen van risico’s. De solvabiliteit is een graadmeter voor de mate waarin de instelling hiertoe in staat is. Afhankelijk van de directe opbrengstwaarde van de activa is een algemene vuistregel dat de minimumnorm van de waarde tussen de 20% en 45% ligt. Indien de solvabiliteitsratio onder de 20% komt, heeft de instelling zijn bezit zeer zwaar belast met schuld. Het licht staat dan op rood. Bij een solvabiliteitsratio tussen de 20% en 30% springt het licht op oranje. De solvabiliteitsratio van de Regio komt uit op:

A) Eigen Vermogen B) Totaal van alle passiva Kengetal solvabiliteitsratio (A/B)

prognose 2022 15.081 74.260 20,31%

begroting 2023 14.662 70.602 20,77%

begroting 2024 12.443 71.898 17,31%

begroting 2025 10.333 71.161 14,52%

Bedragen x € 1.000 begroting Begroting 2026 2027 10.067 9.915 70.895 68.001 14,20% 14,58%

De geprognotiseerde solvabiliteitsratio van de Regio voor 2024 is met 17,31% laag te noemen. De Regio heeft voorheen primair met het beschikbare eigen vermogen gefinancierd; financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt conform afspraak met gemeenten. De afgelopen jaren is hierdoor het eigen vermogen van de Regio afgenomen. De solvabiliteitsratio ligt vanaf 2024 onder de 20% en is daarmee risicovol te noemen. De vraag is, in hoeverre dat ook voor de solvabiliteit van de Regio van toepassing is, gezien het feit dat de Regio een gemeenschappelijke regeling betreft. Gemeenten geven er de voorkeur aan om het eigen vermogen van de Regio niet te groot te laten zijn; zij geven er de voorkeur aan deze middelen op de eigen balans te hebben staan. Ad 3 Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe wendbaar een instelling is. Als de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is een instelling in staat om (structurele) tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatie wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten, uitgedrukt in een percentage. Voor de Regio is het kengetal:

A) Structurele lasten B) Structurele baten C) Totaal structurele toevoegingen aan de reserves D) Totaal structurele onttrekkingen aan de reserves E) Gerealiseerde baten Kengetal structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E

Bedragen x €1.000

prognose 2022

begroting 2023

begroting 2024

begroting 2025

begroting 2026

begroting 2027

104.847 113.325 0 0 113.325

96.295 96.295 0 0 98.082

96.295 96.295 0 0 92.786

93.927 93.927 0 0 95.067

94.118 94.118 0 0 94.384

94.334 94.334 0 0 94.485

7,48%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

De Regio is in staat haar structurele lasten volledig te dekken vanuit structurele baten.

64

Financiële positie De financiële positie van de Regio is matig tot voldoende te noemen. De netto schuldquote (lager dan 90%) is gezond, net als de structurele exploitatieruimte. De solvabiliteitsratio is matig, maar vereist niet direct ingrijpen. De Regio financiert conform afspraken met gemeenten primair met eigen vermogen (wanneer dat mogelijk is) om financiering met vreemd vermogen zoveel mogelijk te beperken. Hierdoor valt de solvabiliteitsratio onder de categorie matig. Het weerstandvermogen is op dit moment onvoldoende te noemen. Bij het zich voordoen van een risico is de Regio niet in staat financiële gevolgen ervan op te vangen.

65

Onderhoud kapitaalgoederen Onderhoud k apit aal goederen

Inleiding Het kader voor de paragraaf Onderhoud van kapitaalgoederen wordt onder andere gevormd door artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten dat voorschrijft dat de paragraaf minimaal bevat het beleidskader, de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze financiële consequenties in de begroting. Daarnaast schrijft de Financiële verordening 2022 in artikel 20 voor dat de paragraaf de voortgang van het geplande onderhoud van werken en gebouwen vermeldt én dat het DB tenminste eens in de vier jaar het AB een onderhoudsplan voor kapitaalgoederen aanbiedt. In het plan is het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud opgenomen. In 2021 is het onderhoudsplan voor kapitaalgoederen opgesteld en ter instemming voorgelegd aan het AB. Kapitaalgoederen zijn aangekochte en/of tot stand gebrachte objecten die gedurende meerdere jaren nut geven. Achterstanden in het onderhoud ervan kunnen leiden tot onveilige situaties en/of kapitaalvernietiging. Het is daarom belangrijk om het onderhoud van kapitaalgoederen goed op orde te hebben.

Kapitaalgoederen Regio De vaste activa van de Regio zijn naar grove inschatting in te delen in de volgende posten: Bedragen x € 1.000

a) gronden en terreinen b) bedrijfsgebouwen c) grond- weg- en waterbouwkundige werken d) machines, apparaten en installaties e) vervoermiddelen f) overig Totaal

aanschafwaarde eind 2024 1.714 17.839 3.600 4.614 16.368 46.186 90.321

boekwaarde eind 2024 1.714 10.995 385 1.445 6.803 15.651 36.993

Locaties De Regio heeft een aantal locaties in eigendom. De aanschafwaarde van deze eigendommen is opgenomen onder gronden en terreinen (a), bedrijfsgebouwen (b), grond-, weg- en waterbouwkundige werken (c) en machines, apparaten en installaties (d). Het betreft de volgende locaties:  Het Regiokantoor aan de Burgemeester de Bordesstraat in Bussum  De locatie van de GAD aan de Hooftlaan in Bussum  De drie scheidingsstations van de GAD in Bussum, Huizen en Weesp Daarnaast heeft de Regio het hoofdkantoor van de RAV aan de Laan van Tergooi in Hilversum in eigendom, de grond ervan is in erfpacht. Van de GAD-locatie in Hilversum, waar het scheidingsstation en het overlaadstation zijn gehuisvest is de grond en het terrein niet in eigendom, ook daar ligt een erfpacht op. De inrichting, opstallen en installaties zijn wel eigendom van de Regio. Onderhoud op locaties In 2021 is het in 2018 vastgestelde meerjarig onderhoudsplan voor het Regiokantoor en de ondergelegen parkeergarage geactualiseerd naar de afschrijvingsperiode (35 jaar). Ook wordt hierin aandacht besteed aan de verdere verduurzaming. De dotatie aan de voorziening is € 270.000. Voor 2024 staat onderhoud gepland voor een bedrag van € 96.620 (excl. btw). Voor het onderhoud van het vastgoed op de GAD-locatie wordt ook gewerkt met een onderhoudsplan (2015) en een voorziening groot onderhoud gebouwen GAD.

Dit plan heeft een planningshorizon van 15 jaar. Voor 2024 staat onderhoud gepland voor een bedrag van € 58.897(excl. btw). De kapitaalgoederen bij het overlaadstation en bij de scheidingsstations zijn opgenomen in schema’s; naar bevind van zaken worden deze onderhouden of vervangen. Eind 2022 is gestart met een onderzoek naar de huisvesting van de GAD. De accommodaties van de GAD zijn sterk verouderd en liggen geografisch niet op de meest gunstige plekken binnen de Regio. De huidige locaties zijn namelijk binnenstedelijke locaties en liggen niet dichtbij snelwegen voor een goede logistieke ontsluiting. Dit brengt veel binnenstedelijk vrachtverkeer met zich mee binnen de 66

Regio. Deze ontwikkelingen zijn nog niet meegenomen in de Regiobegroting 2024-2027. Verdere uitwerking vindt plaats in 2023. Het onderhoudsplan voor hoofdkantoor van de RAV aan de Laan van Tergooi in Hilversum is in 2018 opgesteld voor een periode van 20 jaar. De jaarlijkse dotatie ligt op € 32.775 en wordt bekostigd vanuit de bijdragen van de zorgverzekeraar. Voor 2024 staat er onderhoud gepland voor € 9.063 (excl. btw). Onderhoud vervoermiddelen 13

Begin 2023 heeft de Regio de volgende voertuigen : Veilig Thuis GGD RAV GAD Algemeen

2 voertuigen 2 voertuigen 11 ambulances, 2 Medium Care ambulances, 1 Rapid Responder Ambulance en 1 Piket-voertuig 30 inzamelvoertuigen, 2 aanhangwagens grootvervoer en 13 overige voertuigen 5 voertuigen

Het onderhoud van de bedrijfsvoertuigen is uitbesteed. Voor het jaarlijks onderhoud en voor het incidenteel onderhoud en schades worden de voertuigen naar de daartoe gespecialiseerde garagebedrijven gebracht. De RAV heeft een onderhoudscontract met de importeur van de oudste drie ambulances afgesloten. Voor de nieuwere ambulances wordt het onderhoud separaat uitgevoerd. Voor het onderhoud van de voertuigen zijn budgetten opgenomen in de begroting. De bedrijfsvoertuigen worden vervangen via het autovervangingsplan. Dit autovervangingsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Indien het voertuig economisch is afgeschreven (afschrijvingstermijn is verlopen) wordt gekeken of het voertuig technisch nog verder kan. Dit geldt niet voor de ambulances, deze worden na afschrijving vernieuwd. Uitbreiding en/of vervanging van de bedrijfsvoertuigen wordt opgenomen in het investeringsplan in de begroting. Overige vaste activa Ten behoeve van de inzameling van de grondstoffen en afvalstoffen heeft de GAD veel containers in eigendom, bijvoorbeeld de vele boven- en ondergrondse verzamelcontainers in de wijken en de minicontainers bij de particuliere laagbouwwoningen. In het kader van het project Van Afval Naar Grondstof vindt een belangrijke uitbreiding hiervan plaats. De investeringen betreffen niet alleen de aanschaf van de containers, maar ook de plaatsingskosten van de ondergrondse containers.

Hiernaast zijn op de vier scheidingsstations en het overlaadstation grotere containers in gebruik. Voor het onderhoud van alle containers zijn budgetten in de begroting opgenomen. Net als bij alle andere kapitaalgoederen wordt steeds gekeken of onderhoud nog economisch verantwoord is of dat het wellicht voordeliger is tot vervanging over te gaan. Onder de overige vaste activa zijn ook ICTvoorzieningen en meubilair opgenomen.

13

Het wagenpark van Vervoer BV is eigendom van de BV en derhalve niet opgenomen in de paragraaf kapitaalgoederen van de Regio

67

Financiering Financieri ng

Inleiding In het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten) is een paragraaf financiering voorgeschreven voor zowel de begroting als de jaarrekening. Deze dient voor transparantie van de treasuryfunctie (financiering) van decentrale overheden. In deze paragraaf worden zo duidelijk mogelijk de plannen, feiten en visie over financiering uiteengezet.

Doelstellingen De financieringsparagraaf heeft als doel inzicht te geven in de algemene interne en externe ontwikkelingen die van belang zijn voor de treasury en de concrete plannen op het gebied van risicobeheer, financieringspositie en leningen- en uitzettingenportefeuille. De treasuryfunctie van de Regio omvat alle activiteiten die voorzien in de financieringsbehoefte van de Regio. De Regio moet tijdig over voldoende geld beschikken om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen (zoals bijvoorbeeld het op tijd betalen van salarissen en facturen van derden) tegen marktconforme condities. Om investeringen mogelijk te maken, trekt de Regio geldleningen aan met een langere looptijd. Het financieringsbeleid is nodig om de rente die de Regio moet betalen op de aangetrokken leningen te beheersen, de renteresultaten te optimaliseren en de daarmee samenhangende (ongewenste) risico’s, zoals renterisico’s, kredietrisico’s, koersrisico’s, liquiditeitenrisico’s en valutarisico’s, te beperken.

Beheersmaatregelen In het treasurystatuut zijn de volgende beheersmaatregelen vermeld: a. Renterisicobeheer Bij het afsluiten van nieuwe leningen loopt de Regio een renterisico. Ook bestaat er een renterisico op het moment van renteherziening bij een lopende lening. Een stijging van de rentetarieven ten opzichte van de begroting leidt namelijk tot hogere rentelasten. Renterisico is het gevaar van ongewenste veranderingen van de financiële resultaten van de Regio Gooi en Vechtstreek als gevolg van dit soort rentewijzigingen. Teneinde deze risico’s zoveel mogelijk te beperken:  worden nieuwe leningen/uitzettingen afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning;  wordt de rente typische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;  worden de kasgeldlimiet en de renterisiconorm niet overschreden. b. Intern liquiditeitsrisicobeheer Interne liquiditeitsrisico’s zijn risico’s die voortvloeien uit opportuniteitskosten als gevolg van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjareninvesteringsplanning. Ter beperking van het interne liquiditeitsrisico baseert de Regio Gooi en Vechtstreek haar financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin toekomstige inkomsten en uitgaven zijn gepland.

De Regio stelt een zo betrouwbaar en volledig mogelijke liquiditeitenplanning op, om daarmee de interne liquiditeitsrisco’s zoveel mogelijk te beperken. Essentieel is daarbij de kwaliteit en de tijdigheid van aangeleverde informatie omtrent de activiteiten en de invloed van deze activiteiten op de financiële positie van de Regio. c. Valutarisicobeheer Valutarisico’s zijn bij de Regio Gooi en Vechtstreek uitgesloten, zowel bij de financiële transacties als bij de commerciële transacties. Leningen worden enkel verstrekt, aangegaan of gegarandeerd in euro’s. Er zijn geen lopende transacties of langdurige overeenkomsten die zijn afgesloten in vreemde valuta. d. Financiering De financiering omvat de activiteiten die gericht zijn op het beheersen van de liquiditeitsposities en het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor een periode langer dan één jaar. Financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair het beschikbare eigen vermogen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren. 68

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:  Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;  Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken, met als doel de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren;  Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen;  De Regio is bij de financiering aangewezen op de Bank Nederlandse Gemeenten omdat andere bancaire instellingen deze publieke rechtsvorm niet vanzelfsprekend toelaten. De Regio heeft om die reden in de praktijk geen mogelijkheid om meer offertes te vragen voordat een financiering wordt aangetrokken. e. Uitzettingen Onder ‘uitzettingen’ wordt verstaan het uitzetten van financiële middelen bij een externe partij voor een periode langer dan één jaar.  Uitzettingen van tijdelijke overtollige financiële middelen uit hoofde van treasury vinden in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer uitsluitend plaats bij het Agentschap;  De Regio hanteert bij de tijdelijke uitzettingen, uit hoofde van treasury, de instrumenten die het ministerie van Financiën aanbiedt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12832354/1