Bijlage 2; Aanvullende Nota Zienswijze omgevingsvisie Eemnes
Tekst van het document
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes
7 januari 2026
Inleiding De raad heeft op 15 december 2025 besloten de ‘Nota van beantwoording zienswijzen omgevingsvisie Eemnes’ vast te stellen en de omgevingsvisie Eemnes (versie 1 mei 2025) met inachtneming van de Nota van beantwoording zienswijzen gewijzigd vast te stellen. De raad heeft daarnaast ook het amendement ‘groene buffer’ aangenomen. Na dit besluit is gebleken dat wij een zienswijze niet in behandeling hebben genomen. De zienswijze is binnen de inzagetermijn bij ons ingediend en er is een automatische ontvangstbevestiging verstuurd. De zienswijze is echter niet in de mailbox ontvangen. Dit houdt vermoedelijk verband met de grootte van een bijlage (76Mb) die de indiener ter ondersteuning van de zienswijze had bijgevoegd. Hierdoor is de zienswijze niet verbonden aan een zaaknummer en niet door ons in behandeling genomen. Het betreft een zienswijze van de Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU). Deze zienswijze nemen wij alsnog in behandeling. Ook deze ingebrachte zienswijze behandelen wij zorgvuldig. We stellen daar deze ‘Aanvullende nota van beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes’ voor op. Deze nota is een aanvulling op de op 15 december 2025 vastgestelde ‘Nota van beantwoording zienswijzen omgevingsvisie Eemnes’.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 2
1.
Zienswijze Wij waarderen de mogelijkheid om samen met de gemeente bij te dragen aan de ontwerp-Omgevingsvisie Eemnes. Namens de Natuur en Milieufederatie Utrecht maken wij graag van deze gelegenheid gebruik om schriftelijk een zienswijze in te dienen. Met onze zienswijze vragen wij aandacht voor thema’s en ontwikkelingen die onzes inziens nog ontbreken of aangepast moeten worden voordat de definitieve omgevingsvisie wordt vastgesteld.
Gemeentelijke reactie -
Onze zienswijze bestaat uit drie onderdelen en neemt de opbouw van de ontwerp omgevingsvisie als uitgangspunt: 1. Thematisch; [3 t/m 33] 2. Gebiedsgerichte uitwerkingen; [34 t/m 40] 3. Uitvoering. [41 t/m 44] Allereerst willen wij de gemeente bedanken voor het participatietraject met bewoners, ondernemers en organisaties Dat heeft geleid tot een goede basis die nu als ontwerp voorligt. We constateren echter ook dat er nog ruimte is voor verbetering.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 3
2.
Zienswijze Wij vinden dat de ontwerp Omgevingsvisie nog vrij abstract is. Maak deze zo concreet mogelijk, zodat de uitvoering eenvoudiger verloopt.
Gemeentelijke reactie Het balanceren van economische, sociale en ecologische belangen is complex. De omgevingsvisie helpt ons daarbij. De omgevingsvisie brengt op strategisch niveau verschillende thema’s samen, zoals ruimtelijke ordening, milieu, economie, natuur, wonen en mobiliteit. Dit helpt om beleid af te stemmen en tegenstrijdige belangen te balanceren. Het biedt een kader voor de toekomstige ontwikkeling van een gebied, met aandacht voor o.a. duurzaamheid, gezondheid en leefbaarheid. Natuur(waarden) en milieu zijn daarbij ook van groot belang. In de omgevingsvisie geven wij richting aan deze opgaven op strategisch niveau. De omgevingsvisie is zodoende, op een relatief hoog abstractieniveau, onze basis voor concrete plannen, programma’s en vergunningen. In hoofdstuk zes van de omgevingsvisie geven we aan wat de belangrijke vervolgstappen zijn voor het concretiseren en realiseren van de doelen en ambities uit de omgevingsvisies. De doelen en ambities uit de omgevingsvisie vertalen we in het omgevingsplan naar concrete regels voor de fysieke leefomgeving en toegestane activiteiten en ontwikkelingen. Via omgevingsprogramma’s vertalen we de doelen en ambities naar concretere beleidsdoelen, projecten en maatregelen. De omgevingsvisie geeft ook de strategische richting voor projecten en het begeleiden van initiatieven van derden.
Het realiseren van de doelen en ambities in deze omgevingsvisie is alleen mogelijk bij continue samenwerking met een breed scala aan (regionale) partners. Als gemeente nemen we daarom een regierol en zetten we in op het samenwerken en verbinden van partijen om de doelen te bereiken. Daarnaast gaan we ons beleid monitoren en evalueren. Dat doen we op twee manieren: i) via brede monitoring van de staat van onze omgeving met de Leefomgevingsfoto, en ii) via specifieke monitoring op doelen en ambities die in programma’s zijn uitgewerkt. U geeft aan de omgevingsvisie Eemnes vrij abstract te vinden en u vraagt ons deze concreter te maken met het oog op de uitvoering ervan. We constateren dat veel van uw inbreng veelal betrekking heeft op de wijze van uitwerking en uitvoering van onze strategische ambities en doelen. Diverse van de door u benoemde aandachtspunten zijn aan de orde bij (de afwegingen voor) het vaststellen van omgevingsprogramma’s, omgevingsplan, concrete projecten en uitvoeringsmaatregelen. De door u ingebrachte punten kunnen daarbij van grote waarde zijn en zullen we daar ook bij betrekken.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 4
3.
Zienswijze Het natuurbeleid in Nederland heeft zich lange tijd voornamelijk gericht op het beschermen, inrichten en beheren van natuurgebieden, zowel via Natura 2000 als via het Nationaal Natuurnetwerk Nederland. Buiten deze natuurgebieden is de kwaliteit van het landschap verder achteruitgegaan. Terwijl juist deze kwaliteit ook bijdraagt aan een robuuste kwaliteit in de natuurgebieden zelf. Om die reden is het belangrijk dat de Omgevingsvisie expliciet aandacht besteedt aan het waarborgen van de Basiskwaliteit Natuur juist in het landelijke en stedelijke gebied waar natuur niet de primaire functie is. Basiskwaliteit Natuur draagt immers bij aan een kwalitatieve, gezonde leefomgeving voor bewoners, planten en dieren. Het heeft ook een positief effect op de natuurgebieden. Voor gemeenten is de omgevingsvisie een goed instrument om de beleidsintentie aan te geven, dat overal binnen het grondgebied gestreefd wordt naar Basiskwaliteit Natuur. Helaas constateren wij dat dit onderwerp ontbreekt in het huidige ontwerp van de Omgevingsvisie. Wij roepen de gemeente op om de ontwerp omgevingsvisie aan te passen en Basiskwaliteit Natuur expliciet als uitgangspunt op te nemen.
Gemeentelijke reactie Het concept Basiskwaliteit Natuur is gekoppeld aan een kennisprogramma van diverse organisaties, waaronder Vogelbescherming Nederland, Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel en Wageningen UR. Het concept Basiskwaliteit Natuur wordt omschreven als de set van condities (milieucondities, inrichting en beheer) die algemene soorten nodig hebben om algemeen te blijven of worden. Zonder deze condities zullen de algemene soorten achteruitgaan. Basiskwaliteit Natuur richt zich met name op het landelijk en stedelijk gebied, waar natuur niet de primaire functie is. De omgevingsvisie Eemnes sluit aan op het doel van het concept Basiskwaliteit Natuur: het verbeteren van de biodiversiteit in het landelijk en stedelijk gebied, voor een gezonde leefomgeving en een veerkrachtige natuur. Ook wij richten ons niet alleen op natuur en natuurwaarden in natuurgebieden, maar ook in niet-natuurgebieden. We benoemen in onze omgevingsvisie dat goed groen cruciaal is voor een aantrekkelijke, karakteristieke, klimaatbestendige, biodiverse en gezonde leefomgeving (paragraaf 4.5). Ook geven we in paragraaf 4.5 aan dat we dieren die in gebouwen verblijven, beschermen. Dit doen we door middel van een soortenmanagementplan. In paragraaf 5.2 geven we aan dat we circulair, natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en het vergroenen van tuinen stimuleren.
In paragraaf 5.3 geven we aan dat we voor bedrijventerreinen inzetten op voldoende groen en het tegengaan van onnodige verharding. En in paragraaf 5.4 geven we aan dat we ook in het buitengebied de biodiversiteit en kwaliteit van natuur willen verhogen. Hoe we dit doen is onderdeel van verdere uitwerking. Het concept Basiskwaliteit Natuur en de kennis die daarbij door diverse partijen wordt ontwikkeld, kan daarvoor een methode zijn.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 5
4.
5.
Het is positief dat de gemeente verklaart dat een goed water- en bodemsysteem meer leidend moet zijn bij nieuwe ontwikkelingen. Wij stellen echter voor om – in de lijn met het beleid van de Provincie Utrecht – het begrip ‘water en bodem sturend’ te hanteren. Dit laat duidelijker zien dat het water en bodemsysteem echt de basis moet zijn voor keuzes in de ruimtelijke inrichting, en niet iets is waar je alleen maar rekening mee houdt. In de Ontwerp omgevingsvisie is een hoofdstuk met de titel ‘’Leidende principes’’. Hierin ontbreken juist de leidende principes – zoals toekomstbestendig, natuurinclusief, klimaatadaptief, circulair en functiecombinaties, landschapstype en de groenblauwe dooradering – die richtinggevend zouden moeten zijn voor ruimtelijke ontwikkeling, een circulaire samenleving en een integrale aanpak. Wij pleiten ervoor om deze principes alsnog op te nemen in dit hoofdstuk.
In de omgevingsvisie geven we in paragraaf 4.5 reeds aan dat een goed water- en bodemsysteem meer leidend moet zijn bij nieuwe ontwikkelingen. Dit biedt onzes inziens een duidelijke ambitie en doelstelling.
In Eemnes spelen diverse opgaven en ontwikkelingen waar we met deze omgevingsvisie op inspelen. Twee opgaven springen eruit en zijn voor onze gemeente extra belangrijk. Deze twee leidende principes vormen een belangrijke basis voor het stellen van concrete doelen en ambities voor diverse thema’s, waaronder de door u genoemde duurzaamheidsthema’s: - In paragraaf 2.2 benoemen we dat we een leidend principe nodig hebben dat uitgaat van ‘behoud én ontwikkeling’, juist omdat de leefomgeving onder andere moet worden aangepast aan duurzaamheidsopgaven zoals klimaatverandering, het verlagen van de CO2-uitstoot en het versterken van de natuur en biodiversiteit. - In paragraaf 2.3 benoemen we dat een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving voor iedereen een belangrijke pijler is voor de overkoepelende ambitie: het binden en verbinden van toekomstige generaties aan het dorp en aan elkaar. Deze twee leidende principes werken we uit in de hoofdstukken drie, vier en vijf. Waarin we o.a. nadrukkelijk kiezen voor: duurzaam bouwen en leven, mogelijkheden voor zonne-energie, route naar aardgasvrij, versterken van biodiversiteit, flexibel en betrouwbaar watersysteem, voldoende groen van goede kwaliteit, versterken en stimuleren gebruik (H)OV en stimuleren van wandelen en fietsen. Uit de indeling van en binnen de hoofdstukken kan overigens geen mate van belangrijkheid worden afgeleid.
Alle doelen en ambities in de omgevingsvisie Eemnes zijn belangrijk.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 6
6.
7.
Verschillende ontwikkelingen in de provincie en landelijk beïnvloeden het beleid in de gemeente Eemnes. Echter is de link met onder meer het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) niet benoemd en verder uitgewerkt terwijl dit wel een sterke stempel gaat drukken op alle gebiedsprocessen. Het is essentieel dat de koppeling met UPLG wordt opgenomen en vertaald in alle ambities van de omgevingsvisie.
In punt ‘’3.5. Aantrekkelijk buitengebied’’ ligt de nadruk vooral op wat er al is, in plaats van op wat er nog nodig is. De tekst wekt de indruk dat er weinig hoeft te veranderen. Toch is er nog ruimte voor verbetering: weidevogelgebied Eemland staat bekend als één van de belangrijkste weidevogelgebieden in Europa. Het is belangrijk om deze status en situatie in stand te houden en constant te werken aan verbetering daarvan. Het gebied kent weliswaar de hoogste dichtheid aan weidevogels ten opzichte van andere weidevogelgebieden in de provincie. Maar op de Soortenkijker van Groene Bondgenoten scoort het gebied tussen C
Op diverse plekken in de omgevingsvisie geven wij aan wat onze ambities en doelen zijn voor ons buitengebied. Samen met onze partners, waaronder o.a. de provincie Utrecht, spannen wij ons in voor het realiseren van deze ambities. De omgevingsvisie heeft het karakter van een strategisch document, waarin de lange termijn ambities en richtinggevende keuzes van de gemeente zijn vastgelegd. In dit type document verwijzen wij bewust niet naar specifieke beleidsdocumenten van derden, omdat deze in de loop van de tijd van naam en/of inhoud kunnen wijzigen of vervangen kunnen worden. Het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) is momenteel in ontwikkeling (terinzagelegging) en daarmee (nog) geen vastgesteld document. We zijn hier wel met de provincie Utrecht over in gesprek, samen met andere partners. Wij brengen daarbij de door ons geformuleerde ambities en doelen in en nodigen de provincie, en alle andere partners, uit om daar invulling aan te geven via hun eigen beleid en met projecten, maatregelen en gebiedsprocessen. De verdere uitwerking en ontwikkelingen in bijvoorbeeld gebiedsprocessen of instructieregels van de provinciale verordening kunnen op termijn eventueel leiden tot een toekomstige aanpassing in onze omgevingsvisie. In hoofdstuk 3 gaan we in op de kenmerken en kwaliteiten van onze gemeente die we willen behouden en waar mogelijk versterken.
Dit gaat daarmee dus inderdaad uit van datgeen wat er is. Hoofdstuk 4 bevat vervolgens de doelen en ambities voor ontwikkelingen per thema. In hoofdstuk 5 vertalen we de kwaliteiten, doelen en ambities naar de diverse deelgebieden, waaronder het buitengebied. In paragraaf 3.5 hebben we opgenomen dat een belangrijk kenmerk van het open polderlandschap is (wat we willen behouden en waar mogelijk versterken): “De aanwezigheid van weidevogels. Daar zijn we
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 7
en D (waarbij A de beste en E de slechtste score is). Neem daarom gerichte maatregelen om de kwaliteit van de weidevogelgebieden te verbeteren.
8.
Wij vinden het jammer dat de ontwerp Omgevingsvisie geen specifiek thema bevat over het beschermen en versterken van natuurgebieden, met name het Natura 2000-gebied Eemmeer en het NNN de Eem. Wij vinden het wenselijk dat de Omgevingsvisie een afzonderlijk thema wijdt aan de bescherming en ontwikkeling van deze gebieden, waarin ook aandacht besteedt wordt aan de volgende punten: • Voorkom aantasting Natura 2000-gebied en zorg dat er in het NNN geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. De landschappen in de gemeente maken deel uit van regionale, nationale en Europese ecologische structuren (Natuurnetwerk Nederland NNN en Natura 2000). Samen vormen deze gebieden essentiële ecologische verbindingszones tussen omringende natuurgebieden. In de ontwerp omgevingsvisie ontbreekt dit uitgangspunt. Wij pleiten ervoor om in de visie expliciet op te nemen dat er in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden in het NNN. Het NNN moet bovendien worden afgemaakt, zoals door toevoeging van de Groene Contourpercelen. Ook verzoeken wij op te nemen hoe het NNN verder versterkt en ontwikkeld gaat worden.
trots op en willen we behouden.” In paragraaf 5.4 geven we aan: “We streven naar: Behoud en versterken van de polder als uniek en zeer waardevol gebied voor weidevogels.” … “Agrariërs zijn cruciaal voor behoud van het landschap en de weidevogelreservaten. We stimuleren hen om deze rol te versterken.” De door u benoemde aandachtspunten spelen daarbij een rol. Deze aandachtspunten nemen we mee in de uitwerking van de omgevingsvisie. De paragrafen 3.5, 4.5, 4.6 en 5.4 bevatten onze ambities en doelen voor onder andere natuur en natuurgebieden en doen dit in integrale samenhang met andere ambities. In paragraaf 5.4 gaan we specifiek in op ‘buitengebied type 1: beschermde natuur’. De Natura 2000-gebieden worden beheerd door de provincies (voor de meeste terreingebieden) en door Rijkswaterstaat (voor gebieden op en rond rijkswateren), in samenwerking met de lokale terreinbeheerders (natuurbeheerorganisaties). De rijksoverheid is verantwoordelijk voor het vastleggen en begrenzen van Natura 2000gebieden en het vaststellen van beheerplannen, in samenwerking met provincies (en onder toezicht van de Europese Commissie). De provincie is verantwoordelijk voor het vastleggen van de begrenzingen van NNN. Dit doet zij via haar provinciale omgevingsverordening en de daarin opgenomen instructieregels en restricties voor de als NNN aangewezen gebieden.
Ook gemeenten zijn hier aan gebonden bij het opstellen van het gemeentelijke omgevingsplan en het verstrekken van omgevingsvergunningen. Het voldoen aan de provinciale (en landelijke en Europese) regels is uiteraard voor ons een belangrijk uitgangspunt. Het aanmerken van Groene contour-percelen is een instrument uit de provinciale omgevingsverordening die volgt uit de provinciale Natuurrealisatiestrategie 2009. Deze groene contour-percelen nemen
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 8
9.
we niet op, omdat dit een door de provincie aangeduid werkingsgebied is. Wanneer de provincie daadwerkelijk inzet op natuurontwikkeling op deze percelen (waaronder het beschikbaar stellen van voldoende middelen hiertoe), dan worden de bijbehorende instructieregels voor Natuur van toepassing, ook voor gemeenten. Dank voor het delen van de door Oostbroek (Utrechts Landschap, • Zet in op duurzaam herstel van natuursystemen: Natuurvisie Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, LEU, IVN en NMU) opgestelde Utrecht 2050. Om de natuur te versterken is het essentieel dat gewerkt wordt aan duurzaam systeemherstel en ontwikkeling van Natuurvisie Utrecht 2050. Wij hebben hier kennis van genomen. Vanuit de in onze omgevingsvisie geformuleerde ambities en doelen kwetsbare dier- en plantensoorten en herstel van ecosystemen. staan wij open voor initiatieven die betrekking hebben op het De samenwerkende natuurorganisaties die verenigd zijn in versterken van natuur en natuurwaarden, bijvoorbeeld ten aanzien Oostbroek (Utrechts Landschap, Natuurmonumenten, van natuurinclusieve landbouw, groenblauwe dooradering en Staatsbosbeheer, LEU, IVN en NMU) hebben een gezamenlijke oeverlandjes. Deze dienen altijd te worden afgewogen in het totaal Natuurvisie opgesteld in 2023. Deze natuurvisie beschrijft van alle ambities en doelen in de omgevingsvisie.
toekomstscenario’s voor de zes belangrijkste landschapstypes in de provincie Utrecht. Wij roepen de gemeente op kennis te nemen van deze Natuurvisie én om de aanbevelingen uit deze Natuurvisie op te nemen in de definitieve omgevingsvisie, in ieder geval voor het onderdeel Eem & Randmeren (zie bijlage Natuurvisie - Ontwikkelkansen voor Eem & Randmeren (Natuurvisie)). In onze natuurvisie roepen wij de gemeente op om: ▪ de leefgebieden voor weidevogels en ganzen (rustgebieden) te vergroten: ✓ Stimuleer natuurinclusieve landbouw ▪ de groenblauwe dooradering van het landschap te vergroten: ✓ Leg kleine landschapselementen aan. ✓ Herstel cultuurhistorische landschapselementen als eendenkooien, houtkaden, tiendwegen en grienden. ✓ Ontwikkel sloten met natuurvriendelijke oevers.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 9
10.
11.
▪ de oeverlandjes met hun kenmerkende vegetatie van zomerklokjes en dotterbloemen langs de veenriviertjes te beschermen (zie natuurvisie, p.4). Thema 4.1. ‘’Generatie(ver)bindend wonen’’ Wij waarderen dat de gemeente – naast de ontwikkeling van Zuidpolder Zuid en Ocriet en de verkenning voor woningbouw aan de noordzijde van het dorp – ook mogelijkheden ziet voor woningbouw op inbreidings-en transformatielocaties, evenals voor het beter benutten van de bestaande woningvoorraad. Wij zouden het op prijs stellen als de volgende punten ook in de Omgevingsvisie worden opgenomen: - Hoogbouw: Op pagina 37, onder punt ‘’Kleinschalige inbreiding en transformatie’’ van de ontwerp Omgevingsvisie staat vermeld dat de gemeente openstaat voor meerlaags bouwen als dat op de locatie passend is. Dit is een stap in de goede richting. Wij geven de voorkeur aan een compacte groei en hoger bouwen (hoger dan 4 lagen), binnen de huidige bebouwingszone, zodat er veel ruimte voor groen behouden blijft. Wij verzoeken de gemeente om dit uitgangspunt expliciet op te nemen in de Omgevingsvisie, als richtgevend principe voor toekomstige ruimtelijke ontwikkeling.
- Woningbouw aan de noordzijde van Eemnes: in de Ontwerp Omgevingsvisie lezen we op pagina 37 dat – naast de concrete woningbouwprojecten Zuidpolder Zuid en Ocriet – er mogelijkheden worden verkend voor woningbouw aan de noordzijde van het dorp, vanwege het afnemen van de agrarische functie in dit gebied. Indien er daadwerkelijk woningen worden gerealiseerd aan de noordzijde van Eemnes, verzoeken wij om deze zoveel mogelijk te clusteren in of bij de bestaande woonkern. Wij verwijzen hier ook naar de voorwaarden opgenomen in artikel 9.11, lid 1 onder b van de Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht, waarin staat vermeldt dat ‘’door sloop wordt de oppervlakte van de fysieke aanwezige bebouwing met 50%
Zoals in de omgevingsvisie aangegeven staan we positief tegenover meerlaags bouwen als dat op de locatie passend is. Voor zowel inbreiding als splitsing van kavels en woningen, hanteren we de principes die zijn opgenomen in paragraaf 5.2. Dit betekent onder andere: “Aansluiten op en bijdragen aan de typische Eemnesser beeldkwaliteit. Dat betekent dat nieuwbouw past bij de aard, schaal en basisprincipes van de architectuur in het dorp.”
In de omgevingsvisie hebben we een onderzoeksgebied hebben opgenomen aan de noordzijde van Eemnes ten behoeve van eventuele woningbouw. De noordzijde van het dorp zien wij als een potentieel geschikte locatie voor woningbouw omdat de agrarische functie hier afneemt en het dorp met verder ontwikkeling aan de noordzijde ruimtelijk in evenwicht blijft. Elders in de gemeente zijn geen grote locaties beschikbaar om aan de urgente woningbouwbehoefte te voldoen. De verkenning voor woningbouw aan de noordzijde van ons dorp volgt op een later moment, als uitwerking van de omgevingsvisie. Pas dan wordt duidelijk om hoeveel woningen het wat de gemeente
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 10
12.
gereduceerd, waarbij te behouden historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing niet in de berekening wordt betrokken’’. Daarnaast verzoeken wij om niet alle VAB-locaties te herontwikkelen. Op deze manier kunnen vrijgekomen percelen ook benut worden voor duurzame landbouw of natuur. Voorwaarde moet wel zijn dat VAB-percelen alleen voor duurzame landbouw mogen worden gebruikt. Op die manier stimuleert en faciliteert de gemeente natuurinclusieve initiatieven en biologische boeren die bijdragen aan de UPLG doelen en andere. Vraagstuk: Kunt u in de omgevingsvisie verduidelijken wat de brandbreedte van het aantal woningen zou zijn en waar deze precies gepland zijn (bijvoorbeeld in de kernrandzone)? Thema 4.3. ‘’Veilige en duurzame mobiliteit voor iedereen’’ Wij waarderen het dat de gemeente zich inzet voor het verbeteren van de openbaar vervoerverbindingen tussen Eemnes en omliggende steden. Toch blijkt uit Afbeelding 6 ‘’Schematische weergave van het stimuleren van wandelen en fietsen voor korte ritten’’ dat de auto een belangrijk vervoermiddel blijft voor 1) ritten tussen buurdorpen, 2) ritten naar Amsterdam, Amersfoort, Utrecht en Almere en 3) nationaal en internationaal verkeer.
Deze nadruk op de auto komt ook terug op pagina 40: ‘’Tegelijk zien we dat een goede autobereikbaarheid en parkeren erg belangrijk zijn voor concurrentiepositie en levensvatbaarheid van winkels en andere voorzieningen’’. Wandelen en fietsen worden daarentegen enkel gestimuleerd voor lokale ritten binnen het dorp. Wij vinden dit een gemiste kans aangezien ook grotere afstanden tot ca 30 km prima op de (elektrische) fiets gedaan kunnen worden. Wij pleiten ervoor om het STOMP-principe ook toe te passen op het bovenlokaal niveau, en om een lagere parkeernorm – zoals toegepast voor de woningbouwlocatie Zuidpolder Zuid –
betreft zou kunnen gaan. Uw vragen zijn dus nog onderwerp van onderzoek.
We realiseren lokale en regionale hoofdfietsroutes om bijvoorbeeld woon-werkverkeer, school- en familiebezoek op de fiets te stimuleren. Niet alleen voor verplaatsingen binnen het dorp, maar ook tussen buurdorpen. En door aan te sluiten op andere (regionale) fietsroutes stimuleren we daarmee ook (elektrisch) fietsen over grotere afstanden. In de ontwikkelprincipes in paragraaf 5.2 hebben we opgenomen: “Wandelen, fietsen en OV-gebruik wordt bevorderd, deelmobiliteit wordt in samenwerking met de initiatiefnemer gestimuleerd en/of de parkeerbehoefte wordt op eigen terrein opgelost. Zo voorkomen we een te grote toename van parkeerdruk in de straat. Als parkeren op eigen terrein niet mogelijk is, dragen initiatiefnemers bij aan het aantrekkelijker maken van deelautogebruik.” De ontwikkelprincipes gelden gemeente-breed. De ambities en doelen ten aanzien van mobiliteit staan verder uitgewerkt in de recent vastgestelde Verkeersvisie en het eerder vastgestelde Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan (GVVP) Eemnes.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 11
13.
gemeente-breed te hanteren. Dit geldt ook voor het stimuleren en faciliteren van deelvervoer. .Wij verzoeken de gemeente daarnaast om deze inzet te versterken en te verankeren met aanvullende maatregelen in de Omgevingsvisie, die duurzame mobiliteitskeuzes daadwerkelijk stimuleren. Wij vinden het positief dat in de bebouwde kom maximaal 30 km/h de norm wordt. Denk daarbij ook aan: - Verlaging van parkeernormering; - Realisatie van autoluwe centra’s; - Voorrang geven aan duurzame vervoerswijzen bij de (her)inrichting van de openbare ruimte, bijvoorbeeld door bredere fietspaden, veilige voetgangersbruggen en de aanleg van busbanen; - beperken van het autogebruik, onder andere door parkeerregulering die 'gebiedsvreemde' parkeerders weert en zo de parkeerdruk vermindert en de leefbaarheid van wijken vergroot; - Het onaantrekkelijk maken van het bezit van meerdere auto’s met parkeerregulering; - Het stimuleren van fietsgebruik voor afstanden tot 30 km, onder andere door de aanleg van doorfietsroutes. Thema 4.4. ‘’Ruimte voor werken en ondernemen’’ Verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen. Wij waarderen het dat de gemeente streeft naar het verduurzamen van bestaande bedrijventerreinen.
Vraagstuk: Op welke concrete wijze gaat de gemeente deze verduurzaming realiseren? Wij verzoeken de gemeente om in de Omgevingsvisie duidelijke en concrete maatregelen op te nemen om bestaande bedrijventerreinen te verduurzamen. Denk hierbij aan het stimuleren van groene daken en gevels, alsook het multifunctioneel
Onze omgevingsvisie is niet de plek voor het opnemen van concrete maatregelen. In paragraaf 5.3 geven we wel aan: “We zien graag dat de bedrijventerreinen zich ontwikkelen in een duurzame richting met een hoge ruimtelijke kwaliteit. Om dat te bereiken zetten we in op: · Duurzame bouw. Voor het behalen van onze duurzaamheidsdoelstellingen is ook veel winst te halen door het verduurzamen van bedrijfspanden, besparen van energie en minder (drink)watergebruik. · Een klimaatbestendige inrichting van het terrein met voldoende groen en het tegengaan van onnodige verharding.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 12
gebruik van daken, bijvoorbeeld voor waterberging, biodiversiteit of duurzame energieopwekking.
14.
15.
Nieuwe bedrijven. In de ontwerp Omgevingsvisie wordt voorgesteld om de bedrijfszone langs de snelweg A27 intensiever te benutten voor bedrijvigheid. Wij adviseren om bij nieuwbouw daken te benutten voor duurzame energieopwekking, warmtewinning uit regenwater, opslag regenwater voor toiletten, recreatieplekken, waterberging, biodiversiteit, recreatieplekken, etc. Om deze functies mogelijk te maken adviseren wij om in de Omgevingsvisie op te nemen dat daken even stevig moeten zijn als de vloer van een nieuwe verdieping. Daarnaast vragen wij de gemeente expliciet in de visie op te nemen dat men actief bedrijven wil aantrekken die bijdragen aan de circulaire economie.
Buitengebied: agrarische en recreatieve bedrijven Wij waarderen de ambitie van de gemeente om te werken aan een moderne agrarische sector waarbij boeren een belangrijke rol hebben in natuurbeheer en onderhoud van het landschap. Ook
· We vinden het belangrijk dat er voor werknemers een gezonde werkomgeving is. Dat betekent voldoende groen, voorkomen van geluidsoverlast en mogelijkheden om even een ommetje te maken tijdens de pauze. · Een goede bereikbaarheid voor zowel auto’s en vrachtverkeer als voor de fiets en het openbaar vervoer.” Onder andere in paragraaf 5.3 staan ambities en doelen voor de bedrijventerreinen, waaronder duurzame bouw. En in paragraaf 4.5 geven we bijvoorbeeld aan dat we voor de opwek van duurzame energie inzetten op zonnepanelen op daken van onder andere bedrijven. De uitwerking van hoe we hier invulling aan geven vindt plaats in onder andere het omgevingsplan en nemen we niet op in de omgevingsvisie zelf. In onze omgevingsvisie geven we in paragraaf 4.5 aan dat we toewerken naar een circulaire economie waarbij de hoeveelheid restafval wordt beperkt en de recycling van grondstoffen wordt gestimuleerd. Dit geldt niet alleen voor nieuwe bedrijven, maar ook voor bestaande bedrijven. Paragrafen 4.4 en 5.3 bevatten onze doelen en ambities voor werken en ondernemen en bedrijventerreinen. We zien in onze gemeente de volgende type vestigingsmilieus voor werken en ondernemen waar we op in blijven zetten.
De bedrijventerreinen voor lichte bedrijvigheid, woongebieden voor bedrijf aan huis, het dorpscentrum voor publieke functies en (startende) ondernemers en het buitengebied voor agrarische en recreatieve ondernemers. De gemeente helpt en faciliteert waar mogelijk, denkt actief mee wanneer ondernemers kansen zien en zorgt voor voldoende flexibele omgevingsplannen. In onze omgevingsvisie benoemen we reeds het belang van weidevogels en het streven naar het behouden en versterken van het gebied voor weidevogels. In paragraaf 3.5 van de omgevingsvisie hebben we opgenomen dat een belangrijk kenmerk van het open
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 13
juichen wij de ondersteuning van landbouwondernemers richting een duurzame natuurinclusieve landbouw toe. Binnen de agrarische functies zijn veel maatregelen mogelijk om te werken aan hogere natuurwaarden, bijvoorbeeld door natuurinclusieve praktijken of agrarisch natuurbeheer. Het belang van dit gebied als leefgebied voor weidevogels is groot. Wij zouden het dan ook toejuichen als de gemeente de versterking van dit weidevogelgebied expliciet meeneemt in haar Omgevingsvisie.
16.
Thema ‘’Duurzaam voor volgende generaties’’ Flexibel en betrouwbaar watersysteem In de ontwerp Omgevingsvisie lezen we dat de gemeente zich inzet voor 1) een efficiënter watergebruik, door inwoners en bedrijven te stimuleren bewuster met water om te gaan en innovatieve technieken te ondersteunen die water verbruik verminderen en 2) het structureel verhogen van de waterkwaliteit. Daarnaast wordt gesteld dat bij nieuwbouw en renovatie hemelwater zoveel mogelijk lokaal moet worden opgevangen. Dit juichen wij toe. Wat echter ontbreekt in de Omgevingsvisie, is een duidelijke koppeling met de Kaderrichtlijn Water en de bijhorende ecologische kwaliteitsdoelstellingen, evenals met de Uitvoeringsagenda Impuls Kaderrichtlijn Water 2025-2027. Wij verzoeken de gemeente om de ecologische kwaliteitsdoelstellingen van de Kaderrichtlijn Water en het definitieve Uitvoeringsprogramma Impuls Kaderrichtlijn Water nadrukkelijk op te nemen in het wijzigingsproces van de Omgevingsvisie. In het nieuwe Uitvoeringsprogramma Impuls KRW 2025-2027 wordt bovendien expliciet benadrukt dat ook de gemeenten een belangrijke rol hebben bij het realiseren van de KRW-doelen. De
polderlandschap is wat we willen behouden en waar mogelijk versterken: “De aanwezigheid van weidevogels. Daar zijn we trots op en willen we behouden.” In paragraaf 5.4 geven we aan: “We streven naar: Behoud en versterken van de polder als uniek en zeer waardevol gebied voor weidevogels.” … “Hier is de primaire functie landbouw die zich in een duurzame en natuurinclusieve richting ontwikkelt met agrarisch natuur als belangrijke nevenfunctie. Agrariërs zijn cruciaal voor behoud van het landschap en de weidevogelreservaten. We stimuleren hen om deze rol te versterken.” “Een groot deel van de polder is door de provincie aangewezen als weidevogelkerngebied en/of stiltegebied.” Het structureel verhogen van de waterkwaliteit en een toekomstbestendig (grond)watersysteem is ook voor ons belangrijk. Dat betekent een robuust, betrouwbaar en flexibel systeem dat zowel in natte als droge periodes zorgt voor de juiste hoeveelheid water van goede kwaliteit. In paragraaf 4.5 geven we dit ook aan en hebben we doelen en ambities opgenomen die moeten bijdragen aan o.a. een betere waterkwaliteit en daarmee het behalen van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze werken we waar nodig onder andere uit in het omgevingsplan en omgevingsprogramma's.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 14
17.
18.
Provincie Utrecht roept gemeenten op hier actief aan bij te dragen, onder andere door KRW-vereisten te borgen in ruimtelijke ontwikkelingen en door emissies vanuit het rioolsysteem te voorkomen. Wij roepen daarom de gemeente op om in de visie – voor alle deelgebieden – helder en concreet aan te geven welke maatregelen zij zal nemen om de waterkwaliteit te verbeteren en te behouden. Daarnaast ontbreken er enkele essentiële maatregelen, zoals het herstel van kwelstromen en het minder diep maken van onnodig diepe watergangen. Deze zijn nochtans cruciaal voor het behoud van natuur die afhankelijk is van kwelwater. Voldoende groen van goede kwaliteit en duurzaam bouwen en leven. Wij waarderen dat de gemeente investeert in meer groen, inwoners stimuleert om de trend naar verharding van tuinen te keren en juist te vergroenen. Ook verwelkomen wij de ambitie om nieuwbouw circulair, natuurinclusief, klimaatadaptief en duurzaam te realiseren. Wij zouden het op prijs stellen als de volgende punten ook in de Omgevingsvisie worden opgenomen: - Convenant Toekomstbestendig Bouwen: In de Ontwerp Omgevingsvisie staat vermeld dat de gemeente doet mee aan het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. Eind oktober 2024 is het Convenant Toekomstbestendig Bouwen versie 2.0 gepubliceerd. Het is passend om hierop aan te sluiten in de Omgevingsvisie.
Verder roepen wij u op om met deze aangepaste normen te werken in uw uitvragen voor nieuwbouw. Bij praktische vragen over implementatie van de eisen uit het convenant zijn er hulptroepen, o.a. [geanonimiseerd]. - Bewonerscollectieven: In de Ontwerp Omgevingsvisie wordt niets gezegd over bewonerscollectieven. Dit vinden wij een gemiste
In onze omgevingsvisie wordt verwezen naar het Convenant Toekomstbestendig Bouwen als instrument waarmee de gemeente haar duurzaamheidsambities ondersteunt. Het convenant is een dynamisch document dat periodiek geactualiseerd kan worden. De inhoud en uitgangspunten van het convenant zijn onverkort van toepassing, ongeacht de specifieke versie waarnaar wordt verwezen. Om die reden wordt in de omgevingsvisie geen nadere toelichting of verwijzing naar een specifieke versie van het convenant opgenomen.
In onze omgevingsvisie geven we aan dat we het samenwonen (van generaties) in een collectieve woonvorm of op één kavel/ woning
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 15
19.
20.
kans. Geef bewonerscollectieven de kans met elkaar een deel van de wijk te ontwikkelen, waarbij functies gedeeld worden. Bewonersinitiatieven zijn al jarenlang actief in het ondersteunen en ontzorgen van bewoners bij het verduurzamen van hun woningen en het vergroenen van hun buurt. Bewonersinitiatieven bereiken ook bewoners die voor overheden moeilijker toegankelijk zijn. Geef ze een volwaardige plek in de omgevingsvisie. - Natuurinclusieve woningen: Om natuur een volwaardige plaats te geven binnen nieuwbouwontwikkelingen, pleiten wij voor de ontwikkeling van een puntensysteem voor natuurinclusief bouwen, en vragen wij om dit expliciet op te nemen in de Omgevingsvisie. Maak van de stad een onderdeel van het natuurlijke systeem door daken, tuinen, gevels en andere onnodig verharde oppervlakken om te vormen tot groene oases met inheemse beplanting en stel ambities om de overgang van landelijk gebied naar de stad te verbeteren, zodat natuurwaarden vanuit het landelijk gebied doorlopen in de stad. Zorg ook voor een biobased en natuurinclusieve bebouwing die volop nestgelegenheid voor dieren biedt. We wijzen hierbij graag op de natuurvisie die door de verschillende Utrechtse natuurorganisaties is opgesteld. En specifiek naar het nieuwe deel, ‘’natuur in de stad’’. Deze is te vinden op: Natuurvisie Utrecht 2050.
- Recreatieve natuur: Wij verwelkomen dat de gemeente gelijktijdig met de groei van de gemeente het recreatief groen en natuur te versterken. Zorg ervoor dat recreatieve natuur ook wordt geïntegreerd in bestaande stedelijke gebieden, en niet alleen in nieuwbouwprojecten. Denk in dit kader aan de 3-30-300 regel (3: iedereen moet vanuit zijn woning minimaal 3 bomen kunnen zien; 30: een minimale boomkroonbedekking in buurten van 30%; 300: iedereen zou op 300 meter wandelafstand van zijn woning een groene verblijfsplek of park van tenminste 1 hectare moeten hebben). Ook de landelijke bomennorm kan hierbij richtinggevend
beter willen faciliteren door bijvoorbeeld woningsplitsing en meergeneratiewoningen. We zien dat daar behoefte aan is. Vanuit de ambities en doelen in de omgevingsvisie staan we open voor bewonersinitiatieven, waaronder een collectieve woningbouw.
Naar verwachting verkrijgt de gemeente Eemnes begin 2026 de vergunning voor het Soortenmanagementplan. In dit plan is vastgelegd op welke wijze wordt omgegaan met beschermde diersoorten die in gebouwen verblijven. Dit vormt een belangrijk kader voor een natuurinclusieve aanpak bij verduurzaming, renovatie en sloop- en nieuwbouwprojecten. Daarnaast neemt de gemeente deel aan het Convenant Toekomstbestendig Bouwen, waar natuurinclusief bouwen een onderdeel van is. De omgevingsvisie heeft een strategisch karakter. Het expliciet opnemen van concrete instrumenten, zoals een puntensysteem, past niet binnen het abstractieniveau van de omgevingsvisie.
In onze omgevingsvisie benoemen we dat we een dorps en groen karakter willen behouden en dat we voldoende groen van goede kwaliteit willen hebben. En bij zowel inbreiding als splitsing van woningen willen we kwalitatief en waardevol groen zoveel mogelijk behouden. Zoals u aangeeft zijn hiervoor meerdere normen beschikbaar. Wij hebben nog niet bepaald wat voor Eemnes een goede en bruikbare norm is. Bij de uitwerking van het omgevingsplan en omgevingsprogramma's gaan we dat bepalen.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 16
21.
22.
zijn. Wij vragen de gemeente dit expliciet op te nemen in de Omgevingsvisie. - Groene daken: In de ontwerp Omgevingsvisie wordt de aanleg van groene daken en gevels niet benoemd. Wij pleiten ervoor om dit expliciet op te nemen, met name in relatie tot woningbouw. Wij verwijzen in dit verband ook naar onze eerdere opmerkingen over ‘’daken’’ onder het Thema 4.4. ‘’Ruimte voor werken en ondernemen’’.
Mogelijkheden voor zonne-energie De paragraaf over ‘’zonne-energie’’ is te summier uitgewerkt. Wij vragen aandacht voor de volgende punten, die volgens ons eveneens een plaats verdienen in de Omgevingsvisie: - Duurzame energie-opwek: In de Ontwerp-Omgevingsvisie lezen we dat de gemeente zich inzet op zonne-energie, onder andere via twee zoekgebieden voor zonnevelden bij knooppunt A27-A1. Ook lezen we dat windmolens niet wenselijk zijn in verband met behoud van het karakteristieke polderlandschap. Wat we echter missen, is een toelichting op hoe de gemeente denkt een robuust energiesysteem te realiseren zonder gebruik te maken van windenergie. Een combinatie van zonne-en windenenergie draagt bij aan een evenwichtiger energiesysteem (minder netcongestie omdat de piekmomenten van wind en zon niet samenvallen) met minder impact op het buitengebied, omdat windmolens minder ruimte innemen. Ook, wekt een windturbine drie keer meer energie op dan een zonneweide met hetzelfde vermogen3. Alleen een evenwichtige verdeling tussen zon en windopwekking zal een optimaal, betrouwbaar en duurzaam energiesysteem betekenen. Als de zon niet schijnt of het donker is, kan het wel waaien. Alleen
In paragraaf 4.5 van onze omgevingsvisie wordt benadrukt dat de gemeente het belangrijk vindt om de leefomgeving op een goede en gezonde manier door te geven aan volgende generaties. Dit houdt onder meer in dat de fysieke leefomgeving wordt aangepast aan klimaatverandering. Het stimuleren van maatregelen zoals groene daken kan bijdragen aan de uitvoering van deze ambitie. Concrete maatregelen zoals groene daken worden echter niet expliciet opgenomen in de omgevingsvisie, omdat dat niet past bij het strategische karakter van de visie. We herkennen dat er een grote opgave ligt voor het vormgeven van de energietransitie. In 2024 hebben we als gemeente met een burgerforum het traject van Participatieve Waarde Evaluatie doorlopen voor het maken van keuzes voor het opwekken van meer schone energie om klimaatverandering tegen te gaan. Het advies van het burgerforum is om de volgende voorkeursvolgorde aan te houden voor energieopwekking: 1. zon op daken/boven parkeerplaatsen; 2. zon op veld; 3 windturbines. Ten aanzien van windturbines geeft het burgerforum haar advies op basis van twee kernwaarden: 1. bescherm het open en dorpse karakter van Eemnes en 2. bescherm de natuurwaarden van het weidevogelgebied. Deze uitkomst en onderbouwing hebben we in de omgevingsvisie op hoofdlijnen toegevoegd.
Via opwekking van zonne-energie op daken, in zoekgebieden voor zonnevelden en mogelijk langs snelwegen zet gemeente Eemnes zich nadrukkelijk in voor het opwekken van hernieuwbare energie. De inrichting van een volledig energiesysteem vindt plaats op een schaal die het gemeentelijk niveau overstijgt. Dit wordt regionaal opgepakt, namelijk binnen de Regionale Energiestrategie (RES).
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 17
inzetten op zonne-energie leidt tot grote energieoverschotten, bijvoorbeeld op zomerse dagen. Hoewel er opslagmogelijkheden bestaan, is langdurige opslag – bijvoorbeeld van zomer naar winter – nog niet haalbaar. Daarnaast brengt batterijopslag een grote ruimtelijke impact met zich mee, die in de ontwerp omgevingsvisie niet wordt onderbouwd. Wij verzoeken de gemeente om 1) expliciet de mogelijkheid van een gecombineerde inzet van zon en wind te onderzoeken, 2) te onderbouwen waarom het karakteristieke polderlandschap wel behouden zou blijven met ruim 30 ha zonnevelden, maar niet met windturbines en 3) indien u van mening bent dat uitsluitend zon kan leiden tot een optimaal (stabiel en robuust) energiesysteem, hiervoor een onderbouwing op te nemen in de omgevingsvisie, inclusief de gevolgen van batterijopslag.
Binnen de regio worden de verschillende energiebronnen, zon en wind, afgewogen. Om ons unieke buitengebied op lange termijn aantrekkelijk en gezond te houden, zetten we in op verbetering van de balans tussen natuur-, belevings- en gebruikswaarden van het landschap met de agrariërs als spil. De nadruk ligt op behoud van het polderlandschap met de stilte, openheid, weidevogels en wandel- en fietsroutes als belangrijke kenmerken. Het buitengebied type 2 ‘gemengde kernrandzone’ heeft daarbij een gemengder en dynamischer karakter dan de andere buitengebieden. In paragraaf 5.4 van de omgevingsvisie geven we hier nadere invulling aan. In paragraaf 4.5 (p.48) hebben we de tekst in de vastgestelde omgevingsvisie als volgt geformuleerd: “De energietransitie is een opgave die op zowel gemeentelijk als regionaal niveau wordt vormgegeven. In 2024 heeft de gemeente een traject met een burgerforum doorlopen om de toekomst van schone energie te bepalen. De uitkomst hiervan is dat we binnen onze gemeente inzetten op zonne-energie. Voor duurzame energie zetten we in op zonne-energie op daken van woningen, bedrijven, stallen, publieke gebouwen, boven parkeerplaatsen en in twee zoekgebieden voor zonnevelden bij knooppunt A27-A1. Ook kijken we in regionaal verband naar de mogelijkheden voor zonne-energie langs snelwegen.
We vinden het belangrijk dat inwoners mee kunnen delen in de opbrengsten van energieprojecten. Windmolens vinden we niet wenselijk in verband met behoud van het karakteristieke open polderlandschap en het beschermen van natuurwaarden van het weidevogelgebied.” Op welke wijze wij, samen met onze partners en inwoners, deze ambities en doelen gaan realiseren, is onderdeel van de uitwerking
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 18
23.
24.
25.
26.
- Energieopwekking en natuurgebieden: De visie benoemt dat de gemeente kijkt naar mogelijkheden voor zonne-energie langs snelwegen. Wij verzoeken de gemeente om – naast Natura 2000gebieden – ook NNN, weidevogelkerngebieden en ganzenrustgebieden uit te sluiten van energieopwekking, waaronder windenergie (zowel kleine als grote windturbines, inclusief erfwindturbines) en zonneparken en dit ook expliciet te benoemen in de Omgevingsvisie. Energieopwek mag bovendien de werking en natuurwaarden van ecoducten, faunapassages en ecologische verbindingszones niet aantasten. Tevens is het belangrijk om bij eventuele plaatsing van windmolens ervoor te zorgen dat waardevolle weidevogelgebieden niet worden ingesloten en de vogels belemmerd worden om het gebied te benaderen of te verlaten. - Functiecombinaties: Om optimaal gebruik te maken van schaarse ruimte kunt u het best inzetten op multifunctioneel ruimtegebruik bij energieopwekprojecten. Denk hierbij aan een combinatie met landbouw of nieuwe natuurontwikkeling. Neem dit ook op in de omgevingsvisie.
van de omgevingsvisie via bijvoorbeeld omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en initiatieven van derden. We volgen provinciaal beleid met betrekking tot natuurgebieden. Daarnaast zal er altijd ecologisch onderzoek worden uitgevoerd voorafgaand aan het realiseren van energieopwek.
In onze omgevingsvisie is niet expliciet opgenomen dat wordt ingezet op multifunctioneel ruimtegebruik bij energieopwek. Het opnemen van dergelijke expliciete keuzes kan onbedoeld belemmerend werken voor toekomstige ontwikkelingen. Wel wordt bij concrete initiatieven onderzocht in hoeverre multifunctioneel ruimtegebruik mogelijk en wenselijk is. - Lokaal eigendom: De Ontwerp Omgevingsvisie stelt dat het In 2025 is het Beleidskader lokale deelneming bij grootschalige belangrijk is dat inwoners mee kunnen delen in de opbrengsten van projecten voor duurzame energieopwekking en/of -opslag energieprojecten. Wij vinden dit te summier en te laag ingestoken. vastgesteld. Hierin is te lezen hoe de gemeente Eemnes omgaat met Vraagstuk: Hoe gaat de gemeente dit concreet organiseren? lokaal eigendom. De gemeente Eemnes streeft naar een lokaal Wij roepen de gemeente op om in de visie expliciet te benoemen eigendom van 50% of meer in grootschalige duurzame hoe lokaal eigendom vorm krijgt. energieprojecten. - Zeggenschap van inwoners: Wij verzoeken de gemeente het We willen voorkomen dat op het abstractieniveau van de volgende op te nemen in de visie: ‘’We stimuleren duurzame omgevingsvisie een concrete eis over de vorm en totstandkoming van energieopwekking via een energiecoöperatie.
We streven daarbij energieopwekkingsprojecten onbedoeld een ongewenste rem kan zijn naar 100% lokale zeggenschap, met een minimum van 50%.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 19
27.
28.
29.
Duurzame energieprojecten kennen aan het begin van het project de ingrijpendste besluiten voor de omgeving, en daarom moet de energiecoöperatie en de inwoners vanaf het begin zeggenschap respectievelijk inspraak hebben. Tot slot moet de coöperatie voor iedereen openstaan en democratisch gecontroleerd worden, zodat iedereen kan deelnemen aan de zeggenschap’’. - Natuurinclusieve energieopwekking: De Ontwerp Omgevingsvisie benoemt natuurinclusieve nieuwbouw. Wij pleiten ervoor dit uitgangspunt, namelijk natuurinclusief, ook toe te passen op duurzame energieopwekking en natuurinclusieve energieopwekking expliciet te benoemen in de Omgevingsvisie. - Zonne-energie op daken: In de visie wordt vermeld dat de gemeente inzet op zonne-energie op daken van woningen, bedrijven en stallen. Vraagstuk: Hoe gaat de gemeente particuliere woningeigenaren en ondernemers hierbij ondersteunen? Door netcongestie is het voor ondernemers heel erg lastig om een zonnedak aan te leggen. Er zijn echter wel manieren om zon op dak aan te sluiten bij grootverbruikers ondanks netcongestie, maar dit vraagt om actieve ondersteuning. Ook particuliere huishoudens zullen extra ondersteuning nodig hebben. In 2027 vervalt de salderingsregeling waardoor veel particulieren zonnepanelen niet meer als financieel aantrekkelijk kunnen beschouwen.
Uit onderzoek blijkt dat zonnepanelen rendabel blijven, ook na afschaffing van de salderingsregeling. Route naar aardgasvrij De betreffende paragraaf over ‘’Route naar aardgasvrij’’ is te summier uitgewerkt. Het is van belang dat de volgende punten worden meegenomen in de omgevingsvisie: - Regievoering: In de Ontwerp Omgevingsvisie lezen we dat de gemeente regie zal voeren op de ordening van de ondergrond. In de nieuwe Wet Collectieve Warmte worden gemeenten aangewezen als regievoerders van de warmtetransitie. De
op het ontstaan ervan. We nemen de voorgestelde zin daarom niet over.
Natuurinclusieve energieopwekking is niet in alle situaties mogelijk of passend. Om die reden wordt dit niet expliciet vastgelegd in de Omgevingsvisie. Op projectniveau kan per initiatief afgewogen worden in hoeverre en op welke wijze natuurinclusieve maatregelen wenselijk en haalbaar zijn. De omgevingsvisie heeft een strategisch karakter. Het uitwerken van concrete ondersteuningsmaatregelen voor particuliere woningeigenaren en ondernemers, evenals het omgaan met netcongestie en wijzigingen in landelijke regelgeving, past niet binnen het abstractieniveau van de omgevingsvisie. Deze onderwerpen worden uitgewerkt op projectniveau.
We gaan in 2026 aan de slag met het opstellen van een Warmteprogramma. Hierin zal de rol en de uitgangspunten van de gemeente beschreven worden. We danken u voor de inbreng over dit onderwerp en dit zullen we betrekken bij het opstellen van het warmteprogramma. De door u aangedragen punten over de route naar aardgasvrij zien we voor nu als te concreet voor in de omgevingsvisie. Het proces tot het
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 20
warmtetransitie is complex. Regievoering betekent meer dan enkel sturing op de ondergrond zoals nu omschreven. Het gaat ook om het sturen op de realisatie van aardgasvrije wijken op een heldere en transparante manier, het stimuleren van samenwerking tussen bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden, het ondersteunen van koplopers via kennis, capaciteit en middelen. Wij verzoeken de gemeente dan ook om deze bredere invulling van de regierol expliciet op te nemen in de Omgevingsvisie. - Buurtgerichte aanpak: In de Ontwerp Omgevingsvisie wordt als uitgangspunt genoemd dat bij warmtetransitie het karakter van de woningen en de omgeving behouden blijft. Vraagstuk: Heeft de gemeente Eemnes niet meer uitgangspunten ten aanzien van de warmtetransitie? Andere gemeenten benoemen leidende principes als: duurzaam, betaalbaar en betrouwbare oplossingen. En er staat nu in de omgevingsvisie ‘’een buurtgerichte aanpak’’ maar wat wordt hiermee precies bedoeld? Wij zouden graag willen zien als uitgangspunt in de Omgevingsvisie dat de wensen van de wijk voorop staan. Dat is heel erg belangrijk voor het draagvlak van de warmtetransitie. De acceptatie van projecten voor de warmtetransitie is vaak groter als bewonersinitiatieven een belangrijke rol en voldoende ruimte krijgen.
Zo kan de gemeente de kracht van de wijk en koppelkansen benutten terwijl er optimaal aangesloten wordt bij wat er leeft in de wijk. Een buurtteam van vrijwilligers en (semi)professionals die hart hebben voor de buurt kan dit nog verder versterken. We raden daarom aan om i) bewonersinitiatieven expliciet te benoemen in de omgevingsvisie en deze te betrekken bij de ontwikkelingen, en ii) plannen in co-creatie met een buurt op te zodat bewoners vanaf het begin bij het proces betrokken zijn. Zo zorg je voor een bottom-up aanpak en meer vertrouwen van wijkbewoners.
opstellen van het Warmteprogramma en de daarbinnen nog te maken afwegingen kunnen eventueel leiden tot een aanpassing of aanscherping van ambities en doelen in de omgevingsvisie.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 21
Wat betreft de weg naar een aardgasvrije bebouwde omgeving verzoeken wij de gemeente om in de omgevingsvisie concrete doelen op te nemen voor aardgasbesparing te realiseren ten opzichte van het verbruik van vandaag. Kies daarbij voor spijtvrije maatregelen (met als belangrijkste isolatie) die huizen verduurzamen tot ze geschikt zijn voor lage temperatuur verwarming. Dit bespaart gas, en geeft een vaste basis waarop een toekomstig alternatief voor aardgas gevonden kan worden. Neem daarbij ook verkoeling en ventilatie mee. Klimaatverandering zorgt voor steeds hetere zomers. Door zonwering toe te passen en klimaatadaptieve maatregelen zoals groene gevels en groene daken wordt voorkomen dat huizen na isolatie te warm worden in de zomer. Door in te zetten op groene maatregelen zorgt u voor een prettig leefklimaat in de zomer en kunt u de aanschaf van airco’s voorkomen. Dit laatste is belangrijk. Airco’s lijken handig, maar zorgen voor extra milieu impact, vragen meer en meer duurzame energie, vragen schaarse materialen en versterken het stedelijk hitte-eiland: binnen koeler, buiten warmer. - Gebruik ‘’natuurlijke momenten’’: Wij verzoeken de gemeente om in de omgevingsvisie aandacht te besteden aan het benutten van natuurlijke momenten om de kosten van de warmtetransitie te beperken.
Natuurlijke momenten om te investeren in gebouwen zijn bijvoorbeeld: vervangingsmomenten van aardgasleidingen, warmteleidingen of andere infrastructuur die toegang geeft tot de warmte-infrastructuur, maar ook de wisseling van eigenaar, bewoner of huurder, verbouwingen en grootschalig onderhoud. Wij vragen de gemeente om dit principe expliciet op te nemen in de visie. - Decentraal energiesysteem: We verzoeken de gemeente om in de visie te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om elektriciteit en warmte uit te wisselen tussen bedrijven en bewoners. Dit zorgt voor een krachtig decentraal energiesysteem.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 22
30.
De verbruiksprofielen van woonwijken en bedrijventerreinen sluiten goed op elkaar aan: bedrijven hebben vooral overdag veel stroom nodig, terwijl veel bewoners dan naar hun werk gaan. Ook komt het regelmatig voor dat bedrijven restwarmte over hebben, die goed benut kan worden in de omliggende woonwijken. De gemeente Eemnes en Eemnes Energie maken deel uit van het Europese project LEF (Lokaal Energie Flexibiliteit). De ervaringen uit dit project worden voortgezet binnen het landelijke Local4Localprogramma van Energie Samen. Eemnes Energie werkt momenteel hard aan een energiegemeenschap die energie delen in de praktijk brengt. Concreet betekent dit: betaalbare, duurzame en lokaal opgewekte elektriciteit onderling delen en verrekenen, met aanvullende inkoop of verkoop via de markt. De deelnemers van deze projecten streven naar prijsstabiliteit , verduurzaming en minder afhankelijkheid van externe energieleveranciers. Ook wordt onderzocht of energie delen een overbelasting van het stroomnet kan voorkomen. De gemeente Eemnes kan van deze projecten veel leren. Dit zijn mooie voorbeelden van hoe energie lokaal gedeeld kan worden. Dergelijke initiatieven zijn relevante bouwstenen voor een toekomstbestendig, decentraal energiesysteem, en verdienen een plek in de Omgevingsvisie. Wij zouden dit graag terugzien in de omgevingsvisie.
Thema ‘’Gezonde en veilige leefomgeving’’ Wij verwelkomen het feit dat de gemeente zich inzet om bij te dragen aan een gezond, schoon en veilig milieu, namelijk door het streven naar behoud van stilte en duisternis in de polder, het ontmoedigen van houtstook, enzovoort. Het lijkt ons van belang dat daarnaast ook de volgende punten worden meegenomen in de Omgevingsvisie: - Licht en duisternis: in de Ontwerp Omgevingsvisie lezen we dat de gemeente streeft naar behoud van stilte en duisternis en voorlopig de landelijke normen en regels voor licht en geluid
In paragraaf 4.6 van de omgevingsvisie geven we aan dat we in de polder streven we naar behoud van stilte en duisternis. Duisternis en stilte draagt in hoge mate bij aan de unieke belevingswaarde en de natuurwaarden in de polder. Voorlopig blijven we de landelijke normen en regels voor licht en geluid hanteren. Op termijn kijken we of er aanleiding is om deze te wijzigen. Uw verzoek betreft het opnemen van concrete maatregelen in de omgevingsvisie. Dit past niet bij het strategische karakter van de omgevingsvisie.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 23
31.
hanteert en dat er op termijn gekeken zal worden of er aanleiding is om deze te wijzigen. Wij roepen de gemeente op om nu al concrete maatregelen – met name ten aanzien van reclamemasten en lichtgevende schermen – op te nemen in de Omgevingsvisie. Overbodige verlichting leidt niet alleen tot lichthinder en energieverspilling maar verstoort ook het natuurlijke ritme van mens en dier. In dit kader verwijzen wij graag naar de jaarlijkse 'Nacht van de Nacht'-campagne van de Natuur en Milieufederaties. - Luchtkwaliteit: in de ontwerp Omgevingsvisie staat vermeld dat de gemeente aangesloten is bij het ‘’Schone Luchtakkoord’’ en meedoet aan de landelijke ambitie om door schonere lucht in 2030 50% gezondheidswinst te boeken ten opzichte van 2016. Het huidige streefdoel van Schone Lucht Akkoord 2030 is gebaseerd op de WHO-advieswaarden uit 2005. Wij roepen de gemeente op om ambitieuzer te zijn en te streven naar het voldoen aan de recentere WHO-advieswaarden uit 2021. Daarnaast verzoeken wij de gemeente om in de Omgevingsvisie concrete maatregelen op te nemen ter verbetering van de luchtkwaliteit.
De gemeente Eemnes streeft naar een gezonde leefomgeving. Wij zien de opgave ook om gezondheid en ruimtelijke ontwikkeling directer te koppelen, ook in de uitvoering. Dit is een uitdaging, bijvoorbeeld vanwege de ligging dichtbij de A27. In de omgevingsvisie staan onze strategische ambities en doelen hiervoor, waaronder dat we meedoen aan de landelijke ambitie om door schonere lucht in 2030 50% gezondheidswinst te boeken ten opzichte van 2016. We hebben daar in de definitieve omgevingsvisie aan toegevoegd dat we in samenwerking met andere gemeenten ernaar streven om te voldoen aan landelijke normen voor luchtkwaliteit. De uitwerking van hoe de gemeente streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving vindt plaats in omgevingsprogramma's en het omgevingsplan. Het instrument ‘monitoring en evaluatie’, zoals beschreven in paragraaf 6.6, is hierbij ook van belang. In paragraaf 6.2 van de omgevingsvisie geven we aan dat we samen met onze partners willen zorgen voor een veilige en gezonde leefomgeving. En dat we graag onze partners betrekken bij de uitwerking naar omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. In paragraaf 6.2 van de definitieve omgevingsvisie hebben we nadrukkelijker opgenomen dat we daarbij ook aandacht hebben voor het stellen van adequate regels en normen voor diverse milieu aspecten.
Aanvullende nota beantwoording zienswijze omgevingsvisie Eemnes, pagina 24
In paragraaf 4.6 (p.50) hebben we een zin toegevoegd: “We zijn aangesloten bij het Schone Luchtakkoord. Daarmee doen we mee aan de landelijke ambitie om door schonere lucht in 2030 50% gezondheidswinst te boeken ten opzichte van 2016. In samenwerking met andere gemeenten streven we ernaar om te voldoen aan landelijke normen voor luchtkwaliteit.”