Bijlage 1b BOPA Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B Bijlagen
Tekst van het document
Inrichting openb re rui te
3.1
Identiteit van de openbare ruimte
De uitbreiding van Zuidpolder sluit uiteraard aan op de huidige Zuidpolder, maar met de nodige aanpassingen om beter aan te sluiten op de ambities en uitdagingen van deze tijd. Ook de uitbreiding krijgt een dorpse sfeer die aansluit op Zuidpolder en het dorp Eemnes, maar verbindt het dorp ook met het landschap ten zuiden van het plangebied.
Groenblauw raamwerk Binnen de uitbreiding van Zuidpolder ligt een robuuste groenstructuur die het raamwerk vormt. Binnen de groenstructuur is ruimte voor routes, waterberging en -afvoer, spelen en ontmoeten. Het kader van de groenstructuur bestaat uit grote groenstructuren die meedoen in de structuur van het dorp en het landschap. Aan de westzijde is dit de bestaande bomenlaan langs de Te Veenweg Zuid, aan de oostzijde is dit de groene buffer met de Wakkerendijk en aan de zuidzijde de nieuw aan te leggen Groen Groeit Mee-zone. Vanuit de grote Groen Groeit Mee-zone, aan het open polderlandschap, trekt de natuur de wijk in. Vanuit deze natuurlijke biodiverse en klimaatadaptieve zone lopen doorlopende groenstructuren door de wijk richting het noorden. De ecologie wordt zo min mogelijk gehinderd door kruisende wegen en de gevarieerde inrichting vergroot de biodiversiteit. Hoe meer richting het noorden, hoe traditioneler de groenstructuur is, aansluitend op de huidige inrichting van Zuidpolder. In bijlage 2 en 3 zijn kaarten van de groenstructuur en de waterhuishouding opgenomen
Dorpse en landschappelijke sfeer In het plan spelen variatie in plekken, informele openbare ruimte en groen dichtbij een belangrijke rol. Naast enkele doorlopende lijnen van west naar oost, gebaseerd op het onderliggend landschap, liggen juist korte informele verbindingen, die aansluiten op de dorpse maat en schaal en zorgen voor een fijnmazig groen netwerk. Hierdoor ontstaan groene ruimtes van verschillende maat en schaal en daarmee verschillende woonomgevingen. Daarnaast wordt de hoeveelheid verharding beperkt door de auto niet overal toe te laten, maar ook delen alleen toegankelijk te maken voor langzaamverkeer. De auto wordt zo min mogelijk op straat geparkeerd, maar op de eigen oprijlaan of in parkeerpockets tussen de woningen. Hierdoor ontstaat er in de openbare ruimte meer plek voor een inrichting met veel bomen en groen en daarmee veel ruimte voor ontmoeten en verblijven. Aansluitend op de architectuur is ook voor de openbare ruimte het dorpse en landschappelijke karakter het uitgangspunt, door bij de inrichting gebruik te maken van: Groene inrichting van de openbare ruimte met inheemse bomen (met een gevarieerde plantafstand) en klimaatadaptieve beplanting die bijdragen aan de biodiversiteit. Watergangen hebben deels natuurvriendelijke oevers, bestaande uit een oeverzone, plas-draszone en zone met ondergedoken waterplanten.
Gedeelde ruimte in het profiel door aanleg op A-niveau (minimaal gebruik van banden). De materiaalkeuze sluit aan op Zuidpolder, maar met meer licht gekleurde en open verharding: Gebakken straatstenen, ook in het trottoir. Afwisseling van kleur in straatmateriaal, donker voor rijbaan en licht voor trottoir. Halfopen verharding voor alle parkeerplaatsen.
Daarnaast wordt het dorpse karakter bereikt door, aansluitend op de architectuur, ook straatmeubilair en bouwwerken in de openbare ruimte met een dorps landschappelijke uitstraling met zoveel mogelijk natuurlijke materialen toe te passen, zoals: Bankjes Verlichting Speelvoorzieningen Bruggen en duikers
Aansluiting op Zuidpolder
De openbare ruimte heeft in het noordelijk deel een traditionele indeling met duidelijk onderscheid in rijweg, voetpad en groenstroken, aansluitend op Zuidpolder. Daarbij hebben deze profielen een opvallend groene uitstraling. Verblijfsplekken, zoals hoven en plantsoenen, hebben een formelere inrichting, bestaande uit een combinatie van gemaaid en deels ongemaaide grassen en bloemrijke plantenvakken, met bomen en heesters.
Middengebied is de overgangszone In het middengebied is meer ruimte voor de voetganger, delen zijn autorvrij. Het gebied heeft een zeer groen karakter. Halfverharde wandelpaden lopen organisch door de groenstructuur en de inrichting is meer natuurlijk van karakter, waarbij spelen, waterberging en groen vloeiend in elkaar overlopen. Ruiger grasland met heesters en bomen vrij in het groen zorgen voor een aantrekkelijke woonomgeving en de natuur zichtbaar dichtbij.
Aansluiting op het buitengebied
De openbare ruimte is ruimer opgezet, waarbij groen tot aan de gevels loopt en er een grotere relatie met het buitengebied ontstaat. Deze ruimte kenmerkt zich door natuurlijk ingerichte wadi’s, ruige beplanting en bloemrijke graslanden. Dit biedt volop ruimte voor ecologische verbindingen en recreatieve wandelroutes.
3.2 Toekomstbestendig bouwen In het convenant toekomstbestendig bouwen zijn criteria opgenomen voor de openbare ruimte met betrekking tot de volgende thema's: 1. Klimaatadaptatie: Wateroverlast: schade aan infrastructuur Natuurlijke afwatering Overstromingsrisico’s op gebiedsniveau Droogte: inrichting watersysteem Drinkwatergebruik openbare ruimte Koele plekken en schaduw Hittestress bestrijding in openbare ruimte Bodemdaling (inrichting op gebiedsniveau) tuurin lu i iteit en biodi er iteit Hoogwaardige habitats Groenblauwe structuren Ge onde lee o ge ing Groen rondom de woning (3-30-300-regel)
3.3
Groen in de openbare ruimte
Algemeen In de openbare ruimte is keuze voor de juiste bomen, beplanting en grassen erg belangrijk voor klimaatadaptatie, vergroting van de biodiversiteit en het creëren van de juiste sfeer in de 3 plandelen. De keuze en variatie in bomen en beplanting versterken het onderscheid en het karakter van specifieke plekken onderstrepen. Er is een ruime groenstructuur die veel ruimte biedt aan robuuste inrichtingen. Ook in de straten komen bomen en groenstroken die aansluiten op de landschappelijke identiteit. Daarnaast biedt de waterstructuur met watergangen, wadi's en greppels een uitgelezen kans om de groeninrichting extra landschappelijk vorm te geven. Voor het hele plan gelden de volgende algemene uitgangspunten: Per straat of plek is er altijd een variatie aan bomen en beplanting. Er worddt inheemse beplanting toegepast voor de gewenste biodiversiteit. Een plantvak in verharding is minimaal 2x2 meter (doorwortelbare ruimte voor de boom minimaal 6 m3, kan ook onder bestrating). Grasstroken en bermen worden ingezaaid met een mengsel van kruiden- en bloemrijk grasland. Natuurvriendelijke oevers en wadi’s. Inzetten op gidssoorten: rietorchis, huismus, egel, icarusblauwtje, gewone dwergvleermuis, scholekster (pm aparte kansenkaart). 3-30-300 -regel is het streven, alleen bij uitzondering kan hiervan worden afgeweken.
Boomassortiment Door gehele plan toe te passen: Zomer eik Quercus robur Zachte berk Betula pubescens Schietwilg Salix alba Winterlinde Tilia cordata Haagbeuk Carpinus betulus Zoete kers Prunus avium Robinia/Valse acacia Robinia pseudoacacia Rode esdoorn Acer rubrum Moerascipress Taxodium distichum Chinese treurwilg Salix babylonica Zwarte berk Betula nigra Wilde lijsterbes Sorbus aucuparia Pluim-es Fraxinus ornus Hartbladige els Alnus cordata Hulst Ilex aquifolium Mantsjoerijse kers Prunus maackii Meelbes Sorbus aria Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna Katwilg Salix viminalis Judasboom Cersis siliquastrum Gele kornoelje Cornus mas Krentenboompje Amelanchier arborea
Voor specifieke plekken/deelgebieden: Sleedoorn Prunus spinosa Bittere wilg salix purpurea Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna Ratelpopulier Populus tremula Chinese treurwilg Salix babylonica Schietwilg Salix alba Langs waterpartijen Chinese treurwilg Salix babylonica Moerascipress Taxodium distichum Schietwilg Salix alba
Vaste planten en heesters
Inrichting wadi's, greppels en gras
In identiteit A en deels B:
Door gehele plan toe te passen:
Vlinderstruik Judasboom Parelstruik Boerenjasmijn Rode ribes Zwarte vlier Lijsterbesspirea Spierstruik Dwergsering Japanse sneeuwbal Boerenkrokus Wit gr. sneeuwroem Blauwe druifjes Bochtig look Klaproos anemoon Klaverzuring HerfstÝjloos Herfst prachtkrokus (Herfstkrokus)
Buddleja alternifolia Cercis canad. ‘Forest Pansy’ Exochorda ‘The Bride’ Philadelphus ‘Belle Etoile’ Ribes sanguineum Sambucus nigra ‘Black Beauty’ Sorbaria sorbifolia Spiraea x vanhouttei Syringa meyeri 'Palibin' Viburnum plicatum Crocus tom. 'Barr's Purple' Chionodoxa luciliae 'Alba' Muscari botryoides 'Superstar' Allium zebdanense Anemone cor. 'Hollandia' Oxalis tetraphylla 'Iron Cross' Colchicum spec. 'Atrorubens' Crocus pulchellus 'Zephyr' Crocus speciosus
In identiteit C, deels B en Groen Groeit Mee: Rode Kornoelje Gelderse roos Sleedoorn Hondsroos Egelantier Gewone vlier Stekelbrem Kardinaalsmuts
Cornus sanguinea Viburnum opulus Prunus spinosa Rosa canina Rosa rubiginosa Sambucus nigra Genista anglica Euonymus europaeus
Gele lis Pijpenstrootje Purper leverkruid Hangende zegge Grote kattenstaart Zwarte vlier Gele zonnehoed Zegge Koningsvaren
Iris pseudacorus Molina 'Heidebraut' Eupatorium m. 'Atropurpureum' Carex pendula Lythrum salcaria Sambucus nigra 'Black Beauty' Rudbeckia var. Deamii Carex 'J.S. Greenwell' Osmunda regalis
W1 Wadi - lichte grond Cruydt Hoeck Overige gebieden: G1 Bloemrijk grasland - lichte grond Cruydt Hoeck en combinatie van deelgebied specifieke toegepaste soorten.
Nanda Sluijsman
3.4
Watergangen, wadi's & greppels
Binnen de uitbreiding van Zuidpolder wordt al het hemelwater oppervlakkig afgevoerd. Via wadi's (noordzuid) en groene greppels (oostwest) wordt het water afgevoerd richting het open water. Dit systeem is in een waterstructuurplan door TAUW uitgewerkt. De wadi's, greppels en watergangen zijn in de groenstructuur opgenomen. Deze afwateringsstructuur draagt door keuze van beplanting en vormgeving bij aan de biodiversiteit in de wijk.
De standaardtaluds (1:3) worden ingezaaid met kruidenrijk grasland. De natuurlijke oevers worden ingericht conform de eisen van het waterschap. Op de insteek van het talud staat een variatie aan bomen, zoals Chinese treurwilg, Moerascipress en de Schietwilg, op een gevarieerde plantafstand en indien mogelijk niet op 1 lijn, rekening houdend met de randvoorwaarden van plantafstand en beheer van het waterschap.
Wadi's Watergangen Er zijn een aantal verschillende watergangen in de uitbreiding van Zuidpolder: De watergang langs de Zuidersingel wordt in het profiel doorgetrokken, maar aan de zijde van het bedrijventerrein wordt een brede groenstrook als afscherming toegevoegd. De watergang in het verlengde van de Hoogeboomstraat wordt doorgetrokken, maar er komen geen tuinen meer direct aan de watergang, dus beide zijden worden openbaar. De nieuwe watergang door de wijk krijgt aan één zijde een natuurlijke oever, de andere zijde is overeenkomstig Zuidpolder vormgegeven met een een standaardtalud van 1:3 en een lage (onderwater) beschoeiing. Op de zuidelijke grens komt er een natuurlijke watergang die varieert in breedte en de grens vormt naar het open polder landschap. Aan de Groen Groeit Mee-zone heeft de watergang een natuurlijke oever.
De wadi's liggen in de noordzuid lopende groenstroken. De wadi's hebben flauwe taluds en variëren in breedte. De wadi's zijn onderdeel van de inrichting van de groenstroken en kunnen ook gebruikt worden voor natuurlijk spelen. Door middel van houten schotten kan het water in de wadi's vast worden gehouden en vertraagd worden afgevoerd richting het zuiden. Onder de wadi vindt grondverbetering plaats. De wadi's worden ingezaaid met kruidenrijk grasland en afwisselend, maar niet overal, worden er heesters of bomen (conform 3.3) in de wadi's toegevoegd voor een landschappelijke en biodiverse groene inrichting.
Inrichting natuurlijke oever
Greppels
De greppels liggen in de oostwest lopende groenstroken en hebben in basis dezelfde opbouw. Met een talud van 1:2 is de toegankelijkheid beperkt, maar kunnen als speelaanleiding wel worden overgestoken. Ook de greppels worden ingezaaid met kruidenrijk grasland, maar bomen en overige beplanting staan altijd naast de greppel, zodat de doorstroming voldoende blijft.
Inrichting wadi
Zie voor de maatvoering van de watergangen, wadi's en greppels de profielen in 3.11.
Voorbeeld greppel
3.5
Materialisatie bestrating
De bestrating wordt uitgevoerd in gebakken materiaal, passend bij de dorpse uitstraling en met een traditioneel en natuurlijk karakter. De verschillende (verkeers)functies worden uitgevoerd in verschillende kleuren, maten straatstenen en bestratingsverbanden. Het uitgangspunt van de gedeelde ruimte maakt dat er tussen de verschillende (verkeers)functies zo min mogelijk hoogteverschillen in de profielen zijn opgenomen. Het onderscheid tussen de functies wordt inzichtelijk in kleur en bestratingsverband, maar de ruimte kan op deze manier gedeeld gebruikt worden. In de keuze van materialen wordt zoveel mogelijk aangesloten op de materialen in Zuidpolder, maar in het kader van klimaatadaptatie, hittestress en piekbuien, worden er wel een aantal veranderingen doorgevoerd. De volgende materialen en verbanden worden toegepast: De trottoirs en paden door het groen worden in een lichte straatsteen (dikformaat in halfsteensverband) uitgevoerd om hittestress te verminderen. Voor het plein kan deze straatsteen met een nuance ook worden toegepast. Alle parkeerplaatsen worden uitgevoerd in grasbeton met een betonklinker als uitstapstrook. De wegen worden overeenkomstig Zuidpolder uitgevoerd in een warme, gemelleerde straatsteen (dikformaat) in keperverband. Bij beperkt autotoegankelijk wordt gebruik gemaakt van een karrespoor in één richting, met grasbeton als tussenmateriaal.
Waar voetpaden vrij in het groen liggen en geen kabels en leidingen onder het pad liggen, kan halfverharding worden toegepast. Er wordt geen gebruik gemaakt van hemelwaterafvoer onder de straat, dus er zijn ook geen kolken aanwezig. Als er banden worden toegepast, zijn deze beton in hardsteenkleur.
Trottoir: Dikformaat klinkers, halfsteensverband VanderSanden - Toscana
Karrenspoor: Combinatie van Dikformaat klinkers rijbaan, elleboogverband met NCB klinkers
Parkeerplaatsen: NCB Klinker (grijs) met substraat Terra Nova + type 2 klinker (grijs) als scheiding en uitstapstrook
Halfverharding: Gralux 0/10 dik 120 mm kleur okergeel
Rijbaan: Dikformaat klinkers, keperverband VanderSanden - Medoc
Opsluitbanden: Betonband in hardsteen kleur
3.6
Straatmeubilair
Ook bij de keuze van het straatmeubilair is aansluiting gezocht bij het algehele sfeerbeeld van landschappelijk en dorps. Op onderdelen sluiten we aan bij Zuidpolder en het dorp Eemnes, maar er is ook gekeken naar de veranderende eisen van de tijd, zoals gerecyclede en biobased materialen en waar mogelijk modulaire en demontabele meubels. Het straatmeubilair is in samenhang gekozen, met de dorpse landschappelijke uitstraling als basis. De samenhang wordt versterkt door de toepassing van één kleur die reeds in Eemnes wordt toegepast: RAL 7021 of 7016 (antraciet/zwart). In de keuze voor de verlichtingsarmaturen wordt aangesloten op de Hilt en het centrum. Dit zijn de meest recente ontwikkelingen in Eemnes en de toegepaste lichtmasten sluiten goed aan bij de gewenste sfeer (niet langer klassiek, maar eigentijds). Er is onderscheid gemaakt tussen kegelarmaturen en pendelarmaturen. De pendelarmaturen worden alleen bij het brede profiel met de watergang toegepast. In de rest van de wijk komt de kegelarmatuur. Bij de plaatsing wordt rekening gehouden met inschijnen bij woningen, door positionering en de toepassing van minder lichtdoorlatende beglazing. Voor het overige meubilair is zoveel mogelijk aansluiting gezocht op Zuidpolder, maar wordt voor specifieke plekken soms afwijkend meubilair gekozen.
Banken en prullenbakken worden in de wijk geplaatst op plekken waar bewoners samenkomen of waar doorlopende routes door de wijk gaan. Binnen de wijk wordt de standaard prullenbak toegepast (geen hondenpoepbakken). Binnen de Groen Groeit Mee-zone of in grote natuurlijkere ruimtes in de wijk worden een robuuste boomstambank, picknickbank en/of cortenstalen prullenbak toegepast. Als er fietsrekken of afzetpalen benodigd zijn kunnen de hiernaast getoonde typen worden toegepast, de kleurstelling is ook hiervoor antraciet/zwart.
Kegelarmatuur: LUZ Lightronics
Pendelarmatuur: ITALO AEC Illuminazione
Leon fietsleunhek staal Velopa
VIP afzetpaal staal
Parkbank Raya (in verschillende lengtes en zitdieptes) Velopa
Standaard: Erdi - type BEL Erdi
Speciaal: Quadrat Eco 70 Grijssen
Picknickbank Delta Velopa
Boomstambank Pure (in verschillende lengtes) Grijssen (altijd gecombineerde met Quadrat Eco 70)
3.7
Speelvoorzieningen
Gezinnen vormen een groot deel van de doelgroep, ook in de uitbreiding van Zuidpolder. Het aspect ‘spelen in de wijk’ is daarom erg belangrijk. In het plangebied komen meerdere speelplekken voor de verschillende leeftijdsgroepen. De ‘speelactieradius’ neemt toe naarmate kinderen ouder worden. Kinderen van 0 tot 5 jaar spelen veelal op blokniveau. Kinderen van 5 tot 12 op buurtniveau en daarboven op wijkniveau. Binnen de robuuste groenstructuur is ruimte voor speelaanleidingen langs de routes en in de wadi's. Dit is een waardevolle toevoeging op de meer georganiseerde speeltoestellen: • 3/4 speelhofjes met kleinschalige speeltoestellen en speelaanleidingen. • 1 buurtplek met een combinatie van toestellen en speelaanleidingen. • 1 bovenwijkse voorziening in de Groen Groeit Meezone. Voor de inrichting van de speelplekken zijn natuurlijke materialen het uitgangspunt, overeenkomstig de Zuidpolder. Geen fel gekleurde speeltoestellen, maar blank hout als basis, aangevuld met rvs waar nodig of als accent. De vormgeving van de toestellen is bijzonder, wat de creativiteit van de kinderen prikkelt. Ook voor de ondergrond en afscherming zal zoveel mogelijk aansluiting gevonden worden op de natuurlijke en landschappelijke inrichting van de groene plekken en speelterreinen. De exacte inrichting van de speelplekken zal in samenspraak met de bewoners van de buurten worden gemaakt.
De direct omwonende kunnen op deze manier meedenken over de inrichting van de speelplekken.
3.8
Bruggen
Voor een sterke biodiversiteit is het wenselijk om de ecologische verbindingen zo min mogelijk te kruisen en dan met een zo min mogelijke verstoring. De kruisingen van wegen/paden en water dient daarom zo veel mogelijk met bruggen plaats te vinden. Voor de uitbreiding van Zuidpolder is het wenselijk om één type brug te ontwerpen, in ieder geval voor de autobruggen, om zo de herkenbaarheid van de wijk te vergroten. Het zou een mooie combinatie zijn als de brugleuningen als kunstproject worden ingezet. De brugleuningen worden uitgevoerd in gespoten metaal, eventueel in combinatie met onbehandeld hout. De toepassing van geverfd hout is niet toegestaan. De constructie van de autobrug dient slank te zijn, waardoor het contact met de grond zo minimaal mogelijk is, om verstoring te voorkomen. Het ontwerp moet rekening houden met het oversteken van de watergang voor kabels en leidingen.
Voor het langzaamverkeer kan ook de specifieke brugleuning worden toegepast, of een afgeleide hiervan. Of er kan gekozen worden voor een 'standaard' houten brugtype. De houten voetgangersbruggen uit Zuidpolder worden niet doorgezet, vanwege de massiviteit en daarmee de hoeveelheid materiaalverbruik. Wat er ook gekozen wordt, er moet in ieder geval één type brug zijn voor alle langzaamverkeersverbindingen. Daarnaast kan er nog wel gekozen worden voor de toepassing van duikers of houten vlonderpaden bij kleine ondergeschikte oversteken. Bij het ontwerp van de bruggen is natuurinclusiviteit een belangrijk thema. Niet alleen in materiaalgebruik, maar ook door het toevoegen van nestgelegenheden en eventuele andere extra toepassingen om de ecologie te versterken.
3.9
Parkeren
Afscherming parkeerkoffers In Zuidpolder worden de parkeerkoffers afgeschermd door een gemetselde erfscheiding, gecombineerd met hekwerken en hagen. In het kader van minimaliseren van het materiaalgebruik, is de toepassing van volledig gemetselde erfscheidingen niet langer passend. Aansluitend op de verschillende identiteitssferen is per deelgebied een andere soort afscherming passend. Daarbij moet de instandhouding wel goed zijn geborgd: Deelgebied A: combinatie van gemetselde penanten met een haag of begroeid hekwerk. Deelgebied B: combinatie van houten pergola met een gemengde haag of begroeid hekwerk. Deelgebied C: combinatie van houten hooibergpalen met een gemengde haag.
Bomen & onderbeplanting Bij parkeerplaatsen dienen bomen geplaatst te worden ter behoeve van schaduw. Schaduw is cruciaal bij het tegengaan van hittestress. Om dit effect te bereiken dient er een groot genoeg bladerdak (kroonprojectie) aanwezig te zijn. Hiervoor gelden de volgende richtlijnen: Minimaal 40% schaduwbedekking van het parkeeroppervlak op een zonnige dag in de zomer. Bomen krijgen groeiruimte en ondergrondse voorzieningen, zodat ze hun kroonpotentieel halen. Streef naar 1 boom per 6 tot 10 parkeerplaatsen, afhankelijk van boomorde. Combineer boomordes voor ecologische diversiteit, landschappelijke kwaliteit en spreiding van schaduw. Pas boomstructuur in rijen of clusters toe op tussenstroken of kopse kanten van parkeervakken. Geen bomen van de eerste orde nabij erfscheidingen.
De bomen moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: De kroon van de boom moet voldoende ruimte hebben en niet te veel naar beneden groeien, om de parkeerplaats niet te hinderen. De wortels van de boom mogen de verharding niet beschadigen en de boom moet goed kunnen groeien op de beschikbare ruimte. Bij de boomkeuze rekening houden met beperken van overlast (geen vallende vruchten, plak of luis). De onderbeplanting en bomen moeten voldoen aan de volgende voorwaarden: Ze moeten bestand zijn tegen de warmte van de zon en de droogte van de verharde ondergrond. Ze hebben weinig onderhoud, zoals snoeien, nodig. Ze dragen bij aan de biodiversiteit. Eventueel kunnen ook begroeide pergola's over de parkeerplaatsen worden toegepast.
Laadpalen en zonnedekken Bij de aanleg van parkeerplaatsen dient rekening te worden gehouden met het toekomstig plaatsen van laadpalen, bijvoorbeeld door de aanleg van voorzieningen in samenspraak met nutsbeheerder. Laadpalen staan in eerste instantie langs doorgaande wegen of aan de voorkant van de parkeerkoffers, zodat ze goed zichtbaar en bruikbaar zijn voor iedereen in de wijk. Er kan onderzocht worden of boven de grotere parkeerkoffers een zonnedek kan worden gerealiseerd, voor extra schaduw en het opwekken van zonne-energie. Deze zonnedekken kunnen in de openbare ruimte worden geplaatst en kunnen door de gemeente of een VVE worden onderhouden. Bij deze zonnedekken mag afgeweken worden van de beplantingseisen. © AmperaPark
3.10 Nutsvoorzieningen Kabels & leidingen en riool
Nutsgebouwen en kasten
Kabels en leidingen liggen zoveel mogelijk onder voetpaden. Bij wegen liggen ze bij voorkeur aan beide zijden van de weg, als er aan beide zijden woningen staan. Mocht dit ten koste gaan van de groene ruimte dan kan het ook aan één zijde. De breedte van het profiel voor kabels en leidingen is het hieronder getoonde pakket. Voor de flexibiliteit wordt er in de uitbreiding van Zuidpolder uitgegaan van een voetpad van minimaal 2 meter. Als kabels en leidingen onder een voetpad in het groen liggen, kan het voetpad niet uitgevoerd worden in halfverharding vanwege het eventuele onderhoud.
De exacte posities voor de nutsvoorzieningen zijn nog niet bepaald. Maar in de wijk zullen meerdere gebouwtjes geplaatst moeten worden voor nutsvoorzieningen. De positie van de nutsgebouwen en kasten is van groot belang voor de beleving van de openbare ruimte. Uitgangspunt is dat deze gebouwtjes geen afbreuk mogen doen aan en onderdeel moeten zijn van het ontwerp van de openbare ruimte. Nutsvoorzieningen worden dus niet achteraf in de openbare ruimte geplaatst. De benodigde ruimte voor de plaatsing van deze nutsvoorzieningen wordt bij de uitwerking van het ontwerp van de openbare ruimte meegenomen. De nutskastjes worden conform het welstandsadvies in basis uitgevoerd in donkergroen (RAL 6009). De grotere nutshuisjes/trafo's wordt in de basis bekleed met gebakken steenstrips in een antracietkleur met donkere voeg en antraciet gekleurde roosters en deuren/ kozijnen. In overleg met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan hiervan worden afgeweken, voor een bekleding die aansluit op de omliggende bebouwing. Het begroeien van de nutskasten lijkt op dit moment niet toegestaan, maar mocht dit in de loop van de tijd toch wel weer tot de mogelijkheden behoren, dan zou dit in de groene ruimtes wel wenselijk zijn. De plaats van het gebouw bepaalt welke oplossing er gekozen wordt.
Het riool ligt onder de rijbaan. Als er geen rijbaan voor de woning langs ligt, is het riool in het groen gelegen. Er wordt geen hemelwaterriool aangelegd. Voor de minimale afstand tussen het kavel- en leidingentracé en bomen gelden de randvoorwaarden en eisen zoals vermeld op de Bomenposter. Waar niet voldaan kan worden aan deze maatvoering, moeten er maatregelen worden getroffen in afstemming met de afdeling BOR, bijvoorbeeld een wortelscherm.
Binnen de woonvelden kunnen de nutsvoorzieningen heel goed worden ingepast bij de parkeerkoffers. Als afsluiting van een poort of aan de zijkant tussen de woningen. Hierbij is het essentieel dat de vormgeving aansluit op de naastgelegen woning(en). De groene afscherming van de parkeerkoffer is hier dan plaatselijk niet nodig.
Kleinere nutskastjes kunnen in de voorerfscheiding worden weggewerkt, door een ruimte in de haag vrij te houden. Of ze kunnen net om de hoek in de tussenpaden worden geplaatst.
Ondergrondse containers Binnen de uitbreiding van Zuidpolder worden maximaal 4 plekken voor ondergrondse containers aangewezen. Dit kan resulteren in wat grotere loopafstanden, maar zorgt voor minder conflicten met omliggende woningen. Voor de keuze van de locaties, worden de volgende voorwaarden in acht genomen: De minimale afstand van een ondergrondse container tot een woning is minimaal 3 meter. De ondergrondse afvalcontainer tegenover een woning, ligt altijd aan de overzijde van de straat. De ondergrondse afvalcontainer gaat niet ten koste van een parkeerplaats. Het legen van de ondergrondse afvalcontainer mag geen gevaar voor de verkeersveiligheid opleveren. De locatie van de ondergrondse afvalcontainer is zo gekozen dat de loopafstanden voor de gebruikers ervan beperkt en min of meer gelijk verdeeld zijn. De routes naar de containerplekken zijn veilig te bereiken en liggen richting de uitgang van de wijk. De containerplekken worden zo veel mogelijk met groen omzoomd.
3.11 Profielen Voor de verdere uitwerking zijn ontwerpprofielen opgesteld. De opgenomen maatvoering is indicatief
Makkerstraat Achterkant Blomsingel Rand noordoost Zuidersingel Woonstraat greppel Beukeboomstraat Parkeerkoffer
Hoogeboomstraat Rand oost Water karrespoor Water voetpad Rand zuid Ontsluiting bedrijventerrein
1:3
4%
+1.10
+0.92
+0.85
+0.88
1:3 1.70
+0.78
+0.57
+1.00
4%
+1.13
+1.25
1. Makkerstraat
1.70
2:1
2.00
2.40
2.20
3.00
3.50
2.00
1.90
4.50
5.00
trottoir
groenstrook
greppel
groen/paardenpad
rijbaan
parkeren
trottoir
voorerf
hoofdgebouw
klinkers waalformaat halfsteensverb. kleur Medoc
klinkers dikformaat halfsteensverb. kleur Dordogne
greppel taluds van 1:3
klinkers dikformaat keperverb. kleur Medoc
halfverh. zand
kruidenrijk gras
Wortelscherm
kruidenrijk gras
Band: 18/20x20x100 kleur hardsteen
Band: 10x20x100 kleur hardsteen Wortelscherm
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
klinkers dikformaat halfsteensverb. kleur Toscana
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
3.00
voorerf
Wortelscherm
5.00
hoofdgebouw
+1.10
+0.86
+0.86
+0.17
1:2
-0.30
+0.40
+0.44
+0.50
+1.05
2. Achterkant Blomsingel
0.80
5.00
16.62
0.95
5.00
1.40
4.00
1.65
11.76
5.00
hoofdgebouw
achtererf
haag
paardenpad
talud
water
talud
achtererf
hoofdgebouw
hoge haag, openbaar
kruidenrijk gras halfverh. zand
kruidenrijk gras
Talud 1:2 natuurviendelijk
Talud 1:2 beschoeiing
4%
3.00
10.00
12.10
3.50
1.00
1.00
3.16
4.00
voorerf
hoofdgebouw
achtertuin
ontsluiting
groen
talud
water
achtererf
groen talud 1:3 kruidenrijk kruidenrijk gras gras Band: 10x20x100 kleur hardsteen
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
klinkers dikformaat keperverb. kleur Medoc
privé water met onderhoudsverplichting
+1.10
+0.96
+0.30
2%
+0.54
4%
+0.62
+0.85
3. Rand noordoost
hoofdgebouw
4%
1.70
2:1
1.00
4.20
7.00
1.30
4.01
3.00
2.00
3.00
2.00
2.03
2.00
3.00
2.00
4.65
2.00
2.00
1.80
3.00
groen
talud
water
talud
groenstrook
rijbaan
middenberm
rijbaan
berm
bermverlaging
berm
fietspad
berm
bermverlaging
berm
voetpad
groenstrook
voorerf
asfalt 2.5% afschot
berm 3% afschot kruidenrijk gras
asfalt 2.5% afschot
berm 3% afschot kruidenrijk gras
bermverlaging 5% afschot kruidenrijk gras
berm 3% afschot kruidenrijk gras
berm 3% afschot kruidenrijk gras
klinkers dikformaat halfsteensverb. kleur Toscana
groenstrook kruidenrijk gras
meerstammige bomen en heesters
gewapend gras
natuurvriendelijke oever, talud 1:4
talud 1:2 beschoeiing
berm 3% afschot kruidenrijk gras
paardenpad, zand
berm 3% afschot kruidenrijk gras
bermverlaging 5% afschot kruidenrijk gras
bermverlaging 5% afschot kruidenrijk gras
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
4.00
onderhoudspad
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
3.00
groen
+1.25
+1.10
+1.09
+1.13
+1.13
+0.10
+0.98
+1.15
4. Zuidersingel
1:3
1.70
4%
+1.25
+1.09
+0.95
+0.93
+1.08
1:3
+0.64
4%
+1.13
+1.25
5. Woonstraat greppel
1.70
2:1
3.00
2.00
0.50
2.20
1.30
5.00
2.00
2.00
3.00
5.00
voorerf
trottoir
gs
greppel
gs
rijbaan
parkeren
trottoir
voorerf
hoofdgebouw
NCB-klinkers halfsteensverb. parkeervakindeling: strek NCB type 3
klinkers dikformaat halfsteensverb. kleur Toscana
greppel taluds van 1:3
klinkers dikformaat keperverb. kleur Medoc
kruidenrijk gras Band: 10x20x100 kleur hardsteen
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
klinkers dikformaat halfsteensverb. kleur Toscana
Infiltratiesubstraat
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
5.00
hoofdgebouw
1:3 1.70
2%
4%
+1.00
+0.85
+0.72
+0.17
2%
+0.97
+1.10
4%
+1.13
+1.25
6. Beukeboomstraat
1:3 1.70
2:1
5.00
3.00
1.80
5.00
1.60
6.00
6.54
1.80
3.00
5.00
hoofdgebouw
voorerf
trottoir
rijbaan
groen
wadi
groen
trottoir
voorerf
hoofdgebouw
Bodem wadi Talud wadi 1:3 Wadi mengsel kruidenrijk gras
kruidenrijk gras
klinkers dikformaat halfsteensverb. kleur Toscana Band: 10x20x100 kleur hardsteen
Talud wadi 1:3 kruidenrijk gras
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
klinkers kruidenrijk gras dikformaat keperverb. kleur Medoc Band: 10x20x100 kleur hardsteen
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
klinkers dikformaat halfsteensverb. kleur Toscana
+0.62
+0.41
+0.16
+0.61
+0.41
+0.16
+0.75
7. Parkeerkoffer
4.65
1.30
4.65
5.80
4.65
1.30
4.65
5.80
5.00
parkeren
greppel
parkeren
rijbaan
boomvak
greppel
parkeren
rijbaan
achtererf
NCB-klinkers halfsteensverb.
klinkers dikformaat keperverb. kleur Dordogne
NCB-klinkers halfsteensverb.
parkeervakindeling: strook NCB type 3 halfsteensverb.
parkeervakindeling: strook NCB type 3 halfsteensverb.
Infiltratiesubstraat
Infiltratiesubstraat
greppel taluds 1:2
NCB-klinkers halfsteensverb. parkeervakindeling: strook NCB type 3 halfsteensverb.
Infiltratiesubstraat
klinkers dikformaat keperverb. kleur Dordogne
groenvak met 1e orde boom, met onderbeplanting
greppel taluds 1:2
NCB-klinkers halfsteensverb. parkeervakindeling: strook NCB type 3 halfsteensverb.
Infiltratiesubstraat
klinkers dikformaat keperverb. kleur Dordogne Band: 10x20x100 kleur hardsteen
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
klinkers dikformaat halfsteensverb. kleur Toscana
Trottoirband: 15/13x25x100, waterdoorlatend
5.80
rijbaan
Trottoirband: 15/13x25x100, waterdoorlatend
4.65
parkeren
Trottoirband: 15/13x25x100, waterdoorlatend
1.75
voetpad
Trottoirband: 15/13x25x100, waterdoorlatend
5.00
achtererf
1:4
-0.30
1.70
+0.85
+0.73
+0.60
+0.58
+0.60
+0.72
+0.78
+0.90
8. Hoogeboomstraat
1.70
1:3 2:1
2:1
5.00
3.00
3.00
2.15
3.60
8.00
2.65
1.00
5.00
2.00
3.00
5.00
hoofdgebouw
voorerf
trottoir
groen
talud
water
talud
berm
rijbaan
trottoir
voorerf
hoofdgebouw
Natuurvriendelijke oevers, 1:4 kruidenrijk gras
klinkers dikformaat keperverb. kleur Medoc
Talud 1:3 kruidenrijk gras
klinkers dikformaat halfsteensverb. kleur Toscana Band: 10x20x100 kleur hardsteen
kruidenrijk gras
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
klinkers dikformaat halfsteensverb. kleur Toscana
+0.70
9. Rand oost
1:3
1:3
5.00
11.85
1.50
10.00
hoofdgebouw
achtererf
greppel
boeren perceel
haag
greppel taluds 1:3 kruidenrijk gras
heesters en (meerstammige) bomen
4%
1.70
1:4
1.56 2:1
2:1
5.22
2.00
5.00
1.15
2.65
8.00
3.60
1.65
3.50
2.00
5.00
groen v.v.e.
trottoir
rijbaan
groen
talud
water
talud
groen
karrespoor
trottoir
voorerf
0x100 kleur hardsteen
klinkers kruidenrijk gras dikformaat keperverb. kleur Medoc
Talud 1:3 kruidenrijk gras
Natuurvriendelijke oevers, 1:4 kruidenrijk gras
kruidenrijk gras
0.88
1.19 0.125
klinkers dikformaat keperverb. kleur Medoc 1 strook NCB klinkers 6 strekken aan weerszijden 1 strek ncb klinkers
klinkers dikformaat halfsteensverb. kleur Toscana 0x100 kleur hardsteen
0.125 1.19 klinkers dikformaat halfsteensverb. kleur Toscana
+1.25
+1.05
+0.94
+0.80
1:3
1.70
-0.10
+0.78
+0.80
+0.90
+0.94
4%
0x100 kleur hardsteen
+1.15
10. Water karrespoor
1:3
4%
+0.90
+0.78
+0.60
1.70
-0.30
+0.58
+0.68
+0.78
+0.85
4%
+0.82
11. Water voetpad
1.70
1:4
2:1
2:1
5.00
0.74
2.00
5.00
1.15
2.65
8.00
3.60
2.15
3.00
3.00
5.00
hoofdgebouw
gr
trottoir
rijbaan
groen
talud
water
talud
groen
trottoir
voorerf
hoofdgebouw
Natuurvriendelijke oevers, 1:4 kruidenrijk gras
kruidenrijk gras
klinkers dikformaat halfsteensverb. kleur Toscana
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
Talud 1:3 kruidenrijk gras
Wortelscherm
klinkers kruidenrijk gras dikformaat keperverb. kleur Medoc Band: 10x20x100 kleur hardsteen
Band: 10x20x100 kleur hardsteen
klinkers dikformaat halfsteensverb. kleur Toscana
+0.70
4%
-0.70
+0.55
12. Rand zuid
18.12
5.00
29.34
3.31
water
talud
groen
privé groen
Natuurvriendelijke oevers, 1:4 kruidenrijk gras
kruidenrijk gras inheemse bomen en heester
kruidenrijk gras
hoof
+1.20
+0.98
+0.74
2%
+0.70
+0.83
+1.00
10.00m
10.00m
13. Ontsluiting Bedrijventerrein
2%
1.70
2:1
1.70
2.00
6.80
2.00
8.50
7.00
erf
haag/groen
parkeren
rijbaan
voetpad/haag
erf
hoofdgebouw
BSS - KF - wit
asfalt 2% afschot
30x30 betontegels, grijs
Band: 20x25x100 kleur hardsteen
halfsteensverb. parkeervakindeling
Band: 10x20x100 kleur hardsteen Haag, gemengd met inheemse en deels groenblijvende soorten
8.50
Haag, gemengd met inheemse en deels groenblijvende soorten
5.00
hoofdgebouw
Bijlage 1: Aanvullingen erfscheidingen privézijde Uit privacyoverwegingen blijkt er vanuit de bewoners behoefte te zijn om groene erfscheidingen met jonge beplanting (tijdelijk) aan te vullen voor meer privacy. Dit is toegestaan onder de volgende voorwaarden: • Collectief aangebrachte erfscheidingen aan de openbare ruimte dienen in stand te blijven (incl. begroeiing). • De aanvullingen op de erfscheidingen dienen op eigen terrein (tuinzijde) te gebeuren. • Het toevoegen van beplanting dient zoveel mogelijk aan te sluiten op de bestaande beplanting of kan aangevuld worden met de soorten die onder ‘erfscheidingen aan achterzijde’ zijn genoemd. • Een toegevoegd scherm dient de hoogte van de groene erfscheiding niet te overstijgen. • In situaties met een haag achter het hekwerk, kan alleen gebruik worden gemaakt van lichte houten schermen: een wilgen- of wilgenteenmat of -scherm op frame of een bamboemat op frame. De afstand van het scherm tot de stam van de haag moet de haag genoeg licht, ruimte en groeikans geven.
5 cm*
5 cm*
•
Er kan bij hekwerken, begroeid met klimplanten, gekozen worden voor de volgende oplossingen: Lichte kokos- of rietmatten bevestigen aan hekwerk, klimplanten groeien hier deels doorheen. Zware kokos- of wilgenschermen geplaatst 5 cm* achter de erfscheiding, klimplanten groeien hier tegenaan. Open houten of vergelijkbare erfscheidingen geplaatst 10 cm* achter de erfscheiding, klimplanten groeien door op hekwerk en door de houten heen. Dichte (houten) afschermingen zijn alleen toegestaan als er zich minimaal 15 cm* tussen de erfscheidingen bevindt, zodat de begroeiing goed door kan groeien.
* Deze afstanden gelden bij hekwerken begroeid met klimplanten
10 cm*
> 15 cm*
> 15 cm*
Bijlage 2: Groenstructuur B B
Hoofdontsluiting
Bijlage 3: Waterhuishouding P
+0,10 -0,30 0,00
+0,10
-0,30
-0,70
-0,70
-P 0,70
Bijlage 2 Natuurtoets woningbouw Zuidpolder Zuid te Eemnes
(concept) Motivering Uitbreiding Zuidpolder - Fase A en B NL.IMRO.0317.PM-0001
67 - 795
Natuurtoets woningbouw Zuidpolder Zuid te Eemnes Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming 20 november 2023
Kenmerk
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
Verantwoording Titel
Natuurtoets woningbouw Zuidpolder Zuid te Eemnes
Opdrachtgever
Gemeente Eemnes
Projectleider
Tim van Schelt
Auteur
Jelmer de Jong
Tweede lezer
Harm Bolle
Uitvoering meet- en inspectiewerk
Jelmer de Jong
Kenmerk
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
Aantal paginas
23 (exclusief bijlagen)
Datum
20 november 2023
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com
2/23
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
Kenmerk
Inhoud 1
2
3
Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1
Doel .................................................................................................................................... 5
1.2
Wettelijk kader .................................................................................................................... 5
1.3
Te beschouwen natuurwet- en regelgeving ....................................................................... 5
1.4
TAUW en biodiversiteit ....................................................................................................... 8
1.5
Kwaliteit .............................................................................................................................. 8
Huidige situatie, beoogde ontwikkeling en uitgangspunten....................................................... 8 2.1
Huidige situatie ................................................................................................................... 8
2.2
Beoogde ontwikkeling ...................................................................................................... 10
2.3
Uitgangspunten werkzaamheden en toetsing .................................................................. 10
Soortenbescherming ............................................................................................................... 11 3.1
Beschermingsregime en bepalingen ................................................................................ 11
3.2
Vrijstellingen ..................................................................................................................... 11
3.3
Zorgplicht ......................................................................................................................... 12
3.4
Werkwijze ......................................................................................................................... 12
3.5
Te toetsen soorten ........................................................................................................... 13
3.5.1 3.6
4
Mogelijk aanwezige soorten op basis van literatuuronderzoek ................................. 13
Toetsing beschermde soorten .......................................................................................... 13
3.6.1
Flora .......................................................................................................................... 13
3.6.2
Grondgebonden zoogdieren ..................................................................................... 13
3.6.3
Vleermuizen .............................................................................................................. 15
3.6.4
Vogels ....................................................................................................................... 16
3.6.5
Amfibieën .................................................................................................................. 18
3.6.6
Reptielen ................................................................................................................... 18
3.6.7
Vissen ....................................................................................................................... 19
3.6.8
Vlinders ..................................................................................................................... 19
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 19 4.1
Aanleiding en doel ............................................................................................................ 19
4.2
Relevante natuurwet- en regelgeving .............................................................................. 19
4.3
Conclusies toetsing .......................................................................................................... 20
3/23
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
Kenmerk
5
4.3.1
Wet natuurbescherming ............................................................................................ 20
4.3.2
Provinciaal beschermde gebieden ............................................................................ 21
4.4
Consequenties planvorming en uitvoering ....................................................................... 21
4.5
Aanbevelingen en kansen biodiversiteit ........................................................................... 21
Literatuur ................................................................................................................................. 22
4/23
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
Kenmerk
1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft het doel van de toetsing, de relevante natuurwetgeving, de wijze van kwaliteitsborging en de te hanteren uitgangspunten voor de toetsing.
1.1
Doel
In opdracht van Gemeente Eemnes heeft TAUW onderzoek gedaan naar de consequenties van de geldende natuurwet- en regelgeving voor de bouw van een woonwijk ten zuiden van Eemnes. De ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving, of als de benodigde vergunningen worden afgegeven en/of ontheffingen kunnen worden verleend. In deze rapportage volgt het antwoord op de volgende vragen:
Welke natuurwet- en regelgeving is van belang? In hoeverre is de beoogde ontwikkeling (mogelijk) strijdig met de geldende natuurwet- en regelgeving?
Zijn maatregelen en/of een vergunning/ontheffing/melding nodig? Wat betekent dit voor de verdere planvorming en uitvoering?
1.2
Wettelijk kader
De Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) is het wettelijke stelsel voor bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten (flora en fauna) en houtopstanden. Het beschermingsregime gaat uit van het nee, tenzij-principe. Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Utrecht is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning of ontheffing. Provinciale Staten (PS) van de provincie Utrecht kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van verbodsbepalingen met betrekking tot beschermde soorten. Naast de Wnb geldt vanuit provinciale ruimtelijke beleidsregels ook regelgeving met betrekking tot beschermde gebieden zoals het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN).
1.3
Te beschouwen natuurwet- en regelgeving
Wet natuurbescherming Natura 2000-gebieden In Nederland zijn ruim 160 gebieden aangewezen als Natura 2000-gebied, beschermd vanuit de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied Eemmeer & Gooimeer Zuidoever is circa 5 kilometer (figuur 1.1). Verstoringsfactoren zoals geluid, licht en optische verstoring van de aanlegfase en gebruiksfase zorgen vanwege de afstand met zekerheid niet tot negatieve effecten in Natura 2000-gebieden.
5/23
Kenmerk
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
Figuur 1.1 Beschermde gebieden rondom het plangebied
Negatieve effecten door stikstofdepositie als gevolg van de aanleg- en gebruiksfase op voor stikstof gevoelige habitattypen (op ca. 5km) zijn niet uit te sluiten. Een AERIUS berekening is noodzakelijk. Houtopstanden Bomenrijen langer dan 20 bomen en houtopstanden groter dan 10 are zijn beschermd, met enkele uitzonderingen. Dit heeft als doel het totale bosoppervlak in Nederland te behouden. Toetsing van eventuele effecten op beschermde houtopstanden is aan de orde, omdat de bomenrij zich (deels) buiten de bebouwde kom Wnb bevindt (figuur 1.2).
6/23
Kenmerk
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
Figuur 1.2 Bebouwde kom Wnb Gemeente Eemnes (mogelijk te kappen bomenrij zwart omcirkeld)
Beschermde soorten / soortenbescherming Onder de soortenbescherming zijn diverse planten- en diersoorten specifiek beschermd en voor alle soorten geldt dat negatieve effecten zoveel mogelijk voorkomen moeten worden. Vanwege het mogelijk voorkomen van (beschermde) flora en fauna in en nabij het plangebied is een toetsing van eventuele effecten op beschermde soorten noodzakelijk. Provinciaal beschermde gebieden Natuurnetwerk Nederland Veel natuurgebieden in Nederland zijn beschermd als het NNN. Het NNN omvat bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden met als doel deze beter met elkaar en het omliggende gebied te verbinden. Provincies zijn verantwoordelijk voor het aanwijzen van de gebieden. Het plangebied maakt geen deel uit van het NNN (zie figuur 1.1). Directe effecten op het NNN zijn daarom uitgesloten. Een toetsing van de effecten op het NNN van ontwikkelingen die daarbuiten plaatsvinden (externe werking) is in provincie Utrecht van toepassing. Toetsing van die effecten op het NNN is daarom noodzakelijk.
7/23
Kenmerk
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
In de provincie Utrecht zijn naast het NNN ook gebieden aangeduid en beschermd als Groene Contour en Weidevogelkernleefgebieden. Het plangebied maakt geen deel uit van deze gebieden. Een toetsing van effecten op deze gebieden is daarom niet nodig.
1.4
TAUW en biodiversiteit
Naast de natuurwet- en regelgeving zijn er in alle projecten kansen waarmee dit project kan bijdragen aan herstel van biodiversiteit. In het hoofdstuk Conclusies en aanbevelingen zijn enkele van deze kansen voor dit project beschreven.
1.5
Kwaliteit
Bij uitvoering van deze natuurtoets is geen volledige zekerheid te geven over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Dat komt doordat beschermde soorten soms een hele lage trefkans hebben, soms in heel kleine aantallen voorkomen en in sommige jaren zelfs afwezig kunnen zijn. Door inzet van deskundige ecologen en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethodes wordt de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. Mede daarom is TAUW aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus, een samenwerkingsverband van adviesbureaus die ecologisch advies geven en ecologisch onderzoek verrichten.
2 Huidige situatie, beoogde ontwikkeling en uitgangspunten Dit hoofdstuk beschrijft de huidige situatie, het voorgenomen plan en de uit te voeren werkzaamheden.
2.1
Huidige situatie
Figuur 2.1 toont de ligging van het plangebied. Het gaat om de Zuidpolder Zuid bij Eemnes, in de provincie Utrecht. Figuur 2.2 geeft een sfeerimpressie van het gebied. Het plangebied bestaat uit intensief begraasd grasland en akkerland doorkruist met kleine sloten. Ten westen van het plangebied liggen bomenrijen bestaande uit eiken langs het geluidsscherm van de A27. Ten noorden ligt het dorp Eemnes. Ten oosten grenst het plangebied aan lintbebouwing langs de Wakkerendijk. Verder ten zuiden en oosten bestaat het landschap uit intensief agrarisch landgebruik.
8/23
Kenmerk
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
Figuur 2.1 Ligging van het plangebied (globaal begrensd)
9/23
Kenmerk
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
Figuur 2.2 Impressie van het plangebied
2.2
Beoogde ontwikkeling
Figuur 2.3 geeft de beoogde ontwikkeling weer. Het gaat om het ontwikkelen van een nieuwbouwwijk ten zuiden van Eemnes in de wijk Zuidpolder. In het westelijk deel wordt bedrijvigheid ontwikkeld en in het oosten komen woningen te staan.
Figuur 2.3 De beoogde ontwikkeling
2.3
Uitgangspunten werkzaamheden en toetsing
De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd bij de toetsing in dit rapport: Gezien onbekend is of bomen gekapt worden, wordt in deze rapportage getoetst alsof alle bomen worden gekapt
De sloop of renovatie van gebouwen is geen onderdeel van de werkzaamheden
10/23
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
Kenmerk
3 Soortenbescherming Dit hoofdstuk beschrijft of het voorgenomen plan of project negatieve effecten heeft op beschermde flora en fauna en of vervolgstappen nodig zijn.
3.1
Beschermingsregime en bepalingen
Het onderdeel soortenbescherming onder de Wnb heeft bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar soms ook in Europa in hun voortbestaan worden bedreigd. De Wnb kent drie beschermingsregimes:
Vogels: Het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn Europees beschermd via de Vogelrichtlijn Dieren en planten: Het gaat hier om inheemse dieren en planten, die zijn Europees
beschermd via de Habitatrichtlijn en/of de verdragen van Bern en Bonn Nationale soorten: Het gaat hier om soorten, die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn of de verdragen van Bern en Bonn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal
beschermd Per beschermingsregime geldt een aantal verbodsbepalingen. Tabel 3.1 geeft een samenvatting van de verbodspalingen. Ze voorzien in de bescherming van verblijfplaatsen en de bescherming tegen verstorende invloeden. Gedeputeerde Staten van provincie Utrecht kan een ontheffing verlenen van de verboden zoals benoemd in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. Dit kan alleen wanneer er sprake is van een geldend wettelijk belang, er geen reële alternatieven zijn en er geen effect is op de staat van instandhouding beschermde soorten.
3.2
Vrijstellingen
In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren landelijk beschermd onder de categorie Nationale soorten, zoals gewone pad, bruine kikker. Gedeputeerde Staten van provincie Utrecht heeft bij verordening deze soorten vrijgesteld van de ontheffingsplicht. Dit betekent dat voor deze soorten geen ontheffing nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht (zie paragraaf 3.3). Vrijgestelde soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. Tabel 3.1 Verbodsbepalingen soortenbescherming onder de Wnb. VR = Vogelrichtlijn, HR = Habitatrichtlijn. Cijfers verwijzen naar de wetsartikelen Beschermingsregime
Vogels - HR
Dieren
Planten
Dieren -
Planten -
HR/Bonn/Bern
HR/Bonn/Bern
nationaal
nationaal
Verbodsbepaling Dieren of planten: Doden of vangen
3.1.1
Storen/verstoren
3.1.4 (tenzij
3.5.1
3.10.1.a
3.1.5)
11/23
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
Kenmerk
Beschermingsregime
Vogels - HR
Dieren
Planten
Dieren -
Planten -
HR/Bonn/Bern
HR/Bonn/Bern
nationaal
nationaal
Verbodsbepaling Plukken, verzamelen,
3.5.5
3.10.1.c
afsnijden, ontwortelen of vernielen Onder zich hebben of
3.2.6
3.6.2
3.6.2
vervoeren Plaatsen: Vernielen,
3.1.2
beschadigen of wegnemen nesten Beschadigen of
3.1.2
3.5.4
3.1.2
3.5.3
Rapen
3.1.3
3.5.3
Onder zich hebben
3.1.3
3.10.1.b
vernielen rust- of voortplantingsplaatsen Eieren: Vernielen (VR: en beschadigen)
3.3
Zorgplicht
De zorgplicht (Wnb, artikel 1.11) houdt in dat handelingen die nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten achterwege worden gelaten. De initiatiefnemer neemt de noodzakelijke maatregelen om negatieve gevolgen te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken/ongedaan te maken. De zorgplicht betreft alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht dient onder meer als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt. De zorgplicht is overal van toepassing, binnen en buiten beschermde gebieden.
Om aan de zorgplicht te voldoen dient er bij de aanlegfase van de werkzaamheden stapvoets in één richting gewerkt te worden om aanwezige fauna de kans te geven het plangebied te ontvluchten
Er dient niet gewerkt te worden in watergangen gedurende periodes van vorst
3.4
Werkwijze
De mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten is bepaald aan de hand van de volgende gegevens: Regionale en landelijke verspreidingsatlassen en -data
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), geraadpleegd op 3 november 2023 De Ecoviewer van TAUW
12/23
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
Kenmerk
Een oriënterend veldbezoek op maandag 6 november 2023. Tijdens het oriënterende veldbezoek is gecontroleerd of de locatie voldoet aan eisen die soorten aan hun leefomgeving stellen. Ook is gekeken naar de aanwezigheid van (sporen van) beschermde soorten
3.5
Te toetsen soorten
3.5.1 Mogelijk aanwezige soorten op basis van literatuuronderzoek Tabel 3.2 geeft een overzicht van alle beschermde soorten die op basis van verspreidingsgegevens mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomen. Tabel 3.2 Beschermde soorten die op basis van verspreidingsgegeven mogelijk in (de omgeving van) het plangebied voorkomen Soortgroep
Mogelijk aanwezige beschermde soorten
Flora
Dennenorchis (artikel 3.10)
Grondgebonden zoogdieren
Das, steenmarter, boommarter, eekhoorn, bunzing, wezel, hermelijn, haas, konijn (artikel 3.10)
Vleermuizen
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis, meervleermuis, franjestaart, baardvleermuis (artikel 3.5)
Vogels - jaarrond beschermde nesten
Grote gele kwikstaart, havik, boomvalk, sperwer, buizerd, zwarte wouw, wespendief, ransuil, steenuil, kerkuil, gierzwaluw, huismus, roek (artikel 3.1)
Vogels - jaarrond beschermd:
Blauwe reiger, ekster (artikel 3.1)
afhankelijk van ecologische factoren Vogels in gebruik zijnde nesten
Soorten zoals wilde eend, meerkoet, houtduif, merel (artikel 3.1)
Amfibieën
Rugstreeppad (artikel 3.5)
Reptielen
Levendbarende hagedis, ringslang, hazelworm (artikel 3.10)
Vissen
Grote modderkruiper (artikel 3.10)
Vlinders
Grote vos (artikel 3.10), teunisbloempijlstaart (artikel 3.5)
3.6
Toetsing beschermde soorten
In de volgende paragrafen zijn de effecten van de beoogde ontwikkeling op de in tabel 3.2 genoemde soorten beschreven. 3.6.1 Flora Dennenorchis staat op goed doorluchte zand- en lemige grond. De plant wortelt in de bovenste humuslaag van verteerd naalden strooisel. Het is een typische bos soort. Gezien de open structuur van het plangebied en de afwezigheid van naaldbomen is dit geen geschikte groeiplaats. Voorkomen en negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is geen nader onderzoek nodig. 3.6.2 Grondgebonden zoogdieren Steenmarter en boommarter komen beide in uiteenlopende habitats voor. Steenmarter komt veelal voor in stedelijk gebied waar de soort verblijfplaatsen heeft in bebouwing. Boommarter komt
13/23
Kenmerk
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
vaker in bebost gebied voor en heeft verblijfplaatsen in holtes. Beide soorten kunnen daarnaast dekking zoeken in groenstructuren als hagen, struweel en rommelhoekjes. Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen en foerageergebied aanwezig binnen het plangebied door het ontbreken van deze habiatkenmerken. Negatieve effecten en voorkomen zijn uitgesloten. Er is geen nader onderzoek nodig. Das komt voor in veel verschillende typen landschappen. De soort heeft echter een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Het leefgebied moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een goed vergraafbare bodem. Binnen het plangebied zijn geen sporen en holen van das geconstateerd. Gezien het gebrek aan dekking door het open landschap is het plangebied daarnaast ongeschikt voor das. Er zijn waarnemingen van das bekend ten westen van de A27 (NDFF) in de bossen bij Laren en Hilversum. De A27 is een dusdanige barrière dat het plangebied niet bereikt kan worden. Negatieve effecten en voorkomen zijn uitgesloten. Er is geen nader onderzoek nodig. Eekhoorn is een typisch boom bewonende soort. Eekhoorn heeft verblijfplaatsen in holtes in bomen en kan zelf nesten maken. Binnen het plangebied zijn geen geschikte holtes en nesten van eekhoorn aanwezig.
Daarnaast ontbreekt het aan bebost gebied waardoor foerageergebied afwezig is. Voorkomen en negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is geen nader onderzoek nodig. Bunzing komt voor in kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie. Ook dorpen en buitenwijken van steden vormen geschikt leefgebied door aanwezigheid van tuinen en de dekking die deze bieden. Als rustplaatsen worden holen gebruikt en takken- en steenhopen en rommelschuurtjes. Wezel leeft in zeer uiteenlopende habitats zoals bossen, duinen, wei- en akkerland. Ze zoeken graag dekking op in bosschages, houtstapels of heggen. Goede schuilmogelijkheden is een vereiste voor wezel. Hermelijn heeft gelijkende habitat eisen als wezel. Ook hier zijn schuilmogelijkheden van belang en komt de soort in allerlei habitattypen voor. Gezien het plangebied open akkerland betreft, ontbreekt het hier volledig aan voldoende schuilmogelijkheden. Een sporadische waarneming van deze soorten is niet uitgesloten, maar verblijfplaatsen en essentieel leefgebied zijn uitgesloten. Er is geen nader onderzoek nodig. Konijn komt vooral voor in halfopen landschappen zoals tuinen, bosranden en perken. Vochtig terrein zoals moeras, veen en zware klei worden gemeden, evenals open polderlandschap, aangezien daar geen holen gegraven kunnen worden.
Gezien het terrein open polderlandschap betreft en in gebruik is als intensief grasland, is dit geen geschikt habitat voor konijn en is voorkomen van verblijfplaatsen en essentieel leefgebied uitgesloten. Haas komt vooral voor in kleinschalig gras- en bouwland, open veld als akkers en weilanden maar komt ook voor in open bos, heide en kwelders. Er zijn veel waarnemingen van haas bekend in de polders rondom Eemnes. Gezien het plangebied mogelijk geschikt leefgebied betreft omdat het
14/23
Kenmerk
R001-1293656JWJ-V01-efm-NL
aan de habitatseisen voldoet kan aanwezigheid van essentieel leefgebied en verblijfplaatsen kunnen niet worden uitgesloten. Nader onderzoek is noodzakelijk. 3.6.3
Vleermuizen
Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld. Er zijn drie typen leefgebied van vleermuizen te onderscheiden, namelijk: verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes. Deze worden hieronder per type leefgebied beschreven. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn te allen tijde wettelijk beschermd. Indien foerageergebied en/of vliegroutes een essentieel onderdeel van het leefgebied van vleermuizen vormen, zijn deze functies eveneens wettelijk beschermd. Er wordt daarom onderscheid gemaakt in essentiële foerageergebieden en vliegroutes en niet-essentiële foerageergebieden en vliegroutes. 3.6.3.1 Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich, afhankelijk van de soort, in woningen, allerlei andere bouwwerken zoals kerken, kantoorpanden en bunkers, in grotten, in boomholtes of achter schors en in kieren van bomen. Globaal kan daarbij onderscheid gemaakt worden tussen in gebouwen verblijvende vleermuissoorten en in bomen verblijvende vleermuissoorten. Omdat vleermuizen een duidelijke jaarcyclus kennen, maken we onderscheid tussen verschillende typen verblijfplaatsen, namelijk zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen. Gebouw bewonende soorten Er zijn geen gebouwen aanwezig binnen het plangebied.
Aanwezigheid van verblijfplaatsen in gebouwen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis is hiermee uitgesloten. Er is geen nader onderzoek nodig. Boom bewonende vleermuizen De bomen in de bomenrij langs de Te Veenweg Zuid (in het westelijke deel van het plangebied) zijn gecontroleerd op aanwezigheid van mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen in de vorm van holtes, scheuren en loszittend schors. Er zijn geen potentieel geschikte verblijfplaatsen geconstateerd. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van boom bewonende vleermuizen is uitgesloten. Er is geen nader onderzoek nodig. 3.6.3.2 Foerageergebieden Foerageergebieden van vleermuizen zijn onder andere groen- of waterstructuren zoals struweel, bomenrijen, andere opgaande begroeiing en watergangen. In het plangebied zijn dergelijke foerageergebieden aanwezig in de vorm van de bomenrij langs de Te Veenweg Zuid. Bij aantasting van de bomenrij zijn er mogelijk negatieve effecten op essentiële foerageergebieden en dient soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Wanneer de bomenrij niet gekapt wordt dient enkel rekening gehouden te worden met het voorkomen van lichtverstoring gedurende de aanlegfase én gedurende de gebruiksfase. Indien dit niet mogelijk is, is nader onderzoek alsnog noodzakelijk.