CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

5 Evaluatie-Beleidsplan-BenO-2020-2021

Gemeenteraad 28 juni 2021, gemeente eemnesBij agendapunt: Concept beleidsplan Bescherming en Opvang 2021-202426.771 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Leg alsjeblieft contact met Hilversum of mijn psychiater. Zonder die taxi pas kom ik helemaal niet meer de deur uit. Kijk ik snap best dat er veel mensen fraude plegen dus dat ze dubbel checken, want het kost een hoop geld. Maar als je toch hoort dat ik die pas al tienjaar heb. Ja, als ik geen benen heb, is het probleem duidelijk zichtbaar, maar bij geestelijke problemen wordt dat vaak niet serieus genomen. Je ziet het probleem niet en daardoor is het 35

voor mensen moeilijk om het probleem serieus te nemen . Soms zou ik wel willen dat ik zoiets had wat zichtbaar is en niet steeds verantwoording hoef af te leggen. En dan moet ik mijn best gaan zitten doen voor een Wmo pas die ik langer dan tien jaar heb. Dat geeft een heleboel onnodige stress. Ik voelde me dan totaal niet serieus genomen.” Sociaal leven “Ik heb sinds vijf maanden een vriend en ik heb mijn familie, maar een sociaal leven heb ik verder eigenlijk niet. Ik heb wel behoefte aan een plek waar ik het gezellig kan hebben en waar ik me thuis voel. Maar verplichtingen zijn weer moeilijk. Ik heb me wel een keer aangemeld voor een proefles mindfulness in de Uitwijk. Fijn dat dat daar betaalbaar te doen is. Maar het was me naast de trainingen die ik toen volgde nog te veel. Niet alles tegelijk. In de WRAP cursus heb ik ook een meisje leren kennen waar ik echt een klik mee heb. Zij is echt een maatje geworden.” Time Out of Respijtvoorziening Ik hoop echt dat zo’n voorziening er komt. Hoe mooi is het als ik daarheen kan als je omgeving je problemen zwaarder maakt. Bij mij werd bijvoorbeeld mijn huis gerenoveerd. Ik kon dat op een gegeven moment niet meer aan. Toen had ik graag even uit de situatie willen gaan en bij een respijtvoorziening willen logeren. Om geestelijk tot rust te komen en weer op te laden.

Dat was geen situatie waarvoor je een opname nodig hebt maar wel een situatie waar ik uit moest om mijn geestelijke problemen stabiel te houden. Het is ook een plek waar je gewoon even naar toe kan gaan op een moeilijk moment. In een buurthuis kan je niet terecht met je geestelijke problemen. Dat kan wel in een respijtvoorziening. Naar een buurthuis ga je als je eenzaam bent. Naar een respijtvoorziening ga je als je eenzaam bent met psychische problemen.

36

Roos Roos is een pseudoniem, geïnterviewde wil anoniem blijven Over Roos in het kort Roos is een veertiger. Zij woont alleen met haar jonge hondje in een rustig wijk in Eemnes. Toen zij 24 jaar was, kreeg zij last van ernstige psychische klachten. Het heeft jaren geduurd voordat zij een duidelijke diagnose kreeg: een bipolaire stoornis. De eerste zes jaar zijn erg moeilijk geweest. Daarna was zij 12 jaar stabiel. De afgelopen anderhalf jaar heeft zij twee keer een crisis gehad. Alleen met haar ex heeft zij echt een sterke band. Daarnaast heeft zij veel contact met de buren twee huizen verderop. Ook met haar moeder heeft zij regelmatig contact. Verder ziet zij veel mensen maar die contacten zijn allemaal werk gerelateerd. Behandeling, werk en dagbesteding Zij had een baan als journalist bij de Telegraaf maar toen haar ziekte zich openbaarde, kon zij dat werk niet meer uitvoeren. Dat vond zij heel erg. De eerste jaren had zij überhaupt geen werk of dagbesteding. Zij was in behandeling bij de Rembrandthof en verder was er niets. Alle ondersteuning die zij heeft gekregen kwam van de Rembrandthof: behandeling, maatschappelijk werk en een korte tijd een begeleider thuis. Nog steeds is zij onder behandeling bij de Rembrandthof.

Korte tijd liep het via de huisarts maar dat beviel helemaal niet omdat de continuïteit bij het krijgen van juiste medicatie in gevaar kwam als de huisarts niet werkte of met vakantie was. Roos kwam in de WAO terecht en wilde na die eerste zware jaren wel weer werken. Maar een arbeidsdeskundige zei dat zij in ‘de afgeschreven groep’ zat waar ze niets mee deden. Dat kwam heel hard aan. Op verjaardagen en bij andere contacten komt altijd de vraag: ‘En wat doe jij?’. En dan was het antwoord: ‘niks’. Zo voelde zij zich ook: niks. Door medicatie was zij erg aangekomen en in de behandeling had zij geleerd dat bewegen goed voor haar is. Zij had er ook plezier in en werd steeds actiever. Haar fysiotherapeut gaf het laatste zetje en zei: “waarom ga je er niet zelf mee aan het werk?’ Met haar spaargeld en vakantiegeld heeft zij een eerste training voor aerobicdocent gevolgd. Ze is begonnen met één uur in de week cursus geven. Langzaam heeft zij dat uitgebouwd met andere opleidingen en sporten. Steeds gefinancierd met eigen middelen. Het UWV heeft nooit iets gedaan. Nu is zij personal trainer en sportdocent. Zij werkt ongeveer 20 uur per week en kan dat over de dagen spreiden maar het blijft voor haar altijd zoeken naar een goede balans.

Als ik zeg dat het wel heel stoer is wat zij heeft gedaan, dat dat doorzettingsvermogen vraagt, dat zij helemaal selfmade is en dat ik nog zelden zo’n verhaal heb gehoord, is zij verbaasd. Zo ziet zij dat zelf niet. ‘Maar, misschien moet ik mijzelf daar eigenlijk wel voor op de schouder kloppen’, zegt zij. Gemeente en hersteltrainingen buiten beeld Roos heeft nooit ondersteuning via de gemeente gehad. Zij wist niet dat je bij de gemeente terecht kan voor begeleiding of andere vormen van ondersteuning. Ze heeft ook geen idee waar je dan zou moeten zijn en hoe dat werkt. Zij heeft ook niet van herstel en hersteltrainingen gehoord. Als ik vertel wat persoonlijk herstel is, is zij wel geïnteresseerd. Crisis Twaalf jaar lang is Roos stabiel geweest maar dan gaat het mis. Terugkijkend ziet zij wel wat daartoe heeft geleid. Zij was begonnen in een baan als buurtsportcoach. Die baan was vrij hectisch, minder goed te plannen en vroeg veel van haar. Haar hondje overleed en de psychiater die zij al twaalf jaar had, nam afscheid. Dan gaat zij op reis naar de Verenigde Staten. Dat was heel intensief en ontregelend voor Roos. Toen vergat zij ook nog twee keer haar medicatie en door de jetlag ging bij thuiskomst de onrust over in een echte crisis. Zij was alleen thuis en helemaal de weg kwijt. Ze brak binnen de boel af. Buren hebben de politie gebeld. Maar Roos laat de politie niet binnen.

‘Eigenlijk was ik heel erg bang’. Dan breekt de politie de voordeur open en komt met vijf man sterk haar huis binnen. Zij springen bovenop en haar en proberen haar met een nek klem in bedwang te houden. Roos heeft door haar crisis een enorme kracht en is heel beweeglijk. Zij probeert zich uit de nek klem te worstelen en is bang haar nek te breken. Zij is manisch en psychotisch en wordt uiteindelijk met geweld in de boeien geslagen en afgevoerd naar het politiebusje. Ze denkt zelf dat ze ontvoerd wordt. Buiten staan alle buren op het pleintje te kijken terwijl Roos met loeiende sirenes wordt weggevoerd naar een kliniek in Amersfoort. Roos vertelt dit verhaal heel rustig. Ook legt ze uit dat de gewelddadige aanpak van de politie haar agressieve gedrag versterkte. Duidelijk is dat deze gebeurtenis een enorme impact heeft. Binnen een 37

week is zij weer stabiel genoeg en keert zij terug naar huis. Maar thuis voelt zij zich niet meer veilig. Hier op haar eigen veilige plek thuis zijn al die akelige dingen gebeurt. ’s Nachts laat zij het licht aan. Uit de woorden die ze gebruikt als ‘gênant’, en ‘schaamtevol’ is haar eigen schaamte voelbaar. Als ik daar naar vraag, geeft ze aan dat zij weet dat zij er niks aan kan doen maar dat het wel zo voelt. De buurt kijkt haar er overigens niet op aan. Zij kennen haar al van kinds af aan. Als zij uitlegt wat zij heeft, krijgt ze ook begripvolle reacties of opmerkingen als: ja mijn moeder of iemand anders die ik ken heeft dat ook. De gebeurtenissen zijn heel ingrijpend geweest en Roos wil dit nooit meer zo meemaken. En dan ziet zij bij de Rembrandthof een folder van de crisiskaart. Die wil zij ook. Crisiskaart Met behulp van een ervaringsdeskundige crisiskaart consulent ontwikkelt Roos een persoonlijke crisiskaart. De gesprekken zijn heel prettig. Zij hoort dat de consulent ervaringsdeskundige is. Ze heeft daar verder niet echt bij nagedacht maar als ik ernaar vraag, geeft zij aan dat zij denkt dat die ervaringsdeskundigheid toch wel een toevoeging is. Omdat de consulent door eigen ervaringen meer begrip heeft van haar situatie. De kaart bestaat uit twee delen. Eén met informatie voor hulpverleners als zij in crisis is.

Er staat uitleg in over wat er met haar gebeurt, dat zij niet gevaarlijk is maar misschien wel zo overkomt en hoe zij daar het beste mee om kunnen gaan. Bij Roos is het belangrijkste om heel rustig te blijven, in gesprek te gaan en géén geweld te gebruiken. Dat verergert juist haar crisis door de onderliggende angst. In het tweede deel dat privé is, heeft zij andere zaken geregeld. Voor- en nazorg noemt zij dat zelf. Zoals dat een goede vriend gewaarschuwd wordt en dat hij voor haar hondje zorgt. Dat de buren verderop en haar goede vriend een signalerende rol hebben en de juiste instanties kunnen waarschuwen. Roos is blij met deze kaart. Toen ze hem maakte had ze geen idee dat ze hem heel snel ook al nodig zou hebben. Ongeveer een jaar na de eerste crisis is er opnieuw een samenloop van ontregelende omstandigheden die leidt tot een crisis. Als zij thuis komt, herhaalt zich de situatie van het jaar daarvoor. Alleen gaat alles nu heel anders. Dankzij de crisiskaart. Roos is net zo in de war als de vorige keer. De buren bellen de politie. En de politie ziet bij de melding dat er een crisiskaart is. De agenten weten met behulp van de crisiskaart wat er met Roos gebeurt en hoe zij het beste met haar om kunnen gaan. Zij gaan daarom met haar in gesprek volgens de instructies. Dat leidt ertoe dat Roos rustiger wordt.

Zij gaat zelf mee met de politie en laat zich naar de Rembrandthof brengen. Later hoort ze van haar buurmeisje dat een buurman haar gefilmd heeft. Ook nu is zij binnen een week weer goed genoeg om naar huis te gaan maar de crisis is veel minder ingrijpend geweest dan de vorige keer. Zij gaat zelf naar buren toe die ze heeft uitgescholden tijdens haar crisis om excuses aan te bieden en uitleg te geven. Alleen die buurman die aan het filmen was. Die heeft zij nog niet durven aanspreken. Dat wil zij nog steeds doen. Roos is ontzettend blij met haar crisiskaart. Die biedt haar rust. De politie agenten waren erg blij met de handvaten die zij krijgen door de crisiskaart. Ook voor de buurt is het fijn dat er geen heftig incident is. ‘De crisiskaart zorgt voor een wereld van verschil’, zegt Roos. Ze vraagt de gemeenten met klem om de pilot met de crisiskaart voort te zetten en te zorgen dat alle mensen die er baat bij hebben er één kunnen krijgen.

38

Peter Over Peter “Ik kom uit Utrecht. Ik kwam elf jaar geleden zwaar verslaafd bij de Cocon in Hilversum binnen. In Utrecht was ik stratenmaker. Ik heb altijd keihard gewerkt en heb altijd ontiegelijk veel gedronken. Nu heb ik al elf jaar niet meer gedronken.” “Thuis als kind ging het bij mij al niet goed. Mijn vader was heel dominant en hij sloeg mij en mijn moeder van jongs af aan. Hij heeft mij ook geestelijk naar de klote geholpen.” “Toen ik veertien jaar was, werd ik stratenmaker. Bij stratenmakers werd veel gedronken en zo kwam ik er mee in aanraking. Ik verdiende goed en dat besteedde ik voor een groot deel aan drank met vrienden.” “Ik ben gaan samenwonen toen ik al heel ver heen was. En dat ging dus ook fout. En toen ging het nog verder berg afwaarts. Mijn vader ging dood toen hij 51 jaar was. Toen viel er een hele last van mij af. Ik woonde in die tijd alleen maar ik ben opnieuw gaan samenwonen. Ik heb daar voor mijn huis opgezegd in Utrecht. De liefde van mijn leven, dacht ik. En binnen een half jaar stond ik weer buiten. Toen was ik dakloos en heb ik een jaar lang buiten geslapen. Op de bank in een park of in Lunetten in een fortje. En dan ging ik ’s ochtends vroeg stiekem douchen in de Jaarbeurs of in een ziekenhuis. Ik had gelukkig een WAO uitkering waardoor ik geld had. Maar ja, dat maakte ik vooral op aan de drank.” Het gesprek vindt plaats in de Cocon.

Peter ziet er nu heel goed uit. Als ik vraag hoe dat komt, zegt hij: “Dat komt door hier. Ik blijf deze mensen mijn hele leven dankbaar.” “Ik had mensen om mij heen die alleen maar van me profiteerden. Mensen die niet goed voor mij waren. Ik kwam af en toe bij een opvang in Utrecht. Dat was allemaal zo gevaarlijk daar. Veel mensen aan de drugs en als je geld in je zakken had, dan staken ze mekaar gewoon neer voor een paar tientjes. En ik ben niet bang uitgevallen maar ik dacht: dan blijf ik ’s nachts liever buiten alleen. Ik wist de eerste nacht dat ik buiten sliep al dat ik dit niet meer wilde. En dan probeerde ik bij vrienden of ik een paar nachten mocht slapen. Maar ik was zo ver heen en ik dronk zoveel, dat ging helemaal niet. “Ik werkte wel af en toe als vrijwilliger in de opvang in Utrecht. Maar ik kende iedereen in Utrecht en had ook met iedereen ruzie en toen hebben ze voor mij een plaatsje in Hilversum bij de Cocon geregeld. Toen mocht ik hier tien dagen slapen. Leo liet me binnen. Toen hoorde ik dat ze niet alleen daklozen opvingen voor de nacht maar dat ze hierboven ook kamers vrij hadden en dat je dan geholpen kon worden. En dat wilde ik heel graag. Ik wilde uit die wereld. Ik dronk op het laatst 40 halve liters per dag. Ik moest nog wel een maand wachten tot ik op zo’n kamer met hulp kon.

Toen ik daar zat, kreeg ik 50 euro boodschappengeld per week en dan kon je voor jezelf koken. Héérlijk vond ik dat. Voor mezelf koken.” “Met een begeleider heb ik afspraken gemaakt. Hij zei: ‘Als je weer een paar keer gedronken hebt en je geeft het niet aan dan is er geen plek meer hier voor jou. Dan kunnen we je niet helpen. Als het misgaat moet je eerlijk zijn. Lukt het niet, hou het niet voor je.’ Ik werd in de gaten gehouden.” “Ik kon al gauw bij de Jellinek terecht. Daar kon ik praten hoe het zo gekomen is allemaal en dat ik zo geslagen ben en zo vernederd door mensen om mij heen. Ik ben in één keer gestopt met drinken. De eerste vijf maanden heb ik het heel erg moeilijk gehad. Ik stuiterde gewoon. Maar het ging steeds beter. Als het moeilijk was, kon ik hier altijd met iemand praten. Ik kon ook vrijwilligerswerk doen in de Kringloop en dat heb ik meteen gedaan. Werken heb ik altijd gedaan en dat hielp mij nu ook om te overleven.” “Toen ik hier kwam, vroegen ze of ik schulden had en ik wist het eigenlijk zelf niet. Toen bleek dat ik veel schulden had. Wel 45.000,- euro. De vriendin die ik had gehad, deed alle financiën. Ik keer er niet naar om. Daar hebben ze me mee geholpen en toen dat afgelost was, kreeg ik een eigen huisje. Ik heb hier nog steeds een budgetcoach die mij helpt.

Ik heb nu al vijf jaar een eigen appartement in Hilversum.” “Op een gegeven moment had de conciërge hier wel wat hulp nodig. En toen vroegen ze of ik kon helpen. Dat werd steeds meer en nu ben ik hier de hele week. Ik help met boodschappen en onderhoud. Ook van de containerwoningen bij Keerpunt Zuid en de kamers die we hebben. Ik heb het hier reuze naar mijn zin.” “Nu ben ik hier in de Cocon al acht jaar vrijwilliger voor 38 uur in de week. Deze mensen zijn voor mij nu 39

collega’s. Geen cliënt meer. Je hoort echt bij ons zeggen ze en dat voel ik ook zo. Ik blijf mijn hele leven zo dankbaar dat ik hier een kans heb gekregen. De mensen hier zijn echt míjn mensen. Ze zijn zo lief voor mij, ik voel mij hier thuis.” “Er zijn daklozen in de Cocon die al eerder geholpen zijn en een huisje hadden gekregen. Die zeiden dan: ‘Ik kom hier nooit meer terug want ze doen hier toch niks voor je.’ En dan komt puntje bij paaltje en dan zijn ze er weer. Daar kan ik heel slecht tegen. Want de mensen hier doen alles voor je, als je zelf maar wilt.” “Ik ben weggegaan uit Utrecht omdat ik het daar ook niet had gered. Als ik daar gebleven was, was ik nu dood geweest. Het hielp dat niemand mij hier kende en ik een nieuwe start kon maken. Ik zie wel bij mensen dat als je in dezelfde cirkel blijft dan val je terug in je oude gewoontes. Dan zijn dezelfde mensen weer om je heen die gebruiken en drinken.” “Vroeger kwamen hier alleen daklozen en mensen die aan de drank waren. Nu komen er ook mensen van de GGZ binnen. Die gedragen zich anders. En niet iedereen is daarvoor opgeleid hier. Het gaat de laatste tijd wel goed. Er zijn ook wel eens incidenten. Deze mensen horen hier eigenlijk niet. Zorg dat die mensen een goede plek met zorg krijgen.” “Vroeger was ik een klerelijer. Ik ben zelf heel fout geweest.

Ik schaam me er nu nog wel eens voor dat ik van mijn 14e tot mijn 40e alleen maar gedronken heb. Ik werd van jongs af aan geslagen en kwam in kroegen nou, daar laat je je hond nog niet naar binnen. Normale mensen kwamen daar niet. En allemaal mensen uit het criminele circuit. Cor van Houten en zijn mensen kende ik allemaal. Ik worstelde ook nog op heel hoog niveau. Ik zat in een milieu waar geen goede mensen komen. Met vrouwen was het net zo. Ik kwam daar vrouwen tegen, dat vond ik toen prachtig, maar nu, als je er helder over nadenkt, zijn dat niet de plekken waar je fijne vrouwen vindt. Ze wilden mij om van te profiteren en om mijn geld. Hier in de Cocon kon ik praten en kwam ik er achter hoe het eigenlijk allemaal gegaan is. Ze hebben mij hier de liefde gegeven die ik nooit heb gehad.” “Nu ga ik elk jaar naar de Nijmeegse Vierdaagse. Ik doe veel aan lopen. Lopen is heerlijk. Dat geeft me zoveel rust. Mijn vader zei vroeger altijd dat ik dat toch niet kon. En als ik nu over de finish kom, dan komt alles weer even voorbij. En dan kijk ik naar boven en zeg tegen mijn vader: ‘je krijgt me toch nooit meer te pakken’. En dan moet ik even huilen. Dat is echt fantastisch. En dan staat mijn zusje daar aan de finish. Dat doet mij echt wel wat. Ik heb met haar nu een goede band. Toen ik zo dronk, wilde ze niet dat ik bij haar kwam slapen.

Ze had een klein zoontje en wilde mij daar niet bij hebben. Dat kon ik toen niet begrijpen. Nu wel. Dat kleine neefje is inmiddels al 21 jaar.” ‘Ik ben nu hartstikke gelukkig. Ik blijf de mensen hier ontzettend dankbaar. Harro, Jan, Leo en al die anderen. Zoals mijn leven nu is, is mijn leven perfect. Zo wil ik het houden.”

40

Jenny Jenny in het kort Jenny komt oorspronkelijk uit Roemenië. Zij is 35 jaar. In 2003 is zij uitgenodigd om vakantie te vieren bij een oom en tante in Nederland. Dat was een cadeautje omdat zij net haar diploma had gehaald voor bakker patissier. Ze is in Nederland gebleven vanwege de liefde. Zij is getrouwd en na negen maanden verdween haar man uit haar leven. Zij is gescheiden maar heeft nu nog wel contact met haar schoonfamilie. Ze heeft een dochter van 12 jaar uit een relatie die ze daarna had. De vader van haar dochter heeft zij niet meer gezien sinds haar dochter drie jaar oud was. De afgelopen zes jaar heeft zij samengewoond. Die relatie is recent verbroken waardoor zij met haar kind geen dak boven haar hoofd had. Zij stond niet ingeschreven op woningnet en kan dus geen betaalbaar huis vinden. Zij is terecht gekomen in de Vluchtheuvel in Hilversum. Zij spreekt vloeiend Nederlands, werkt parttime in de horeca (bediening restaurant) en combineert dat met schoonmaakwerk in de ochtend. Als zij moet werken buiten schooltijden dan gaat haar dochter naar haar ex-schoonzus. Zij is nu twee maanden in de opvang van de Vluchtheuvel. In de Vluchtheuvel “Via mijn huisarts kwam ik bij het maatschappelijk werk. Zij hebben gebeld voor mij of er een plek was. Ik wist niet wat ik moest verwachten van de opvang. Ik werd heel snel teruggebeld. Toen kreeg ik een intakegesprek.

Over waarom ik geen huis heb, wat er met mij gebeurd is en wat ik heb meegemaakt. Dat gesprek duurde drie uur. Daarna werd overlegd of ik mocht komen.” “Toen ik hier kwam, was ik in de war en ik kon niet nadenken. Ik heb altijd hard gewerkt en ben altijd doorgegaan. Voor ik hier kwam, ging niet meer. Ik kon mijn bed niet meer uitkomen en mijn laatste partner wilde mij op straat zetten. Ik heb heel veel meegemaakt in Roemenië en hier. En toen overleed mijn vader. Ik kwam mijzelf heel erg tegen. Ik had nooit ergens over gepraat. Hier in de Vluchtheuvel heb ik dat voor het eerst gedaan.” “Praten was niet makkelijk. Ik heb hier erg gehuild. En ik schaamde me ook heel erg over bepaalde dingen. Nu kan ik er wel over praten. Ik wist ook eigenlijk niet wat er met mij allemaal gebeurd was. Er waren veel dingen waar ik nooit over had gepraat. Toen zeiden ze in één van de gesprekken. ‘Dus je bent seksueel misbruikt.’ En ik dacht: Huh? Ik had er zelf gewoon nooit die naam opgeplakt. Dat kwam heel hard binnen. Ik ben vaak seksueel misbruikt. Toen ik acht jaar was en later weer toen ik twaalf jaar oud was. Ik ben gewoon doorgegaan. Het is moeilijk om daarover te vertellen want ik heb daar nooit over gepraat. Maar dat kan hier allemaal en hoe meer je erover praat hoe makkelijker het wordt.” “Toen ik hier kwam, wist ik niet wat ik moest verwachten.

Als je hoort over de daklozenopvang heb je daar een idee over. En het valt mij niet tegen. Zeker niet. Ik moest wel wennen aan al die regels. Je moet dit, mag niet dat. Ik kon het niet allemaal meteen onthouden. Maar ook dat valt heel erg mee. Die regels zijn ook nodig. Het kan niet zo zijn dat zoveel mensen bij elkaar zijn zonder regels. En ook vind ik het normaal dat iedereen wat doet en bijdraagt hier. Je krijgt hier alle hulp en begeleiding die je nodig hebt.” “Iedereen heeft een eigen begeleider die altijd tijd heeft voor je. Als die er niet is dan is er altijd iemand anders die je begeleider vervangt. Je kunt alles met ze bespreken. En ze adviseren je ook hoe je de dingen kunt aanpakken. Ze helpen je ook als het nodig is. Ik moest bijvoorbeeld spullen ophalen bij mijn ex. Dat vond ik moeilijk. Toen hebben ze aangeboden om met mij mee te gaan. Het is fantastisch werk wat zij doen. Ik ben er echt superblij mee.” “Mijn dochter vind het fijn hier. Hier is rust. Het is ook een hechte groep hier met de mensen op de gang. Iedereen helpt elkaar en de sfeer is goed.” “Toen ik net kwam, was ik erg in de war. Ik kon niet meer. Pas na een paar dagen en een paar gesprekken, kwam ik een beetje tot rust en kon ik nadenken. Ik had een dak boven mijn hoofd, te eten en mensen waarbij ik terecht kon. Hier is rust. De ergste stress ging eraf. Ik heb veel verantwoordelijkheden.

Mijn vader is overleden en ik heb de zorg voor mijn moeder in Roemenië. Roemenië is niet zoals Nederland. En ik heb de zorg voor mijn dochter. Ik moet nu aan mijn toekomst denken en aan die van hen. Tot nu toe zorgde ik voor iedereen en iedereen kwam op de eerste plaats behalve ik. Hier leer ik dat ik en mijn dochter op de eerste plaats komen. Eerst zorg ik voor mijzelf en mijn dochter en dan pas komt de rest. Niet iedereen pleasen en jezelf wegcijferen. Hier leer ik mijn grenzen. Ik ben heel erg dankbaar dat ik hier mag zijn. Ik weet niet wat er met mij gebeurd was als ik hier niet terecht was gekomen….. 41

Ik heb nog nooit een eigen huis gehad. Altijd in het huis van een ander en afhankelijk. Nu denk ik aan een eigen huis.” “Ik krijg hier nu ook budgetbeheer. Dat is vooral voor mensen met schulden. Ze doen het voor mij nu ook even. Dat is beter want dan hoef ik dat nu even niet zelf te doen. Niet omdat ik het niet kan maar omdat het me nu rust geeft en er meteen voor mij gespaard wordt voor als ik naar een eigen huis kan gaan. Ik krijg per week leefgeld.” “Ik krijg nu alle rust en hulp om mijn eigen leven op orde te brengen. Ik heb een eigen badkamer en een koelkastje op mijn kamer. Hier kunnen mijn dochter en ik samen ontbijten. We koken in de keuken met de anderen. Er is een schema met huishoudelijke taken die verdeeld worden over de bewoners. Ik vind dat niet erg, eigenlijk ook wel leuk. Beneden is er een speelkamer voor de kinderen. Boven kunnen we in een huiskamer teevee kijken of in de keuken kaarten of spelletjes doen. Daar praten we dan ook over van alles. Er zijn zestien kamers en het is een hechte groep. Iedereen met kinderen.” “Er zijn ook mensen die niet zo positief zijn als ik. Die hebben moeite met regels. Over logeren bijvoorbeeld of over niet mogen drinken. Het zijn meestal de mannen die meer vrijheid willen. Maar het is logisch dat die regels er zijn. Zonder die regels wordt het hier een chaos. Je wil hier toch geen drinkende mensen hebben.

“In het begin zei ik: ik wil hier nooit meer weg. Maar nu denk ik dat ik natuurlijk ook verder wil. Stap voor stap. Met psychologische hup ook die ik binnenkort ook ga krijgen.”

42

Yvonne Over Yvonne in het kort Yvonne heeft vier (bijna) volwassen kinderen, een partner en woont in Bussum. Yvonne woont alleen met haar drie poezen, konijn, twee vogels en vissen. Die dieren zijn erg belangrijk voor Yvonne. Zij heeft in 2003 de diagnose borderline gekregen, ook heeft ze PTSS. Het heeft lang geduurd voordat Yvonne haar diagnose kreeg. Ze is blij dat er nu een diagnose is, want daardoor vielen dingen op zijn plek en kon zij zich gaan inlezen in wat de stoornis inhoudt. Wachttijd bij overplaatsing Yvonne wil graag eerst iets vertellen over de overplaatsing van de dagbehandeling bij de Rembrandhof – waar zij in 2003 cliënt werd en dit negen jaar bleef – naar de dagbehandeling bij de Mauritzhof. Deze overplaatsing ging namelijk gepaard met een wachttijd van een jaar. In dat jaar was zij thuis en kreeg zij in eerste instantie geen behandeling en medicatie. Zij heeft vervolgens een psychose gehad. Vervolgens kreeg zij wel medicatie en ging het beter. Voor Yvonne was het onduidelijk waarom zij niet direct overgeplaatst kon worden, ook wist zij bij het vertrek van Rembrandhof niet hoe lang de wachttijd zou duren. Stabiliteit en structuur Een andere belangrijke ervaring voor Yvonne was de begeleiding (gespecialiseerde thuishulp) die zij kreeg tijdens een van haar zwangerschappen en in de jaren daarna.

De professional ondersteunde haar gedurende een periode van vier jaar bij een depressie, bood stabiliteit en structuur via een weekritme en een huishoudschema. Yvonne leerde via de professional overzicht te behouden en haar eigen huishouden op orde te krijgen. Dit kan zij nu al jaren helemaal zelfstandig. Yvonne noemt dan ook dat stabiliteit en structuur via de zorg haar het meest geholpen heeft. Een professional die erop let dat zij goed voor zichzelf zorgt (eten en sporten), haar medicatie inneemt. Yvonne vindt het heel goed dat dit soort begeleiding nu ook in het weekend wordt geboden, want daar ervaar je anders echt een gat. Ook over de optie voor respijtzorg is zij positief, want het kan in haar ogen dan wellicht een opname voorkomen. Yvonne heeft nog nooit gehoord van cliëntondersteuning of van stichting MEE. Dagactiviteiten en Herstel De structuur die Yvonne ’s leven tegenwoordig heeft, wordt ook geboden vanuit de dagactiviteiten die zij onderneemt, veelal via het programma van de dagbehandeling in de Mauritzhof. Ze is er elke dag vanaf de dagopening en doet er verschillende activiteiten, zoals koken en breien. Er zijn vaste contactpersonen aanwezig. Yvonne vindt dat er genoeg keuze is wat betreft de activiteiten. “Zonder de Mauritzhof is er geen structuur en stabiliteit.

Dan zou ik maar halve dagen leven, pas een keer rond 11 uur uit bed komen.” Daarnaast maakt zij gebruik van Herstelactiviteiten. Hierover zegt ze: “Het is inspirerend, ik kan ervan leren en ik kan mijn verhaal kwijt.” Zo heeft zij een cursus Schrijf je Verhaal gevolgd, waarmee ze leerde om haar levensverhaal te schrijven. Het effect hiervan is dat zij haar levensverhaal kan ordenen: wat is wanneer gebeurd? Ze kan er nu ook beter over vertellen dan voorheen. Ook de training begin maken met herstel en de herstelweek middenin in de zomer waren voor haar inspirerend en ze leert er veel van. Zij komt ook bij de klankbordgroep Herstel. Een groep mensen die meedenken over beleid met de gemeenten. Sinds kort is Yvonne lid van de cliëntenraad van GGZ Centraal Regio Gooi en Vechtstreek. Dit vindt zij heel fijn. Zij kan hier haar eigen ervaringen inzetten, maar ook dat wat zij van anderen hoort op de momenten dat zij bij de Mauritzhof is. Ook zit zij sinds kort in een zangkoor. Sinds vorig jaar gaat Yvonne ook elke maandagavond koken en eten in de Uitwijk, een buurtcentrum bij haar in de buurt. Zij vind het fijn om daar te komen omdat zij dan ook weer eens andere mensen ontmoet dan de mensen van de Mauritzhof. Ook vindt ze het fijn dat er in de groep veel mensen zijn met psychische kwetsbaarheden. Dan kan je daar gewoon over praten. Ze voelt zich daardoor thuis.

Yvonne vindt prettig om met andere mensen die een psychische kwetsbaarheid hebben samen dingen te ondernemen. Want: iedereen heeft een verhaal op dit vlak, dus je kan dat van jou kwijt, je vindt er herkenning en niemand kijkt ergens raar van op. Een bijkomstigheid is wel dat er zo nu en dan incidenten zijn met medecliënten. Dat maakt dan veel 43

indruk. Crisiszorg Yvonne heeft zelf nooit te maken gehad met crisiszorg maar wel indirect via haar zoon. Negatieve signalen hierover heeft zij niet gehad. Haar zoon wil nu afstand houden en die wens respecteert zij ook. Daarvoor hielden de mensen van de Rembrandthof haar altijd op de hoogte. Het is moeilijk dat er nu geen contact is en dat ze nu niet kan bellen om te horen hoe het met hem is. Toekomst Binnenkort krijgt Yvonne bewind voering. Dit heeft zij met behulp van een contactpersoon bij de Mauritzhof aangevraagd. Het lukt haar namelijk momenteel niet zo goed om haar financiën goed op orde te krijgen. Dat komt door de terugval in inkomsten sinds haar twee jongste dochters uit huis zijn. Nu mist ze kinderbijslag en allerlei andere inkomsten. Zij heeft een intakegesprek gehad bij de gemeente hiervoor, dit vond zij een goed gesprek. Het was het eerste gesprek met de gemeente over haar financiën sinds lange tijd, ook al heeft Yvonne al jaren een bijstandsuitkering. Verder denkt Yvonne niet echt na over de toekomst. Vanwege haar psychische kwetsbaarheid is zij nog regelmatig een paar dagen depressief, dit kan plotseling opspelen. Zij geeft zelf aan dat ook de borderline maakt dat zij ver vooruitkijken niet overziet. Dit zorgt ervoor dat zij van dag tot dag leeft.

44

Marc Over Marc in het kort Marc heeft een zoon van 11 jaar. Hij is vijf jaar geleden gescheiden. Zijn ex-partner en zijn zoon wonen in de buurt. Marc is in herstel van een alcoholverslaving, die ongeveer 25 jaar heeft geduurd. In die periode had Marc een leidinggevende salesfunctie. Daarnaast trad hij regelmatig op als zanger. In december heeft hij opgetreden als zanger bij de herstel dag ‘Elke ervaring telt’. Dat is voor hem een belangrijke stap, die laat zien hoe ver hij inmiddels is gekomen. Hij is momenteel in gesprek met de Mauritzhof om in de toekomst daar optredens te doen en samen met bewoners muziek te maken. Woningnood Vanwege de scheiding moest Marc op zoek naar nieuwe woonruimte. Dat ging erg moeizaam, door het beperkte aanbod aan betaalbare woningen. Uiteindelijk is Marc verhuisd naar een vakantiepark in de buurt. In eerste instantie kon hij zich niet inschrijven op dit adres. Van de gemeente kreeg hij daarover te horen: “Als je niets doet, dan ben je illegaal in Nederland.” Deze boodschap bezorgde hem veel vragen, stress en spanning, hetgeen zich ook uitte in zijn alcoholgebruik. Hij heeft nog geprobeerd om ergens anders een postadres te krijgen, maar dat is niet gelukt. De vakantiewoning is eigenlijk een tijdelijke woonruimte, maar inmiddels woont Marc er al viereneenhalf jaar en hij heeft zich er toch kunnen inschrijven.

Het vakantiepark is een soort toevluchtsoord voor gescheiden mensen. Marc geeft aan dat er meerdere mensen wonen die somber zijn en dat er regelmatig drank wordt gebruikt. Hij vindt het een weinig positieve omgeving en zou liever ergens anders wonen. Opname in kliniek Marc werd zich, na een tijd op het vakantiepark gewoond te hebben, ervan bewust dat het niet goed met hem ging. Hij merkte dat hij somber was en ook fysiek erg achteruit ging. Hij realiseerde zich dat dit met zijn alcoholgebruik te maken had. Ook ontstond er frictie tussen hem en zijn ex-partner, die een tijd daarvoor was afgekickt van alcohol en op een andere manier in het leven was gaan staan. Marc besloot dat hij zelf hulp nodig had en, omdat hij dit voor zijn ex-partner destijds had geregeld, inmiddels wist hoe hij dit kon regelen. Hij zegt wel dat hij vindt dat het niet makkelijk is om uit te zoeken welke hulp je nodig hebt. “Er zijn veel websites, er staat zoveel, dat is lastig.” Marc had een wachttijd van drie weken tot het intakegesprek. Over die periode zegt Marc: “Ik ging me nog meer isoleren. Enerzijds was het vervelend dat ik niet meteen terecht kon, aan de andere kant dacht ik: nog een paar weken drinken. Toen was er weinig rem meer. Zeker niet toen er een afwijzing kwam van de zorgverzekeraar.” De zorgverzekeraar wees in eerste instantie de aanvraag voor opname in een afkickkliniek af.

Ze vonden de situatie niet ernstig genoeg. Dit bericht kwam hard binnen bij Marc. Hij was “met de billen bloot gegaan, maar wat had het nu allemaal nog voor zin?”, dacht hij. Later werd de aanvraag alsnog toegekend. Over de opname in de kliniek vertelt Marc dat met name de ervaringsdeskundigen daar hem het meest geholpen hebben. “Die kun je niet in de maling nemen, die hebben mij gered.” De ervaringsdeskundigen kijken en luisteren vanuit hun eigen ervaringen en prikken overal doorheen. Eerste weken van herstel Na vier weken in de kliniek te zijn opgenomen geweest, keerde Marc terug naar zijn woning op het vakantiepark en zijn leven. “Ik viel van mijn roze wolk”. Marc had graag gewild dat ze hem tijdens zijn opname beter hadden voorbereid op de terugkeer naar zijn leven buiten de kliniek. Bij thuiskomst kreeg Marc direct te maken met instanties (werkgever, Arbo, UWV), waarvoor hij zaken moest regelen en dat vond hij moeilijk. Daarnaast was zijn sociale omgeving nog steeds dezelfde, hetgeen hij zich niet had gerealiseerd: hij was gestopt met drinken, maar zijn omgeving had nog een ander beeld van hem. Kennissen en vrienden wilden hem overhalen om toch wat te drinken. Marc wilde zijn excuses aanbieden aan zijn naasten, maar hun wantrouwende reactie was anders dan hij gehoopt had.

Marc pleit er daarom ook voor dat er meer begeleiding komt voor familie en naasten, zodat zij inzicht krijgen in het proces dat iemand doorloopt die afkickt. Dit kan ervoor zorgen dat het contact meer in balans blijft. Meer en eerder bekendheid geven aan hulp en herstelnetwerk Marc zou graag zien dat de hulp die er is voor mensen na opname in een afkickkliniek bekender wordt. “Er 45

is wel veel, maar het is niet bekend. Ook de huisarts, die op de hoogte was, nam geen contact met mij op om mij te vertellen welke hulp er beschikbaar was”. Marc is bij toeval in contact gekomen met het Herstelnetwerk in de regio, via een van de meetings van de afkickkliniek. Vanuit het Herstelnetwerk is hij diverse cursussen gaan doen. Eerst ‘Begin maken met herstel’, later andere vervolgcursussen. Marc kreeg hierdoor veel inzicht in zijn valkuilen. Het volgen van een cursus zorgt tegelijkertijd voor ritme (het is wekelijks) en contacten met medecursisten. Marc haalde een medecursist op met de auto en onderweg voerden zij gesprekken. De meetings vanuit de kliniek zijn ook erg waardevol voor Marc: “Het is mijn medicijn. Je hoort verhalen van anderen, hoe zij ergens mee dealen, daar haal je veel uit. Je bent onder elkaar en kunt je ervaringen delen. Ik kan deze mensen altijd bellen als ik ergens mee zit”. Daarnaast geeft Marc inmiddels voorlichting en is hij maatje. Ook deze activiteiten dragen bij aan zijn eigen herstel. Hij kijkt naar wat hem is overkomen, met name ook in de eerste periode na de opname, en wil er graag aan bijdragen dat anderen dit niet gebeurt. Door de eigen ervaringen in te zetten en over zijn leven te vertellen, herbeleeft hij de gebeurtenissen. Dit herinnert hem aan waar hij nooit meer naar toe wil.

Marc heeft ook een aantal websites opgezet waar (ex)verslaafden en naasten informatie kunnen vinden over hulp en herstel. Toekomstperspectief De maatjes- en voorlichtingsactiviteiten zijn vrijwilligerswerk, net als de herstelactiviteiten. Marc vindt dat de vrijwilligersvergoeding die hier tegenover staat, te laag is. Hij steekt er veel tijd en regelmatig ook eigen kosten in (parkeren, benzine). Marc zou graag weer een betaalde baan willen. Hij werkt nu op werkplek die in de toekomst wellicht omgezet kan worden in een betaalde baan. Afsluiting Marc wil benadrukken dat de bekendheid van het hulpaanbod vergroot moet worden. Hij heeft veel zelf moeten uitzoeken. Dat is hem gelukt en hij haalt er ook voldoening uit, maar hij ziet (ook in zijn omgeving) een hoog risico op terugval. Bij het verlaten van de kliniek is het belangrijk dat iemand weet waar hij terecht kan en wat er allemaal op hem af kan komen (sociale omgeving die niet is aangepast, instanties). Daarnaast vindt hij het heel belangrijk dat familie en naasten meer begeleiding krijgen.

46

Henk In het kort over Henk Henk komt uit Hilversum, woont nu in Bussum en heeft een roerige tijd achter de rug. De partner van Henk overleed een aantal jaren geleden. Niet lang daarna raakte Henk in de financiële problemen. Henk dacht dat hij en zijn partner de financiën goed hadden geregeld, maar na haar overlijden bleek dat niet zo te zijn. Henk belandde op straat, hier heeft hij een aantal weken geslapen totdat hij in contact kwam met de opvang en zijn leven weer in een opwaartse spiraal kwam. Daklozenopvang Al snel kwam Henk in contact met wijkagenten. Via hen hoorde hij over de daklozenopvang. Het is een zogeheten passantenopvang, waar inwoners die het nodig hebben een bed en eten krijgen en zich kunnen douchen. Uiterlijk om 13:00 moeten mensen de opvang verlaten. Om 17:00u kunnen ze zich weer aanmelden. In de tussentijd zijn mensen op straat. Henk zegt “dat is echt overleven”, maar meestal sloot hij zich aan bij een groepje en dat was ook wel gezellig. In de passantenopvang vond Henk niet alleen onderdak, maar ook rust en duidelijkheid. “Ik kon weer beginnen met mijn leven op te pakken.” Henk kreeg ondersteuning om orde op zaken te stellen: de blokkade van zijn rekening werd opgeheven, er werd een uitkering aangevraagd, de financiën werden aangepakt. “Het was heel fijn om het niet allemaal zelf te hoeven doen.

Ik werd overal van het kastje naar de muur gestuurd, als ik iets probeerde te regelen. Als de begeleiding belt, dan komen ze er wel doorheen. Om het instanties zijn.” Over het verblijf in de passantenopvang vertelt Henk dat er weinig privacy is. Er zijn vrij strikte regels en dat is nodig volgens Henk omdat men met veel mensen dicht bij elkaar zit. “Er gebeurt hier altijd wel iets. Het is verder wel geordend. Er zijn duidelijke regels, moet ook, want anders wordt het een zooitje.” Ook helpt het volgens Henk als je je als gebruiker van de opvang een beetje kunt aanpassen aan de rest. Van de gezamenlijke woonkamers maakte Henk zelden gebruik. Liever trok hij zich met een muziekje terug in de slaapzaal. Doorstroom Na dertien maanden in de passantenopvang, stroomde Henk door naar een andere woonopvang. Hier huurde hij een kamer en kreeg hij een flink stuk regie en onafhankelijkheid terug, waar hij erg blij mee was. “Hier kwam ik echt tot rust, ik had een eigen plek, hoefde met niemand wat.” Henk kreeg niet langer begeleiding bij het wonen. Henk zorgde zelf voor een dagritme en daginvulling en het schoonhouden van zijn kamer. Hij koos er vrijwillig voor om nog wel begeleiding te krijgen bij zijn financien, want dat beviel hem erg goed. Henk vindt dat de begeleiding erg goed werk verricht. En daarnaast heeft hij zelf ook veel gedaan.

“Ik ging veel zelf achter dingen aan.” Samen met de begeleiding maakte hij telkens een plan en daar focuste hij op. “Er ligt veel aan jezelf. Ze zijn hier erg goed. Ze reageren snel, kunnen overal bij helpen. Je moet gewoon meewerken.” Het lukt Henk goed om de plannen te volgen en mee te werken aan de begeleiding. Hij was erg gemotiveerd: “De periode in de opvang is echt overleven, ik wilde daar zo snel mogelijk weg.” Daardoor kan hij van uit de doorstroomplek werken aan de volgende stap: het vinden van een zelfstandige woonruimte. Bussum Dat lukt in april 2019, na negen maanden zoeken via Woningnet. Henk vindt het een hele fijne plek, hij woont dichtbij het centrum. “Ik ben gewoon heel goed geholpen. Ik had ook altijd wel het idee: ik kom hier wel snel weer weg. Daar heb ik mij volop voor ingezet.” Henk merkt op dat je wel erg afhankelijk bent van het woningaanbod, dat is schaars. Henk zegt dat hij hard heeft gewerkt om te komen waar hij nu is. Hij richt nu beetje bij beetje zijn huis in, “sprokkelt overal wat vandaan.” Daarnaast komt hij als vrijwilliger schoonmaken bij de daklozenopvang. Over een tijdje gaat in gesprek met de gemeente om te praten over werk. Hij heeft al wel een gesprek gehad, de gemeente heeft gezegd dat hij eerst zijn leven op de rit mocht krijgen, woonruimte vinden. Henk staat erg open voor werk, dat is zijn nieuwe doel.

Ook volgt er binnenkort een stappenplan om de financiële begeleiding af te bouwen. 47

Henk zegt geen hulp te hebben gemist. Hij is trots op hoe het allemaal gelopen is en dat alles nu weer op orde is.

48

Hassan In het kort over Hassan Hassan heeft drie kinderen. Hassan is vorig jaar gescheiden en had dringend woonruimte nodig. Met een van zijn kinderen, zijn zoon van 17 jaar, woont hij sinds twee maanden in de Vluchtheuvel. De andere kinderen wonen bij zijn ex-partner. Zijn zoon is niet aanwezig bij het gesprek, hij gaat naar het speciaal voortgezet onderwijs in Hilversum. Hassan werkt vijf dagen per week als schoonmaker van kantoren. Hij heeft deze baan sinds 1995. Vluchtheuvel Hassan heeft zelf gebeld naar de Vluchtheuvel, hij heeft twee weken gewacht tot er een plek was. Bij de Vluchtheuvel krijgt hij begeleiding bij het zoeken van een woning. Hassan is blij met de begeleiding. Ze helpen hem met het invullen van papieren, het aanvragen van een urgentieverklaring, bij het innemen van zijn medicatie. Hij zoekt een huis met twee slaapkamers in Hilversum. Hassan vertelt dat er iets mis is gegaan met zijn inschrijving in Woningnet. De inschrijfgelden waren niet betaald en daardoor belandde hij onderaan de wachtlijst. Als dit niet gebeurd was, had hij misschien tijdens de scheiding zelf een huis kunnen vinden en niet naar de Vluchtheuvel hoeven gaan. “Je kan hier jezelf zijn” Hassan weet nog niet wanneer hij een woning kan krijgen. “Je moet gewoon wachten”. Hij vindt het niet erg om te wachten, want hij vindt het gezellig bij de Vluchtheuvel.

Er wonen leuke mensen, de medewerkers zijn ook leuk. Zijn zoon moest wel even wennen, nu gaat het gelukkig goed. Hassan zegt dat je hier jezelf kunt zijn. Er wordt halal gekookt, dit is voor meerdere mensen belangrijk bij de Vluchtheuvel. Hij vindt het er rustig en mensen kunnen met elkaar lachen. Hassan maakt regelmatig gebruik van de gedeelde woonkamer om te darten en voetbal te kijken. Bewoners en begeleiding doen dit ook regelmatig samen. Begeleiding voor kinderen Vanuit de gemeente is er begeleiding geregeld bij de opvoeding van de kinderen. Hassan ziet zijn andere kinderen eens per week. Vanuit Sherpa is er ook begeleiding van zijn zoon van 17 jaar. Daarnaast heeft Hassan een bewindvoerder, in verband met de eerdere schulden. Deze schulden zijn inmiddels goed aangepakt. Toen dit opgelost was, zijn Hassan en zijn vrouw pas uit elkaar gegaan. Hassan heeft een aantal zussen en broers, waar hij ook contact mee heeft. Een zus komt soms op bezoek, bijvoorbeeld om aanwezig te zijn bij belangrijke gesprekken. Hassan is helemaal tevreden. Hij heeft niets gemist in de begeleiding. Hij kan nog niet vooruitkijken, misschien dat hij iets anders nodig heeft wanneer hij een huis vind, maar dat weet hij nu nog niet. komt soms op bezoek, bijvoorbeeld om aanwezig te zijn bij belangrijke gesprekken. Hassan is helemaal tevreden. Hij heeft niets gemist in de begeleiding.

Hij kan nog niet vooruitkijken, misschien dat hij iets anders nodig heeft wanneer hij een huis vind, maar dat weet hij nu nog niet.

49

Bijlage 2: Planning totstandkoming nieuw beleidsplan Evaluatie beleidsplan 2017-2020 + richting nieuw beleidsplan Activiteit Deadline Evaluatierapport vaststellen door het PFHO 5 juni 2020 Evaluatierapport vaststellen door de colleges juni 2020 Webinar raden over evaluatie beleidsplan B&O 11 juni 2020 Evaluatie in de commissies behandelen en de September / oktober 2020 richting van het nieuwe beleidsplan bespreken Houtskoolschets/concept 2021 - 2024 Activiteit Opstellen basis voor concept Marktconsultaties, sessies partners Sessies adviesraden, Sessies Herstel/ervaringsdeskundigen & familieorganisaties Concept/eerste schets bespreken met directieoverleg Concept/eerste schets bespreken met portefeuillehouders Adviesraden om input vragen Webinar/Regiopodium raadsleden Uiterlijke datum input adviesraden Concept vaststellen door directieoverleg Concept vaststellen door portefeuillehouders Concept vaststellen door colleges Zienswijzeprocedure gemeenteraden

Deadline Oktober 2020 Oktober 2020 Oktober 2020 15 oktober 2020 29 oktober 2020 30 oktober 2020 November 2020 1 december 2020 17 december 2020 7 januari 2020 Januari 2020 Januari/februari 2020

Finale versie 2021-2024 Activiteit Verwerken input gemeenteraden Marktconsultaties en sessies partners Sessie adviesraden Sessies Herstel/ervaringsdeskundigen & familieorganisaties

Deadline Februari/maart 2021 Januari – februari 2021 Januari – februari 2021 Januari – februari 2021

Concept bespreken met directieoverleg Concept bespreken met portefeuillehouders Adviesraden om input vragen Uiterlijke datum input adviesraden Webinar/Regiopodium gemeenteraden Beleidsplan vaststellen door directieoverleg Beleidsplan vaststellen door portefeuillehouders Beleidsplan vaststellen door colleges Vaststellen door gemeenteraden

25 maart 2021 8 april 2021 9 april 2021 7 mei 2021 mei 2021 20 mei 2021 3 juni 2021 Juni 2021 Juni/juli 2021

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10337014/1