5 Evaluatie-Beleidsplan-BenO-2020-2021
Tekst van het document
Wel nemen zij het advies van de Regio over om de hoogte van de bestemmingsreserve voor 2021 en verder pas te bepalen zodra er duidelijkheid is over de werkelijke uitname Wet langdurige zorg. De verwachting is dat dit in oktober 2020 duidelijk zal zijn. Doordecentralisatie en het objectief verdeelmodel Op 21 januari 2020 heeft de staatssecretaris van VWS in de Tweede Kamer een motie overgenomen inzake de doordecentralisatie van Beschermd Wonen (BW). De motie roept op om vooralsnog geen definitief besluit over doordecentralisatie te nemen en eerst eind dit jaar te evalueren of dan aan de gewenste randvoorwaarden is voldaan. De motie is in lijn met het advies van het expertiseteam MO-BW-BG, dat de VNG vorig jaar heeft ingesteld en de manier waarop hier uitvoering aan wordt gegeven. Het advies van het expertiseteam bevat een aantal bouwstenen die van belang zijn bij een verantwoorde doordecentralisatie. Rijk en gemeenten maakten in juli 2019 afspraken over die bouwstenen. Bouwstenen voor verantwoorde doordecentralisatie In de zomer van 2019 heeft een expertiseteam van wetenschappers en gemeentebestuurders gekeken of er redenen waren om de beweging die in gang was gezet naar aanleiding van het advies ‘Van Beschermd Wonen naar een Beschermd Thuis’ aan te passen.
Conclusie van het Expertiseteam was in de eerste plaats dat de uitgangspunten van de visie van Dannenberg voorop blijven staan: alle inwoners, ook met verward gedrag of GGZ-problematiek, verdienen een plek in inclusieve wijken binnen gemeenten. Wel werd geconcludeerd dat de MO vooralsnog niet gedecentraliseerd zou moeten worden (2026 op z’n vroegst). Voor BW zijn nog enkele aanvullende voorwaarden benoemd, zoals: de doordecentralisatie geldt alleen voor nieuwe cliënten, bestaande cliënten ondervinden daarmee geen nadeel van de veranderingen; dit zorgt voor een geleidelijke overgang dat er een goede financiële verdeling komt met als inzet dat gemeenten de middelen ontvangen die passen bij de behoefte van hun inwoners. Voor de nieuwe cliënten wordt een objectief verdeelmodel ontwikkeld; de huidige historische verdeling over centrumgemeenten wordt langzaam afgebouwd. Het ingroeipad zal zowel rekening houden met de doordecentralisatie als de overgang naar een objectieve verdeling. De beweging gaat hiermee geleidelijk waarbij gemeenten ook verplicht zijn om regionaal samen te werken de ontwikkeling van een kostenregeling.
Hiermee worden problemen rondom onevenredige belasting zoveel mogelijk opgelost zeer specialistische vormen van Beschermd Wonen worden landelijk ingekocht de verrekening van de overgang van Wlz-cliënten vindt plaats via een ex-ante uitname en een expost verrekening op regionaal niveau op basis van werkelijke uitstroom van cliënten. Planning voor het nieuwe verdeelmodel Gemeenten, Rijk en samenwerkingspartners werken voortvarend aan de invulling van genoemde voorwaarden. De planning voor de komende maanden ziet er als volgt uit: voorjaar 2020: beslissing nieuw verdeelmodel Beschermd Wonen met passend ingroeipad, afspraken over inkoop specialistische voorzieningen en de contouren van de kostenregeling voorjaar 2020: bestuurlijk overleg, o.a. over de randvoorwaarden bij het nieuwe verdeelmodel voorjaar 2020: besluit over wijze ex-post uitname Wlz medio 2020: afspraken over regionale samenwerking 19
zomer 2020: nadere uitwerking kostenregeling gereed najaar 2020: bestuurlijk overleg, o.a. over de randvoorwaarden bij het nieuwe verdeelmodel
Opvang en Veilig Thuis De begroting Bescherming & Opvang is integraal van karakter. Dit biedt enerzijds optimale flexibiliteit, anderzijds bekostigen we nu ook incidentele en structurele activiteiten uit de Rijksmiddelen Beschermd Wonen. Zo wordt onder andere een deel van de structurele middelen voor de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz) en Maatschappelijke Opvang hieruit bekostigd. Het kabinet heeft in april 2019 kenbaar gemaakt om €200.000.000 extra beschikbaar te stellen voor daklozen. Wat dit aan extra middelen voor de Regio oplevert is nog niet bekend. Zo is er ook in de Voorjaarsnota voorzien in extra middelen voor Veilig Thuis, Vrouwenopvang en het Centrum voor Seksueel Geweld. Wat dit aan extra middelen voor de Regio oplevert is nog niet bekend. Versnellingsplan Ambulantisering Onderstaand advies is een citaat uit het vastgestelde Versnellingsplan Ambulantisering (hoofdstuk 5): “Advies is om bij het realiseren van de geclusterde zelfstandige woningen te streven naar geografische spreiding over de gemeenten binnen de regio en nu geen compensatieregeling in te stellen, maar in het kader van het beleidsplan Bescherming & Opvang 2021-2024 te komen tot een bredere compensatieregeling inzake de totale uitstroom vanuit beschermd wonen”.
Dit betekent dat we bovenstaande ook in het kader van het nieuwe beleidsplan zullen meenemen, als randvoorwaarde om de ambulantisering te kunnen laten slagen binnen alle gemeenten.
20
4.2 Kwalitatieve evaluatie Inwoners Inwoners, cliënten- en familieorganisaties zijn betrokken geweest bij de beleidsvoorbereiding en uitvoering van Bescherming & Opvang. Voor de evaluatie zijn aanvullend verschillende inwoners geïnterviewd over hun ervaringen met (crisis)ondersteuning, beschermd (thuis) wonen, opvang, preventie en herstel. Deze mensen durfden het aan om niet alleen hun problematiek te delen, maar ook hun ervaringen met de ondersteuning waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Hieronder een korte samenvatting van hun ervaringen. In de bijlage zijn hun complete verhalen na te lezen. Herstelactiviteiten & ervaringsdeskundigen; ‘Hier heb ik mijn hele leven naar gezocht.’ Inwoners geven aan dat zij veel baat hebben bij herstelactiviteiten en de inzet van ervaringsdeskundigen. Zoals Kim treffend verwoordt: “Psychiaters, het klinkt een beetje bot, praten uit een boekje. Ze weten niet hoe het voelt. Het is niet zo dat ervaringsdeskundige herstelwerkers wél alle antwoorden hebben, maar zij weten wel hoe het voelt. Het is fijn om eens iemand te hebben aan wie je niet uit hoeft te leggen dat het even niet gaat. Dat dat geaccepteerd wordt en dat dat er mag zijn. Je zit bij een hersteltraining niet met lotgenoten en dan een professional aan het hoofd die het wel even gaat vertellen. Herstelwerkers doen het anders. Zij zoeken ook zelf naar de beste versie van hen zelf.
De leraar wordt zo onderdeel van de groep. Het voelt samen, je voelt dat je er echt niet alleen voor staat.” “In de WRAP training maak je een gereedschapskist voor als je geestelijk in een noodsituaties zit of komt. Wat ga ik nu doen om te zorgen dat het beter wordt? Wie schakel ik in? En wat ga ik doen? Je maakt een lijst van mensen die je kan betrekken. Je leert ook aanvoelen waar je grenzen liggen. Zodat je op tijd aan de bel trekt. Dat was een heel zware training. Dan moet je gaan leren waar je grens ligt en met je hele zelf aan de slag gaan. Je komt echt jezelf tegen. Maar wel op je eigen voorwaarden. Waar jij mee aan de slag wilt” “Ik haal uit zo’n hersteltraining of cursus meer dan uit gesprekken met een psychiater. Dit is veel belangrijker. Ik heb het gevoel dat ik er mag zijn. Ik richt me nu ook op mijn kwaliteiten. En dat geldt ook voor de anderen die er aan mee doen. Dit is voor iedereen die meedoet zo belangrijk. Ik ben jaren op zoek geweest naar zo iets. En nu voor het eerst heb ik cursussen die bij me binnen komen en waar mensen me begrijpen. Deze trainingen moeten blijven.” Crisiskaart; ‘Een wereld van verschil.’ Inwoners geven aan dat de crisiskaart hen de mogelijkheid biedt om regie te houden in situaties waarin zij de regie zelf kwijt zijn. Roos maakte een crisis mee mét en zonder crisiskaart. Toen Roos in crisis raakte was zij alleen thuis.
Ze breekt binnen de boel af. Buren bellen de politie maar Roos laat de politie niet binnen. ‘Eigenlijk was ik heel erg bang’, zegt zij. Dan breekt de politie de voordeur open en komt met vijf man sterk haar huis binnen. Zij springen bovenop en haar en proberen haar met een nek klem in bedwang te houden. Roos probeert zich uit de nek klem te worstelen en is bang haar nek te breken. Zij is manisch en psychotisch en wordt uiteindelijk met geweld in de boeien geslagen en afgevoerd naar het politiebusje. Ze denkt zelf dat ze ontvoerd wordt. Buiten staan alle buren op het pleintje te kijken terwijl Roos met loeiende sirenes wordt weggevoerd naar een kliniek in Amersfoort. Toen Roos na deze episode weer thuis kwam, voelde zij zich niet meer veilig. Hier op haar eigen veilige plek thuis zijn al die akelige dingen gebeurd. ’s Nachts laat zij het licht aan. De gebeurtenissen zijn heel ingrijpend geweest en Roos wil dit nooit meer zo meemaken. Maar een crisis kun je niet altijd voorkomen. En dan ziet zij bij de Rembrandthof een folder van de crisiskaart. Die wil zij ook. Ongeveer een jaar na de eerste crisis, raakt Roos door een samenloop van ontregelende omstandigheden opnieuw in een crisis. Alleen gaat alles nu heel anders. Dankzij de crisiskaart. Roos is net zo in de war als de vorige keer en de buren bellen de politie. Maar de politie ziet bij de melding dat er een crisiskaart is.
De crisiskaart vertelt de agenten wat er met Roos gebeurt en hoe zij het beste met haar om kunnen gaan. Zij gaan daarom met haar in gesprek volgens de instructies van de crisiskaart. Dat leidt ertoe dat Roos rustiger wordt. Zij gaat zelf mee met de politie en laat zich naar de Rembrandthof brengen. De crisis is hierdoor veel minder ingrijpend dan de vorige keer. In de crisiskaart zijn ook afspraken opgenomen over andere zaken die bij een crisis voor Roos belangrijk zijn. Zoals wie er voor haar hondje zorgt maar ook afspraken over voorzorg en nazorg. 21
Roos is ontzettend blij met de crisiskaart. Die biedt haar rust. De politie agenten zijn ook blij met de handvaten die zij krijgen door de crisiskaart. Ook voor de buurt is het fijn dat er geen heftig incident is. ‘De crisiskaart zorgt voor een wereld van verschil’, zegt Roos. Ze vraagt de gemeenten met klem om de pilot met de crisiskaart voort te zetten en te zorgen dat alle mensen die er baat bij hebben er één kunnen krijgen. Opvang in de Cocon; ‘Ik was dakloos en dronk 40 halve liters bier per dag. Nu ben ik gelukkig’ In de daklozenopvang kunnen inwoners terecht voor onderdak. Degenen die willen en kunnen, gaan in een traject om hun leven weer op te bouwen. Peter heeft van zijn veertiende tot zijn veertigste onvoorstelbaar veel gedronken. Tot hij in de Cocon in Hilversum kwam. In zijn jeugd werd hij voortdurend geslagen en vernederd door zijn vader. Hij zakte steeds verder af tot hij dakloos en verslaafd in Utrecht rondzwierf. Gezien de negatieve omgeving in Utrecht werd voor Peter een plekje in de opvang van Hilversum geregeld. “Toen ik hoorde dat ze niet alleen daklozen opvingen voor de nacht maar dat ze ook hulp aanboden, wilde ik dat heel graag. Ik wilde uit die wereld. Ik dronk op het laatst 40 halve liters per dag.” Met behulp van begeleiding kon Peter al snel terecht in de verslavingszorg en starten met vrijwilligerswerk. Ook zijn schulden werden aangepakt.
Het was zwaar voor hem, maar inmiddels heeft hij al vijf jaar een eigen huisje in Hilversum. e
e
“Ik schaam me er nu nog wel eens voor dat ik van mijn 14 tot mijn 40 alleen maar gedronken heb. Ik werd van jongs af aan geslagen en kwam in kroegen nou, daar laat je je hond nog niet naar binnen. Normale mensen kwamen daar niet. En allemaal mensen uit het criminele circuit. Cor van Houten en zijn mensen kende ik allemaal. Ik worstelde ook nog op heel hoog niveau. Ik zat in een milieu waar geen goede mensen komen.” “Hier in de Cocon kon ik praten en kwam ik er achter hoe het eigenlijk allemaal gegaan is. Ze hebben mij hier de liefde gegeven die ik nooit heb gehad. Ik ben nu hartstikke gelukkig. Ik blijf de mensen hier ontzettend dankbaar. Harro, Jan, Leo en al die anderen. Zoals mijn leven nu is, is mijn leven perfect. Zo wil ik het houden.” Opvang in de Vluchtheuvel; ‘In de opvang met mijn dochter heb ik eindelijk rust’ Jenny kwam na een verbroken relatie met haar 12-jarige dochter op straat te staan en verblijft in de Vluchtheuvel waar daklozen met kinderen terecht kunnen. “Toen ik hier net kwam, was ik erg in de war. Ik kon niet meer. Pas na een paar dagen en een paar gesprekken, kwam ik een beetje tot rust en kon ik nadenken. Ik had een dak boven mijn hoofd, te eten en mensen waarbij ik terecht kon. Hier is rust. De ergste stress ging eraf. “Mijn dochter vind het fijn hier. Hier is rust. Het is ook een hechte groep hier met de mensen op de gang.
Iedereen helpt elkaar en de sfeer is goed.” “Ik heb nooit ergens over gepraat. Hier in de Vluchtheuvel heb ik dat voor het eerst gedaan. Ik wist ook eigenlijk niet wat er met mij allemaal gebeurd was. Toen zeiden ze in één van de gesprekken. ‘Dus je bent seksueel misbruikt.’ En ik dacht: Huh? Ik had er zelf gewoon nooit die naam opgeplakt. Dat kwam heel hard binnen. Ik ben vaak seksueel misbruikt. Toen ik acht jaar was en later weer toen ik twaalf jaar oud was. Ik ben gewoon doorgegaan. Het is moeilijk om daarover te vertellen want ik heb daar nooit over gepraat. Maar dat kan hier allemaal en hoe meer je erover praat hoe makkelijker het wordt.” “Tot nu toe zorgde ik voor iedereen en iedereen kwam op de eerste plaats behalve ik. Hier leer ik dat ik en mijn dochter op de eerste plaats komen. Eerst zorg ik voor mijzelf en mijn dochter en dan pas komt de rest. Niet iedereen pleasen en jezelf wegcijferen. Hier leer ik mijn grenzen. Ik ben heel erg dankbaar dat ik hier mag zijn. Ik weet niet wat er met mij gebeurd was als ik hier niet terecht was gekomen. Ik heb nog nooit een eigen huis gehad. Altijd in het huis van een ander en afhankelijk. Toen ik hier net was, zei ik: ‘ik wil hier nooit meer weg.’ Maar nu denk ik dat ik natuurlijk ook verder wil. Stap voor stap. Met psychologische hulp die ik binnenkort ook ga krijgen.
Nu denk ik aan een eigen huis.” “Er zijn ook mensen die niet zo positief zijn over de Vluchtheuvel als ik. Die hebben moeite met regels. Over logeren bijvoorbeeld of over niet mogen drinken. Het zijn meestal de mannen die meer vrijheid willen. Maar het is logisch dat die regels er zijn. Zonder die regels wordt het hier een chaos.” 22
Een respijtvoorziening met ervaringsdeskundigen; ‘Dat had bij mij opnames kunnen voorkomen’. Alle geïnterviewden reageerden zeer positief op het voornemen om in 2020 een respijtvoorziening met ervaringsdeskundigen in deze Regio te starten. Ook de klankbordgroep met twaalf inwoners met ervaringskennis die sinds 2019 meedenken met het beleid en de uitvoering van het programma Bescherming en Opvang zijn positief. Yvonne: “Een respijtvoorziening kan in sommige situaties een opname voorkomen. Je hoeft niet te wachten tot je slecht genoeg bent om opgenomen te worden. Je kunt op tijd samen met ervaringsdeskundigen in de respijtvoorziening kijken wat er met je gebeurt, wat je nodig hebt en wat je kan doen.” Kim: “Ik hoop echt dat zo’n voorziening er komt. Hoe mooi is het als ik daarheen kan als je omgeving je problemen zwaarder maakt. Bij mij werd bijvoorbeeld mijn huis gerenoveerd. Ik kon dat op een gegeven moment niet meer aan. Toen had ik graag even uit de situatie willen gaan en bij een respijtvoorziening willen logeren. Om geestelijk tot rust te komen en weer op te laden.
Dat was geen situatie waarvoor je een opname nodig hebt maar wel een situatie waar ik uit moest om mijn geestelijke problemen stabiel te houden.” Begeleiding, dagactiviteiten en herstel; ‘Zonder die structuur zou ik maar halve dagen leven en rond 11 uur uit bed komen.’ De stabiliteit en structuur die begeleiding en dagactiviteiten bieden, zijn voor veel inwoners heel belangrijk. Yvonne vertelt wat haar het meest geholpen heeft. “Ik heb de diagnose borderline en dat maakt dat ik het niet overzie om ver vooruit te kijken. Ik leef van dag tot dag. Zonder de structuur van begeleiding en activiteiten zou ik maar halve dagen leven en rond 11 uur uit bed komen” Een professional let erop dat zij goed voor zichzelf zorgt en haar medicatie inneemt. Yvonne volgt activiteiten bij de Mauritzhof vanuit de dagbehandeling. Daarnaast doet zij mee aan herstelactiviteiten van het regionaal herstelnetwerk, waar ze veel steun aan beleeft .Sinds vorig jaar gaat Yvonne ook elke maandagavond koken en eten in de Uitwijk, een buurtcentrum bij haar in de buurt. Zij vind het fijn om daar te komen omdat zij dan ook weer eens andere mensen ontmoet. Ook vindt ze het fijn dat er in de groep veel mensen zijn met psychische kwetsbaarheden. Dan kan je daar gewoon over praten. Ze voelt zich daardoor thuis.
Onbekendheid van voorzieningen; “Kun je bij de gemeente terecht voor ondersteuning? Nooit van gehoord.” Uit verschillende interviews blijkt dat niet alle voorzieningen en instanties (waaronder de gemeente) bekend zijn bij de inwoners voor wie ze bedoeld zijn. Roos heeft een chronische, ernstig psychische aandoening. Zij heeft nooit een gesprek bij de gemeente of ondersteuning via de gemeente gehad. Zij wist niet dat je bij de gemeente terecht kan voor begeleiding of andere vormen van ondersteuning. Ze heeft ook geen idee waar je dan zou moeten zijn en hoe dat werkt. Zij heeft ook nooit van herstel, hersteltrainingen cliëntondersteuning of stichting MEE gehoord. Ook Yvonne heeft nog nooit gehoord van cliëntondersteuning of van stichting MEE. Marc vertelt dat de onbekendheid van voorzieningen en onvoldoende begeleiding van naasten het moeilijk maken om na behandeling in een verslavingskliniek niet terug te vallen. “Er is wel veel, maar het is niet bekend. Ook de huisarts, die op de hoogte was, nam geen contact met mij op om mij te vertellen welke hulp er beschikbaar was.” Marc had graag gewild dat ze hem tijdens zijn opname van vier weken in een kliniek beter hadden voorbereid op de terugkeer naar zijn leven buiten de kliniek. “Na mijn opname viel ik van mijn roze wolk”.
De opname had hem goed geholpen om van zijn verslaving af te komen, maar bij thuiskomst kreeg hij direct te maken met instanties (werkgever, Arbo, UWV), waarvoor hij zaken moest regelen en dat vond hij stressvol en moeilijk. Hij wist niet dat hij bij de gemeente terecht kon voor begeleiding hierin. Daarnaast was zijn sociale omgeving nog steeds dezelfde. Dat had hij zich niet gerealiseerd: hij was wel gestopt met drinken, maar zijn omgeving had nog een ander beeld van hem. Kennissen en vrienden wilden hem overhalen om toch wat te drinken. Marc wilde zijn excuses aanbieden aan zijn naasten, maar hun wantrouwende reactie was anders dan hij gehoopt had. Marc pleit er daarom ook voor dat er meer begeleiding komt voor familie en naasten, zodat zij inzicht krijgen in het proces dat iemand doorloopt die afkickt Kim wist de weg naar de gemeente wel te vinden maar had niet zo’n positieve ervaring met de herindicatie na een verhuizing binnen de regio. “Kijk ik snap best dat er veel mensen fraude plegen dus dat 23
ze dubbel checken, want het kost een hoop geld. Maar als je toch hoort dat ik die taxi pas al tien jaar heb. Ja, als ik geen benen heb, is het probleem duidelijk zichtbaar, maar bij geestelijke problemen wordt dat vaak niet serieus genomen. Je ziet het probleem niet en daardoor is het voor mensen moeilijk om het probleem serieus te nemen. Soms zou ik wel willen dat ik zoiets had wat zichtbaar is en niet steeds verantwoording hoef af te leggen. En dan moet ik mijn best gaan zitten doen voor een taxi pas die ik langer dan tien jaar heb. Dat geeft een heleboel onnodige stress. Ik voelde me dan totaal niet serieus genomen.” Gebrek aan betaalbare huurwoningen; Vierenhalf jaar wonen op een vakantiepark en geen uitzicht op een betaalbare huurwoning. Gebrek aan betaalbare sociale huurwoningen maakt het kwetsbare inwoners moeilijk om een dak boven hun hoofd te vinden en hun leven weer op te bouwen. Marc is in herstel van een alcoholverslaving, die ongeveer 25 jaar heeft geduurd. Vanwege zijn scheiding moest Marc op zoek naar nieuwe woonruimte. Dat ging erg moeizaam door het beperkte aanbod aan betaalbare woningen. Uiteindelijk is Marc verhuisd naar een vakantiepark in de buurt. In eerste instantie kon hij zich niet inschrijven op dit adres.
Van de gemeente kreeg hij daarover te horen: “Als je niets doet, dan ben je illegaal in Nederland.” Deze boodschap bezorgde hem veel vragen, stress en spanning, hetgeen zich ook uitte in zijn alcoholgebruik. Hij heeft nog geprobeerd om ergens anders een postadres te krijgen, maar dat is niet gelukt. De vakantiewoning is eigenlijk een tijdelijke woonruimte, maar inmiddels woont Marc er al viereneenhalf jaar en hij heeft zich er toch kunnen inschrijven. Het vakantiepark is een soort toevluchtsoord voor gescheiden mensen. Marc geeft aan dat er meerdere mensen wonen die somber zijn en dat er regelmatig drank wordt gebruikt. Hij vindt het een weinig positieve omgeving en zou liever ergens anders wonen. Ook Hassan loopt aan tegen het gebrek aan betaalbare huurwoningen. Hij heeft schulden en verblijft sinds zijn scheiding in de Vluchtheuvel samen met zijn 17-jarige zoon. Zijn zoon krijgt begeleiding vanuit Sherpa en volgt speciaal voortgezet onderwijs. Hassan heeft een bewindvoerder, in verband met eerdere schulden. Deze schulden zijn inmiddels goed aangepakt. Hassan weet nog niet wanneer hij een woning kan krijgen. “Je moet gewoon wachten.” Dakloos door schulden; “Ik werd overal van het kastje naar de muur gestuurd. Als de financiële begeleiding belt, komen ze er wel doorheen.” Schuldenproblemen zijn vaak een belangrijke factor bij maatschappelijke uitval.
Henk raakte in de financiële problemen na het overlijden van zijn partner. Hij belandde op straat, waar hij een paar weken sliep totdat hij via de politie in contact kwam met de opvang. In de opvang vond Henk niet alleen onderdak, maar ook rust en duidelijkheid. “Ik kon weer beginnen met mijn leven op te pakken.” Hij kreeg ondersteuning om orde op zaken te stellen: de blokkade van zijn rekening werd opgeheven, er werd een uitkering aangevraagd, de financiën werden aangepakt. “Het was heel fijn om het niet allemaal zelf te hoeven doen. Ik werd overal van het kastje naar de muur gestuurd, als ik iets probeerde te regelen. Als de begeleiding belt, dan komen ze er wel doorheen. Omdat het instanties zijn.” Henk heeft inmiddels een gesprek gehad met de gemeente. Er is gezegd dat hij eerst zijn leven op de rit mocht krijgen en woonruimte vinden. Henk staat erg open voor werk, dat is zijn nieuwe doel. Ook volgt er binnenkort een stappenplan om de financiële begeleiding af te bouwen. Jongerenopvang en -team; ‘Deze hulpverleners snappen en helpen mij echt’. Dakloze jongeren die tijdens de pilot gebruik maakten van de opvang en/of het bijbehorende outreachende team zijn unaniem enthousiast over deze voorziening. De jongerenopvang blijkt een passend antwoord op een behoefte die er al jaren lag. Alle jongeren uit de pilot zijn door een combinatie van problemen thuisloos geraakt.
Zij hebben allemaal problemen met onderdak, inkomen, onderwijs/werk en (gezins)ondersteuning. Daarnaast is er vaak sprake van een combinatie van een licht verstandelijke beperking, verslaving en/of psychiatrie. Uit de evaluatie blijkt dat de jongeren voor hun aanmelding bij de opvang al jaren stress en spanning ervaren door hun problemen. Het is bijna normaal geworden om verstrikt te zijn in alles wat zij moeten regelen, zoals schulden, het lezen en ondertekenen van alle papieren en gesprekken met instanties. De stress en spanning die zit veroorzaakt, maakt dat zij weinig zingeving ervaren en zich niet vitaal genoeg voelen om zaken op orde te stellen. Dit maakt zij dat zij op een gegeven moment afhaken en zorg zijn gaan mijden. 24
Twee jongeren die verblijven in de opvang gaven in een gesprek nog een toelichting op de evaluatie. Zij geven aan dat ze zich gezien en geholpen voelen door het team van de jongerenopvang. Bij de vele eerdere hulpverleners voelden ze zich vaak een nummer, hadden niet het idee mee te worden genomen in het proces en ze wisten niet wat ze moesten verwachten. Voor hen is het heel belangrijk dat ze serieus worden genomen, dat ze vaste aanspreekpunten hebben, dat er duidelijkheid is over wat ze kunnen verwachten en dat afspraken worden nagekomen. In de opvang gaat dit heel goed. Hun ervaringen met consulenten van de gemeentelijke uitvoeringsdiensten wisselden. 24/7 begeleiding; ‘Weten dát ik kan bellen, geeft al rust’ De 21 inwoners die deelnamen aan de pilot begeleiding met 24/7 bereikbaarheid en beschikbaarheid gaven in de evaluatie van de pilot aan dat zij erg blij zijn met de nieuwe voorziening. Niet alleen de cliënten maar ook het netwerk rondom de cliënten is bij met de voorziening. Naasten kunnen namelijk ook een beroep doen op 24/7 begeleiding. Zij ervaren ondersteuning door de mogelijkheid te kunnen bellen en maakten hier ook gebruik van. Een cliënt gaf ook aan het prettig te vinden dat haar moeder werd ontlast door de dienst.
“Ze heeft het al zwaar genoeg.” Deelnemers die geen gebruikmaakten van de voorziening geven toch positieve feedback omdat ze een telefoonnummer achter de hand hebben dat ze zouden kunnen bellen. “Het is goed dat dat dit soort begeleiding nu buiten kantooruren wordt geboden, want daar ervaar je anders echt een gat” , zegt Yvonne. Een cliënte naar wie de dienst twee keer uitrukte vindt, dat de dienst absoluut verschil maakt. Zij belde meermalen zelf en ook haar moeder heeft gebeld. Ze geeft aan dat zij zonder deze dienst allang een paar keer opgenomen zou zijn geweest. Pilot scheiden wonen en zorg; ‘Met mijn financiën is het niet goed gegaan’ Het project richt zich op het omzetten van een deel van de reguliere plaatsen voor beschermd wonen naar Scheiden Wonen en Zorg, waarbij de cliënt zelf de huisvestingslasten betaalt en wordt voorbereid op zelfstandig wonen. Inwoners die deelnamen aan de pilot gaven in de evaluatie van de pilot aan dat de overgang spanning oplevert. In het bijzonder omdat er financieel van alles verandert. Per cliënt wordt een financieel plaatje (voor en na overgang) in beeld gebracht en cliënten gaan er doorgaans niet of nauwelijks financieel op achteruit. Maar in de periode van overgang is de praktijk weerbarstig.
Betrokkene moet een uitkering aanvragen, een borgsom betalen, eventueel huurtoeslag aanvragen en gaat over van een hoge eigen bijdrage naar een lage eigen bijdrage. Die wisselingen gaan niet allemaal gelijktijdig en vaak wordt er achteraf verrekend, nabetaald of terugbetaald. Dan raken cliënten in financiële problemen. De voorzitter van de cliëntenraad van Kwintes (zorgaanbieder waar de pilot werd uitgevoerd) geeft aan dat dit ook voorkomt als cliënten uitstromen naar een geheel zelfstandige woning. In sommige gevallen is er dan eigenlijk een overbruggingskrediet nodig omdat cliënten meestal niet de financiële reserves hebben om dit op te vangen. Slachtoffers huiselijk geweld Ook de betrokken ervaringsdeskundigen bij het regionale actieprogramma Geweld Hoort Nergens Thuis is gevraagd naar hun ervaringen naar de inzet op (het voorkomen van) huiselijk geweld. Hierbij gaven zij terug dat er meer aandacht moeten komen voor de preventie van huiselijk geweld. Onder ander met de behandeling van trauma en door te praten met kinderen over wat normaal is. Verder vinden zij dat politie hen meer serieus moet nemen en hulpverleners hen niet onder druk moet zetten om hulp te accepteren onder dreiging van consequenties. Daarbij zouden zij meer aandacht moeten hebben voor geestelijk geweld en de impact van geweld op de veiligheid van een gezin.
Alsmede voor een warme overdracht en passende opvolging van hulp. Tenslotte zien zij verbetermogelijkheden in de beeldvorming rondom Veilig Thuis zodat huiselijk geweld en kindermishandeling eerder gesignaleerd kan worden en slachtoffers zich eerder durven melden.
Gemeenten In verschillende evaluatiebijeenkomsten zijn gemeenten (bestuurders, beleidsadviseurs en uitvoeringsdiensten) gevraagd naar hun ervaringen met de uitvoering van het beleidsplan Bescherming en Opvang. De verschillende programmalijnen zijn bij deze gesprekken aan de orde geweest. Aan de gemeenten is enerzijds gevraagd om terug te blikken. Anderzijds hebben we hen gevraagd naar aanbevelingen, ideeën en verbeterpunten voor de toekomst. Uit deze gesprekken is het volgende gekomen: Uitvoeringsdiensten De uitvoeringsdiensten ervaren een prettige samenwerking en betrokkenheid rondom activiteiten binnen bescherming en opvang. 25
De uitvoeringsdiensten ervaren dat de acties die vanuit het beleidsplan Bescherming & Opvang zijn uitgevoerd, verbeteringen voor inwoners opleveren. Vooral de 24/7 bereik- en beschikbaarheid, steunpunten in de wijk en het programma Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen dragen volgens hen bij aan het (langer) zelfstandig (blijven) wonen van kwetsbare inwoners. De verwijsindex is in de basis goed, maar moet doorontwikkeld en ingebed worden: Nieuw aanbod is niet altijd goed bij de uitvoeringsdiensten bekend. Denk aan nieuwe verslavingsplekken bij het Leger des Heils of de voorrangsmogelijkheden die jongeren hebben op de sociale woningmarkt. Aan informatievoorziening hieromheen moet meer worden gedaan. De uitvoeringsdiensten zouden graag meer inzicht en grip willen hebben op het wachtlijstbeheer van Beschermd Wonen; De uitvoeringsdiensten ervaren een gebrek aan grip op (overlastgevende) zorgmijders die veelal kampen met chronische GGZ en verslavingsproblematiek. De uitvoeringsdiensten zien hierbij kansen in een (nauwere) samenwerking met partners uit het veiligheidsdomein en beter afgestemde (crisis)zorg en ondersteuning. Uitvoeringsdiensten hebben zorgen over of er voldoende passende hulp is. Denk aan: (ongeplande) ondersteuning buiten kantoortijden, opvangplaatsen en betaalbare huisvesting. In het bijzonder voor jongeren en gezinnen.
De samenwerking tussen woningcorporatie(s), zorgaanbieders en gemeente(n) kan worden verbeterd/versterkt. Er is behoefte aan deskundigheidsbevordering bij consulenten op het gebied van onder andere licht verstandelijke beperking en ggz aandoeningen.
Beleid en bestuur De lokale beleidsadviseurs voor Bescherming & Opvang ervaren de samenwerking rondom Bescherming en Opvang als nuttig en prettig. Zij vinden dat de samenwerking op dit vlak versterkt en gecontinueerd moet worden. Zij zijn erg te spreken over de resultaten voor kwetsbare inwoners die met het beleidsplan Bescherming & Opvang zijn geboekt. Om de ambulantisering te laten slagen is echter meer duidelijkheid over de grens, afstemming en verbinding nodig tussen regionaal en lokaal beleid(suitvoering) inclusief de financiën. In het bijzonder als het gaat om het herstelnetwerk, de instroom van Beschermd Wonen en de initiatieven uit het Versnellingsplan. Men wil graag meer duidelijkheid over wat regionaal en wat lokaal gedaan en bekostigd moet worden. Men wil hier wel gezamenlijk in optrekken. Gemeenten verwachten ook dat met de openstelling van de Wet Langdurige per 2021 nog steeds cliënten onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten zullen blijven vallen die langdurig beschermd (thuis) wonen nodig zullen hebben. Verder zetten niet alle gemeenten voldoende in op signalering, preventie en ambulantisering. Dit wegens gebrek aan capaciteit en middelen. Versterkte regionale samenwerking zou hierbij uitkomst bieden voor inwoners die te maken hebben (gehad) met (dreigende) dakloosheid, geweld of (ernstige) psychische problematiek.
Zeker als het gaat om preventieve voorzieningen die qua volume door individuele gemeenten niet of lastig gerealiseerd kunnen worden, waaronder de crisiskaart, herstelactiviteiten en ondersteuning van mantelzorgers van inwoners met een GGZ of verslaving achtergrond. Beleidsadviseurs zien kansen voor betere ondersteuning, zorg en overlastbestrijding met een betere samenwerking tussen het sociaal en veiligheidsdomein. Onder andere met het voeren van gezamenlijk beleid hierop en het behandelen van complexe zorgcasuïstiek in het Zorg- en Veiligheidshuis. Ook als er (tijdelijk) geen sprake is van een strafrechtcomponent. Tenslotte is er behoefte aan meer kwantitatieve sturing/monitoring op de behaalde resultaten/ontwikkelingen. Gemeentelijke financieel adviseurs De financieel adviseurs van de Regio en gemeenten adviseren om de financieringssystematiek (i.r.t. de doordecentralisatie en het objectieve verdeelmodel BW ingaande 2022) mee te nemen in het nieuwe beleidsplan. Zij adviseren ook om terughoudend te zijn met het uitgeven van middelen gezien de onzekerheden in de landelijke budgetten en ter voorkoming van negatieve beeldvorming Deze beeldvorming zou dan betrekking hebben op het ogenschijnlijk hebben van veel structurele budgetruimte binnen de begroting B&O daar waar gemeenten kampen met tekorten in de lokale begrotingen. 26
Tenslotte adviseren zij dat graag blijven werken met een bestemmingsreserve om zo tijdig kwetsbare inwoners aanvullend te ondersteunen. Wel nemen zij het advies van de Regio over om de hoogte van de bestemmingsreserve voor 2021 en verder pas te bepalen zodra er duidelijkheid is over de werkelijke uitname als gevolg van de opstelling van de Wet langdurige zorg voor inwoners met een langdurige psychiatrische aandoening. De verwachting is dat dit medio oktober 2020 duidelijk zal zijn.
Aanbieders In verschillende evaluatiebijeenkomsten zijn aanbieders die hulp bieden aan kwetsbare inwoners gevraagd naar hun ervaringen met de uitvoering van het beleidsplan Bescherming en Opvang. De verschillende programmalijnen zijn bij deze gesprekken aan de orde geweest. Aan partijen is enerzijds gevraagd om terug te blikken. Anderzijds hebben we organisaties gevraagd om aanbevelingen, ideeën en verbeterpunten mee te geven voor de toekomst. Uit deze gesprekken is het volgende gekomen: Aanbieders die ambulante hulp bieden De samenwerking op uitvoerend niveau verloopt over het algemeen goed. Met name de samenwerking tussen de FACT-teams en de Wmo consulenten verloopt goed. Ook wordt de samenwerking rondom personen met verward gedrag zeer gewaardeerd. Aanbieders hebben weinig gezien van de campagnes die zijn uitgevoerd rondom personen met verward gedrag en mensenhandel. Zijn de campagnes wel effectief, vragen zij zich af? Tegelijkertijd geven aanbieders aan dat ouderenmishandeling in de communicatie een sterkere nadruk mag krijgen. Aanbieders ervaren veel personele wisselingen bij gemeenten. Dit vergemakkelijkt de samenwerking niet omdat hiermee kennis en vaste aanspreekpunten verloren gaan. Aanbieders ervaren dat verschillende consulenten verschillend omgaan met de inzet van regelingen.
Aanbieders willen graag dat er meer wordt gedaan aan eenduidig beleid en vooral een eenduidige uitvoering daarvan. Verschillend beleid en een verschillende toepassing kan leidt tot onnodig extra afstemming en administratieve lastendruk. Het armoede- en schuldenbeleid moet meer worden gekoppeld aan beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Nu is zorg en geld te veel van elkaar gescheiden, terwijl geldgebrek enorm veel invloed heeft op het ontstaan van een zorgvraag. De procedures rondom Huren onder Voorwaarden worden als bureaucratisch en ingewikkeld ervaren. Aanbieders vragen gemeenten de regeling te versimpelen. Er mag meer aandacht komen voor mantelzorgers van inwoners met een GGZ of verslaving achtergrond. Nu ligt de focus te veel op alleen cliënten zelf. Er wordt – mede door het langer thuis wonen door cliënten en door de personeelstekorten in de zorg- een steeds groter beroep gedaan op mantelzorgers. Er mag meer creatief worden gekeken naar de ambulantiseringsopgave. De alternatieven mogen meer out of the box zijn. Zo mogen er meer creatieve oplossingen als containerwoningen worden ingezet om de druk op beschermd wonen te verlichten. De aanbieders zijn trots op de beschikbaarheid van de Jongerenopvang. Het feit dat het er is, zonder (al te) lange wachttijden en met een functionerend outreachend team.
Ook de 24/7 toezichtvoorziening wordt als waardevolle toevoeging aan de regionale infrastructuur gezien. Aanbieders ervaren dat veelal lage BW worden afgegeven, terwijl de doelgroep juist verzwaard wordt. Daarnaast hebben aanbieders behoefte aan meer ruimte om te doen wat nodig is. Zij ervaren de beschikkingen als te afgebakend. Voor een klein groepje zeer zorgmijdende en overlastgevende daklozen zou een sociaal pension moeten komen, waar beheersing en zorgtoeleiding voorop staan. Het feit dat er binnen een BW-pakket geen behandel- component zit maakt samen optrekken tussen aanbieders (gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen) moeilijk. De samenwerking met Inkoop en Contractbeheer wordt als prettig ervaren. De samenwerking met het Zorg en Veiligheidshuis wordt aangeduid als iets waar partijen trots op zijn. Aanbieders die hulp met een verblijfscomponent (beschermd wonen, daklozen /vrouwen/ jongerenopvang) Aanbieders zijn positief over de nieuwe werkwijze waarmee gemeenten en woningcorporaties huisuitzettingen proberen te voorkomen. Ze zijn daar ook steeds succesvoller in. 27
Ook zijn aanbieders zeer positief over het bestaan van de jongerenopvang. De samenwerking met Veilig Thuis wordt als prettig ervaren. Er wordt veel gedaan aan het ontwikkelen van begeleiding en activiteiten in de wijken. Aanbieders weten vaak niet wat er allemaal is. Hier zien zij graag regionale communicatie over. Soms duurt het veel te lang voordat beschikkingen worden afgegeven. Dit wachten is soms een punt van irritatie bij aanbieders. Beschikkingen moeten sneller worden afgegeven. Ook moeten beschikkingen ruimer worden geformuleerd. Nu ervaren aanbieders niet voldoende ruimte om te doen wat nodig is. Aanbieders ervaren dat zij te veel risicodragend zijn bij huren onder voorwaarden. Dit risico mag meer worden gedeeld met gemeenten en woningcorporaties. Aanbieders zijn zeer te spreken over de beschikbaarheid van 24 uurs begeleiding en toezicht in de Gooi en Vechtstreek. Het werkt goed en wordt steeds belangrijker. Aanbieders vinden dat zij elkaar meer op basis van elkaars expertise moeten inzetten. Nu doet iedereen zijn stukje en wordt er weinig afgestemd en samengewerkt. In de overeenkomst maatschappelijke ondersteuning moet het onderscheid tussen begeleiding en dagbesteding scherper worden gemaakt. De ambities rondom ambulantisering moeten wel realistisch en haalbaar zijn.
Hebben we wel voldoende alternatieven om inwoners (weer) zelfstandig te laten wonen? Leer van het verleden (sluiten verzorgingshuizen, transitie AWBZ naar Wmo en straks weer deels naar Wlz). Niet iedereen verplicht de wijken in. Aanbieders denken dat gemeenten in de Gooi en Vechtstreek met het versnellingsplan het juiste doet. Ook qua fasering en haalbaarheid. Tegelijkertijd werd gepleit voor het radicaal in één klap alle MO en BW voorzieningen om te zetten naar huren met begeleiding. Mits er voldoende woningen beschikbaar worden gesteld en er voldoende ambulante begeleiding is. Bij de ambulantiseringsambities moet meer aandacht worden gegeven aan de ambulantisering an sich. Ook de maatschappelijke opgave van acceptatie en ondersteuning van inwoners die in wijken komen te wonen moet stevig aandacht krijgen. Aanbieders vinden het beleid rondom bescherming en opvang goed. Blijf doet doen en ontwikkel door. Neem de tijd voor een zorgvuldige inbedding. We zetten de juiste stappen. De aanbieders zijn te spreken over de openheid van de Regio en ervaren partnerschap. Er is altijd ruimte voor dialoog. De ervaring is dat problemen en goede ideeën serieus worden genomen en er hieromheen goed wordt samengewerkt. De aandacht binnen het Zorg en Veiligheidshuis is nog teveel gericht op Veiligheid en te weinig op zorg.
Partners Zorg & Veiligheidshuis De verbinding tussen zorg en veiligheid is niet altijd vanzelfsprekend, waardoor verbeterslagen hierin nog mogelijk en nodig zijn. Zowel op lokaal als regionaal niveau en ter voorkoming van de escalatie van complexe zorgcasuïstiek naar strafcasuïstiek. Er is weinig gezamenlijk beleid op het snijvlak van zorg én veiligheid. Er is winst te behalen op thema’s als nazorg ex-gedetineerden, radicalisering, mensenhandel en huiselijk geweld. Politie Afgezien van soms lange wachttijden ter plaatse, is de politie erg tevreden over de pilot passend vervoer, waarbij de GGZ Vervoersdienst wordt ingezet voor het vervoer van mensen die hulp nodig hebben, maar die geen strafbaar feit hebben gepleegd. Het aantal insluitingen van mensen die geen strafbaar feit hebben gepleegd, is de laatste jaren drastisch gedaald door heldere afspraken met partners en duidelijke instructies aan agenten. Over de regionale en lokale samenwerking is de politie tevreden. Om ervoor te zorgen dat kwetsbare mensen sneller en beter worden geholpen blijft de politie een signalerende rol houden en moet zij ook haar niet acute zorgmeldingen kunnen doen. Omdat de politie een melder is die veel niet acute zorgmeldingen doet, bovenregionaal en 24/7 werkt, ziet de politie grote meerwaarde in een regionaal meldpunt om haar niet acute zorgmeldingen naartoe te kunnen sturen.
Hiermee kan gemeente overstijgende, of structurele casuïstiek eerder worden gesignaleerd. Bij het acteren op domein-overstijgende casuïstiek en onderwerpen ziet de politie meerwaarde in de regierol van de gemeente op alle niveaus. 28
De afgestemde crisisfunctie zou moeten worden doorontwikkeld. Zeker voor mensen die onder invloed zijn van alcohol of drugs. In de praktijk ervaart de politie nog te vaak dat zij na kantoortijd met cliënten blijven zitten omdat de GGZ en de verslavingszorg naar elkaar blijven wijzen.
Taskforce Huiselijk Geweld en Kindermishandeling De taskforce ziet dat huiselijk geweld een groot probleem is en dat met de invoering van de vernieuwde meldcode het aantal meldingen flink is toegenomen. Dat vraagt om blijvende aandacht. Daarom is de taskforce blij met het regionaal actieprogramma Geweld hoort nergens thuis. De taskforce vindt dat we meer moeten doen om de effectiviteit van onze werkwijze te meten. De taskforce vindt het belangrijk dat we situaties van huiselijk geweld, ouderenmishandeling en kindermishandeling eerder en beter in beeld krijgen, slachtoffers zich durven uitspreken en dat de omgeving van het slachtoffer signalen herkent en dat men vervolgens weet wat te doen. De taskforce wil het netwerk van inhoudelijk aandachtfunctionarissen huiselijk geweld verder doorontwikkelen. De taskforce wil dat overal multidisciplinair, systeemgericht en intersectoraal wordt gewerkt. De pilot MDA++ geeft hieraan vorm. De taskforce ziet dat slachtoffers en plegers van huiselijk geweld bovengemiddeld vaak met trauma’s kampen; een van de verklaringen voor het van generatie van generatie overdragen van huiselijk geweld. Zij willen dat hier meer aandacht voor komt en dat slachtoffers en plegers een traumascreening wordt geboden met een daarop aansluitend behandelaanbod. De taskforce vindt dat de pleger-aanpak versterkt moet worden.
De taskforce wil dat scholen sneller informeert worden na geweldsincidenten thuis. Op deze manier kunnen kinderen beter worden opgevangen en wordt sociale steun geboden, zodat hun veerkracht wordt versterkt. De taskforce vindt het goed dat er meer aandacht is voor complexe scheidingen. De taskforce vindt het goed dat er meer aandacht is voor ouderenmishandeling oa door een lokale alliantie financieel veilig ouder worden. Woningcorporaties Het programma Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen begint zijn vruchten af te werpen. Het werkt beter en geeft tevens inzicht in de routing en het eigenaarschap (wie doet wat en is waar verantwoordelijk voor). De samenwerking op uitvoerend niveau tussen woningcorporaties en gemeentelijke uitvoeringsdiensten verloopt steeds beter. Alsmede de samenwerking tussen woningcorporaties en de lokale PGA, het regionale Zorg en Veiligheidshuis, politie en betrokken zorgaanbieders. De Wet op de privacy (AVG) werkt hierin wel beperkend. Voorbeeld: wanneer de politie meer uit zou mogen wisselen met woningcorporaties (bij ernstige overlast door huurders), zouden woningcorporaties daarmee geholpen zijn in rechtszaken tegen huurders. De 24/7 bereik- en beschikbaarheidsdienst wordt gezien als meerwaarde voor het zelfstandig laten wonen van kwetsbare inwoners.
Er is behoefte aan meer type Keerpunt Zuid (Hilversum) oplossingen, ook in andere gemeenten. Bij voorbeeld voor mensen die wel zelfstandig willen wonen maar niet in een reguliere woning en of wijk passen. De bevordering van de uitstroom vanuit de Maatschappelijke Opvang en het Beschermd Wonen middels de nieuwe urgentieregeling werkt goed. De sociale cohesie in wijken en of appartementencomplexen met veel kwetsbare huurders is geen vanzelfsprekendheid. Daarbij zijn er steeds minder bewonerscommissies. Onderling contact tussen buren en het gebrek aan tegenwicht is een zorgpunt en hierover heeft ook branchevereniging Aedes een signaal afgegeven. Koepelorganisatie Ghogho namens huisartsen Complimenten voor veelomvattend beleidsplan en haar resultaten Huisartsen denken dat er nog veel winst valt te behalen op het gebied van inclusie, preventie en vroegsignalering Daarnaast hebben zij het idee soms niet voldoende op de hoogte te zijn van het beschikbare aanbod en werkafspraken, bijvoorbeeld als het gaat om de 24/7, verwijsindex risicojongeren en preventief aanbod. Zij willen hier graag meer op investeren en over geïnformeerd worden. Zorgverzekeraar Zilverenkruis 29
De Regio G&V slaagt er volgens de zorgverzekeraar in om de verschillende vraagstukken in samenhang te benaderen en daarbij evenwichtig beleid te voeren. Naast aandacht voor bijvoorbeeld veiligheid en verwarde personen ook aandacht voor stigma. Het zoeken naar samenhang op acute functies was niet alleen een goed idee maar is ook goed uitgewerkt. De vele overleggen betalen zich uit in toegenomen begrip voor- en vertrouwen tussen betrokken partijen. De regie functie is door de Regio goed ingevuld, maar vraagt blijvend onderhoud en verdieping. Nu de samenhang op acute functies er is moet er gewerkt worden aan het terugdringen van de oorzaken van deze crisissen en meer nadruk worden gelegd op gewoon leven met een daginvulling, inkomen en sociale contacten. Aandacht voor preventie, een inclusieve samenleving, sociale relaties en (arbeids)participatie, een herstelacademie (geen dagbesteding) hebben de afgelopen periode minder de aandacht gehad dan wel de resultaten blijven hier achter. Meer inzet hierop is nodig.
Regio Gooi en Vechtstreek GGD
Voor de doeltreffendheid zou het aantal campagnes richting inwoners moeten worden terug gebracht door bewuster keuzes te maken voor thema’s en verbindingen te leggen met aanpalende landelijke, regionale en lokale campagnes. Daarbij zou meer gezocht moeten worden naar alternatieven voor campagnes. Tenslotte zou de GGD meer lokaal kunnen adviseren en (beperkt) faciliteren van de preventieve inzet voor kwetsbare inwoners.
Veilig Thuis Veilig thuis ziet dat veel in gang is gezet, zoals publiekscampagnes, aansluiting bij preventief aanbod, samenwerkingsafspraken met de gemeenten en in het gedwongen kader, versterkte procesregie, het Overleg Veilig Verder, voorlichting over werken met de meldcode, de aansluiting bij het Centrum Seksueel Geweld, start aanpak mensenhandel en de start pilot MDA++. Veilig thuis verwacht met de komst van de verbeterde meldcode en de radarfunctie een nauwere samenwerking met de uitvoeringsdiensten. Ook het nieuwe (landelijke) kwaliteitskader werken aan 22 veiligheid voor lokale teams zal hieraan bijdragen. Veilig thuis vindt dat de aansluiting tussen zorg en veiligheid verbeterd kan worden. Zij verwachten dat de implementatie van het actieoverleg tussen Veilig Thuis, politie en OM hieraan zal bijdragen net als de ontwikkelingen rondom de laagdrempelige inzet van forensische medische expertise bij kindermishandeling. Veilig thuis ziet dat er veel groepen zijn bereikt met de voorlichtingsbijeenkomsten maar ziet ook dat sommige beroepsgroepen beter kunnen melden. In 2020 zullen hier weer inspanningen op verricht 23 worden zoals de Meldcodetour. Veilig thuis ziet dat ouderenmishandeling een onderbelicht thema is. Veilig thuis vindt dat de verbinding met onderwijs beter kan.
22 23
https://www.huiselijkgeweld.nl/publicaties/publicaties/2019/11/21/kwaliteitskader-werken-aan-veiligheid-voor-lokale-wijkteams https://www.meldcodetour.nl/ 30
5. Een Twitterverslag
31
32
6. Richting Beleidsplan Bescherming en Opvang 2021 Op basis van de ontwikkelingen op het terrein van Bescherming & Opvang en evaluatiepunten die inwoners, gemeenten én partners ons hebben meegegeven, wordt geadviseerd om voor het nieuwe beleidsplan van de volgende richting uit te gaan: 1. Ga door op de ingezette programmalijnen en ontwikkel deze door als het gaat om; a. de sluitende (crisis)aanpak b. beschermd en veilig thuis wonen c. preventie, herstel & vroegsignalering d. beschermde woon- en opvangplekken. 2. Maak het onderscheid tussen reguliere onderwerpen en speerpunten. 3. Ga voor de reguliere onderwerpen uit van de volgende thema’s: a. Een sluitende aanpak rondom kwetsbare inwoners b. Voldoende opvang en beschermd wonen plekken c. Voldoende passende ambulante hulp en begeleiding d. Een adequate aanpak van huiselijk geweld, kinder- en ouderenmishandeling e. Voldoende en adequate preventie, herstel en vroegsignalering f. Een effectieve aanpak van uitbuiting en mensenhandel g. De juiste randvoorwaarden voor de uitvoering van de wet verplichte ggz h. De uitvoering van MDA++ i. De doorontwikkeling van Veilig Thuis j. De doorontwikkeling van het Zorg- en Veiligheidshuis k. Een versimpelde en eenduidige crisisfunctie l. Adequate en voldoende passende huisvesting voor maatschappelijke doelgroepen 4.
Maak hierbij de ambulantiseringsopgave beschermd wonen HET speerpunt voor de komende beleidsperiode. Dit conform de prioritering van gemeenteraden binnen de Regionale Samenwerkingsagenda. Zet hierbij in op beschermd thuis wonen van kwetsbare inwoners en de maatschappelijke acceptatie hiervan. Zorg daarnaast voor voldoende passende ondersteuning, vroegsignalering, preventie en herstel. Beperk daarbij de instroom voor Beschermd Wonen en breidt het aanbod aan Beschermd Wonen in principe niet verder uit. 5. Zorg voor een betere verbinding tussen de domeinen zorg en veiligheid door: a. Beleid op het snijvlak van zorg en veiligheid op te nemen in het beleidsplan bescherming en opvang. Het gaat hierbij in het bijzonder om mensenhandel, de re-integratie van ex- gedetineerden, verward gedrag en huiselijk geweld. b. De ambtelijke samenwerking op het snijvlak van zorg en veiligheid steviger vorm te geven. c. Een governance uit te werken op basis waarvan op bestuurlijk niveau wordt gestuurd op vraagstukken op het snijvlak van zorg en veiligheid. 6. Maak concrete en hardere kwantitatieve afspraken over hoeveel sociale huurwoningen, plaatsen voor beschermd wonen en alternatieve woonvormen gemeenten realiseren. Stuur hier gezamenlijk op binnen het portefeuillehoudersoverleg sociaal domein. 7. Maak duidelijke afspraken over onderlinge solidariteit.
Het gaat hierbij in ieder geval om solidariteit ten aanzien van het toewijzen van sociale huurwoningen voor maatschappelijke doelgroepen, het realiseren van beschermd wonen binnen een gemeente (met alle aanpalende kosten van dien). Zoals uitkeringskosten en begeleidingskosten) en het bijdragen aan de gezamenlijke ambulantiseringsopgave van gemeenten. 8. Geeft ‘herstel’ een stevige positie in het plan, maak de uitvoering van de gedachte van herstel concreter en zorg voor duidelijke handvaten voor de uitvoering hierover. 9. Leg in het beleidsplan een grotere verbinding met het beleid rondom inkomen, armoede, schuldhulpverlening, onderwijs en werk. Vooral als het gaat om beschermd wonen en maatschappelijke opvang. 10. Schenk meer aandacht aan ouderenmishandeling en naasten van inwoners die te maken hebben (gehad) met (dreigende) dakloosheid, geweld en/of (ernstige) psychische aandoeningen. 11. Neem het beleid rondom de aanpak van uitbuiting en mensenhandel op in het nieuwe beleidsplan 12. Evalueer de aanpak Huisvesting Maatschappelijke Doelgroepen en breng waar mogelijk een versimpeling aan in de werkwijze/processen. 13. Breng focus aan in het aantal bewustwordingscampagnes en zet in op alternatieven. 14. Maak een duidelijke afbakening van de scope van het plan en zorg voor zo min als mogelijk dubbelingen met lokale plannen.
Breng ook een duidelijk onderscheid aan tussen activiteiten die gemeenten gezamenlijk en die gemeenten lokaal uitvoeren en financieren. Kijk hierbij naar of het onderscheid gemaakt kan worden tussen gezamenlijke aspecten waar gemeenten samen één lijn in trekken en aspecten waar lokaal maatwerk mogelijk is.
33
Bijlage 1: interviews met inwoners Evaluatie B&O Interviews inwoners Evaluatie Beleid Bescherming en Opvang December 2019 en januari 2020
Kim Over Kim’s psychische problematiek Kim is 38 jaar en woont alleen. Ze heeft altijd zelfstandig gewoond. Zij heeft vanaf haar jeugd al psychiatrische behandelingen gehad en is ook opgenomen geweest. Ze heeft in de loop der tijd verschillende diagnose gekregen. Het is moeilijk dat iedere psychiater zijn eigen opinie over haar en haar ziekte geeft. Hierdoor raakt zij in verwarring over waar ze staat, wie ze is en wat haar problematiek is. In de opinie van haar laatste psychiater heeft zij trekken van borderline en en trekken van narcisme. Ook heeft zij last van post traumatisch stresssyndroom door traumatische ervaringen op jonge leeftijd. Zij krijgt nu medicatie tegen angst en paniek. Kim heeft de neiging zich te isoleren.. Het is moeilijk voor haar om naar buiten te gaan. Met de bus of trein lukt niet. Ze heeft daarom ook een Wmo taxi pas. Ze heeft vanaf haar 18e een WAJONG uitkering. Herstelcursussen Eind 2018 ging Kim opnieuw in behandeling bij de GGZ. Toen werd ze verwezen naar ervaringsdeskundige herstelwerkers die naast de traditionele behandeling hersteltrainingen en begeleiding aanboden. “Ik voelde me een beetje alsof ik afgescheept werd. Ik was er totaal niet bekend mee. Maar toen ik cursussen ging doen, dacht ik: “Wauw, dit is eigenlijk nog beter dan met een psychiater praten.” “Psychiaters, het klinkt een beetje bot, praten uit een boekje.
Ze weten niet hoe het voelt. Het is niet zo dat herstelwerkers wél alle antwoorden hebben maar zij weten wel hoe het voelt. De een heeft last van dit en de ander van dat, maar toch voel je elkaar en snap je elkaar in hoe vervelend het is als je geestelijke problemen hebt. Het is fijn om eens iemand te hebben aan wie je niet uit hoeft te leggen dat het even niet gaat. Dat dat geaccepteerd wordt en dat dat er mag zijn. Je zit niet met lotgenoten en dan een professional aan het hoofd die het gaat vertellen. Herstelwerkers doen het anders. Zij zoeken ook zelf naar de beste versie van hen zelf. De leraar wordt zo onderdeel van de groep. Het voelt samen, je voelt dat je er echt niet alleen voor staat.” “Ik heb vaak het gevoel gehad bij psychiaters dat ze me niet begrijpen. Er is geen echte connectie. Alsof een blinde met een dove zit te praten. Zij zien ook alleen maar ‘een borderliner’ maar ik ben Kim…. met Borderline. Zij vullen alles in wat ze weten van borderline maar ik ben een persoon en vecht er voor om als een persoon gezien te worden en niet alleen als een borderliner. Ik krijg bijvoorbeeld al jaren dezelfde medicatie Soms heb ik doodgedachten maar dat betekent niet dat ik dat dood wil of iets ga doen. Toen vroeg ik of ik mijn medicatie per 3 maanden mocht in plaats van per maand.
Niet om een suïcidepoging te doen maar omdat ik niet elke maand weer een herhaalrecept wil moeten te regelen. En dan zie je die twijfel. Dan denk ik: schat nou eens in of iemand er wel of niet toe in staat is. Op zo’n moment voel ik me echt een patiënt. Niet Kim.” “Ik ben niet achterlijk. Ik snap dat ik bijvoorbeeld naar rechts moet maar soms lukt dat niet en dan ga ik naar links. Dat is mijn sabotage systeem. Het is heel moeilijk. Herstelwerkers kunnen soms tips geven over wat voor hen werkt. En ze geven de rust dat als het niet lukt dat dat er mag zijn en later kun je opnieuw proberen. Dat geeft ook de rust om dingen te verwerken en uit te zoeken.” Foto Voice en stigma’s “Ik heb de training Foto Voice gedaan. Dan ga je foto’s maken van je stigma’s en van je kwaliteiten.” Ze laat een foto zien die ze zelf in de training heeft gemaakt: een enorme heg waar je nauwelijks over heen kan kijken. “Deze foto staat voor: isolatie, de drempel, angst voor de straat, angst voor de mens, angst voor het onbekende, angst voor mijn grens.” Kim valt stil. “Nooit in mijn leven heb ik een veilige haven gehad.” “Ik heb nu overgewicht en tatoeages. Als je hoort hoe mensen me daarop beoordelen. Eerder had ik daar heel veel moeite mee. Nu niet meer. Op een gegeven moment was ik bijvoorbeeld alleen thuis op zaterdag. Ik had heel veel moeite om naar 34
buiten te gaan. Maar ik moest voer halen voor mijn katten want zondag waren de winkels dicht. Toen heb ik de hele dag met mezelf gevochten om naar buiten te gaan en boodschappen te gaan doen. Toen ik eindelijk buiten liep, kwam er een auto voorbij met twee jongens erin die riepen: “Blubber de blubber”. Zij hadden niet door wat er met mij gebeurde en wat ze bij mij aanrichtten. Zij zijn het allang vergeten. Ik weet het nog, vijftien jaar later.” “Een ander voorbeeld is dat ik op een gegeven moment op vrijdag pijn in mijn nek had. In de loop van de dag werd het steeds erger. Aan het eind van de middag was het niet meer te harden en toen heb ik op de valreep toch nog de dokter gebeld. De assistente was afhoudend en zei toen dat ze wel even ging overleggen. Ze legde de hoorn neer en toen hoorde ik haar zeggen: ‘Pfff… dat is die borderliner…’ Dat komt binnen. Wat heeft dat te maken met dat ik ontzettende pijn had? Je wordt gelijk weggezet.” “Foto Voice helpt je om ook over je eigen stigma’s na te denken. Dus niet alleen over wat er allemaal ooit over je gezegd is, maar ook over wat je eigenlijk zelf van jezelf denkt. En dan zie je dat je die stigma’s naar binnen hebt gehaald. En dan ga je je ook zo gedragen: terughoudend, onzeker. Later hebben we alle stigma’s en de dingen die we hadden meegemaakt en die we op papiertjes hadden geschreven met elkaar verbrand.
Dat was heel heftig.” Ik heb ook foto’s gemaakt met allerlei verschillende mensen qua uiterlijk. Kijk niet alleen naar de buitenkant. Beoordeel iemand daar niet op. Als je daar iemand op beoordeelt, zegt dat vooral iets over jouw innerlijk. Mijn motto is geworden: ‘Don’t judge a book by it’s cover. Ik oordeel niet over een ander, ik blijf mijn eigen waarden trouw want het zegt niets over die persoon. “Je krijgt een certificaat als je een cursus hebt afgerond. Dat voelt ook heel goed. Als je in je leven al heel vaak dingen niet af hebt kunnen maken door je geestelijke problemen en dan krijg je ineens een certificaat. Ik was gewoon geëmotioneerd dat ik de cursus had afgerond . Zo trots! Kijk wat ik heb bereikt. En dat ik aan mezelf werk. Dat is beter dan welke school dan ook.” “Ik haal uit zo’n hersteltraining/cursus meer dan uit gesprekken met een psychiater. Dit is veel belangrijker. Ik heb het gevoel dat ik er mag zijn. Ik richt me nu ook op mijn kwaliteiten. En dat geldt ook voor de anderen die er aan mee doen. Dit is voor iedereen die meedoet zo belangrijk. Ik ben jaren op zoek geweest naar zo iets. En nu voor het eerst heb ik cursussen die bij me binnen komen en waar mensen me begrijpen. Deze trainingen moeten blijven.” WRAP “In deze training maak je een gereedschapskist voor als je geestelijk in een noodsituaties zit of komt.
Wat ga ik nu doen om te zorgen dat het beter wordt? Wie schakel ik in? En wat ga ik doen? Je maakt een lijst van mensen die je kan betrekken. Je leert ook aanvoelen waar je grenzen liggen. Zodat je op tijd aan de bel trekt. Dat was een heel zware training. Dan moet je gaan leren waar je grens ligt en met je hele zelf aan de slag gaan. Je komt echt jezelf tegen. Maar wel op je eigen voorwaarden. Waar jij mee aan de slag wilt.” Herstelweek “In de zomer ben ik bij de herstelweek geweest. Die week was er een hittegolf en het was bloedheet. Ik kwam op maandagochtend en de hele kamer zat vol mensen. En ik dacht jeetje wat druk… Maar uiteindelijk ben ik er elke dag geweest en ik heb het heerlijk gehad! Niks moet, alles mag. In de zorg wordt zo vaak voor je bepaalt: je moet dit, je moet dat. Bij mij stagneert het dan in mijn hoofd. Het gaat niet. Doordat ik in het verleden negatieve en traumatische dingen heb moeten ervaren, werkt dat bij mij. Ik blokkeer bij ‘moeten.’ Gemeente en Wmo Kim heeft al jarenlang een Wmo taxipas. Toen ze vanuit Hilversum naar Bussum verhuisde, kreeg ze hem maar voor één jaar. Daarna moest die taxi pas verlengd worden. De indicaties gingen niet prettig en het was moeizaam om die taxi pas in de nieuwe gemeente opnieuw te krijgen. Het gesprek ging over de telefoon. “Ik dacht: ga je beetje moeilijk zitten doen over die taxi pas.