CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Tekst APV Eemnes 2023 (met markeringen)

Raadsessie & Raad 24 april 2023, gemeente eemnesBij agendapunt: Algemene plaatselijke verordening Eemnes 202321.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Artikel 5.28 Beschadigen van waterstaatswerken 1.

Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de pProvinciale omgevingsvaarwegenverordening.

Artikel 5.29 Reddingsmiddelen Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5.30 Veiligheid op het water 1.

Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de pProvinciale omgevingsvaarwegenverordening.

Artikel 5.31 Overlast aan vaartuigen

1.

Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

2.

Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5.32 Crossterreinen* 1.

Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

2.

Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.

het voorkomen of beperken van overlast;

b.

de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;

c.

de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

3.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.

Artikel 5.33 Beperking verkeer in natuurgebieden* 1.

Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.

2.

Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:

3.

a.

het voorkomen van overlast;

b.

de bescherming van natuur- of milieuwaarden;

c.

de veiligheid van het publiek.

Het verbod geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: a.

ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;

b.

die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

c.

die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

d.

van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

e.

voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

4.

Het verbod geldt verderoorts niet: a.

op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;

b.

binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.

5.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

6.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Afdeling 8 Vuurverbod Artikel 5.34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1.

Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

2.

Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a.

verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

b.

sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;

c.

vuur voor koken, bakken en braden.

3.

Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.

4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

5.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de pProvinciale omgevingsmilieuverordening.

Artikel 5.34A Verbod op het gebruik van wensballonnen

1.

Onder een wensballon wordt verstaan een lampion die door zijn bouwwijze en de verhitting door een brandstofelement kan opstijgen en zweven en na het oplaten zonder sturing wegdrijft.

2.

Het is verboden een wensballon op te laten.

Artikel 5.35 Brandgevaarlijke houtopstanden Het is verboden houtopstanden te creëren van een dermate omvang dat deze opstanden naar het oordeel van de commandant van de brandweer bij een brand op enigerwijze tot gevolg hebben of kunnen hebben dat vuur via deze opstanden kan overslaan naar naburige percelen. De in dit kader door of vanwege de commandant van de brandweer gegeven bevelen inzake het verminderen c.q. verlagen van de houtopstand dienen stipt en onmiddellijk binnen een daartoe gestelde termijn te worden opgevolgd. Deze bevelen worden schriftelijk gegeven, tenzij dit spoedheidshalve om veiligheidsredenen niet mogelijk is.

Artikel 5.36 Verbod carbid te schieten 1.

Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of een gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden (carbid te schieten).

2.

Het college kan onder voorwaarden ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

3.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor buiten de bebouwde kom alsindien: a.

gebruik wordt gemaakt van vaten met een inhoud van maximaal 50 liter; en

b.

de vaten zijn afgesloten met zacht materiaal; en

c.

het vrije schootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen openbare wegen of paden liggen; en

d.

het gebruik plaatsvindt op 31 december, van 10.00 uur tot 1 januari 02.00 uur van het daarop volgende jaar en

e.

wordt geschoten in een richting die is afgewend van de woonbebouwing; en

f.

de betreffende locatie is gelegen op een afstand van tenminste: i. 75 meter van woonbebouwing; en ii. 300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg; en iii. 300 meter van inrichtingen waar dieren worden gehouden.

g. 4.

het schietterrein wordt afgezet met linten of ander vergelijkbaar materiaal.

Het college kan ter voorkoming van gevaar, schade of overlast of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het tweede en derde lid niet van toepassing is.

5.

Het verbod is ook niet van toepassing op situaties waarin in het eerste lid geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens

en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van strafrecht.

Artikel 5.37 Verbod carbid te schieten in Laren* (vervallen) (Vervallen)

Afdeling 9 Asverstrooiing Artikel 5.38 Definitie In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Artikel 5.39 Verboden plaatsen 1.

2.

Incidentele asverstrooiing is verboden op: a.

de verharde delen van de weg en verharde openbare plaatsen;

b.

de openbare sportterreinen en –velden en bijbehorende voorzieningen;

c.

kinderspeelplaatsen;

d.

gemeentelijke begraafplaats, met uitzondering van het strooiveldje en de graven;

e.

andere door het collegeburgemeester en wethouders nader aan te wijzen plaatsen.

Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.

3.

Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.

Artikel 5.40 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.

Hoofdstuk 6 Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6.1 Sanctiebepaling 1.

Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie

maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden bestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 2.

In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.10 en 2.11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, artikel 2.12, eerste lid, en artikel 4.11, tweede lid.

3.

In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.

Artikel 6.2 Toezichthouders 1.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de medewerkers van het team Handhaving van de BEL Combinatie.

2.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken 2 en 4 van deze verordening zijn voorts belast de medewerkers van de afdeling Aanleg en Beheer van de BEL Combinatie.

3.2. MHet college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.et het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn voorts belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. 4.3. Onverminderd het eerste en het, tweede en derde lid zijn de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.

Artikel 6.3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 6.4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening 1.

De Algemene plaatselijke verordening Eemnes 202018 wordt ingetrokken.

2.

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de bekendmaking.

Artikel 6.5 Overgangsbepaling 1.

Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

2.

AlsIndien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning of ontheffing op grond van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 202018 is ingediend en nog niet op de aanvraag is beslist, worden de bepalingen van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 20230 toegepast.

3.

Op een aanhangig bezwaarschrift, gericht tegen een besluit op grond van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 202018,

dat voor de inwerkingtreding van deze verordening is ingekomen, ofdan wel

dat na de inwerkingtreding van deze verordening is ingekomen, maardoch binnen de wettelijke termijn voor bezwaar,

wordt beslist met toepassing van de Algemene plaatselijke verordening Eemnes 20230.

Artikel 6.6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening Eemnes 20230.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 24 april 202314 december 2020.

griffier,

A.H. de Graaf-Gerrits

voorzitter,

R. van Benthem RA

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12658558/2