CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bijlagen Toelichting BP HSS (vast te stellen)

Raadsessie 4 oktober 2021, gemeente eemnesBij agendapunt: Bestemmingsplan HSS21.529 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3

D U FE C

METHODE

WEER EN BIJZONDERHEDEN

De parkeercapaciteit is voorafgaand aan de metingen geïnventariseerd. Hiervoor is

De weersomstandigheden waren als volgt:

een sectie-indeling gemaakt (zie figuur vorige pagina). Een sectie is doorgaans een

Maandag 29 oktober 2018: droog, geheel bewolk, max. 6.1 °C

wegvak van hoek tot hoek.

Dinsdag 18 december 2018: droog, geheel bewolkt, max. 7.9 °C (KNMI weerstation De Bilt)

Binnen een sectie zijn de volgende categorieën openbare parkeerplaatsen afzonderlijk

De metingen hebben niet plaatsgevonden tijdens evenementen of andere

geïnventariseerd:

verstorende momenten.

Buiten voorzieningen (langsparkeren)

In voorzieningen (parkeerhavens en vakken)

Bijzondere plaatsen (invalide, gereserveerd e.d.)

Het onderscheid tussen parkeervakken en -havens enerzijds en langsparkeren anderzijds wordt bepaald door het feit of er een voorziening is aangelegd (vak of haven) of niet (op straat langsparkeren). Het verschil tussen vakken en havens wordt bepaald door de aanwezigheid van een vorm van vakindeling. Voor de benodigde ruimte van een personenauto bij langsparkeren is 6 meter gehanteerd. De metingen zijn uitgevoerd op maandag 29 en dinsdag 18 december 2018 van 00:00 uur tot 02:00 uur. In deze periode is telkens is één meting uitgevoerd. Tijdens de meetmomenten zijn per sectie de geparkeerde voertuigen geregistreerd op het volgende detailniveau: 

Goed geparkeerd

Canadees geparkeerd (met twee wielen op de stoep, waar toegestaan)

Fout geparkeerd (op het trottoir, buiten de vakken e.d.)

Obstakel (container, aanhanger, caravan e.d.)

Op een bijzondere plaats geparkeerd

4

D U FE C

DATAVERWERKING De dataverwerking bestaat uit verificatie, validatie en analyse. Tijdens de eerste stap is gekeken of de data van de metingen compleet is. Zijn metingen uitgevoerd tijdens alle meetmomenten en in alle secties? Vervolgens zijn de volgende controles uitgevoerd: 

Is de parkeerbezetting hoger dan de capaciteit? Zo ja, is dat verklaarbaar?

Is het verloop van de parkeerbezetting logisch?

Liggen de resultaten in lijn met eerdere tellingen (indien beschikbaar)?

De parkeerdruk is berekend door het aantal goed en fout geparkeerde voertuigen en het aantal obstakels op openbare parkeerplaatsen te delen door de capaciteit van de sectie. Het parkeren op bijzondere plaatsen is afzonderlijk gepresenteerd. Voor de gemeente dient te worden aangetoond dat er voldoende parkeergelegenheid is binnen het afgebakende gebied. Daarbij geldt dat de bestaande bezetting samen met de parkeerbehoefte van het plan een door de gemeente bepaalde maximale parkeerdruk opleveren. In aanvulling hierop is het aantal vrije plaatsen per sectie en per meetmoment gepresenteerd. De resultaten zijn opgenomen in de bijlage met daarbij: 

Capaciteit per meetmoment, per sectie/gebied en per categorie

Parkeerbezetting/parkeerdruk/vrije plaatsen per meetmoment

Informatie over het onderzoeksgebied en de meting

Kaart met sectie-indeling

5

D U FE C

RESULTATEN

PARKEERONDERZOEK

AARTSEVEEN 96 E.O., EEMNES

Motorvoertuigen

Totaal

Onderzoeksgebied Aartseveen 96 e.o., Eemnes

Meetmoment ma 29 oktober di 18 december

MEETMOMENT

Meting Meetperiode: ma 29 oktober en di 18 december 2018 Methodiek: Parkeerdrukmeting met waarnemers In opdracht van: BEL Combinatie Uitgevoerd door: Dufec

CAPACITEIT

00:00 - 02:00u 00:00 - 02:00u

Langs 114 114

Haven 8 8

VERDELING CAPACITEIT

BEZETTING Vak 873 873

Totaal 995 995

Goed 637 625

Fout 46 34

BIJZONDER Obstakel 5 10

Totaal 688 669

% 69% 67%

Vrije plaatsen 307 326

Capaciteit 4 4

Bezetting 1 1

% 25% 25%

VERLOOP PARKEERDRUK 100%

Langs 114

Haven 8

90% 80%

70% 60%

69%

67%

50% 40% 30%

20% Vak 873

7

10%

0% 00:00 - 02:00u

00:00 - 02:00u

ma 29 oktober

di 18 december

DUFEC

PARKEERONDERZOEK

AARTSEVEEN 96 E.O., EEMNES

Motorvoertuigen

Secties SECTIE

Onderzoeksgebied Aartseveen 96 e.o., Eemnes Meting Meetperiode: ma 29 oktober en di 18 december 2018 Methodiek: Parkeerdrukmeting met waarnemers In opdracht van: BEL Combinatie Uitgevoerd door: Dufec

Legenda Parkeerdruk n = 0 - 70% n = 70 - 85% n = 85 - 100% n = ≥ 100% n = geen capaciteit

8

Sectie Straatnaam Capaciteit 1 Aartseveen 22 2 Aartseveen 11 3 Aartseveen 11 4 p-terrein Aartseveen 9 5 Willemserf 23 6 Willemserf 0 7 Willemserf 0 8 Willemserf 5 9A Willemserf 5 9B Willemserf 0 10 Aartseveen 9 11 Geutoomserf 25 12A Geutoomserf 14 12B Geutoomserf 8 13 Geutoomserf 29 14 Aartseveen 16 15 Aartseveen 3 16 Aartseveen 13 17 Aartseveen 13 18 p-terrein Hasselaarlaan 90 19A Everserf 16 19B Everserf 5 20 Aartseveen 7 21A Aartseveen 15 21B Aartseveen 0 22 Everserf 9 23 Everserf 20 24A Aartseveen 16 24B Aartseveen 7 25 Aartseveen 0 26A p-terrein Dingenaarserf 14 26B p-terrein Dingenaarserf 3 27 Dingenaarserf 9 28 Reijerserf 18 29 Jonneveen 18 30 Jonneveen 6 31 Jonneveen 17 32 Jonneveen 13 33 Jonneveen 14 34 Reijerserf 2 35 Reijerserf 11 36 p-terrein Willemserf 35 37 Willemserf 21 38 Lambertsveen 7 39 Lambertsveen 13 40 Meeuwiskamp 12 41 Meeuwiskamp 6 42 Pijlenkamp 6 43 Meeuwiskamp 18 44 Meeuwiskamp 6 45 Simonsveen 10

BEZETTING ma 29-10 17 7 10 7 16 0 0 0 5 0 5 19 4 0 15 13 2 10 11 7 11 0 2 14 1 10 15 15 2 2 10 1 8 15 6 3 17 16 14 2 10 33 13 6 17 14 7 7 11 1 10

di 18-12 17 8 11 5 20 0 0 1 6 0 5 18 3 2 21 14 1 7 9 6 17 0 3 11 0 8 15 15 1 0 10 0 9 16 6 2 12 14 13 2 7 28 13 5 18 12 5 6 12 2 9

PARKEERDRUK ma 29-10 77% 64% 91% 78% 70% 0% 100% 56% 76% 29% 0% 52% 81% 67% 77% 85% 8% 69% 0% 29% 93% 111% 75% 94% 29% 71% 33% 89% 83% 33% 50% 100% 123% 100% 100% 91% 94% 62% 86% 131% 117% 117% 117% 61% 17% 100%

di 18-12 77% 73% 100% 56% 87% 20% 120% 56% 72% 21% 25% 72% 88% 33% 54% 69% 7% 106% 0% 43% 73% 89% 75% 94% 14% 71% 0% 100% 89% 33% 33% 71% 108% 93% 100% 64% 80% 62% 71% 138% 100% 83% 100% 67% 33% 90%

VRIJE PLAATSEN ma 29-10 5 4 1 2 7 0 0 5 0 0 4 6 10 8 14 3 1 3 2 83 5 5 5 1 -1 -1 5 1 5 -2 4 2 1 3 12 3 0 -3 0 0 1 2 8 1 -4 -2 -1 -1 7 5 0

di 18-12 5 3 0 4 3 0 0 4 -1 0 4 7 11 6 8 2 2 6 4 84 -1 5 4 4 0 1 5 1 6 0 4 3 0 2 12 4 5 -1 1 0 4 7 8 2 -5 0 1 0 6 4 1

DUFEC

PARKEERONDERZOEK

AARTSEVEEN 96 E.O., EEMNES

Motorvoertuigen

Secties SECTIE

Vervolg

9

Sectie Straatnaam 46 Simonsveen 47 Simonsveen 48 Smalleveen 49 Smalleveen 50 Smalleveen 51A Simonsveen 51B Simonsveen 52 Pijlenkamp 53 p-terrein Pijlenkamp 54 Pijlenkamp 55A Ruiterskamp 55B Ruiterskamp 56 Lambertsveen 57 Lambertsveen 58 Lambertsveen 59 Lambertsveen 60 p-terrein Eemhof 61 Vlosseveen 62 p-terrein Vlosseveen 63 Schilderskamp 64 Troeveveen 65 Troeveveen 66 Ruiterskamp 67 Ruiterskamp

BEZETTING Capaciteit 0 33 13 8 11 5 15 8 32 0 0 19 0 23 13 8 17 25 8 27 12 22 24 12

ma 29-10 0 25 11 6 9 3 5 11 29 0 0 16 0 17 13 12 9 6 4 15 9 22 18 7

di 18-12 1 29 10 7 9 2 7 11 25 0 0 16 0 17 12 11 6 8 6 16 9 16 18 8

PARKEERDRUK ma 29-10 76% 85% 75% 82% 60% 33% 138% 91% 84% 74% 100% 150% 53% 24% 50% 56% 75% 100% 75% 58%

di 18-12 88% 77% 88% 82% 40% 47% 138% 78% 84% 74% 92% 138% 35% 32% 75% 59% 75% 73% 75% 67%

VRIJE PLAATSEN ma 29-10 0 8 2 2 2 2 10 -3 3 0 0 3 0 6 0 -4 8 19 4 12 3 0 6 5

di 18-12 -1 4 3 1 2 3 8 -3 7 0 0 3 0 6 1 -3 11 17 2 11 3 6 6 4

DUFEC

PARKEERONDERZOEK

AARTSEVEEN 96 E.O., EEMNES

Motorvoertuigen

Details - Maandag 29 oktober 2018 ALGEMEEN

Onderzoeksgebied Aartseveen 96 e.o., Eemnes Meting Meetperiode: ma 29 oktober en di 18 december 2018 Methodiek: Parkeerdrukmeting met waarnemers In opdracht van: BEL Combinatie Uitgevoerd door: Dufec

10

Sectie

Straatnaam

1 2 3 4 5 6 7 8 9A 9B 10 11 12A 12B 13 14 15 16 17 18 19A 19B 20 21A 21B 22 23 24A 24B 25 26A 26B 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45

Aartseveen Aartseveen Aartseveen p-terrein Aartseveen Willemserf Willemserf Willemserf Willemserf Willemserf Willemserf Aartseveen Geutoomserf Geutoomserf Geutoomserf Geutoomserf Aartseveen Aartseveen Aartseveen Aartseveen p-terrein Hasselaarlaan Everserf Everserf Aartseveen Aartseveen Aartseveen Everserf Everserf Aartseveen Aartseveen Aartseveen p-terrein Dingenaarserf p-terrein Dingenaarserf Dingenaarserf Reijerserf Jonneveen Jonneveen Jonneveen Jonneveen Jonneveen Reijerserf Reijerserf p-terrein Willemserf Willemserf Lambertsveen Lambertsveen Meeuwiskamp Meeuwiskamp Pijlenkamp Meeuwiskamp Meeuwiskamp Simonsveen

BIJZONDER Capaciteit Langs Haven Vak 22 11 11 9 23

5 5 9 14 3 8 23 9 3 7 13 90 16

11 11 6 7 6

5 7 15 9 15 13 7

5 3

14 3 9 18 10

3

7

6

8 6 17 10 14 2 11 35 14 7 13 12 6 6 12 6 10

Bezetting Totaal Langs Haven Vak Fout Obstakel 22 15 1 1 11 7 11 9 1 9 7 23 16 0 0 5 5 5 0 9 5 25 7 12 14 3 1 8 29 1 13 1 16 5 8 3 2 13 6 4 13 10 1 90 7 16 8 3 5 7 2 15 14 0 1 9 9 1 20 1 13 1 16 3 12 7 2 0 2 14 10 3 1 9 8 18 14 1 18 1 5 6 3 17 15 1 1 13 3 10 3 14 14 2 2 11 10 35 33 21 1 12 7 6 13 13 4 12 12 2 6 6 1 6 5 2 18 4 7 6 1 10 9 1

Totaal 17 7 10 7 16 0 0 0 5 0 5 19 4 0 15 13 2 10 11 7 11 0 2 14 1 10 15 15 2 2 10 1 8 15 6 3 17 16 14 2 10 33 13 6 17 14 7 7 11 1 10

% 77% 64% 91% 78% 70% 0% 100% 56% 76% 29% 0% 52% 81% 67% 77% 85% 8% 69% 0% 29% 93% 111% 75% 94% 29% 71% 33% 89% 83% 33% 50% 100% 123% 100% 100% 91% 94% 62% 86% 131% 117% 117% 117% 61% 17% 100%

Capaciteit Gereserveerd Gehandicapt

OPMERKINGEN Bezetting Obstakel: aanhangwagen

2

3

Obstakel: zandzak

1

1

DUFEC

PARKEERONDERZOEK

AARTSEVEEN 96 E.O., EEMNES

Motorvoertuigen

Details - Maandag 29 oktober 2018 ALGEMEEN

Vervolg

11

Sectie

Straatnaam

46 47 48 49 50 51A 51B 52 53 54 55A 55B 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 Totaal

Simonsveen Simonsveen Smalleveen Smalleveen Smalleveen Simonsveen Simonsveen Pijlenkamp p-terrein Pijlenkamp Pijlenkamp Ruiterskamp Ruiterskamp Lambertsveen Lambertsveen Lambertsveen Lambertsveen p-terrein Eemhof Vlosseveen p-terrein Vlosseveen Schilderskamp Troeveveen Troeveveen Ruiterskamp Ruiterskamp

BIJZONDER Capaciteit Langs Haven Vak 33 13 8 11 2 15 8 32

3

19

16

114

8

23 13 8 17 9 8 27 12 22 24 12 873

Bezetting Totaal Langs Haven Vak Fout Obstakel 0 33 25 13 9 2 8 6 11 9 5 1 2 15 5 8 8 3 32 23 6 0 0 19 15 1 0 23 17 13 13 8 8 4 17 9 25 6 8 4 27 14 1 12 9 22 20 2 24 15 3 12 7 995 39 5 593 46 5

Totaal 0 25 11 6 9 3 5 11 29 0 0 16 0 17 13 12 9 6 4 15 9 22 18 7 688

% 76% 85% 75% 82% 60% 33% 138% 91% 84% 74% 100% 150% 53% 24% 50% 56% 75% 100% 75% 58% 69%

Capaciteit Gereserveerd Gehandicapt

OPMERKINGEN Bezetting

Obstakels: aanhangwagens

Obstakel: aanhangwagen

2

4

1

DUFEC

PARKEERONDERZOEK

AARTSEVEEN 96 E.O., EEMNES

Motorvoertuigen

Details - Dinsdag 18 december 2018 ALGEMEEN

Onderzoeksgebied Aartseveen 96 e.o., Eemnes Meting Meetperiode: ma 29 oktober en di 18 december 2018 Methodiek: Parkeerdrukmeting met waarnemers In opdracht van: BEL Combinatie Uitgevoerd door: Dufec

12

Sectie

Straatnaam

1 2 3 4 5 6 7 8 9A 9B 10 11 12A 12B 13 14 15 16 17 18 19A 19B 20 21A 21B 22 23 24A 24B 25 26A 26B 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45

Aartseveen Aartseveen Aartseveen p-terrein Aartseveen Willemserf Willemserf Willemserf Willemserf Willemserf Willemserf Aartseveen Geutoomserf Geutoomserf Geutoomserf Geutoomserf Aartseveen Aartseveen Aartseveen Aartseveen p-terrein Hasselaarlaan Everserf Everserf Aartseveen Aartseveen Aartseveen Everserf Everserf Aartseveen Aartseveen Aartseveen p-terrein Dingenaarserf p-terrein Dingenaarserf Dingenaarserf Reijerserf Jonneveen Jonneveen Jonneveen Jonneveen Jonneveen Reijerserf Reijerserf p-terrein Willemserf Willemserf Lambertsveen Lambertsveen Meeuwiskamp Meeuwiskamp Pijlenkamp Meeuwiskamp Meeuwiskamp Simonsveen

BIJZONDER Capaciteit Langs Haven Vak 22 11 11 9 23

5 5 9 14 3 8 23 9 3 7 13 90 16

11 11 6 7 6

5 7 15 9 15 13 7

5 3

14 3 9 18 10

3

7

6

8 6 17 10 14 2 11 35 14 7 13 12 6 6 12 6 10

Bezetting Totaal Langs Haven Vak Fout Obstakel 22 15 1 1 11 8 11 11 9 5 23 18 1 1 0 0 5 1 5 5 1 0 9 5 25 6 12 14 2 1 8 2 29 1 19 1 16 5 9 3 1 13 5 2 13 9 90 6 16 14 3 5 7 3 15 11 0 9 8 20 14 1 16 1 12 2 7 1 0 14 10 3 9 9 18 15 1 18 1 5 6 2 17 11 1 13 2 9 3 14 13 2 2 11 7 35 28 21 1 11 1 7 5 13 13 5 12 11 1 6 5 6 4 2 18 4 8 6 1 1 10 8 1

Totaal 17 8 11 5 20 0 0 1 6 0 5 18 3 2 21 14 1 7 9 6 17 0 3 11 0 8 15 15 1 0 10 0 9 16 6 2 12 14 13 2 7 28 13 5 18 12 5 6 12 2 9

% 77% 73% 100% 56% 87% 20% 120% 56% 72% 21% 25% 72% 88% 33% 54% 69% 7% 106% 0% 43% 73% 89% 75% 94% 14% 71% 0% 100% 89% 33% 33% 71% 108% 93% 100% 64% 80% 62% 71% 138% 100% 83% 100% 67% 33% 90%

Capaciteit Gereserveerd Gehandicapt

OPMERKINGEN Bezetting Obstakel: container

Obstakel: aanhanger

Obstakels: snoeigereedschap

2

3

Obstakel: container 1

1

DUFEC

PARKEERONDERZOEK

AARTSEVEEN 96 E.O., EEMNES

Motorvoertuigen

Details - Dinsdag 18 december 2018 ALGEMEEN

Vervolg

13

Sectie

Straatnaam

46 47 48 49 50 51A 51B 52 53 54 55A 55B 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 Totaal

Simonsveen Simonsveen Smalleveen Smalleveen Smalleveen Simonsveen Simonsveen Pijlenkamp p-terrein Pijlenkamp Pijlenkamp Ruiterskamp Ruiterskamp Lambertsveen Lambertsveen Lambertsveen Lambertsveen p-terrein Eemhof Vlosseveen p-terrein Vlosseveen Schilderskamp Troeveveen Troeveveen Ruiterskamp Ruiterskamp

BIJZONDER Capaciteit Langs Haven Vak 33 13 8 11 2 15 8 32

3

19

16

114

8

23 13 8 17 9 8 27 12 22 24 12 873

Bezetting Totaal Langs Haven Vak Fout Obstakel 0 1 33 29 13 7 3 8 7 11 9 5 1 1 15 7 8 8 3 32 25 0 0 19 14 2 0 23 17 13 12 8 8 3 17 6 25 1 7 8 6 27 15 1 12 9 22 16 24 17 1 12 8 995 34 5 586 34 10

Totaal 1 29 10 7 9 2 7 11 25 0 0 16 0 17 12 11 6 8 6 16 9 16 18 8 669

% 88% 77% 88% 82% 40% 47% 138% 78% 84% 74% 92% 138% 35% 32% 75% 59% 75% 73% 75% 67% 67%

Capaciteit Gereserveerd Gehandicapt

OPMERKINGEN Bezetting

Obstakels: aanhanger/bouwmaterialen

Obstakel: graafmachine

2

4

1

DUFEC

AARTSEVEEN 96 E.O. EEMNES Sectie-indeling Oktober 2018

Bijlage 5 Quickscan beschermde planten- en diersoorten

(vastgesteld) HSS NL.IMRO.0317.EMSBPHSS-Va01

63 - 274

QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN AARTSVEEN 96 EN HASSELAARLAAN 1c TE EEMNES

Eindrapport

QUICK SCAN BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN AARTSVEEN 96 EN HASSELAARLAAN 1c TE EEMNES

rapportnummer 2019.3456 maart 2019 In opdracht van: BEL-combinatie Zuidersingel 5 3755 AZ in Eemnes

Adviesbureau Mertens B.V. Bureau voor natuur, ruimtelijke ordening en natuurwetgeving Utrechtseweg 120, 6871 DV Renkum 06-29458456 info@adviesbureau-mertens.nl www.adviesbureau-mertens.nl

© Adviesbureau Mertens BV, Wageningen, 2020 Deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming vrij worden vermenigvuldigd. De verzamelde data zijn alleen te gebruiken voor het hier geschetste onderzoek en mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING .......................................................................................................................................................... 2 1.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 2 1.2 HET PLANGEBIED EN DE PLANNEN .............................................................................................................. 2 1.3 DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK ........................................................................................................ 7 1.4 OPBOUW RAPPORT ................................................................................................................................... 7 2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN ............................................................................................... 8 2.1 WET NATUURBESCHERMING ...................................................................................................................... 8 2.2 RODE LIJST............................................................................................................................................... 8 3. METHODE......................................................................................................................................................... 10 4.

RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING AARTSVEEN ............................................................. 11 4.1 FLORA .................................................................................................................................................... 11 4.2 VLEERMUIZEN ......................................................................................................................................... 11 4.3 OVERIGE ZOOGDIEREN............................................................................................................................ 11 4.4 BROEDVOGELS ....................................................................................................................................... 12 4.5 AMFIBIEËN .............................................................................................................................................. 13 4.6 VISSEN ................................................................................................................................................... 13 4.7 REPTIELEN ............................................................................................................................................. 13 4.8 OVERIGE ................................................................................................................................................ 13 5.

RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING HASSELAARLAAN ................................................... 14 5.1 FLORA .................................................................................................................................................... 14 5.2 VLEERMUIZEN ......................................................................................................................................... 14 5.3 OVERIGE ZOOGDIEREN............................................................................................................................ 15 5.4 BROEDVOGELS ....................................................................................................................................... 15 5.5 AMFIBIEËN .............................................................................................................................................. 16 5.6 VISSEN ................................................................................................................................................... 16 5.7 REPTIELEN ............................................................................................................................................. 16 5.8 OVERIGE ................................................................................................................................................ 16 6.

SAMENVATTENDE CONCLUSIE .................................................................................................................... 17 GERAADPLEEGDE LITERATUUR ...................................................................................................................... 18 BIJLAGEN ............................................................................................................................................................ 19 1. PLANGEBIED AARTSVEEN 96 TE EEMNES........................................................................................ 20 2. PLANGEBIED HASSELAARLAAN 1C TE EEMNES .............................................................................. 22 3. BEGRIPPEN ........................................................................................................................................... 23

Adviesbureau Mertens

1

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

1. INLEIDING 1.1 Inleiding Er is het voornemen voor het realiseren en gebruiken van woonbebouwing in de gebieden Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. De aanwezigheid van beschermde planten- en diersoorten vormt een te onderzoeken aspect omdat met de plannen effecten kunnen ontstaan op soorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan is aan Adviesbureau Mertens B.V. uit Wageningen gevraagd om een verkennend veldonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten en indien aanwezig, aan te geven hoe hiermee dient te worden omgegaan. In dit rapport worden de resultaten van deze verkenning gepresenteerd.

N▲

Legenda = Aartsveen 96 (De 7-sprong) = Hasselaarlaan 1c (De Hilt) Figuur 1. Globale ligging van de plangebieden aan de Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes.

1.2 Het plangebied en de plannen Aan de Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes zijn respectievelijk voormalige basisschool De 7sprong en een sport- en ontmoettingscomplex De Hilt gelegen met rondom verhardingen en cultuurgroen. In bijlage 1 en 2 een detailsituatie gegeven van het plangebied Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. In figuur 2 en 3 wordt respectievelijk een beeld gegeven van het plangebied van Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c op vrijdag 25 oktober 2019. De huidige plannen voorzien in de sloop van de opstallen, het gedeeltelijk rooien van groen, bouwrijp maken en het realiseren van woonbebouwing met bijbehorende infrastructuur. In figuur 4 en 5 wordt achtereenvolgens een beeld gegeven van de plannen van Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c. In het gebied Aartsveen 96 zijn de plannen voor het water ten westen van de Vosseveen conserverend en in het gebied Hasselaarlaan 1c valt theater De Hesselbak buiten het plangebied en derhalve zijn de plannen voor dit theater tevens conserverend. Met de realisatie van de plannen worden bomen zo veel mogelijk behouden en er worden bomen aangeplant.

Adviesbureau Mertens

2

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

Figuur 2. Foto-impressie van het plangebied en directe omgeving aan de Aartsveen 96 te Eemnes.

Adviesbureau Mertens

3

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

Figuur 3. Foto-impressie van het plangebied en directe omgeving aan de Hasselaarlaan 1c te Eemnes.

Adviesbureau Mertens

4

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

N ->

Figuur 4. Impressie van de plannen aan de Hasselaarlaan 1c te Eemnes.

Adviesbureau Mertens

5

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

N▲

Figuur 5. Impressie van de plannen aan de Aartsveen 96 te Eemnes.

Adviesbureau Mertens

6

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

1.3 Doelstelling van het onderzoek De doelstelling van het onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt inzichtelijk gemaakt welke wettelijk beschermde natuurwaarden in het kader van de soortbescherming van planten- en diersoorten te verwachten zijn. Anderzijds worden de consequenties van deze aanwezigheid voor de planontwikkeling weergegeven. Gelet op de opdracht genoemd in de inleiding en de doelstelling, is het van belang dat de volgende vragen worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten komen mogelijk voor ter plaatse van en in de directe omgeving van het plangebieden Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes? 2. Welke verwachte wettelijk beschermde planten- en diersoorten ondervinden nadelen van de plansituatie?

1.4 Opbouw rapport Na een korte uitleg over de soortbescherming van de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 2) komen achtereenvolgens aan de orde: - De onderzoeksmethode (hoofdstuk 3). - Een beschrijving van de aanwezigheid van beschermde soorten en effecten van de plannen (hoofdstuk 4 en 5 voor respectievelijk Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c). - Een samenvattende conclusie. In bijlage 3 wordt een overzicht gegeven van de gebruikte definities en afkortingen.

Adviesbureau Mertens

7

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

2. BESCHERMDE PLANTEN- EN DIERSOORTEN 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet implementeert de Vogelen Habitatrichtlijn en andere verdragen in het nationaal natuurbeschermingsrecht. Het bevoegd gezag is Gedeputeerde Staten van de Provincie(s) waar een project wordt gerealiseerd. Gedeputeerde Staten kunnen deze bevoegdheid ook overdragen conform lid 7 van deze wet. Doorgaans zijn dit Omgevingsdiensten. De soortbescherming richt zich dan ook primair op de bescherming van plant- en diersoorten die genoemd zijn in deze richtlijnen. Daarnaast is een deel van de soorten van de Rode Lijst (zie paragraaf 2.2) beschermd via de Wet natuurbescherming. Voor alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten is de algemene zorgplicht van toepassing; handelen of nalaten die gevolgen kunnen hebben dienen achterwege gelaten te worden of er dienen maatregelen getroffen te worden om effecten te voorkomen, of zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Indien een plan resulteert in negatieve beïnvloeding van een soort of soorten kan ontheffing worden verleend conform artikel 3.3 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.1 en 3.2 (Vogelrichtlijnsoorten). Ontheffing kan worden verleend conform artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming voor soorten van artikel 3.4 en 3.6 (Habitatrichtlijnsoorten).

De criteria voor ontheffingsverlening voor deze soorten zijn identiek aan die Vogel- en Habitatrichtlijn omdat deze richtlijnen zijn geïmplementeerd in het nationaal recht. Het nationaal recht staat het niet toe om hiervan af te wijken. De criteria zijn:  in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid;  in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;  ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren;  ter bescherming van flora en fauna. Om in aanmerking te komen voor een ontheffing dienen mitigerende en eventueel compenserende maatregelen genomen te worden die tot gevolg hebben dat soorten niet nadelig worden beïnvloed in het voorkomen en gedurende de uitvoering van een project. Provincies kunnen voor de nationaal beschermde soorten een algemene vrijstelling verlenen. In de Provincie Utrecht wordt voor een aantal soorten generieke vrijstelling verleend in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het betreft o.a. aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en woelrat. 2.2 Rode lijst De Rode lijst met bedreigde soorten is eind 2004 gepubliceerd in de Staatscourant en voor een deel in 2009 en 2017 herzien.

Aan de op deze lijst genoemde soorten komt bescherming toe voor zover zij vallen onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming. Tussen de Wet natuurbescherming en de Rode lijsten bestaat geen formele relatie. Alleen op basis van “gunstige staat van instandhouding” kunnen bij beschermde Rode lijstsoorten "zwaardere" randvoorwaarden gelden ten aanzien van mitigerende en compenserende maatregelen dan voor algemene soorten. Zo zal het bij zeer algemeen voorkomende soorten die gering afnemen in aantal (Rode lijstsoort met het criterium gevoelig) relatief eenvoudig zijn om aan te tonen dat de "gunstige staat van instandhouding" niet in het geding komt. Voor soorten met een beperkt verspreidingsbeeld en die afnemen in aantal (soorten van de Rode lijst met het criterium bedreigd of ernstig bedreigd) is een uitgebreide effectenstudie wenselijk. Voor deze soorten geldt namelijk de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat Adviesbureau Mertens

8

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020 iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Op deze manier wordt nader invulling gegeven aan de bescherming van soorten die in aantal en/of verspreiding afnemen.

Adviesbureau Mertens

9

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

3. METHODE

Op vrijdag 25 oktober 2019 is een bezoek gebracht aan het plangebied Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes en de directe omgeving. Gedurende dit bezoek is dit gebied en de directe omgeving beoordeeld op het mogelijk voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Dit vond plaats aan de hand van aanwezige ecotopen en sporen. Er is daarnaast gebruik gemaakt van bestaande verspreidingsgegevens om het (potentieel) voorkomen van beschermde soorten te bepalen (o.a. via Waarneming.nl). Overige waarnemingen zijn tevens geraadpleegd zoals weergegeven in verspreidingsatlassen. Daarnaast is gebruik gemaakt van een tweetal onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen in de gebieden Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes (Adviesbureau Mertens, 2019a,b).

Adviesbureau Mertens

10

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

4. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING AARTSVEEN

4.1 Flora Het plangebied is volledig in cultuur gebracht. De houtwallen zijn natuurlijker maar hier ontbreekt een kruidachtige vegetatie bijna geheel. De aanwezigheid van beschermde planten wordt derhalve uitgesloten. Planten die beschermd zijn in het kader van de Wet natuurbescherming komen alleen voor in specifieke ecotopen zoals vennen en zandverstuivingen. Gedurende het verkennend veldonderzoek op vrijdag 25 oktober 2019 zijn geen beschermde plantensoorten of resten van beschermde plantensoorten vastgesteld. Op grond hiervan wordt de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uitgesloten. 4.2 Vleermuizen Getoetst is op de verschillende functies die het plangebied kan hebben voor vleermuizen. Dit betreft plaatsen waar vleermuizen kunnen verblijven (verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en winterverblijfplaatsen), vaste routen tussen verblijfplaatsen in de zomer en winter; respectievelijk vlieg- en migratierouten en plaatsen en gebieden waar vleermuizen foerageren. De aanwezigheid van verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen van vleermuizen kan worden uitgesloten. In 2019 is gericht veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van vleermuizen in de te slopen voormalige school (Adviesbureau Mertens, 2019a). Verblijfplaatsen werden bij dit gerichte onderzoek niet vastgesteld.

In de bomen ontbreekt het aan gaten en openingen waarin vleermuizen zich kunnen ophouden. Negatieve effecten op verblijfplaatsen worden derhalve uitgesloten. Gedurende het gericht veldonderzoek in 2019 naar het voorkomen van vleermuizen zijn geen vliegroutes aangetroffen (Adviesbureau Mertens, 2019a). Opgaande lijnvormige landschapselementen kunnen een route vormen tussen een verblijfplaats en een foerageergebied. Met de realisatie van de plannen komt er bebouwing en er worden bomen gepland. In de omgeving zijn daarnaast voldoende alternatieve landschapselementen aanwezig. Negatieve effecten op vliegroutes van vleermuizen van de plannen worden derhalve uitgesloten. De aanwezigheid van migratieroutes wordt uitgesloten omdat grootschalige landschapselementen zoals dijken en rivieren niet voorkomen in of aansluiten op het plangebied. Met de realisatie van de plannen zal het gebied niet wezenlijk van vorm veranderen, gelet op de foerageermogelijkheden van vleermuizen. Mogelijk foerageert er laatvlieger, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis als gevolg van de aanwezige ecotopen (cultuurgroen en bebouwing e.d.). Het plangebied en directe omgeving is als gevolg van de aanwezige ecotopen niet van waarde als essentieel foerageergebied en in de toekomst zal deze functie niet negatief verminderen doordat er geen essentiële zaken veranderen.

In de omgeving zijn daarnaast voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig. Negatieve effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. 4.3 Overige zoogdieren Er zijn tijdens het veldbezoek geen sporen als uitwerpselen, holen of graafsporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde grondgebonden zoogdieren. Bovendien ontbreken in het plangebied elementen als ruigten, struweel en takkenhopen die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor deze soorten. Voor marters is het gebied te veel in cultuur gebracht. In het plangebied zijn geen aanwijzingen Adviesbureau Mertens

11

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020 gevonden van het voorkomen van marters zoals de wezel, hermelijn of bunzing. Het plangebied is ook ongeschikt voor deze soorten door het ontbreken van een dekkende vegetatie en prooidieren in ruime mate. Molshopen, rattenholen, drainagepijpen, houtstapels, takkenhopen, opgestapeld puin, holle bomen, schuurtjes, stapels hooi- en strobalen en alle andere mogelijke schuilplaatsen voor kleine marters ontbreken in en direct rond het plangebied. Voor marters is het gebied te veel in cultuur gebracht en de bebouwing wordt gebruikt. In het plangebied zijn dan ook geen aanwijzingen gevonden van het voorkomen van marters zoals de steenmarter. Mogelijk komen in het plangebied en haar omgeving, wel de soorten bosmuis en huisspitsmuis voor. Voor deze grondgebonden zoogdieren geldt in de provincie Utrecht een algemene provinciale vrijstelling. Met uitzondering van de soorten waar een algemene vrijstelling voor geldt worden in het plangebied en binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden, gelet op de terreingesteldheid en de bestaande verspreidingsgegevens (zie Broekhuizen e.a., 2016), geen beschermde grondgebonden zoogdieren verwacht.

4.4 Broedvogels Gedurende het verkennend veldonderzoek op vrijdag 25 oktober 2019 zijn geen geschikte (potentiële) nestlocaties aangetroffen voor vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen. Nesten van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen zijn ook niet vastgesteld gedurende het verkennend veldonderzoek. Er zijn geen (oude) nesten van bijvoorbeeld buizerd, sperwer en havik vastgesteld. Gedurende het verkennend veldonderzoek op vrijdag 25 oktober 2019 zijn geen roestplaatsen van ransuilen aangetroffen. Negatieve effecten op vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen derhalve worden uitgesloten. Op grond hiervan wordt het voorkomen van broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen uitgesloten.

Figuur 6. Nesten van ekster in het plangebied Aartsveen 96 te Eemnes.

Adviesbureau Mertens

12

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

In het plangebied kunnen algemene broedvogels broeden zoals merel, zanglijster en houtduif. Nesten van ekster zijn vastgesteld (zie figuur 6). In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om groen te rooien buiten het broedseizoen. Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. 4.5 Amfibieën Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied en de geografische ligging (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009) wordt de aanwezigheid van internationaal beschermde amfibieën uitgesloten. Mogelijk komen in het plangebied wel gewone pad, bruine kikker en grote groene kikker voor. Voor deze algemeen voorkomende soorten is het plangebied geen essentieel leefgebied omdat in en direct rond het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig is. Voor de algemene soorten amfibieën bestaat een algemene provinciale vrijstelling. 4.6 Vissen Door het ontbreken van oppervlaktewater in en direct rond het plangebied Aartsveen 96 te Eemnes, wordt de aanwezigheid van vissen uitgesloten. 4.7 Reptielen Gezien de huidige aanwezige ecotopen van de opstallen en directe omgeving ten opzichte van de verspreiding van reptielen (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009), kan de aanwezigheid van reptielen worden uitgesloten. 4.8 Overige Gezien de huidige aanwezige ecotopen kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden (o.a.

diverse soorten dagvlinders en libellen) worden uitgesloten. Nationaal beschermde dagvlinders en libellen komen alleen voor in specifieke ecotopen.

Adviesbureau Mertens

13

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

5. RESULTAAT INVENTARISATIE EN BEOORDELING HASSELAARLAAN 5.1 Flora Het plangebied is volledig in cultuur gebracht. De houtwallen zijn natuurlijker maar hier ontbreekt een kruidachtige vegetatie bijna geheel. De aanwezigheid van beschermde planten wordt derhalve uitgesloten. Planten die beschermd zijn in het kader van de Wet natuurbescherming komen alleen voor in specifieke ecotopen zoals vennen en zandverstuivingen. Gedurende het verkennend veldonderzoek op vrijdag 25 oktober 2019 zijn geen beschermde plantensoorten of resten van beschermde plantensoorten vastgesteld. Op grond hiervan wordt de aanwezigheid van beschermde plantensoorten uitgesloten. 5.2 Vleermuizen Getoetst is op de verschillende functies die het plangebied kan hebben voor vleermuizen. Dit betreft plaatsen waar vleermuizen kunnen verblijven (verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en winterverblijfplaatsen), vaste routen tussen verblijfplaatsen in de zomer en winter; respectievelijk vlieg- en migratierouten en plaatsen en gebieden waar vleermuizen foerageren. De aanwezigheid van verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen van vleermuizen kan worden uitgesloten. In 2019 is gericht veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van vleermuizen in de te slopen sport- en ontmoettingscomplex De Hilt (Adviesbureau Mertens, 2019b). Verblijfplaatsen werden bij dit gerichte onderzoek niet vastgesteld.

Grenzend aan De Hilt is één boom met enkele gaten. Gedurende het gericht vleermuisonderzoek zijn geen activiteiten van vleermuizen vastgesteld die duiden op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen. Negatieve effecten op verblijfplaatsen worden derhalve uitgesloten.

Figuur 5. Nesten van grote bonte specht in het plangebied Hasselaarlaan 1c te Eemnes Adviesbureau Mertens

14

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

Gedurende het gericht veldonderzoek in 2019 naar het voorkomen van vleermuizen zijn geen vliegroutes aangetroffen (Adviesbureau Mertens, 2019b). Opgaande lijnvormige landschapselementen kunnen een route vormen tussen een verblijfplaats en een foerageergebied. Met de realisatie van de plannen komt er bebouwing en er worden bomen gepland. In de omgeving zijn daarnaast voldoende alternatieve landschapselementen aanwezig. Negatieve effecten op vliegroutes van vleermuizen van de plannen worden derhalve uitgesloten. De aanwezigheid van migratieroutes wordt uitgesloten omdat grootschalige landschapselementen zoals dijken en rivieren niet voorkomen in of aansluiten op het plangebied. Met de realisatie van de plannen zal het gebied niet wezenlijk van vorm veranderen, gelet op de foerageermogelijkheden van vleermuizen. Mogelijk foerageert er laatvlieger, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis als gevolg van de aanwezige ecotopen (cultuurgroen en bebouwing e.d.). Het plangebied en directe omgeving is als gevolg van de aanwezige ecotopen niet van waarde als essentieel foerageergebied en in de toekomst zal deze functie niet negatief verminderen doordat er geen essentiële zaken veranderen. In de omgeving zijn daarnaast voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig. Negatieve effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen worden derhalve uitgesloten. 5.3 Overige zoogdieren

Er zijn tijdens het veldbezoek geen sporen als uitwerpselen, holen of graafsporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van beschermde grondgebonden zoogdieren. Bovendien ontbreken in het plangebied elementen als ruigten, struweel en takkenhopen die geschikt kunnen zijn als verblijfplaats voor deze soorten. Voor marters is het gebied te veel in cultuur gebracht. In het plangebied zijn geen aanwijzingen gevonden van het voorkomen van marters zoals de wezel, hermelijn of bunzing. Het plangebied is ook ongeschikt voor deze soorten door het ontbreken van een dekkende vegetatie en prooidieren in ruime mate. Molshopen, rattenholen, drainagepijpen, houtstapels, takkenhopen, opgestapeld puin, holle bomen, schuurtjes, stapels hooi- en strobalen en alle andere mogelijke schuilplaatsen voor kleine marters ontbreken in en direct rond het plangebied. Voor marters is het gebied te veel in cultuur gebracht en de bebouwing wordt gebruikt. In het plangebied zijn dan ook geen aanwijzingen gevonden van het voorkomen van marters zoals de steenmarter. Mogelijk komen in het plangebied en haar omgeving, wel de soorten bosmuis en huisspitsmuis voor. Voor deze grondgebonden zoogdieren geldt in de provincie Utrecht een algemene provinciale vrijstelling.

Met uitzondering van de soorten waar een algemene vrijstelling voor geldt worden in het plangebied en binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden, gelet op de terreingesteldheid en de bestaande verspreidingsgegevens (zie Broekhuizen e.a., 2016), geen beschermde grondgebonden zoogdieren verwacht.

5.4 Broedvogels Gedurende het verkennend veldonderzoek op vrijdag 25 oktober 2019 zijn geen geschikte (potentiële) nestlocaties aangetroffen voor vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen. Nesten van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen zijn ook niet vastgesteld gedurende het verkennend veldonderzoek. Er zijn geen (oude) nesten van bijvoorbeeld buizerd, sperwer en havik vastgesteld. Gedurende het verkennend veldonderzoek op vrijdag 25 oktober 2019 zijn geen roestplaatsen van ransuilen aangetroffen.

Adviesbureau Mertens

15

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020 Negatieve effecten op vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen derhalve worden uitgesloten. Op grond hiervan wordt het voorkomen van broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen uitgesloten. In het plangebied kunnen algemene broedvogels broeden zoals merel, zanglijster en houtduif. Nesten van houtduif en merel zijn vastgesteld. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels is het noodzakelijk om groen te rooien buiten het broedseizoen. Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden.

5.5 Amfibieën Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied en de geografische ligging (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009) wordt de aanwezigheid van internationaal beschermde amfibieën uitgesloten. Mogelijk komen in het plangebied wel gewone pad, bruine kikker en grote groene kikker voor. Voor deze algemeen voorkomende soorten is het feitelijk plangebied geen essentieel leefgebied omdat in dit gebied geen essentieel oppervlaktewater aanwezig is. Het water ten westen van de Vosseveen wordt in de huidige vorm behouden. Voor de algemene soorten amfibieën bestaat een algemene provinciale vrijstelling in de provincie Utrecht.

5.6 Vissen Met het van kracht worden van de Wet natuurbescherming zijn bijvoorbeeld kleine modderkruiper en bittervoorn niet meer beschermd. Voor de nog wel beschermde grote modderkruiper is het plangebied geen leefgebied doordat is het feitelijk plangebied geen oppervlaktewater aanwezig is. Het water ten westen van de Vosseveen wordt in de huidige vorm behouden. Geschikte ecotopen ontbreken voor de grote modderkruiper ontbreken in dit water (wateren met een goed ontwikkelde oever en watervegetatie). Negatieve effecten op (beschermde) vissen worden derhalve uitgesloten. 5.7 Reptielen Gezien de huidige aanwezige ecotopen van de opstallen en directe omgeving ten opzichte van de verspreiding van reptielen (zie Ravon.nl, Creemers & Delft, 2009), kan de aanwezigheid van reptielen worden uitgesloten. 5.8 Overige Gezien de huidige aanwezige ecotopen kan de aanwezigheid van beschermde ongewervelden (o.a. diverse soorten dagvlinders en libellen) worden uitgesloten. Nationaal beschermde dagvlinders en libellen komen alleen voor in specifieke ecotopen.

Adviesbureau Mertens

16

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

6. SAMENVATTENDE CONCLUSIE

Er is het voornemen voor het realiseren en gebruiken van woonbebouwing in de gebieden Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. In verband met de aanwezigheid van algemene broedvogels in beide gebieden is het noodzakelijk om groen te rooien buiten het broedseizoen. Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. Mogelijk vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Er zijn daarnaast mogelijk algemene nationaal beschermde zoogdieren en amfibieën aanwezig. Voor deze algemene soorten bestaat een algemene vrijstelling in Provincie Utrecht. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; het realiseren en gebruiken van woonbebouwing in de gebieden Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming.

De inventarisatie is een momentopname; na het onderzoek kunnen soorten zich vestigen. Het is daarom van belang om voor aanvang van de werkzaamheden de gebieden te controleren op vestiging van beschermde soorten.

Adviesbureau Mertens

17

Wageningen

Quick scan beschermde planten- en diersoorten Aartsveen 96 en Hasselaarlaan 1c te Eemnes. Eindrapport maart 2020

GERAADPLEEGDE LITERATUUR

Literatuur  Adviesbureau Mertens, 2019a. Vleermuizen ter plaatse van en rond Aartseveen 96 te Eemnes. Renkum, 1-12.  Adviesbureau Mertens, 2019a. Vleermuizen ter plaatse van en rond Hasselaarlaan 1c in Eemnes. Renkum, 1-11.  Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, VZZ, Nijmegen, 1-348.  Creemers, C.M., Delft, J., 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nijmegen, 1-476.  EEG, 1979. Richtlijn 79/43/EEG inzake het behoud van de Vogelstand. Publicatieblad den Europese Gemeenschap, nummer L. 103.  EEG, 1992. Richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van wilde flora en fauna. Publicatieblad van den van de Europese Gemeenschap, nummer L. 206/7.  Gerstmeier, R., Romig, T., 1997. Zoetwatervissen van Europa, Tirion, Baarn, 1-368.  Hustings, F., Vergeer, J.W., Eekelder, P., 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nationaal Natuurhistorisch Museum Leiden, SOVON, Beek-Upbergen, 1-584.  Limpens, H., Mostert, K., Bongers, W., 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV, Utrecht, 1260.  Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009a. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag.

 Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Dienst Regelingen, 2009b. Uitleg aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen Flora- en faunawet. Ministerie van ELI (Dienst Regelingen), Den Haag.  Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2004. Rode lijsten diverse soortgroepen.  Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 2009. Rode lijsten diverse soortgroepen.  Ministerie van Economische Zaken, 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 34 (2016), 1-84.  SOVON, 1987. Atlas van de Nederlandse broedvogels.  Nie, H.W. de, 1996. Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Media Publishing, Doetinchem, 1-151.  Spikmans, F, Jong, T. de, 2006. Het waarnemen van zoetwatervissen, Nijmegen, 1-55.

Website  www.ravon.nl  www.waarneming.nl  www.sovon.nl  www.telmee.nl  www.zoogdiervereniging.nl  www.netwerkecologischemonitoring.nl  www.verspreidingsatlas.nl

Adviesbureau Mertens

18

Wageningen

BIJLAGEN

1. PLANGEBIED AARTSVEEN 96 TE EEMNES

2. PLANGEBIED HASSELAARLAAN 1C TE EEMNES

3. BEGRIPPEN

Baltsplaats

Plaats waar een vleermuis al roepend rondvliegt in de herfst en die doorgaans wordt verdedigd tegen andere mannetjes.

Foerageergebied

Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. Dat gebied wordt regelmatig bezocht door vleermuizen om in te foerageren en dat doorgaans meerdere foerageerplaatsen kent die langere tijd worden gebruikt.

Foerageerplaats

Plek (jachtplek) waar wordt gejaagd door vleermuizen. De plek kan in de directe omgeving van de kolonieplaats liggen maar ook kilometers verderop.

Kolonie

Groep vleermuizen (kleine groep mannetjes of meestal grotere groep vrouwtjes, soms gemengd (soorten, geslacht)) die in het voorjaar tot de herfst bijeen blijven. De groep kan zich vestigen in gebouwen (in spouwmuren of onder daklijsten e.d.) of bomen (spechtengaten, scheuren). Een groep vrouwelijke vleermuizen wordt ook wel aangeduid als een kraamkolonie. In zo'n groep worden jongen geboren en grootgebracht. Een kolonie maakt vaak gebruik van meerdere verblijfplaatsen die soms gelijktijdig worden gebruikt.

Migratieroute

Een vaste route van zomerverblijfplaats naar winterverblijfplaats en visa versa (zie ook vliegroute) of een route in een andere tijd; bijvoorbeeld tussen foerageerplaatsen.

Paarplaats

Territorium van territoriale mannetjes. Voor de ruige dwergvleermuis en de rosse vleermuis is dit doorgaans te vinden in boomholten. Voor de laatvlieger en de dwergvleermuis is dit te vinden in gebouwen. Voor de watervleermuis is dit te vinden in bomen en later, tegen de winter, zijn ze te vinden in overwinteringverblijven. Het mannetje vormt een harem met meerdere vrouwtjes. De paartijd valt in de herfst (uitgezonderd de grootoorvleermuis waarbij het in april valt (vroege voorjaar). De hier geschetste situatie van de paring wordt in dit rapport omschreven als “herfst situatie”.

Verblijfplaats

Een object (huis, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters permanent).

Vliegroute

Route die door vleermuizen elke avond wordt gebruikt om van de kolonieplaats naar foerageergebied te vliegen en visa vers (zie ook migratieroute). Vrouwtjes met jongen keren soms midden in de nacht terug om de jongen te zogen en gebruiken dan de route. Vliegroutes liggen over het algemeen langs lijnvormige (landschaps)elementen als bomenlanen, huizenrijen e.d. De functies zijn beschutting bij winderig en koud weer, oriëntatie in verband met de echolokatie-geluiden en het vinden van voedsel.

Voorbijvliegend

Vleermuizen die voorbijvliegen, niet via een vaste route. Het betreft meestal zwervers of trekkers.

Zwermen

Direct na het uitvliegen, naar vooral voor het invliegen bij een kolonie zwermt een deel van de kolonie rond de kolonieplaats. Zwermgedrag is derhalve een indicatie voor een eventuele kolonieplaats.

Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Deze ruimte is doorgaans donker, heeft een hoge luchtvochtigheid en

temperatuurwisselingen zijn nihil. Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. In sommige gevallen vormen bijvoorbeeld mannetjes kleine groepjes.

Bijlage 6

Onderzoek stikstofdepositie

(vastgesteld) HSS NL.IMRO.0317.EMSBPHSS-Va01

92 - 274

Memo - Stikstofdepositie Datum

:

26 maart 2021

Bestemd voor

:

Wissing B.V.

Van

:

ing. J. Sips

Projectnummer

:

20180654-048

Betreft

:

Bestemmingsplan ‘Hink Stap Sprong’ te Eemnes

1

Paraaf :

Inleiding

Het voornemen is om op locatie Hink Stap Sprong nieuwe woningen te realiseren, te weten 29 appartementen en een rijtje van 9 grondgebonden woningen. Dit bouwplan past niet in het vigerend bestemmingsplan ‘Kern Eemnes’. Om het bouwplan juridisch-planologisch mogelijk wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen. Wissing B.V. heeft de verbeelding voor het bestemmingsplan ‘Hink Stap Sprong’ opgesteld. Op afbeelding 1 is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan Hink Stap Sprong weergegeven.

Afbeelding 1: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Hink Stap Sprong (d.d. 25 maart 2021)

AGEL adviseurs Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout

t. 0162-456481 e. info@ageladviseurs.nl i. www.ageladviseurs.nl

VCA* Systeemcertificaat EC-VCA-10362 heeft betrekking op het uitvoeren van veldwerk bodem, landmeten en direct toezicht op werken. Op alle door ons aanvaarde opdrachten en verrichte werkzaamheden zijn de Leveringsvoorwaarden Stantec B.V. van toepassing. Btw nr. NL800203823B01 - IBAN NL72ABNA0594482291 - BIC ABNANL2A - KvK Breda 20051141

Aan AGEL adviseurs is de opdracht verstrekt om het onderzoek naar stikstofdepositie uit te voeren voor de realisatie van het bouwplan Hink Stap Sprong te Eemnes. Verspreid in Nederland liggen 118 Natura 2000-gebieden met overbelaste stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van (dier)soorten (hierna: ‘habitattypen’). Voor activiteiten waarbij stikstof vrijkomt moet daarom worden onderzocht wat de effecten zijn op de beschermde Natura 2000-gebieden. Doel van dit onderzoek is bepalen wat de bijdrage van het plan aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden is. Vervolgens is bepaald of deze resultaten leiden tot mogelijk significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en of een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is.

2

Wettelijk kader

De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. De Wnb geeft uitvoering aan de verplichtingen van de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De gebiedsbescherming in de Wnb richt zich uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Handelingen of activiteiten binnen en buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend. Stikstof vormt een van de grootste belemmeringen voor het behalen van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen. In 118 van de Nederlandse Natura 2000-gebieden bevinden zich stikstofgevoelige habitattypen.

Op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wnb is vastgelegd dat het verboden is zonder vergunning van gedeputeerde staten van de provincie een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Samengevat betekent dat wanneer een plan gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied niet in gevaar brengt, significante gevolgen zijn uitgesloten. Indien op basis van objectieve gegevens blijkt dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie, kan in ieder geval worden geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten voor de instandhoudingsdoelen van het betrokken Natura 2000-gebied. Bij het berekenen van de stikstofdepositie mogen in beginsel de bestaande feitelijke en planologische legale activiteiten op de planlocatie en de daarmee samenhangende vermindering van de stikstofdepositie in mindering worden gebracht op de toename van de stikstofdepositie als gevolg van het plan (ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4672).

Dat kan ertoe leiden dat per saldo de effecten op de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000gebieden gelijk blijven (en soms zelfs verminderen als gevolg van het verdwijnen van bijvoorbeeld een agrarische functie). Er hoeft dan geen passende beoordeling te worden uitgevoerd. Indien uit onderzoek (de voortoets) blijkt dat significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten, dan moet een vervolgonderzoek worden uitgevoerd (de ‘passende beoordeling’) en dient een Wnb vergunning te worden aangevraagd.

20180654-048 | Bestemmingsplan ‘Hink Stap Sprong’ te Eemnes Memo - Stikstofdepositie

| 2 van 6 d01

3

Uitgangspunten berekening

In de omgeving van Eemnes zijn verschillende Natura 2000-gebieden aanwezig, waarvan het gebied ‘Eemmeer & Gooimeer Zuidoever’ het meest nabijgelegen is. In afbeelding 2 zijn de omliggende Natura 2000-gebieden weergegeven ten opzichte van de globale ligging van het plangebied Hink Stap Sprong te Eemnes (rode stip).

Afbeelding 2: Ligging Natura 2000-gebieden t.o.v. de globale ligging plangebied Hink Stap Sprong (Eemnes)

De sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van het bouwplan zorgt voor emissie van stikstof, doordat de sloop-/bouwactiviteiten verkeersbewegingen genereren en er (mobiele) werktuigen, voorzien van verbrandingsmotoren, op de bouwplaats in werking zijn. Sloop-/Bouwfase Aangenomen is dat de sloop- en bouwwerkzaamheden in totaal één jaar in beslag neemt en wordt in uitgevoerd in 2022. In de berekening voor de sloop-/bouwfase is het zichtjaar 2021 aangehouden (=worst-case). Op dit moment is geen aannemer bekend. Daarom is een inschatting gemaakt van de in te zetten mobiele werktuigen. Tevens is uitgegaan dat de mobiele werktuigen allen stage IV materieel (vanaf het bouwjaar 2014) betreft. Voor de mobiele werktuigen zijn de emissiefactoren voor NOx en NH3 alsmede een percentage belasting (inclusief TAF-factor) bepaald in overeenstemming met de best aansluitende omschrijving van de werktuigen (inclusief bouwjaar en vermogen) binnen AERIUS calculator bij de invoer via ‘eigen specificatie’. Daarnaast is voor het percentage stationair draaien van de mobiele werktuigen op de bouwplaats gemiddeld 30% aangehouden (conform opgave TNO). De emissiefactoren voor het onbelast (stationair) draaien zijn verkregen uit het bestand van ‘TNO getallen voor Aerius 2020 v3 mobiele werktuigen’. De cilinderinhoud is verkregen door het vermogen te delen door 20.

20180654-048 | Bestemmingsplan ‘Hink Stap Sprong’ te Eemnes Memo - Stikstofdepositie

| 3 van 6 d01

Daarnaast wordt de totale stikstofemissie ook bepaald door het bouwverkeer voor de sloop-/bouwfase op de openbare weg, te weten: - Verkeersbewegingen bouwvakkers/onderaannemers sloopfase: 2 personenauto’s/busjes (= 4 verkeersbewegingen lichte voertuigen) per werkdag voor de sloopfase. Uitgaande van 20 werkdagen komt dit neer op ongeveer 80 verkeersbewegingen lichte voertuigen. - Verkeersbewegingen ten behoeve van het afvoeren van sloopafval, grond en materialen zijn 75 transporten zware vrachtwagens voorzien (=150 vrachtbewegingen). - Verkeersbewegingen bouwvakkers/onderaannemers bouwfase: 5 personenauto’s/busjes (= 10 verkeersbewegingen lichte voertuigen) per werkdag voor de sloopfase. Uitgaande van 235 werkdagen komt dit neer op ongeveer 2.350 verkeersbewegingen lichte voertuigen. - Verkeersbewegingen ten behoeve van het afvoeren van sloopafval, grond en materialen zijn 500 transporten zware vrachtwagens voorzien (=1.000 vrachtbewegingen). Op de bouwplaats is rekening gehouden met het manoeuvreren en stationair draaien van het vrachtverkeer door dit te modelleren met 100% stagnatie. Voor wat betreft een totaaloverzicht van de inputparameters van de sloop-/bouwfase wordt verwezen naar bijlage 1.

Toekomstige gebruiksfase Alle woningen in het bouwplan Hink Stap Sprong worden ‘gasloos’ gerealiseerd, waardoor er geen stikstof uitstotende installaties aanwezig zijn in het toekomstige woningen. Dit betekent dat de stikstofemissie voor de toekomstige gebruiksfase wordt bepaald door de verkeersaantrekkende werking van gemotoriseerd verkeer. De verkeersgeneratie van de nieuwe woningen in het bouwplan is bepaald aan de hand van kentallen uit CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeercijfers naar parkeernormen’. De verkeersaantrekkende werking voor zowel de grondgebonden woningen als voor de appartementen bedraagt 7 motorvoertuigbewegingen per etmaal (mvt/etm). Daarbij is aangenomen dat het bouwplan woning wordt gesitueerd in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’ en wordt uitgegaan van een stedelijkheidsgraad van ‘weinig stedelijk’. De realisatie van 9 grondgebonden woningen en 29 appartementen leidt tot een totale verkeersgeneratie van 266 mvt/etm. Omdat de realisatie van het bouwplan in 2022 is voorzien, is in de berekening voor de toekomstige gebruiksfase het zichtjaar 2023 aangehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10624402/1