CConstaterende dateemnes
Koppel je AI →
Document · PDF

2021 Actieplan lokale transformatie gemeente Eemnes, met analyse financiele tekorten jeugdzorg

Gemeenteraad 22 november 2021, gemeente eemnesBij agendapunt: Actieplan Lokale transformatie gemeente Eemnes, met analyse van de financiële tekorten jeugdzorg19.005 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ACTIEPLAN LOKALE TRANSFORMATIE GEMEENTE EEMNES met analyse van de financiële tekorten Jeugdzorg In opdracht van college van B&W oktober 2021

Fleur Boesveldt MSc f.boesveldt@belcombinatie.nl

Managementsamenvatting Het college van B&W van Eemnes heeft opdracht gegeven onderzoek te doen naar de oorzaak van de tekorten jeugdhulp van Eemnes. De begroting wordt jaarlijks overschreden. Deze analyse beschrijft wat er aan de hand is in Eemnes en welke maatregelen er nodig zijn om een financieel gezonde uitgave op jeugdhulp te krijgen. De grootste kosten van de jeugdzorg worden in Eemnes veroorzaakt door een aantal zeer complexe hulpvragen en het effect van wachtlijsten bij de specialistische jeugdhulp op het JGT. Door de jeugdhulp meer in eigen organisatie te houden, meer in te zetten op informele steun en ook samenwerking met het voorliggend veld, zullen de kosten op jeugdzorg worden teruggebracht. Het advies is het jeugdbeleid van Eemnes te veranderen naar: eigen begeleiding, tenzij. Tenzij staat voor alleen verwijzing naar specialistische jeugdzorg wanneer het JGT zelf de vraag niet kan oppakken. Het vraagt uitbreiding van het JGT om deze toegangstaak beter vorm te kunnen geven. Uitbreiding van het JGT is gericht op vergroten van expertise bij de toegang en het team met meer consulenten in staat te stellen zelf meer jeugdhulp aan te bieden, zodat er minder verwijzing nodig is. Het advies is ook het team uit te breiden met een ervaringsdeskundige in het JGT die goed kan ondersteunen bij complexe casuïstiek.

Om deze ontwikkeling goed in gang te zetten is het van belang dat eerst de wachtlijst wordt weggewerkt. Gericht op het verminderen van complexe casuïstiek is het advies om de doorbraakmethode in Eemnes in te voeren. Deze ontwikkeling vraagt een andere vorm van dienstverlening van het JGT. Daarnaast zal meer samenwerking met het BSA gebiedsteam van Baarn–Bunschoten-Eemnes het JGT versterken in specialistische kennis. Advies is ook meer in te zetten op monitoring van de duurste jeugdzorgtrajecten. Dit zal leiden tot een grote besparing, mits er voldoende mogelijkheid is om zaken af te schalen. Investeringen Buurtgezinnen in gezamenlijkheid BEL gemeenten Uitbreiding jeugd- en gezinsteam 2,9 fte inzet vaste ervaringsdeskundige in JGT Flexibele schil (niet standaard alleen inzet bij noodzaak) Deelname regionale gezinsparaplu voor goede ondersteuning van pleeggezinnen Totale investering Dekking uit begroting voorveld Investering te dekken uit besparingen

2022 15.000 240.000 12.000 80.000

2023 15.000 240.000 12.000 80.000

2024 15.000 240.000 12.000 80.000

5.000 352.000 100.000 252.000

5.000 352.000 100.000 252.000

5.000 352.000 100.000 252.000

Opgenomen besparing in begroting Investering te dekken uit besparingen Te realiseren totale besparing

-252.000 -252.000

-197.531 -252.000 -449.531

-493.827 -252.000 -745.827

2022 -140.000 -100.000 0 -12.000 Nnb

2023 -190.000 -140.000 -50.000 -69.531 Nnb

2024 -260.000 -150.000 -75.000 -260.827 Nnb

-252.000

-449.531

-745.827

Besparingen Besparing door inzet jeugdhulp vanuit JGT Afschalen dure trajecten doorbraakmethode Nieuwe regionale inkoopafspraken Besparingen op jeugdhulp door meer informele steun Besparing door voorkomen van uithuisplaatsingen Pm hervormingsagenda rijk Totale besparing conform dekkingsplan 1

Inhoud Managementsamenvatting ..................................................................................................................... 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Opbouw ................................................................................................................................................... 3 Methode .................................................................................................................................................. 3 1. Taken en verantwoordelijkheden gemeenten met invoering van de Jeugdwet. ........................... 4 1.1. Transitie ................................................................................................................................... 4 1.2. 2.

Transformatie .......................................................................................................................... 5

Regionale samenwerking ................................................................................................................ 7 2.1. Indeling in regio’s .................................................................................................................... 7 2.2.

Jeugdzorgregio Amersfoort ..................................................................................................... 7

2.3.

Regionale inkoopafspraken ..................................................................................................... 8

2.4.

Verevening............................................................................................................................... 9

3.

Ontwikkeling van het Jeugd en Gezinsteam Eemnes .................................................................... 10 3.1. Gelijkwaardige Sociale Teams ............................................................................................... 11

4.

Regionale inkoopafspraken ........................................................................................................... 13 4.1. Regionale inkoop in relatie tot wachtlijsten.......................................................................... 13

5.

4.2.

De lokale situatie en haar invloed op wachtlijst JGT ............................................................. 15

4.3.

Taken van de gemeentelijke toegang.................................................................................... 16

4.4.

Basisfuncties van het lokale team ......................................................................................... 19

Complexe casuïstiek ...................................................................................................................... 20 5.1. Invloed van complexe casuïstiek op financiën ...................................................................... 21 5.2.

6. 7. 8.

Complexe casuïstiek voorkomen ........................................................................................... 22

Monitoring ..................................................................................................................................... 24 Eigen begeleiding .......................................................................................................................... 25 Preventie ....................................................................................................................................... 28 8.1. De kracht van informele steun .............................................................................................. 30 8.2.

Eigenwijs transformeren ....................................................................................................... 32

9. Slotconclusie .................................................................................................................................. 34 10. Actieplan maatregelen kostenbesparing Jeugdzorg Eemnes .................................................... 37 Bijlage 1: Jeugdwet ................................................................................................................................ 39 Bijlage 2: Regiovisie Samen Werken aan specialistische jeugdhulp in de regio Amersfoort. ............... 40 Bijlage 3: Onderwijsgemeente van kinderen uit Eemnes...................................................................... 42 Bijlage 4: verschil taakopdracht niet geregistreerde en hbo SKJ geregistreerde professionals ........... 43 Bijlage 5: effectrapportage Buurtgezinnen en de verhalen in de media .............................................. 44

2

Inleiding Het college van B&W van Eemnes heeft opdracht gegeven onderzoek te doen naar de oorzaak van de tekorten jeugdhulp van Eemnes. De begroting wordt jaarlijks overschreden en de vraag is aan welke knoppen er gedraaid kan worden om het tij te keren. Eemnes heeft hogere uitgaven in de jeugdzorg1 dan de regiogemeenten en de vraag is waar dit door komt. Tegelijkertijd speelt op landelijk niveau hetzelfde vraagstuk. De financiële uitgaven op jeugdhulp zijn sinds de transformatieopdracht met de invoering van de jeugdwet in 2015 alleen maar gestegen. Het idee was dat de nieuwe werkwijze één gezin één plan tot een besparing zou leiden als de jeugdhulp ondergebracht zou worden bij de gemeenten. Door de hulp dichtbij de inwoner te organiseren, zijn er maatwerkoplossingen mogelijk waardoor minder specialistische jeugdhulp ingezet zou hoeven worden. Het tegengestelde gebeurt. Wat maakt dat Eemnes voor een relatief kleine gemeente, met weinig risicofactoren, structureel te maken heeft met budgetoverschrijding en ook ten opzichte van de andere gemeenten in de regio hogere inzet heeft van jeugdhulp? Deze analyse beschrijft wat er aan de hand is in Eemnes en welke maatregelen er nodig zijn om een financieel gezonde uitgave op jeugdhulp te krijgen.

Opbouw Deze analyse begint met een beschrijving van de taken die de gemeente heeft gekregen na de invoering van de jeugdwet. Hoofdstuk 2 beschrijft de regionale context waarbinnen Eemnes zich bevindt en de regionale afspraken die gemaakt zijn bij de inkoop van jeugdhulp in de regio; de regionale ontwikkelingen van afgelopen periode, hoe het solidariteitsprincipe werkt en de vereveningsafspraken. Hoofdstuk 3 gaat in op de lokale situatie en de keuzes die gemaakt zijn bij de ontwikkeling van het Jeugd en Gezinsteam Eemnes. Het gaat over de taakopgave van de wijkteams, het belang van gelijkwaardige toegangsteams en de vraag of de capaciteit van het JGT voldoende is voor deze opgave. Hoofdstuk 4 gaat in op de regionale inkoopafspraken en de relatie die deze hebben in het ontstaan van wachtlijsten en hoe dat de toegangstaak van het JGT beïnvloedt. In 4.3 wordt de taakopgave van de gemeentelijke toegang en het advies van het AEF rapport naar de toegang van Eemnes behandeld. Waarna 4.4 de verbinding legt met wat bekend is over basisfuncties waar goed functionerende lokale toegang teams aan voldoen. Hoofdstuk 5 behandelt aan de hand van data analyse de invloed van complexe casuïstiek op de financiën van jeugdhulp en gaat in op maatregelen ter voorkoming van complexe casuïstiek. Hoofdstuk 6 laat zien hoe monitoring bijdraagt in het afschalen en omlaag brengen van de kosten.

Hoofdstuk 7 onderzoekt wat beleidsaanpassing van veel minder verwijzen door meer inzet van jeugdhulp vanuit het JGT van invloed zal hebben op de financiën. Hoofdstuk 8 behandelt de inzichten van preventie en de kracht van informele steun, gericht op besparing op kosten van jeugdhulp. Hoofdstuk 9 bevat de slotconclusie en vat de inzichten van deze analyse samen. Hoofdstuk 10 sluit af met het actieplan om maatregelen te treffen om de kostenbesparing te realiseren waardoor Eemnes uitkomt met de begroting voor Jeugdzorg.

Methode Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van recente rapporten die deels in opdracht van de Rijksoverheid zijn uitgevoerd, deels in de regio zijn uitgevoerd en deels in opdracht van Eemnes. Naar deze rapporten wordt in de tekst verwezen. Daarbij is ook gekeken naar de organisatie van het Jeugd en Gezinsteam van Eemnes (JGT) en de regionale inkoopafspraken. Er is gebruik gemaakt van de beschikbare data om zowel op lokaal als regionaal niveau te zien wat er aan de hand is.

1

Het begrip jeugdzorg is de gehanteerde verzamelnaam voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering

3

1. Taken en verantwoordelijkheden gemeenten met invoering van de Jeugdwet. Sinds de invoering van de Jeugdwet in 2015 zijn gemeenten naast basisvoorzieningen zoals preventie, welzijn en basiszorg verantwoordelijk voor de beschikbaarheid en financiering van jeugdhulp en de intensievere jeugdzorg (jeugdbescherming en jeugdreclassering). In bijlage 1 is dit in beeld gebracht. In de Jeugdwet wordt het wettelijk recht op zorg vervangen door een jeugdhulpplicht voor gemeenten. De gemeente treft daar waar een jeugdige of zijn ouders dit nodig hebben een individuele voorziening op het gebied van jeugdzorg. Als uitgangspunt geldt de eigen kracht van de jeugdige en zijn ouders, de gemeente is alleen gehouden een voorziening te treffen als de jeugdige en zijn ouders er op eigen kracht of met behulp van algemene voorzieningen er niet uitkomen. De beoogde verandering richt zich op de-medicalisering van jeugdproblematiek en de overgang naar de pedagogische civil society benadering, waarin meer aandacht is voor preventie en eigen kracht. Het accent ligt niet meer op het ‘beter maken’ van een kind met problemen, maar op het versterken van het netwerk en het zelfoplossend vermogen van jeugd en ouders zodat er beter omgegaan kan worden met probleemsituaties. De Jeugdwet geeft gemeenten ook de opdracht om kinderen 'zo thuis mogelijk' te laten opgroeien.

Als dat niet bij de eigen ouders kan, groeit een kind bij voorkeur op in een pleeggezin, gezinshuis of andere gezinsvorm en minder in leefgroepen. In de Jeugdwet zijn verschillende verwijzers gemandateerd om jeugdzorg in te zetten. De gemandateerde professionals zijn naast het wijkteam van de gemeente, de huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, rechters, jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders. Rechters kunnen alleen bij de uitvoering van rechtelijke maatregelen verwijzen naar de Jeugdhulp. Bij de uitvoering van Kinderbeschermingsmaatregelen is dit mandaat voor toeleiding naar jeugdhulp neergelegd bij Gecertificeerde Instellingen. De rechter kan daarnaast een dringend gericht advies geven voor de inzet van jeugdhulp bijvoorbeeld bij complexe (echt)scheidingen en kan daarbij rechtstreeks verwijzen naar de jeugdhulpaanbieder. De gemeente kan formeel de verwijzing van een wettelijk verwijzer niet tegen houden. Wel kunnen de andere verwijzers met toestemming van het ouder(s) of voogd en jeugdige (vanaf 12 jaar) contact opnemen met de lokale toegang om in onderling overleg en afstemming te komen tot de meest passend vorm van ondersteuning, ook in relatie tot de kostenafweging.

De gemeente heeft immers de financiële en bestuurlijke verantwoordelijkheid voor deze hulp gekregen.2 In de eerste evaluatie van de Jeugdwet staat dat “Geld stuurt” de basisgedachte lijkt aangaande de werking van de Jeugdwet. De gedachte hierachter is dat door gemeenten financiële verantwoordelijkheid te geven, zij beleid zullen ontwikkelen richting minder intensieve zorg3. De Jeugdwet is ingevoerd om één gezin één plan mogelijk te maken en om het aantal betrokken aanbieders bij een gezin te beperken en de onderlinge afstemming van hulpverlening beter te organiseren. Om bij zowel gemeenten als jeugdhulpaanbieders de druk op te voeren dit efficiënt te organiseren heeft de Rijksoverheid de invoering van de Jeugdwet samen laten lopen met een bezuiniging.

1.1. Transitie Om de huidige knelpunten in wet en regelgeving, de oplopende kosten in de jeugdzorg, te begrijpen is het van belang om stil te staan bij de eerste periode van de Jeugdwet in 2015 en de in korte tijd 2

Yperen, T van, Wijnen B, Hageraats R. Referaat evaluatiekader wet – Utrecht, 20 januari 2016 Nederlands Jeugdinstituut, 2016. 3 Eerste evaluatie Jeugdwet, na de transitie nu de transformatie: ZonMw, januari 2018

4

veranderde taakopgave van zowel gemeenten als jeugdzorgaanbieders. In deze periode zijn keuzes gemaakt waar we nu nog steeds het effect van ervaren. De regio Eemland is onder leiding van Amersfoort in 2021 gestart met de voorbereiding van de nieuwe inkoopstrategie welke is beschreven in de regiovisie ‘Samenwerken aan specialistische jeugdhulp’, zie bijlage 2. De veranderende taakopgave die de regio met deze nieuwe wijze van inkoop in gang wil zetten heeft allemaal te maken met het opheffen van de knelpunten die zijn ontstaan bij de regio om de transformatieopgave in hoog tempo vorm te kunnen geven. Regio’s zetten zich 2015 in voor zorgcontinuïteit om te voorkomen dat kinderen en gezinnen gedupeerd zouden worden. Regio’s openden een aanbestedingsproces waarop aanbieders zich op verschillende percelen konden inschrijven. Er werden wel eisen gesteld maar door de hoeveelheid aan aanbieders die zich inschreven konden niet alle inschrijvingen worden gecontroleerd. Gemeenten maakten regionaal andere inkoopafspraken, met als gevolg een grote toename van de bureaucratische lasten voor aanbieders. Dit kwam mede doordat er vanuit de overheid bij de transitie onvoldoende richtlijn kwam om de bedrijfsvoering goed in te regelen.

Alle verschillende regio’s kregen met overdracht van cliëntgegevens te maken en moesten op korte termijn hun backoffice inregelen en productencodes toekennen voor Zorg in Natura aanbod en wat daarbuiten viel werd door middel van persoonsgebonden budgetten (pgb’s) toegekend. Met name de grote jeugdzorgorganisaties opereerden op grote schaal en werden in korte periode geconfronteerd met verschillende eisen bij regionale afspraken met allen een eigen productcodesystematiek waar hun backoffices opnieuw voor moesten worden ingericht. Deze periode heeft tot verschillende faillissementen en een exodus aan goede werknemers in de jeugdzorg geleid. In de eerste evaluatie van de jeugdwet staat dat de feitelijke verdeling van het macrobudget over de gemeenten, ten opzichte van de op historische gegevens gebaseerde verdeling, verschilde tussen gemeenten. De ene gemeente ging er ten opzichte van deze historische gegevens budgettair op vooruit, terwijl een andere gemeente er juist op achteruit ging. Dat heeft de keuzes mede bepaald die destijds door gemeenten gemaakt zijn en hoe het beleid van gemeenten sindsdien is aangepast, verklaart de grote verschillen in financiën tussen gemeenten.

1.2. Transformatie Na de eerste evaluatie van de Jeugdwet heeft de overheid het AEF opdracht gegeven voor het onderzoek Stelsel in groei, naar de financiële tekorten in de jeugdzorg4. Het onderzoek maakt inzichtelijk dat gemeenten in 2019 1,9 miljard euro meer hebben uitgegeven. De kosten liggen daarmee meer dan 50% hoger dan het gedecentraliseerde jeugdzorgbudget van 3,6 miljard euro in 2015. Voorts concludeert het rapport dat bij ongewijzigd beleid de uitgaven nog ‘stevig’ verder kunnen stijgen5. Het AEF rapport5 identificeert vijf factoren die daaraan bijdragen: 1. De eerste factor betreft de onduidelijkheid over het voorzieningenniveau dat gemeenten worden geacht te leveren; de verschillen in feitelijke tekorten en het aandeel jeugdhulpgebruik van gemeenten laten zien dat het voorzieningenniveau tussen gemeenten 4

Onderzoek: Stelsel in groei. Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg, AEF 2020 Bron: Jeugdzorg: een onderwerp van aanhoudende zorg. Uitspraak en advies van de arbitragecommissie inzake het geschil tussen Rijk (ministerie van VWS) en gemeenten (VNG) over de structurele financiering van de jeugdzorg Den Haag, 18 mei 2021 5

5

2. 3. 4. 5.

aanzienlijk verschilt (na correctie voor achtergrondkenmerken) zonder dat dit inhoudelijk tot mindere resultaten hoeft te leiden. Een tweede factor is dat van slechts 10-12% van de interventies in de jeugdzorg vaststaat dat ze bewezen effectief zijn. Een derde factor is dat er sprake is van onvoldoende doelmatigheid bij gemeenten. Een vierde factor is dat de jeugdzorg drie toegangspoorten kent. Dat bemoeilijkt sturing door gemeenten. Tot slot heeft de focus op preventie en vroeg signalering niet geleid tot de verwachte kostendaling.

AEF concludeert op basis van deze analyse dat er, om het systeem beheersbaar te maken, meer nodig is dan een bijstelling van het budget. AEF heeft voorts onderzocht welke maatregelen gemeenten kunnen treffen om doelmatiger te werken, welke besparingen daarmee structureel gerealiseerd kunnen worden en of daarmee een financieel meer beheersbaar jeugdhulpstelsel binnen bereik komt. AEF concludeert dat er bij gemeenten mogelijkheden zijn om doelmatiger te werken en merkt hierbij op dat voor alle maatregelen geldt dat de opbrengsten pas na een aantal jaren worden gerealiseerd en dat gemeenten voor de meeste maatregelen afhankelijk zijn van andere partijen. In het rapport ‘Jeugdzorg: een onderwerp van aanhoudende zorg’6 wordt opgemerkt dat bij de uitgaven op Jeugdzorg de spreiding tussen gemeenten groot is. Weliswaar komen de meeste gemeenten met het gedecentraliseerde budget niet uit, maar door bewuste sturing is een beperkt aantal gemeenten (zie hoofdstuk 8.2 Eigenwijs transformeren) daar wel in geslaagd en bestaat er ook tevredenheid over de kwaliteit van de zorg.

De arbitragecommissie heeft in het rapport 5 aanbevelingen meegegeven om de tekorten te keren: Aanbeveling 1: begrens de jeugdhulpplicht7 en zet in op normaliseren Aanbeveling 2: versterk de beleidsvrijheid van de gemeenten Aanbeveling 3: benut beter het potentieel om van elkaar te leren Aanbeveling 4: versterk de sturing op kwaliteit Aanbeveling 5: overweeg uitbreiding landelijke inkoop specialistische jeugdzorg De arbitragecommissie heeft in deze uitspraak de Rijksoverheid opdracht gegeven de gemeenten te compenseren. Het Rijk dient het feitelijke tekort op de uitgaven voor de jeugdzorg te compenseren, voor 2022 resulteert dat in een bedrag van 1,3 miljard euro als basis. De verdeling van deze compensatiemiddelen zijn er op gericht om gemeenten in staat te stellen vanaf 2022 te investeren in hun ontwikkelagenda. Deze compensatiemiddelen zijn uitgekeerd binnen de algemene uitkering, voor Eemnes is dat €520.103,-. Met als afspraak dat gemeenten en het Rijk voortvarend aan de slag gaan met de inrichting en uitvoering van de Ontwikkelagenda 2022-2028.

6

Bron: Jeugdzorg: een onderwerp van aanhoudende zorg. Uitspraak en advies van de arbitragecommissie inzake het geschil tussen Rijk (ministerie van VWS) en gemeenten (VNG) over de structurele financiering van de jeugdzorg. Den Haag, 18 mei 2021 7 Dit betreft een voorstel waar een wetswijziging voor nodig is waarin de jeugdhulplicht moet worden beperkt tot drie situaties waarin gemeenten verplicht worden hulp vanuit de Jeugdwet aan te bieden. ‘Kinderen komen dan niet meer in de jeugdhulp terecht voor problemen die bij het gewone opvoeden en opgroeien horen’.

6

2. Regionale samenwerking 2.1. Indeling in regio’s Voor de bredere transitieopgaven in het sociale domein is Nederland onderverdeeld in verschillende regionale samenwerkingsverbanden. Gemeente Eemnes ligt in de provincie Utrecht op het grensgebied van de provincie Noord-Holland. De jeugdzorg, jeugdbescherming en de AWBZ lagen voor 2015 onder verantwoordelijkheid van de provincies. Voor Eemnes is dat Utrecht, vandaar dat deze gemeente bij de regionale inkoop van jeugdzorg onderdeel ging uitmaken van de regio Amersfoort. Veel kinderen uit Eemnes gaan naar het voortgezet onderwijs in de Gooi en Vechtstreek8, waardoor Eemnes onder deze regio valt bij passend onderwijs, wat weer verbinding heeft met de jeugdzorg voor de regio Gooi en Vechtstreek. Om de toegangstaak naar jeugdzorg goed vorm te geven vraagt het zowel van gemeente Eemnes als van het JGT Eemnes veel afstemming met andere gemeenten9, naast de regionale samenwerking binnen de Jeugdzorgregio Eemland en soms ook met de zorgverzekeraar. De jeugdwet vereist immers een integraal plan te maken met een gezin bij een complexe ondersteuningsvraag van een gezin. Gezinsproblematiek kan samenhangen met schulden, huisvesting, opleiding van ouders en ontwikkelingsvraag, schoolgang en gezondheid van kinderen. Vandaar dat een integraal plan ook inkomen en ondersteuningsvragen voor volwassenen uit het gezin bevat.

Bij de overgang naar volwassenheid 18-/18+ is het van belang een goede overdracht van jeugdhulp naar de wet maatschappelijke ondersteuning (wmo) te organiseren. De participatiewet en de wmo vallen ook onder verantwoordelijkheid van gemeenten. Gemeente Huizen organiseert voor de HBEL gemeenten de uitvoering van deze zorg en ondersteuning voor volwassenen. De arbeidsmarktregio maakt deel uit van de regio Gooi en Vechtstreek. Daar is weer relatie mee in het programma voortijdig schoolverlaten, wat ook weer verbinding heeft met jeugdzorg. Verantwoordelijkheid voor de Zorg voor jeugd ligt ook bij de Zorgverzekeringswet (ZvW) en de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Een kind valt onder de Jeugdwet, tenzij er sprake is van beperking, 24 uurszorg en permanent toezicht. Indicatie voor de WLZ ligt bij het CIZ en de uitvoering weer bij zorgverzekeraar.

2.2. Jeugdzorgregio Amersfoort De regio Amersfoort (Amersfoort, Eemnes, Baarn, Leusden, Soest, Bunschoten en Woudenberg) heeft gemeente Amersfoort gevraagd om als gastheer gemeente de inkoop en accountmanagement sociaal domein in opdracht van de regiogemeenten te organiseren en uit te voeren. Op zowel beleidsontwikkeling als uitvoeringsniveau wordt er regionaal samengewerkt en van en met elkaar geleerd. Elke gemeente heeft lokaal de opdracht om een stevige sociale basisinfrastructuur te realiseren en te behouden zodat jeugdigen veilig en gezond kunnen opgroeien. Deze regio is in 2012 begonnen met de voorbereiding van de decentralisatie opgave van het sociale domein gestart met het visiedocument “Vertrekpunt en leidende principes ter voorbereiding op de decentralisatie van de jeugdzorg, Zorg voor de Jeugd”. Eemnes heeft deze ontwikkelopgave van het sociaal domein en de gemaakte keuzes goed beschreven in de Transitienota Jeugd Eemnes 2015.

8

Zie bijlage 3: gemeenten waar kinderen van Eemnes naar school gaan https://www.regioatlas.nl/gemeentekaart/119/regios/83|75|101|309|20|189|146|169|134|139|96|232/of f/309|146 9

7

2.3. Regionale inkoopafspraken Amersfoort is de trekker van de regionale inkoopafspraken en stemt alles af met regiogemeenten in verschillende regionale overleggen. In het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein (BOSD) komt alles samen waar alle wethouders wordt gevraagd mee te denken of in te stemmen met voorliggende beleidskeuzes. De Adviesraad Sociaal Domein HBEL wordt geraadpleegd bij besluitvormingen over de (boven)regionale en landelijke inkoop van jeugdhulp. Alle jeugdhulp en jeugdzorg die met de invoering van de Jeugdwet naar gemeenten is overgedragen wordt in de regio Amersfoort gezamenlijk ingekocht. Doordat de inkoop van jeugdzorg regionaal door Amersfoort wordt georganiseerd neemt het voor de regiogemeenten de backoffice en voor Woudenberg en Eemnes ook de zorgadministratie uit handen. Alle jeugdzorgdata stelt Amersfoort voor iedere gemeenten beschikbaar, zodat iedere gemeente voor zichzelf data analyse kan uitvoeren. Daarbij ondersteunt de regio met halfjaarlijkse rapportages. De regio verrekent de kosten voor de geleverde jeugdzorg met de individuele regiogemeenten via voorschot en eindafrekening. Het budget voor jeugdhulp en jeugdzorg werd niet verankerd.

Eventuele tekorten bij de gecontracteerde zorg werden met in achtneming van het principe risicodeling verrekend.10 11 Voor de jaren 2015 t/m 2018 was in de regio sprake van risicodeling bij alle Jeugdhulp, de specialistische jeugdhulp en jeugdzorg, de persoonsgebonden budgetten, de Landelijk ingekochte zorg (LTA) en de nieuwe aanvullende zorg, er was alleen geen risicodeling bij de uitvoeringskosten en het budget voor het Jeugd en Gezinsteam Eemnes en de andere Sociale Wijkteams. Om de transitie jeugdhulp en jeugdzorg goed te organiseren was zorg continuïteit van cliënten uit de Zorgverzekeringswet, de AWBZ en jeugdzorg van groot belang – geen kind tussen wal en schip. Regionaal werd in 2014 als afspraak gemaakt bij het bepalen van de oorspronkelijke budgetverdeling dat er 80% van het budget gereserveerd werd voor de continuering van de lopende zorg en dat tenminste 20% van de specialistische zorg binnen de sociale teams geleverd zou worden. Een kleinere gemeente had daardoor minder budget voor het inrichten van het lokale team dan een grotere gemeente. De lokale invulling van het wijkteam kwam volledig voor eigen rekening van individuele gemeenten en door de afspraken met verevening werden de risico’s bij de P*Q ingekochte Jeugdhulp met elkaar gedeeld.

In Eemnes is toen de afweging gemaakt in te zetten op een klein team voor de toegangstaak voor jeugdzorg en die te verbinden met de oorspronkelijke taak van het Centrum voor Jeugd en Gezin en verder gebruik te maken van het regionaal ingekochte aanbod. De gemeenten in de regio maakten allen een andere keuze voor de invulling van hun lokale toegang. Bij de inkoop van jeugdzorg zijn de sociale wijkteams in combinatie met het aanbod van algemene voorzieningen van alle gemeenten voorliggend. Inwoners kunnen daar hun vraag stellen en laagdrempelig met lichte hulp of ondersteuning, soms met inzet van een vrijwilliger op eigen kracht verder geholpen worden. Wat onder Jeugdhulp valt beschrijft iedere gemeente in de verordening Jeugdhulp12. De Jeugdhulp omvat hulpverlening bij psychische problemen, verstandelijke beperking en opvoedproblemen. Deze Jeugdhulp kan lokaal worden uitgevoerd door een Sociaal Wijk of

10

Bron: samenwerkingsovereenkomst inkoop sociaal domein regio Amersfoort, getekend 28-07-2014 Deze afspraak is inmiddels gewijzigd, zie H2.6 12 Verordening Jeugdhulp Eemnes https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR640460/1 11

8

buurtteam (in Eemnes het Jeugd en Gezinsteam) én door een jeugdhulpaanbieder (bij P*Q en Breed Spectrum Aanbieders). Risicodeling werd ingevoerd om het beroep op deze ingekochte Jeugdhulp onderling financieel te verevenen zodat de financiële risico’s en de kosten voor hulp en ondersteuning onderling verdeeld werden. Sterke jeugdhulpregio’s dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid en werken in partnerschap in het belang van de kinderen en gezinnen in de regio en in de gemeenten. Een gemeente kan voor grote kosten te komen door pech en regionaal moet de jeugdzorg betaalbaar blijven. Gemeenten hebben zelf de verantwoordelijkheid om toe zien op de instroom op jeugdzorg (voor de ‘complexe en intensieve’ problematiek, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering) en ook inzetten op afspraken met huisartsen en de gecertificeerde instellingen om de toegang tot Jeugdzorg te beheersen. Wanneer een ondersteuningsvraag te complex is voor de lokale toegang en er meer specialistische hulp nodig is, dan wordt deze jeugdhulp ingezet vanuit de regionaal specialistische ingekochte jeugdzorg en het bovenregionale aanbod vanuit het landelijk transitie arrangement (LTA). De noodzaak om specialistische jeugdzorg regionaal gezamenlijk in te kopen is groot omdat dit een beperkter specialistisch aanbod is waarvan het wel belangrijk is dat het bestaat.

Deze hulp is soms onvermijdelijk ‘pech’ en niet altijd met preventie te voorkomen en vandaar het belang van risicodeling, zeker voor kleine gemeenten. Alle gemeenten maakten andere keuzes in de lokale toegang en het gedeelde risico van Jeugdzorg werd onderdeel van een regionale discussie.

2.4. Verevening De regionale afspraken zijn in relatie tot het solidariteitsbeginsel een aantal keren aangepast. Bij de oorspronkelijke verevening (2015 t/m 2018) vond de verdeling van de kosten13 - voor de jeugdzorgpakketten met risicodeling plaats, ongeacht het daadwerkelijk gebruik van zorg door de individuele gemeenten. Het verdelen van kosten vond plaats naar rato van het aandeel in de inkoop, op basis van het door het Rijk beschikbaar gestelde macrobudget jeugd conform de septembercirculaire van het betreffende jaar. Door de verevening zijn de (percentages van) kosten in 2015-2018 gestabiliseerd. De nadeelgemeenten waren Amersfoort (2015-2018, circa € 2 miljoen), Bunschoten (circa € 0,5 miljoen) en Eemnes (circa € 0,5 miljoen). De voordeelgemeenten waren Leusden (circa € 1,5 miljoen), Soest (circa € 0,5 miljoen) en Woudenberg (circa € 1 miljoen), zoals in onderstaand grafiek is afgebeeld:

13

Quick scan Zorguitgaven Regio Amersfoort | November 2019

9

De regio, inclusief Eemnes, heeft in 2018 ingezet om andere afspraken te maken voor de verevening gelijktijdig met de invoering van het meerjarig partnerschap met zeven grote jeugdhulpaanbieder (BSA) in 2019. Er word sindsdien alleen verevend14 bij de specialistische percelen BSA, LTA, SAVE 18en verblijf en niet meer bij de P*Q aanbieders. Het doel van het aanpassen van de vereveningsafspraken was om de bedragen na verevening meer in lijn te brengen met de kosten voor verevening. Voor Eemnes betekende de wijziging op basis van de gegevens van 2019 dat in plaats van € 300.000,- er €100.000,- werd ontvangen vanuit de verevening. Dat de kosten bij P*Q aanbieders sinds 2019 niet meer verevend worden en de inzet van jeugdhulp P*Q in 2019 en 2020 toenam, was voor Eemnes de aanleiding om meer maatregelen te gaan nemen om de instroom naar Jeugdzorg te verminderen. Eemnes heeft om die reden onderzoeksbureau AEF de opdracht gegeven advies uit te brengen wat er in capaciteit voor nodig is om het Jeugd en Gezinsteam Eemnes meer eigen begeleiding door de toegang te gaan bieden en wat het financieel zal opleveren. In 2021 zijn de afspraken opnieuw aangepast met als effect van de nieuwe 50% grondslag dat op basis van het aantal jeugdigen de vereveningsverschillen tussen de regiogemeenten is afgenomen15. Dit wordt in H5.1 verder toegelicht.

Na deze nieuwe vereveningsafspraak liggen de verschillen tussen de € 0,7 miljoen negatief en € 0,5 miljoen positief.

3. Ontwikkeling van het Jeugd en Gezinsteam Eemnes Bij de regionale afspraken voor de gezamenlijke inkoop van Jeugdzorg werkt solidariteit op financiën alleen als er ook een inhoudelijke samenwerking bestaat bij de lokale preventie, toeleiding, toegang en taken van sociale (wijk)teams. Om dit model goed te laten werken is het van belang dat de sociale teams gelijkwaardig aan elkaar zijn, dat wil zeggen dat alle toegangsteams in staat zijn de inzet van specialistische jeugdzorg terug te dringen. Vandaar dat alle gemeenten in aanloop naar de transitie hebben afgesproken te gaan experimenteren met het vormgeven van de lokale toegang en hierin hun kennis onderling met elkaar uit te wisselen.16 Ter voorbereiding op de transitie hebben de gemeenten Baarn en Eemnes geëxperimenteerd in de periode van december 2013 tot december 2014 door middel van de inrichting van één gezamenlijk Jeugd en gezinsteam voor beide gemeenten. Uiteindelijk werd na deze pilot de keuze gemaakt dat de opdracht om één sociaal team voor twee gemeenten te formeren te groot was en hebben Baarn en Eemnes besloten ieder een eigen team te formeren17. De gemeente Eemnes heeft besloten, in afwijking van de regiogemeenten, een Jeugd en Gezinsteam in te richten binnen de regio Eemland en geen 0-100 team.

De inrichting van het team is gebaseerd op de evaluatie pilot Buurtzorg Jong, de beschikbare middelen en inschatting van de taken die het team verricht.18 In 2014 werd regionaal afgesproken dat gemeenten 80% van het budget zouden reserveren werd voor de continuering van de lopende zorg en dat 20% van het budget beschikbaar 14

Bij deze vereveningsafspraak werd 50% verevend op basis van de realisatie t-1 en 50% op basis van het aandeel IU 2018 Jeugd (septembercirculaire 2018). 15 Dit staat in de tussentijdse rapportage 2021 goed beschreven. 16 In de tussenrapportage experimenten transitie jeugdzorg regio Eemland 2013-2014 zijn alle lokale proeftuinen van deze regio beschreven. 17 Projectplan Jeugd en Gezinsteam Eemnes, november 2014 18 Eindrapportage Buurtzorg Jong Baarn en Eemnes, sept 2014

10

zou komen voor de specialistische zorg die binnen de sociale teams geleverd zou worden. Omdat er alleen gebruik kon worden gemaakt van het jeugdbudget bracht dit consequenties met zich mee voor de capaciteit van het team. Het Jeugd en Gezinsteam Eemnes is om die reden gestart met ca. 2,5 fte15 en is sindsdien stapsgewijs uitgebreid, in 2018 had het 4,5 fte (op blz. 12 staan de volgende jaren beschreven). Het Jeugd en Gezinsteam van Eemnes heeft als opdracht alle vragen rondom Jeugd en Gezin net zo goed op te pakken als een sociaal team dat doet voor 0-100. Aandachtspunt is dat het goede afstemming vraagt over de aansluiting binnen het Sociaal Domein t.b.v. het 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur (dit betreft ongeveer 15 gezinnen in Eemnes) in verschillende regio’s zowel de regio Amersfoort als regio Gooi en Vecht (WMO, Participatie en Onderwijs).

3.1. Gelijkwaardige Sociale Teams De regio heeft vanuit het belang dat de sociale teams gelijkwaardig aan elkaar zijn, eind 2014 een explorerend onderzoek laten uitvoeren naar de robuustheid en gelijkwaardige kwaliteiten van de sociale wijkteams uit Regio Amersfoort.19 De gelijkwaardigheid tussen de verschillende sociale teams

wordt getoetst aan de hand van 3 vragen: 1. kwantitatief: zijn de sociale teams voldoende bemenst? 2. kwalitatief: is de kwaliteit van de sociale teams voldoende? 3. context: zijn er andere factoren die van invloed zijn op de toegang tot de ingekochte zorg? Zoals in hoofdstuk 2 bij regionale inkoopafspraken beschreven, hadden kleinere gemeenten minder budget om hun lokale toegang in te richten. Het blijkt dat het aantal fte’s per duizend inwoners en daarmee de bemensing van de sociale wijkteams (SWT) in 2014 tussen gemeenten nogal verschilden. het rapport merkt op dat het opvalt dat de meeste gemeenten kiezen voor een populatiebekostiging van hun SWT’s, maar dat een verdere onderbouwing voor deze keuze ontbreekt. “gezien de benodigde financiën voor de inkoop van hulp en de afgenomen resterende middelen voor de SWT’s, ligt er voor de bekostiging een reëel afbreukrisico voor het welslagen van de sociale teams en daarmee ook voor de beleidsdoelen. In het bijzonder als de SWT’s als cruciaal element gezien worden in het lokale en regionale stelsel, om daarmee te komen tot een afname van het beroep op (duurdere) voorzieningen.” In opdracht van de Regio Amersfoort is over het jaar 2018 een Quickscan Zorguitgaven uitgevoerd. Hierin20 staat een overzicht van het aantal fte per aantal inwoners in de gemeente en totale fte in de teams in iedere gemeente:

19

20

Rapport kwalitatieve review sociale wijkteams, nov 2014 Bron: Quick scan Zorguitgaven Regio Amersfoort | November 2019 | Pagina 47

11

Opvallend zijn de onderlinge verschillen in hoe de verschillende teams zijn ingericht. Eemnes heeft bijvoorbeeld geen 0-100 team maar naast het JGT is er ook voor 18+ het sociaal loket voor de HBEL. Dit rapport merkt ook een verband op tussen de inzet van wijkteams in een gemeente en de kosten in de verevende percelen: hoe meer inzet in wijkteams, hoe lager de kosten in de verevende percelen. De toegang tot de ingekochte jeugdhulp hangt dus sterk samen met het functioneren van het JGT, wat afhangt van de kwantiteit, de kwaliteit en contextuele factoren. Het aantal fte in een wijkteam maakt ook uit met het verdelen van de werklast. Als iemand ziek is of uitvalt, dan valt de verdeling van taken bij ziekte bij een team van 3 mensen op 50% meer belasting bij de resterende 2 werkenden. Wanneer het team groter is, dan zijn de taken bij uitval of ziekte beter onderling te verdelen. Bij een team van 10 mensen en 1 iemand valt uit, dan krijgen de 9 andere werkenden allen 10% extra taken toebedeeld. Hieruit blijkt hoe groter een team, hoe kleiner de kwetsbaarheid. Daarbij is een groter team beter in staat zelf de eigen begeleiding en coaching van gezinnen vorm te geven. Anders gezegd, een kleiner team biedt zelf minder jeugdhulp en heeft daardoor een grotere afhankelijkheid van externe jeugdhulpaanbieders.

Dat het JGT minder zelf eigen begeleiding kan bieden blijkt in 2018 in de regionale vergelijking bij de inzet van ambulante begeleiding waar Eemnes een hogere inzet heeft dan andere regiogemeenten:

Vanwege de werkdruk heeft Eemnes het aantal fte van het JGT stapsgewijs uitgebreid. In juni 2021 voor Eemnes onderstaand schema in beeld gebracht met de bezetting van het JGT met aftrek van verlofuren door ziekte, zwangerschap en ouderschapsverlof. In oktober 2021 is de totale bezetting van het JGT inclusief ondersteuning 6,44 fte.

Bezetting Waarvan vast Waarvan inhuur

Verlof* Beschikbare bezetting

01-01-2019 4,50 fte 3,83 fte 0,67 fte

4,50 fte

01-01-2020 6,50 fte

01-01-2021 7,50 fte

4,5 fte 2,0 fte

1,33 fte 5,17 fte

4,39 fte 3,11 fte

1,75 fte 5,75 fte

01-04-2021 7,50 fte 4,39 fte 3,11 fte

1,08 fte 6,42 fte

Prognose 15-06-2021 6,61 fte 3,5 fte 3,11 fte

1,08 fte 5,53 fte

*ziekte-/zwangerschaps-/ouderschapsverlof

12

4. Regionale inkoopafspraken De regio Amersfoort heeft 7 specialistische Jeugdzorg aanbieders, namelijk: De Rading, GGz Centraal/ Fornhese, Leger des Heils, Pluryn Hoenderloo Groep/ Intermetzo, 's Heeren Loo, Timon en Youké. Deze aanbieders hebben met elkaar in 2016 een netwerkorganisatie gevormd en hun hulpverlening is na 2017 opgenomen in het aanbod van de Breed Spectrum Aanbieders (BSA). Op deze manier kon er regionaal worden ingezet op een meerjarige inkoopstrategie waardoor er meer stabiliteit in de inkoop is georganiseerd. Deze breed spectrum aanbieders bieden zowel residentiële jeugdhulp als ambulante jeugdhulp bij met name jeugdigen met complexe problematiek. De BSA heeft met deze meerjarige inkoopstrategie de opdracht gekregen om hun Jeugdzorg aanbod te transformeren. In het najaar van 2017 is met het besluit over de inkoop 2019 een start gemaakt met een onderscheid in inspanningsgerichte bekostiging (P*Q) en taakgerichte bekostiging van de BSA op basis van meerjarige afspraken. De gemeenten zijn een partnerschap aangegaan met de BSA aanbieders met als doel de zorg te transformeren naar meer ambulante inzet (gebiedsontwikkeling) en lichtere/flexibele vormen van verblijf. Het betrof ingrijpende opgaven in het zorglandschap met transformatie in zorgvormen (van verblijf naar ambulant) en de daarbij behorende verschuivingen van budgetten.

Alle afspraken over de regionale samenwerking zijn vastgelegd bij de contractering van zorg en ondersteuning. Uitgangspunt bij de inkoop is beheerste innovatie. De overkoepelende transformatieopdracht is dat: 1. 2. 3. 4.

Er een sterke basis komt en een kleinere specialistische top; Er meer ambulante zorg wordt ingekocht en minder intramurale zorg; Er ontschot (waar dit kan) over de domeinen heen wordt ingekocht; Er lichte zorg waar het kan wordt ingekocht, maar ook snelle toegang wordt geboden tot passende zware zorg waar nodig; 5. De zorgbehoefte van cliënt/gezin/huishouden centraal staat; 6. Innovatie ook in de inkoop in het sociaal domein wordt ingebouwd. Achtergrond van deze afspraak was de mogelijkheid om in het inkoopkader 2019-2022 de verdeling van de risico’s voor vier jaar deels te kunnen aanpassen. Voor de inspanningsbekostiging (P*Q) wordt nu uitgegaan van het profijtbeginsel (gemeenten betalen naar gebruik) en voor de taakgerichte bekostiging (BSA) is gekozen voor een 50-50 mix van profijt- en solidariteit.21 Dat de aanpassing van het solidariteitsbeginsel sinds 2019 niet meer geldt voor de P*Q gefinancierde jeugdhulp sluit aan op de richting die vanaf het begin van de transformatie is ingezet. Hoe meer gemeenten investeren in de lokale toegang (eigen aanbod jeugdhulp met vast budget) hoe minder kosten op P*Q.

4.1. Regionale inkoop in relatie tot wachtlijsten Uit de analyse blijkt dat de nieuwe afspraken die met het inkoopkader 2019-2022 in gang zijn gezet, effect hebben gehad op het ontstaan van de wachtlijst bij het JGT. De overgang van 2018 naar 2019 is een kantelpunt geweest. Vanaf dit moment zijn de wachtlijsten bij de BSA ontstaan. Met als verklaring dat voorheen het solidariteitsprincipe van toepassing was bij alle vormen van jeugdzorg. Voor de inspanningsbekostiging (P*Q) wordt sinds 2019 uitgegaan van het profijtbeginsel (gemeenten betalen zelf de volledige rekening) en voor de BSA is er met taakgerichte bekostiging 21

Verslag Bestuurlijk overleg sociaal domein (BOSD) 21 sept 2018

13

gekozen voor een 50-50 mix van profijt- en solidariteit.22 Ongeveer dezelfde vereveningsafspraak als die geldt voor SAVE en LTA. Deze grafische schets brengt in beeld wat er nu aan de hand is: Gemeenten verwijzen voor complexe casuïstiek eerst naar BSA Trajectbekostiging BSA trajecten 50% lumpsum (solidariteit) en 50% facturatie

BSA loopt vol - kan vraag niet aan- krijgt daarnaast opdracht voor gebiedsontwikkeling Wachtlijst 16 -18 weken

P&Q

P&Q

P&Q

Max 2 weken

P&Q P&Q

De BSA heeft met de taakgerichte bekostiging een vast budget wat op historisch verbruik wordt vastgesteld. Gemeenten verwijzen volgens afspraak eerst naar BSA en betalen daarvoor ook vanuit de vereveningsafspraken een basisbedrag. De BSA had wachtlijsten en heeft toen een ontwikkelopdracht gekregen om vanaf 2020 over te gaan naar de gebiedsteams (wat tijd vraagt) en dat heeft tot nog grote wachtlijsten geleid. Sindsdien hebben Baarn-Bunschoten en Eemnes gezamenlijk één gebiedsteam. De P*Q aanbieders hebben een budget wat niet verankerd is, waar snel een plek is te vinden en ook tot kostenstijging leidt. Medio 2021 begeleidt het JGT een aantal complexe casussen die belegd zijn bij de BSA wat van het JGT alsnog veel tijd vraagt. De afstemming tussen BSA en JGT over deze casuïstiek vraagt tijdens het wachtlijstbeheer van de BSA heel veel tijd van het JGT en de inzet van de BSA kost ook tijd en geld. De BSA adviseert om een cliënt toch hulpverlening te bieden wat niet kan wachten, als tussentijdse oplossing om de cliënt buiten de BSA aan te melden voor behandeling bij P*Q. Als de BSA geen ruimte heeft, zouden ze vanuit onderaannemer constructie vanuit hun budget deze aanbieder zelf moeten inzetten, zodat de regie onder de BSA valt en de kosten onder de vereveningsafspraak. Vanuit de regio zijn er nog geen concrete afspraken gemaakt.

Daarnaast speelt er een knelpunt bij de inzet van SAVE23, dit is de jeugdbescherming en SAVE staat voor samenwerken aan veiligheid. SAVE Jeugdbescherming en Veilig Thuis Utrecht maken onderdeel uit van Samen Veilig Midden-Nederland. SAVE komt in beeld als er zorgen zijn over de veiligheid of ontwikkeling van een kind. SAVE zoekt samen met het kind, gezin, netwerk en het Jeugd en Gezinsteam naar een oplossing voor het herstel van een veilige opvoedingssituatie. SAVE heeft afgelopen jaren te maken gehad met structurele onderbezetting, waardoor ook hier wachtlijsten zijn ontstaan. Er zijn in 2020 extra middelen vanuit de Rijksoverheid uitgekeerd om de wachtlijstproblematiek van de Jeugdzorg op te heffen. Toch merkt het JGT nog steeds wachtlijsten op bij SAVE, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming . Tegelijk speelt er de ontwikkeling om OTS (onder toezicht stelling) maatregelen (waarbij de regie op de jeugdhulpverlening bij de jeugdbescherming ligt) zoveel als mogelijk in te korten en de regie waar mogelijk bij de wijkteams te beleggen. In 2020 waren er in Eemnes 6 casussen (V)OTS en 2,5 casussen OTS, deze duren langer dan een jaar. De casusregie van de naar het JGT afgeschaalde (V)OTS verhoogt de werkdruk van het JGT. 22

Verslag Bestuurlijk overleg sociaal domein (BOSD) 21 sept 2018 SAVE is onderdeel van Samen Veilig Midden-Nederland. Samen Veilig Midden-Nederland biedt hulp bij zorgen over de veiligheid van een kind of als er sprake is van geweld in de huiselijke sfeer. 23

14

4.2. De lokale situatie en haar invloed op wachtlijst JGT Ondertussen onderscheidt de situatie in Eemnes zich van de andere gemeenten doordat hier ook lokale invloeden zijn op de werkdruk van het JGT. Bij de GGD is in 2020/2021 een verpleegkundige een periode uitgevallen tot september 2021. Dat heeft tot hogere druk bij het JGT geleid. Het JGT kon hierdoor niet afschalen naar de GGD. Het Jongerenwerk van Versa Welzijn in Eemnes heeft een klein team van 3 in deeltijd (totaal 1,7 fte) werkende jongerenwerkers. Er is ook hier een medewerker bijna een jaar uitgevallen en het niet mogelijk was om vervanging te regelen. Dit team begeleid tieners en organiseert activiteiten in jongerencentrum Impuls in Eemnes, Blaricum en Laren. Het JGT ziet bij het jongerenwerk van Versa onvoldoende mogelijkheid casussen af te schalen. Vanuit beleid wordt nu ingezet op een verbetering. Eind 2020 is duidelijk een kantelpunt gekomen in verwijzers naar jeugdhulp. Vanaf dat moment heeft het JGT Eemnes door toedoen van de wachtlijsten aan huisartsen gevraagd de verwijzing van een deel van de indicaties op te nemen. Dat is duidelijk te zien in onderstaande grafiek:

Als de huisartsen niet meer een verwijzing kunnen afstemmen met het JGT door de wachtlijstproblematiek van het JGT leidt dat tot hogere kosten in de jeugdhulp. Met als reden dat een goede triage een van de belangrijkste instrumenten is om de toegang naar jeugdhulp goed te kunnen sturen. Onderzoek van de regio heeft aangetoond dat hogere verwijzing door huisartsen zorgt voor een hoger aantal verwijzingen naar duurdere zorgvormen als ambulante behandeling in plaats van begeleiding tot meer inzet van hoog specialistische Jeugd-GGZ24 . Terwijl het juist in 2018 regionaal opviel23 dat Eemnes de enige gemeente was met een convenant met huisartsen en dat deze gemeente relatief het laagst scoort op kosten via verwijzing van de huisartsen en het hoogst op de kosten via het wijkteam. De GGD geeft medio 2021 in gesprek met de gemeente aan dat de samenwerking met het JGT door huisartsen als zeer positief wordt ervaren. Doordat Eemnes een 24

Quick scan Zorguitgaven Regio Amersfoort | November 2019

15

kleine gemeente is met 3 huisartsenpraktijken voert het JGT in principe ook de praktijkondersteuner huisartsen jeugd (POH-J) functie uit. Huisartsen zijn mogelijk door deze samenwerking in Eemnes vaker voor lichtere ambulante begeleiding gaan kiezen in plaats van ambulante behandeling. Zoals in de Kadernota ombuigen 2021-2024 wordt aangegeven zitten inwoners van Eemnes voor een klein deel ook bij huisartsen in omliggende gemeenten. Het is van belang dat die huisartsen voor advies en consulatie ook het JGT van Eemnes weet te vinden. In de tijdspanne van dit onderzoek is dit nog niet verder uitgezocht. Daarnaast is er veel voor te zeggen om in regionaal verband afspraken te maken met ziekenhuis Ter Gooi en het Meander Medisch Centrum te organiseren. De medisch specialisten zetten zeer dure jeugdzorg in voor vaak complexe jeugdproblematiek. In de regio West-Brabant worden onnodig specialistische verwijzingen deels voorkomen door de inzet van een praktijkondersteuner ziekenhuiszorg (POZ). De mogelijkheden voor soortgelijke pilot voor Eemnes zal komend jaar in samenwerking met de regio’s verder onderzocht worden. KPMG26 geeft aan dat wanneer lokale teams de triage zelf uitvoeren, dat boven op de begeleiding komt van inwoners en het uitvoeren van regietaken. Een hoge werkdruk kan de prikkel geven om snel door te verwijzen.

Hierdoor ontstaat het risico dat de triage niet goed wordt uitgevoerd. Triage is een stap in de routekaart waar je niet op moet inleveren: gebeurt dit niet goed dan moet er verderop in de route worden ingegrepen. Op de korte termijn lijk je een oplossing te hebben, maar op de lange termijn snijd je jezelf in de vingers.25

4.3. Taken van de gemeentelijke toegang De vraag is of het aantal fte voldoende toereikend is voor deze taken en wat de consequenties zijn wanneer deze toegangsfunctie niet volledig kan worden uitgevoerd. Er zijn geen standaarden voor de invulling van wijkteams in Nederland, de onderlinge verschillen zijn groot omdat gemeenten zelf mogen kiezen hoe ze de hulp aan kinderen, jongeren en ouders organiseren.26 De invulling van de taken van de gemeentelijke toegang hangt ook samen met het aantal fte wat er voor deze taken beschikbaar is. Het werkproces van het JGT is eind 202027 door AEF onder de loep genomen. AEF is gevraagd advies te geven hoe het JGT meer eigen begeleiding kan uitvoeren, zodat vragen eerder kunnen worden afgeschaald, de trajecten van indicaties verkorten, en hiermee een kostenbesparing wordt gerealiseerd. Naar aanleiding van het AEF-rapport heeft de Raad van Eemnes medio 2021 ingestemd met uitbreiding voor het wegwerken van de wachtlijst. AEF heeft het werkproces van het JGT onderzocht, maar had geen toegang tot jeugdhulpdata. Deze analyse vult het AEF-rapport verder aan door de data analyse en het werkproces van het JGT te vergelijken met het KPMG rapport (2019) die de basisfuncties voor goed-functionerende lokale teams in kaart heeft gebracht.

Op de volgende bladzijde staat een afbeelding van het werkproces JGT waarin de processtappen van de toegang zijn overgenomen uit het AEF rapport15: 1.

2.

Aanmeldcoördinatie: dit betreft het invoeren van informatie van het gezin in systemen van het JGT, in overleg de aanmelding bespreken, en het bespreken van de hulpvraag van het gezin in een casuïstiekoverleg met het gehele team. Intake gezin: dit betreft het inplannen van de afspraak, de voorbereiding daarvan, het voeren van het intakegesprek met het gezin en twee JGT-medewerkers, een nabespreking, en het invoeren van informatie in het dossier van het gezin.

25

Blz. 29 Basisfuncties voor lokale teams in kaart de route en componenten onder de loep (2019) KPMG https://www.nji.nl/wijkteams/taken 27 AEF rapport het Jeugd en Gezinsteam Eemnes, maart 2021 26

16

3.

4.

5.

Onderzoek: dit betreft het spreken van meerdere personen uit het gezin, gesprekken met andere hulpverleners en betrokkenen, politie, SAVE, VT, huisarts, zorgaanbieders, en het terugbrengen van de casus naar het casuïstiekoverleg. Plan van Aanpak (PvA): dit betreft het schrijven van het plan van aanpak, het bespreken hiervan in het casuïstiekoverleg en met het duo, het doorsturen van het PvA naar de ouders en de cliënt, en het zorgen dat het op tijd terug is zodat de beschikking kan worden verzonden. Besluit: dit betreft het inbrengen van het besluitformulier in het casuïstiekoverleg en het zorgen voor de administratie.

In deze grafische weergave van het werkproces van het JGT28 zijn in de blauwe vakken de stappen in het werkproces zoals vermeld in het AEF-rapport toegevoegd: het werkproces 1 de toegang, met de eerste 5 taken (in blauw) van het JGT en werkproces 2: casusregie en werkproces 3: eigen begeleiding.

Werkproces 1: de toegang

1

2

3 4 5 Werkproces 3: eigen begeleiding Werkproces 2:casusregie

Het AEF komt tot een berekening voor de benodigde capaciteit van het JGT. AEF stelt dat als de wachtlijsten volledig zijn weggewerkt, de huidige inzetbare capaciteit (inclusief tijdelijke krachten) groter zou zijn dan de structurele opgave. Door de inzet van een extern medewerkers per december nam eind van 2020 de wachtlijsten voor het eerst af. Dit betekent volgens AEF dat de destijds beschikbare bezetting groter was dan de structurele opgave. AEF trekt hieruit de conclusie dat de structurele formatie die past bij de huidige opgave ligt tussen de huidige inzetbare bezetting (inclusief tijdelijke capaciteit) en de formatie ten tijde van het ontstaan van de wachtlijsten in ligt. Het AEF komt op basis van het onderzoek tot een inschatting dat de beschikbare bezetting van het

28

Beleidsplan Jeugd Gemeente Eemnes 2019-2022

17

JGT tussen de 5,17 en 5,75 fte moeten liggen, waarbij eerder naar een te hoge dan een te lage capaciteit moet worden geneigd. AEF geeft hierbij de volgende kanttekeningen aan:  In 2020 lag het aantal zaken dat bij het JGT binnenkwam fors lager dan in 2019 doordat de coronapandemie hier naar alle waarschijnlijkheid aan ten grondslag ligt, is het te verwachten dat het aantal nieuwe zaken in 2021 weer hoger zal liggen, wat meer capaciteit vraagt dan hier berekend.  De gegeven inschatting betreft de structureel benodigde capaciteit: de capaciteit die nodig is indien er geen wachtlijsten zijn. Indien de gemeente deze wachtlijst versneld wil wegwerken, kan er ook voor gekozen worden om tijdelijk extra capaciteit aan te nemen.  Bij de inschatting is expliciet de benodigde beschikbare bezetting bepaald. In de praktijk zal de formatie zelden gelijk zijn aan de beschikbare bezetting. De formatie en/of bezetting zal dus hoger moeten liggen dan de hier bepaalde benodigde beschikbare bezetting.  Deze structureel benodigde beschikbare bezetting is bepaald door gebruik te maken van het ontstaan van wachtlijsten in 2019 en 2020. Deze wachtlijsten zijn deels ontstaan doordat consulenten uitvielen, en deels door de toenemende complexiteit van de casussen. Er is geen reden om aan te nemen dat de complexiteit van casussen in de nabije toekomst af zal nemen.

 Vanwege onder andere de eerdere beëindiging van OTS (en verschuiving van de taken vanwege het toekomstscenario jeugd en gezinsbescherming29) is het zelfs waarschijnlijker dat de complexiteit nog iets toe zal nemen. Als dit inderdaad het geval is, zal de benodigde capaciteit ook hoger kunnen liggen.  In deze inschatting is nog geen rekening gehouden met het eventueel meer inzetten op het netwerken en het preventief werken. Hiervoor is er eerst een gesprek nodig tussen gemeente en JGT over de benodigde inzet van het JGT en de te bereiken doelen. Op basis van dit rapport heeft de Raad ingestemd met het tijdelijk uitbreiden van de formatie van het JGT voor het verder inlopen van de wachtlijsten. De verwachting was dat het JGT dan kan voldoen aan de gestelde taak én dat het JGT in staat wordt gesteld de ontstane wachtlijsten weg te werken. Medio september ’21 is het JGT met een fte uitgebreid door de invulling van de vacature voor vaste medewerker. Door langdurige ziekte is in sept 2021 de capaciteit op 5,83 fte. Bij herstel van de medewerker hoopt het JGT eind van het jaar op 6 fte30 uit te komen. In september 2021 blijkt uit gesprekken met het JGT dat consulenten nog onvoldoende toekomen aan eigen begeleiding in de vorm van coaching. Ook aan opvoedondersteuning en het uitvoeren van regie komt het JGT vanwege de toenemende wachtlijst bij het JGT en in de keten onvoldoende toe.

Dit zal naar verwachting een stijging van de kosten betekenen op de ingekochte trajecten. De vraag of het JGT winst kan behalen door meer efficiëntie is door AEF onderzocht. Er is op aantal aspecten advies uitgebracht wat het JGT inmiddels in het werkproces heeft aangepast. Aanvullend op dit onderzoek, is het advies dat er mogelijk nog wat tijd bespaard worden door het beschikkingsproces te veranderen. Dit kan door een beschikking alleen op verzoek van de jeugdige of

29 30

De opmerking tussen haakjes is een latere toevoeging in deze analyse. fte van het JGT bestaat uit interne en externe consulenten, administratieve ondersteuning en coördinator.

18

de ouders af te geven.”31 Hoogste prioriteit is nog steeds het wegwerken van de wachtlijst omdat dit het goed uitvoeren van de andere reguliere taken van het JGT verstoort.

4.4. Basisfuncties van het lokale team Voor deze analyse gebruik gemaakt van het in 2019 verschenen KPMG rapport32 naar de basisfuncties waar goed functionerende lokale teams aan voldoen. Deze analyse richt zich specifiek op de toegangstaak voor jeugd. In het rapport zijn de basisfuncties schematisch in onderstaand plaatje weergegeven.

Bij onderstaande beschrijving van de processtappen van KPMG is door middel van de blauwe vlakken verbinding gelegd met de werkprocessen van het JGT zoals in het AEF-rapport van Eemnes beschreven.

0) Houd altijd oog voor een veilige leefomgeving van de inwoner. 1) Wees aanwezig (zichtbaar, aanspreekbaar) daar waar de doelgroep is zodat vragen gezien worden. Maak verbinding met de wijk en werk ‘outreachend’. 2) Investeer in preventie zodat (complexe) situaties voorkomen kunnen worden of niet verergeren. 3) Wees toegankelijk en benaderbaar op veel manieren (fysiek, digitaal). 4) Voer een goede triage uit: kijk naar alle levensdomeinen en het hele gezin of huishouden en zorg dat

1

de inwoner snel bij de juiste persoon terecht komt. 5) Verhelder de vraag met een brede blik op alle levensdomeinen en mensen in het gezin of huishouden. 6) Stel een plan van én met het gezin op. Gedeelde besluitvorming is voor een goed proces van aanvragen en inzetten van passende hulp en ondersteuning van groot belang.

2 3 4 31

5b. 59 VNG, ‘Bijlage 1 – Veelgestelde vragen Modelverordening jeugdhulp en Jeugdwet’ (www.vng.nl, geraadpleegd 17 juli 2017) 32 Basisfuncties voor lokale teams in kaart de route en componenten onder de loep (2019) KPMG tot stand gekomen in opdracht van het ministerie van VWS en in afstemming met NDSD en VNG.

19

5

7) Verleen de ondersteuning en hulp, beleg de regie en maak duidelijke afspraken met alle betrokkenen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10823884/1