CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Hoogstraat Edam_2021_03_26.pdf

Raadsplein Bespreekronde Ib 27 mei 2021, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Hoogstraat 4-8.26.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Inrichtingen en buisleidingen Aan de hand van de Risicokaart (www.risicokaart.nl), kan worden gesteld dat het plangebied - en de omgeving daarvan – niet valt binnen een Plaatsgebonden Risico contour (PR) of binnen het invloedsgebied van een inrichting of een buisleiding. Dit houdt tevens in dat het Groepsrisico (GR) van die activiteiten niet nader hoeft te worden beschouwd. Vervoer over de weg

Uitsnede risicokaart

59

De provincie Noord-Holland heeft geen veiligheidszones en/of plasbrandaandachtsgebieden aangewezen voor de provinciale weg N247. Wel is het bekend dat hier gevaarlijke stoffen worden vervoerd. De kortste afstand van het plangebied naar de rand van de N247 bedraagt ca 350 meter, waardoor het plangebied niet valt binnen het invloedsgebied. Daarmee zijn er geen onaanvaardbare risico’s. De kans op een ongeval met gevaarlijke stoffen is klein maar de gevolgen kunnen groot zijn. Bij een aanrijding met een tankauto kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen. Voor meer informatie zie het scenarioboek, te vinden op www.scenarioeboekev.nl. Bij een giftige wolk is het beste handelingsperspectief binnen blijven/schuilen, ramen en deuren sluiten en eventuele mechanisch ventilatie uitschakelen. Voor het overige zijn er geen risicobronnen in de nabijheid. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.3

Omgevingsaspecten

4.3.1

Water Beleid In het kader van het verkrijgen van een duurzaam watersysteem hebben Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen in 2001 de Startovereenkomst waterbeleid 21e eeuw (WB’21) ondertekend. Onderdeel van het nieuwe waterbeleid is de “watertoets” de check van ruimtelijke plannen aan de gevolgen voor het watersysteem. De uitkomsten uit deze watertoets zijn in deze paragraaf opgenomen. Europees beleid Europese Kaderrichtlijn De Europese Kaderrichtlijn is gericht op het bereiken van een goede ecologische waterkwaliteit in alle Europese wateren. In 2015 moet dat gerealiseerd zijn. De lidstaten moeten in 2009 (inter)nationale stroomgebiedbeheersplannen vaststellen waarin zij aangeven welke maatregelen zij gaan nemen om de doelstelling te halen. De provincie Noord-Holland maakt volledig deel uit van het deelstroomgebied Rijndelta en het daarbinnen begrensde deelstroomgebiedsdistrict Rijn-West. Binnen Rijn-West werkt Noord-Holland samen met alle betrokken waterbeheerders (Rijkswaterstaat, buurprovincies, waterschappen en gemeenten) aan het opstellen van het regionale deel van het genoemde stroomgebiedbeheersplan Rijndelta. Rijksbeleid Nationaal Waterplan 2016 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is in 2016 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050.

Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: 60

− − − − −

Nederland blijft de veiligste delta in de wereld; Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater; Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht; Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement’; Nederlanders leven waterbewust.

Het kabinet zet de veranderingen in het waterveiligheidsbeleid voort en zal hiertoe een wetsvoorstel met nieuwe normen voor de primaire keringen voorbereiden. Nieuwe normen zijn nodig, omdat de huidige eisen aan primaire keringen grotendeels uit de jaren zestig van de vorige eeuw dateren. Sindsdien zijn het aantal mensen en de economische waarde achter de dijken toegenomen. Ook is nieuwe kennis beschikbaar gekomen over de werking van de keringen en de gevolgen van overstromingen. De doelen op het gebied van waterveiligheid zijn omgerekend naar normspecificaties voor de keringen. Deze zijn niet meer gebaseerd op dijkringen, maar op dijktrajecten. Elk dijktraject krijgt een norm-specificatie die past bij de gevolgen in dat specifieke gebied. De normspecificaties zijn ingedeeld in zes klassen, waarbij de overstromingskans varieert van 1/300 per jaar tot 1/100.000 per jaar. Het Rijk onderkent het belang van verbinden van ruimte en water. Bij het aanpakken van wateropgaven en de uitvoering van watermaatregelen vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt bij het oplossen van wateropgaven.

Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van watersystemen. De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. 61

Provinciaal beleid Provinciale Watervisie 2015 De Provinciale watervisie beschrijft de kaders voor waterbeheer in Noord-Holland. De belevingswaarde van het alom aanwezige water en de mogelijkheden die het biedt, het leven met en strijden tegen, dat is wat Noord-Holland uniek maakt. Vanuit dit vertrekpunt wil de provincie met het waterbeleid Noord-Holland mooier, bedrijviger en veiliger maken dan het al is, op een haalbare en betaalbare manier. De provincie zet het waterbeleid daarom zo in dat er een impuls vanuit gaat voor de leefomgevingskwaliteit en/of het vestigingsklimaat. Er wordt onderscheid gemaakt in twee thema's, te weten “Veilig” en “Schoon en “Voldoende”. Binnen deze thema's worden doelen gesteld. De doelen voor het thema Veilig zien vooral toe op het in orde zijn van de regionale keringen, het beperken van slachtoffers, economische schade en een adequate rampenbestrijding. Bij dijkversterkingen moet aandacht zijn voor een goede ruimtelijke inpassing. Bij Schoon en Voldoende gaat het er vooral om dat er schoon grondwater moet zijn en schoon en voldoende oppervlaktewater, zwemwater en drinkwater. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Waterprogramma 2016-2021 Met dit Waterprogramma geeft het Hoogheemraadschap richting aan het waterbeheer tussen 2016 en 2021.

De komende jaren staat het Hoogheemraadschap voor de taak het beheergebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort en schoon water. Ten aanzien van waterveiligheid gelden drie doelen. 1 Veiligheid voor iedereen. Iedereen in Nederland die wordt beschermd door een dijk, duin of dam, heeft een kans van niet meer dan 1 op de 100.000 per jaar (10-5) om te overlijden door een overstroming; 2 Zoveel mogelijk voorkomen van slachtoffers en schade; 3 Bescherming van vitale en kwetsbare functies. Er is extra bescherming voor infrastructuren zoals nutsvoorzieningen, wegen, ziekenhuizen en communicatiemiddelen die tijdens en na een ramp cruciaal zijn voor het functioneren van een gebied. Dit geldt ook voor functies die grote milieu- of gezondheidsschade kunnen opleveren wanneer ze door een overstroming worden getroffen. Ten aanzien van wateroverlast wil het Hoogheemraadschap overlast niet tegen elke prijs voorkomen. Men wil wel naar een zo groot mogelijke flexibiliteit bij het beheer van het totale watersysteem (boezem en polders), zodat men bij clusterbuien snel (anticiperend) gebruik kan maken van de ruimte die we in het watersysteem hebben. Door verdere verstedelijking neemt de druk op de openbare ruimte toe. De ruimte voor waterberging is daardoor beperkt. Ook wordt de openbare ruimte vaak multifunctioneel gebruikt.

Om achteruitgang van het watersysteem te voorkomen, vraagt het Hoogheemraadschap in ruimtelijke plannen om maatregelen die de nadelige effecten van verharding voorkomen of compenseren. Ten aanzien van watertekort luidt de doelstelling: zoet water wordt kostbaar en minder vanzelfsprekend. We zorgen voor een duurzame en eerlijke verdeling op een basaal 62

niveau en met de huidige infrastructuur. Tot slot zorgt het Hoogheemraadschap voor een gezond oppervlaktewater. Keur en algemene regels In 2016 heeft het hoogheemraadschap een nieuwe Keur en bijbehorende Algemene Regels vastgesteld. Artikel 4.2 Verbod versnelde afvoer door verhard oppervlak is in de nieuwe Keur gewijzigd. In de nieuwe Keur 2016 is nu het volgende opgenomen: "Artikel 3.3 Verbod versnelde afvoer door nieuw verhard oppervlak. Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer te laten komen." In de Algemene Regels 2016 zijn vervolgens de volgende aanvullingen opgenomen: "Artikel 23. nieuw verhard oppervlak. Op grond van artikel 3.9, eerste lid van de keur geldt een vrijstelling van de vergunningplicht van artikel 3.3 voor het aanbrengen van nieuw verhard oppervlak indien: 1. de bebouwing of verharding van de onverharde grond door een of meer aaneengesloten bouwplannen met een gezamenlijke oppervlakte minder dan 800 m² bedraagt en; 2. de aanleg van nieuw verhard oppervlak minder dan 10% van het oppervlak van het desbetreffende peilvak beslaat en; 3. het desbetreffende watersysteem de toename van de piekafvoer kan verwerken." Watertoets Met behulp van de watertoets wordt getoetst of binnen nieuwe plannen aan de waterhuishouding voldoende aandacht is besteed.

Uitgangspunt van de watertoets is dat de initiatiefnemer en de waterbeheerder samenwerken aan het ruimtelijk plan, waarbij het wateraspect volledig wordt ingevuld. In de dagelijkse praktijk van de ruimtelijke ordening is de positie van de waterbeheerder met de introductie van de watertoets sterker geworden. Situatie plangebied Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Edam. Het bebouwde/verharde oppervlak neemt ten opzichte van de bestaande situatie niet toe. Ook de rioleringssituatie verandert niet; er wordt aangesloten op het bestaande gemengd rioleringssysteem. Er wordt niet gewerkt met niet-uitloogbare materialen, zoals zink en wordt geen water gedempt. Er wordt ook niet gebouwd binnen de beschermingszone van een regionale waterkering en wordt geen water gedempt. Gelet hierop worden geen belemmeringen verwacht v.w.b. het aspect water. Overleg Er zal overleg worden gevoerd met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier als onderdeel van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro. De resultaten worden hier vermeld. 4.3.2

Ecologie Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden van het projectgebied. De bescherming in het kader van de natuur wet- en 63

regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Gezien de geplande werkzaamheden is een quick scan natuur uitgevoerd, als bijlage toegevoegd aan deze toelichting 7. Op vrijdag 5 juni 2020 is een bezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving die gelegen is aan de Hoogstraat 4-8 en Nieuwehaven 68 te Edam. Gedurende dit bezoek is dit gebied en de directe omgeving beoordeeld op het mogelijk voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Dit vond plaats aan de hand van aanwezige ecotopen en sporen. Het plangebied aan de Hoogstraat 4-8 en Nieuwehaven 68 te Edam is volledig in cultuur gebracht. Het westelijk deel ligt recentelijk braak. De aanwezigheid van beschermde planten wordt derhalve uitgesloten. Vleermuizen Getoetst is op de verschillende functies die het plangebied kan hebben voor vleermuizen. Dit betreft plaatsen waar vleermuizen kunnen verblijven (verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en winterverblijfplaatsen), vaste routen tussen verblijfplaatsen in de zomer en winter; respectievelijk vlieg- en migratierouten en plaatsen en gebieden waar vleermuizen foerageren. De aanwezigheid van verblijfplaatsen zoals kolonie-, paar- en overwinteringsplaatsen van vleermuizen kan niet worden uitgesloten (zie ook Van der Meer, 2019). In de historische panden zijn mogelijkheden voor vleermuizen om zich in op te houden.

Doordat deze werkzaamheden bij deze historische panden inpandig zijn, worden effecten uitgesloten. De werkzaamheden nabij deze historische panden zijn beperkt waardoor externe effecten kunnen worden uitgesloten. In de te slopen brandweerkazerne zijn geheel geen geschikte openingen aangetroffen waarin vleermuizen kunnen verblijven. Er zijn wel enkele open stootvoegen aanwezig. Deze zitten echter laag en zitten vol met spinnenrag. Het ontbreekt aan geschikte daklijsten en geschikte beluchtingsgaten in deze brandweerkazerne om achter of in te kruipen. In het dak zijn geen openingen aangetroffen waarin vleermuizen zich kunnen ophouden. Gedurende het verkennend veldonderzoek zijn ook geen sporen van vleermuizen vastgesteld in deze brandweerkazerne zoals keutels en afgebeten vleugels van vlinders. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen worden derhalve uitgesloten en in de directe omgeving blijft bebouwing waardoor vleermuizen zich kunnen blijven oriënteren. Negatieve effecten op vliegroutes worden derhalve uitgesloten. De aanwezigheid van migratieroutes wordt uitgesloten omdat grootschalige landschapselementen zoals dijken en rivieren niet voorkomen in het plangebied of aansluiten op het plangebied. Met de realisatie van de plannen zal het gebied niet wezenlijk van vorm veranderen, gelet op de foerageermogelijkheden van vleermuizen.

Mogelijk foerageert er sporadisch gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger als gevolg van de aanwezige ecotopen (pionierecotopen, verhardingen). Het plangebied is nu niet van waarde als essentieel foerageergebied en in de toekomst zal deze functie niet negatief verminderen doordat er geen essentiele zaken veranderen. In de omgeving zijn ook voldoende alternatieve foerageerplaatsen aanwezig. Negatieve effecten op de foerageermogelijkheden van vleermuizen worden derhalve uitgesloten.

7

Quick scan natuur Hoogstraat 4-8 en Nieuwehaven 68 te Edam, Adviesbureau Mertens, juni 2020

64

Overige zoogdieren Gelet op de aanwezige ecotopen van het plangebied en de geografische ligging (zie Broekhuizen e.a., 2016) wordt het de aanwezigheid van overige internationaal beschermde zoogdieren uitgesloten. Broedvogels De aanwezigheid van vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen kunnen niet worden uitgesloten (zie ook Van der Meer, 2019). In de historische panden zijn mogelijkheden voor huismus en gierzwaluw om zich in op te houden. Doordat deze werkzaamheden bij deze historische panden inpandig zijn, worden effecten uitgesloten. De werkzaamheden nabij deze historische panden zijn beperkt waardoor externe effecten kunnen worden uitgesloten. In de te slopen brandweerkazerne zijn geheel geen geschikte openingen aangetroffen waarin huismus en gierzwaluw kunnen broeden of nestelen. Voor huismus en gierzwaluw zijn er geen geschikte nestelmogelijkheden in de te slopen brandweerkazerne. Huismus en gierzwaluw zijn ook niet vastgesteld in en in de omgeving van het plangebied. Rond juni is de meest geëigende periode voor het waarnemen van mussen en gierzwaluwen. Voor gierzwaluw ontbreken geschikte openingen in muren en dak. Negatieve effecten op nesten en eieren van vogels (al dan niet met vaste rust- en verblijfplaatsen) kunnen derhalve worden uitgesloten.

In en grenzend aan het plangebied (in het braakliggend deel Hoogstraat 4-8 te Edam) kunnen algemene broedvogels broeden zoals merel, roodborst, winterkoning en houtduif. Gedurende het veldonderzoek op vrijdag 5 juni 2020 is merel vastgesteld. In verband met de aanwezigheid van deze algemene broedvogels is het noodzakelijk om werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren en/of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken). Overige soorten Het plangebied wordt tevens niet geschikt geacht voor overige (beschermde) soorten (Amfibieën, vissen, reptielen, vlinders etc). Conclusie Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de ruimtelijke ontwikkeling aan de Hoogstraat 4-8 en Nieuwehaven 68 te Edam is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hierbij rekening gehouden te worden.

Daarnaast dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden dan wel op een manier te werken dat vogels niet tot broeden komen in het braakliggend deel. Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen in of in de directe omgeving van een gebied dat is beschermd op grond van de Wet natuurbescherming en/of de Vogel- en/of Habitatrichtlijn en maakt geen deel uit van het Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische

65

Hoofdstructuur). De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn de Polder Zeevang en het Markermeer & IJmeer. Als enig extern effect kan worden beschouwd stikstofuitstoot. Verstoring als gevolg van verlichting of trilling (tijdens werkzaamheden) wordt niet verwacht. In zowel polder Zeevang als het Markermeer & IJmeer zijn geen voor stikstof gevoelige habitattypen aangewezen. Natura 2000-gebieden die wél voor stikstof gevoelig zijn, zijn zodanig ver gelegen, kan worden uitgesloten dat sprake is van een toename aan stikstofdepositie op deze gebieden, zowel voor wat betreft de bouwfase als de gebruiksfase. Dit is met een stikstofberekening geverifieerd 8 Uit het plangebied ligt ook niet in het Natuurnetwerk Nederland ligt. Omdat het plangebied niet in één van de genoemde beschermde gebieden ligt, leidt de voorgenomen ingreep niet tot vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur. De voorgenomen ingreep zal geen effect op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN hebben. De bescherming van het NNN staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Ook ligt het plangebied niet in een weidevogelleefgebied of een ganzenfoerageergebied. Doordat deze gebieden van het plangebied worden afgeschermd door aanwezige bebouwing, is verstoring van deze gebieden ook niet te verwachten.

Conclusie Het plan heeft geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden in de omgeving. Wat betreft de gebiedsbescherming zijn er daarom geen belemmeringen. Dit geldt ook de soortenbescherming, gezien de staat van het gebouw en het feit dat er geen bomen worden gekapt of water wordt gedempt. Het onderwerp natuur vormt geen belemmering voor het initiatief. 4.3.3

Cultuurhistorie Algemeen Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het sinds 2012 verplicht om de cultuurhistorische waarden mee te laten wegen. Daartoe wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Erfgoedwet Met de Erfgoedwet is in één wet overzichtelijk vastgelegd hoe met ons cultureel erfgoed wordt omgegaan, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe het toezicht is geregeld. De Erfgoedwet is op 1 juli 2016 deels in werking getreden, delen van de Monumentenwet gelden nog tot inwerkingtreding van de Omgevingswet.

8 Stikstofberekening Hoogstraat Edam, VdZ Ruimtelijk Advies, 15 september 2020

66

Gemeentelijk monumentenbeleid nader beschouwd Op grond van het gemeentelijk beleid zijn diverse panden aangewezen als gemeentelijk monument. Bovendien is een groot deel van Edam aangewezen als een zgn. ‘Beschermd Stadsgezicht’. In bepaalde delen van de gemeente zijn – in cultuurhistorisch opzicht – zeer waardevolle objecten bouwwerken en gebouwen of clusters daarvan, al dan niet in combinatie met openbare, publieke buitenruimten (zoals bruggen, straatjes, pleintjes, stegen, trapopgangen, watergangen of combinaties daarvan), die afzonderlijk of juist in hun onderlinge samenhang beschermenswaardig zijn. De Erfgoedverordening Gemeente Edam-Volendam is de wettelijke basis voor het zgn. Edams-Volendams Erfgoed. In deze erfgoedverordening wordt een koppeling gemaakt met het bestemmingsplan. De panden of objecten met de aanduiding 'karakteristiek waardevol bouwwerk', 'beeldbepalend bouwwerk', of 'cultuurhistorisch attentiegebied', worden in deze erfgoedverordening nader gedefinieerd en ingedeeld. Ze zijn aangemerkt als objecten om onder de beschermende werking van de planregels te worden gebracht. Ter uitvoering van deze systematiek is het bestemmingsplan “Beschermd Stadsgezicht Edam” het instrument dat wordt gebruikt om de (gemeentelijke) monumenten en beeldbepalende panden daadwerkelijk te beschermen.

Door het opnemen van een 'dubbelbestemming' wordt via de planregels nader ingevuld wat qua bouw- en gebruiksmogelijkheden is toegestaan. Voor de bouwwerken die op de verbeelding onder deze dubbelbestemming zijn gebracht is eerder een cultuurhistorisch rapport opgesteld, waarin deze bescherming nader is gerechtvaardigd en gemotiveerd. Binnen die 'dubbelbestemming' is in lijn met de eerder aangehaalde Erfgoedverordening voor dit plangebied een aantal verschillende beschermingsgradaties opgenomen, te weten: − karakteristiek waardevol bouwwerk; − beeldbepalend bouwwerk; Met het begrip 'Planologisch Erfgoedregime' wordt geduid op het instrumentarium, zoals dat is neergelegd in de erfgoedverordening en de uitwerking daarvan in het nieuwe bestemmingsplan. In het plangebied gaat het om één pand dat een voornoemde dubbelbestemming met aanduiding beeldbepalend bouwwerk heeft gekregen, namelijk het bestaande brandweerhuis. Naast dit object krijgt het plangebied een Waarde-Beschermd Stadsgezicht mee, dat een eigen of aparte bescherming behoeft en verkrijgt. Het plangebied ligt immers binnen een beschermd stadsgezicht. Binnen een beschermd stadsgezicht vervalt een deel van het vergunningsvrij bouwen op grond van de Wabo.

67

Beoordeling en conclusie Het plangebied maakt deel uit van het beschermd stadsgezicht Edam. Het plan tast de wezenskenmerken van de stad niet aan, zoals onderbouwd in hoofdstuk 2. Het plan leidt niet tot verstoring van de cultuurhistorische waarden. Eén pand, namelijk Nieuwehaven 68a, is aangewezen als gemeentelijk monument, met een daarbij behorende op bescherming gerichte regeling. Deze regeling is opnieuw opgenomen in dit bestemmingsplan. Dit pand wordt niet gesloopt, noch qua uiterlijk ingrijpend gewijzigd. Het gaat om een inpandige functiewijziging. De cultuurhistorische waarden worden dus niet aangetast. 4.3.4

Archeologie Algemeen Met de ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) en de parlementaire goedkeuring daarvan (1998) heeft de Nederlandse overheid zich verplicht er op toe te zien dat met archeologische vindplaatsen rekening wordt gehouden bij ruimtelijke ordening, milieueffectrapportage, bouwactiviteiten en andere ingrepen in een gebied. Het verdrag heeft inmiddels zijn beslag verkregen in de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van toepassing is. Een belangrijk uitgangspunt in het archeologisch beleid is dat ingrepen die tot de aantasting van de verwachte archeologische resten leiden, zoveel mogelijk worden vermeden. Het behoud in situ (op de oorspronkelijke plaats) gaat voor op het behoud ex situ (opgraven en bewaren in depot). Van belang is dat door middel van vooronderzoek tijdig inzicht wordt verkregen in de archeologische waarden van een gebied, zodat deze bij beoogde planontwikkelingen kunnen worden betrokken. Voor de ruimtelijke ordening is een belangrijke bepaling, dat de wet niet van toepassing is op projecten met oppervlakte kleiner dan 100 m2; de gemeenteraad kan een hiervan afwijkende andere oppervlakte vaststellen. Beoordeling en conclusie De gemeente Edam-Volendam heeft een beleidsnota archeologie alsmede een archeologische beleidskaart opgesteld. In het kader van de nota is een inventarisatie van het gemeentelijk bodemarchief uitgevoerd.

Daarbij is onderzocht welke archeologische waarden reeds bekend zijn en welke waarden verwacht kunnen worden. Op basis hiervan is de gemeente verdeeld in verschillende archeologiegebieden, elk met een eigen vrijstellingsgrens die aangeeft wanneer de initiatiefnemer is vrijgesteld van de archeologische onderzoeksplicht. Bij het vaststellen van de vrijstellingsgrens is rekening gehouden met de aard van het bodemarchief. De verschillende vrijstellingsgrenzen zijn weergegeven op de Archeologische Beleidskaart, zodat voor een ieder in één oogopslag duidelijk is aan welke archeologische voorwaarden moet worden voldaan bij ruimtelijke ontwikkelingen. De archeologische beleidskaart is hieronder opgenomen, in het bestemmingsplan is in navolging hiervan een dubbelbestemming Waarde-Archeologie opgenomen. Het gaat om een gebied met een zeer hoge verwachting voor archeologische sporen uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. In dit gebied geldt dan ook een archeologieregime uit de tweede categorie. Dit houdt in dat er bij plannen groter dan 50 m2 en grondroering dieper dan 0,40 meter onder maaiveld (-mv) archeologisch onderzoek verplicht is.

68

Uitsnede archeologische beleidskaart Er is gelet hierop archeologisch onderzoek uitgevoerd 9. Op basis van het bureauonderzoek kan geconcludeerd worden dat de verwachting op het aantreffen van sporen uit de prehistorie tot en met de vroege middeleeuwen laag is. Voor de periode late middeleeuwen en de nieuwe tijd is er een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Het terrein lag in ieder geval al vanaf de late middeleeuwen binnen de stadsgrenzen en historisch onderzoek toont aan dat de locatie intensief is bebouwd en bewoond. Zo zijn op de historische kaarten meerdere bouwwerken zichtbaar en is te zien dat de Hoogstraat rond 1565 door een woonblok heen is aangelegd. Een opmerkelijk terrein binnen het onderzoeksgebied ligt in het oosten ervan. Hier heeft vanaf de 15de eeuw een deel van het St. Elizabeth Gasthuis gestaan. Op deze locatie is later het stadhuis de Lutherse kerk gebouwd en, binnen het onderzoeksgebied, de stadstimmerloods. De rest van andere gebouwen van het gasthuis zijn in het verleden gesloopt maar resten ervan kunnen zeker nog in de grond aanwezig zijn. Dat geldt ook voor menselijke begravingen, aangezien het gasthuis een kapel bevatte. Ook kunnen er binnen het onderzoeksgebied nog resten van de middeleeuwse stadsomwalling worden verwacht. Deze zijn nog niet eerder teruggevonden.

Archeologisch onderzoek in de directe omgeving toont aan dat archeologische resten binnen de historische kern van Edam direct onder het maaiveld te verwachten zijn en dat de resten, mits deze niet recentelijk zijn vergraven, over het algemeen in goede 9 Archeologisch bureauonderzoek Hoogstraat 2-8 en Nieuwehaven 68

in Edam, gemeente Edam-Volendam, Hollandia Archeologen, februari 2019

69

conditie verkeren. Er dient bij toekomstige plannen een archeologisch vervolgonderzoek uitgevoerd te worden. Het onderzoek kan zich richten op de nieuwe bouwvlakken van het project, dit houdt de nieuwe bebouwing aan de Hoogstraat in, de locatie van de brandweerkazerne en de eventuele ondergrondse infrastructuur (vernieuwing, nieuw aan te leggen en verwijdering). De bebouwing aan de Hoogstraat is reeds verdwenen, dit deel is gereed voor archeologisch onderzoek. Het voormalige brandweergebouw moet nog gesloopt worden. Voorstel is om het gebouw te slopen tot aan maaiveld, bij de verwijdering van de vloer en de funderingsbalken dient een archeoloog aanwezig te zijn om resten te documenteren en eventueel te bergen. Na de sloop en verwijdering van de betonnen vloer is het gehele terrein beschikbaar voor archeologisch onderzoek. Heipalen worden binnen het gehele onderzoeksgebied bij voorkeur niet verwijderd om schade aan archeologische sporen te vermijden. Uitgangspunt is de delen van het terrein waar geen bodemroering plaatsvindt, te ontzien. De inschatting is dat het gehele gebied in ca 15 werkdagen onderzocht kan worden. Voorafgaand aan het onderzoek moet een programma van eisen opgesteld worden dat door de gemeente goedgekeurd moet zijn voor aanvang van het werk. Indien er bodemsanering uitgevoerd moet worden is het archeologisch onderzoek leidend.

Er is door Hollandia Archeologen een stappenplan vervaardigd, waarbij uitgegaan wordt van archeologische begeleiding voorafgaand en tijdens de sloop/bouwwerkzaamheden. Dit houdt in een archeoloog bij de werkzaamheden aanwezig is en dus kan constateren dat sprake is of kan zijn van de aanwezigheid van archeologische relicten waaruit een noodzaak tot een opgraving kan volgen. Dit stappenplan is afgestemd met de gemeente en met de archeologisch medewerker. De archeoloog is aanwezig tijdens zowel de sloop van de betonvloer en fundering van de loods, het grondwerk bouwputten en bodemsanering als de aanpassing van het grondwerk en ondergrondse infrastructuur. Zie bijlage 10. Conclusie De conclusie is dat het onderwerp archeologie daarmee voldoende is onderzocht; nader onderzoek vindt plaats tijdens en voorafgaand aan de sloop/bouwwerkzaamheden.

10 Stappenplan archeologische begeleiding Hoogstraat Edam, Hollandia Archeologen, 3 juni

2020

70

4.3.5

Verkeer en parkeren Verkeer Door de realisatie van het initiatief zal de verkeersaantrekkende werking van het plangebied iets veranderen. De verkeersproductie in de nieuwe situatie mag worden verdisconteerd met de oude situatie. Dit verschil wordt ook wel de planbijdrage genoemd. In de huidige situatie waren drie horecagelegenheden aanwezig. Het binnenterrein was in gebruik als brandweerkazerne en politiekantoor.In een studie is nagegaan wat de netto bijdrage is 11. Voor de effecten voor de verkeersgeneratie zijn de kengetallen van het CROW, zoals gepubliceerd in de CROW-publicatie ’Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen’, als uitgangspunt genomen. Evenals bij de parkeernormen wordt hierbij uitgegaan van de gemiddelde waarden van de door CROW gegeven range. De toegepaste waarden zijn hierna weergegeven.

Hiermee kunnen zowel de nulsituatie als de toekomstige situatie nu worden doorgerekend. De gedetailleerde resultaten daarvan zijn hierna weergegeven.

In de nieuwe situatie wordt een verkeersgeneratie (weekdagintensiteit) van ruim 126 motorvoertuigen/etmaal verwacht. Dat is ten opzichte van de oude situatie een lichte (ca 10%) daling. Er zijn daarom geen negatieve effecten op het verkeer. Parkeren In de eerste plaats wordt nu parkeerbehoefte behorend bij de oorspronkelijke situatie in 2017 (de nulsituatie) berekend. Het resultaat daarvan is hierna weergegeven.

11 Hoogstraat Edam, parkeren en verkeersgeneratie, S. Stienstra, 23 maart 2021

71

Op dezelfde wijze is ook de toekomstige situatie, uitgaande van een maximale invulling met 14 woningen, doorgerekend. Dat resulteert in het overzicht, zoals hierna weergegeven.

Met uitzondering van de werkdagmiddag leidt realisatie van het project Hoofstraat tot enige toename van de parkeervraag in de binnenstad. Die loopt uiteen van een beperkte toename overdag, een iets grotere toename in de avonduren en ruim 10 parkeerplaatsen ’s nachts en op zondagmiddag. Deze verdeling in de tijd hangt samen met het grotere aantal woningen dat in het bouwplan is opgenomen: de parkeerbehoefte van woningen is het grootst in de avond en nacht. In het plan is de aanleg van 4 parkeerplaatsen op het binnenterrein, nabij de voormalige gebouwen van politie en brandweer voorzien. Het netto effect op de parkeerdruk in het centrum is daarmee afname van de parkeerdruk overdag, een lichte toename (4 parkeerplaatsen) ’s avonds en een toename van circa 10 parkeerplaatsen ’s nachts en op zondagmiddag. Deze toename ’s avonds en ’s nachts kan eenvoudig worden opgevangen binnen het openbare parkeerareaal van het centrum van Edam. De gemeente Edam-Volendam meet elke 3 jaar de parkeerdruk in de gehele gemeente. Uitgangspunt bij de interpretatie daarvan is dat bij een bezettingsgraad beneden de 85% er voldoende vrije parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Tussen de 85% en 100% kan er zoekverkeer naar vrije parkeerplaatsen optreden en boven de 100% is er een capaciteitsprobleem waardoor men fout gaat parkeren5.

Uit de meest recente meting (juni 2018) blijkt dat de parkeerdruk in de binnenstad van Edam in 2018 t.o.v. 2015 nauwelijks is toegenomen. De grootste parkeerdruk wordt ’s nachts (06:00 u) gemeten. De parkeerdruk is dan 74,9%. Overdag is de parkeerdruk in de binnenstad van Edam lager dan ’s nachts (gemiddeld 58%). Zowel voor bewo-

72

ners als voor bezoekers van het centrum zijn er blijkens deze tellingen ruim voldoende parkeerplaatsen beschikbaar. Gezien de resultaten van de tellingen kan worden berekend dat een toename van de parkeervraag met (netto) 11 parkeerplaatsen ’s nachts zou leiden tot een bezettingsgraad van de bestaande parkeercapaciteit van 75,7%, een toename van minder dan 1%. De bezettingsgraad blijft ook dan ruimschoots onder de kritische waarde van 85%, die door de gemeente wordt aangehouden. Overdag is zelfs een beperkte daling van de bezettingsgraad te verwachten. De conclusie luidt dat met de realisatie van de geplande functies in het plan Hoogstraat de parkeerdruk van het plangebied enigszins verschuift naar de avond en nacht. De parkeervraag in de avond en nacht neemt toe, en daalt overdag. Dat neemt niet weg dat bij de ontwikkeling van het project vanuit maatschappelijke overwegingen beperking van automobiliteit zeker zal worden gestimuleerd. In de plannen is voorzien in goed toegankelijke fietsparkeervoorzieningen, om daarmee het gebruik van milieuvriendelijke vervoerwijzen te bevorderen. Ook zullen -indien daar vanuit de gebruikers draagvlak voor bestaat- voorzieningen voor deelmobiliteit en/of elektrisch aangedreven voertuigen in de planvorming worden gefaciliteerd. Het initiatief is gelet hierop haalbaar voor wat betreft verkeer en parkeren.

73

5

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1

Economische uitvoerbaarheid

5.1.1

Wettelijk kader Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) op 1 juli 2008 is het onder omstandigheden verplicht om aan het nemen van een ruimtelijk besluit, een exploitatieplan te koppelen. Onder aangewezen bouwplan wordt krachtens art. 6.2.1 Bro onder andere verstaan de bouw van één of meer woningen of andere hoofdgebouwen. Er is derhalve sprake van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro als onderdeel van afdeling 6.4 inzake de grondexploitatie. Een exploitatieplan is niet verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie van de in het bestemmingsplan opgenomen gronden op een andere wijze is verzekerd (artikel 6.12, lid 2 Wro) zoals een vooraf afgesloten privaatrechtelijke overeenkomst of indien het stellen van eisen of regels niet noodzakelijk is.

5.1.2

Beoordeling en conclusie De begeleiding van de planologische procedure is door middel van het heffen van leges gedekt. Alle overige kosten (inclusief onderzoeken) voor onder andere het herontwikkelingsplan van de panden wordt bekostigd door initiatiefnemer. Tussen de gemeente Edam-Volendam en de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst ondertekend, waardoor het kostenverhaal is verzekerd en kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.2.1

Participatie Er heerst een grote betrokkenheid onder bewoners van het centrum, ondernemers in horeca en detailhandel in de binnenstad van Edam en van verenigde groepen. De gemeente heeft op 21 juni 2018 is daarom een bijeenkomst belegd met de verschillende stakeholders. Van die avond is een verslag gemaakt. Het heeft de basis gevormd voor verdiepende gesprekken met de verschillende stakeholders. Alle opgehaalde informatie heeft input gevormd voor deze integrale visie voor het centrumgebied van Edam. Zoals aangegeven, heeft initiatiefnemer een Communicatie en participatieplan Hoogstraat Edam, vervaardigd. Samen met de gemeente, de buurtbewoners, vereniging Oud Edam en Ondernemersvereniging Edam heeft HSB gevoerd met de stakeholders en zal dit blijven doen; met als eerstvolgende mijlpaal in het proces het vastleggen van het bestemmingsplan en het verkrijgen van de omgevingsvergunning. Daaropvolgend komen de volgende mijlpalen zoals de ontwikkel- en realisatiefase. Tijdens het gehele proces zal de ontwikkelingsmanager van HSB het aanspreekpunt zijn voor de gemeente.

74

5.2.2

Overleg Het voorontwerp bestemmingsplan Hoogstraat is aan de overlegpartners van de gemeente Edam-Volendam verstuurd in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro. Er is een reactie ontvangen van de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland, Liander en de Vereniging Oud-Edam. De reacties zijn hierna samengevat en van een antwoord voorzien. Tevens is aangegeven of de reactie aanleiding vormt het bestemmingsplan aan te passen. 1. Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland 1.1. De veiligheidsregio wijst op de N247. De kans op een ongeval met gevaarlijke stoffen is klein maar de gevolgen kunnen groot zijn. Bij een aanrijding met een tankauto kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen. Voor meer informatie verwijst de Veiligheidsregio u naar het scenarioboek, te vinden op www.scenarioeboekev.nl. Bij een giftige wolk is het beste handelingsperspectief binnen blijven/schuilen, ramen en deuren sluiten en eventuele mechanisch ventilatie uitschakelen Beantwoording gemeente: deze informatie wordt opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. 1.2. Voor de bereikbaarheid is de weguitvoering (onder anderen breedte en asbelasting) van belang. In dit stadium kunnen deze aspecten nog niet worden getoetst. Bij de verdere detailuitwerking van het plan zal dit moeten worden meegenomen om de bereikbaarheid van hulpdiensten te borgen.

Beantwoording gemeente: de omliggende wegenstructuur wordt niet aangepast als onderdeel van dit bestemmingsplan. 1.3. In het plangebied ontbreekt een primaire bluswatervoorziening (brandkranen). De dichtstbijzijnde brandkraan bevindt zich ter hoogte van de Hoogstraat 14. Of er sprake is van een adequate bluswatervoorziening zal bij de aanvraag omgevingsvergunning en inrichting van het plangebied verder moeten worden beschouwd. Beantwoording gemeente: dit onderdeel wordt meegenomen als onderdeel van de omgevingsvergunning. Voor het bestemmingsplan zijn er geen consequenties. 1.4. De Veiligheidsregio adviseert gemeente Edam-Volendam om bij de besluitvorming over het plan de volgende maatregelen/aspecten mee te wegen: 1. de woningen te voorziening van een afschakelbare ventilatie; 2. bij de verdere uitwerking van het plangebied in overleg te treden met het team Risicobeheersing. Beantwoording gemeente: eerst genoemde maatregel zal worden voorgelegd aan ontwikkelaar met het verzoek deze te installeren. Verder zal de gemeente in overleg treden met de Veiligheidsregio op het moment dat de openbare ruimte wordt ingericht. Voor het bestemmingsplan leidt deze reactie niet tot een aanpassing.

75

2. Liander 2.1. Liander heeft geen opmerkingen op het bestemmingsplan. Beantwoording gemeente: de reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3. Vereniging Oud-Edam 3.1. De vereniging stelt zich ten doel het stedenschoon van Edam en omgeving te bewaren, te beschermen en waar mogelijk te vermeerderen. Als hoeder van het beschermd stadsgezicht houdt de vereniging de vinger aan de pols waar het gaat om de kwaliteitsbewaking van de openbare ruimte en het handhaven en versterken van de stadsstructuur, het ritme van de stad. Dat is ook het uitgangspunt bij de ontwikkeling van de Hoogstraat en het Brandweerterrein en het onderhavige voorontwerpbestemmingsplan. Beantwoording gemeente: Wij hebben deze reactie voor kennisname aangenomen. De gemeente waardeert en respecteert de inbreng van de Vereniging Oud Edam. Maar wil de vereniging wel wijzen op het feit dat de Vereniging Oud Edam onderdeel is geweest van de beoordelingscommissie. In de brief d.d. 19 april 2019 geven jullie ook aan dat de vereniging uiteraard niet anders kan doen dan de uitslag van woensdag 17 april 2019 te respecteren. Wel gaven jullie aan nog enkele kanttekeningen te hebben m.b.t. hoogtes, stijl, materiaalkeuze e.d.. Het gevoel bekruipt ons dat er vanuit de vereniging wordt ingezet op een geheel nieuw plan.

Echter het voorliggende plan is het resultaat van een prijsvraag, waarbij niet alleen de vereniging betrokken was. De gemeente staat daarom achter dit plan. De ontwikkelaar heeft nu voor dit plan (de kaders) een bestemmingsplan laten opstellen, wat nu gereed is voor de volgende fase, namelijk de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Wel is ten opzichte van het voorontwerp een cultuurhistorische onderbouwing van het bureau The Missing Link aan het bestemmingsplan toegevoegd. Zodat de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Voor kanttekeningen m.b.t. stijl, materiaalkeuze etc. ziet de gemeente een rol weggelegd voor de Welstands- en Monumentencommissie Edam-Volendam. 3.2. Het voorontwerp bestemmingsplan sluit aan bij het plan van de ontwikkelaar en niet bij het gemeentelijke en rijksbeleid voor het beschermde stadsgezicht. Ook sluit het niet aan bij het door de gemeente vastgestelde Ontwikkelingskader. Beantwoording gemeente: het voorontwerp bestemmingsplan is er inderdaad op gericht een ontwikkeling mogelijk te maken, namelijk het plan dat een prijsvraag heeft gewonnen voor herontwikkeling van dit gebied, gebaseerd op het door de gemeente vastgestelde Ontwikkelingskader.

Het plan komt functioneel tegemoet aan het ontwikkelkader door de realisatie van een commerciële plint met winkelruimte aan de Hoogstraat en een aanbod van verschillende woningen voor verschillende doelgroepen. De dichtheid van het plan blijft binnen de gestelde kaders van het ontwikkelkader. De variatie in beukmaten, verdiepingshoogten, bouwhoogten, bouwdiepten, gevelbeelden en kapvormen draagt bij aan de architectonische verscheidenheid en past bij de bebouwingskarakteristiek van het stadsgezicht van Edam. De bouwhoogte van de panden heeft een opbouw in de richting van de Dam hetgeen de aanloop van de Hoogstraat in die richting benadrukt. De bouwhoogten passen binnen de schaal van het stadsgezicht en dragen bij aan het “intieme stedelijke beeld” van de Hoogstraat, zoals dat in het aanwijzingsbesluit wordt omschreven. De toegepaste kapvormen dragen bij aan de gewenste architectonische verscheidenheid, zijn gebiedseigen en vormen dus geen aantasting van de in het bestemmingsplan onder 23.1 genoemde waarden. De geschakelde woningen op de plek van de kazerne passen met een enkele laag en een kap prima in de kleinschalige context van het binnenterrein. Met de oriëntatie

76

en positionering van deze woningen komt het plan tegemoet aan de uitgangspunten in het ontwikkelkader voor kwaliteit en veiligheid. In het bestemmingsplan is onderbouwd hoe wordt voldaan wordt aan het rijks- en gemeentelijk beleid voor het beschermd stadsgezicht. De cultuurhistorische onderbouwing geeft het volgende aan: De aanwezige cultuurhistorische waarden en de bebouwings- en verkavelingspatronen worden goed in acht genomen bij het opgestelde plan. Het bestemmingsplan doet recht aan de kernkwaliteiten van het Beschermd Stadsgezicht, de cultuurhistorische waarden en de karakteristieken van het plangebied worden ruim voldoende gewaarborgd. De reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.3. De toelichting bij de Aanwijzing tot rijks-beschermd stadsgezicht gaat uitvoerig in op de karakteristieke waarden van de binnenstad van Edam, met name in zone A (kernzone), waarin de Hoogstraat valt en zone B waarin het Brandweerterrein deels ligt. Er wordt gewezen op grachten (havens), doorkijkjes, straatjes, de grote verscheidenheid in voorgevels en de wisselende rooilijn van de achtergevels, de verschillende bouwhoogtes en –dieptes, het vele groen en de oriëntatie op het Damplein. Die eenheid in verscheidenheid geeft de oude kom zijn dynamiek en ritme. Wat betreft de oriëntatie op het Damplein, is ook de Hoogstraat een toegang, een aanloop tot het Damplein.

Beantwoording gemeente: Door bureau The Missing Link is een cultuurhistorische onderbouwing opgesteld. Deze onderbouwing maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan en is als bijlage 10 toegevoegd aan de Toelichting. Met het toevoegen van deze onderbouwing is ruim voldoende aandacht besteedt aan de bovenstaande reactie van Oud Edam. 3.4. Hoe verhoudt het voorontwerpbestemmingsplan zich tot het gemeentelijke beleid? De vereniging concludeert dat er in het voorgelegde plan niet aan de gestelde eisen wordt voldaan, aangezien de karakteristieke kenmerken van het beschermd stadsgezicht worden aangetast en dat de gemeentelijke beleidskaders op wezenlijke punten niet worden gevolgd. Beantwoording gemeente: Alle plannen zijn vooraf getoetst aan de kaders en passen daar binnen. Tijdens het overleg tussen de gemeente en de Vereniging Oud Edam is geconstateerd dat de gemeente een bepaalde bandbreedte ziet binnen de kaders en dat de vereniging daar minder ruimte voor ziet. Verder wordt verwezen naar de conclusie uit de cultuurhistorische onderbouwing. Deze ondersteunen onze conclusie. De reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.5. De vereniging wijst op pagina 10 van de toelichting, dat lijkt te suggereren dat omdat er geen panden meer staan, de plek er niet meer toe doet en iedereen zijn gang kan gaan.

Beantwoording gemeente: op deze plek is slechts getoetst aan het geldende bestemmingsplan om te constateren wat de strijdigheden zijn. Van een suggestie als benoemd is geen sprake. De reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.6. Het voorontwerpbestemmingsplan gaat voorbij aan een wezenlijk kenmerk van het beschermde stadsgezicht: het karakter, het ritme en de dynamiek van deze plek. Het lijkt te willen zeggen: “nu de panden er niet meer zijn, doet de plek er ook niet meer toe, hoeven we ons niet meer te houden aan het bestemmingsplan Beschermd Stadsgezicht en kan iedereen zijn gang gaan. Hiermee ontneemt het voorontwerpbestemmingsplan de Hoogstraat zijn waarde. Het is in strijd met het bestemmingsplan stadsgezicht.

77

Beantwoording gemeente: Wij zijn het niet eens met deze reactie. Het betreft hier het winnende plan die door een jury, waar de vereniging samen met omwonenden, middenstand, het college en de gemeenteraad onderdeel van is geweest, is gekozen. Het in ontwikkeling zijnde bestemmingsplan is hier op toegesneden. Het plan past binnen de gestelde kaders en het beschermd stadsgezicht is geborgd in het opgestelde bestemmingsplan. Verder wordt verwezen naar de cultuurhistorische onderbouwing. De exacte vormgeving van de panden voorts is een kwestie van welstand en valt buiten het bestek van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.7. Het samengevoegde pand dat met de nokrichting parallel aan de Hoogstraat wijkt af van de regels, is detonerend, ook qua massa en past niet in de hoofdstructuur. De afwisseling in diepte van de panden ontbreekt; de ritmiek van de gevelwand hoort te bestaan uit nokken met een breedte van een enkel perceel, haaks op de Hoogstraat. Het plan heeft een gesloten karakter en zal geen onderdeel uitmaken van de stad. Het brandweerterrein hoort één geheel te vormen met de Hoogstraat. De vereniging voegt een concept verbeelding bij voor een aangepaste regeling en verzoekt deze op te nemen in het bestemmingsplan. Beantwoording gemeente: de kaders voor herontwikkeling zijn door de gemeente vastgelegd in het Ontwikkelingskader.

Het bestemmingsplan is hier op toegesneden; het bestemmingsplan is daarmee stedenbouwkundig acceptabel. De gemeente ziet derhalve geen aanleiding de voorgestelde aanpassingen door te voeren en de geuite kritiek op het plan wordt door de gemeente niet gedeeld. De exacte vormgeving van de panden voorts is een kwestie van welstand en valt buiten het bestek van het bestemmingsplan. De reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.8. Om te laten zien hoe een grote oppervlakte in een oude binnenstad, beschermd stadsgebied bovendien, vormgegeven kan worden conform het beleid en alle door de gemeente zelf opgestelde regels, is de vereniging zo vrij geweest om de gewenste situatie plangebied Hoogstraat – binnenterrein – doorgang Voorhaven als bijlage bij de reactie te voegen. Beantwoording gemeente: Wij hebben deze reactie voor kennisname aangenomen. De reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

5.2.3

Zienswijzen In navolging van het bepaalde in artikel 3.8 Wro jo. afd. 3.4 Awb heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Een ieder kon zijn of haar zienswijzen indienen. Er zijn 2 zienswijzen ingediend, die zijn beantwoord in een nota van zienswijzen, toegevoegd als bijlage aan dit bestemmingsplan 12. Hier is tevens aangegeven of de zienswijze aanleiding geeft tot aanpassingen in het bestemmingsplan. ook zijn enkele ambtshalve wijzigingen benoemd.

5.2.4

Conclusie Het bestemmingsplan word gelet hierop geacht maatschappelijk uitvoerbaar te zijn.

12 Nota van beantwoording zienswijzen, gemeente Edam-Volendam, 26 maart 2021

78

6 6.1

Juridische regeling Inleiding Het bestemmingsplan omvat een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen kunnen niet los van elkaar worden gezien en dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden toegepast. De toelichting heeft geen eigen rechtskracht, maar vormt wel een belangrijk onderdeel van het plan.

6.2

De verbeelding Sinds de Wro in werking is getreden is het digitale bestemmingsplan leidend. De verbeelding bij dit plan is te raadplegen via de website RO Online (ruimtelijkeplannen.nl) en via de gemeentelijke website. Per locatie worden via deze digitale verbeelding alle relevante aspecten op eenvoudige wijze ontsloten. Op de verbeelding hebben alle binnen het plangebied gelegen gronden een bestemming gekregen. Als uitgangspunt geldt daarbij dat de bestemming overeenstemt met het bestaande gebruik van de betreffende gronden. Binnen de bestemmingen zijn op de verbeelding diverse aanduidingen aangegeven. Aanduidingen hebben slechts juridische betekenis voor zover deze daaraan in de regels is toegekend. Een aantal aanduidingen heeft geen enkele juridische betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding (bijvoorbeeld topografische gegevens en de gemeentegrens). Deze aanduidingen worden daarom verklaringen genoemd. Naast bestemmingen en aanduidingen komen op de verbeelding zogenaamde zones voor. Deze zones zijn gebiedsaanduidingen en ze geven gebieden aan waarbinnen bijzondere beperkende en/of aanvullende regels gelden ten behoeve van de bescherming van een specifiek belang of een specifieke waarde. Zones vallen niet samen met bestemmingen, maar liggen over (een gedeelte van) één of meer bestemmingen heen.

6.3

De regels De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de planregels (artikel 2). Er is een afwijkende regeling opgenomen voor het peil zoals dat geldt ter plaatse van de Hoogstraat. Dit heeft te maken met het aflopende hoogteprofiel ter plaatse. om onduidelijkheid te voorkomen is in een bijlage aangegeven waar hier het peil geldt, zie 79

ook navolgende afbeelding. Hier is ook te zien dat een deel van de schoorstenen / gevels iets uitsteekt boven op de verbeelding opgenomen hoogtematen. Deze worden bij wijze van toegestane overschrijding toegestaan.

Peil nieuwe situatie, ontwerp W3 architecten 2. Bestemmingsregels. In het tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels opgenomen. Ook de dubbelbestemmingen zijn in dit hoofdstuk opgenomen. Die staan, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn de bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot de bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventuele wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. In de algemene bouwregels zijn bepalingen opgenomen voor afwijkende bestaande maatvoering. Dit geldt ook voor de algemene gebruiksregels v.w.b.

“aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten”. 4. Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk overgangsregels en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

80

6.4

Opbouw regeling per bestemming Om recht te doen aan het uitgangspunt dat het plan niet meer dient te regelen dan noodzakelijk is, kent het plan een beperkt aantal bestemmingen. Ook de bijbehorende bouw- en gebruiksregels zijn waar mogelijk beperkt in aantal en in mate van gedetailleerdheid. De regels hebben voor elke bestemming dezelfde opbouw met achtereenvolgens, voor zover aanwezig, de volgende leden: 1 bestemmingsomschrijving; 2 bouwregels; 3 nadere eisen; 4 afwijken van de bouwregels; 5 specifieke gebruiksregels; 6 afwijken van de gebruiksregels; 7 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; 8 omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; 9 wijzigingsbevoegdheid. Centraal staat de bestemmingsomschrijving. Daarin worden limitatief de functies en waarden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan respectievelijk worden beschermd. In een aantal gevallen geeft de bestemmingsomschrijving daarbij nog een nadere beperking in de vorm van een bestemmingscategorie of bijvoorbeeld een gebiedsbegrenzing, een maximale oppervlakte- of inhoudsmaat dan wel een beperking tot de bestaande bebouwing. De bouwregels zijn direct aan de bestemmingsomschrijving gerelateerd. Ook de gebruiksregels zijn gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving, zij het dat deze regels zijn opgenomen in de algemene gebruiksregels in hoofdstuk 3.

Hierin is bepaald dat het verboden is de onbebouwde grond en/of de daarop aanwezige bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met het in het plan bepaalde. Bedoeld wordt een gebruik in strijd met de bestemmingsomschrijving. Daarnaast is geregeld dat er binnen het plangebied maximaal 14 woningen aanwezig mogen zijn, dit conform het bepaalde hieromtrent in het Ontwikkelingskader. De afwijking van gebruiks- of bouwregels en wijzigingsregels geven burgemeester en wethouders bevoegdheden om onder voorwaarden een afwijking van een regel toe te staan dan wel onder voorwaarden het plan te wijzigen.

6.5

De bestemmingen Hoofdbestemmingen Het bestemmingsplan kent de volgende (hoofd-)bestemmingen: Artikel 3: Gemengd De nieuwe panden aan de Hoogstraat hebben allen de bestemming Gemengd gekregen. In de plint mogen commerciële functies komen en woningen; in de verdiepingen mag enkel worden gewoond. Tevens is een maximale goot- en bouwhoogte opgenomen die zijn afgestemd op het plan (zie hoofdstuk 2) en er mag één gebouw ten be81

hoeve van een berging worden gerealiseerd. De plek waar de nieuwe panden mogen worden gebouwd is voorts met een bouwvlak aangeduid. De dubbelbestemming Waarde- Edams-Volendams Erfgoed is er vanaf gehaald. Artikel 4: Tuin De erven hebben de bestemming Tuin gekregen. Binnen de aanduiding parkeren zijn (privé) parkeerplaatsen toegestaan. Binnen de aanduiding bijgebouw mag een vrijstaand bijgebouw (bijvoorbeeld een berging) worden gerealiseerd. Artikel 5: Verkeer- Verblijfsgebied Het binnenterrein heeft de bestemming Verkeer-Verblijfsgebied gekregen, waarbinnen ook groen- en watervoorzieningen mogelijk zijn. De gronden zijn openbaar en kennen een functie ten behoeve van verkeer en verblijf. Artikel 6: Wonen De nieuwe woningen en de bestaande panden in het binnenterrein hebben de bestemming Wonen gekregen. De locatie is met een bouwvlak nader geregeld en er zijn maximale goot- en bouwhoogtes opgenomen (voor de bestaande panden zijn dit bestaande maten). Dubbelbestemmingen Artikel 7: Waarde – Archeologie 2 Het bestemmingsplan kent ten eerste de dubbelbestemming: Waarde – Archeologie 2. Deze is bedoeld om ter plaatse de mogelijk aanwezige archeologische waarden te beschermen. Artikel 8: Waarde – Beschermd Stadsgezicht Dit artikel beoogt de waardevolle elementen van het beschermd stadsgezicht van Edam te beschermen en geldt voor het gehele plangebied.

Artikel 9: Waarde – Edam- Volendams Erfgoed Deze dubbelbestemming geldt alleen voor het beeldbepalend pand gelegen op het binnenterrein. Er is tevens een aanduiding beeldbepalend pand opgenomen. De hierbij behorende regeling komt uit het geldende bestemmingsplan en is één op één overgenomen in dit plan. De regeling ziet er onder meer op toe dat het pand niet ‘zomaar’ gesloopt’ of qua uiterlijk veranderd kan worden, zulks in verband met de aan het pand toegekende cultuurhistorische waarden.

82

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=01d39ef7-b113-478a-8ff4-68638f3d0077