CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadhuisstraat 52_Toelichting_1

Raadsvergadering 13 juni 2024, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Raadhuisstraat 52 Oosthuizen.18.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Het plangebied zal als gevolg van de plannen niet volledig ongeschikt worden voor de te verwachten vleermuissoorten die rondom de bebouwing en opgaande beplanting foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vleermuizen door verlies van foerageergebied treden niet op. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.

GEBIEDSBESCHERMING Wet- en regelgeving In de Wet natuurbescherming is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied.

30

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

Raadhuisstraat 52

Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Nationale omgevingsvisie. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN en de bijbehorende natuurverbindingen is voor Noord-Holland uitgewerkt in de Omgevingsverordening NH2020 (vastgesteld 16-11-2020). Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid (omgevingsverordening NH2020) wordt buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). Dat zijn gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn én niet vallen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland.

Resultaten Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft 'Polder Zeevang'. Het plangebied ligt niet in en grenst niet aan Natura 2000-gebied 'Polder Zeevang'. Hierdoor zijn in potentie effecten alleen mogelijk door externe werking. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing, wegen en agrarisch gebied. Gezien de grote afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is Eilandspolder dat op meer dan 7 kilometer afstand ten westen van het plangebied ligt. Een stikstofberekening is uitgevoerd om negatieve effecten vanwege stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in beeld te brengen (zie 4.2.3) Als gevolg van de plannen wordt dan ook geen stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/ja in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden verwacht. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) in Noord-Holland kent geen externe werking. Door de uitvoering van de plannen gaat geen NNN of BPL verloren, waardoor negatieve effecten op deze gebieden kunnen worden uitgesloten.

Conclusie beknopte natuurtoets Voor een toetsing aan de soortenbescherming van de Wnb is, op basis van het uitgevoerde veldbezoek (d.d. 4 februari 2021) en het raadplegen van bronnen, in eerste instantie een nog onvoldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Nader onderzoek is in villa nodig naar de aan- of afwezigheid van foerageergebied en jaarrond beschermde nesten van huismus en onderzoek naar de aan- of afwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw en verblijfplaatsen van vleermuizen. In de achtergelegen tuin is nader onderzoek nodig naar de aan- of afwezigheid van boomvalk en ransuil en naar de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van wezel en hermelijn. Bij de planning en uitvoering van het plan dient verder rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Het nader onderzoek voor de hiervoor genoemde soorten is uitgevoerd in in paragraaf 4.2.2 opgenomen. Een nadere analyse in het kader van de gebiedenbescherming van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van natuurlijke habitats en soorten. Voor deze activiteit is daarom geen vergunning op grond van de Wnb nodig. Het plan is daarnaast op het punt van

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

31

Raadhuisstraat 52

provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening.

4.2.2 Nader onderzoek soortenbescherming Uit de beknopte natuurtoets kwam naar voren dat in de bestaande bebouwing binnen het plangebied mogelijk jaarrond beschermde nest- of verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en vleermuizen aanwezig zijn. Verder zijn in de achtergelegen tuin bij de villa mogelijk jaarrond beschermde nest- en verblijfplaatsen van ransuil, boomvalk en kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) aanwezig. Om aan te tonen dan wel uit te sluiten dat binnen het plangebied jaarrond beschermde nest- of verblijfplaatsen van bovengenoemde soorten aanwezig zijn, is in 2021 nader onderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van het nader onderzoek, zie Bijlage 5, blijkt het volgende: Als gevolg van de sloop van de huidige bebouwing en de bouw van nieuwe woningen worden 16 jaarrond beschermde nestplaatsen van gierzwaluw, één jaarrond beschermde nestplaats van huismus, één zomerverblijfplaats en één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis vernietigd. Hiervoor is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Verder gaan geen jaarrond beschermde nesten van ransuil en/of boomvalk of leefgebied van kleine marterachtigen verloren als gevolg van de kap van de bomen op het perceel. Wel moet buiten het broedseizoen van algemene vogelsoorten worden gewerkt.

Actualiteit onderzoek In februari 2021 heeft een eerste inventarisatie van het plangebied plaatsgevonden in de vorm van een beknopte natuurtoets. Naar aanleiding van de resultaten van deze eerste inventarisatie heeft in 2021 nader onderzoek in het plangebied plaatsgevonden, waarvan de rapportage dateert van november 2021. Uit het nader onderzoek kwam naar voren dat een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk was. Gedurende de ontheffingsaanvraag is gebleken dat de omstandigheden in het plangebied waren gewijzigd waarmee aanleiding ontstond om opnieuw een inventarisatie van het plangebied uit te voeren, zie Bijlage 6. Uit het onderzoek komt naar voren dat als gevolg van de kap van het bosje een nestplaats van ransuil verloren gaat, hiervoor dient ontheffing te worden aangevraagd. Verder moet rekening worden gehouden met het broedseizoen van overige vogels. Het vernielen en beschadigen van nesten van vogels tijdens het broedseizoen is verboden. Er gaan geen jaarrond beschermde nesten, verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van buizerd, huismus, kleine marterachtigen of vleermuizen verloren als gevolg van de ontwikkelingen. De ontheffingsaanvraag is aangevuld met deze nieuwe resultaten.

Op 19 januari 2023 is de aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 3.3, lid 1 en 3.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming aangevraagd. Op 11 maart 2024 is de gevraagde ontheffing verleend, zie Bijlage 7. Indien gewerkt wordt conform ontheffing is het planvoornemen wat betreft de soortenbescherming uitvoerbaar.

32

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

Raadhuisstraat 52

4.2.3 Stikstofberekening De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden zijn: Polder Zeevang, gelegen op een afstand van circa 1 km; Markermeer & IJmeer, gelegen op een afstand van circa 3 km; Eilandspolder, gelegen op een afstand van circa 7 km; Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder, gelegen op een afstand van 9 km. Ten behoeve van de ontwikkeling van het planvoornemen is een stikstofberekening uitgevoerd met het programmapakket Aerius. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 8.

Uit de rapportage blijkt dat als gevolg van het planvoornemen geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een projectbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Geconcludeerd kan worden dat door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden optreedt. Een vergunning van de Wnb is in het kader van de stikstofdepositie dan ook niet nodig.

Actualiteit onderzoek De stikstofberekening behorende bij het ontwerpbestemmingsplan dateerde van 2021. In de tusenliggende periode heeft de wetgever diverse nieuwe inzichten gekregen over de wijze van rekenen met betrekking tot de effecten van stikstofdepositie op beschermde Natura 2000-gebieden. In 2024 heeft daarom een actualisatie van de berekening plaatsgevonden. 4.2.4 Conclusie Ten behoeve van de ontwikkeling zijn diverse onderzoeken in het kader van de Wet natuurbescherming, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Omgevingsverordening NH2020. uitgevoerd. Uit de onderzoeken die in voorgaande subparagrafen zijn besproken blijkt dat het planvoornemen wat betreft het aspect ecologie uitvoerbaar is.

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

33

Raadhuisstraat 52

4.3

Geluidhinder

De Wet geluidhinder (Wgh) is erop gericht om de geluidhinder vanwege onder andere wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai te voorkomen en te beperken. De Wgh bepaalt dat de 'geluidsbelasting' op gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan een in de wet bepaalde norm. Voor het wegverkeerslawaai is deze norm 48 dB; voor spoorweglawaai bedraagt deze 55 dB en voor industrielawaai is de norm 50 dB(A). Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een geluidsgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidszone. De nieuw te realiseren woningen bevinden zich in de nabijheid van de provinciale weg N509 en de Raadhuisstraat zodat een akoestisch onderzoek noodzakelijk is.

Onderzoek In opdracht van Raadhuisstraat B.V. heeft BügelHajema Adviseurs een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar geluidsbelasting op de woningen welke worden gerealiseerd in het kader van het Bestemmingsplan Raadhuisstraat 52 in Oosthuizen in de gemeente Edam-Volendam. De Wet geluidhinder beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevel van de woningen en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Toetsing van de karakteristieke geluidwering voor het vaststellen van de binnenwaarde van de woningen valt buiten het kader van dit onderzoek. Onderstaand is ingegaan op de toetsing en de conclusies uit het onderzoek. Het volledige akoestisch onderzoek is opgenomen als Bijlage 9.

Toetsing De in de nabijheid van het plangebied gelegen N509 kent ter plaatse een maximum snelheid van 60 km/uur. De weg is gelegen in buitenstedelijk gebied. Deze weg kent derhalve een zone van 250 meter. De nieuwbouwlocatie is gelegen binnen deze zone. De in de nabijheid van de locatie gelegen Raadhuisstraat kent een maximum snelheid van 30 km/uur. Deze weg kent formeel gezien geen zone. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie wordt deze weg toch betrokken in het akoestisch onderzoek. Aangetoond moet worden of ten gevolge van deze weg sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Bij gebrek aan een wettelijk kader wordt bij de beoordeling van deze weg aangesloten bij de normstelling die de Wgh kent voor gezoneerde wegen. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt als richtwaarde beschouwd. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt als maximaal aanvaardbare waarde beschouwd. Voorts wordt toepassing gegeven aan artikel 110g Wgh. Uit de berekeningen blijkt dat de woningen geen te hoge geluidsbelasting kennen vanwege de Provinciale weg N509. Wat betreft de Raadhuisstraat wordt bij de villa niet aan de richtwaarde van 48 dB voldaan. Het betreft een overschrijding van maximaal 2 dB op de noordgevel van de villa. Op de zijgevels wordt wel aan de richtwaarde voldaan.

Uit het onderzoek blijkt dat maatregelen aan de weg of tussen de weg en villa niet mogelijk zijn. Geadviseerd wordt om de gevels in de villa zodanig te dimensioneren dat een binnenwaarde van 33 dB bij gesloten ramen en deuren niet wordt overschreden. Vanwege de huidige bouwtechnieken en de omstandigheden dat alleen kleine overschrijding op de voorgevel is berekend mag verwacht worden dat een dergelijke binnenwaarde te realiseren is. De Raadhuisstraat betreft een waar

34

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

Raadhuisstraat 52

een maximumsnelheid van 30 km/uur is toegestaan. Voor dergelijke kan geen hogere waarde in het kader van de Wet geluidhinder worden verleend.

Actualiteit onderzoek Het akoestisch onderzoek dat in het kader van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden dateert van oktober 2022 en is daarmee ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan niet ouder dan twee jaar. Het onderzoek is gebaseerd op actuele verkeersgegevens en houdt daarnaast rekening met een groei van 1% per jaar tot 2032. De resultaten van het onderzoek zijn daarmee bij vaststelling van het bestemmingsplan nog steeds representatief op basis waarvan een zorgvuldig besluit tot vaststelling van het plan kan worden genomen.

Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat de woningen voldoen aan de wettelijke eisen wat betreft het wegverkeerslawaai en dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. De Wgh verzet zich derhalve niet tegen de komst van de woningen. Het planvoornemen is wat betreft het aspect geluidhinder uitvoerbaar.

4.4

Bodem

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in de toelichting inzicht verkregen moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. Dit betekent dat er onder andere inzicht verkregen moet worden in de noodzakelijke financiële investering van een (mogelijk noodzakelijke) bodemsanering. Een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is dus feitelijk een onderdeel van de onderzoeksverplichting van B&W en de gemeenteraad bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan. Hierbij moet worden opgemerkt dat ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening het bestemmen van gronden met een bodem van onvoldoende milieuhygiënische kwaliteit met een hiervoor gevoelige bestemming in beginsel moet worden voorkomen. Een bepaalde mate van bodemverontreiniging hoeft in veel gevallen niet direct een probleem op te leveren. In veel gevallen zal historisch onderzoek inzake de betreffende verdachte locatie kunnen uitwijzen of er voldoende aanleiding is om ook bodemonderzoek te laten uitvoeren. Met een oriënterend bodemonderzoek en/of een nader bodemonderzoek kan worden vastgesteld of inderdaad sprake is van bodemverontreiniging, en zo ja, in welke mate en van welke omvang. Op basis van een nader onderzoek kan de provincie bepalen of er een noodzaak is tot gedeeltelijke of gehele sanering van de locatie en of er beveiligingsmaatregelen moeten worden getroffen.

Daarbij zal ook de huidige en/of toekomstige bestemming en het gebruik van de locatie een rol spelen uit welke saneringsvarianten kan worden gekozen. 4.4.1 Verkennend onderzoek Om te bepalen of de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor het beoogde gebruik is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd door Vlas Bodem B.V. Het onderzoek is aangevuld met een asbest in grond onderzoek conform NEN 5707. In Bijlage 10 is de volledige rapportage opgenomen. Ter plaatse van het voorste gedeelte van de locatie (huis en schuur) is in de zwak tot matigpuinhoudende bovengrond lood aangetoond in gehalten die de interventiewaarden overschrijden. De sterke verhoging met lood is ook in de ondergrond aangetoond, plaatselijk tot

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

35

Raadhuisstraat 52

1,25 m-mv. In de zuidoosthoek van de locatie (achterterrein) bevindt zich eveneens een verhoging met lood boven de interventiewaarde in de bovengrond en ondergrond (tot tenminste 1,0 m-mv). Plaatselijk is een verhoging boven de interventiewaarde aangetoond voor zink en koper. In het grondwater nabij het huis zijn lichte verhogingen ten opzichte van de streefwaarden aangetoond voor barium, koper, nikkel, zink en xylenen (som). In het grondwater op het achterterrein is barium gemeten in een concentratie die de streefwaarde overschrijdt. In de zwak tot matig puinhoudende bovengrond ter plaatse van het huis en de schuur is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond op en in de bodem. Ter plaatse van de gedempte sloot aan de zuidoostgrens van de onderzoekslocatie is zintuiglijk geen bodemvreemd materiaal aangetroffen die kan duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Ter plaatse van de woning en schuur en in de zuidoost hoek van de locatie overschrijden de gehalten aan zware metalen, met name lood, de toetsingswaarden voor nader onderzoek. Geadviseerd is een nader onderzoek uit te voeren naar de ernst en omvang van de verontreiniging met lood en plaatselijk koper en zink.

4.4.2 Nader onderzoek De aanleiding tot het uitvoeren van het nader bodemonderzoek zijn de resultaten van het verkennend bodemonderzoek, waarbij een verontreiniging met zware metalen in de grond is aangetoond. Dit onderzoek is uitgevoerd door het onderzoeksbureau Grondslag. De rapportage van dit nader onderzoek is in zijn geheel opgenomen in Bijlage 11. Het doel van het nader onderzoek is: het achterhalen van de oorzaak van de verontreiniging; het bepalen van de omvang in horizontale en verticale het vaststellen of er sprake is van een 'geval van ernstige bodemverontreiniging' in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb); De omvang van de verontreiniging is grotendeels in kaart gebracht. De oppervlakte van de twee verontreinigde terreindelen bedraagt circa 1800 m² voor het deel ter plaatse van de woning en schuur en 275 m² voor het zuidoostelijke deel. De gemiddelde dikte wordt op dit moment geraamd op 0,8 meter (spreiding tussen 0,4 en 1,2 meter). De totale omvang van de sterke verontreiniging in grond bedraagt circa 1660 m3 Er is sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. De hypothese dat de verontreiniging diffuus en heterogeen van aard is, waarbij mogelijk zones te onderscheiden zijn met hogere gehalten en zones met lagere gehalten, is bevestigd. Op het terrein zijn twee gebieden te onderscheiden waar de bodem sterk verontreinigd is.

Het terrein is in het verleden mogelijk opgehoogd/aangevuld met verontreinigde grond, afkomstig van elders. De verontreiniging is ontstaan voor 1987, waardoor er geen sprake is van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. Wanneer sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, dient dit gemeld te worden bij het bevoegd gezag. Het bevoegde gezag ten aanzien van de verontreiniging is provincie Noord-Holland. Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging geldt formeel een saneringsplicht. Deze saneringsplicht wordt echter pas door het bevoegd gezag geëffectueerd, indien sanering van de verontreiniging spoedeisend is, of indien er sprake is van een bestemmingswijziging en/of bouwactiviteiten.

36

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

Raadhuisstraat 52

In verband met het voornemen om op de onderzoekslocatie woningen te bouwen zal de aangetroffen verontreiniging gesaneerd moeten worden. Aanbevolen wordt om voorafgaand aan de sanering een saneringsplan op te stellen, waarin de aanpak van de sanering en de randvoorwaarden worden beschreven. In bepaalde gevallen is het mogelijk te saneren onder de BUS-regeling (Besluit Uniforme Saneringen), waarvoor een kortere en eenvoudiger procedure geldt. Het benodigde saneringsplan wordt opgesteld en waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van sanering onder de BUS-regeling.

Actualiteit onderzoek Ten behoeve van het planvoornemen is zowel een verkennend onderzoek als een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Beide onderzoeken dateren van respectievelijk september 2019 en november 2019 en zijn ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan circa vijf jaar oud. Uit het nader onderzoek is gebleken dat een sanering noodzakelijk is voor de aangetroffen bodemverontreiniging. Hiervoor dient een saneringsplan te worden opgesteld, waarbij na uitvoering van de sanering een eindcontrole van de bodemkwaliteit in het plangebied zal plaatsvinden. De noodzakelijke sanering heeft vanwege het aspect ecologie, zie paragraaf 4.2, nog niet plaatsgevonden. In de tussentijd hebben zich geen wijzigingen in het plangebied voorgedaan die aanleiding geven tot gewijzigde inzichten met betrekking tot de bodemkwaliteit in het plangebied. De resultaten van het onderzoek zijn daarmee nog steeds representatief op basis waarvan een zorgvuldig besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan kan worden genomen. 4.4.3 Conclusie In verband met het voornemen om op de onderzoekslocatie meerdere woningen te bouwen, zal de aangetroffen verontreiniging gesaneerd moeten worden. Hiervoor wordt een saneringsplan opgesteld en waar mogelijk gesaneerd onder de BUS-regeling.

De initiatiefnemer heeft in de planontwikkeling rekening gehouden met de eventuele saneringskosten en kan deze kosten dragen.

4.5

Externe veiligheid

De overheid heeft de afgelopen jaren veiligheidsnormen vastgelegd die in acht moeten worden genomen en waarmee zowel op het gebied van milieu als op het gebied van de ruimtelijke ordening rekening moet worden gehouden. Onderdeel van het veiligheidsbeleid is dat de afwegingen, ten aanzien van risico’s op ongevallen die doden en gewonden tot gevolg kunnen hebben, duidelijk zichtbaar moeten worden gemaakt en niet langer onbewust of impliciet plaatsvinden. Landelijk is de zogenoemde professionele risicokaart ontwikkeld. Hierop is onder andere informatie over risico’s van ongevallen met gevaarlijke stoffen opgenomen.

Onderzoek Om na te gaan of bij het planvoornemen ook aandachtspunten op het vlak van externe veiligheid aanwezig zijn, is de Risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in de directe omgeving geen risicobronnen aanwezig zijn en geen transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De dichtsbijzijnde risicobron is de LPG opslag van het Total tankstation aan de Hoornse Jaagweg te Oosthuizen. Deze ligt echter op 800 meter afstand van het plangebied, waardoor deze ruim buiten de risico contour valt.

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

37

Raadhuisstraat 52

Het dichtstbijzijnde transport van gevaarlijke stoffen betreft het transport over de nabijgelegen A7 (afrit 6 (Purmerend Noord) - afrit 7 (Avenhorn)) op een afstand van circa 1.3 km ten westen van het plangebied. Voor dit weggedeelte geldt een groepsrisicoplafond van 74 meter tot het middelpunt van de weg. Het plangebied ligt ruimschoots buiten het risicoplafond. Een nadere analyse van het groepsrisico is dan ook niet noodzakelijk. Met het planvoornemen worden daarnaast geen nieuwe risicobronnen gerealiseerd die kunnen leiden tot eventuele risico's voor nabijgelegen (beperkt) kwetsbare objecten.

Actualiteit onderzoek Voor vaststelling van het bestemmingsplan heeft een check plaatsgevonden van de meeste actuele Risicokaart (inmiddels te raadplegen via Atlas Leefomgeving). Er hebben zich geen wijzigingen in en in de omgeving van het plangebied voorgedaan die aanleiding geven tot andere resultaten als hiervoor beschreven.

Conclusie Het planvoornemen is wat betreft het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.

4.6

Water

Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen waarin is aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate er gevolgen zijn voor de waterhuishouding. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het doel hiervan is het waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Door middel van de watertoets wordt in een vroegtijdig stadium aandacht besteed aan het wateraspect. Het gaat hierbij om de thema's waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater.

WATERWET De Waterwet, die per 22 december 2009 van kracht is geworden, heeft gezorgd voor een ingrijpende bundeling van deze wetgeving. Daarnaast heeft het Nationaal Waterplan (NWP), waarvan de eerste versie tegelijk met de Waterwet is verschenen, een formele rol in de ruimtelijke ordening. Het eerste Nationaal Waterplan is tevens een structuurvisie op basis van de Waterwet en de Wro. Inmiddels is het tweede Nationaal Waterplan (NWP2) van kracht. Het plan beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050.

HOOGHEEMRAADSCHAP HOLLANDS NOORDERKWARTIER De waterbeheerder in en in de directe omgeving van het plangebied is het Hoogheemraadschap

38

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

Raadhuisstraat 52

Hollands Noorderkwartier (HHNK). Op 3 november 2015 is door het HHNK nieuw beleid vastgesteld in de vorm van het Waterprogramma. Hierin zijn de beleidsdoelen en uitgangspunten voor de periode van 2016-2021 beschreven. Dit is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, gericht op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Daarnaast beschikt het HHNK over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en –keringen.

Wateradvies Op 2 mei 2021 is via de digitale watertoets het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier geïnformeerd over het planvoornemen. De uitdraai van deze Watertoets is opgenomen in Bijlage 12. Uit het ontvangen advies blijkt dat voor het voornemen de normale procedure gevolgd kan worden. Dat betekent dat het planvoornemen van invloed is op de waterhuishoudkundige situatie.

WATERCOMPENSATIE Uit het voorlopig advies blijkt dat het planvoornemen een substantiële toename van verharding en bebouwing tot gevolg heeft. Binnen het plangebied vindt een verhardingstoename plaats van circa 3.000 m2. De onbebouwde percelen worden hierin voor 50% meegenomen. Een dusdanige toename van het verharde oppervlak heeft negatieve gevolgen voor het watersysteem. Het hemelwater stroomt versneld af en komt direct tot afvoer. Compensatie in de vorm van waterberging of infiltratie is noodzakelijk om deze negatieve effecten op te heffen. Bij een verhardingstoename van meer dan 2.000 m2 berekent het hoogheemraadschap aan de hand van diverse kenmerken van het plangebied een specifiek compensatiepercentage. Dat percentage is hier 15%. De initiatiefnemer van het ruimtelijk plan is verantwoordelijk voor de regeling, de financiering en de realisatie van compenserende maatregelen. Over de compenserende maatregelen heeft afstemming plaatsgevonden tussen de initiatiefnemer en het Hoogheemraadschap. Middels een maatwerkberekening is er 211 m3 waterberging nodig. Er wordt in het plan een wadi (Water Afvoer Drainage en Infiltrage) aangelegd. Deze wadi kan het grootste deel van de waterberging opvangen. Door middel van het aanleggen van de wadi's ontstaat er een mogelijkheid voor de opslag en infiltratie van hemelwater.

In de wadi kan het hemelwater infiltreren in de bodem of vertraagd afgevoerd worden naar oppervlaktewater. De afwatering van de in de nieuwbouw te realiseren verharding zal grotendeels richting de wadi worden opgelost. De overige compensatie zal plaatsvinden door extra water te graven langs de westzijde van het plangebied, ter plaatse van de aanwezige waterloop. KLIMAATADAPTATIE In het aanvullende wateradvies wordt het volgende meegegeven over klimaatadaptatie en planvorming. Door een veranderend klimaat wordt het weer steeds extremer, hierdoor zullen periodes van hitte en droogte maar ook van overvloedige regenval steeds vaker voorkomen. Het is belangrijk om hier in het ontwerp rekening mee te houden om ook in de toekomst een prettig leefklimaat te behouden. Het uitgangspunt is om het hemelwater zoveel mogelijk te bergen binnen het plangebied. Ruim bemeten (verdiepte) groenstroken en groene tuinen zijn zowel effectief bij wateroverlast als hittestress. Ook bolle of holle straatprofielen kunnen water bergen bij extreme neerslag.

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

39

Raadhuisstraat 52

Door toepassing van een wadi kan regenwater langer geborgen worden op eigen terrein en vertraagd worden afgevoerd in de bodem. Daarnaast worden in het plangebied groenstroken aangelegd waar water in kan infiltreren, maar ook bomen een plek gaan vinden. Hierdoor wordt hittestress voorkomen bij warmte. Onderzocht wordt in hoeverre platte daken van bijvoorbeeld bergingen een groen dak kunnen krijgen.

Actualiteit advies Hoewel in 2021 voor het eerst het plan kenbaar is gemaakt bij het Hoogheemraadschap heeft in de tussenliggende periode tot vaststelling van het bestemmingsplan, afstemming over de plannen plaatsgevonden tussen de initiatiefnemer en het Hoogheemraadschap. Dit heeft onder andere geresulteerd in een reactie van het Hoogheemraadschap op het ontwerpbestemmingsplan. De afstemming tussen beide partijen heeft geleid tot een aanvulling van de hiervoor weergegeven alinea's. De hiervoor beschreven uitgangspunten zijn dan ook een actuele weergave op basis waarvan een zorgvuldig besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan kan worden genomen.

Conclusie Wat betreft de waterhuishoudkundige aspecten is het planvoornemen uitvoerbaar.

4.7

Hinder van bedrijven

Wet- en regelgeving Bedrijven of andere milieubelastende bedrijvigheid in de directe omgeving van woningen of andere milieugevoelige gebieden kunnen daar (milieu)hinder vanwege geur, stof, geluid, gevaar en dergelijke veroorzaken. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat uitgangspunt is van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is het waarborgen van voldoende afstand tussen bedrijven en woningen noodzakelijk. Er dient te worden aangetoond dat het planvoornemen geen belemmering vormt voor nabijgelegen functies. Om te bepalen of aan dat criterium kan worden voldaan heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) uitgegeven. Daarin zijn richtafstanden opgenomen per bedrijfscategorie. Wanneer de afstand tussen een bedrijf en een gevoelig object groter of gelijk is aan de richtafstand die bij de betreffende bedrijfscategorie hoort, is dat een goede aanwijzing dat er geen sprake is van onevenredige bedrijfshinder. De publicatie van de VNG is niet bindend maar is enkel een hulpmiddel. De genoemde maten zijn richtinggevend, maar met een goede motivering kan en mag hiervan worden afgeweken.

Per bedrijfstype zijn voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de minimale afstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden.

Toetsing Met het planvoornemen wordt geen nieuwe bedrijvigheid mogelijk gemaakt. De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 6 appartementen en 12 grondgebonden woningen. Een woning is aan te merken als een hindergevoelig object en is daarmee gevoelig voor hinder vanwege nabijgelegen bedrijvigheid. Ten oosten van het plangebied bevindt zich een bedrijfsbestemming (transformatorstation naast

40

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

Raadhuisstraat 52

Bredehof 10) met een aanduiding voor een nutsbedrijf (nu). De bij deze milieucategorie behorende richtafstand is 30 meter. Onderzoek wijst uit dat het hier gaat om een middenspanningsinstallatie. Redelijkerwijs kan men stellen dat de aanwezigheid van deze middenspanningsinstallatie niet voor belemmering zorgt voor de nabijgelegen functies gezien er aangrenzend aan deze bestemming, meerdere woningen zijn gesitueerd. Deze afweging is dus al eens eerder gemaakt bij het opstellen van het vigerende bestemmingsplan. De afstand van de rand van de bedrijfsbestemming tot de gevel van de dichtstbijzijnde nieuw te bouwen woning bedraagt circa 75 meter. Aan de te hanteren richtafstand kan dan ook worden voldaan. Op korte afstand van de middenspanningsinstallatie, ten noordoosten van het plangebied aan de Raadhuisstraat 41, ligt een bestemming 'Gemengd'. Deze bestemming is geschikt voor kantoren, praktijkruimte, dienstverlening en detailhandel. De bijbehorende richtafstand hierbij is ook 30 meter. Met een afstand van circa 100 meter van de bestemmingsgrens tot de gevel van de dichtstbijzijnde nieuw te bouwen woning, wordt ruim aan deze richtafstand voldaan. Ten westen van het plangebied, aan de Raadhuisstraat 61, bevindt zich een kerk. De bijbehorende richtafstand voor kerkgebouwen bedraagt 30 meter op grond van geluid.

De afstand van de bestemmingsgrens tot de gevel van de dichtstbijzijnde nieuw te bouwen woning bedraagt circa 50 meter. Ook hier kan aan de te hanteren richtafstand worden voldaan. Verwacht mag worden dat de bedrijvigheid in de directe omgeving niet leidt tot eventuele hinder voor de nieuw te realiseren woningen. Omdat voldaan kan worden aan de te hanteren richtafstanden hebben de nieuwe woningen, voor wat betreft de uitwaartse zonering, geen beperkende invloed op de ontwikkelingsmogelijkheden van de bedrijvigheid in de directe omgeving.

Actualiteit toetsing Voor vaststelling van het bestemmingsplan heeft een check plaatsgevonden van de actuele situatie in de omgeving van het plangebied met betrekking tot bedrijven en milieuzonering. Er hebben zich geen wijzigingen in en in de omgeving van het plangebied voorgedaan die aanleiding geven tot andere resultaten als hiervoor beschreven.

Conclusie Het planvoornemen is wat betreft het aspect hinder vanwege bedrijvigheid uitvoerbaar.

4.8

Verkeer en parkeren

VERKEER Voor een ruimtelijk plan geldt dat verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen moeten worden onderbouwd. Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van de vuistregels en kengetallen die in de publicatie nr. 381 'Toekomstbestendig parkeren' (2018) van het CROW (het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) zijn aangereikt. De cijfers zijn algemeen van aard en gelden als hulpmiddel om de bandbreedte van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie bij ruimtelijke ontwikkelingen te kunnen bepalen. Voor meer specifieke oplossing dient rekening gehouden te worden met: bereikbaarheidskenmerken van een locatie; specifieke eigenschappen van een functie;

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

41

Raadhuisstraat 52

mobiliteitskenmerken van gebruikers/bezoekers van een functie; het gemeentelijk parkeer- of mobiliteitsbeleid. Toetsing Oosthuizen kan worden aangemerkt als een matig stedelijk gebied (1000-1500 omgevingsadressendichtheid Oosthuizen). Het plangebied en omgeving kan worden aangemerkt als de stedelijke zone 'centrum'. Gerekend is met de maximale kencijfers van de publicatie van het CROW. Met betrekking tot de afwikkeling van verkeer, is een memo opgesteld. Deze is in zijn geheel opgenomen in Bijlage 13. In het plan is voorzien in de bouw van 12 grondgebonden woningen en 6 appartementen. De grondgebonden woningen bestaan uit 3 vrijstaande, 4 geschakelde en 5 rij- en hoekwoningen. Uitgaande van deze verdeling van typen woningen en de CROW-publicatie 381 – Toekomstbestendig parkeren van december 2018, mag de volgende verkeersgeneratie worden verwacht.

type woning vrijstaand geschakeld rijen/hoekwoning appartementen totaal

tabel 1 – Verkeersgeneratie woningen

aantal 3 4 5 6 18

ritten per etmaal/woning 8.1 7.7 7.2 5.5

totaal ritten/etmaal 24.3 30.8 36 33 124.1

In het plan is voorzien in een ontsluiting van het plan via het Regthuispad naar de Raadhuisstraat. Het bestaande Regthuispad te smal voor een goede verkeersafwikkeling. Het Regthuispad zal worden verbreed tot 4.8 meter zodat het als volwaardige ontsluitingsweg kan functioneren. Het Regthuispad sluit op ongeveer 35 meter afstand van de brug over de Beemsterringvaart aan op de Raadhuisstraat. Ter hoogte van deze aansluiting is de Raadhuisstraat iets breder (4.8 tot 8.2 meter) en vormt daarmee een aantrekkelijk route naar de brug en naar de N509 vanwaar in elke richting Oosthuizen goed ontsloten wordt. De verwachting is daarmee dat het verkeer vanwege het plan weinig gebruik zal maken van de Raadhuisstraat.

PARKEREN Uitgangspunt bij de realisatie van onderhavige ontwikkeling is voldoende parkeergelegenheid. Om de parkeerbehoefte van dit initiatief te bepalen is gebruik gemaakt van de "Parapluherziening parkeren c.a." van de gemeente Edam-Volendam. De Parkeernota bevat zelf geen parkeernormen, maar verwijst naar de parkeerkencijfers van het CROW. Onderstaand is een overzicht gegeven van het aantal benodigde parkeerplaatsen in tabel 2. Voor de kencijfers is gebruik gemaakt van de categorieën 'Koop, huis, vrijstaand', 'Koop, huis, tussen/hoek' en 'Koop, appartement, middel' met als uitgangspunt 'matig stedelijk' en 'centrum'. In de normering is het bezoekersparkeren ook betrokken. Hiervoor wordt een norm van circa 0,3 gehanteerd. Voor in totaal 18 woningen komt dit neer op een totale parkeerbehoefte van afgerond 29 parkeerplaatsen.

42

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

Raadhuisstraat 52

type woning

aantal

kengetal CROW 381

vrijstaand geschakeld rijen/hoekwoning appartementen Totaal

3 4 5 6 18

1.8 1.7 1.5 1.4

Tabel 2. Parkeerbehoefte planvoornemen

totaal aantal parkeerplaatsen 5.4 6.8 7.5 8.4 28.1

Na de realisatie van de woningbouw bevinden zich in het plangebied in totaal 49 parkeerplaatsen. Hiervan zijn er 31 nieuw ten behoeve van het plan en 18 reeds bestaand aanwezig op het middenterrein. Van deze 31 nieuwe parkeerplaatsen, bevinden zich er 12 op eigen terrein. Bij de toetsing van de parkeerbehoefte hebben de 12 parkeerplekken op eigen terrein een wegingsfactor van o,8 en de overige 37 parkeerplekken worden openbaar en hebben dus een weging van 1. Dit zorgt voor een totaal van 46,6 parkeerplaatsen in de nieuwe situatie. Uit nachtelijke parkeerdrukmetingen blijkt dat er in de bestaande situatie van 18 reeds bestaande parkeerplaatsen er minimaal 3 vrije plaatsen in de openbare ruimte beschikbaar zijn. Daarmee is de huidige parkeerbehoefte maximaal 15 parkeerplaatsen. De 18 nieuwe woningen genereren volgens de gemiddelde CROW-normen een nieuwe parkeerbehoefte van 28 parkeerplaatsen. Rekening houdend met de huidige behoefte van 15 parkeerplaatsen, voldoet het plan met een marge van 3,6 parkeerplaatsen. Het planvoornemen voorziet daarmee in voldoende parkeergelegenheid.

Actualiteit toetsing De verkeersmemo waarin zowel de verkeerssituatie als het parkeren ten gevolge van het bestemmingsplan is beschreven, dateert van oktober 2022. Het onderzoek is daarmee ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan niet ouder dan twee jaar. De resultaten van het onderzoek zijn daarmee bij vaststelling van het bestemmingsplan nog steeds representatief op basis waarvan een zorgvuldig besluit tot vaststelling van het plan kan worden genomen.

Conclusie Het planvoornemen is wat betreft verkeer en parkeren uitvoerbaar.

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

43

Raadhuisstraat 52

4.9

Luchtkwaliteit

Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven op grond van de Wet milieubeheer (Wm) niet te worden getoetst aan de geldende grenswaarden. Een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 ìg/m3 NO2 of PM10) wordt als nibm beschouwd. PM10 en PM2,5 hangen sterk samen. De fractie PM2,5 is onderdeel van het PM10. Wanneer de luchtkwaliteit aan de PM10 normen voldoet wordt ook aan de PM2,5 normen voldaan. Van een dergelijke verslechtering van de luchtkwaliteit is sprake wanneer een ruimtelijk plan tot een toename van meer dan 1.369 voertuigbewegingen van auto's dan wel 132 voertuigbewegingen van vrachtauto's per weekdagetmaal leidt (grenswaarden 2019). Met het planvoornemen is nauwelijks sprake van een toename in het aantal verkeersbewegingen. De grenswaarden zoals hiervoor aangegeven worden dan ook niet overschreden. Met het planvoornemen is dan ook geen sprake van een verslechtering van de luchtkwaliteit.

Actualiteit De hiervoor beschreven analyse is gebaseerd op de uitkomsten van paragraaf 4.8. De uitkomsten in die paragraaf zijn sinds het ontwerpbestemmingsplan niet gewijzigd en geven daarmee geen aanleiding tot hernieuwde inzichten over het aspect luchtkwaliteit.

Conclusie Het bestemmingsplan mag wat betreft het aspect luchtkwaliteit uitvoerbaar worden geacht.

4.10

Bezonning

Ten behoeve van de ontwikkeling is een bezonningstudie uitgevoerd om te controleren of de naastgelegen panden blijven voldoen aan de bezonningseis zoals die door de overheid wordt beschreven. De volledige bezonningstudie is opgenomen als Bijlage 14. Uit deze studie komt naar voren dat voldaan kan worden aan de TNO norm.

4.11

Duurzaamheid

Lokale overheden hebben een belangrijke rol bij energiebesparing, duurzame energieopwekking en terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. In het Programmaplan 2018-2022 heeft de gemeenteraad aangegeven duurzaamheid als prioriteit te beschouwen, waarbij het Klimaatakkoord van Parijs een belangrijke inspiratiebron vormt.

Betekenis voor het project Wie tegenwoordig een woning bouwt, doet dit al bijna energieneutraal (BENG) en bij voorkeur met duurzame materialen. De regels hiervoor zijn de afgelopen jaren aangescherpt en vragen nu om nieuwe bouwconcepten. Vanaf 2021 moet worden voldaan aan de dan geldende BENG-eisen (bijna energieneutraal). Hiermee wordt bij de realisatie van het project rekening gehouden. In het planvoornemen wordt voor de levering van warmte gebruik gemaakt van de nieuwste

44

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

Raadhuisstraat 52

generatie warmtepompen, welke efficiënt en energiezuinig zijn. Daarnaast zorgt toepassing van lage temperatuur vloerverwarming in de woningen voor optimalisatie van het energieverbruik bij warmtevraag. Conform de uitkomsten van de BENG-berekeningen zullen maatregelen om hitte van buitenaf en energieopwekking (pv pv-panelen) worden ingepast in het plan. Voor verdere uitwerking van het aspect duurzaamheid in relatie tot het planvoornemen wordt verwezen naar de paragrafen 3.4.5, 3.4.6 en 3.4.7.

4.12

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

De bij elk ruimtelijk plan uit te voeren m.e.r.-beoordeling houdt in dat nagegaan moet worden of er activiteiten plaatsvinden die tot negatieve milieueffecten kunnen leiden. De grondslag hiervoor is enerzijds het Besluit m.e.r. (Besluit milieueffectrapportage). De activiteiten die in het plangebied worden beoogd, overschrijden geen drempelwaarden in de D-lijst van het Besluit m.e.r. maar komen wel voor in de D-lijst. Voor het bestemmingsplan is daarom de vormvrije m.e.r.-beoordeling van toepassing. Bij wetswijziging van het Besluit m.e.r. per 7 juli 2017 moet (met terugwerkende kracht vanaf 16 mei 2017) een particulier of ondernemer een vormvrije m.e.r.-beoordeling middels een aanmeldnotitie bij het bevoegd gezag aanvragen. Aan de hand hiervan wordt beoordeeld of een voorgenomen activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen zal hebben. Door het bevoegd gezag, in deze de gemeente, zal op grond van de aanmeldnotitie binnen 6 weken na indiening worden beslist of een milieueffectrapportage voor een planvoornemen moet worden opgesteld. In het kader van het planvoornemen van voorliggend bestemmingsplan is namens initiatiefnemer een aanmeldnotitie bij de gemeente worden ingediend. De aanmeldnotitie is in Bijlage 15 opgenomen. Op 6 december 2022 heeft het college van B&W een m.e.r-beoordelingsbelissing genomen.

Het planvoornemen geeft geen aanleiding tot het opstellen van een milieueffectrapportage.

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

45

Raadhuisstraat 52

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische vormgeving

Inleiding

Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels van dit bestemmingsplan hun juridische vertaling gekregen in de vorm van bestemmingen. Deze paragraaf bespreekt de juridische vormgeving van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bevat de regeling voor de opzet en de inhoud van een ruimtelijk plan. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is deze regeling verder uitgewerkt. Het bestemmingsplan bestaat uit: een verbeelding van het plangebied, zowel analoog (bestaande uit een kaartblad, schaal 1:1.000 met bijbehorende legenda en verklaring) als digitaal, waarin alle bestemmingen van de gronden worden aangewezen; de regels waarin de bestemmingen worden beschreven en waarbij per bestemming het doel wordt of de doeleinden worden genoemd. Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro is het verplicht om een bestemmingsplan te vergezellen van een toelichting. Deze toelichting geeft aan welke gedachte aan het plan ten grondslag ligt en wat de uitkomsten van verrichtte onderzoeken zijn. Hiermee voldoet het bestemmingsplan aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wro en het Bro. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld.

De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting wordt langs elektronische weg vastgelegd en ook in die vorm vastgesteld, tegelijk met een analoge versie van het bestemmingsplan. Als de digitale en analoge versie tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale versie leidend. Hieronder worden de aanwezige planregels puntsgewijs besproken.

5.2

Bestemmingsplanregels

In het navolgende wordt de algemeen gehanteerde opbouw van de regels toegelicht. Deze ziet er als volgt uit: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. De tekst hieronder bespreekt deze hoofdstukken puntsgewijs. Voor de regels is - waar mogelijk aansluiting gezocht bij het huidige bestemmingsplan 'Dorpskernen 2016' (vastgesteld op 13 april 2017).

46

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

Raadhuisstraat 52

5.2.1 Inleidende regels Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (Artikel 1) en de wijze van meten (Artikel 2). Deze artikelen geven aan wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, in overeenstemming met normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Alle begrippen zijn in alfabetische volgorde opgenomen, met uitzondering van de eerste begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan'. 5.2.2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de bestemmingen. De navolgende tekst bespreekt de bestemmingen afzonderlijk. Het plan kent de volgende bestemmingen: Artikel 3 Groen; Artikel 4 Tuin; Artikel 5 Verkeer; Artikel 6 Wonen; Artikel 7 Waarde - Archeologie; Artikel 8 Waterstaat - Waterkering. Groen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor groenvoorzieningen. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. Aan het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn voorwaarden gesteld.

Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan, met uitzondering van erkers of serres bij een tweetal woningen. Bij welke twee woningen erkers of serres zijn toegestaan, is in de planregels geregeld en op de verbeeling aangegeven middels de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - erker'. Aan het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn voorwaarden gesteld.

Verkeer De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor wegen, voet- en fietspaden, parkeerplaatsen en bermen. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan, met uitzondering van bergingen ten behoeve van woningen. Deze bergingen zijn uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van wonen - bergingen" toegestaan. De bergingen zijn bestemd voor de rijwoningen in het oosten van het plangebied, niet zijnde de hoekwoningen. De hoekwoningen hebben wel een berging op eigen erf. Dit is zodanig vastgelegd in de planregels. Aan het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn voorwaarden gesteld. Parkeren vindt plaats ter plaatse van de aanduiding "parkeerterrein".

Bebouwingsvrije zone Aan de zuid- en westkant van het plangebied bevindt zich een watergang. Het wordt niet

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

47

Raadhuisstraat 52

wenselijk bevonden om hier bebouwing te bouwen. Langs deze watergang wordt een strook aangeduid als 'bijgebouwen uitgesloten'. Ter plaatse van deze aanduiding zijn geen gebouwen en bouwwerken toegelaten. Zie voor een motivering en uitleg van deze bebouwingsvrije zone bij de bestemming Wonen hieronder.

Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen. De woningen worden binnen de bouwvlakken gebouwd. Het aantal woningen bedraagt niet meer dan 6 appartementen voor het gebouw aan de Raadhuisstraat 52. Het aantal nieuwe woningen in de boomgaard van Raadhuisstraat 52 bedraagt niet meer dan 12. Voor het gebouw aan de Raadhuisstraat 52 worden de huidige maatvoeringsaanduidingen gehanteerd. Voor de nieuwe woningen is de maximum goot- en bouwhoogte respectievelijk 6 en 10,5 meter. Voor de rijwoningen geldt een bouwhoogte van 10 meter. De nieuwe woningen worden als vrijstaand, twee-aaneen (tweekappers) en aaneengebouwd (rijwoningen) gebouwd. Ten aanzien van het bouwen van de woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn bouwregels geformuleerd. Bij omgevingsvergunning is onder voorwaarden recreatief nachtverblijf mogelijk. Een aan huis verbonden beroep of bedrijf is onder voorwaarden bij recht mogelijk.

Voor de appartementen die ter plaatse van de huidige villa (Raadhuisstraat 52) worden gebouwd, zijn de bergingen specifiek geregeld middels de aanduiding "specifieke vorm van wonen - bergingen 2". Ter plaatse van deze aanduiding worden de bergingen behorende bij deze woningen gebouwd. De bergingen zjn dan ook bestemd voor deze appartementen. Dit is zodanig vastgelegd in de planregels.

Bebouwingsvrije zone Aan de zuid- en westkant van het plangebied bevindt zich een watergang. Het wordt niet wenselijk bevonden om hier bebouwing te bouwen. Langs deze watergang wordt een strook aangeduid als 'bijgebouwen uitgesloten'. Ter plaatse van deze aanduiding zijn geen gebouwen en bouwwerken toegelaten. Deze gronden worden niet beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, dan wel zoals het artikel luidt indien sprake is van een wetswijzging betreffende verguningsvrij bouwen op het erf na vaststelling van dit bestemmingsplan. Daarmee wordt ook het vergunningsvrij bouwen uitgesloten. Binnen het gebied is geen beschermd dorpsgezicht van kracht. Het is echter de wens van de gemeente het gebied rondom de hervormde Grote Kerk aan het Westeinde en de Raadhuisstraat te behandelen als beeldbepalend voor het dorpsgezicht van Oosthuizen. De woningen aan zuidwestzijde zijn gepositioneerd richting de boomgaard achter de kerk. De boomgaard dient als groene recreatie plaats voor bewoners van de Oosthuizen. Tevens is de boomgaard voorzien van een voetpad en maakt het deed uit van de langzaam verkeersroute. De achtertuinen van de woningen zullen gericht zijn op de boomgaard, de openheid maar ook de eenheid van deze achtertuinen is daarom erg belangrijk voor het aanzicht van de boomgaard richting de woningen.

De realisatie van verschillende soorten aanbouwen, bijgebouwen (bijbehorende bouwwerken) en/of erfafscheidingen zouden zorgen voor verloedering en aantasting van de openbare ruimte.

48

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

Raadhuisstraat 52

Het mee ontwerpen van zowel erfafscheiding als aanbouwen en bijgebouwen (bijbehorende bouwwerken) leidt tot een rustig en uniform beeld. Tevens worden op deze manier aanbouwen gerealiseerd welke volledig aansluiten bij de architectuur van het hoofdgebouw en bij de stedenbouwkundige structuur van de wijk. Het zicht vanuit de woningen op de boomgaard zal bijdragen aan het vergroten van de veiligheid in de openbare ruimte. Het realiseren van een mee ontworpen lage erfafscheiding en tegengaan van losse aanbouwen in de achtertuinen zal op verschillende punten een positieve ontwikkeling zijn. De woningen aan de zuidoostzijde van het plangebied zullen geplaatst worden aan het water De Watering. Het plaatsen van erfafscheiding of bebouwing langs het water is een ongewenst, dit zorgt voor een optische versmalling van het vaarwater. Het open karakter van het water gaat hierbij verloren. Daarbij wordt het onderhouden van de waterkant daarmee vrijwel onmogelijk.

Waarde - Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor behoud van de aanwezige archeologische waarden. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde 3' geldt voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50 m² en dieper dan 0,40 m een vergunningsplicht. Bij ditzelfde oppervlakte geldt ook voor het uitvoeren van een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een vergunningplicht. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - 5' geldt voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 10.000 m² en dieper dan 0,40 m een vergunningsplicht. Bij ditzelfde oppervlakte geldt ook voor het uitvoeren van een aantal werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een vergunningplicht.

Waterstaat - Waterkering De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de waterkering en de de waterbeheersing. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen. 5.2.3 Algemene regels In hoofdstuk 3 van de regels zijn de algemene regels opgenomen. Deze worden hieronder kort toegelicht.

Anti-dubbeltelregel Het doel van de anti-dubbeltelregel (Artikel 9) is om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Kort gezegd, komt het erop neer, dat grond die één keer in beschouwing is genomen voor het toestaan van gebouwen, niet een tweede maal mag meetellen voor de toelaatbaarheid van andere gebouwen, als die grond inmiddels tot een ander bouwperceel is gaan behoren.

Algemene bouwregels In de algemene bouwregels (Artikel 10) worden regels gesteld omtrent het onder voorwaarden

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

49

Raadhuisstraat 52

afwijken van de bouwregels. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels (Artikel 11) is aangegeven welke specifieke vormen van gebruik in elk geval strijdig zijn met de bestemmingen en welke specifieke vormen van gebruik niet strijdig zijn.

Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels (Artikel 12) is een aantal bepalingen opgenomen die het mogelijk maken om het plan op ondergeschikte punten aan te passen. Omdat dit zich niet beperkt tot één bestemming, maar bij diverse bestemmingen gewenst of noodzakelijk kan blijken, zijn deze regels in beginsel op alle bestemmingen van toepassing. Het verlenen van een omgevingsvergunning met afwijking mag geen automatisme zijn. Het verlenen van de vergunning wordt zorgvuldig afgewogen en gemotiveerd.

Algemene wijzigingsregels Met de algemene wijzigingsregels (Artikel 13) kan het bevoegd gezag onder voorwaarden bestemmings- en bouwgrenzen wijzigingen.

Overige regels In de overige regels (Artikel 14) zijn de parkeernormen van de gemeente opgenomen. 5.2.4 Overgangs- en slotregels In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen in Artikel 15 en Artikel 16. Voor de redactie van het overgangsrecht geldt het Besluit ruimtelijke ordening. Bebouwing die niet voldoet aan de bepalingen van dit bestemmingsplan is onder het overgangsrecht gebracht. Een geringe uitbreiding van de bebouwing met 10% wordt mogelijk gemaakt. Het gebruik van gronden en bebouwing dat in strijd is met dit nieuwe bestemmingsplan op het tijdstip van inwerkingtreding, mag in beginsel worden voortgezet. Wijziging van dit strijdige gebruik is verboden, indien de afwijking van het plan wordt vergroot. Indien het strijdige gebruik, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. In de slotregel van het bestemmingsplan wordt aangegeven onder welke titel het bestemmingsplan wordt vastgelegd.

50

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

Raadhuisstraat 52

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van een verzoek van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer draagt de uit het plan voortkomende kosten. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een anterieure overeenkomst afgesloten. Op basis van deze overweging is het voorliggende bestemmingsplan economisch uitvoerbaar. De uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan wordt niet door onvoldoende economische uitvoerbaarheid belemmerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Januari 2021 In januari 2021 zijn de initiatiefnemers gestart contact te leggen met direct aanwonenden van de locatie. Tijdens een zestal gesprekken hebben deze aanwonenden kennis gemaakt met de initiatiefnemers en het concept stedenbouwkundige plan. Van eind januari tot half februari hebben deze gesprekken plaatsgevonden waarvan achteraf gespreksnotities zijn gemaakt. De (directe) omgeving is geïnformeerd middels een online informatieavond op 2 maart 2021. Omwonenden en belangstellenden zijn op deze informatieavond geïnformeerd over het stedenbouwkundig ontwerp zoals deze in procedure wordt gebracht, wat het komende bestemmingsplantraject voor het project inhoudt, en welk voorbereidingstraject daaraan vooraf gaat. Tijdens deze bijeenkomst was er ook de mogelijkheid voor omwonenden en belangstellenden om vragen te stellen. De presentatie en een verslag van de informatieavond zijn opgenomen in Bijlage 16. In het verslag zijn de gestelde vragen en de antwoorden hierop terug te vinden. Het betreft vragen in de volgende categorieën: Parkeren Flora en fauna Infrastructuur Architectuur/ontwerp Mogelijke schade tijdens de realisatie Naar aanleiding van de bijeenkomst op 2 maart is er voor de initiatiefnemers géén aanleiding geweest om een directe vervolgbijeenkomst te organiseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=ff1c4999-e325-4283-952b-023f1046a2c7