Raadhuisstraat 52_Toelichting_1
Tekst van het document
vastgesteld bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Toelichting
Raadhuisstraat 52
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
6
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Plangebied Bestemmingsplan Dorpskernen 2016 Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 2.2
Huidige situatie Toekomstige situatie
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 3.2 3.3 3.4
6 6 7 8
9 9 9
11
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
11 15 19 21
Hoofdstuk 4 Milieuaspecten
27
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
Erfgoed Ecologie Geluidhinder Bodem Externe veiligheid Water Hinder van bedrijven Verkeer en parkeren Luchtkwaliteit Bezonning Duurzaamheid Vormvrije m.e.r.-beoordeling
27 29 34 35 37 38 40 41 44 44 44 45
Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving
46
5.1 5.2
Inleiding Bestemmingsplanregels
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
46 46
51 51 51
3
Raadhuisstraat 52
4
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Raadhuisstraat 52
Toelichting
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
5
Raadhuisstraat 52
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De initiatiefnemer is voornemens om de bestaande bebouwing aan de Raadhuisstraat 52 te Oosthuizen te transformeren naar 6 appartementen. Op de achterliggende percelen, welke in de bestaande situatie onbebouwd zijn, zullen 12 grondgebonden woningen worden gebouwd. Binnen de regels van het geldend bestemmingsplan 'Dorpskernen 2016' (zoals vastgesteld op 13 april 2017) is deze ontwikkeling niet mogelijk. Voorliggend plan voorziet in een nieuw juridisch-planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Raadhuisstraat, welke langs de noordwestkant langs het plangebied loopt. Het plangebied wordt aan de noordoostkant begrensd door een aantal woonpercelen. Aan zowel de zuidoost- als zuidwestkant bevindt zich water. Aan de overzijde van dit water zijn aan de zuidoostkant woonpercelen gelegen en aan de zuidwestkant ligt een groenbestemming met een wandelpad. Het plangebied bestaat uit het kadastrale percelen OHZ00 sectie E, perceelnummers 1150, 2204, 2205, 2206, 135 (deels) en 1486 (deels). Navolgende figuur geeft de ligging van het plangebied weer.
Figuur 1. Weergave ligging plangebied.
6
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Raadhuisstraat 52
1.3
Bestemmingsplan Dorpskernen 2016
In de huidige situatie is op het plangebied het bestemmingsplan 'Dorpskernen 2016' zoals vastgesteld op 13 april 2017 van toepassing. De gronden kennen de enkelbestemming 'Wonen', 'Tuin' en 'Natuur'. De bestemming is 'Wonen' is gericht op de woonfunctie. De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor het gebruik van tuinen met daarbij behorende erkers aan de voor- en zijkant van woongebouwen, bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding "bijgebouwen" en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De bestemming 'Natuur' op het strookje aan de zuidkant van het plangebied is bestemd voor het behoud of het herstel van de aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische, landschappelijke en aardkundige waarden en agrarisch medegebruik. Op deze gronden mag niet worden gebouwd. De gronden binnen het plangebied kennen ook een tweetal dubbelbestemmingen, zijnde de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' met de daarbij behorende functieaanduidingen. De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de waterkering, de waterbeheersing en de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen op deze gronden niet meer dan 3 meter bedragen.
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor behoud van de aanwezige archeologische waarden. De gronden binnen het plangebied met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie', kennen daarnaast een tweetal functieaanduidingen 'specifieke vorm van waarde', welke iets zeggen over de mate van bescherming van aanwezige archeologische waarden.
Figuur 2. Weergave geldend bestemmingsplan 'Dorpskernen 2016' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
7
Raadhuisstraat 52
Strijdigheid Op de gronden is het bouwen en gebruiken ten behoeve van één bestaande woning toegestaan. Het planvoornemen is zowel wat betreft het bouwen als het gebruik strijdig met het geldende bestemmingsplan.
Parkeernota Edam-Volendam Op de percelen is daarnaast de 'Parapluherziening parkeren', zoals vastgesteld op 14 juni 2018, van toepasing. De parapluherziening verwijst naar de parkeerregels zoals opgenomen in de ‘Parkeernota Edam-Volendam’. Hiermee wordt gewaarborgd dat een bouwplan niet leidt tot parkeerproblemen. De regelingen zoals opgenomen in de parkeernota zijn overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. De parapluherziening heeft een vangnetfunctie voor de parkeernormering en geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente.
1.4
Leeswijzer
Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 een beschrijving van het planvoornemen opgenomen. In hoofdstuk 3 volgt een uiteenzetting van het van toepassing zijnde beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente. Een omschrijving van de planologische en milieukundige randvoorwaarden, ook wel omgevingsaspecten genoemd, is opgenomen in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 betreft de juridische toelichting van het bestemmingsplan. Als laatste is in hoofdstuk 6 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet.
8
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Raadhuisstraat 52
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
Het plangebied omvat een woonperceel met een vervallen villa en met op het achterterrein een verwilderde boomgaard. De bestaande villa bestaat uit twee bouwlagen met een kap. De sterk verwilderde achtertuin bestaat uit diverse begroeiing in de vorm van struiken en bomen.
Figuur 3. Weergave huidige situatie gezien vanaf de Raadhuisstraat (bron: GoogleStreetview, 2021)
2.2
Toekomstige situatie
In de toekomstige situatie zal de villa worden herbouwd (vernieuwbouwd), met 6 appartementen. Op de plek van de boomgaard zullen 12 grondgebonden woningen worden gebouwd. Het woonprogamma ziet er als volgt uit: 6 appartementen in de bestaande villa met externe berging 4 geschakelde woningen 'Type A' met garage 1 vrijstaande woning 'Type B' 5 rijwoningen 'Type C' met externe berging 2 vrijstaande woningen 'Type D' met optionele garage Parkeren vindt bij de woningen zelf plaats alsmede aan de noordwestkant van het plangebied. Ontsluiting naar de Raadhuisstraat vindt plaats middels het Regthuispad. Navolgende figuren geven een impressie van de nieuwe inrichting en bebouwing. Deze inrichtingsschets is ook als Bijlage 1 opgenomen.
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
9
Raadhuisstraat 52
Figuur 4. Inrichtingsschets nieuwe situatie (bron: Leloup Architecten, 2021)
10
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Raadhuisstraat 52
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die voorliggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die in 2024 in werking is getreden.
De NOVI vervangt, samen met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
11
Raadhuisstraat 52
De NOVI vindt haar doorwerking in het regionale en lokale beleid waaraan uiteindelijk plannen zullen worden getoetst. De NOVI is nog niet in werking getreden en vormt daarmee nog geen formeel toetsingskader voor voorliggend planvoornemen. De algemene denklijn van de NOVI is wel in de planvorming betrokken. 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Op 13-03-2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Hierin is de visie van het Rijk op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 aangegeven. Dit betreft een integraal kader voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR is gekozen voor een selectieve inzet van het rijksbeleid waarbij 13 nationale belangen aan de orde zijn die in de SVIR verder gebiedsgericht zijn uitgewerkt in concrete opgaven voor de diverse onderscheiden regio's. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden meer beleidsvrijheid op het terrein van de ruimtelijke ordening gekregen; het Kabinet is van mening dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de actuele situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties en daardoor beter kunnen afwegen welke (ruimtelijke) ingrepen in een gebied nodig zijn. De SVIR vindt haar uitwerking in het Barro.
3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011) De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerstverantwoordelijke overheidsniveau zijn voor de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het plangebied geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Wel geldt bij elk ruimtelijk plan, nationaal belang 13 met betrekking tot zorgvuldig ruimtegebruik.
LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING Nationaal belang 13 van de SVIR van het Rijk vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de Ladder) worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro, dat weer verwijst naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 3.1.6, lid 2 Bro schrijft voor dat de onderbouwing van een ruimtelijk plan, waar een nieuwe stedelijke ontwikkeling mee mogelijk wordt gemaakt, aan de Ladder moet voldoen. De tekst uit het Bro luidt nu als volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." De Ladder is onder andere van toepassing op ontwikkelingen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling?
12
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Raadhuisstraat 52
2. 3. 4. 5.
Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?
Afweging 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? De handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. In dit geval betreft het 'wonen'. Als een plan met overige functies, zoals wonen, wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de Ladder worden toegepast. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling bepaalt men door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit rechtspraak (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) blijkt dat niet iedere ontwikkeling van onder meer woningbouw als stedelijke ontwikkeling valt te kwalificeren. Zo is geoordeeld dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling als meer dan 11 woningen worden gerealiseerd. Vanaf 12 woningen is dan sprake van een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Met het planvoornemen worden 18 woningen gerealiseerd daarmee is hier sprake van een stedelijke ontwikkeling. 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd.
Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan wordt met het onderhavige bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk gemaakt dan voorheen toegestaan. Er is aldus sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de behoefte aan die ontwikkeling worden gemotiveerd. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het ruimtelijk verzorgingsgebied is in onderhavig project de gemeente Edam-Volendam en omliggende gemeenten. De woningen zullen voor het grootste gedeelte bewoond worden door de inwoners uit de gemeente of omliggende gemeenten. 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Zoals hiervoor al staat vermeld, moet de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt worden beschreven. Dat houdt in dat gekeken moet worden naar de vraag, in dit geval de vraag naar woningen. Het aanbod van dit onderhavige bestemmingsplan moet daarin passen. Voor deze kwantitatieve behoefte geldt dat daarvan in de gemeente Edam-Volendam absoluut sprake is. Zowel het Rijk als provincie Noord-Holland gaan uit van een regionale afstemming van de woningbouwprogrammering.
De provincie bepaalt op basis van bevolkingsprognoses en in overleg met gemeenten en regio's hoeveel woningbouwruimte er is in een bepaalde periode.
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
13
Raadhuisstraat 52
De vraag naar woningen in Noord-Holland is erg groot. De provincie zet subsidies, menskracht en kennis in om gemeenten te helpen snel passende, betaalbare en duurzame woningen te bouwen. In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 (zie ook 3.2.3) vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De provincie wil graag tot versnelde uitvoer van het woningbouwprogramma komen en heeft daarvoor het Masterplan Wonen (zie 3.2.4) vastgesteld. Gedeputeerde Staten nemen daarmee een actieve rol in binnenstedelijke grondpolitiek, naast de aanjagende en verbindende rollen die de provincie al heeft. Bij uitvoer van het woningbouwprogramma zijn de regionale programmeringen en het gemeentelijk beleid de basis. De speerpunten van de woonagenda zijn vertaald in regionale afspraken. De regionale woonafspraken bestaan uit: Woonakkoorden tussen regio en provincie Regionale woningbouwprogrammeringen met afspraken over woningbouwplannen van de regio (zowel aantallen als segmenten, typen en prijscategorieën) Voor de regio Zaanstreek - Waterland geldt het Woonakkoord Zaanstreek - Waterland (zie 3.3.5).
In het Woonakkoord zijn afspraken gemaakt die nodig zijn om de woningmarkt toekomstbestendig te maken waarbij rekening wordt gehouden met demografische trends en ontwikkelingen. Het planvoornemen is opgenomen in de plancapaciteit die binnen de regio beschikbaar is. Al een aantal jaren is er een groot woningtekort in Nederland. In 2022 heeft het Rijk daarom de Nationale Woon- en bouwagenda' opgesteld. Hierin staan de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de aanpak van het Rijk voor de komende jaren uitgewerkt. Om de Nationale Woon- en Bouwagenda van het Rijk verder uit te werken, heeft het Rijk de provincie gevraagd om een woningbouwbod uit te brengen. Dit bod geeft aan hoeveel woningen gemeenten en de provincie Noord-Holland denken te kunnen bouwen in Noord-Holland tot en met 2030. Dit aantal draagt bij aan de nationale woningbouwopgave van 900.000 woningen tot en met 2030. Op 15 maart 2023 zijn de regionale Woondeals Noord-Holland Noord (pdf, 10 MB) en Metropoolregio Amsterdam (zie 3.3.2) gesloten tussen gemeenten, provincies en het Rijk. Tot en met 2030 moeten in de Metropoolregio Amsterdam, waar Edam-Volendam onderdeel van uit maakt, ruim 144.000 woningen worden gebouwd. De totale bouwopgave van de gemeente Edam-Volendam ligt op 600 woningen.
Deze opgave is aanvullend op de al gemaakte afspraken in de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 en het Woonakkoord Zaanstreek Waterland. De gemeentelijke uitwerking van de hiervoor genoemde akkoorden is opgenomen in de Woonvsie 2022-2025 van de gemeente Edam-Volendam, zie 3.4.3. Hieruit blijkt dat voor de kern Oosthuizen er een behoefte in de periode 2021 - 2025 van 25-30 % in de huursector en 70-75 % in de koopsector van de totale woningbouwopgave is. Met het planvoornemen worden 18 woningen gerealiseerd. Het betreft 6 appartementen en 12 grondgebonden woningen. Hiervan zullen 6 woningen geschikt zijn voor een specifieke doelgroep, zoals jongeren of ouderen. De overige woningen zijn met name geschikt voor gezinnen. Hiermee wordt doorstroming gecreëerd vanuit Oosthuizen. Door de ligging van het buurtje midden in het dorp wordt gehoor gegeven aan de grote vraag naar nieuwbouw in de kern van Oosthuizen. Het planvoornemen voorziet dan ook in een aanwezige behoefte.
14
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Raadhuisstraat 52
5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Vervolgvraag is of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied ligt. Als bestaand stedelijk gebied wordt op grond van artikel 1.1.1, eerste lid, sub h, van het Bro aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. De voormalige villa maakt onderdeel uit van het bebouwingslint van de Raadhuisstraat in Oosthuizen. Het plangebied dat in de oude dorpskern ligt, is aan drie zijden ingesloten door woningbouw. Het plangebied kan dan ook beschouwd worden als bestaand stedelijk gebied. Aan de hand van voorstaande uiteenzetting met betrekking tot de Ladder voor duurzame verstedelijking blijkt dat het planvoornemen aansluit bij de uitgangspunten van het Barro.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 De provincie streeft naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die wij maken. In de omgevingsvisie is het principe van 'lokaal wat kan, centraal wat moet' leidend. Hieruit komen een aantal hoofdthema's naar voren: Noord-Holland in beweging, op weg naar een economische en duurzame toekomst; dynamisch schiereiland, benutten van een unieke ligging; metropool in ontwikkeling, vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaans systeem; sterke kernen, sterke regio's, sterke kernen houden regio's vitaal; nieuwe energie, economische kansen benutten van energietransitie; natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agri-foodsector. Doel van de provincie met de omgevingsvisie is dat iedereen die in Noord-Holland woont, werkt en op bezoek komt een prettige leefomgeving aantreft. Nu, maar ook in de toekomst.
De provincie stuurt aan op “balans tussen economische groei en leefbaarheid”, dat als leidend thema wordt gezien. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is daarnaast voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Een economisch vitale provincie kan andersom weer bijdragen aan het welzijn en de leefbaarheid. In samenhang bekeken zijn in dit kader randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met grote thema's als klimaatverandering, energietransitie, veranderende economieën, volkshuisvesting, bodemdaling en verminderde
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
15
Raadhuisstraat 52
biodiversiteit. Uit de ambities en doelstellingen zoals opgenomen in de NH2050 blijkt dat:
b. Wonen en Werken Onze ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes. Om de verschillende kernen en regio's te versterken worden op regionaal niveau afspraken gemaakt. Zo worden regionaal woningbouwafspraken gemaakt om de woningbouw af te stemmen op de vraag. Deze speerpunten zijn vertaald in de regionale woonprogramma's. In paragraaf 3.3 wordt hier nader op ingegaan. Het planvoornemen betreft de herontwikkeling van een voormalige villa met verwilderde boomgaard in de dorpskern van Oosthuizen. Het perceel vraagt om een nieuwe passende invulling. Het planvoornemen past binnen de gestelde doelstellingen en ambities in de NH2050.
3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op 22 oktober 2020 hebben Gedeputeerde Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Op 16 november 2020 is deze in werking is getreden. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil ontwikkelingen als woningbouw en windenergie mogelijk maken en het waardevolle Noord-Hollandse landschap beschermen. Hierin wordt een evenwichtige balans gezocht tussen economische groei en leefbaarheid. De 21 nu geldende provinciale verordeningen zijn samengevoegd tot 1 verordening. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. Bij de omgevingsverordening zit een digitale kaart waarbij de regels direct in beeld komen op een specifieke locatie. In deze verordening worden regels gegeven over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Uitgangspunt voor stedelijke functies is dat zoveel mogelijk het landschap wordt gespaard. Dit houdt in dat bestaande kernen de aangewezen locatie zijn voor wonen en werken. Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw of voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk, en voegen zich naar de vraag op basis van de meeste actuele cijfers.
Nieuwe stedelijke ontwikkelingen Op basis van artikel 6.3 van de Omgevingsverordening kan een bestemmingsplan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Dit artikel vormt een aanvulling op het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking. Deze toetsing aan het provinciaal beleid
16
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Raadhuisstraat 52
is verwerkt in de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De voor dit bestemmingsplan relevante regionale afspraken zijn in paragraaf 3.3 toegelicht. In paragraaf 3.1.3 is getoetst aan de ladder. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling in lijn is met het provinciaal beleid.
Regionale waterkering Op het plangebied is artikel 6.77 uit de Omgevingsverordening van toepassing: Regionale waterkeringen. In de provinciale verordening zijn de regionale waterkeringen inclusief beschermingszones opgenomen. Niet de waterkering zelf, maar de beschermingszone is van toepassing op het plangebied. Ter plaatse van een beschermingszone voorziet een ruimtelijk plan in een beschermingszone aan weerszijde van de waterkering waar geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan zijn. Hier kan van worden afgeweken mits overeenstemming is bereikt tussen de betrokken gemeente, waterbeheerder en provincie. Afstemming met de betrokken waterbeheer heeft plaatsgevonden over de ontwikkeling in het plangebied en hoe rekening te houden met de diverse waterhuishoudkundige aspecten. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen én het planvoornemen niet leidt tot een aantasting van de aanwezige regionale waterkering.
De overige opgenomen regels in de Verordening zijn op het plangebied niet van toepassing. 3.2.3 Woonagenda Noord - Holland 2020 - 2025 In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: De provincie streeft naar voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Wonen is onderdeel van een integrale verstedelijkingsopgave. De provincie geeft ruimte voor woningbouw, uitgaande van zorgvuldig ruimtegebruik. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwantitatieve en kwalitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. De provincie stuurt op een versnelling van de woningbouwproductie de komende jaren. Daarbij wordt aandacht gegeven aan een kwalitatief divers aanbod, aansluitend op de vraag.
Regionale programmeringen en gemeentelijk beleid zijn daarbij de basis. Deze speerpunten zijn vertaald in de regionale woonakkoorden (zie 3.3.5).
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
17
Raadhuisstraat 52
3.2.4 Masterplan Wonen In juni 2021 is de eerste versie van het Masterplan Wonen door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland opgesteld. GS willen gemeente in de provincie helpen versneld betaalbare woningen te bou-wen en betaalbaar te houden. In het Masterplan wonen is een verkenning gemaakt van ‘onorthodoxe voorstellen’. Dit alles om 165.000 woningen te kunnen bouwen tot 2030. Gedeputeerde Staten komen met voorstellen waarmee de provincie een actieve rol neemt in binnen-stedelijke grondpolitiek, naast de aanjagende en verbindende rollen die de provincie al heeft. Daarnaast verkent de provincie voorstellen om grond te verwerven om samen met de gemeenten binnenstedelijke woningbouwprojecten te versnellen én daar betaalbare woningen te realiseren en te behouden. Wettelijke instrumenten maken het de provincie mogelijk de volgende mogelijkheden te verkennen die de bouw van betaalbare woningen versnellen en betaalbaar te houden en zo gemeenten te helpen bij het realiseren van hun bouwplannen. Het betreft hier een verkenning van instrumenten waarvan er één of meerdere (al of niet in combinatie) in een tweede versie van het Masterplan Wonen zullen worden uitgewerkt: Actief binnenstedelijk grondbeleid: De provincie kan grondposities innemen in gemeenten waar bouwontwikkelingen nu moeilijk van de grond komen omdat zij financieel onrendabel of te risicovol zijn om in te stappen.
Fonds betaalbare koop: De provincie onderzoekt of het samen met gemeenten, het Rijk en corporaties – of delen daarvan – een fonds op kan zetten dat woningen opkoopt (bestaand of nieuwbouw) tegen marktwaarde en die vervolgens onder voorwaarden te koop aanbiedt tegen lagere prijzen, met de verplichting om – bij verhuizing – die woningen tegen gereduceerde prijs weer terug te verkopen aan het fonds. Harde afspraken over betaalbare bouw in bestemmingsplannen: Een vierde mogelijkheid is dat de provincie streefpercentages oplegt voor de hoeveelheid betaalbare woningen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Daarnaast worden de volgende bestaande maatregelen uitgebreid en versterkt: Flexibele schil.
Een fonds waar de gemeente aanspraak op kunnen maken voor de inhuur van externe expertise voor het vlot trekken van bouwprojecten; Wonen voor winkels: de provincie helpt gemeenten met meerjarige planning voor het ombouwen van leegstaande winkels tot woningen; Opleiding: geld reserveren voor de opleiding van gemeentelijke experts voor woningbouw; Van plancapaciteit naar realisatiecapaciteit: provincie brengt gezamenlijk met gemeenten in kaart welke bouwplannen daadwerkelijk op korte termijn gerealiseerd kunnen worden; Pilot woningbouw op agrarisch terrein: provincie verruimt de bestaande regeling en begint een pilot om te kijken of meer betaalbare woningen mogelijk gemaakt kunnen worden dichtbij landelijk gelegen bestaand bebouwd gebied. Het masterplan betreft een eerste versie die nader uitgewerkt in een tweede versie. De tweede versie zal gepresenteerd worden en worden voorgelegd aan Provinciale Staten ter
18
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Raadhuisstraat 52
besluitvorming.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Metropoolregio Amsterdam, Agenda voor een toekomstbestendige en evenwichtige metropool 2020-2024 (MRA-agenda 2.0) Met de Agenda beogen de aangesloten overheden te werken aan het versterken van de Metropoolregio Amsterdam als een internationale economische topregio met hoge leefkwaliteit. Dit wordt gedaan aan de hand van 3 opdrachten die de MRA zichzelf heeft gegeven: 1. Werk maken van een veerkrachtige, inclusieve en schone economie; 2. Bouwen voor de woningbehoefte en met groei de leefkwaliteit van het geheel versterken; 3. Vaart maken met het metropolitaan mobiliteitssysteem. Het planvoornemen past goed binnen de tweede opdracht van de Agenda. Er wordt voorzien in de grote vraag naar woningen door op een inbreidingslocatie, wat de vitaliteit van Oosthuizen ten goede komt. Het planvoornemen is conform gemaakte afspraken regionaal afgestemd in het Ambtelijk Overleg Wonen van de MRA-Noord.
3.3.2 Woondeal MRA Om het woningtekort terug te dringen tot een gezonder evenwicht, wordt met het programma Woningbouw nationaal ingezet op de realisatie van 900.000 woningen tot en met 2030. Om dit te realiseren wordt gestreefd naar een groei tot 100.000 nieuwbouwwoningen per jaar vanaf 2024. Daarbij is het streven dat ten minste twee derde van de nieuwbouwwoningen betaalbaar zijn. De nationale opgave is vastgesteld in de Nationale Woon- en Bouwagenda en de onderliggende programma’s, en is uitgewerkt in wederkerige bestuurlijke afspraken op provinciaal niveau en voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA) in de Woondeal MRA. De gemeenten in de MRA zetten zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van 171.200 woningen in de periode 2022 t/m 2030. Hierbij met aandacht voor de sociaal-maatschappelijke en economische ontwikkeling in de kernen van de MRA en inzet voor duurzame, toekomstbestendige steden en samenlevingen. Het gaat niet alleen om het bouwen van aantallen woningen, maar ook om de kwaliteit daarvan en om het bouwen en versterken van de samenleving, rekening houdend met opgaven op het gebied van klimaat, werkgelegenheid, kansengelijkheid, bereikbaarheid, energie, natuurinclusiviteit en voorzieningen.
De gemeenten zetten zich in voor voldoende plancapaciteit waarvan een overzicht wordt gegeven in de Monitor plancapaciteit (www.plancapaciteit.nl). Het voorliggend plan is opgenomen in de Monitor plancapaciteit.
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
19
Raadhuisstraat 52
3.3.3 Regiovisie Waterland 2040 De zeven Waterlandse gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Purmerend, Waterland, Wormerland en voormalig gemeente Zeevang vormden voorheen het Intergemeentelijke Samenwerkingsorgaan Waterland (ISW/Regio Waterland). Deze is thans opgeheven en opgegaan in MRA-Noord (Zaanstreek-Waterland). Het ISW had een ontwikkelkader tot 2040 opgesteld, de Regiovisie Waterland 2040. In deze visie staat behoud en zo mogelijk versterking van het kenmerkende authentieke karakter van de regio Waterland voorop, maar wel met de noodzakelijk sociaal-economische en infrastructurele impulsen om de kernen vitaal te houden en het gebied binnen de Metropoolregio Amsterdam bereikbaar te maken. Hieraan dient het ruimtelijke beleid zoveel mogelijk bij te dragen, zonder het authentieke karakter van het landschap aan te tasten.
Het project heeft betrekking op een binnenstedelijke herontwikkeling ten behoeve van het vergroten van de woningvoorraad. Er wordt een bijdrage geleverd aan de vitaliteit en ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. Het project past daarmee binnen de ambities van de Regiovisie. 3.3.4 Woonagenda Zaanstreek - Waterland In de woonagenda Zaanstreek - Waterland (2017) wordt de visie op het wonen in Zaanstreek Waterland op de middellange en lange termijn gegeven en worden een aantal gemeenschappelijke doelen benoemd. De woonagenda is verder uitgewerkt in het Woonakkoord Zaanstreek - Waterland (zie 3.3.5). 3.3.5 Woonakkoord Zaanstreek - Waterland De gemeente Edam - Volendam is in het regionale Woonakkoord Zaanstreek - Waterland (1 juli 2021) opgenomen. De acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland hebben besloten samen met de provincie een woonakkoord te willen maken voor de periode 2021-2025. Dit aan de hand van vier thema’s: Nieuwbouw/ woningbouwprogrammering Betaalbare voorraad Wonen en Zorg Duurzaamheid, klimaatadaptatie, circulair bouwen Dit woonakkoord is de opvolger van het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (RAP). Zaanstreek-Waterland is een aantrekkelijk regio om te wonen, te werken en te recreëren blijkt uit de grote vraag naar woningen in de regio en de krapte op de woningmarkt. Een verdere groei van de woningvraag ligt de komende decennia in het verschiet.
Als onderdeel van de grotere metropoolregio Amsterdam heeft Zaanstreek-Waterland een overloopfunctie vanuit de stad Amsterdam en er is natuurlijk ook de lokale woningbehoefte. De MRA-gemeenten zetten in op de realisatie van 250.000 woningen tot 2040 en de productie van 175.000 woningen in de periode 2020 tot 2030. Dit is een gemiddelde van 17.500 woningen per jaar. Hierbij geldt dat er gestreefd wordt naar voldoende betaalbare woningen voor lagere en middeninkomens, verspreid over de regio (zie Actieprogramma Woningproductie MRA 2018-2025 en Woondeal MRA en BZK 2019). Om de ambitie te realiseren heeft de regio een plancapaciteit beschikbaar van ca. 16.700 woningen t/m 2024 en bijna 14.000 woningen in de periode 2025 t/m 2029. In eerste instantie pogen regiogemeenten het behoud van identiteiten te realiseren door binnenstedelijk te
20
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Raadhuisstraat 52
bouwen en door transformatie van gebouwen, zoals ook overeengekomen is in de Regionale Woonagenda Zaanstreek-Waterland Samen optrekken (2017). Als blijkt uit Bijlage 1 behorende bij het Woonakkoord is voor de gemeente Edam - Volendam een totale plancapaciteit van 2.006 woningen in de periode 2020 - 2050 opgenomen. Naar woningtype zijn dit ongeveer 75 % grondgebonden woningen en 23 % appartementen.
Zoals uit het navolgende figuur blijkt is het voorliggende plan opgenomen in de plancapaciteit die voor de gemeente Edam - Volendam beschikbaar is.
Figuur 5. Uitsnede Monitor plancapaciteit (bron: plancapaciteit.nl/kaart)
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie gemeente Edam-Volendam Gemeente Edam-Volendam heeft op 20 juli 2023 de Omgevingsvisie voor de gehele gemeente vastgesteld. In de omgevingsvisie zijn alle onderwerpen die met de leefomgeving te maken hebben opgenomen. Met het invoeren van de omgevingsvisie wil de gemeente drie dingen bereiken: 1. Een goede leefomgeving in Edam-Volendam 2. Een duidelijke visie voor de toekomst van Edam-Volendam 3. Ruimte voor initiatief
In de visie worden vijf hoofdthema's genoemd die de rode draad vormen voor de verdere uitwerking van de visie.
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
21
Raadhuisstraat 52
krachtige kernen en linten werken aan ondernemen ontspanning binnen handbereik zorg voor water en land klaar voor transitie Het planvoornemen valt onder het thema krachtige kernen en linten. Uitgangspunt bij dit thema is dat de kernen en dorpslinten binnen de gemeente krachtig en leefbaar zijn. Edam-Volendam maakt zich daarom hard voor voldoende geschikte woonruimte, een goede openbare buitenruimte, voldoende voorzieningen en maatschappelijke verbondenheid. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van zowel grondgebonden woningen als appartementen en levert daarmee een bijdrage aan voldoende geschikte woonruimte in de gemeente. 3.4.2 Structuurvisie Zeevang 2040 De huidige gemeente Edam-Volendam is een fusie (2016) van de oude gemeente Edam-Volendam en de gemeente Zeevang. De structuurvisies van de beide gemeenten zijn met de fusie voor het grondgebied blijven bestaan. Ter plaatse van de gronden is de Structuurvisie Zeevang 2040 (vastgesteld 13-04-2013) van toepassing.
De hoofdlijnen op het gebied van wonen in dit document zijn: Wonen is de belangrijkste drager van de dorpskernen en -linten Voorzien in voldoende woningbouw (overwegend lokale vraag) bij kleine kernen (uitleglocatie en zogenaamde bufferwoningen), in verband vitaliteit en leefbaarheid en basis voorzieningen, vraaggestuurd bouwen voor starters Vervangende woningbouw op herstructureringslocaties Oosthuizen daar waar zich ontwikkelingen voordoen (bijv. Cultureel Centrum) Herinvulling van vrijkomende (agrarische) bebouwing met woningbouw waar dit de leefbaarheid in kernen en linten verbetert Behoud sociale cohesie Op gang brengen ontwikkelingen die passen bij schaal/aard van Zeevang als “authentiek stukje Waterland” Het planvoornemen behelst woningbouw op een inbreidingslocatie in Oosthuizen en is daarmee in lijn met de structuurvisie. 3.4.3 Woonvisie 2022-2025 De gemeente Edam-Volendam heeft als taak om te zorgen voor voldoende en geschikte huisvesting in de gemeente. De gemeente vindt het belangrijk om tot een evenwichtige opbouw van bevolking en woningvoorraad te komen. Hierbij gaat kwaliteit boven kwantiteit. Het streven is een hoogwaardig en veilig leef-, woon- en werkmilieu, dat duurzaam van kwaliteit is. Dit betekent investeren in de ruimtelijke kwaliteit, aandacht voor de bestaande wijken, uitgaande van een levensloopbestendige, veilige, schone en duurzame leefomgeving.
Inwoners en nieuwe bewoners van de gemeente moeten hun woonwensen en wooncarrière kunnen invullen, waarbij rekening wordt gehouden met hun financiële mogelijkheden, gezinssamenstelling en zorgbehoefte.
22
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Raadhuisstraat 52
De woonvisie is uitgewerkt aan de hand van vier centrale thema's: 1. 2. 3. 4.
woningbouwopgave betaalbaar huren kwaliteit bestaande woningen wonen met zorg
De komende jaren zal de groei van de gemeente blijven doorzetten. Dat komt door een positief geboortesaldo, maar ook door de gezinsverdunning. Door meerdere factoren (vergrijzing, maar ook meer alleenstaanden die als starter de woningmarkt opgaan) neemt het aantal één en tweepersoonshuishoudens de komende jaren toe ten opzichte van de gezinnen met kinderen. De vraag naar woningen komt ook door een toenemend aantal vestigers vanuit andere gemeenten (in de eerste plaats Amsterdam, maar ook uit Purmerend, Waterland en Zaanstad). De grootste huishoudensgroep zijn gezinnen met kinderen. Dat zal ook in de toekomst zo blijven. Maar de grootste groei zal plaatsvinden bij de oudere 1+2 persoonshuishoudens. Voor ouderen wordt ingezet op een gevarieerd programma aan levensloopgeschikte woningen; betaalbare koopwoningen, sociale huur, maar ook middeldure huur. Voor starters wordt ingezet op realisatie van betaalbare koopwoningen in het segment tot €300.000. In iedere kern moet ruimte zijn en blijven voor uitbreiding van de woningvoorraad. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de drie grote kerenen (Edam, Volendam en Oosthuizen) en de overige kernen. Bij het invullen van de woningbouwopgave wordt primair ingezet op het bouwen op inbreidingslocaties. In de woonvisie is evenens een overzicht opgenomen van de kwalitatieve behoefte aan woningen voor de drie grote kernen van de gemeente.
Deze behoefte is gebaseerd op de te verwachten demografische trends (geboorte, sterfte, migratie, vergrijzing), verwachte woonwensen op gemeenteniveau (op basis van het WoON2018), gerealiseerde verhuizingen per kern over de afgelopen jaren en de huidige samenstelling van de woningvoorraad. Voor de kern Oosthuizen is de behoefte in de periode 2021 - 2025 25-30 % in de huursector en 70-75 % in de koopsector.
Figuur 6. Weergave woningbouwprogramma Oosthuizen
Planvoornemen Met het planvoornemen worden 18 woningen gerealiseerd. Het betreft 6 appartementen en 12 grondgebonden woningen. Hiervan zullen 6 woningen geschikt zijn voor een specifieke doelgroep, zoals jongeren of ouderen. De overige woningen zijn met name geschikt voor gezinnen. Hiermee wordt doorstroming gecreëerd vanuit Oosthuizen. Door de ligging van het buurtje midden in het dorp wordt gehoor gegeven aan de grote vraag naar nieuwbouw in de kern
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
23
Raadhuisstraat 52
van Oosthuizen. Het planvoornemen sluit dan ook goed aan op de hierboven genoemde woonvisie.
3.4.4 Welstandsnota De gemeente Edam-Volendam werkt sinds december 2017 met een 'nieuwe' welstandsnota. Het plangebied valt onder het gebiedstype 'Dorpslint'. In het specifieke gebiedstype L1 'Oosthuizen' geldt een regulier welstandsniveau. Het welstandstoezicht moet een bijdrage leveren aan het behoud van de bestaande stedenbouwkundige, architectonische en culturele kwaliteit van Oosthuizen. Voorkomen moet worden dat nieuwe toevoegingen leiden tot een aantasting van de bestaande structuur. Binnen het gebied is geen wettelijk regime Beschermd Dorpsgezicht van kracht. Het is echter wel de wens van de gemeente het gebied rond de Hervormde Kerk aan het Westeind en Raadhuisstraat te behandelen als beeldbepalend voor het dorpsgezicht. Ondanks de afwezigheid van de status Beschermd Dorpsgezicht, staat er in dit gebied wel (solitaire) bebouwing die als rijksmonument is aangemerkt of als beeldbepalend voor het dorpsbeeld. Het planvoornemen is niet in strijd met de geldende welstandsnota. Voor het plangebied worden aanvullende welstandscriteria geformuleerd die in een afzonderlijke notitie worden vastgesteld. De uiteindelijk planuitwerking wordt beoordeeld door de welstands- en monumentencommissie van de gemeente.
24
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Raadhuisstraat 52
Figuur 7. Uitsnede welstandskaart
3.4.5 Duurzaamheidsagenda 2018-2022 De lokale ambities van de gemeente Edam-Volendam zijn verwoord in de Duurzaamheidsagenda Edam-Volendam 2018-2022. De gemeente heeft niet de ambitie om voorop te lopen bij het realiseren van doelstellingen met betrekking tot energie en duurzaamheid. De gemeenteraad heeft aangegeven te investeren in duurzaamheid, met realistische terugverdientijden. De gemeente sluit zich aan bij de nationale doelstellingen wil lokale kansen aangrijpen waar deze zich aandienen. Het doel is om in 2022 35% van het totale energieverbruik (in 2018 was dat 927 TJ1 ) te besparen, duurzaam op te wekken of te compenseren. Dit komt overeen met een besparing van de CO2 -uitstoot van >61 kton. De duurzaamheidsagenda is nader uitgewerkt in de Transitievisie Warmte en het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie. 3.4.6 Transitievisie Warmte Edam-Volendam Edam-Volendam sluit aan bij de landelijke ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn.Voor een belangrijk deel betekent dat op de eerste plaats de besparing van energie, en op de tweede plaats betekent dit het gebruik van fossiele energie te vervangen door schonere, duurzamere vormen van energie. De Transitievisie warmte beschrijft hoe Edam-Volendam de route naar aardgasvrij ziet en waar vóór 2030 plannen worden gemaakt.
Voor Oosthuizen geldt dat ingezet wordt op een warmtenet met thermische Energie uit Afvalwater in de periode 2020-2025. Gemeente Edam-Volendam, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, PWN, Liander en Wooncompagnie hebben reeds actie genomen. Zij verkennen hoe groot de warmtepotentie is en of benutting van restwarmte uit de RWZI (eventueel in combinatie met warmte uit oppervlaktewater) technisch en financieel haalbaar is. De Transitievisie richt zich in de basis vooral op de bestaande bebouwde omgeving. Nieuwe ontwikkelingen moeten zoveel mogelijk aansluiting vinden op de landelijke en regionale ambities. Hiervoor geldt dat de nieuwbouw volledig gasloos en energieneutraal wordt gerealiseerd, bij voorkeur met duurzame materialen. De gebouwen zullen voldoen aan BENG normen. Ook worden zonnepanelen gesitueerd op het dak. Het regenwater wordt binnen het plangebied opgevangen en vertraagd afgevoerd. 3.4.7 Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Edam-Volendam Dit plan verwoordt hoe in de gemeente Edam-Volendam wordt geanticipeerd op het veranderende klimaat, uitgaande van het verwachte klimaat in 2050. Met dit plan wordt op lokaal niveau invulling gegeven aan het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, waarin overheden en bedrijfsleven de ambitie hebben uitgesproken om klimaatadaptatie vanaf 2020 te verankeren in beleid en handelen, met als doel een klimaatrobuust Nederland in 2050.
Bij nieuwe ontwikkelingen worden de volgende uitgangpunten gehanteerd. In de gemeente Edam-Volendam wordt in ieder geval voldaan aan de minimale eisen voor klimaatbestendige nieuwbouw en herinrichtingen, waarbij wordt aangesloten op de afspraken die in regionaal verband zijn gemaakt in het Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie Zaanstreek Waterland. Het uitgangspunt hierbij is dat nieuwbouw en herinrichtingsprojecten die nu plaatsvinden, alleen uitgevoerd mogen worden als er rekening wordt gehouden met het klimaat van 2050. Daartoe:
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
25
Raadhuisstraat 52
worden de normen zoals ze vastgelegd worden in het basisveiligheidsniveau MRA, zowel voor particulier als openbaar terrein gehanteerd; wordt rekening gehouden met de bodemeigenschappen en benut waar mogelijk; worden meekoppelkansen voor klimaatbestendige nieuwbouw nu al maximaal benut, al voordat het basisveiligheidsniveau MRA is vastgelegd. Het plangebied krijgt een klimaatadaptieve inrichting. Door toepassing van een wadi kan regenwater langer geborgen worden op eigen terrein en vertraagd worden afgevoerd in de bodem. Daarnaast worden in het plangebied groenstroken aangelegd waar water in kan infiltreren, maar ook bomen een plek gaan vinden. Hierdoor wordt hittestress voorkomen bij warmte. Onderzocht wordt in hoeverre platte daken van bijvoorbeeld bergingen een groen dak kunnen krijgen.
26
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Raadhuisstraat 52
Hoofdstuk 4
Milieuaspecten
Actualiteit onderzoek Op basis van artikel 3.1.1a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) kan bij de vaststelling van een bestemmingsplan in ieder geval gebruik worden gemaakt van gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar. Daarnaast blijkt uit de Memorie van Toelichting bij de Wijziging van de Crisis en Herstelwet dat bij vaststelling van een bestemmingsplan ook gebruik kan worden gemaakt van onderzoeken ouder dan twee jaar. Indien een bestuursorgaan inderdaad gebruik maakt van gegevens en onderzoeken die ouder zijn dan twee jaar, dan vereisen het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, dat het bevoegde bestuursorgaan nader motiveert waarom die gegevens nog immer actueel zijn (verzwaring van de motiveringsplicht). Voorliggend bestemmingsplan heeft in december 2022 als ontwerp ter inzage gelegen. Hiermee zijn een deel van de onderzoeken voor 2022 uitgevoerd. Vanuit het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel zoals hiervoor genoemd, heeft voor vaststelling van het bestemmingsplan in juni 2024 een controle plaatsgevonden van de actualiteit van de uitgevoerde onderzoeken. In de navolgende paragrafen wordt hier per onderzoeksaspect een nadere motivering op gegeven.
4.1
Erfgoed
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving is over gegaan naar de Omgevingswet, die in 2024 in werking is getreden. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden rekening wordt gehouden. 4.1.1 Archeologie Onderzoek Ten behoeve van het planvoornemen is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd door Hollandia Archeologen op 01-02-2021. Het rapport van dit archeologisch bureauonderzoek is in zijn geheel opgenomen onder Bijlage 2. Onderstaand staan de belangrijkste conclusies weergegeven en het advies dat Hollandia Archeologen heeft uitgebracht.
Voor het archeologisch bureauonderzoek Raadhuisstraat 52 te Oosthuizen, gemeente Edam-Volendam zijn de relevante bodemkundige, historische en archeologische gegevens in kaart gebracht. Volgens het bestemmingsplan ligt het onderzoeksgebied deels in een gebied met een hoge archeologische waarde, de historische kern van Oosthuizen. Het onderzoeksgebied ligt in een gebied met een archeologie categorie 3 en 5. De hoogst fungerende categorie geldt voor het gehele plangebied. Dit houdt in dat onderzoeksplicht bij bodemingrepen bij een oppervlakte groter dan 500 m2 en wanneer er dieper dan 40 cm –mv wordt gegraven nodig is. Het bureauonderzoek diende om met zekerheid vast te stellen of het plangebied binnen het gebied met hoge archeologische waarde valt. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van ca. 6500 m2. De verwachting is dat de
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
27
Raadhuisstraat 52
funderingen voor de nieuwbouwwoningen gemiddeld 80 cm -mv worden geplaatst. Daarnaast moeten voor deze nieuwbouwwoningen op het achterterrein ook nutsvoorzieningen aangebracht worden. Het terrein achter de oude villa wordt voorbelast en opgehoogd. Hiermee wordt de huidige grondlaag niet geroerd. Bij het aanbrengen van nutsvoorzieningen zal dit gebeuren in de nieuw opgebrachte laag en niet in de huidige grondlaag. Aan de hand van de geraadpleegde aardwetenschappelijke, historische en archeologische gegevens kan een archeologische verwachting voor het gebied worden opgesteld. Het onderzoeksgebied ligt in een ontgonnen veengebied. Een archeologische verwachting voor zowel de prehistorie als de Romeinse tijd is om deze reden laag omdat dit gebied ongeschikt was voor bewoning vanwege het natte veenlandschap in deze regio. Tot aan de ontginningen in de middeleeuwen is het gebied waarschijnlijk onbewoond geweest. Na deze periode komt bewoning met name voor binnen de bekende historische kernen en dus mogelijk ook binnen het onderzoeksgebied. Op historisch kaartmateriaal is pas vanaf 1800 bebouwing op het voorerf van het terrein zichtbaar, maar dit zegt niets over eventuele archeologische sporen uit oudere perioden die aanwezig kunnen zijn op het achterterrein.
Gezien het feit dat het onderzoeksgebied vlak naast de oude kerk ligt waar van oudsher de bebouwing in een dorp zich concentreerde, en zich binnen de dorpskern van Oosthuizen bevindt is de kans groot op archeologische resten afkomstig uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. De 20e-eeuwse villa wordt herbouwd op dezelfde plek, maar aan de achterzijde wordt 3 meter aangebouwd, waardoor er kans bestaat dat hier de grond nog niet geroerd is. Het terrein achter de oude villa wordt voorbelast en opgehoogd tot ca. 1,5 meter ophoging. Hiermee wordt de huidige grondlaag niet geroerd. Bij het aanbrengen van nutsvoorzieningen zal dit gebeuren in de nieuw opgebrachte laag en niet in de huidige grondlaag. Diepliggende archeologische lagen zouden door de ophogingslaag mogelijk indirect verdrukt kunnen worden.
Advies In de onderzoeksrapportage is geadviseerd aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren in de vorm van verkennende boringen rondom de 20e-eeuwse villa op het voorerf. Dit is op basis van de hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Het terrein achter de villa waar de nieuwbouwhuizen worden gebouwd wordt zodanig opgehoogd dat de huidige grondlaag niet geroerd zal worden.
Aanvullend onderzoek Naar aanleiding van het advies voortvloeiend uit het archeologisch bureauonderzoek is aanvullend archeologisch onderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 3. Uit dit nader onderzoek blijkt dat geen archeologische resten in het plangebied zijn aangetroffen. Het onderzoek geeft dan ook geen aanleiding tot archeologische vervolgstappen.
Actualiteit onderzoek De hiervoor beschreven onderzoeken zijn in respectievelijk februari 2021 en juni 2021 (revisie september 2022) uitgevoerd. Ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan zijn de onderzoeken circa 3 jaar oud. Het onderzoeksaspect archeologie richt zich op de aanwezigheid en bescherming van waarden die vanuit het verleden zich in de bodem kunnen bevinden. In het plangebied is geen sprake van gewijzigde feiten of omstandigheden die aanleiding geven om opnieuw archeologisch onderzoek uit te voeren. De resultaten uit het reeds uitgevoerde onderzoeken zijn nog representatief voor de situatie in het plangebied.
28
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
Raadhuisstraat 52
Conclusie De uitvoerbaarheid van het voornemen wordt niet door de aanwezigheid van eventuele archeologische waarden belemmerd. De archeologische meldingsplicht blijft van kracht. Dit betekent dat wanneer bij graafwerkzaamheden vondsten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het archeologie betreft, dit gemeld moet worden bij het bevoegd gezag, zijnde de gemeente Edam-Volendam.
4.1.2 Cultuurhistorie De cultuurhistorische waarden in Oosthuizen zijn opgenomen in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie van de Provincie Noord-Holland. Het plangebied ligt in het ensemble Zeevang. Uit deze leidraad blijkt dat in en in de directe omgeving van het plangebied geen, voor het planvoornemen relevante cultuurhistorische waarden aanwezig zijn welke het planvoornemen in uitvoerbaarheid belemmeren.
Actualiteit onderzoek In de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie hebben zich sinds de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan geen wijzigingen voorgedaan die hebben geleid tot nieuwe inzichten met betrekkking tot cultuurhistorische waarden in en in de omgeving van het plangebied.
Conclusie Het planvoornemen wordt niet door het aspect cultuurhistorie in uitvoerbaarheid belemmerd.
4.2
Ecologie
In het kader van de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan is het van belang om aandacht te besteden aan beschermde natuurwaarden. De effecten op natuurwaarden dienen te worden beoordeeld in relatie tot bestaande wet- en regelgeving op het gebied van soortenbescherming en gebiedsbescherming. Dit is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb), de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Omgevingsverordening NH2020. 4.2.1 Beknopte natuurtoets Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het planvoornemen is in eerste instantie een ecologische inventarisatie van het plangebied uitgevoerd in de vorm van een beknopte natuurtoets door ecologen van BugelHajema Adviseurs. Het volledige onderzoek is opgenomen in Bijlage 4. Uit dit onderzoek komen de volgende resultaten naar voren:
SOORTENBESCHERMING Wet en regelgeving Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4); dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);
bestemmingsplan Raadhuisstraat 52
29
Raadhuisstraat 52
nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art.3.10-3.11). Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb.
Resultaten Als gevolg van de plannen gaan mogelijk jaarrond beschermde nesten van boomvalk, ransuil, huismus en gierzwaluw en verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Daarnaast gaan mogelijk verblijfplaatsen van wezel en hermelijn verloren. Er is nader onderzoek nodig naar de aan- of afwezigheid van huismus, gierzwaluw en vleermuizen in het woonhuis, boomvalk en ransuil in de twee nesten in het bosje en verblijfplaatsen van wezel en hermelijn in het bosje. Op basis van de resultaten van het nadere onderzoek kan worden bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is. Bij uitvoering van het plan verandert het plangebied als foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus. Mogelijk gaat een groot deel van het foerageergebied van huismus verloren als gevolg van de kap van de bomen op het achterterrein. Negatieve effecten op andere vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten dan huismus, als gevolg van het verlies van foerageergebied, treden niet op. Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van algemene vogelsoorten kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen.