CConstaterende datEdam-Volendam
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadhuisstraat 52_Bijlagen bij toelichting vk

Raadsvergadering 13 juni 2024, gemeente Edam-VolendamBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen bestemmingsplan Raadhuisstraat 52 Oosthuizen.20.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Deze aardewerkfragmenten zijn echter uit context in de geroede toplaag aangetroffen. Er is verder geen archeologische cultuurlaag of natuurlijk oud vegetatieniveau waargenomen op dit achterterrein. Onder het bestaande pand worden geen archeologische waarden verwacht. Omdat het achterterrein wordt opgehoogd en de werkzaamheden voor de villa beperkt blijven qua verstoring, is de kans klein dat de mogelijke archeologische resten in de bodem worden verstoord. Om die reden wordt een archeologisch vervolgonderzoek niet geadviseerd.

17

Advies Aan de hand van de resultaten van het verkennend booronderzoek binnen het onderzoeksgebied hoeven er geen archeologische vervolgstappen genomen te worden. Uiteindelijk dient de gemeente Edam-Volendam een besluit nemen over het advies. Als tijdens de voorgenomen werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dient hiervan, conform de Erfgoedwet, melding te worden gemaakt aan de gemeente Edam-Volendam.

A ANVUL L ENDE INFO RM AT I E

OP W W W.HOLL AN DIA-A RCHEOLOG I E . NL

Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen

L I T E R AT U U R

Brands, D.F. 2021: Archeologisch bureauonderzoek aan de Raadhuisstraat 52 te Oosthuizen, gemeente Edam-Volendam. Holland reeks 882, Zaandijk. Brands, D.F. 2020: Archeologisch bureauonderzoek voor het plangebied Industrielaan te Oosthuizen, gemeente Edam-Volendam. Hollandia reeks 865, Zaandijk. Husken, S., Nyst, C., 2015: Beleidsnota Archeologie gemeente Edam-Volendam. Sinoo, F., 2016: Bestemmingsplan Dorpskernen 2016, Alkmaar.

Websites ARCHIS3 www.dinoloket.nl www.noord-hollandbeeldarchief.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl

18

Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen

BIJLAGEN Inhoudsopgave

Bijlage 1: Archeologische perioden Bijlage 2: Archeologisch stappenplan Bijlage 3: Boorstaten Bijlage4: Verontreiniging onderzoeksgebied

19

Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen

20

Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen

B 1.250-1.500

Late-Middeleeuwen

A 1.050-1.250

Vroege-Middeleeuwen

D

900-1.050

C

725-900

B

525-725

A

450-525

Laat-Romeinse tijd

Miden-Romeinse tijd

Vroeg-Romeinse tijd

B

350-450

A

270-350

B

150-270

A

70-150

B

25-70

A

12-25

Late-IJzertijd

12 na Chr.250 v. Chr.

Midden-IJzertijd

500-250

Vroege-IJzertijd

800-500

Late-Bronstijd

1.100-800

Midden-Bronstijd

B 1.500-1.100 A 1.800-1.500

Vroege-Bronstijd

2.000-1.800

Vroeg-Neolithicum

2.450-2.000

A

2.850-2.450

B

3.400-2.850

A

4.200-3.400

B

4.900-4.200

A

5.300-4.900

Laat-Mesolithicum

6.450-4.900

Midden-Mesolithicum

7.100-6.450

Vroeg-Mesolithicum

8.800-7.100

Laat-Paleolithicum

B 18.000-8.800

MESOLITHICUM NEOLITHICUM

Late-Middeleeuwen

Midden-Neolithicum

B

A 35.000-18.000

Midden-Paleolithicum

300.000-35.000

Vroeg-Paleolithicum

-300.000

21

PALEOLITHICUM

A 1.500-1.650

MIDDELEEUWEN

Nieuwe tijd

Laat-Neolithicum

ROMEINSE TIJD

B 1.650-1.850

IJZERTIJD

Nieuwe tijd

C 1.850-heden

BRONSTIJD

Nieuwe tijd

NIEUWE TIJD

B I J L A G E 1: A R C H E O L O G I S C H E P E R I O D E N

Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen

22

Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen

B I J L A G E 2: A R C H E O L O G I S C H E S TA P P E N P L A N In het “stappenplan archeologie” wordt aangegeven welk traject bij planvorming bewandeld moet worden als het gaat om het inpassen van archeologische waarden en verwachtingen. Het is van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen en wel voordat men aanvangt met de globale invulling van een plangebied. Het stappenplan gaat uit van een brede inventarisatie van wat er bekend is over de archeologische waarden. Op basis daarvan wordt zeer gericht ingezoomd op voor het plan(gebied) relevante archeologische informatie. Na iedere stap wordt beredeneerd gekozen voor meer diepgaand onderzoek op speci昀椀eke plekken, zodat uiteindelijk voldoende bekend is over aanwezige vindplaatsen om gemotiveerde afweging in het ruimtelijke-ordeningsproces te kunnen maken.

I. Bureauonderzoek Het doel van bureauonderzoek is het verwerven van informatie - aan de hand van bestaande bronnen - over bekende of verwachte archeologische waarden binnen of relevant voor het plangebied. Daarnaast moet het bureauonderzoek inzicht bieden in eventueel benodigd inventariserend onderzoek (stap II, zie onder). Een bureauonderzoek bestaat uit een archief- en literatuuronderzoek van archeologische en bodemkundige gegevens die bij RCE, provincie, gemeente en/of andere instanties (b.v. universiteiten, musea) bekend zijn over het betreffende gebied. Het Bureauonderzoek dient de volgende aspecten te behandelen: * Aangeven wat de aanleiding is voor het bureauonderzoek en om welk gebied het gaat in verband met het bepalen van het onderzoekskader. * Beschrijven van het huidige gebruik van de locatie op basis van beschikbare relevante gegevens. * Beschrijven van het historische grondgebruik of de historische ontwikkeling van het gebied op basis van geofysische, fysische en historisch geogra昀椀sche gegevens. * Een korte impressie over de onstaansgeschiedenis van het landschap. * Een impressie van de bewoningsgeschiedenis. * Beschrijven bekende archeologische waarden. * Archeologisch waardevolle terreinen zoals deze zijn opgenomen in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de RCE.

Dezelfde terreinen zijn tevens opgenomen op de Archeologische Monumentenkaarten (AMK) van de provincies. Archeologisch waardevolle terreinen genieten wettelijke bescherming (ex artikel 3 en 6 van de Monumentenwet) of dienen een planologische bescherming te krijgen binnen het bestemmingsplan. * Archeologische vindplaatsen zoals deze in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) van de RCE aanwezig zijn. Clustering van vindplaatsen kan wijzen op de aanwezigheid van bewoningssporen uit het verleden. * Beschrijven van de archeologische verwachtingen en opstellen van een gespeci昀椀ceerd en onderbouwd verwachtingsmodel van de verwachte archeologische waarden. * Aan de hand van de door de RCE ontwikkelde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. Gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde of trefkans komen in ieder geval voor een nader archeologisch onderzoek in aanmerking. * Aan de hand van een meer gedetailleerde provinciale c.q. gemeentelijke verwachtingskaart. * Rapportage met daarin advisering ten behoeve van het vervolgtraject gerelateerd aan de verschillende stadia van het planvormingsproces.

23

Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen

II. Inventariserend veldonderzoek (IVO) Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het zeer gericht aanvullen en toetsen van de uitkomsten van het bureauonderzoek. Stapsgewijs wordt bekeken óf er archeologische waarden aanwezig zijn en zo ja, wat dan de aard, karakter, omvang, datering, gaafheid, conservering en relatieve kwaliteit is. Ten behoeve van een IVO dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. In principe wordt het IVO uitgevoerd op basis van een Plan van Aanpak (PvA). Het onderzoek kan bestaan uit de volgende methoden: * non-destructieve methoden: geofysische methoden ; * weinig destructieve methoden: oppervlaktekartering, booronderzoek, sondering (putjes van maximaal een vierkante meter); * destructieve methoden: proefsleuven. Welke methoden (kunnen) worden ingezet hangt af van de locatie en vraagstelling. De onderbouwing voor de in te zetten methoden is in het bureauonderzoek gegeven. Een inventariserend veldonderzoek moet leiden tot een waardering en een archeologisch inhoudelijk selectieadvies. Nadere toelichting onderzoeksmethoden: 1 en 2: Bij non-destructieve methoden moet men denken aan elektrische, magnetische en elektromagnetische methoden, eventueel in combinatie met remote sensing technieken.

24

Bij weinig destructieve methoden gaat het om oppervlaktekartering en booronderzoek. Dit houdt in dat het plangebied wordt gekarteerd door middel van het “belopen” van akkers en weilanden, waarbij gezocht wordt naar aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Daarnaast wordt door middel van boringen onderzocht hoe het staat met de bodemopbouw, en of er archeologische lagen of indicatoren te onderscheiden zijn. De aangetroffen vindplaatsen kunnen vervolgens nader bekeken worden met een meer diepgaand booronderzoek . Dit levert nadere informatie over de omvang en waardering op. Soms is het nodig om in dit stadium proefputjes te graven. Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd indien uit de minder destructieve onderzoeksmethoden is gebleken dat er in een plangebied waardevolle archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Door middel van het graven van een aantal proefsleuven kunnen de exacte begrenzing, de datering en de graad van conservering van een vindplaats worden onderzocht. Uit het proefsleuvenonderzoek moet blijken of een vindplaats behoudenswaardig of zelfs beschermenswaardig is. Is dit het geval, dan zal bekeken moeten worden of de vindplaats ingepast kan worden in het plan. Het rijks- en ook het provinciaal archeologiebeleid gaat in eerste instantie uit van behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke in de bodem).

Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen

B I J L A G E 3: B O O R S TAT E N

25

Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen

26

Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen

27

Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen

28

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

09

P

P

P

P

P

P

P

4 1-

P

P

121

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

13

P

52

122 08

P

P

P

P

P

P

P

P

P

56

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

01A

P

10

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

11

P

16

P

P

P

15

P

P

P

P

P P

P P

P

P

P

115

P

118

P

112

12

117

P

114

P

P

P

P

P

P

P

P

19

P

P

P

P

113

110

109

P

P

P P

P

108

P P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P P

P

P P

P

P

P

P

P P

P

P P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

K

P P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P P

P

P P P

P

P P

P

P

P

P

P

pad erke

P

P

13

P

P

P

P

P

P P

P P

P

P

14

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P P P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

3

P

P

P

P

P

loe eb an Zw

P

P

P

P

P

4

P

P

P

P

P P

P P

P P

P P P

P P

P

P

P

P

P

11

P

P P

P

12

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

12

11

P

P

P

P P

P

P

P

P

14

13

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

ed

P

P

10

P

P

P

P

P

P

P

Br

P

P

P

P

P

P P

05

P

P

P

P

P

9

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

101

P

P

106

P P

P

P

P

22

P

P

102

105

107

P

P

P

P

P

03B

P

P

P

P

104

P

03

P

P

P

15

P

P

P

P

P P

P

20

04

P

16

P

of f eh

P

P

P

P

P

103

P

P

17

P

P

P

06

02

18

P

18

17

19

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

n aa ml

P

P

P

P

P

21

14

20

P

P

07

120

119

P

116

P

P

111

01B

P

P

49

P

Regthuispad

P

P

P

P

P

P

P

57

P

P

P

55

c 55

P

P P

62

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

59

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

58

P

P

P

50

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

54

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

21

P

P

P

P

53

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

h

Ra ad

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

u is s tr aa t

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P P

P P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P P

P

P

P

P

P P P

P

P

P

P

P

P

N

5

15

20m

Schaal : 1:500

0348-402103

Kamerik

Initialen : BV

Project nummer: 7133

Formaat : A3

072-5729457

Heerhugowaard

0521-521924

Steenwijk

Datum : 25-11-2019

Naam : 7133tek.dwg

Project : Raadhuisstraat 52 te Oosthuizen

De Geus Bouw

10

- perceelsgrens

- verontreiningscontour Lood > interventiewaarde - verontreiningscontour Lood > Tussenwaarde

Opdrachtgever:

0

P

- boorpunt - boorpunt met peilbuis - boorpunt voorgaand onderzoek

Legenda

BOORPUNTENKAART

Overzichtskaart

P:\00000-09999\07100-07199\07133\4 kaartmateriaal\7133tek.dwg

a 10

P

Verkennend booronderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen

B I J L A G E 4: V E R O N T R E I N I G I N G ONDERZOEKSGEBIED

P

P P

P P P P

P P

P P

P P P P P

P P

P

P P

P P P

P P

P P P

P P P

P

P P

P

P

P

P

P P

P

29

P P

P

P

P P

P

P P

P

P

P P

P

P P P

P P P

P

P P

P

P

P

P

P P

P

P P P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

P

Raadhuisstraat 52

Bijlage 4

Beknopte natuurtoets

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

71

Beknopte

natuurtoets

Raadhuisstraat

52

Oosthuizen projectnummer: 805.05.50.00.00

Onderwerp:

Beknopte natuurtoets nieuwbouw Raadhuisstraat 52

Datum:

18-02-2021

Inleiding KADER In verband met het voornemen om nieuwe woningen te bouwen aan de Raadhuisstraat 52 in Oosthuizen, wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of aanvullend 1

onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de natuurtoets op 4 februari 2021 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: bewolkt, circa 6˚C, droog en een matige wind.

PLANGEBIED EN PLANNEN Het plangebied ligt aan de Raadhuisstraat in het noordwesten van Oosthuizen (figuur 1). Het plangebied grenst aan de noordwestzijde aan de Raadhuisstraat. Langs de zuidwest- en zuidoostzijde, buiten het plangebied, is een watergang aanwezig. Aan de overige zijdes grenzen woonerven. Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit een woning met tuin in het noordwesten, een parkeerplaats in het westen en een bosje in het zuiden. De woning heeft aan de buitenzijde gestucte muren en een pannendak. Aan de voor- en achterzijde is een dakkapel aanwezig. In de tuin van de woning staan enkele bomen en heggen. Verder is ten zuiden van de woning een bosje aanwezig.

De plannen bestaan uit de bouw van twaalf woningen en zes appartementen. Verder worden circa 28 parkeerplaatsen gerealiseerd. Bij uitvoering van het plan wordt het woonhuis gesloopt, het bosje volledig gekapt en grond vergraven. De watergang langs de zuidwest- en zuidoostzijde van het plangebied blijft behouden.

1

De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.

Figuur 1. Locatie van het plangebied (rood). Bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl

Foto9s 1 en 2. Impressie van het plangebied op 4 februari 2021. Links struiken met een twintigtal huismussen. Rechts het zuidelijke gedeelte van het te kappen bosje.

datum 18-02-2021

projectnummer 805.05.50.00.00

2

Foto9s 3-8. Linksboven het oostelijke gedeelte van het bosje vanuit het westen. Rechtsboven een kraaiennest in het bosje. Links midden houtstapels aan de noordoostzijde van het bosje. Rechts midden de zuidwestzijde van het te slopen woonhuis. Linksonder een open dakrand langs de westzijde van het woonhuis. Rechtsonder een dakrand van het woonhuis met ruimte.

Soortbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -

alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);

-

dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);

datum 18-02-2021

projectnummer 805.05.50.00.00

3

-

nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).

Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 8lijst met vrijstellingen9 opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb.

INVENTARISATIE 2

Uit het raadplegen van de gegevens van de laatste 5 jaar in de Nationale Database Flora en Fauna (© NDFF - 16 februari 2021 10:18:03) blijkt dat in de omgeving van het plangebied (0-2 kilometer) diverse beschermde diersoorten voorkomen. Het betreft vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren en een reptiel (ringslang).

In het plangebied zijn voornamelijk algemene gras- en plantensoorten aanwezig, zoals Engels raaigras, riet, klimop en braam. De tijdens het veldbezoek aangetroffen soorten duiden op voedselrijke tot zeer voedselrijke omstandigheden. De opgaande beplanting in het bosje en langs de zuidoostzijde van het woonerf bestaat uit soorten als zwarte els, zomereik, conifeer, schietwilg en gewone vlier. Uit de omgeving van het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten bekend (NDFF). Gezien de terreingesteldheid en voedselrijkdom zijn deze ook niet in het plangebied te verwachten.

Uit de omgeving van het plangebied is een aantal vogels met jaarrond beschermde nesten bekend, zoals huismus en gierzwaluw (NDFF). Tijdens het veldbezoek is een twintigtal huismussen waargenomen in één van de struiken aan de westzijde van het plangebied. Onder het pannendak zijn ruimtes aanwezig die geschikt zijn voor huismus om een nest te bouwen. Daarnaast zijn openingen onder de dakpannen aanwezig die kunnen leiden naar ruimtes onder het pannendak die geschikt zijn voor nesten van gierzwaluw. In twee bomen in het bosje zijn een kraaiennest en eksternest waargenomen. Onder deze nesten zijn geen uitwerpselen, prooiresten of braakballen waargenomen die duiden op de aanwezigheid vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals boomvalk of ransuil. Gezien de tijd van het jaar geeft dit echter geen goede indicatie van eventueel gebruik van het nest. Deze nesten worden dus mogelijk gebruikt door vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals boomvalk en ransuil. Het plangebied is door de inrichting mogelijk een onderdeel van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus (NDFF). Tijdens het veldbezoek is een aantal algemene broedvogelsoorten waargenomen, namelijk twee grote bonte spechten, een houtsnip, merel, koolmees en pimpelmees. Soorten als merel en grote bonte specht kunnen tot broeden komen in de opgaande beplanting in het plangebied. Bomen met spech-

2

Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meeste complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens.

datum 18-02-2021

projectnummer 805.05.50.00.00

4

tengaten zijn echter niet waargenomen. In de watergang rondom het plangebied kunnen algemene vogels, zoals wilde eend, tot broeden komen. Nesten van deze algemene soorten zijn alleen tijdens de broedperiode beschermd.

In de opgaande beplanting in het gebied zijn geen holtes aanwezig die naar de binnenzijde van de stam doorlopen of scheuren die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. In het woonhuis zijn meerdere openingen aanwezig die kunnen leiden naar ruimtes die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen, zoals de deels open dakrand aan de westzijde van het woonhuis en ruimtes tussen gevelbekleding en de gevel. Verder kan het plangebied onderdeel zijn van het foerageergebied van soorten als gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis, die bekend zijn in de directe omgeving van het plangebied (NDFF) en die in bebouwd gebied foerageren. In het plangebied zijn geen stroken met opgaande beplanting of brede watergangen aanwezig die kunnen dienen als essentiële vliegroute. Wel kan de watergang ten zuiden van het plangebied onderdeel zijn van een vliegroute van vleermuizen.

Het bosje en woonerf met tuin vormen geschikt leefgebied voor een aantal grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de uit de omgeving bekende soorten huisspitsmuis en bosmuis (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de directe omgeving van het plangebied is het voorkomen van de niet-vrijgestelde wezel en hermelijn bekend (NDFF). In het bosje en met name aan de noordoostzijde hiervan, zijn meerdere houtstapels en takkenrillen aanwezig waar wezel en hermelijn nesten in kunnen maken. Het bosje is daarnaast geschikt als foerageergebied voor wezel en hermelijn.

De watergangen rondom het plangebied vormen geschikt voortplantingsbiotoop voor enkele algemene amfibieënsoorten, zoals gewone pad en bruine kikker (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Noord-Holland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb. Niet-vrijgestelde amfibieënsoorten zijn niet bekend in de omgeving van het plangebied (NDFF). Niet–vrijgestelde amfibieensoorten zijn door het ontbreken van geschikt biotoop en/of waarnemingen uit de omgeving ook niet in het plangebied te verwachten.

Ringslang is bekend in de omgeving van het plangebied (NDFF). Geschikte broeihopen en plekken om te zonnen zijn niet aanwezig in het plangebied. Verder heeft het plangebied een geïsoleerde ligging tussen bebouwing. Door het ontbreken van geschikt leefgebied worden deze en andere nietvrijgestelde reptielensoorten niet verwacht in het plangebied.

datum 18-02-2021

projectnummer 805.05.50.00.00

5

Beschermde soorten uit de soortgroepen vissen en ongewervelden zijn in de directe omgeving niet bekend (NDFF). Het plangebied biedt beschermde soorten van deze soortgroepen ook geen geschikt leefgebied. Gezien dit gegeven kan de aanwezigheid van beschermde vissen en ongewervelden worden uitgesloten.

TOETSING Als gevolg van de plannen gaan mogelijk jaarrond beschermde nesten van boomvalk, ransuil, huismus en gierzwaluw en verblijfplaatsen van vleermuizen verloren. Daarnaast gaan mogelijk verblijfplaatsen van wezel en hermelijn verloren. Er is nader onderzoek nodig naar de aan- of afwezigheid van huismus, gierzwaluw en vleermuizen in het woonhuis, boomvalk en ransuil in de twee nesten in het bosje en verblijfplaatsen van wezel en hermelijn in het bosje. Op basis van de resultaten van het nadere onderzoek kan worden bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is.

Bij uitvoering van het plan verandert het plangebied als foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus. Mogelijk gaat een groot deel van het foerageergebied van huismus verloren als gevolg van de kap van het bosje. Negatieve effecten op andere vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten dan huismus als gevolg van het verlies van foerageergebied treden niet op.

Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van algemene vogelsoorten kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt.

De locatie waar momenteel het bos staat kan onderdeel zijn van het foerageergebied van vleermuizen. Verwachte vleermuissoorten zijn met name soorten die ook in bebouwd gebied foerageren. Het betreft hier bebouwd gebied. Het plangebied zal daarom als gevolg van de plannen niet volledig ongeschikt worden voor de te verwachten vleermuissoorten die rondom de bebouwing en opgaande beplanting foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vleermuizen door verlies van foerageergebied treden niet op.

Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te ver-

datum 18-02-2021

projectnummer 805.05.50.00.00

6

wachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Noord-Holland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb.

Gebiedenbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening.

WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied.

NATUURNETWERK NEDERLAND EN NATUURVERBINDINGEN Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Nationale omgevingsvisie. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN en de bijbehorende natuurverbindingen is voor Noord-Holland uitgewerkt in de Omgevingsverordening NH2020 (vastgesteld 16-11-2020). BIJZONDER PROVINCIAAL LANDSCHAP Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid (omgevingsverordening NH2020) wordt buiten de NNNgebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van bijzonder provinciaal landschap (BPL). Dat zijn gebieden die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn én niet vallen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. INVENTARISATIE Het plangebied ligt op circa 1,2 kilometer ten noorden van het dichtstbijzijnde, in kader van de Wnb beschermde, Natura 2000-gebied 8Polder Zeevang9. Verder ligt het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied 8Eilandspolder9 op circa 7,5 kilometer afstand. Ten oosten van het plangebied ligt op circa 130 meter afstand het dichtstbijzijnde NNN-gebied.

Het dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als BPL ligt 130 meter ten zuidwesten van het plangebied.

TOETSING

datum 18-02-2021

projectnummer 805.05.50.00.00

7

Het plangebied ligt niet in en grenst niet aan Natura 2000-gebied 8Polder Zeevang9. Hierdoor zijn in potentie effecten alleen mogelijk door externe werking. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing, wegen en agrarisch gebied. Gezien de grote afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is Eilandspolder dat op meer dan 7 kilometer afstand ten westen van het plangebied ligt. Als gevolg van de plannen wordt dan ook geen stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/ja in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden verwacht.

Het NNN of BPL in Noord-Holland kent geen externe werking. Door de uitvoering van de plannen gaat geen NNN of BPL verloren, waardoor negatieve effecten op deze gebieden kunnen worden uitgesloten.

Beschermde houtopstanden 2

De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1000 m en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom.

INVENTARISATIE EN CONCLUSIE Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Oosthuizen. In het plangebied zijn dan ook geen beschermde houtopstanden aanwezig. Het indienen van een kapmelding bij de provincie NoordHolland is niet nodig.

Conclusie Voor een toetsing aan de soortenbescherming van de Wnb is op basis van het uitgevoerde veldbezoek (d.d. 4 februari 2021) en het raadplegen van bronnen, gelet op de aard van het plan, een nog onvoldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Er is nader onderzoek nodig naar de aan- of afwezigheid van foerageergebied en jaarrond beschermde nesten in het woonhuis van huismus en onderzoek naar de aan- of afwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw en verblijfplaatsen van vleermuizen in het woonhuis. Verder is nader onderzoek nodig naar de aan- of afwezigheid van boomvalk en ransuil in de twee nesten in het bosje. Tot slot is nader onderzoek nodig naar de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van wezel en hermelijn in het te kappen bosje. Bij de planning en uitvoering van het plan dient verder rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels.

Een nadere analyse in het kader van de gebiedenbescherming van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is niet noodzakelijk. Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor de instandhou-

datum 18-02-2021

projectnummer 805.05.50.00.00

8

dingsdoelstellingen van natuurlijke habitats en soorten. Voor deze activiteit is daarom geen vergunning op grond van de Wnb nodig. Het plan is daarnaast op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening.

datum 18-02-2021

projectnummer 805.05.50.00.00

9

Raadhuisstraat 52

Bijlage 5

Nader ecologisch onderzoek

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

81

Nader onderzoek Raadhuisstraat 52, Oosthuizen projectnummer: 805.05.50.00.00.00

Onderwerp:

Resultaten nader onderzoek Raadhuisstraat 52 in Oosthuizen

Datum:

01-11-2021

Kader In verband met het voornemen om de huidige woning te slopen en nieuwe woningen te bouwen aan de Raadhuisstraat 52 in Oosthuizen, wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Om de uitvoer1

baarheid van het plan te toetsen, is in februari 2021 een beknopte natuurtoets uitgevoerd . Uit de natuurtoets komt naar voren dat in de te renoveren bebouwing binnen het plangebied mogelijk jaarrond beschermde nest- of verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en vleermuizen aanwezig zijn. Verder zijn in het bosje ten zuiden van het gebouw mogelijk jaarrond beschermde nest- en verblijfplaatsen van ransuil, boomvalk en kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) aanwezig. Om aan te tonen dan wel uit te sluiten dat binnen het plangebied jaarrond beschermde nest- of verblijfplaatsen van bovengenoemde soorten aanwezig zijn, is in 2021 nader onderzoek uitgevoerd. De voorliggende notitie beschrijft de resultaten van het nader onderzoek naar huismus, gierzwaluw, vleermuizen, ransuil, boomvalk en kleine marterachtigen.

Nader onderzoek huismus METHODE Het onderzoek naar huismus is uitgevoerd volgens de werkwijze zoals beschreven in het kennisdo2

cument van Huismus (BIJ12, 2017) . Het plangebied is op 1 april en 14 mei 2021 in de ochtend onderzocht op aanwezigheid van huismussen, die al dan niet nestindicerend gedrag vertoonden (zoals huismussen met nestmateriaal en zingende mannetjes). Het onderzoek is uitgevoerd door één persoon (ecoloog, broedvogeldeskundige). De omstandigheden tijdens de bezoeken staan beschreven in tabel 1.

1

BügelHajema adviseurs (18-02-2021). Beknopte natuurtoets Raadhuisstraat 52 Oosthuizen.

2

BIJ12 (2017b). Kennisdocument huismus Passer domesticus, versie 1.0

Tabel 1. Omstandigheden tijdens de huismusinventarisaties.

Datum

Tijdsduur

Zonsopkomst

Weer

Temperatuur

01-04-2021

08:15 – 09:15 uur

07:14 uur

Licht bewolkt, droog, wind 2 Bft

7 °C

14-05-2021

07:45 – 08:45 uur

05:45 uur

Bewolkt, droog, wind 3 Bft

10 °C

RESULTATEN Tijdens beide rondes op 1 april en 14 mei is bij de woning een huismus waargenomen die nestindicerend gedrag vertoonde. Eén mannetje huismus is roepend waargenomen in de goot van de woning binnen het plangebied. Buiten het plangebied is één roepende huismus waargenomen bij de woning aan de Raadhuisstraat 49. Verder zijn huismussen waargenomen in de woningen tegenover het plangebied (Raadhuisstraat 46 t/m 50). Ook is een grote groep huismussen gezien in de rijtjeswoningen aan de Bredehoff ten noordoosten van het plangebied. Naast huismussen zijn in woningen aan de Raadhuisstraat, buiten het plangebied, enkele broedgevallen van spreeuw waargenomen. Tijdens beide rondes is een broedpaar van kauw geconstateerd in de goot van de woning binnen het plangebied.

FUNCTIE VAN HET PLANGEBIED VOOR HUISMUS Uit de twee veldbezoeken voor huismus komt naar voren dat binnen het plangebied één jaarrond beschermd huismusnest aanwezig is. Verder zal het plangebied een klein onderdeel van het foerageergebied van de huismussen vormen die in en buiten het plangebied broeden. In de omgeving is in ruime mate foerageergebied beschikbaar, waardoor het plangebied geen essentieel onderdeel zal vormen van het foerageergebied van huismus.

Nader onderzoek gierzwaluw METHODE Het onderzoek naar gierzwaluw is uitgevoerd volgens de werkwijze zoals beschreven in het kennis3

document Gierzwaluw (Bij12, 2017b) . Ten behoeve van de gierzwaluwinventarisaties is het plangebied en de omgeving op de avonden van 7 juni, 24 juni en 9 juli 2021 onderzocht op de aanwezigheid van gierzwaluwen. Het onderzoek is gezien de grootte van het plangebied uitgevoerd door twee personen (ecoloog, broedvogeldeskundige). De omstandigheden tijdens de inventarisaties worden weergegeven in tabel 2.

3

BIJ12 (2017c). Kennisdocument gierzwaluw Apus apus, versie 1.0

datum 01-11-2021

projectnummer 805.05.50.00.00.00

2

Tabel 2. Omstandigheden tijdens de gierzwaluwinventarisaties. (a in combinatie met vleermuisinventarisaties).

Datum

Tijdsduur

Zonsondergang

Weer

Temperatuur

a

07-06-2021

21:00 – 22:30 uur

22:00 uur

Helder, droog, 2-3 Bft

20°C

24-06-2021

21:00 – 22:30 uur

22:08 uur

Licht bewolkt, droog, 1-2 Bft

15°C

09-07-2021a

21:00 – 22:30 uur

22:02 uur

Helder, droog, 0-1 Bft

18°C

RESULTATEN Rondom de woning in het plangebied is veel activiteit van gierzwaluwen waargenomen tijdens de inventarisaties. Tijdens de drie inventarisaties zijn meerdere langs gierende groepjes en in- en uitvliegende vogels waargenomen. Deze dieren zijn tot ruim een half uur na zonsondergang nog actief. Er waren vrijwel continu 16-22 gierzwaluwen in vlucht boven het pand aanwezig. Dit waren foeragerende dieren die verder geen binding vertoonden met de woning. Tijdens de eerste ronde op 7 juni zijn minimaal 12 nestlocaties waargenomen. Tijdens de volgende rondes op 24 juni en 9 juli zijn respectievelijk op 16 en 19 plaatsen invliegende gierzwaluwen in de woning waargenomen. De invlieglocaties waren verdeeld over alle zijdes van het pand aanwezig. Het is goed mogelijk dat tijdens de laatste veldronde voor een deel jonge vogels in- en uitvlogen. Daarom lijkt een totaal aantal van 16 nestlocaties (op basis van de veldronde op 24 juni) meer reëel. Daarbij zit de gehele populatie in het betreffende woonhuis en zijn er geen waarnemingen gedaan van invliegende gierzwaluwen in omliggende panden. Ze vliegen nagenoeg allemaal onder de onderste rij dakpannen net boven de goot in of uit.

FUNCTIE VAN HET PLANGEBIED VOOR GIERZWALUW Uit de drie veldbezoeken voor gierzwaluw komt naar voren dat 16 jaarrond beschermde nestplaatsen van gierzwaluw aanwezig zijn. Verder foerageerden enkele dieren boven het plangebied. Gierzwaluwen hebben echter zeer grote foerageergebieden, waardoor het plangebied hooguit een zeer klein onderdeel vormt van het foerageergebied van gierzwaluw. Daarom zal geen sprake zijn van essentieel foerageergebied.

Nader onderzoek vleermuizen

METHODE 4

Het vleermuizenonderzoek is uitgevoerd op basis van het Vleermuisprotocol 2021 . Vleermuizen maken verspreid over het jaar gebruik van verschillende verblijven (winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaats). Een volledig vleermuisonderzoek naar vaste verblijfplaatsen bestaat uit vier of vijf inventarisaties (vijf als bebouwing toegankelijk is voor laatvlieger) die verspreid over de periode half mei

4

http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol.

datum 01-11-2021

projectnummer 805.05.50.00.00.00

3

tot en met begin oktober worden uitgevoerd. Op deze manier wordt een seizoensbreed beeld verkregen van het gebruik van het plangebied door vleermuizen. In voorliggende situatie zijn in de periode half mei - half juli 2021 drie inventarisaties uitgevoerd (twee avondbezoeken en één ochtendbezoek) specifiek gericht op de aanwezigheid van kraam- en zomerverblijven. In de periode half augustus - begin oktober 2021 zijn twee inventarisaties (avondbezoeken) uitgevoerd, gericht op de aanwezigheid van paar- en zomerverblijven. Het onderzoek is gezien de grootte en onoverzichtelijkheid van de locatie uitgevoerd door twee onderzoekers per inventarisatie. Bij het onderzoek is gebruikgemaakt van Pettersson D240x of Batlogger M2 batdetectoren. Met een Edirol R 09-RH zijn zo nodig geluidsopnamen gemaakt die later zijn geanalyseerd. De weersomstandigheden tijdens de inventarisaties zijn weergegeven in tabel 3. Tabel 3. Omstandigheden tijdens de vleermuisinventarisaties.

Datum

Tijdsduur

Zonsopkomst/

Weer

Temperatuur

-ondergang 07-06-2021

21:00 – 24:00 uur

22:00 uur

Helder, droog, wind 2-3 Bft

20 °C

09-07-2021

21:00 – 24:00 uur

22:02 uur

Helder, droog, wind 0-1 Bft

18 °C

12-07-2021

03:30 – 05:30 uur

05:32 uur

Bewolkt, droog, wind 1-2 Bft

14 °C

24-08-2021

21:15 – 23:45 uur

20:46 uur

Helder, droog, wind 2-3 Bft

17 °C

16-09-2021

23:00 – 01:00 uur

19:53 uur

Helder, droog, wind 0-1 Bft

14 °C

INVENTARISATIE KRAAMPERIODE 7 juni 2021 Tijdens het eerste bezoek is de eerste gewone dwergvleermuis om 22:34 uur passerend langs de woning waargenomen. Dit dier vloog vanuit het zuiden richting het noordwesten. Vanuit het zuiden vloog vervolgens een laatvlieger boven het plangebied. Rond 23:00 uur vlogen enkele (2-3) gewone dwergvleermuizen vanuit het noordwesten en passeerden de woning aan de westzijde en bleven enige tijd boven de tuin en langs de bosrand aan de zuidzijde van de woning foerageren. Naast een enkele kort foeragerende gewone dwergvleermuis, zijn in het bosje ten zuiden van de woning geen foeragerende vleermuizen waargenomen. Boven het water aan de zuidwestzijde van de planlocatie zijn, naast enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen, geen andere soorten waargenomen.

9 juli 2021 Tijdens het tweede avondbezoek op 9 juli vlogen om 23:35 uur twee gewone dwergvleermuizen uit de woning en de naastgelegen schuur. In de schuur ten oosten van de woning, ter hoogte van de tweede schoorsteen vloog de eerste vleermuis uit van achter de dakgoot. Aan de westzijde van de woning vloog halverwege het gebouw, nabij de aanbouw, een gewone dwergvleermuis uit. Eén van deze gewone dwergvleermuizen bleef gedurende het bezoek aan de zuidzijde van de woning foerageren.

datum 01-11-2021

projectnummer 805.05.50.00.00.00

4

Rond 23:40 uur vlogen twee laatvliegers langs, maar deze dieren toonden geen binding met de woning. 12 juli 2021 Tijdens de ochtendronde op 12 juli waren aan de zuidzijde van de woning drie á vier foeragerende gewone dwergvleermuizen aanwezig en deze foerageerden zo nu en dan ook in de open ruimte in het bosgebiedje. Aan de watergang is weinig activiteit van vleermuizen waargenomen. Om circa 04:10 uur passeerde een groepje vleermuizen de zuidzijde van de woning. Het ging om circa drie watervleermuizen. Gezien de korte duur van de waarneming en het slechte zicht (ruim voor zonsopgang), kon de richting en activiteit van de dieren niet nader worden bepaald. Grote groepen zwermende en/of invliegende vleermuizen die duiden op een kraamverblijfplaats, zijn niet waargenomen.

INVENTARISATIE PAARPERIODE 24 augustus 2021 Tijdens het bezoek op 24 augustus zijn geen uitvliegende vleermuizen bij de woning in het plangebied waargenomen. Kort na zonsondergang waren twee foeragerende gewone dwergvleermuizen aanwezig aan de zuidzijde van de woning. Zo nu en dan was rond de woning een werfroep van gewone dwergvleermuis te horen en deze namen gedurende de avond toe. Waarschijnlijk is in de directe omgeving van het plangebied een paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aanwezig, maar de exacte locatie kon niet worden gevonden.

Circa een uur na zonsondergang, rond 21:40 uur, passeerde een watervleermuis de woning aan de zuidzijde. Verder is kort een waarneming gedaan van een gewone grootoorvleermuis. Rond 23:00 uur waren kort enkele foeragerende laatvliegers aan de westzijde van de woning aanwezig en deze vlogen in oostelijke richting weg. Ook was zo nu en dan een ruige dwergvleermuis aanwezig die kort in vlucht een werfroep liet horen. Verder passeerde een enkele meervleermuis het plangebied.

16 september 2021 Rond middernacht was een enkele gewone dwergvleermuis met werfroep aanwezig in de achtertuin van de woning. Het dier was vrijwel continu aanwezig en veelal actief aan de zuidwestzijde van de woning. In het bosgebied was tijdens de inventarisatie weinig vleermuisactiviteit, op een zo nu en dan kort foeragerende gewone dwergvleermuis na. Verder waren rond de watergang en de kerk bij het Regthuispad foeragerende gewone dwergvleermuizen aanwezig. Langs de brede watergang aan het Ker-

datum 01-11-2021

projectnummer 805.05.50.00.00.00

5

kepad was ook een gewone dwergvleermuis met werfroep aanwezig en heeft vermoedelijk een paarverblijfplaats in één van de woningen aan het Kerkepad.

FUNCTIE VAN HET PLANGEBIED VOOR VLEERMUIZEN Uit de veldbezoeken komt naar voren dat één zomerverblijfplaats en één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis in de woning aanwezig is. Verder foerageerden regelmatig vleermuizen rondom het gebouw. In de omgeving is echter in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig, zodat geen sprake zal zijn van essentieel foerageergebied. Van overige vleermuissoorten zijn alleen individuen waargenomen die langs vlogen of die kort foerageerden. Deze soorten toonden geen duidelijke binding met het plangebied, zodat ook voor deze soorten geen sprake zal zijn van essentieel foerageergebied binnen het plangebied.

Nader onderzoek ransuil en boomvalk

METHODE Voor de ransuil en boomvalk is geen kennisdocument of ander protocol met telrichtlijnen aanwezig. Het onderzoek naar ransuil en boomvalk is daarom uitgevoerd op basis van de telrichtlijnen van 5

SOVON die ook worden gebruikt voor broedvogelinventarisaties (BMP-tellingen). De datumgrenzen voor het aantonen van een broedgeval van ransuil liggen hierbij tussen 20 februari en 20 juli. Tijdens minimaal twee avondbezoeken in deze periode, is gekeken of ransuil broedt in het plangebied. De datumgrenzen voor het aantonen van een broedgeval van boomvalk liggen tussen 1 mei en 31 augustus. Tijdens vier avondbezoeken tussen begin april en begin september, is gekeken of boomvalk in het plangebied broedt. Verder is het nest voorafgaand aan de rondes voor het vleermuis- en gierzwaluwonderzoek onderzocht op de aanwezigheid van ransuil en boomvalk. Tijdens de veldbezoeken is in de avondschemer geluisterd naar balts, zang en naar het geluid van bedelende jongen. Ook is bij de boom met het nest gezocht naar braakballen en andere sporen die duiden op de aanwezigheid van ransuil of boomvalk. Het onderzoek is uitgevoerd door één persoon (ecoloog, broedvogeldeskundige). De weersomstandigheden tijdens de veldbezoeken worden weergegeven in tabel 4.

5

Telrichtlijnen ransuil: https://stats.sovon.nl/stats/soort/7670 Telrichtlijnen boomvalk: https://stats.sovon.nl/stats/soort/3100

datum 01-11-2021

projectnummer 805.05.50.00.00.00

6

Tabel 4. Omstandigheden tijdens de ransuil- en boomvalkinventarisaties. (a in combinatie met vleermuisinventarisaties en b in

combinatie met gierzwaluwinventarisatie).

Datum

Tijdsduur

Zonsondergang

Weer

Temperatuur

27-03-2021

19:30 – 20:30 uur

19:06 uur

Bewolkt, droog, wind 2 Bft

7 °C

a

07-06-2021

21:00 – 24:00 uur

22:00 uur

Helder, droog, wind 2-3 Bft

20 °C

b

24-06-2021

21:00 – 22:30 uur

22:08 uur

Licht bewolkt, droog, 1-2 Bft

15 °C

09-07-2021a

21:00 – 24:00 uur

22:02 uur

Helder, droog, wind 0-1 Bft

18 °C

24-08-2021

20:15 – 21:15 uur

20:46 uur

Helder, droog, wind 2 Bft

17 °C

RESULTATEN Tijdens het onderzoek zijn op of onder het nest geen roofvogels of uilen, dan wel sporen aangetroffen die wijzen op een vaste rust- en verblijfplaats van ransuil of boomvalk. Tijdens de ochtendronde op 1 april 2021 is op het nest een broedpaar ekster waargenomen. Tijdens de inventarisatieronde voor ransuil op 27 maart 2021 is gelet op de baltsroep van mannetjes, maar deze is niet gehoord. Verder is er tijdens de overige vleermuis- en gierzwaluwrondes in het voorjaar gelet op de eventuele aanwezigheid van boomvalken en ransuilen en met name later in het seizoen is gelet op de bedelroep van jonge ransuilen. Tijdens deze inventarisatierondes is geen aanwezigheid van ransuil of boomvalk op of rond het nest vastgesteld. Er is wel een slaapplaats van houtduif in het bosje aanwezig.

Nader onderzoek kleine marterachtigen

ONDERZOEKSMETHODE Kleine marterachtigen zijn lastig te inventariseren. Met behulp van cameravallen is conform de handreiking wezel, hermelijn en bunzing (Provincie Noord-Holland) onderzoek verricht naar het voorkomen van deze soorten. Het bosje waar het onderzoek is uitgevoerd, is circa 0,5 hectare groot. Conform de handreiking zijn 4 cameravallen per hectare ingezet gedurende een periode van tenminste vier weken. Op het terrein achter de woning zijn daarom een cameraval en mostela geplaatst in de periode tussen 7 juni en 5 juli 2021 (figuur 1). Bij de camera’s is een lokstof (ei en/of visolie) aangebracht om de trefkans van kleine marterachtigen te vergroten. Tijdens deze veldbezoeken is in het plangebied ook gezocht naar sporen (uitwerpselen en prenten).

RESULTATEN KLEINE MARTERACHTIGE N ONDERZOEK Tijdens het onderzoek naar kleine marterachtigen zijn geen wezel, hermelijn of bunzing waargenomen in het plangebied. Ook zijn tijdens de bezoeken geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van de soorten. In de mostela zijn vooral slakken en insecten geconstateerd. Op de beelden van de losse wildcamera zijn veel katten en regelmatig een egel te zien (foto 1). Verder zijn veel vogels zoals holenduif, houtduif, heggenmus, merel en gaai (foto 2) vastgelegd op camera.

datum 01-11-2021

projectnummer 805.05.50.00.00.00

7

Figuur 1. Locaties van de mostela (geel) en wildcamera (paars) in het plangebied.

Foto’s 1 en 2. Camerabeelden met foto’s van egel (links) en gaaien (rechts).

datum 01-11-2021

projectnummer 805.05.50.00.00.00

8

Conclusie Als gevolg van de sloop van de huidige bebouwing en de bouw van nieuwe woningen aan de Raadhuisstraat 52 in Oosthuizen, worden 16 jaarrond beschermde nestplaatsen van gierzwaluw, één jaarrond beschermde nestplaats van huismus, één zomerverblijfplaats en één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis vernietigd. Hiervoor is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Verder gaan geen jaarrond beschermde nesten van ransuil en/of boomvalk of leefgebied van kleine marterachtigen verloren als gevolg van de kap van het bosje. Wel moet buiten het broedseizoen van algemene vogelsoorten worden gewerkt.

datum 01-11-2021

projectnummer 805.05.50.00.00.00

9

Raadhuisstraat 52

Bijlage 6

Nader ecologisch onderzoek 2023

bestemmingsplan Raadhuisstraat 52

91

Nader ecologisch onderzoek Raadhuisstraat 52 Oosthuizen 2023 Projectnummer: Onderwerp:

Resultaten nader onderzoek naar ransuil, huismus, buizerd en vleermuizen

Datum:

10 oktober 2023

P002075

Inleiding De initiatiefnemer heeft plannen om nieuwe woningen te bouwen aan de Raadhuisstraat 52 in Oosthuizen. Hiervoor wordt het huidige gebouw gesloopt en het bosje ten zuiden hiervan gekapt. In 2021 is nader onderzoek naar huismus, gierzwaluw en vleermuizen in de villa gedaan en nader onderzoek naar kleine marterachtigen, ransuil en boomvalk in het bosje. Uit het onderzoek bleek dat in de villa jaarrond beschermde nest- en verblijfplaatsen van huismus, gierzwaluw en vleermuizen zitten. In het bosje zijn destijds geen beschermde soorten aangetroffen. In het bosje is de situatie veranderd ten opzichte van de situatie in 2021. Er zijn waarnemingen gedaan van ransuil en ondertussen zitten nieuwe spechtengaten in bomen waargenomen waar vleermuizen in kunnen verblijven. De ODNHN heeft in februari 2023 gevraagd om vernieuwd nader onderzoek naar ransuil, vleermuizen, leefgebied van huismus, leefgebied van buizerd en een onderbouwing voor de locatiekeuze van materialen tijdens het onderzoek naar kleine marterachtigen in 2021.

Om aan te tonen dan wel uit te sluiten dat jaarrond beschermde nest- of verblijfplaatsen of leefgebied van de bovengenoemde soorten aanwezig zijn, is in 2023 nader onderzoek uitgevoerd. De voorliggende notitie beschrijft de resultaten van het nader onderzoek naar huismus, buizerd, ransuil, vleermuizen en de onderbouwing voor kleine marterachtigen. Nader onderzoek leefgebied en rustplaatsen huismus METHODE Het onderzoek naar leefgebied en rustplaatsen van huismus is uitgevoerd volgens de werkwijze zoals beschreven in het kennisdocument van Huismus (BIJ12, 2023)1. Het bosje en omringende struiken zijn op 13 april en 4 mei 2023 in de ochtend onderzocht op aanwezigheid van huismussen. Er is specifiek gekeken naar het gebruik van het bosje door huismus en gebruik van struiken als rustplaats. Het onderzoek is uitgevoerd door één persoon (ecoloog, broedvogeldeskundige). De omstandigheden tijdens de bezoeken staan beschreven in tabel 1.

1

BIJ12 (2023). Kennisdocument huismus Passer domesticus. Versie 2.1, februari 2023.

Tabel 1. Omstandigheden tijdens de huismusinventarisaties.

Datum

Tijdsduur

Zons-op-

Weer

Temperatuur

Half bewolkt, droog, wind 3-4

13 °C

komst 13-04-2023

10:30 – 14:00 uur

06:48 uur

Bft 04-05-2023

09:30 – 11:30 uur

06:03 uur

Helder, droog, wind 1 Bft

15 °C

RESULTATEN Tijdens de eerste ronde op 13 april is kort een groepje van maximaal 6 huismussen in de struiken aan de noordwestzijde, langs de parkeerplaats, gehoord en gezien. Het ging om enkele roepende mannetjes. Deze dieren vlogen na een paar minuten richting het noorden. In de omgeving zijn tijdens dit bezoek veel huismussen waargenomen, waaronder in struiken bij woningen. De locaties waar huismussen zijn waargenomen zijn weergegeven in figuur 1. Tijdens het bezoek op 4 mei is een enkele keer een paartje huismus waargenomen in de struiken aan de westzijde van het terrein. Verder zijn geen huismussen in het bosje of de struiken waargenomen. Gedurende beide bezoeken zijn geen foeragerende huismussen in het bosje waargenomen. Op het terrein is daarom geen essentieel foerageergebied voor huismus aanwezig. Aan de zuidzijde van het terrein staat een boom met een spechtengat. Tijdens het bezoek op 4 mei vloog hier meerdere malen een halsbandparkiet in. Verder zijn rondom de villa een aantal gierzwaluwen waargenomen. Overige waargenomen soorten in het bosje zijn zingende tjiftjaffen en zwartkoppen.

FUNCTIE VAN HET ONDERZOEKSGEBIED VOOR HUISMUS Uit de twee veldbezoeken komt naar voren dat het bosje geen onderdeel is van het foerageergebied van huismus en dat de struiken langs de parkeerplaats af en toe worden gebruikt door huismus. In de directe omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieve rustplaatsen voor huismus aanwezig, zoals in de struiken langs de zuidzijde van de parkeerplaats, op het erf direct ten zuiden van het de kerk en in struiken bij nabijgelegen woningen (figuur 1). Het gaat voornamelijk om struiken in of rondom tuinen en groenstroken.

datum 10-10-2023

projectnummer P002075

2

Figuur 1. Indicatie van het plangebied (rood) en de locaties van waargenomen huismussen in de omgeving (rode sterren). Indicatie van alternatieve rustplaatsen voor huismussen in de directe omgeving van het bosje (blauw).

Nader onderzoek ransuil ONDERZOEKSMETHODE Voor de ransuil is geen kennisdocument of ander protocol met telrichtlijnen aanwezig. Het onderzoek naar de ransuil is daarom uitgevoerd op basis van de telrichtlijnen van SOVON 2 die ook worden gebruikt voor broedvogelinventarisaties (BMP-tellingen). De datumgrenzen voor het aantonen van een broedgeval liggen hierbij tussen 15 februari tot en met 15 juli. Tijdens twee gerichte avondbezoeken in deze periode, is gekeken of ransuil daadwerkelijk in het plangebied broedt. Tijdens de veldbezoeken is in de avondschemer geluisterd naar balts en zang (eerste veldbezoek) en naar het geluid van bedelende jongen (tweede veldbezoek). Er is tevens bij de boom met het nest gezocht naar braakballen en andere sporen die duiden op de aanwezigheid van ransuil. De inventarisaties zijn uitgevoerd door een ecoloog van BügelHajema adviseurs. De weersomstandigheden tijdens de veldbezoeken worden weergegeven in tabel 2.

2

https://stats.sovon.nl/stats/soort/7670

datum 10-10-2023

projectnummer P002075

3

Tabel 2. Omstandigheden tijdens het onderzoek naar ransuil. a avondbezoeken, b aanvullend bezoek overdag

Datum

Tijdsduur

Zons-on-

Weer

Temperatuur

Half bewolkt, droog, wind 3-4

12 °C

dergang 13-04-2023a

21:00 – 22:00 uur

20:35 uur

Bft 04-05-2023b

09:30 – 11:30 uur

21:15 uur

Helder, droog, wind 1 Bft

15 °C

11-05-2023a

21:35 – 22:35 uur

21:23 uur

Half bewolkt, droog, wind 0-1

17 °C

Bft

RESULTATEN ONDERZOEK RANSUIL Op de avond van 13 april is een roepende ransuil in het bosje gehoord en gezien. Rond 21:15 uur is kort een tweede ransuil waargenomen. Het mannetje heeft tussen 21:10 uur en 22:00 uur vrijwel continu geroepen. Op 4 mei zijn de kraaiennesten in het bosje onderzocht op aanwezigheid van ransuilen en is onder de nesten gezocht naar sporen, zoals prooiresten of braakballen. In één van de nesten is een ransuil met jong waargenomen. De nest zit in een boom aan de noordzijde van het bosje. Tijdens het avondbezoek op 11 mei zijn twee roepende jongen van ransuil gehoord en gezien. Ook is om 21:38 een volwassen ransuil waargenomen en gehoord, die bij aankomst van de onderzoeker alarmerend nabij de jongen in een boom zat. Deze ransuil vloog om 21:40 uur richting de kerk, vermoedelijk om te jagen. Tijdens het bezoek zijn verder geen volwassen ransuilen meer in het bosje of directe omgeving waargenomen. De twee jongen begonnen vanaf 21:59 uur te roepen en riepen continu door gedurende de ronde. Tijdens alle bezoeken zijn geen jagende ransuilen in het bosje waargenomen. Voedsel voor de jongen wordt van buiten het plangebied gehaald. Gedurende de bezoeken zijn verder zingende merels en zanglijsters gehoord. In het bosje overnacht een groep kauwtjes.

Foto9s 1 en 2. Foto9s van de ransuil op het nest met het witte jong op de rechter foto.

datum 10-10-2023

projectnummer P002075

4

Foto9s 3 en 4. Foto9s van de volwassen ransuil en één van de jongen op 11 mei 2023.

Figuur 2. Locatie van het plangebied (rood) en de locatie van het ransuilennest (geel). Bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl

FUNCTIE VAN HET ONDERZOEKSGEBIED VOOR RANSUIL Uit het onderzoek blijkt dat in het bosje een nest van ransuil met jongen aanwezig is. Het bosje vormt verder geen essentieel onderdeel van het foerageergebied van ransuil. Voordat het bosje kan worden gekapt is een ontheffing voor de Wnb nodig.

datum 10-10-2023

projectnummer P002075

5

Nader onderzoek leefgebied buizerd ONDERZOEKSMETHODE Tijdens een veldbezoek op 13 april 2023 is bepaald of een buizerdnest in het bosje aanwezig is. Gedurende het bezoek zijn alleen twee kraaiennesten waargenomen. Om te bepalen of buizerd wel gebruikt maakt van het bosje als rustplaats of foerageergebied, is nader onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is conform de telrichtlijnen van SOVON 3 gedaan, door middel van twee veldbezoeken tussen 25 januari en 10 juli. Tijdens deze bezoeken is gekeken of buizerd daadwerkelijk in het plangebied voorkomt. De bezoeken vonden overdag, na zonsopkomst, plaats. Er is gekeken naar aanwezigheid van buizerd en daarnaast is gezocht naar sporen die de aanwezigheid van buizerd aanduiden, zoals uitwerpselen of prooi/plukresten. De inventarisaties zijn uitgevoerd door een ecoloog van BügelHajema adviseurs. De weersomstandigheden tijdens de veldbezoeken worden weergegeven in tabel 3. Tabel 3. Omstandigheden tijdens het onderzoek naar buizerd.

Datum

Tijdsduur

Zons-op-

Weer

Temperatuur

Half bewolkt, droog, wind 3-4

13 °C

komst 13-04-2023

10:30 – 14:00 uur

06:48 uur

Bft 04-05-2023

09:30 – 11:30 uur

06:03 uur

Helder, droog, wind 1 Bft

15 °C

RESULTATEN Tijdens alle bezoeken zijn geen buizerds in of om het plangebied waargenomen. Ook in of boven de directe omgeving van het plangebied, zoals boven het dorp of de graslanden ten noorden van het dorp, zijn geen buizerds waargenomen.

FUNCTIE VAN HET ONDERZOEKSGEBIED VOOR BUIZERD Op basis van de uitgevoerde veldbezoeken, blijkt dat het plangebied geen onderdeel is van het leefgebied van buizerd. Er is geen sprake van nestplaatsen, rustplaatsen of essentieel foerageergebied in het te kappen bosje.

Nader onderzoek vleermuizen in boomholtes METHODE In 2021 bleek uit de natuurtoets dat alleen de bebouwing in het plangebied geschikt was voor vleermuisverblijfplaatsen. De bebouwing is dan ook in 2021 onderzocht op de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen. Begin 2023 zijn de bomen in het plangebied op aanvraag van de ODNHN opnieuw geïnspecteerd op de aanwezigheid van geschikte holtes en spleten voor vleermuizen. Hieruit bleek dat sinds het onderzoek in 2021 geschikte holtes zijn ontstaan in vier bomen op drie locaties in het plangebied (figuur 3).

3

https://stats.sovon.nl/stats/soort/2870

datum 10-10-2023

projectnummer P002075

6

De boomholtes zijn in 2023 onderzocht op basis van het Vleermuisprotocol 20214. Vleermuizen maken verspreid over het jaar gebruik van verschillende verblijven (winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaats). Een volledig vleermuisonderzoek naar vaste verblijfplaatsen bestaat uit meerdere inventarisaties die verspreid over de periode half mei tot en met begin oktober worden uitgevoerd. Het exacte aantal inventarisaties en de onderzoeksperiode is afhankelijk van de verwachte soorten. Door meerdere bezoeken verspreid over het jaar uit te voeren wordt een seizoensbreed beeld verkregen van het gebruik van het onderzoeksgebied door vleermuizen.

Figuur 3. Locatie van het plangebied (rood) en de boomholtes in het bosje (gele sterren). Bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl

4

http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol.

datum 10-10-2023

projectnummer P002075

7

In de periode half mei - half juli 2023 zijn twee inventarisaties met drie personen uitgevoerd. Dit waren één avond- en één ochtendbezoek, specifiek gericht op de aanwezigheid van kraam- en zomerverblijven. In verband met de mogelijke aanwezigheid van watervleermuis in de holtes, zijn de avondbezoeken vanaf zonsondergang tot 2 uur en 15 minuten na zonsondergang uitgevoerd en de ochtendbezoeken vanaf 3 uur vóór zonsopkomst tot zonsopkomst. In de periode half augustus - half september zijn twee inventarisaties (avondbezoeken) uitgevoerd. Alle bezoeken zijn met drie personen uitgevoerd. Bij het onderzoek is gebruikgemaakt van Pettersson D240x batdetectors. Met een opnameapparaat zijn zo nodig geluidsopnamen gemaakt die later zijn geanalyseerd. De weersomstandigheden tijdens de inventarisaties zijn weergegeven in tabel 4. Tabel 4. Omstandigheden tijdens de vleermuisinventarisaties. aNoordelijke holte onderzocht; bZuidelijke holtes onderzocht.

Datum

Tijdsduur

Zonsopkomst/

Weer

Temperatuur

ondergang a

30-05-2023

21:50 – 00:05 uur

21:50 uur

Bewolkt, droog, wind 2 Bft NO

13 °C

03-06-2023b

21:55 – 00:25 uur

21:55 uur

Helder, droog, wind 2-3 Bft N

16 → 13 °C

a

22-06-2023

02:17 – 05:17 uur

05:17 uur

Helder, droog, wind 1 Bft NO

13 °C

02-07-2023b

02:20 – 05:21 uur

05:21 uur

Licht bewolkt, droog, wind 3 Bft W

17 → 15 °C

25-08-2023

22:00 – 00:00 uur

20:45 uur

Licht bewolkt, droog, wind 0-1 Bft

15 °C

14-09-2023

23:00 – 01:00 uur

19:59 uur

Licht bewolkt, droog, wind 0-1 Bft

15 °C

INVENTARISATIE KRAAMPERIODE Op 30 mei was de noordelijke holte in gebruik als nest door een halsbandparkiet. Om 22:07 uur is de eerste vleermuis waargenomen; een gewone dwergvleermuis die kort in het bosje foerageerde. Tussen ruwweg 22:15 uur en 23:00 uur hebben regelmatig één en soms twee gewone dwergvleermuizen gefoerageerd in het bosje. Na circa 23:00 uur zijn geen vleermuizen meer waargenomen in het bosje. Ten westen van het bosje zijn om 23:44 uur en 23:52 uur respectievelijk één overvliegende rosse vleermuis en één overvliegende ruige dwergvleermuis waargenomen. In het bosje is om 22:30 uur een egel waargenomen en hebben gedurende de hele avond jonge ransuilen geroepen. Tijdens het avondbezoek op 3 juni zijn in de zuidelijke boomholtes geen in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen. In het bosje waren slechts sporadisch één of enkele gewone dwergvleermuizen aan het foerageren tot circa 23:00 uur. Hierna zijn geen vleermuizen meer waargenomen binnen het plangebied. Ten noordwesten van het plangebied, onder of achter de dakgoot van de Raadhuisstraat 59, is een grote kraamkolonie van vermoedelijk 100+ gewone dwergvleermuizen aangetroffen. Bij de brug ten zuidwesten van het plangebied zijn na 23:00 uur sporadisch enkele watervleermuizen gehoord. Verder zijn binnen het bosje de hele avond de jonge ransuilen waargenomen.

Tijdens de avondbezoeken op 30 mei en 3 juni zijn geen uitvliegende vleermuizen vanuit onderzochte holtes waargenomen.

Op 22 juni hebben tijdens het ochtendbezoek rond 02:17 uur minstens één gewone dwergvleermuis en één laatvlieger rond de kerk gefoerageerd. Om 02:23 uur is een overvliegende rosse vleermuis waargenomen net ten noorden van het plangebied. Ten noordwesten en -oosten van Oosthuizen zijn

datum 10-10-2023

projectnummer P002075

8

ten minste twee verschillende roepende ransuilen gehoord en in een boom langs de Gijsbrecht van Vianenstraat is ook een ransuil gezien en gehoord. Om ongeveer 03:55 uur is opnieuw een egel waargenomen in het noordelijke deel van het bosje. Binnen het plangebied was zeer weinig vleermuisactiviteit. Tussen circa 03:30 uur en 04:45 uur is sporadisch ten minste één gewone dwergvleermuis foeragerend waargenomen in het bosje. Na 04:45 uur zijn geen vleermuizen meer gehoord binnen het plangebied. Tijdens het bezoek op 2 juli 2023 zijn enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen in de Raadhuisstraat, maar is geen zwermactiviteit bij de Raadhuisstraat 59 waargenomen. In het plangebied was weinig vleermuisactiviteit. Tussen 02:30 uur en 04:00 hebben minstens twee gewone dwergvleermuizen gefoerageerd in het bosje. Verder is om 04:25 uur een laatvlieger langs de watergang ten zuiden van het plangebied gevlogen. Na 04:40 zijn geen vleermuizen meer waargenomen in en om het plangebied. Gedurende de ochtendbezoeken op 22 juni en 2 juli zijn opnieuw geen in- of uitvliegende vleermuizen aangetroffen bij de holtes in het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EdamVolendam&id=cbb12640-3df1-4e14-b54b-a48e791b8213